Programmabegroting 2026-2029 def 2
Tekst van het document
Verder neemt door demografische, politieke, economische en sociale ontwikkelingen het aantal cliënten en het beroep op voorzieningen toe. Om hier beter op te kunnen sturen richten we de toegang voor het sociaal domein opnieuw in, samen met partners. Hiermee willen we meer focus leggen op de omgeving met meer duurzame oplossingen. We hebben te maken met stijging van de prijzen in het sociaal domein. Als gemeenten zijn we gehouden aan de Amvb’s reële kostprijzen en contractstandaarden waardoor de mogelijkheid om op de kostprijs te sturen beperkt is. Bij contractverlengingen of nieuwe aanbestedingen geven we zoveel mogelijk invulling aan de transformatie bij onze aanbieders. Compensatie voor de uitgaven voor het vangnet loopt voor een groot deel via de algemene uitkering. Op het gebied van participatie ontvangen we een aparte BUIG-uitkering die pas in het najaar definitief bekend wordt en vaak afwijkt van de voorlopige toekenning. Dit betekent dus ook een extra risico. 2. Raming gemeentefondsuitkering en toekomst algemene uitkering De gemeentefondsuitkering is de grootste inkomstenpost die de gemeente ontvangt van het rijk. De uitkering heeft als basis de ontwikkelingen in het bruto binnenlands product, het btwcompensatiefonds en een zestigtal parameters zoals de inwoneraantallen, lage inkomens, oppervlakte van de gemeente en WOZ-waarden.
Deze gegevens zijn voortdurend onderhevig aan landelijke en lokale veranderingen met grote invloed op de hoogte van de uitkering en dit betekent automatisch een risico. Ook loopt er nog steeds het traject voor de herverdeling van het gemeentefonds en dus een aanpassing van het huidige financieringssysteem. De ingangsdatum en de financiële gevolgen hiervan zijn nog steeds niet bekend. Daarnaast voert de VNG nog steeds gesprekken met het rijk om de taken en middelen voor gemeenten meer in balans te brengen. 71
Het uitblijven van duidelijkheid omtrent rijksfinanciën (algemene uitkering en Spuks) maakt het moeilijk voor gemeenten om beleid voor de lange termijn vast te stellen omdat structurele financiële dekking ontbreekt. Het leidt voor gemeenten in elk geval tot financiële onzekerheid en belemmeringen in het ontwikkelen en uitvoeren van beleid en het nakomen van wettelijke taken. In het uiterste geval kan dit leiden tot bezuinigingen, vertragingen of het stopzetten van belangrijke voorzieningen. 3. Pensioen- en wachtgeldverplichtingen voormalig bestuurders Voor het opvangen van eventuele verplichtingen wanneer (oud-)bestuurders arbeidsongeschikt raken, komen te overlijden of aanspraak (gaan) maken op de wachtgeldregeling, hebben we een voorziening getroffen. De fluctuerende marktrente maakt dat hiervoor nog een extra risico bestaat. De uitvoering van de pensioenregeling gaat per 1 januari 2028 over naar het ABP, waarmee ook het risico voor dit onderdeel dan komt te vervallen. Uitvoering van de wachtgeldregeling, inclusief bijbehorende risico’s blijft een verantwoordelijkheid van de gemeenten. 4. Kosten voor beheer en onderhoud gemeentelijk vastgoed Actuele meerjarenonderhoudsplannen (MJOP's) vormen voor een belangrijk deel de basis voor de benodigde budgetten van het gemeentelijk vastgoed.
Op dit moment zijn er een aantal gebouwen waarvan de bestemming nog niet duidelijk is en waarvoor geen MJOP is opgesteld en waarvoor dus nog geen geld is gereserveerd in de voorziening. Daarnaast zien we dat kosten voor onderhoud en exploitatie harder dan gemiddeld zijn gestegen. Denk hierbij aan kosten van energie, onderhoud en overige exploitatielasten. Het is onzeker in welke mate zich dit de komende jaren nog verder doorzet. 5. Verbonden partijen Door met of via andere partijen samen te werken, geven we een deel van onze taken en de beheersing daarvan (gedeeltelijk) uit handen. Dit doen we echter binnen de kaders van Vizier op Samenwerking waarbij we periodiek bekijken of ze nog altijd doen wat we beogen. Bij de begroting en jaarrekening nemen we tweemaal per jaar de doelen, risico’s en beheersmaatregelen door (zie paragraaf E). De ontwikkelingen van de gemeenschappelijke regelingen waarin we deelnemen volgen we verder intensief via o.a. de begrotingen en jaarstukken. Daar waar risico’s ontstaan, nemen we passende beheersmaatregelen en waar nodig rapporteren we die tussentijds aan de gemeenteraad. 6. Specifieke uitkeringen en inkomende subsidies Een deel onze uitgaven wordt gedekt door specifieke uitkeringen (SPUK) en subsidies. Het is van belang om dossiervorming ten behoeve van verantwoording van deze middelen goed op orde te hebben.
Wanneer dit niet het geval is, of vooraf aangegeven resultaten worden niet geheel behaald, dan kan dit gevolgen hebben voor de uiteindelijke toekenning die dan lager uit kan vallen dan begroot. Door aan de voorkant goed na te gaan aan welke eisen de inrichting van de benodigde administratie c.q. registratie moet voldoen, voorkomen we achteraf problemen in de verantwoording. 7. Frauderisico’s Het gaat hier om risico's die verband houden met de mogelijkheid van opzettelijke misleiding of bedrog, met als doel een onrechtmatig voordeel te behalen. Deze risico's kunnen zich zowel intern als extern voordoen en binnen diverse processen, zoals financiële transacties, contractafspraken, administreren van uitkeringen of andere verstrekkingen, etc. In paragraaf E. Bedrijfsvoering is onder het onderdeel “Leren en verbeteren” opgenomen welke maatregelen inmiddels genomen zijn om frauderisico’s te beperken en te beheersen. In 2024 is daartoe ook het beleid Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) geactualiseerd. Dit heeft als doel om misbruik/oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen te voorkomen (preventief) en om hierop controles in te richten en op basis daarvan, indien nodig, beleidskaders of processen bij te stellen en misbruik en oneigenlijk gebruik te bestraffen (repressief). Inmiddels is een concept-frauderisico-analyse opgesteld.
Deze moet nog verder uitgewerkt en geformaliseerd worden. 8. Nadeelcompensatie Onder de externe risico’s is eerder al aangegeven dat actuele regelgeving op het gebied van het ruimtelijk domein een steeds grotere rol speelt bij de onze ruimtelijke inrichting (stikstof, spuitzonering, beschikbaarheid van water en waterkwaliteit, etc.). Dit betekent ook dat er mogelijk
72
keuzes gemaakt moeten worden, immers “niet alles kan overal”. Dit kan claims in het kader van nadeelcompensatie tot gevolg hebben vanuit de bestaande omgeving. 9. Gewaarborgde geldleningen en garantstellingen De gemeente staat garant voor een aantal financiële risico’s van derden. Deze worden periodiek gevolgd en hierover wordt gerapporteerd in de jaarrekening. De meest risicovolle garantstelling was voorheen die voor Glasweb Venray (GWV) vanwege het mogelijk achterblijven van het benodigde aantal aansluitingen waardoor er problemen met de betalingsverplichtingen zouden kunnen ontstaan. GWV is van plan om dit jaar een deel van de bestaande lening waarvoor wij garant staan af te lossen met het afsluiten van een nieuwe lening, waardoor het risico voor ons als gemeente aanzienlijk kleiner wordt. De tot nu toe ontvangen en gereserveerde safe harbour premie dekt dit resterende risico af. De overige gewaarborgde geldleningen zijn beoordeeld conform het actuele Garantstellingsbeleid. Het risico hiervan is zeer beperkt. Risico-ontwikkeling De financiële omvang van de risico's neemt verder toe de komende jaren. Belangrijkste oorzaken zijn dat er in de komende jaren minder ruimte is om risico's in de exploitatie op te vangen. Verder is er sprake van een toename van risico's in het grondbedrijf. Hieronder wordt de risico-ontwikkeling verder toegelicht.
Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Algemeen
4.070
5.090
5.715
5.900
6.039
Grondbedrijf
401
1.855
2.607
3.359
4.061
4.471
6.945
8.322
9.259 10.100
Totaal
Algemene dienst De hierboven genoemde financiële risico’s zijn gekwantificeerd. De uitgangspunten die hierbij zijn genomen verschillen per risicosoort. In een aantal gevallen is dit een percentage van de gerelateerde budgetten in de begroting, maar dit kan ook een inschatting zijn van bijvoorbeeld de frequentie van het risico maal het risicobedrag (kans x impact). Het eindresultaat is opgenomen in onderstaande tabel. Stand ultimo
2025
2026
2027
2028
2029
1. Open einde uitgaven sociaal domein
3.200
3.334
3.387
3.460
3.540
2. Raming gemeentefonds en toekomst algemene uitkering
1.072
1.036
1.076
1.080
1.126
3. Pensioen- en wachtgeldverplichtingen voormalig bestuurders
500
500
480
80
80
4. Kosten voor beheer en onderhoud gemeentelijk vastgoed
320
308
314
314
315
5. Verbonden partijen
131
168
182
185
188
6. Specifieke uitkeringen en inkomende subsidies
145
128
91
70
72
7. Frauderisico's
100
100
100
100
100
8. Planschades
100
100
100
100
100
9. Gewaarborgde geldleningen en garantstellingen
15
15
15
15
15
5.583
5.690
5.745
5.405
5.534
(bedragen x € 1.000)
Totaal
In het risicobeleid is vastgelegd dat nog een aantal andere aspecten wordt meegenomen om de omvang van de risico’s in te schatten en daarmee het weerstandsvermogen te bepalen. Niet alle risico’s doen zich in één jaar voor; hiertoe wordt een correctie van 25% toegepast op het totaal van de gecalculeerde risico’s. Risicobedrag voor niet-gecalculeerde risico’s; hiertoe wordt 1% van de totale exploitatie meegenomen.
73
-
Een deel van de risico’s kan opgevangen worden in de exploitatie; hiervoor wordt een correctie van 50% van het gemiddelde jaarrekeningsaldo van de afgelopen 4 jaren toegepast.
Rekening houdend met het bovenstaande is de geschatte omvang van de geïnventariseerde risico’s als volgt: Stand ultimo
2025
2026
2027
2028
2029
5.583
5.690
5.745
5.405
5.534
Risico's doen zich niet in 1 jaar voor
-1.396
-1.422
-1.436
-1.351
-1.384
Niet geïdentificeerde risico's
1.942
1.841
1.867
1.846
1.888
Opvangen risico's in exploitatie
-2.059
-1.018
-461
0
0
Totaal algemene risico's na correctie
4.070
5.090
5.715
5.900
6.039
(bedragen x € 1.000) Totaal algemene risico's Correcties cf risicobeleid:
Na 2025 worden de risico’s minder opgevangen door exploitatie-overschotten omdat voor de periode 2025-2028 wordt uitgegaan van sluitende begrotingen. Hierdoor neemt het totaalbedrag van de risico’s vanaf 2027 toe. Grondbedrijf Stand ultimo
2025
2026
2027
2028
2029
Projectspecifieke risico's/ramingsonzekerheden
374
1.732
2.434
3.136
3.791
Marktrisico
27
123
173
223
270
Risico ontwikkelbedrijf Greenport
0
0
0
0
0
401
1.855
2.607
3.359
4.061
(bedragen x € 1.000)
Totaal risico's
Het risico voor het grondbedrijf bestaat uit een cumulatie van de risico’s per project. In de bovenstaande tabel is zichtbaar dat in de jaren 2025 t/m 2029 het risico flink stijgt. Deze stijging is met name het gevolg van de begrote grondaankopen voor de in voorbereiding zijnde projecten voor woningbouw en bedrijventerreinen. Deze projecten worden op hoofdlijnen in de paragraaf G toegelicht. 4. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen (of weerstandsratio) geeft aan in welke mate de gemeente in staat is om negatieve financiële consequenties van risico’s zelfstandig op te vangen, zonder de bestedingsruimte onnodig te beklemmen en in te grijpen op de normale bedrijfsvoering. Weerstandsvermogen =
Weerstandscapaciteit ----------------------------Gekwantificeerde risico’s
Het beleid gaat uit van een weerstandsvermogen van minimaal 1,0. Dit wil zeggen dat de berekende risico’s in ieder geval zijn afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit (vermogensbuffer). Hiermee sluiten we aan bij de adviezen van de provinciale toezichthouder. Als streefwaarde voor de weerstandscapaciteit gaan we in het nieuwe beleid uit van 10% van de jaarexploitatie. Dit betekent dat er op basis van de meerjarenbegroting de weerstandscapaciteit jaarlijks kan verschillen. Tabel weerstandsvermogen Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Algemene reserve
56.449
54.308
52.109
46.267
39.776
Risicoreserve grondbedrijf
7.676
7.485
7.290
7.091
6.888
Weerstandscapaciteit
64.125
61.793
59.399
53.358
46.664
74
Algemene risico's
4.070
5.090
5.715
5.900
6.039
401
1.855
2.607
3.359
4.061
4.471
6.945
8.322
9.259
10.100
Vrije ruimte
59.654
54.848
51.077
44.099 36.564
- Algemeen
52.379
49.218
46.394
40.367
33.737
- Grondbedrijf
7.275
5.630
4.683
3.732
2.827
Weerstandsvermogen
14,34
8,90
7,14
5,76
4,62
Risico's grondbedrijf Risico's
Het totale weerstandsvermogen neemt in de planperiode af van 14,34 naar 4,62. Het blijft daarmee ruim boven de minimale grens van 1,0. De weerstandscapaciteit blijft gedurende de gehele planperiode ruim boven de minimale streefwaarde van 10% van de jaarexploitatie. De vrije ruimte daalt gedurende de planperiode tot ca. € 36 milj. in 2029. 5. Financiële kengetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen opnemen in de programmabegroting en programmaverantwoording. De kengetallen moeten het de gemeenteraad gemakkelijker maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente en ook het vergelijken met andere gemeenten gemakkelijker maken. De kengetallen drukken een verhouding uit die zichtbaar is op de balans en in de begroting. Door het BBV is geen norm vastgesteld waarmee de uitkomsten van de vijf kengetallen vergeleken moeten worden. In de toelichting op de regeling is opgenomen dat deze beoordeling van de financiële positie is voorbehouden aan het horizontale controle- en verantwoordingsproces. Met andere woorden: gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de interpretatie van hun financiële positie.
Een afzonderlijk kengetal moet altijd in relatie worden gezien en beoordeeld in samenhang met de andere kengetallen, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van een gemeente. De hoogte van de schulden moet bijvoorbeeld in samenhang gezien worden met de hoogte van het eigen vermogen (ratio solvabiliteit) en de hoogte van de structurele baten (ratio structurele exploitatieruimte). De uitkomsten van de kengetallen zijn daarnaast ook van belang voor de provinciale toezichthouder om beter inzicht te krijgen in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. In onderstaand overzicht zijn de kengetallen voor Venray opgenomen. Ter vergelijking zijn de signaleringswaarden opgenomen die de provincie Limburg hanteert. Deze signaleringswaarden zijn gebaseerd op het ‘Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020’ gemeenten. Tevens zijn de landelijke gemiddelden opgenomen voor gemeenten met 35.000 – 45.000 inwoners. Deze percentages zijn afkomstig van de site ‘Data Financiën Decentrale Overheden’. Omdat de begrotingen 2026 – 2029 nog niet bekend zijn, is de jaarschijf 2026 uit de begroting 2025 – 2028 gehanteerd.
75
Verloop kengetallen Begroting 2026 - 2029
Financiele kengetallen
Jaarreke- Begroning ting 2024 2025 * 2026
2027
2028
Begroting Gemeenten 2026 Venray 35.000 - 45.000 t.o.v. inwoners o.b.v. signalerings- begroting 2025 waarde jaarschijf 2029 provincies ** 2026***
Netto schuldquote
46%
69%
97%
114%
136%
145%
Cat. B
74%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
38%
61%
90%
107%
130%
140%
Cat. B
67%
Solvabiliteitsratio
40%
35%
28%
24%
20%
17%
Cat. B
33%
Structurele exploitatieruimte
3%
1%
0%
0%
-3%
-4%
Cat. B
-1%
Grondexploitatie
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Cat. A
5%
Belastingcapaciteit
88%
86%
87%
87%
87%
87%
Cat. A
98%
* Geactualiseerde begroting 2025 ** Cat. A = minst risicovol; Cat. B = neutraal; Cat. C = meest risicovol *** Volgens de site Findo.nl (Data Financien Decentrale Overheden). Gebaseerd op de begroting 2025 jaarschijf 2026.
Netto schuldquote Geeft inzicht in het niveau van de schulden van de gemeente ten opzichte van het totaal van de inkomsten (exclusief mutatie reserves). De hoogte van de inkomsten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Een schuldquote tussen 0% en 100% wordt als gangbaar beschouwd. Voor een gemeente geldt als indicatie voor een zeer hoge schuld als de schuldquote boven de 130% uitkomt. Dus hoe lager het percentage hoe beter. De netto schuldquote van Venray bevindt zich met 97% voor 2026 in categorie B van de signaleringswaarde van de provincie Limburg (cat. B 90% -130% neutraal). Dit betekent een neutraal risicoprofiel. Meerjarig is een stijging van de schuldquote waarneembaar. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de verwachte investeringsuitgaven en het hiermee gepaard gaand aantrekken van de benodigde financiering. Zie voor nadere toelichtingen op de voorgenomen investeringen de paragraaf Grondbeleid en de paragraaf Investeringen. Gemeenten in de grootteklasse 35.000 – 45.000 inwoners ramen gemiddeld een schuldquote van 74%. Let wel dit is gebaseerd op de jaarschijf 2026 uit de begrotingen 2025 - 2028. Zoals gezegd betreft dit een gemiddelde van gemeenten. Zonder een nader en diepgaand onderzoek (indien dit al mogelijk is) is het niet mogelijk hieraan conclusies te verbinden.
Terugkijkend naar de jaarrekeningen van voorgaande jaren is waar te nemen dat over het algemeen de ratio’s in de realisatie beter zijn dan in de begrotingen werd verwacht. Dit komt vooral doordat de uitvoering van de investeringen in de realisatie achterblijft bij de ramingen en daarom ook geen of minder financiering aangetrokken hoeft te worden. In zijn algemeenheid hoeft een hoge netto schuldquote op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te
76
verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Zie hieronder. Netto schuldquote, gecorrigeerd met verstrekte leningen In dit onderdeel worden de doorgeleende leningen in mindering gebracht op de totale leningen. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende leningen ligt vanzelfsprekend lager dan de eerder gepresenteerde netto schuldquote inclusief verstrekte leningen. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende leningen bevind zich voor het jaar 2026 met 90% net in de categorie B neutraal risicoprofiel (cat. B 90% - 130% neutraal). Solvabiliteit Geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen (weerbaarheid). De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves). De solvabiliteitsratio van Venray bevindt zich voor het jaar 2026 op 28% en daarmee binnen de neutrale categorie volgens de signaleringswaarde van de provincie Limburg (cat. B: 20 - 50% neutraal) . Vanaf 2027 is een daling zichtbaar.
Dit komt door een daling van het eigen vermogen (verschuiving ravijnjaar naar 2028 en verder) en een toename van het balanstotaal door de geraamde investeringen. Gemeenten in de grootteklasse 35.000 – 45.000 inwoners hebben gemiddeld een ratio van 33%. Zoals voorgaand opgemerkt is het zonder een nader en diepgaand onderzoek (indien dit al mogelijk is) niet mogelijk hieraan conclusies te verbinden. Deze ratio dient in samenhang met de andere ratio’s beoordeeld te worden. Uit de voorgaande toelichtingen in deze paragraaf blijkt dat het weerstandsvermogen goed te noemen is. Ook bij deze ratio zijn de ratio’s in de realisatie bij de betreffende jaarrekeningen beter dan verwacht bij de begrotingen. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is om de structurele lasten te kunnen dragen. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger het kengetal hoe beter. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Voor het jaar 2026 wordt een ratio van 0% verwacht en is sprake van de categorie B neutraal risicoprofiel (cat. B = 0% neutraal).
Vanaf 2028 is zichtbaar dat sprake is van negatieve structurele exploitatieruimte. Dit komt omdat vanaf dat jaar negatieve begrotingsresultaten worden verwacht door de verschuiving van het ravijnjaar naar 2028. Grondexploitatie Deze ratio geeft weer hoe de waarde van de grond (grondpositie) zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten (exclusief mutatie reserves). Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale (geraamde) baten. Er zijn geen lopende grondexploitaties waardoor hierover geen risico gelopen wordt. Het kengetal grondexploitatie van Venray bevindt zich met 0% dan ook ruim in de minst risicovolle categorie van de signaleringswaarde van de provincie Limburg (cat. A < 20% minst risicovol). Belastingcapaciteit Geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente Venray zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Uitgangspunt zijn de woonlasten meerpersoonshuishouden van het voorafgaande jaar. Het kengetal belastingcapaciteit van Venray bevindt zich in 2026 met 87% in de minst risicovolle categorie van de signaleringswaarde van de provincie Limburg (cat. A < 95% minst risicovol). Gebaseerd op deze ratio betekent dit dat Venray, indien geconfronteerd met grote financiële 77
tegenvallers, theoretisch de ruimte heeft om ten opzichte van een landelijk gemiddelde de belastingen te verhogen. Conclusie financiële kengetallen Gebaseerd op de signaleringswaarde van de provincie Limburg (gemeenschappelijk toezichtkader) bevinden de ratio’s zich, met uitzondering van de ratio grondexploitatie en belastingcapaciteit, in de categorie B neutraal risicoprofiel. Meerjarig is een verslechtering te zien. Dit komt vooral door de geraamde investeringsuitgaven en de verschuiving van het ravijnjaar naar 2028 en verder. Uit de voorgaande toelichtingen in deze paragraaf blijkt dat er sprake is van een goed weerstandsvermogen. De weerstandsnorm bevindt zich in 2026 en alle opvolgende jaren ruim boven de norm van 1.
Paragraaf C. Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf gaat in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de “grotere” kapitaalgoederen in onze gemeente. Onder Kapitaalgoederen verstaan we “duurzame productiemiddelen”: de spullen die we nodig hebben om de diensten en goederen die wij aan onze burgers leveren te produceren. Daarbij gaat het om grotere goederen die meerdere jaren meegaan en veel waarde hebben. Hierbij moet worden gedacht aan de kosten van instandhouding van wegen, verlichting, riolering, groen, sportfaciliteiten en gebouwen (inclusief de scholen). In de kosten voor het onderhoud van de kapitaalgoederen zijn meegenomen: reguliere kosten, dagelijks (klein) onderhoud en groot onderhoud. Een groot deel van het “vermogen” van onze gemeente ligt in de grond of op het openbaar gebied. Het is dan ook van belang dat hierover een zorgvuldig beheer wordt gevoerd. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Om die reden dienen de kosten van de instandhouding dan ook hun weerslag te vinden in onderhoudc.q. beheerplannen. De vaststelling hiervan is voorbehouden aan de raad. Hiermee wordt invulling gegeven aan het dualisme namelijk kaders stellen voor het onderhoud van wegen, riolering, gebouwen enz.
Onderhoud van en investeringen in kapitaalgoederen worden integraal uitgevoerd door alle disciplines binnen de openbare ruimte, om te zorgen dat de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet en de overlast van de burgers tot een minimum wordt beperkt. Daarnaast worden de bewoners, dorps- en wijkraden en gebruikers betrokken bij het maken van het ontwerp en wordt zelfwerkzaamheid meegenomen in de uitvoering. Op deze manier van werken wordt uitvoering gegeven aan zelfsturing en wordt de betrokkenheid bij de openbare ruimte vergroot. Deze werkwijze zorgt er ook voor dat de planning uit de individuele beheersplannen wordt aangepast om meer synergie te behalen en/of integrale uitvoering mogelijk te maken. Hierdoor kunnen plannen naar voren of achteren schuiven of prioriteiten worden aangepast, zodat onderhoud niet of anders wordt uitgevoerd. Deze paragraaf geeft invulling aan het onderhoud van de kapitaalgoederen. De investeringen zijn opgenomen in paragraaf H. De omvang van de kapitaalgoederen wordt geïllustreerd weergegeven in onderstaande tabel door de volgende cijfers: Omschrijving Oppervlakte van de gemeente Venray (ha) Verharde en onverharde wegen (m2) Aantal lichtmasten Aantal kolken Aantal pompen en gemalen Vrijverval riool (km) Persleiding (km)
Hoeveelheid 16.500 3.838.356 10.274 19.304 752 397 194
Bos. incl. natuurterreinen (ha) Openbaar groen en water, binnen de kom (m2)
1.385 2.074.945
Openbaar groen en water, buiten de kom (m2)
2.469.620
Artikel 12 van het BBV schrijft expliciet voor dat van de kapitaalgoederen moet worden aangegeven:
78
- Het beleidskader; - De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; - De vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Wij zullen nader ingaan op de volgende onderdelen: • Onderhoud wegen. • Onderhoud riolering. • Onderhoud haven. • Onderhoud openbaar groen. • Onderhoud speelvoorzieningen • Onderhoud bossen, natuurgebieden en landschappelijke elementen. • Onderhoud openbare verlichting. • Onderhoud gebouwen. Beheerplan Vastgesteld Looptijd t/m Financiële vertaling in in begroting
Achterstallig onderhoud
Wegen
2023
2027
Ja
Nee
GRP
2021
2025
Gesloten systeem
Nee
Havenbeheerplan
2022
2025
Ja
Nee
Groenbeheerplan
2019
2025
Ja
Nee
Beheerplan onkruid op verharding
2017
Geen einddatum Ja
Nee
Bossen
2022
2031
Via reserve
Nee
Openbare Verlichting
2021
2026
Ja
Nee
Gebouwen
2021
2030
Ja
Nee
Speelruimteplan
2017
2029
Ja
Nee
Beheerplan civiele kunstwerken
2023
2027
Ja
Nee
1. Onderhoud wegen (programma 3) Doel In stand houding van het verharde wegennet, zodanig dat de mobiliteit van de gebruikers gewaarborgd en van voldoende comfort blijft. De streefkwaliteit voor wegen is B. Voor fietspaden en het centrumgebied wordt A nagestreefd. Het minimale onderhoudsniveau mag bij voorkeur niet lager worden dan niveau C. Waar dit door uitstel van een project toch gebeurt moet de weg in ieder geval veilig gehouden worden. Beleidskader In Venray wordt de strategie toegepast dat het juiste onderhoud op het juiste tijdstip wordt uitgevoerd, om een zo rendabel mogelijk beheer van de verhardingen te realiseren. Het onderhoud wordt uitgevoerd conform de beeldkwaliteit die is afgesproken met de raad. In het huidige beleidsplan, is aangegeven dat veel gebruikte verhardingen een hoger kwaliteitscijfer mogen hebben dan minder of niet gebruikte verhardingen. Er is gekozen voor gedifferentieerde kwaliteit, waarbij extra aandacht besteed zal worden aan de verhardingen in de centra van Venray en kerkdorpen en verhardingen ten behoeve van de voet- en fietspaden. Bij werkzaamheden wordt telkens gekozen voor een zo integraal mogelijke aanpak van alle werkzaamheden, waaronder riolering, verkeer, groen en openbare verlichting. Bij totale vervanging van de wegverharding worden aparte kredieten aangevraagd, vaak in combinatie met rioolvervanging en aanleg verkeersmaatregelen.
Het dagelijks onderhoud wordt uitgevoerd op basis van inspecties en periodieke schouwen door de weginspecteurs en eigen waarnemingen van beheerders en toezichthouders. De resterende noodzakelijke reparaties worden uitgevoerd n.a.v. klachten en meldingen van derden. Bijzonderheden Voor 2026 staat weer een aantal reconstructies op de planning. Grote projecten die in 2026 starten of doorlopen, zoals het viaduct (A73) aan de Henri Dunantstraat, de Oostsingel en de Witte Vennenweg.
79
Dit is tevens een uitgelezen moment om tijdens deze werkzaamheden een infiltratieriool aan te leggen. Daardoor neemt de kans op wateroverlast af, niet alleen in de straten waar de werkzaamheden plaatsvinden, maar ook in de omliggende gebieden. Binnen het asfaltonderhoud zullen we, net als in 2025, ook in 2026 een aantal verkeerskundige maatregelen meenemen op diverse wegen in Venray. Hiermee kunnen we voldoen aan de vastgestelde netwerkennota. De maatregelen omvatten onder andere de aanleg van plateaus, rode fietsstroken en getrapte fietsoversteken bij kruisingen. Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in wegen en verkeersmaatregelen zijn in 2026 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Lasten wegen en verkeer
4.671
4.836
4.924
5.089
2. Onderhoud riolering (programma 3) Doel Het doel is een goede onderhoudstoestand van het rioolstelsel. Bestaande riolen worden gerepareerd, versleten riolen vervangen of gerelined (het aanbrengen van een waterdichte voering van glasvezels en kunsthars). Maatregelen zoals de aanleg van infiltratievoorzieningen worden getroffen om de gevolgen van de klimaatveranderingen te voorkomen of beperken. Hierdoor is het rioolstelsel ook op lange termijn geschikt voor het afvoeren van afvalwater en hemelwater. Beleidskader In 2025 wordt de opvolger van het GRP 2022-2025 opgesteld: Het WRP (Water- en rioleringsplan) 2026-2029. In het WRP wordt het beleid voor de riolering en het (hemel)water vastgesteld. In het WRP is aangegeven waar het onderhoud uit bestaat en welke middelen daar voor noodzakelijk zijn. Bij onderhoud kan worden gedacht aan het verhelpen van storingen bij gemalen of verstoppingen in huisaansluitingen. Maar ook het periodiek schoonmaken van kolken en rioolleidingen. Bijzonderheden In 2026 worden, zoals gebruikelijk, weer een aantal nieuwe projecten opgestart: - De vervanging van een deel van de 700 drukrioolgemaaltjes; - De renovatie van een aantal (hoofd)gemalen In overleg met andere beheerders van de openbare ruimte is een meerjarenplanning opgesteld voor het aanleggen van infiltratievoorzieningen en het vervangen van riolen.
Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in riolering zijn in 2026 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Lasten riolering
2.167
2.175
2.218
2.261
3. Onderhoud haven (programma 3) Doel Om de haven in een goede conditie te houden moet er regelmatig onderhoud plaatsvinden. De haven moet bijvoorbeeld op de goede diepte worden gehouden. Kades moeten indien nodig worden gerepareerd of vervangen. Beleidskader Het kader voor het onderhoud en vervangen wordt gevormd door het havenbeheerplan. In het najaar van 2025 zal een nieuw havenbeheerplan 2026-2029 aan uw raad ter vaststelling worden aangeboden. In dit plan zullen de onderhoudsmaatregelen en de investeringen op een rij worden gezet, en wordt het havengeld voor de komende jaren bepaald. Omdat het een relatief nieuwe haven betreft zijn voor 2026 geen grote werkzaamheden gepland. Bijzonderheden Geen bijzonderheden. Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in de haven zijn in 2026 de volgende bedragen geraamd:
80
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Lasten industriehaven en jachthaven
2026
2027 71
2028 62
2029 65
90
4. Onderhoud openbaar groen (programma 2) Doel Het in stand houden en verbeteren van de openbare groenvoorzieningen, om een comfortabel leefklimaat te handhaven. Hierbij worden, met gericht beheer en onderhoud de verschillende functies van het openbaar groen, zoals aankleding, verhogen biodiversiteit, tegengaan negatieve gevolgen klimaatverandering, afscherming en verkeersgeleiding gewaarborgd. Beleidskader Het openbaar groen maakt integraal deel uit van het algeheel stedelijk woon- en leefklimaat. Om de visuele, gebruiks- en ecologische functies te behouden, wordt het groen zo efficiënt mogelijk beheerd en onderhouden binnen de beschikbare middelen. Het groenstructuurplan vormt hierbij de basis en zal na herziening ook deel uitmaken van de omgevingsvisie. In het beheerplan groen & reiniging, dat in 2025 geactualiseerd wordt en zal gelden van 20262030, zijn de onderhoudsniveaus vastgelegd op beeldkwaliteit. Uitgangspunt hierbij is dat het groen op minimaal basisniveau wordt onderhouden, om verwaarlozing en daardoor vroegtijdige groenrenovaties te voorkomen. Deze beeldkwaliteitsniveaus zijn verwerkt in de onderhoudsbestekken. Jaarlijks worden groenstroken gerenoveerd en bomen vervangen om een evenwichtige leeftijdsopbouw te behouden en grootschalige vervanging in de toekomst te voorkomen. Biodiversiteit speelt een belangrijke rol. Bij herinrichting wordt op soortkeuze gelet.
Intensief gras is omgevormd naar schraal/bloemrijk gras; dit wordt verder uitgebreid in de komende jaren. Daarnaast wordt onderzoek gedaan dat zich richt op vergroening in versteende gebieden om het lokale leefklimaat te verbeteren. Investeringen hiervoor worden via MUIP aangevraagd. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van groenaanleg in sterk stenige omgevingen om het plaatselijke (leef)klimaat te verbeteren. Mogelijke investeringen zijn niet standaard opgenomen in de begroting maar zullen separaat in MUIP aanvragen worden voorgelegd. Het beheerplan groen & reiniging is van toepassing op stedelijk groen en beperkt zich tot het groen binnen de bebouwde kom van Venray en haar kerkdorpen. De uitvoeringsnota bomen bevat richtlijnen voor het beheer van gemeentelijke en particuliere bomen, inclusief bescherming, compensatie bij kap en steun voor waardevolle bomen. De gemeente speelt hierin een sturende rol, met oog voor klimaatadaptatie en leefomgeving. Bijzonderheden De sterk wisselende weers-/klimaatomstandigheden, (extreme) droogte, regenval en hoge temperaturen van de afgelopen jaren op het openbaar groen betekent dat er meer uitval is dan gemiddeld en bepaalde onderhoudswerkzaamheden zullen over een langere periode moeten worden uitgevoerd. Daardoor zullen de onderhoudskosten toenemen.
Door de extremen is er meer uitval dan voorzien waardoor het beschikbare budget onder druk komt te staan. Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in openbaar groen zijn in 2026 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Lasten openbaar groen
2.764
2.842
2.921
3.000
5. Onderhoud speelvoorzieningen (programma 3) Doel Het voorzien in een aantrekkelijke en toegankelijke speelbare openbare ruimte, waarbij wordt aangesloten op de wensen van gebruikers. De voorzieningen dragen bij aan het stimuleren van beweging, sport en spel waarmee positieve effecten op de fysieke en mentale gezondheid worden behaald.
81
Beleidskader Het speelruimteplan (2017-2029) richt zich op een betere spreiding van speelvoorzieningen en het stimuleren van ontmoeting. Vervanging van voorzieningen gebeurt op basis van gebruikersbehoeften en met oog voor vergroening en creativiteit. Vanwege een dalend aantal jongeren wordt gestreefd naar een afname van 10% van het totaal aan speelvoorzieningen van 2016. Jaarlijks worden inspecties en onderhoud uitgevoerd om veiligheid te waarborgen. Ook wordt een vervangingsplan opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de beoogde afname. Zo blijft een kwalitatief en toekomstbestendig aanbod aan speelvoorzieningen behouden. Bijzonderheden Geen bijzonderheden. Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in speelvoorzieningen zijn in 2026 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Lasten speelvoorzieningen
190
168
172
176
6. Onderhoud bossen, natuurgebieden enz. (programma 3) Doel Het in stand houden van bossen, natuurterreinen en landschappelijke elementen. Daarnaast het versterken van natuurontwikkeling en landschapskwaliteit en het verhogen van recreatiemogelijkheden in het buitengebied. Beleidskader Gemeentelijke bossen en natuurterreinen worden beheerd door de gemeente Venray in samenwerking met betrokkenen partijen, waarbij natuurkwaliteit leidend is voor recreatiemogelijkheden. In 2022 is het nieuwe bosbeheerplan 2022-2031 vastgesteld, waarbij aansluiting gezocht is bij de Nationale bossenstrategie. Verzuring en verdroging vormen een zorgpunt, waarop wordt ingespeeld waar mogelijk. Kleinere natuurgebieden en landschapselementen vallen eveneens onder gemeentelijk beheer. Door het wegvallen van het IKL ligt natuureducatie en burgerparticipatie stil; de provincie werkt aan een alternatief. Zodra dit er is, wordt er aansluiting gezocht. Bijzonderheden Door extreme weersomstandigheden en verzuring hebben sommige boomsoorten in de gemeentelijke bossen het zwaar, met bovengemiddelde uitval als gevolg. Er is nog onduidelijkheid of regulier beheer en beschikbare middelen voldoende zijn voor herstel. Ook stikstofdepositie en langdurige extremen veroorzaken merkbare schade. Daarom wordt bodemherstel onderzocht (gericht op verbetering van de zuurgraad) als mogelijke stap vóór verjonging.
Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in natuurbeheer zijn in 2026 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Lasten natuurbeheer
1.102
1.066
1.136
1.188
7. Onderhoud openbare verlichting (programma 3) Doel Het verlichten van de openbare ruimte en het in stand houden van de openbare verlichting. Beleidskader Een goede openbare verlichting is noodzakelijk voor een veilige openbare ruimte, zowel op sociaal als verkeersveilig gebied. Hiervoor dient de openbare verlichting te voldoen aan verlichtingsnormen en zou het areaal met 5% per jaar uitgebreid moeten worden. De vervangingskosten voor het huidige areaal bedragen de komende jaren ca. € 420.000 per jaar. Door extreme prijsstijgingen voor staal, elektronica en de aansluitkosten van Enexis, variërend van 15 tot 35% en mogelijk nog hoger, zullen de budgetten aangepast moeten worden. De komende jaren zal dit bedrag door
82
middel van investeringsaanvragen beschikbaar gesteld moeten worden. De energiekosten gaan in 2026 waarschijnlijk niet stijgen. In het laatste beleidsplan is vastgesteld dat bij vervanging uitsluitend LED verlichting toegepast zal worden. Ook zullen alle nieuwe armaturen uitgerust worden met slim energie management. Hiermee willen we de gestelde doelen uit het Energieakkoord 2013 halen. Dit houdt in: • 20% energiebesparing in 2020 en 50% energiebesparing in 2030 t.o.v. 2013. • 40% toepassing van energie-efficiënte verlichting. • 40% toepassing van slim schakelen / energiemanagement. Door een behoorlijke areaal uitbreiding, sinds 2013, is het een enorme uitdaging geworden om dit te gaan halen. We zijn nog steeds op de goede weg. Sinds 2013 hebben we namelijk een uitbreiding van bijna 2000 masten, toch hebben we t.o.v. 2013 een energiebesparing gehaald van 35%. Wat betreft het toepassen van energie-efficiënte verlichting en slim schakelen hebben we onze doelen al ruim gehaald. Het huidige beleidsplan openbare verlichting is vastgesteld in 2021 en loopt tot en met 2026. In 2026 wordt een geactualiseerd onderhoudsplan 2026 opgesteld. Bijzonderheden In 2026 gaan we verder met het vervangen van conventionele verlichting voor LED-verlichting. Ook worden de LED armaturen van 20 jaar en ouder vanaf nu vervangen.
Op alle nieuw te plaatsen armaturen worden dimmers geplaatst om extra energiebesparing te realiseren. Daar waar mogelijk zal dynamische verlichting toegepast worden. Om duurzamer te werken bekijken we of we niet het hele armatuur hoeven te vervangen en dan alleen het binnenwerk vernieuwen en de buitenzijde behouden. Uit te voeren werken voor 2026: • Voor 2026 zal een vervangingsplan gemaakt worden om alles te verlichten volgens de nieuwe normen. De exacte locaties zijn nu nog niet bekend, maar het zal gaan om ongeveer 700 armaturen. Met het vervangingsplan 2026 kunnen we hier een besparing uit halen van +/- 40.000 kWh, wat neer komt op een vermindering van ruim 13 ton CO2. • Aan het einde van 2026 zal ongeveer 95% van de openbare verlichting uitgevoerd zijn met LED. • Als het budget het toe laat zal één project uitgevoerd worden in het kader van bijzondere verlichting. • Bij alle grote civiele projecten wordt ook de conventionele verlichting vervangen voor LED. Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in openbare verlichting zijn in 2026 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Lasten openbare verlichting
618
632
645
660
8. Onderhoud gebouwen (programma 1) Doel Het in stand houden en beheren van het gemeentelijke vastgoed. Het vastgoedbeheer van gebouwen heeft betrekking op het (bouw- en installatietechnisch) in standhouden, in werking hebben en beheren van gemeentelijke gebouwen, accommodaties en kunstwerken die in eigendom zijn. Beleidskader Vastgoedcontractenbeheer Afspraken met betrekking tot het gebruik, onderhoud en beheer van gemeentelijk vastgoed is vastgelegd in overeenkomsten en zijn daarmee kort of langdurig belegd. We anticiperen op maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het beheer, en exploitatie vastgoedportefeuille. Beleidskader buitensport & jeugdaccommodaties Met de inwerkingtreding van het accommodatiebeleid buitensport en jeugd zijn per 1 januari 2024 nieuwe overeenkomsten gesloten met alle beheerstichtingen en/of verenigingen omtrent de instandhouding en exploitatie van de sportparken. De vergoedingen welke hiertoe worden verstrekt
83
zijn herijkt op basis van nieuw opgestelde onderhoudsinzichten per sportpark en onderdeel gemaakt van de overeenkomsten. Exploitatie en beheer van gebouwen door de gemeente De meeste gemeentelijke vastgoedobjecten zijn verhuurd aan verenigingen of stichtingen, met uitzondering van onder andere het gemeentehuis en gebouw Jerusalem, die in eigen beheer zijn. Voor gemeentelijk vastgoed zijn meerjarenonderhoudsplannen opgesteld. Deze worden in 2026 geactualiseerd. De plannen geven inzicht in de benodigde financiële voorzieningen in onderhoud. Ook voor panden waarbij het onderhoud bij de huurder ligt, zijn onderhoudsplannen beschikbaar. Deze ondersteunen het toezicht op het onderhoud en vormen de basis voor het berekenen van de exploitatie- of verzelfstandigingsvergoeding. Verduurzaming gebouwen De gemeente verduurzaamt haar eigen gebouwen, terwijl beheerders van geprivatiseerd vastgoed eveneens maatregelen nemen, zoals zonnepanelen, ledverlichting en duurzame materialen. Voor een aantal panden zijn duurzame maatwerkadviezen opgesteld als aanvulling op onderhoudsplannen, gericht op het behalen van energielabel C en later A. Deze adviezen worden toegepast bij vervangingsinvesteringen in langdurig gebruikte of verhuurde gebouwen. Voor sommige gebouwen is verduurzaming niet rendabel, waardoor afstoten of herontwikkeling een logischer alternatief lijkt.
Verduurzaming schoolgebouwen Het beheer en exploitatie van schoolgebouwen ligt bij de schoolbesturen. In het Integraal HuisvestingsPlan voor schoolgebouwen 2025-2040 is duurzaamheid benoemd als 1 van de 5 bouwstenen. Het IHP streeft, bij nieuwbouw, naar het realiseren van energie neutrale gebouwen. Bijzonderheden Geen bijzonderheden. Financiële consequenties Voor de uitvoering van het onderhoud in onderhoud gebouwen zijn in 2026 de volgende bedragen geraamd: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Lasten gebouwen in eigen beheer Gemeentehuis Sport- welzijn en overige gebouwen
260
266
272
278
469
491
502
513
729
757
773
791
Onderwijs
962
1.014
1.007
965
Binnensport
1.361
1.038
1.064
1.092
Zwemmen
328
335
342
349
Buitensport
1.234
1.262
1.296
1.327
22
23
23
24
Lasten gebouwen in beheer van derden
Musea / monumenten Parkeren
358
366
374
383
Wijk- en dorpscentra
1.958
1.961
139
142
Sociaal-cultureel werk
206
211
215
220
6.429
6.209
4.460
4.503
84
Paragraaf D. Financiering Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op de uitvoering van de financieringsfunctie. De financieringsfunctie zorgt ervoor dat voldoende liquide middelen aanwezig zijn, zodat aan alle financiële verplichtingen kan worden voldaan. Hiervoor zet Venray haar eigen middelen in, maar worden indien nodig ook kort- en langlopende leningen aangetrokken. Onder de financieringsfunctie valt ook het verstrekken van leningen en het beheersen van kredietrisico’s. Het wettelijk kader ligt vast in nationale maar ook in de internationale wetgeving. Op nationaal niveau liggen de kaders vast in: • • • •
De wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Deze wet biedt een kader voor de beheersing van de risico’s die uit deze functie voortvloeien. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat een gemeente prudent moet omgaan met publieke middelen. De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De Gemeentewet
De wettelijke kaders en de interne kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening artikel 212 GW. In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de gemeente. Afhankelijk van de hoogte, de verwachte duur van een liquiditeitstekort of overschot en de renteverwachtingen worden tijdelijk of langdurig middelen aangetrokken. Het uitgangspunt bij het aantrekken van middelen is dat de kasgeldlimiet optimaal benut wordt door zoveel mogelijk kort vermogen aan te trekken rekening houdend met marktontwikkelingen. In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn drie wettelijke normen opgenomen waaraan de gemeente moet voldoen. Zo moeten overtollige middelen boven een vastgestelde drempel in de schatkist aangehouden worden. Bij het aantrekken van korte leningen (met een looptijd tot 1 jaar) mag het gemiddelde saldo per kwartaal de kasgeldlimiet niet langdurig overschrijden. Het saldo aan aflossingen en renteherzieningen op de bestaande leningenportefeuille (looptijd 1 jaar of langer) mag in enig jaar niet hoger zijn dan de renterisiconorm. Daarnaast wordt in deze paragraaf aandacht besteed aan risicobeheersing (met name rente- en kredietrisico). De berekeningen van de leenbehoefte en rentekosten kunnen in de praktijk afwijken. Zo is het werkelijk investeringstempo van grote invloed.
Nieuwe beleidskeuzes (met name bij investeringen) gedurende het jaar hebben ook effect op de berekeningen. Ook verschillen in de begrote inkomsten (bijvoorbeeld grondverkoop, rijksbijdragen) hebben effect. 1. Algemeen De financiële verordening vormt het kader voor het beleid van de treasuryfunctie. De focus bij treasury is gericht op feitelijke in- en uitgaande kasstromen die in deze paragraaf, naast de risico’s en interne rente, centraal staan. 2. Financieringsbehoefte Investeren in (im)materiële vaste activa kost geld; dit betreft bijvoorbeeld gebouwen die een belangrijke waarde vertegenwoordigen. Bij grondexploitaties gaan de kosten voor de baten uit. Zolang dit betekent dat gemaakte kosten nog niet zijn terugverdiend door verkopen, moeten we deze voorfinancieren. Om de rente- en de verwerkingskosten zo laag mogelijk te houden is totaalfinanciering de standaard bij overheidsinstellingen. Totaalfinanciering houdt in dat niet voor iedere investering afzonderlijk een lening wordt aangetrokken (met uitzondering van projectfinanciering), maar dat naar het totaal van de financieringsbehoefte wordt gekeken. De activa van de gemeente Venray zijn naar verwachting per begin 2026 als volgt gefinancierd:
85
x € 1.000
Omschrijving
1-1-2026
Totale boekwaarde investeringen
228.693
Vaste financieringsmiddelen: Reserves
76.812
Voorzieningen
22.564
Langlopende leningen
89.825 189.201
Financieringstekort
39.492
Om in de financieringsbehoefte te voorzien gebruikt de gemeente interne en externe financieringsmiddelen. De interne financieringsmiddelen bestaan uit de reserves en voorzieningen. De externe financieringsmiddelen bestaan uit opgenomen kort- en langlopende geldleningen. Dagelijks wordt bijgehouden wat de geldbehoefte is. Afhankelijk van ons banksaldo en de toekomstverwachtingen worden leningen aangetrokken. Rentevisie Gezien allerlei externe invloeden zoals de oorlog in de Oekraïne, de inflatie, escalatie in het Midden-Oosten, mogelijke nieuwe Geo-politieke ontwikkelingen en handelsconflicten etcetera is het heel moeilijk een voorspelling te geven van de te verwachten renteontwikkeling. Venray volgt de renteontwikkelingen via landelijke media, websites van enkele banken en de wekelijkse info van financiële dienstverleners. Leningoverzicht Voor een (langdurig) financieringstekort dient de gemeente geld te lenen. x € 1.000
OVERZICHT LENINGEN (incl. woningbouwleningen)
2026
2027
2028
2029
Leningen 1-1
89.825
129.473
142.989
162.274
Nieuwe leningen
46.641
22.217
27.825
19.394
Aflossingen
-6.992
-8.702
-8.539
-9.053
129.473
142.989
162.274
172.615
Leningen 31-12
Gebaseerd op onder meer de verwachte investeringsuitgaven en de daaruit volgende financieringsbehoefte, is de verwachting dat de komende jaren meerdere leningen aangetrokken moeten worden. Zie voor nadere toelichtingen op de voorgenomen investeringen de paragraaf Grondbeleid en de paragraaf Investeringen. Rente-uitgangspunten De gemeente rekent op basis van de verplichtingen in het BBV de rentelasten aan de producten toe met behulp van een interne administratieve rekenrente (renteomslag-percentage). Aan de renteomslag ligt het principe van totaalfinanciering ten grondslag. Totaalfinanciering is de gangbare methode bij overheidsinstellingen waarbij de financiering wordt geregeld voor de totale vermogensbehoefte van een organisatie. Dit betekent dat geen directe relatie gelegd wordt tussen een specifieke investering en de aangetrokken leningen. Hierbij is de notitie rente 2023 van de Commissie BBV leidend. Dit betekent o.a. dat geen gedifferentieerde percentages in de rentetoerekening mogen worden toegepast. Een uitzondering hierop vormen:
86
-
projectfinanciering ten behoeve van de financiering van een specifiek project (renovatie gemeentehuis) of specifieke activiteit (doorverstrekte leningen t.b.v. woningbouw en BV Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo);
Het renteomslagpercentage wordt berekend door bij de jaarlijkse begroting de verwachte rentelasten te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 0,50% worden afgerond. Het renteomslagpercentage in deze begroting 2026 is 1,4%. In de begroting 2025 is dit percentage 1,3%. Indien bij de jaarrekening blijkt dat de werkelijke rentelasten meer dan 25% afwijken van de rentelasten die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden is toegerekend, dan is bij de jaarrekening een correctie verplicht op grond van het BBV. Met ingang van de begroting 2022 wordt er door Venray geen rente meer over het eigen vermogen berekend. Renteresultaat treasury De commissie BBv adviseert om onderstaand schema op te nemen in de paragraaf financiering. Het renteresultaat op treasury is voor het jaar 2026. x € 1.000
Renteschema
2026
Rentelasten over de korte en lange financiering
3.578
Rentebaten
-491
Saldo rentelasten en baten
A
3.088
Eliminatie rente projectfinanciering etc.: - Toerekening rente projectfinanciering
-575
- Rentebaten doorverstrekte leningen
311
Niet via de renteomslag door te berekenen rente Aan taakvelden toe te rekenen rente via de renteomslag Rente over inzet eigen middelen Door te berekenen rente Toegerekende rente Renteresultaat op taakveld treasury
Renteomslagpercentage
B
-265
C=A+B
2.823
D E=C+D
0 2.823 2.899 76
1,40%
3. Risicobeheersing Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet fido. Hierna wordt verder ingegaan op de risicoaspecten die verbonden zijn aan de gemeentelijke treasuryfunctie. Deze kunnen in beginsel worden onderscheiden in renterisico, kredietrisico, koersrisico en valutarisico. De 2 laatstgenoemde risico’s zijn voor de gemeente Venray niet van toepassing. 4. Renterisico In de Wet fido zijn een kasgeldlimiet (korte schuld) en een renterisiconorm (lange schuld) opgenomen, ten einde de invloed van (externe) rentewijzigingen op de financiële resultaten te beperken.
87
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is de norm voor het maximum bedrag waarbinnen de gemeente haar bedrijfsvoering met kortlopende gelden (met een rentetypische looptijd tot 1 jaar) mag financieren en bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Indien in drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschreden zou worden, dient de gemeente de drie betreffende kwartaalrapportages aan de toezichthouder toe te zenden, met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. In het onderstaande overzicht is de berekening van de kasgeldlimiet opgenomen voor het derde kwartaal 2024 tot en met het tweede kwartaal 2025. Dit overzicht is op verzoek van de provincie Limburg opgenomen. Uit het overzicht blijkt dat de kasgeldlimiet niet is overschreden. Dit betekent dat geen risico is gelopen op korte financieringen. Kasgeldlimiet
1) Berekening kasgeldlimiet: Begrotingstotaal
x € 1.000 2024
2025
167.414
169.608
Relevant percentage
8,50%
8,50%
Kasgeldlimiet
14.230
14.417
Kasgeldlimiet 3e kwartaal 2023 t/m 2e kwartaal 2024 3e kwartaal
4e kwartaal
1e kwartaal
2024
2024
2025
2e kwartaal 2025
Vlottende schuld (2)
2.023
10.303
14.414
20.004
Vlottende middelen (3)
5.435
10.137
7.997
12.545
Saldo (4) (=(2)-(3))
-3.412
166
6.417
7.459
Kasgeldlimiet (1)
14.230
14.230
14.417
14.417
Ruimte (+) / Tekort (-)
17.642
14.064
8.000
6.958
Risiconorm De renterisiconorm heeft tot doel het beheersen van renterisico’s op de vaste schuld door o.a. het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille en daardoor een stabiele rentelast te bewerkstelligen. Dit houdt in dat de jaarlijkse aflossingen op leningen en eventuele renteherzieningen niet méér mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Uit onderstaand overzicht blijkt dat de renterisiconorm niet wordt overschreden en dus geen renterisico wordt gelopen.
88
x € 1.000
Renterisico Renteherzieningen
2026
2027
2028
2029
0
0
0
0
Aflossingen
6.992
8.702
8.539
9.053
Renterisico
6.992
8.702
8.539
9.053
183.041
187.233
190.059
194.987
20%
20%
20%
20%
36.608
37.447
38.012
38.997
Renterisico
6.992
8.702
8.539
9.053
Renterisiconorm
36.608
37.447
38.012
38.997
29.616
28.745
29.473
29.944
Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage cf. regeling Renterisiconorm Toetsing renterisico aan de norm
Ruimte binnen renterisconorm
Kredietrisico Kredietrisico op leningen en beleggingen Kredietrisico’s bestaan uit het risico dat uitgeleend / uitgezet geld niet wordt terugontvangen. Deze kredietrisico’s kunnen worden onderscheiden in: • • •
Risico op verstrekte leningen en beleggingen Risico op verstrekte garanties Risico op uitzettingen van gelden uit hoofde van treasury
Kredietrisico op leningen en beleggingen In onderstaand overzicht zijn de leningen verwerkt die door de gemeente zijn verstrekt en de beleggingen. Voor wat betreft de beleggingen is gehandeld in overeenstemming met de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden, ook wel Ruddo genoemd. x € 1.000 Leningen en beleggingen
Risicogroep
Verwachte stand per
1-1-2026
31-12-2026
% van totaal per 31-122026
Woningcorporaties
3.947
3.361
25,5%
Startersleningen Overige toegestane instellingen volgens Treasurystatuut
2.654
2.674
20,3%
7.659
7.134
54,1%
Staatsleningen (eurozone) (beleggingen)
24
24
0,2%
14.284
13.194
100%
Totaal
Staatsleningen Als gevolg van het in 2013 ingevoerde verplichte schatkistbankieren nemen de beleggingen elk jaar af, omdat ze alleen nog mogen worden herbelegd in het kader van de publieke taak. Overige toegestane instellingen Onder de Overige toegestane instellingen is een lening u/g ad € 4,725 miljoen (stand 1-1-2026) aan BV Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo opgenomen.
89
Kredietrisico op garanties Garanties kunnen op twee manieren voor komen: 1. Directe garanties. 2. Achtervang. Ad 1. Bij directe garanties staat de gemeente tegenover geldgevers borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die zijn aangetrokken door lokale organisaties, instellingen of verenigingen die activiteiten verzorgen welke in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. In 2017 heeft de gemeente zich garant gesteld voor een 2-tal leningen aan Glasweb Venray. Voor één lening wordt, om te voldoen aan marktconformiteit, een z.g. safe-harbourpremie (opslagrente) in rekening gebracht. Ten einde het risico op een eventueel verlies op deze garantstelling terug te brengen wordt de ontvangen premie niet ten gunste van de exploitatie gebracht, maar toegevoegd aan de bestemmingsreserve Garantstelling lening GWV grijs-zwart BV.. Voor deze lening GWV grijs-zwart is door Glasweb eind 2025 een herfinanciering bij de Rabobank aangegaan (B&W 27 mei 2025). Hierdoor is de garantstelling op deze lening komen te vervallen en zal er ook geen safe harbourpremie meer worden ontvangen. Ad 2. Achtervang betekent dat de gemeente, al dan niet samen met het Rijk, een rol speelt binnen de zekerheidsstructuur van een waarborgfonds, bijvoorbeeld de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw.
Door deze structuur kunnen instellingen die bij een waarborgfonds zijn aangesloten tegen de laagste rente lenen. Mede vanwege de strenge toetsingscriteria en periodieke toetsing door het fonds, maar ook door de Autoriteit Woningcorporaties, loopt de gemeente Venray hierbij een veel lager risico dan bij directe borgstellingen. Gemeente Venray verwacht eind 2026 voor circa € 138 miljoen (2025 € 116 miljoen) garant te staan voor leningen die voornamelijk zijn aangegaan door Wonen Limburg. Het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) houdt namens het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toezicht op het financiële reilen en zeilen van woningcorporaties. Het financiële toezicht valt onder de Autoriteit Woningcorporaties (AW). Deze AW doet risicogericht onderzoek op een zestal toezichtterreinen, die van invloed zijn op de financiële continuïteit. Voor wat betreft de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) namen het Rijk en de gemeente tot en met 2010 een achtervangpositie in van elk 50%. Vanaf 2011 neemt het Rijk de achtervang voor 100% voor haar rekening voor garanties afgegeven vanaf 1 januari 2011. De achtervangpositie van gemeenten voor bestaande NHG hypotheken blijft bestaan, maar neemt geleidelijk aan af. Tot en met medio 2025 is de gemeente Venray niet aangesproken voor verliezen.
Voor Venray betekent dit dat eind 2026 nog voor een bedrag van € 52 miljoen (eind 2025 € 55 miljoen) garant wordt gestaan. Het totaalbedrag dat door de gemeente via garantstellingen is gewaarborgd bedraagt per eind 2026 naar verwachting circa € 195 miljoen (eind 2025 circa € 179 miljoen) en is naar soort als volgt onderverdeeld: Geldnemer
Geldgever
Waarborg
Hoofdsom
Stichting Wonen Limburg
Diverse
20-50%
550.926
507.228
132.508
Idem
Idem
100%
6.965
1.167
1.167
557.891
508.395
133.675
454.428
453.548
4.287
855
595
297
1.013.174
962.538
138.259
720
354
196
Percentage
Totaal Stichting Wonen Limburg Overige woningcorporaties
Diverse Prov. Overige particuliere woningbouw Limburg
0,1%-50% 50%
Totaal woningbouw Sportverenigingen
Diverse
50%/100%
Restant lening
Door de gemeen-
31-12-2026
te gewaarborgd
90
Sociaal-culturele instellingen
Diverse
100%
760
513
513
Glasweb Venray BNG Achtervang Nationale Hypotheek Garantie Diverse
100%
5.742
4.522
4.522
50%
215.000
104.000
52.000
Totaal overige
222.222
109.388
57.231
Totaal generaal
1.235.396
1.071.926
195.490
5. Kasbeheer Betalingsverkeer De huisbankier van de gemeente Venray is de BNG Bank. Daarnaast heeft de gemeente ook betalingsverkeerrelaties met de Rabobank. Sinds 2013 zijn decentrale overheden op grond van de wet Fido verplicht deel te nemen aan schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden verplicht worden aangehouden in de Nederlandse schatkist.
Paragraaf E. Bedrijfsvoering Inleiding Om op een gestructureerde wijze de vastgestelde beleidsdoelstellingen te kunnen realiseren is een goede bedrijfsvoering (de sturing en beheersing van onze interne organisatie) noodzakelijk. Dit doen we door onze doelen en de daaruit voortvloeiende opgaven zo eenduidig mogelijk te formuleren en onze beschikbare bedrijfsvoeringsmiddelen zo efficiënt en effectief mogelijk hierop in te zetten. De OverheidsOntwikkelCyclus gebruiken we hierbij als referentiekader voor organisatieontwikkeling. Dit kwaliteitsmodel biedt inzicht in de fase van ontwikkeling van de organisatie. Door de samenhang tussen de bedrijfsvoering- en organisatiegebieden helpt het model bij resultaatgericht sturen en geeft aan wat er nodig is om naar een meer procesgerichte organisatie te groeien.
Bron: Netwerk Stoom
91
1. Doelstelling, status en speerpunten 2026 Wat willen we bereiken? Ons hoogste doel is een excellente dienstverlening met een goede balans tussen flexibiliteit en zakelijkheid en een organisatie die de inwoners effectief, efficiënt en veilig bedient met een menselijke maat in een digitale netwerksamenleving. Dit doen we door middel van een traject voor organisatieontwikkeling dat moet leiden tot een procesgerichte organisatie die toegerust is om in de digitale netwerksamenleving effectief, efficiënt en veilig inwoners te bedienen met een menselijke maat. Verder richten we ons op het verhogen van de kwaliteit van ons werk en verlagen van de kosten en kwetsbaarheid. Waar staan we? Vanuit een organisatieontwikkeltraject is een aantal activiteiten en opdrachten uitgevoerd die er voor moeten zorgen dat we toegerust blijven voor de toekomst. Zo hebben we bijvoorbeeld stappen gezet in strategische personeelsmanagement, hebben we onze arbeidsmarktcommunicatie geüpdatet en is het concernkompas ingebed. Door een aantal trends en ontwikkelingen is het nodig om de opdracht van de ontwikkeling van onze organisatie te herijken. De maatschappij ontwikkelt zich steeds sneller naar een digitale maatschappij. Wat gaan we doen? Prioriteiten 2026 De vraagstukken waar we als overheid mee worden geconfronteerd, worden steeds complexer en/of gemeenteoverstijgend.