CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 10 Hoofdstuk 8 Milieuaspecten

Gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan en MER De Spurkt30.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

29 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

Er zijn diverse in gebruik zijnde nesten van boerenzwaluw aangetroffen. Deze bevinden zich in de stallen op Spurkt 5c. Het functioneel leefgebied van de boerenzwaluw omvat waarschijnlijk de stallen, het erf, en de waterlopen. Ter hoogte van de paardenstallen op Spurkt 5c is een torenvalkkast aanwezig. Hier is tevens herhaaldelijk een volwassen torenvalk waargenomen. Verder is het plangebied een geschikt foerageergebied voor de grote gele kwikstaart. Deze is waargenomen in de buurt van de waterloop. Hier zijn ook drie nestkasten aangetroffen. De waterloop wordt echter niet aangetast in de voorgenomen ontwikkeling, waardoor negatieve effecten op de grote gele kwikstaart niet worden verwacht. Overige broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn de wulp en de buizerd aangetroffen. De wulp werd waargenomen boven de percelen van Spurkt 5c, 5 en 5a. In de buurt van de onderzoekslocatie is een nest van de buizerd aangetroffen. Voor beide soorten geldt dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het foerageergebied. Vleermuizen Verblijfplaatsen binnen de onderzoekslocatie Het plangebied biedt geschikte verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis. Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen aangetroffen van boombewonende vleermuissoorten als ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis.

Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie van gebouwbewonende vleermuissoorten Buiten de onderzoekslocatie zijn minimaal 3 gewone dwergvleermuizen waargenomen voor de oostzijde van het huis Spurkt 11, direct grenzend aan de onderzoekslocatie. Foeragerende vleermuizen Tijdens de veldbezoeken zijn er binnen de onderzoekslocatie diverse foerageergebieden te onderscheiden waar voornamelijk door de gewone dwergvleermuis wordt gefoerageerd. Voornamelijk op plaatsen waar de combinatie tussen waterlopen en begeleidende bosschages aanwezig zijn wordt veelvuldig gefoerageerd. De bosschages en bospercelen op de onderzoekslocatie blijven behouden. Vooral aan de oostzijde van het de onderzoekslocatie zal de huidige situatie niet veranderen. Een deel van het foerageerhabitat verdwijnt. Hierdoor is er sprake van een vermindering van de foerageermogelijkheden binnen de onderzoekslocatie. De plannen zullen, gezien de kleine aantallen, geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Ook in de directe omgeving veel kwalitatief foerageerhabitat aanwezig in het natuurgebied direct ten noordoosten van de onderzoekslocatie. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Dergelijke potentiële vliegroutes zijn op de onderzoekslocatie aanwezig.

De lijnvormige elementen op de onderzoekslocatie vormen voornamelijk vliegverbindingen tussen oost west en noord en zuid. Door de herstructurering van de onderzoekslocatie wordt het overgrote deel van de lijnvormige elementen behouden. Als gevolg van de voorgenomen plannen zal mogelijk wel een toename zijn in verlichting op deze elementen. Om te voorkomen dat de lijnvormige elementen de functie van vliegroute en foerageerfunctie verliezen worden bomenrijen versterkt en uitstralende verlichting beperkt. Overige zoogdieren Streng beschermde soorten

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

30 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

Binnen de onderzoekslocatie is functioneel leefgebied van de das aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn een dassenburcht en actieve pijpen aangetroffen. Deze pijpen zijn aangetroffen in het oostelijk gelegen bosje, in een bosschage bij een sloot achter Spurkt 8 en een bosschage achter de dierenwei van Spurkt 5a. De hoofdburcht kan blijven behouden in de plantontwikkeling. Het overgrote deel van het plangebied bestaat uit agrarisch wisselend gebruik. Het wisselende karakter zal ieder jaar afhankelijk van het type gewas meer of minder voedsel bieden voor de das. Daarom wordt dit gezien als suboptimaal foerageerhabitat. De begraasde weilanden worden als optimaal foerageerhabitat gezien. Ook buiten de onderzoekslocatie bevinden zich diverse actieve pijpen. Deze blijven behouden bij de toekomstige plannen. Licht beschermde soorten Binnen de onderzoekslocatie zijn diverse overige zoogdieren waargenomen (o.a. reeën, konijnen, ratten, vossen) en diverse overige vogels (spreeuwen, boomklevers, koolmezen etc.). Deze soorten hebben mogelijk hun vaste rust- en verblijfplaats, dan wel nestlocatie, op de onderzoekslocatie. Overzicht van alle resultaten Figuur 4-3 geeft een overzicht van de resultaten van het onderzoek op en nabij De Spurkt.

Figuur 4-3 Overzicht van alle relevante onderzoeksresultaten op de en nabij de onderzoekslocatie.

4.4

Effectbeschrijving en -beoordeling

4.4.1

Wet natuurbescherming, aspect gebiedsbescherming

In de Passende Beoordeling in Bijlage 6 van de toelichting zijn de effecten voor Natura 2000-gebieden beschreven. Belangrijkste conclusies daarin zijn: • Door de afstand van circa 1 kilometer tussen De Spurkt en de Natura 2000-gebieden is directe aantasting van deze gebieden uitgesloten. • De aanleg en het gebruik van De Spurkt leidt tot een afname van de stikstofdepositie in 13 Natura 2000-gebieden. In overige gebieden wordt geen effect berekend door AERIUS. De afname ontstaat

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

31 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

• • • •

4.4.2

als gevolg van het stopzetten van agrarische activiteiten door de ontwikkeling van het plan voor De Spurkt. Er zijn geen waterhuishoudkundige effecten van De Spurkt in Natura 2000-gebieden die leiden tot overschrijding van drempelwaarden waarboven effecten op zouden kunnen treden. Geen van de overige potentiële effecten van De Spurkt (geluid, licht en optisch) leidt in Natura 2000gebieden tot overschrijding van de drempelwaarde waarboven negatieve effecten zouden kunnen optreden. Hiermee bestaat de zekerheid dat significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de omgeving van De Spurkt op voorhand kunnen worden uitgesloten. De vaststelling van het bestemmingsplan voor De Spurkt kan plaatsvinden in overeenstemming met de Wet Natuurbescherming.

POL2014/Natuurbeheerplan

Ruimtebeslag Er vindt geen ruimtebeslag plaats in de natuurgebieden die zijn aangewezen in het POL2014. Derhalve zijn er geen effecten te verwachten. Verstoring De natuurgebieden die zijn aangewezen in het POL2014 liggen op voldoende afstand van het plangebied van De Spurkt. Derhalve zijn er geen verstoringen te verwachten door lichtuitstraling, geluid en visuele verstoring. Verdroging Door de toename van het verhard oppervlak wordt de infiltratie van hemelwater naar het grondwater verstoord. Het gevolg is dat er de aanvulling van de grondwatervoorraad afneemt ten opzichte van de huidige situatie. Hiervoor worden maatregelen opgenomen in het bestemmingsplan. Het is niet de verwachting dat deze afname aan infiltratie leidt tot verdroging in de natuurgebieden. Versnippering Het bestemmingsplan De Spurkt ligt niet binnen natuurgebieden die zijn aangewezen in het POL2014. Derhalve vindt er geen versnippering plaats.

4.4.3

Wet natuurbescherming, aspect soortenbescherming

Als gevolg van de voorgenomen ingreep op het plangebied kunnen overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming optreden of kan sprake zijn van negatieve gevolgen voor door de wetgever vanuit natuurwetgeving beschermde gebieden. De aanwezigheid van geschikt habitat op het plangebied voor de verschillende soorten is weergegeven in Tabel 4-5. In de tabel is samengevat of een ontheffing noodzakelijk is. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van Wet Natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Tabel 4-5 Aangetroffen soorten en functies

Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo is voornemens om op de onderzoekslocatie een bedrijventerrein te realiseren. Onderdeel van dit bedrijventerrein vormt tevens nieuw aan te leggen infrastructuur. Ten behoeve van de voorgenomen plannen zullen de agrarische percelen en weilanden verdwijnen, de aanwezige Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

32 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

gebouwen gesloopt worden, de waterlopen mogelijk verlegd en/of gedempt worden en zullen delen van bosschages mogelijk verdwijnen. Op de onderzoekslocatie zijn functies aanwezig van huismus, steenuil, boerenzwaluw, diverse soorten vleermuizen en de das. Voor deze soorten zullen de benodigde maatregelen omschreven dienen te worden in een activiteitenplan ten behoeve van een ontheffingsaanvraag op de Wet natuurbescherming. Tabel 4-5 laat zien dat er sprake is van (zeer) ernstige aantasting of verlies van leefgebieden van zwaar beschermde (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn) soorten. Om deze reden scoort dit criterium negatief (--).

4.4.4

Conclusie

De conclusie voor het aspect natuur is samengevat in Tabel 4-6. Tabel 4-6 Conclusie Natuur

Criterium

Score

Wet natuurbescherming, aspect gebiedsbescherming

0

POL2014

0

Wet natuurbescherming, aspect soortbescherming

--

4.5

Leemte in kennis

Effecten door verdroging op natuurgebieden die zijn aangewezen in het POL2014/Natuurbeheerplan zijn kwalitatief bepaald. Verder zijn er geen leemten in kennis.

4.6

Mitigerende maatregelen

Voor de in Tabel 4-5 genoemde soorten en functies dient ontheffing te worden verkregen, en/of een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld. Maatregelen ten bate van de ontheffingsaanvraag, zullen nader uitgewerkt worden in een activiteitenplan. Na uitvoering van het ecologisch werkprotocol en het activiteitenplan zijn effecten uitgesloten.

4.7

Doorvertaling in bestemmingsplan

Zoals in de effectbeoordeling aangegeven vormt de Wet natuurbescherming geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan. De voorgestelde mitigerende maatregelen zijn uitvoerbaar binnen de bestemmingsregeling. Naar verwachting kan een ontheffing worden verkregen.

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

33 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

5

ARCHEOLOGIE

5.1.1

Beleidskader

In Tabel 19 is het beleidskader voor het aspect archeologie weergegeven. De concrete beoordelingscriteria zijn weergegeven in paragraaf 0. Tabel 5-1 Beleidskader archeologie

Beleid

Relevantie voor project

Europees beleid Verdrag van Malta (1992)

Het streven naar het behouden van archeologie in de bodem, het zogenaamde "behoud in situ" (artikel 4, tweede lid). Tijdig rekening houden in de ruimtelijke ordening met de mogelijkheid of aanwezigheid van archeologische waarden, zodat er nog ruimte is voor archeologievriendelijke alternatieven (artikel 5). De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor de kosten van het archeologisch onderzoek en de uitwerking van de resultaten (artikel 6).

Nederlands beleid Erfgoedwet (2016), Monumentenwet (1988) en Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007) (c.q. herziening Monumentenwet 1988)

In de nieuwe Erfgoedwet zijn regelingen opgenomen omtrent de archeologische monumentenzorg. En op grond van artikel 38a van de Monumentenwet 1988 en op grond van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening), zijn gemeenten verantwoordelijk gehouden de belangen van de archeologische monumentenzorg in hun bestemmingsplannen te verankeren.

Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg De Provincie Limburg heeft een aantal archeologische aandachtsgebieden (2014) aangewezen. Dit zijn representatieve en relatief gave delen van de verschillende Limburgse cultuurlandschappen met een groot potentieel aan archeologische waarden. Het plangebied valt niet binnen een archeologisch aandachtsgebied. Gemeentelijk beleid De archeologische verwachtingskaart en de bijbehorende beleidsnota Venray (WAD, 2016)

5.1.2

Deze waarden- en verwachtingenkaart en de maatregelenkaart met de daarbij behorende toelichtende rapporten vormen de basis voor het gemeentelijke ontheffingsbeleid ten aanzien van de ‘archeologieplicht’. De mogelijkheid voor ontheffing van de archeologische onderzoeksplicht is afhankelijk van de ligging, de oppervlakte en de diepte van het initiatief.

Beoordelingskader

Het beoordelingskader voor het aspect archeologie is weergegeven in Tabel 5-2. Er zijn geen bekende archeologische waarden in het plangebied, waardoor alleen wordt gekeken naar effecten op verwachte archeologische waarden. De beoordeling van de beïnvloeding van archeologische verwachtingswaarden en archeologische waarden zal kwalitatief bepaald worden.

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

34 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

Tabel 5-2 Beoordelingskader archeologie

Score

Verwachte archeologische waarden

++

Verwachte kwaliteiten worden ernstig aangetast. Hiervan is sprake als terreinen met een hoge archeologische verwachtingswaarde in ernstige mate worden aangetast als gevolg van ingrepen.

+

Verwachte kwaliteiten worden aangetast. Hieronder valt de aantasting van terreinen met een middelhoge of gematigde verwachtingswaarde.

0

Te verwachten kwaliteiten blijven behouden. In dit geval is er geen verandering, of effect op, waardevolle elementen of structuren.

-

N.v.t. In de archeologie is ex situ gelijk aan vernietiging. Archeologie kan daarom nooit positief scoren, alleen neutraal of negatief.

--

N.v.t. In de archeologie is ex situ gelijk aan vernietiging. Archeologie kan daarom nooit positief scoren, alleen neutraal of negatief.

5.2

Methode

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0, 07-06-2016), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. De RegioArcheoloog is daarbij om advies gevraagd omtrent de accuraatheid van mogelijke effecten.

5.3

Referentiesituatie

In het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting voor de periodes Paleolithicum en Mesolithicum. De locatie langs een beekdal maakt het een geschikte periode voor tijdelijke kampementen en andere activiteiten. Voor de periodes Neolithicum tot en met de Middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting. Vanaf het Laat-Neolithicum is het plangebied deels begroeid met veen, waardoor het een matig geschikte locatie werd voor bewoning. Een uitzondering op deze middelhoge verwachting geldt voor bijzondere datasets in de Bronstijd. Ten noorden van het plangebied zijn enkele rituele deposities bekend, die ook in het plangebied verwacht kunnen worden. Voor de Nieuwe tijd geldt een hoge verwachting. Aangezien het bekend is dat er in het plangebied tijdens de Tweede Wereldoorlog is gevochten, is het mogelijk dat er nog resten hiervan in het plangebied bevinden.

5.4

Effectbeschrijving en -beoordeling

5.4.1

Verwachte archeologische waarden

Het merendeel van het plangebied ligt in een gebied met een lage of geen archeologische verwachting. Uit het bureauonderzoek6 blijkt dat er een (middel)hoge verwachtingswaarde verwacht wordt in het plangebied. Op basis van deze (middel)hoge verwachting zou men ervan uit kunnen gaan dat archeologische verwachting niet uitgesloten kan worden. Echter, op basis van het advies van de Regio-Archeoloog wordt gesteld dat de verwachtingskaart (ABK) het gebied aangeduid met ‘’hoge verwachting’’ modelmatig is gegenereerd en niet op basis van landschappelijke kenmerken en niet op basis van concrete vondsten ter plekke of uit de directe omgeving. Daarnaast stelt de Regio-Archeoloog dat het een verwachting betreft specifiek voor de vroegere fase van de steentijd, waaruit alleen uiterst kwetsbare vindplaatsen resteren. Slechts indien er sprake is van een geheel of grotendeels intacte bodemopbouw, bestaat er een kans op het aantreffen van niet of nauwelijks verstoorde vindplaatsen. De ervaring in de gemeente Venray, bijvoorbeeld in het gebied rond Ysselsteyn, leert dat de bodem in alle gevallen door latere (agrarische) bodembewerking dermate verstoord is dat geen zinvol onderzoek mogelijk is. Om deze reden is vervolgonderzoek in de vorm

6 Archeologisch bureauonderzoek. Klaver 15 op het toekomstige industrieterrein Trade Port Noord te Venray. Rapportnummer

7301.002. 26 juni 2018. Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

35 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

van inventariserend veldonderzoek of verkennend booronderzoek niet noodzakelijk geacht. Het criterium scoort daarbij ook neutraal (0).

5.4.2

Conclusie

De conclusie voor het aspect archeologie is samengevat in Tabel 5-3. Tabel 5-3 Conclusie archeologie

Criterium

Score

Verwachte archeologische waarden

0

5.5

Leemten in kennis

Een inherent probleem aan archeologie is dat het gedeeltelijk gebaseerd wordt op beperkte informatie en aannames. Er wordt daarom in het bureauonderzoek en in het vervolgonderzoek gesproken over verwachtingen. Het is om deze reden niet uit te sluiten dat bij graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het bedrijventerrein (niet voorspelbare) toevalsvondsten kunnen worden aangetroffen, zoals bedoeld in paragraaf 7, artikel 53 van de Monumentenwet. In dat geval moet hiervan melding worden gedaan bij het bevoegd gezag.

5.6

Mitigerende maatregelen

Mitigerende maatregelen kunnen volgen uit wetgeving, beleid of als wens vanuit de omgeving. Ze kunnen toegepast worden wanneer negatieve effecten optreden. Compenserende maatregelen, in de zin van het creëren of elders aanbrengen van archeologische waarden (zowel grondsporen als artefacten), zijn ook niet aan de orde.

5.7

Doorvertaling in het bestemmingsplan

Het aspect archeologie vormt geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling. Archeologisch (vervolg)onderzoek is niet noodzakelijk geacht aangezien de verwachting van archeologische waarden zeer laag is. Een dubbelbestemming archeologie is gezien de huidige situatie niet noodzakelijk geacht.

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

36 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

6

LANDSCHAP EN CULTUURHISTORIE

6.1

Beleids- en beoordelingskader

6.1.1

Beleidskader

In Tabel 6-1 is het beleidskader voor het aspect landschap en cultuurhistorie weergegeven. De concrete beoordelingscriteria zijn weergegeven in paragraaf 6.1.2. Het aspect landschap, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit wordt mede getoetst aan de in deze tabel genoemde wet- en regelgeving die geldt voor het aspect landschap en cultuurhistorie. Tabel 6-1 Beleidskader landschap en cultuurhistorie

Beleid

Relevantie voor project

Europees beleid Europese Landschapsconventie (2000)

De Europese Landschapsconventie (Conventie van Florence, 2000) is een verdrag van de Raad van Europa. Nederland heeft het verdrag in 2005 ondertekend en geratificeerd. Met de ondertekening erkennen lidstaten de grote culturele en identiteitsbepalende waarde van landschap op zowel lokaal als Europees niveau. Het verdrag strekt zich uit tot alle landschappen en beschrijft de maatregelen die Nederland zal nemen om landschap te behouden, te beheren en te ontwikkelen.

Nederlands beleid Erfgoedwet (2016)

De Erfgoedwet harmoniseert wet- en regelgeving omtrent roerend en onroerend erfgoed en vormt één integrale Erfgoedwet voor het beheer en onderhoud van cultureel erfgoed, waaronder rijksmonumenten, rijkscollecties, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten en UNESCO Werelderfgoederen. Ook de Monumentenwet 1988 is opgenomen in de Erfgoedwet. Er bevinden zich geen beschermde (Rijks-) monumenten en/of beschermde Stads- en dorpsgezichten in en in de nabijheid van het plangebied.

Monumentenwet (1988)

Tot de Omgevingswet (gepland voor 1 januari 2021) ingaat, blijven de artikelen uit de Monumentenwet 1988, die niet terugkomen in de Erfgoedwet, onder overgangsrecht van kracht. Het gaat hierbij met name om regelingen omtrent omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen.

Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg Het Provinciaal Omgevingsplan (POL) beschrijft het omgevingsbeleid van de (2014) provincie Limburg. De ambitie voor cultuurhistorie en landschap is de kenmerkende kwaliteiten en afwisseling van het landschap te behouden en te versterken en daarin de geschiedenis van Limburg samenhangend in de ruimte zichtbaar te behouden om daarmee een aantrekkelijk woon-, leef- en vestigingsklimaat te bieden. Cultuurhistorie wordt beschouwd als onderdeel van de identiteit van het landschap en draagt bij aan ruimtelijke kwaliteit. De provincie streeft naar duurzaam gebruik van erfgoed in samenhang met de ruimte. In het Provinciaal Omgevingsplan worden in het landelijk gebied vier zones onderscheiden. Dit zijn: de Goudgroene natuurzone, de Zilvergroene natuurzone, de Bronsgroene landschapszone en het Buitengebied. Voor het aspect landschap en cultuurhistorie zijn de Bronsgroene landschapszone en de Zilvergroene natuurzone relevant. De Goudgroene natuurzone (Natuurnetwerk Nederland) is relevant voor het aspect natuur. Een klein deel van het plangebied is gelegen binnen de Bronsgroene landschapszone. Omgevingsverordening Limburg (2014)

In de Omgevingsverordening Limburg heeft de Provincie regels vastgelegd en worden de kernkwaliteiten van de Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

37 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

Beleid

Relevantie voor project landschapszone beschreven. Dit zijn: het groene karakter, het visueelruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Een klein deel van het plangebied ligt binnen de Bronsgroene landschapszone.

Beleidsregel natuurcompensatie (2018)

De Provinciale Staten van Limburg hebben het Provinciaal Omgevingsplan (2014) en de Omgevingsverordening (2014) vastgesteld waarin op hoofdlijnen is vastgelegd hoe omgegaan dient te worden met compensatie van natuur- en landschapswaarden. De Beleidsregel natuurcompensatie is een verdere uitwerking van dit compensatiebeleid.

Landschapskader Noord- en Midden-Limburg (2006)

In het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg worden handvatten gegeven ter verhoging van de verschillende in Limburg aanwezige landschappelijk kwaliteiten om daarmee de dagelijkse leefomgeving van mensen, planten en dieren een kwaliteitsimpuls te geven. Per landschapstype zijn de specifieke kernkwaliteiten in het Landschapskader Noord- en MiddenLimburg beschreven. Het plangebied ligt binnen het landschapstype natte heideontginningen.

Gemeentelijk beleid Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Venray (2017)

De verordeningen en beleidsregels van de gemeente Venray bevatten regelgeving over gemeentelijke aangelegenheden. De gemeente Venray heeft een lijst met monumentale en waardevolle bomen en beschermde houtopstanden vastgelegd. Deze bomenlijst dient als bijlage bij de Algemene Plaatselijke Verordening. Het is verboden om zonder vergunning houtopstanden te vellen die vermeld staan op deze bomenlijst. Onder beschermde houtopstand wordt verstaan: een monumentale of waardevolle boom of een waardevolle houtopstand. De Algemene Plaatselijke Verordening beschermt waardevolle bomen en houtopstanden die binnen de bebouwde komgrens vallen. Deze verordening speelt een rol bij de beoordeling van de kernkwaliteit het groene karakter van de Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone voor het aspect landschap en cultuurhistorie. De Wet natuurbescherming beschermt houtopstanden buiten de bebouwde komgrens.

Erfgoedverordening gemeente Venray (2010)

De Erfgoedverordening van de gemeente Venray bevat regelingen voor de bescherming en het beheer van rijks- en gemeentelijke monumenten en archeologie in de gemeente. In de Erfgoedverordening staan ook de taken en werkwijze van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK).

Bestemmingsplan Loobeek – deelgebied ‘de Spurkt’ en ‘Venrays Broek’ (2018)

Het bestemmingsplan beschrijft de herinrichting voor van de Loobeek voor de deeltrajecten ‘de Spurkt’ en ‘Venrays Broek’ waar de Loobeek is aangewezen als ecologische verbindingszone. De herinrichting is erop gericht de ecologische kwaliteit in en langs de beek te verbeteren. De Loobeek loopt ten noorden van het plangebied van De Spurkt.

6.1.2

Beoordelingskader

Een groot deel van het plangebied voor de ontwikkeling van De Spurkt is in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (2014) aangewezen als Bronsgroene landschapszone. Het beleid binnen de Bronsgroene landschapszone is erop gericht om de landschappelijke kwaliteiten te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. De kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone zijn, het: ▪ ▪ ▪ ▪

Visueel-ruimtelijk karakter; Groene karakter; Cultuurhistorisch erfgoed; Reliëf.

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

38 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

De kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone zijn per landschapstype nader beschreven in het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg (Provincie Limburg, 2009). De effecten van de voorgnomen activiteit worden beoordeeld aan de hand van de vier criteria, te weten: het visueel-ruimtelijke karakter, het groene karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. De effecten voor het aspect landschap en cultuurhistorie worden bepaald op basis van het beoordelingskader uit Tabel 6-2. Onder de tabel volgt per criterium een toelichting op de beoordelingscriteria. Tabel 6-2 Beoordelingskader landschap en cultuurhistorie

Effect op het visueel-ruimtelijk karakter

Effect op het groene Effect op het karakter cultuurhistorisch erfgoed

Effect op aardkundige waarden en reliëf

Sterke verbetering van karakteristieke natuurwaarden en landschapselementen

Sterke verbetering beleefbaarheid of zichtbaarheid van historisch geografische waarde(n)

n.v.t.

++

Sterke verbetering uiterlijke verschijningsvorm van het landschap en de belevingswaarde daarvan voor de mens

Verbetering van karakteristieke natuurwaarden en landschapselementen

Verbetering beleefbaarheid of zichtbaarheid van historisch geografische waarde(n)

n.v.t.

+

Verbetering uiterlijke verschijningsvorm van het landschap en de belevingswaarde daarvan voor de mens

0

Geen wijziging ten opzichte van de referentiesituatie

Geen wijziging ten opzichte van de referentiesituatie

Geen wijziging ten opzichte van de huidige situatie

Geen wijziging ten opzichte van de referentiesituatie

-

Aantasting uiterlijke verschijningsvorm van het landschap en de belevingswaarde daarvan voor de mens

Aantasting van karakteristieke natuurwaarden en landschapselementen

Aantasting van historisch Aardkundige waarden geografische waarde(n) worden aangetast (herkenbaarheid, samenhang of conservering)

--

Grotendeels of geheel verdwijnen van uiterlijke verschijningsvorm van het landschap en de belevingswaarde daarvan voor de mens

Grotendeels of geheel verdwijnen van karakteristieke natuurwaarden en landschapselementen

Sterke verbetering beleefbaarheid of zichtbaarheid van historisch geografische waarde(n)

Score

Aardkundige waarden worden sterk aangetast en/of vernietigd (herkenbaarheid, samenhang en conservering gaan verloren)

Visueel-ruimtelijk karakter Het criterium visueel-ruimtelijk karakter gaat over de uiterlijke verschijningsvorm van het landschap en de belevingswaarde daarvan voor de mens. Het gaat daarbij om de ruimtelijke opbouw van het landschap en de aantasting van de huidige beleving van gebruikers. Beleving omvat de zichtbare kenmerken van het landschap, zoals deze door de gebruiker worden ervaren. Beleving is subjectief en verschilt per persoon. Wel kunnen de effecten op visueel-ruimtelijke kenmerken die beleving bepalen, worden beoordeeld. Het gaat hierbij om de mate van open- of beslotenheid, contrast, zichtlijnen en oriëntatiepunten. De leesbaarheid van het landschap is de mate waarin een landschap samenhang vertoont die oriëntatie in tijd en ruimte mogelijk maakt. Groene karakter Het groene karakter heeft betrekking op de verschijningsvorm van het landschap, meer specifiek de opgaande bos- en landschapselementen in een gebied. Het groene karakter van een gebied wordt bepaald door opgaande groene landschapselementen. Ook kleine landschapselementen kunnen belangrijk zijn voor het groene karakter van een gebied. Het gaat bij het groene karakter niet alleen om de elementen op Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

39 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

zichzelf maar ook om de onderlinge samenhang, zoals bomenrijen en lanen. Landschapselementen vormen karakteristieke kenmerken van het landschap. Het groene karakter vertoont grote verschillen tussen verschillende landschapstypen. Omdat het beeld van het landschap mede bepaald wordt door de landschapselementen, gaat de kwaliteit van het landschap achteruit bij het aantasten of geheel verdwijnen van landschapselementen of bij aantasting van de onderlinge samenhang. Cultuurhistorisch erfgoed Historische geografische elementen zijn van grote waarde voor het gebied omdat ze een belangrijke rol spelen in de zichtbaarheid van de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap. Historische geografie omvat historische punten, lijnen, zoals historische wegen, watergangen, beplantingen als ook historische zichtlijnen en vlakken, zoals historische wegen-, verkavelings- en beplantingspatronen. Aardkundige waarden en reliëf Aardkundige waarden zijn gave en representatieve geomorfologische patronen die aan het aardoppervlak zichtbaar zijn, zoals reliëf. Het zijn onderdelen van het landschap die inzicht geven in de natuurlijke ontstaanswijze van een gebied. De Provincie Limburg heeft aardkundige monumenten en aardkundig waardevolle gebieden aangewezen (Provincie Limburg, 2014).

Met het criterium aardkundige waarde en reliëf is bepaald in hoeverre waardevolle patronen in de ondergrond woerden verstoord. Bij het toekennen van een score voor aardkundige waarden en reliëf wordt iedere aantasting negatief beoordeeld. Een aantasting is namelijk altijd permanent en onomkeerbaar, omdat de onderliggende landschapsvormende processen niet meer actief zijn.

6.2

Methode

De effectbeoordeling heeft kwalitatief plaatsgevonden op basis van expert judgement, aan de hand van een bureaustudie.

6.3

Referentiesituatie

In deze paragraaf is een beschrijving van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen gegeven voor het aspect landschap en cultuurhistorie. Deze beschrijving vormt de referentiesituatie, waarmee de voorgenomen activiteit wordt vergeleken.

Plangrens

Figuur 6-1 Ligging plangebied in het natte heideontginningslandschap

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

40 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

Huidige situatie Het plangebied is gelegen tussen in het beekdal van de Loobeek tussen de genormaliseerde beek en het bedrijventerrein Smakterheide en wordt begrensd door de weg het Spurkt aan de zuidzijde. Het gebied is in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (2014) aangewezen als Buitengebied en Bronsgroene landschapszone. De Loobeek en het Afleidingskanaal vormen de belangrijkste waterlopen. Het gebied valt binnen het landschapstype van de natte heideontginningen (zie Figuur 6-1). De natte heideontginningen hebben een rechtlijnig karakter door de regelmatige blokverkaveling, aanwezige beplantingen en het geometrisch patroon van sloten en wegen. Deze jonge ontginningen zijn ontgonnen tussen 1890-1990. Het landschap wordt gekenmerkt door een grote mate van openheid en is gelegen op van nature natte, laaggelegen zandgronden. Het belangrijkste visueel-ruimtelijke kenmerk is de grote mate van openheid en het veelal ontbreken van bebouwing. In de huidige situatie is het grootste deel van het plangebied in gebruik als grasland en bouwland (voor o.a. wortels en maïs). Het plangebied heeft door de aanwezigheid van verschillende agrarische erven een halfopen karakter. Cultuurhistorisch waardevolle lijnelementen worden gevormd door de wegen uit de periode 1806-1890 zoals de weg Spurkt en het verlengde van de Nijverheidstraat en de Energieweg.

Ook de toegangswegen naar de twee boerderijen in het gebied maken onderdeel uit van cultuurhistorisch waardevolle lijnelementen. Het gehele gebied is aangewezen als aardkundig waardevol gebied van provinciaal belang. Echter voor het gebruik als bouwland is het plangebied grotendeels geëgaliseerd. Langs de weg Spurkt, het verlengde van de Nijverheidstraat en de wegen naar de boerderijen staan bomenrijen. De overige landschapselementen in het gebied worden gevormd door de erfbeplanting van de boerderijen. Midden in het plangebied staat op de kruising van het verlengde van de Nijverheidstraat en het cultuurhistorisch waardevolle lijnelement (oude weg 1806-1890) een monumentale eik (Quercus robur) uit 1930 (zie Figuur 6-2).

Figuur 6-2 Monumentale eikenboom uit 1930

Autonome ontwikkeling In het studiegebied van Venray is het bestemmingsplan ‘buitengebied Venray 2010’ (vastgesteld 14-122010) is van kracht. Dit bestemmingsplan is gedeeltelijk herzien in 2016 en 2017 (regels en locaties). Aan de

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

41 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

noordkant van het gebied wordt de herinrichting van het Loobeekdal planologisch mogelijk gemaakt in bestemmingsplan ‘Loobeek – deelgebied De Spurkt en Venrays Broek’ (vastgesteld 30-10-2018). De herinrichting van het Loobeekdal is een autonome ontwikkeling. Het deeltraject ‘de Spurkt’ van de Loobeek voldoet niet aan de ecologische doelstellingen Natuurbeek en Kaderrichtlijn Water. Voor de herinrichting van de Loobeek zijn diverse meanders voorzien in het tracé. In de huidige situatie is de Loobeek nog sterk gekanaliseerd. Voor het deelgebied de Spurkt, is gekozen om de beek op de huidige locatie te behouden en het beekdal te verruimen. De voorgenomen activiteiten bestaan uit het aanleggen van meanders en dempen bestaande watergangen, herprofilering van de bestaande oevers van de Loobeek, het aanleggen van drempels die vispasseerbaar zijn en verwijderen van bestaande stuwen en het realiseren van een doorstroommoeras ter hoogte van natuurgebied Smakterveld. Het plan draagt bij aan het behoud en de ontwikkeling van de landschappelijke kwaliteiten van het Loobeekdal. De aanwezige en historische landschapsstructuren en kenmerken dienen hierbij als inspiratiebron. Het gaat daarbij onder meer om behoud (en herstel) van de openheid ter hoogte van De Spurkt, versterking van de zichtlijnen, toevoeging van lijnelementen en aansluiting op de schaal en beleving van het landschap.

6.4

Effectbeschrijving en -beoordeling

6.4.1

Visueel-ruimtelijk karakter

Het belangrijkste visueel-ruimtelijke kenmerk van de natte heideontginningen is de grote mate van openheid en het vaak ontbreken van bebouwing. De percelen zijn in de huidige situatie grotendeels in gebruik als bouwland waardoor het gebied een halfopen karakter heeft. De voorgenomen activiteit tast het visueelruimtelijk karakter aan doordat het nieuwe bedrijventerrein met hoog opgaande elementen ervoor zorgt dat het open karakter van de natte heideontginningen geheel verdwijnt. Om het geometrisch patroon van wegen door het gebied herkenbaar te maken en de schaal van het landschap te behouden worden wegen aangeplant met een regelmatige (transparante) laanbeplanting. De bebouwing wordt verdicht en afgeschermd met opgaande beplanting, zodat de grootschalige bedrijfsbebouwing niet dominant het totale beeld bepaalt. Er is sprake van een transformatie van het oorspronkelijke landschap naar een nieuw vormgegeven landschap met een eigen ruimtelijke kwaliteit. Als de inpassing met beplanting bestaat uit opgaande singels en bomen kan deze de massiviteit van de bedrijfsgebouwen verzachten, maar niet afschermen. Daarom wordt het casco van beplanting langs wegen grotendeels behouden en waar mogelijk versterkt. Het grootschalige en rechtlijnige karakter blijft wel herkenbaar.

Bij herinrichting van het Loobeekdal blijft de ligging van de zuidoever van de Loobeek onveranderd en heeft daarmee geen effect op de voorgenomen activiteit. Er is sprake van een negatief (-) effect op het visueel-ruimtelijk karakter van het natte heideontginningslandschap.

6.4.2

Groene karakter

Het groene karakter van het natte heideontginningslandschap bestaat uit bomenrijen langs de wegen en erfbeplantingen. De bomenrijen langs de weg Spurkt aan de zuidzijde en langs de loodrecht daarop staande wegen zoals de entree van de huidige boerderij aan de zuidwestzijde, het verlengde van de Nijverheidstraat en de noordgrens van het plangebied kunnen worden behouden. Door een goede inpassing kan ook de monumentale eik (Quercus robur) worden gehandhaafd. De erfbeplantingen in het gebied moeten worden gekapt ten behoeve van uitgeefbare kavels. Met het uitgeven van grootschalige kavels wordt het raamwerk van rechte wegen van laanbeplantingen versterkt, evenals het geometrisch patroon van de wegen. Voor de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein worden nieuwe beplantingen en waterlopen aangelegd waaronder nieuwe bomen en (nader te bepalen invulling met) gras en ruigte. Het natte heideontginningslandschap wordt gekenmerkt door het ontbreken van landschapselementen, met uitzondering van transparante bomenrijen langs de wegen en erfbeplanting. Door de voorgenomen activiteit komt er meer beplanting waardoor het groene karakter verandert. De nieuwe singels voegen nieuwe richtingen en vormen toe aan het bestaande landschap en zijn een onderdeel van het bedrijventerrein.

Bij herinrichting van het Loobeekdal blijft de ligging van de zuidoever Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

42 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

van de Loobeek onveranderd en heeft daarmee geen effect op de voorgenomen activiteit. Er is sprake van een negatief effect (-) op het groene karakter van de Bronsgroene landschapszone.

6.4.3

Cultuurhistorisch erfgoed

Door de ruimtelijke opzet van de voorgenomen activiteit en de landschappelijke inpassing blijft een aantal van de cultuurhistorisch waardevolle elementen (oude wegen) behouden en herkenbaar. De context van deze elementen transformeert door de bouw van bedrijfshallen. De lijnelementen worden doorgezet in het ontwerp van het nieuwe bedrijventerrein. Aan de westkant van het plangebied wordt de cultuurhistorische lijn doorgezet evenals langs het verlengde van de Nijverheidstraat en aan de oostkant van het plangebied. Ter plaatste van de boerderij Spurkt 5A gaat het cultuurhistorisch waardevolle element in de vorm van een weg uit de periode 1806-1890 verloren. In de huidige situatie was deze lijnstructuur al verminderd herkenbaar. Er is sprake van een negatief (-) effect op het cultuurhistorisch erfgoed.

6.4.4

Aardkundige waarden en reliëf

Het gebied is aangewezen als aardkundig waardevol gebied van provinciaal belang. Echter zijn de percelen ten behoeve van de landbouw geëgaliseerd. Er zijn geen effecten (0) op de kernkwaliteit het reliëf van de Bronsgroene landschapszone.

6.4.5

Conclusie

De voorgenomen activiteit heeft een negatief effect (-) op de kernkwaliteit het visueel-ruimtelijk karakter, het groene karakter en het cultuurhistorisch erfgoed. Ondanks dat het gebied is aangewezen als aardkundig waardevol gebied van provinciaal belang zijn er geen effecten op aardkundige waarden en reliëf omdat de percelen ten behoeve van de landbouw al zijn geëgaliseerd. De conclusie voor het aspect landschap en cultuurhistorie is samengevat in Tabel 6-3. Tabel 6-3 Conclusie landschap en cultuurhistorie

Criterium

Score

Effect op het visueel-ruimtelijk karakter

-

Effect op het groene karakter

-

Effect op cultuurhistorisch erfgoed

-

Effect op aardkundige waarden en reliëf

0

6.5

Leemte in kennis

Er is geen leemte in kennis.

6.6

Mitigerende maatregelen

Met het inbouwen van de aanbevolen groenstructuren zijn de gevolgen van de ontwikkeling voor het plangebied beperkt.

6.7

Doorvertaling in bestemmingsplan

Het aspect landschap vormt in beginsel geen belemmeringen voor het bestemmingsplan. Met groenzones wordt het bedrijventerrein ingepast.

6.7.1

Regeling

Op de verbeelding zijn groenstructuren in en rond het bedrijventerrein opgenomen.

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

43 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

7

EXTERNE VEILIGHEID

7.1

Beleids- en beoordelingskader

7.1.1

Beleidskader

In Tabel 7-1 is het beleidskader voor het aspect externe veiligheid weergegeven. De concrete beoordelingscriteria zijn weergegeven in paragraaf 7.1.2. Tabel 7-1 Beleidskader externe veiligheid

Beleid

Relevantie voor project

Wet Basisnet (Wbn), 2015

De Wbn is de wettelijke basis voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. De wet regelt de vervoerskant van het Basisnet. Het voorziet onder meer in de aanwijzing van wegen, spoorwegen en binnenwateren waar spanning bestaat of kan ontstaan tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en externe veiligheid.

Regeling Basisnet (Rbn), 2015

In de Rbn is de maximale gebruiksruimte vastgelegd waar bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening mee gehouden moet worden.

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), 2015

In het Bevt is het rijksbeleid opgenomen omtrent het omgaan met de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), 2010 (versie 31-3-2018)

In het Bevb is het rijksbeleid opgenomen omtrent het omgaan met de risico’s van buisleidingen.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), 2004 (versie 2016)

In het Bevi is het rijksbeleid opgenomen omtrent het omgaan met risicovolle inrichtingen.

7.1.2

Beoordelingskader

Externe veiligheid betreft het beheersen van de risico’s in de omgeving als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportassen (weg, water, spoor en buisleiding) en door het gebruik en opslaan van gevaarlijke stoffen door bedrijven. Het externe veiligheidsrisico wordt uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs de transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen de risicobron en kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. De plaatsgebonden risicocontour is een contour waarbij alle punten met een gelijk risico met elkaar verbonden worden. Deze punten worden bepaald door de kans van optreden van diverse ongevalscenario’s. Het plaatsgebonden risico is geheel afhankelijk van de hoeveelheid vervoer en de aard van gevaarlijke stoffen en de ongevalsfrequentie. Binnen de risicocontour van 10-6 per jaar zijn kwetsbare objecten niet toegestaan, beperkt kwetsbare objecten zijn alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan.

Het groepsrisico is gelijk aan de cumulatieve kansen per jaar per kilometer transportroute dat tien of meer personen in het invloedsgebied van een transportroute overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die transportroute waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek waarin op de verticale as de cumulatieve kans op het aantal doden per jaar staat en op de horizontale as het aantal doden logaritmisch is weergegeven. Bij het aangeven van representatieve aantallen personen wordt gewerkt met zowel de kwetsbare als de minder kwetsbare bestemmingen. Het groepsrisico geeft aandachtspunten op een transportroute aan waar zich mogelijk een ramp met meer dan tien slachtoffers kan voordoen. De hoogte van het groepsrisico wordt Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

44 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

bepaald door de aard van de risicobron en het aantal aanwezige personen binnen het invloedsgebied van de risicobron. Daarbij moet een vergelijking worden gemaakt met de oriëntatiewaarde. Dit is geen harde norm, maar een richtwaarde waarnaar moet worden gekeken bij de verantwoording van het groepsrisico. Het beoordelingskader voor het aspect externe veiligheid is weergegeven in Tabel 7-2. Tabel 7-2 Beoordelingskader externe veiligheid

Score

Plaatsgebonden risico

Groepsrisico n.v.t.

++

Geen (dreigende) overschrijding van het PR-plafond / de PR10-6 contour en/of er liggen géén (beperkt) kwetsbare objecten of alleen beperkt kwetsbare objecten in het PR-plafond / de PR10-6 contour

+

Geen (dreigende) overschrijding van het PR-plafond / de PRO10-6 contour en/of afname aantal (beperkt) kwetsbare objecten in het PR-plafond / de PR10-6 contour

Geen (dreigende) overschrijding van het GR-plafond en afname van het aantal (beperkt) kwetsbare objecten in het GR-plafond / afname van het GR ten opzichte van de oriëntatiewaarde

0

Geen (dreigende) overschrijding van het PR-plafond / de PR10-6 contour en/of géén of geen wijziging van het aantal (beperkt) kwetsbare objecten in het PR-plafond / de PR10-6 contour

Geen (dreigende) overschrijding van het GR-plafond en of geen wijziging van het aantal (beperkt) kwetsbare objecten in het GR-plafond / geen verandering in de hoogte van het GR ten opzichte van de oriëntatiewaarde.

-

Geen dreigende overschrijding van het PR-plafond óf geen (dreigende) overschrijding van het PR-plafond / de PR10-6 contour maar wel een toename van het aantal (beperkt) kwetsbare objecten in het PR-plafond / de PR10-6 contour

Dreigende overschrijding van het GR-plafond óf geen (dreigende) overschrijding van het GR-plafond met toename van het aantal (beperkt) kwetsbare objecten in het GR-plafond / toename van het GR onder de oriëntatiewaarde

--

Overschrijding van het PR-plafond / de PR10-6 contour n.v.t. en/of toename van het aantal (beperkt) kwetsbare objecten in het PR-plafond / de PR10-6 contour

7.2

Methode

Voor het beschouwen van de voor externe veiligheid relevante risicobronnen is gebruik gemaakt van risicokaart.nl. Op basis hiervan is gekeken welke risicobronnen belemmeringen kunnen opleveren bij het mogelijk maken van het bestemmingsplan. Met behulp van de wetgeving uit Tabel 7-1, waarin gebruiksruimtes, risicoafstanden en dergelijke zijn genoemd, is bekeken in hoeverre er knelpunten kunnen optreden. De risico’s zijn kwalitatief beschouwd. Dat wil zeggen dat er geen risicoberekeningen uitgevoerd zijn, maar dat er op basis van beschikbare informatie uit bijvoorbeeld de risicokaart en relevante wet- en regelgeving een inschatting is gedaan van de risico’s. Vandaar ook het kwalitatieve beoordelingskader in Tabel 7-2.

7.3

Referentiesituatie

7.3.1

Huidige situatie en autonome situatie

In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als agrarische grond. Na het raadplegen van de risicokaart en uitvoeren van een analyse van de omliggende omgeving rondom de projectlocatie (zie Figuur 7-1 en Figuur 7-2), zijn de volgende risicobronnen geïdentificeerd die mogelijk invloed hebben op de externe veiligheid van het projectgebied, namelijk:

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

45 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

• •

Vervoer gevaarlijke stoffen over de weg (A73) Inrichtingen in de omliggende omgeving

In deze paragraaf wordt beschouwd in hoeverre er in de huidige situatie in het plangebied (beperkt) kwetsbare objecten liggen in de PR10-6-contour van de risicovolle inrichtingen en binnen de PR-plafonds van de transportroutes. Van deze risicobronnen wordt kwalitatief het mogelijke effect op het plan beschreven. In Figuur 7-1 zijn plaatsen met opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen in de huidige situatie weergegeven.

Figuur 7-1 Uitsnede risicokaart en ruimtelijke plannen rondom plangebied De Spurkt

Vervoer gevaarlijke stoffen over de weg In het kader van het Basisnet (regeling basisnet) is het risicoplafond uit Tabel 7-3 van toepassing voor de A73 (afrit 8 Venray). Volgens de regeling basisnet heeft het wegvak een PR10-6 contour van 1 meter. Het groepsrisico is voor dit weggebied niet van toepassing. Het groepsrisico ligt dan ook ruim onder de oriëntatiewaarde. Tabel 7-3 Mogelijk vervoer i.r.t. risicoplafond (Regeling Basisnet, per 1 januari 2016)

Traject

A73: afrit 7 (Vierlingsbeek) - afrit 9 (Venray)

PAG

Ja

Vervoershoeveelheid (aantal tankauto’s)

5148 tankauto’s

Risicoplafond

PR 10-6 contour: 1 meter

Inrichtingen in de omliggende vastgestelde bestemmingsplannen In Figuur 7-2 is de bestemde situatie van het bedrijventerreinen in de directe omgeving weergegeven. Er wordt kort ingegaan of er reeds risicovolle inrichtingen aanwezig zijn, dan wel of de plannen mogelijkheid bieden voor het vestigen van de risicovolle inrichtingen die het risicoprofiel in de referentiesituatie bepalen.

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

46 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

Figuur 7-2 Ligging risicovolle inrichtingen (rode stip) met risicocontour (rode stippellijn) inclusief plangebied.

Voor het project De Spurkt is gekeken of en welke risicobronnen in de omgeving liggen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de risicokaart (d.d. 14 mei 2019). Na het raadplegen van de risicokaart en analyse van het omliggende gebied van de projectlocatie, zijn de volgende ruimtelijke objecten geïdentificeerd die mogelijk invloed hebben op de externe veiligheid van het project: 1. PrimaGaz Nederland BV De activiteiten van deze inrichting betreffen de productie en distributie van elektriciteit, aardgas, stoom en warm water. De risico veroorzakende installaties betreft de opslag van (ingeterpte) LPGtanks en het laden en lossen van de LPG-aanwezige tankwagens. De risicocontour van deze inrichting komt in lichte mate in aanraking met het voorziende plangebied. 2. G.M. Swinkels De activiteiten van deze inrichting betreft het fokken en houden van rundvee. De risico-veroorzakend installatie betreft de opslag van mest(gassen). De risicocontour van deze inrichting komt niet buiten de terreingrens.

7.4

Effectbeschrijving en -beoordeling

De effecten zijn voor externe veiligheid afhankelijk van de aard van de ontwikkelingen. Relevant zijn de ligging van (beperkt) kwetsbaar objecten ten opzichte van de plaatsgebonden risicocontour en/of een toe- of afname van de bevolkingsdichtheid in het invloedsgebied van risicobronnen. In onderstaande deelparagrafen volgt per risicobron een beschrijving- en beoordeling van de effecten aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn genoemd in het beoordelingskader.

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

47 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

7.4.1

Plaatsgebonden risico

Risicovolle inrichtingen, zoals Bevi-inrichtingen, zijn niet toegestaan op dit bedrijventerrein. Bij het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten in De Spurkt mogen er geen (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen de PR10-6 -contour van PrimaGaz Nederland BV vallen. Voor de A73 wordt het plangebied direct langs de A73 buiten beschouwing gelaten. Dit gebied kent de enkelbestemming natuur, kent een vrijwaringszone van de A73 (er mag alleen gebouwd worden na toestemming van Rijkswaterstaat) en het sluit niet aan op de rest van het plangebied. Voor de rest van het plangebied geldt dat de A73 op minimaal 220 meter afstand ligt. Deze risicobron heeft dan ook geen invloed op het bestemmingsplan gezien het feit dat de PR10-6 contour 1 meter bedraagt.

7.4.2

Groepsrisico

De in de toekomst op het nieuwe industriegebied aanwezige bevolking binnen het invloedsgebied van Primagaz Nederland BV heeft invloed op het groepsrisico (GR). De invloed van de in de toekomst op het nieuwe industriegebied aanwezige bevolking op het GR moet daarom worden berekend conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Conform het Bevi is het groepsrisico verantwoord. Ten opzichte van in de huidige situatie neemt het GR in de toekomstige situatie toe als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan. Wel blijkt dat zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie het GR onder de oriëntatiewaarde ligt. De memo ‘Externe veiligheid bestemmingsplan De Spurkt’, die dit onderbouwt, is bijgevoegd in Bijlage 14.

7.4.3

Conclusie

De conclusie voor het aspect externe veiligheid is samengevat in Tabel 7-4. Tabel 7-4 Conclusie externe veiligheid per risicobron

Risicobron

Criterium

Score

Plangebied

Plaatsgebonden risico

0

Groepsrisico

0

Plaatsgebonden risico

0

Groepsrisico

0

Plaatsgebonden risico

0

Groepsrisico

0

Inrichtingen in omgeving (PrimaGaz Nederland BV)

A73 (afrit 8 Venray)

7.5

Leemte in kennis

Voor het aspect externe veiligheid is er sprake van een leemte in kennis en informatie over de aard van nieuwe bedrijvigheid in het plangebied De Spurkt en het ontbreken van berekeningen en gegevens over personendichtheden in de toekomst. Hierdoor is een kwalitatieve inschatting gemaakt van het verwachte effect zonder de invulling van Bevi-inrichtingen en andere inrichtingen zoals benoemd in het Activiteitenbesluit.

7.6

Mitigerende maatregelen

Bij het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten in De Spurkt moet rekening worden gehouden met de PR10-6 -contour van PrimaGaz Nederland BV.

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

48 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

7.7

Doorvertaling in bestemmingsplan

Er is advies opgevraagd bij de Veiligheidsregio Limburg Noord. Dit advies is nog niet ontvangen vanwege het ontbreken van nader onderzoek.

Ten aanzien van het groepsrisico is een bepaling opgenomen in de bestemmingsplanregels die het gebruik van bedrijfsmatige gebruik van gronden en bebouwing toe staat, mits er geen onaanvaardbare gevolgen optreden ten aanzien van de hoogte van het groepsrisico.

7.7.1

Regeling

Risicovolle inrichtingen, conform Bevi, zijn niet toegestaan. Er mogen geen (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen de PR10-6 -contour van PrimaGaz Nederland BV vallen.

7.8

Advies veiligheidsregio

Bij de brieven van 10 juli en 4 augustus 2020 heeft de Veiligheidsregio Limburg-Noord geadviseerd over de ruimtelijke veiligheid. Het advies is opgenomen in Bijlage 15.

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

49 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

8

VERKEER

8.1

Beleids- en beoordelingskader

8.1.1

Beleidskader

In Tabel 8-1 is het relevante wettelijk kader en beleidskader opgenomen met betrekking tot verkeer. Tabel 8-1: Beleid en wet- en regelgeving, aspect verkeer

Wettelijk kader en beleidskader

Inhoud

Nationaal De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een integraal kader voor het ruimtelijken mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. Rijk (2012) 2. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Provinciaal

Mobiliteitsplan Limburg (2018)

In het Mobiliteitsplan Limburg ‘Slim op weg naar morgen’ geeft de provincie haar visie om een aantrekkelijke, leefbare en economisch krachtige provincie te blijven waar mensen met plezier werken, wonen, recreëren en studeren. Op het gebied van mobiliteit wordt daarom aan de volgende doelstelling gewerkt: ‘Toekomstbestendige, toegankelijke, slimme, schone en grenzeloze mobiliteit zodat mensen zich naar wens en behoefte vrij kunnen bewegen’. Ze doen dit door in te zetten op vijf hoofdthema’s: 1. Bereikbare steden; 2. Vitaal platteland; 3. Bereikbare economische clusters; 4. Concurrerende logistieke sector; 5. Grenzeloze vrijetijdeconomie.

Gemeentelijk Acht Noord-Limburgse gemeenten7 hebben hun krachten gebundeld om een gezamenlijke mobiliteitsvisie op te stellen. De regionale mobiliteitsvisie van is niet vastgelegd op papier, maar verwerkt in een animatiefilmpje8. De ambitie luidt: Er wordt naar gestreefd om in 2040 Noord-Limburg de klimaat vriendelijkste, toegankelijkste en veiligste regio van Nederland te laten zijn op het gebied van mobiliteit. Regionaal Mobiliteitsoverleg (RMO)

7 8

Dit wordt bereikt door in te zetten op vijf zogenoemde wegen: 1. Verhogen kwaliteit van leven; 2. Verbeteren verkeersveiligheid; 3. Aantrekkelijk mobiliteitssysteem; 4. Ondersteunen milieu- en energietransitie; 5. Verbeteren ruimtelijke- economische bereikbaarheid.

De gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venlo en Venray. https://www.youtube.com/watch?v=589OSVZb3Gc

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

50 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

De Toetssteen Openbare Ruimte (TOR) heeft als doel het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte van de gemeente Venray. Het begrip kwaliteit kan worden opgedeeld in: 1. Technisch-functionele kwaliteit; 2. Sociaal-maatschappelijke kwaliteit. Toetssteen Openbare Ruimte (TOR, 2019)

Netwerkennota 2019

De TOR beschrijft de uitgangspunten, randvoorwaarden, ontwerpeisen etc. waaraan bouwplannen in de openbare ruimte minimaal dienen te voldoen. Verder verschaft de TOR inzicht in de toetsingsprocedure van de gemeente. Het meenemen van de uitgangspunten, randvoorwaarden en ontwerpeisen van al de betrokken vakdisciplines in een vroeg stadium zal resulteren in een meer integraal ontwerp. Met deze werkwijze kan op de lange termijn integraal ontworpen openbare ruimte kostenefficiënter worden beheerd en kan deze door keuzes als flexibiliteit en aanpasbaarheid blijven voorzien in de behoeften van de maatschappij. Met deze nota wordt het kader geactualiseerd voor (de inrichting van) een goede en verkeersveilige infrastructuur en wordt meer recht gedaan aan ontwikkelingen (o.a. autonoom rijden, negatieve ontwikkeling verkeersveiligheid etc.). Het kader is daarmee de nieuwe basis voor het opstellen van mobiliteitsprojecten en het uitvoeringsprogramma van infrastructurele projecten en het prioriteren van deze projecten. Het kader is een concrete uitwerking van de doelstellingen die in het Regionaal Mobiliteitsoverleg zijn gesteld. De netwerkennota is een vertrekpunt voor discussie. Binnen concrete projecten waar aan de infrastructuur wordt gewerkt, is deze nota uitgangspunt voor functie, vorm en gebruik van de betreffende weg.

Binnen een project wordt vervolgens de afstemming gezocht met andere beleidsvelden zoals groen, waterbeheer en openbare verlichting maar ook met het bestemmingsplan.

Verkeersmodel Om de verkeerseffecten te kwantificeren is de ontwikkeling van De Spurkt in het geactualiseerde verkeersmodel Noord-Limburg (oplevering in 2019) doorgerekend. Dit verkeersmodel heeft als basisjaar 2018 en als prognosejaar 2030. Voor het prognosejaar 2030 is De Spurkt opnieuw (projectspecifiek) doorgerekend om de verkeersaantrekkende werking inzichtelijk te maken. Uit dit verkeersmodel zijn verkeerscijfers aangeleverd van zowel de ochtend- als avondspits (maatgevende uur), kruispuntstromen (in pae) van beide spitsen, ten behoeve van kruispuntberekeningen en de etmaalintensiteiten.

8.1.2

Beoordelingskader

Het beoordelingskader voor het aspect verkeer is weergegeven in Tabel 8-2. Tabel 8-2: Beoordelingskader verkeer

Score

Verkeersafwikkeling

Verkeersveiligheid

++

Grote verbetering verkeersafwikkeling ontsluitingsroute

Grote verbetering verkeersveiligheid

+

Verbetering verkeersafwikkeling ontsluitingsroute

0

Geen verbetering/verslechtering verkeersafwikkeling ontsluitingsroute

Geen verbetering/verslechtering verkeersveiligheid

-

Verslechtering verkeersafwikkeling ontsluitingsroute

Verslechtering verkeersveiligheid

--

Grote verslechtering verkeersafwikkeling ontsluitingsroute

Onze referentie: 083911125 1.1 - Datum: 28 oktober 2020

Verbetering verkeersveiligheid

Grote verslechtering verkeersveiligheid

51 van 104

HOOFDSTUK 8 ONDERZOEK MILIEUASPECTEN

Parkeren Parkeren zal op eigen terrein geschieden, rekening dient te worden gehouden met de vigerende parkeernorm zoals is vastgelegd in de ‘Beleidsnota Parkeernormen Gemeente Venray’. Gezien hier geen verdere uitwerking aan gegeven kan worden is dit aspect niet gescoord.

8.2

Methode

Binnen dit MER is gekeken naar de verkeersafwikkeling (kwantitatief), verkeersveiligheid (kwalitatief) en parkeren (kwalitatief). Verkeersafwikkeling Voor het aspect verkeersafwikkeling wordt de referentiesituatie (2030) uit het verkeersmodel (zie paragraaf 8.1.1) vergeleken met de plansituatie. De plansituatie (2030) is opnieuw (projectspecifiek) doorgerekend inclusief de ontwikkeling van De Spurkt conform de verkeersgeneratie zoals hieronder is berekend. Over het algemeen gaat een verkeersmodel uit van het aantal arbeidsplaatsen om de verkeersaantrekkende werking te bepalen. Echter in dit geval is de ontwikkeling nog niet concreet genoeg om dit aantal vast te stellen. Om deze reden is de verkeersgeneratie ingeschat op basis van CROW-kentallen (zie navolgende alinea’s). Er wordt ingegaan op de verkeerstoename ten gevolge van de ontwikkeling van De Spurkt. Daarnaast zijn voor de plansituatie de belangrijke kruispunten (welke maatgevend zijn voor de verkeersafwikkeling) op de Spurkt en Metaalweg doorgerekend. Hieronder wordt ingegaan op de uitgangspunten van de verkeersgeneratie (ten behoeve van de verkeersmodelberekeningen) en de kruispuntberekeningen. Verkeersgeneratie Op basis van CROW-publicatie 381 (kencijfers verkeersgeneratie) is geschat hoeveel verkeer de ontwikkeling De Spurkt zou generen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9370741/1