Verordening Sociaal Domein 2025 gemeente Venray (getekend)
Tekst van het document
g n i n e d r o r e V 02 5 2 n i e m o D S o c ia a l Gemeente
Venray, focus op mensen
Venray
Verordening SD
Iedereen kan naar vermogen meedoen in de samenleving. Daar gaan we voor.
2
xxx
3
Verordening SD
4
Inhoud
Inhoud 1 Inleiding verordening Sociaal Domein
3 Werken en meedoen in de samenleving
8
16
1.1 Waarom deze regels?
8
3.1 Voor wie?
16
1.2 Uitgangspunten van de regels
8
3.2 Samenwerking met de omgeving
17
1.3 Kernwaarden
9
3.3 Voorwaarde geen verdringing
17
1.4 Uitvoering van de regels
10
3.4 Voorzieningen
17
1.5 Leeswijzer
10
2 De hulpvraag
11
3.4.1 Voorzieningen – werk
17
3.4.2 Voorzieningen – beëindiging en weigering
18
3.4.3 Voorziening naar werk of naar participatie
19
3.4.3.1 Sociale activering
19
3.4.3.2 (Leer)werkstage
19
2.1 Melding bij de gemeente
11
3.4.4 Werkplekken
19
2.1.1 Melden hulpvraag
11
3.4.4.1 Beschut werk
19
2.1.2 Doel en procedure melding
12
3.4.4.2 Werkervaringsplaats
20
2.2 Gesprek na de melding
12
3.4.4.3 Proefplaatsing
20
2.2.1 Doel en procedure van het gesprek
12
3.4.5 Persoonlijke ondersteuning bij werk en
2.2.2 Gesprek en onderzoek
12
andere voorzieningen
21
2.2.3 Leefzorgplan of plan van aanpak
12
3.4.5.1 Scholing
21
2.3 Aanvraag
13
3.4.5.2 Taalscholing
21
2.3.1 Aanvraag
13
3.4.5.3 Leer-werktrajecten
21
2.3.2 Voorwaarden voor hulp-op-maat
13
3.4.6 Persoonlijke ondersteuning bij werk en
2.3.3 Advisering
14
2.3.4 Beoordelen aanvraag
14
2.3.5 Beslistermijn
14
3.4.6.1 Aanvraag persoonlijke ondersteuning
14
bij werk en andere voorzieningen
21
15
3.4.6.2 Persoonlijke ondersteuning bij werk
22
2.4
Beslissing
2.5 Uitzonderingen
andere voorzieningen voor inwoners met arbeidsbeperking
2.5.1 Jeugdhulp via arts en andere hulpverleners 15
3.4.6.3 Persoonlijke ondersteuning bij werk van
2.5.2 Spoedeisende gevallen
15
een jobcoach
2.5.3 Inburgeringsplichtigen
15
3.4.6.4 Persoonlijke ondersteuning bij werk
2.5.3.1 Brede intake
15
voor het organiseren van jobcoaching
2.5.3.2 Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP)
via subsidie 15
21
22
22
3.4.6.5 Persoonlijke ondersteuning bij werk voor interne werkbegeleiding via subsidie
23
3.4.7 Faciliterende voorziening
23
3.4.7.1 Kinderopvang
23
3.4.7.2 Reiskosten
23
3.4.7.3 Een meeneembare voorziening en/of bij een motorische beperking
24
3.4.7.4 Een vervoersvoorziening
24
3.4.8 Financiële compensatie
24
3.4.8.1 Wettelijke loonkostensubsidie
24
3.4.8.2 Opstapsubsidie
24
3.5 Andere voorzieningen en vergoedingen 3.6
5
Ontheffing van arbeidsverplichtingen
25 25
3.7 Tegenprestatie
25
3.7.1 Doel van de tegenprestatie
25
3.7.2 Voorwaarden tegenprestatie
25
3.7.3 Duur en omvang tegenprestatie
25
Verordening SD
6 Vervoer naar school
35
3.8 Meedoen in de samenleving
26
3.8.1 Herstelgerichte ondersteuning
26
3.8.2 Individuele ondersteuning (hulp-op-maat)
26
6.1 Hulp-op-maat
35
3.8.3 Vervoer in de eigen omgeving
26
6.2 Onderzoek
35
3.8.4 Rolstoel
27
6.3 Voorwaarden
36
3.8.5 Sportvoorziening
27
6.3.1 Bijzondere regeling voor weekend- en
3.8.6 Aanpassing of vervanging voorziening
27
vakantievervoer
3.9
27
6.5 Vorm en hoogte van de
6.4 Zelfstandigheid/zelfredzaamheid Inburgeren
3.9.1 Kernpunten van het inburgeringstraject
vervoersvoorziening
27
36 37 37
6.5.1 Bijzondere regeling vervoer naar
4. Gezond en veilig opgroeien
28
4.1 Vrij toegankelijke hulp
28
4.2 Hulp-op-maat
29
4.3 Overgang van 18- naar 18+
29
basisschool
38
6.5.2 Drempelbedrag
38
6.6 Ingangsdatum en duur van de vervoersvoorziening
7 Lage inkomens en geldzorgen
4.4 Afstemming met andere vormen van hulp
38
39
30 7.1
Armoedebeleid
39
7.2 Wat wil de gemeente?
39
5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving
31
5.1 Hulp-op-maat
32
7.4.2 Hoogte van de toeslag
41
5.2 Zelfstandig en veilig wonen
32
7.5 Schulddienstverlening
41
7.3 Voorzieningen voor lage inkomens
40
7.4 Individuele inkomenstoeslag
40
7.4.1 Doelgroep voor individuele inkomenstoeslag 41
5.3
Een schone en leefbare woning
33
7.5.1 Samenwerking en toegang
41
5.4
Hulp bij het (zelfstandig) wonen
33
7.5.2 Schulddienstverlening
41
8 De vorm van de hulp
42
5.5 Maatschappelijke opvang
34
5.6 Mantelzorg
34
5.6.1 Ondersteuning mantelzorger
34
5.6.2 Mantelzorgwaardering
34
5.6.3 Mantelzorgwoning
34
8.1 Financiële hulp
42
8.2 Een product of een dienst
42
8.3
43
Persoonsgebonden budget (pgb)
8.3.1 Voorwaarden – algemeen
43
8.3.2 Professionele of niet-professionele hulp
43
8.3.3 Hoogte en tarief pgb
44
8.3.4 Hoogte van het persoonsgebonden budget bestemd voor hulp-op-maat beschermd wonen
45
8.3.5 Aanvullende ondersteuning in uitzonderlijke gevallen bij beschermd
6
wonen
45
8.3.6 Verantwoording pgb
45
8.3.7 Opschorten pgb
45
8.4 Kostprijs
45
8.5 Bijdrage in de kosten
46
Inhoud
9 Afspraken tussen inwoner en gemeente
47
10 Inwonerparticipatie 10.1
Inspraak van inwoners
55
9.1 Hoe gaan we met elkaar om?
47
10.2
Adviesraad sociaal domein
55
9.1.1 De rol van de gemeente
47
10.2.1 Samenstelling en werkwijze
55
9.1.2 De rol van de inwoner
48
10.2.2 Taken en bevoegdheden
56
9.2 Het verlagen van een bijstandsuitkering
10.2.3 Budget, verslag, vergoeding en 48
9.2.1 Wanneer wordt de bijstandsuitkering verlaagd?
voorzieningen
56
10.3
56
48
9.2.3 Het besluit om de uitkering te verlagen
48
9.2.4 Ingangsdatum en periode verlaging
49
9.2.5 Berekening verlaging
49
11 Aanmerkingen op de uitvoering 57 11.1
57 57
49
11.3 Klachten over andere personen of organisaties
57
49
11.4 Vertrouwenspersoon
58
50
11.5 Bezwaar
58
12 Kwaliteit, inkoop en aanbesteding
59
12.1 Kwaliteit
59
12.2
59
9.2.7 Niet nakomen andere verplichtingen in 9.2.8 Te weinig besef van verantwoordelijkheid
Doelen klacht- en bezwaarprocedure
11.2 Klachtenprocedure
9.2.6 Niet nakomen wettelijke
verband met werk en tegenprestatie
Inspraak bij aanbieders
48
9.2.2 Afstemming verlaging
arbeidsverplichtingen
55
9.2.9 Ontoelaatbaar gedrag (zeer ernstige misdragingen)
50
9.2.10 Niet nakomen van andere verplichtingen
50
9.2.11 Samenloop van gedragingen
51
9.2.12 Herhaling (recidive)
51
9.3
Handhaving in de Wet Inburgering
2021
51
9.3.1 Verplichtingen
51
Inkoop en aanbesteding
9.3.2 Handhaving verplichtingen bij de brede intake
51
13 Begrippenlijst
60
14 Van oud naar nieuw
69
14.1 Uitvoeringsregels
69
9.3.3 Handhaving tijdens het inburgeringstraject 52 9.3.4 Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet
52
9.3.5 Verrekening boete met bijstandsuitkering
52
9.4 Terugvorderen uitkering
52
9.5 Beëindigen en terugvorderen
14.2 Afwijken van de verordening
voorziening
53
(hardheidsclausule)
69
9.5.1 Beëindiging voorziening
53
14.3 Intrekken oude verordeningen
69
9.5.2 Terugvordering en verrekening voorziening 53
14.4 Overgangsrecht
69
9.6 Hoe controleert de gemeente of
14.5 Ingangsdatum en naam
69
afspraken worden nagekomen?
53
9.6.1 Controle
53
9.6.2 Voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik
54
9.6.3 Privacy bij controle op misbruik en oneigenlijk gebruik
54
9.6.4 Toezichthouders
54
9.7 Handhavingsplan en verantwoording
54
9.8
54
Aangifte Openbaar Ministerie
7
Verordening SD
1 Inleiding verordening Sociaal Domein Deze verordening sluit aan bij de kadernota Sociaal Domein ‘De volgende stap’ en geeft gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen: • werken en meedoen in de samenleving • gezond en veilig opgroeien • wonen in een veilige en gezonde omgeving • vervoer naar school • lage inkomens en geldzorgen • de vorm van de hulp • afspraken tussen inwoner en gemeente • inwonerparticipatie In de kadernota Sociaal Domein stellen we het leven van de inwoner en de omgeving centraal. Verder gaan we uit van ‘positieve gezondheid’. Dit bestaat uit meer dan ‘niet ziek zijn’ en richt zich op de inwoner, hoe de inwoner meer veerkracht krijgt en wat het leven betekenis geeft. We richten ons daarom op de inwoner en de omgeving. Hoe kunnen we de inwoner en de omgeving sterker maken zodat de inwoner geen hulp van de gemeente (meer) nodig heeft.
1.1 Waarom deze regels? Het is belangrijk dat inwoners actief kunnen
De regels in deze verordening zijn nodig om de
meedoen in de samenleving en hun financiën op orde
wettelijke taken goed te kunnen uitvoeren. Deze regels
hebben. Ook is het belangrijk dat inwoners een eigen
vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op
huishouden kunnen voeren en dat kinderen gezond en
hoofdlijnen. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin
veilig opgroeien. Inwoners moeten in de eerste plaats
bepaalde zaken worden uitgewerkt. Burgemeester
daar zelf voor zorgen. Lukt dat niet, dan is het de taak
en wethouders kunnen zulke uitvoeringsregels
van de gemeente om inwoners te helpen. De wetgever
maken. Die regels staan niet in deze verordening,
heeft wetten gemaakt waarin dat staat. Het gaat om
maar in andere regelingen, zoals het besluit nadere
de volgende wetten:
regels of beleidsregels. Op verschillende plekken in
• Participatiewet (PW)
de verordening zijn wetsartikelen opgenomen. Die
• Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
artikelen zijn wel iets anders opgeschreven. Dat maakt
arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
ze beter leesbaar. Zo zijn de hoofdlijnen van het gemeentelijke sociaal domein goed te zien en kan de
• Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
lezer de samenhang tussen de regels ontdekken.
• Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) • Wet inburgering 2021 (Wi 2021)
1.2 Uitgangspunten van de regels
• Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo
De regels in deze verordening zijn geschreven vanuit
2015)
een aantal uitgangspunten. De regels:
• Jeugdwet
• zijn goed leesbaar
• Leerlingenvervoer (Llv)
• kunnen goed uitgevoerd worden en zijn duidelijk voor de inwoners
• Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet voortgezet onderwijs
• zijn afgestemd op elkaar
2020 (WVO 2020)
• sluiten aan bij de wetten die hierboven zijn
• Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
genoemd
(Wvggz)
• helpen om de doelen van de wetgever te bereiken en belangrijke internationale regels na te komen • houden de administratieve lasten/kosten voor inwoners en de gemeente zo laag mogelijk
8
Inleiding
1.3 Kernwaarden Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houdt de gemeente rekening met de genoemde wetten. De gemeente zorgt ervoor dat het gevolg van een besluit past bij de bedoeling van die wetten. De gemeente gaat daarbij uit van de volgende kernwaarden:
Inwoners zijn in de eerste plaats (als het mogelijk is) zelf verantwoordelijk om hun eigen doelen te realiseren en zetten zich daar ook voor in.
De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun hulpvraag bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (de omgeving). De ondersteuning vanuit de gemeente is gericht op de intrinsieke motivatie van de inwoner en er wordt gehandeld vanuit vertrouwen.
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving.
De gemeente Venray bevordert preventie, een sterke omgeving en een duurzame uitstroom en voorkomt instroom.
Gemeente Venray normaliseert, versterkt de toegang tot ondersteuning en werkt samen met (zorg)aanbieders.
9
Verordening SD
Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft).
Gemeente Venray zet in op vitale inwoners en een sterke omgeving.
Inwoners worden zoveel mogelijk thuis en in hun eigen wijk geholpen.
Deze kernwaarden geven richting aan de uitvoering
school (hoofdstuk 6) hulp bij geldzorgen (hoofdstuk
van de verordening. Het zijn geen regels, maar
7). In die hoofdstukken staat wanneer de inwoner hulp
principes en overtuigingen. Die vormen de basis van
kan krijgen, wat die hulp inhoudt en welke rechten
de regels. Bij ieder hoofdstuk staat aangegeven welke
en plichten deze hulp geeft. Daarnaast zijn er enkele
kernwaarden we belangrijk vinden voor dat hoofdstuk.
hoofdstukken over de vorm die de hulp heeft, over wat
Ten slotte: de begrippen die in deze verordening
inwoners en gemeente van elkaar kunnen verwachten
worden gebruikt, worden toegelicht in hoofdstuk 13.
en hoe de hulp georganiseerd is (hoofdstuk 8-12). De verordening eindigt met een uitleg van belangrijke
1.4 Uitvoering van de regels
begrippen die in deze verordening worden gebruikt
Bij het versterken van de omgeving willen we een
(deze woorden zijn dikgedrukt in de verordening) en
samenwerkende en ondersteunende gemeente zijn.
met slotbepalingen (hoofdstuk 13 en 14).
Daarom willen we duurzaam investeren in de omgeving. Het uitgangspunt is om actief de verbinding te leggen
Elk hoofdstuk begint met een korte inleiding.
tussen inwoners, hun netwerken en de sociale
Daarin staat waarover het hoofdstuk gaat en welke
omgeving. De omgeving gaat altijd voor op de
kernwaarden voor dat hoofdstuk gelden. Daarna volgen
hulp-op-maat. Bij hulp-op-maat verleend door
de regels. Die regels zijn gebaseerd op de wetten die
aanbieders streven we naar duurzaam partnerschap.
bij hoofdstuk 1.1 zijn genoemd. Bij elk artikel staat op welke wet of welke wetten het precies gebaseerd is.
1.5 Leeswijzer
Dit kan per artikel en zelfs per hoofdstuk of paragraaf
Wat staat in deze verordening? Na de Inleiding staat
verschillend zijn. In deze verordening komt een aantal
eerst hoe en waar een inwoner hulp kan vragen aan
keer het woord ‘Gemeentewet’ voor. We bedoelen
de gemeente en hoe die hulpvraag wordt opgepakt.
daarmee de wet die bepaalt dat de gemeenteraad
Daarna leggen we in een aantal hoofdstukken uit
zelf iets kan regelen. Bij een aantal artikelen staat
wat de belangrijkste regels zijn. Die regels gaan
de afkorting ‘Awb’ (Algemene wet bestuursrecht).
bijvoorbeeld over hulp van de gemeente om de
Daarmee bedoelen we dat in de Awb specifieke
stap naar werk te zetten (hoofdstuk 3), hulp bij de
bepalingen over dat onderwerp staan.
opvoeding van kinderen (hoofdstuk 4), vervoer naar
10
De hulpvraag
2 De hulpvraag Soms lukt het inwoners niet om zelf hun problemen op te lossen. Inwoners kunnen dan hulp vragen aan de gemeente. In dit hoofdstuk staat hoe een inwoner die hulpvraag kan stellen. Ook staat in dit hoofdstuk hoe de hulpvraag wordt behandeld en hoe de gemeente tot een besluit komt. Uitgangspunt is dat alle hulpvragen in 1 keer kunnen worden gesteld. Maar voor bepaalde hulpvragen geldt soms een bijzondere route. In dit hoofdstuk staat ook, hoe inwoners en hulpverleners signalen kunnen doorgeven aan de gemeente, als ze zich zorgen maken over andere inwoners. Geeft de gemeente hulp, dan zorgt de gemeente ervoor dat de hulp aansluit bij andere vormen van hulp die de inwoner al krijgt. Inwoners en professionals kunnen ook informatie vinden op www.venray.nl.
Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:
De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun hulpvraag bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (de omgeving). De ondersteuning vanuit de gemeente is gericht op de intrinsieke motivatie van de inwoner en er wordt gehandeld vanuit vertrouwen.
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving.
Gemeente Venray normaliseert, versterkt de toegang tot ondersteuning en werkt samen met (zorg)aanbieders.
2.1 Melding bij de gemeente [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wvggz,
voorzieningen die het werk ondersteunen
Llv, Wi]
f. Leerlingenvervoer
2.1.1 Melden hulpvraag
In artikel 2.3.1 staat verder hoe een aanvraag kan
1. Inwoners die hulp nodig hebben kunnen zich
worden gedaan.
melden bij de gemeente. Dat kan digitaal
4. De werkgever kan ook een aanvraag doen
(gemeente@venray.nl), schriftelijk (postbus 500,
voor persoonlijke ondersteuning bij werk en
5800 AM Venray), of telefonisch (0478-52 33 33).
voorzieningen die het werk ondersteunen.
2. Inwoners die maatschappelijke opvang nodig
5. Als het nodig is helpen de medewerkers van de
hebben, kunnen zich ook rechtstreeks melden bij de
gemeente inwoners bij het vinden van de juiste medewerker, voor een gesprek over de hulpvraag.
gemeente Venray, Raadhuisstraat 1 te Venray. 3. Voor sommige vormen van hulp kan de inwoner
6. De gemeente zorgt ervoor, dat inwoners goed
(direct) een aanvraag doen. De inwoner kan een
worden geïnformeerd over de mogelijkheden om een melding of een aanvraag te doen.
aanvraag doen voor de volgende vormen van hulp: a. een bijstandsuitkering voor levensonderhoud
7. Iemand anders kan ook (samen met de inwoner)
b. een IOAW- of IOAZ-uitkering
een melding of, met een machtiging, een aanvraag
c. bepaalde inkomensvoorzieningen
namens de inwoner doen.
d. jeugdhulp
8. Iedereen die zich zorgen maakt over het gedrag
e. persoonlijke ondersteuning bij werk en
van een ander, kan dat melden. Voor deze
11
Verordening SD
meldingen bestaat het Advies- en meldpunt verward
2.2.2 Gesprek en onderzoek
gedrag. Het Advies- en meldpunt neemt de melding
1. De medewerker bespreekt met de inwoner de
in ontvangst voor de gemeente en onderzoekt of de
melding en onderzoekt als volgt:
inwoner moet worden geholpen.
Stap 1: De gemeente stelt eerst vast wat de hulpvraag van de inwoner is en welk resultaat de
2.1.2 Doel en procedure melding
inwoner daarmee wil bereiken.
1. Het doel van de melding is om de hulpvraag te
Stap 2: De gemeente onderzoekt wat de inwoner
bespreken en te onderzoeken of er hulp nodig is.
zelf kan doen om het probleem op te lossen (eigen
De gemeente nodigt de inwoner uit voor een
kracht), al dan niet met gebruikelijke hulp, met
gesprek met een medewerker van de gemeente. Na
algemeen gebruikelijke voorzieningen, met hulp
overleg met de inwoner bepaalt de gemeente of,
van anderen uit het sociale netwerk of van andere
waar en wanneer het gesprek is en welke gegevens
organisaties of met andere voorzieningen.
de inwoner moet meenemen. Als een gesprek nodig
Stap 3: De gemeente stelt hierna vast welke
is kan dit bij de inwoner thuis zijn, als dit belangrijk
problemen, beperkingen of (on)mogelijkheden er
is voor de hulpvraag.
precies zijn die belangrijk zijn voor het beoordelen
2. De inwoner zorgt ervoor dat de gemeente alle
van de hulpvraag.
gegevens krijgt die nodig zijn voor het gesprek over
Stap 4: De gemeente bepaalt welke aanvullende
de hulpvraag.
hulp de gemeente kan geven om het probleem op te
3. De gemeente informeert de inwoner over de gratis
lossen en het gewenste resultaat te bereiken.
hulp die een cliëntondersteuner kan geven.
2. Informatie die de medewerker na het gesprek
4. De inwoner kan zelf een plan opstellen waarin de
ontvangt, betrekt de medewerker bij haar
inwoner uitlegt hoe haar persoonlijke situatie
onderzoek.
is. In dat plan geeft de inwoner ook aan wat te
3. Het gesprek kan telefonisch plaatsvinden als dat
willen bereiken met de vraag (dat plan heet een
voldoende is voor het beoordelen van de hulpvraag.
persoonlijk plan of een familiegroepsplan). De
4. Als het nodig is, betrekt de medewerker ook
inwoner krijgt de gelegenheid om na de melding
anderen bij het gesprek of onderzoek. Als de
binnen 7 dagen een persoonlijk plan in te leveren
inwoner mantelzorg krijgt, gaat de medewerker na
bij de gemeente. De termijn van 7 dagen geldt niet
of de mantelzorger ondersteuning nodig heeft.
voor jeugdhulp.
5. Gaat het om Wmo- of jeugdhulp, dan informeert de medewerker de inwoner over de
2.2 Gesprek na de melding
mogelijkheid om te kiezen voor hulp in natura
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv]
of een persoonsgebonden budget (pgb). Als de
2.2.1 Doel en procedure van het gesprek
inwoner een pgb wil ontvangen, dan maakt een
1. Het doel van het gesprek is om een goed beeld te
Bewustkeuzegesprek deel uit van het onderzoek.
krijgen van de hulpvraag, van het resultaat dat de
Dat gesprek gaat over de taken, werkzaamheden en
inwoner wil bereiken en van haar persoonlijke
verantwoordelijkheden die horen bij een pgb. Het
situatie. Het gesprek vindt zo snel mogelijk na de
gesprek gaat ook over de voorwaarden om een pgb te kunnen krijgen.
melding plaats.
6. Gaat het om Wmo-hulp waarvoor de inwoner een
2. De inwoner kan iemand meenemen naar het gesprek voor ondersteuning. De inwoner kan ook gebruik
bijdrage in de kosten moet betalen, dan informeert
maken van een cliëntondersteuner.
de medewerker de inwoner hierover. 7. De medewerker voert het gesprek vanuit het
3. De inwoner laat een geldig identiteitsbewijs zien,
gedachtegoed van positieve gezondheid.
tenzij de medewerker de identiteit al eerder heeft vastgesteld. Voor de Jeugdwet is het genoeg het Burgerservicenummer te controleren. Dit kan met
2.2.3 Leefzorgplan of plan van aanpak
een document waar dit op staat of met een check in
1. De medewerker maakt een leefzorgplan (Wmo en Jeugdwet) of als nodig een plan van aanpak van
de Basisregistratie Personen.
de uitkomsten van het onderzoek.
4. Als de inwoner een persoonlijk plan of een
2. Gaat het om een hulpvraag voor Wmo- of jeugdhulp,
familiegroepsplan heeft gemaakt, betrekt de
dan deelt de medewerker het leefzorgplan met
medewerker dit plan bij het gesprek.
de inwoner via de post. Opmerkingen of latere aanvullingen van de inwoner worden als bijlage aan
12
De hulpvraag
EIGEN KRACHT
HULP-OP-MAAT HULPVRAAG
PERSOONLIJK PLAN
BEPERKINGEN
HULP IN NATURA
het leefzorgplan toegevoegd. Door het ondertekenen
2.3.2 Voorwaarden voor hulp-op-maat
van het leefzorgplan en het terugsturen naar de
[Jeugdwet, Wmo, Wgs, PW, IOAW, IOAZ]
gemeente wordt de aanvraag gedaan (tenzij de
1. Vraagt de inwoner hulp die speciaal is afgestemd op
inwoner al een aanvraag heeft gedaan).
de inwoner (hulp-op-maat), dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:
2.3 Aanvraag
a. De hulp is noodzakelijk om (1 van) de doelen
2.3.1 Aanvraag
van de in hoofdstuk 1.1 genoemde wetten te
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Awb]
bereiken;
1. De inwoner kan, uitgezonderd de hulpvragen,
b. De inwoner heeft geen mogelijkheden om het
zoals bedoeld in artikel 2.1.1. lid 3, een aanvraag
gewenste resultaat op eigen kracht te bereiken.
doen, nadat het onderzoek naar de hulpvraag
De inwoner kan dit resultaat ook niet op andere
is afgerond. Een Wmo- aanvraag kan worden
manieren bereiken, zoals met de inzet van hulp
ingediend nadat het onderzoek is afgerond, maar
van huisgenoten, met mantelzorg, met hulp
in ieder geval vanaf 6 weken, nadat de inwoner de
vanuit het sociale netwerk, met algemeen
melding heeft gedaan.
gebruikelijke voorzieningen of met behulp van
2. Een aanvraag voor jeugdhulp kan worden gedaan
andere voorzieningen of organisaties; en
zonder voorafgaand onderzoek naar de hulpvraag.
c. De hulp is geschikt om het gewenste resultaat te
De aanvraag kan schriftelijk en in bepaalde gevallen
bereiken en past bij de persoonlijke situatie
ook digitaal worden gedaan. Het doel van de
van de inwoner.
aanvraag is te bepalen of de gemeente hulp gaat
2. Voor sommige vormen van hulp zijn er in de wet of
verlenen en zo ja, welke vorm die hulp dan heeft.
in deze verordening extra voorwaarden gesteld.
3. De inwoner gebruikt een aanvraagformulier om een
3. De hulp-op-maat is niet duurder dan nodig en duurt niet langer dan nodig. De gemeente kiest daarom
aanvraag te doen.
voor de goedkoopste voorziening die geschikt is
4. Voor jongeren tot 27 jaar geldt een wettelijke
om het gewenste resultaat te bereiken.
zoektermijn van 4 weken naar werk en/of opleiding
4. Als er sprake is van een levenslange beperking
bij de melding om een voorziening bijstand. Naast de wettelijke uitsluitingen, kan de gemeente
of aandoening en er geen zicht op verbetering is,
besluiten om de zoektermijn niet te hanteren indien
wordt de afweging gemaakt of hulp-op-maat voor
daar redenen voor zijn.
onbepaalde tijd passend is. De gemeente onderzoekt periodiek of de hulp-op-maat nog passend is.
13
Verordening SD
Tussentijdse wijzigingen in omstandigheden en/of
2. Als de gemeente een besluit niet binnen de
beleid kunnen van invloed zijn op de hulp-op-maat.
vastgestelde termijn kan nemen, dan noemt de
5. De gemeente kan hulp-op-maat in ieder geval
gemeente een nieuwe termijn waarbinnen het
weigeren en/of afstemmen als:
besluit wordt genomen.
a. de hulpvraag het gevolg is van verwijtbaar gedrag van de inwoner en zij deze hulpvraag
2.4
had kunnen voorkomen; of als
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Awb]
b. de inwoner de gevraagde hulp zelf al heeft
Beslissing
1. De gemeente legt in een brief uit wat het besluit
geregeld of ingekocht, voordat de gemeente
is en stuurt deze brief naar de inwoner. Als de
een besluit heeft genomen, tenzij de gemeente
inwoner een vertegenwoordiger heeft, dan wordt
daarvoor toestemming heeft verleend of achteraf
de brief naar die persoon gestuurd. In het besluit
de noodzaak nog vastgesteld kan worden; of als
staat of de gemeente wel of geen hulp geeft. Als
c. de gemeente de noodzaak van de hulp niet kan
de gemeente hulp geeft, staat in het besluit ook
vaststellen.
of de hulp in natura, in de vorm van een pgb, in geld of op een andere manier wordt gegeven. Bij
2.3.3 Advisering
jeugdhulp en Wmo-hulp maakt het leefzorgplan
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Awb]
deel uit van het besluit.
De gemeente zorgt ervoor dat de medewerker die
2. Geeft de gemeente de hulp in natura (een product of
een melding of aanvraag behandelt de deskundigheid
een dienst) dan staat in het besluit in ieder geval:
heeft die nodig is om deze melding of aanvraag
a. welke hulp wordt toegekend en wat het doel van de hulp is;
goed te kunnen beoordelen. Als de medewerker die
b. wanneer de hulp ingaat en hoe lang de hulp
deskundigheid niet heeft, zorgt de gemeente ervoor dat
duurt;
iemand die wel deskundig is een advies uitbrengt. Dit
c. door wie de hulp wordt gegeven. Diegene die
advies betrekt de gemeente bij de beoordeling van de
de hulp geeft, maakt samen met de inwoner
melding of de aanvraag.
afspraken over hoe de hulp wordt gegeven en 2.3.4 Beoordelen aanvraag
d. welke voorwaarden en verplichtingen er voor de
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Awb]
hulp gelden. 3. Geeft de gemeente de hulp in de vorm van een pgb,
1. Om te bepalen of de gemeente hulp verleent, volgt de gemeente de stappen zoals vermeld in artikel
dan staat in het besluit in ieder geval:
2.2.2 lid 1. Als deze onderzoekstappen al voor de
a. voor welke hulp het pgb bedoeld is;
aanvraag zijn doorlopen dan volgt in deze fase het
b. wat het doel is van die hulp;
besluit op de aanvraag op basis van de uitkomsten
c. hoe hoog het pgb is en hoe dat berekend is;
van het onderzoek.
d. wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt;
2. Indien een inwoner binnen 12 maanden na
e. hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt
beëindiging van de voorziening bijstand een nieuwe
en
aanvraag wil indienen, dan kan dat opnieuw
f. welke voorwaarden en verplichtingen er voor het
eenvoudig gedaan worden.
pgb gelden. 2.3.5 Beslistermijn
4. Geeft de gemeente de hulp in de vorm van geld, dan
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Awb]
staat in het besluit in ieder geval:
1. De gemeente beslist zo snel mogelijk, maar in
a. hoeveel geld het is;
ieder geval binnen 8 weken nadat de aanvraag is
b. voor welk doel het geld wordt gegeven;
ontvangen. Gaat het om een aanvraag in het kader
c. wanneer het geld wordt betaald;
van de Wmo, dan beslist de gemeente binnen
d. hoe vaak het geld wordt betaald en
2 weken nadat de aanvraag voor Wmo-hulp is
e. welke voorwaarden en verplichtingen er gelden voor het ontvangen en uitgeven van geld.
ontvangen. De beslistermijn kan schriftelijk worden
5. De gemeente informeert de inwoner in het besluit
verlengd als de inwoner onvoldoende gegevens
ook over een eventuele bijdrage in de kosten.
heeft verstrekt. De gemeente vraagt de inwoner
6. De gemeente informeert de inwoner over de manier
dan opnieuw om de ontbrekende gegevens te
waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen het
verstrekken.
besluit.
14
De hulpvraag
2.5 Uitzonderingen
a. een onderzoek naar het onderwijsniveau en de
2.5.1 Jeugdhulp via arts en andere hulpverleners
werkervaring van de inwoner;
[Jeugdwet, Awb]
b. een onderzoek naar de persoonlijke situatie
1. De gemeente zorgt ervoor dat de jongere
van de inwoner, zoals de fysieke en mentale
jeugdhulp krijgt, als de huisarts, jeugdarts of
gezondheid;
medisch specialist, gecertificeerde instelling of
c. een verkenning van de mogelijkheden om het
jeugdreclassering de jongere doorverwijst naar een
kind (indien van toepassing) van de inwoner deel
jeugdhulpaanbieder.
te laten nemen aan de voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang,
2. De gemeente maakt afspraken met de
of de vroegschoolse educatie, bedoeld in artikel 1
huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen,
van de Wet op het primair onderwijs en
gecertificeerde instellingen en zorgverzekeraars over
d. een leerbaarheidstoets.
doorverwijzingen.
4. De gemeente brengt met de brede intake in ieder 2.5.2 Spoedeisende gevallen
geval in kaart:
[Jeugdwet, Wmo, PW, Llv, Wgs]
a. het taalniveau van de inwoner;
In spoedeisende gevallen kan de gemeente afwijken
b. de mogelijkheden tot (arbeids)participatie;
van de normale procedure om ervoor te zorgen dat de
c. de mate van zelfredzaamheid en
inwoner de hulp krijgt die nodig is.
d. de wensen van de inwoner over inburgering en arbeidsparticipatie.
2.5.3 Inburgeringsplichtigen
5. De gemeente legt de uitkomsten van de brede
[Wi]
intake schriftelijk vast in het Persoonlijk plan
Met de komst van de Wet inburgering 2021 (Wi)
Inburgering en Participatie (PIP).
is de gemeente verantwoordelijk voor het aanbieden 2.5.3.2 Persoonlijk plan Inburgering en
van passende inburgeringstrajecten aan nieuwe
Participatie (PIP)
inburgeringsplichtigen. Statushouders worden vanuit een asielzoekerscentrum gekoppeld aan de
1. Na afronding van de brede intake en op basis
gemeente Venray en zo snel mogelijk gehuisvest.
van de hieruit ontvangen informatie, stelt de
Gezinsmigranten en overige migranten krijgen een
gemeente het Persoonlijk plan Inburgering en
kennisgeving van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)
Participatie (PIP) op. Dit gebeurt zoveel mogelijk
over de inburgeringsplicht. In de DUO portal krijgt
in samenspraak met de inburgeringsplichtige. In
de gemeente een seintje wanneer de statushouder,
het PIP staat wat de inwoner moet doen om aan
gezinsmigrant of overige migrant zich in de gemeente
de inburgeringsplicht te voldoen. Het PIP geeft een
heeft ingeschreven of aan de gemeente is gekoppeld.
compleet beeld van de rechten en plichten van de
Dat is het signaal dat de gemeente betrokkene
inwoner gedurende het inburgeringstraject. De
moet uitnodigen voor de brede intake. De consulent
gemeente stemt het plan af op de persoonlijke
Inburgering nodigt de statushouder, gezinsmigrant of
situatie, ontwikkelbehoeften en capaciteiten van de inwoner.
overige migrant uit voor een brede intake.
2. De gemeente stelt het PIP vast uiterlijk binnen 2.5.3.1 Brede intake
10 weken na inschrijving van de inwoner in de
1. De gemeente neemt bij de inburgeringsplichtigen
Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente
een brede intake af. De brede intake
waar zij of zij wordt gehuisvest na verblijf in het AZC
geeft een beeld van de startpositie en de
of naartoe verhuist. Dit is anders als betrokkene op
ontwikkelingsmogelijkheden van de inwoner.
dat moment nog niet woonachtig is in de gemeente.
In overleg met de inwoner en op basis van de
Voor gezinsmigranten en overige migranten geldt
uitkomsten van de brede intake geeft de gemeente
dan 10 weken na schriftelijke kennisgeving DUO en
invulling aan het inburgeringstraject.
voor statushouders 10 weken na inschrijving in BRP gemeente.
2. Statushouders, gezinsmigranten en overige
3. Wanneer de inwoner voor wie de leerroute al is
migranten worden op het moment van inschrijving in de gemeente uitgenodigd voor de brede intake.
vastgesteld verhuist naar de gemeente Venray, stelt
De brede intake wordt vervolgens zo snel mogelijk
de gemeente het PIP opnieuw vast. De leerroute
afgenomen.
die daarbij wordt vastgesteld, is gelijk aan de leerroute zoals die door de gemeente van vertrek is
3. De brede intake bestaat in ieder geval uit:
vastgesteld. 15
Verordening SD
3 Werken en meedoen in de samenleving Dit hoofdstuk gaat over werk en participatie (meedoen in de samenleving). Het is belangrijk dat inwoners in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. De gemeente verwacht daarom van inwoners met een uitkering die kunnen werken, dat zij werk zoeken. De gemeente wil inwoners daarbij ondersteunen. Welke hulp de gemeente kan geven, staat in dit hoofdstuk. Die hulp noemen we ook wel: een voorziening. De gemeente heeft de inwoners goed in beeld en ontsluiten daarop een passend aanbod van voorzieningen. De gemeente is hier samen met partners en werkgevers verantwoordelijk voor. De gemeente kan iets terugvragen van inwoners met een uitkering. De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners meedoen in de samenleving. Dat kan bij voorkeur via betaald werk, maar ook op andere manieren. Meedoen is niet alleen een verantwoordelijkheid van de inwoner zelf of van de gemeente, maar ook van de samenleving (omkijken naar elkaar). In dit hoofdstuk staan de belangrijkste regels voor de hulp die de gemeente kan geven om mee te doen in de samenleving. De regels in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de Participatiewet of op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).
Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:
Inwoners zijn in de eerste plaats (als het mogelijk is) zelf verantwoordelijk om hun eigen doelen te realiseren en zetten zich daar ook voor in.
De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun hulpvraag bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (de omgeving). De ondersteuning vanuit de gemeente is gericht op de intrinsieke motivatie van de inwoner en er wordt gehandeld vanuit vertrouwen.
Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving.
De gemeente Venray bevordert preventie, een sterke omgeving en een duurzame uitstroom en voorkomt instroom.
3.1 Voor wie? [PW, IOAW, IOAZ, Wmo]
b. Niet-uitkeringsgerechtigden (NUG-ers). Dit
1. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoor-
zijn inwoners, jonger dan de Aow-gerechtigde
delijk om werk te vinden. Als dat niet lukt, kan de
leeftijd, die geen hulp (of een uitkering) kunnen
gemeente de volgende inwoners helpen om een
krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB
stap richting werk te zetten, hierna te noemen de
of werkgevers. Per persoon beoordeelt de
doelgroep:
gemeente of er hulp wordt gegeven:
a. Inwoners met een gemeentelijke uitkering
-
die niet op eigen kracht of met de hulp van
als ze niet of minder dan 12 uur per week werken, en wel meer dan 12 uur per week
het sociale netwerk, uitzendbureaus en andere
willen werken;
organisaties de weg naar werk kunnen vinden;
-
als ze in een uitkeringssituatie dreigen te geraken.
16
Werken en meedoen
3.4 Voorzieningen
c. Jongeren tot 27 jaar die geen werk hebben of onderwijs volgen en geen havo-diploma, vwo-
3.4.1 Voorzieningen – werk
diploma of mbo-diploma vanaf niveau 2 hebben.
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw, Wmo]
De gemeente helpt hen een passende opleiding
1. De gemeente bekijkt per inwoner welke
of passend werk te vinden of leidt hen naar
hulp nodig is. De gemeente zet passende
passende hulp.
voorzieningen in. Voor mensen die ver van de
2. Inwoners moeten kunnen meedoen in de
arbeidsmarkt afstaan zijn er mogelijkheden om
samenleving. Meedoen is in de eerste plaats
zich te ontwikkelen. Van ontwikkelingsgerichte
een verantwoordelijkheid van inwoners zelf. De
participatie tot regulier werk. Daarbij hoort ook
gemeente helpt in ieder geval de volgende inwoners
de mogelijkheid om een stapje terug te doen als
om mee te doen in de samenleving als dat op eigen
het even wat minder gaat. Inwoners kunnen zelf
kracht of op andere manieren niet lukt:
op eigen initiatief deelnemen aan activiteiten die
a. Inwoners met een beperking;
geen verplichting vanuit de bijstandsuitkering of
b. Inwoners met een langdurig psychisch of
re-integratie schenden. De gemeente hoeft daarvoor
psychosociaal probleem.
geen toestemming te verlenen. 2. De voorzieningen van de gemeente zijn bedoeld
3.2 Samenwerking met de omgeving
voor inwoners uit de bovengenoemde doelgroep
[PW, IOAW, IOAZ]
(zie artikel 3.1 lid 1). In bepaalde situaties kan de
1. De gemeente werkt (preventief) samen
gemeente een voorziening ook voor andere inwoners inzetten, bijvoorbeeld als de Participatiewet dat
met werkgevers, UWV, regiogemeenten en
aangeeft.
andere organisaties. De gemeente doet dat om afhankelijkheid van een uitkering te voorkomen en/
3. Sommige voorzieningen worden aan werkgevers
of inwoners te helpen werk te vinden dat bij hen
verstrekt, zoals loonkostensubsidie. Dit kan op
past.
initiatief van de gemeente of op aanvraag van de werkgever.
2. De gemeente ondersteunt werkgevers die inwoners uit de doelgroep werk willen aanbieden.
4. Bij sommige voorzieningen verricht de inwoner
De gemeente doet dat bijvoorbeeld via het
werkzaamheden bij een werkgever. De werkgever
Werkgeversservicepunt Noord-Limburg.
heeft ten behoeve van deze inwoner een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten voor de
3. De gemeente werkt met andere maatschappelijke organisaties samen in het participatienetwerk. Dit
uren dat de inwoner aanwezig is. Als de werkgever
om overzicht te scheppen in de diverse initiatieven
aantoonbaar geen aansprakelijkheidsverzekering
op het gebied van participatie, de onderlinge
kan afsluiten zorgt de gemeente hiervoor.
verbinding tussen deze initiatieven te stimuleren
5. Bij sommige voorzieningen wordt een dienstverband
en inzicht te krijgen in de doorlopende leer- of
aangegaan. Dit kan bij de inzet van voorzieningen ook aan de hand van detachering.
ontwikkellijnen van dagbesteding tot aan betaald
6. Het kan ook zijn dat bepaalde voorzieningen niet
werk.
voor iedereen uit de doelgroep kunnen worden
3.3 Voorwaarde geen verdringing
ingezet. Als dat zo is, wordt dat hieronder per voorziening aangegeven.
1. Bij participatie en werk mag geen sprake zijn
7. Het doel van een voorziening is het persoonlijk
van verdringing. Het gaat dan om werkzaamheden die door de inwoner niet eerder betaald zijn
ontwikkelen of vinden of behouden van werk dat
uitgevoerd, om een speciaal gecreëerde functie of
geschikt is voor de inwoner. De gemeente kan
om een functie die alleen met speciale begeleiding
tenminste de volgende voorzieningen inzetten:
kan worden verricht door de inwoner. De activiteiten
Voorziening naar werk of naar participatie
die de inwoner bij de organisatie doet, mogen
a. sociale activering;
werknemers in die organisatie niet verdringen. Ook
b. (leer)werkstage;
mag er geen oneerlijke concurrentie ontstaan met
Werkplekken
andere organisaties.
c. beschut werk; d. werkervaringsplaats;
2. Er is geen sprake van verdringing bij de inzet van
e. proefplaatsing;
voorzieningen als werkervaringsplaats, (leer)werkstage en proefplaatsing.
17
Verordening SD
Persoonlijke ondersteuning bij werk en andere
9. In een plan van aanpak legt de gemeente vast welk
voorzieningen;
doel met de re-integratie wordt beoogd en welke
f. scholing
hulp de inwoner krijgt om het doel te bereiken.
g. taalscholing
In dit plan staat welke afspraken er tussen de
h. leerwerktrajecten
gemeente en de inwoner zijn gemaakt en vormt de
Persoonlijke ondersteuning bij werk en
basis voor het re-integratietraject.
andere voorzieningen voor inwoners met een
10.Onbeloonde werkzaamheden die de
arbeidsbeperking
arbeidsinschakeling niet belemmeren kunnen als
i. jobcoaching;
re-integratievoorziening worden aangeboden,
j. interne werkbegeleiding;
maar kunnen ook als activiteit in het kader van
Faciliterende voorziening
maatschappelijke participatie (en wederkerigheid)
k. kinderopvang
worden uitgevoerd.
l. reiskosten
11.Voor NUG-ers kan de gemeente aanvullende
m. een meeneembare voorziening en/of bij een
voorwaarden gebruiken:
motorische beperking
a. of er een eigen bijdrage voor de inzet van een
n. een vervoersvoorziening
voorziening geldt en zo ja, wat de hoogte hiervan
Financiële compensatie
is;
o. wettelijke loonkostensubsidie
b. of er een maximale periode voor de inzet van een
p. opstapsubsidie
voorziening geldt;
Deze voorzieningen worden hieronder toegelicht.
c. of er een maximaal bedrag voor de inzet van een
8. De gemeente beoordeelt per persoon of het
voorziening geldt;
zinvol is om een voorziening in te zetten. De
d. wat de gevolgen zijn bij vroegtijdig afbreken
gemeente bepaalt in overleg met de inwoner, welke
van de aangeboden voorziening, waaronder het
voorziening wordt ingezet en voor welke periode.
(gedeeltelijk) terugvorderen van de gemaakte
Daarbij kijkt de gemeente naar verschillende
kosten.
dingen: de omstandigheden van de inwoner, haar mogelijkheden, interesses, vaardigheden
3.4.2 Voorzieningen – beëindiging en weigering
en eventuele beperkingen, de zorg voor
1. De gemeente kan een voorziening weigeren als:
kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen
a. de inwoner niet behoort tot de doelgroep;
en de goedkoopste en geschikte voorziening. De
b. de inwoner onvoldoende medewerking verleent
voorwaarden uit artikelen 2.3.2 en 2.3.3 zijn van
aan het onderzoek dat nodig is voor het
toepassing.
beoordelen van het recht op de voorziening; c. de inwoner een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van de gemeente onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of
18
Werken en meedoen
e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die
op weg naar werk te overwinnen. In het kort:
in deze verordening worden gesteld om in
maatschappelijke participatie.
aanmerking te komen voor die voorziening.
3. Sociale activering kenmerkt zich door de volgende
2. De gemeente kan een voorziening beëindigen als:
opsomming:
a. de inwoner die aan de voorziening deelneemt
a. deelname aan activiteiten met behoud van
haar verplichtingen niet nakomt;
bijstandsuitkering;
b. de inwoner die aan de voorziening deelneemt niet
b. het ontbreken van werk- en/of prestatiedruk;
meer behoort tot de doelgroep;
c. op een plek waarbij het doel is om samen te
c. de inwoner die aan de voorziening deelneemt
komen met anderen.
algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt
4. Sociale activering is mogelijk gedurende de periode
waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in
dat het noodzakelijk is voor verdere ontwikkeling
deze verordening genoemde voorziening, tenzij
van de inwoner. Onderlinge afspraken over doelen,
het betreft een persoon als bedoeld in artikel
aanwezigheid, periode en inzet worden vastgelegd
7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de
en bevestigd.
participatiewet; d. de voorziening naar het oordeel van de gemeente
3.4.3.2 (Leer)werkstage
niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle
[PW, IOAW, IOAZ]
arbeidsinschakeling;
1. De gemeente kan een inwoner die een kleine kans
e. de voorziening naar het oordeel van de gemeente
heeft op betaald werk en voorlopig niet aan het werk
niet meer geschikt is voor de inwoner die gebruik
kan een (leer)werkstage aanbieden.
maakt van de voorziening;
2. Het doel van de (leer)werkstage is om specifieke
f. de inwoner die aan de voorziening deelneemt niet
kennis en/of vaardigheden aan te leren binnen een
naar behoren gebruik maakt van de aangeboden
arbeidsrelatie.
voorziening; of
3. De (leer)werkstage kenmerkt zich door de volgende
g. de inwoner die aan de voorziening deelneemt niet
opsomming:
meer voldoet aan de voorwaarden die in deze
a. het werken met behoud van bijstandsuitkering;
verordening worden gesteld om in aanmerking te
b. het opdoen van arbeidsmarktrelevante kennis/
komen voor die voorziening.
vaardigheden, competenties en werkervaring
3. De gemeente biedt de goedkoopste en meest
staat centraal en niet de waarde van deze
geschikte voorziening aan en houdt bij het
activiteiten voor het bedrijf;
voorzieningenaanbod rekening met andere
c. het werken bij een privaatrechtelijke
voorzieningen die in het kader van het sociaal
onderneming (niet zijnde vrijwilligersorganisatie).
domein beschikbaar zijn. Het aanbod wordt, als
4. Een (leer)werkstage duurt maximaal 6 maanden
dat nodig is, intern afgestemd zodat het optimaal
met de mogelijkheid om zo nodig te verlengen naar
bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de
een periode van maximaal nog eens 6 maanden.
inwoner. De gemeente houdt bij de afstemming ook
Onderlinge afspraken over doelen, aanwezigheid,
rekening met voorzieningen op grond van andere
periode en inzet worden vastgelegd en bevestigd.
wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak.
3.4.4 Werkplekken 3.4.4.1 Beschut werk
3.4.3 Voorziening naar werk of naar participatie
[PW]
3.4.3.1 Sociale activering
1. De gemeente biedt een inwoner een beschutte
[PW, IOAW, IOAZ]
werkplek aan als UWV heeft geadviseerd dat
1. De gemeente kan een inwoner die er nog niet aan
dit nodig is. Dat is nodig, als de inwoner alleen
toe is om te werken, activiteiten aanbieden die de
kan werken zodra het werk en de werkplek zijn
inwoner dichter bij werk brengen. De nadruk ligt
aangepast aan de mogelijkheden van die inwoner.
op meedoen in de samenleving, het voorkomen
Inwoners met een uitkering van UWV en NUG-
van eenzaamheid en/of het ontlasten van
ers kunnen ook in aanmerking komen voor een
mantelzorgers.
beschutte werkplek. Voor deze inwoners geldt dit
2. Het doel van sociale activering is om inwoners
artikel ook.
te helpen weer grip op hun leven te krijgen,
2. Het doel van beschut werk is om inwoners die
sociale contacten op te bouwen en moeilijkheden
alleen aangepast werk kunnen doen, een passende werkplek te bieden. 19
Verordening SD
3. De gemeente biedt het maximale aantal beschutte
3.4.4.3 Proefplaatsing
werkplekken aan, dat het Rijk de gemeente
[PW, IOAW, IOAZ]
opdraagt. Zolang de wettelijke taakstelling voor
1. De gemeente kan een inwoner bij wijze van proef
beschutte werkplekken niet is vervuld, worden
tijdelijk laten werken bij een werkgever. Deze
beschutte werkplekken toegekend in de volgorde
inwoner houdt wel een bijstandsuitkering tijdens
van aanvraag. Aanvullende werkplekken kunnen op
die periode.
basis van individueel maatwerk toegekend worden.
2. Het doel van de proefplaatsing is dat de werkgever
4. De gemeente kan de volgende voorzieningen
kan kijken of de inwoner geschikt is voor de
aanbieden, zodat een inwoner beschut kan werken:
organisatie en de functie.
a. wettelijke loonkostensubsidie;
3. Als de inwoner geschikt is voor het werk, volgt er
b. aanpassing van de werkplek of de
een dienstverband aansluitend op de proefplaatsing.
werkomgeving;
Dit dienstverband is minimaal gelijk aan de uren
c. opsplitsing van werkzaamheden in kleinere
van de proefplaatsing. Dit is een voorwaarde bij een
taken;
proefplaatsing.
d. aanpassing van werktempo, arbeidsduur of
4. De proefplaatsing is alleen mogelijk als de
werkbegeleiding.
werkgever de inwoner goed begeleidt tijdens de
5. De gemeente kan voor inwoners die op de wachtlijst
proefplaatsing. Hierover worden afspraken gemaakt
Beschut Werk staan, ter overbrugging, de volgende
voor de start van de proefplaatsing. Wordt de
voorzieningen inzetten:
proefplaatsing niet omgezet in een dienstverband
a. sociale activering;
dan moet de werkgever uitleggen wat zij heeft
b. werkervaringsplaats; of
gedaan om de inwoner te begeleiden.
c. een vergelijkbare voorziening.
5. De proefplaatsing duurt maximaal 2 maanden. Met
6. De gemeente kan inwoners die in aanmerking
goede reden is er de mogelijkheid de proefplaatsing
komen voor beschut werk, helpen om de stap naar
te verlengen met maximaal 4 maanden. Bij een
beschut werk makkelijker te maken. De gemeente
proefplaatsing van maximaal 2 maanden volgt een
gebruikt daar de volgende voorzieningen voor:
dienstverband van minstens 6 maanden. Bij een
a. sociale activering;
proefplaatsing tussen de 2 en 6 maanden volgt een
b. werkervaringsplaats;
dienstverband van minimaal 12 maanden (zonder
c. proefplaatsing;
proeftijd).
d. scholing;
6. Als de werkzaamheden binnen de proefplaatsing
e. een vergelijkbare voorziening.
wegens ziekte worden onderbroken, wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode
3.4.4.2 Werkervaringsplaats
zoals bedoeld in lid 5, niet meegeteld.
[PW, IOAW, IOAZ]
7. De gemeente weigert de proefplaatsing als:
1. De gemeente kan een inwoner die een kleine kans
a. de inwoner ook zonder proefplaatsing direct kan
heeft op betaald werk en voorlopig niet aan het werk
worden aangenomen voor het werk;
kan, een werkervaringsplaats aanbieden.
b. er sprake is van een dienstverband met
2. Een werkervaringsplaats heeft tot doel de inwoner
opstapsubsidie als bedoeld in artikel 8 onderdeel
kansen te geven om te oefenen en te leren in
a, van de participatiewet;
het werk. Zo doet deze algemene kennis en/of vaardigheden op binnen een arbeidsrelatie. 3. De werkervaringsplaats kenmerkt zich door de volgende opsomming: a. met behoud van bijstandsuitkering; b. bij een publiek/privaat bedrijf of instelling; c. betreft werkzaamheden die passend zijn en speciaal op de inwoner zijn afgestemd. 4. Een werkervaringsplaats duurt in beginsel maximaal 2 jaar. Dit kan met 2 keer 1 jaar worden verlengd als daardoor de arbeidskansen groter worden. Onderlinge afspraken over doelen, aanwezigheid, periode en inzet worden vastgelegd en bevestigd.
20
Werken en meedoen
c. er sprake is van een dienstverband met
voor maatschappelijke participatie en het vinden
forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in
en behouden van een werkplek. Soms is het volgen
artikel 10d, 5e lid, van de participatiewet.
van taalscholing verplicht. Daarnaast kan in overleg met de inwoner ondersteuning worden geboden bij
3.4.5 Persoonlijke ondersteuning bij werk en
laaggeletterdheid.
andere voorzieningen
3. Onderlinge afspraken over doelen, aanwezigheid,
3.4.5.1 Scholing
periode en inzet worden vastgelegd en bevestigd.
[PW, IOAW, IOAZ]
4. De gemeente draagt zorg voor de betaling van de
1. De gemeente kan een inwoner scholing
directe kosten van de opleiding van de taalscholing
aanbieden, als die scholing nodig is om de stap
(cursusgeld en boekengeld). De inwoner draagt zorg
naar werk te maken en andere organisaties geen
voor de betaling van de overige kosten die gemoeid
passende scholing kunnen aanbieden.
zijn met de taalscholing (schriften, schrijfgerei,
2. Indien de gemeente scholing of opleiding aanbiedt
reiskosten en dergelijke).
(of de inwoner zelf een opleiding of cursus voorstelt), die de toegang tot de arbeidsmarkt
3.4.5.3 Leer-werktrajecten
bevordert, betrekt de gemeente bij de beoordeling:
[PW]
a. de scholingswens van de inwoner;
1. Indien de scholing als genoemd in artikel 3.4.5.1
b. in hoeverre de scholing duurzame arbeid
een leer-werktraject betreft, kan de gemeente
bevordert;
ondersteuning en/of advies aanvragen bij het
c. in hoeverre de kans op algemeen geaccepteerde
Leerwerkloket Noord-Limburg.
arbeid zonder scholing is te volgen;
2. In de beoordeling van de vergoeding van de kosten
d. de inwoner in staat is scholing te volgen
van een leer-werktraject wordt beoordeeld of
(intellectueel, psychisch en fysiek);
andere reguliere middelen toereikend zijn, alvorens
e. bij de inzet van scholing wordt gekeken
gemeentelijke middelen worden ingezet.
wat de vraag is naar arbeidskrachten in de
3. Tot het moment van aanvang van een leer-
speerpuntensectoren zoals benoemd in ‘Regio in
werktraject kan de gemeente andere voorzieningen
beeld’. Dit is de jaarlijkse publicatie van het UWV
aanbieden, bedoeld om de mogelijkheden voor leren
over alle arbeidsmarktregio’s in Nederland.
en/of werken te stimuleren.
3. Scholing tot maximaal HBO-niveau kan worden
4. De gemeente kan tijdens een leer-werktraject
aangeboden in sectoren waar er een krapte op de
aanvullende dienstverlening toekennen gericht
arbeidsmarkt is en naar alle verwachting ook in de
op ondersteuning van de werkgever dan wel de
toekomst zal blijven.
inwoner, voor zover dit naar het oordeel van de gemeente noodzakelijk geacht wordt voor het reintegratietraject. 3.4.6 Persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen voor inwoners met arbeidsbeperking. 3.4.6.1 Aanvraag persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan op eigen initiatief of op aanvraag van de inwoner of werkgever persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken aan een inwoner met
3.4.5.2 Taalscholing
een arbeidsbeperking.
[PW, IOAW, IOAZ]
2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning
1. De gemeente kan met een inwoner die niet beschikt
bij werk en overige voorzieningen is er sprake van
over de vaardigheden van de Nederlandse taal, of
individueel maatwerk. Verder gelden, naast artikel
deze niet kan aantonen, een taalscholing afspreken.
2.3.2, de volgende voorwaarden:
2. De taalscholing heeft tot doel om de Nederlandse
a. de inwoner behoort tot de doelgroep en is
taalvaardigheden beter te beheersen, wat nodig is
minimaal 18 jaar oud, tenzij zij praktijkonderwijs
21
Verordening SD
(pro) of voortgezet speciaal onderwijs (vso)
3.4.6.3 Persoonlijke ondersteuning bij werk van
heeft gevolgd;
een jobcoach
b. de inwoner kan zonder deze vorm van
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
ondersteuning niet werken;
1. De gemeente kan een inwoner jobcoaching in natura
c. de voorziening komt niet in aanmerking voor
of een jobcoach vanuit het regionaal afgestemd
vergoeding vanuit de UWV-werkvoorzieningen
inkoopbeleid aanbieden. Deze voldoen aan de
(Externe link:www.uwv.nl/particulieren/
kwaliteitseisen zoals te vinden op de site Algemeen
voorzieningen);
programma van eisen.
d. het gaat niet om een algemeen
2. Het doel van de jobcoach is om de werknemer te
beschermingsmiddel of werkplekaanpassing
helpen het werk goed te doen en de werkgever bij
waarvoor de werkgever in zijn algemeenheid
het bieden van de juiste begeleiding. De jobcoach
verantwoordelijk is;
kan de inwoner begeleiden bij haar ontwikkeling op
e. het gaat niet om een meeneembare voorziening
de werkplek.
die tot de standaarduitrusting van de werkgever
3. Als de gemeente zelf 1 of meer jobcoaches in dienst
behoort of algemeen gebruikelijk is in een
of gecontracteerd heeft, biedt de gemeente deze bij
organisatie;
voorrang aan.
f. de kosten van de voorziening moeten in
4. Voor jobcoaching door een erkende jobcoach worden
verhouding zijn. Dat wil zeggen dat de
de begeleidingsniveaus ‘licht’, ‘midden’ en ‘intensief’
investering in de voorziening moet opwegen
gebruikt. Voor welk niveau van jobcoaching in
tegen de opbrengsten uit het werk of de
een situatie wordt gekozen, hangt af van de
opbrengsten van uitstroom naar werk.
ondersteuningsbehoefte van een werknemer in deze
3. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij
situatie. Voor iedere werknemer die jobcoaching
werk moet binnen 8 weken na de start van de
gaat krijgen, wordt vastgesteld voor welke
arbeidsovereenkomst zijn ontvangen, tenzij de
periodedie werknemer jobcoaching kan krijgen.
noodzaak voor ondersteuning bij de start van de
5. De maximumbedragen zijn gebaseerd op het
arbeidsovereenkomst nog niet bekend kon zijn.
regionaal afgestemd inkoopbeleid.
4. De gemeente kan een deskundig advies inwinnen
6. Voor de doelgroep zoals bedoeld in artikel 10da van
als dit nodig is om een aanvraag te beoordelen.
de participatiewet kan jobcoaching voor onbepaalde
Bij beoordeling van de aanvraag wordt de aard,
tijd worden ingezet. Onderlinge afspraken over
omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke
doelen, aanwezigheid, periode en inzet worden
ondersteuning gewogen.
vastgelegd en bevestigd.
5. De gemeente spreekt met de werkgever en werknemer af op welke manier de ondersteuning
3.4.6.4 Persoonlijke ondersteuning bij werk voor
wordt geboden, ook voor hoelang en tot wanneer.
het organiseren van jobcoaching via
De gemeente legt dit binnen 8 weken na ontvangst
subsidie
van de aanvraag vast in een beschikking.
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw] 1. De gemeente kan een subsidie geven aan de
3.4.6.2 Persoonlijke ondersteuning bij werk
werkgever voor het organiseren van jobcoaching. De
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
werkgever kan daar een aanvraag voor doen.
1. De gemeente kan een inwoner persoonlijke
2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching
ondersteuning bij werk aanbieden in de vorm van:
kan op basis van artikel 3.4.6.3 worden verleend.
a. Jobcoaching in natura;
Daarnaast als:
b. Jobcoaching door een externe jobcoach (vanuit
a. er een coachingsplan is vastgesteld. Daarin
het regionaal afgestemd inkoopbeleid);
staat beschreven welke activiteiten een jobcoach
c. Interne werkbegeleiding door een interne
uitvoert, de voortgang van de jobcoaching en hoe
werkbegeleider;
de evaluatie plaatsvindt;
2. De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij
b. de hoeveelheid en de kwaliteit van de
werk inzetten bij:
georganiseerde jobcoaching aansluit bij de
a. Werkervaringsplaats;
werknemer;
b. Werkstage;
c. de werknemer voor wie de subsidie wordt
c. Proefplaatsing;
gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk
d. Werk met dienstverband.
laat weten het eens te zijn met het organiseren
22
Werken en meedoen
van jobcoaching door de werkgever.
2. De bijdrage bedraagt ten hoogste de kosten van
3. De maximumbedragen die voor subsidie in
kinderopvang die de inwoner zelf zal moeten
aanmerking komen zijn gebaseerd op het regionaal
betalen. De inwoner moet voldoen aan de volgende
afgestemd inkoopbeleid.
voorwaarden: a. De kinderopvangtoeslag wordt zoveel mogelijk
3.4.6.5 Persoonlijke ondersteuning bij werk voor
benut; en
interne werkbegeleiding via subsidie
b. De kinderopvang vindt plaats in een
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
geregistreerd kindercentrum of via een
1. De gemeente kan een subsidie geven aan de
gastouderbureau; en
werkgever voor meer begeleiding aan
c. De inwoner heeft een bijstandsuitkering of een
medewerkers op de werkvloer dan normaal
Anw-uitkering; en
gebruikelijk. De subsidie is bedoeld voor de
d. Er is sprake van een van onderstaande
aangetoonde meerkosten die gemaakt zijn voor het
voorzieningen:
organiseren van de interne werkbegeleiding van
i. De kinderopvang is nodig om mee te kunnen
een medewerker.
doen aan een activiteit van de gemeente die
2. De gemeente kan voor werkgevers een training
de inwoner dichter bij werk brengt; of
verzorgen in het bieden van interne werkbegeleiding
ii. De kinderopvang is nodig om een
aan medewerkers.
inburgeringscursus te volgen bij een gecertificeerde instelling; of iii. De inwoner volgt voltijds mbo-, hbo- of universitair onderwijs, voortgezet onderwijs of vavo-onderwijs. 3. De hoogte van de bijdrage wordt bepaald door het aantal uren dat kinderopvang noodzakelijk is gedurende de voorziening en kan na afloop van de voorziening tot maximaal 1 jaar worden voortgezet. Dit ter voorkoming van de armoedeval. 3.4.7.2 Reiskosten 1. De gemeente kan aan een inwoner in het kader van een voorziening een bijdrage verstrekken in gemaakte of te maken reiskosten. 2. Onder directe kosten kunnen onder de onderstaande voorwaarden reiskosten in het kader van toeleiding naar werk, scholing of inburgering worden verstaan, waarbij geldt dat: a. de gemeente de reiskosten vergoedt als de reisafstand voor de inwoner 10 km -of meeris en er binnen 10 km geen andere passende voorziening is. Binnen 10 km wordt van de inwoner verwacht dat deze te voet gaat of met de fiets.
3.4.7 Faciliterende voorziening
b. de vergoeding gelijk is aan de kosten van
3.4.7.1 Kinderopvang
openbaar vervoer zoals berekend op 9292.nl;
[PW, IOAW, IOAZ, Wet kinderopvang]
c. bij eigen vervoer de vergoeding conform de
1. De gemeente kan een bijdrage verstrekken voor de
onbelaste vergoeding zoals vastgesteld door de
kosten van kinderopvang als:
Belastingdienst bedraagt;
a. de inwoner meedoet aan een activiteit die nodig
d. als de inwoner meer kosten maakt, zij
is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of om
vervoersbewijzen dient te overleggen en de
aan het werk te gaan, en
gemeente volgens de daadwerkelijk gemaakte
b. kinderopvang niet mogelijk is binnen het sociale
reiskosten op basis van openbaar vervoer
netwerk van de inwoner.
vergoedt.
23
Verordening SD
3.4.7.3 Een meeneembare voorziening en/of bij
wettelijke loonkostensubsidie. Hiervoor gelden
een motorische beperking
vanuit artikel 10c en 10d van de participatiewet
[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
specifieke voorwaarden.
1. De gemeente kan een inwoner een meeneembare
2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te
voorziening toekennen, als dit nodig is voor de
stimuleren inwoners met een arbeidsbeperking in
inwoner om te kunnen werken.
dienst te nemen en productieverlies te vergoeden.
2. Er is geen lijst van voorzieningen. In principe kan
3. De gemeente stelt binnen 6 maanden na het begin
elk product als een meeneembare voorziening
van het (1e) dienstverband vast of het gaat om
worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde
een inwoner die niet in staat is om het wettelijk
op het werk aan te tonen is. Ondersteuning bij een
minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe
motorische beperking betreft hulp of ondersteuning
productief de inwoner op de werkplek is (welke
voor taken die een inwoner bij het werken niet goed
loonwaarde zij heeft), past de gemeente een
zelf kan doen. Dat dit niet lukt komt door problemen
erkende methode toe. Dit kan vastgesteld worden
met bewegen.
aan het begin van het dienstverband en opnieuw
3. De meeneembare voorziening wordt in principe in
tijdens het dienstverband. Hierbij is het belangrijk
bruikleen gegeven. In bijzondere gevallen kan de
om te weten dat er geen sprake is van de no-
gemeente besluiten dat de inwoner de voorziening
riskpolis voor datum loonwaardemeting én dat er
krijgt. De inwoner wordt dan dus eigenaar van de
geen sprake meer is van een loonkostenvoordeel.
voorziening.
Dit laatste kan enkel als de datum loonwaarde meting vóór datum indiensttreding ligt.