11. (AZ) bijlage UenH-strategie Vijfheerenlanden februari 2022_geconsolideerde versie.pdf
Tekst van het document
Figuur 1 BIG 8 cyclus
Overzicht stappen Prioriteiten & Doelen
Strategie Programma & Organisatie
Werkwijze Uitvoering Programmaevaluatie
Beleids evaluatie
Ter behoeve van de prioriteiten en doelen voor de komende beleidsperiode beschrijven we in het VTH-beleid: De verbeterpunten uit de evaluaties van het vorige beleid De visie van de gemeente aan de hand van bijvoorbeeld het coalitieakkoord en andere visiedocumenten. De relevente ontwikkelingen voor de komende periode De missie van de gemeente komt terug in het VTH-beleidsplan. De strategie van het VTH-beleidsplan wordt bepaald door het uitwerken van deze missie in de visie voor VTH. Vanuit de missie en visie stellen we een aantal hoofddoelstellingen op. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze doelstellingen uitgewerkt in acties voor dat betreffende jaar in het uitvoeringsprogramma. Door middel van een risicoanalyse en priortering geven wij vorm aan de werkwijze van onze VTH-taken. Door middel van het beschrijven van onze uitvoeringsstrategieën voor V, T en H geven wij weer hoe wij uitvoering geven aan onze VTH-taken. Wij maken de beschikbare personele en financiële middelen voor de komende beleidsperiode inzichtelijk. Aan de hand van dit inzicht kunnen we monitoren of de gestelde doelen haalbaar zijn en/of deze moeten worden aangepast. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma gaan wij hier voor dat specifieke jaar verder op in. Met de beleidsevaluatie maken we de beleidscyclus rond.
In het VTH-beleid beschrijven we de manier van evalueren van het beleid en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s.
13
Bijlage 5: Bestuur en organisatie Besluitvorming op (vergunnings)aanvragen, toezicht en handhaving zijn een kerntaak van de gemeente, die hierin duidelijk haar verantwoordelijkheden heeft en neemt. Het bestuur, de directie en de zelforganiserende teams hebben ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. De zelforganiserende teams en de netwerkmanagers hebben onder andere als taak interne processen aan te sturen. Daarvoor is het nodig om het (gewenste) verloop van primaire werkprocessen inzichtelijk te maken, te structureren en te bewaken. Naast de bestuurlijke verantwoordelijkheid, zal duidelijk moeten zijn wie operationeel verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (wie is verantwoordelijk voor de activiteit, (tussen)resultaten en besluitvormingsmomenten). In het kader van deze beleidsnota past het dan ook om de diverse rollen en verantwoordelijkheden van de actoren nader te beschrijven. De rol van de gemeenteraad Nadat het college vastgestelde VTH-beleid, uitvoeringsprogramma en jaarverslag worden heeft vastgesteld worden die in het kader van de controlerende taak van de gemeenteraad ter kennisname aan de raad verstuurd. Het jaarverslag dient dan ook als evaluatie van het uitvoeringsprogramma VTH en daarin wordt gerapporteerd aan de raad hoe en of de gestelde doelen zijn bereikt.
De het college van burgemeester en wethouders Het college stelt het VTH-beleid, het Jaarverslag en het Jaarprogramma vast en heeft de plicht om deze te delen met de gemeenteraad en de provincie Utrecht. De rol van samenwerkingspartners Het doel is samen met o.a. politie, VRU, ODRU, burgers, bedrijven en instellingen verder te werken aan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Een ieder zal daarom op zijn of haar eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken; elk individu, elke organisatie kan namelijk op eigen wijze in meer of mindere mate een bijdrage leveren aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. De samenwerking op verschillende niveaus zal de komende periode worden geïntensiveerd, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande overlegvormen. De belangrijkste samenwerkingspartners met betrekking tot het VTH-beleid staan benoemd in hoofdstuk 11 Samenwerkingspartners van het VTHbeleidsplan 2021-2024. Coördinatie en afstemming in de regio Er wordt in de regio Utrecht al vanaf 2010 door 18 gemeenten, ODRU, RUD, VRU en de Provincie Utrecht actief samengewerkt om ervaringen te delen, kennis uit te wisselen en projecten af te stemmen. De gemeente Vijfheerenlanden participeert hier ook actief in. Eén van de doelen is om in gezamenlijkheid de kwaliteit en uniformatie van het VTH-beleid, VTH Uitvoeringsprogramma en VTH evaluaties te vergroten.
Ook is de voorbereiding van de Omgevingswet in deze samenwerking opgepakt. Door het bestuurlijk ondertekenen van een Samenwerkingsovereenkomst Omgevingswet (SOK-OW) is dit proces geformaliseerd. In dit regionale verband is een format opgesteld voor het VTH-beleid. De voorliggende set van beleidsnotitie en voorliggende bijlagenbundel zijn op basis daarvan opgesteld. Ook het uitvoeringsprogramma VTH en het jaarverslag zullen conform de regionale formats worden opgesteld De rol van de Provincie Utrecht (IBT) De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren door middel van het Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT). De Provincie Utrecht ziet toe op, of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van het omgevingsrecht. Het IBT richt zich 14
zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. In de provinciale verordening systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats. Hierbij kan het oordeel uitkomen op ‘adequaat’, ‘redelijk adequaat’ of ‘niet adequaat’.
15
Bijlage 6: Wettelijk kader Inleiding Hieronder staat een beknopte opsomming van landelijke wet- en regelgeving die een rol speelt in het VTH-beleid 2021-2024. Deze opsomming is niet uitputtend. Gemeentewet In artikel 125 lid 2 en 3 van de Gemeentewet staat dat het college van B&W of de burgemeester een bevoegdheid heeft om handhavend op te treden. Letterlijk staat er dat het college of de burgemeester een last onder bestuursdwang kan opleggen. Wie een last onder bestuursdwang kan opleggen, mag in plaats hiervan op grond van artikel 5:32 lid 1 Awb ook een last onder dwangsom opleggen. Aan het bestuursorgaan die deze handhavende bevoegdheden heeft, worden in de Awb ook allerlei toezichtsbevoegdheden gegeven. Dit artikel in de gemeentewet vormt dus de wettelijke basis voor het college of de burgemeester om toezicht uit te oefenen en de herstelsancties (last onder bestuursdwang en last onder dwangsom) op te leggen. Het college heeft de bevoegdheid om toezichthouders aan te stellen. Daarnaast stelt het college op grond van artikel 142 Wetboek van Strafvordering Buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) aan. Deze Boa’s hebben opsporingsbevoegdheden binnen het strafrecht. Naast de herstelsancties in het bestuursrecht kent het bestuursrecht ook een bestraffende sanctie.
De wettelijke basis voor de raad om in een verordening op te nemen dat op overtreding van wettelijke voorschriften een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, is artikel 154b Gemeentewet. De Boa’s hebben de bevoegdheid om een bestuurlijke strafbeschikking aan te kondigen. Uiteindelijk legt de officier van justitie de strafbeschikking op. Algemene wet bestuursrecht (Awb) In de Awb (hoofdstuk 5) worden geen bevoegdheden tot het verlenen van vergunningen of het uitvoeren van toezicht en handhaving toebedeeld aan bestuursorganen, maar worden aan de hiertoe bevoegde bestuursorganen en daartoe aangewezen ambtenaren instrumenten gegeven (een gereedschapskist om mee te werken). De voornaamste handhavingsinstrumenten die beschreven staan, zijn de herstelsancties in titel 5.3 van Hoofdstuk 5 te weten de last onder bestuursdwang (afdeling 5.3.1) en de last onder dwangsom (afdeling 5.3.2). Deze instrumenten bieden een bestuursorgaan de bevoegdheden om zelf de overtreding geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of te beëindigen dan wel de overtreder een dwangsom op te leggen om dit zelf te doen. Daarnaast staat in titel 5.4 Awb een bestraffende sanctie opgenomen; te weten een bestuurlijke boete. Deze sanctie beoogt leed toe te voegen aan de overtreder en mag naast een herstelsanctie worden opgelegd.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De Wabo is een kaderwet waarmee bevoegd gezag (bij gemeente meestal het college van B&W) één integraal besluit tot vergunningverlening kan nemen waarbij in een besluit diverse aspecten aan de orde kunnen komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving (zoals ruimte, milieu, natuur alsook aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid). Met deze diverse deelvergunningen beoogt de wetgever diverse belangen te beschermen. In hoofdstuk 5 van de Wabo staan bepalingen over de uitvoering en handhaving van de Wabo. In artikel 5.2 Wabo staat een algemene bepaling opgenomen dat het bevoegde gezag zorg moet dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van bepalingen bepaald bij of krachtens de Wabo en een aantal in de Wabo genoemde wetten. In artikel 5.5. Wabo wordt daaraan toegevoegd dat het college zorg moet dragen voor een goede kwaliteit van de uitvoering en handhaving. In artikel 5.3 Wabo is de instelling van de omgevingsdiensten geregeld. 16
Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (Wet VTH) De wet VTH is op 14 april 2016 in werking getreden. Het doel van deze wet is een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering van het omgevingsrecht. De wet is een invulling van de Wabo, formaliseert de Omgevingsdiensten en regelt de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit te komen. Zo wordt het basistakenpakket van de omgevingsdiensten wettelijk vastgelegd en worden gemeenten verplicht een verordening kwaliteit VTH te hebben. In deze verordening dient de gemeenteraad de kaders vast te leggen waaraan de uitvoering van de basistaken minimaal dient te voldoen. VTH verordening De gemeenteraad heeft op grond van artikel 5.4 lid 1 aanhef en onder b Wabo een Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Vijfheerenlanden (VTH-verordening) vastgesteld op 11 juni 2020. Deze verordening heeft betrekking op de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de wetten (onder andere de Wabo, Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Natuurbeschermingswet) voor wat betreft de taken die de gemeente zelf uitvoert als de taken die in mandaat worden uitgevoerd door bijvoorbeeld de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) uitvoert.
In de VTH-verordening is bepaald dat op de uitvoering en de handhaving van alle taken de landelijke kwaliteitscriteria van toepassing zijn. De gemeente vraagt de externe partners of zij voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria middels een verklaring. AMvB VTH Naast de wet VTH is er ook de zogenaamde AMvB VTH (Besluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving)), welke op 1 juli 2017 in werking is getreden. In deze AMvB wordt een vertaalslag gemaakt naar het Bor. Ook zijn procescriteria opgenomen voor vergunningverlening; Besluit omgevingsrecht In het BOR wordt onder meer invulling gegeven aan diverse bepalingen van hoofdstuk 5 (Uitvoering en handhaving) van de Wabo. In artikel 5.7 Wabo lid 1 staat dat in een AMvB regels worden gesteld over: 1. een strategische en programmatische uitvoering en handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten door de betrokken bestuursorganen; 2.
een onderling afgestemde uitoefening van bevoegdheden met betrekking tot de uitvoering en handhaving, bedoeld onder a, en de daarmee samenhangende werkzaamheden tussen de bij de handhaving betrokken bestuursorganen en de onder hun gezag werkzame toezichthouders alsmede over de afstemming van deze werkzaamheden op de werkzaamheden van de instanties die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten; 3. over de prioriteitstelling bij de uitvoering en handhaving voor zover die prioriteitstelling van bovenregionaal belang is. In artikel 7.2 lid 5 en 6 van het BOR staat dat het Uitvoerings- en handhavingsbeleid (voor zover handhaving en toezicht valt onder de Wabo) ten minste inzicht moet geven in: - de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering van de krachtens het eerste en tweede lid voorgenomen activiteiten; - de methodiek die de bestuursorganen gebruiken om te bepalen of de krachtens het eerste en tweede lid gestelde doelen worden bereikt; - de daarin opgenomen objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen, en - de werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen.
- de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden; 17
- de wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de krachtens het eerste en tweede lid gestelde doelen te bereiken; - de rapportage van de bevindingen van degenen die toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan die bevindingen wordt gegeven, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; - de wijze waarop bestuurlijke sancties alsmede de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; - de wijze waarop de bestuursorganen handelen na overtredingen die zijn begaan door of in naam van die bestuursorganen of van andere organen behorende tot de overheid. In artikel 7.1 van het BOR zijn de basistaken van de omgevingsdiensten beschreven. Voor deze basistaken die verplicht worden overgedragen aan een omgevingsdienst moet het Uitvoerings- en handhavingsbeleid bovendien regionaal zijn afgestemd. Bovenstaande verplichtingen gelden voor de activiteiten waarvan de handhaving verloopt via Hoofdstuk 5 van de Wabo (en bijvoorbeeld niet voor de activiteiten van artikel 2.2 Wabo (kapvergunningen etc.).
Overige wetten reikwijdte VTH-beleidsplan Hieronder volgt nog een opsomming van andere wetten die in relatie staan met de reikwijdte van dit beleid. Ook deze opsomming is geen uitputtende lijst. Bouwbesluit 2012 Het Bouwbesluit bevat de bouwtechnische voorschriften waaraan zowel de bestaande bouwwerken alsmede de nieuw te realiseren bouwwerken dienen te voldoen. Tevens wordt in het Bouwbesluit de verplichting tot het indienen van een sloopmelding dan wel een melding brandveilig gebruik geregeld en welke procedure beide meldingen dienen te doorlopen; Wet natuurbescherming (Wnb) Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet zijn opgegaan de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. In hoofdstuk 7 van deze wet is handhaving geregeld. In dit hoofdstuk staat onder andere welke bestuursorganen zijn belast met toezicht en handhaving. Er worden handhavingsinstrumenten genoemd en een koppeling gemaakt met de Wabo. Wet economische delicten (Wed) Een toezichthouder kan bij het constateren van bepaalde overtreding ook kiezen voor het strafrechtelijke spoor. In de wet economische delicten staan in artikel 1 en 1a veel verwijzingen naar wetsartikelen. Overtreding van die wettelijke artikelen is een delict in de zin van de Wet economische delicten (Wed). Ook in een lokale verordening kan een verwijzing staan naar de Wed.
De ODRU heeft eigen BOA’s m.b.t. de milieutaken. De BOA’s zijn dan bevoegd om strafrechtelijke bevoegdheden toe te passen bij het uitvoeren van hun toezicht. De BOA’s mogen ook een proces-verbaal opmaken en een sanctie aankondigen. Het OM beslist uiteindelijk of er daadwerkelijke tot vervolging wordt overgegaan en legt mogelijk een sanctie op. Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) Vanaf 1 juli 2008 is de Wro in werking getreden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) regelt hoe ruimtelijke plannen tot stand komen en welke bestuurslaag voor deze plannen verantwoordelijk is. Daarnaast regelt de Wro de verhoudingen in het ruimtelijk domein tussen de verschillende overheden en bestuursorganen in Nederland.
18
Wet milieubeheer (Wm) De Wet milieubeheer (Wm) regelt een groot aantal verschillende aspecten en wordt daarom wel als een raamwet beschouwd. De wet legt in grote lijnen vast welke wettelijke instrumenten er zijn om het milieu te beschermen en welke uitgangspunten daarvoor gelden. De nadere uitwerking op detailniveau wordt geregeld via AmvB’s en ministeriële regelingen. Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb) Sinds 2007 is in de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) geregeld dat overheden inzicht geven in welke beperkingen zij op eigendom hebben gelegd. Bijvoorbeeld het aanwijzen van een pand als gemeentelijk monument of het opleggen van een last onder bestuurdwang of dwangsom. Vanaf 1 januari 2021 kunnen inwoners, ondernemers en overige partijen alle informatie over beperkingen en bijbehorende brondocumenten bij één partij vinden: het Kadaster. Het doel van deze wet is om eenvoudig inzicht te geven in door de overheid opgelegde beperkingen op een stuk grond of een gebouw. Sinds 2007 regelt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) dat de burger inzicht heeft over welke beperkingen de overheid mogelijk heeft gesteld aan wat er met een huis of een stuk grond (onroerende zaak) gedaan mag worden, of waar de burger rekening mee moet houden.
Zowel het Rijk als provincies, waterschappen en gemeenten kunnen besluiten nemen waaruit de beperkingen voortvloeien op een perceel, huis of gebouw. Alle beperkingen zijn voor burgers te raadplegen via een kadastraal bericht, aan te vragen via internet bij het Kadaster. Echter de gemeentelijke beperkingenbesluiten (brondocumenten) zelf moet een burger nu nog bij de desbetreffende gemeente opvragen. Deze huidige vorm van de Wkpb bestaat nu ruim tien jaar en door betrokkenen wordt gesteld dat de Wkpb nooit tot wasdom is gekomen. Met het project Beter Kenbaar (gemeenten, Kadaster, ministerie van BZK) is een verbetering van de dienstverlening, een modernisering van de registratie en de aanlevering van de publiekrechtelijke beperkingen beoogd.
Nieuwe wetgeving Omgevingswet De komst van de Omgevingswet betekent dat er veel verandert. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. In de Omgevingswet staat de decentrale besluitvorming door de gemeente centraal. Gemeenten krijgen meer beleidsvrijheid en verantwoordelijkheid en meer mogelijkheden om lokale afwegingen te maken en rekening te houden met gezondheid en wensen van inwoners. Ook maakt de wet het mogelijk om beter in te spelen op actuele ontwikkelingen. De gemeenten krijgen hiervoor nieuwe (kern)instrumenten, die zij kunnen inzetten om hun doelen en ambities t.a.v. de fysieke leefomgeving te verwezenlijken, namelijk de omgevingsvisie, het programma en het omgevingsplan. Een omgevingsvisie is een strategische visie, met ambities en beleidsdoelen, voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De gemeente stelt voor het gehele grondgebied 1 omgevingsvisie vast. Het programma bevat de uitwerking van beleid en bevat maatregelen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving (omgevingswaarde). Er zijn verplichte (geluid en dreigende overschrijding van omgevingswaarden) en onverplichte programma’s. Het omgevingsplan neemt binnen de Omgevingswet een prominente rol in.
De gemeente kan de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving, zoals beschreven in de omgevingsvisie, concreter maken door die ook stevig juridisch vast te leggen. Het omgevingsplan bevat juridisch bindende regels
19
voor de gemeente en haar burgers en ondernemers. De regels kunnen betrekking hebben op de gehele gemeente of op slechts delen daarvan. Met de komst van de Omgevingswet per 1 juli 2022 (verwachte inwerkingtredingsdatum) moet een groot aantal rijksregels decentraal (in het omgevingsplan) worden geregeld, zoals verschillende milieuregels uit het Activiteitenbesluit. Deze specifieke rijksregels zijn opgenomen in de bruidsschat om te voorkomen dat er een juridisch gat ontstaat voor onderwerpen c.q. specifieke regels die tot het moment van inwerkingtreding landelijk geregeld werden, maar na inwerkingtreding van de Omgevingswet gedecentraliseerd zijn. Het Rijk verwacht namelijk niet van gemeenten om een omgevingsplan (waar deze onderwerpen voortaan in geregeld gaan worden) direct bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vast te stellen. De gemeente krijgt wel de verantwoordelijkheid voor deze regels. Tijdens een overgangsfase kunnen gemeenten keuzes maken over hoe én of deze tijdelijke regels worden opgezet. Onder de Omgevingswet zullen de algemene rijksregels minder vergunningplichten voor activiteiten bevatten. Voor de meest voorkomende activiteiten, zoals milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten, geldt nog steeds een plicht om een omgevingsvergunning aan te vragen. De wetgever heeft op rijksniveau voor zoveel mogelijk activiteiten algemene regels gemaakt.
Daardoor heeft de initiatiefnemer van een activiteit niet meer altijd toestemming nodig. Ten aanzien van de omgevingsvergunning wijzigt het volgende: 1. De reguliere procedure wordt standaard 2. De vergunning van rechtswege vervalt 3. Eén loket, gemeenten bij meervoudige aanvragen bevoegd gezag 4. Meldingen en aanvragen komen binnen via DSO, per mail of analoog 5. Nieuwe definities, begrippen en terminologie 6. Nieuwe aanvraagvereiste m.b.t. participatie 7. De ‘knip’ (en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, Wkb) 8. Omgevingsvergunning geen omgevingsdocument, wel verplichting na 5 jaar verwerken in het omgevingsplan 9. Nieuw toetsingskader inhoudelijke beoordeling en toezicht en handhaving. Invoeringsbesluit van de Omgevingswet Aangezien we het huidige VTH-beleid en de voorliggende bijlagenbundel al getoetst hebben aan het Invoeringsbesluit van de Omgevingswet, plaatsen we hieronder de relevante artikelen. Uiteraard gaan met de komst van de Omgevingswet de Wabo, wet VTH, het Bouwbesluit 2012, etc. ook over in de Omgevingswet. In artikel 13.6 wordt aangegeven waar met de uitvoerings- en handhavingsstrategie inzicht in moet worden gegeven. Deze elementen zijn gelijk aan de elementen uit het voormalige artikel 7.2, zesde en zevende lid, van het Besluit omgevingsrecht. 1. De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt in ieder geval inzicht in: 1.
de prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.5, eerste lid; 2. de methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen, bedoeld in artikel 13.5, eerste lid, worden bereikt; 3. de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet; en 4. de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet. 2. De handhavingsstrategie biedt ook inzicht in: a. de afspraken die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden; 20
b. de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden; c. de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties; d. de wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd; en e. de wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen die zijn begaan door of in naam van een bestuursorgaan of een andere tot de overheid behorende instantie. In artikel 13.7 wordt aangegeven welke elementen in ieder geval behoren tot de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt uitgeoefend (artikel 13.6, tweede lid, onder b). Deze elementen zijn afkomstig uit artikel 10.3 van de Regeling omgevingsrecht. 1. Tot de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden, bedoeld in artikel 13.6, tweede lid, onder b, behoort in ieder geval: a. de wijze waarop toezicht wordt voorbereid, uitgaande van een register waarin in ieder geval IPPC-installaties zijn opgenomen; b.
de frequentie waarmee routinematig toezicht wordt gehouden, waarbij die frequentie voor IPPC-installaties, afhankelijk van de milieurisico’s, het nalevingsgedrag en de aanwezigheid van een gecertificeerd milieuzorgsysteem, ten minste is: 1°. eenmaal per drie jaar bij beperkte milieurisico’s; en 2°. eenmaal per jaar bij grote milieurisico’s; en c. de termijn waarbinnen na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding niet-routinematig toezicht wordt gehouden, waarbij die termijn voor IPPC-installaties is: 1°. na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding: zo spoedig mogelijk en in voorkomend geval voor de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning; of 2°. na het vaststellen van een ernstige overtreding: in ieder geval binnen zes maanden. 2. Tot de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties, bedoeld in artikel 13.6, tweede lid, onder c, behoort in ieder geval: a. de termijn waarbinnen een rapportage wordt gedeeld met betrokkenen, waarbij die termijn voor rapportage met betrekking tot IPPC-installaties twee maanden is; en b.
de termijn waarbinnen en mate waarin een rapportage openbaar wordt gemaakt, waarbij die termijn voor rapportage met betrekking tot IPPC-installaties vier maanden is en de artikelen 19.3 tot en met 19.5 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing zijn. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Met de komst van de Wkb heeft het bevoegd gezag bij de toetsing van de aanvraag en het toezicht tijdens de bouw geen inhoudelijke rol meer met betrekking tot de bouwtechnische voorschriften en zal het bevoegd gezag niet meer toetsen of het aannemelijk is dat het bouwwerk hieraan voldoet. Dit wordt namelijk door marktpartijen gedaan. Het bevoegd gezag toetst nog wel aan welstand, ruimtelijke ordening en omgevingsveiligheid (zowel bij de toetsing van de aanvraag als tijdens de bouw). Daarnaast controleert het bevoegd gezag de risicobeoordeling die door een private partij geleverd wordt. Vervolgens blijft het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de toezicht op de bestaande bouw en eventuele handhaving. 1 juli 2022 is de beoogde inwerkingtreding. De nieuwe wet geldt dan eerst alleen nog voor een bepaald type bouwwerken (“Gevolgklasse 1, gedefinieerd in artikel 1:35 Bouwbesluit). Na 1 januari 2024 wordt de werking mogelijk uitgebreid tot alle nieuwe bouwwerken. 21
Bijlage 7: Evaluatie Integraal Handhavingsbeleid Inleiding In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de evaluatie van het “Handhavingsbeleid Vianen 2016-2018 ‘Oog voor leefbaarheid’”. Het geldende handhavingsbeleid was oorspronkelijk vastgesteld voor de gemeente Vianen en niet gericht op de gemeenten Leerdam en Zederik. Met ingang van 1 januari 2019 is dit beleid vanuit pragmatische overwegingen van toepassing verklaard op de hele gemeente Vijfheerenlanden. In dat beleid zijn de algemene beleidsuitgangspunten van de gemeente Vijfheerenlanden op het gebied van toezicht en handhaving geformuleerd. Het beleid beperkt zich tot toezicht en handhaving van de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zoals: bouwen, ruimtelijke ordening, milieu en brandveiligheid. Overige beleidsterreinen zijn buiten beschouwing gelaten. In deze evaluatie is zowel de beoordeling van de portefeuillehouders, juristen, toezichthouders/handhavers/vergunningverleners en beleidsadviseurs VTH van de gemeente opgenomen als van de provincie. Dit laatste in het kader van het Interbestuurlijk toezicht (IBT), de wettelijke taak die de provincie heeft op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente.
1. Evaluatie Handhavingsbeleid Dit evaluatieverslag is tot stand gebracht door de beleidsadviseurs VTH (milieu en bouwen). Allereerst zijn de beleidsdoelen en bijbehorende activiteiten uit het beleidsplan en bijbehorende documenten in een overzichtelijke structuur geplaatst. Vervolgens zijn documenten geanalyseerd en hebben interviews plaatsgevonden met de teams, portefeuillehouders en met de ODRU en VRU om te beoordelen in hoeverre de activiteiten zijn gehaald en daarmee de beleidsdoelstellingen uit het beleidsdocument zijn behaald. Relatie tot de Wabo Deze evaluatie is onderdeel van de wettelijk voorgeschreven beleidscyclus (‘Big 8’). Evaluatie beleidsdoelen De gemeente heeft 7 beleidsdoelen opgenomen in het handhavingsbeleid. Hieronder wordt aangegeven of deze behaald zijn of niet en wat de input is voor het nieuwe beleid. In het originele evaluatieverslag is de toelichting hierop terug te vinden. Het behouden en bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving, door structureel en volgens het vastgelegde beleid te handhaven. o Behaald o Meenemen in nieuw beleid Het bevorderen van de eenheid in uitvoering van de handhaving door het realiseren van een integrale en interactive aanpak. o Behaald o In- en externe partijen actief betrekken zodat dit nog meer bevorderd kan worden.
Het creeëren van draagvlak door onder andere het verbeteren van de in- en externe samenwerking en communicatie o Deels behaald o Eerst in gesprek gaan en het versimpelen van de brieven moet onderdeel worden van het werkproces. Het streven naar een uniforme en gelijke aanpak o Niet behaald o Duidelijk formuleren van beleid en bekend maken onder medewerkers Het programmamatisch, planmatig en cyclisch oppakken van het handhavingsbeleid o Behaald o Vergunningen en Milieu meenemen in het nieuwe beleid 22
Een heldere bestuurlijke regie op het terrein van toezicht en handhaving o Deels behaald o Meer aandacht aan tussentijdse evaluaties en aan milieu. Evaluatie van het Toets- en toezichtprotocol Bouwbesluit o Deels behaald o Aandacht voor het toezichtprotocol en de inwerkingtreding van de Wkb. Conclusie De in het voor Vijfheerenlanden van toepassing verklaarde Handhavingsbeleid Vianen 2016-2018 opgenomen beleidsdoelstellingen zijn geëvalueerd. Over het algemeen kan gesteld worden dat de nodige inspanningen zijn verricht om de beleidsdoelstellingen na te streven dan wel te verwezenlijken. Uit de interviews en documentenanalyse kan geconcludeerd worden dat: • het beleidsdocument specifiek opgesteld is voor de voormalige gemeente Vianen en minder of niet toegepast kon worden op situaties in Leerdam en Zederik; • door het personeelsverloop (vast- en inhuur) de doelstellingen uit het beleid niet consequent en eenduidig zijn toegepast of geïnterpreteerd; • dat vanaf de start van de nieuwe gemeente Vijfheerenlanden de werkzaamheden programmatisch, planmatig en cyclisch opgepakt zijn; • er veel tijd is geïnvesteerd om van drie verschillende administraties, rekening houdend met overdracht van taken, nieuwe automatiseringsprogramma’s et cetera, één VTH-organisatie te bouwen • het VTH-beleid voor bouwen en milieu nog teveel los van elkaar lijken te staan.
Verbetervoorstellen Op basis van bovenstaande conclusies worden onder andere onderstaande verbetervoorstellen voorgesteld. Deze zullen tezamen met de verbetervoorstellen die gedaan zijn bij de evaluatie van de beleidsdoelstellingen in acht genomen worden bij het gemeenteproof maken van het nieuw VTH-beleid. • Nieuwe sanctietabel maken want de huidige levert in de praktijk veel problemen op; • Het beleid volgens de planning- en controlcyclus van de ‘big 8’ te volgen. De strategische cyclus om de vier jaar evalueren en de operationele cyclus jaarlijks evalueren en programmeren in de vorm van een Jaarverslag /Uitvoeringsprogramma; • Instrumenten, strategieën, protocollen goed afstemmen zodat de beleidsdoelen van het college op een goed uitvoeringsniveau bereikt worden. • Monitoring en evaluatie is een continu proces. Vaststelling van het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag gebruiken als tussentijdse ijkpunten voor het resultaat en voor het beleid. • De gemeentelijke organisatie laten voldoen aan de meest actuele kwaliteitscriteria en de VTH-taken volgens de wet en het beleid op een adequaat niveau uitvoeren.
• Het VTH-proces verder te optimaliseren en meer sturen op de beschreven (of nog te beschrijven) processen en waar nodig verbeteren; • De kwaliteit van de interactie en communicatie met de inwoners verbeteren door de wijze van nalevingscommunicatie verder te ontwikkelen en intensiveren, brieven leesbaar maken voor de doorsnee aanvrager, omgevingsbewust, doelgroepgericht voor te lichten; • De samenwerking met de verschillende ketenpartners consolideren dan wel intensiveren.
23
2. Bevindingen en beoordeling VTH 2019 door IBT In het Interbestuurlijk toezicht (IBT) is geregeld dat de provincie toeziet hoe gemeenten hun taken uitoefenen. Dit doen zij door jaarlijks het VTH-beleid van de gemeente te evalueren. Het originele evaluatieverslag van de provincie is in bezit van de gemeente. Daaruit kwamen de volgende verbeterpunten: Rapportage en evaluatie 1. Voer periodiek een rapportage uit ten aanzien van het VTH-beleid voor RO, BWT en Milieu, stel deze vast en stuur deze ter informatie aan de gemeenteraad. Toelichting: Bij het op te stellen nieuwe beleid dient het huidige beleid (van de voormalige gemeenten Vianen) te worden geëvalueerd. Strategisch beleid 2. Actualiseer het beleid voor RO en BWT en stel beleid vast voor de Milieutaken (Beleid voor Milieu ontbreekt) gebaseerd op een actuele analyse van problemen, formuleer in dit beleid gemotiveerd welke “meetbare” doelen u zichzelf stelt en maak het beleid bekend aan de gemeenteraad. Toelichting: het huidige (verlengde) beleid ziet alleen op toezicht en handhaving voor RO- en bouwtaken. Het beleid moet dus worden geactualiseerd én uitgebreid ten aanzien van vergunningverlening en aanverwante taken én ten aanzien van milieutaken (zie ook verbeterpunt 4 over uniform VTH-beleid voor de basistaken).
Bij IBT is bekend dat de gemeente Vijfheerenlanden actief heeft meegewerkt aan een regionaal format, waarop het beleid van de gemeente Vijfheerenlanden wordt gebaseerd. 3. Maak in het te actualiseren beleid inzichtelijk welke afspraken u heeft gemaakt met andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, over de samenwerking bij en afstemming van de werkzaamheden. 4. Stel uniform VTH-beleid vast voor de basistaken (inclusief een analyse van problemen en een prioritering) op minimaal het schaalniveau van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en stuur dit beleid ter informatie aan de gemeenteraad. Operationeel beleid 5. Stel een nalevingsstrategie vast voor Milieu en maak deze bekend aan de gemeenteraad. Geef daarbij inzage in: a. Welke toezichtstrategieën worden gebruik om de doelen te bereiken. b. Hoe wordt omgegaan met overtredingen begaan door de eigen organisatie of andere overheidsorganen. c. De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de krachtens het eerste lid gestelde doelen te bereiken (toezichtstrategie). d. De rapportage van de bevindingen van degenen die toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan die bevindingen wordt gegeven. Programma en organisatie 6.
Stel het uitvoeringsprogramma voor RO en BWT, dat voor het uitvoeringsjaar 2019 op 20 augustus 2019 en voor het uitvoeringsjaar 2020 op 31 maart 2020 is vastgesteld, eerder vast zodat bij aanvang van het nieuwe jaar de uitvoering kan plaatsvinden volgens een actueel programma en rekening kan worden gehouden met de conclusies en aanbevelingen uit het jaarverslag. 7. Stel het uitvoeringsprogramma van de ODRU jaarlijks tijdig, voor aanvang van het nieuwe jaar, vast en maak voor het uitvoeringsprogramma van de ODRU ook gebruik van de in regionaal verband ontwikkelde productbladen. 8. Maak de personele en financiële middelen, die nodig zijn voor het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, inzichtelijk en waarborg deze in de begroting. Toelichting: Het alleen inzicht geven in de beschikbare personele en financiële 24
middelen is onvoldoende, er moet ook inzicht worden gegeven in de benodigde middelen. 9. Stem de uitvoeringsprogramma’s voor RO, BWT en Milieu af met de organen die belast zijn met strafrechtelijke handhaving (politie, OM). Voorbereiding, uitvoering en monitoring 10. Zorg voor meer inzicht in de aanwezige werkprocessen en procedures voor RO, BWT en Milieu zodat duidelijk is hoe wordt gewerkt en op welke manier het toezicht en de uitvoering van de bestuurlijke sancties is vastgelegd. Conclusie De verbeterdoelstellingen uit onze eigen evaluatie en de evaluatie van het IBT nemen we mee in de missie, visie en doelstellingen in het VTH-beleidsplan. In het uitvoeringsprogramma worden specifieke acties geformuleerd bij de verschillende doelstellingen. Ook hier komen specifieke acties naar voren uit deze evaluaties.
25
Bijlage 8: Bestuurlijk- en beleidskader 8.1. Coalitieakkoord 2019-2022 In het Coalitieakkoord ‘Sterk in verscheidenheid’ maakt het college op hoofdlijnen de volgende keuzes bekend die mede leidend zijn bij het uitvoeren van taken die vallen binnen de reikwijdte van dit beleidsplan: Kerngericht werken en overheidsparticipatie o Wij respecteren de verschillen tussen de diverse kernen en wijken o Kerngericht werken is de norm Wonen o Door woningbouw blijven onze kernen en voorzieningen vitaal Verkeer en openbare ruimte o Onze openbare ruimte is schoon, heel en veilig Duurzaamheid o Vijfheerenlanden is een duurzame gemeente o In iedere kern pakken we de energietransitie op o Wij maken klimaatadaptatie onderdeel van ons beleid Dienstverlening o Met onze digitale dienstverlening zijn we ‘bij de tijd’ Ruimtelijke ontwikkeling o Door de invoering van de Omgevingswet geven we meer ruimte aan initiatieven o Ons platteland blijft leefbaar en vitaal Strategische visie o Wij pakken onze doelstellingen samen met onze partners op
8.2. Programmabegroting 2021 Het Coalitieakkoord 2019-2022 ‘Sterk in verscheidenheid’ is verwerkt en uitgewerkt in de Programmabegroting 2021 waarin het volgende is opgenomen: Vijfheerenlanden is dichtbij Als gemeente willen wij echt ‘de eerste overheid’ zijn. Dichtbij en ten dienste van onze inwoners. Wij vinden het belangrijk dat onze inwoners bij ons terecht kunnen. Fysiek in onze drie locaties, maar ook telefonisch en digitaal via de website of met emailcontact. Vijfheerenlanden pakt haar rol als strategisch partner op lokaal en regionaal niveau Veel van onze speerpunten en de maatschappelijk opgelegde opgaven overstijgen de grenzen van onze gemeente. Samenwerking is de sleutel om het gewenste effect te kunnen bereiken. Het Interbestuurlijk Programma (IBP) legt de basis voor samenwerking. Het is zaak dat wij onze doelstellingen voldoende onder de aandacht blijven brengen bij onze partners van bijvoorbeeld de Regio U10 en de Regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden. Hierdoor kunnen wij synergie bereiken bij het realiseren van onze doelstellingen. Participeren in regio’s is des te belangrijker omdat de planningshorizon van belangrijke overheidsprogramma’s vaak ver in de toekomst ligt. Vijfheerenlanden is financieel gezond Vijfheerenlanden is gevormd vanuit een situatie van drie financieel gezonde gemeenten.
Hierdoor hebben we een financieel gezonde basis met een gemiddeld structureel sluitende begroting. Hierbij kijken wij niet alleen naar de inkomstenkant, maar ook naar de uitgavenkant. Wij hebben bijzondere aandacht voor risicomanagement en de ontwikkeling van onze grondexploitaties.
26
8.3. Ontwikkelingen Er komen diverse ontwikkelingen op de gemeente af die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de VTH-taken. Deze ontwikkelingen hebben wij onderverdeeld in juridische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen en organisatorische ontwikkelingen en deze worden hieronder verder uitgewerkt.
8.3.1 Juridische ontwikkelingen Wet kwaliteitsborging voor het bouwen In mei 2019 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) door de Eerste Kamer aangenomen. Inwerkingtreding van de wet zal bij koninklijk besluit worden bepaald. Dit kan voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan op verschillende tijdstippen worden vastgesteld. Door deze wetswijziging wordt een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen geïntroduceerd. Dit betekent dat bouwpartners zelf de kwaliteitsborging dienen te regelen en daarbij zelf maatregelen moeten nemen zodat aan het Bouwbesluit 2012 wordt voldaan. De gemeente beoordeelt als bevoegd gezag niet meer direct op deze aspecten maar wel op de ruimtelijke ordening, omgevingsveiligheid en de welstand van het te realiseren bouwwerk. Op 17 januari 2019 is een bestuursakkoord gesloten tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en de VNG over de implementatie en invoering van de wet. Het akkoord regelt de rol van de gemeente na invoering van de wet en bevat afspraken over de voorwaarden voor inwerkingtreding. Het akkoord gaat uit van invoering per 1 januari 2022, tegelijk met de Omgevingswet. De invoering is inmiddels uitgesteld tot 1 juli 2022. Die invoering zal gefaseerd plaatsvinden. Er wordt gestart met de seriematige nieuwbouw.
Het eindbeeld van het Rijk is dat uiteindelijk alle categorieën bouwwerken overgaan naar de private sector. Afhankelijk van de precieze vorm waarin de voorstellen worden doorgevoerd, leidt dit op middellange termijn tot consequenties voor de gemeente. Met de invoering van de Omgevingswet zal zowel beleidsmatig als op het niveau van de uitvoering hierop worden ingespeeld. Via de jaarlijkse verslaglegging zal de gemeenteraad hierover worden geïnformeerd. Omgevingswet De Omgevingswet is een fundamentele herziening van het omgevingsrecht en huidige wetgeving. Volgens planning zal de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking treden. In de Omgevingswet zullen alle wettelijke bepalingen, besluiten en regelingen opgaan die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De wet heeft als maatschappelijke doelen (artikel 1.3 Omgevingswet) het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Gemeenten, provincies en waterschappen krijgen binnen de Omgevingswet meer ruimte om hun eigen beleid te bepalen. Het bestuur van de provincie stelt daartoe een omgevingsvisie en omgevingsverordening vast.
Het bestuur van de gemeente wordt eveneens uitgenodigd om een omgevingsvisie op te stellen, met daarin het gewenste resultaat voor de fysieke leefomgeving. Vervolgens is er voor de gemeente de opdracht om gebiedsdekkende omgevingsplannen, met functietoedeling en met regels voor activiteiten op te stellen. Mede in aansluiting op de omgevingsplannen worden toezichtsen handhavingsinstrumenten ingezet. Dit nieuwe stelsel voor de fysieke leefomgeving heeft meerdere gevolgen voor de taakuitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De gemeente bereidt 27
zich daar via een implementatieprogramma op voor. In dit implementatieprogramma is ook de samenwerking met de Utrechtse partners opgenomen. Voor het vergunningverleningsproces en de dienstverlening heeft de inwerkingtreding van de Omgevingswet aanzienlijke gevolgen. Een belangrijk aspect is dat de duur van de vergunningenprocedure sterk wordt ingekort; alle aanvragen moeten in principe via de reguliere procedure binnen 8 weken worden afgehandeld. Ook de wijze waarop vergunningaanvragen getoetst worden verandert. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Bij vergunningaanvragen waar meerdere overheden regels voor stellen, wordt er één bevoegd gezag aangewezen als coördinator van het afhandelingsproces. Dit zal meestal de gemeente zijn. De Omgevingswet gaat uit van een gelijkwaardige informatiepositie voor alle betrokkenen, waaronder de initiatiefnemer. Dit houdt in dat de geldende regels begrijpelijk ontsloten moeten worden en dat er zaakgericht gewerkt moet worden. Op die manier kunnen initiatiefnemers het vergunningverleningsproces volgen. Verder wordt participatie bij een vergunningaanvraag verplicht. Deze eis verplicht initiatiefnemers om informatie te verschaffen over de wijze waarop de belangen van belanghebbenden zijn gehoord en hoe het resultaat daarvan is verwerkt in het plan.
Dit alles vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. In het geval van een complexe aanvraag zal dat naar verwachting niet binnen 8 weken kunnen worden doorlopen. In samenwerking met de Utrechtse partners nemen we deel aan pilots om via het model van de Omgevingstafel een uitgebreider vooroverleg in te richten dat het begeleiden van een aanvraag Omgevingswetproof maakt. De inzet is dat het vooroverleg zich afspeelt via de Omgevingstafel en voordat de formele vergunningaanvraag wordt ingediend en de afhandeltijd van 8 weken gaat lopen. Aan de Omgevingstafel komen (in een of meerdere sessies) de initiatiefnemer en alle betrokkenen bij elkaar. Het initiatief wordt dan besproken vanuit de gedachte om het mogelijk te maken. Vanuit de gemeente en de ketenpartners kunnen bestuurlijke prioriteiten en randvoorwaarden zoals de energietransitie (energiebesparing en -opwekking) aan de orde worden gesteld. De Omgevingstafel levert de initiatiefnemer een integraal advies op, waarmee hij de vergunningaanvraag kan opstellen en indienen. Daarna kan de vergunning in acht weken worden afgehandeld.
De voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet wordt in de regio Utrecht door de verschillende partijen (provincie, gemeenten, omgevingsdiensten, waterschappen) gezamenlijk opgepakt onder de titel Regiosamenwerking Omgevingswet. Er zijn twaalf werkgroepen ingesteld, waaronder de werkgroepen ‘VTH Uitvoeringsstrategie’ en ‘meervoudige vergunningverlening’. Gemeente Vijfheerenlanden is in diverse werkgroepen vertegenwoordigd. De (voorlopige) resultaten zijn meegenomen bij het opstellen van dit VTH beleidsplan.
28
Figuur 2 Regiosamenwerking m.b.t. de Omgevingswet
Gezondheidsbeleid Gezondheidsbeleid is al een gemeentelijke taak maar wordt met de komst van de Omgevingswet belangrijker. Een van de hoofddoelen van de Omgevingswet is om gezondheid een plek te geven binnen de fysieke leefomgeving. Want de fysieke leefomgeving heeft invloed op de gezondheid van burgers. De inrichting van de omgeving kan hiertoe bijdragen. Denk bijvoorbeeld aan: een gezondere leefomgeving (bijvoorbeeld levensloopbestendig wonen, meer bewegen, sociale veiligheid, ontmoeten, groen, gezonde lucht, geluidkwaliteit); het verminderen van gezondheidsverschillen. De Omgevingswet biedt gemeenten en provincies daarvoor de mogelijkheid om expliciet en vroegtijdig gezondheid en (fysieke) veiligheid te betrekken bij ruimtelijke planvorming en beslissingen. Bijvoorbeeld door vergunningen te weigeren vanwege ernstige gezondheidsrisico’s (artikel 5.32 Ow). De vraag is nog hoe dat precies gedaan moet worden. Met dit VTH-beleidsplan en de ontwikkeling van omgevingsplannen en het opdoen van ervaringen met de Omgevingstafel starten we met de invoering van dit nieuwe aspect van het gezondheidsbeleid.
8.3.2 Maatschappelijke ontwikkelingen Polarisatie en mondigheid van de burger De maatschappij en omgeving veranderen. In een complexere samenleving neemt de culturele, economische en etnische diversiteit toe, dit kan leiden tot polarisatie en individualisering. Daarbij worden burgers en ondernemers steeds ‘mondiger’ en weten zij de gemeente steeds beter te vinden. Enerzijds kan dit leiden tot meer handhavingsverzoeken, anderzijds tot een grotere behoefte aan participatie. Burgers nemen regelmatig zelf en samen het initiatief om de vormgeving van hun leefomgeving en andere maatschappelijke belangen ter hand te nemen. De overheid kiest er dan ook voor om meer en meer te ‘dereguleren’. De verantwoordelijkheid van de inwoners wordt daarmee groter. In lijn met de Omgevingswet vraagt dit om een andere rol van VTHmedewerkers. Ondermijning Ondermijning is een steeds groter thema in de landelijke en lokale politiek en verschijnt op vele agenda’s in het publiek domein. De aanpak van ondermijning is al langer geen 29
exclusieve taak van de politie en het Openbaar Ministerie. Een effectieve aanpak van ondermijning vraagt om een georganiseerde (lokale) overheid die alle middelen en instrumenten inzet die ze tot haar beschikking heeft. De aanpak die de gemeente hierbij hanteert staat beschreven in de Beleidsregels Wet Bibob gemeente Vijfheerenlanden. Ontwikkelingen milieu De stikstofproblematiek heeft door een uitspraak van de Raad van State grote gevolgen voor onder meer woningbouw, aanleg van nieuwe snelwegen en de landbouw. Er is een handelingskader opgesteld aan de hand van het advies van het RIVM over risicogrenzen voor PFOS, PFOA en GenX (stofgroep PFAS). Met lokaal beleid blijft het voor decentrale bevoegde gezagen mogelijk om beargumenteerd af te wijken van de landelijke norm. Duurzaamheid In de maatschappij krijgt verduurzaming veel aandacht, ook binnen Vijfheerenlanden is dit een belangrijk uitgangspunt. Op 4 februari 2021 heeft de gemeenteraad het Samenhangend duurzaamheidsbeleid vastgesteld. In het beleid staan drie duurzaamheidsthema’s centraal: 1. Energiek en verantwoord 2. Circulair en schoon 3. Klimaatbestendig en biodivers. Woningbouwopgave De druk op de woningmarkt in de provincie Utrecht is hoog. Om te zorgen dat huidige en toekomstige inwoners van de provincie woningen kunnen vinden, moet er veel worden gebouwd de komende dertig jaar.
Samen met de gemeenten, corporaties en ontwikkelaars kan de provincie Utrecht ervoor zorgen dat deze woningen betaalbaar, toekomstbestendig en bereikbaar zijn. De gemeente Vijfheerenlanden heeft op 16 juli 2020 de woonvisie vastgesteld. Wij zetten ons in op een duurzaam en solidair leefklimaat. De Woonvisie beschrijft op hoofdlijnen waar Vijfheerenlanden naar oe wil de komende jaren op het gebied van wonen, passend binnen de ambities zoals die zijn neergelegd in de regionale samenwerkingsverbanden U16, en de netwerksamenwerking Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Het aantal huishoudens blijft de komende jaren toenemen. In totaal gaat het voor de periode 20202040 om een extra behoefte van ruim 3.860 woningen. Onrechtmatige bewoning recreatieparken De gemeente heeft ook te maken met onrechtmatige bewoning van recreatieparken. Hiervan is sprake als het woongebruik in strijdig is met de recreatieve bestemmingsvoorschriften. De gemeente heeft hiervoor apart beleid opgesteld (zie Beleidsregels tegengaan permanente bewoning recreatieverblijven in bijlage 26). Veel onrechtmatige bewoners van deze parken zijn arbeidsmigranten. De gemeente is, net als andere Nederlandse gemeente nog op zoek naar een permanente oplossing voor de huisvesting van deze laatste doelgroep.
8.3.3 Organisatorische ontwikkelingen Digitale dienstverlening In het coalitieakkoord is expliciet de ontwikkeling van de digitale dienstverlening genoemd. De uitgangspunten met betrekking tot dienstverlening zijn: Vijfheerenlanden is dichtbij Het gaat hierbij primair om onze inwoners en bedrijven en wat zij op welk moment nodig hebben. Welke accommodaties hier voor nodig zijn, is een afgeleide van die behoefte. ‘Dichtbij’ betekent ook dat wij de kwaliteit van onze communicatie verbeteren. Wij stellen een ‘versimpelteam’ in om de kwaliteit van onze schriftelijke communicatie te verbeteren. Met onze digitale dienstverlening zijn we ‘bij de tijd’ Om de dienstverlening op peil te brengen en te houden, investeren wij de komende jaren bijna € 1 miljoen extra in digitale dienstverlening. Het uitgangspunt hierbij is 30
‘de basis op orde’. We streven er niet naar om koploper te zijn, maar willen voor wat betreft digitale dienstverlening wel leveren wat onze inwoners en bedrijven redelijkerwijs van hun gemeente mogen verwachten. Waar mogelijk hebben we hierbij oog voor deregulering. We sluiten aan op (wettelijk verplichte) landelijke voorzieningen. Ook wil de gemeente Vijfheerenlanden toegerust zijn op het werken met en leveren aan het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). De gemeente is een informatieintensieve organisatie met een primaire focus op dienstverlening. Daarom zijn wij afhankelijk van een goed werkende informatievoorziening en systemen, waarbij inwoners erop moeten kunnen vertrouwen dat hun gegevens in goede handen zijn bij de gemeente (AVG-wetgeving).
31
Bijlage 9: Omgevingsanalyse Vijfheerenlanden Algemeen De gemeente Vijfheerenlanden is ontstaan op 1 januari 2019 door een fusie van de gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. Vijfheerenlanden is een landelijke en groene gemeente, centraal gelegen in het land, gelegen op het overgangsgebied van het veengebied van westNederland (Het Groene Hart) en het oostelijk rivierengebied. Het is een mix van vijf oostwest lopende stroomruggen met klei-op-veen gebieden daartussen, omgeven door Figuur 3 Plattegrond van de gemeente Vijfheerenlanden oeverwallen van de Lek en de Linge en van kleinere veenstroompjes als de Laak (Lakerveld) en de Lede (Leerbroek). Wat bewoning betreft kent het gebied een lange geschiedenis, de bewoning gaat deels (in ieder geval in Zijderveld) zelfs terug tot voor de jaartelling. De geschiedenis is zichtbaar in het landschap de verschillende steden, dorpen en kleine kernen. De gemeente vindt het belangrijk om recht te doen aan deze rijke historie. Specificatie per gebied Gemeente Vijfheerenlanden bestaat uit verschillende gebieden met elk hun eigen karaktereigenschappen. Het is niet meer vanzelfsprekend dat de gemeente de belangrijkste rol speelt in het behouden van de kwaliteit van de leefomgeving in deze gebieden.
Ondernemers, bewoners, organisaties, beheerders van natuurgebieden en het Waterschap zijn medeverantwoordelijk en bepalen met de gemeente de leefbaarheid, de kwaliteit van de leefomgeving en veiligheid van bouwwerken. Hieronder volgt een omgevingsanalyse per gebied. Landelijk gebied Het uitgebreide landelijk gebied is een belangrijk kenmerk van Vijfheerenlanden. Bij het agrarisch natuur- en landschapsbeheer heeft van oudsher de agrarische sector een grote rol. Het gebied is divers, door de ligging deels op oeverwallen en deels op veengebieden. Deze tegenstellingen zijn zichtbaar in het landschap en zorgen er voor dat zowel veeteelt als akkerbouw en fruitteelt in het gebied mogelijk zijn. Het huidige intensieve grondgebruik, de afname van de biodiversiteit en natuur vragen om een andere benadering. De gemeente wil hierbij graag samen optrekken met de agrarische ondernemers en natuurorganisaties om deze omslag op een verantwoorde manier te maken. In het westelijke deel van Vijfheerenlanden is het gebied onderhevig aan bodemdaling. De bodemdaling zet in door onder meer oxidatie van het veen. Hierbij komt veel CO2 vrij. Deze uitstoot draagt ook bij aan de klimaatveranderingen. Daarnaast leidt de bodemdaling tot schade aan huizen en infrastructuur. De bodemdaling moet daarom worden geminimaliseerd. De gronden zullen hiervoor moeten vernatten.
De gemeente wil grondgebruik dat past bij de bodem en streeft naar klimaatslimme landbouw.
32
Steden, dorpen en kleine kernen Gemeente Vijfheerenlanden bestaat uit zestien verschillende woonkernen. Elk van deze kernen heeft een eigen identiteit en karakter. Dit maakt onze gemeente tot een afwisselend geheel, waar iedereen een omgeving kan vinden die bij hem past. De grotere kernen, Vianen en Leerdam (met respectievelijk ca. 19.000 en 17.000 inwoners) hebben een passend voorzieningenniveau met winkels, horeca en cultuur. In de kleinere kernen vindt men meer ruimte en rust. De bewoners van het buitengebied kunnen op korte afstand gebruik maken van de voorzieningen, zoals onderwijs, sport en medische zorg, in de (nabij gelegen) dorpen of steden. Kleinschaligere voorzieningen dichterbij en grootschaligere voorzieningen op meer centraal gelegen plaatsen, maar altijd binnen redelijke reisafstand. De aanwezigheid van een ontmoetingsplaats per kern vindt de gemeente belangrijk. Verkeer en vervoer De gemeente Vijfheerenlanden is gelegen in en nabij de driehoek van de autosnelwegen A15, A2 en A27. De belangrijkste verbindingen tussen de kernen in de gemeente zijn de provinciale wegen N484 (verbinding A2), N848 (verbinding A15) en de N327 (verbinding A2). Door de nabijheid van de snelwegen is het aantal verplaatsingen per auto in de gemeente Vijfherenlanden hoog en is er sprake van doorgaand verkeer.
De verkeersstructuur is hier ook op (in)gericht: de diverse plaatsen in de gemeente zijn over het algemeen direct verbonden met de snelwegen en/of oeververbindingen van de rivieren. De gemeente Vijfheerenlanden wordt door verschillende openbaarvervoersdiensten ontsloten zoals de bus, de trein, de fietsveer en voetveer. Er zijn verschillende buslijnen, onder meer in de richting van Gorinchem, Culemborg, Utrecht, Oosterhout, Breda en Rotterdam. In Vianen is een groot regionaal busstation te vinden. Leerdam is gelegen aan de MerwedeLingelijn, de spoorlijn tussen Geldermalsen en Dordrecht. Het aanwezige fietsknooppuntennetwerk dekt nagenoeg het gehele recreatieve fietsnetwerk in de gemeente. De utilitaire fietsroutes (woon-werkroutes) zijn met name aanwezig in de kernen. De mobiliteitsvisie wordt naar verwachting in februari 2021 door de raad vastgesteld. Industrie- en bedrijfsterreinen Er zijn drie gezoneerde bedrijventerreinen in Vijfheerenlanden: de glasfabriek in Leerdam, de kaasfabriek in Schoonrewoerd en het industrie/bedrijventerrein de Hagen/de Biezen in Vianen. Daarnaast zijn er de bedrijventerreinen Gaasperwaard in Vianen, Nieuw Schaik in Leerdam ligt en kennen de kernen Meerkerk, Ameide en Lexmond hun eigen terreinen. De huidige bedrijventerreinen van Vijfheerenlanden zijn nagenoeg vol maar de vraag naar bedrijfspercelen blijft hoog.
In een op te stellen visie op bedrijfsterreinen zal deze ruimtebehoefte onderbouwd worden en de uitbreidingsmogelijkheden worden benoemd. In de visie zal ook aandacht worden besteed aan het verduurzamen van onze bedrijfsterreinen. Wateren en groenvoorzieningen De gemeente maakt deel uit van het waterhuishoudkundige gebied AlblasserwaardVijfheerenlanden, dijkring 16 en 42. Het historisch gebied Vijfheerenlanden wordt aan drie kanten begrensd door een waterkering. Deze waterkeringen zorgen voor lage overstromingskansen van de gemeente Vijfheerenlanden. Met Rijkswaterstaat en het Waterschap Rivierenland wordt nauw samengewerkt om de veiligheid van de waterkeringen te monitoren en indien nodig te versterken. Groene aders langs wegen, fietspaden en waterlopen zijn belangrijke ecologische verbindingen. Deze groene en blauwe verbindingen zorgen voor een toename en verspreiding van biodiversiteit. Daarnaast zorgen deze verbindingen dat populaties, zoals bijvoorbeeld herten, marters en amfibieën, uit verschillende gebieden met elkaar kunnen mengen. Deze verbindingen zijn belangrijk en barrières in de verbindingen moeten worden voorkomen. 33
Blauwe en groene verbindingen zijn van belang in het landelijke en in het stedelijk gebied. Daarnaast helpen ze om de leefomgeving meer klimaatbestendig te maken. Voldoende groen en bomen verlagen de temperatuur in dorpen en steden. De blauwe verbindingen kunnen extra water opvangen bij heftige buien en het water vasthouden voor tijden van droogte. Ook de aanwezigheid van water zorgt voor meer koelte in de kern bij warme zomers. Specificatie per taakveld Specificatie Milieu Binnen het bedrijvenbestand waarvoor de gemeente bevoegd gezag is, zijn drie IPPCbedrijven, 16 tankstations (waarvan 9 met LPG- installatie) en enkele grotere industriële bedrijven. Binnen de gemeente zijn tevens 5 vuurwerkverkoop- en opslagpunten aanwezig, waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Het aantal provinciale bedrijven bedraagt vijf, waarvan één BRZO-bedrijf. Specificatie Bouwen en wonen & Ruimtelijke ordening In de gemeente Vijfheerenlanden worden jaarlijks ongeveer 600 omgevingsvergunningen aangevraagd. Hiervan hebben ongeveer 300 aanvragen betrekking op bouwen en ongeveer 150 op ruimtelijke ordening. De overige aanvragen hebben betrekking op brandveilig gebruik, sloop, houtopstanden, in- en uitritten en reclame.