TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord vastgesteld 1 Bijlagen bij de Motivering Bijlage 3 Bureauonderzoek landschap, cultuurhistorie en archeologie
Tekst van het document
Naast de landschappelijke elementen benoemd in vraag 1, die deels ook als cultuurhistorische elementen gezien kunnen worden, zijn de volgende elementen aanwezig in het plangebied: wegen uit de periode 1806-1890. Deze wegen zijn gerelateerd aan de geschiedenis van het ontginningslandschap. De wegenstructuur is meerdere keren aangepast, maar het oorspronkelijke patroon is nog aanwezig in de vorm van bestaande paden, wegen of perceelsgrenzen. De wegen worden veelal begrensd door laanbeplanting. 4. Indien er cultuurhistorische elementen zijn aangetroffen, hoe kunnen deze worden beschermd, behouden, versterkt of ingepast? Er wordt aanbevolen de historische wegenstructuur te behouden. Op basis van het concept ontwerp en de landschappelijke visie wordt een deel van de structuur behouden door middel van handhaving van de bestaande wegen en/of de bestaande bomenrijen. Dit geldt echter niet voor alle historische wegen. Om de wegenstructuur verder te behouden, kan de structuur door middel van laanbeplanting (of erfbeplanting indien de loop van een oude weg een perceelsgrens betreft) zichtbaar gehouden worden in het landschap. Tabel 10: Advies landschap en cultuurhistorie. Element Beekdal(landschap)
Oud ontginningslandschap
Grasland, geperceleerd (niet meer aanwezig) Houtwallen en houtopstanden Bomenrijen
Advies • Handhaven openheid door geen bebouwing te plaatsen en door zichtlijnen vanaf beekdalrand richting beek te behouden. • Kleinschaligheid van gebied versterken d.m.v. gebiedseigen landschapselementen: erf(rand)beplanting, laanbeplanting, beekbegeleidende beplanting. • Behouden afwisseling tussen open en gesloten gebieden. • Behouden en/of aanbrengen erf(rand)- en laanbeplanting. • Behouden oude wegenstructuur of beplanting aanbrengen/behouden zodat structuur wel zichtbaar blijft. • Inpassen kleinschalige verkaveling. • Rekening houden met kleinschaligheid van beekdallandschap.
Wegen uit periode 1806-1809
• • • •
Behouden houtwal rondom Spurkt 5a. Behouden bestaande bomenrijen. Inpassen (gebiedseigen) laanbeplanting bij toekomstige toegangswegen. Zichtbaar houden oorspronkelijke wegenstructuur.
Advies landschap en cultuurhistorie
59
Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public
BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY
In aanvulling op de algemene adviezen in bovenstaand tabel wordt aanbevolen om een verdiepende studie voor de thema’s landschap en cultuurhistorie uit te voeren wanneer het ontwerp en de inrichting van de bedrijfskavels vast staan. Onderdeel van deze verdieping is het waarderen van de geïnventariseerde elementen, onder andere aan de hand van een veldbezoek, en het opstellen van een specifiek advies per element, op basis van de beoogde ingrepen en de verwachte mate van aantasting. Eventuele compenserende maatregelen worden ook in deze verdieping uitgewerkt.
Figuur 35: Inventarisatie van de cultuurhistorische en landschappelijke elementen in het plangebied.
60
Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public
BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY
6
Conclusies en aanbevelingen archeologie
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste conclusies besproken en op basis daarvan een gespecificeerde archeologische verwachting geformuleerd. Als laatste wordt een advies gegeven voor archeologisch vervolgonderzoek.
6.1 1.
Conclusie Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?
Het plangebied ligt grotendeels in de geologische zone Bx5: Laagpakket van Wierden; dekzand, met in het noordwesten de zone Bx3: Laagpakket van Singraven; veen. In het zuidoosten komt stuifzand voor en richting de Maas is sprake van rivierafzettingen bedekt door dekzand. Volgens de boringen uit Dinoloket en de boringen gezet tijdens voorgaand archeologisch onderzoek komt het Laagpakket van Singraven inderdaad in de noordelijke helft van het plangebied voor. In het zuiden is dekzand al vanaf maaiveld aangetroffen. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied in het noordwesten in een beekdalbodem, met hieronder een glooiing van de beekdalzijde. In het zuiden liggen dekzandwelvingen. Dit wordt min of meer bevestigd door de bodemkaart, terwijl de geologische kaart een minder nauwkeuring beeld geeft. De dekzandwelvingen alsmede de overgang van het dekzand naar het beekdal kunnen in het verleden aantrekkelijk zijn geweest voor bewoning, akkerbouw en andere activiteiten. De beekdalbodems waren waarschijnlijk te nat voor bewoning, maar hier kunnen beek-gerelateerde resten zoals rituele deposities voorkomen. Op de bodemkaart komen voor het grootste deel van het plangebied gooreerdgronden voor. Deze gronden zijn ook (intact) aangetroffen tijdens booronderzoek grenzend aan het zuiden van het plangebied.
In het noorden liggen lage enkeerdgronden, wat overeenkomt met de verwachting op een akkercomplex volgens de essenkaart, echter is het onwaarschijnlijk dat hier een akkercomplex ligt (zie ook paragraaf 2.3.4). Deze gronden zijn omringd door meerveengronden. In het zuiden komen veldpodzolgronden voor, ook aangetroffen tijdens booronderzoek in 1998 ten zuiden van het plangebied. Vooral de eerdgronden en veldpodzolgronden kunnen archeologisch gezien interessant zijn. De veengronden duiden op natte omstandigheden die minder aantrekkelijk waren voor bewoning of andere activiteiten, maar hier kunnen wel (goed geconserveerde) beek-gerelateerde resten voorkomen. 2.
Welke archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied zijn bekend?
In het plangebied liggen geen vindplaatsen, in het noordoosten van het onderzoeksgebied is één vondstlocatie bekend. Het gaat om een lanspunt van brons uit de Bronstijd dat waarschijnlijk een rituele depositie betreft. De vondst toont aan dat dit soort beek-gerelateerde resten inderdaad in het plangebied verwacht kunnen worden. In de bredere omgeving van het onderzoeksgebied zijn meerdere vondsten bekend uit de Bronstijd, evenals een schuttersnest uit de Tweede Wereldoorlog ten noorden van het onderzoeksgebied. De vondsten uit de Bronstijd worden veelal geïnterpreteerd als rituele deposities. Het schuttersnest was onderdeel van een verdedigingslinie rondom de Loobeek. Aangezien hier ook is gevochten (zie ook paragraaf 3.5), kunnen vergelijkbare vondsten in het plangebied verwacht worden. 3.
Welke historische gegevens (complexen en landgebruik) in en rond het plangebied zijn bekend?
Het plangebied is op basis van de historische kaarten in de Nieuwe Tijd ontgonnen en voornamelijk in gebruik genomen als grasland. Hiervoor betrof het een heidegebied. Het land direct langs de Loobeek was al eerder in gebruik, zichtbaar op de historische kaarten als smalle percelen. Ook liep er een watergang aan de rand van het plangebied en komen er enkele 19de-eeuwse wegen voor. Tijdens de 20ste eeuw is de verkaveling, het landgebruik en het wegenpatroon enigszins aangepast, deels als gevolg van de ruilverkavelingen. De Loobeek ten noorden van het gebied is ook rechtgetrokken. Recent is Venray uitgebreid met het industrieterrein direct ten zuiden van het plangebied, maar het plangebied zelf is nog in agrarisch gebruik. Op basis van het geraadpleegde kaartmateriaal worden geen gebouwresten of woonerven uit de Nieuwe Tijd in het plangebied verwacht. Er wordt ook geen oudere bewoningskern uit de Middeleeuwen verwacht.
6.2
Gespecificeerd verwachtingsmodel
4.
Wat is, op basis van bovenstaande gegevens, de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Wat zijn de prospectiekenmerken van de te verwachte vindplaatsen?
61
Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public
BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY
Tabel 11: Gespecificeerde archeologische verwachting. Periode
Verwachtin g
Complextype
Kenmerken
Diepteligging
PaleolithicumMesolithicum
Middelhoog
Beekdalgerelateerde resten
Vuursteenspreidingen ; losse objecten, (rituele) deposities
Top van het dekzand of beekdalafzettinge n
NeolithicumRomeinse Tijd
Middelhoog
Vondst- en/of sporenniveau, structuren, losse objecten
Top van het dekzand of beekdalafzettinge n
Middeleeuwen -Nieuwe Tijd
Middelhoog
Vondst- en/of sporenniveau, structuren, losse objecten
Top van het dekzand of beekdalafzettinge n
Idem
Variabel
Tweede Wereldoorlog
Hoog
Rituele deposities, beekdalgerelateerde resten; eventueel resten gerelateerd aan bewoning of akkerbouw op de zandgronden Infrastructuur, beekdalgerelateerde resten (evt. waterhuishouding), agrarische sporen Stellingen, (resten van) explosieven/inslagen , loopgraven enz.
Losse objecten, structuren
Vanaf maaiveld
Onbekend
n.v.t.
6.3 5.
Gaafheid en conserverin g Goed, indien afgedekt en in het geval van intact bodemprofiel. Wel wordt verwacht dat de ontginning van het heidegebied tot enige verstoring heeft geleid. Idem.
Omvan g <50 m2>1000 m2
Variabel
Advies In welke mate worden de bekende en/of verwachte archeologische vindplaatsen bedreigd door de geplande ontwikkeling?
Er worden geen bekende archeologische vindplaatsen bedreigd door de geplande ontwikkeling. Wel heeft het plangebied meerdere verwachtingen op archeologische resten. Gezien de ligging op de overgang van de hogere dekzanden naar het beekdal zal de locatie aantrekkelijk zijn geweest voor tijdelijke kampementen en krijgt het Paleolithicum-Mesolithicum een middelhoge verwachting. Ook kunnen onder het veen in het beekdal dekzandopduikingen voorkomen. Er wordt echter verwacht dat de ontginning van het heidegebied tot enige verstoring van de top van het dekzand heeft geleid. Gedurende het Neolithicum breidde het veen zich uit en door de natheid zal het gebied minder aantrekkelijk zijn geweest voor bewoning. Wel worden vanaf deze periode tot de Romeinse Tijd rituele deposities en water-gerelateerde resten verwacht, zoals voorden of objecten gerelateerd aan visvangst. In het onderzoeksgebied is ook eerder een rituele depositie uit de Bronstijd aangetroffen. Tijdens de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd zal het gebied voornamelijk in gebruik zijn geweest als grasland voor o.a. het weiden van vee, aangezien het gebied te nat was om aantrekkelijk te zijn voor bewoning. Er kunnen o.a. ontginningssporen, greppels/sloten, resten van infrastructuur zoals oude wegen en watergerelateerde resten, zoals bruggen, voorkomen in het gebied.
Tot slot geldt er voor het plangebied een hoge verwachting op resten uit de Tweede Wereldoorlog. De slag om OverloonVenray vond in de omgeving plaats en langs de Loobeek is intensief gevochten. Ook is er tijdens een begeleiding 62
Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public
BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY
nabij het plangebied een schuttersnest uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen, terwijl het vooronderzoek (OO) een kans op loopgraven, stellingen en munitie aangeeft. Aangezien het plangebied voor alle perioden een middelhoge of hoge verwachting heeft, bestaat er een grote kans op het verstoren van eventuele aanwezige archeologische resten uit verschillende perioden en van verschillende complextypen (bijvoorbeeld bewoning en rituele deposities), die in algemene zin samenhangen met het dekzandlandschap en (de overgang naar) het beekdal. 6.
Is archeologisch vervolgonderzoek nodig en zo ja, welke onderzoeksmethode wordt geadviseerd?
Voor het plangebied wordt vervolgonderzoek in de vorm van verkennend booronderzoek geadviseerd, om de intactheid van de bodem vast te stellen en na te gaan of er sprake is van een archeologisch niveau. Ook kan door middel van landschappelijk booronderzoek de exacte begrenzing van het beekdal worden vastgesteld. Hiervoor dienen drie boorraaien haaks op het beekdal geplaatst te worden in het noorden van het plangebied (Figuur 36). Voor het verkennend booronderzoek kan gebruik worden gemaakt van de volgende strategie: • • • •
Boortype: Edelmanboor (diameter 7 cm) of guts (diameter 3 cm); Boordichtheid en -grid: 6 boringen per hectare Waarnemingsmethode: snijden van boorkern met een boormes; Boordiepte: tot 20 cm in de top van de C-horizont of tot maximale diepte werkzaamheden.
Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Venray. De adviseur van het bevoegd gezag heeft ingestemd met het advies om verkennend booronderzoek uit te voeren, echter dienen er drie boorraaien gezet te worden in plaats van 6 boringen per hectare. De te hanteren strategie is als volgt: Er wordt geadviseerd om drie parallel lopende raaien boringen met een boring om de 50 meter vanaf het beekdal richting het oosten te zetten. Van belang hierbij is dat de hogere delen in het plangebied meegenomen worden in dit booronderzoek. Geadviseerd wordt daarom om de locatie van de boringen op basis van het AHN te bepalen. Hiernaast dienen er twee profielputjes per raai te worden gegraven, om zo beter inzicht in de bodemopbouw te krijgen. Er dienen foto’s gemaakt te worden van de profielputten en van representatieve boringen. Daar waar nu bebouwing staat is de bodem al tot bepaalde diepte verstoord. Er wordt geadviseerd deze locaties vrij te geven, aangezien archeologische resten in het algemeen al binnen de verstoringsdieptes verwacht zouden worden. Omdat de exacte ingrepen die bij de herinrichting van het gebied komen kijken nog niet bekend zijn, geldt het advies voor verkennend booronderzoek verder voor het hele plangebied. Indien er in sommige delen geen bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden, is hier geen vervolgonderzoek nodig.
Vondsten gerelateerd aan het beekdal kunnen zeer klein van omvang zijn en daardoor moeilijk op te sporen door middel van een booronderzoek. Indien er bodemingrepen plaatsvinden in het beekdal, wordt geadviseerd de civieltechnische werkzaamheden archeologisch te begeleiden. De begrenzing van het beekdal, en daarmee de noodzaak voor een eventuele begeleiding, kan nader worden bijgesteld op basis van de resultaten van het booronderzoek. Eventuele resten uit de Tweede Wereldoorlog zijn niet op te sporen door middel van een verkennend booronderzoek. Op dit moment is niet bekend waar eventuele resten verwacht kunnen worden, maar de kans op aanwezige resten is wel groot. In het kader van het TAM-omgevingsplan wordt nog een OO-onderzoek uitgevoerd voor het plangebied. Indien hieruit blijkt dat er definitieve structuren aanwezig zijn, kan vervolgonderzoek gericht op deze structuren in de vorm van een extensieve begeleiding noodzakelijk zijn. Dit rapport is voorgelegd aan het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Venray. Er wordt gewezen op de meldingsplicht bij het aantreffen van toevalsvondsten in gebieden die zijn vrijgegeven van archeologisch vervolgonderzoek. Indien deze worden aangetroffen dient het bevoegd gezag ingelicht te worden zoals beschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016.
63
Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public
BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY
Figuur 36: Advieskaart archeologie 27.
27 Het beekdal is ingetekend op basis van de aanduiding ‘beekdalbodem’ op de geomorfologische kaart. Dit is een ruimere contour
dan opgenomen in bijvoorbeeld de bestemmingsplannen of het ruimtelijk kwaliteitskader van Venray. Er is gekozen voor deze contour omdat de begrenzing van het beekdal niet vast staat en in voorgaand onderzoek is aangetoond dat de beekafzettingen verder naar het zuiden aanwezig (kunnen) zijn dan verwacht. 64
Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public
BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY
7
Referenties
Literatuur • De Bakker, H. en Schelling, J. 1989. Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. 2e druk bewerkt door J. Brus en C. van Wallenburg. Centrum voor Landbouwpublicaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. • Enenkel, J. 2019. Vooronderzoek Conventionele Explosieven. Klaver 15, Gemeente Venray. Bombs Away rapport 19P008, Utrecht. • Haartsen, A. 2009. Peel. In: Ontgonnen Verleden. Regiobeschrijvingen Zuid-Limburg. Bureau Lantschap, Ede. • Huizer, J. en van der Geest, A. 2007. Venray, Bedrijventerrein Nijverheid, Nijverheidsstraat. Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen. ADC Archeoprojecten, Amersfoort. • Jansen, J., en Droesen, W. 2006. Herzien door Zwart, C. 2009. Landschapskader Noord- en Midden-Limburg. Eerste herziene druk, Provincie Limburg, Maastricht. • Meurkens, L., en Tol, A. n.d. De Late Prehistorie in Limburg. Een actuele kennisstand van de late prehistorie in Limburg aan de hand van archeologisch onderzoek tussen 2007 en 2013. Beleidsplatform Erfgoed Limburg. • Ouwekerk, L., en van Keulen, F. 2024. Archeologisch onderzoek netuitbreiding Boxmeer-Venray 150 kV. Inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Sweco Archeologische Rapporten 2566, Utrecht. • Raap, E. 2022. De Peel. In: Panorama Landschap. Karakterisering van de Nederlandse Landschapsgeschiedenis in 78 regio’s.
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. • Sprengers, N. 2016. Herinrichting Loobeek Venraysch Broek en Loobeek de Spurkt. Gemeente Venray, Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-rapport 3239, Weesp. • Vaessen, R., en Paffen, N. 2023. Plangebied Herinrichting Loobeek, deelgebieden Venrays Broek en de Spurkt te Venray, gemeente Venray; archeologisch onderzoek: opgraving (variant archeologische begeleiding). RAAPrapport 6491, Weesp. • Verhart, L. n.d. De Vroege Prehistorie in Limburg. Een actuele kennisstand van de vroege prehistorie in Limburg aan de hand van archeologisch onderzoek tussen 2007 en 2013. Beleidsplatform Erfgoed Limburg. Digitale bronnen • Archeologisch Informatiesysteem Archis3; RCE. • Beobom.nl. • Bodemdata.nl. • Dinoloket.nl; TNO Geologische Dienst. • Erfgoedatlas; RCE. • Etymologiebank.nl • Indicatieve Kaart Militair Erfgoed. Via: ikme.nl. • Liberation Route Europe: De Slag bij Overloon. Via: https://www.liberationroute.com/nl/pois/548/the-battle-ofoverloon. • Oorlogsmuseum Overloon. Via: https://www.oorlogsmuseum.nl/nl/het-museum/historie/de-slag-bij-overloon/. • Ruimtelijke Kwaliteitskader gemeente Venray. Via: https://www.rkkvenray.nl/. • Ruimtelijkeplannen.nl Kaartmateriaal • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). • Archeologische Monumenten Kaart (AMK). • Archeologische beleidskaart gemeente Venray, 2011.
Begrensd Verleden, RAAP (actualisatie 2011). • Archeologische verwachtingskaarten gemeente Venray, 2011. Begrensd Verleden, RAAP (actualisatie 2011). • Atlas Provincie Limburg. • Beeldbank RCE: Minuutplannen MIN11117A02, MIN11117A03, MIN11117C02. • Bodemkaart Nederland (1:50.000); Alterra-rapport 811, Wageningen 2003. • Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Venray, 2007. Begrensd Verleden, RAAP-rapport 1482. • Geologische Kaart van Nederland; Geologische Dienst Nederland • Geomorfologische Kaart van Nederland; WUR. • Kaart Groen Erfgoed; RCE. • Kaart Leven met Water; RCE. • Kaart Vergraven Gronden (WUR). • Kwaliteitskaart Landschap, Landschapskader Noord- en Midden-Limburg. • Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus). Paleogeografische Kaarten. 65
Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public
BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY
Colofon BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE KLANT Gemeente Venray AUTEUR E.v.V., D.P. PROJECTNUMMER 30234420 ONZE REFERENTIE PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 DATUM 4 augustus 2025 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
D.P. Senior KNA Prospector
Over Arcadis www.arcadis.com Arcadis Nederland B.V. Postbus 4205 3006 AE Rotterdam Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life 66
Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public