motivering TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray definitief
Tekst van het document
Pagina | 2
MOTIVERING TAM-OMGEVINGSPLAN hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 3
VERANTWOORDING EN STATUS Titel:
motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray
Opdrachtgever: Contactpersoon:
[….] [….]
Aantal pagina’s:
80
1e concept: 2e concept: 1e ontwerp: 2e ontwerp: 3e ontwerp: 4e ontwerp: 5e ontwerp: Definitief :
30-5-2024 31-5-2024 2-10-2024 12-11-2024 29-11-2024 12-03-2025 25-03-2025 22-07-2025
Opsteller:
[…]
paraaf:
Controleur:
[…]
paraaf:
COLOFON BEUSMANS & JANSEN Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Post- en kantooradres: […] © 2025 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worde n verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 4
INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
INLEIDING Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Het (tijdelijke) Omgevingsplan Venray Planvorm Leeswijzer
8 8 8 10 12 12
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE Inleiding Historisch perspectief Stedenbouwkundige structuur Groen- en waterstructuur Verkeersstructuur Feitelijke staat van het plangebied e.o.
13 13 13 14 15 16 17
2.
3.
4.
PLANBESCHRIJVING 3.1 Stedenbouw, architectuur, programma en maatvoering
18 18
3.1.1 3.1.2
18 19
Stedenbouw, verkaveling en architectuur Planeconomie, programma en bouwkundige maatvoering
3.2 Inrichting openbare ruimte
21
3.2.1 3.2.2 3.2.3
21 22 22
Openbare ruimte en openbaar groen Ontsluiting en parkeren Water
3.3 Privacy en sociale veiligheid
22
3.3.1 3.3.2
22 23
Privacy en bezonning Sociale veiligheid
3.4 Duurzaam bouwen, energietransitie, C2C, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen
23
3.4.1 3.4.2 3.4.3
23 24 24
Duurzaam bouwen Circulariteit (C2C) Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen
BELEID EN REGELGEVING 4.1 Inleiding 4.2 Europees beleid
25 25 25
4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4
25 25 25 25
Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit Kaderrichtlijn Water Natura 2000 Verdrag van Malta
4.3 Rijksbeleid en rijksregels
26
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5
26 26 26 27 28
Omgevingswet Besluit kwaliteit leefomgeving Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ladder duurzame verstedelijking Conclusie
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 5
4.4 Provinciaal beleid en provinciale regels
28
4.4.1 4.4.2 4.4.3
28 30 31
4.5 Regionaal beleid
32
4.5.1 4.5.2 4.5.3
32 34 34
Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 Regionale Mobiliteitsvisie ‘Trendsportal’ Conclusie
4.6 Gemeentelijk beleid
34
4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.6.4 4.6.5
34 35 37 37
4.6.6 4.6.7
5.
Omgevingsvisie Limburg Instructieregels provincie (Omgevingsverordening Limburg 2021) Conclusie
Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’ Omgevingsvisie Venray Omgevingsprogramma Wonen Doelgroepenverordening Wonen Venray 2022 Trendsportal / Nota “Uitgangspunten Netwerken Infrastructuur en Verkeer, fietsen en lopen in de spotlights’ Duurzaamheid en Energiestrategie 2030 Conclusie
38 39 39
FYSIEKE LEEFOMGEVING 5.1 Inleiding 5.2 Gezonde fysieke leefomgeving
40 40 40
5.2.1 5.2.2 5.2.3
40 40 41
Beoordelingskader Toetsing gezonde fysieke leefomgeving Conclusie
5.3 Bodem en asbest
41
5.3.1 5.3.2 5.3.3
41 41 45
Beoordelingskader Bodemonderzoeken Conclusie
5.4 Geluid
46
5.4.1 5.4.2 5.4.3
Beoordelingskader Toetsing wegverkeerslawaai Conclusie
46 46 48
5.5 Activiteiten en milieuzonering
48
5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.5.4
48 49 49 50
Beoordelingskader Voorgenomen ontwikkeling Toetsing afstanden tot bedrijfsactiviteiten Conclusie
5.6 Luchtkwaliteit
50
5.6.1 5.6.2 5.6.3
50 51 51
Beoordelingskader Toetsing luchtkwaliteit Conclusie
5.7 Geur
52
5.7.1 5.7.2 5.7.3
Beoordelingskader Toetsing geurhinder Conclusie
52 52 52
5.8 Omgevingsveiligheid
53
5.8.1 5.8.2 5.8.3
53 53 54
Beoordelingskader Toetsing omgevingsveiligheid Conclusie
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 6
5.9 Natuur
54
5.9.1 5.9.2 5.9.3
54 56 57
5.10
57
Beoordelingskader Toetsing cultureel erfgoed Conclusie
57 58 59
5.11
Water en watersystemen
59
5.12 5.12.1 5.12.2 5.12.3 5.12.4
Beoordelingskader Watersystemen en bergingscapaciteit Duurzame verwerking hemelwater Conclusie
Verkeer en parkeren Beoordelingskader Ontsluiting en verkeersveiligheid Parkeren Conclusie
59 60 60 62
62 62 63 63 65
5.13
Milieueffectrapportage
65
5.13.1 5.13.2 5.13.3
Beoordelingskader Toetsing Conclusie
65 66 70
5.14 5.14.1 5.14.2 5.14.3
7.
Cultureel erfgoed
5.10.1 5.10.2 5.10.3 5.11.1 5.11.2 5.11.3 5.11.4
6.
Beoordelingskader Ecologisch onderzoek en stikstof Conclusie
Niet gesprongen explosieven Beoordelingskader Ontsluiting en verkeersveiligheid Conclusie
70 70 70 71
TOELICHTING OP DE REGELS 6.1 Inleiding 6.2 Opzet regels
72 72 72
6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5
72 73 73 73 74
Preambule Inleidende bepalingen Functies en activiteiten Algemene bepalingen Overgangs- en slotbepalingen
6.3 Nadere toelichting op de regels
74
UITVOERBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid
76 76
7.1.1 7.1.2 7.1.3
Financieel economische haalbaarheid Kostenverhaal Nadeelcompensatie
76 76 77
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid en procedure
77
7.2.1 7.2.2
77 77
Participatie Procedure
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 7
BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12: Bijlage 13: Bijlage 14: Bijlage 15: Bijlage 16: Bijlage 17: Bijlage 18: Bijlage 19:
inpassings-en inrichtingsplan bezonningstudie Ladder Duurzame Verstedelijking bodemonderzoeken milieutechnisch (bodem)onderzoek asbest nader bodemonderzoek akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai stikstofonderzoek en AERIUS berekening quickscan natuurwetgeving archeologisch vooronderzoek proefsleuvenonderzoek waterparagraaf advies waterschap parkeer-en verkeersonderzoek notitie M.e.r-beoordeling NGO CE vooronderzoek eindverslag OGD advies provincie eindrapport zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 8
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Een particuliere initiatiefnemer beoogt het gebied in de binnenstad van de kern Venray (tussen de Langeweg, Hoenderstraat, Bontekoestraat, Eindstraat en Sint Jozefstraat) te herontwikkelen tot een nieuw en hoogwaardig woongebied met het volgende programma: 64 woningen, bestaande uit: - 20 appartementen (sociale huur); - 12 appartementen (sociale koop en betaalbare koop); - 2 grondgebonden starterswoningen (bereikbare koop); - 18 levensloopbestendige appartementen (betaalbare koop en bereikbare koop); - 12 grondgebonden levensloopbestendige woningen (vrije sector); 118 openbare parkeerplaatsen; groen- en watervoorzieningen. De realisatie van dit nieuwe woongebied is echter in strijd met diverse planregels uit het bestemmingsplan ‘Omgevingsplan Centrum Venray’, sinds 1 januari 2024 onderdeel van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan Venray. Het geldende omgevingsplan van rechtswege biedt geen mogelijkheid dit project te realiseren. Om dit plan juridisch-planologisch mogelijk te maken, dient het omgevingsplan gewijzigd te worden. Voorliggende ruimtelijke motivering bevat de toelichting voor de benodigde wijziging van het omgevingsplan en vormt de onderbouwing van het besluit. Gemotiveerd wordt dat met deze wijziging tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) wordt gekomen.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied van het onderhavige plan is gelegen in bestaand stedelijk gebied, namelijk in stadscentrum van de kern Venray (tussen de Langeweg, Hoenderstraat, Bontekoestraat, Eindstraat en Sint Jozefstraat). Het plangebied ligt op de grens tussen de binnenstad en de centrumrand tussen de binnen-en de buitenring van Venray. Het plangebied is thans een binnenterrein dat bestaat uit de achtertuinen en achtererven van de aan de genoemde straten gelegen woningen en bedrijven. Tevens liggen er twee parkeerterreinen en een clubgebouw van een duivenvereniging. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie C, nummers 7126, 7302, 9576, 9931, 9933, 10175, 12006,12260 (ged.), 12262, 12264, 12699, 12700. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt ca.1,41 ha.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 9
ligging plangebied e.o. binnen Venray
luchtfoto staat plangebied e.o.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 10
Op het onderstaande kaart is de begrenzing van het plangebied aangegeven.
begrenzing plangebied
1.3
Het (tijdelijke) Omgevingsplan Venray
Het geldend planologisch regime is vastgelegd in het Omgevingsplan van de gemeente Venray met identificatienummer /akn/nl/act/gm0984/2020/omgevingsplan. Ter plekke van het plangebied zijn de regels van het bestemmingsplan ‘Omgevingsplan Centrum Venray’ van toepassing, zoals vastgesteld op 27 oktober 2020 door de gemeenteraad van Venray en sinds 1 januari 2024 van rechtswege onderdeel geworden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Venray Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen:
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 11
tijdelijk deel Omgevingsplan Venray Omgevingsplan Centrum Venray
Bestemming/aanduiding Woongebied-Grondgebonden Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 5 Waarde-Boom Verkeer-Parkeer- en verblijfspleinen Groen Maatschappelijk
uitsnede vigerend Omgevingsplan Centrum Venray
Op basis van de regels van het tijdelijke Omgevingsplan is de realisatie van het beoogde nieuwe woongebied niet toegestaan. Binnen de bestemming ‘Woongebied-Grondgebonden’ zijn alleen het bestaande aantal woningen toegestaan. Toename van het aantal woningen is in strijd met de bouwregels van deze bestemming (artikel 19.3 onder f sub 1). Verder zijn woningen/woonfunctie niet toegestaan binnen de bestemmingen ‘Verkeer-Parkeer-en verblijfspleinen’, ‘Groen’ en ‘Maatschappelijk’ (artikelen 10.2.2, 13.2.2 en 16.2.2). Het grootste deel van het plangebied valt ook binnen de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 2’. De planregels bij deze bestemming bepalen dat bij verstoring van gronden op een bouwperceel met een oppervlakte van meer dan 250 m2 en een diepte van meer dan 50 cm onder maaiveld, er pas gebouwd mag worden nadat de archeologische waarden via een archeologisch onderzoek zijn bepaald. | motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 12
1.4
Planvorm
Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. Voor de realisatie van het onderhavige woningbouwplan wenst de gemeente Venray het Omgevingsplan van de gemeente Venray te wijzigen. Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM’s) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAM’s is TAM-IMRO.
Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte – IMRO-standaard en de digitale voorziening op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Hoendersveld, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0984.TAM24007-va01, zoals vastgelegd op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart.nl. In paragraaf 1.2 van deze motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen.
1.5
Leeswijzer
Het tweede en derde hoofdstuk van de motivering geven achtereenvolgens een beschrijving van de bestaande en beoogde situatie. In het vierde en vijfde hoofdstuk wordt het project getoetst aan respectievelijk het relevante ruimtelijke beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk zes bevat een toelichting op de regels. In hoofdstuk zeven komen de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 13
2.
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt - mede aan de hand van de historische ontwikkeling en de belangrijkste ruimtelijke structuren (stedenbouw, groen, water en verkeer) - het plangebied en de omliggende bebouwing in de huidige situatie beschreven.
2.2
Historisch perspectief
De Tweede Wereldoorlog is een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van Venray. Een groot deel van het centrum wordt verwoest of beschadigd. Na de oorlog blijkt dat Venray nieuwe wegen moet inslaan. Vanaf 1952 komt de industrialisatie goed op gang. In de periode 1950-2000 stijgt het aantal inwoners fors: van 17.000 tot 38.000. Door de aanleg van de Rijksweg A73 krijgt de economische ontwikkeling opnieuw een impuls. Venray is nu een belangrijk centrum voor de regio Noord-Limburg. Venray bestaat rond 1850 uit twee bebouwde wegen, linten, met een sterke noord-zuid oriëntatie. Daar waar beide linten elkaar bijna raken, is sprake van een zekere centrumvorming. Het spinnenweb van wegen rond Venray verdicht net voor de Tweede Wereldoorlog in alle richtingen. Lange uitlopers beheersen echter het beeld. De landschappelijk bepaalde noord-zuid gerichtheid van het dorp begint langzaam in betekenis af te nemen. De echte verstedelijking van Venray begint rond 1965 zichtbaar te worden. De contour van het verstedelijkte gebied wordt vooral bepaald door de Westsingel en Oostsingel. Binnen de singels komen de planmatig ontwikkelde gebieden tot stand die op het kaartbeeld aan het stratenpatroon herkend kunnen worden. De opkomst van het moderne verkeer is verder afleesbaar aan de ontwikkeling van de infrastructuur.
De oorspronkelijke twee noord-zuid gerichte linten vormen niet langer de functionele hoofdverkeerstructuur. Opmerkelijk is de toegenomen betekenis van de oost-west verbindingen. Door de verdergaande verstedelijking wijzigt de verhouding tussen stad en landschap rond 1975 ingrijpend. Voor de periode tussen 1975 en 1985 is de voltooiing van de stedelijke infrastructuur kenmerkend. De buitensingel wordt gecompleteerd door aanleg van de Zuidsingel, het doortrekken van de Noordsingel en aanleg van de nieuwe Maasheseweg. In de periode 1985-1995 vindt de belangrijkste verstedelijking plaats in het (noord) oostelijke stadsdeel. In de jaren '90 bestond nog steeds een grote behoefte aan uitbreiding, Deze behoefte is geconcretiseerd in de jongste en tiende woonwijk van Venray 'Brabander'. Het betreft een duidelijke afronding met vier grotere woongebieden rond een compact centrum.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 14
historische ontwikkeling centrumgebied
2.3
Stedenbouwkundige structuur
Voor de ruimtelijke structuur van de kern Venray zijn de structurerende onderdelen gemakkelijk te onderscheiden. Het schema van Venray is in feite duidelijk en eenvoudig. De kern bestaat uit een compact deel binnen de singels en nieuwe woon- en werkgebieden buiten de singels.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 15
Naast de singelstructuur zijn de meest structurerende elementen: de Deurneseweg en de A 73 die de kern begrenzen; de Stationsweg en de Henri Dunantstraat; de Maasheseweg die als verlengstuk van de Oostsingel gezien kan worden; de Beekweg, Leunseweg, Overloonseweg en Langstraat als invalsroutes; de binnenring die het centrum omsluit. Venray heeft een compacte binnenstad die voornamelijk wordt omsloten door een doorgaande laan en singel. Deze 'binnenring' - die aan de noordkant in feite niet afgerond is- vormt de begrenzing van de binnenstad. Later is er een ruimere ring van brede singels (Noord-,Oost-, Zuid- en Westsingels) gekomen die een belangrijke ontsluitingsfunctie heeft voor de stad. Deze 'buitenring' verbindt de wijken en kruist de naar alle zijden lopende radialen. Dit radiale stelsel bestaat uit wijkstraten en lanen en is uitgebreid met een netwerk van langzaamverkeerroutes, waarmee de omliggende wijken met het centrum worden verbonden. Het gebied dat bestaat uit een stelsel van samenhangende woonbuurten tussen de binnen- en de buitenring, vormt de centrumrand. Het gebied is voor het overgrote deel ontwikkeld in de 60er en 70er jaren en vormt de overgang tussen het multifunctionele stadscentrum en de rest van Venray. De buitensingels vormen, met name door hun ontsluitingsfunctie, een barrière waardoor het gebied aan de binnenzijde een besloten karakter heeft.
Typerend zijn de radiale patronen (Stationsweg, Oude Oostrumseweg, Leunseweg, Langstraat, Kempweg, Hoenderstraat, Merseloseweg, St. Jozefweg) met veel oudere bebouwing die doorlopen tot in het centrumgebied zelf. Kenmerkend is de herkenbaarheid en relatieve eenvormigheid van de verschillende woonbuurten, waarbij elk gebied zijn eigen identiteit heeft. Het plangebied zelf is in wezen een binnenterrein dat is ingeklemd tussen de Langeweg, Hoenderstraat, Bontekoestraat, Eindstraat en Sint Jozefstraat. Het plangebied ligt op de grens tussen de binnenstad en de centrumrand tussen de binnen-en de buitenring van Venray en ligt daardoor in een gebied dat de ruimtelijke 'entree' vormt van de binnenstad.
2.4
Groen- en waterstructuur
De hoofdlijnen van het gemeentelijke groenbeleid zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie Venray. De visie op de groenstructuur voor de kern Venray bestaat uit: 1. het behouden en versterken van landschappelijke waarden en -elementen; 2. het behouden en versterken van de ecologische structuren; 3. het creëren van zo veel mogelijk aaneengesloten groenzones binnen de stad; 4. versterken van de hoofdwegenstructuur met zijn concentrische ringen en radialen; 5. handhaven en versterken van het boskarakter in Venray Noord en West; 6. St. Anna duurzaam inrichten en beheren als woonbos; 7. nieuwe wijken; gebruik maken van bestaande kwaliteiten en kwantiteiten en aanvullen met groen die een eigentijds karakter hebben. De groenstructuur in de kern Venray bestaat uit twee structuureenheden: A. Beplantingen van hoofdwegen, lanen en stadsentrees; B. (Stads)bossen, parken, sportvelden en begraafplaatsen. Het plangebied wordt omgegeven door de Langeweg, Sint Jozefweg, Hoenderstraat, Bontekoestraat en de Eindstraat. Het openbare groen ter plaatse van deze straten manifesteert zich vooral als laanbeplanting aan weerzijde van de openbare wegen met bomen van de, 2e en 3e orde. Hierdoor behoort het aanwezige groen tot de genoemde categorie A. Deze categorie van stedelijk groen, bestaande uit bomen van diverse grootte en levensduur, maakt een belangrijk deel uit van de stedelijke groenstructuur.
De verschillende straat- en laanbomen van Venray vormen tezamen het skelet van de stedelijke groenstructuur. | motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 16
Water in de vorm van oppervlaktewater, waterinfiltratie- of waterbergende voorzieningen (WADI's, vijvers e.d.) is afwezig binnen het plangebied en de directe omgeving.
2.5
Verkeersstructuur
De wegenstructuur in de kern van Venray is opgebouwd rond twee ringen (bekend als binnenring en buitenring), de verbindingswegen tussen deze ringen en uitvalswegen naar de kerkdorpen en de (boven)regionale wegen. De wegen die die de binnenring vormen (Raadhuisstraat, Julianasingel, Paterslaan, Langeweg, Sint Jozefweg en aan de noordzijde de Noordsingel) zijn wijkontsluitingswegen die voornamelijk bedoeld zijn voor de bereikbaarheid van het centrum en de centrumparkeervoorzieningen. Aan de noordzijde (Noordsingel) valt de binnenring samen met de buitenring. De buitenring (Noord-, Oost- Zuid-en Westsingels) bestaat uit gebiedsontsluitingswegen bedoeld voor het verkeer tussen de woonwijken en de bovenlokale wegen om het centrum heen te geleiden naar wegen van een hogere orde. De overige wegen binnen de bebouwde kom zijn erftoegangswegen. Op deze wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/u. De verkeersfunctie van deze wegen is perceelsontsluiting. De weginrichting en omgeving is dan ook geheel gericht op verblijven. Een menging van de verschillende verkeersstromen (gemotoriseerd verkeer en langzaamverkeer) wordt hier acceptabel geacht.
verkeersstructuur centrum Venray
Het plangebied wordt omgegeven door de Langeweg, Sint Jozefweg, Hoenderstraat, Bontekoestraat en de Eindstraat. Het betreft hier deels wijkontsluitingswegen en deels erftoegangswegen. Het wegprofiel en de openbare ruimte van deze straten volgen hun verkeerskundige functie. De maximaal toegestane snelheid bedraagt hier 50 resp. 30 km/uur.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 17
2.6
Feitelijke staat van het plangebied e.o.
Het plangebied van het onderhavige plan is gelegen in bestaand stedelijk gebied, namelijk in stadscentrum van de kern Venray (tussen de Langeweg, Hoenderstraat, Bontekoestraat, Eindstraat en Sint Jozefstraat). Het plangebied is thans een binnenterrein dat bestaat uit de achtertuinen en achtererven van de aan de genoemde straten gelegen woningen en bedrijven. In de huidige situatie bevindt zich een openbare parkeerterrein (aan de St. Jozefweg) binnen het plangebied. De parkeercapaciteit bedraagt hier ca. 80 parkeerplaatsen. Direct ten zuiden van het plangebied bevindt zich nog een tweede parkeerterrein (‘parkeerterrein Hoendersveld’). De parkeercapaciteit bedraagt hier ca. 78 parkeerplaatsen Dit parkeerterrein ligt buiten het plangebied en zal worden gehandhaafd alsmede worden heringericht. Binnen het plangebied bevindt zich tevens een clubgebouw van een duivenvereniging. Tenslotte is er nog laagwaardig openbaar groen aanwezig in de vorm van verwilderde vegetatie in een afwisseling van open gebied, struikvegetatie en bomenclusters/rijen. De omgeving rond het plangebied is stedelijk ingericht met woningen, en voorzieningen als een zorgcentrum, moskee, supermarkt, etc.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 18
3.
PLANBESCHRIJVING
3.1
Stedenbouw, architectuur, programma en maatvoering
3.1.1 Stedenbouw, verkaveling en architectuur In het centrum van Venray ligt een groot terrein braak achter de bebouwing met de adressen Langeweg, Sint Jozefweg, Eindstraat, Hoenderstraat en Langeweg. Een binnenplaats in een amorfe vorm. De belangrijkste uitgangspunten voor het ontwerp zijn: 64 woningen realiseren voor allerlei doelgroepen, een volwaardig adres realiseren, herkenbaarheid, collectieve tuin/park te maken waar iedereen samen aan woont, het maken van aantrekkelijke plek door de auto een minder prominente plek te geven, veel aandacht voor omgang met achterkanten bestaande bebouwing/tuinen, aandacht voor privé en publieke overgangen, kortom zorgvuldig ontwerpen. Het stedenbouwkundig plan bevat de volgende onderdelen: Hoofdopzet Centraal in het plan is een noord-zuid gerichte parkruimte gelegen waaraan de meeste woningen georiënteerd zijn. In de holtes van het plan komen er aan de oost-westroute van het plan twee hofjes. Er ontstaat a.h.w. een assenkruis. De oost-west route wordt als het gevolg daarvan een rijke ‘kralensnoer ’van verschillen woon- en groensferen. In de overige ruimte wordt het parkeren ondergebracht: het plan kent drie parkeerhoven, 1 vanuit het noorden en 2 vanuit het zuiden bereikbaar (waarvan één centrumparkeren betreft en niet tot het nieuwe plangebied behoort).
Positie bouwblokken Parkstrook In de parkstrook zijn de bouwblokken zijn zo neergezet dat er verjongende en verbredende parkruimtes ontstaan. Er is sprake van een staffeling van bouwvolumes waarbij de nissen tussen de bebouwing bij de parkruimte worden betrokken. In het westen komen de boomgroepen prominent in beeld en in het oosten de koppen van de bebouwing. De bebouwing aan de parkstrook varieert van grondgebonden levensloopbestendige woningen (3 blokken) tot appartementen (3 blokken). De grondgebonden woningen hebben hun entree en veranda aan het park en hebben een achtertuin die grenst aan één van de parkeerhoven. De hoekwoningen krijgen hun entrees zoveel mogelijk op de koppen, om zo ook de oost-westverbindingen en nissen levendig te maken en om de sociale controle te vergroten. Er komt een haag om deze woningen heen om een gecombineerd entreemotief te maken (entree woning en entree achtertuin). De veranda’s, veelal georiënteerd op de avondzon, zorgen voor de levendigheid in het park. De appartementen hebben hun gezamenlijke entree aan de hoven en hun privé buitenruimte in de vorm van een terras of balkon aan de parkzijde. Het meeste noordelijke blok grenzend aan het Zorgkwartier heeft de gezamenlijke entree in een nis van het park.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 19
Hofjes Aan de hofjes komen naast de genoemde appartementen grondgebonden woningen te staan. Deze woningen worden zo gepositioneerd dat er een aangename hofruimte ontstaat en toch een voldoende grote achtertuin kan worden gerealiseerd. Een Delfts stoepje/voorzone markeert de overgang privé-openbaar. Deze loopt door in de nis van grondgebonden woningen. De bestrating in de hoven loopt van gevel tot gevel met in het midden een groen eiland met bomen ( groen bladerdak), waarbij in het oostelijke hofje de monumentale beukenhaag worden behouden. Doordat het groen op de hoven over de oost-westroute heenloopt wordt deze wat minder gestroomlijnd waardoor de onwenselijke doorgaansfunctie eruit gehaald wordt. Routing De hoofdentree van het plan is via parkstrook (n-z) of stegen( o-w), de toegang tot de parkeerhoven is ondergeschikt. Ondanks de beperkte ruimte, worden ook de hofjes, de stegen en de parkeerhoven maximaal vergroend.
3.1.2 Planeconomie, programma en bouwkundige maatvoering Het plangebied kent een oppervlakte van circa 1,41 ha. Daarvan is circa 3.800 m2 (27%) uitgeefbaar terrein. Er wordt circa 10.330 m2 gereserveerd als openbaar gebied, waarvan circa 4.680 m2 voor verharding (wegen, straten, trottoirs, parkeerplaatsen) en circa 5.650 m2 aan groen en water. Dat laatste is meer dan 50% van de totale openbare ruimte binnen het plangebied. Het project heeft betrekking op het realiseren van een nieuwe woonwijk met 64 woningen, bestaande uit 44 koopwoningen en 20 huurwoningen (69 % koop resp. 31 % sociale huur). Het woningbouwprogramma behelst:
A
woningtype
aantal
appartementen
20
categorie sociale huur
toelichting 5 bouwlagen bergingen (inpandig in woning) gezamenlijke fietsenberging op begane grond
B
appartementen
12
4 sociale koop
3 bouwlagen
< € 280.000
levensloopbestendig
8 betaalbare koop of middenhuur
bergingen (inpandig in woning) gezamenlijke fietsenberging op begane grond
> € 280.000- < € 405.000 C
grondgebonden, aaneengesloten woningen
2
starters bereikbare koop > € 405.000 - < € 480.000
2 bouwlagen + kap (veranda)woningen berging in woning
D
appartementen
18
13 betaalbare koop >€ 280.000- < € 405.000
4 bouwlagen levensloopbestendig
5 bereikbare koop >€ 405.000 - < € 480.000
individuele fietsenbergingen geclusterd op begane grond inpandige berging in woningen
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 20
E1 E2 E3 F
grondgebonden, aaneengesloten woningen
3
grondgebonden, aaneengesloten woningen
2
4 3
levensloopbestendige vrije sector koop >€ 480.000
2 bouwlagen + kap (veranda)woningen
vrije sector koop >€ 480.000
2 bouwlagen + kap (veranda)woningen levensloopbestendig berging in tuin
levensloopbestendig berging in tuin
Van de 44 koopwoningen worden er tenminste 38 levensloopbestendig (LBB) uitgevoerd. Dit betekent dat 86 % van het aanbod aan koopwoningen levensloopbestendig wordt uitgevoerd.
Stedenbouwkundig ontwerp (plangrens rode lijn)
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 21
3.2
Inrichting openbare ruimte
3.2.1 Openbare ruimte en openbaar groen Het plangebied kent een oppervlakte van circa 1,41 ha. Daarvan wordt circa 5.650 m2 gebruikt voor groen- en watervoorzieningen. Dat is circa 40 % van het plangebied. De open parkstrook leent zich goed voor het maken van lichte glooiingen in het maaiveld, hierdoor ontstaat een spannende ruimte met natuurlijke verblijfsplekken; Hoogteverschillen zorgen voor een grotere diversiteit aan microklimaten, door de extremen tussen nattere en drogere, zonnige en schaduwrijke biotopen te benadrukken, vergroten we de biodiversiteit. Daarnaast zorgen de hoogteverschillen voor laagtes waar waterberging en -infiltratie kan plaatsvinden, dit water infiltreert ter plekke en bevordert het groen en het bodemleven. De parkeerhoven zijn ondergeschikt aan de parkruimte en liggen ingebed achter de woningen. Deze parkeerhoven vormen ook de overgang naar de buurpercelen en worden afgezoomd met een haagstructuur. Op de hoven staan grote bomen, waardoor de auto’s in de schaduw geparkeerd staan en uit het zicht worden onttrokken vanaf de buurpercelen. Bijna de helft van de verharding die we in het plan toepassen is een open verharding, waardoor water kan infiltreren en de parkeerplaatsen optimaal vergroend worden. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld ten behoeve van de groen-blauwe inrichting van het nieuwe woongebied.
Dat is nader uitgewerkt in het (stedenbouwkundige) inrichtingsplan. Beide zijn bijgevoegd als bijlage 1 van deze motivering. Het inpassings- en inrichtingsplan (bijlage 1) zal nader uitgewerkt worden in een civieltechnisch ontwerp. De uitvoering en instandhouding van het inpassings- en inrichtingsplan is geborgd via een voorwaardelijke verplichting in de planregels van dit TAM-omgevingsplan. Het inpassings- en inrichtingsplan maakt als bijlage onderdeel uit van de planregels van dit TAM-omgevingsplan
globaal ontwerp groen-blauwe inrichting plangebied
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 22
De centrale parkzone is een perfecte plek voor speelvoorzieningen en te gebruiken als collectieve verblijfsruimte. Te denken valt aan stapstenen door de WADI’s, stijlranden (betonbanden) om op te zitten en spelen. Honden kunnen hier aangelijnd uitgelaten worden. De hofjes zijn geschikt als ontmoetingsruimte, de entrees van de woningen er rondom gelegen. Ook kunnen kinderen hier rennen, fietsen en hinkelen. Tenslotte is er bij de inrichting van de openbare ruimte nadrukkelijk rekening gehouden met de bereikbaarheid van het gebied voor huishoudelijke afvalinzameling en voor de hulpdiensten. Afvalcontainers worden op diverse centrale plekken neergezet, waar ze opgehaald kunnen worden. Verder zijn er binnen het plangebied 6 opstelplekken voor calamiteiten en worden de verhardingen in een zodanig profiel vormgegeven dat de hulpdiensten in geval van nood, van noord naar zuid (vv) en van oost naar west (vv) het plangebied kunnen doorkruizen. Ook bestaat er de mogelijkheid om binnen het plangebied bluswatervoorzieningen (brandkranen) aan te leggen waar de brandweer dit noodzakelijk acht. Hierover is overleg geweest met de Veiligheidsregio Limburg-Noord en deze zijn akkoord met deze opzet.
3.2.2 Ontsluiting en parkeren Het plangebied wordt voor autoverkeer ontsloten via zowel de noord-als de zuidkant (via de Langeweg-Sint Jozefstraat resp. Langeweg-Hoenderstraat). Het autoverkeer kan echter niet van noord naar zuid (en vice versa) rijden. Het parkgebied in het midden van het woongebied blijft namelijk autovrij. Daarnaast wordt voorzien in twee voetpaden die het plangebied vanuit het westen en oosten ontsluiten voor voetgangers (via de Langeweg resp. Eindstraat). Binnen het plangebied wordt verder voorzien in 118 openbare parkeerplaatsen. Voor een uitgebreide beschrijving van de verkeerskundige gevolgen van het plan, wordt verwezen naar paragraaf 5.12 van deze toelichting.
3.2.3 Water Uitgangspunt is dat 100% van al het hemelwater dat valt op het afvoerend verhard oppervlak van het project, ook binnen het plangebied zelf geborgen en verwerkt dient te worden. Ten behoeve van het duurzaam verwerken van schoon hemelwater is er gekozen om een tweevoudig watersysteem te ontwerpen; een bovengronds systeem in de vorm van WADI’s en een ondergronds systeem met infiltratieriolering. Het hemelwater van de gebouwen wordt rechtstreeks naar de WADI’s geleid. Deze WADI’s zijn in het midden van het plangebied gelegen als onderdeel van een centrale groene strook door het plangebied. Het regenwater dat op de wegen en parkeerterreinen valt wordt binnen de infiltratieriolering opgevangen. Daarnaast zullen er bovengrondse overstorten naar het vuilwaterriool aanwezig zijn. Voor een uitgebreide beschrijving van de waterhuishoudkundige gevolgen van het plan, wordt verwezen naar paragraaf 5.11 van deze toelichting.
3.3
Privacy en sociale veiligheid
3.3.1 Privacy en bezonning In het plan wordt door de navolgende opzet en structuur van de bebouwing rekening gehouden met het voorkomen van (onaanvaardbare) privacy- en zonlichtbelemmering: De gebouwen zijn zoveel mogelijk in het hart van het plangebied gesitueerd, zodat de afstand tot de rooilijn zo groot mogelijk blijft. Type A (vijf bouwlagen), type B (drie bouwlagen) en type D (vier bouwlagen) grenzen niet direct aan bestaande omliggende bebouwing. De grondgebonden woningen (twee bouwlagen) zorgen voor een buffer tussen de hogere bebouwing en de bestaande bebouwing, waarbij de achtertuinen van deze woningen richting de bestaande bebouwing gekeerd zijn.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 23
Aan de achterzijde van de woningen is gekozen voor een bijzonder lage nokhoogte variërend tussen de ca. 2-3 meter. In het dakvlak aan de tuinzijde van type E en F zit één dubbel dakraam, dat met name zorgt voor extra daglicht in de woonkamer van de woning. Enig zicht door dit raam richting de omliggende bebouwing is alleen mogelijk vanaf de overloop op de verdieping, echter is dit raam dermate laag gepositioneerd dat het zicht vooral naar de eigen tuin zal zijn. In de grondgebonden woningen E en F zijn geen verblijfsruimten met direct zicht op de omliggende bebouwing. Er is tevens een bezonningsstudie verricht. Hieruit blijkt dat vanwege de specifieke inpassing van de gebouwen in het plangebied er geen zodanig uitgebreide zonlichtbelemmering c.q. schaduwwerking zal zijn – in zowel oppervlakte als tijdsduur – dat deze in een binnenstedelijk gebied als onaanvaardbaar hebben te gelden. Deze bezonningsstudie maakt als bijlage 2 deel uit van deze motivering.
3.3.2 Sociale veiligheid De gemeente Venray bevordert veiligheid, vooral in en om woningen, scholen en zorginstellingen. Hiermee wordt getracht de kleine criminaliteit terug te dringen en de sociale veiligheid in de (semi)openbare ruimten en de directe (woon)omgeving te verbeteren. De sociale veiligheid in de nieuwe woonwijk wordt gegarandeerd doordat de hoofdtoegang tot de woningen altijd plaatsvindt via een openbare weg. In de nieuwe wijk zal voldoende openbare straatverlichting aanwezig zijn. Het aspect sociale veiligheid zal verder op nader te bepalen manieren vertaald worden in de ontwerpen van de woningen. Gedacht wordt hierbij in ieder geval aan het toepassen van geen of lage borstweringen, waardoor er vanuit de woningen een beter zicht op straat is en er daardoor meer sociale controle is. Alle ramen en deuren worden voorzien van gecertificeerd hang-en-sluitwerk, herkenbaar aan het SKG® of ‘V’ logo.
3.4
Duurzaam bouwen, energietransitie, C2C, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen
3.4.1 Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen is een strategie van de overheid, waarin voorwaarden worden aangegeven om de gezondheids- en milieudoelstellingen te bereiken met betrekking tot het bouwen, de gebouwen en de gebouwde omgeving overeenkomstig het maatschappelijk gewenst niveau. Duurzaam bouwen omvat de thema's: grondstoffen, afval, energie, vormgeving en ruimte. Duurzaam bouwen gebeurt op een zodanige wijze dat door de bouw, het gebruik en de eventuele sloop van het bouwwerk, de milieubelasting zo minimaal mogelijk is. Als vanzelfsprekend wordt duurzaamheid meegenomen in de realisatie van dit plan. Door het realiseren van een goed doordacht plan met een hoogwaardige en tijdloze kwaliteit, wordt ingezet op een lange levensduur van zowel het gebied als de gebouwen. De benadering tot duurzaamheid is hierbij breed en vindt plaats op verschillende schaalniveaus. Ook op gebouwniveau wordt ingezet op duurzaam bouwen en wonen. Zo zullen alle gebouwen voldoen aan de BENG (Bijna EnergieNeutraal Gebouwen) en de MPG (MilieuPrestatieGebouwen). Hierdoor worden de energiebehoefte en het energieverbruik van de woningen beperkt en wordt een deel van de energie zelf duurzaam opgewekt. Door te voldoen aan de MPG wordt de milieubelasting van de toegepaste materialen beperkt. Niet-dragende wanden (gevels), zullen zo veel mogelijk in houtskeletbouw worden uitgevoerd.
Bij de woningen van type A is de ambitie om dit nog een stap verder te brengen, daarom wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om dit gebouw in modulaire of massieve houtbouw te realiseren.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 24
Om de water bufferende werking van de WADI’s te ondersteunen, worden platte daken waar mogelijk uitgevoerd als groendaken. Dit is met name van toepassing bij de daken van de veranda’s. De hellende daken kunnen goed ingezet worden voor de inpassing van PV-panelen. Ook wordt onderzocht of de woningen in het plan gebruik kunnen maken van een warmte/koude opslag in de bodem. Alle te realiseren woningen worden gasloos.
3.4.2 Circulariteit (C2C) Circulariteit sluit één op één aan bij duurzaam bouwen en de bovengenoemde thema’s. De te gebruiken grondstoffen dienen zolang mogelijk in gebruik te worden genomen waarna deze uiteindelijk hergebruikt dienen te worden. Afval bestaat niet en vrijkomende grondstoffen worden hoogwaardig opnieuw ingezet. Dat is het streven.
3.4.3 Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen Allereerst heeft het plan een parkachtig karakter, waarbij de verschillende gebouwen los in een groene omgeving zijn geplaatst met een ruime hoeveelheid grote bomen in het gebied (ook ter plaatse van de parkeerterreinen) en met zoveel mogelijk behoud van de bestaande groenstructuren. Het parkachtige karakter is niet alleen goed voor de biodiversiteit van het gebied, maar het gaat ook het hitte-eilandeffect tegen. Hierdoor zal in de zomer de temperatuur minder snel stijgen, wat de leefbaarheid van het gebied ten goede komt, voor zowel mens als natuur. In het park komen verschillende WADI’s waardoor regenwater wordt gebufferd en uitdroging van de grond wordt beperkt. Er is een inpassings-en inrichtingsplan opgesteld ten behoeve van deze groen-blauwe inrichting van het nieuwe woongebied. De uitvoering en instandhouding van dit inrichtingsplan is geborgd via een voorwaardelijke verplichting in de planregels van dit TAM-omgevingsplan. Het inrichtingsplan maakt als bijlage ook deel uit van de planregels uit dit TAM-omgevingsplan. Bij het ontwerp van de architectuur wordt ook rekening gehouden met het toepassen van traditionele materialen, die herkenbaar zijn in de buurt en aansluiten bij het karakter van Venray, zoals baksteen. In combinatie met baksteen worden ook houten gevels toegepast.
Dit sluit aan bij het parkachtige karakter van het plan, maar biedt ook de mogelijkheid om CO2 op te slaan in de gevels. Verder zullen in of aan de gevels en/of daken nestkasten worden toegepast voor onder andere de huismus, gierzwaluw en dwergvleermuis.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 25
4.
BELEID EN REGELGEVING
4.1
Inleiding
Het wijzigingsbesluit zoals dit voorligt is vormgegeven aan de hand van de gestelde beleidsdoelen in en vanuit de Omgevingswet. Dit hoofdstuk beschrijft het relevante omgevingsbeleid van rijk, provincie en gemeente en een toetsing van het wijzigingsbesluit aan die kaders. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit ruimtelijke plan geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in deze ruimtelijke motivering afgewogen.
4.2
Europees beleid
4.2.1
Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit
In de Europese Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit worden de grondbeginselen van het Europese luchtkwaliteitsbeleid gegeven. De doelstellingen van dit beleid zijn het omschrijven en vastleggen van de luchtkwaliteit om de schade voor mens en milieu te voorkomen, verhinderen of te verminderen, de luchtkwaliteit te kunnen beoordelen, de bevolking te kunnen informeren over de kwaliteit van de lucht en het in stand houden van of verbeteren van de kwaliteit. In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) van 15 november 2007 is de Europese kaderrichtlijn opgenomen in Nederlandse wetgeving. In paragraaf 5.6 worden de gevolgen voor de luchtkwaliteit beschreven als gevolg van het realiseren van het plan.
4.2.2 Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om een gecoördineerd beheer in alle Europese stroomgebieden te realiseren, de waterkwaliteit verder te verbeteren en het publiek sterker bij het waterbeheer te betrekken. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. De gevolgen voor de realisatie van het plan worden beschreven in paragraaf 5.11.
4.2.3 Natura 2000 Om de natuur in Europa te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten van de Europese Unie (EU) samen aan Natura 2000: een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in alle lidstaten. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het EU-beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. De Nederlandse bijdrage hieraan bestaat uit 162 gebieden. Natura-2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992), die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming (2017). In beide richtlijnen staan ook maatregelen voor soortenbescherming. In en rond Natura 2000-gebieden geldt voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de natuur een vergunningplicht. Activiteiten uitvoeren zonder vergunning is strafbaar. In paragraaf 5.9 wordt besproken in hoeverre het bouwplan de aanwezige natuurwaarden raakt.
4.2.4 Verdrag van Malta Het Europese Verdrag van Malta uit 1992 regelt de bescherming van archeologisch erfgoed, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Nederland heeft dit verdrag ondertekend en goedgekeurd. Invoering ervan gebeurt onder meer door de Wet op de archeologische monumentenzorg. In paragraaf 5.10 wordt beschreven op welke manier wordt omgegaan met archeologische en cultuurhistorische waarden.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 26
4.3
Rijksbeleid en rijksregels
4.3.1 Omgevingswet De Omgevingswet geeft de maatschappelijke doelen van de wet. Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a.
Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit voor inwoners;
b.
Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
4.3.2 Besluit kwaliteit leefomgeving Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels voor het omgevingsplan. Deze komen voort uit de beleidsdoelen van de Omgevingswet. Met zo’n instructieregel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels: 1.
Regels die in acht moeten worden genomen;
2.
Regels waar rekening mee moet worden gehouden;
3.
Regels die moeten worden betrokken bij de wijziging.
Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat onder meer regels ten aanzien van onderzoeksinspanningen die voor specifieke voorgenomen activiteiten verricht dienen te worden. De betreffende onderzoeken worden in hoofdstuk 5 van deze motivering aangehaald.
4.3.3 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Met de NOVI wordt beoogd een perspectief te bieden om grote opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit, een combinatie van ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit, het kernbegrip. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Centraal bij de afweging van diverse belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond, zogenaamd ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;
2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;
3.
Afwentelen wordt voorkomen.
Het streven naar integraliteit, een belangrijk onderdeel in de NOVI, komt samen in vier verschillende prioriteiten, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 27
Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de werkwijze zoals opgenomen in de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor het voorliggende planvoornemen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan de eigen rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma’s op verschillende beleidsterreinen opgenomen. De Uitvoeringsagenda wordt, indien nodig, jaarlijks geactualiseerd.
4.3.4 Ladder duurzame verstedelijking 4.3.4.1 Wettelijk kader Artikel 5.129g van het Bkl schrijft voor dat, voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden dient te worden met: a.
De behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling;
b.
Als de voorgenomen stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van een stedelijk gebied, aangetoond is dat er geen mogelijkheden zijn voor realisatie van de voorgenomen stedelijke ontwikkeling binnen dat stedelijk gebied of stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van dat stedelijk gebied.
In artikel 5.129g van het Bkl wordt onder lid 1 het relevante begrip 'stedelijke ontwikkeling' en 'bestaand stedelijk gebied' gedefinieerd: •
Stedelijke ontwikkeling: uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.
4.3.4.2 Uitwerking Alvorens de twee treden van de Ladder voor duurzame verstedelijking uit te werken, dient allereerst de vraag beantwoord te worden of het voorgenomen bouwplan te beschouwen is als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Artikel 5.129g uit het Bkl geeft weliswaar aan dat er sprake dient te zijn van een ontwikkeling die voldoende substantieel is, maar geeft hierbij geen grens. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Op grond van jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953) kan worden geconcludeerd dat voor woningbouwlocaties sprake is van een stedelijke ontwikkeling vanaf een toevoeging van 12 woningen. Onderhavig initiatief betreft de realisatie van 64 woningen. Derhalve is er sprake van een stedelijke ontwikkeling en dient getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals vastgelegd in artikel 5.129g uit het Bkl. In het kader van dit TAM omgevingsplan is deze woningbouwontwikkeling getoetst aan de Ladder Duurzame Verstedelijking. Deze toetsing is als bijlage 3 bij deze motivering gevoegd.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 28
4.3.5 Conclusie Het planvoornemen ziet toe op de herontwikkeling van een ruimtelijke laagwaardig binnenterrein achter de Langeweg-Hoenderstraat-Bontekoestraat-Eindstraat-Sint Jozefstraat. Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied in de binnenstad van Venray. Met de herontwikkeling van het terrein wordt invulling gegeven aan de woningbouwopgave op een wenselijke wijze (stedelijke inbreiding). Hiermee wordt aangesloten op het principe van duurzame ruimtelijke ontwikkeling en het zorgdragen voor een goede leefomgevingskwaliteit. Onderhavige ontwikkeling speelt daarmee in op de geformuleerde belangen uit de NOVI. Verder zijn er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding als gevolg van deze ontwikkeling, met name gezien de kleinschaligheid en aard van het plan. Uit de bijgevoegde toetsing blijkt verder dat het plan voldoet aan de Ladder Duurzame Verstedelijking.
4.4
Provinciaal beleid en provinciale regels
4.4.1 Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Na een uitgebreid participatief proces hebben Provinciale Staten op 1 oktober 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Provinciale Omgevingsvisie zijn de volgende beleidsnota’s komen te vervallen: Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014); POL-aanvullingen Zandmaas (2002, 2004, 2010), uitbreiding Groeve ’t Rooth (2006) en beëindiging kalksteenwinning St. Pietersberg (2009). De POL-aanvulling Grensmaas (2005, 2010) blijft in stand, maar wordt opgevat als een programma onder de Omgevingsvisie. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk.
Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie. Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 29
3. Klimaatadaptie en energietransitie. Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: A. Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; B. Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. A. Thema Wonen en leefomgeving De Omgevingsvisie Limburg houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen.
Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen.
Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. B. Zonering Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering.
Die zonering bouwt voort op de ‘tijdloze’ karakteristiek van de ondergrond; de geomorfologie en het watersysteem en de typering en ontwikkeling van het ruimtegebruik in deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia. Het geformuleerde beleid in de Omgevingsvisie leidt niet tot aanpassingen van de begrenzing in de bestaande indicatieve kaartbeelden. De Omgevingsvisie is een visie in tekst en bevat geen specifiek kaartmateriaal.
| motivering TAM- omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoendersveld Venray | status: definitief |
Pagina | 30
De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema’s in deze Omgevingsvisie, zullen verankerd worden in het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. Daarna dienen deze tevens ter ondersteuning van deze visie. De kaarten bij de Omgevingsverordening zijn zoneringskaarten. Dit betekent dat zones over bouwblokken, gebouwen, wegen, paden en ander grondgebruik, anders dan beoogd in de betreffende zonering, geprojecteerd zijn. Ook komt het voor dat de begrenzing van zones, bijvoorbeeld bufferzones rondom beken, dwars over percelen geprojecteerd zijn. Het precieze begrenzen van alle gebruiksfuncties hoort thuis op het niveau van de gemeentelijke omgevingsplannen. Voor de bestemmingen in de vigerende bestemmingsplannen (onder de Omgevingswet: omgevingsplannen) heeft de Omgevingsvisie geen directe gevolgen. De daarin vastgelegde bestemmingen blijven staan zolang er zich geen nieuwe ontwikkelingen voordoen.