Verordening Sociaal Domein 2025 gemeente Venray (getekend)
Tekst van het document
3.4.7.4 Een vervoersvoorziening
4. Als het dienstverband al is gestart bij de aanvraag,
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
kan de gemeente de werkgever maximaal 6
1. De gemeente kan een inwoner een vervoers-
maanden een vaste maandelijkse loonkostensubsidie
voorziening toekennen, als de inwoner door haar
toekennen van 50% van het wettelijk minimumloon,
structurele beperking niet zelfstandig naar haar
in afwachting van vaststelling van de loonwaarde.
werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen.
5. De loonkostensubsidie aan de werkgever hangt
Deze vervoersvoorziening kan als product of dienst
af van de loonwaarde. Er wordt maximaal 70%
worden gegeven of in de vorm van een vergoeding
vergoed aan loonkostensubsidie (ook bij een
in geld.
loonwaarde lager dan 30%). Dit is inclusief
2. Als er een vervoersvoorziening van de werkgever
werkgeverslasten én vakantiegeld. Er wordt geen
mogelijk is, maakt de medewerker daar
loonkostensubsidie verstrekt voor overwerk.
gebruik van. De gemeente brengt een eventuele
6. De gemeente stelt binnen 13 weken na ontvangst
reiskostenvergoeding vanuit de werkgever in
van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij lid 4 van
mindering op de vergoeding door de gemeente.
toepassing is.
3. De gemeente kan een vervoersvoorziening aanbieden als aan de volgende voorwaarden wordt
3.4.8.2 Opstapsubsidie
voldaan:
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
a. de inwoner kan door haar beperking niet
1. De gemeente kan een werkgever die een inwoner in
zelfstandig reizen of gebruikmaken van het
dienst neemt voor een korte periode opstapsubsidie
openbaar vervoer; en
geven. Dit doet de gemeente alleen in het kader
b. kan niet carpoolen; en
van maatwerk en dit naar het oordeel van de
c. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer.
gemeente noodzakelijk is. Opstapsubsidie is niet
De gemeente beoordeelt het nut en de noodzaak
mogelijk als de werkgever voor deze inwoner
van de specifieke vervoersvoorziening.
wettelijke loonkostensubsidie kan krijgen (zie artikel
4. Dit artikel is niet van toepassing op NUG-ers.
3.4.8.1) en niet in aanmerking komt voor andere vergoedingen voor het in dienst nemen van de
3.4.8 Financiële compensatie
inwoner.
3.4.8.1 Wettelijke loonkostensubsidie
2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
stimuleren inwoners die moeilijk aan het werk
1. De gemeente en/of de inwoner kan een verzoek
komen in dienst te nemen. Extra kosten die
doen om vast te stellen of er sprake is van een
werkgevers maken voor het begeleiden van deze
verminderde loonwaarde voor het ontvangen van
inwoners worden hiermee vergoed.
24
Werken en meedoen
3. De opstapsubsidie is maximaal 50% van het
worden ter beoordeling van een indicatie
Wettelijk minimumloon naar rato van de omvang
banenafspraak of een indicatie beschut werk.
van het dienstverband, tot maximaal € 500 per maand. De opstapsubsidie duurt maximaal 6
3.7 Tegenprestatie
maanden.
[PW, IOAW, IOAZ] 3.7.1 Doel van de tegenprestatie
3.5 Andere voorzieningen en vergoedingen
1. De gemeente kan een inwoner met een bijstandsuitkering een tegenprestatie opleggen,
[PW, IOAW, IOAZ]
als de gemeente dit een passende manier voor
1. De gemeente kan andere voorzieningen,
de inwoner vindt om iets terug te doen voor de samenleving.
waaronder ook de voorzieningen in de artikelen
2. De gemeente kan maatschappelijk nuttige
3.4.6.1 tot en met 3.4.6.5, inzetten als dat
activiteiten voor de samenleving inzetten als
nodig is om de kans op werk te vergroten en/
tegenprestatie.
of de belastbaarheid te verhogen. Deze andere
3. Het doel van de tegenprestatie is dat de inwoner
voorzieningen worden ingezet voor maximaal
zich voor het ontvangen van een bijstandsuitkering
6 maanden met de mogelijkheid om zo nodig te verlengen met 2 periodes van maximaal 6 maanden.
inzet voor de samenleving en/of de persoonlijke
Onderlinge afspraken over doelen, aanwezigheid,
ontwikkeling, zonder dat deze is gericht op
periode en inzet worden vastgelegd en bevestigd.
toeleiding tot de arbeidsmarkt of als onderdeel binnen een re-integratietraject.
2. De gemeente kan de kosten vergoeden die de inwoner moet maken bij deelname aan een voorziening of bij betaald of onbetaald werk. Dit
3.7.2 Voorwaarden tegenprestatie
kan de gemeente alleen doen, als de inwoner die
1. Bij het opleggen van een tegenprestatie houdt de
kosten niet op een andere manier vergoed kan
gemeente rekening met:
krijgen.
a. de persoonlijke ideeën, voorstellen en omstandigheden van de inwoner, zoals de
3. De gemeente kan op aanvraag inkomsten uit deeltijdwerk gedeeltelijk vrijlaten voor de
gezinssituatie, zorgtaken zoals mantelzorg,
bijstandsuitkering.
de duur van de werkloosheid en eventuele beperkingen;
4. De gemeente kan een uitstroompremie verstrekken
b. de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen
ter bevordering van duurzame uitstroom en
worden verricht door de inwoner;
compensatie van een eventuele armoedeval.
c. maatschappelijke activiteiten of vrijwilligerswerk
5. Voor inwoners die als zelfstandig ondernemer gaan
dat door de inwoner al wordt gedaan.
starten, is er een bijzondere regeling: het Besluit
2. Het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk
bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004). De gemeente kan de inwoner financieel ondersteunen,
nuttig zijn, maar waarvoor geen beloning kan
onder bepaalde voorwaarden.
worden gevraagd door de inwoner of de organisatie waar de tegenprestatie wordt uitgevoerd.
3.6 Ontheffing van arbeidsverplichtingen
3.7.3 Duur en omvang tegenprestatie
1. De gemeente kan besluiten om een inwoner tijdelijk
1. De tegenprestatie die de gemeente van de inwoner verwacht, duurt maximaal 6 maanden en maximaal
te ontheffen van de arbeidsverplichtingen. 2. Aanvullend op de wettelijke mogelijkheden om een
8 uur per week. Dit is om de volgende redenen:
ontheffing te verlenen, kan scholing zoals bedoeld
a. De tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten;
in artikel 3.4.5.1 aanleiding zijn voor een tijdelijke
b. De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing
ontheffing.
van werknemers en tot oneerlijke concurrentie.
3. Alvorens over te gaan tot beoordeling van het
2. Als de maatschappelijke activiteit bijdraagt aan
tijdelijk ontheffen van de arbeidsverplichtingen, kan de gemeente de inwoner ook een traject aanbieden
sociale activering en/of verkorten van de afstand tot
ter bevordering van diens belastbaarheid.
de arbeidsmarkt, kan de activiteit na afloop van de tegenprestatie als zodanig worden voorgezet. Dit na
4. Voor de beoordeling van een tijdelijke ontheffing van
instemming van de inwoner en de gemeente.
de arbeidsverplichtingen, kan de gemeente advies inwinnen bij derden, ook kan het UWV ingeschakeld
25
Verordening SD
3.8 Meedoen in de samenleving
inwoner. Dat wil zeggen dat het herstel ermee wordt
[Wmo, Jeugdwet, PW]
tegengewerkt.
1. De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners
5. Als de herstelgerichte ondersteuning eerder wordt
meedoen aan activiteiten in de samenleving. Door
beëindigd, ontvangt de gemeente een afrondende rapportage van de deskundige.
te werken doen inwoners mee aan de samenleving.
6. Als herstelgerichte ondersteuning is ingezet als
Maar inwoners kunnen ook op andere manieren meedoen. Daarom zijn er in de gemeente:
goedkoopst passende voorziening (zie artikel
a. plekken waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten,
2.3.2 lid 3) en een inwoner maakt hier zonder gegronde reden geen gebruik van, dan kan de
zoals verenigingen;
inwoner geen andere hulp-op-maat krijgen voor de
b. activiteiten die voor alle inwoners worden
ondersteuningsbehoefte waarvoor die voorziening is
georganiseerd; c. mogelijkheden om vrijwilligerswerk te doen; en
ingezet. De voorziening wordt daarmee beschouwd
d. maatschappelijke organisaties waar inwoners
als voorliggende voorziening ten opzichte van hulp-op-maat. Gegronde reden wil zeggen dat uit
terecht kunnen.
het advies van de deskundige blijkt dat er redenen
2. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf
zijn waardoor deelname niet mogelijk is.
verantwoordelijk om mee te doen. Een inwoner kan daar hulp bij nodig hebben, vanwege een beperking of een langdurig psychisch of
3.8.2 Individuele ondersteuning (hulp-op-maat)
psychosociaal probleem. Die inwoner kan aan de
[Wmo]
gemeente hulp vragen, als de inwoner zelf geen
Wmo-Ondersteuning is gericht op inwoners vanaf
oplossing kan vinden voor haar problemen. De hulp
18 jaar met een beperking of met (chronische)
kan verschillende vormen hebben. Gaat het om
psychische of psychosociale problemen. De Wmo-
hulp-op-maat, dan zijn er wel enkele voorwaarden.
ondersteuning vindt zoveel mogelijk plaats in de
Die zijn te vinden in artikel 2.3.2. De hulp moet
eigen leefomgeving van de inwoner. Voorliggende
daarnaast langdurig nodig zijn. Hieronder staat
voorzieningen en ondersteuning in de sociale
welke hulp-op-maat door de gemeente kan worden
omgeving zijn voor deze inwoner (nog) niet voldoende
ingezet.
passend. Wmo-ondersteuning is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie
3.8.1 Herstelgerichte ondersteuning
van de inwoner. Deze Wmo-ondersteuning heeft als
[Wmo, PW, jeugdwet]
doel om bijvoorbeeld praktische vaardigheden te
1. Om te voorkomen dat inwoners minder zelfstandig
stimuleren die nodig zijn in het dagelijks leven. Maar
worden, richt de gemeente zich ook op andere
ook om de eigen regie en zelfredzaamheid van de
vormen van ondersteunen van inwoners. Er is
inwoner te vergroten en de inwoner maatschappelijk te
aandacht voor de verbetering van zelfstandigheid
laten meedoen. De verschillende vormen van Wmo-
van inwoners in hun eigen leefomgeving. De
ondersteuning zijn bedoeld om de eigen kracht en
ondersteuning is gericht op verbetering van de
mogelijkheden van de inwoner te vergroten.
situatie van de inwoner in plaats van het inzetten van een voorziening of ondersteuning waarbij
3.8.3 Vervoer in de eigen omgeving
zaken worden overgenomen. Herstelgerichte
[Wmo, Jeugdwet]
ondersteuning kan een passende oplossing zijn voor
1. De inwoner kan in aanmerking komen voor een
een hulpvraag.
vervoersvoorziening, als zij door een beperking in de mobiliteit onvoldoende contact met anderen kan
2. Een inwoner kan in aanmerking komen voor herstelgerichte ondersteuning, als uit deskundig
hebben of noodzakelijke activiteiten niet kan doen.
advies blijkt dat herstelgerichte ondersteuning een
De inwoner wordt dan geholpen bij het vervoer dichtbij huis.
passende voorziening is.
2. Het moet gaan om het:
3. Herstelgerichte ondersteuning kan op zichzelf staand worden geïndiceerd, maar kan ook gecombineerd
a. zich verplaatsen rondom de woning en/of
worden met andere hulp-op-maat, als uit het
b. zich verplaatsen over ten hoogste 20 kilometer
deskundig advies hiervoor de noodzaak blijkt.
van de woning met een omvang van maximaal 1500 kilometer tot 2000 kilometer per jaar en/of
4. Andere hulp-op-maat wordt niet ingezet wanneer
c. vervoer specifiek bedoeld naar een locatie in
uit het advies van de deskundige blijkt dat die
verband met Wmo-ondersteuning.
voorziening(en) anti-revaliderend werken voor de
26
Werken en meedoen
3.9 Inburgeren
3. De gemeente wil graag dat collectief taxivervoer beschikbaar en betaalbaar blijft voor inwoners die
3.9.1 Kernpunten van het inburgeringstraject
dat nodig hebben. Daarom kijkt de gemeente eerst
De gemeente heeft een centrale rol in de begeleiding
of een vervoersprobleem opgelost kan worden met
en ondersteuning van de inburgeringsplichtigen.
collectief taxivervoer. Zo ja, dan kan de inwoner
Hierbij gelden de volgende kernpunten:
gebruik maken van collectief taxivervoer via
a. De gemeente zorgt ervoor dat de
Omnibuzz.
inburgeringsplichtige zo snel mogelijk kan starten
4. De inwoner betaalt een eigen bijdrage per zone, als
met het inburgeringstraject (tijdigheid);
de inwoner gebruikt maakt van Omnibuzz.
b. De inburgeringsplichtige rondt het inburgeringstraject in beginsel binnen de termijn van
3.8.4 Rolstoel
3 jaar af. De gemeente let erop dat het traject niet
De inwoner die zich niet kan verplaatsen in en om de
langer duurt dan nodig is (snelheid);
woning, kan in aanmerking komen voor een rolstoel als
c. De gemeente zorgt ervoor dat iedere
deze noodzakelijk is voor dagelijks zittend gebruik.
inburgeringsplichtige een passend traject kan volgen (maatwerk);
3.8.5 Sportvoorziening
d. De inburgeringsplichtige combineert zoveel mogelijk
1. De inwoner die door een beperking niet kan
activiteiten gericht op het leren van de Nederlandse
sporten zonder een aangepaste sportvoorziening,
taal met activiteiten gericht op meedoen aan de
kan eens in de 3 jaar in aanmerking komen voor
maatschappij (dualiteit);
een financiële tegemoetkoming als bijdrage in de
e. De gemeente stelt eisen aan de kwaliteit van het
aanschaf en het onderhoud van de aangepaste
aanbod en zorgt ervoor dat die kwaliteit en de
sportvoorziening.
continuïteit gewaarborgd is (kwaliteit).
2. Deze bijdrage wordt 1 keer per 3 jaar verstrekt en bedraagt maximaal €2.500. 3.8.6 Aanpassing of vervanging voorziening Als een vervoermiddel of een rolstoel aangepast of vervangen moet worden, dan doet de gemeente dit alleen, als de: a. normale afschrijvingstermijn is afgelopen; of b. voorziening onbruikbaar is geworden en dat niet veroorzaakt is door de inwoner; of c. voorziening geen oplossing meer is voor de hulpvraag van de inwoner.
27
Verordening SD
4 Gezond en veilig opgroeien Jongeren moeten zo gezond en veilig mogelijk opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ouders, de jongeren en van hun netwerk. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op ondersteuning door de gemeente. Deze hulp wordt zo vroeg mogelijk geboden. Zo kan het beroep op gespecialiseerde hulp worden beperkt. Bij het geven van hulp staat de eigen kracht van ouders en jongeren voorop. De hulp sluit hierbij aan en vergroot het probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving. Bij het bieden van hulp houdt de gemeente rekening met het geloof, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jongere en de ouders. Met jongeren bedoelen we in deze verordening kinderen en tieners tot 18 jaar, en in bepaalde situaties tot 23 jaar.
Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:
Inwoners zijn in de eerste plaats (als het mogelijk is) zelf verantwoordelijk om hun eigen doelen te realiseren en zetten zich daar ook voor in.
De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun hulpvraag bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (de omgeving). De ondersteuning vanuit de gemeente is gericht op de intrinsieke motivatie van de inwoner en er wordt gehandeld vanuit vertrouwen.
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving.
Gemeente Venray normaliseert, versterkt de toegang tot ondersteuning en werkt samen met (zorg)aanbieders.
4.1 Vrij toegankelijke hulp [Jeugdwet] 1. De gemeente zet zich ervoor in dat jongeren
3. Beschikbare vrij toegankelijke voorzieningen zijn
zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen
in ieder geval
opgroeien. Om dat te bereiken biedt de gemeente
a) Jeugd- en jongerenwerk;
hulp aan die vrij toegankelijk is. De inwoner kan
b) Peuterspeelzalen;
van die hulp gebruik maken, zonder besluit van de
c) Lichte opvoedondersteuning en opvoedadvies;
gemeente. Ook heeft de inwoner geen verwijzing
d) Trainingen ter vergroting van de sociale
nodig van een huisarts, een medisch specialist of
weerbaarheid/zelfredzaamheid;
een jeugdarts.
e) Huiswerkbegeleiding;
2. De gemeente zorgt ervoor dat signalen over opgroei-
f) Gezinscoaches;
en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden
g) Wijkteams;
opgevangen en dat daarbij ook zo vroeg mogelijk
h) Veilig thuis;
hulp wordt geboden.
i) Crisisdienst voor spoedeisende jeugdhulp;
28
Gezond en veilig opgroeien
h. Beschermd wonen (17+);
j) Kindertelefoon;
i. Vervoer.
k) Clientondersteuning;
3. De gemeente zorgt voor de inzet van jeugdhulp
l) Vertrouwenspersoon.
die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig
4.2 Hulp-op-maat
vindt om een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclasseringsmaatregel te kunnen uitvoeren.
[Jeugdwet]
4. De inwoner kan gebruik maken van Veilig Thuis. Dit
1. Als vrij toegankelijke hulp niet voldoende is, kan de gemeente hulp-op-maat aanbieden. Deze hulp
advies- en meldpunt biedt 24 uur per dag dagen
is niet vrij toegankelijk. De inwoner heeft daarvoor
per week advies en ondersteuning aan iedereen die
een besluit van de gemeente nodig of een verwijzing
direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld
door een jeugdarts, een huisarts, een medisch
en/of kindermishandeling. Het advies-en meldpunt is
specialist, of een gecertificeerde instelling.
te bereiken via telefoonnummer 0800-2000 (gratis) of via www.veiligthuisnml.nl.
2. De gemeente kan in ieder geval de volgende voorzieningen aanbieden, als het nodig is:
4.3 Overgang van 18- naar 18+
a. Opname vervangende behandeling en verblijf
[Jeugwet]
met behandeling;
1. De gemeente zorgt ervoor dat jongeren die
b. Wonen: i. Pleegzorg;
jeugdhulp krijgen, ondersteund blijven worden als
ii. Gezinshuizen;
ze 18 jaar worden, en die ondersteuning nodig blijft.
iii. Zelfstandig wonen training;
Dat wil zeggen dat de gemeente zorgt voor een plan
iv. Kleinschalige woongroepen;
voor de jongere op alle belangrijke leefgebieden.
v. Een logeerplek, om tijdelijk een jongere of het
2. Dit plan besteedt in ieder geval aandacht aan de
gezin te ontlasten;
volgende onderwerpen:
c. Dagbesteding/dagbehandeling: i. Ernstig meervoudige beperking en
•
Scholing, werk of participatie;
•
Wonen;
•
Inkomen;
ii. Terug naar school;
•
Zorg en ondersteuning;
iii. Duurzame daginvulling;
•
Vrije tijd;
•
Het netwerk van de jongere.
opgroeiproblematiek het jonge kind;
d. Ambulante hulp: i. Ambulant duurzaam en perspectief 1+2;
3. Jeugdhulp kan in bepaalde gevallen worden
ii. Jeugd-GGZ;
verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat de
iii. Ernstig enkelvoudige Dyslexie;
jongere 23 jaar wordt. Er is een aantal voorwaarden
iv. Vaktherapie;
voor verlengde jeugdhulp. Deze hulp kan alleen
e. Jeugdbescherming;
worden ingezet als:
f. Jeugdreclassering;
a. de jongere al voor haar 18e levensjaar jeugdhulp
g. Jeugdzorgplus;
kreeg, er geen andere wet is die voorliggend is
29
Verordening SD
en de gemeente voortzetting noodzakelijk vindt;
Als voorwaarde wordt gesteld dat in overleg tussen
b. na beëindiging van de jeugdhulp (die was
gemeente, jongere, gezinshuisouder(s) en indien
begonnen voor het 18e levensjaar) binnen een
betrokken, de behandelverantwoordelijke, een
half jaar de gemeente vaststelt dat hervatting
perspectief voor de toekomst is vastgesteld.
van de jeugdhulp noodzakelijk is;
4.4 Afstemming met andere vormen van hulp
c. voor de leeftijd van 18 jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is;
[Jeugdwet]
d. de jeugdhulp wordt ingezet in het kader van een strafrechtelijke beslissing of jeugdreclassering.
De gemeente zorgt ervoor dat de hulp aansluit bij
4. Pleegzorg wordt ingezet tot de dag dat de jongere
andere vormen van hulp die aan de jongere of haar
21 jaar wordt als:
ouders wordt gegeven. Om dat te bereiken kan
a. de pleegzorg was begonnen vóór het bereiken
de gemeente afspraken maken met hulpverleners, instellingen, onderwijs, zorgverzekeraars en andere
van de leeftijd van 18 jaar; of b. de pleegzorg die was begonnen vóór het bereiken
personen of organisaties. Die afspraken kunnen onder
van de leeftijd van 18 jaar binnen een termijn
andere gaan over:
van een half jaar na beëindiging wordt hervat.
•
c. De pleegzorg is na 18 jaar vrijwillig en stopt
procedures die gelden bij doorverwijzing naar hulp;
wanneer de jongere heeft aangegeven hiervan
•
communicatie met andere organisaties;
geen gebruik te willen maken.
•
afbakening van taken en verantwoordelijkheden;
•
een goede aansluiting tussen vrij toegankelijke
5. Verblijf in een gezinshuis wordt ingezet tot de dag
hulp en hulp-op-maat.
dat de jongere 21 jaar wordt, tenzij: a. de jongere dat zelf niet wil;
De afspraken kunnen worden vastgelegd in een plan of
b. en/of de gezinshuisouder(s) niet instemmen;
in een andere geschikte vorm
c. en/of voor alle partijen (inclusief de jongere) duidelijk is dat de jongere andere passende hulp nodig heeft en die hulp ook beschikbaar is; d. en/of de jongere voldoet aan de criteria van de Wlz.
30
Wonen in een veilige en gezonde omgeving
5 Wonen in een veilige en gezonde omgeving Inwoners met een beperking of langdurige psychische of psychosociale problematiek kunnen problemen hebben bij het gebruik van hun woning of bij het voeren van het huishouden. Als inwoners zulke problemen niet zelf kunnen oplossen, kan de gemeente hen helpen. Welke hulp dat kan zijn, wordt in dit hoofdstuk uitgelegd. De gemeente kan ook helpen, als inwoners met een beperking niet goed voor zichzelf kunnen zorgen en als inwoners opvang of hulp bij het (zelfstandig) wonen nodig hebben. Ten slotte speelt de gemeente een rol bij het ondersteunen van mantelzorgers. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die de gemeente op grond van de Wmo aan al deze inwoners kan geven.
Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:
Inwoners zijn in de eerste plaats (als het mogelijk is) zelf verantwoordelijk om hun eigen doelen te realiseren en zetten zich daar ook voor in.
De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun hulpvraag bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (de omgeving). De ondersteuning vanuit de gemeente is gericht op de intrinsieke motivatie van de inwoner en er wordt gehandeld vanuit vertrouwen.
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving.
Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft).
Gemeente Venray zet in op vitale inwoners en een sterke omgeving.
Inwoners worden zoveel mogelijk thuis en in hun eigen wijk geholpen.
31
Verordening SD
5.1 Hulp-op-maat
5.2 Zelfstandig en veilig wonen
[Wmo]
Voor de inwoner die voldoet aan de voorwaarden
1. Het is belangrijk dat inwoners zo lang mogelijk
uit artikel 5.1 zijn in bepaalde gevallen de volgende
zelfstandig kunnen wonen, de normale dagelijkse
voorzieningen beschikbaar: Geschikte woning
activiteiten kunnen doen en een huishouden
(woonvoorziening) voor inwoners met een aantoonbare
kunnen voeren. Dat is in de eerste plaats een
beperking.
verantwoordelijkheid van de inwoner zelf. Het kan
1. De inwoner met een aantoonbare beperking
zijn dat een inwoner hulp nodig heeft, vanwege een
kan in aanmerking komen voor een verbouwing,
beperking of door een langdurig psychisch of een
een (tijdelijke) woonunit of een hulpmiddel om de
psychosociaal probleem. Die inwoner kan aan de
woning goed te kunnen gebruiken, als:
gemeente hulp vragen als zij zelf geen oplossing
a. het normale gebruik van de woning niet mogelijk
kan vinden voor haar problemen. De hulp kan
is door de beperking van de inwoner; en
verschillende vormen hebben. Gaat het om hulp-op-
b. verhuizing naar een geschikte woning niet
maat, dan zijn er wel enkele voorwaarden. Die zijn
mogelijk is of duurder is dan de verbouwing of
te vinden in artikel 2.3.2. De hulp moet daarnaast
het hulpmiddel.
langdurig nodig zijn. Als de inwoner hulp bij het
c. De woning wordt voor de inwoner bereikbaar,
(zelfstandig) wonen of opvang nodig heeft, dan
toegankelijk en bruikbaar gemaakt.
moet de hulp van de gemeente eraan bijdragen
2. Als verhuizing voorgaat, dan kan de inwoner in
dat de inwoner zichzelf zo snel mogelijk weer kan
aanmerking komen voor een geldbedrag voor de
redden in de samenleving.
verhuizing en inrichting van een geschikte woning.
2. De gemeente geeft alleen hulp-op-maat als dat
Deze tegemoetkoming in de verhuiskosten is
nodig en passend is. De inwoner kan daarom in elk
€ 2.500.
geval geen hulp krijgen, als:
3. De inwoner kan geen woonvoorziening, (tijdelijke)
a. de inwoner haar problemen zelf of met behulp
unit of hulpmiddel krijgen in de volgende situaties:
van haar omgeving kan oplossen of verminderen
a. De belemmeringen die de inwoner in de woning
door haar dagelijks leven anders te organiseren
ervaart, zijn het gevolg van de materialen die in
en of gebruik te maken van algemene
de woning zijn gebruikt;
(gebruikelijke) voorzieningen.
b. De woonvoorziening is bedoeld voor aanpassing
b. het gaat om vervanging van een voorziening
van een gemeenschappelijke ruimte in een
die door de gemeente is verstrekt, en de normale
wooncomplex; c. Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw
afschrijvingstermijn is nog niet verstreken. Een vervangende voorziening is wel mogelijk, als: •
of renovatie zonder veel meerkosten
de eerder afgegeven voorziening onbruikbaar
meegenomen kunnen worden;
is geworden, en dat komt niet door toedoen •
d. De inwoner is verhuisd vanuit een woonruimte
van de inwoner, of
waar de inwoner geen problemen had bij het
de inwoner geheel of gedeeltelijk
normale gebruik van de woning en er was geen
tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten of •
belangrijke reden voor de verhuizing;
Als de eerder verstrekte voorziening niet
e. De inwoner is verhuisd naar een woning die niet
langer de oplossing biedt voor de inwoner.
de meest geschikte woning is om de beperkingen
c. de voorziening niet noodzakelijk was geweest
van de inwoner te verminderen of weg te nemen,
wanneer de inwoner rekening had gehouden
tenzij de gemeente daar toestemming voor heeft
met de aard, omvang en ontwikkeling van haar
gegeven;
beperkingen.
f. De belemmeringen die de inwoner ervaart,
d. De inwoner geen ondersteuning accepteert en/
zijn het gevolg van de bouwkundige of
of weigert mee te werken aan een (medisch)
woontechnische staat van de woning. Daaronder
onderzoek.
valt ook de toegankelijkheid van de woning;
e. De inwoner zich niet houdt aan de voorwaarden die
g. De noodzaak voor een woonvoorziening is het
samenhangen met de afgifte van het briefadres en
gevolg van achterstallig onderhoud aan de
het Grijs wonen-traject.
woning; h. De gevraagde voorziening is alleen maar gericht op renovatie of aanpassing aan de eisen van de tijd;
32
Wonen in een veilige en gezonde omgeving
5.4 Hulp bij het (zelfstandig) wonen
i. De inwoner heeft haar hoofdverblijf niet of zal zijn hoofdverblijf niet hebben in de woning
1. De inwoner kan in aanmerking komen voor
waarvoor de woonvoorziening wordt gevraagd.
hulp bij het (zelfstandig) wonen, als de inwoner
j. De gevraagde voorziening betrekking heeft op
psychische en/ of psychosociale problemen heeft.
een woongebouw dat specifiek is bedoeld voor
Haar behandeling is afgerond of staat niet (meer)
inwoners met een beperking. Waarvan het
op de voorgrond. Het gaat niet om problematiek
‘normaal’ is dat het woongebouw voldoet aan de
die voortkomt uit een (acute) crisissituatie waarin
eisen om deze groep inwoners goed en adequaat
de gemeente nog geen noodzaak voor hulp bij
te laten wonen.
het (zelfstandig) wonen kan vaststellen. Daarvoor is de voorziening maatschappelijke opvang
5.3 Een schone en leefbare woning
beschikbaar (zie artikel 5.5).
1. De inwoner met een beperking die haar woning
2. De inwoner kan in aanmerking komen voor hulp bij het (zelfstandig) wonen, als andere vormen van
niet schoon en leefbaar kan houden, kan in
hulp-op-maat onvoldoende passend zijn.
aanmerking komen voor hulp bij het huishouden.
3. Hulp bij het (zelfstandig) wonen is trajectbegeleiding
2. Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan kan de hulp ook
in de thuissituatie van de inwoner die zelfstandig
bestaan uit het voor een korte periode overnemen
woont, gericht op het bevorderen, behouden
van de hulp die kinderen normaal gesproken moeten
of compenseren van de zelfredzaamheid en
bieden (gebruikelijke hulp). Deze hulp is vooral
meedoen. Beschermd Wonen biedt de inwoner
bedoeld om de periode tot er andere hulp is te
de mogelijkheid om 24 uur per dag hulp in te
overbruggen, of totdat de kinderen in staat zijn de
schakelen in een woning van een gecontracteerde zorgaanbieder.
gebruikelijke hulp (weer) te leveren.
4. De inwoner kan geen hulp-op-maat in de vorm
3. De hulp bij het huishouden zorgt voor het schoonmaken van het huis. Op basis van maatwerk
van Beschermd Wonen krijgen als de inwoner in
kan de gemeente besluiten dat de schoonmaakhulp
staat is om zelfstandig te wonen met ambulante
meer doet, zoals het klaarzetten van maaltijden of
ondersteuning. In dat geval is:
het helpen bij de was. Als het nodig is, ondersteunt
a. de inwoner in staat om zelf, of met hulp van haar
die hulp ook bij het organiseren van het huishouden.
sociale netwerk, tijdig de signalen te herkennen
Dat kan advies, instructie of voorlichting zijn. Dat
van het afnemen van haar psychische stabiliteit en/of een hulpvraag te signaleren, en;
helpt de inwoner om het huishouden zelfstandig uit
b. de inwoner in staat zichzelf en haar gedrag
te voeren.
dusdanig te begrenzen en te stabiliseren dat haar gedrag niet leidt tot overlast, agressie of schade aan het welzijn van de inwoner zelf en haar omgeving, maar heeft ondersteuning nodig om haar gedrag te reguleren, en; c. de inwoner in staat om zelf een hulpvraag te signaleren en uit te stellen naar de volgende dag en dan ondersteuning af te roepen als de inwoner dat wenst.
33
Verordening SD
5.5 Maatschappelijke opvang
5.6.1 Ondersteuning mantelzorger
1. Maatschappelijke opvang bestaat uit ‘grijs’
1. De inwoner die mantelzorg ontvangt kan in
wonen of opvang in een trajecthuis of een verblijf
aanmerking komen voor respijtzorg als deze niet
in het Domus-huis. De inwoner kan in aanmerking
vanuit een voorliggende voorziening of andere
komen voor tijdelijke (maatschappelijke) opvang,
wetgeving wordt verstrekt. Respijtzorg is het
als:
logeren in een accommodatie van een instelling of
a. de inwoner dakloos is en opvang nodig heeft,
in een logeergezin (maximaal 104 etmalen per jaar).
omdat zij zich niet op eigen kracht kan redden
Respijtzorg heeft als doel het tijdelijk ontlasten
in de samenleving. Dat komt door psychische of
van de mantelzorger of diens omgeving, of om ontsporing van de situatie te voorkomen.
psychosociale problemen; of
2. De mantelzorger kan voor (specialistische) vragen
b. er sprake is van huiselijk geweld.
op het gebied van mantelzorg terecht bij het
2. De opvang is erop gericht, dat de inwoner zich weer
Steunpunt mantelzorg.
kan redden in de samenleving. De opvang wordt
3. De gemeente kan naast bovengenoemde vormen
pas aangeboden, als andere voorzieningen niet
van ondersteuning besluiten ook andere vormen van
geschikt zijn om dat doel te bereiken.
ondersteuning te bieden aan mantelzorgers.
5.6 Mantelzorg Inwoners die ziek zijn of een beperking hebben,
5.6.2 Mantelzorgwaardering
worden vaak geholpen door familieleden, vrienden
De gemeente waardeert de inzet van
of kennissen. Deze hulp wordt mantelzorg genoemd
mantelzorgers. De mantelzorger kan jaarlijks
als de hulp langdurig en onbetaald wordt gegeven en
éénmalig een mantelzorgwaardering aanvragen. De
verder gaat dan wat gebruikelijk is tussen mensen.
mantelzorgwaardering bedraagt minimaal €130,00.
Degene die deze hulp geeft is de mantelzorger.
De mantelzorgwaardering is bedoeld voor de
Mantelzorg is maatschappelijk van groot belang voor
mantelzorger(s) van de inwoner (hulpvrager) die in de
een leefbare samenleving en sociale samenhang. De
gemeente woont.
gemeente wil zorgen voor huidige en toekomstige mantelzorgers in Venray en hen passende
5.6.3 Mantelzorgwoning
ondersteuning bieden.
De gemeente kan inwoners die een mantelzorgwoning willen realiseren, ondersteunen. Een mantelzorgwoning is tijdelijke woonruimte op het erf van een inwoner, die is bedoeld om goede mantelzorg mogelijk te maken. De mantelzorgwoning kan bewoond worden door de mantelzorger of door de inwoner die mantelzorg ontvangt. De ondersteuning houdt in dat beoordeeld wordt of er sprake is van een mantelzorgsituatie waardoor een inwoner in aanmerking komt voor het vergunningsvrij plaatsen van een mantelzorgwoning.
34
Vervoer naar school
6 Vervoer naar school Ieder kind heeft recht op passend onderwijs. In sommige gevallen is de afstand naar de school groot. Mogelijk sluit een school in de buurt onvoldoende aan bij de levensovertuiging van ouders of kan het kind wegens haar beperking niet zelfstandig naar school reizen. Ouders kunnen dan in bepaalde gevallen een beroep doen op leerlingenvervoer. In dit hoofdstuk staat beschreven hoe ouders door de gemeente ondersteunt worden bij het vervoer van hun kind naar school.
Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:
De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun hulpvraag bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (de omgeving). De ondersteuning vanuit de gemeente is gericht op de intrinsieke motivatie van de inwoner en er wordt gehandeld vanuit vertrouwen.
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving.
Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft).
6.1 Hulp-op-maat
6.2 Onderzoek
[Llv]
1. De gemeente onderzoekt of ouders in aanmerking
1. Ouders zijn er zelf verantwoordelijk voor dat hun
komen voor een vervoersvoorziening. Als dat zo
kinderen naar school gaan. Ouders kunnen bij de
is gaat de gemeente na welke voorziening er
gemeente een aanvraag doen voor hulp bij het
nodig is. De gemeente onderzoekt dan met welk
vervoer van hun kind van de woning naar school.
vervoersmiddel het kind kan reizen en welke route naar school de kortste veilige route voor het kind
2. De hulp van de gemeente heet een vervoersvoorziening. Het kan gaan om
is. Ook gaat de gemeente na of er begeleiding nodig
vergoeding voor reiskosten of om aangepast
is bij het reizen.
vervoer dat wordt geregeld door de gemeente,
2. Voor het bepalen van de route naar school maakt
zoals een taxibusje. Het kan zijn dat ouders van
de gemeente gebruik van een professionele
kinderen op de basisschool een deel van de kosten
routeplanner. De gemeente berekent wat de kortste afstand is van de woning van het kind naar school.
zelf moeten betalen. Dat is de eigen bijdrage en
3. Gaat het kind naar een basisschool, dan
wordt toegelicht in artikel 6.5.1. 3. Als ouders een vervoervoorziening krijgen en het
onderzoekt de gemeente in bepaalde gevallen ook
kind wordt meerderjarig en is handelingsbekwaam,
hoe hoog het inkomen van de ouders is. Dat is
dan wordt de vervoersvoorziening niet langer
nodig om te bepalen of ouders een eigen bijdrage
aan ouders verstrekt. Het kind kan dan zelf in
moeten betalen.
aanmerking komen voor een vervoersvoorziening, als zij aan de voorwaarden voldoet.
35
Verordening SD
6.3 Voorwaarden
4. Ouders krijgen geen vergoeding voor het vervoer
1. De gemeente verstrekt een vervoersvoorziening
van hun kind, als het kind meereist met een andere
aan ouders voor hun kind dat in de gemeente
ouder die van de gemeente een vergoeding krijgt
Venray verblijft, en;
voor het vervoer van haar eigen kind.
a. Minimaal 4 jaar oud is, dat speciaal onderwijs
5. De gemeente verstrekt aan ouders een vergoeding
volgt; en
voor de reiskosten van een begeleider, als hun kind
b. Naar de basisschool of een speciale school voor
begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school
basisonderwijs gaat, of speciaal onderwijs of
en de ouders voor dit kind een vervoersvoorziening
voortgezet onderwijs volgt; en
krijgen. De ouders moeten wel overtuigend hebben
c. Vanwege een langdurige beperking niet
aangetoond, dat het kind niet zonder begeleiding
zelfstandig met het openbaar vervoer (OV)
met het OV of de fiets kan reizen. Ouders zijn
of met de fiets kan reizen, maar begeleiding of
verantwoordelijk voor de begeleiding van het kind.
aangepast vervoer nodig heeft.
Indien zij dit niet zelf kunnen, dienen zij zelf te
2. Gaat het kind niet naar de dichtstbijzijnde school
zorgen voor een alternatief.
van dezelfde onderwijssoort, dan komen ouders 6.3.1 Bijzondere regeling voor weekend- en
alleen voor een vervoersvoorziening naar de verder
vakantievervoer
weg gelegen school in aanmerking als: a. De dichtstbijzijnde school vol is, of als
De gemeente verstrekt ouders van een kind dat
b. De ouders in een brief aangeven dat ze ernstig
speciaal onderwijs volgt en daarom in een internaat of
bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs
pleeggezin verblijft, een vervoersvoorziening voor:
of de richting van de dichter bij gelegen
a. Het weekendvervoer van hun kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de
bijzondere school. 3. Met toegankelijke school wordt in dit hoofdstuk
ouders en terug, behalve als de weekenden vallen in
bedoeld:
een schoolvakantie.
a. Een school die het soort onderwijs geeft dat het
b. Het vakantievervoer van hun kind van het internaat
kind nodig heeft, vanwege haar lichamelijke of
of pleeggezin naar de woning van de ouders en
psychische situatie, en
terug, eenmaal per schoolvakantie van 2 dagen of
b. Van de gewenste levensbeschouwelijke of
meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van
godsdienstige richting is, of het openbaar
de school worden genoemd.
onderwijs, en c. Waar plaats is voor het kind.
36
Vervoer naar school
6.4 Zelfstandigheid/zelfredzaamheid
3. De gemeente betrekt bij de beoordeling van
1. Om een aanvraag goed te kunnen beoordelen
een aanvraag voor een vervoersvoorziening de
wordt er rekening gehouden met de zelfstandigheid
Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) zoals is
en zelfredzaamheid van een kind en ouders.
vastgesteld door het samenwerkingsverband. 4. Als aan de voorwaarden is voldaan, stemt de
2. Wanneer een kind de leeftijd van 9 jaar bereikt, kan de gemeente in overleg met ouders en het kind en
gemeente de vervoersvoorziening af op de
in samenhang met het ontwikkelingsperspectief
goedkoopste manier van reizen.
een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan
a. Als het kind naar school kan fietsen (eventueel met begeleiding), dan krijgen de ouders een
opstellen. Hierin staan de mogelijkheden beschreven om te werken naar zelfstandig reizen naar school.
vergoeding voor het gebruik van een fiets.
3. In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan de
b. Kan het kind niet fietsen naar school, ook niet
gemeente ondersteuning bieden om zelfstandigheid
met begeleiding, dan kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het OV.
en zelfredzaamheid van het kind te bevorderen.
c. Als het kind in aanmerking komt voor
6.5 Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening
aangepast vervoer, dan kunnen ouders daarvan gebruikmaken voor het vervoer van hun kind.
1. De gemeente bepaalt de vervoersvoorziening
d. Ouders kunnen het kind ook zelf vervoeren, als
aan de hand van de afstand tussen de woning
de gemeente toestemming geeft. 5. Het kind komt in aanmerking voor aangepast
of de opstapplaats en de dichtstbijzijnde toegankelijke school. De afstand tussen woning
vervoer, in de volgende gevallen:
of opstapplaats en de dichtstbijzijnde toegankelijke
a. Het kind is met het OV meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd met aangepast vervoer
school bedraagt meer dan 6 kilometer.
van teruggebracht worden tot 50% van de
2. Gaat het om een speciale school voor basisonderwijs, dan wordt de vervoersvoorziening
reistijd met het OV. b. OV naar school ontbreekt en het kind kan
vastgesteld over de afstand tussen de woning van het kind en
niet met de fiets naar school (ook niet met begeleiding).
a. De dichtstbijzijnde toegankelijke speciale
c. Het kind kan niet begeleid worden door de
school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de school waar
ouders of anderen, of begeleiding heeft grote
het kind vandaan komt, of;
nadelen voor het gezin en een andere oplossing is niet mogelijk.
b. Een andere speciale school voor basisonderwijs in
d. Het kind heeft langdurige beperkingen
dat samenwerkingsverband, als het vervoer naar
waardoor zij niet met het OV kan reizen (ook niet
die school voor de gemeente minder zou kosten
met begeleiding).
dan het vervoer naar de dichtstbijzijnde speciale
e. Het kind is op 1 augustus van het lopende
school voor basisonderwijs.
schooljaar (de peildatum) jonger dan 10 jaar. 6. Als een begeleider meerdere kinderen begeleidt, dan vergoedt de gemeente de reiskosten van 1 begeleider. 7. Bestaat de vervoersvoorziening uit een vergoeding voor de reiskosten, dan is de hoogte van die vergoeding afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde voor het kind toegankelijke school. De reisafstand wordt bepaald via de kortste route op basis van een professionele routeplanner. 8. De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoersmiddel wordt berekend op basis van een kilometervergoeding voor dat vervoersmiddel, afgeleid van de laatst bekende reisregeling binnenland. 9. Als ouders meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoeren, dan verstrekt de gemeente eenmaal de
37
Verordening SD
kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de
Inkomen
laatste bekende reisregeling binnenland.
(schooljaar 2024-2025)
10.De gemeente houdt bij het vaststellen van de vervoersvoorziening rekening met andere (gedeeltelijke) vergoedingen voor de reiskosten die ouders voor het kind ontvangen. Die andere vergoedingen trekt de gemeente af van de vergoeding die de gemeente geeft. Bij aangepast vervoer brengt de gemeente dan een bedrag bij de ouders is rekening. 11.De gemeente kan bij het verstrekken van een vervoersvoorziening een opstapplaats aanwijzen van waaruit het kind gebruikt maakt van de
Eigen bijdrage
€ 0 tot € 39.500
Niets
€ 39.500 tot € 46.500
€ 185
€ 46.500 tot € 54.000
€ 815
€ 54.000 tot € 60.500
€ 1.510
€ 60.500 tot € 69.500
€ 2.215
€ 69.500 tot € 76.000
€ 2.970
€ 76.000 – voor elke € 5.000 erbij
€ 710
vervoersvoorziening. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en bij de opstapplaats begeleid wordt. 12.De opstapplaats bevindt zich op een veilige en
2. Jaarlijks, met ingang van 1 januari van het nieuwe
beschutte locatie en op een redelijke loopafstand
jaar, worden de inkomensbedragen en de hoogte
van de woning van het kind. Een reistijd naar de
van de eigen bijdrage aangepast aan de wijziging
opstapplaats van dertig minuten wordt als redelijk
die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ten opzichte van
geacht. 13.Er wordt door de gemeente geen opstapplaats
1 januari van het voorgaande jaar. Rekenkundig
aangewezen als door ouders wordt aangetoond dat
wordt dit afgerond op een veelvoud van €500,-
begeleiding van het kind door henzelf of anderen
3. De gemeente stopt de vervoersvoorziening als
tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en
ouders de eigen bijdrage niet (langer) betalen aan
andere oplossingen niet mogelijk zijn.
de gemeente.
14.De gemeente wijst geen opstapplaats aan als
4. Voor ouders van kinderen die vanwege langdurige
het gebruik hiervan leidt tot hogere kosten dan
beperkingen niet zelfstandig met het OV kunnen
aangepast vervoer vanaf de woning van het kind.
reizen geldt de regeling in deze paragraaf niet. Zij betalen geen eigen bijdrage.
6.5.1 Bijzondere regeling vervoer naar basisschool
6.5.2 Drempelbedrag
1. Is de reisafstand naar de dichtstbijzijnde
1. Voor ouders van een kind in het basisonderwijs
toegankelijke basisschool meer dan 20 kilometer,
en speciaal basisonderwijs geldt boven een
dan betalen ouders de reiskosten voor een deel zelf
vastgestelde inkomensgrens een eigen bijdrage.
of helemaal zelf (eigen bijdrage). Als de gemeente
Deze eigen bijdrage is het drempelbedrag.
zorgt voor aangepast vervoer, dan betalen de ouders
2. Het drempelbedrag is een bedrag per kind.
de eigen bijdrage aan de gemeente. Als het kind op
3. Het drempelbedrag is niet van toepassing op
een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de
kinderen met een langdurige beperking.
eigen bijdrage afgetrokken van de vergoeding die de eigen bijdrage wordt per gezin per schooljaar
6.6 Ingangsdatum en duur van de vervoersvoorziening
berekend en hangt af van het inkomen van de
Een vervoersvoorziening gaat in op de datum die de
ouders in het peiljaar.
ouders aangeven. Deze datum mag niet liggen vóór
de ouders van de gemeente krijgen. De hoogte van
de datum waarop de gemeente de aanvraag heeft ontvangen. Voor aangepast vervoer geldt dat de vervoersvoorziening zo snel mogelijk na het besluit van de gemeente ingaat.
38
Lage inkomens en geldzorgen
7 Lage inkomens en geldzorgen De gemeente heeft een financieel vangnet voor inwoners die te weinig inkomen en vermogen hebben om de dagelijkse kosten te betalen: een maandelijkse bijstandsuitkering. Deze inwoners en andere inwoners met een lastige financiële situatie kunnen bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en tegemoetkomingen aanvragen. In dit hoofdstuk worden belangrijke extra’s geregeld. Voor een aantal extra’s wordt een inkomensgrens genoemd. Inwoners die in een vergelijkbare financiële situatie zitten als inwoners met een inkomen onder de inkomensgrens, kunnen vaak ook geholpen worden. Dat beoordeelt de gemeente per situatie. Daarnaast geven we enkele basisregels voor de hulp die de gemeente kan bieden bij geldzorgen en/of financiële problemen.
Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:
De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun hulpvraag bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (de omgeving). De ondersteuning vanuit de gemeente is gericht op de intrinsieke motivatie van de inwoner en er wordt gehandeld vanuit vertrouwen.
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving.
De gemeente Venray bevordert preventie, een sterke omgeving en een duurzame uitstroom en voorkomt instroom.
Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft).
7.1 Armoedebeleid [PW, Wgs, Gemeentewet] De gemeente heeft als taak om armoede en schulden tegen te gaan. In deze paragraaf staat waar de gemeente rekening mee houdt bij het uitvoeren van die taak.
7.2 Wat wil de gemeente? 1. De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners met een laag inkomen en laag vermogen hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen in de samenleving. De gemeente neemt maatregelen om armoede en schulden te voorkomen (preventie).
39
Verordening SD
7.3 Voorzieningen voor lage inkomens
2. De gemeente zet zich ervoor in, dat inwoners met een inkomen net boven de bijstandsnorm
[PW]
voldoende ondersteund worden, dat betaald werk
De gemeente kent verschillende voorzieningen voor
krijgen niet leidt tot een armoedeval en dat inwoners
lage inkomens, waaronder in ieder geval:
blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen.
a. Bijzondere bijstand
3. De gemeente wil inwoners graag helpen om
b. Tegemoetkoming eigen risico zorgverzekering
zelf een oplossing voor hun geldzorgen en/of
c. Meedoenbudget
financiële problemen te vinden. Als hulp nodig is,
d. Studietoeslag
kan de inwoner in eerste instantie terecht bij de
e. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
verschillende organisaties binnen het netwerk
f. Individuele inkomenstoeslag
Armoede. Als meer hulp nodig is, kan de gemeente
Voor zover in dit hoofdstuk geen regels hierover zijn
meer doen.
opgenomen, zijn in beleidsregels de uitgangspunten beschreven waarmee de gemeente rekening houdt.
4. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties, die vertegenwoordigd zijn
7.4 Individuele inkomenstoeslag
in het netwerk Armoede. De gemeente stimuleert
[PW]
initiatieven van inwoners om armoede te bestrijden
Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een
en schulden tegen te gaan.
laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering
5. De gemeente zorgt ervoor, dat voorzieningen
van hun inkomen, is de individuele inkomenstoeslag
voor lage inkomens op een eenvoudige manier
bedoeld. Dat is een extraatje waarmee het inkomen
aangevraagd kunnen worden, en waar mogelijk
wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke
automatisch worden toegekend.
inwoners de individuele inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden.
40
Lage inkomens en geldzorgen
7.4.1 Doelgroep voor individuele inkomenstoeslag
7.5 Schulddienstverlening
De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor
[Wgs]
de inwoner van 21 jaar of ouder, maar jonger dan
De gemeente heeft de taak om inwoners met
de Aow-leeftijd die voldoet aan de voorwaarden
geldzorgen en/of schulden te helpen. Inwoners kunnen
van artikel 36 van de Participatiewet en op de
daarom de gemeente om hulp vragen. De gemeente
aanvraagdatum:
helpt bij het vinden van een oplossing voor hun
a. een ononderbroken periode van 36 maanden:
geldzorgen en/of financiële problemen zoals schulden.
1. een inkomen heeft gehad dat lager is dan 110%
Hieronder staan de belangrijkste uitgangspunten van de
van de bijstandsnorm;
gemeente voor het geven van hulp.
2. geen vermogen hoger dan de vermogensgrens uit de Participatiewet heeft gehad; en
7.5.1 Samenwerking en toegang
b. geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.
1. De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners problematische
7.4.2 Hoogte van de toeslag
schulden krijgen.
1. De hoogte van de toeslag kan gevonden
2. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een
worden op www.venray.nl, wanneer u zoekt op
eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij
inkomenstoeslag. De inkomenstoeslag wordt per
geldzorgen, het vinden van een oplossing voor
jaar in 1 bedrag uitbetaald en bedraagt:
schulden of ter voorkoming hiervan.
a. voor een alleenstaande: € 500,00 per jaar.
3. De gemeente informeert inwoners over de hulp
b. voor een alleenstaande ouder: € 640,00 per jaar.
die zij kan aanbieden en zorgt dat die hulp echt
c. voor gehuwden: € 710,00 per jaar.
beschikbaar is.
2. Voor gehuwden en samenwonenden geldt dat als
4. De gemeente sluit geen enkele inwoner bij voorbaat
1 van de partners op de aanvraagdatum geen recht
uit van hulp. Een uitzondering op deze regel is de
op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag van
inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft.
een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt. Het
5. De gemeente benadert inwoners actief, zodra andere
gaat om situaties, waarbij de partner uitgesloten is
organisaties schulden melden bij de gemeente.
van de individuele inkomenstoeslag op grond van artikel 11 en 13, eerste lid, van de Participatiewet.
7.5.2 Schulddienstverlening
3. De bedragen uit dit artikel worden jaarlijks
1. De gemeente zorgt ervoor dat een inwoner die hulp
aangepast. Ze volgen de ontwikkelingen van de
kan krijgen bij het oplossen van schulden, die hulp
consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau
zo snel mogelijk krijgt.
voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven
2. De hulp die de gemeente geeft, past bij het
afgerond op hele euro’s, waarbij 2024 als basisjaar
financiële probleem van de inwoner. Eén van de
geldt.
mogelijkheden die de gemeente kan aanbieden is hulp bij het regelen van de inkomsten en uitgaven (budgetbeheer). Budgetbeheer is erop gericht dat de inwoner orde krijgt in de financiële huishouding en daardoor haar uitgaven kan betalen. De mogelijkheden die er zijn op het gebied van schulddienstverlening worden beschreven in beleidsregels. 3. De gemeente zet hierbij in op duurzame resultaten en zal bij ingezette trajecten nazorg leveren om herhaling te voorkomen.
41
Verordening SD
8 De vorm van de hulp Als inwoners hulp kunnen krijgen van de gemeente, moet de gemeente ook bepalen in welke vorm die hulp dan wordt gegeven. De hulp van de gemeente kan in de vorm van geld zijn, of ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet (een dienst of een product). Gaat het om Wmo-hulp of jeugdhulp, dan kan de inwoner ook kiezen voor een pgb, als aan de voorwaarden is voldaan. Dit hoofdstuk regelt in welke vorm de hulp wordt ingezet en welke regels daarbij horen. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen op grond van de Wmo.
Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving.
Gemeente Venray normaliseert, versterkt de toegang tot ondersteuning en werkt samen met (zorg)aanbieders.
Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft).
8.1 Financiële hulp [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Awb]
4. De gemeente kan het geld verrekenen met
1. De inwoner die hulp van de gemeente ontvangt,
een vordering op de inwoner, als dit volgens de
krijgt die hulp in de vorm van geld, als dat in de wet
wettelijke regels mogelijk is. Het moet gaan om een
of in deze verordening zo is geregeld. Financiële
vordering op grond van een van de wetten waarop
hulp kan een lening zijn of een bedrag dat niet
deze verordening is gebaseerd.
terugbetaald hoeft te worden (‘om niet’).
5. De gemeente kan een betalingsbesluit nemen,
2. De gemeente betaalt de inwoner binnen 6 weken
zonder de inwoner daar met een brief over te
nadat een betalingsbesluit is genomen. Dat is de
informeren. De gemeente stelt de inwoner dan wel
wettelijk vastgestelde termijn. De gemeente kan
op een andere geschikte manier op de hoogte van
een andere termijn vaststellen, als er niet binnen 6
het betalingsbesluit.
weken betaald kan worden.
8.2 Een product of een dienst
3. De gemeente betaalt op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven en op naam van
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv,
de inwoner staat. De gemeente kan het bedrag
Gemeentewet]
op een andere manier, in een andere vorm of aan
1. De inwoner die hulp van de gemeente ontvangt,
een andere persoon betalen en is dit in sommige
krijgt die hulp in natura (een dienst of een
gevallen verplicht. De gemeente kan dat doen,
product), tenzij in de wet of in deze verordening
als het doel van de hulp alleen op die manier kan
iets anders is geregeld. Gaat het om een product,
worden bereikt. Het kan bijvoorbeeld gaan om een
dan wordt dit in bruikleen, huur of eigendom
betaling aan een hulpverlener of een schuldeiser van
verstrekt.
de inwoner.
42
De vorm van de hulp
b. het voeren van een pgb-administratie;
2. De gemeente zet zich ervoor in dat de aanbieder
c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van
van een dienst of een product:
een pgb-administratie; en
a. de wettelijke regels over garantie naleeft; en
d. kosten voor een feestdagenuitkering aan de
b. de inwoner informeert over alles wat belangrijk is
hulpverlener(s);
om te weten over de dienst of het product.
e. reiskosten van de zorgverlener.
In hoofdstuk 12 is daarover meer geregeld.
f. kosten voor het deelnemen aan overleggen in
8.3 Persoonsgebonden budget (pgb)
het kader van afstemmen en samenwerken met andere hulpverleners.
[Jeugdwet, Wmo]
g. uitkering in geval van overlijden budgethouder
8.3.1 Voorwaarden – algemeen
4. De gemeente staat het niet toe dat een pgb als
1. De inwoner kan kiezen voor een pgb, als zij in
maandloon wordt uitbetaald.
aanmerking komt voor hulp-op-maat op grond van de Wmo of Jeugdwet. De gemeente moet er wel van overtuigd zijn, dat de inwoner voldoet aan de
8.3.2 Professionele of niet-professionele hulp
volgende voorwaarden:
1. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet-
a. De inwoner kan voldoende voor haar eigen
professionele hulp.
belangen opkomen. Daardoor kan zij de taken die
2. Van professionele hulp is sprake als de hulp
bij het pgb horen op een verantwoorde manier uitvoeren, eventueel met hulp van iemand uit
verleend wordt door onderstaande personen, met
het sociale netwerk, of met iemand die haar
uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of
vertegenwoordigt.
2e graad van de inwoner: a. iemand die in dienst is van een instelling die
b. De inwoner maakt de gemeente duidelijk waarom zij een pgb wil ontvangen. Gaat het om
bedrijfsmatig de hulp verleent en ingeschreven
jeugdhulp, dan moet de inwoner motiveren
staat in het Handelsregister (artikel 5 Handelsregisterwet 2007); of
waarom hulp-op-maat door een aanbieder van
b. iemand die als zelfstandige zonder personeel
de gemeente, niet passend is.
beroepsmatig de hulp verleent en ingeschreven
c. De hulp die de inwoner met het pgb wil betalen,
staat in het Handelsregister (artikel 5
is van goede kwaliteit. De hulp moet veilig en
Handelsregisterwet 2007).
doeltreffend zijn en op de inwoner gericht. Dit
3. De inwoner mag het pgb besteden aan hulp die
moet duidelijk worden uit het pgb-plan van de
wordt gegeven door een professionele hulpverlener,
inwoner.
als deze persoon voldoet aan de volgende
2. De gemeente kan een pgb in elk geval weigeren in de volgende situaties:
voorwaarden. Deze persoon:
a. De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en wil
a. moet de diploma’s hebben die nodig zijn om de hulp te kunnen geven;
het pgb laten beheren door de hulpverlener. b. De gemeente heeft eerder hulp-op-maat of een pgb toegekend, en dit besluit is herzien of ingetrokken. c. De inwoner vraagt een pgb voor kosten die zijn gemaakt, voordat de aanvraag is gedaan. d. Soms is zelf ingekochte zorg duurder dan zorg in natura. Dat is geen reden om een pgb te weigeren. Maar de gemeente hoeft ook geen extra geld uit te geven. De gemeente mag beslissen dat de inwoner alleen het bedrag krijgt dat de zorg in natura zou kosten. De meerkosten betaalt de inwoner dan zelf. 3. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;
43
Verordening SD
b. moet op verzoek van de gemeente, een
gemeente stelt de hoogte van het pgb vast op het
‘verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen
bedrag van de laagste offerte.
(VOG)’ overleggen, specifiek screeningsprofiel
4. De hoogte van het pgb voor professionele hulp voor
45, ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en
hulp-op-maat (individueel, groep en logeren),
dier’; De verklaring mag niet ouder zijn dan
persoonlijke verzorging, behandeling (individueel
3 maanden, voorafgaand aan de datum van de
en groep), wonen en gezins- en woonvormen en
aanvraag.
hulp bij het (zelfstandig) wonen stelt de gemeente
c. moet voor het bieden van jeugdhulp
vast op basis van het laagst geoffreerde tarief op
aantonen de meldcode huiselijk geweld en
dienstverleningsniveau binnen de aanbesteding
kindermishandeling te gebruiken en Stichting
van hulp in natura voor de Wmo en Jeugdwet. Het
Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) of Beroepen
pgb is toereikend voor de aanschaf van het product
in de individuele gezondheidszorg (BIG)
of dienst bij minimaal 1 aanbieder. Maatwerk is
geregistreerd zijn.
mogelijk.
4. Van niet-professionele hulp is sprake als:
5. De hoogte van het pgb voor niet-professionele hulp
a. de hulp geboden wordt door personen, al dan niet
voor hulp-op-maat in het kader van de Jeugdwet,
uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de
met uitzondering van respijtzorg en voor Wmo-
criteria als genoemd in lid 2;
ondersteuning, is gelijk aan het wettelijk minimum
b. de hulp wordt geboden door personen die voldoen
(uur)loon. Het gaat om het uurloon bij een 36-urige
aan de criteria als genoemd in lid 2, maar bloed-
werkweek per 1 januari van het jaar waarin het pgb
of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van de
wordt verstrekt, inclusief vakantiegeld, vakantie-
inwoner.
uren en sociale lasten.
5. De inwoner mag het pgb besteden aan hulp
6. De hoogte van het pgb voor niet-professionele hulp
die wordt gegeven door een niet-professionele
voor hulp bij het huishouden (Wmo) is gelijk aan
hulpverlener, als deze persoon voldoet aan de
het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij
volgende voorwaarden. Deze persoon:
hulp bij het huishouden van de voor de betreffende
a. heeft aannemelijk gemaakt dat de hulp niet tot
periode geldende cao VVT, te vermeerderen
overbelasting leidt en dat zij kwalitatief goede
met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de
hulp kan bieden, en
verlofuren.
b. moet op verzoek van de gemeente, een
7. De hoogte van het pgb voor niet-professionele hulp
‘verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen
voor Wmo-ondersteuning (hulp-op-maat Wmo) is
(VOG)’ overleggen, specifiek screeningsprofiel
gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek
45, ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’. De verklaring mag niet ouder zijn dan 3 maanden voor de datum van de aanvraag. 8.3.3 Hoogte en tarief pgb 1. De gemeente stelt de hoogte van het pgb voor een product vast aan de hand van, en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de inwoner goedkoopst compenserende hulp in natura. Het pgb is toereikend voor de aanschaf van het product bij minimaal 1 aanbieder. 2. De gemeente houdt bij het vaststellen van de hoogte van het pgb voor een product rekening met de levensduur van het product en met de kosten voor onderhoud en verzekering. Met uitzondering van een woonvoorziening, de inwoner is hierbij zelf verant woordelijk voor de verzekering van het product. 3. De gemeente kan de hoogte van het pgb voor een product vaststellen op basis van een offerte van de aanbieder uit het goedgekeurde pgb-plan en/ of een door de gemeente opgevraagde offerte. De
44
De vorm van de hulp
behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende
problematiek, in combinatie met ernstige