CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord vastgesteld 1 Regeling

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide-Noord19.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Meldingsplicht

a. Het is verboden te bouwen op of in deze gronden zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. b. Bij de melding worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 1. kleurenfoto’s van de bestaande situatie; 2. opgave van de hoogte, breedte en diepte van het bouwwerk; 3. voor zover het een gebouw betreft tekeningen van alle gevels van het gebouw; 4. opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. 5. een onderbouwing dat de natuurlijke, cultuurhistorische en visueel-landschappelijke waarden niet onevenredig worden geschaad.

29

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 11 11.1

Verkeer

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Verkeer. 11.2

Oogmerken

Voor deze functie worden de volgende doelen nagestreefd: a. Het realiseren en instandhouden van een goede en verkeersveilige interne ontsluitingsstructuur voor het bedrijventerrein; b. het bevorderen van duurzame mobiliteit voor alle weggebruikers. 11.3

Specifieke zorgplicht

Degene die een milieubelastende activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.2, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 11.4

Toedeling

Op en in de gronden die zijn aangewezen als Verkeer zijn de volgende functies toegestaan: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

wegen; voet- en rijwielpaden; groenvoorzieningen; kunstwerken; voorzieningen van algemeen/openbaar nut; water; ondergrondse en/of bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen. in-/uitritten ten behoeve het ontsluiten van de binnen de functie 'Bedrijventerrein' gelegen kavels, met dien verstande dat de kavels met de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel N' en 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel O' niet mogen ontsluiten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - zone inritten niet toegestaan'.

11.5

Beoordelingsregels bouwen

Op en in de gronden die zijn aangewezen als Verkeer mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht waarvoor de volgende regels gelden: a. de bouwwerken passen qua aard en afmetingen bij deze functie; b. de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer bedraagt maximaal 12 m; c. de bouwhoogte van kunstobjecten bedraagt maximaal 12 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. 11.6

Verbod

Het gebruik van de gronden of opstallen voor motorbrandstofverkooppunten is verboden.

30

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 12 12.1

Water

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Water. 12.2

Oogmerken

Voor deze functie worden het volgende doel nagestreefd: a. de bescherming van de waterhuishoudkundige functie. 12.3

Specifieke zorgplicht

Degene die een milieubelastende activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 12.2, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 12.4

Toedeling

Op en in de gronden die zijn aangewezen als Water zijn de volgende functies toegestaan: a. Water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder voorzieningen voor waterberging, wateraanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen; b. groenvoorzieningen; c. waterstaatkundige kunstwerken, bruggen en andere waterstaatswerken; d. voet- en rijwielpaden, onderhoudspaden en calamiteitenontsluitingen; e. (openbare) nutsvoorzieningen. 12.5

Beoordelingsregels bouwen

Op en in de gronden die zijn aangewezen als Water mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht waarvoor de volgende regels gelden : a. de bouwwerken passen qua aard en afmetingen bij deze functie; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 m.

31

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 13 13.1

Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Leiding Bovengrondse hoogspanningsverbinding. 13.2

Oogmerk

Voor deze functie worden de volgende doelen nagestreefd: a. het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet voor de bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het elektriciteitstransportnet tegen activiteiten in de nabijheid van het transportnet; c. waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet. 13.3

Functieomschrijving

Een als 'Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding' aangewezen locatie heeft als functie: a. de realisatie, instandhouding en bescherming van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een maximum spanning van 150 kV en de bijbehorende belemmeringenstrook; b. toegangswegen en andere (tijdelijke) voorzieningen ten behoeve van de functie en andere bouwwerken. waarbij artikel 26.2 in acht dient te worden genomen. 13.4

Beoordelingsregels omgevingsactiviteit bouwen

Voor het bouwen op en in de als 'Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding' aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. op of in de in dit artikel bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de bovengrondse hoogspanningsverbinding worden gebouwd; b. op of in de in dit artikel bedoelde gronden zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen; c. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 50 meter; d. vervanging, vernieuwing van bestaande bouwwerken is toegestaan, mits de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 13.5

Omgevingsplanactiviteit - bouwen

13.5.1 Bouwactiviteiten Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 13.4 voor het toestaan van een bouwactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 13.5.2 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.5.1 wordt alleen verleend als: a. het bouwwerk, geen gebouw zijnde, mogelijk is op grond van de overige op deze locatie aanwezige functies; b. de activiteit geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de bovengrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de bovengrondse hoogspanningsverbinding betrekken.

32

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

13.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.6.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e.

het aanbrengen en/of rooien van hoogopgaande beplanting en bomen; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen en egaliseren; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dampen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het aanleggen van een zonnepark; h. het permanent opslaan van goederen of materialen; i. het tijdelijk opslaan van brandbare stoffen en/of materialen. 13.6.2 Uitzonderingen Het in artikel 13.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer ten aanzien van de hoogspanningsverbinding en belemmeringenstrook betreffen; b. reeds in uitvoering zijn krachtens een verleende omgevingsvergunning, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. betrekking hebben op de aanleg en het beheer van de bovengrondse hoogspanningsverbinding.

13.6.3 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 13.6.1 wordt alleen verleend als de activiteit geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de bovengrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de bovengrondse hoogspanningsverbinding betrekken.

33

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 14 14.1

Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Leiding Ondergrondse hoogspanningsverbinding'. 14.2

Oogmerk

Voor deze functie worden de volgende doelen nagestreefd: a. het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet voor de bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het elektriciteitstransportnet tegen activiteiten in de nabijheid van het transportnet; c. waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet 14.3

Functieomschrijving

Een als 'Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding' aangewezen locatie heeft als functie: a. de realisatie, instandhouding en bescherming van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een maximum spanning van 150 kV en de bijbehorende belemmeringenstrook; b. toegangswegen en andere (tijdelijke) voorzieningen ten behoeve van de functie en andere bouwwerken. waarbij artikel 26.2 in acht dient te worden genomen. 14.4

Beoordelingsregels omgevingsactiviteit bouwen

Voor het bouwen op en in de als 'Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding' aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. op of in de in dit artikel bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de ondergrondse hoogspanningsverbinding worden gebouwd; b. op of in de in dit artikel bedoelde gronden zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen; c. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter; d. vervanging, vernieuwing van bestaande bouwwerken is toegestaan, mits de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 14.5

Omgevingsplanactiviteit - bouwen

14.5.1 Bouwactiviteiten Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 14.4 voor het toestaan van een bouwactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 14.5.2 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.5.1 wordt alleen verleend als: a. het bouwwerk, geen gebouw zijnde, mogelijk is op grond van de overige op deze locatie aanwezige functies; b. de activiteit geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de bovengrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de bovengrondse hoogspanningsverbinding betrekken.

34

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

14.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.6.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d.

het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen, dieper dan 0,80 meter onder peil; het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 0,80 meter onder peil; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen dieper dan 0,80 meter onder peil; e. het aanbrengen van andere kabels en leidingen anders dan in de functieomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; f. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; g. het aanleggen van drainage dieper dan 1,0 meter onder peil; h. het aanbrengen van verhardingen, wegen en paden; i. het opslaan van goederen. 14.6.2 Uitzonderingen Het in artikel 14.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer ten aanzien van de hoogspanningsverbinding en belemmeringenstrook betreffen; b. reeds in uitvoering zijn krachtens een verleende omgevingsvergunning, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. betrekking hebben op de aanleg en het beheer van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.

14.6.3 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 14.6.1 wordt alleen verleend als de activiteit geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de bovengrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de bovengrondse hoogspanningsverbinding betrekken.

35

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 15 15.1

Waarde - Archeologie 4

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 4. 15.2

Oogmerk

Voor deze functie wordt het volgende doel nagestreefd: a. het behoud van het cultuurhistorisch erfgoed. 15.3

Functieomschrijving

Een als 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen locatie heeft als functie de instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen, waarbij artikel 26.2 in acht dient te worden genomen. 15.4

Beoordelingsregels omgevingsactiviteit bouwen

Voor het bouwen op en in de als 'Waarde - Archeologie 4' aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. er mag op basis van de overige op deze locatie aanwezige functies worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 500 m² per kavel gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; b. Indien de verstoring meer dan 500 m² per kavel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 centimeter dient de aanvrager een rapport (bureauonderzoek, inventariserend (verkennend, karterend of waarderend) veldonderzoek d.m.v. proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3.

de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.5.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren die de archeologische waarden verstoren, indien bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de verstoring van gronden meer dan 500 m² per kavel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het oorspronkelijke maaiveld) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen;

36

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

f.

het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt). 15.5.2 Uitzonderingen Het in artikel 15.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. blijkens een rapport van een door van gemeentewege erkende archeologisch deskundige (voortoets) de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de functie 'Verkeer' betreft. 15.5.3 Beoordelingsregels Een in artikel 15.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken of werkzaamheden of door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

37

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 16 16.1

Waarde - Archeologie 5

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 5. 16.2

Oogmerk

Voor deze functie wordt het volgende doel nagestreefd: a. het behoud van het cultuurhistorisch erfgoed. 16.3

Functieomschrijving

Een als 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen locatie heeft als functie de instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen, waarbij artikel 26.2 in acht dient te worden genomen. 16.4

Beoordelingsregels omgevingsactiviteit bouwen

Voor het bouwen op en in de als 'Waarde - Archeologie 5' aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. er mag op basis van de overige op deze locatie aanwezige functies worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 2.500 m² per kavel gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; b. Indien de verstoring meer dan 2.500 m² per kavel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 centimeter dient de aanvrager een rapport (bureauonderzoek, inventariserend (verkennend, karterend of waarderend) veldonderzoek d.m.v. proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3.

de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 16.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.5.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren die de archeologische waarden verstoren, indien bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de verstoring van gronden meer dan 2.500 m² per kavel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het oorspronkelijke maaiveld) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren);

38

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt). 16.5.2 Uitzonderingen Het in artikel 16.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. blijkens een rapport van een door van gemeentewege erkende archeologisch deskundige (voortoets) de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de functie 'Verkeer' betreft. 16.5.3 Beoordelingsregels Een in artikel 16.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken of werkzaamheden of door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

39

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 17 17.1

Waterstaat - Beschermingszone watergang

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waterstaat Beschermingszone watergang. 17.2

Oogmerk

Voor deze functie wordt het volgende doel nagestreefd: a. de instandhouding van de nabijgelegen waterloop. 17.3

Functieomschrijving

Een als 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen locatie heeft als functie de bescherming van de nabij gelegen waterloop, waarbij artikel 26.2 in acht dient te worden genomen 17.4

Beoordelingsregels omgevingsactiviteit bouwen

Op of in de deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, ten dienste van de watergang. 17.5

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen omgevingsplanactiviteit bouwen

17.5.1 Bouwactiviteiten Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 17.4 voor het toestaan van een bouwactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 17.5.2 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 17.5.1 wordt alleen verleend als: a. de bebouwing mogelijk is op grond van de overige op deze locatie aanwezige functies; b. het belang van de waterloop niet onevenredig wordt aangetast; Burgemeester en wethouders winnen, alvorens een omgevingsvergunning te verlenen, advies in bij de waterbeheerder zijnde het waterschap.

40

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Artikel 18

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

41

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 19 19.1

Algemene bouwregels

Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen beperkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij bestaande hoofd- en bijgebouwen met dien verstande dat ondergrondse bouwwerken uitsluitend zijn toegestaan binnen de gevelgrenzen van de bestaande hoofd- en bijgebouwen; b. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil; c. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil; d. de ondergrondse ruimte(n) mogen uitsluitend van binnenuit bereikbaar zijn en geen ruimtelijke uitstraling hebben. 19.2

Maximale bouwhoogte in verband met funnel militaire luchtmachtbasis de Peel

In verband met de ligging van het gebied in de funnel van luchtmachtbasis de Peel bedraagt de bouwhoogte van die gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, waarvoor in hoofdstuk 2 van deze regeling geen specifieke maximale bouwhoogtes zijn opgenomen of conform hoofdstuk 2 van de regeling geen maximale bouwhoogtes gelden, maximaal 179,6 m boven NAP.

42

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 20 20.1

Parkeergelegenheid

Parkeernorm

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de uitbreiding van een bestaand gebouw of een nieuw gebouw met een vergroting van meer dan 10% van de bestaande oppervlakte van gebouwen op een perceel ten opzichte van de situatie op het moment van vaststelling van het plan, wordt uitsluitend verleend indien op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Voldoende parkeergelegenheid betekent dat wordt voldaan aan de normen die voor de betreffende functie zijn opgenomen in “Beleidsnota parkeernormen, Gemeente Venray”. Indien deze nota niet toereikend is wordt getoetst aan de CROW publicatie 317 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging. 20.2

Omgevingsplanactiviteit

Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 20.1. De omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend indien de initiatiefnemer aantoonbaar maakt dat er gegronde redenen zijn om van de parkeernorm af te wijken, dan wel niet of niet geheel in de parkeerbehoefte kan worden voorzien op eigen terrein.

43

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 21 21.1

Algemene gebruiksregels

Tijdelijk gronddepot

Het is verboden om de gronden binnen de functies 'Groen', 'Groen - waterberging', 'Natuur', 'Natuur waterberging', 'Verkeer' en 'Water' te gebruiken of te laten gebruiken als (tijdelijk) gronddepot. 21.2

Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

Het gebruik van de gronden ten behoeve van de functies genoemd in artikel 6.4 sub a tot en met f is alleen dan toegestaan indien een goede landschappelijke inpassing overeenkomstig de in bijlage 2 opgenomen kwaliteitsomschrijving is gerealiseerd binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan en deze goede landschappelijke inpassing vervolgens wordt beheerd en als zodanig in stand wordt gehouden. 21.3

Voorwaardelijke verplichting waterberging

De gronden met de functie 'Bedrijventerrein' en daarbij behorende opstallen mogen alleen in gebruik worden genomen en gehouden als een waterberging is gerealiseerd en in stand wordt gehouden met een minimale bergingscapaciteit van 22.000 m3 voor het gehele wijzigingsgebied of als in overeenstemming met Waterschap Limburg op een andere wijze wordt voorzien in voldoende waterberging ten einde te komen tot een goed hemelwaterafvoersysteem.

44

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 22 Omgevingsvergunning aanleg werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden bouwrijp maken van de openbare ruimte en gebruiksgereed maken van de openbare ruimte 22.1

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden op of in de gronden binnen de openbare ruimte, voor zover deze gelegen zijn binnen de functies 'Groen', Groen - waterberging, Natuur, Natuur - waterberging, Verkeer en Water, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. behorende tot het bouwrijp maken van de openbare ruimte: 1. het verwijderen van struiken, bomen, gewassen, en boomstronken; 2. het opsporen en verwijderen van niet-gesprongen explosieven; 3. het uitvoeren van (nader) onderzoek c.q. het treffen van uit archeologisch oogpunt noodzakelijke maatregelen; 4. voor zover noodzakelijk het saneren van bodem- en/of grondwaterverontreiniging afgestemd op de bodemfunctie; 5. het ontgraven, ophogen en egaliseren van het terrein; 6. het dempen van bestaande en de aanleg van nieuwe watergangen; 7. de aanleg c.q aanpassing van de A-watergang binnen de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - zone water'; 8. het treffen van grondwaterregulerende maatregelen; 9. de aanpassing van de weg Spurkt binnen de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer Spurkt-weggedeelte 1' in definitieve vorm; 10. de aanleg van de ontsluitingslus binnen de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer ontsluitingslus' als bouwweg; 11.

de aanpassing van de weg Spurkt binnen de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer Spurkt-weggedeelte 2' in definitieve vorm; 12. de aanleg respectievelijk aanpassing van openbare riolering (hemelwaterafvoer (HWA) en droogweerafvoer (DWA)) van het aansluitpunt van de riolering nabij de kavel naar openbaar water (hemelwaterafvoer) respectievelijk het aansluitpunt op de bestaande respectievelijk alsdan aangelegde openbare riolering (droogweerafvoer), met inbegrip van bijbehorende werken; 13. de aanleg van de waterbergingswerken en natuur- en groenvoorzieningen binnen de functies Groen - waterberging, Natuur en Natuur - waterberging, met inbegrip van de bijbehorende werken. b. behorende tot het gebruiksgereed maken van de openbare ruimte: 1. de afwerking en definitieve voltooiing van de eerder als bouwweg aangelegde binnen de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - ontsluitingslus', met inbegrip van bijbehorende werken; 2. de aanleg c.q aanpassing van openbare fietspaden en openbare voetpaden (uitgezonderd binnen de aanduidingen 'specifieke vorm van verkeer - Spurkt-weggedeelte 1' en 'specifieke vorm van verkeer - Spurkt-weggedeelte 2'; 3. het aanbrengen van bebording, bewegwijzering, bebakening en belijning (uitgezonderd binnen de aanduidingen 'specifieke vorm van verkeer - Spurkt-weggedeelte 1' en 'specifieke vorm van verkeer - Spurkt-weggedeelte 2'); 4.

het aanbrengen en aanleggen openbare verlichting, straaatmeubilair en voorzieningen voor openbaar (uitgezonderd binnen de aanduidingen 'specifieke vorm van verkeer Spurkt-weggedeelte 1' en 'specifieke vorm van verkeer - Spurkt-weggedeelte 2'); 5. het aanleggen van bluswatervoorzieningen, waaronder begrepen brandkranen (uitgezonderd binnen de aanduidingen 'specifieke vorm van verkeer - Spurkt-weggedeelte 1' en 'specifieke vorm van verkeer - Spurkt-weggedeelte 2'); 6. de afwerking van de aanleg van de waterbergingswerken en natuur- en groenvoorzieningen binnen de functies Groen - waterberging, Natuur en Natuur - waterberging, en de aanleg van groenvoorzieningen binnen de functie Groen, met inbegrip van bijbehorende werken.

45

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

22.2

Uitzonderingen

Het in artikel 22.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud of beheer betreffen. 22.3

Aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dienen de volgende gegevens en bescheiden te worden verstrekt: a. de locatieaanduiding van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; b. het bestek dat ziet op de in de aanvraag betrokken werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als bedoeld in artikel 22.1. Een bestek dient het schaalniveau te hebben van de openbare ruimte gelegen binnen de aanduiding 'overige zone - deelgebied 1' respectievelijk de aanduiding 'overige zone - deelgebied 2'. c. Voor zover de aanvrager niet geldt als een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf, een aanbestedingsprotocol voor de wijze van aanbesteding van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die begrepen zijn in het bestek onder b. 22.4

Beoordelingsregels

De in artikel 22.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. de aanvraag in overeenstemming is met de eisen zoals opgenomen in de kwaliteitsomschrijving, en b. voor zover de aanvrager niet geldt als een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf, de aanvraag in overeenstemming is met de eisen zoals opgenomen in het aanbestedingskader. 22.5

Aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften

a. Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden over het door het bevoegd gezag te nemen besluit omtrent het verlenen van een voltooiingsverklaring, waaruit blijkt of de uitvoering van de in de omgevingsvergunning betrokken werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden overeenkomstig de eisen zoals opgenomen in de kwaliteitsomschrijving, is voltooid. b. Voor zover de aanvrager niet geldt als een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf, kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden met betrekking tot: 1. uitvoeringregels voor de te volgen aanbesteding(sprocedure) die voortvloeien uit de toepassing van het aanbestedingskader; 2. een door de aanvrager, voorafgaand aan de start van de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, aan het bevoegd gezag ter goedkeuring voor te leggen aanbestedingsverslag inclusief de daarin opgenomen voorgenomen beslissing tot gunning; 3. indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde onder 2, de vastlegging dat de goedkeuring als bedoeld onder 2 alleen wordt verleend indien uit het aanbestedingsverslag blijkt dat de doorlopen aanbestedingsprocedure en de voorgenomen beslissing tot gunning niet in strijd zijn met de verleende omgevingsvergunning.

46

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 23 23.1

Algemene maatwerkvoorschriften

Maatwerkvoorschrift 1

Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen ten aanzien van de op grond dit omgevingsplan toegelaten situering van: a. een kavel; b. de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - ontsluitingslus'; c. de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - Spurkt-weggedeelte 1'; d. de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - Spurkt-weggedeelte 2'; e. de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - zone water'; voor het, indien de belangen van derden niet in onevenredige mate worden geschaad en voor zover dit noodzakelijk is bij de inmeting ten behoeve van de feitelijke planuitvoering, in geringe mate afwijken van de op de verbeelding aangegeven begrenzing, met dien verstande dat: 1. de voorgenomen afwijking ten hoogste 1 meter verschilt ten opzichte van de begrenzing zoals opgenomen op de verbeelding; 2. de begrenzing van het uitgeefbaar gebied en de openbare ruimte niet worden aangepast.

47

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 24 24.1

Algemene aanduidingsregels

Geluidzone - industrie

De locatie 'Geluidzone - industrie' is aangewezen als geluidzone bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte van het bestaande geluidgezoneerde industrieterrein Smakterheide. 24.2

Geluidzone - geluid basis en geluidzone - geluid verruimd

24.2.1 Normadressaat Aan artikel 24.2 wordt voldaan door de degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. 24.2.2 Samenhangende activiteiten De regels over geluid in artikel 24.2 en geur in artikel 24.3 worden als één activiteit beschouwd: a. activiteiten als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. als het gaat om andere activiteiten dan bedoeld onder a, meerder activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: 1. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of 2. elkaar functioneel ondersteunen. 24.2.3 Waar waarden gelden a. De waarden in artikel 24.2 gelden, tenzij anders bepaald: 1. op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen: op de gevel, als het gaat om een bestaand geluidgevoelig gebouw; en op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; en 2. op een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen. b. De waarden in artikel 24.2 zijn niet van toepassing op: 1. het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel; 2.

het geluid van een activiteit op ‘geluidgevoelige gebouwen met een functionele binding of voormalige functionele binding’ met die activiteit; en 3. onversterkt menselijk stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee vermengd is c. Voor zover er binnen 10 meter vanaf de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelig gebouw is gelegen of toegelaten, gelden de waarden in artikel 24.2 voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op een afstand van 10 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. d. De onder c bedoelde afstand wordt verruimd tot maximaal 30 meter, voor zover de locatie grenst aan openbaar gebied en tot zover er geen geluidgevoelige gebouwen zijn gelegen of toegelaten. e. De c en d bedoelde afstanden gelden niet als de activiteit binnen een zone voor geluid is gelegen als bedoeld in artikel 24.2.6. 24.2.4 Geluidwaarden op een geluidgevoelig gebouw a. Bij het verrichten van een activiteit is het geluid op een geluidgevoelig gebouw niet meer dan de waarden in de navolgende tabel:

Langtijdgemiddelde beoordelingesniveau LAr,LT Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen

07.00-19.00 uur 50 dB(A) --

19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur 45 dB(A) 40 dB(A) 70 dB(A) 70 dB(A)

48

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

--

65 dB(A)

65 dB(A)

b. Bij het verrichten van een activiteit is het geluid op een geluidgevoelig gebouw, gelegen binnen de locatie 'rustig woongebied' niet meer dan de waarden in de navolgende tabel:

Langtijdgemiddelde beoordelingesniveau LAr,LT Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 45 dB(A) 45 dB(A) -65 dB(A)

23.00-07.00 uur

--

60 dB(A)

60 dB(A)

35 dB(A) 65 dB(A)

c. Bij het verrichten van een activiteit op een bedrijventerrein is het geluid op een geluidgevoeligg gebouw, gelegen op een bedrfijventerrein, niet meer dan de waarden in de navolgende tabel:

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 55 dB(A) 45 dB(A) -75 dB(A)

23.00-07.00 uur

--

70 dB(A)

70 dB(A)

45 dB(A) 75 dB(A)

24.2.5 Maatwerkvoorschriften Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over: a. activiteiten waarbij, anders dan door laden en lossen, regelmatig maximale geluidniveaus LAmax van meer dan 70 dB(A) in de dagperiode optreden, die tot hinder leiden; en b. activiteiten waarbij door het laden en lossen regelmatig maximale geluidniveaus LAmax van meer dan 75 dB(A) in de dagperiode optreden, die tot hinder leiden. 24.2.6 Geluidruimte a. Bij het verrichten van een activiteit ter plaatse van de zone 'geluidzone - geluid basis' en 'geluidzone - geluid verruimd is het geluid niet meer dan de waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT, in de volgende tabel, tenzij in dit artikel anders is bepaald. De waarden gelden op de in de tabel aangegeven afstand van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht, tenzij in dit artikel anders is bepaald. Ligging activiteit Afstand Binnen de zone 50 meter 'geluidzone - geluid basis' en 'geluidzone - geluid verruimd'

07.00-19.00 uur 50 dB(A)

19.00-23.00 uur 45 dB(A)

23.00-07.00 uur 40 dB(A)

b. Voor een activiteit die geheel of gedeeltelijk binnen de zone ‘geluidzone - geluid verruimd’ is gelegen wordt afgeweken van lid a, voor zover dat volgt uit de toepassing van de volgende tabel. Voor de in de volgende tabel gegeven situaties gelden daarvoor de in de tabel aangegeven afstanden en waarden.

49

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

1

2

Situatie Afstand 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur Voor zover de in lid a 100 meter 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) bedoelde afstand binnen de zone 'geluidzone - geluid verruimd' ligt Voor zover de afstand Tot de grens van de 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) van 100 meter als zone 'geluidzone aangegeven in de vorige geluid verruimd' of 50 rij tot buiten de zone meter 'geluidzone - geluid verruimd' komt, geldt de afstand tot de grens van de 'geluidzone geluid verruimd' of, als die afstand minder is dan 50 meter, geldt een afstand van 50 meter

c. Bij de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied buiten de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. d. De in dit artikel gegeven geluidwaarden gelden op een hoogte van 5, 10 en 30 meter boven het plaatselijk maaiveld. Als voor een activiteit op een andere hoogte een hogere geluidbelasting optreedt, gelden de waarden ook op de voor de activiteit maatgevende rekenhoogte. e. De in dit artikel gegeven geluidwaarden gelden niet voor situaties die niet representatief zijn voor de activiteit. 24.3

Milieuzone - geur basis

24.3.1 Normadressaat Aan artikel 24.3 wordt voldaan door de degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. 24.3.2 Samenhangende activiteiten De regels over geur in artikel 24.3 en geluid in artikel 24.2 worden als één activiteit beschouwd: a. activiteiten als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. als het gaat om andere activiteiten dan bedoeld onder a, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: 1. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of 2. elkaar functioneel ondersteunen. 24.3.3 NTA 9065 Op het bepalen van geur door activiteiten is de Nederlandse technische afspraak NTA9065 van juni 2023 van toepassing. 24.3.4 Geurruimte Bij het verrichten van een activiteit binnen een zone voor geur is de geur niet meer dan de waarden zoals opgenomen in de onderstaande tabel. Deze waarden gelden op de in de tabel aangegeven afstand van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Zone Afstand in meters 'milieuzone - geur basis' 50

Als 98 percentiel 0,5 ouE/m3

Als 99,9 percentiel 2 ouE/m3

50

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

24.4

Veiligheidszone - 10-6 contour

Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - 10-6 contour' zijn beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties en bijbehorende functies niet toegestaan. 24.5

Veiligheidszone - brandaandachtsgebied

a. Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - brandaandachtsgebied' zijn kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties en bijbehorende functies niet toegestaan. b. Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - brandaandachtsgebied' zijn beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties uitsluitend toegestaan wanneer wordt voldaan aan de aanvullende bouweisen als bedoeld in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. 24.6

Veiligheidszone - explosieaandachtsgebied

a. Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - explosieaandachtsgebied' zijn kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties en bijbehorende functies niet toegestaan. b. Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - explosieaandachtsgebied' zijn beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties uitsluitend toegestaan wanneer wordt voldaan aan de aanvullende bouweisen als bedoeld in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. c. Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - explosieaandachtsgebied' is het niet toegestaan om nieuwe gebouwen of locaties te realiseren waarin zich meer dan 40 personen per hectare gelijktijdig bevinden, tenzij wordt voldaan aan het bepaalde onder e. d. Voor locaties in de buitenlucht binnen het explosie-aandachtsgebied geldt een maximale personendichtheid van 20 personen per hectare, tenzij deze locaties zijn voorzien van fysieke bescherming tegen explosiedruk en hittestraling. e. Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde onder d teneinde een gebouw of locatie met een hogere personendichtheid toe te staan. Deze omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend mits: 1. Aangetoond wordt dat door het treffen van aanvullende omgevingsveiligheidsmaatregelen de gevolgen van een explosie voor aanwezige personen significant worden beperkt; 2.

De maatregelen omvatten ten minste: Drukbestendige gevels en constructieonderdelen; Vluchtroutes die voldoen aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving; Een evacuatieplan afgestemd met de veiligheidsregio; 3. De locatie niet wordt gebruikt door groepen zeer kwetsbare personen zoals bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

51

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 25 25.1

Omgevingsplanactiviteiten

10%-regeling

a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de in deze regels voorgeschreven minimale of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% en maximaal 1 meter van die maten en percentages. b. Het bepaalde onder a geldt niet: 1. wanneer reeds op grond van deze regels een andere omgevingsvergunning/ontheffing is of kan worden verleend 2. voor de op de verbeelding aangegeven begrenzingen. 25.2

Meetverschillen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de aangeduide bouwgrenzen. Deze omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend indien een meetverschil of onnauwkeurigheid op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft en mits de afwijking maximaal 3,00 meter bedraagt. 25.3

Geringe overschrijdingen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de regels van dit plan voor: a. het in geringe mate, doch niet meer dan 1 meter, afwijken (ten behoeve van bebouwing of gebruik) van een bestemmingsgrens of van de ligging van de voorgevellijn, voor zover dit noodzakelijk is om het plan (en de daaraan ten grondslag liggende intenties) in te passen in de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein; b. de situering van een ondergeschikt bouwdeel buiten het bouwvlak; c. het ten aanzien van een ondergeschikt bouwdeel afwijken van de ter plaatse toegestane maximale bouwhoogte. 25.4

Kleine bouwwerken van openbaar nut

Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de bouw- en/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, pinautomaten, afval- en glascontainers, kapellen, wegkruisen en dergelijke. 25.5

Beoordelingsregels

a. De omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 25.1, 25.2, 25.3 kan alleen worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en geen nadelige gevolgen heeft voor de in de omgeving aanwezige landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodem en waterhuishoudkundige alsmede milieuhygiënische waarden. b. De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 25.4 kan alleen worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels: 1. de inhoud maximaal 50 m3 mag bedragen; 2. de hoogte maximaal 3,00 m mag bedragen; 3. er treden geen nadelige gevolgen op voor de in de omgeving aanwezige landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodem en waterhuishoudkundige alsmede milieuhygiënische waarden.

52

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Artikel 26 26.1

Overige regels

Wettelijke regelingen

Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan. 26.2

Voorrangsregel

26.2.1 Voorrang tussen functies Voor zover de locaties van de artikelen 6 tot en met 12 samenvallen met de locaties van artikel 13 tot en met 17, gelden primair de regels van artikel 13 tot en met 17 . 26.2.2 Onderlinge relatie functies Ten aanzien van de relatie tussen de functies onderling geldt dat functies gericht op het voorkomen van bebouwing voorgaan boven functies met bebouwing. Concreet wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de functie: Artikel 15 Waarde - Archeologie 4; Artikel 16 Waarde - Archeologie 5; Artikel 13 Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding en Artikel 14 Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding Artikel 17 Waterstaat - Beschermingszone watergang

53

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 Artikel 27 27.1

Kostenverhaal

Algemene bepalingen

Toepassingsbereik

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de gronden die zijn gelegen binnen het kostenverhaalsgebied. 27.2

Kostenverhaalsplicht

a. Op degene die binnen het uitgeefbaar gebied een kostenverhaalsplichtige activiteit verricht, worden ingevolge afdeling 13.6 Omgevingswet de te verhalen kosten ingevolge de kostensoortenlijst verhaald. b. het kostenverhaal onder a vindt plaats via een door burgemeester en wethouders te geven kostenverhaalsbeschikking, tenzij het verhalen van kosten is verzekerd vanwege: 1. een overeenkomst over kostenverhaal zoals bedoeld in artikel 13.13 Omgevingswet; 2. een overeenkomst over verkoop van gronden binnen het uitgeefbaar gebied door de gemeente. 27.3 Omslag van de te verhalen kosten over de gronden waarop de kostenverhaalsplichtige activiteiten zijn voorzien a. De brutokostenverhaalsbijdrage per eigendom wordt berekend door de te verhalen kosten over de kostenverhaalsplichtige activiteiten te verdelen naar rato van de opbrengsten van de gronden binnen het uitgeefbaar gebied van de eigendommen waarop die activiteiten kunnen worden verricht. b. Voor het verdelen van de te verhalen kosten wordt het uitgeefbaar gebied onderverdeeld in uitgiftecategorieën. c. Bij de indeling naar uitgiftecategorieën wordt uitgegaan van: 1. een basiseenheid, zijnde een m2 grondoppervlakte uitgeefbaar gebied binnen een uitgiftecategorie; 2. een gewichtsfactor per uitgiftecategorie, waarin de verhouding van de gronduitgifteprijzen tussen de uitgiftecategorieën per basiseenheid wordt weergegeven; 3.

gewogen eenheden, zijnde de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal basiseenheden met de gewichtsfactor binnen een uitgiftecategorie. d. Voor de berekening van het totale aantal gewogen eenheden van het uitgeefbaar gebied worden de uitkomsten van de gewogen eenheden van de verschillende uitgiftecategorieën bij elkaar opgeteld. e. De te verhalen bijdrage per gewogen eenheid is het ten hoogste verhaalbare bedrag, voortvloeiend uit de macroaftopping zoals uitgewerkt in artikel 28.9, gedeeld door het totale aantal gewogen eenheden zoals bedoeld onder d. f. De brutokostenverhaalsbijdrage op de peildatum voor een binnen het uitgeefbaar gebied gelegen (gedeelte van een) eigendom wordt bepaald door vermenigvuldiging van aan dat (gedeelte van dat) eigendom toegekende aantal gewogen eenheden met de te verhalen bijdrage per gewogen eenheid. 27.4

Methode raming inbrengwaarde

Bij de raming van de te verhalen kosten wordt voor de inbrengwaarde toepassing gegeven aan de waarderingsgrondslag zoals bedoeld in artikel 8.17, eerste lid, onder a Omgevingsbesluit. 27.5

Aanvraagvereisten kostenverhaalsbeschikking

Bij de aanvraag van een kostenverhaalsbeschikking dienen de volgende gegevens en bescheiden te worden verstrekt: a. een aanduiding van de gronden, inclusief de grondoppervlakte, waarop de voorgenomen verrichting van kostenverhaalsplichtige activiteiten plaatsvindt; b. een aanduiding van de met de kostenverhaalsplichtige activiteit te realiseren aantallen en soorten bouwwerken en gebruiksfuncties;

54

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

c. een opgave van de door de aanvrager voor eigen rekening voorafgaand aan de indiening van de aanvraag uitgevoerde werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 13.18, tweede lid, onder b Omgevingswet, voorzien van: 1. een omschrijving van de uitgevoerde werken en werkzaamheden, en 2. indien er sprake is van uitvoering in opdracht van de aanvrager, de opdrachtverstrekking inzake de uitgevoerde werken en werkzaamheden, en 3. indien er sprake is van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22 is vereist, een afschrift van de verleende omgevingsvergunningen die zien op het bouwrijp maken van openbare ruimte, en/of het gebruiksgereed maken van openbare ruimte, en 4. gegevens waaruit blijkt dat de werken en werkzaamheden overeenkomstig de regels van het omgevingsplan, waaronder de regels omtrent de in acht te nemen (kwaliteits)eisen, alsmede, indien van toepassing, de omgevingsvergunning zoals bedoeld onder 3, zijn verricht, en 5. de facturen en betaalbewijzen voor de eigen rekening van de aanvrager uitgevoerde werken, voorzien van een accountantsverklaring. 27.6 Aanvraag voor vergoeding uitvoering van tot de te verhalen kosten behorende werken en werkzaamheden, anders dan bedoeld in artikel 27.5, sub c a.

De gemeente verstrekt aan de houder van een kostenverhaalsbeschikking een financiële vergoeding voor door de houder na indiening van de aanvraag uitgevoerde werken en werkzaamheden waarvan de kosten onderdeel uitmaken van de te verhalen kosten, mits de voor eigen rekening uitgevoerde werken en werkzaamheden overeenkomstig de regels van het omgevingsplan, waaronder de regels omtrent de in acht te nemen (kwaliteits)eisen, zijn verricht. b. De hoogte van de financiële vergoeding is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten, voor zover die kosten lager of gelijk zijn aan de raming die voor deze werken en werkzaamheden is opgenomen in de raming van de te verhalen kosten. c. De uitkering van een financiële vergoeding, zoals bedoeld onder a, wordt op basis van een aanvraag vastgesteld door burgemeester en wethouders bij beschikking. d. Bij de aanvraag zoals bedoeld onder c, dienen de volgende gegevens en bescheiden te worden verstrekt: 1. een aanduiding van de gronden, inclusief de grondoppervlakte, waarop de uitgevoerde werken en werkzaamheden hebben plaatsgevonden; 2.

een opgave van de door de aanvrager voor eigen rekening uitgevoerde werken en werkzaamheden, voorzien van: een omschrijving van de uitgevoerde werken en werkzaamheden, en indien er sprake is van uitvoering in opdracht van de aanvrager, de opdrachtverstrekking inzake de uitgevoerde werken en werkzaamheden, en indien er sprake is van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22 is vereist, een afschrift van de verleende omgevingsvergunningen die zien op het bouwrijp maken van openbare ruimte en/of het gebruiksgereed maken van openbare ruimte, en gegevens waaruit blijkt dat werken en werkzaamheden overeenkomstig de regels van het omgevingsplan, waaronder de regels omtrent de in acht te nemen (kwaliteits)eisen, alsmede, indien van toepassing, de omgevingsvergunning zoals bedoeld onder het vorige opsommingsbolletje, zijn verricht, en de facturen en betaalbewijzen voor de voor eigen rekening van de aanvrager uitgevoerde werken, voorzien van een accountantsverklaring. 27.7 Eindafrekening a. Binnen drie maanden na de uitvoering van de in het kostenverhaalsgebied voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen stellen burgemeester en wethouders bij beschikking een eindafrekening van het kostenverhaal vast. b.

Bij de eindafrekening wordt de nettokostenverhaalsbijdrage die op het moment van de afgifte van een kostenverhaalsbeschikking is verschuldigd en is betaald, herberekend overeenkomstig de omslagmethodiek zoals opgenomen in artikel 27.3 met dien verstande dat:

55

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

1. het bedrag van de te verhalen kosten betrekking heeft op de gerealiseerde kosten; 2. de totale opbrengsten worden herberekend op basis van het aantal basiseenheden per uitgiftecategorie die is gerealiseerd respectievelijk nog zal worden gerealiseerd; 3. voor de bepaling van de herberekende te verhalen kosten de macroaftopping zoals bedoeld in artikel 28.9 opnieuw wordt vastgesteld op basis van de herberekende te verhalen kosten en herberekende opbrengsten. 4. de basiseenheden en gewichtsfactoren, zoals bedoeld in artikel 27.3, die zijn toegepast bij een kostenverhaalsbeschikking, ook worden toegepast bij de herberekening. 5. de kosten zoals bedoeld in artikel 13.18, tweede lid Omgevingswet, in mindering worden gebracht op de herberekende brutokostenverhaalsbijdrage. c. Indien een houder van een kostenverhaalsbeschikking recht heeft op een terugbetaling als bedoeld in artikel 13.20, tweede lid Omgevingswet, wordt rente vergoed over het terug te betalen bedrag vanaf de datum van afgifte van de kostenverhaalsbeschikking, dit op basis van het rentepercentage zoals dat is opgenomen in de eindafrekening. d. Indien na de vaststelling van de eindafrekening een kostenverhaalsbeschikking wordt aangevraagd, wordt voor de vaststelling van de brutokostenverhaalsbijdrage uitgegaan van de te verhalen kosten zoals opgenomen in de eindafrekening. 27.8

Eindrekening op verzoek

a. Op een verzoek tot het doen van een eindafrekening zoals bedoeld in artikel 13.20, vierde lid Omgevingswet, wordt jaarlijks op of zo spoedig mogelijk na 1 december van dat kalenderjaar beslist, als een verzoek uiterlijk op 15 oktober in dat kalenderjaar is ontvangen. b. Bij een verzoek om een eindafrekening dienen de volgende gegevens en bescheiden te worden verstrekt: 1. een kopie van de eerder afgegeven kostenverhaalsbeschikking; 2. als het verzoek wordt ingediend door een andere belanghebbende dan degene op wiens naam de kostenverhaalsbeschikking is gesteld en is betaald, een bewijs dat de verzoeker recht heeft op een eventuele terugbetaling; 3. naam, adres, telefoonnummer en bankrekeningnummer van de verzoeker. c. Een eindafrekening op verzoek wordt vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 27.7, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.19 Omgevingsbesluit. 27.9 Peildatum en te hanteren parameters voor rente, discontering en indexering van kosten en opbrengsten a. Voor de ramingen van de te verhalen kosten en van de opbrengsten wordt uitgegaan van het prijspeil 1 januari 2026. b. Waar sprake is van het bepalen van een netto contante waarde van kosten, grondopbrengsten, macroaftopping, eenheden en bijdragen, wordt uitgegaan van een nettocontantewaardedatum van 1 1 januari 2026. c. Als peildatum geldt 1 januari 2026. d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16859763/1