CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026-2029 def 2

Gemeenteraad 4 november 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: Boekwerk begroting40.288 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

IV Een efficiënte gemeente De verwachting is we vanaf 2026 productie moeten leveren met aanzienlijk minder middelen en waarschijnlijk minder mensen als gevolg van de krapper wordende arbeidsmarkt. Er ontstaat daardoor een nieuwe opgave waarbinnen we systematisch zoeken naar manieren om effectief en efficiënter te werken Wat zijn kansen of bedreigingen bij het streven naar excellente dienstverlening? V Bestuur en organisatie in control Een belangrijk onderdeel van de opdracht voor organisatieontwikkeling betreft een meer zakelijke en opdrachtgerichte sturing, waarin doelen en kaders helderder zijn en we elkaar meer en beter aanspreken op prestaties, resultaten en ontwikkeling. Uitgangspunt is het werken op basis van een heldere opdracht, opdrachtnemers en opdrachtgevers (het zogenaamde ‘rollenmodel’). Door nieuwe wettelijke voorschriften en ontwikkelingen op diverse gebieden worden gemeenten steeds vaker geconfronteerd met ook andere dan financiële risico's: denk hierbij aan informatieveiligheid, privacy, juridisering, krapte op de arbeidsmarkt en de snelle media. Het streven is om in control te blijven en nog bewuster om te gaan met risico's door het risicomanagement steviger te verankeren in de organisatie. Verbonden partijen Voor dit deelprogramma zijn er geen verbonden partijen die een bijdrage leveren aan dit deelprogramma.

Wat gaan we daarvoor doen? In de onderstaande tabel zijn alle actiepunten voor de komende jaren, zoals die voortvloeien uit de bovenstaande activiteiten, opgenomen. Elke activiteit is nader toegelicht en is aangegeven in welk jaar dit wordt opgepakt. Activiteit uit het Gereed Toelichting collegeprogramma 2022 in 2026 Dienstverlening Duiden en inrichten van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer

2031

Op 1-1-2026 treedt de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) in werking. Voor burgers en bedrijven moet het mogelijk zijn alle berichten van officiële aard digitaal aan de gemeente te versturen. In 2023 is onderzoek uitgevoerd naar de impact van de Wmebv op de gemeente Venray. Hierbij is gekeken in hoeverre de gemeente Venray reeds voldoet aan de Wmebv en welke stappen en nog genomen moeten worden. Er is een actielijst opgesteld in 2024 en 2025 en 2026 staan in het teken van de implementatie in de lijn. Alle berichten van officiële aard die aan de gemeente verstuurd worden, moeten digitaal kunnen binnenkomen.

49

Duiden en inrichten van de Wet open overheid

2026

De Wet open overheid (Woo) verplicht overheden om open te zijn: handelingen en besluiten moeten transparant en te reconstrueren zijn. Daarvoor moet informatie vindbaar zijn, zonder twijfels over juistheid of echtheid. Daarnaast moet deze worden verstrekt binnen wettelijke kaders en termijnen. De Woo valt daarom uiteen in drie pijlers: - Passieve openbaarmaking - het op verzoek inzage geven in (publieke) informatie; - Actieve openbaarmaking - het op eigen initiatief openbaar maken van (publieke) informatie in 11 categorieën; - Informatiehuishouding op orde - Onze informatie, bestanden, documenten zo behandelen dat deze altijd vindbaar en juist; Voor de passieve openbaarmaking ontwikkelen we het proces door en richten we straks in ons zaaksysteem in. Bij de actieve openbaarmaking zijn alle uit te voeren acties in beeld gebracht. De eerste twee verplichte categorieën zijn ondertussen openbaar gemaakt, door ons. Daarnaast hebben we op dit moment ook al drie niet verplichte informatiecategorieën openbaar gemaakt. De overige informatie categorieën pakken in 2025 en 2026 op, ondanks dat de rijksoverheid de live-gang van de volgende informatiecategorieën uitstelt. We hebben een publicatiemodule als onderdeel van ons zaaksysteem aangeschaft. Voor inwoners en bedrijven de plek waar ze (publieke) informatie kunnen vinden, die we actief of passief openbaar moeten maken.

De publicatiemodule is technisch geïmplementeerd. Straks kunnen we via het zaaksysteem makkelijk de juiste informatie openbaar maken. We werken op verschillende onderdelen aan de informatiehuishouding op orde. Dit doen we via het deelproject grip op informatie en ook door de inrichting van een zaaksysteem.

Organisatie

50

Digitale transformatie

Continu Met de digitale transformatie zijn we inwoners en bedrijven beter van dienst, maken we optimaal gebruik digitale kansen, spelen we in op verwachtingen én houden we rekening met de noodzaak van de toenemende digitalisering. Het is een continue verandering van de hele organisatie, gedreven en ondersteund door het toenemende gebruik van digitale technologieën. Met de digitale transformatie werken we aan vijf doelen: - Excellente dienstverlening: Onze inwoners en bedrijven zijn we steeds beter van dienst. Daarvoor realiseren we nieuwe tools. Bijvoorbeeld is de nieuwe telefonie centrale in gebruik, voor een betere bereikbaarheid. Het zaaksysteem waarmee we aanvragen van klanten efficiënter kunnen afhandelen, is in gebruik bij drie teams. In september gaan we nieuwe teams met het zaaksysteem laten werken. - Open, transparant en veilig: Bijna al het werk van de gemeente is digitaal. Onze computersystemen zijn daarom extra goed beveiligd, zodat de kans op cyberaanvallen klein is. We maken openbare informatie (on)gevraagd openbaar. We beschikken over een publicatiemodule waarmee we dat digitaal mogelijk maken. Samen met de collega’s werken we ook aan grip op informatie, zodat we snel de juiste informatie terugvinden. - Ons werk optimaliseren: We optimaliseren ons werk bijvoorbeeld met procesoptimalisaties en innovaties.

Kunstmatige intelligentie (AI) die nieuwe bouwwerken signaleert op luchtfoto’s. Ook kijken we hoe we AI inzetten bij het uitwerken van documenten, zoals een leefzorgplan. We onderzoeken de mogelijkheden van een interne chatbot. Deze helpt straks onze collega's van het klant contact centrum, bij het sneller en beter beantwoorden van telefonische klantvragen. - Samen digitaal: De samenleving is steeds meer gewend aan digitaal zaken doen. Van deze kracht maken we gebruik. In het sociaal domein regelen inwoners veel uitkeringszaken zelf en digitaal. Dat scheelt ons veel werk en is voor onze inwoners een stuk makkelijker. We implementeren een participatieplatform waarmee we makkelijk contact en samenwerking met onze inwoners kunnen vinden. Met automatisering van onze processen doen we ons werk efficiënter en hebben we meer tijd voor onze inwoners.

Optimaliseren contractenbeheer

2026

- Digitale cultuur: Wij als organisatie volgen de digitaal vaardige samenleving met onze digitale cultuur. Zien en pakken we technologische kansen? Zijn we allemaal digitaal vakman binnen de gemeente? Zo gaan we anders werken en houden we tijd over voor echt belangrijke zaken. Namelijk onze inwoners en bedrijven. Met het project Innovatie in het Hart geven we vorm aan het verbeteren van onze digitale cultuur. In 20256 start een contractbeheerder. Na een inwerkperiode zal deze aan de slag gaan met het concretiseren van het contractbeheer. De verwachting is dat dit in 2026 zal worden geïmplementeerd.

Uitvoering project ‘Organisatie Continu Deze opdracht is gericht op het realiseren van een betere balans ontwikkeling’ tussen flexibiliteit en zakelijkheid met als doel excellente dienstverlening. Diverse externe ontwikkelingen (digitalisering, transformaties binnen de overheid, positie van de samenleving ten opzichte van de overheid, krapte op de arbeidsmarkt) hebben invloed om de manier waarop de dienstverlening wordt vormgegeven. In 2026 wordt er verder geïnvesteerd in het vergroten van kennis en kunde om in de digitale netwerksamenleving effectief, efficiënt en veilig inwoners te bedienen met een menselijke maat.

51

Strategisch Personeelsmanagement (SPM)

Continu SPM is een van de deelopdrachten in het kader van de verdere doorontwikkeling van de organisatie. SPM gaat over de vraag is hoe we kwalitatief en kwantitatief voldoende personeel houden om nu én in de toekomst onze opgaves te kunnen realiseren. De komende jaren is gekozen voor twee speerpunten "aandacht voor het vinden, binden en boeien van medewerkers" en "ruimte voor ontwikkeling van medewerkers" Deze zijn verder vormgegeven d.m.v. diverse deelopdrachten, te weten Medewerkerspeiling, Talentmanagement, Arbeidsmarkt communicatie, SPM op teamniveau en SPM kwantiteit. Het SPM zal herijkt worden op basis van actuele trends en ontwikkelingen. Daarbij worden speerpunten bepaald en zal de vertaling naar teams aandacht krijgen.

Verder doorontwikkelen van Continu De doorontwikkeling van control is een continu-opgave die wordt sturing en beheersing (control) vormgegeven vanuit verschillende opdrachten en speerpunten uit het binnen de gemeentelijke collegeprogramma. De implementatie van het risicobeleid neemt organisatie daarbij ook in 2026 een centrale rol in. Het verhogen van risicobewustzijn vormt daarbij een belangrijk onderdeel. In de P&Ccyclus krijgt het nieuwe risicobeleid haar vertaling in de paragraaf Weerstandsvermogen. Ook vindt er per 2026 organiek een aanpassing plaats via het nieuwe besturingsmodel, waarbij de keuze is gemaakt om "control" te organiseren in een zelfstandig team onder aansturing van de concerncontroller. Daarnaast werken we ook in 2026 vanuit opgaves in het kader van organisatieontwikkeling en ‘programmeren en prioriteren’ (P&P) aan het beter in control komen van de organisatie. Samenwerking bedrijfsvoering Continu De samenwerking bedrijfsvoering Horst aan de Maas en Venray richt Horst aan de Maas en Venray zich vooral op de informatievoorziening, waarbij zoveel mogelijk in gezamenlijkheid inhoud wordt gegeven aan de verdere digitalisering van de dienstverlening en bedrijfsvoering van de gemeentes. Hiervoor zijn de afgelopen jaren al stappen gezet met positieve resultaten. Deze lijn wordt doorgezet. Voor HRM en Financiën wordt de samenwerking meer op projectbasis opgezocht.

52

Deelprogramma 4.3 FINANCIËN Wat willen we bereiken? Financieel is onze gemeente Venray gezond. Dit komt door het solide financiële beleid dat als uitgangspunt in het collegeprogramma is opgenomen. De volgende algemene financiële uitgangspunten worden gehanteerd: • Wij streven naar een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarbij de structurele uitgaven worden gedekt door structurele inkomsten. • Wij handhaven het uitgangspunt dat de weerstandsratio minimaal 1 moet zijn. • Dat de weerstandscapaciteit minimaal 10% van de exploitatie moet zijn. • Waar mogelijk vergroten wij onze reservepositie nog verder. • Het maximaal dekken van incidentele kosten uit de reguliere begroting. • Waar mogelijk de solvabiliteit verbeteren. Voor de belastingen en retributies worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Als uitgangspunt maximaal de inflatiecorrectie jaarlijks toepassen; • Het hanteren van kostendekkende tarieven voor diensten; • Dat wij een relatief ‘goedkope’ gemeente qua belastingdruk blijven. Wat we in elk geval nodig hebben om een solide financieel beleid te blijven voeren, zijn actuele kaders waaraan we kunnen toetsen. Daartoe worden een aantal beleidsnota's in deze collegeperiode geactualiseerd. Verbonden partijen De volgende verbonden partijen leveren een bijdrage aan de vastgestelde doelstellingen van dit deelprogramma.

- NV Bank Nederlandse Gemeenten Wat gaan we daarvoor doen? Voor dit deelprogramma zijn voor 2026 en verdere jaren geen specifieke opdrachten geformuleerd.

53

Programma 4 Wat mag het kosten? Opgenomen bedragen vanuit het Meerjaren Uitgaven- en Investeringsplan: In onderstaande tabel is een totaaloverzicht opgenomen van alle aanvragen via het MUIP. De voorstellen zijn inhoudelijk en financieel verwerkt in de voorliggende begroting. Het bijbehorende deelprogramma is weergegeven met DP in de tabel. Als sprake is van een investering dan staat deze vermeld als PD (project deelprogramma) gevolgd door het betreffende deelprogramma nummer. Dit komt door de automatische koppeling tussen het boekwerk van de begroting en het financieel systeem waarbij een verschil is gemaakt tussen de exploitatielasten en de investeringen. Leven

Omschrijving

Bedragen x € 1 DP42 Totalen

Uitvoeringsbudget Arbo-visie

Investering 2026

2027

2028

Exploitatielasten 2029

2026

2027

2028

2029

166.800

171.852

177.071

182.462

166.800

171.852

177.071

182.462

54

Totaaloverzicht van baten en lasten In de volgende tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en als positief als er meer baten zijn dan lasten. Bedragen x € 1.000

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 vorig jaar 2026 2027 2028 2029 2025

Programma DP41 Bestuur

7.359

7.863

5.398

4.514

4.493

4.447

DP42 Dienstverlening en bedrijfsvoering DP43 Financiën

25.677

27.724

27.322

28.538

29.031

30.024

15.570

2.493

2.474

2.546

2.608

2.501

Totaal Lasten

48.607

38.081

35.194

35.598

36.132

36.973

Totaal Lasten

48.607

38.081

35.194

35.598

36.132

36.973

DP41 Bestuur

1.253

4.016

1.520

509

194

0

DP42 Dienstverlening en bedrijfsvoering

2.595

2.650

1.903

1.812

1.353

969

DP43 Financiën

115.059

124.624

125.684

130.068

131.120

136.221

Totaal Baten

118.907

131.291

129.106

132.389

132.668

137.190

Totaal Baten

118.907

131.291

129.106

132.389

132.668

137.190

70.300

93.209

93.912

96.791

96.536

100.217

Totaal Programma Bedragen x € 1.000

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 vorig jaar 2026 2027 2028 2029 2025

Programma DP41 Bestuur

-6.106

-3.848

-3.879

-4.006

-4.299

-4.447

DP42 Dienstverlening en bedrijfsvoering DP43 Financiën

-23.082

-25.074

-25.419

-26.726

-27.678

-29.055

99.489

122.131

123.210

127.522

128.513

133.719

Totaal Saldo

70.300

93.209

93.912

96.791

96.536

100.217

Totaal Programma

70.300

93.209

93.912

96.791

96.536

100.217

De analyse betreffende de afwijking begroting na wijziging ten opzichte van de realisatie is opgenomen in de jaarrekening onder paragraaf 2.3 Recapitulatie baten en lasten.

55

1.2 Paragrafen Inleiding Paragrafen In afzonderlijke paragrafen worden beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot een aantal overstijgende thema’s. Een zevental paragraaf zijn verplicht gesteld, namelijk: A. Lokale heffingen; B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing; C. Onderhoud van kapitaalgoederen; D. Financiering; E. Bedrijfsvoering; F. Verbonden partijen; G. Grondbeleid. Daarnaast zijn een aantal andere onderwerpen ook als paragraaf toegevoegd, namelijk: H. Investeringen; I. Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid. De specifieke paragrafen betreffen een dwarsdoorsnede van de diverse programma's Leven, Wonen, Werken en Besturen en hun bijbehorende deelprogramma's zoals vermeld in onderdeel 1.1 van de beleidsbegroting 2026.

Paragraaf A. Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf bevat informatie over het rijks- en gemeentelijk beleid met betrekking tot de gemeentelijke belastingen. Ook wordt ingegaan op de consequenties van dit beleid voor de inwoners. In deze paragraaf is een overzicht van baten en lasten opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. Ook de mate van kostendekkendheid en de beleidsuitgangspunten worden vermeld. In deze paragraaf gaan we niet nader in op de totstandkoming van de verschillende heffingen. Hiervoor dienen immers de verordeningen. Tarieven voor de gemeentelijke belastingen en heffingen zijn daarin integraal opgenomen. Voor het belastingjaar 2026 zal daarvoor nog een afzonderlijk raadsvoorstel worden voorgelegd. Deze paragraaf dient ertoe om een betrouwbaar inzicht te bieden op een aantal onderdelen. In deze paragraaf wordt verder ingegaan op de navolgende onderdelen: 1. Algemeen 2. De geraamde inkomsten. 3. Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen. 4. Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen (belastingen, leges en rechten). 5. Kwijtscheldingsbeleid. 1. Algemeen De gemeentelijke heffingen vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente Venray. Belangrijk omdat wij deze heffingen zelf opleggen aan onze burgers.

Bij de lokale heffingen maken we onderscheid in heffingen die vallen onder de algemene dekkingsmiddelen en heffingen die daar niet onder vallen. Bij de eerste groep moet gedacht worden aan bijvoorbeeld de onroerende zaakbelasting. Bij de tweede groep moet gedacht worden aan de rioolheffingen en afvalstoffenheffing die slechts maximaal kostendekkend mogen worden opgelegd. De lokale heffingen vormen een integraal onderdeel van het gemeentelijke beleid. Ze raken tenslotte de burger direct in de portemonnee. Dat is ook vaak de reden dat de burger “waar voor zijn geld” wil zien. De lokale heffingen zijn en blijven dan ook sterk in de (politieke) belangstelling staan. Bij de gemeentelijke belastingen zijn drie typen belastingen te onderscheiden: • algemene belastingen • bestemmingsbelastingen • retributies (rechten en leges)

56

Algemene belastingen De algemene belastingen komen ten goede aan algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten niet gelabeld zijn maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De gemeenteraad bepaalt waarvoor. Onder de algemene belastingen vallen bijvoorbeeld de onroerendezaakbelastingen en de (water)verblijfsbelasting. Bestemmingsbelastingen Bestemmingsbelastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Voorbeelden hiervan zijn de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Voor bestemmingsbelastingen geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. Retributies Retributies worden geheven van de persoon, aan wie de gemeente een specifieke dienst verleent, die een individueel voordeel hiervan heeft. De belangrijkste retributies zijn de leges: vergoedingen voor een bij de gemeente aangevraagde dienst als het aanvragen van een paspoort of een vergunning. Net als bij bestemmingsbelastingen mogen de retributies niet meer dan kostendekkend zijn. Keuzevrijheid De gemeenteraad maakt de keuze welke belastingen een gemeente wel heft en welke niet.

Deze keuzevrijheid houdt tegelijkertijd in dat de gemeenteraad bepaalt welke belastingen er worden ingezet, hoe de belastingen over burgers en bedrijven worden verdeeld en hoe groot de gewenste belastingopbrengst uit een belasting is. Het geheel aan gemaakte keuzes aan te heffen belastingen en de hoogte daarvan noemt men ook wel de belastingmix. Bij de invulling van de belastingmix moet de gemeenteraad een aantal keuzes maken: • afweging over de verdeling: op wie moet de belasting drukken: burgers of bedrijven, de hele gemeente of alleen de kostenveroorzakers? • zetten we een belasting in om niet-fiscale beleidsdoelen te realiseren? Wellicht het bekendste voorbeeld daarvan zijn de parkeerbelastingen die het gemeentelijk beleid rond parkeerdruk ondersteunen; • de hoogte van de uitvoeringskosten van een belasting: een weegsysteem bij de afvalstoffenheffing vraagt bijvoorbeeld meer administratie en is dus duurder dan een vast bedrag per huishouden. 2. Geraamde inkomsten Hieronder wordt een overzicht gegeven van de totale inkomsten uit gemeentelijke heffingen over diverse jaren. In het verlengde hiervan wordt in hoofdlijnen een toelichting gegeven op de ontwikkelingen. Samenstelling en geraamde inkomsten gemeentelijke heffingen: Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

17.049

17.517

18.309

18.839

19.382

19.957

- opbrengst gebruikers niet woning

4.054

4.156

4.253

4.376

4.502

4.636

- opbrengst eigenaren niet woning

5.650

5.819

6.014

6.182

6.356

6.540

- opbrengst eigenaren woning

7.345

7.544

8.043

8.282

8.526

8.783

0

-1

-2

-2

-2

-2

Afvalstoffenheffing

5.186

5.307

5.703

5.918

6.104

6.239

- Afvalstoffenheffing opbrengst

5.364

5.466

5.869

6.093

6.288

6.432

- Kwijtscheldingen

-178

-159

-167

-175

-184

-193

Rioolheffing

5.080

4.932

5.014

5.097

5.182

5.268

- Rioolheffing opbrengst

5.149

5.014

5.099

5.186

5.274

5.363

-69

-82

-85

-88

-92

-95

Onroerende zaakbelastingen

- Kwijtscheldingen

- Kwijtscheldingen

57

Rioolaansluitrecht

25

36

36

36

36

36

597

573

861

879

898

919

2.764

2.102

2.292

2.406

2.249

1.909

370

403

536

536

536

536

Marktgelden

26

32

33

34

34

35

Lijkbezorgingsrechten

76

55

55

55

55

55

220

222

235

240

245

249

BIZ Smakterheide

70

68

73

0

0

0

Reclamebelasting

114

126

126

126

126

126

31.577

31.373

33.272

34.166

34.847

35.329

Water-/toeristenbelasting Leges Parkeerbelasting

Havengelden

Totaal

3. Het beleid t.a.v. de lokale heffingen 3a. Rijksbeleid Hoofdlijnenakkoord – 2024 en 2028 nieuw kabinet - lokale belastingen In het hoofdlijnenakkoord zoals door de verschillende formerende politieke partijen is gepresenteerd, zijn ook een aantal maatregelen opgenomen die zien op lokale belastingen. Het ging hierbij om onder andere een planbatenheffing of vergelijkbaar systeem en om de maximering OZB. Vanwege de val van het kabinet is op dit moment onduidelijk of dit nog nader wordt uitgewerkt door het demissionair kabinet dan wel dat dit door een volgend kabinet zal worden opgepakt. VNG zet niet in op invoering tweejaarlijkse WOZ-waardering De VNG gaat niet inzetten op de invoering van een tweejaarlijkse WOZ-waardering. Uit onderzoek blijkt namelijk dat er weinig draagvlak is voor verruiming van het WOZ-tijdvak. Tijdens de ALV van 26 juni 2024 werd een motie aangenomen waarin een aantal gemeenten de VNG verzochten om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een tweejaarlijkse WOZwaardering. Ook vroegen ze om de gevolgen daarvan te onderzoeken voor andere belastingen en toepassingen die gebruikmaken van de WOZ-waarde. Het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale Overheden (ESBL) voerde dit onderzoek uit in opdracht van de VNG.

Daarbij is gekeken naar de gevolgen van een wijziging van het WOZ-tijdvak van 1 naar 2 jaar voor WOZuitvoeringsorganisaties van gemeenten, gebruikers van en belanghebbenden bij de WOZwaardegegevens. Uit het onderzoek blijkt dat een meerderheid van de uitvoerders van de Wet WOZ (gemeenten en samenwerkingsverbanden) tegen verruiming van het WOZ-tijdvak is. De verwachte voordelen, zoals vermindering van werkdruk, blijken beperkt terwijl er ook nadelen zijn. Zo zal slechts tegen de in het eerste jaar bekendgemaakte WOZ-beschikking bezwaar open staan en kan een tweejarig WOZ-tijdvak leiden tot grotere waardeverschillen tussen tijdvakken. De argumentatie van de wetgever voor invoering van een jaarlijkse waardering gelden grotendeels nog steeds. Een actuele WOZ-waarde vergroot de acceptatie ervan, dempt schoksgewijze aanpassingen tussen tijdvakken, leidt mogelijk tot minder bezwaar- en beroepsprocedures en maakt breder (maatschappelijk) gebruik mogelijk. Bovendien zorgt het voor continuïteit in het uitvoeringsproces en lagere administratieve lasten en uitvoeringskosten. Naast de bestaande argumenten noemt het rapport ook nieuwe redenen om vast te houden aan een jaarlijkse waardering. Zo wijzen gebruikers van WOZ-waarden op het belang van actuele waarden voor de belastingheffing en voor het breder gebruik van de WOZ-waarde.

Ook worden de gevolgen een tweejaarlijks tijdvak voor burgers en bedrijven als overwegend negatief beoordeeld. 3b. Gemeentelijk beleid Algemeen beleid ten aanzien van de gemeentelijke heffingen De gemeenteraad stelt jaarlijks de belastingverordeningen vast. Voor de gemeentelijke belastingen en heffingen zijn daarin de tarieven integraal opgenomen. Hiervoor zullen afzonderlijke raadsvoorstellen worden gedaan, die in de reguliere raadsvergadering december 2025 voor behandeling worden voorgelegd. Uitbreiding digitaal belastingportaal E-loket

58

Om de dienstverlening voor de burgers en ondernemers te optimaliseren maakt de gemeente Venray sinds 2020 gebruik van een digitaal belastingportaal voor het regelen van gemeentelijke belasting zaken. De klant kan via het E-loket belangrijke informatie raadplegen zoals de aanslag, openstaand saldo, kopie aanslagbiljet en een taxatieverslag downloaden. De gemeente Venray wil deze dienstverlening verder uitbouwen in de toekomst. In dit kader is in 2023 er de mogelijkheid bijgekomen om digitaal een bezwaarschrift in te dienen en in 2024 is het belastingportaal verder uitgebreid met onder andere de mogelijkheid om digitaal een kwijtscheldingsverzoek in te dienen. In 2025 zal ook de mogelijkheid van het digitaal betalen van de aanslagen via een QR code en / of via het belastingportaal ingericht worden. 4. Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen 4a. Kostendekkende leges en rechten In het BBV is opgenomen dat gemeenten verplicht zijn om, in hun begroting, per categorie van producten en diensten inzichtelijk te maken en welke kosten en opbrengsten aan de tarieven ten grondslag liggen. Ook moeten de gemeenten daarbij toelichten welke beleidskeuzes er bij de tarifering van de producten en diensten zijn gemaakt. Bijvoorbeeld of er kruissubsidiëring is tussen of binnen product categorieën.

Dit geldt voor de volgende leges, heffingen en rechten: afvalstoffenheffing, rioolheffing, rioolaansluitrecht, leges, marktgelden, havengelden en lijkbezorgingsrechten. De overige belastingen, OZB, (water)verblijfsbelasting, reclamebelasting, BIZ Smakterheide en parkeerbelasting zijn algemene belastingen en gaan naar de algemene middelen van de gemeente en kunnen door de gemeente vrij besteed worden. De voorwaarden m.b.t. kostendekkendheid gelden hiervoor niet. Afvalstoffenheffing De gemiddelde afvalstoffenheffing voor een huishouden (basistarief + variabel tarief) stijgt in 2026 met € 9,27, oftewel 3,5%. Zie de tabel bij ‘Tarieven afvalstoffenheffing’. Met deze lichte stijging blijft de afvalstoffenheffing stabiel. Er zijn enkele veranderingen die opvallen en opmerkingen te maken bij de afvalbegroting. Verhoging afvalstoffenheffing in lijn met indexering Onze inzamelaar Remondis mag de prijzen indexeren op basis van het 2e kwartaal van de CBS indexcijfers voor de categorie Goederenvervoer. Deze is nog niet bekend op het moment van schrijven, maar we schatten de indexering op 3,5% voor deze categorie. Dit verklaart het overgrote deel van de verhoging van de afvalstoffenheffing.

Vergoeding Verpact voor PMD nog onzeker De VNG is samen met branchevereniging NVRD (Koninklijke Nederlandse vereniging voor afval- en reinigingsdiensten) in onderhandeling met Verpact over een nieuwe ketenovereenkomst per 1 januari 2026. De Ketenovereenkomst voorziet onder meer in de vergoeding die gemeenten krijgen voor ingezamelde verpakkingen. Het is nog onbekend wat dit betekent voor de vergoedingen die wij als gemeente ontvangen vanuit Verpact. Papierinzameling Het huidige contract loopt nog tot en met 2026. Indien verenigingen in de tussentijd stoppen wordt dit overgenomen door van Munster (professionele beladers). In 2027 gaat de papierinzameling veranderen. Hiervoor wordt begin 2026 een aanbesteding uitgezet. Verhoging verwerkingskosten milieustation Een aantal grondstoffen (hard plastic en hout) voor recycling zijn dit jaar fors gestegen. De overige grondstoffen stijgen geleidelijk volgens indexering. Hierdoor stijgt het tarief bij het milieustation voor het aanleveren van grof huishoudelijk afval (max 2m3) van € 15,00 naar € 17,50, het kofferbak tarief van € 7,50 naar € 9,00 en het fijn restafval per zak van € 4,50 naar € 4,70. De overige tarieven blijven gelijk. Tarieven afvalstoffenheffing Basis voor de afvalstoffenheffing zijn de kostendekkende tarieven.

Deze zijn vastgesteld op basis van begrote kosten voor het inzamelen van afval en de begrote kosten en opbrengsten voor het verwerken van afval. De hieronder weergeven tarieven zijn concepttarieven. De definitieve tarieven voor 2026 worden tijdens de raadsvergadering van december 2025 voor vaststelling aangeboden en kunnen daarom afwijken van de concepttarieven.

59

Afvalstoffenheffing

2025

Vast tarief

2026 % daling/stijging

€ 222,96

€ 230,75

3,5%

container van 40 ltr.

€ 3,01

€ 3,12

3,7%

container van 60 ltr.

€ 4,52

€ 4,68

3,5%

container van 80 ltr.

€ 6,02

€ 6,23

3,5%

container van 140 ltr.

€ 10,54

€ 10,91

3,5%

container van 240 ltr.

€ 18,07

€ 18,70

3,5%

volume van 60 ltr ondergronds

€ 4,52

€ 4,68

3,5%

€ 265,12

€ 274,39

3,5%

Restafval

Gemiddelde afvalstoffenheffing1

1 basistarief + 4 x lediging 140 liter restafval. (Gemiddeld aantal ledigingen per huishouden in 2025) Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten incl. (omslag)rente excl. kwijtscheldingen Kosten kwijtscheldingen

Bedragen x € 1,-5.433.062 -166.508

Kosten uitvoering kwijtscheldingen Inkomsten excl. heffingen

-31.607 936.675

Mutatie voorziening egalisatie afvalstoffenheffing Netto kosten

7.000 -4.687.502

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW

-494.160 -807.776

Totale kosten

-5.989.437

Opbrengst heffingen: vastrecht Opbrengst heffingen: variabel recht

4.505.892 1.363.334

Netto opbrengst heffingen

5.869.226

Onttrekking voorziening egalisatie afvalstoffenheffing (verrekend als korting op vastrecht)

120.203

Totale opbrengst heffingen

5.989.429

Dekking

100%

Rioolheffing en riolering In 2025 wordt het Water en rioleringsplan 2026-2029 opgesteld. Dit Wrp 2026-2029 is de opvolger van het GRP 2022-2025. In het najaar zal uw raad worden voorgesteld om dit Wrp vast te stellen. In het Wrp worden, zoals in het GRP, alle kosten zoals onderhoud en vervangen van de riolering op een rij gezet. Daar tegenover staat de rioolheffing als inkomsten. In onderstaande tabel zijn, vooruitlopend op dit Wrp de tarieven opgenomen zoals die in het GRP zijn berekend. Tarieven Rioolheffing en riolering

(Bedragen x €1)

eigenaar / niet niet afgekoppeld afgekoppeld gebruik afgekoppeld afgekoppeld 2025

2026

2025

%

2026

60

basisheffing vastrecht rioolheffing

Eig.

€ 104,30

€ 106,08

€ 104,30

€ 106,08 1,7%

afvoerrecht afvalwater méérpersoonshuishouden (woning)

Gebr.

€ 140,81

€ 143,20

€ 140,81

€ 143,20 1,7%

afvoerrecht afvalwater éénpersoonshuishouden (woning)

Gebr.

€ 70,40

€ 71,60

€ 70,40

€ 71,60 1,7%

afvoerrecht afvalwater per eenheid van 250 m³ (niet Gebr. woning)

€ 140,81

€ 143,20

€ 140,81

€ 143,20 1,7%

afvoer hemelwater woningen

Eig.

€ 15,65

€ 15,91

€ 0,00

€ 0,00 1,7%

afvoer hemelwater nietwoning per eenheid van 200 m²

Eig.

€ 15,65

€ 15,91

€ 0,00

€ 0,00 1,7%

[1] Tarieven confrom GRP 2022_2025.

De gemeente Venray heeft een rioolheffing om de kosten van de riolering, gedefinieerd in de drie zorgplichten (hemelwater, grondwater en afvalwater), te kunnen betalen. Uit deze rioolheffing moeten alle kosten voor de riolering kunnen worden betaald, zonder een bijdrage van de algemene middelen aan het product riolering. Eventuele tekorten of overschotten worden door middel van de voorziening egalisatie riolering over de jaren uit gemiddeld. Voor 2026 kan de volgende tabel voor de totale inkomsten en uitgaven worden opgesteld. Berekening kostendekkendheid rioolheffing Kosten incl. (omslag)rente exclusief kwijtscheldingen

Bedragen x € 1,-3.467.719

Kosten kwijtscheldingen Kosten uitvoering kwijtscheldingen

-85.138 -27.215

Inkomsten excl.heffingen Mutatie voorziening egalisatie riolering

22.664 -567.623

Netto kosten Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

-4.125.031

-447.554 -508.689 -5.081.275 Eigenaar

Gebruiker

49%

51%

Totale kosten gesplitst

-5.081.275

-2.475.893 -2.605.382

Opbrengst heffingen

5.081.275

2.475.893

2.605.382

100%

100%

100%

Dekking

Rioolaansluitrecht De kosten voor het maken van een rioolaansluiting zijn afhankelijk van onder andere de diameter, de lengte van de leiding en of het onder vrijverval of via drukriolering kan worden geloosd. Deze 61

kosten worden volgens een vaste verrekening (verordening rioolaansluitrecht) doorberekend aan de aanvrager van de aansluiting. Voor de begroting 2026 wordt gerekend met een verhoging van de tarieven uit 2025 met 1,7%. De tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn, maar zijn dat nu niet. Dit wordt veroorzaakt door onder andere de BTW. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2026 worden in de raadsvergadering van december 2025 vastgesteld. 2025

2026

%

Aansluiting op gemengd stelsel onder vrijverval (diameter maximaal 125 mm en max. lengte 6 meter).

753,97

766,79

1,7%

Aansluiting op gescheiden stelsel onder vrijverval (diameter maximaal 125 mm en max. lengte 6 meter).

1135,99

1155,30

1,7%

Aansluiting op drukriolering ten tijde van aanleg gemeentelijk riool ter plaatse

9042,60

9196,33

1,7%

De genoemde bedragen worden verhoogd met het openbreken en herstellen van bovenliggende verharding:

0,00

0,00

Tegelbestrating per m²

64,75

65,85

1,7%

Klinkerbestrating per m²

63,56

64,64

1,7%

Asfaltverharding per m²

365,58

371,80

1,7%

Berekening kostendekkendheid rioolaansluitrecht Bedragen x € 1,Kosten incl. (omslag)rente Inkomsten excl.heffingen

-40.148 0

Netto kosten

-40.148

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente

0

BTW Totale kosten

-8.431 -48.579

Opbrengst heffingen

36.223

Dekking

75%

Leges Leges zijn verschuldigd voor verstrekte diensten en worden geheven om de verschillende taken te bekostigen. Bijvoorbeeld het in behandeling nemen van een aanvraag voor een paspoort of rijbewijs. Ook zijn er leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van een omgevingsvergunning, een evenementenvergunning of een drank- en horecavergunning. De opbrengsten uit de heffing van leges worden gebruikt om de kwaliteit van de verstrekking te waarborgen en om personeels-, huisvesting- en materiaalkosten te dekken. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Vanwege fikse kortingen voor gemeenten vanuit het rijk werd in de begroting 2024 vanaf 2026 (het zgn. 'ravijnjaar') een tekort gepresenteerd van ruim € 5,2 miljoen, meerjarig oplopend. Voor de raad was dat aanleiding om met een motie het college de opdracht te geven een actieplan 'sluitende begroting' op te stellen. Dat heeft geresulteerd in het actieplan 2026, op weg naar het ravijnjaar. Als onderdeel van de stap, verhoging inkomsten, is in 2025 ook gekeken naar het inzichtelijk brengen van de mate van de kostendekkendheid van de leges. 62

Per hoofdstuk/titel van de legesverordening worden de lasten (directe lasten + overhead + btw) en de totale inkomsten weergegeven. Ook de mate van kostendekkendheid (in %) is opgenomen. Hoofdstuk 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING

Diverse kosten

Loonsom

BTW

Overhead

34.020

Lasten

Baten

599.509 1.773.973

Kostendekkendheid

Totaal hoofdstuk 1

538.048 602.395

901.850

50,84%

1.1. Burgelijke stand

103.757

30.969

8.882

116.189

259.796

53.558

20,62%

1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

204.498

473.581

8.994

224.848

911.921

607.246

66,59%

1.3 Rijbewijzen

113.760

51.660

5.115

127.873

298.407

175.055

58,66%

1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

69.958

-

3.160

78.995

152.113

10.352

6,81%

1.5 Bestuursstukken

-

-

-

-

-

-

-

1.6 Vastgoedinformatie

-

-

-

-

-

-

-

25.359

-

1.140

28.495

54.994

12.937

23,52%

-

-

-

-

-

-

-

1.7 Overige publiekszaken

1.9 Bijzondere wetten 1.10 Diversen

523

-

26

649

1.198

42.701

3564,51%

20.194

46.185

6.704

22.459

95.542

-

0,00%

Hoofdstuk 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

Loonsom

Totaal hoofdstuk 2

1.319.050

10.446

Algemene bepalingen (niet opgenomen in dit model, zie verordenning zelf)

Diverse kosten

BTW

Overhead

Lasten

Baten

Kostendekkendheid

49.594 1.184.997 2.564.086 1.287.827

50,23%

-

-

-

-

-

-

-

49.879

-

1.833

45.826

97.539

77.634

79,59%

2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

1.240.363

-

44.546

1.113.661

2.398.570

1.196.867

49,90%

2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

6.643

-

260

6.491

13.394

250

1,86%

2.5 Milieubelastende activiteiten

17.625

-

605

15.124

33.354

2.504

7,51%

2.6 Lozingsactiviteiten

-

-

-

-

-

-

-

2.7 Aanlegactiviteiten

2.269

-

78

1.947

4.295

1.249

29,09%

2.8 Overge activiteiten

2.270

-

78

1.947

4.295

1.722

40,08%

2.9 Maatwerkvoorschriften

-

-

-

-

-

-

-

2.10 Gelijkwaardigheid

-

-

-

-

-

-

-

2.11 Overige tarieven

-

-

-

-

-

-

-

2.12 Modaliteiten

-

10.446

2.194

-

12.640

7.602

60,14%

2.13 Vermindering

-

-

-

-

-

-

-

2.14 Teruggaaf

-

-

-

-

-

-

-

2.2 Voorfase

Hoofdstuk 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2 Totaal hoofdstuk 3

Diverse kosten

Loonsom

BTW

Overhead

Lasten

Baten

Kostendekkendheid

147.026

11.015

39.326

153.431

350.797

51.985

14,82%

97.877

-

24.575

100.529

222.981

23.300

10,45%

-

-

-

-

-

-

-

3.3 Winkeltijdenwet

6.870

-

1.702

6.491

15.063

200

1,33%

3.4 Organiseren evenement of markt

32.601

11.015

10.600

36.025

90.241

24.085

26,69%

3.5 Standplaatsen

2.259

-

573

2.467

5.299

3.857

72,78%

-

-

-

-

-

-

-

7.419

-

1.875

7.919

17.213

544

3,16%

3.1 Horeca 3.2 Seksbedrijven

3.6 Huisvestingswet 2014 (en Wet goed verhuurderschap) 3.7 Niet benoemd

63

Diverse kosten

BTW

Overhead

Lasten scenario

Baten scenario

Totaal

Loonsom

Totaal alle paragrafen

2.004.124 623.856 122.940 1.937.937 4.688.856 2.241.663

Kostendekkendheid 47,81%

Kruissubsidiëring vindt plaats binnen en tussen de diverse titels. Een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit/Een overdekking binnen de ene groep diensten wordt gebruikt voor onderdekking van een andere groep diensten. Marktgelden Elke standplaatshouder op de markt dient jaarlijks marktgeld te betalen. Hiervoor worden onder meer de kramen, stroom, schoonmaak en verkeersmaatregelen gerealiseerd, alsmede de inzet van de marktmeester. De hoogte van het marktgeld wordt berekend aan de hand van strekkende meters van de kramen. Het marktgeld wordt verhoogd als er stroom wordt afgenomen, afhankelijk van de capaciteit van de aansluiting. Uitgangspunt is dat de tarieven in 2025 stijgen met het inflatiepercentage van 2,1%. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2026 worden in de raadsvergadering van december 2025 vastgesteld. Havengelden Elk schip dat de industriehaven van Wanssum aandoet (liggen of laden/lossen) is havengeld verschuldigd. De hoogte van dit havengeld is afhankelijk van de omvang van het schip (tonnen laadvermogen of aantal standaard containers). Dit is vastgelegd in de havengeldverordening. Deze verordening wordt elk jaar geactualiseerd. Met de opbrengst van het havengeld worden de voorzieningen in de haven beheerd en onderhouden.

De tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn, maar uit concurrentie overwegingen zijn ze dat nu niet. Om het tekort te dekken wordt gebruik gemaakt van de voorziening egalisatie industriehaven. In 2025 word het havenbeheerplan 2026-2029 opgesteld en aan uw raad ter vaststelling aangeboden. Berekening kostendekkendheid havengelden Bedragen x € 1,Kosten incl. (omslag)rente

-357.138

Inkomsten excl.heffingen

0

Mutatie voorziening egalisatie industriehaven Netto kosten

0 -357.138

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW

-30.980 0

Totale kosten

-388.118

Opbrengst heffingen

234.857

Dekking

61%

Lijkbezorgingsrechten Venray heeft één gemeentelijke begraafplaats: Boschhuizen. Voor het gebruik van deze begraafplaats worden begraafrechten geheven. Er zijn verschillende tarieven. Zo betaalt men bijvoorbeeld voor het recht op een eigen graf voor een bepaalde periode, het bijzetten van urnen en asbussen of het verstrooien van as. In Venray zijn de legestarieven voor de kosten van begraven in 2020 onderzocht en kostendekkend gemaakt met ingang van 1-1-2021. Vanwege specifieke regelgeving en omstandigheden is de totale exploitatie van de begraafplaats niet kostendekkend. Uitgangspunt is dat de tarieven in 2026 stijgen met het inflatiepercentage van 2,1% conform de uitgangspunten zoals benoemd in de kadernota 2026. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2026 worden in de raadsvergadering van december 2025 vastgesteld.

64

Beleid/uitgangspunten algemene begraafplaats Sinds 1972 heeft Venray een algemene begraafplaats. In 1973 en 1974 zijn hier de graven van de Petrus Banden Kerk (katholieke begraafplaats) naar over gebracht. Dit is het begin geweest van de algemene begraafplaats. De graven van de kerk zijn geplaatst in het zogenaamde vak O. Dit vak heeft een aparte status binnen de begraafplaats. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 26 juni 2018 de notitie ontwikkeling vak O Begraafplaats Boschhuizen vastgesteld. In 2023 is dit nog een keer beoordeeld. In deze notitie is besloten om vanaf 26 juni 2018 geen leges meer te heffen over de bestaande graven in vak O. Ook is besloten dat er geen (bij)begravingen, dan wel (bij)plaatsingen van urnen worden toegestaan. Lasten taakvelden

Leges verordening (x € 1 ) Begraafplaatsen

Overhead

€ 187.266

€ 11.064

Andere Totale lasten inkomsten € 198.330

€-

Leges € 16.518

Totale baten € 16.518

Kostendekkendheid 8%

4b. Algemene belastingen Onroerendezaakbelastingen (OZB) Iedere eigenaar van een onroerende zaak, zoals een woning of niet-woning is belastingplichtig in het kader van de OZB. Een gebruiker van een onroerende zaak zijnde niet-woning is ook belastingplichtig in het kader van de OZB. Dit met uitzondering van het woondeel van een nietwoning. De definitieve tarieven OZB voor het belastingjaar 2026 worden in de raadsvergadering van december 2025 vastgesteld. lnflatiecorrectie OZB In het coalitieakkoord 2022-2026 is vastgelegd dat als uitgangspunt voor de OZB de jaarlijkse inflatiecorrectie wordt gekozen. In de begroting 2026 tot en met 2029 is het inflatiepercentage toegepast zoals vermeld in tabel van de bijlage 2, hoofdstuk 2.1. van de kadernota. In de begroting 2025 is voor 2025 een inflatiepercentage van 2,20% opgenomen. Voor de begroting 2026 hanteren we 2,10% voor 2026, 2,2% voor de jaren 2026 t/m 2028 en voor 2029 2,3%.. Voorlopige belastingdruk 2026 (=OZB+afval+riool) Op basis van de geldende uitgangspunten bedraagt de voorlopige gemiddelde lastendruk (voor een huishouden van twee of meer personen, die eigenaar en gebruiker zijn van een woning) voor 2026 € 936,32 Dit betekent dat de lastendruk 2026 (=OZB+afval+riool) stijgt ten op van 2025 met 2,4%. 2025 (verwachte 2026 2025 (waarde per waarde oktober (geprognotiseerde % juni 2025) 2024) waarde) WOZ-waarde [1]

€ 339.791,00

€ 351.334,49

€ 380.846,59

8,4%

OZB [2]

€ 383,96

€ 388,58

€ 396,74

2,1%

Rioolheffing [3]

€ 260,71

€ 260,71

€ 265,19

1,7%

Afvalstoffenheffing [4]

€ 265,12

€ 265,12

€ 274,39

3,5%

Totale belastingdruk

€ 909,79

€ 914,41

€ 936,32

2,4%

[1] De prognose is dat de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen met ongeveer 8,4% stijgt. De herwaardering 2026, naar de waardepeildatum 1 januari 2025 wordt in januari 2026 geheel afgerond. [2] De WOZ-waarden worden d.m.v. een WOZ-beschikking begin 2026 definitief bekendgemaakt. [3] Uitgangspunt is een meerpersoonshuishouden en het pand is niet afgekoppeld van het gemeentelijk rioleringsstelsel. [4] Voor 2026 en 2025 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 4 containers 140 liter restafval

(Water)verblijfsbelasting

65

De verblijfsbelasting is een algemene belasting. De algemene belastingen komen ten goede aan algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten niet gelabeld zijn maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De gemeenteraad bepaalt waarvoor. Daarnaast is de gemeente vrij in het bepalen van de hoogte van het tarief. In het kader van het actieplan 2026 ‘sluitende begroting’ is gekeken naar een verhoging van de opbrengsten van de verblijfsbelasting. Het huidig tarief binnen de gemeente Venray is in 2025 € 1,40. Het gemiddelde tarief verblijfsbelasting in Limburg is in 2025 € 2,20 is (bron: Toeristenbelasting per gemeente 2025). Dit is een verschil van 56%. In de raadsvergadering van 24 juni 2025 is ingestemd om het tarief voor 2026 te verhogen naar € 2,00. Het tarief wordt hierbij vermenigvuldigd met het aantal daadwerkelijke overnachtingen. Hierbij is rekening gehouden met een inflatie correctie van de tarieven voor de komende jaren. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2026 worden in de raadsvergadering van december 2025 voor vaststelling aangeboden. 2025 inflatiepercentage berekend tarief

1,40

2026

2027

2028

2029

42,86%

2,20%

2,20%

2,20%

2,00

2,04

2,09

2,13

Parkeerbelasting Parkeerbelastingen geldt voor de afgesloten terreinen Blekersveld, Raadhuisstraat en de parkeergarage. Dit in de vorm van parkeergelden en abonnementen. Daarnaast zijn in bepaalde straten ontheffingen blauwe zone en parkeervergunningen mogelijk. In het kader van het actieplan 2026 ‘sluitende begroting’ is gekeken naar een verhoging van de opbrengsten van de parkeerbelasting. In de raadsvergadering van 24 juni 2025 is ingestemd om het uurtarief van € 1,00 naar € 1,50 te verhogen en het dagtarief van € 3,00 naar € 5,00 te verhogen. Dit om meer inkomsten te genereren en het feit dat de tarieven nooit zijn gecorrigeerd met inflatiecorrectie. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2026 worden in de raadsvergadering van december 2025 voor vaststelling aangeboden. Reclamebelasting De reclamebelasting is van toepassing binnen het centrumgebied van de gemeente Venray. De belasting wordt geheven ter zake van openbare aankondigingen (reclame-uitingen) zichtbaar vanaf de openbare weg. De tarieven worden ieder jaar afgestemd met de Ondernemersvereniging Venray Centraal. De gemeente int de jaarlijkse bijdragen en betaalt deze, onder inhouding van de inningskosten, uit als subsidie aan de Ondernemersvereniging Venray Centraal. Naar verwachting zullen de tarieven de komende jaren gelijk blijven.

De definitieve vaststelling van deze tarieven moet echter nog plaatsvinden tijdens de najaarsvergadering van de ondernemersvereniging Venray Centraal.

Bedragen x €1 voor een reclameobject met een oppervlakte tot 0,5 m²: voor een reclameobject met een oppervlakte van 0,5 m² tot 2,5 m²: voor een reclameobject met een oppervlakte van 2,5 m² tot 5 m²: voor een reclameobject met een oppervlakte van 5 m² of meer:

2025 500 600 700 800

2026 500 600 700 800

BIZ-Smakterheide Op grond van de Bedrijven–Investerings-Zones (BIZ) is het mogelijk om binnen een nader af te bakenen gebied (zoals een bedrijventerrein) alle ondernemers gezamenlijk mee te laten betalen aan de kwaliteitsverbetering van de bedrijfsomgeving. Daarbij gaat het dan om activiteiten gericht op het bevorderen van de veiligheid en ruimtelijke kwaliteit binnen het betreffend gebied. Hiermee wordt het “freeriders” gedrag voorkomen. De gemeente int de jaarlijkse bijdragen en betaalt deze, onder inhouding van de inningskosten ad € 3.500, uit aan de Ondernemersvereniging Smakterheide. De huidige BIZ loopt in 2025 af. Op dit moment wordt bekeken of er een voldoende draagvlak is in de ondernemersvereniging Smakterheide (BIZ) voor een nieuwe BIZ voor de periode van vijf jaar. Hiervoor zal een separaat voorstel worden gedaan. De eventuele nieuwe tarieven BIZ voor het belastingjaar 2026 worden in de raadsvergadering van december 2025 vastgesteld. De huidige tarieven bedragen: 66

Bedragen x €1

2025

2026

WOZ-waarde lager dan € 250.000

250

250

WOZ-waarde vanaf € 250.000 en lager dan € 1.000.000

500

500

WOZ-waarde vanaf € 1.000.000 en lager dan € 5.000.000

1000

1000

WOZ-waarde vanaf € 5.000.000

1500

1500

5. Kwijtscheldingenbeleid Burgers die de aanslag niet kunnen betalen, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding. Handmatige- en geautomatiseerde kwijtschelding Kwijtschelding vindt enerzijds plaats door middel van een toetsing door de Stichting Inlichtingenbureau van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit bureau voert geautomatiseerde bestandsvergelijkingen uit, waardoor de kwijtschelding eenvoudiger en geautomatiseerd toegekend kan worden. Anderzijds wordt ook nog een aanzienlijk aantal verzoeken tot kwijtscheldingen handmatig beoordeeld en afgehandeld. 100% Norm De raad heeft in het verleden besloten de regeling voor kwijtschelding zo ruim mogelijk toe te passen. Het normbedrag voor levensonderhoud is toen vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm. Het gehanteerde normbedrag is het maximale bedrag dat gemeenten mogen hanteren volgens de Invorderingswet 1990 en de daarbij behorende uitvoeringsregeling. Waarbij wordt uitgegaan van het vermogensbegrip van art. 34 van de Participatiewet. Daarnaast is conform het raadsbesluit van 31 januari 2023 de maximale verruiming van de kwijtschelding vermogensnorm doorgevoerd. Het aanvragen van kwijtschelding is mogelijk voor OZB: kwijtschelding kan in bepaalde omstandigheden plaatsvinden indien de vermogenspositie hiertoe aanleiding geeft.

Afvalstoffenheffing: kwijtschelding kan plaatsvinden van het vastrecht, vermeerderd met maximaal het gemiddelde aantal ledigingen van grijze en groene containers of inworpen in een verzamelcontainer voor restafval. Jaarlijks wordt dit gemiddelde aantal ledigingen of inworpen opnieuw vastgesteld. Dit gebeurt in de verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing, waarmee ook de hoogte van het variabel en vastrecht wordt vastgesteld. Rioolheffing: kwijtschelding kan m.n. plaatsvinden voor het gebruikersdeel voor woningen. Kwijtscheldingen Het aantal kwijtscheldingsverzoeken is de afgelopen jaren stabiel. Belastingplichtigen met meerjarige betalingsproblemen worden vanaf 2016 actief benaderd. 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal aantal kwijtscheldingsverzoeken

1137

1117

1137

1152

1104

1132

Verzoeken via inlichtingenbureau (voor de aanslagoplegging)

450

482

486

442

494

497

Beroepschriften (klanten)

25

26

17

4

0

0

Stand per juni 2025. Aantallen zijn per verzoek.

67

Paragraaf B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het weerstandsvermogen en de mate waarin de organisatie de belangrijkste risico’s onder controle heeft. Het risicobeleid werd op 31 oktober 2023 door de raad vastgesteld. Vanaf najaar 2024 wordt het nieuwe beleid in de organisatie geïmplementeerd. Deze paragraaf geeft inzicht in: • • • •

Weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Risico’s: Een kans op optreden van een gebeurtenis met een bepaald effect op het behalen van de doelen. Het effect kan onder andere zijn dat het gewenste doel niet of later wordt gerealiseerd. Mogelijk kan het effect ook leiden tot het eerder realiseren van een doel. Weerstandsvermogen: De mate waarin de gemeente in staat is om negatieve financiële consequenties van risico’s zelfstandig op te vangen, zonder de bestedingsruimte onnodig te beklemmen en in te grijpen op de normale bedrijfsvoering. Financiële kengetallen: conform de BBV is een basis set financiële kengetallen opgenomen.

1. Risicomanagement De raad, het college en het management zijn ervan bewust dat adequate risicobeheersing onderdeel is van “good governance” en bijdraagt aan het “in control” zijn van de organisatie. Kernthema hierin is transparantie: het (tijdig) rapporteren over risico’s, het gezamenlijk met alle betrokkenen afstemmen over beheersmaatregelen en het eventueel bewust nemen van geringe risico's. Met de implementatie van het nieuwe risicobeleid wordt dit door middel van een risicodialoog en een structurele aanpak vorm gegeven. Hoewel het risicobewustzijn in de afgelopen jaren is gegroeid, mag het nog beter structureel geborgd worden in de organisatie. Met een structurele aanpak om het bewustzijn in de organisatie te vergroten en het voeren van het juiste gesprek willen we het nieuwe beleid implementeren en borgen. Daarnaast blijft het een voortdurend aandachtspunt om te zoeken naar een juiste afweging van de (effecten van) risico’s en de te maken kosten voor het elimineren van deze risico’s. Het is een utopie om voor alle risico’s adequate beheersmaatregelen te kunnen treffen. 2. Weerstandscapaciteit Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

Algemene reserve (vrij)

56.449

54.308

52.109

46.267

39.776

Risicoreserve grondbedrijf

7.676

7.485

7.290

7.091

6.888

Weerstandscapaciteit

64.125

61.793

59.399

53.358 46.664

Streefwaarde weerstandscapaciteit

19.422

18.240

18.651

18.967

Tekort/overschot streefwaarde

44.703

43.553

40.748

34.391 27.152

19.512

De netto weerstandscapaciteit, de financiële ruimte die er is om tegenvallers op te kunnen vangen, neemt gedurende de planperiode af met 17,5 mln. De streefwaarde van 10% van de jaarexploitatie wordt echter nog ruim gehaald. Hierna volgt een nadere specificatie en toelichting op de ontwikkeling van de twee onderdelen. Algemene reserve Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

Algemene reserve

43.967

57.336

55.195

52.996

47.154

Geraamde stortingen

21.003

1.044

184

25

25

Geraamde onttrekkingen

-7.635

-3.185

-2.383

-5.867

-6.517

Algemene reserve (vrij)

57.336

55.195

52.996

47.154 40.662

68

In de kadernota 2026 hebben we de gerealiseerde mutaties gepresenteerd die met de vaststelling van de jaarrekening 2024 definitief zijn opgenomen in de Algemene Reserve. Tevens hebben we deze mutaties/verwachtingen doorgerekend voor de volgende jaren om zodoende inzicht te hebben in de vrij besteedbare algemene reserve. Voor de begroting 2026 presenteren we over de boekjaren 2025 t/m 2029 de geraamde stand van de algemene reserve en de geraamde mutaties voor de komende jaren. Hierin zijn de bedragen van de MUIP 2026 meegenomen. De mutaties in de 2e berap 2025 die van invloed zijn op de algemene reserve konden nog niet meegenomen worden, omdat deze ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet bekend waren. Risicoreserve grondbedrijf Stand ultimo

2025

2026

2027

2028

2029

Saldo per 1-1

7.802

7.676

7.485

7.290

7.091

Winstnemingen

59

0

0

0

0

Onttrekkingen

-185

-191

-195

-199

-203

Saldo per 31-12

7.676

7.485

7.290

7.091

6.888

(bedragen x € 1.000)

De winstnemingen zijn het totaal aan winstnemingen van gronden in exploitatie en winst uit verkoop van restkavels (afgesloten exploitaties). Bij gronden in exploitatie is rekening gehouden met tussentijdse winstnemingen gebaseerd op de POC methode die is voorgeschreven door de commissie BBV. Voor een specificatie van de verwachte winstnemingen per grondexploitatie zie paragraaf G. De onttrekkingen zijn onder andere de afboeking van niet door te berekenen algemene kosten van het Grondbedrijf. 3. Risico's Werkwijze In de begroting 2026 gaan we uit van de normeringen die in het nieuwe beleid zijn vastgelegd. De risico-inventarisatie is in deze begroting geheel opnieuw opgebouwd. Hiervoor is een brede uitvraag gedaan in de gehele organisatie. In dit document worden daarvan de belangrijkste risico's benoemd, als ook de beheersmaatregelen daarbij. De groslijst van opgehaalde risico's wordt gebruikt voor een periodieke bespreking met het management en een ingesteld kernteam risicomanagement. De groslijst zien we dan ook als een eerste (goede) stap in de verdere ontwikkeling van het risicomanagement. Elk geïnventariseerd risico is beoordeeld via de risicomatrix uit ons risicobeleid (zie onderstaande figuur) waarmee de zwaarte van elk risico is ingeschat.

69

Risicotoelichting Onderstaand staan de voornaamste risico's beschreven. Daar waar al beheersmaatregelen vastgesteld zijn worden deze ook vermeld. Externe risico’s Dit betreft risico’s waarmee we als maatschappij geconfronteerd worden, waar we als gemeente weliswaar niet direct invloed kunnen uitoefenen, maar waar we als lokale overheid wel op moeten acteren. Belangrijkste risico's die we hieronder kunnen scharen zijn: Krapte op de arbeidsmarkt Polarisatie en maatschappelijke ontevredenheid Toename omvang en complexiteit van de zorgvraag Netcongestie Nieuwe regelgeving ruimtelijk domein (stikstof, spuitzonering, beschikbaarheid van water en waterkwaliteit, etc.) Organisatorische risico’s Dit gaat om risico's als gevolg van tekortkomingen in processen, systemen of organisatie. In een gemeentelijke organisatie, met een grote verscheidenheid aan te leveren producten en diensten, bestaat er altijd een kans dat zich ergens fouten of tekortkomingen voordoen. Hier kunnen vele oorzaken aan ten grondslag liggen. Het vaststellen van heldere richtlijnen, werkwijzen en processen aan de voorkant en het inrichten van een effectieve pdca-cyclus gelden als beheermaatregelen om deze risico's zoveel mogelijk beperken.

Informatieveiligheid en privacy risico Tegelijk met de digitalisering van ons werk en van onze dienstverlening nemen ook de risico’s op het gebied van informatieveiligheid en privacybescherming toe. De grootste risico’s op dat gebied zijn: Vertrouwelijke/gevoelige informatie komt beschikbaar bij niet-geautoriseerden (binnen en buiten de organisatie), bijvoorbeeld door een datalek. Uitwisseling van persoonsgegevens en privacygevoelige informatie binnen de organisatie en naar partners gebeurt onzorgvuldig. Informatiebeveiligings-incidenten bedreigen de continuïteit van onze bedrijfsvoering en/of dienstverlening, bijvoorbeeld door een systeemhack. We proberen deze risico’s zoveel mogelijk te beperken door inzet van de functies van FG (Functionaris gegevensbescherming), PO (Privacy Officer) en CISO (Chief Information Security Officer), uitvoering van een jaarlijkse verplichte audit over informatieveiligheid, implementatie BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en privacy via ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Op het gebied van informatieveiligheid en privacy maken we in onze processen en projecten zoveel mogelijk gebruik van nieuwe technieken (denk aan AI) om risico’s in beeld te brengen en waar mogelijk te mitigeren. Belangrijk is verder het werken aan bewustzijn via Privacy en Security awareness Trainingen.

Juridische risico’s Hieronder verstaan we risico's met potentiële negatieve gevolgen die we als gemeente kunnen ondervinden wanneer we wetten, regels en verordeningen, contracten of andere juridische verplichtingen niet goed naleven of onjuist interpreteren. Dit kan dan leiden tot financiële verliezen, aansprakelijkheidsstellingen, reputatieschade en verstoringen in de uitvoering. De oorzaken voor dit soort risico’s zijn divers. Borging van juridische kwaliteit is daarvoor nodig op het gebied van kennis bij medewerkers, kwaliteit van de processen en organisatie van de juridische functie. Voor Venray is in dit kader het opzetten van een goed systeem van juridische kwaliteitszorg met voldoende aandacht voor preventie en zorg van belang. Actuele onderdelen hierin zijn een centrale contractregistratie en juiste toepassing van de WOO Projectrisico’s We hebben ook te maken met risico’s die zich voordoen binnen specifieke projecten. Voorbeelden van generieke risico’s die verband houden met de uitvoering van projecten binnen de gemeente zijn: Beperkt aanbod van geschikte aannemers; Onvoorziene kosten van investeringen in/onderhoud aan de openbare ruimte als gevolg van initiatieven van derden; Gevolgen van nieuwe woningbouwplannen voor vereiste voorzieningenniveau (bijv. onderwijs, sport, gemeenschapsaccommodaties, etc.)

70

Kosten voor het anticiperen op gevolgen van klimaatverandering. Het identificeren en monitoren van dit soort risico’s maakt deel uit van het reguliere projectmanagement. Bestuurlijk of politieke risico’s Met de tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025 en de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 in het vooruitzicht bestaat de kans dat we zowel landelijk als lokaal met politiek/bestuurlijke veranderingen te maken krijgen. Het is de vraag of we op korte termijn tot de vereiste bestuurlijke stabiliteit komen om de grote vraagstukken waar we voor staan te kunnen oplossen Op het gebied van samenwerking in onze regio zijn we bezig om tot een gezamenlijke focus te komen. Lukt dit niet dan leidt dit tot vermindering van slagkracht, onvoldoende resultaten en vertraging in besluitvorming. Daarnaast bestaat er altijd een risico dat bepaalde uitspraken of gedragingen van een bestuurder, besluiten van het college, of besluitvormingsprocessen kunnen leiden tot verstoringen of stagnaties van het bestuurlijk proces. Reputatierisico’s Bij dit soort risico’s gaat het om de beeldvorming naar buiten. Ze zijn daarmee van invloed op de mate van vertrouwen van burgers en bedrijven in de politiek. Reputatierisico’s liggen vaak in het verlengde van andere risico’s.

Wanneer er bestuurlijk iets aan de hand is of er worden juridische fouten gemaakt, dan is de kans aanwezig dat dit via de pers of sociale media onder de aandacht wordt gebracht. De impact hiervan proberen we te beperken door te zorgen dat de eigen communicatie naar de burgers en pers zorgvuldig en kwalitatief op orde is. Ook zijn er factoren op het gebied van communicatie die we zelf minder in de hand hebben maar die wel tot reputatieschade kunnen leiden. Denk hierbij aan verspreiding van nepnieuws en een toename van sensatiejournalistiek. Financiële risico’s Uiteindelijk kunnen alle risico’s die hierboven zijn beschreven, direct of indirect leiden tot een financieel nadeel. De omvang en het moment waarop dit nadeel zich manifesteert is echter moeilijk te bepalen. Voor een aantal risico’s is het nadeel financieel vertaald door de kans dat het nadeel zich voordoet en de omvang van het nadeel concreet te maken. 1. Open-einde uitgaven sociaal domein De omvang van uitgaven binnen het vangnet van het sociaal domein wordt door tal van factoren beïnvloedt. Op de eerste plaats is het streven van de Kadernota Sociaal Domein om een verschuiving van vangnet naar omgeving tot stand te brengen. Wanneer dit onvoldoende lukt blijft de druk op de uitgaven binnen het vangnet onverminderd hoog.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15974831/1