CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

motivering TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray definitief

Gemeenteraad 23 september 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Hoendersveld Venray.28.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.4.2 Instructieregels provincie (Omgevingsverordening Limburg) Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. De inwerkingtreding diende gelijk te zijn aan het in werking treden van de Omgevingswet. Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening Limburg (hierna ook: OL) derhalve in werking getreden. Hoewel de nieuwe Omgevingsverordening Limburg hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het plangebied binnen het gebied ‘Stedelijk gebied’. Op de locatie zijn de thema’s detailhandel, kantoren, toerisme, werklocaties, verstedelijking en wonen van toepassing. Conform artikel 12.1 OL dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen te voldoen aan een aantal instructieregels.

Reikwijdte verordening De toelichting bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio NoordLimburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 31

4.4.3 Conclusie Afweging provinciale instructieregel (artikel 12.1 OL) Ad a. Dit plan voldoet aan de POVI met de daarin opgenomen principes en zonering. Het plangebied is gelegen in de zonering ‘stedelijk gebied’. Het stedelijk gebied omvat de bebouwde gebieden van de Westelijke Mijnstreek, Heerlen, Brunssum, Landgraaf en Kerkrade en de steden Maastricht, Venlo, Roermond, Weert en Venray. Hier vind je een breed scala aan locaties met functies zoals wonen, winkels, scholen, voorzieningen, wegen en openbare ruimte. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten.

zonering Omgevingsverordening 2021

De gemeente Venray kenmerkt zich door een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. Er dient een transformatie van de bestaande woningvoorraad plaats te vinden, aangezien er nauwelijks bevolkingsgroei meer is. Daarbij zal primair worden gekozen voor inbreiding, aanpassing en functieverandering. De aan de orde zijnde herontwikkeling en transformatie van het plangebied tot een nieuwe binnenstedelijke woonlocatie met een veel betere ruimtelijke (omgevings)kwaliteit, in een hoogwaardige architectuur en voor een specifiek segment in de woningmarkt, past in de beleidsvisie van de provincie. Verwezen wordt hier ook naar paragraaf 4.4.1 van deze motivering. Ad b. en c. Via de toepassing van de Ladder Duurzame Verstedelijking is zowel de kwalitatieve als kwantitatieve behoefte aan het beoogde woningbouwprogramma vastgesteld. Verwezen wordt hier naar paragraaf 4.3.4 van deze motivering en de laddertoetsing die als bijlage 2 bij deze motivering is gevoegd. De paragrafen 4.5.1, 4.6.3 en 4.6.4 van deze motivering bevatten de resultaten van de toetsing van het plan aan de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 en het gemeentelijke woonbeleid. Hieruit blijkt dat het plan in overeenstemming is met het regionale en het gemeentelijke woonbeleid. Verwezen wordt hier naar deze paragrafen. | motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 32

Ook is dit woningbouwprogramma expliciet regionaal afgestemd tijdens het ambtelijk overleg Wonen NoordLimburg d.d 9 december 2024 en is tijdens dat overleg ook geaccordeerd. Ad d. De monitoring van de uitvoering van de woningbouw in dit ruimtelijke plan vindt plaats via de plancapaciteitsmonitor Limburg (www.pcmlimburg.nl). Ad e. Realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt beoogd zo spoedig mogelijk plaats te laten vinden, doch in ieder geval binnen de in de OL gestelde termijn van 5 jaar. De gemeente Venray en de initiatiefnemer hebben in de anterieure exploitatie-overeenkomst juridisch bindende afspraken gemaakt over de termijn van planrealisatie (namelijk binnen een periode van maximaal 3 jaar), juridisch afgedekt met een boetebeding.

4.5

Regionaal beleid

4.5.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 In de Regionale woonvisie geven de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas richting aan de regionale woningmarkt. Een van de centrale opgaven is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Bij nieuwbouw dient bij voorkeur ingezet te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. De huishoudprognose van E’til (Progneff) dient als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter is de kwalitatieve toets leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Er wordt dus ruimte geboden voor plannen die aansluiten bij de (toekomstige) vraag naar woningen. In de regio zijn uitgangspunten geformuleerd, waaraan alle bouwplannen moeten voldoen die binnen de kwalitatieve richtlijn vallen. Deze regionale uitgangspunten omvatten de navolgende punten: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; Gekeken dient te worden naar koppelkansen; Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; Zoeken naar aansluiting op de landelijke, regionale en lokale duurzaamheid doelen.

Aanvullend wordt tevens het volgende benoemd: ▪ ▪

▪ ▪

Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 33

Analyse bestaande woningvoorraad Het grootste deel van de woningvoorraad voor de toekomst staat er al. Dat maakt dat nieuwbouw slecht een klein deel vormt van de totale woningvoorraad. Inzicht in de kwaliteit van deze woningvoorraad is essentieel om een match met de toekomstige woningvraag te bewerkstelligen. Analyses van de regionale woningvoorraad geven inzicht in de potentiële kwetsbaarheid van de bestaande woningvoorraad. In de ‘Regionale Structuurvisie Noord-Limburg (2016)’ ging het vooral om de kwantiteit, terwijl in de nieuwe Regionale Woonvisie de nadruk meer ligt op de kwaliteit. Er wordt vaak gesproken over een woningtekort en vooral landelijk gaat het hierbij om de aantallen. Uiteraard is dat van belang, maar de te verwachten ontwikkeling van huishoudens (in aantal én in type) geeft aan dat wel degelijk rekening gehouden dient te worden met de kwaliteit van de woningvoorraad. In de Regionale Woonvisie wordt een verbinding gemaakt met de demografische ontwikkeling van de regio NoordLimburg. De woningvoorraad is op basis van verschillende indicatoren (voor zowel de woning als de woonomgeving) beoordeeld. Dit alles vormt een bouwsteen voor het beleid rondom de aanpak van de huidige woningvoorraad. Belangrijkste conclusies uit de analyses zijn: ▪

▪

De komende 10-20 jaar groeit het aantal huishoudens netto met bijna 5.000, deze groei zit op regioniveau in de 65+ doelgroep. Hierdoor ontstaat een groeiende behoefte aan levensloopbestendige woningen; Er ontstaan overschotten in de niet-levensloopbestendige grondgebonden huur-, goedkope koopen ruime, dure koopsegment.

Op het niveau van individuele gemeenten kunnen er afwijkingen ten opzichte van deze regionale conclusies bestaan. Er worden 64 woningen gerealiseerd voor verschillende doelgroepen waarbij 38 woningen levensloopbestendig zijn. De ontwikkeling kent een gevarieerd woningaanbod bestaand uit 14 grondgebonden woningen en 50 appartementen. In het plan worden de navolgende woningen gerealiseerd:

A

woningtype

aantal

appartementen

20

categorie sociale huur

toelichting 5 bouwlagen bergingen (inpandig in woning) gezamenlijke fietsenberging op begane grond

B

appartementen

12

4 sociale koop

3 bouwlagen

< € 280.000

levensloopbestendig

8

betaalbare koop of middenhuur

> € 280.000- < € 405.000

bergingen (inpandig in woning) gezamenlijke fietsenberging op begane grond

C

grondgebonden, aaneengesloten woningen

2

starters bereikbare koop > € 405.000 - < € 480.000

2 bouwlagen + kap (veranda)woningen berging in woning

D

appartementen

18

13 betaalbare koop >€ 280.000- < € 405.000

4 bouwlagen levensloopbestendig

5 bereikbare koop >€ 405.000 - < € 480.000

individuele fietsenbergingen geclusterd op begane grond inpandige berging in woningen

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 34

E1 E2 E3 F

grondgebonden, aaneengesloten woningen

3 4

levensloopbestendige vrije sector koop

grondgebonden, aaneengesloten woningen

2 bouwlagen + kap (veranda)woningen

3

>€ 480.000

levensloopbestendig berging in tuin

2

vrije sector koop >€ 480.000

2 bouwlagen + kap (veranda)woningen levensloopbestendig berging in tuin

Deze woningen worden gerealiseerd binnen een bestaande kern (Venray), hetgeen is overeenstemming is met de regionale uitgangspunten. Regionaal is geconstateerd dat er een sterke behoefte is aan meer levensloopbestendige woningen (in alle segmenten en oppervlakteklassen). Voor reguliere (niet levensloopbestendige) grondgebonden koopwoningen ontstaat vooral een overschot in de grotere oppervlakteklassen en duurdere woningen (daarnaast ontstaat er ook een overschot in reguliere grondgebonden huurwoningen, kleine goedkope koopwoningen die niet ‘op de juiste plek’ liggen en ruime, (veelal verouderde) dure, grondgebonden en niet-levensloopbestendige koopwoningen).

4.5.2 Regionale Mobiliteitsvisie ‘Trendsportal’ Acht Noord-Limburgse gemeenteraden hebben de Mobiliteitsvisie Noord-Limburg vastgesteld onder de naam Trendsportal (Venray op 30 januari 2018). Als gevolg van technologische ontwikkelingen, andere vormen van organisatie en veranderingen in financiële stromen wordt hiermee een verschuiving in gang gezet van meer traditionele infraprojecten naar andersoortige projecten op het gebied van mobiliteit, verkeer en vervoer. De hoofddoelstellingen van Trendsportal zijn: 1. 2. 3. 4. 5.

verhogen kwaliteit van leven: Mobiliteit zodat iedereen mee kan doen; verbeteren verkeersveiligheid: Streven naar NUL verkeersslachtoffers; aantrekkelijk mobiliteitssysteem: Robuust, attractief en betrouwbaar; ondersteunen milieu-en energietransitie: Overschakelen op schone en stille mobiliteit; verbeteren ruimtelijk-economische bereikbaarheid: Voor toerisme, agro, maak en logistieke sector.

Deze Trendsportal is lokaal uitgewerkt in de gemeentelijke nota ‘Uitgangspunten netwerken infrastructuur en verkeer, fietsen en lopen in de spotlights’.

4.5.3 Conclusie Het toevoegen van de beoogde woningtypes binnen onderhavig plan zorgt niet voor het onaanvaardbaar vergroten van het kwetsbare woningoverschot. Onderhavig plan is dan ook passend binnen de regionale kwalitatieve behoefte. De realisatie van de nieuwbouw is hiermee niet strijdig met de woonvisie van de gemeenten binnen de regio Noord-Limburg.

4.6

Gemeentelijk beleid

4.6.1 Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’ In het coalitieakkoord 2018-2022 ‘Een gezonde toekomst voor Venray’ is opgenomen dat de gemeente Venray wil komen tot een nieuwe strategische visie met een horizon tot 2030. Deze stip op de horizon moet richting geven aan de vraag waarin de gemeente zich de komende jaren wil ontwikkelen gezien de actuele trends en ontwikkelingen. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, energie, duurzaamheid, leefomgeving, gezondheid, demografie en technologie, maar ook kijkend naar de positie en rol van de gemeentelijke overheid.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 35

Hiertoe heeft de gemeenteraad op 27 juni 2019 een nieuwe strategische visie vastgesteld; de Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’. Deze visie vervangt de Strategische visie Venray 2020 en de nota ‘Venray, stad in de Peel (2025)’. De toekomstvisie gaat in op: De grote ontwikkelingen die op Venray afkomen en aangeven wat dit betekent voor de opgaven op lokaal en regionaal niveau en voor de vraagstukken of agendapunten voor het lokaal bestuur (kompas); Verbinding en energie opleveren door samen met de Venrayse gemeenschap – inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners – te komen tot een gezamenlijk toekomstbeeld van Venray; Slim verbinding leggen met andere participatietrajecten, zodat hier op voortgebouwd kan worden onder meer bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. Ten aanzien van het thema wonen wordt het belang van een goede kwaliteit van woonomgeving en woningen, de aanwezigheid van werkgelegenheid en kwalitatief goede voorzieningen onderstreept. Met de visie op de gewenste toekomstrichting kan de gemeente Venray effectief sturing geven aan het proces van beleidsontwikkeling en prioritering. De thema’s die centraal staan zijn: 1. Venray is dorp en stad; 2. Venray is kennisintensief; 3. Venray zorgt voor elkaar; 4. Venray is levendig; 5. Venray voorziet in alle woonwensen.

De gemeente wil voorzien in alle woonwensen en biedt daarbij de ruimte voor een gevarieerde en boeiende maatschappelijke omgeving. Door een grote zorg voor het in stand houden en verbeteren van de bestaande woonwijken (waaronder in de vorm van herstructurering) beoogt de gemeente unieke woonmilieus creëren, waarin de bestaande sociale structuren en voorzieningen op een positieve wijze worden beïnvloed.

4.6.2 Omgevingsvisie Venray Op 2 november 2021 heeft de gemeenteraad van Venray de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. De omgevingsvisie van geeft aan wat belangrijk wordt gevonden in de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is alles wat we buiten zien en voelen: bijvoorbeeld hoe de gemeente eruit ziet, wat de kwaliteit is van de lucht en welke bedrijven er zijn. De omgevingsvisie gaat in op ambities, beleid en de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, wonen en werken en cultureel erfgoed. De onderdelen van deze leefomgeving waar de gemeente trots op is, moeten worden beschermd en verbeterd. Daarnaast zet de gemeente in op nieuwe doelen die zijn beschreven in vier hoofdambities. Aan de hand van hoofdambities zijn de volgende actielijnen uitgewerkt: 1.

Versnellen: gezien het urgente woningtekort benoemen we acties om de woningbouw in Venray gericht te versnellen.

2.

Vergroten (kwantiteit): de komende jaren gaan we voor een bouwproductie van minimaal 200 woningen per jaar, door ‘zachte’ plannen hard te maken en extra plannen te ontwikkelen.

3.

Veranderen (kwaliteit): woonmilieu, woningtype en -prijs moeten beter aansluiten bij de behoefte. Naast het uitvoeren van een kwalitatief woningmarktonderzoek zetten we in op meer betaalbare woningen, de aanpak van leegstand, de ontwikkeling van bijzondere woonconcepten en meer (tijdelijke) woningen voor specifieke doelgroepen.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 36

4.

Vergroenen/verduurzamen: we verhogen de kwaliteit van de woning en de woonomgeving door gerichte maatregelen te nemen op het gebied van groen, klimaatadaptief en duurzaam bouwen.

De Omgevingsvisie behelst verder ook gebiedsgerichte ambities. Het onderhavige plangebied wordt in de Omgevingsvisie gekwalificeerd als 'Centrum Venray'.

uitsnede kaart Omgevingsvisie

Toekomstperspectief Centrum Venray Het centrum van Venray is het visitekaartje van de stad. We gaan voor een sterk en levendig centrum. Met de Centrumvisie hebben wij een duidelijk doel voor ogen: het binden en boeien van inwoners en bezoekers aan onze binnenstad, zodat ze vaker komen en langer verblijven. Dit bereiken we vanuit drie ‘aanvliegroutes’: 1. een compacte binnenstad: een overzichtelijk, compact kernwinkelgebied met duidelijke looproutes en bruisende pleinen; 2. een complete binnenstad: een breed en divers aanbod aan winkels, horeca, cultuur voor verschillende doelgroepen, voor jong en oud; 3. een comfortabele binnenstad: een aantrekkelijke en veilige openbare ruimte met aandacht voor het historisch karakter en de gevels van panden. Actiepunt Eén van de actiepunten om deze ambities te bereiken is het inzetten op meer woningen in leegstaande panden en ‘lege’ terreinen aan de rand van het centrum. In het kernwinkelgebied zorgen we voor het behoud van voldoende reuring. Door het woongedeelte meer te scheiden van het kernwinkelgebied zorgen we voor een juiste balans tussen prettig wonen en een levendig centrum. We stellen subsidiemogelijkheden beschikbaar voor de verplaatsing en/of transformatie van winkel- en horecapanden (stimuleringsverordening Centrum).

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 37

4.6.3 Omgevingsprogramma Wonen Het op 15 februari 2022 door de raad vastgestelde ‘Omgevingsprogramma Wonen’ is de uitwerking van de beleidsdoelen van de nota ‘Koers op wonen’ en tevens bedoeld als de actualisatie van de thema’s van de Woonvisie 2017-2021. In het Omgevingsprogramma Wonen worden de verschillende beleidsdoelen, maatregelen en instrumenten op hoofdlijnen uitgewerkt, die nodig zijn voor de realisatie van de nieuwbouwopgave en aanpassing van de bestaande woningvoorraad in alle kernen van de gemeente. Het Omgevingsprogramma Wonen is de onderlegger voor ieder project voor nieuwbouwwoningen en verbetering van woningen uit de bestaande woningvoorraad. In het gemeentelijke programma Koers op Wonen werden de ambities en uitgangspunten voor met name de kwantitatieve bouwopgave vastgelegd. De kwalitatieve opgave bleef echter nog wat onderbelicht. Hiervoor was een uitwerking noodzakelijk. In het Omgevingsprogramma Wonen is een en ander verder uitgewerkt. Zo zijn de eerdere vier actielijnen (versnellen, vergroten, veranderen en verduurzamen) aangevuld en vertaald naar vijf centrale thema’s: 1. 2. 3. 4. 5.

Snel woningen bouwen Gevarieerd aanbod. Duurzame woningvoorraad. Wonen en zorg. Vitale wijken en kernen.

Venray heeft een urgent woningtekort. De woningmarkt is flink aangetrokken, de woningbehoefte komt voor de meeste kernen van de gemeente beduidend hoger uit dan eerdere prognoses. Om te zorgen dat het in Venray nu én in de toekomst goed wonen en leven is, staat de gemeente voor de grote opgave om het woningtekort (kwalitatief én kwantitatief) terug te brengen en te komen tot een gezond woningbouwprogramma. De gemeente Venray heeft met betrekking tot de realisatie van nieuw en gevarieerd woningaanbod, de volgende ambities geformuleerd: een goede differentiatie van de nieuwbouw, passend bij de behoefte; focus op betaalbaarheid in koop en huur; niet meer van hetzelfde, maar meer variatie in vorm, techniek en doelgroepen; meer sturing en regie op goede plannen, passend bij de opgaven; een daarbij passend stelsel van maatregelen, afspraken en instrumenten; focus op aanpassing bestaande woningvoorraad. Het Omgevingsprogramma Wonen bevat tevens een uitvoeringsparagraaf waarin concrete voorstellen zijn opgenomen. Hierin wordt o.a. ingegaan op de organisatie, de regierol van de gemeente en de samenwerking met onze partners en het beoogde instrumentarium. Om de algehele voortgang te bewaken, zal het in 2021 ingestelde Regieteam Wonen gecontinueerd worden.

In de bijlage bij het Omgevingsprogramma Wonen is een beschrijving opgenomen van de kwantitatieve woningbouwopgave van 2021 tot 2035 per wijk of kern. Deze bijlage is een momentopname van de actuele stand van zaken van de woningbouwprojecten in alle kernen van de gemeente Venray. Het overzicht wordt jaarlijks bijgewerkt en geactualiseerd.

4.6.4 Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 Op 13 december 2022 heeft de gemeenteraad van Venray de Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 vastgesteld. Met deze Doelgroepenverordening regelt zij publiekrechtelijk dat er voldoende woningen in het sociale en betaalbare segment worden gerealiseerd bij nieuwe woningbouwontwikkelingen en dat deze woningen ook langjarig beschikbaar blijven voor de betreffende doelgroepen. De Doelgroepenverordening legt de juridische link tussen het tijdelijke deel van het Omgevingsplan Venray (waarin de verordening van toepassing wordt verklaard) en het woonbeleid van de gemeente Venray.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 38

De Doelgroepenverordening regelt - onder meer - voor welke doelgroepen de te bouwen woningen bedoeld zijn. De doelgroepen worden bepaald aan de hand van inkomensgrenzen en voor woonzorgwoningen op basis van de aard en doel van het complex. De Doelgroepenverordening regelt verder dat de woningen gedurende een bepaalde periode beschikbaar moeten blijven voor de betreffende doelgroep. Hiervoor zijn minimale instandhoudingstermijnen opgenomen. De gemeente Venray heeft in februari 2022 het Omgevingsprogramma Wonen vastgesteld. Met daaraan gekoppeld de Uitvoeringsagenda 2022. Hierin is vastgelegd dat de gemeente een opgave heeft om 2.000 woningen te realiseren tot 2035, waarvan minimaal 1.500 in de komende 10 jaar. Van de nieuwbouw moet 50% in het betaalbare segment gerealiseerd worden. In artikel 11 lid 1 van de verordening wordt het betaalbare programma voor woningbouwontwikkelingen in de gemeente Venray in de Doelgroepenverordening als volgt vastgelegd: 35% sociale woningen (opgebouwd uit 25 – 30% sociale huur en 5 – 10% sociale koop); 15% sociaal hoog (opgebouwd uit middenhuur en/of betaalbare koop); 20% bereikbaar (koopwoningen tussen betaalbare koopgrens en betaalbare koopgrens + € 75.000). Het overige deel van de ontwikkeling in de gemeente is vrij in te vullen.

In artikel 11 leden 2 en 3 van de Doelgroepenverordening is vastgelegd dat het hele betaalbare (en bereikbare) programma uitgevoerd moet worden bij woningbouwprojecten bestaande uit 12 of meer woningen. Bij ontwikkelingen tot en met 11 woningen geldt maatwerk.

4.6.5 Trendsportal / Nota “Uitgangspunten Netwerken Infrastructuur en Verkeer, fietsen en lopen in de spotlights’ In de periode december 2017 – februari 2018 hebben acht Noord Limburgse gemeenteraden de Mobiliteitsvisie Noord- Limburg vastgesteld onder de naam Trendsportal. Als gevolg van technologische ontwikkelingen, andere vormen van organisatie en veranderingen in financiële stromen wordt hiermee een verschuiving in gang gezet van meer traditionele infraprojecten naar andersoortige projecten op het gebied van mobiliteit, verkeer en vervoer. De Nota ‘Uitgangspunten Netwerken Infrastructuur en Verkeer, fietsen en lopen in de spotlights’ is de opvolger van het “Venray’s Verkeer- en Vervoerplan (VVVP)” uit 2007. De gemeente Venray acht het noodzakelijk de komende jaren het niet-gemotoriseerde verkeer (fietsen en lopen) meer in de spotlights te plaatsen. De eerste aandacht gaat dus uit naar het opstellen van een netwerk voor niet-gemotoriseerd verkeer (fiets en voetganger). Dit netwerk heeft de intentie er voor te zorgen dat fietsen en lopen een veilig, aantrekkelijk en voor de hand liggende wijze van vervoer gaan worden voor alle inwoners en bezoekers van Venray en de kerkdorpen. Met dit netwerk wordt het begrip “basis op orde” wat betreft de infrastructuur een nieuw kader meegegeven.

De tweede aandacht gaat uit naar het opstellen van de netwerken voor gemotoriseerd verkeer: personenauto, vrachtverkeer en landbouwverkeer. Voor vele doeleinden is en blijft dit toch dé wijze van vervoer, bijvoorbeeld vanwege de (langere) afstand of het vervoer van goederen. Infrastructurele maatregelen waarmee het gebruik van de fiets, zowel utilitair als recreatief, wordt gestimuleerd of het autogebruik wordt ontmoedigd, worden in deze netwerkennota meegenomen. Voor stimuleren van fietsverkeer kan het gaan om bijvoorbeeld de aanleg van ontbrekende schakels, het opwaarderen van kwalitatief mindere verbindingen of het verbeteren van de oversteekbaarheid van grote verkeerswegen. Voor het ontmoedigen van autoverkeer, kan het gaan om het weren van verkeer of het aanpassen van de verkeerscirculatie.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 39

4.6.6 Duurzaamheid en Energiestrategie 2030 De ambities ten aanzien van duurzaamheid in Venray zijn hoog, zoals neergelegd in de Energiestrategie 2030. Door de gemeenteraad is daarbij de ambitie uitgesproken om in 2030 CO2-neutraal (ofwel energieneutraal met compensatiemaatregelen) te zijn. Op basis van deze visie is door het college het 2e Uitvoeringsprogramma Energie Venray (2018-2021) vastgesteld. Met de Energiestrategie en het bijbehorende UP zijn de doelstellingen en de gefaseerde uitvoering op lange en korte termijn uitgewerkt. De gemeente is voor het bereiken van de energiedoelen afhankelijk van alle energiegebruikers en energieleveranciers in de gemeente: bedrijfsleven, huishoudens, instellingen etc. De samenleving laat zich echter niet door de overheid sturen om energie te besparen of lokaal duurzaam op te wekken. Daarvoor moet er in de samenleving vooral ruimte zijn die leidt tot creativiteit en innovatie van de bedrijven en inwoners zelf. De overheid heeft daarin een rol als partner die samenwerkt, belemmeringen wegneemt, faciliteert en het goede voorbeeld geeft. De betrokkenheid van de overheid zorgt voor het aanjagen en versnellen van de gewenste ontwikkelingen.

Het streefbeeld in 2030 voor woningen laat zich als volgt schetsen: gebouwen hebben de laagste energievraag; gebouwen worden energiecentrales; slimme netwerken zorgen voor optimale uitwisseling; 50% van de bestaande woningen en gebouwen zijn 50% energiezuiniger en 50% van de woningen voorziet in 100% van eigen energievraag.

4.6.7

Conclusie

Met dit TAM-omgevingsplan wordt aangesloten bij diverse beleidsdoelen/thema’s uit het Omgevingsprogramma Wonen (zoals ‘snel woningen bouwen’, ‘gevarieerd aanbod’ en ‘vitale wijken en kernen’). Dit plan betreft de transformatie van een ruimtelijk laagwaardig binnenterrein in een hoogwaardig woongebied in (binnen)stedelijk gebied. Hiermee levert deze transformatie een belangrijke bijdrage aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid ter plaatse. Er wordt voorzien in woningtypes waar er binnen de Venrayse woningmarkt nog te weinig van zijn, zoals duurzame, energiezuinige, klimaatgeadapteerde en levensloopbestendige woningen in het goedkopere en middeldure segment (zowel huur als koop). Met name voor de doelgroepen starters en senioren. Het beoogde maximale woningbouwprogramma van 64 woningen is ook opgenomen in de kwantitatieve woningbouwopgave voor de kern Venray in de periode 2021-2035. Het woningbouwprogramma bestaat in ieder geval voor 54% uit woningen in het betaalbare segment (d.w.z. sociale huur, sociale koop, midden huur en betaalbare koop), waarbij 37% bestaat uit sociale huur- en sociale koopwoningen, 17% uit midden huur- of betaalbare koopwoningen en 22% uit bereikbare koopwoningen. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de differentiatie-eisen uit de Doelgroepenverordening.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 40

5.

FYSIEKE LEEFOMGEVING

5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke manier bij de voorgenomen activiteiten rekening is gehouden met diverse aspecten uit de fysieke leefomgeving om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. Voor een aantal aspecten zijn nadere onderzoeken uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De rapportages zijn als bijlage aan deze motivering toegevoegd.

5.2

Gezonde fysieke leefomgeving

5.2.1

Beoordelingskader

Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking op de aspecten bodem, geluid, geur, luchtkwaliteit en een veilige omgeving. Deze aspecten worden in de hiernavolgende paragrafen gemotiveerd, echter ligt het voor de hand om ter introductie kort te schetsen op welke wijze het gezondheidsaspect bij de motivering van de besluitvorming omtrent de wijziging van het Omgevingsplan Venray is meegenomen. Dit niet alleen omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk maatschappelijk doel is van de Omgevingswet, waar logischerwijs bij het nemen van een besluit op grond van deze wet aandacht voor moet zijn.

Ook omwonenden en rondom het project gevestigde bedrijven zijn vaak geïnteresseerd in de gezondheidssituatie die ten gevolge van de nieuwe activiteiten optreden. In de brede belangenafweging weegt het bevoegd gezag het belang van de gezondheidsbescherming samen met andere belangen af. Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen heeft gewogen en wat dit betekent in het omgevingsplan.

5.2.2 Toetsing gezonde fysieke leefomgeving Voor het plan is een inrichtingsplan opgesteld. Hierin is aangegeven waar er rond de woningen ruimte komt voor groen, water en recreatie. Ten opzichte van de huidige situatie zal er veel meer kwalitatief groen binnen het plangebied worden toegepast. De nieuwe inrichting van de openbare ruimte maakt verder dus ook een meervoudig gebruik mogelijk. Naast het wonen en parkeren, kan het plangebied ook gebruikt worden voor spelen en recreëren. Er wordt verder nadrukkelijk rekening gehouden met klimaatadaptie en natuurinclusief bouwen. In de stedenbouwkundige ontwerp is rekening gehouden met infiltratie van hemelwater en er wordt nadrukkelijk voorzien in een ruime hoeveelheid bomen binnen de openbare ruimte. Deze ruime oppervlakte aan hoogwaardige groenvoorzieningen reguleert de waterhuishouding op een natuurlijke wijze én reduceert het hitte-eiland-effect in dit stedelijke gebied.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 41

Ook wordt hierdoor de biodiversiteit gestimuleerd en hebben de beoogde groenvoorzieningen een positief effect op de bewoners. Uitzicht op groen zorgt immers voor een lager stressniveau. Bovendien heelt groen een positief effect op de luchtkwaliteit door afvang van fijnstof/ CO2 en productie van zuurstof. Tenslotte wordt in de onderstaande paragrafen onderzocht welke effecten het planvoornemen ondervindt van aspecten met betrekking tot een gezonde leefomgeving, zoals bodem, geluid, bedrijfsactiviteiten, luchtkwaliteit en veiligheid. Uit de afweging voor al deze aspecten blijkt dat geen van deze aspecten zorgt voor een verslechtering van de fysieke leefomgeving.

5.2.3 Conclusie Vanuit het aspect gezonde fysieke leefomgeving is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

5.3

Bodem en asbest

5.3.1

Beoordelingskader

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. Het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage VA van het Bkl. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde.

Op basis van paragraaf 5.1.4.5 uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en artikel 22.2 uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) dient in planvorming rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Onder bepaalde omstandigheden kan het oprichten van gebouwen pas plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij veel nieuwbouwactiviteiten de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld.

5.3.2 Bodemonderzoeken Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is in opdracht van de initiatiefnemer een eerste voor- en verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd ter plekke van een deel van het plangebied. Tevens is een nader bodemonderzoek conform NTA-5755 uitgevoerd. De uitkomsten van deze onderzoeken zijn in deze paragraaf beschreven. De volledige rapportage is als bijlage 4 bij deze motivering opgenomen.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 42

In onderstaande zijn de resultaten van het vooronderzoek weergegeven.

Tabel: vooronderzoek

In de periode maart tot en met mei 2023 is een verkennend en nader bodemonderzoek (asbest) uitgevoerd ten aanzien van de Eindstraat – ten westen van de percelen gelegen aan de Eindstraat 19 t/m 23 (oneven nummers) – te Venray. Het betreft hier het deel van het plangebied dat eigendom is van de initiatiefnemer. Een ander deel van de gronden is eigendom van de gemeente Venray. Dit deel van het plangebied is afzonderlijk door de gemeente onderzocht.

Onderzoeksgebied 1 verkennend bodemonderzoek met boringspunten

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 43

Nader bodemonderzoek Koper- en PAK-verontreiniging boring A03 Uit de resultaten van de uitgevoerde nader bodemonderzoek blijkt dat de sterke verontreiniging (gehalten > interventiewaarden) met koper en PAK in de grond ter plaatse en in de directe omgeving van proefgat/boring A03 een horizontale omvang heeft van ongeveer 30 m2. Verticaal wordt de sterke verontreiniging aangetoond tot 0,5 m-mv. De omvang van de sterke verontreiniging wordt ingeschat op 15 m³. De (sterke) verontreiniging met koper en PAK is te relateren aan de sporen tot matige hoeveelheden aardewerk baksteen, glas, kolen, metaal, puin en/of slakken in de grond waarvan wordt aangenomen dat deze grotendeels voor 1987 in de bodem terecht zijn gekomen. Dergelijke gevallen worden ook wel benoemd als ‘historische verontreinigingen’ of ‘oude gevallen’. Gelet op het feit dat de grondverontreiniging boven de interventiewaarde maar 15 m³ betreft, wordt de maximale toelaatbare kwaliteit bodem (>25 m³ boven de interventiewaarden) niet overschreden. De verontreiniging is derhalve niet saneringsplichtig. Op basis van de uitgevoerde risicobeoordeling blijkt dat er voor de koper- en PAK verontreiniging geen onaanvaardbare risico’s optreden.

PAK-verontreiniging boring A14 Uit de resultaten van de uitgevoerde nader bodemonderzoek blijkt dat de sterke verontreiniging (gehalten > interventiewaarden) met PAK in de grond ter plaatse en in de directe omgeving van proefgat/boring A14 binnen het plangebied c.q. de onderzoekslocatie een horizontale omvang heeft van ongeveer 20 m2. Verticaal wordt de sterke verontreiniging aangetoond tot 0,5 m-mv. De omvang van de sterke verontreiniging binnen de onderzoekslocatie c.q. het plangebied wordt ingeschat op 10 m³. De (sterke) verontreiniging met PAK is te waarschijnlijk (grotendeels) te relateren aan de sporen tot matige hoeveelheden baksteen, kolen(gruis) en/of puin in de grond waarvan wordt aangenomen dat deze grotendeels voor 1987 in de bodem terecht zijn gekomen. De omvang van de (sterke) verontreiniging (gehalten > interventiewaarden) binnen het plangebied betreft minder dan 25 m3. Echter de verontreiniging strekt zich uit tot buiten de onderzoekslocatie c.q. het plangebied waardoor er sprake is van een potentiële toevalsvondst. Op basis van de uitgevoerde risicobeoordeling blijkt dat er voor de PAK-verontreiniging geen onaanvaardbare risico’s optreden.

In mei 2024 is in opdracht van de gemeente Venray een tweede milieutechnisch (bodem)onderzoek (asbest) uitgevoerd ten aanzien van een terrein aan de Eindstraat – de braakliggende percelen tussen de Langeweg, de Eindstraat, de Bontekoestraat en de Hoenderstraat – te Venray.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 44

Op onderstaande afbeelding zijn de boringsgaten, asbestproefgaten en peilbuizen weergegeven

Onderzoeksgebied 2 verkennend bodemonderzoek met boringspunten

In onderstaande tabel zijn de resultaten van dit onderzoek weergegeven:

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 45

Deelconclusie verkennend bodemonderzoek De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt, met uitzondering van de sterke verontreiniging met PAK ter plaatse van boring A17, geen belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden. Wel dienen de te verwachten verschillende kwaliteiten grond gescheiden ontgraven en, indien nodig, gescheiden afgevoerd te worden. Voor de verontreiniging bij boring A17 wordt geadviseerd een nader bodemonderzoek uit te voeren. Indien de verontreiniging is afgeperkt is de actuele kwaliteit van de bodem in voldoende mate bekend. Er is dan geen aanvullend bodemonderzoek meer noodzakelijk. Deelconclusie halfverhardings-/funderingsonderzoek (asbest) Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de toegangsweg van de voormalige houtloods een halfverharding/fundering aanwezig is van puin met asfaltbijmengingen met een gemiddelde dikte van 0,5 meter. Ter plaatse van enkele delen (boring A17, B03 en B04/A16) is op de puinverharding nog een laag met circa 10 centimeter asfalt brokken aanwezig. Bij proefgat A05 is een volledige puinverharding met een dikte van 30 centimeter aangetroffen. De milieuhygiënische kwaliteit van zowel de puinlaag (UIT-A05), als de puinlaag met asfalt (UIT-B1) als de asfalt brokken (UIT-B2) voldoen indicatief aan de normen voor een niet vormgegeven bouwstof.

In de geanalyseerd mengmonsters ASB-A05 en ASB-B1 van de fijne fractie (<20 mm) van het puinhoudende funderingsmateriaal zijn geen verhoogde gehalten asbest boven de rapportagegrens aangetoond. De volledige rapportage is als bijlage 5 bij deze motivering opgenomen. In september 2024 is in opdracht van de gemeente Venray een nader bodemonderzoek uitgevoerd ten aanzien van een terrein aan de Eindstraat – ten zuiden van de toegangspad naar de Eindstraat 17a – te Venray. Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek was met name de deelconclusie uit het verkennend bodemonderzoek rondom boring A17.Uit het voornoemd onderzoek blijkt namelijk dat in de grond naast het toegangspad een sterke verontreiniging met PAK is aangetoond. Uit het nadere bodemonderzoek blijkt dat er sprake is van een bodemverontreiniging met PAK in een gehalte boven de interventiewaarde. De (sterke) verontreiniging met PAK is te relateren aan de bijmengingen met asfalt, baksteen en/of puin in de grond. De bijmengingen zijn waarschijnlijk bij de realisatie van het toegangspad naar de voormalige houtloods in de bodem terecht gekomen. De houtloods is gerealiseerd in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Gelet op de historische informatie mag worden aangenomen dat de verontreiniging voor 1987 is ontstaan. Dergelijke gevallen worden ook wel benoemd als ‘historische verontreinigingen’ of ‘oude gevallen’.

Uit de resultaten van de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat de verontreiniging in de grond aangetoond wordt over een oppervlakte van minimaal 200 m2. Verticaal wordt de verontreiniging aangetoond in het traject van 0 tot 0,5 m-mv. De omvang van de grondverontreiniging (gehalten>normwaarde wonen) bedraagt naar schatting 100 m³. Van de betreffende verontreiniging met PAK is circa 16 m³ sterk verontreinigd (gehalten>interventiewaarden) met PAK. De volledige rapportage is als bijlage 6 bij deze motivering opgenomen. De geconstateerde verontreinigingen zullen door de eigenaar gesaneerd worden. Dit saneringsproces zal parallel lopen met de wijziging van het omgevingsplan. Uitgangspunt daarbij is dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. In de regels is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

5.3.3 Conclusie De onderzoeksresultaten geven aanleiding om ter plaatse van boring A17 een nader bodemonderzoek uit te voeren. Van de betreffende verontreiniging met PAK blijkt circa 16 m³ sterk verontreinigd (gehalten>interventiewaarden) met PAK.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 46

Gelet op het feit dat de grondverontreiniging boven de interventiewaarde slechts 16 m³ betreft, wordt de maximale toelaatbare kwaliteit bodem (>25 m³ boven de interventiewaarde) niet overschreden. Aanvullend nader bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Gelet op de huidige resultaten is er geen verplichting de verontreiniging te saneren. Hierbij wordt opgemerkt dat er eveneens geen risico’s zijn voor het toekomstige gebruik (wonen) die voor de realisatie weggenomen dienen te worden. Bij graafwerkzaamheden in de grond ter plaatse van de sterke bodemverontreiniging is sprake van de milieubelastende activiteit ‘graven boven de interventiewaarde’ en dienen de daarvoor geldende regels te worden gevolgd. Dit betekent onder andere dat hiervoor de nodige meldingen dienen te worden gedaan en daarnaast veiligheidsmaatregelen genomen dienen te worden. Vanuit het aspect bodem is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

5.4

Geluid

5.4.1 Beoordelingskader De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met hun omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Dat kan vormgegeven worden door het stellen van zogenoemde geluidsproductieplafonds in hun omgevingsplannen. Een geluidsproductieplafond geeft de maximale toegestane productie weer op een vast fictief punt, het referentiepunt, op korte afstand van de geluidsbron. Daarnaast voorziet afdeling 3.5 Bkl in het wettelijk kader omtrent de beheersing van het geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.21 Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen.

Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (artikel 4.2, Omgevingswet) bij de belangenafweging over beschermen en benutten. Instructieregels die deze algemene taak invullen staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Het bevoegd gezag moet rekening houden met gezondheid (artikel 2.1 lid 4, Omgevingswet). De centrale regels voor beoordeling van geluid door lokale wegen op geluidgevoelige gebouwen staan in de artikelen 3.20, 5.78, 5.78l, 5.78r, 5.78s en 5.78t van het Bkl jo. artikel 3.5 Omgevingsregeling (Or) jo. onderdeel 1.4 bijlage IVc Or.

5.4.2

Toetsing wegverkeerslawaai

In de omgeving van het plangebied zijn geen provinciale- of rijkswegen gesitueerd. Wel komen er 50 km/ugemeentewegen voor (Langeweg) en 30 km/u gemeentewegen (Hoenderstraat, Bontekoestraat, Eindstraat en Sint Jozef voor. Voor geen van deze lokale wegen is in het Omgevingsplan Venray nog een geluidproductieplafond vastgesteld maar ze hebben wel allen een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde. De geluidaandachtsgebieden langs deze wegen worden dan bepaald door de generieke contouren uit onderdeel 1.4 bijlage IVc Or: voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: ten minste 100 m; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een onbekende maximumsnelheid of een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u: ten minste 200 m.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 47

Het gehele plangebied is derhalve te beschouwen als een geluidaandachtsgebied. Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, voorziet erin dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t Bkl (artikel 5.78t lid 1 Bkl):

Tabel 5.78t: Standaardwaarde geluidgevoelige gebouwen

Om te bepalen wat het effect is van wegverkeerslawaai op de gevels van de beoogde geluidgevoelige gebouwen, is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De uitkomsten hiervan zijn hieronder weergegeven. Het volledige rapport is als bijlage 7 bij deze motivering opgenomen. Overschrijding standaardwaarde en geluidbeleid De standaardwaarde wordt wel, maar de grenswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de gemeentelijke wegen is maximaal 55 dB. Bij de gemeente Venray kan een verzoek worden ingediend om het geluid boven de standaardwaarde toe te staan. Omdat de gemeente Venray duidelijkheid wil scheppen met betrekking tot de te hanteren ontheffingscriteria, is een afwegingskader voor het vaststellen van hogere grenswaarden geformuleerd. Het vaststellen van dit afwegingskader biedt de mogelijkheid om een juiste balans te vinden tussen leefomgevingskwaliteit en economische ontwikkeling. Om dit te bereiken heeft de gemeente Venray het ‘Geluidbeleid Hogere Waarden Wet geluidhinder (2016)’ vastgesteld. Hieraan is getoetst. Hoewel de Wgh niet meer van toepassing is, wordt dit beleid op enig moment beleidsneutraal omgezet en tot die tijd blijft dit beleid geldend. In deze situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat de woningen een open plaats opvullen.

Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. De geluidbelasting kan daarmee mogelijk worden teruggebracht tot de standaardwaarde of lager. De kosten voor dergelijke maatregelen voor de Sint Jozefweg worden geraamd op € 60.000,- (200 m * 6m * € 50,-) en is daarmee niet financieel doelmatig. Bovendien stuit deze maatregel op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige/ verkeerskundige/vervoerskundige /landschappelijke/technische aard. Het verder naar achteren verplaatsen van de woningen om de geluidbelasting verder te reduceren leidt er niet toe dat wordt voldaan aan de standaardwaarde. Zou de afstand tot de weg bijvoorbeeld worden verdubbeld, van 10 naar 20 meter, dan zal de geluidbelasting op de voorgevel met 3 dB afnemen, een verschil wat nauwelijks hoorbaar is. Uit stedenbouwkundig oogpunt is het verder van de weg plaatsen niet wenselijk: de woningen zijn in aansluiting op de lintbebouwing reeds verder van de weg geplaatst dan de bestaande woningen. Zouden de woningen nog verder naar achteren worden verplaatst, dan komt de rooilijn van de nieuwbouw achter de achtergevel van de buren te liggen, wat ook in het kader van privacy niet wenselijk is.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 48

Het plaatsen van een scherm is akoestisch niet verder onderzocht. Om de geluidbelasting op de gevel te verlagen is een geheel gesloten scherm benodigd. Een geheel gesloten scherm is in de praktijk niet uitvoerbaar aangezien de inritten van de woningen dan niet te bereiken zijn. Een scherm langs een oprit realiseren brengt de verkeersveiligheid in gevaar, het uitzicht op de weg wordt namelijk belemmerd, ook met een glazen scherm. Indien een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde wordt toegestaan, wordt door de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaardes gesteld zoals beschreven in 3.1 van deze rapportage. Elke appartement dient te beschikken over ten minste één geluidluwe zijde en aan deze geluidluwe zijde dient een slaapkamer en te worden gesitueerd. Een geluidluwe gevel is een gevel waarbij de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de standaardwaarde van 53 dB voor gemeentelijke wegen. In Tabel 4.1 is zichtbaar dat alle appartementen beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Conform het Besluit bouwwerken leefomgeving worden in deze situatie eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Wanneer de standaardwaarde wordt overschreden, moet voor de nieuwe woningen worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in artikel 4.103 van het Bbl.

De minimaal vereiste geluidwering is het verschil in de gezamenlijke geluidbelasting en 33 dB. In Tabel 4.2 is de benodigde karakteristieke geluidwering weergegeven. Gecumuleerd geluid De maximale gecumuleerde geluidbelasting is 55 dB, dit is gelijk aan de maximale geluidbelasting van de bronsoort gemeentelijke wegen. Toetsing geluidbeleid Volgens het gemeentelijk geluidbeleid moet er per woning minimaal één geluidluwe gevel zijn. Deze is aanwezig, waarmee er altijd een te openen raam aan een geluidluwe gevel is. Daarnaast is conform de indelingseisen uit voorgenoemde geluidbeleid tenminste één geluidluwe gevel aanwezig per verblijfsruimte. De slaapkamers zijn altijd aan een geluidluwe gevel gelegen. Voor de balkons aan de straatzijde (St. Jozefweg) is de geluidbelasting 2 dB te hoog om een geluidluwe buitenruimte te zijn. Vanwege de uitstraling naar de St. Jozefweg vinden we het belangrijk dat er wel balkons aan deze zijde zijn gelegen. De balustraden op de verdiepingen worden daarom dicht uitgevoerd wat voldoende afscherming biedt om deze 2 dB te dempen. Voor de buitenruimte op de begane grond zorgt de groenvoorziening voor een demping van 1 dB en kan met een dichte balustrade of eventuele aanvullende geluidsabsorptie aan de onderzijde van het bovenliggende balkon een verdere demping worden gerealiseerd.

5.4.3 Conclusie Vanuit het aspect geluid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

5.5

Activiteiten en milieuzonering

5.5.1 Beoordelingskader Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet zorgt de gemeente in het Omgevingsplan voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit kan de gemeente onder andere bereiken door: De ordening van de locaties van activiteiten ten opzichte van elkaar; hierbij kan worden gedacht aan de afstand tussen een woning en een bedrijf. Het stellen van regels aan activiteiten op een locatie; hierbij kan worden gedacht aan normen voor geluidimmissies of preventieve maatregelen.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 49

Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid dient onder de Omgevingswet gebruik gemaakt te worden van de publicatie ‘Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (Milieuzonering Nieuwe Stijl)’, zoals gepubliceerd op 28 juni 2022 door de VNG. De Omgevingswet zorgt voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingswet zijn het ruimtelijk spoor en het milieuspoor verder geïntegreerd. In de nieuwe systematiek onder de Omgevingswet wordt gebruikgemaakt van milieuwaarden in plaats van vaste afstanden. Niet met een vaste richtafstand voor iedere activiteit, ongeacht of de activiteit die afstand wel nodig heeft, maar met een concrete waarde per activiteit met daarbij een zo reëel mogelijk ruimtebeslag. Hiermee wordt beoogd discussie over de toewijzing van bedrijven aan milieucategorieën en onnodig grote gebruiksruimte te voorkomen.

5.5.2 Voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 64 woningen. De beoogde woningen betreffen gevoelige functies in het kader van activiteiten en milieuzonering. Hiertoe dient rekening te worden gehouden met de afstand tot bestaande bedrijven en inrichtingen in de omgeving.

5.5.3 Toetsing afstanden tot bedrijfsactiviteiten Met de beoogde toevoeging van woningen binnen het plangebied worden gevoelige objecten toegevoegd aan de omgeving. Daarom moet in de omgeving worden nagegaan of er mogelijk bedrijven of inrichtingen aanwezig zijn die invloed hebben op de ontwikkelingen. Onderstaande tabel geeft de bedrijven in de omgeving weer, inclusief richtafstanden voor de verschillende relevante milieuaspecten. bedrijf en omschrijving

afstanden in meters geur

geluid

grootste afstand gemengd gebied

afstand tot nieuwe woningen

Hoenderstraat 10 restaurant Eindstraat 6a religieus gebouw (moskee)

0-10 (FM*)

0-10 (FM)

0-10 (FM)

ca.60

0-10 (FM)

30

ca.80

De Bleek 30 supermarkt

0-10 (FM)

30 (geluidruimte zone 1) 0-10 (FM)

0-10 (FM)

ca.70

*FM: functiemenging toegestaan

Voordat bepaald kan worden of de beoogde woningen binnen de richtafstanden van bedrijven of inrichtingen in de omgeving zijn gelegen, dient bepaald te worden tot welk gebiedstype het plangebied behoort. In de VNG-publicatie ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ zijn nog steeds twee omgevingstyperingen opgenomen voor de omgevingskwaliteit: Rustige woonwijk en rustig buitengebied: Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 50

Gemengd gebied: Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Het plangebied en omgeving kan, gezien de aanwezigheid van meerdere stedelijke functies (wonen, maatschappelijk, horeca, supermarkt, dienstverlening) in elkaars nabijheid, de intensief gebruikte Langeweg (wijkontsluitingsweg) en de aanwezigheid van 2 openbare parkeerterreinen binnen het plangebied kan gekarakteriseerd worden als ‘gemengd gebied’. Hiertoe zijn de in de VNG-publicatie genoemde richtafstanden van toepassing. Niettemin zijn er geen bedrijven en/of inrichtingen in de omgeving die mogelijk voor hinder zullen zorgen daar het plangebied op voldoende grote afstand van deze functies is gelegen.

5.5.4 Conclusie Vanuit het aspect activiteiten en milieuzonering is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

5.6

Luchtkwaliteit

5.6.1 Beoordelingskader Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Aantonen dat een project of activiteit valt onder NIBM kan op twee manieren: 1.

2.

Het project valt binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie (standaardgevallen NIBM, artikel 5.54 Bkl). Dit betreffen onder andere projecten voor kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Middels kwalitatieve beschrijving of berekening (NIBM-tool) aannemelijk maken dat een project niet in betekenende mate bijdraagt.

In artikel 5.54 Bkl is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |

Pagina | 51

5.6.2 Toetsing luchtkwaliteit De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 64 woningen. Deze ontwikkeling past binnen de lijst met categorieën van gevallen die vallen onder NIBM zoals opgenomen in artikel 5.54 Bkl. De voorgenomen ontwikkeling draagt om deze reden niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De gemeente Venray vormt verder een aandachtsgebied voor fijn stof (PM10) (artikel 5.51 lid 3 onder h Bkl). In dergelijke aandachtgebieden mogen de rijksomgevingswaarden uit artikel 2.5 lid 1 Bkl in principe niet overschreden worden. Verkeersgeneratie Door middel van een berekening op basis van de NIBM-tool - uitgaande van de te verwachten maximale verkeersgeneratie van 333 extra verkeersbewegingen1als etmaalgemiddelde vanwege dit plan - is aangetoond dat de rijksomgevingswaarden voor zowel stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) niet overschreden worden door dit plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15858843/1