TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord vastgesteld 1 Regeling
Tekst van het document
Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord Gemeente Venray
NL.IMRO.0984.TAM24010-VA01 VASTGESTELD 26 mei 2026
Contactpersoon T M E
Arcadis Nederland B.V. Maastricht
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Regeling Hoofdstuk 1
5 Inleidende regels
6
Artikel 1
Begripsbepalingen
6
Artikel 2
Toepassingsbereikbepaling
11
Artikel 3
Meet- en rekenbepalingen
12
Artikel 4
Algemeen gebruiksverbod
13
Artikel 5
Aanvraagvereisten
14
Functies en activiteiten
15
Artikel 6
Bedrijventerrein
15
Artikel 7
Groen
22
Artikel 8
Groen - waterberging
24
Artikel 9
Natuur
26
Artikel 10
Natuur - waterberging
28
Artikel 11
Verkeer
30
Artikel 12
Water
31
Artikel 13
Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding
32
Artikel 14
Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding
34
Hoofdstuk 2
3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Artikel 15
Waarde - Archeologie 4
36
Artikel 16
Waarde - Archeologie 5
38
Artikel 17
Waterstaat - Beschermingszone watergang
40
Algemene regels
41
Artikel 18
Anti-dubbeltelregel
41
Artikel 19
Algemene bouwregels
42
Artikel 20
Parkeergelegenheid
43
Artikel 21
Algemene gebruiksregels
44
Hoofdstuk 3
Artikel 22 Omgevingsvergunning aanleg werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden bouwrijp maken van de openbare ruimte en gebruiksgereed maken van de openbare ruimte
45
Artikel 23
Algemene maatwerkvoorschriften
47
Artikel 24
Algemene aanduidingsregels
48
Artikel 25
Omgevingsplanactiviteiten
52
Artikel 26
Overige regels
53
Hoofdstuk 4
Kostenverhaal
54
Artikel 27
Algemene bepalingen
54
Artikel 28
Kostenverhaalsmethodiek met tijdvak
58
Overgangsrecht
65
Overgangsrecht
65
Hoofdstuk 5 Artikel 29
4
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Regeling Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling in de vorm van een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Smakterheide en een landschappelijke overgang naar het Loobeekdal ten noorden van de weg Spurkt te Venray en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22h) van het omgevingsplan van de gemeente Venray. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22h van het omgevingsplan van de gemeente Venray. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22h' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22h gelezen worden.
5
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het Omgevingsbesluit, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22h. Aanvullend gelden de volgende begripsbepalingen voor dit hoofdstuk:
1.1 plan Het TAM-omgevingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM24010-VA01. 1.2 omgevingsplan Het omgevingsplan van de gemeente Venray. 1.3 aanbestedingskader Het als Bijlage 1 bij deze regeling opgenomen normenkader van de gemeente Venray voor het aanbesteden van leveringen, werken en diensten betreffende de inrichting van de openbare ruimte door niet-aanbestedende diensten en/of niet-speciale sector bedrijven. 1.4 aanbestedingsprotocol Beschrijving van de voorgestelde aanbestedingsvorm en voorgestelde wijze waarop een levering, werk of dienst inzake de inrichting van de openbare ruimte door een niet-aanbestedende dienste wordt gegund. 1.5 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik of het bebouwen van de gronden. 1.6 aanduidingsgrens Grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7 archeologisch onderzoek Onderzoek verricht door of namens de gemeente of door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een archeologie-certificaat conform paragraaf 5.1, artikel 5.1 tot en met 5.6 van de Erfgoedwet en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
1.8 archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden. 1.9 bebouwing Één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.10 bedrijf Onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, evenals verhuur, opslag en distributie van goederen. 1.11 belemmeringenstrook Een strook grond ter plaatse van en ter weerszijden van de hoogspanningsverbinding die dient om de veiligheid, de bereikbaarheid en het ongestoord functioneren van de hoogspanningsverbinding te kunnen garanderen. 1.12 bestek Een uitwerking van het plan naar: a. een definitief ontwerp, en
6
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
b. een omschrijving van de op basis van het definitief onwerp uit te voeren werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het uitgeefbaar gebied, het bouwrijp maken van de openbare ruimte en het gebruiksgereed maken van de openbare ruimte, met bijbehorende tekeningen, en c. een directieraming, dit alles opgesteld op basis van de eisen zoals opgenomen in de Standaard RAW-bepalingen 2025, zoals uitgegeven door CROW, gevestigd te Ede, op 30 september 2025, dan wel een daarvoor in de plaats komende door CROW uitgegeven versie van de Standaard RAW-bepalingen, zoals deze gelden ten tijde van de indiening van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. 1.13 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.14 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.15 bouwperceelsgrens De grens van een bouwperceel. 1.16 bouwrijp maken van de openbare ruimte Het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en van werkzaamheden binnen de openbare ruimte, gericht op het geschikt maken van kavels voor de oprichting van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals omschreven in de kwaliteitsomschrijving in Bijlage 2.
1.17 bouwrijp maken van uitgeefbaar gebied Het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen de aanduiding 'overige zone - uitgeefbaar gebied', gericht op het geschikt maken van kavels voor de oprichting van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals omschreven in de kwaliteitsomschrijving in Bijlage 2. 1.18 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.19 bouwweg een weg, binnen de openbare ruimte, bedoeld voor het tijdelijk ontsluiten van uitgeefbaar gebied. 1.20 brutokostenverhaalsbijdrage de verschuldigde geldsom voor het kostenverhaal, zoals bedoeld in artikel 13.18, eerste lid van de Omgevingswet. 1.21 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.22 deelgebied Een gedeelte van het kostenverhaalsgebied, onderscheiden naar aanduiding 'overige zone - deelgebied 1' en aanduiding 'overige zone - deelgebied 2'. 1.23 diervriendelijke verlichting Verlichting waarbij de kleurstelling en/of hoogte en/of schijnrichting zodanig is uitgevoerd dat deze geen wezenlijk negatieve invloed heeft op de aanwezigheid en het gedrag van (nacht)dieren.
1.24 duurzame energie-infrastructuur De fysieke en organisatorische structuren die nodig zijn om energie uit hernieuwbare bronnen op te wekken, te distribueren en op te slaan.
7
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
1.25 duurzame energievoorzieningen Voorzieningen voor opwekking en transport van duurzame energie, waaronder in ieder geval zonne- en windenergie worden begrepen. 1.26 eigendom a. een kadastraal perceel, voor zover er geen sprake is van aangrenzende kadastrale percelen in handen van eenzelfde kadastrale eigenaar, of b. een samenstel van aan elkaar grenzende kadastrale percelen in handen van eenzelfde kadastrale eigenaar. 1.27 eindafrekening besluit zoals bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder e sub 2 Omgevingswet, waarmee afrekening van een op grond van een kostenverhaalsbeschikking betaalde nettokostenverhaalsbijdrage plaatsvindt. 1.28 gebruiksgereed maken van de openbare ruimte Het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen de openbare ruimte, gericht op het in definitieve vorm aanleggen en afwerken van de bouwrijp gemaakte openbare ruimte, zoals omschreven in de kwaliteitsomschrijving in Bijlage 2. 1.29 hoofdgebouw Één of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is. 1.30 inbrengwaarde het samenstel van de volgende kostensoorten: a.
de waarde van gronden, inclusief de waarde van de te slopen opstallen, gelegen binnen de openbare ruimte en het uitgeefbaar gebied (kostensoort A2 en B1 kostensoortenlijst); b. de kosten van het vrijmaken van de gronden bedoeld onder a, van persoonlijke rechten en lasten, eigendom en bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten (kostensoort A3 en B2 kostensoortenlijst; c. de kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden bedoeld onder a (kostensoort A5 en B3 kostensoortenlijst); d. de kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de grond van het uitgeefbaar gebied (kostensoort B4 kostensoortenlijst); e. de kosten van voorbereiding en toezicht op de uitvoering van de werken en werkzaamheden zoals bedoeld onder B2 tot en met B4 van de kostensoortenlijst, voor zover deze betrekking hebben op uitgeefbaar gebied (kostensoort B5 kostensoortenlijst). 1.31 inrichting van de openbare ruimte Het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen de openbare ruimte, bestaande uit: a. het bouwrijp maken van de openbare ruimte, en b. het gebruiksgereed maken van de openbare ruimte.
1.32 kavel Een, ingevolge de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel met kavelletter (A t/m O), zelfstandig gesitueerd en vormgegeven bouwperceel, als onderdeel van het uitgeefbaar gebied. 1.33 kavelgrens De grens van een kavel. 1.34 kostensoortenlijst het geheel van kostensoorten voor de toepassing van kostenverhaal, zoals bedoeld in artikel 8.15 juncto bijlage IV Omgevingsbesluit.
8
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
1.35 kostenverhaalsbeschikking beschikking als bedoeld in artikel 13.18 Omgevingswet. 1.36 kostenverhaalsgebied Gebied zoals bedoeld in artikel 13.14, eerste lid onder a Omgevingswet, en zoals op de verbeelding aangeduid als 'overige zone - kostenverhaalsgebied'. 1.37 kostenverhaalsplichtige activiteiten de activiteiten zoals bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. 1.38 kwaliteitsomschrijving Het als Bijlage 2 bij deze regeling opgenomen normenkader van de gemeente Venray, waarin de eisen voor het bouwrijp maken van uitgeefbaar gebied, het bouwrijp maken van openbare ruimte en het gebruiksgereed maken van de openbare ruimte zijn opgenomen. 1.39 maaiveld De bovenkant van het aansluitende afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkant wordt aangehouden. 1.40 macroaftopping de wettelijke begrenzing van de maximering van de binnen het kostenverhaalsgebied te verhalen kosten, zoals bedoeld in artikel 13.14, tweede lid Omgevingswet. 1.41 nettokostenverhaalsbijdrage de brutokostenverhaalsbijdrage, verminderd met de aftrekposten genoemd in artikel 13.18, tweede lid, onder a en b Omgevingswet.
1.42 (gewoon) onderhoud, gebruik en beheer Het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt en de detaillering, profilering en vormgeving gelijk blijft. 1.43 openbare ruimte Gedeelte van het kostenverhaalsgebied waarbinnen het bouwrijp maken van de openbare ruimte en het gebruiksgereed maken van de openbare ruimte wordt uitgevoerd, en dat wordt aangelegd en ingericht als voorzieningen van openbaar nut en zoals op de verbeelding aangeduid als 'overige zone - openbare ruimte'. 1.44 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.45 perceel Een deel van het Nederlands grondgebied van welk deel de Dienst voor het kadaster en openbare register, de begrenzing met behulp van landmeetkundige gegevens heeft vastgelegd op grond van gegevens betreffende de rechtstoestand, bestemming en het gebruik dat door zijn kadastrale aanduiding is gekenmerkt. 1.46 posterieure overeenkomst een overeenkomst over kostenverhaal zoals bedoeld in artikel 13.13 Omgevingswet, gesloten na de vaststelling van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord.
9
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
1.47 shared service center Een (semi-)autonome inrichting waarin één of meerdere gezamenlijke functies zijn ondergebracht die ten dienste staan aan meerdere op het bedrijventerrein Smakterheide Noord gelegen bedrijven, zoals bedrijvenrestaurant, repro-, fitness-, sport-, verpoos- en vergaderfaciliteiten en dergelijke. Aanvullend kan gedacht worden aan een mobiliteitshub met functies als parkeren, laadinfrastructuur en deelmobiliteit. 1.48 transportverdeelstation Een transportverdeelstation (of schakelstation) versterkt het elektriciteitsnet en zorgt ervoor dat elektriciteit over lange afstanden wordt verdeeld. 1.49 uitgeefbaar gebied Gedeelte van het kostenverhaalsgebied, waarbinnen het bouwrijp maken van het uitgeefbaar gebied wordt uitgevoerd alsmede de bouw van kostenverhaalsplichtige activiteiten mogelijk is en zoals op de verbeelding aangeduid als 'overige zone - uitgeefbaar gebied'. 1.50 voorgevelrooilijn a. De denkbeeldige lijn die strak loopt langs de grens van het bouwvlak, die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd, tot aan de perceelsgrenzen; b. De denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw, die naar de weg of het openbare groen is gekeerd, tot aan de perceelsgrenzen. 1.51 voorzieningen van openbaar nut De werken die onderdeel vormen van de openbare ruimte, zoals omschreven in de kwaliteitsomschrijving in Bijlage 2.
1.52 wandelpad Een onverhard of halfverhard pad dat uitsluitend bestemd is voor langzaam verkeer te voet, bedoeld voor recreatief gebruik. Onder halfverhard wordt verstaan: een waterdoorlatende, niet-asfaltgebonden verharding bestaande uit materialen zoals grind, steenslag, schelpen, boomschors of vergelijkbare natuurstoffen. 1.53 zonnepark Een ruimtelijk samenhangende grondgebonden of drijvende installatie voor het opwekken van zonne-energie, groter dan 200 m2.
10
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Artikel 2 2.1
Toepassingsbereikbepaling
Verhouding met ruimtelijke regels omgevingsplan tijdelijk deel
De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in lid 2.3. 2.2 Verhouding met regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat) De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk 22h. 2.3 Geometrische afbakening TAM-omgevingsplan Hoofdstuk22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Bedrijventerrein Smakterheide Noord, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0984.TAM24010-VA01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
11
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Artikel 3
Meet- en rekenbepalingen
In aanvulling op respectievelijk in afwijking van artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen: 3.1 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 3.2 de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 3.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3.5 de hoogte van een bouwlaag de afstand tussen de scheidende vloerdelen, gemeten van bovenkant afgewerkte vloer tot bovenkant afgewerkte vloer. 3.6 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.7 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
3.8 ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,50 meter.
12
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Artikel 4
Algemeen gebruiksverbod
a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten. b. Ondere strijdig gebruik als bedoeld onder a wordt in ieder geval verstaan: 1. het gebruik van gebouwen voor bewoning; 2. het gebruik van gronden of bouwwerken als seksinrichting.
13
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Artikel 5
Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk 22h.
14
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 6 6.1
Functies en activiteiten
Bedrijventerrein
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Bedrijventerrein. 6.2
Oogmerken
Voor deze functie worden de volgende doelen nagestreefd: a. Het bevorderen van economische groei door het creëren van ruimte voor bedrijven om zich te vestigen en te groeien. b. Het waarborgen van een goede bereikbaarheid. c. Het minimaliseren van de milieueffecten van bedrijfsactiviteiten door duurzame praktijken te bevorderen, zoals natuurinclusief- circulair- en klimaatadaptief bouwen, inrichten en beheren, duurzaam watergebruik, energie-efficiëntie, afvalbeheer gericht op lokale of regionale reststroomuitwisseling en afvalreductie alsmede het gebruik van hernieuwbare bronnen; d. Het bevorderen van een aangename werkomgeving door het integreren van groenvoorzieningen en voorzieningen voor werknemers. 6.3
Specifieke zorgplicht
Degene die een milieubelastende activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 6.2, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 6.4
Toedeling
Op en in de gronden die zijn aangewezen als Bedrijventerrein zijn de volgende functies toegestaan: a. kennisintensieve bedrijven en instellingen, hieronder worden begrepen: 1. bedrijven, instellingen en instituten, die uitsluitend of in hoofdzaak hoogwaardig onderzoek verrichten en of technologische producten, productiewijzen en/of processen ontwikkelen, onderzoeken, vervaardigen, testen, evalueren of anderszins bewerken of verwerken, met inbegrip van met deze activiteiten samenhangende advieswerkzaamheden; 2. bijbehorende voorzieningen zoals bijvoorbeeld technische installaties, proefopstellingen en pilot plants. b. bedrijven in de regionaal ondersteunende logistiek, hieronder wordt begrepen: 1. bedrijfsactiviteiten die in overwegende mate gericht zijn op de aanvoer-, opslag, verwerking en afvoer van reststromen, materialen, halffabricaten en eindproducten en ondersteunend zijn aan de regionale maakindustrie; 2. bedrijfsactiviteiten die bijdragen aan de circulaire economie, zoals materiaal- en verwerkingshubs of circulaire ambachtscentra; c. kantooractiviteiten ten dienste van de onder a en b genoemde bedrijvigheid, met dien verstande dat per bedrijf maximaal 30% van het bruto-vloeroppervlak ten behoeve van de kantooractiviteiten mag worden aangewend; d. een shared service center; e. een transportverdeelstation; f.
een tijdelijk gronddepot ten behoeve van de realisatie van het bedrijventerrein Smakterheide Noord, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gronddepot'.
15
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
met de daarbij behorende, niet van de openbare ruimte deel uitmakende: g. h. i. j. k. l.
interne ontsluitingsstructuren; (voorzieningen ten behoeve van) laden en lossen; voet- en rijwielpaden; groenvoorzieningen; ondergrondse en/of bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen; duurzame energie-infrastructuur, waaronder mede begrepen verzamelpunten van duurzame energievoorzieningen; m. parkeervoorzieningen waarbij voldaan moet worden aan het bepaalde in artikel 20; n. overige bijbehorende voorzieningen. 6.5
Verbod
a. b. c. d.
Meer dan 1 bedrijf per kavel is niet toegestaan. Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. Bedrijven met activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken zijn niet toegestaan. Milieubelastende activiteiten met een externe veiligheidsrisico zoals bedoeld in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn niet toestaan. Dit verbod geldt niet voor een risicovolle activiteit als bedoeld in bijlage VII, onderdeel A, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, mits: 1. de aandachtsgebieden voor deze activiteit zich niet uitstrekken buiten de grenzen van de locatie waar de activiteit wordt verricht; 2. het geen LPG-tankstation betreft. e. Nieuwe bedrijfsactiviteiten of veranderingen van bestaande bedrijfsactiviteiten waarop het bepaalde in bijlage V van het Omgevingsbesluit van toepassing is, zijn niet toegestaan. f. Bedrijfsmatige gebruik van gronden en bebouwing, daaronder begrepen de interne voertuigbewegingen, is niet toegestaan indien dit gebruik leidt tot stikstofemissie. Onder het genoemde strijdige gebruik wordt niet verstaan de uitstoot van stikstof veroorzaakt door de externe voertuigbewegingen van en naar de gronden en bebouwing. g. Detailhandel is niet toegestaan, behoudens ondergeschikte detailhandel in ter plaatse gefabriceerde goederen. h. Buitenopslag is niet toegestaan. i.
Het niet voorzien in voldoende parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden op eigen terrein ten behoeve van de ter plaatse gevestigde functie(s) is niet toegestaan. j. Het gebruik van uitlogende materialen in of aan gebouwen (en bijbehorende installatie) is niet toegestaan. k. Bedrijven mogen niet aansluiten op het gastransportnet zoals bedoeld in de Gaswet. l. De op de verbeelding aangeduide kavels 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel B', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel F', ''specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel G en 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel L' mogen niet ontsluiten op de weg Spurkt. m. Zonneparken zijn niet toegestaan. n. Buitenverlichting mag niet rechtstreeks zijn gericht op de functies 'Natuur' en 'Natuur - waterberging', en moet zodanig zijn afgesteld dat lichthinder wordt voorkomen. De lichtsterkte van lichtmasten die zijn gelegen binnen 50 meter van de grens met de functies 'Natuur' en 'Natuur - waterberging', mag niet meer bedragen dan 3 lux, gemeten op 1,5 meter hoogte op de perceelsgrens richting de functies 'Natuur' en 'Natuur - waterberging'. Voor overige lichtmasten en overige vormen van buitenverlichting geldt een maximale lichtsterkte van 10 lux, gemeten op 1,5 meter hoogte op de perceelsgrens. 6.6
Beoordelingsregels bouwen
Op en in de gronden die zijn aangewezen als Bedrijventerrein mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht waarvoor de volgende regels gelden:
16
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
6.6.1
Algemeen
a. De kavelindeling zoals opgenomen met de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel A', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel B', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel C', specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel D', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel E', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel F', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel G', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel H', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel I', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel J', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel K', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel L', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel M', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel N' en 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel O, dient in acht te worden genomen. 6.6.2
Gebouwen
Ten aanzien van van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden opgericht; b. onverminderd het bepaalde in artikel 6.6.1, bedraagt de grootte van een kavel minimaal 5.000 m2 en maximaal 20.000 m2, met dien verstande dat in afwijking hiervan: 1. voor kavel A een kavelgrootte is toegestaan van maximaal 26.510 m2; 2. voor kavel N een kavelgrootte is toegestaan van maximaal 27.291 m2; 3. voor kavel O een kavelgrootte is toegestaan van maximaal 26.430 m2. c. het maximale bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan 70% per kavel; d. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan dan op de verbeelding aangegeven; e. de afstand van gebouwen tot de kavelgrenzen bedraagt: 1. voor de percelen met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel H', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel I', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel J' en 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel K' minimaal 5 m; 2. voor de percelen met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel B', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel F', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel G' en 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel L' minimaal 7,5 m; 3.
voor de percelen met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel A', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel C', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel D', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel E', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel M', 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel N' en 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kavel O' minimaal 10 m; f. het bouwrijp maken van de openbare ruimte en het gebruiksgereed maken van de openbare ruimte van de gronden binnen de functies 'Natuur' en de functie 'Natuur - waterberging overeenkomstig de eisen zoals opgenomen in de kwaliteitsomschrijving, dient te zijn voltooid; g. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een kavel die gelegen is binnen de aanduiding 'overige zone - deelgebied 1': 1. dient het bouwrijp maken van de openbare ruimte binnen de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - Spurkt-weggedeelte 1' overeenkomstig de eisen zoals opgenomen in de kwaliteitsomschrijving, te zijn voltooid, en 2. dient de kavel te beschikken over een aansluitmogelijkheid op, als onderdeel van het bouwrijp maken van de openbare ruimte en overeenkomstige de eisen zoals opgenomen in de kwaliteitsomschrijving, de aangelegde vuilwaterriolering, welke riolering verbonden is met het bestaande openbare rioleringsstelsel, en 3.
dient de kavel te beschikken over een aansluit- of afvoermogelijkheid voor hemelwaterafvoer naar, als onderdeel van het bouwrijp maken van de openbare ruimte en overeenkomstig de eisen zoals opgenomen in de kwaliteitsomschrijving, aangelegde afvoervoorzieningen, welke voorzieningen verbonden zijn/afwateren op de gronden binnen respectievelijk de functie 'Groen waterberging' en/of de functie 'Natuur - waterberging', en 4. voor zover de kavel grenst aan de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - ontsluitingslus' dient het bouwrijp maken van de openbare ruimte binnen de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer ontsluitingslus' overeenkomstig de eisen zoals opgenomen in de kwaliteitsomschrijving, te zijn voltooid;
17
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
h. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een kavel die gelegen is binnen de aanduiding 'overige zone - deelgebied 2': 1. dient het bouwrijp maken van de openbare ruimte en het gebruiksgereed maken van de openbare ruimte van de gronden binnen de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - zone water' overeenkomstig de eisen zoals opgenomen in de kwaliteitsomschrijving, te zijn voltooid, en 2. dient het bouwrijp maken van de openbare ruimte binnen de aanduidingen 'specifieke vorm van verkeer - Spurkt-weggedeelte 1' en 'specifieke vorm van verkeer - Spurkt-weggedeelte 2' overeenkomstig de eisen zoals opgenomen in de kwaliteitsomschrijving, te zijn voltooid, en 3. dient de kavel te beschikken over een aansluitmogelijkheid op, als onderdeel van het bouwrijp maken van de openbare ruimte en overeenkomstig de eisen zoals opgenomen in de kwaliteitsomschrijving, de aangelegde vuilwaterriolering, welke riolering verbonden is met het bestaande openbare rioleringsstelsel, en 4.
dient de kavel te beschikken over een aansluit- of afvoermogelijkheid voor hemelwaterafvoer naar, als onderdeel van het bouwrijp maken van de openbare ruimte en overeenkomstig de eisen zoals opgenomen in de kwaliteitsomschrijving, aangelegde afvoervoorzieningen, welke voorzieningen verbonden zijn/afwateren op de gronden binnen respectievelijk de functie 'Groen waterberging' en/of de functie 'Natuur - waterberging'. 6.6.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Ten aanzien van de situering en maatvoering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m, en deze bouwwerken dienen passeerbaar te blijven voor kleine zoogdieren zoals marterachtigen, eekhoorn en muis; b. de hoogte van bouwwerken zoals luifels, transportbanden, silo’s en kranen bedraagt maximaal 15 m; c. de hoogte van onverlichte reclamezuilen en andere onverlichte reclame-uitingen (ten dienste van het op het bouwperceel aanwezige bedrijf) bedraagt maximaal 5 m; d. containers zijn uitsluitend onder de volgende voorwaarden toegestaan: 1. de bouwhoogte bedraagt maximaal 9 m, 2. ze worden gesitueerd achter de voorgevelrooilijn; 3. ze zijn niet zichtbaar vanaf de openbare weg; e. de hoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 6,5 m; f. voor lichtmasten gelden voorts nog de volgende voorwaarde: 1. ze dienen zodanig te worden geplaatst en afgesteld dat lichtbundels altijd van de functies 'Natuur' en 'Natuur - waterberging' af en naar het perceel toe zijn gekeerd (inwaarts gericht); g. de hoogte van armaturen aan gevels bedraagt ten hoogste 6 m; h. voor armaturen gelden voorts nog de volgende voorwaarden: 1. ze mogen uitsluitend het bedrijfsgebouw zelf verlichten 2. ze dienen een naar beneden gerichte uitstraling te hebben; 3. ze dienen met diervriendelijk verlichting te worden uitgevoerd; 4.
alle verlichting die aan of op gebouwen is aangebracht (waaronder gevelverlichting, terreinverlichting of functionele verlichting) dient te zijn uitgerust met een bewegingssensor. Deze verlichting mag uitsluitend inschakelen wanneer beweging wordt gedetecteerd en dient binnen maximaal 2 minuten na het laatste gedetecteerde signaal automatisch uit te schakelen. i. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 10 m. 6.7
Maatwerkvoorschrift
Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen ten aanzien van de op grond van dit artikel toegelaten situering en afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken met een maximum afwijkingspercentage van 10%, indien dit noodzakelijk is, ter voorkoming van onevenredig nadelige gevolgen voor: a. het straat en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid;
18
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
d. de externe veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken f. de in de omgeving aanwezige landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodem en waterhuishoudkundige alsmede milieuhygiënische waarden. 6.8
Omgevingsplanactiviteit bouwen
6.8.1
Bouwactiviteit(en)
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 6.6.2, sub d voor het oprichten van gebouwen tot een bouwhoogte van maximaal 15 m ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijken bouwhoogte'; b. artikel 6.6.2, sub e voor het oprichten van een zijgevel op een afstand kleiner dan 5 m van de zijdelingse bouwperceelgrens, niet liggend aan de functie 'Groen' of de functie 'Natuur'. 6.8.2
Beoordelingsregels bouwactiviteit(en)
a. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.8.1, sub a wordt alleen verleend als aan de volgende regels wordt voldaan: 1. er wordt geen afbreuk gedaan aan het ter plaatse heersende of gewenste stedenbouwkundig beeld; 2. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de met naburige gronden en de daarop aanwezige opstallen verbonden belangen; 3. er zijn geen nadelige gevolgen voor de in de omgeving aanwezige landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodem en waterhuishoudkundige alsmede milieuhygiënische waarden. b. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.8.1, sub b wordt alleen verleend als aan de volgende regels wordt voldaan: 1. de brandveiligheidsvoorschriften en toegankelijkheid van blusvoertuigen; 2. er wordt geen afbreuk gedaan aan het ter plaatse heersende of gewenste stedenbouwkundig beeld; 3. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de met naburige gronden en de daarop aanwezige opstallen verbonden belangen; 4. het gebouw/de gebouwen worden niet zodanig gerealiseerd dat zij de grens van een bouwperceel overschrijden of dat zij verbonden worden met een gebouw/gebouwen op een ander bouwperceel; 5. er zijn geen nadelige gevolgen voor de in de omgeving aanwezige landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodem en waterhuishoudkundige alsmede milieuhygiënische waarden.
6.9 Omgevingsvergunning aanleg werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden bouwrijp maken van het uitgeefbaar gebied 6.9.1
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden op of in de gronden binnen de aanduiding 'overige zone - uitgeefbaar gebied' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verwijderen van struiken, bomen, gewassen en boomstronken; b. het opsporen en verwijderen van niet-gesprongen explosieven; c. het uitvoeren van (nader) onderzoek c.q. het treffen van uit archeologisch oogpunt noodzakelijke maatregelen; d. voor zover noodzakelijk het saneren van bodem- en/of grondwaterverontreiniging afgestemd op de bodemfunctie; e. het ontgraven, ophogen en egaliseren van het terrein; f. het aanbrengen van een (tijdelijk) gronddepot; g. het dempen van bestaande watergangen; h. het treffen van grondwaterregulerende maatregelen; i. het aanbrengen van de aansluiting vanuit een kavel op de openbare DWA-riolering;
19
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
j.
het aanbrengen van de aansluiting voor de afvoer van hemelwater vanuit een kavel naar waterbergingsvoorzieningen in de openbare ruimte.
6.9.2
Uitzonderingen
Het in artikel 6.9.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud of beheer betreffen. 6.9.3
Aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dienen de volgende gegevens en bescheiden te worden verstrekt: a. de locatieaanduding van de kavel waarop de aanvraag betrekking heeft; b. het bestek dat ziet op de in de aanvraag betrokken werken, geen bouwwerken zijnde, zoals bedoeld in artikel 6.9.1. Een bestek dient het schaalniveau te hebben van het totale uitgeefbare gebied gelegen binnen de aanduiding 'overige zone - deelgebied 1' respectievelijk de aanduiding 'overige zone - deelgebied 2'. 6.9.4
Beoordelingsregels
De in artikel 6.9.1 bedoelde vergunning kan slechts worden verleend indien de aanvraag in overeenstemming is met de eisen zoals opgenomen in de kwaliteitsomschrijving. 6.9.5
Aan omgevingsvergunning te verbinden voorschriften
Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden over het door het bevoegd gezag te nemen besluit omtrent het verlenen van een voltooiingsverklaring, waaruit blijkt of de uitvoering van de in de omgevingsvergunning betrokken werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden overeenkomstig de eisen zoals opgenonen in de kwaliteitsomschrijving , is voltooid. 6.10
Meldingplicht
a. Het is verboden om een aan een locatie toegedeelde activiteit te starten of te wijzigen, die hinder door geluid, geur, trillingen, stof of licht kan veroorzaken, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. b. Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: 1. de aanduiding van de activiteit; 2. het adres waarop de activiteit wordt verricht; 3. de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht; 4. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; 5. een onderbouwing dat kan worden voldaan aan de regels in deze titel over geluid en geur; en 6. de dagtekening. c. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de gegevens en bescheiden worden verstrekt die nodig zijn om te beoordelen of kan worden voldaan aan de regels in het omgevingsplan over aan een locatie toegedeelde activiteiten. d. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift bepalen dat het overleggen van een akoestisch onderzoek niet is vereist, als aannemelijk is dat wordt voldaan aan de regels in het omgevingsplan. 6.11
Voorwaardelijke verplichtingen
6.11.1 Voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteit Het uitvoeren van de activiteiten en functies zoals toegelaten ter plaatse van de functie 'Bedrijventerrein' is uitsluitend toegestaan indien invulling gegeven wordt aan de kaders uit het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 4 bij deze regeling.
20
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
6.11.2 Voorwaardelijke verplichting realisatie groen Op de gronden met de functie Bedrijventerrein is het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 6.4 sub a, b, c en d slechts toegestaan indien vaststaat dat het bouwperceel groen wordt ingericht met een omvang van minimaal 20% van de grootte van het niet bebouwde deel van dat betreffende bouwperceel en dat deze groenvoorziening in stand wordt gehouden. Hiertoe dient een beheer- en beplantingsplan te worden overgelegd. 6.11.3 Voorwaardelijke verplichting duurzaam gebruik van het dak Op de gronden met de functie Bedrijventerrein is het bouwen van een gebouw slechts toegestaan indien minimaal 80% van de totale oppervlakte van het dak van het gebouw wordt gebruikt om op duurzame wijze energie/warmte/koude op te wekken (waarbij de technieken met het hoogste rendement moeten worden toegepast), tenzij een andere duurzame maatregel dit onmogelijk maakt of als het bedrijfsproces duurzaam dakgebruik verhindert - in die gevallen dient de constructie van het gebouw wel dusdanig te worden vormgegeven dat het dak wel geschikt is voor het dragen van voorzieningen om op duurzame wijze energie/warmte/koude op te wekken.
6.11.4 Voorwaardelijke verplichting klimaatadaptief bouwen Op de gronden met de functie Bedrijventerrein is het bouwen van een gebouw slechts toegestaan als er vanaf het gebouw, bij de hoogste zonnestand op 21 maart, niet meer dan 20% weerkaatsing van zonlicht richting de openbare ruimte plaatsvindt. 6.11.5 Voorwaardelijke verplichting raamslachtoffers Op de gronden met de functie Bedrijventerrein is met het oog op het beschermen van vogels het bouwen van een gebouw slechts toegestaan als ramen en glazen gevels zijn voorzien van markeringen of materialen die de kans op botsingen door vogels zoveel mogelijk beperken.
21
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Artikel 7 7.1
Groen
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Groen. 7.2
Oogmerken
Voor dit gebied worden de volgende doelen nagestreefd: a. b. c. d.
7.3
Het behouden en versterken van een groene uitstraling van het gebied. Behoud en versterking van de hoogwaardige inrichting door de soortenkeuze van beplanting. Het realiseren van een klimaatbestendige, duurzame, gezonde en veilige fysieke leefomgeving. De omgeving een groenere uitstraling geven en meer in te richten op het bewegen en ontmoeten van en door bezoekers. Specifieke zorgplicht
Degene die een milieubelastende activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 7.2, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 7.4
Toedeling
Op en in de gronden die zijn aangewezen als Groen zijn de volgende functies toegestaan: a. groenvoorzieningen; b. voet- en fietspaden; c. sport- en spelvoorzieningen. 7.5
Beoordelingsregels bouwen
Op en in de gronden die zijn aangewezen als Groen mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht waarvoor de volgende regels gelden: a. de bouwwerken passen qua aard en afmetingen bij deze functie; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 4,5 m. 7.6
Maatwerkvoorschrift
Burgemeester en wethouders kunnen maatvoeringsvoorschriften stellen ten aanzien van de situering en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.7
Verbod
Het gebruik van gronden en opstallen is verboden, voor zover het betreft: a. het gebruik van de gronden voor agrarische doeleinden, anders dan ter ondersteuning en het beheer van de in het gebied voorkomende en/of te ontwikkelen waarden; b. het storten, aanbrengen of toepassen van (mest)stoffen die niet noodzakelijk zijn ter verbetering of instandhouding van de kenmerkende vegetatie en flora; c. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een escortbedrijf en (straat)prostitutie; d. lawaaisporten; e. het aanbrengen van verhardingen; f. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit
22
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); g. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren).
23
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Artikel 8 8.1
Groen - waterberging
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Groen - waterberging. 8.2
Oogmerken
Voor dit gebied worden de volgende doelen nagestreefd: a. b. c. d.
Het behouden en versterken van een groene uitstraling van het gebied. Behoud en versterking van de hoogwaardige inrichting door de soortenkeuze van beplanting. Het realiseren van een klimaatbestendige, duurzame, gezonde en veilige fysieke leefomgeving. De omgeving een groenere uitstraling geven en meer in te richten op het bewegen en ontmoeten van en door bezoekers. e. Waterpartijen en watergangen voor het vasthouden van water toevoegen voorzover dat nodig dan wel wenselijk is. 8.3
Specifieke zorgplicht
Degene die een milieubelastende activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 8.2, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 8.4
Toedeling
Op en in de gronden die zijn aangewezen als Groen - waterberging zijn de volgende functies toegestaan: a. b. c. d.
8.5
groenvoorzieningen; voet- en fietspaden; sport- en spelvoorzieningen; ondergrondse en/of bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen. Beoordelingsregels bouwen
Op en in de gronden die zijn aangewezen als Groen - waterberging mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht waarvoor de volgende regels gelden: a. de bouwwerken passen qua aard en afmetingen bij deze functie; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 4,5 m. 8.6
Maatwerkvoorschrift
Burgemeester en wethouders kunnen maatvoeringsvoorschriften stellen ten aanzien van de situering en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 8.7
Verbod
Het gebruik van gronden en opstallen is verboden, voor zover het betreft: a. het gebruik van de gronden voor agrarische doeleinden, anders dan ter ondersteuning en het beheer van de in het gebied voorkomende en/of te ontwikkelen waarden; b. het storten, aanbrengen of toepassen van (mest)stoffen die niet noodzakelijk zijn ter verbetering of instandhouding van de kenmerkende vegetatie en flora;
24
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
c. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een escortbedrijf en (straat)prostitutie; d. lawaaisporten; e. het aanbrengen van verhardingen van meer dan 200 m2 in totaal binnen de gronden met de functie Groen - waterberging; f. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); g. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren). 8.8
Omgevingsplanactiviteit bouwen
8.8.1
Bouwactiviteit(en)
Met een omgevingsvergunning mag in afwijking van artikel 8.5 een nutsvoorziening worden gebouwd. 8.8.2
Beoordelingsregels bouwactiviteit
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.8.1 wordt alleen verleend als aan de volgende regels wordt voldaan: a. b. c. d.
de inhoud bedraagt maximaal 350 m3; de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,50 m; de oppervlakte bedraagt maximaal 100 m2; er geen onevenredige nadelige gevolgen optreden voor de in de omgeving aanwezig landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodem en waterhuishoudkundige alsmede milieuhygiënische waarden.
25
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Artikel 9 9.1
Natuur
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Natuur. 9.2
Oogmerken
Voor dit gebied worden de volgende doelen nagestreefd: a. b. c. d. e. 9.3
Het behouden en versterken van een groene uitstraling van het gebied. Behoud en versterking van de hoogwaardige inrichting door de soortenkeuze van beplanting. Bevorderen van biodiversiteit. Het realiseren van een klimaatbestendige, duurzame, gezonde en veilige fysieke leefomgeving. De omgeving een groenere uitstraling geven en meer in te richten op het bewegen door bezoekers. Specifieke zorgplicht
Degene die een milieubelastende activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 9.2, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 9.4
Toedeling
Op en in de gronden die zijn aangewezen als Natuur zijn de volgende functies toegestaan: a. bos- en natuurgebieden; b. instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en abiotische waarden en met daaraan nevengeschikt bosbouwkundige waarde; c. ecologische voorzieningen voor de vleermuis en nestkasten en opstal voor dieren; d. recreatief medegebruik; e. wandelpaden; f. diervriendelijke verlichting. 9.5
Beoordelingsregels bouwen
Op en in de gronden die zijn aangewezen als Natuur mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht waarvoor de volgende regels gelden: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn uitsluitend toegestaan voor zover deze ondergeschikt zijn, zoals afrasteringen en eenvoudig recreatief ondersteunende voorzieningen, zoals wegwijzers, informatieborden en zitbanken; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 m; c. gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van ecologische voorzieningen, waarbij de bouwhoogte ten hoogste 4,5 m bedraagt. 9.6
Verbod
Het gebruik van gronden en opstallen is verboden, voor zover het betreft: a. het gebruik van de gronden voor agrarische doeleinden, anders dan ter ondersteuning en het beheer van de in het gebied voorkomende en/of te ontwikkelen waarden; b. het storten, aanbrengen of toepassen van (mest)stoffen die niet noodzakelijk zijn ter verbetering of instandhouding van de kenmerkende vegetatie en flora; c. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten
26
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
behoeve van een escortbedrijf en (straat)prostitutie; d. lawaaisporten; e. het aanbrengen van verhardingen; f. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); g. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren). 9.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.7.1
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e.
het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag (ophogen); het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; f. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; g. het dempen van sloten of greppels; h. het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houtsingels, houtwallen); i. het planten van bomen en/of struiken. 9.7.2
Uitzonderingen
Het in artikel 9.7.1 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen. 9.7.3
Beoordelingsregels
Een in artikel 9.7.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de natuurwaarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig (kunnen) worden verkleind. 9.8
Meldingsplicht
a. Het is verboden te bouwen op of in deze gronden zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. b. Bij de melding worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: 1. kleurenfoto’s van de bestaande situatie; 2. opgave van de hoogte, breedte en diepte van het bouwwerk; 3. voor zover het een gebouw betreft tekeningen van alle gevels van het gebouw; 4. opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. 5. een onderbouwing dat de natuurlijke, cultuurhistorische en visueel-landschappelijke waarden niet onevenredig worden geschaad.
27
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Artikel 10 10.1
Natuur - waterberging
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Natuur - waterberging. 10.2
Oogmerken
Voor dit gebied worden de volgende doelen nagestreefd: a. b. c. d. e. f.
Het behouden en versterken van een groene uitstraling van het gebied. Behoud en versterking van de hoogwaardige inrichting door de soortenkeuze van beplanting. Bevorderen van biodiversiteit. Het realiseren van een klimaatbestendige, duurzame, gezonde en veilige fysieke leefomgeving. De omgeving een groenere uitstraling geven en meer in te richten op het bewegen door bezoekers. Het realiseren en behouden van waterpartijen en watergangen voor het vasthouden van water.
10.3
Specifieke zorgplicht
Degene die een milieubelastende activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 10.2, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 10.4
Toedeling
Op en in de gronden die zijn aangewezen als Natuur - waterberging zijn de volgende functies toegestaan: a. bos- en natuurgebieden; b. instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke en abiotische waarden en met daaraan nevengeschikt bosbouwkundige waarde; c. ecologische voorzieningen voor de vleermuis en nestkasten en opstal voor dieren; d. recreatief medegebruik; e. wandelpaden; f. diervriendelijke verlichting. 10.5
Beoordelingsregels bouwen
Op en in de gronden die zijn aangewezen als Natuur - waterberging mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht waarvoor de volgende regels gelden: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn uitsluitend toegestaan voor zover deze ondergeschikt zijn, zoals afrasteringen en eenvoudig recreatief ondersteunende voorzieningen, zoals wegwijzers, informatieborden en zitbanken; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 m; c. gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van ecologische voorzieningen, waarbij de bouwhoogte ten hoogste 4,5 m bedraagt. 10.6
Verbod
Het gebruik van gronden en opstallen is verboden, voor zover het betreft: a. het gebruik van de gronden voor agrarische doeleinden, anders dan ter ondersteuning en het beheer van de in het gebied voorkomende en/of te ontwikkelen waarden; b. het storten, aanbrengen of toepassen van (mest)stoffen die niet noodzakelijk zijn ter verbetering of
28
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
instandhouding van de kenmerkende vegetatie en flora; c. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een escortbedrijf en (straat)prostitutie; d. lawaaisporten; e. het aanbrengen van verhardingen van meer dan 200 m2 in totaal binnen de gronden met de functie Natuur - waterberging; f. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); g. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren). 10.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.7.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e.
het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag (ophogen); het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; f. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; g. het dempen van sloten of greppels; h. het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houtsingels, houtwallen); i. het planten van bomen en/of struiken. 10.7.2 Uitzonderingen Het in artikel 10.7.1 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen. 10.7.3 Beoordelingsregels Een in artikel 10.7.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de natuurwaarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig (kunnen) worden verkleind. 10.8