Verordening Sociaal Domein 2025 gemeente Venray (getekend)
Tekst van het document
periode geldende cao VVT, te vermeerderen
gedragsproblematiek, waardoor er inzet
met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de
van begeleiding nodig is aanvullend op de
verlofuren.
ondersteuningsvorm Beschermd Wonen.
8. Voor respijtzorg uitgevoerd door niet-professionele
2. Indien uit het onderzoek blijkt dat een cliënt
hulp bestaat ook een tegemoetkoming per kalender-
behoefte heeft aan een geregisseerde dagbesteding,
maand zoals genoemd in het besluit nadere regels.
kan er een toeslag dagbesteding aanvullend op de ondersteuningsvorm Beschermd Wonen worden
9. Het pgb is voldoende om hulp in te kunnen kopen
toegekend.
die voldoet aan de kwaliteitseisen die staan in de wet, deze verordening en het Besluit nadere
3. Voor de toepassing en berekening van de
regels. En het is geschikt voor het doel waarvoor het
tariefdifferentiatie, zoals bedoeld in artikel 8.3.5 lid
pgb wordt toegekend.
1 van deze verordening, wordt in de basis uitgegaan van fictief aantal te leveren uren voor beschermd
10.De gemeente stelt in het besluit nadere regels
wonen van 8 uur ondersteuning per week.
de hoogte van het pgb vast op basis van de in dit artikel vermelde regels. Aanpassing van de lopende pgb-budgetten vindt, indien nodig, plaats door
8.3.6 Verantwoording pgb
middel van een overgangsregeling.
1. De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad.
8.3.4 Hoogte van het persoonsgebonden budget bestemd voor hulp-op-maat beschermd
De inwoner is verplicht die informatie te geven. De
wonen
gemeente kan daarvoor een formulier vaststellen
1. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen:
dat de inwoner moet gebruiken. 2. Als een inwoner hulp-op-maat in de vorm van een
a. wordt gebaseerd op de kostprijs van de
pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die echt
goedkoopst passende voorziening in natura, en;
geleverd is.
b. bedraagt bij: •
•
•
professionele en gediplomeerde hulp: maximaal de kostprijs van de goedkoopst
8.3.7 Opschorten pgb
passende voorziening in natura;
De gemeente kan aan de Sociale Verzekeringsbank
gediplomeerde ZZP’ers (zelfstandig
(SVB) vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of
ondernemer zonder personeel), maximaal
gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen
90% van de goedkoopst passende voorziening
om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit
in natura;
kan de gemeente doen als zij een sterk vermoeden
De hoogte van het pgb voor niet-professionele
heeft dat:
hulp voor Wmo-ondersteuning (hulp-op-
a. de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft
maat Wmo) is gelijk aan het uurloon van de
gegeven, terwijl het geven van de juiste of volledige
hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van
informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente;
de voor de betreffende periode geldende cao
b. de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die
VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en
horen bij het ontvangen van het pgb;
de tegenwaarde van de verlofuren.
c. de inwoner het pgb niet of voor een ander doel 8.3.5 Aanvullende ondersteuning in uitzonderlijke
(heeft) gebruikt; d. de inwoner in een instelling verblijft als
gevallen bij beschermd wonen
bedoeld in de Wet langdurige zorg (Wlz) of de
1. Indien uit het onderzoek blijkt dat een cliënt
Zorgverzekeringswet; of als
structureel behoefte heeft aan aanvullende
e. de inwoner een modulair pakket thuis of volledig
ondersteuning kan in uitzonderlijke gevallen een toeslag intensieve ondersteuning toegekend worden.
pakket thuis ontvangt vanuit de Wet langdurige zorg.
Deze toeslag wordt toegekend indien er:
8.4 Kostprijs
a. als een gevolg van een lichamelijke of somatische aandoening, inzet van (verpleegkundige)
[Jeugdwet, Wmo]
ondersteuning nodig is aanvullend op de
De kostprijs van een product of dienst wordt als volgt
ondersteuningsvorm Beschermd Wonen en/of;
bepaald:
b. er sprake is van dermate complexe psychiatrische
a. voor hulp-op-maat in natura of voor een algemene
45
Verordening SD
voorziening uit deze verordening: door een
gebruik maakt van die hulp en als deze ingezet
aanbesteding, na het raadplegen van aanbieders of
wordt door middel van hulp-op-maat. De inwoner
na overleg met de aanbieder;
betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal
b. voor een hulpmiddel wordt de kostprijs ook bepaald
Administratiekantoor (CAK). De hoogte van de
door de vraag of de inwoner dit product in bruikleen
periodieke bijdrage van de inwoner is gelijk aan het
of eigendom krijgt. De kostprijs is inclusief de
bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond
kosten van verzekeringen, beheer en onderhoud.
van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
c. de kostprijs voor een woningaanpassing die in
4. Gaat het om de kosten van een woningaanpassing
eigendom is verstrekt, is gelijk aan het bedrag van
voor een minderjarige inwoner, dan betalen de
de offerte dat moet worden voldaan na afronding
onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Die
van de woningaanpassing.
verplichting geldt ook voor:
d. de kostprijs voor een woningaanpassing die
a. de ouder tegen wie een vaderschapsactie
in bruikleen is verstrekt, is gelijk aan het
is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft
aanschafbedrag, plaatsingskosten, verzekeringen,
toegewezen (artikel 394 van Boek 1 van het
beheer en onderhoud;
Burgerlijk Wetboek); en voor
e. voor hulp-op-maat in de vorm van een pgb
b. degene die samen met de ouder het gezag
wordt de kostprijs vastgesteld op basis van laagst
uitoefent over een minderjarige inwoner, maar
geoffreerde tarief op dienstverleningsniveau
die niet zelf een ouder is.
binnen de aanbesteding van zorg in natura voor
5. De inwoner betaald een bijdrage in de kosten voor
Wmo en Jeugdwet. Het gaat om ondersteuning
maatschappelijke opvang onder andere op
(wmo-ondersteuning en respijtzorg), persoonlijke
rekening houden met artikel 3.20 uitvoeringsbesluit
verzorging, behandeling (individueel en groep),
Wmo 2015.
wonen en gezins- en woonvormen. Het pgb is
6. De opvanginstelling mag personen die verblijven in
toereikend voor de aanschaf van de voorziening bij
de acute opvang een redelijke vergoeding vragen
minimaal 1 aanbieder. Maatwerk is mogelijk.
voor verstrekte maaltijden. 7. De gemeente vraagt geen bijdrage voor:
8.5 Bijdrage in de kosten
a. de onder lid 1 genoemde hulp-op-maat aan
[Wmo]
inwoners die gehuwd zijn of een gezamenlijke
1. De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor
huishouding voeren en waarvan 1 van de
Wmo hulp-op-maat, zolang de inwoner gebruik
partners de Aow-leeftijd nog niet heeft bereikt;
maakt van die hulp of voor de periode waarvoor
b. een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik en het
een pgb is verstrekt. Gaat het om een product, dan
onderhoud daarvan;
betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is
c. sportvoorzieningen;
betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand
d. ondersteuning bij verhuizing en inrichting van de nieuwe woonruimte;
aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De
e. het gebruik van de winteropvang tijdens de
hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan
duur van de winter- en/of kouderegeling.
het bedrag dat maximaal betaald moet worden op
f. acute opvang gedurende de onderzoeksperiode.
grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De hoogte van de bijdrage in de kosten voor hulp bij
Tot een maximum van 2 weken.
het (zelfstandig) wonen in de vorm van beschermd
Als er verdiepend onderzoek nodig is kan het
wonen en opvang is afhankelijk van het inkomen
college deze termijn verlengen. 8. De inwoner betaalt een eigen bijdrage in de kosten
en vermogen van de inwoner en diens eventuele echtgenoot op grond van het Uitvoeringsbesluit
voor de maatschappelijke opvang, zolang de inwoner
Wmo 2015.
gebruik maakt van die hulp. De inwoner betaalt de bijdrage [per maand] aan de gecontracteerde
2. Lid 1 geldt niet voor collectief taxivervoer Omnibuzz. Hiervoor stelt de gemeente de
aanbieder voor Maatschappelijke Opvang, Moveoo.
hoogte van de bijdrage vast. Deze eigen bijdrage
Moveoo stelt de hoogte van de bijdrage in de kosten
wordt geïnd bij werkelijk gebruik en is per zone/
voor hulp bij het (zelfstandig) wonen in de vorm
kilometer(s).
van beschermd wonen en opvang vast. De hoogte
3. De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten
is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de
van respijtzorg in de vorm van logeren vanuit
inwoner en diens eventuele echtgenoot op grond van
ondersteuning mantelzorger, zolang de inwoner
het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
46
Afspraken tussen inwoner en gemeente
9 Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de bijstandsuitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen. De gemeente gaat hierbij uit van een realistisch mensbeeld en neemt daarbij het gedrag en het doen-vermogen van de inwoner mee. Hieronder staan de hoofdregels die daarvoor gelden.
Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:
Inwoners zijn in de eerste plaats (als het mogelijk is) zelf verantwoordelijk om hun eigen doelen te realiseren en zetten zich daar ook voor in.
De gemeente Venray bevordert preventie, een sterke omgeving en een duurzame uitstroom en voorkomt instroom.
Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft).
9.1 Hoe gaan we met elkaar om?
e. De gemeente streeft naar eenvoudige
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv,
aanvraagformulieren. Daarmee kan de inwoner een
Gemeentewet, Awb]
bijstandsuitkering of voorziening aanvragen.
9.1.1 De rol van de gemeente
Het is voor de inwoner duidelijk waar die
1. De gemeente zoekt samen met de inwoner naar
aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn.
een oplossing voor haar probleem. Gemeente en
f. De gemeente informeert de inwoner over procedures
inwoner gaan daarbij op een respectvolle manier
die worden gevolgd. De gemeente zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn.
met elkaar om. De gemeente zorgt voor het
g. De gemeente respecteert zoveel mogelijk de privacy
volgende:
van de inwoner. De gemeente maakt binnen de
a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met haar onderhoudt. De
wettelijke mogelijkheden gebruik van gegevens die
gemeente houdt het aantal contactpersonen zo
al binnen de gemeente aanwezig zijn. De gemeente
beperkt mogelijk.
vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag.
b. De inwoner heeft, om haar probleem te bespreken, altijd recht op een gesprek met een medewerker.
h. De gemeente wijst de inwoner op cliëntondersteuning.
c. De gemeente helpt de inwoner om haar probleem
2. De gemeente reageert op een professionele manier
bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor
op ontoelaatbaar gedrag van de inwoner. De
die organisatie.
gemeente zorgt voor het volgende: a. De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over:
d. De websites van de gemeente voldoen aan erkende
-
kwaliteitseisen.
47
rechten en plichten;
Verordening SD
-
wat er van de inwoner wordt verwacht;
-
welk gedrag niet deugt;
-
wat de reactie van de gemeente is op gedrag
-
van de inwoner. Dit geldt ook als de hulp al is toegekend. b. De inwoner houdt zich aan termijnen die de
dat niet deugt; en
gemeente heeft gesteld. De gemeente geeft
waarom de gemeente tegen het gedrag
duidelijk aan hoeveel tijd de inwoner krijgt om
optreedt.
alle informatie aan te leveren.
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner voldoende
c. De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk
geïnformeerd blijft over deze punten.
op de hoogte van veranderingen in haar situatie,
b. De gemeente geeft de inwoner de kans om haar
als die van belang kunnen zijn voor de gemeente.
mening te geven vóórdat de gemeente beslist om
9.2 Het verlagen van een bijstandsuitkering
op het gedrag van de inwoner te reageren door een maatregel te nemen. c. De reactie van de gemeente op ontoelaatbaar
9.2.1 Wanneer wordt de bijstandsuitkering
gedrag past bij:
verlaagd?
-
de ernst van het gedrag;
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
-
de mate waarin dat de inwoner verweten kan
1. De gemeente verlaagt een bijstandsuitkering
worden; en
als dat volgens de regels van de wet en deze
-
de persoonlijke situatie van de inwoner; en
verordening past bij de houding of het gedrag van
-
is gericht op het veranderen van dit gedrag bij
de inwoner.
de inwoner.
2. Als de gemeente besluit om de bijstandsuitkering te
d. De gemeente stuurt de inwoner een brief met
verlagen, houdt de gemeente rekening met:
daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat
a. de ernst van het gedrag dat tot het verlagen van
doen als reactie op het gedrag, wat dit precies
de bijstandsuitkering heeft geleid;
betekent voor de inwoner en wat de inwoner
b. de mate waarin de inwoner het gedrag verweten
daartegen kan doen.
kan worden; en
e. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk
c. de persoonlijke situatie van de inwoner.
op welke manier de inwoner het gedrag kan
3. Voordat een bijstandsuitkering wordt verlaagd, geeft
aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en
de gemeente de inwoner de kans om haar mening te
de gemeente eventueel de dienstverlening zal
geven. De inwoner kan dat doen met een brief of in
voortzetten (als die is stopgezet).
een persoonlijk gesprek.
9.1.2 De rol van de inwoner
9.2.2 Afstemming verlaging
1. De inwoner is in de eerste plaats zelf
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
verantwoordelijk voor het oplossen van haar
1. De gemeente kan de verlaging op de
probleem. De gemeente vult de mogelijkheden
bijstandsuitkering aanpassen als de gemeente
van de inwoner en haar sociale netwerk aan als dat
daarvoor dringende redenen ziet. Dan wordt de
nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende:
inwoner op de hoogte gebracht.
a. De inwoner gaat eerst na welke mogelijkheden zij
2. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering niet als:
zelf heeft om haar probleem op te lossen.
a. het gedrag de inwoner niet te verwijten is;
b. Als de gemeente hulp verleent, werkt de inwoner
b. er meer dan 1 jaar ligt tussen het gedrag van de
mee aan de oplossing van haar probleem. De
inwoner en het moment waarop de gemeente dat
inwoner doet wat nodig is om de hulp van de
gedrag heeft vastgesteld;
gemeente tot een minimum te beperken.
c. door een gedraging al een weigering van de
c. De inwoner zorgt ervoor dat de hulp van de
bijstandsuitkering op grond van de IOAZ of
gemeente niet langer duurt dan nodig is.
IOAW heeft plaatsgevonden.
2. De inwoner denkt mee en heeft inspraak in de manier waarop haar probleem zo snel mogelijk kan
9.2.3 Het besluit om de uitkering te verlagen
worden opgelost. Dat betekent het volgende:
De gemeente stuurt de inwoner een brief als de
a. De inwoner informeert de gemeente zo snel en
bijstandsuitkering wordt verlaagd. In die brief staat in
zo volledig mogelijk over alles wat van belang
ieder geval:
is voor het beoordelen van de hulpvraag, de
a. waarom de bijstandsuitkering wordt verlaagd;
persoonlijke situatie en de rechten en plichten
b. hoe hoog de verlaging is;
48
Afspraken tussen inwoner en gemeente
c. wanneer de verlaging ingaat;
9.2.7 Niet nakomen andere verplichtingen in
d. hoe lang de verlaging duurt; en
verband met werk en tegenprestatie
e. waarom de gemeente afwijkt van de hoofdregels, als
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
dat het geval is.
1. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 50% van de uitkeringsnorm, als de
9.2.4 Ingangsdatum en periode verlaging
inwoner:
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
a. jonger is dan 27 jaar en niet of niet voldoende
De verlaging gaat in op de eerste dag van de
meewerkt aan het opstellen, uitvoeren of
kalendermaand die op het besluit volgt. De verlaging
evalueren van
duurt 1 maand of langer. Als de bijstandsuitkering
i. een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a
tijdens die periode wordt beëindigd, dan kan de
Participatiewet, of
verlaging niet volledig worden uitgevoerd. De gemeente
ii. een werkplan waarin de stappen richting werk
legt dan het overgebleven deel van de verlaging
worden vastgelegd;
alsnog op, als de inwoner binnen 12 maanden na
b. niet of niet voldoende meewerkt aan het
de beëindiging opnieuw een bijstandsuitkering gaat
afleggen van een taaltoets uit artikel 18b van de
ontvangen.
Participatiewet; c. niet of niet voldoende een opgedragen
9.2.5 Berekening verlaging
tegenprestatie uitvoert; of
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
d. alleenstaande ouder is en niet wil meewerken
1. De bijstandsuitkering wordt verlaagd met een
aan activiteiten om dichter bij werk te komen;
percentage van de uitkeringsnorm. De uitkerings-
De gemeente heeft daarom de ontheffing van
norm is de bijstandsuitkering die de inwoner in haar
de arbeidsplicht uit artikel 9a, eerste lid, van de
situatie maximaal kan krijgen. Krijgt de inwoner
Participatiewet, ingetrokken.
bijstand, dan gaat het om de bijstandsnorm,
e. Niet of niet voldoende de in artikel 56a, 2e lid, van
voor een inwoner in de leeftijd 18 tot en met 20
de Participatiewet neergelegde verplichting nakomt.
jaar gaat het ook om de aanvullende bijzondere
Het gaat hierbij om meewerken aan het betalen
bijstand. Krijgt de inwoner een IOAW- of IOAZ-
van huur, gas, water en stroom en de verplichte
uitkering, dan is het de grondslag uit de IOAW
zorgverzekering, gedurende een periode van 6
of IOAZ. Hieronder staat met welk percentage de
maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht
uitkeringsnorm verlaagd wordt.
op bijstand ontstaat. De gemeente verricht die
2. De verlaging wordt berekend over de uitkeringsnorm
betalingen uit de toegekende bijstand in naam van
die geldt in de maand(en), waarin de verlaging
de inwoner.
wordt toegepast.
2. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een
3. De verlaging kan ook worden toegepast op de
maand met 100% van de uitkeringsnorm, als de
bijzondere bijstand, indien de inwoner bijzondere
inwoner niet voldoende probeert werk te vinden.
bijstand ontvangt en het verwijtbare gedrag van de
3. De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZ-uitkering
inwoner ziet op de bijzondere bijstand.
een maand met 50% van de uitkeringsnorm als de inwoner:
9.2.6 Niet nakomen wettelijke
a. niet of niet voldoende gebruikmaakt van een
arbeidsverplichtingen
aangeboden voorziening. Dit gedrag heeft er niet
[PW, Awb]
toe geleid dat de voorziening niet doorging of te
1. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering
vroeg moest worden beëindigd;
voor de duur van een maand met 100% van de
b. niet of niet voldoende meewerkt aan een
uitkeringsnorm, als de inwoner een verplichting
onderzoek naar de mogelijkheden om te werken;
uit artikel 18, 4e lid van de Participatiewet niet
c. niet of niet voldoende meewerkt aan het
nakomt. Het gaat om bijzondere verplichtingen in
opstellen, uitvoeren of evalueren van een
verband met (onbetaald) werk. De verlaging kan
werkplan waarin de stappen richting werk worden
over maximaal 3 maanden worden uitgesmeerd, dit
vastgelegd;
doet de gemeente alleen als dit past bij bijzondere
d. door houding of gedrag moeilijker aan het werk
omstandigheden van de inwoner.
komt; e. niet of niet voldoende een door de gemeente opgedragen tegenprestatie uitvoert; of
49
Verordening SD
9.2.9 Ontoelaatbaar gedrag (zeer ernstige
f. alleenstaande ouder is en niet wil meewerken aan activiteiten om dichter bij werk te komen.
misdragingen)
De gemeente heeft daarom de ontheffing van
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
de arbeidsplicht uit artikel 9a, eerste lid, van de
De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering van een
Participatiewet, ingetrokken.
inwoner die zich ontoelaatbaar gedraagt tegenover
4. De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZ-uitkering
personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW
een maand met 100% van de uitkeringsnorm, als de
en IOAZ uitvoeren. De bijstandsuitkering wordt een
inwoner:
maand verlaagd met 50% van de uitkeringsnorm bij
a. niet voldoende probeert werk te vinden;
fysiek geweld tegen materiële zaken en bij mondelinge
b. aangeboden werk niet accepteert;
of schriftelijke bedreigingen gericht op deze personen
c. door eigen schuld ontslagen wordt of ontslag
en instanties. De bijstandsuitkering wordt een maand
neemt; of
verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm bij fysiek
d. niet of niet voldoende gebruikmaakt van een door
geweld tegen deze personen.
de gemeente aangeboden voorziening, en dit gedrag er toe geleid heeft dat de voorziening niet
9.2.10 Niet nakomen van andere verplichtingen
doorging of te vroeg is beëindigd.
[PW, Awb]
5. De gemeente kan besluiten de bijstandsuitkering
1. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering als de
niet te verlagen, als het de eerste keer is dat de
inwoner een opgelegde verplichting uit artikel 9
inwoner zich niet aan de verplichtingen van dit
(anders dan het niet nakomen van geüniformeerde
artikel houdt.
verplichtingen zoals genoemd in artikel 18 Participatiewet), 55 of 57 van de Participatiewet
9.2.8 Te weinig besef van verantwoordelijkheid
niet of niet voldoende nakomt. Het gaat om een
[PW, Awb]
verplichting die hieronder wordt genoemd. De
1. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering
verlaging duurt een maand en is:
van een inwoner die te weinig beseft dat
a. 10% van de uitkeringsnorm, als het gaat om de
zij zelf verantwoordelijk is voor haar eigen
verplichting om op een bepaalde tijd en plaats te
levensonderhoud. Door dat gedrag heeft de
verschijnen voor een gesprek in het kader van de
inwoner eerder, meer of langer uitkering nodig,
uitvoering van de wet;
dan als de inwoner zich verantwoordelijk had gedragen. De gemeente is daardoor benadeeld. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente meer of eerder heeft uitbetaald dan nodig was (benadelingsbedrag). 2. De verlaging duurt een maand en is: a. 10% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag tot € 1.000; b. 20% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000 tot € 2.000; c. 50% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000 tot € 4.000; d. 100% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000; e. 20% van de uitkeringsnorm, als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld. 3. De bijzondere bijstand kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
50
Afspraken tussen inwoner en gemeente
verplichtingen die gericht zijn op het krijgen van
9.3 Handhaving in de Wet Inburgering 2021
werk of een verplichting in verband met bijstand
9.3.1 Verplichtingen
die in een bepaalde vorm (bijvoorbeeld in natura)
1. De inburgeringsplichtige is verplicht om:
b. 20% van de uitkeringsnorm, als het gaat om
of voor een specifiek doel wordt verstrekt;
a. na de oproep te verschijnen bij de brede intake
c. 50% van de uitkeringsnorm, als het gaat om een
en hieraan mee te werken; en
verplichting die is gericht op vermindering van de
b. de afspraken in het PIP na te komen, waaronder
bijstand;
deelname aan voortgangsgesprekken en
d. 100% van de uitkeringsnorm, als het gaat om
aan activiteiten in het kader van de Module
een verplichting die is gericht op beëindiging van
Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en het
de bijstand.
PVT.
2. De gemeente kan besluiten de bijstandsuitkering
2. De asielstatushouder is daarnaast ook verplicht deel
niet te verlagen, als het de eerste keer is dat de
te nemen aan de taallessen en andere activiteiten
inwoner de verplichting uit het eerste lid, onder a,
van de gevolgde leerroute.
niet nakomt. 9.3.2 Handhaving verplichtingen bij de brede 9.2.11 Samenloop van gedragingen
intake
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
1. Wanneer de inburgeringsplichtige na de eerste
1. Een gedraging waardoor de inwoner meerdere
oproep voor de brede intake niet verschijnt of
verplichtingen niet nakomt, leidt tot 1 verlaging.
onvoldoende meewerkt, geeft de gemeente een
De bijstandsuitkering wordt dan verlaagd met het
schriftelijke waarschuwing. De gemeente wijst
hoogste percentage dat voor het niet nakomen van
daarbij op de gevolgen voor de inburgeringsplichtige
1 van de verplichtingen geldt.
als zij opnieuw niet verschijnt na een oproep of als
2. Als sprake is van meerdere gedragingen die
zij op een andere manier onvoldoende meewerkt
ertoe leiden dat meerdere verplichtingen niet
aan de brede intake. De gemeente nodigt de
worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging
inburgeringsplichtige opnieuw uit om te verschijnen
een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze
binnen 2 maanden.
verlagingen worden gelijktijdig opgelegd en indien
2. Wanneer de inburgeringsplichtige na deze volgende
nodig uitgesmeerd over meerdere maanden. De
oproep niet verschijnt of onvoldoende meewerkt,
gemeente stelt de verlaging naar beneden bij, als de
legt de gemeente de inburgeringsplichtige een boete
gedragingen nauw met elkaar samenhangen en de
op. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel
totale verlaging niet meer in verhouding staat tot de
7.1.1 van het Besluit inburgering 2021.
ernst van de gedragingen.
3. Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt
3. Er wordt geen verlaging opgelegd, als voor het niet-
onderzocht waarom de inburgeringsplichtige
nakomen van een of meerdere verplichtingen door 1
niet komt of onvoldoende meewerkt. De
gedraging een bestuurlijke boete wordt opgelegd.
inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover
4. Bij het niet-nakomen van een of meerdere
de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer
verplichtingen voor meerdere gedragingen wordt
de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit
per gedraging een bestuurlijke boete of verlaging
gesprek, biedt de gemeente haar de gelegenheid
opgelegd, tenzij dit niet verantwoord is.
haar zienswijze binnen 2 weken per brief of digitaal duidelijk te maken.
9.2.12 Herhaling (recidive)
4. De gemeente legt geen boete op wanneer
[PW, IOAW, IOAZ, Awb]
aannemelijk is dat de inburgeringsplichtige niets te
1. De duur van de verlaging wordt telkens verdubbeld
verwijten valt.
als de inwoner binnen 12 maanden na het
5. De gemeente legt een lagere boete op dan
verlagingsbesluit zich opnieuw zo gedraagt.
vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit
2. Bij een herhaalde verlaging op grond van artikel
inburgering 2021, als op basis van de reactie van
9.2.6 binnen 12 maanden na het verlagingsbesluit
de inburgeringsplichtige aannemelijk is dat de boete
bedraagt de verlaging 100% van de bijstandsnorm
vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is.
gedurende 2 maanden.
Als de gemeente al op de hoogte is van bijzondere omstandigheden, wordt daarmee bij het opleggen van de boete rekening gehouden.
51
Verordening SD
geen bestuurlijke boete op grond van de Wet
6. In de brief (beschikking) waarmee de boete wordt opgelegd, nodigt de gemeente de
inburgering 2021 op.
inburgeringsplichtige opnieuw uit om binnen 2
2. Houdt een inburgeringsplichtige met een
weken alsnog te verschijnen of mee te werken.
bijstandsuitkering zich niet aan verplichtingen en
Wanneer de inburgeringsplichtige hieraan niet
afspraken uit het PIP, waarin de nadruk ligt op het
voldoet, legt de gemeente weer een boete op
vergroten van de taalbeheersing en aan overige
met inachtneming van artikel 7.1.1 van het
afspraken en verplichtingen in het PIP, dan legt
Besluit inburgering 2021 en de brede intake
de gemeente bij voorkeur een boete op grond
wordt dan voltooid zonder medewerking van de
van de Wet inburgering 2021 op. De gemeente
inburgeringsplichtige.
verlaagt in dat geval voor hetzelfde gedrag de bijstandsuitkering niet.
9.3.3 Handhaving tijdens het inburgeringstraject
3. Bij de keuze tussen i) handhaven op grond van de
1. De gemeente legt een boete op als de
Participatiewet door een verlaging van de uitkering
inburgeringsplichtige de afspraken in het PIP
en ii) handhaven op grond van de Wet inburgering
tijdens het inburgeringstraject verwijtbaar niet of
2021 via een boete, weegt de gemeente ook af wat
onvoldoende nakomt.
het best bijdraagt aan het succesvol voltooien van
2. De gemeente legt de inburgeringsplichtige een boete
het inburgeringstraject.
op als zij verwijtbaar niet of onvoldoende deelneemt
4. Wanneer gedrag leidt tot een overtreding van
aan de activiteiten van de gekozen leerroute.
de Participatiewet en artikel 18 of 18b van de
3. Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt
Participatiewet laat de gemeente geen ruimte om af
onderzocht waarom de afspraken in het PIP
te zien van verlaging van de bijstand, dan legt de
of de afspraken over de activiteiten bij de
gemeente een maatregel op en geen boete op grond
gekozen leerroute niet zijn nagekomen. De
van de Wet inburgering 2021.
inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover
5. In de brief (beschikking) aan de
de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer
inburgeringsplichtige vermeldt de gemeente of er
de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit
een boete op grond van de Wet inburgering 2021
gesprek, biedt de gemeente haar de gelegenheid
wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd
haar zienswijze binnen 2 weken per brief of digitaal
op grond van de Participatiewet.
kenbaar te maken. 9.3.5 Verrekening boete met bijstandsuitkering
4. Mede op basis van het gesprek met de inburgeringsplichtige dan wel haar schriftelijke
De gemeente kan de bestuurlijke boete die
zienswijze bepaalt de gemeente de mate van
op grond van de Wet inburgering 2021 aan de
verwijtbaarheid. De gemeente beoordeelt of er
inburgeringsplichtige is opgelegd, verrekenen met de
sprake is van opzet, van grove schuld, van normale
algemene bijstandsuitkering. Onder verrekenen wordt
verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid
in dit artikel verstaan verrekenen zoals geregeld in
en stemt de boete daarop af met inachtneming van
artikel 4:93 van de Awb. De gemeente houdt hierbij
artikel 7.1 van het Besluit inburgering 2021.
rekening met een fictieve draagkracht van 5% van
5. De gemeente legt geen boete op wanneer
de bijstandsnorm die van toepassing is, inclusief
aannemelijk is dat de inburgeringsplichtige niets te
vakantietoeslag.
verwijten valt.
9.4 Terugvorderen uitkering 9.3.4 Samenhang met handhaving op grond van
[PW, IOAW, IOAZ]
de Participatiewet
1. De gemeente vordert gemeentelijke uitkeringen
1. Houdt een inburgeringsplichtige met een
terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven.
bijstandsuitkering (Participatiewet) zich niet aan
De gemeente volgt hierbij de regels van de wet en
verplichtingen en afspraken uit het PIP, waarin de
de gemeentelijke beleidsregels, welke te vinden zijn
nadruk ligt op het bevorderen van participatie en
op www.overheid.nl. De gemeente vordert niet terug
het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt,
als terugvordering onaanvaardbare gevolgen heeft
dan vindt bij voorkeur verlaging van de uitkering
voor de inwoner.
plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en
2. Bij de incasso zorgt de gemeente ervoor dat
de verordening zoals bedoeld in artikel 9.2.1.
inwoners een inkomen blijven houden dat past
De gemeente legt voor hetzelfde gedrag dan
bij hun persoonlijke situatie. Dit inkomen is in
52
Afspraken tussen inwoner en gemeente
ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet. Dat is
2. De voorziening kan met terugwerkende kracht
het bedrag dat de inwoner in ieder geval moet
worden beëindigd (ingetrokken). De gemeente trekt
overhouden van zijn inkomen.
dan het toekenningsbesluit in. 3. De gemeente kan een besluit om een pgb toe
9.5 Beëindigen en terugvorderen voorziening
te kennen intrekken, als de inwoner het pgb niet
9.5.1 Beëindiging voorziening
om de voorziening te betalen waarvoor het pgb is
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv,
bestemd, tenzij:
Gemeentewet]
a. de gemeente een langere termijn heeft bepaald;
binnen 3 maanden na toekenning heeft gebruikt
1. De gemeente kan een voorziening geheel of
of
gedeeltelijk beëindigen als dat in de wet of in deze
b. de inwoner niet te verwijten is dat zij het pgb
verordening is aangegeven. De voorziening kan
niet binnen die termijn heeft gebruikt.
in ieder geval worden beëindigd, vanaf het moment dat:
9.5.2 Terugvordering en verrekening voorziening
a. de voorziening niet langer passend of nodig is;
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv,
b. de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden
Gemeentewet] 1. De gemeente kan, behoudens de gevallen zoals
en verplichtingen die aan de voorziening zijn
bedoeld in artikel 9.4, de voorziening, of de waarde
verbonden;
daarvan, van de inwoner terugvorderen. Dat kan
c. de gemeente niet langer kan beoordelen of de inwoner in aanmerking komt voor de voorziening,
de gemeente doen vanaf het moment waarop
omdat de inwoner onvoldoende of onjuiste
is voldaan aan 1 van de intrekkingsgronden die genoemd worden in artikel 9.5.1.
informatie geeft, of onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening;
2. Hulp-op-maat voorziening Wmo kan alleen worden
d. de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste
teruggevorderd als die voorziening is ingetrokken omdat de inwoner opzettelijk onjuiste of onvolledige
of onvolledige gegevens van de inwoner;
gegevens aan de gemeente heeft verstrekt.
e. de voorziening voor een ander doel wordt
3. De gemeente kan een vordering op de inwoner op
gebruikt dan bedoeld; of
grond van dit artikel, verrekenen met een vordering
f. het gemeentelijk beleid is gewijzigd, en de inwoner daarom niet meer in aanmerking komt
die de inwoner op de gemeente krijgt op grond
voor een voorziening. De gemeente houdt dan
van 1 van de wetten waarop deze verordening is
wel rekening met een redelijke overgangsperiode.
gebaseerd.
53
Verordening SD
9.6 Hoe controleert de gemeente of afspraken worden nagekomen? 9.6.1 Controle [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente controleert regelmatig of de inwoner die een uitkering of voorziening van de gemeente ontvangt, recht heeft op een uitkering of voorziening. De gemeente kan daarvoor onder andere gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet. Het huisbezoek vindt alleen plaats met toestemming van, en samen met de inwoner; 9.6.3 Privacy bij controle op misbruik en
b. waarnemingen: medewerkers van de gemeente
oneigenlijk gebruik
verzamelen gegevens over de inwoner zonder dat
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]
de inwoner hierover vooraf is geïnformeerd. c. bestandsvergelijkingen: de gemeente vergelijkt
De gemeente stelt alles in het werk om misbruik en
de gegevens van de inwoner met de gegevens
oneigenlijk gebruik te voorkomen (preventie). Daarom
die bekend zijn over deze inwoner bij andere
informeert de gemeente inwoners op een duidelijke
organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en
en volledige manier over de rechten en plichten. Ook
andere gemeenten;
informeert de gemeente inwoners over de gevolgen
d. signalen en tips van organisaties of particulieren;
van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en
e. andere onderzoeksmethoden.
voorzieningen. Bij het niet (behoorlijk) nakomen van de
2. Het controleren van voorzieningen is ook bedoeld
inlichtingenplicht kan de gemeente een waarschuwing
om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en
geven of een boete opleggen. De gemeente heeft
om te kijken of de voorziening op de juiste manier
hiervoor beleidsregels opgesteld. belastend is.
wordt gebruikt. 9.6.4 Toezichthouders
3. Het college houden zich aan de regels die horen bij het onderzoek naar rechtmatig gebruik van
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]
voorzieningen en uitkeringen.
De gemeente kan een of meer ambtenaren aanwijzen
4. Bij beëindiging van de uitkering of voorziening op
die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten
verzoek van de inwoner, informeert de gemeente
en de bijbehorende regels worden nageleefd. Voor
wat de reden is van de beëindiging. De gemeente
hulp-op-maat Wmo geldt dat de gemeente verplicht is
gaat ook na of de uitkering of voorziening tot de
toezichthouders aan te wijzen.
einddatum terecht is verstrekt.
9.7 Handhavingsplan en verantwoording
9.6.2 Voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik
De gemeente stelt een handhavingsplan op voor het
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]
bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de
De gemeente stelt alles in het werk om misbruik
Participatiewet, IOAW en IOAZ en de te verwachten
en oneigenlijk gebruik te voorkomen (preventie).
resultaten.
Daarom informeert de gemeente inwoners op een duidelijke en volledige manier over de rechten en
9.8 Aangifte Openbaar Ministerie
plichten. Ook informeert de gemeente inwoners over
Indien het benadelingsbedrag het bedrag, genoemd in
de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van
de aanwijzing en richtlijn voor strafvordering in sociale
uitkeringen en voorzieningen. Bij het niet (behoorlijk)
zekerheidsmisbruik en oneigenlijk gebruik, overschrijdt
nakomen van de inlichtingenplicht kan de gemeente
wordt door of namens het college proces-verbaal
een waarschuwing geven of een boete opleggen. De
opgemaakt en aangifte gedaan bij het Openbaar
gemeente heeft hiervoor beleidsregels opgesteld.
Ministerie.
54
Inwonerparticipatie
10 Inwonerparticipatie Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ook is geregeld dat er een adviesraad is en staat de taak van deze raad beschreven. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier inwoners met leveranciers, zoals zorgaanbieders, kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor inwoners met een beperking.
Voor dit hoofdstuk geldt in ieder geval de volgende kernwaarde:
Gemeente Venray zet in op vitale inwoners en een sterke omgeving.
10.1 Inspraak van inwoners
doel van de Adviesraad sociaal domein is het geven van
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ,
advies over beleid van de gemeente bij de uitvoering
Gemeentewet]
van de genoemde wetten.
1. De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze
10.2.1 Samenstelling en werkwijze
verordening worden geregeld. Inwoners kunnen
1. De Adviesraad sociaal domein bestaat uit maximaal 12 personen.
inspraak hebben bij:
2. De leden worden benoemd door het college voor 4
a. plannen voor beleid en regels;
jaar. Leden kunnen 1 keer worden herbenoemd. De
b. de manier waarop de gemeente beleid en regels
leden van de Adviesraad sociaal domein wijzen uit
uitvoert;
hun midden een voorzitter en een secretaris aan.
2. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen
3. Inwoners kunnen een vergadering van de
voor ander beleid, andere regels of een andere
cliëntenraad bijwonen, behalve als er een
uitvoering.
zwaarwegend belang is om dit niet te doen.
3. De gemeente kan inwoners op verschillende manieren inspraak geven:
Inwoners kunnen bij de cliëntenraad onderwerpen
a. via de Adviesraad sociaal domein
voor de agenda aanmelden. De cliëntenraad
b. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met
informeert inwoners waar en wanneer de vergaderingen zijn en hoe zij onderwerpen kunnen
enquêtes en bijeenkomsten;
aanmelden.
c. door samen met inwoners een plan te
4. De gemeente zorgt voor goede ondersteuning van
ontwerpen; of
de Adviesraad sociaal domein, bijvoorbeeld door
d. op andere geschikte manieren.
a. zorgt het college voor een ambtelijk
4. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past
aanspreekpunt voor de Adviesraad sociaal
bij het onderwerp en bij de groep waar het om gaat.
domein
10.2 Adviesraad sociaal domein
b. geschikte vergaderruimte;
[Jeugdwet, LLV, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]
c. voldoende informatie over plannen voor nieuw
De gemeente zet zich ervoor in dat er een Adviesraad
beleid; d. voldoende tijd om advies over nieuw beleid te
sociaal domein is die betrokken wordt bij de vraagstukken in het sociaal domein De Adviesraad
kunnen geven. De gemeente zorgt ervoor dat een
sociaal domein vormt een afspiegeling van de
plan voor nieuw beleid tijdig bij de Adviesraad
inwoners die kenmerkend zijn voor de Venrayse
sociaal domein ligt, zodat het gegeven advies nog van invloed kan zijn op het te nemen besluit;
samenleving met een inhoudelijke kennis en een
e. Het college zorgt ervoor dat het standpunt van
aantoonbaar netwerk binnen het sociaal domein. Het
55
Verordening SD
belanghebbenden in de beleidsontwikkeling
2. De Adviesraad sociaal domein brengt jaarlijks voor
zichtbaar wordt gemaakt en betrekt het advies
1 april aan het dagelijks bestuur verslag uit van de
van de Adviesraad sociaal domein zichtbaar bij
activiteiten en bevindingen over het afgelopen jaar
de besluitvorming. Als het college afwijkt van
en van de besteding van het budget over dat jaar.
het advies van de Adviesraad sociaal domein dan
Budget dat niet in het betreffende jaar is besteed
wordt dit bij het voorstel vermeld en een reden
gaat terug naar de gemeente.
voor genoemd.
3. De leden van de Adviesraad sociaal domein ontvangen een door het college te bepalen
10.2.2 Taken en bevoegdheden
vergoeding.
• 1.De Adviesraad sociaal domein geeft gevraagd en ongevraagd advies over plannen voor nieuw beleid
10.3 Inspraak bij aanbieders
van burgemeester en wethouders of van de
[Jeugdwet, Wmo]
gemeenteraad. De Adviesraad sociaal domein kan
1. Aanbieders zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten of producten, inspraak
ook advies geven over het geldende beleid. • 2.De Adviesraad sociaal domein houdt zich niet bezig
te geven en daarover regels te maken. Dat kan
met individuele klachten en bezwaarschriften of
bijvoorbeeld door middel van een cliëntenraad of
met andere zaken over een bepaalde inwoner. Ook
andere vormen van inspraak. 2. De gemeente ziet erop toe dat de aanbieder
kan niet geadviseerd worden op het gebied van de gemeentelijke bedrijfsvoering en financiën.
van Wmo-hulp de regels over inspraak naleeft. De gemeente overlegt regelmatig met deze aanbieders
10.2.3 Budget, verslag, vergoeding en
over de dienstverlening en onderzoekt jaarlijks
voorzieningen
hoe tevreden inwoners met de aanbieder zijn. Voor
1. Het college stelt een uitvoeringsbudget beschikbaar
jeugdhulp is het toezicht geregeld in de Jeugdwet.
voor de Adviesraad sociaal domein voor de kosten
De Inspectie voor de Volksgezondheid ziet erop toe
in het kader van deskundigheidsbevordering,
dat de aanbieder van jeugdhulp de regels uit de
bijwonen studiedagen of symposia en voorlichting
Jeugdwet naleeft.
en PR. Op basis van een onderbouwde begroting van de Adviesraad sociaal domein. De Adviesraad sociaal domein moet de begroting uiterlijk in januari van het jaar dat voorafgaat aan het begrotingsjaar aanleveren.
56
Aanmerkingen op de uitvoering
11 Aanmerkingen op de uitvoering De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. Wanneer een inwoner niet tevreden is, vindt de gemeente dit een belangrijk signaal. De gemeente wil dan graag de kritiek met de inwoner bespreken en nagaan of er een oplossing is. Als dit niet mogelijk is, bestaat de mogelijkheid om een klacht in te dienen of bezwaar te maken. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen of bezwaar te maken. Bij problemen met jeugdhulp, kan de inwoner een vertrouwenspersoon spreken. Dit hoofdstuk sluit aan bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman.
Voor dit hoofdstuk geldt in ieder geval de volgende kernwaarde:
Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft).
11.1 Doelen klacht- en bezwaarprocedure
3. De inwoner kan kritiek op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente uiten via
[Awb, Gemeentewet]
een eenvoudige en effectieve klachten- en
1. De gemeente ziet een klacht of bezwaar als:
bezwaarprocedure. 4. De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren
a. een aanleiding om een besluit te heroverwegen;
zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de
b. een mogelijkheid om de dienstverlening aan
wettelijke termijnen, worden afgehandeld.
inwoners te verbeteren;
5. De gemeente zet zich ervoor in dat de inwoner die
c. een aanleiding om een vertrouwensbreuk te
een klacht of bezwaar heeft ingediend, zich gehoord
herstellen; en
voelt.
d. een aanzet om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te herstellen.
11.2 Klachtenprocedure
2. De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om haar klacht of
[Awb, Gemeentewet]
bezwaar mondeling toe te lichten.
De inwoner kan een klacht indienen over het gedrag van bestuursorganen en medewerkers van de gemeente bij de uitvoering van hun taak. In de Awb en de Klachtenregeling gemeente Venray staan de regels die gelden voor het indienen en behandelen van
@
klachten.
11.3 Klachten over andere personen of organisaties [Awb, Gemeentewet] 1. De inwoner met een klacht over het gedrag van een medewerker van een organisatie die namens de gemeente hulp verleent, kan die klacht indienen bij die organisatie. Die organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met de gemeente hebben gedeeld. Is de inwoner niet tevreden over de behandeling van de klacht, dan kan de inwoner zjin klacht alsnog indienen bij de gemeente.
57
Verordening SD
11.4 Vertrouwenspersoon
2. Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de gecontracteerde persoon
[Jeugdwet]
of organisatie is afgehandeld, verwijst de aanbieder
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die
de inwoner door naar de gemeente. De inwoner kan
jeugdhulp krijgt, een onafhankelijke vertrouwens-
dan een klacht indienen bij de gemeente.
persoon kan spreken. De vertrouwenspersoon kan
3. De inwoner die geraakt is door geweld of ander
de inwoner ondersteunen bij problemen, klachten en
strafbaar gedrag van personen of van een
vragen in verband met de jeugdhulp.
organisatie die die hulp verlenen op grond van een besluit van de gemeente, kan dit melden bij de
11.5 Bezwaar
gemeente. De gemeente bepaalt hoe die melding
[Awb, Gemeentewet]
wordt behandeld.
1. Als de gemeente een besluit neemt, informeert de gemeente de inwoner over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit. 2. De inwoner die het niet eens is met een besluit kan daartegen bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de Awb en de verordening commissie bezwaarschriften gemeente Venray.
58
Kwaliteit, inkoop en aanbesteding
12 Kwaliteit, inkoop en aanbesteding De diensten en producten die de gemeente en aanbieders leveren, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoeften van de inwoner. Producten moeten veilig, degelijk en goed bruikbaar zijn voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten.
Voor dit hoofdstuk geldt in ieder geval de volgende kernwaarde:
Gemeente Venray normaliseert, versterkt de toegang tot ondersteuning en werkt samen met (zorg)aanbieders.
12.1 Kwaliteit
12.2 Inkoop en aanbesteding
[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet]
1. De gemeente zorgt er voor dat de kwaliteit van
1. Alle diensten en producten die de gemeente in het
de diensten en producten in het kader van deze
kader van deze verordening aanbiedt moeten van
verordening gegarandeerd is. Bij inkoop en
goede kwaliteit zijn zodat het gewenste resultaat
aanbesteding toetst de gemeente of aanbieders
voor de inwoner wordt bereikt.
rekening houden met de voorwaarden uit artikel
2. De gemeente zorgt voor een goede prijs-
12.1 derde lid.
kwaliteitverhouding door:
2. De gemeente houdt bij het vaststellen van prijzen
a. een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt dan
rekening met:
voor inschrijving op een aanbesteding en voor
a. het soort dienst of product;
een daaropvolgende overeenkomst met een
b. het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van
aanbieder; of
werknemers;
b. een reële prijs vast te stellen. Die geldt dan als
c. een redelijke toeslag voor overheadkosten;
ondergrens voor een inschrijving en voor een
d. andere personeelskosten die niet direct met de
overeenkomst met een aanbieder.
dienstverlening te maken hebben, zoals kosten
3. De diensten en producten:
voor werkoverleg, bijscholing, ziekte en verlof
a. passen bij de behoefte van de inwoner;
van werknemers;
b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de
e. reis- en opleidingskosten van werknemers;
inwoner;
f. het jaarlijks aanpassen van de reële prijs in
c. voldoen aan normen en eisen die door de
verband met wijziging van de kosten;
beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn
g. andere kosten die het gevolg zijn van
aanvaard;
verplichtingen voor aanbieders, zoals rapportage-
d. worden afgestemd op andere diensten of
en administratieve verplichtingen.
producten die aan de inwoner worden geleverd; e. worden geleverd volgens een bepaalde structuur, die op tijd aan de inwoner wordt meegedeeld.
59
Verordening SD
13 Begrippenlijst In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst? • Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. • Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat we zoveel mogelijk aansluiten bij het normale, dagelijkse taalgebruik. • Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven. • Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven.
Aanbieder(s):
de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op grond van een besluit van de gemeente.
Aangepast vervoer:
vervoer met een besloten (school)bus, taxi, treintaxi of bustaxi, niet zijnde openbaar vervoer.
Aanvraag:
een schriftelijk verzoek van een inwoner om een schriftelijk besluit te nemen.
Algemeen gebruikelijke voorziening(en):
een voorziening die • niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; • daadwerkelijk beschikbaar is; • een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie; en • financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.
Andere voorziening(en):
een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die zij nodig heeft, anders dan hulp-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan bijvoorbeeld een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of voorliggende voorziening, of voorliggende voorzieningen op grond van andere regelingen, zoals alimentatie en toeslagen.
Anw-uitkering:
een maandelijkse uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet.
Aow-leeftijd:
leeftijd waarop een uitkering (pensioen) op grond van de Algemene ouderdomswet ingaat.
Arbeidsverplichting:
de verplichting om werk te zoeken en te aanvaarden, om mee te werken aan activiteiten om aan het werk te komen, waaronder het onderzoeken van de mogelijkheden, of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9, 18 4e lid en 18a 5e lid van de Participatiewet, artikel 20a 5e lid en 37 van de IOAW en artikel 20a 5e lid en 37 van de IOAZ.
Awb:
Algemene wet bestuursrecht.
60
Begrippenlijst
Basisonderwijs:
onderwijs op een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs.
Basisschool:
basisschool als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs.
Benadelingsbedrag:
netto bedrag dat ten onrechte aan bijstand is verstrekt of het bedrag dat de inwoner onverantwoord heeft ingeteerd (te snel opmaken van eigen middelen) waardoor zij eerder een beroep dient te doen op bijstand.
Beperking(en):
de vermindering van mogelijkheden door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap. Dat heeft tot gevolg gehad dat er een belemmering is ontstaan in het sociaal-maatschappelijk functioneren.
Als het om vervoer naar school gaat: het vervoer naar school.
Beschermd wonen:
is een hulp-op-maat voorziening bestaande uit de volgende kenmerken: - wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; en, - de begeleiding wordt planbaar en onplanbaar (24 uur per dag) geboden op gevraagde en ongevraagde momenten, zodat er goed kan worden ingespeeld op de (al dan niet geëxpliceerde) zorgvraag van de cliënt.
Bestuurlijke boete:
een boete, vanwege het niet (behoorlijk) nakomen van de inlichtingenplicht op grond van artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid, van de IOAW, artikel 13, eerste lid, van de IOAZ, of artikel 30c van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG):
De Wet BIG geeft regels voor beroepen in de gezondheidszorg en beschermt patiënten tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. Op grond van de Wet BIG zijn bepaalde zorgverleners verplicht zich in te schrijven in het BIG-register.
Brede intake:
voor de Wet inburgering wordt er een brede intake afgenomen. De brede intake is een onderzoek naar de mogelijkheden die de inburgeringsplichtige heeft om aan de inburgeringsplicht te voldoen. De brede intake bestaat in ieder geval uit een leerbaarheidstoets, een onderzoek over het onderwijs dat is gevolgd en de werkervaring uit het land van herkomst. Daarnaast bestaat de brede intake uit een verkenning naar de persoonlijke omstandigheden. En tot slot een verkenning van de mogelijkheden om het kind van de inburgeringsplichtige deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie.
Bijstandsnorm:
de maximale hoogte van de bijstandsuitkering, bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet, artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) of artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikt gewezen zelfstandigen (IOAZ). De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner.
61
Verordening SD
Bijstandsuitkering:
de algemene bijstand voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet, IOAW en IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de eventuele aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
Collectief taxivervoer:
vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd).
Dichtstbijzijnde school:
school die het dichtst bij de woning of opstapplaats van het kind ligt, gemeten via de kortste route waarlangs het kind veilig kan reizen. Als het kind naar een speciale school voor basisonderwijs gaat, dan is de dichtstbijzijnde school de school in het samenwerkingsverband waarop het kind eerst zat, of een andere speciale school voor basisonderwijs binnen dit samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente goedkoper is.
Doelgroep: Domus-huis:
personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet. is een beschermde woonvorm voor dak- en thuisloze inwoners die vanwege persoonlijke problematiek niet in staat zijn om in een trajecthuis te wonen.
DUO:
Dienst Uitvoering Onderwijs.
Eigen kracht:
Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen.
Eigen vervoermiddel:
een vervoermiddel dat de inwoner zelf bezit of dat zij kan gebruiken. Daaronder valt ook een vervoermiddel zoals een deel-, leen- of lease-auto.
Gebruikelijke hulp:
de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet worden met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld.
Gedrag(en):
het geheel van acties en reacties van een persoon.
Gemeente:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venray.
Gezinsmigranten en overige migranten:
Deze inwoners zijn als migranten naar Nederland gekomen omdat zij een Nederlandse partner hebben of omdat zij ouders of kinderen in Nederland hebben wonen. Zij zijn inburgeringsplichtig en hebben een reguliere verblijfsvergunning in Nederland voor bepaalde tijd.
Grijs wonen:
tijdelijk onderdak geboden aan dakloze inwoner via familie of vrienden. Er wordt professionele begeleiding op maat geboden om er voor te zorgen dat de dakloze inwoner binnen 3 maanden weer een eigen plek heeft.
Hulp:
• ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, artikel 36 van de IOAW en artikel 36 van de IOAZ; • bijstand als bedoeld in artikel 7 Participatiewet; • een uitkering als bedoeld in artikel 5 IOAW en artikel 5 IOAZ; • inkomensondersteuning op grond van de artikelen 108, eerste lid, en 147, eerste lid, Gemeentewet; • maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo;
62
Begrippenlijst
• jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; • schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs; of • een vervoersvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 6 (vervoer naar school); • ondersteuning bij de inburgeringsplicht en maatschappelijke begeleiding als bedoeld in artikel 6 en 13 van de Wet Inburgering 2021. Hulp in natura:
hulp of zorg die de gemeente voor de inwoner inzet.
Hulp-op-maat:
een op de inwoner afgestemde voorziening: • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening (in natura of als pgb). • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling die speciaal op de inwoner is afgestemd of bijzondere bijstand. • Als het gaat om schuldhulpverlening in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden. • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of haar ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet.
Hulpvraag:
de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft.
Inburgeringsplichtige:
de inburgeringsplichtige, uit artikel 3 van de Wet Inburgering 2021. De inburgeringsplicht is bedoeld voor inwoners die vreemdeling zijn in Nederland en op basis van artikel 8, onderdelen a en c, van de Vreemdelingenwet een rechtmatig verblijf in Nederland hebben. Zij zijn ouder dan 18 jaar, maar hebben de pensioenleeftijd nog niet bereikt.
Inkomen:
het inkomen, uit artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. Gaat het om vervoer naar school (hoofdstuk 6) dan wordt onder inkomen verstaan: inkomensgegevens als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het inkomen wordt dan gemeten over het peiljaar (artikel 4, 7e lid, van de Wet op het primair onderwijs).
Inspraak:
inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in artikel 10.1 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen.
Instelling(en):
een organisatie die bedrijfsmatig zorg of hulp verleent.
Interne werkbegeleiding: dagelijkse werkbegeleiding bij de werkgever door een medewerker in dienst van de werkgever, omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren en waarbij sprake is van meer dan gebruikelijke begeleiding van de werknemer op de werkplek.
Inwoner(s):
de persoon die haar woonplaats heeft binnen de gemeente Venray volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om: • Wmo-hulp, dan betreft het de ingezetene van de gemeente Venray als bedoeld in artikel 1.2.1 Wmo en de ingezetene van Nederland die zich bij de gemeente Venray meldt voor maatschappelijke opvang of hulp bij het (zelfstandig) wonen; • jeugdhulp, dan betreft het de jeugdige die haar woonplaats in de gemeente Venray heeft op grond van artikel 1.1 Jeugdwet;
63
Verordening SD
• schuldhulpverlening, dan betreft het degene die in de basisregistratie personen van de gemeente Venray als ingezetene is ingeschreven. Voor de toepassing van de hoofdstukken 9 en 11 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die hulp van de gemeente heeft gehad maar haar woonplaats niet meer daar heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor hulp door de gemeente. IOAW:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
IOAZ:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Jeugdhulp:
hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Jobcoaching:
door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan inwoners met een arbeidsbeperking, gericht op het vinden en behouden van werk.