CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord vastgesteld 1 Bijlagen bij de Motivering Bijlage 3 Bureauonderzoek landschap, cultuurhistorie en archeologie

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide-Noord20.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bedrijventerrein Smakterheide Noord, gemeente Venray Bureauonderzoek Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie Gemeente Venray 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Contactpersoon E.V.V.

Arcadis Nederland B.V. Postbus 4205 3006 AE Rotterdam Nederland

2

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

6

1.1

Aanleiding van het onderzoek

6

1.2

Plangebied en onderzoeksgebied

6

1.3

Administratieve gegevens

8

1.4

Huidige en toekomstige situatie plangebied

8

1.5

Doel van het bureauonderzoek

10

1.6

Normen en werkwijze

10

1.6.1

Werkwijze archeologie

11

1.6.2

Werkwijze landschap en cultuurhistorie

12

1.7

Juridisch- en beleidskader

12

Europees: Verdrag van Malta (1992)

12

Nationaal: Omgevingswet (2024) en Erfgoedwet (2016)

13

Omgevingswet

13

Erfgoedwet (2016)

13

1.7.1

Provinciaal beleid

13

1.7.2

Gemeentelijk: tijdelijk omgevingsplan en beleidskaart

15

1.7.2.1

Gemeentelijk beleid landschap en cultuurhistorie

15

1.7.2.2

Gemeentelijk beleid archeologie

18

Landschap

21

2.1

Inleiding

21

2.2

Ontstaansgeschiedenis

21

2.2.1

Weichselien (ca. 115.000-10.000 jaar BP)

21

2.2.2

Holoceen (10.000 jaar BP tot heden)

21

2.3

Gegevens in het plangebied

25

2.3.1

Aardkunde

25

2.3.2

Geologie

25

2.3.3

Geomorfologie en bodem

26

2.3.4

Essenkaart

28

2.3.5

Hoogtebestand AHN

29

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

3

4

2.3.6

Grondwaterpeil

31

2.3.7

Bodemopbouw en diepteligging archeologische lagen

32

Archeologie

38

3.1

(Pre)historische bewoningsgeschiedenis

38

3.2

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart

39

3.3

Vindplaatsen

41

3.3.1

AMK-terreinen

41

3.3.2

Vindplaatsen

41

3.4

Eerder uitgevoerd onderzoek

42

3.5

Tweede Wereldoorlog

44

3.6

Verstoringen

45

Cultuurhistorie

47

4.1

Historische ontwikkeling

47

4.1.1

Middeleeuwen en Nieuwe Tijd

47

4.1.2

Recente ontwikkelingen

48

4.2

Historische kaarten

48

4.3

Cultuurhistorische en landschappelijke waardenkaarten

53

4.3.1

Provincie

53

4.3.2

Gemeente

55

4.4

Cultuurhistorische en landschappelijke inventarisatie

56

5

Conclusies en advies cultuurhistorie en landschap

58

6

Conclusies en aanbevelingen archeologie

61

6.1

Conclusie

61

6.2

Gespecificeerd verwachtingsmodel

61

6.3

Advies

62

Referenties

65

7

Colofon

4

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

66

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Samenvatting Aanleiding Voor het project Smakterheide Noord heeft de gemeente Venray in samenwerking met Greenport Venlo het voornemen om bedrijventerrein Smakterheide aan de noordzijde uit te breiden. Bij deze toekomstige ontwikkeling kunnen landschappelijke, cultuurhistorische en/of archeologische waarden worden aangetast. Dit bureauonderzoek is opgesteld om deze waarden in beeld te brengen en een advies voor eventueel vervolgonderzoek of -maatregelen op te stellen. Onderzoeksplicht vanuit gemeentelijk beleid Ter plaatse van het plangebied zijn verschillende dubbelbestemmingen van kracht voor de thema’s landschap, cultuurhistorie en archeologie. Vanuit de dubbelbestemmingen landschap en cultuurhistorie worden bepaalde kenmerken van, en elementen in, het landschap beschermd bij toekomstige ontwikkelingen. De dubbelbestemmingen archeologie stellen bepaalde vrijstellingsgrenzen qua omvang en diepte, waarbij archeologisch onderzoek nodig is indien deze grenzen worden overschreden. De exacte werkzaamheden zijn niet bekend, maar het is waarschijnlijk dat de geplande werkzaamheden (een deel van) de regels uit de dubbelbestemmingen overschrijden. De dubbelbestemmingen worden toegelicht in paragraaf 1.7.2.

Bodemverstoring en diepteligging archeologisch niveau De bodemopbouw in het plangebied lijkt merendeels onverstoord, met uitzondering van de locaties waar momenteel bebouwing staat. Verder kunnen agrarische activiteiten de bodem tot op bepaalde mate hebben verstoord. Op basis van de boringen die eerder in het plangebied zijn gezet, bestaat de bodem uit beekafzettingen richting het noorden en dekzand richting het zuiden. De beekafzettingen bestaan uit zand, leem en veen. Archeologische resten kunnen verwacht worden in de top van de beek- en dekzandafzettingen, in principe vanaf maaiveld. Er zijn geen bekende waarden aanwezig in het plangebied. In de omgeving zijn echter meerdere vondsten uit de Bronstijd bekend en ten noorden van het plangebied is een schuttersnest uit WOII aangetroffen. Er geldt een hoge verwachting voor de periode Paleolithicum-Mesolithicum en voor resten uit de Tweede Wereldoorlog, en een middelhoge verwachting voor de overige periodes. De verwachting voor resten vanaf het Neolithicum is middelhoog omdat het gebied rond deze periode bedekt werd met veen, waardoor het geen aantrekkelijke vestigingslocatie was. Het gebied heeft echter wel een verwachting op watergerelateerde resten zoals voorden en rituele deposities.

Cultuurhistorische en landschappelijke waarden De volgende landschappen en/of elementen zijn in het plangebied aanwezig: beekdallandschap, ontginningslandschap, oud geperceleerd grasland, houtwallen en houtopstanden, bomenrijen en wegen uit de periode 1806-1890. Voor een beschrijving van de elementen wordt verwezen naar paragraaf 4.4 Advies vervolgonderzoek Voor landschap en cultuurhistorie wordt geadviseerd de kenmerken van het beekdallandschap en het ontginningslandschap te behouden, o.a. de kleinschaligheid en de afwisseling tussen open en gesloten gebieden. Tevens wordt aanbevolen de bestaande erf(rand)- en laanbeplanting en de historische wegenstructuur te behouden en/of in te passen in de toekomstige inrichting van het gebied. Voor een beschrijving van hoe de bestaande elementen al zijn meegenomen in het ontwerp en voor een toelichting op het advies wordt verwezen naar hoofdstuk 5. Voor archeologie wordt geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren daar waar bodemroerende werkzaamheden plaatsvinden. Dit onderzoek heeft als doel te intactheid van de bodem vast te stellen. Als onderdeel hiervan wordt geadviseerd enkele raaien landschappelijke boringen te plaatsen, om de overgang van het beekdal naar de dekzandwelvingen beter in beeld te brengen. Eventueel is een archeologische begeleiding nodig bij werkzaamheden in het beekdal en t.p.v.

eventuele structuren uit WOII. Het advies wordt verder toegelicht in paragraaf 6.3.

5

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

1

Inleiding

1.1

Aanleiding van het onderzoek

Voor het project Smakterheide Noord heeft de gemeente Venray in samenwerking met Greenport Venlo het voornemen om bedrijventerrein Smakterheide aan de noordzijde uit te breiden. Deze uitbreiding is primair bedoeld om middelzware bedrijven uit Venray te faciliteren. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 48,4 ha, waarvan circa 22 ha uitgeefbaar als bedrijfskavels wordt gesteld. De omvang van individuele bedrijfskavels bedraagt maximaal 2 hectare, waarmee bijvoorbeeld grote logistieke bedrijven zijn uitgesloten. De hoofdontsluiting van het terrein vindt plaats via de weg Spurkt. In de plannen voor het bedrijventerrein wordt ingezet op het creëren van een groene uitstraling en tevens tot op bepaalde hoogte behoud van historische lijnen in het landschap, zoals bestaande houtwallen en watergangen. Richting het Loobeekdal wordt een natuurlijke overgang gecreëerd die samenhangt met de ontstaansgeschiedenis van het landschap en het historisch landgebruik. In 2018 is door Econsultancy een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor hetzelfde terrein. Omdat er sindsdien wijzigingen in de begrenzing van het plangebied hebben plaatsgevonden, om de gegevens te actualiseren en om een integraal beeld van aanwezige erfgoedwaarden te verkrijgen, wordt onderhavig bureauonderzoek opgesteld.

1.2

Plangebied en onderzoeksgebied

Het plangebied bevindt zich in het noorden van Venray (gemeente Venray) boven het industrieterrein Smakterheide, in de provincie Limburg. Het gebied omvat ca. 48,4 ha. Ten oosten van het wijzigingsgebied ligt de Rijksweg A73 en aan de zuidzijde is de weg Spurkt gelegen. Aan de noordzijde grenst het wijzigingsgebied aan het Loobeekdal. Het Loobeekdal is een natuurgebied met bloemrijke vochtige graslanden rond de Loobeek. Aan de westzijde wordt het wijzigingsgebied begrensd door een sloot en agrarisch gebied. Voor het onderzoeksgebied is uitgegaan van een buffer van 50 meter rondom het plangebied, om zo een beter inzicht te krijgen in de landschappelijke en archeologische context van het gebied (Figuur 1, Figuur 2). Gezien de grootte van het plangebied is een inschatting gemaakt dat 50 meter voldoende is om de landschappelijke en archeologische context van het gebied in beeld te brengen. Gegevens buiten het onderzoeksgebied worden ook meegenomen wanneer relevant.

6

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 1: Het plan- en onderzoeksgebied op de topografische kaart.

Figuur 2: Het plan- en onderzoeksgebied op een recente luchtfoto.

7

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

1.3

Administratieve gegevens

Objectgegevens onderzoek Arcadis Projectnummer ISSN-nummer Projectnaam Plaats Gemeente Provincie Coördinaten (X,Y) Oppervlakte plangebied Kadastrale gegevens

Onderzoeksmelding Archis3 Uitvoerder Auteur Contactpersoon Opdrachtgever Bevoegd Gezag Uitvoeringsperiode onderzoek Beheerder en plaats documentatie

1.4

30234420 2666-8718 Bedrijventerrein Smakterheide Noord Venray Venray Limburg 196.093,32E 396.234,74N Ca. 48,4 ha Sectie A: 2840, 2952 Sectie U: 91, 92, 93, 94, 100, 103, 104, 105, 106, 107, 151, 155, 157, 158, 159, 160, 161, 225, 226, 242, 243, 244, 246, 253, 289, 291, 292, 295, 296, 300, 322, 333 5649495100 Arcadis Nederland BV Eva van Veen, Dean Peeters Eva van Veen Arcadis Nederland B.V. Eva.vanveen@arcadis.com Gemeente Venray Gemeente Venray Oktober 2024 Arcadis Nederland BV, locatie Arnhem

Huidige en toekomstige situatie plangebied

De voorgenomen ontwikkeling van Smakterheide Noord ligt ten noorden van het bestaande bedrijventerrein Smakterheide en is ca. 48,4 hectare groot. Het wijzigingsgebied bestond oorspronkelijk vooral uit grasland en bouwland, waarvan een gedeelte nog steeds als zodanig in gebruik is. Het landschap wordt gekenmerkt door rechte wegen met laanbeplanting, regelmatige blokverkaveling en verspreid gelegen boerderijen met erfbeplanting en kent een grote mate van openheid. Opvallend in het gebied is de overgang van het beekdal van de Loobeek (in het noorden) naar de hoger gelegen dekzandruggen (richting het zuiden en oosten). Aan de oostzijde van het wijzigingsgebied is een dassenburcht gelegen (in het driehoekje bos net buiten de plangrens). Een deel van de gronden dient nog verworven te worden. Er staan op dit moment nog vier bedrijfswoningen in het projectgebied, waarvan een aantal reeds is aangekocht. De agrarische bedrijven die in het gebied gelegen zijn, worden niet ingepast in het plan. Door het wijzigingsgebied loopt de TenneT hoogspanningsverbinding Haps - Venray. TenneT heeft het voornemen om naast dit tracé een ondergrondse hoogspanningsleiding door het gebied aan te leggen. De exacte aard van de toekomstige ontwikkelingen zijn nog niet bekend.

Het terrein wordt ten eerste bouwrijp gemaakt, waarna bedrijven zich hier zullen vestigen en verder zelf richting zullen geven aan de ontwikkeling van hun kavels. In Figuur 3 is een concept ontwerp van het toekomstige ruimtegebruik van het terrein weergeven. De bedrijven vormen de toekomstige gebruikers van het gebied. Doordat de exacte werkzaamheden nog niet vast staan, is ook nog niet bekend of de toekomstige ontwikkelingen eventueel (tijdelijke) invloed hebben op de huidige grondwaterstand en wat de maximale diepte van de bodemingrepen is. De volgende uitgangspunten voor de ontwikkeling zijn wel al benoemd en mogelijk relevant m.b.t. landschap, cultuurhistorie en archeologie: • • •

8

Maximale kavelgrootte is 2 ha; Vestiging van grote logistieke bedrijvigheid is niet toegestaan; Afwatering/waterberging gaat centraal plaatsvinden in de nieuwe natuurzone ten noorden van het bedrijventerrein, wat tevens de overgangszone tussen het terrein en het Loobeekdal vormt; Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

• • •

Bestaande waterlopen worden zoveel mogelijk gehandhaafd; De primaire watergang Venrayse Spurkt, aan de oostkant, wordt deels verlegd; Er wordt gestreefd de historische lijnen in het landschap, zoals bestaande houtwallen en watergangen, zoveel mogelijk in stand te houden.

Hiernaast wordt gewerkt aan een landschappelijke visie voor Smakterheide. Het concept wordt weergeven in Figuur 4, maar een nadere uitwerking moet nog volgen.

Figuur 3: Concept ontwerp van het toekomstige gebruik van het bedrijventerrein Smakterheide Noord.

9

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 4: Landschappelijke visie (concept) Smakterheide.

1.5

Doel van het bureauonderzoek

Het doel van het bureauonderzoek is om op een integrale wijze inzicht te verschaffen in de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden die zich in het plangebied bevinden of verwacht worden. Indien de werkzaamheden een risico vormen voor de landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden in het plangebied, wordt een advies opgesteld voor de te nemen vervolgstappen. Een waardering van de elementen is niet opgenomen in dit onderzoek. Voor het onderdeel archeologie wordt een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel conform KNA 4.2 opgesteld en wordt een advies opgesteld over of, en waar, archeologisch vervolgonderzoek nodig is en uit welke onderzoeksmethode het vervolg moet bestaan.

1.6

Normen en werkwijze

Arcadis streeft naar een integrale aanpak van erfgoed. Erfgoed bevat zes pijlers (Figuur 5): archeologie, historische gebouwen, historisch landschap, natuurlijk erfgoed, collecties & objecten en immaterieel erfgoed. Deze aspecten vertonen een grote verbondenheid en onderlinge samenhang. Een integrale benadering van deze aspecten heeft een meerwaarde voor het project waarbinnen het wordt uitgevoerd. Het zorgt ervoor dat er een gedegen inventarisatie beschikbaar is en dat er een integrale erfgoedwaardering kan worden uitgevoerd. In dit bureauonderzoek ligt de focus op archeologie, historisch landschap, gebouwd erfgoed en in mindere mate natuurlijk erfgoed. Van collecties & objecten en immaterieel erfgoed is geen sprake in het plangebied. Deze worden buiten beschouwing gelaten. De overige pijlers laten zich omschrijven als: •

•

10

Archeologie: Deze pijler omvat alle bekende en onbekende, in en op het bodemarchief aanwezige resten van menselijke activiteiten, die wel of niet verstoord zullen gaan worden. Archeologie zal worden uitgevoerd volgens de KNA 4.2, protocol bureauonderzoek 4002. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de te verwachten aanof afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Historisch landschap: In deze pijler worden de elementen die behoren tot de historische geografie beschreven. Dit zijn cultuurhistorische punten, lijnen en vlakken, zoals cultuurhistorische landschappen, historisch groen, historische paden, sloten, dijken, beplantingen etc. als ook historische zichtlijnen en historische wegen-, verkavelings- en beplantingspatronen etc. Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

• •

Gebouwd Erfgoed: Deze pijler bestaat uit elementen die behoren tot de historische (steden)bouwkunde. Hieronder vallen beschermde stads- en dorpsgezichten, Rijksmonumenten, en waardevolle bouwkundige objecten (molens, boerderijen, sluizen, etc.) en ensembles (erven, dorpen, linten, landgoederen, etc.). Natuurlijk Erfgoed: Onderdeel van deze pijler zijn bijzondere elementen van het landschap die door natuurlijke processen zijn gevormd, zoals bijvoorbeeld een steilrand of een stuwwal. Ook aardkundige waarden vallen onder deze pijler.

Figuur 5: Zes pijlers van het cultureel erfgoed.

1.6.1

Werkwijze archeologie

De landschappelijke en archeologische situatie wordt beschreven op basis van een aantal bronnen. De landschappelijke opbouw en ontwikkeling van het onderzoeksgebied zegt veel over de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied. In combinatie met gegevens over bekende archeologische vondsten en historische gegevens wordt een verwachting opgesteld voor de kans op het aantreffen van archeologische resten. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de verwachte aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. De doelstellingen vermeld bij 1.5 worden bereikt door het beantwoorden van de volgende vragen: 1. 2. 3. 4.

Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Welke archeologische gegevens in en rond het plangebied zijn bekend? Welke historische gegevens (complexen en landgebruik) in en rond het plangebied zijn bekend? Wat is, op basis van bovenstaande gegevens, de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Wat zijn de prospectiekenmerken van de te verwachte vindplaatsen? In welke mate worden de bekende en/of verwachte archeologische vindplaatsen bedreigd door de geplande ontwikkeling? Is archeologisch vervolgonderzoek nodig en zo ja, welke onderzoeksmethode wordt geadviseerd?

5. 6.

Voor het onderdeel archeologie worden in ieder geval de volgende bronnen geraadpleegd: • • • • • • 11

Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Venray; Erfgoedverordening; Erfgoedkaart Limburg, Provincie Limburg; Beleidsprogramma Archeologie, Provincie Limburg; Archeologische Monumentenkaart (AMK); Relevante publicaties van reeds uitgevoerd archeologisch onderzoek; Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

• • • •

1.6.2

Historische kaarten: Topografisch Militaire Kaarten, kadasterkaart 1811-1832, Bonnekaart 1900; Bodemkaart, geomorfologische kaart, het AHN; Geologische informatie uit bijvoorbeeld het DINO-loket; Informatie uit ARCHIS3.

Werkwijze landschap en cultuurhistorie

Waarden in het historisch landschap zijn onder te verdelen in punten, lijnen en vlakken, waarbij een grote overlap bestaat met elementen zoals cultuurhistorische landschappen, historische paden, sloten, dijken en beplantingen, maar ook historische zichtlijnen en historische wegen-, verkavelings- en beplantingspatronen. Om te bepalen welke elementen in het landschap aanwezig zijn wordt gebruik gemaakt van historisch kaartmateriaal en cultuurhistorischlandschappelijke waardenkaarten van provincies en gemeenten. Tevens wordt gekeken naar aardkundige waarden binnen het onderdeel landschap, al hangt dit meer samen met het natuurlijk erfgoed. Het onderdeel cultuurhistorie omvat beschermde stads- en dorpsgezichten, Rijksmonumenten, en waardevolle bouwkundige objecten (molens, boerderijen, sluizen, etc.) en ensembles (erven, dorpen, linten, landgoederen, etc.). Om de doelstellingen benoemd in paragraaf 1.5 te bereiken worden de volgende vragen beantwoord: 1. Welke aardkundige of landschappelijke elementen zijn aanwezig in het projectgebied? 2. Indien er aardkundige of landschappelijke elementen zijn aangetroffen, hoe kunnen deze worden beschermd, behouden, versterkt of ingepast? 3. Welke cultuurhistorische elementen zijn er aanwezig in het projectgebied? 4.

Indien er cultuurhistorische elementen zijn aangetroffen, hoe kunnen deze worden beschermd, behouden, versterkt of ingepast? Aanvullend op de bronnen benoemd onder de werkwijze voor het onderdeel archeologie, worden de volgende bronnen geraadpleegd voor de onderdelen landschap en cultuurhistorie: • • • • • • •

Basiskaart Aardkundige Waarden; Provinciale Aardkundige Waardenkaart; Provinciale Cultuurhistorische kaart; Gemeentelijke Cultuurhistorische kaart; Indicatieve Kaart Militair Erfgoed; Atlas Groen Erfgoed; Monumentenregisters.

1.7 Juridisch- en beleidskader Europees: Verdrag van Malta (1992) Op 16 januari 1992 is door de Raad van Europa het Europese verdrag van Malta - ook wel bekend als de Conventie van Malta of het Verdrag van Valletta - gesloten. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. In het verdrag zijn drie uitgangspunten ten aanzien van de omgang met archeologie geïntroduceerd: • •

•

12

Het streven naar het behouden van archeologie in de bodem, het zogenaamde "behoud in situ" (artikel 4, tweede lid). De gedachte daarachter is dat er bodemarchief voor toekomstige generaties bewaard moet blijven. “Behoud in situ” wordt bereikt door in de planvorming tijdig rekening houden met de (mogelijke) aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, zodat er nog ruimte is voor archeologievriendelijke alternatieven (artikel 5). Dit gebeurt door vooraf onderzoek uit te voeren naar archeologische resten. Door er vooraf rekening mee te houden, wordt vertraging in bouwprocessen voorkomen. Wanneer ‘behoud in situ” niet mogelijk is, dienen de behoudenswaardige archeologische resten te worden veiliggesteld door middel van archeologisch onderzoek. Elke lidstaat die het Verdrag van Malta ondertekent, is verplicht maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat bij alle ontwikkelingsprojecten de kosten van het archeologisch onderzoek worden gedekt (artikel 6). In de Nederlandse wetgeving is dit vertaald in het ‘de verstoorder betaalt’-principe (Wet op de Archeologische Monumentenzorg 2008). De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de kosten van het archeologisch onderzoek en de uitwerking van de resultaten. Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Nationaal: Omgevingswet (2024) en Erfgoedwet (2016) Omgevingswet Alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving – de waarneembare omgeving door zicht, reuk en gehoor – zijn per 01-01-2024 opgenomen in de Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt regels over milieu, natuur, water, ruimtelijke kwaliteit, infrastructuur, bouwwerken en erfgoed. Erfgoed in de Omgevingswet wordt opgedeeld in zes categorieën: Stads- en dorpsgezichten, Monumenten, Archeologische monumenten, Cultuurlandschappen, Roerend en immaterieel cultureel erfgoed en Werelderfgoed. Inhoudelijk worden deze categorieën als volgt beschreven: 1. Stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken, van algemeen belang vanwege hun: schoonheid, onderlinge ruimtelijke/structurele samenhang, wetenschappelijke/ cultuurhistorische waarde, en in welke groepen zich een of meer monumenten bevinden. 2. Monumenten en hun omgeving: onroerende zaken die deel uitmaken van het cultureel erfgoed, inclusief de omgeving van de onroerende zaak. 3. Archeologische monumenten: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. 4.

Cultuurlandschappen: gebieden – landschappen – zoals die door mensen worden waargenomen, waarvan het karakter wordt bepaald door natuurlijke of menselijke factoren en de interactie daartussen die deel uitmaken van cultureel erfgoed. 5. Roerend en immaterieel cultureel erfgoed voor zover aan een locatie verbonden. Deze categorie omvat alle erfgoed die niet onder te brengen is in de bovenstaande categorieën, zolang ze aan een locatie verbonden kunnen worden. 6. Werelderfgoed: cultureel en/of natuurlijk erfgoed dat wordt beschouwd als onvervangbaar, uniek en universeel, en dat behouden dient te worden als eigendom van de hele wereld. In de Omgevingswet worden regels gesteld over: het opstellen van nationale, provinciale, gemeentelijke, en door waterschappen op te stellen, omgevingsplannen, omgevingsvisies en omgevingsprogramma’s. Erfgoed – en het behoud van erfgoed voor de toekomst – moet deel uitmaken van deze producten. Dit geldt ook voor Werelderfgoed. In de Omgevingswet komen verder de volgende zaken aan de orde: • • • • •

Aanwijzing van en omgang met beschermde stads- en dorpsgezichten gebeurt op grond van de Omgevingswet; Aanwijzing van en omgang met provinciale en gemeentelijke monumenten gebeurt op grond van de Omgevingswet; Vergunningverlening voor het wijzigen van (archeologische) Rijksmonumenten gebeurt op basis van de Omgevingswet; Omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving (vergunningen en integratie in planvorming) is geregeld in de Omgevingswet; Adviescommissies worden aangesteld op grond van de Omgevingswet.

Erfgoedwet (2016) Sinds 1 juli 2016 geldt de Erfgoedwet. Deze wet harmoniseert wet- en regelgeving omtrent roerend en onroerend erfgoed op land en in water, en vormt één integrale wet voor het beheer en behoud van cultureel erfgoed. In de Erfgoedwet komen de volgende zaken aan de orde: • • • •

Duiding van cultureel erfgoed en zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit is geregeld in de Erfgoedwet; Aanwijzing van Rijksmonumenten (gebouwde of aangelegde monumenten) gebeurt op grond van de Erfgoedwet; Aanwijzing van archeologische Rijksmonumenten gebeurt op grond van de Erfgoedwet; Het stelsel van archeologische certificering is geregeld in de Erfgoedwet.

1.7.1

Provinciaal beleid

Omgevingsverordening Limburg 2024 De omgevingsverordening van Limburg bevat de provinciale regels op het gebied van milieu, provinciale wegen, (grond-)water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. De regels zijn raadpleegbaar in een viewer 1. Relevant voor

1 https://limburg.viewer.ow.planoview.nl/planviewer

13

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

het huidige onderzoek zijn hoofdstukken 7 (Landschappen) en 11 (Cultureel Erfgoed). In het thema Landschappen toont de kaart van de groenblauwe mantel aan dat er ter plaatse van het plangebied sprake is van één van de kernkwaliteiten van de groenblauwe mantel, namelijk een beekdal. Naast ruimte voor water en waterberging in de laagten en beekdalen zijn de overige kernkwaliteiten het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. De kwaliteiten van het landschap worden verder uitgewerkt in het Landschapskader Noord en Midden-Limburg (zie beneden). Onder het thema Cultureel Erfgoed wordt alleen ingegaan op de herbenutting van monumentale en beeldbepalende gebouwen. Omgevingsvisie Limburg 2021 De omgevingsvisie beschrijft de lange termijn visie van de provincie voor de periode 2021 tot 2030-2050, door richting te geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en de balans te zoeken tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Per thema zijn meerdere ambities voor de toekomst beschreven. Zo ziet de provincie het behoud en (her)gebruik van cultureel erfgoed als provinciaal belang. De huidige cultuurhistorische kernkwaliteiten van o.a. de groenblauwe mantel dienen behouden, beheerd, ontwikkeld en beleefd te worden, terwijl de provincie de gemeenten ook ondersteund bij o.a. het opstellen van een erfgoedkaart.

Archeologie wordt gezien als interessante kwaliteit voor gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving, waarbij verscheidende archeologische initiatieven worden gestimuleerd en ondersteund door de provincie. Het thema landschap wordt in een apart hoofdstuk behandeld, met als generieke opgave het behoud, beheer, ontwikkeling en beleving van de landschappelijke, cultuurhistorische, natuurlijke en waterhuishoudkundige kernkwaliteiten van het landschap. Landschap dient als drager kwaliteit toe te voegen aan de verschillende transitieopgaven in de provincie. Hierbij krijgen de beekdalen bijzonder aandacht. Programma Landschap Mooi Limburg 2023-2026 Het Programma Landschap is opgesteld om de Limburgse landschappelijke kernkwaliteiten te versterken onder de Omgevingswet. De basis van het programma ligt in de maatschappelijke opgaven en richtinggevende uitspraken van de omgevingsvisie. Tevens zijn vier programmadoelen opgesteld: • Behoud van het Limburgs landschap door meer bescherming van unieke en kwetsbare landschappelijke kernkwaliteiten inclusief cultureel erfgoed; • Het bevorderen van de kwaliteit van het Limburgse landschap via de grote programma’s en transities; • Het verbeteren van het beheer van het Limburgs landschap; • Het waarderen, koesteren en stimuleren van de beleving van het Limburgse landschap. Versterken van het verhaal dat het landschap vertelt.

Met deze doelen in gedachten zijn 5 actielijnen opgesteld, waaronder verschillende ambities voor de toekomst zijn beschreven. Landschapskader Noord- en Midden-Limburg (2009) Het landschapskader biedt handvaten ter versterking van de landschappelijke kwaliteiten in Limburg, met als doel grip te krijgen op de kansen die het landschap biedt voor de toekomst. Aan de hand van kaarten wordt het ontstaan van de verschillende typen landschappen en hun kenmerken beschreven. De kaarten zijn beschikbaar in de viewer van de provincie, Atlas Limburg. Het plangebied ligt hierop voornamelijk in het dalen- en het cultuurlandschap: de beekdalen behoren tot het dalenlandschap en de ontginningen (natte en droge heideontginningen) tot het cultuurlandschap. Per gebied wordt ook ingegaan op de manieren waarop landschapselementen in de toekomst ontwikkeld kunnen worden en worden enkele voorbeelden gegeven. De volgende kwaliteitsimpulsen worden benoemd: • Versterken structurerende landschapstypen: o versterken van beek- en rivierdalen tot hoofdstructuur dragers van het landschap; o versterken bos- en mozaïeklandschappen inclusief ecologisch kwetsbare gebieden. • Versterken variatie in schaal en ruimte: o versterken van de variatie in open, halfopen en besloten gebieden.

• Evenwicht aanbrengen tussen rood en groen: o versterken cultuurhistorische waardevolle structuren; o aanbrengen van evenwicht tussen rood en groen in bebouwingsclusters en –linten buiten de bebouwde kom en in verrommelde en verdichte gebieden. Dit wordt vertaald naar de volgende maatregelen ter plaatse van het plangebied: • Ontwikkelen beek- en rivierdal; • Stimuleren erfbeplanting en versterken groenstructuren; • Openhouden en ontwikkelen groenstructuren. Cultuur en erfgoed voor iedereen (Beleidskader 2024-2027)

14

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

In het beleidskader ‘cultuur en erfgoed voor iedereen’ wordt ingegaan op de intrinsieke waarde van cultuur en erfgoed en de functie die zij hebben voor de maatschappij. De opgaves voor deze periode zijn het verbeteren en vergroten van de toegankelijkheid van cultuur en erfgoed in heel Limburg, een betere aansluiting tussen gevestigde instellingen en lokale initiatieven, het behoud van erfgoed voor huidige en toekomstige generaties en het stimuleren van de Limburgse taal. Met betrekking tot erfgoed zijn de volgende ambities van toepassing: • Instandhouding van gebouwd erfgoed: restauratie, duurzaamheid, herbestemming van ensembles • Archeologie: publieksbereik en participatie • Digitalisering • Verbindende kracht van het erfgoed: gebruik van de kracht van erfgoed om de regionale identiteit te versterken en de ruimtelijke kwaliteit te behouden • Ruimte voor nieuwe ontwikkelingen: erfgoed wordt ingezet als inspiratiebron bij maatschappelijke ontwikkelingen Beleidsprogramma archeologie Naast het beleidskader dat hierboven is beschreven, beschikt de provincie over een Nota Archeologie waarin de kansen, ambities en doelen van Limburg worden beschreven. Er zijn drie actielijnen opgesteld: archeologie in beeld en bereik, archeologie in verbinding en archeologie op basis van orde.

Van belang is dus om archeologische kennis te ontsluiten voor een breed publiek, de archeologie te verbinden met de samenleving (beleving) en het doelgericht en efficiënt uitvoeren van wettelijke archeologische verplichtingen. De provincie beschikt ook over een archeologiebalans, een kwalitatieve en kwantitatieve analyse van het actuele archeologisch onderzoek. Deze is voor het laatst geüpdatet in 2012. Hiernaast zijn drie publicaties beschikbaar die samen een overzicht geven van de archeologische kennis voor de periodes: vroege prehistorie, late prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Verder heeft de provincie ook een kaart met provinciale archeologische aandachtsgebieden. Het plangebied ligt niet binnen een van deze gebieden. Erfgoedkaart Limburg en Atlas Limburg De Erfgoedkaart Limburg is een instrument van en vóór gemeenten dat erfgoedwaarden in de fysieke leefomgeving in beeld brengt en input geeft voor het ontwikkelen van gemeentelijk erfgoedbeleid in relatie met andere opgaven. Het is een digitale viewer met een aantal lagen beschikbaar: gebouwde rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen. De Atlas Limburg is een verzameling van digitaal kaartmateriaal voor de provincie Limburg, waaronder archeologische, cultuurhistorische en landschappelijke kaarten.

Ook de gemeentelijke archeologische verwachtingskaarten zijn hierin opgenomen.

1.7.2

Gemeentelijk: tijdelijk omgevingsplan en beleidskaart

Gemeenten krijgen tot 01-01-2032 de tijd om het tijdelijk deel van het Omgevingsplan om te zetten naar een definitief Omgevingsplan. In het tijdelijk deel vallen onder andere de tot 01-01-2024 vigerende bestemmingsplannen en verordeningen. Het tijdelijk deel geldt totdat het nieuwe Omgevingsplan is vastgesteld. Input voor het tijdelijk deel van het Omgevingsplan is veelal een gemeentelijke archeologische beleidskaart. Deze is gebaseerd op een onderliggende archeologische verwachtings- en/of waardenkaart, welke een actueel overzicht van de archeologische verwachtingen en bekende archeologische waarden binnen de gemeentegrenzen biedt. Daarnaast hebben veel gemeenten een cultuurhistorische waarden- en/of beleidskaart opgesteld, waarop punt-, lijn- en vlakelementen zijn opgenomen die een historische waarde vertegenwoordigen. Bijvoorbeeld: monumenten, cultuurlandschappen, historische infrastructuur en/of waterwegen of historisch groen. De archeologische en cultuurhistorische kaarten dienen uiteindelijk opgenomen te worden in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

1.7.2.1

Gemeentelijk beleid landschap en cultuurhistorie

De gemeente Venray heeft het landschappelijk en cultuurhistorisch beleid voornamelijk verankerd in de omgevingsvisie 2, het ruimtelijke kwaliteitskader 3 en de vigerende bestemmingsplannen. De omgevingsvisie van Venray is raadpleegbaar via een online viewer en richt zich op toekomstige opgaven in de fysieke leefomgeving, als vertaling van de Toekomstvisie 2030 van de gemeente. De visie is opgedeeld in ambities, gebieden, thema’s en

2 https://omgevingsvisie.venray.nl/ 3 https://www.rkkvenray.nl/

15

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

waarden. Erfgoed is een waarde die kansen biedt voor het ontwikkelen van de gemeente en het versterken van de identiteit. Onder erfgoed vallen de gemeentelijke en Rijksmonumenten, cultuurhistorische elementen maar ook gebouwen uit de wederopbouwperiode. Bij nieuwe initiatieven dient rekening gehouden te worden met het bestaande erfgoed, waardoor deze elementen behouden of waar mogelijk versterkt worden. Onder de waarde Landschap wordt ingegaan op de drie globale landschapsvormen van Venray: het Maasdal, het esdorpenlandschap en het ontginningslandschap. Elk landschap heeft bepaalde kenmerken, waarvoor specifieke opgaven geformuleerd zijn. Volgens de Landschappelijke Waardenkaart van Venray ligt het plangebied in een oude ontginning grenzend aan een beekdal. De opgaven die samenhangen met deze elementen zijn samengevat in Tabel 1. Tabel 1: Opgaven landschapstypen gemeente Venray. Element Beekdalen

Beschrijving De beekdalen waren in gebruik als weidegrond. Door kanalisatie zijn de oorspronkelijk vochtige bodems in de beekdalen veelal drooggelegd, waardoor ecologisch waardevolle natte milieus steeds zeldzamer zijn. De relatie tussen de beek en het beekdal is als gevolg ook niet overal herkenbaar meer. De oude graslanden in de beekdalen zijn deels wel nog in gebruik als grasland.

Oude ontginningsgebieden

De oude ontginningsgebieden grenzen vaak aan beekdalen of akkercomplexen. Deze gebieden worden grotendeels gekenmerkt door kleinschalige landschappen en in mindere mate als oude bouwlanden. Beide landschappen zijn oude heidelandschappen die in gebruik zijn genomen als bouwland.

Kenmerken en opgaven • grasland, ruimte voor water en natuurontwikkeling; water als leidend principe. • lineaire landschapselementen loodrecht op beek en beekbegeleidende beplanting. • beek(dal)herstel. • bebouwing zeer beperkt mogelijk mits op hogere gronden en passend in bebouwingstructuren. • geen bebouwing in beekdalen. • er is sprake van afwisseling tussen openheid en geslotenheid. • grondgebonden teelten in de vorm van akkerbouw of tuinbouw. • houtopstanden/houtwallen op perceelsranden samen met lineaire landschapselementen. • alleen binnen linten en clusters liggen mogelijkheden voor verdichting. • uitbreiding van landbouwactiviteiten passend bij de schaal van het landschap.

Het ruimtelijke kwaliteitskader van de gemeente Venray legt vast welke waarden en karakteristieken belangrijk zijn om te behouden en welke randvoorwaarden gelden bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Het kader is opgedeeld in verschillende gebieden, waaronder het landelijk gebied waarin het plangebied zich bevindt, welke raadpleegbaar zijn via een kaart. Op basis hiervan ligt het plangebied in de gebieden ‘beekdalen’, ‘oude ontginningsgebieden’ en voor een heel klein deel ‘natuurgebieden’ (zie ook Figuur 6). De waarden en relevante uitgangspunten per gebiedstype worden samengevat in Tabel 2. Tabel 2: Ruimtelijk kwaliteitskader Venray. Gebied Beekdalen

16

Waarden • Landschapstype voor waterberging; • Afwezigheid bebouwing in beekdal; alleen in linten op randen van beekdallandschap; • Robuust netwerk dat natuurgebieden verbindt; • Ecologisch waardevolle vochtige/natte milieus in lager gelegen deel van beekdal; • Open zichtlijnen vanaf randen beekdal richting de beek;

Uitgangspunten (niet uitsluitend) • Herontwikkeling beekdalen zodat deze zichtbaar en herkenbaar zijn; • Versterken van kleinschalige karakter van beekdal, door toevoeging (kleinschalige) landschapselementen; • Wegen worden landschappelijk aangezet met laanbeplanting; • Behoud van openheid van het beekdal, beekdal is in principe onbebouwd, uitbreiding bedrijvigheid alleen aan randen; • Houtsingels op perceelsgrenzen; • Bebouwing is gesitueerd en georiënteerd op de weg; • Gebruik gebiedseigen beplanting.

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

• Oude ontginningsgebieden

•

• • •

Mozaïekstructuur tussen openheid graslanden en landschapselementen. Afwisseling open en gesloten gebieden door variatie aan groenstructuren op erfranden en perceelsgrenzen; Laanbeplanting langs wegen; Mozaïekstructuur en diversiteit in kavelgrootte; Bebouwing veelal gelegen in linten of bebouwingsclusters.

• • • • • • •

Natuurgebieden

• • • • •

Besloten karakter; Hoge natuurwaarden; Rechtlijnige padenstructuur in bossen nabij de jonge ontginningen; Het reliëf van de (oude)stuifduinen; Afwezigheid van bebouwing.

• • •

Instandhouding grillige verkaveling en zo mogelijk, zichtbaarder maken door beplanting op perceelsgrenzen; Aandacht voor behoud en bescherming cultuurhistorische structuren, zoals houtopstanden; Wegen worden aangeplant met laanbeplanting; Opknappen waardevolle (historische) bebouwing; Herstel van historische beplantings-, wegenen padenstructuren; Bebouwing past in kleinschalige landelijke omgeving d.m.v. gebiedseigen erf(rand)beplanting; Ontwikkelingsrichting mag nooit ten koste gaan van aaneengesloten landschapselementen, zoals houtwallen en singels. Behoud het plaatselijke microreliëf; Behoud rechtlijnige verkavelingsstructuur in de bossen nabij de jonge ontginningen; Veel gebiedseigen en boomrijke beplanting.

Figuur 6: De omgeving van het plangebied op het ruimtelijke kwaliteitskader van de gemeente Venray. Blauw = beekdal, geel = oud ontginningsgebied en groen = natuurgebied. (Bron: https://www.rkkvenray.nl/).

De gemeente Venray beschikt ook over een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld door RAAP in 2007. Op deze kaart zijn de bouwhistorische en historisch-geografische elementen en de archeologische vindplaatsen aangegeven. Deze elementen zijn echter niet altijd herkenbaar in het beleid als uitgewerkt in de bestemmingsplannen. De aanwezige elementen worden verder besproken in paragraaf 4.2.

17

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Zoals benoemd is het gemeentelijk beleid rondom landschappelijke en cultuurhistorische waarden ook opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen, in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan Buitengebied Venray (2010), waarin meerdere relevante enkel- en dubbelbestemmingen zijn opgenomen. Deze worden toegelicht in Tabel 3. Tabel 3: Beleid landschap en cultuurhistorie. Enkel- of dubbelbestemming Dubbelbestemming ‘Waarde – Beekdal’

Dubbelbestemming ‘Waarde – Ontwikkelingszone Groen’

Dubbelbestemming ‘Waarde – Houtopstanden en houtwallen’

Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’

Enkelbestemming ‘Agrarisch’

1.7.2.2

Omschrijving Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de natuurwaarden die verbonden zijn aan een vochtig milieu, landschapswaarden alsmede behoud van kwelgebieden. Een omgevingsvergunning is vereist voor werkzaamheden zoals afgraven, ophogen en het verwijderen/aanbrengen van bomen/struiken. De vergunning kan slechts worden verleend indien door de werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de landschappelijke en/of natuurwaarden van deze gronden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig (kunnen) worden verkleind. Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en de ontwikkeling van de potentiële natuur- en landschapswaarden in het gebied. Een omgevingsvergunning is vereist voor werkzaamheden zoals afgraven, bemaling en het planten van bomen/struiken. De vergunning wordt alleen verleend indien de natuurwaarden van deze gronden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig (kunnen) worden verkleind. Deze gronden zijn mede bestemd voor de landschappelijke waarden in het gebied waar de houtopstand typerend is voor de lokale omstandigheden. Een omgevingsvergunning is vereist voor werkzaamheden zoals afgraven, ophogen en het verwijderen van bomen/struiken.

De vergunning kan alleen verleend worden indien de natuurwaarden van deze gronden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig (kunnen) worden verkleind. Deze gronden zijn (mede) bestemd voor het behoud, ontwikkeling en versterking van de aanwezige landschappelijke waarden, in het bijzonder van het esdorpenlandschap en de beekdalen; en voor erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen en bosschages. Bij het wijzigen van de bestemming dient veelal aangetoond te worden dat de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast. De ontwikkeling dient gericht te zijn op het verbeteren van de omgevingskwaliteit, aangetoond door middel van een landschappelijk inpassingsplan. Deze gronden zijn (mede) bestemd voor erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen en bosschages. Bij het wijzigen van de bestemming dient veelal aangetoond te worden dat de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en/of archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast. De ontwikkeling dient gericht te zijn op het verbeteren van de omgevingskwaliteit, aangetoond door middel van een landschappelijk inpassingsplan.

Gemeentelijk beleid archeologie

Het archeologisch beleid van de gemeente Venray is verankerd in de erfgoedverordening, de archeologische beleidskaart en de vigerende bestemmingsplannen. De vigerende gemeentelijke erfgoedverordening is opgesteld in 2010, echter is dit jaar een vernieuwde erfgoedverordening opgesteld in verband met het in werking treden van de Omgevingswet. Het college is akkoord gegaan met de nieuwe erfgoedverordening op 7 mei 2024 4, maar de vernieuwde versie is alleen als bijlage bij het besluit beschikbaar en nog niet als vigerende verordening op bijvoorbeeld Overheid.nl. De vernieuwde erfgoedverordening bevat de regels omtrent het aanwijzen, beschermen en wijzigen van gemeentelijk beschermde cultuurgoederen/verzamelingen, monumenten en stads- of dorpsgezichten. Ook bevat het een vangnet archeologie. In de erfgoedverordening daterend uit 2010 zijn de regels omtrent het

4 https://www.venray.nl/collegebesluiten-7-mei-2024

18

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

aanwijzen, beschermen en/of wijzigen van gemeentelijke monumenten en zaken, Rijksmonumenten en archeologische terreinen opgenomen. De archeologische beleidskaart van de gemeente Venray is geactualiseerd door RAAP in 2011. Hierop zijn zeven beleidscategorieën weergeven, evenals de provinciale aandachtsgebieden. De categorieën zijn gekoppeld aan een archeologische verwachting en aan bijbehorende vrijstellingsgrenzen voor de uitvoer van archeologisch onderzoek. In het plangebied zijn de volgende categorieën van toepassing: 3, 4, 5, 6 en 7 (Figuur 7). Het beleid dat hiermee samenhangt wordt toegelicht in Tabel 4. De archeologische verwachtingen worden verder toegelicht aan de hand van de gemeentelijke verwachtingskaarten in paragraaf 3.1. Tabel 4: Gemeentelijk archeologisch beleid. Beleidscategorie Categorie 3 Categorie 4 Categorie 5 Categorie 6 Categorie 7

Verwachting Overige monumenten en bufferzone rondom de bekende vindplaatsen Droge en natte gebieden met een hoge verwachting Droge en natte gebieden met een middelhoge verwachting Droge en natte gebieden met een onbekende verwachting Droge en natte gebieden met een lage verwachting, vrijgegeven of verstoorde gebieden

Vrijstellingsgrenzen 50 cm -mv en 100 m2 50 cm -mv en 500 m2 50 cm -mv en 2500 m2 50 cm -mv en 2500 m2 50 cm -mv; bij grootschalige herinrichting is een bureauonderzoek wenselijk

Figuur 7: Het plan- en onderzoeksgebied op de gemeentelijke archeologische beleidskaart.

19

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Daarnaast is het gemeentelijk beleid opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen, in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan Buitengebied Venray (2010), waarin de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 2’ van toepassing zijn. De vrijstellingsgrenzen bedragen 50 cm -mv en respectievelijk 2500 m2 en 500 m2. Voor enkele delen van het plangebied geldt geen dubbelbestemming archeologie. Terwijl het beleid in het bestemmingsplan deels overeenkomt met het beleid uit de gemeentelijke archeologische beleidskaart, is Categorie 3 (‘overige monumenten en bufferzone rondom bekende vindplaatsen’) niet aanwezig in het bestemmingsplan, hetgeen vermoedelijk kan worden verklaard doordat de beleidskaart jonger (2011) is dan het bestemmingsplan (2010).

20

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

2

Landschap

2.1

Inleiding

De keuze voor een vestigingslocatie werd in het verleden in grote mate bepaald door de landschappelijke omgeving en de mogelijkheden die hierin geboden werden. De locatie was afhankelijk van de landschappelijke omstandigheden en voorwaarden veranderden gedurende de perioden. Een relatief hoge plaats ten opzichte van de omgeving en beschikbaarheid van (stromend) water gold voor nagenoeg alle perioden als voorwaarde voor een vestigingslocatie. Gedurende de jager/verzamelaar periode (tot en met het Neolithicum) was echter met name de beschikbaarheid van natuurlijke voedselbronnen van belang, terwijl de landbouwers (vanaf de Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen) de voorkeur hadden voor de aanwezigheid van vruchtbare gronden voor akkerbouw. De geologische, geomorfologische en bodemkundige situaties zijn daarom van belang voor het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Naast de landschappelijke kaarten en hun bijbehorende legenda’s, wordt voor dit hoofdstuk gebruik gemaakt van de gebiedsbeschrijvingen 5, het landschapskader 6 en voorgaand onderzoek 7.

2.2

Ontstaansgeschiedenis

Het plangebied ligt in het zuidelijke zandgebied in het gebied de Peel, een regio mede gevormd door tektonische bewegingen. De Peel ligt op een hoger deel (de Peelhorst) met ten oosten en westen hiervan lagere delen (‘slenken’). De overgang tussen horst en slenk kan abrupt zijn en wordt een breuk genoemd. Er lopen een aantal zuidoostnoordwest georiënteerde breuklijnen door het gebied heen. De aardkorst beweegt met een andere snelheid of in een andere richting aan weerszijden van deze breuklijnen, waardoor gebieden omhoog of omlaag komen en de horsten en slenken gevormd worden. De belangrijkste breuklijn is de Peelrandbreuk, welke op sommige plaatsen zichtbaar is in het landschap. De gronden op de Peelhorst waren natter dan de lagergelegen gronden ten westen hiervan, doordat de breuklijn niet veel water doorliet en water dus moeilijk van oost naar west kon stromen. De tektonische bewegingen in het gebied zorgde er verder door dat de Maas rond de 400.000 jaar geleden naar het oosten verschoof en min of meer op de huidige plaats kwam te liggen. Onderstaand wordt vanaf de laatste ijstijd beschreven hoe het natuurlijke landschap is ontstaan en door welke processen het landschap is beïnvloed.

2.2.1

Weichselien (ca. 115.000-10.000 jaar BP)

Tijdens het Weichselien bereikte het landijs Nederland niet, maar heerste er wel periglaciale klimaatomstandigheden en was sprake van een toendra landschap. De lagere temperaturen zorgde ervoor dat vegetatie schaars was, waardoor de wind vrij spel had. Verstuiving vond op grote schaal plaats, waarbij een dikke laag dekzand over het landschap werd afgezet. Op veel plaatsen bedekte dit zand de oudere afzettingen, waarbij duinen of dekzandruggen en laagten ontstonden, met als resultaat een golvend zandlandschap met duidelijke hoogteverschillen. Het dekzand behoort tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Uit de boringen gezet in en rondom het plangebied blijkt dat het dekzand in het zuiden aan het maaiveld kan voorkomen (zie paragraaf 2.3.7). In het midden en noorden van het plangebied is geen dekzand binnen de eerste 2 meters aangetroffen, waarschijnlijk samenhangend met de activiteit van het later ontstane beekdal. Aan de randen van het gebied, voornamelijk op de flank van het Maasdal (ten oosten van het plangebied), ontstonden kleine smeltwaterdalen. In de laatste fase van het Weichselien sneden de beken zich diep in het dekzand.

2.2.2

Holoceen (10.000 jaar BP tot heden)

Tijdens het Holoceen werd het klimaat geleidelijk warmer en vochtiger. Het landschap dat tijdens de ijstijden was ontstaan, werd vastgelegd door toenemende vegetatie en de daardoor afnemende erosie. Omdat de temperatuur steeg smolten de ijskappen en begon de zeespiegel te stijgen, waardoor de grondwaterspiegel ook steeg. In de lage delen van het landschap vormden zich hierdoor een veenpakket. De toendra maakte plaats voor een parkachtig landschap met dennen, loofbomen en struiken. De landschappelijke ontwikkeling wordt weergegeven aan de hand van de paleogeografische kaartenreeks (Vos e.a. 2018). Deze wordt weergeven in Figuur 8 en Figuur 9.

5 Haartsen 2009; Raap 2022 6 Jansen en Droesen 2006 7 Beurskens 2018

21

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Tijdens het Holoceen veranderde de Maas van een vlechtende rivier tot een meanderende. Leem- en kleilagen werden afgezet in de overstromingsvlakte van de Maas en in de dalen van zijrivieren. Ten oosten van het plangebied is op het AHN het Maasdal met bijbehorende terrassen zichtbaar (Figuur 14). Ook op de paleogeografische kaarten zijn de veranderingen in de loop van de Maas te zien (Figuur 8, Figuur 9). Zoals benoemd was sprake van een nat milieu op de Peelhorst, omdat water moeilijk weg kon stromen. Als gevolg ontstond hier door de eeuwen heen een groot, aaneengesloten veengebied, wat uiteindelijke leidde tot het hoogveengebied van de Peel. Slechts een klein deel hiervan bestaat vandaag nog. Terwijl het veen aanvankelijk ontstond vanuit ondiepe meertjes in het dekzandgebied, werden de randen van het veenmoeras steeds natter en breidde het veen zich hiervandaan uit. Zo raakten de eerst geïsoleerde veentjes elkaar totdat grote oppervlakten bedekt raakten. Langs de randen van het grote veengebied waren de hoge delen van het landschap begroeid met eiken-berkenbos, terwijl er langs de beekdalen elzen-essenbossen stonden. Het plangebied bevindt zich ten oosten van dit uitgebreide veengebied, langs het Loobeekdal. Ook in de beekdalen stagneerde de waterafvoer en ontwikkelde zich veen.

Op de paleogeografische kaarten is te zien dat er nabij het plangebied in het beekdal al sprake is van veenvorming rond 3850 n. Chr., en dat dit geleidelijk toeneemt in omvang tot aan de Middeleeuwen. Het beekdal was eerst een moerassig gebied dat water vasthield en eventueel oppervlakkig liet afstromen richting de Maas. De Loobeek ontsprong oorspronkelijk in de Peel, maar nadat dit gebied was verveend tegen het begin van de 20ste eeuw, diende de beek ter ontwatering van de landbouwgebieden. De Loobeek is mogelijk al in de (Late) Middeleeuwen in het bestaande beekdal gegraven om het gebied te ontwateren. Het beekdal wordt pas als watervoerend aangegeven op de paleogeografische kaart van 1850. Op de hoger gelegen zandgronden, zoals ter plaatse van Venray, was wel sprake van goede ontwatering. Deze hoge gronden kregen echter te maken met zandverstuivingen, grotendeels als gevolg van menselijke handelingen zoals ontbossing en het afplaggen van heidevelden. Het stuifzand behoort tot het Laagpakket van Kootwijk en is volgens de geologische kaart ten zuiden van het plangebied aanwezig (Figuur 10). Op de paleogeografische kaart (vanaf 1850) zijn tevens meerdere stuifzandgebieden in de omgeving te zien (Figuur 9).

22

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 8: Het plangebied op de paleogeografische kaartenreeks (Vos et al 2018).

23

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 9: Het plangebied op de paleogeografische kaartenreeks (Vos et al 2018). 24

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

2.3

Gegevens in het plangebied

2.3.1

Aardkunde

Er liggen geen nationale of provinciale aardkundige waarden in het plangebied. Wel is in het noorden van het plangebied sprake van een beekdalenlandschap uit het Laat-Glaciaal (12.900-10.150 jaar geleden). De beekdalen zijn van belang voor hun natuur- en landschappelijke waarden, dit is ook in het gemeentelijk beleid vastgesteld. Kenmerkend voor de beekdalen zijn (zie ook Tabel 2): • • • • • •

Landschapstype voor waterberging; Afwezigheid bebouwing in beekdal; alleen in linten op randen van beekdallandschap; Robuust netwerk dat natuurgebieden verbindt; Ecologisch waardevolle vochtige/natte milieus in lager gelegen deel van beekdal; Open zichtlijnen vanaf randen beekdal richting de beek; Mozaïekstructuur tussen openheid graslanden en landschapselementen.

2.3.2

Geologie

De geologische kaart van Nederland geeft inzicht in de verschillende aardlagen in de ondergrond. De aanwezigheid van specifieke afzettingen biedt inzicht in de ontstaansgeschiedenis van het landschap ter plaatse. Het plangebied is weergeven op de geologische kaart in Figuur 10 en ligt grotendeels in de geologische zone Bx5: Laagpakket van Wierden; dekzand, met in het noordwesten de zone Bx3: Laagpakket van Singraven; veen. In het zuidoosten grenst het plangebied aan de zone Bx1: Laagpakket van Kootwijk; stuifzand. Richting de Maas is de volgende geologische zone aanwezig: Be4: Formatie van Beegden veelal met een dek van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden; rivierzand en -grind veelal met een zanddek. De Formatie van Boxtel bestaat uit afzettingen gevormd vanaf het Midden-Pleistoceen tot aan het Vroeg-Holoceen en komt veelal aan maaiveld voor. Het Laagpakket van Wierden bestaat uit dekzand, afgezet tijdens de ijstijden. Het Laagpakket van Singraven bestaat uit (grotendeels Holocene) beekafzettingen van grind, zand, klei en leem, met veen aanwezig op de locaties waar moerassen zich vormden en geen sprake was van erosie. De afzettingen behorend tot dit laagpakket zullen gerelateerd zijn aan de Loobeek. Het Laagpakket van Kootwijk bestaat uit stuifzand, fijn zand dat door de wind is verplaatst en weer afgezet.

Vaak zijn stuifzandgebieden (mede) gevormd als gevolg van menselijke ingrepen en relatief recent is gevormd. De Formatie van Beegden bestaat uit alle afzettingen van de Maas, waarbij elk rivierterras een eigen laagpakket vormt. De afzettingen bestaan uit zand en grind, met in mindere mate leem- en kleilagen.

25

Onze referentie: PYUQU2MPA2D3-785090303-327:0.2 - Datum: 4 augustus 2025 - Public

BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD, GEMEENTE VENRAY

Figuur 10: Het plangebied op de geologische kaart van Nederland.

2.3.3

Geomorfologie en bodem

Op de geomorfologische kaart zijn de volgende elementen in het plangebied aanwezig (Figuur 11): • • •

R42: Beekdalbodem. Dit betreft het laagst gelegen vlakke deel van het dal van een ingesneden beek. Beekdalbodems kunnen worden begrensd door fluviatiele terrassen ontstaan bij het insnijden van de beek of door dekzandlandschappen. H42: Glooiing van beekdalzijde. Dit zijn hele flauwe hellende terreinen aan de randen van beekdalen, met hoogteverschillen tot 1,5 – 5 meter. L51: Dekzandwelvingen. Dit zijn zwak golvende oppervlakken in het dekzandgebied, vaak op flauwe hellingen. Op de hogere delen kan een oud bouwlanddek liggen.

Op de bodemkaart komen de volgende bodemsoorten voor in het plangebied (Figuur 12): • • • •

EZg21: Lage enkeerdgronden, leemarm en zwak lemig fijn zand. Dit zijn dikke eerdgronden met een akkerdek bestaande uit zand en een lage ligging t.o.v. het grondwater. De bovengrond bestaat uit leemarm of zwak lemig fijn zand. pZn21: Gooreerdgronden, leemarm en zwak lemig fijn zand. Dit zijn kalkloze zandgronden met een minerale eerdlaag van 15-50 cm dikte. De bovengrond bestaat uit leemarm of zwak lemig fijn zand. Hn21: Veldpodzolgronden, leemarm en zwak lemig fijn zand. Dit zijn humuspodzolgronden zonder ijzerhuidjes met een dunne humushoudende bovengrond. De bovengrond bestaat uit leemarm of zwak lemig fijn zand. zVz: Meerveengronden op zand zonder humuspodzol, beginnend ondieper dan 120 cm. Dit zijn rauwveengronden met een zanddek eventueel met minerale eerdlaag. De ondergrond bestaat uit zand zonder humuspodzol-B-horizont.

Enkeerdgronden zijn de oude akkers of bouwlanden die vanaf de Middeleeuwen zijn ontstaan als gevolg van het toepassen van potstalbemesting. Door de eeuwenlange bemesting vormde zich doorgaans (zie beneden) een akkerdek op de akkers, waardoor eventuele archeologische resten hieronder goed bewaard kunnen zijn. Deze 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16859762/1