CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord vastgesteld 1 Bijlagen bij de Motivering Bijlage 3 Bureauonderzoek landschap, cultuurhistorie en archeologie

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide-Noord20.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

gronden bevonden zich eerst alleen op de hogere delen van het landschap, maar zijn later uitgebreid naar de lagere delen. Volgens eerder onderzoek in het gebied zijn de lage enkeerdgronden in het beekdal het gevolg van de inrichting van het landschap als beemdenlandschap en de vervening van het gebied 8. Gooreerdgronden komen veelal voor op de overgang van beekdalen naar hogere gronden of in beekdalen die zuur water uit een veenachterland afvoeren. Ze komen voor bij oude en jonge ontginningen. Veldpodzolgronden komen vaak voor op (voormalige) heidevelden en kunnen dan ook duiden op jonge heideontginningen in het dekzand. Meerveengronden komen vaak voor op de locaties van voormalige meren, maar deze gronden hangen hier waarschijnlijk samen met het beekdal. In de ondergrond komt vaak dekzand voor met een sterk lemige bovenkant.

Figuur 11: Het plangebied op de geomorfologische kaart.

8 Sprengers 2016

27

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 12: Het plangebied op de bodemkaart van Nederland.

2.3.4

Essenkaart

Essen 9 zijn oude akkercomplexen die zijn ontstaan vanaf de Middeleeuwen en lange tijd deels individueel en deels

gemeenschappelijk in gebruik waren. Ze zijn kenmerkend voor de Nederlandse zandgronden en liggen hoger dan de omgeving. Aan de noordelijke grens van het plangebied ligt volgens deze kaart een akkercomplex (Figuur 13). Volgens de toelichting bij de kaart is sprake van een akkercomplex bij een groot, open, deels gemeenschappelijk gebruikt landbouwareaal met specifieke landschappelijke en historisch-geografische kenmerken. Zo is er vaak een markante overgang naar het omliggende landschap, eventueel gekenmerkt door randbeplanting. Akkercomplexen zijn daarnaast onbebouwd en doorgaande wegen lopen normaal langs de randen van een akkercomplex in plaats van er overheen. Vaak bestaat zo een complex uit meerdere ontginningsblokken. De essenkaart geeft een overzicht van de aanwezige akkercomplexen, niet specifiek van de plaggendekken, maar veel akkercomplexen hebben ook een plaggendek. Dit is het gevolg van eeuwenlange bemesting, waardoor archeologische resten goed bewaard kunnen zijn. Bij een plaggendek dikker dan 50 cm wordt gesproken over een enkeerdgrond. Volgens de bodemkaart ligt er ter plaatse van het aangegeven akkercomplex een lage enkeerdgrond (Figuur 12). Terwijl hier op de essenkaart, bodemkaart en provinciale cultuurhistorische waardenkaart een akkercomplex is aangegeven, wordt deze hier op basis van andere bronnen niet verwacht.

Op het AHN is te zien dat dit complex midden in het beekdal ligt, op een laagte in het landschap, terwijl akkers juist hoger dan hun omgeving liggen. Tevens tonen de historische kaarten aan dat hier geen akker heeft gelegen en juist sprake was van (natte) heidevelden tot relatief laat in de 20ste eeuw. De boringen uit het Dinoloket alsmede boringen uit voorgaand onderzoek tonen hier verder geen akkerdek aan. Wel wordt een kleinschalig akkercomplex ten noordwesten van het plangebied, aan de

9 De termen ‘es’ en ‘esdek’ worden niet gebruikt in Zuid-Nederland; in plaats daarvan worden ‘akkerdek’ en ‘akkercomplex’ gebruikt. Terwijl de gebruikte kaart wel de term ‘es’ hanteert, wordt er in de rest van het bureauonderzoek gesproken over akkerdekken en akkercomplexen.

28

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

overkant van de Loobeek, benoemd in de archeologische begeleiding uitgevoerd door RAAP 10. Dit akkerdek ligt langs oudere meanders van de Loobeek en loopt geleidelijk op richting het noordwesten. In het plangebied is waarschijnlijk sprake van een lage enkeerdgrond als gevolg van het omzetten van het land naar landbouwgrond in recentere periodes. Een historische akker wordt hier niet verwacht.

Figuur 13: Het plangebied op de essenkaart.

2.3.5

Hoogtebestand AHN

Het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) geeft de gedetailleerde maaiveldhoogtes van Nederland in meters ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP). De maaiveldhoogtes worden in een kleurenschaal weergegeven (Figuur 14, Figuur 15). Op beide figuren is te zien dat het plangebied zich op een overgangszone tussen het hogere dekzand in het zuiden en het lagere beekdal in het noorden bevindt. Het zuidelijke deel van het plangebied ligt op ca. 19,3 m +NAP, terwijl het noordelijke deel op ca. 17,7 m +NAP ligt. In het plangebied is dus een hoogteverschil van min of meer 1,6 meter aanwezig. Terwijl dit deels het gevolg van de natuurlijke overgang kan zijn, is het waarschijnlijk dat er sprake is van een afgraving of egalisatie van het gebied. Plaatselijk lijkt de gradiënt namelijk perceelsgebonden te zijn afgevlakt en de verschillen in hoogte kunnen relatief scherp zijn. Op Figuur 14 is in het oosten de loop van de Maas te zien met een duidelijke overgang naar het hogere dekzandlandschap. Ter plaatse van Spurkt 5c ligt het erf hoger dan de omliggende percelen; hier lijkt een ophoging van ca. 1 meter dik te zijn aangebracht. Ook het perceel ten oosten van Spurkt 8 ligt hoger, met een hoogteverschil van ca. 0,70 meter ten opzichte van het perceel ten noorden hiervan. In het plangebied zijn verder geen opmerkelijke hoogteverschillen merkbaar.

10 Vaessen en Paffen 2023

29

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 14: Het plangebied op het AHN, grotere schaal.

30

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 15: Het plangebied op het AHN, kleinere schaal.

2.3.6

Grondwaterpeil

Het grondwaterpeil bepaalt voor een groot deel de mate van conservering van archeologische resten in de bodem. Met name organische resten die zich onder de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) bevinden, worden door het water tegen degradatie beschermd. Organische resten die boven de GLG liggen raken in de loop van de tijd steeds ernstiger aangetast door verdroging en oxidatie. Wanneer de grondwaterstand permanent wordt verlaagd kan dit leiden tot degradatie van het aanwezige bodemarchief. Diepte en dynamiek van de grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld wordt aangeduid met de term ‘grondwatertrappen’. Grondwatertrappen worden aangeduid met de Romeinse cijfers I-VIII en zijn gebaseerd op de gemiddeld hoogste en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GHG en GLG; Tabel 5). Op basis van de bodemkaart komen de grondwatertrappen III, V en VII voor. Dit houdt in dat de GHG tussen <40 en >80 cm -Mv ligt en de GLG tussen 80 en >160 cm -Mv. Organische (archeologische) resten zullen afhankelijk van de bodemopbouw en grondwaterstand dus vanaf circa 80 cm -Mv en dieper dan 160 cm -Mv goed bewaard zijn gebleven. Tabel 5: Grondwatertrappen. Grondwatertrap GHG in cm beneden maaiveld GLG in cm beneden maaiveld

31

I (<20) <50

II (<40) 50-80

III <40 80-120

IV >40 80-120

V <40 >120

VI 40-80 >120

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

VII >80 (>160)

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

2.3.7

Bodemopbouw en diepteligging archeologische lagen

Boringen uit Dinoloket kunnen inzicht geven in de bodemopbouw in het plangebied. In en rondom het plangebied zijn enkele boringen gezet die hieronder worden beschreven. Daarnaast worden de relevante boorprofielen uit voorgaand archeologisch onderzoek ook beschreven. De boringen uit het Dinoloket zijn weergeven op de kaart in Figuur 16 Boring B52B1402 ligt ten westen van het plangebied, richting de Overloonseweg (Figuur 17). De eerste 90 cm van de boring bestaat uit veen. Dit gaat over in zandlagen tot de einddiepte van de boring op 2,40 m -Mv, onderbroken door een dunne veenlaag tussen 1,70-1,75 m -Mv. De afzettingen behoren tot het Laagpakket van Singraven, Formatie van Boxtel en illustreren de ligging in het beekdal Boring B52B1401 ligt bij huisnummer Spurkt 5c in het plangebied en is op basis van de maaiveldhoogte ten tijde van de uitvoering van de boring (18,3 m +NAP), uitgevoerd voorafgaand aan de ophoging van het perceel (Figuur 18). De bodem bestaat tot het einde van de boring (2,10 m -Mv) uit zand, enkel onderbroken door een dunne veenlaag tussen 1,80-1,85 m -Mv. De afzettingen behoren tot het Laagpakket van Singraven, Formatie van Boxtel. De beekafzettingen die hier zijn aangetroffen liggen verder richting het zuiden dan verwacht op basis van de geologische kaart (Figuur 10). Boring B52B1413 ligt langs de Nijverheidsstraat midden in het plangebied (Figuur 19).

Tot 1,75 m -Mv bestaat de boring uit zand behorend tot het Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel. Hierna is een leemlaag aanwezig tot 2,50 m -Mv, waarna opnieuw een zandlaag begint. Deze laatste twee lagen behoren tot de Formatie van Boxtel maar zijn niet ingedeeld tot een laagpakket. Deze boring illustreert dat deze locatie, net als op het geraadpleegde kaartmateriaal, buiten het beekdal gelegen is, in het dekzandlandschap. Boring B52B1417 ligt in het noorden van het plangebied (in het beekdal), langs de Spurkt waar deze richting het Afleidingskanaal loopt (Figuur 20). De eerste 80 cm van de boring bestaat uit veen, met hieronder tot het einde van de boring zandlagen. Het zand is onderbroken door een dunne leemlaag tussen 1,40-1,45 m -Mv. De afzettingen behoren tot het Laagpakket van Singraven, Formatie van Boxtel. In twee van de voorgaande archeologische onderzoeken in en rondom het plangebied zijn ook relevante boringen gezet (zie ook Tabel 8). In het inventariserend onderzoek uitgevoerd door Sweco in 2021 liggen boringen 137-144 in het onderzoeksgebied. Boringen 137-139 en 142 bestaan tot tussen 70-100 cm -Mv uit (deels verstoorde) zandlagen. De overige boringen zijn tot grotere diepte gezet en bestaan grotendeels uit zandlagen, met vanaf 50 cm -Mv in boringen 141 en 143 en vanaf 150 cm -Mv in boringen 140 en 144, een leemlaag.

Beide lagen behoren tot het Laagpakket van Singraven. Door ADC is in 2007 verkennend booronderzoek uitgevoerd net ten zuiden van het plangebied, bij de Nijverheidsstraat. In de boringen aan de rand van het plangebied (16, 17, 19, 31, 52 en 55) bestaat de bodem tot minstens 90 cm -Mv uit zandlagen. In de boringen die dieper zijn gezet, zijn ook alleen zandlagen aanwezig, met uitzondering van boring 16, waar op 105 cm -Mv een kleilaag begint. De afzettingen behoren tot het Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel. De resultaten uit deze onderzoeken komen overeen met het verwachte landschapsbeeld: beekafzettingen aan de noordelijke grens van het plangebied en dekzand in het zuiden van het gebied. De afzettingen aangetroffen in de boringen uit het Dinoloket en in eerder uitgevoerd onderzoek komen in het algemeen overeen met de verwachtingen uit de landschappelijke kaarten. In het noorden van het plangebied zijn beekafzettingen aanwezig en in het zuiden het dekzand. Zoals benoemd zijn de beekafzettingen echter wat verder richting het zuiden aanwezig dan verwacht op basis van de landschappelijke kaarten.

32

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 16: De boringen uit het Dinoloket weergeven t.o.v. het plan- en onderzoeksgebied.

33

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Lithostratigrafie

Lithologie

0.00

0.40 [m]

ID:

B52B1402

RD locatie:

195333 (x), 396000 (y), RD

WGS84 locatie:

705814 (lon), 5715335 (lat)

Verticale positie:

18.90 [m] (NAP)

Startdatum:

Onbekend

Beschikbare informatie: Digitale opnamegegevens 0.50

BeschrijfMethode(s):

ONB

Kwaliteit interpretatie:

Niet gevalideerd in ondergrondmodel

0.50 [m]

Diepte in meters ten opzichte van maaiveld/waterbodem

Lithostratigrafie BXSI Lithologie

1.00 0.40 [m]

Veen Zand midden categorie

BXSI 2.40 [m]

1.50

0.40 [m]

0.05 [m]

0.25 [m]

2.00 0.10 [m]

0.30 [m]

Figuur 17: Boring B52B1402 (Bron: Dinoloket).

34

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Lithostratigrafie

Lithologie

0.00

0.50 [m]

ID:

B52B1401

RD locatie:

195666 (x), 396000 (y), RD

WGS84 locatie:

706147 (lon), 5715346 (lat)

Verticale positie:

18.30 [m] (NAP)

Startdatum:

Onbekend

Beschikbare informatie: Digitale opnamegegevens

0.50

Diepte in meters ten opzichte van maaiveld/waterbodem

0.30 [m]

BeschrijfMethode(s):

ONB

Kwaliteit interpretatie:

Niet gevalideerd in ondergrondmodel

Lithostratigrafie BXSI Lithologie Veen

0.40 [m]

1.00 BXSI 2.10 [m]

Zand fijne categorie Zand midden categorie

0.05 [m]

0.25 [m]

1.50 0.20 [m]

0.10 [m] 0.05 [m]

2.00

0.25 [m]

Figuur 18: Boring B52B1401 (Bron: Dinoloket).

35

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Lithostratigrafie

Lithologie

0.00 ID:

B52B1413

RD locatie:

196333 (x), 396333 (y), RD

WGS84 locatie:

706803 (lon), 5715701 (lat)

Verticale positie:

18.90 [m] (NAP)

Startdatum:

Onbekend

0.30 [m]

0.50

Beschikbare informatie: Digitale opnamegegevens BeschrijfMethode(s):

ONB

Kwaliteit interpretatie:

Niet gevalideerd in ondergrondmodel

1.00 [m]

Diepte in meters ten opzichte van maaiveld/waterbodem

BXWI 1.75 [m]

Lithostratigrafie

1.00

BXWI BX Lithologie Leem Zand fijne categorie Zand midden categorie

1.50

0.45 [m]

Zand

2.00 0.75 [m]

BX 1.05 [m]

2.50

0.30 [m]

Figuur 19: Boring B52B1413 (Bron: Dinoloket).

36

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Lithostratigrafie

Lithologie

0.00 ID:

B52B1417

RD locatie:

196333 (x), 396666 (y), RD

WGS84 locatie:

706792 (lon), 5716033 (lat)

Verticale positie:

17.40 [m] (NAP)

Startdatum:

Onbekend

Beschikbare informatie: Digitale opnamegegevens 0.80 [m]

BeschrijfMethode(s):

ONB

Kwaliteit interpretatie:

Niet gevalideerd in ondergrondmodel

0.50

Diepte in meters ten opzichte van maaiveld/waterbodem

Lithostratigrafie BXSI Lithologie Veen Leem Zand fijne categorie

BXSI 1.90 [m]

Zand midden categorie

1.00

0.60 [m]

0.05 [m] 1.50

0.15 [m]

0.10 [m]

0.20 [m]

Figuur 20: Boring B52B1417 (Bron: Dinoloket).

37

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

3

Archeologie

Om de gespecificeerde archeologische verwachting voor een gebied op te kunnen stellen, is kennis nodig van de reeds bekende archeologische gegevens van het gebied. In dit hoofdstuk worden de bekende archeologische vindplaatsen, uitgevoerde onderzoeken en verwachtingen aan de hand van verschillende bronnen beschreven. Tabel 6: Archeologische perioden (Bron: ABR).

Periode

Begin

Einde

Nieuwe Tijd Late Middeleeuwen Vroege Middeleeuwen Romeinse Tijd IJzertijd Bronstijd Neolithicum Mesolithicum Laat Paleolithicum Midden Paleolithicum

1500 1050 450 12 v. Chr. 800 v. Chr. 2.000 v. Chr. 5.300 v. Chr. 8.800 v. Chr. 35.000 v. Chr. 300.000 v. Chr.

Heden 1500 1050 450 12 v. Chr. 800 v. Chr. 2.000 v. Chr. 4.900 v. Chr. 8.800 v. Chr. 35.000 v. Chr.

3.1

(Pre)historische bewoningsgeschiedenis

Onderstaand wordt de bewoningsgeschiedenis rondom het plangebied tot aan de Romeinse Tijd kort toegelicht, op basis van het eerder uitgevoerde bureauonderzoek 11, de kennisstand Limburgse archeologie 12 en de vindplaatsen in de omgeving. In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op de historische ontwikkeling van het gebied vanaf de Middeleeuwen. Laat-Paleolithicum-Mesolithicum In de gemeente Venray zijn meerdere vindplaatsen uit deze periode bekend. Het gaat om tijdelijke kampementen en losse vondsten. De hogere delen van het landschap, zoals de dekzandruggen, in de nabijheid van water waren aantrekkelijke locaties voor kampementen. Een kampement uit het Laat-Paleolithicum is bekend op de beekdalrand van de Loobeek, echter niet nabij het plangebied. Ten zuidoosten van het plangebied, langs de Metaalweg, is een vuurstenen vuistbijl uit het Midden-Paleolithicum aangetroffen. Vindplaatsen uit het Mesolithicum komen verspreid voor in de gemeente, inclusief in het dal van de Loobeek. Ten oosten van het plangebied, langs de A73, is een vuurstenen spits uit het Mesolithicum aangetroffen. Neolithicum Tijdens het Neolithicum werd de landbouw geïntroduceerd en werd het landschap meer beïnvloed door de mens. Bossen werden gekapt om plaats te maken voor akkerbouw, waardoor open terreinen ontstonden en er sprake was van een parkachtig landschap.

Binnen de gemeente Venray zijn relatief veel resten uit het Neolithicum bekend, waarbij het om kampementen van jager-verzamelaars en om resten van landbouwgemeenschappen gaat. Bewoning en/of akkerbouw in deze periode vond vooral plaats op de hogere zandgronden en op de overgang van het veengebied naar het dekzandgebied. Bronstijd-IJzertijd Tijdens de Bronstijd nam de bevolking toe en ging de landbouw door, met als gevolg het ontstaan van de eerste heidevelden. Ook werden grafheuvels en later urnenvelden opgericht. De vondsten uit de Bronstijd in de gemeente Venray bestaan uit losse vondsten, nederzettingen en rituele deposities. In het onderzoeksgebied (ten noorden van het plangebied) is een vermoedelijke rituele depositie aangetroffen (zie paragraaf 3.3.2). De IJzertijd zag de uitbreiding van akkers en het regelmatig verplaatsen van boerderijen, maar in de loop van deze periode werden de locaties van boerderijen vaster en ontstonden kleine dorpen. Akkers bevonden zich voornamelijk op de hogere delen van het landschap. Resten uit de IJzertijd bestaan veelal uit grafvelden en nederzettingen. Voor beide periodes geldt dat 11 Beurskens 2018

12 Verhart n.d.; Meurkens en Tol n.d.

38

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

nederzettingen zijn aangetroffen op de hogere gronden in het noorden van Venray evenals de gebieden in het zuiden, waarbij beekdalen bijvoorbeeld interessante locaties waren voor (rituele) deposities. Romeinse Tijd Gedurende de Romeinse Tijd ging de ontginning van gebieden voor de landbouw door. Bewoning concentreerde zich in kleine gehuchten aan de rand van de akkers. Binnen de gemeente Venray betreffen de resten uit deze periode voornamelijk nederzettingen en grafvelden. Aan het einde van de Romeinse Tijd is sprake van een afname in de bevolking. De historische ontwikkeling van het gebied (Middeleeuwen en Nieuwe Tijd) wordt besproken in hoofdstuk 4.

3.2

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart

Zoals benoemd, beschikt de gemeente Venray over archeologische verwachtingskaarten opgesteld door RAAP in 2007. Er zijn vier verschillende kaarten opgesteld: jager-verzamelaars in droge landschappen, landbouwers in droge landschappen, jager-verzamelaars en landbouwers in natte en droge gebieden en jager-verzamelaars en landbouwers in natte landschappen. De verwachtingen per kaart voor het plangebied worden onderstaand toegelicht in Tabel 7. De verwachtingenkaart voor jager-verzamelaars in natte en droge gebieden is weergeven in Figuur 21. Deze kaart toont in principe de totale verwachtingen voor het gebied.

Figuur 21: Het plan- en onderzoeksgebied op de verwachtingenkaart voor jager-verzamelaars en landbouwers in natte en droge landschappen van de gemeente Venray.

39

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Tabel 7: Archeologische verwachtingen Venray. Kaart Jager-verzamelaars in droge landschappen

Landbouwers in droge landschappen

Jager-verzamelaars en landbouwers in natte en droge gebieden

Jager-verzamelaars en landbouwers in natte landschappen

40

Verwachting Het grootste deel van het plangebied heeft een lage verwachting, gerelateerd aan de natte en lage ligging van het gebied. Aan de zuidelijke rand van het plangebied bestaat een hoge verwachting, wat min of meer overeenkomt met de overgang van het beekdalgebied naar de hoger liggende dekzandwelvingen. Aan de zuidelijke rand van het onderzoeksgebied bestaat een lage verwachting voor hoge en droge gebieden. Deze gebieden waren mogelijk minder aantrekkelijk door de afwezigheid van water. Het onderzoeksgebied heeft bijna geheel een lage verwachting. Dit is waarschijnlijk gerelateerd aan de lagere ligging van het gebied, waardoor het minder geschikt was voor de landbouw. Wel geldt er rondom de vondstlocatie in het noordoosten een hoge verwachting. De vondst betreft een rituele depositie uit de Bronstijd en wordt verder beschreven in paragraaf 3.3.2. Het grootste deel van het onderzoeksgebied heeft een lage verwachting. Er geldt een hoge verwachting rondom de vondstlocatie in het noordoosten en in het zuiden van het plangebied, waarschijnlijk gerelateerd aan de dekzandwelvingen die hier voorkomen en de overgangszone van beekdal naar dekzand. Langs de noordelijke grens van het gebied geldt een onbekende verwachting en in het noordoostelijke puntje een middelhoge verwachting. De onbekende verwachting volgt de contour van een akker die hier volgens de essenkaart ligt.

De middelhoge verwachting hangt mogelijk samen met het beekdal. Het grootste deel van het onderzoeksgebied heeft geen verwachting. In het noorden, ter plaatse van het beekdal, geldt een onbekende verwachting voor resten van economische en rituele activiteiten (zoals van visserij en rituele deposities). In het noordoostelijke puntje geldt tevens een middelhoge verwachting voor organische resten t.b.v. paleo-ecologische reconstructies. De vondstlocatie is ook aangegeven als vindplaats landbouwers.

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

3.3

Vindplaatsen

Figuur 22: Vondstlocaties en onderzoeksmeldingen in het onderzoeksgebied.

3.3.1

AMK-terreinen

Op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) zijn bekende, gewaardeerde, archeologische vindplaatsen weergegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen terreinen van waarde, hoge waarde, zeer hoge waarde, en zeer hoge waarde – beschermd. In het laatste geval is het terrein een beschermd Rijksmonument. Het uitgangspunt bij AMK-terreinen is in principe behoud van archeologische resten in situ. In het plan- en onderzoeksgebied zijn geen AMK-terreinen aanwezig.

3.3.2

Vindplaatsen

Vindplaatsen zijn alle bekende archeologische vindplaatsen die geregistreerd zijn in Archis, zijn aangeleverd vanuit amateur archeologen en gemeenten en/of zichtbaar zijn op historische kaarten. De vondstlocaties uit Archis zijn weergeven in Figuur 22. In het onderzoeksgebied is één vondstlocatie bekend (1027372). De vondst bestaat uit een lanspunt van brons uit de Bronstijd. Het betreft een particuliere vondst gedaan tijdens graafwerkzaamheden in 1923, die volgens de toelichting verloren is gegaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de bredere omgeving van het onderzoeksgebied zijn meerdere vondsten bekend uit de Bronstijd (o.a. 1027385, 1103537), evenals een veldwerk/loopgraafstelsel uit de Tweede Wereldoorlog ten noorden van het onderzoeksgebied. De vondsten uit de Bronstijd worden veelal geïnterpreteerd als rituele deposities. Zulke deposities vonden plaats in bepaalde natte contexten, zoals moerassen of beken.

41

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

3.4

Eerder uitgevoerd onderzoek

In het onderzoeksgebied zijn meerdere bureau- en veldonderzoeken uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn beschreven in Tabel 8 en weergeven op de kaart in Figuur 22. Tabel 8: Eerder uitgevoerde onderzoeken. Zaak ID-nummer 2079808100

Uitvoerder / datum / type onderzoek RAAP / 1998 / Booronderzoek

2027619100

RAAP / 1998 / Booronderzoek

2137269100

ADC / 2006 / Booronderzoek

4008474100

RAAP / 2016 / Bureauonderzoek

4615359100

Econsultancy / 2018 / Bureauonderzoek

4824996100

RAAP / 2020 / Begeleiding

42

Beschrijving Dit onderzoek is niet digitaal beschikbaar. Uit de beschrijving in Archis blijkt dat dit een oppervlaktekartering en booronderzoek betrof ten zuiden van het plangebied, langs de Ambachtsstraat. Volgens de samenvatting uit het bureauonderzoek van Econsultancy (Beurskens 2018) gaat deze melding om deelgebied A, waar geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen en geen vervolg wordt aanbevolen. Dit betreft hetzelfde onderzoek als bovenstaande melding. Volgens de samenvatting van Econsultancy (Beurskens 2018) gaat het hier om deelgebied B, langs de Macroweg, waar in het zuidelijke gebied een dekzandrug met veldpodzolen aanwezig is. Er is geen akkerdek aangetroffen. Ook zijn er geen archeologische indicatoren aanwezig, waardoor er geen vervolgonderzoek wordt geadviseerd. Dit betreft een booronderzoek uitgevoerd grenzend aan het plangebied, langs de Nijverheidsstraat. Uit het booronderzoek is gebleken dat in een groot deel van het gebied sprake is van een intacte gooreerdgrond. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. In de gebieden met een middelhoge verwachting (onverstoorde delen) wordt een karterend booronderzoek aanbevolen om eventuele archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum op te sporen. Het gebied was vermoedelijk minder aantrekkelijk voor landbouwers uit het Neolithicum en latere periodes.

Dit betreft een bureauonderzoek voor een groot gebied ten noorden van Venray, inclusief het huidige plangebied, t.b.v. de herinrichting van het beekdal van de Loobeek. Er is een archeologische verwachtings- en advieskaart opgesteld. Het huidige onderzoeksgebied krijgt hierop lage, hoge en onbekende verwachtingen. Specifiek geldt voor een klein deel een hoge verwachting op bruggen/voorden/overgangen (Figuur 23). Oversteekplaatsen worden verwacht daar waar wegen samenkomen en/of de beek relatief smal is. De adviezen voor het huidige plangebied omvatten archeologische inspectie tijdens en na werkzaamheden, intensieve archeologische begeleiding en karterend/waarderend onderzoek. Een deel is vrijgegeven. Dit betreft een bureauonderzoek voor het plangebied Klaver 15, nagenoeg hetzelfde plangebied als onderhavig bureauonderzoek. De periodes (laat-)Paleolithicum en Mesolithicum krijgen een hoge verwachting voor beekdalgerelateerde resten, de periode Neolithicum-Romeinse Tijd een middelhoge verwachting voor rituele deposities, afvaldepots en voordes, en de Vroege Middeleeuwen-Nieuwe Tijd krijgt een middelhoge verwachting voor infrastructurele werken. Voor resten uit de Tweede Wereldoorlog geldt een hoge verwachting. Er wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd om de intactheid van de bodem te toetsen en vast te stellen of er archeologische resten in situ verwacht kunnen worden.

Dit betreft een archeologische begeleiding in het kader van de herinrichting van de Loobeek. Tijdens de begeleiding is één vindplaats aangetroffen en opgegraven, namelijk een schuttersnest die onderdeel vormde van een Duitse verdedigingslinie rondom de Loobeek. Er zijn houten vloertjes,

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

5061344100

Sweco / 2021 / Bureauonderzoek

5213908100

Sweco / 2022 / Booronderzoek

43

een loopgraaf en houten staken die mogelijk beschoeiing vasthielden aangetroffen. De houtstructuren waren zichtbaar vanaf ca. 50-60 cm -Mv. De vindplaats ligt ten noorden van het plangebied, t.h.v. vondstmelding 1027385. Voor de onderzochte gebieden wordt geen verder onderzoek geadviseerd, maar omdat vindplaatsen in het beekdal voornamelijk beperkt van omvang zijn wordt geadviseerd de bestaande verwachting op de beleidskaart te handhaven. Dit betreft een bureauonderzoek voor een kabeltracé en twee HS stations rondom het huidige plangebied. Op de gemeentelijke verwachtingskaarten ligt het tracé in gebieden met een middelhoge tot hoge verwachting. Er wordt geadviseerd om in deze gebieden een verkennend booronderzoek uit te voeren. In de zones met een lage verwachting dienen op overgangsgebieden of op lange tracédelen ook enkele boringen gezet te worden. Dit is het vervolg op bovenstaand bureauonderzoek. Langs een deel van de noordelijke grens van het huidige plangebied zijn boringen 137-144 gezet. In boringen 137-139 en 142 zijn onder de bouwvoor dekzandafzettingen aangetroffen op een diepte van 30-50 cm -Mv. In boringen 137, 138 en 140-143 zijn verstoorde lagen aangetroffen onder de bouwvoor, terwijl de oude bouwvoor zich op ca. 70 cm -Mv lijkt te bevinden.

In boringen 140, 141, 143 en 144 zijn beekafzettingen aangetroffen (Laagpakket van Singraven) op een diepte van 50-80 cm -Mv, bestaand uit leemlagen. In de laatste twee boringen zijn op grotere diepte (110-130 cm -Mv) ook veenlagen aangetroffen. Het aantreffen van veen en leem betekent dat het gebied waarschijnlijk te nat was voor bewoning, maar er is mogelijk sprake van een aantal dekzandopduikingen in het gebied. Ter plaatse van de relevante boringen wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. De gemeente Venray heeft echter aangegeven dat er een extensieve begeleiding nodig is in de zones waar open ontgraving plaatsvindt.

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 23: Uitsnede van de verwachtingskaart opgesteld door Sprengers 2016, met het plangebied in rood en het onderzoeksgebied in zwart omlijnd.

3.5

Tweede Wereldoorlog

Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) ligt het plangebied volledig in het slagveld Overloon-Venray. De slag om Overloon-Venray (of Operatie Aintree) was deel van het geallieerde offensief om de Maas over te steken. Op 12 44

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

oktober 1944 werd Overloon bijna verwoest door artillerievuur en luchtaanvallen van de geallieerden tegen de Duitsers, maar het vechten ging door tot 18 oktober, wanneer de geallieerden Venray bevrijdde en de slag was gewonnen. Duitse, Amerikaanse en Britse troepen waren betrokken bij de slag. Langs de Loobeek werd ook heftig gevochten, waardoor het de bijnaam ‘bloedbeek’ kreeg 13. Relatief nabij het plangebied bevindt zich het Norfolkmonument, opgericht ter nagedachtenis aan de soldaten van het Royal Norfolk Regiment en 300 burgers in de omgeving van Overloon en Venray die tijdens de slag bij de Loobeek zijn omgekomen. Bij slagvelden kan een verspreiding van verschillende munitieartikelen verwacht worden, maar ook structuren zoals loopgraven, versperringen en stellingen kunnen aanwezig zijn. Inslagen van granaten en mortieren worden ook verwacht. In de omgeving van het onderzoeksgebied is eerder een schuttersnest uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen tijdens een archeologische begeleiding door RAAP (zie Tabel 8). Verder is op de ruimingskaart van BeoBOM aangegeven dat er in het plangebied (eventueel) een mijnenveld lag, terwijl er langs de wegen rondom het plangebied verschillende munitieruimingen hebben plaatsgevonden. De ligging van deze ruimingen is indicatief 14 en gebaseerd op ruimrapporten van de EODD tussen 1968-2024.

In het kader van de ontwikkeling van Smakterheide is tevens een vooronderzoek Conventionele Explosieven uitgevoerd door Bombs Away (2019) 15. Hieruit blijkt dat het plangebied is getroffen door de volgende oorlogshandelingen: • Duitse en geallieerde artilleriebeschietingen in oktober 1944; • Duitse militaire aanwezigheid in de vorm van mangaten en loopgraven; • Britse raketaanvallen op 13 en 14 oktober 1944. Op basis van deze activiteiten kunnen resten van verschillende soorten munitie en munitietoebehoren, granaten en rakketten worden aangetroffen. Daarnaast zijn enkele loopgraven en mitrailleurstellingen geïnventariseerd in het plangebied.

3.6

Verstoringen

Op de kaart van Vergraven Gronden is het gebied niet als verstoord aangegeven (Figuur 24). Het plangebied grenst aan het bebouwde deel van Venray, maar in het plangebied komt minimale bebouwing en infrastructuur voor. In het verleden kunnen eventuele verstoringen veroorzaakt zijn door agrarische activiteiten, inclusief ontginningen, en bijvoorbeeld ook de aanleg van kabels en leidingen. Het is waarschijnlijk dat een groot deel van het gebied verstoord is geraakt bij het omzetten van de heide naar grasland. Voor de bebouwing die zich in het plangebied bevindt, is tijdens het voorgaande bureauonderzoek uitgevoerd door Econsultancy informatie opgevraagd bij het gemeentelijk archief. Hieruit blijkt dat er bouwvergunningen zijn verleend voor de Spurkt 5, 5a, 5b, 5c en 8. Hieronder worden de bekende verstoringsdieptes samengevat. • • • • •

Spurkt 5: diepte fundering melkstal en stallingsruimte op 85 cm -Mv; Spurkt 5a: diepte fundering woonhuis op 100 cm -Mv, fundering stal/schuur op 105 cm -Mv met gedeeltelijke keldering tot 165 cm -Mv; Spurkt 5b: diepte fundering woonhuis, garage en schuur/loods op 100 cm -Mv; Spurkt 5c: diepte fundering woonhuis en stal, loods op 85 cm -Mv, maar stal heeft een kelder tot 235 cm -Mv en de loods tot 125 cm -Mv; Spurkt 8: diepte fundering woonhuis en bijgebouw op 90 cm -Mv, fundering opslagloods op 85 cm -Mv.

Het erf van Spurkt 5c en de kwekerij van Spurkt 8 zijn tevens opgehoogd, op basis van het AHN (paragraaf 2.3.5). Ter plaatse van de bebouwing is de grond dus al tot de genoemde dieptes verstoord, waarbij in principe geen in situ archeologische resten meer verwacht worden. Dit betreft echter maar een klein deel van het plangebied.

13 https://www.oorlogsmuseum.nl/nl/het-museum/historie/de-slag-bij-overloon/; https://www.liberationroute.com/nl/pois/548/the-

battle-of-overloon 14 https://www.beobom.nl/achtergrond/ruimingskaart/ 15 Dit onderzoek wordt nog geüpdatet in het kader van het TAM-omgevingsplan. 45

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 24: Het plangebied op de kaart van vergraven gronden.

46

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

4

Cultuurhistorie

De historie van een plangebied speelt een grote rol bij het bepalen van de archeologische verwachting. Historische bronnen verschaffen informatie over de ontginning en gebruik van en bewoning in het plangebied. Voor de negentiende en twintigste eeuw is deze informatie beschikbaar middels historisch topografisch kaartmateriaal te onderzoeken. Kaarten werden met een relatief grote regelmaat geproduceerd, en laten de ontwikkeling van een landschap nauwkeurig zien. Naast de historische kaarten wordt voor dit hoofdstuk ook gebruik gemaakt van de gebiedsbeschrijvingen 16, het landschapskader 17 en voorgaand onderzoek 18.

4.1

Historische ontwikkeling

4.1.1

Middeleeuwen en Nieuwe Tijd

Na de afname in de bevolking begon het aantal inwoners weer toe te nemen in de 6de en 7de eeuw en groeide aanzienlijk rond de 9de en 10de eeuw. Bewoning vond plaats rondom het veen, vaak op de helling van beekdalen, waarbij er in de loop van de Middeleeuwen een krans van dorpen rondom het uitgebreide veengebied ontstond. Venray maakte onderdeel uit van deze krans en komt voor als ‘Rode’ in geschreven bronnen rond ca. 1200. Rode verwijst naar een nederzetting die ontstaan is als gevolg van de ontginning van bosgronden. De dorpen lagen vaak als een geïsoleerde strook cultuurland midden in de broekbossen en heidevelden richting de Maas, of tussen de woeste gronden van het veen. Vanaf de 9de en 10de eeuw werd begonnen met de ontginning van de woeste gronden. Het cultuurlandschap bestond uit akkers en graslanden, waarbij de akkers veelal op de hogere beekdalhellingen lagen. Hier was ook sprake van goede ontwatering. Individuele kampontginningen waren omringd door houtwallen of heggen, maar er waren ook aaneengesloten open akkercomplexen (of velden). Deze complexen werden gescheiden door zandpaden en hadden een strookvormige verkaveling. De graslanden lagen lager in het landschap, waarbij de natste delen in gebruik waren als hooiland (zoals de beekdalen) en de beter ontwaterde delen als weidegrond.

De graslanden waren eerst in gemeenschappelijk gebruik, maar zijn later verdeeld in lange, smalle percelen, ook bekend als medenverkaveling. Tot 1850 was het grootste deel van regio nog niet in cultuur gebracht. De woeste gronden werden onder andere gebruikt voor de jacht en het weiden van vee en turfwinning vond op kleine schaal plaats. Op de topografische kaart van 1850 zijn ook kleinschalige veenkuilen zichtbaar ten noorden van het plangebied (Figuur 26). Om de vruchtbaarheid van de grond te verbeteren, werden plaggen gestoken, vermengd met mest en op de velden aangebracht. Zo kwamen de velden steeds hoger te liggen (zie ook paragraaf 2.3.4). Dit betekende wel dat er een balans gezocht moest worden tussen de hoeveelheid bouwland, grasland en heide. Rondom Venray werden de heidevelden ook benut voor de bijenteelt, maar vooral voor het weiden van schapen, en Venray genoot aan het einde van de 19de eeuw van een internationale schapenhandel. Toen kunstmest rond 1900 werd geïntroduceerd, was dit een van de redenen dat de schapenhandel vervaagde. In deze periode werden veel (gemeenschappelijke) gronden verkocht aan particulieren en ontgonnen. De Heidemaatschappij speelde hier een grote rol bij. Een deel van de heidevelden werd omgezet tot bouwland en bos en het landschap veranderde ook door de aanleg van watergangen en wegen.

In de nieuwe ontginningen stonden de boerderijen vaak in het midden van hun land. Langs de randen van percelen en langs wegen werden loofbomen geplant. De jonge ontginningen zijn rationeler ingedeeld dan de oude cultuurlanden en hebben een rechthoekig verkavelingspatroon. Turfwinning De grootschalige vervening van de Peel, ten westen van het plangebied, kwam in de 19de eeuw op gang. Hiervoor werd alleen op kleine schaal turf gestoken, voornamelijk langs de randen van het veen en in kleine, geïsoleerde veentjes. De zandige bovenlaag werd verwijderd en de turven werden naast de put gelegd om te drogen, waar de wind na enkele weken voor had gezorgd. De gestoken turf werd in Limburg door karren via de ‘Peelbanen’ afgevoerd. Met de aanleg van de Zuid-Willemsvaart in 1826 werd de Peel beter bereikbaar en werd begonnen met grootschalige exploitatie van het veen. Dit gebeurde via een hoofdvaart, waarvan kanalen en wijken werden gegraven. De turf kon via de watergangen worden vervoerd en het zorgde voor ontwatering van het gebied. In de jaren 1920 en 1930 werd

16 Haartsen 2009; Raap 2022 17 Jansen en Droesen 2006

18 Beurskens 2018; Sprengers 2016

47

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

steenkool populair als brandstof en kwam er een einde aan de grootschalige vervening van de Peel, al vonden er nog enkele grote ontginningen plaats na de Tweede Wereldoorlog, deels in het kader van werkgelegenheidsprojecten.

4.1.2

Recente ontwikkelingen

Na de Tweede Wereldoorlog vonden bepaalde landelijke ontwikkelingen plaats die het landschap hebben beïnvloed, zoals de uitbreiding van nederzettingen en infrastructuur en de vergrootte schaal van de landbouw. Ruilverkavelingen zorgde voor grotere kavels, boerderijen werden gebouwd op nieuwe locaties en er werd ingegrepen in de waterhuishouding, o.a. zodat landbouw ook mogelijk werd in de lagere delen van het landschap. Op veel locaties zijn de beken gekanaliseerd. Ter plaatse van het plangebied vond de ruilverkaveling Overloon-Merselo plaats tussen 1972 en 1991. Door de verschillende ingrepen zijn de visuele verschillen tussen de oude bouwlanden op open akkercomplexen en het grasland bijna geheel verdwenen, aangezien het grasland net zo open werd. Ook het verschil in grondgebruik is verdwenen, omdat aanpassingen in de waterhuishouding er voor hebben gezorgd dat akkerbouw ook op voormalige natte delen plaats kan vinden. Tijdens de tweede helft van de 20ste eeuw en het begin van de 21ste is het industrieterrein Smakterheide ten zuiden van het plangebied ingericht en uitgebreid.

4.2

Historische kaarten

Op de kadastrale minuutplannen ligt het plangebied in het ‘Smackter Veld’, met in het noorden de ‘Lutsche Broek’ (Figuur 25). Er lopen enkele wegen aan de randen van het plangebied en in het noorden loopt een watergang. Van bebouwing is geen sprake, maar ten zuidwesten van het plangebied staat wel een klein gebouw aangegeven. De weg in het noordoosten heeft de naam Smackter Spurkt Weg. In het westen lopen twee wegen langs, en in de richting van, kleine percelen. In het beekdal is sprake van kleinschalige verkaveling, met veelal strookvormige percelen. In het plangebied is bijna geen verkaveling zichtbaar, wat samen met de benoeming ‘veld’ kan duiden op een (voormalig) open akkercomplex. De term Smackt of Smakt is een veldnaam die wijst op schrale grond 19, terwijl de term ‘spurkt’ verwijst naar de spurk of spork oftewel de zwarte els, ook wel de vuilboom genoemd. De -t is een verzamelsuffix en geeft aan dat het gaat om een plaats waar ‘sporkenbomen’ groeien 20. Op de topografische militaire kaart uit 1850 is dit deel van het plangebied namelijk begroeid met heide en onderdeel van de Smakter Heide, waardoor het waarschijnlijker is dat het aan het begin van de 19de eeuw ook een heideveld betrof (Figuur 26). Deze kaart toont aan dat er meer wegen door de heide zijn aangelegd en dat het zuiden van het beekdal, aangrenzend aan het plangebied, nu ook in gebruik is.

Volgens voorgaand onderzoek 21 is hier ook sprake van veenkuilen, gebruikt voor kleinschalige turfwinning, zichtbaar ten noorden van het plangebied. De percelen worden begrensd door hagen of sloten. Eventueel dateert de wegbeplanting in het westen uit deze periode. Op de kaart uit 1900 is te zien dat delen ten oosten en zuiden van het plangebied zijn ontgonnen (Figuur 27). Het plangebied zelf bestaat nog deels uit heide, maar er is zijn een stukje bos/groen en een moerassig deel aanwezig. Het gebied wordt nu aangegeven als Spurk. De wegen die op de vorige kaart in oost-westelijke richting door het gebied liepen, zijn niet meer zichtbaar. De overige, oudere wegen liggen er nog wel. In 1930 is het plangebied volledig ontgonnen en opgedeeld in smalle, rechthoekige kavels zowel als grotere, blokkavels (Figuur 28). De percelen zijn voornamelijk in gebruik als grasland. Er zijn meer rechte wegen bijgekomen en de watergang die eerst door het noorden van het plangebied liep is deels niet meer aanwezig, of in ieder geval alleen als sloot/perceelsgrens. Het gebied ten noorden van het plangebied, onder de Smakterweg, is niet meer verkaveld en lijkt deels grasland, deels bos te zijn. Er staat één gebouw in het zuidwesten van het plangebied. Op de kaart uit 1950 is de verkaveling weer veranderd naar grotere, blokvormige percelen (Figuur 29). Het wegenpatroon is hetzelfde gebleven.

Ten noorden van het plangebied ligt een nat natuurgebied en de Loobeek is in het oosten deels rechtgetrokken. In het zuiden van het plangebied is een kleine verhoging aangegeven. In de omgeving is meer bebouwing zichtbaar. Waarschijnlijk dateert het grootste deel van de groenelementen uit deze periode. Op de kaart uit 1970 is de verkaveling en het wegenpatroon hetzelfde gebleven (Figuur 30). De woning in het zuidwesten is uitgebreid met enkele gebouwen en net boven het plangebied in het noordwesten staat een molen aangegeven. De eerste watergang ten noorden van het plangebied is aangeduid als de Loobeek, terwijl de watergang

19 https://etymologiebank.nl/trefwoord/smakt

20 https://etymologiebank.nl/trefwoord/spurkt 21 Beurskens 2018

48

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

daarboven het Afleidingskanaal betreft. In 1990 zijn deze twee watergangen rechtgetrokken tot één loop die pas boven het plangebied splitst, terwijl dit hiervoor bij het plaatsje Loobeek gebeurde (Figuur 31). Een van de wegen in het zuidwesten van het plangebied is verdwenen en er staat nog wat meer bebouwing. De verkaveling is enigszins veranderd.

Figuur 25: Het plangebied op de kadastrale minuutplannen (1811-1832).

49

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 26: Het plangebied op de topografische kaart uit 1850.

Figuur 27: Het plangebied op de topografische kaart uit 1900.

50

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 28: Het plangebied op de topografische kaart uit 1930.

Figuur 29: Het plangebied op de topografische kaart uit 1950.

51

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 30: Het plangebied op de topografische kaart uit 1970.

Figuur 31: Het plangebied op de topografische kaart uit 1990.

52

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

4.3

Cultuurhistorische en landschappelijke waardenkaarten

4.3.1

Provincie

De Provincie Limburg beschikt over een cultuurhistorische waardenkaart via Atlas Limburg. Hierin staan punt-, lijn- en vlakelementen in die van cultuurhistorisch belang zijn 22. Het plangebied is op deze kaart weergeven in Figuur 32. In het plangebied komen de volgende elementen voor: • • •

4x Weg uit periode 1806-1890 Enkeerdgrond 23 Cultuurlandschap: grasland, geperceleerd

Onderdeel van de historische geografie in de Atlas Limburg is ook een inventarisatie van de cultuurlandschappen van Noord- en Midden-Limburg 24. Hieronder vallen de volgende landschappen in het plangebied: • • •

Cultuurlandschap Noord- en Midden-Limburg (NML): Nieuw cultuurland 1890-1990 Cultuurlandschap NML: Nieuw cultuurland 1806/1840-1890 Cultuurlandschap NML: Grasland, geperceleerd

Het plangebied betreft voornamelijk nieuw cultuurland uit 1890-1990, met in het noorden een klein deel uit 1806/18401890. Ter plaatse van het beekdal gaat het om geperceleerd grasland. In het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg zijn ook kaarten opgenomen, waaronder de kwaliteitskaart landschap 25. Deze kaart geeft inzicht in de belangrijkste landschapstypen en bijbehorende landschappelijke kwaliteiten. Op deze kaart komen verschillende landschappelijke elementen voor in het plangebied (Figuur 33): • • • • • • • •

Beekdal Groenelementen in dalenlandschap: bomenrij Bos in dalenlandschap Bos in mozaieklandschap Weg uit periode 1806-1890 Natte heide-ontginning Droge heide-ontginning Waterlopen

De groenelementen die aanwezig zijn in het plangebied maken geen onderdeel uit van de Atlas Historisch Groen, maar betreffen huidige landschapselementen in beek- en rivierdalen. De heide-ontginningen vallen in het landschapskader onder de jonge ontginningen en worden gekenmerkt door een grote, rechtlijnige verkaveling en wegenstructuur. De jonge ontginningen zijn alleen aangegeven in het oosten van het gebied, terwijl de rest van het plangebied is weergeven als een beekdal. Dit komt niet overeen met de indeling die is opgenomen in het ruimtelijke kwaliteitskader van de gemeente Venray 26.

22 Uit een onderzoek door H. Renes in 2005.

23 Zoals benoemd in paragraaf 2.3.4 is het onwaarschijnlijk dat hier sprake is van een akkercomplex, en daarmee een

enkeerdgrond.

24 Onderdeel van de studie ‘Landschappen van Maas en Peel’ door J. Renes in 1999. 25 Jansen en Droesen (2006); herzien door Zwart (2009)

26 In het Ruimtelijke Kwaliteitskader van de gemeente Venray wordt gesproken over een oud ontginningsgebied dat het grootste

deel van het plangebied beslaat. Dit is de term die verder in dit onderzoek wordt aangehouden voor het ontginningsgebied, ook al is hier sprake van jonge ontginningen. 53

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 32: Het plangebied op de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Limburg.

54

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 33: Landschapskwaliteitskaart van het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg.

De Provincie beschikt tevens over een erfgoedkaart. Deze is momenteel echter niet raadpleegbaar en daarom niet in het onderzoek meegenomen.

4.3.2

Gemeente

Zoals aangegeven in paragraaf 1.7.2.1 beschikt de gemeente Venray over een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld door RAAP in 2007. Op deze kaart komen twee elementen in het plangebied voor: 55

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

• •

Wegen uit periode 1806-1890 Grasland (1806)

Net buiten het plangebied is de archeologische vondstlocatie (zie 3.3.2) weergeven als rode driehoek.

Figuur 34: Het plangebied op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Venray.

4.4

Cultuurhistorische en landschappelijke inventarisatie

Naast de al beschreven kaarten is voor de inventarisatie gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Onder de pijler historisch landschap is de kaart Groen Erfgoed van het RCE geraadpleegd. Deze kaart omvat o.a. rijksbeschermde groenaanleg, landschappelijk groen erfgoed, monumentale bomen en eendenkooien. Op deze kaart zijn geen elementen aangegeven in of rondom het plangebied. De kaart Leven met Water is ook geraadpleegd en toont voormalige dijken, molens en inundatiegebieden. Ten noorden van het plangebied was langs de Loobeek ooit een volmolen aanwezig. Het gaat om de ‘Nijemuellen’, gebouwd in 1628 en verdwenen in 1796. Verder zijn er geen elementen aanwezig rondom het plangebied. Onder de pijler gebouwd erfgoed is gekeken naar het Rijksmonumentenregister, beschermde stads- of dorpsgezichten, provinciale en gemeentelijke monumenten. Er zijn geen Rijksmonumenten aanwezig en het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd stads- of dorpsgezicht. Via de Atlas Limburg zijn de provinciale monumenten geraadpleegd. Er liggen geen provinciale monumenten in het plangebied, maar aan de Ambachtsstraat ten zuiden van het plangebied is een voormalig kapel geregistreerd als monument. Er komen ook geen gemeentelijke monumenten voor. In onderstaand tabel worden de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden beschreven.

In deze fase van het onderzoek is nog geen sprake van een waardering van de elementen. Een inventarisatiekaart is weergeven in Figuur 35. Op deze kaart is het beekdallandschap ingetekend op basis van het ruimtelijke kwaliteitskader van de gemeente Venray en de dubbelbestemming ‘Beekdal’. Het oude ontginningsgebied is ingetekend op basis van het ruimtelijke kwaliteitskader en het grasland op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente. De lijnelementen zijn ingetekend op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg en een actuele luchtfoto.

56

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Tabel 9: Inventarisatie cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Element Vlak Beekdal(landschap) van de Loobeek

Omschrijving en belang

Het noorden van het plangebied is onderdeel van het beekdal van de Loobeek. Beekdallandschappen zijn van oorsprong lager gelegen en nat, met een kleinschalig structuur en beekbegeleidende beplantingsstructuren. Verkaveling staat haaks op de beek, er is vaak sprake van lijn- en vakbeplanting en kruisende wegen, en het landschap bevat weinig bebouwing. Daarbij zijn de zichtlijnen vanaf de rand van het beekdal over de openheid van het beekdal zelf van belang. Beekdalgronden waren in het verleden voornamelijk in gebruik als weidegrond en bestaan voor een deel nog uit graslanden. Door kanalisatie van de beken tijdens de ruilverkavelingen zijn veel kenmerkende elementen echter verdwenen. In het plangebied is wel nog sprake van een open en kleinschalig beekdallandschap, zonder veel bebouwing en met zichtlijnen vanaf de rand van het beekdal. Grasland, geperceleerd Het plangebied was in het verleden in gebruik als voornamelijk grasland. Veel van de oorspronkelijke percelering is tijdens de 20ste eeuw verdwenen (o.a. door ruilverkavelingen). In het noordwesten van het plangebied is de oorspronkelijke percelering uit 1806 (zichtbaar op de minuutplannen) aangegeven als waardevol element. Op basis van recente luchtfoto’s en de huidige perceelsgrenzen is deze percelering echter niet meer zichtbaar in het landschap.

Oud ontginningsgebied Het oude ontginningslandschap wordt gekenmerkt door een onregelmatige structuur, met kleinschalige verkaveling. Er komen landschapselementen zoals houtsingels en bosjes voor en er bestaat een afwisseling tussen open (groen) en gesloten (bebouwing), ook mede door groenstructuren op perceelsgrenzen. Langs de wegen komt laanbeplanting voor. Het landschap heeft vandaag een meer open karakter en is grotendeels aangepast in de 20ste eeuw, waardoor de verkaveling nu grootschaliger is en er als gevolg minder sprake is van landschapselementen. De ondergenoemde lijnelementen zijn typerend voor het oude ontginningslandschap. Lijn – kenmerkend voor beekdallandschap en ontginningsgebied Wegen uit periode 1806-1890 De wegenstructuur is gerelateerd aan de geschiedenis van het ontginningslandschap. Terwijl het wegenpatroon meerdere keren is aangepast, zijn de aangegeven wegen uit de periode 1806-1890 nog herkenbaar in het plangebied als paden/wegen of als perceelsgrenzen. Houtwallen en houtopstanden Houtwallen en houtopstanden op de perceelsgrenzen, samen met andere lineaire landschapselementen, zijn kenmerkend voor de oude ontginningsgebieden. Hiernaast zijn lineaire landschapselementen die loodrecht op de beek liggen kenmerkend voor het beekdallandschap.

De houtwallen en houtopstanden zijn zichtbare overblijfselen van het oude cultuurlandschap en dragen bij aan de afwisseling tussen open en gesloten gebieden in het landschap. In het plangebied is een houtwal aangegeven rondom bebouwing in het midden van het gebied (Spurkt 5a) d.m.v. een dubbelbestemming, echter is deze deels niet meer aanwezig. De houtwal is daarom op de inventarisatiekaart ingetekend rondom het huidige bewoonde perceel. Bomenrijen Groenelementen op perceelsgrenzen en langs wegen zijn kenmerkend voor het oude cultuurlandschap. Langs de wegen komt laanbeplanting voor. Vaak werden bomen aangeplant langs de wegen tijdens de ontginningen van de 20ste eeuw, maar bomenrijen komen ook eerder voor, bijvoorbeeld langs oude akkers. In het plangebied komen bomenrijen voor langs de wegen en langs de perceelsgrenzen. Deze zullen voor het eerst zijn aangeplant in de 20ste eeuw tijdens de ontginningen.

57

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

5

Conclusies en advies cultuurhistorie en landschap

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste conclusies besproken. Op basis daarvan worden aanbevelingen gedaan ten behoeve van het behouden en/of inpassen van cultuurhistorische en landschappelijke elementen. De elementen zijn weergeven in Figuur 35 en de aanbevelingen zijn samengevat in Tabel 10. Het plangebied ligt op de overgang van het dekzandlandschap naar het beekdallandschap, in een voormalig heidegebied. Het bureauonderzoek heeft aangetoond dat bewoning en andere activiteiten hier eventueel vanaf de Steentijd hebben plaatsgevonden, maar door de vernatting van het gebied en de veenuitbreiding vanaf het Neolithicum is het waarschijnlijk pas vanaf de Middeleeuwen dat agrarisch gebruik van het gebied plaatsvindt. Er zijn meerdere landschappelijke en cultuurhistorische elementen aanwezig in het plangebied, deels verbonden met de ontstaansgeschiedenis van het gebied, maar vooral met het gebruik van het landschap door de mens. Dit wordt onderstaand door middel van de vragen uit paragraaf 1.6.2 besproken. 1. Welke aardkundige of landschappelijke elementen zijn aanwezig in het projectgebied? Er zijn geen elementen aanwezig in het plangebied die zijn aangemerkt als aardkundige waarde. Wel is sprake van een beekdal(landschap), dat op basis van gemeentelijk beleid van belang is voor zijn natuur- en landschapswaarden.

Grenzend aan het beekdal in het zuiden ligt een oud ontginningslandschap. De volgende landschapselementen zijn aanwezig in het plangebied: geperceleerd grasland, houtwallen, bomenrijen. Deze elementen zijn kenmerkend voor het beekdal- en/of ontginningslandschap. Vooral het beekdallandschap en bijbehorende karakteristieken zijn waardevol. 2. Indien er aardkundige of landschappelijke elementen zijn aangetroffen, hoe kunnen deze worden beschermd, behouden, versterkt of ingepast? De exacte werkzaamheden en ingrepen zijn nog niet bekend (zeker wat betreft de inrichting van individuele uitgeefbare kavels), maar op basis van het concept ontwerp van de toekomstige inrichting van het gebied (Figuur 3) en het concept van de landschappelijke visie (Figuur 4) kunnen algemene aanbevelingen worden gedaan voor de benoemde elementen. Omdat de lijnelementen onderdeel zijn van de twee landschapstypen, komt hetzelfde advies meerdere keren terug. Aangezien nog niet bekend is waar aantasting van elementen precies zal plaatsvinden, kunnen er geen eventuele compenserende maatregelen worden voorgesteld. Beekdallandschap Het ontwerp en de landschappelijke visie die momenteel beschikbaar zijn tonen aan dat er in bepaalde mate rekening gehouden wordt met de karakteristieken van het beekdallandschap.

De openheid, kleinschaligheid en de afwisseling tussen grasland en landschapselementen zijn opgenomen in de plannen. Er komt geen bebouwing te staan, de beplanting langs de perceelsgrenzen (die van oudsher aanwezig was) wordt behouden of aangebracht en er is sprake van gebiedseigen beplanting, zoals elzenbos. Hiermee wordt rekening gehouden met de afwisseling tussen open grasland en kleinschalige landschapselementen. In het algemeen wordt aanbevolen om de aanwezige openheid te handhaven door geen bebouwing in het beekdal te plaatsen en de zichtlijnen van de randen van het beekdal naar de beek toe te behouden. De grenzen van de uitgeefbare kavels reiken op het concept ontwerp verder naar het noorden dan oorspronkelijk het geval, hier zouden de oorspronkelijke perceelsgrenzen behouden kunnen worden. De kleinschaligheid van het landschap kan behouden en versterkt worden door het handhaven of inpassen van (bestaande) landschapselementen: de erf(rand)beplanting, laanbeplanting langs de wegen en beekbegeleidende beplanting. Ontginningslandschap Op basis van het huidige ontwerp en de landschappelijke visie wordt rekening gehouden met enkele elementen van het ontginningslandschap. Door het in stand houden en/of aanbrengen van een deel van de erf- en laanbeplanting langs perceelsgrenzen en wegen wordt een afwisseling tussen open en gesloten gebieden behouden.

Rondom de 4 toekomstige uitgeefbare gebieden is op basis van de landschappelijke visie ook sprake van inpassing van erfgrensbeplanting. Door het behoud van de bestaande bomenrijen blijft de oude wegenstructuur grotendeels zichtbaar. In het algemeen wordt geadviseerd om de bestaande erf- en laanbeplanting en wegenstructuur te behouden (zie ook onder). Hiernaast wordt aanbevolen om waar mogelijk een kleinschalig verkavelingsstructuur in te passen. Bij 58

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

toekomstige bebouwing in het gebied wordt geadviseerd om groenelementen in de vorm van erf(grens)beplanting toe te voegen. Indien er toegangswegen worden gerealiseerd, wordt aanbevolen om laanbeplanting aan te brengen. Geperceleerd grasland Het oude geperceleerde grasland is niet opgenomen in de toekomstige inrichtingsplannen en is op basis van luchtfoto’s ook niet meer zichtbaar. In de plannen wordt wel rekening gehouden met de kleinschaligheid van het beekdallandschap waar het grasland deel van uitmaakte. Houtwallen en houtopstanden Op basis van de inrichtingsplannen wordt geen rekening gehouden met de bestaande houtwal rondom Spurkt 5a. Er wordt aanbevolen de houtwal te behouden als perceelsgrens. Bomenrijen De bomenrijen in het plangebied worden op basis van de huidige inrichtingsplannen behouden of in ieder geval teruggebracht als laanbeplanting. Indien er toegangswegen worden gerealiseerd, wordt aanbevolen om laanbeplanting aan te brengen. Hierbij kan gekeken worden naar gebiedseigen beplanting, zoals de zwarte els die op basis van de naam Spurkt hier oorspronkelijk groeide. 3. Welke cultuurhistorische elementen zijn er aanwezig in het projectgebied? Er zijn geen beschermde monumenten of ensembles aanwezig in het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16859762/1