CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief getekend verordening Algemeen Plaatselijke Verordening gemeente Venray 2023

Gemeenteraad 9 mei 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Actualisatie APV 2023.24.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Afdellng 12. Bepallngen ter bestriJdlng van heling van goederen Artlkel 2:66 Deffnltle ln deze afdellng wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als bedoeld in artikel I van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437. eerste lld, van het Wetboek van Strafrecht.

Anlkel 2:67 Verpllchtlngen met betrekklng tot het verkoopreglster

I

De handelaar is verplicht aantekenlng te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt reg¡s¡er, en daarin onverwijld op te nemen: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de da¡um van verkoop of overdracht van het goed: c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat mogelljk is - soort, merk en nummer van het goed:

d. de verkoopprijs of andere voon¡vaarden voor overdrach¡ van het goed; en e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

2 De burgemeester kan vriJstelling verlenen van deze verplichtingen. 3 Op de vrfls¡elllng ls paragraaf 4. | .3.3 van de Algemene wet bestuursrechr (positieve fictieve beschikking bU n¡er rijdig beslissen) van roepassing.

Artlkel 2:68 Voorcchrlften als bedoeld ln artlkel 437 van het Wetboek van Strafrecht

I De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: 2 de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te s¡ellen: a. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zlJn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;

b. van een verandering van de onder a, sub I, bedoelde adressen: c. dat hij het beroep van handelaar niet langer ui¡oefent: d. da¡ hU enig goed kan verkrljgen dat redelijkeruijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren ¡s gegaan;

3 de burgemeester op eerste aanvrâag z¡jn adm¡n¡stratie of register ter inzage te geven; 4 aan de hoofdingang van elke vestiging een ken¡eken te hebben waarop ziJn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn:

5 een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drle dagen ln boraring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.

Artlkel 2:69 Vervreemdlng van door opkoop verkregen goederen (gereserveerd)

30

Artlkel 2:70 Handel ln horecabedr[ven (gereserveerd)

Afdeling I 3. Vuunverk Artlkel 2:71 Definltle Deze afdeling geeft regels omtrent de verkoop en het bezigen van consumentenwunverk rond en tijdens de jaarw¡sseling, in aanvulling op het Vuurwerkbeslult. Dit beslult beoogt de hele keten rond vuunverk te regelen. Van het invoeren of produceren tot transport, handel, opslag, bewerken en afsteken.

Artlkel 2:72Ter beschlkklng stellen van consumentenvuurvverk tfldens de verkoopdagen (gereserveerd)

Artlkel 2 : 73 Gebrulk van consumentenvuurwerk tfldens de Jaanvlssellng

L Het is verboden consumentenvuunn¡erk te gebruiken op een door het college ln het belang van de voorkoming van gevaar, schade ofoverlast aangewezen plaats.

2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar. schade of overlast kan veroorzaken, 3. De verboden bedoeld ín het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429. aanhef en onder l, van het Wetboek van Strafrecht.

Anlkel 2:7 3a Carbldschleten

l. Onder carbldschieten wordt verstaan het in een (melk)bus. container. opslagvat of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosleve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumcarbide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. 2. Het is verboden in de openlucht met carbid te schie¡en. 3. Het verbod ult lld 2 vervalt bij het vervallen van hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid OUdelUke bepalingen bestrajd¡ng epidemie covid- l9). 4. Het ¡n het tweede lid bepaalde geldt n¡et voor zover in het daarin geregelde ondenrerp wordt voorzien door de wet mil¡eubeheer, de Wet wapens en munlt¡e of het Wetboek van Strafrecht,

Afdellng I 4. Drugsoverlast Anlkel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan een openbare plaats post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertulg te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden. met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet. of daarop gelljkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven. daarb[ behulpzaam ¡e zijn of daarin te bemiddelen.

Artikel 2:T4aVerzameling van personen ln verband met drugs

I

Het is verboden op of aan een openbare plaats aan een verzameling van meer dan vier personen deel te nemen, indien die openbare plaatsen door de burgemeester in het belang van de openbare orde 3l

2 3

daartoe zijn aangewezen in verband met het openlUk gebrulk van en/of de handel ln mlddelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet. Het in het eerste lld gestelde verbod geldt nlet als de verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik en/of de handel in middelen als bedoeld in de ar¡ikelen 2 en 3 van de Oplumwet. Een ieder, dle zich bevlndt ¡n een verzameling van personen als in het eerste lid bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van polltle zijn weg te vervolgen of zlch ln de door deze aangewezen rlcht¡ng te venrvijderen.

Artlkel 2:74b Verbl[ßontzegglng ln verband met drugs

I

2

Het is degene die op of aan een openbare plaats of ¡n een voor het publiek toegankeliJk gebouw mlddelen als bedoeld in de artlkelen 2 en 3 van de Opiumwet gebruikt of verhandelt, of daartoe post vat of z¡ch heen en weer beweegt, of zich in of op een voertu¡g bevind¡ of daarmee heen en weer of rond rljdt, of zich gedraagt in strijd met artikel 2:74. verboden z¡ch te bevinden in een door het college aangewezen gebied en in voor het publiek toegankelijke gebouwen die in dat gebled gelegen zijn. nadat dit aan diegene in het belang van de openbare orde door de burgemeester bij diens besluit is bekend gemaakt. ln het in het eerste lid genoemde besluit van de burgemeester wordt het tijdvak vermeld waarvoor het

besluit geldt.

3 Het bepaalde ln het eerste lid geldt niet indien betrokkene in het aangewezen gebied zijn woning heeft, zijn werk of beroep ultoefent of hulpverlenende ins(anties bezoekt.

Artlkel 2:74c Openlljk gebrulk van drugs Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publlek toegankelljke plaats of ¡n een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelljkende waar ¡e gebrulken.

Artlkel 2:74d Weggoolen spulten en dergelflke Het ¡s verboden om inJectiespuaten of onderdelen daarvan. zoals naalden, reservoirs, zuigers en dergelijke. of daarop gelijkende voorwerpen op een openbare plaats of in een voor het publiek toeganke¡Uk gebouw dan wel ln aldaar geplaatste afvalbakken achter te laten, indien redelijkenvijs kan worden aangenomen dat dat gebeurt om afstand van het voomefp te doen.

Afdellng I 5. Bestuurl[ke ophoudlng, velllgheldsrlslcogebleden, cameratoezlcht op openbare plaatsen en gebledsontzegging Artlkel 2:75 a BestuurlIke ophoudlng De burgemeester kan overeenkomstlg anikel l54a van de Gemeentewet beslulten tot het tljdel¡jk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op €en door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde ln de artikelen 2: l. 2:10. 2:l I ,2: I 6,2:47,2:48,2:49,2:50,5:34 van deze verordening groepsgewijs niet naleven.

Anlkel 2:76 Gebledsontzegglngen

I

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene die de openbare orde ernstlg

verstoord of dle één of meer van de wettelijke bepalingen overtreedt, die genoemd worden in het

32

2 3

4 S

laatste lld van dlt art¡kel, een bevel geven zich te verwijderen en zich venrljderd houden van of uit een door de burgemeester bij bevel gegeven plaats of gebled, gedurende de t¡jd, bij het bevel genoemd. Het bevel. zoals genoemd ln het eerste lid, geldt bij een eerste gebiedsontzegglng voor de overtreder voor een tijdvak van maximaal twee weken en gaat direc¡ in nada¡ het beslu¡t tot gebiedsontzegg¡ng aan de ovenreder bekend is gemaakt. ln het belang van de openbare orde kan de burgemeester aan degene aan w¡e al eerder een gebiedsontzegging ls opgelegd. maar van wie binnen één jaar na deze ontzegglng weer geconstateerd wordt dat hij één of meer van de in het laatste lld genoemde ar¡lkelen overtreedt, een nieuwe gebiedsontzegglng opleggen zoals genoemd in het eerste lid, voor een tijdvak van maximaal waalf weken. De burgemeester houdt bU zljn besluit rekening met eventuele zwaanvegende belangen dle de overtreder kan hebben voor aanwezigheld ln het aangewezen gebled, zoals het daar wonen, werken of bezoeken van hulpverleners, Het is verboden zich op een plaats of in een gebied ¡e bevinden ln strijd me¡ een krachtens het eerste lid gegeven bevel.

6 De ln het eerste lid bedoelde wettelijke bepalingen z[n: a. uit de Algemene plaatselijke verordenlng Venray: artlkel 2:l (samenscholing en ongeregeldheden) anlkel 2:26 (ordeverstorlng blj evenementen) artlkel 2:3 I (verboden gedragingen) artikelen 2:42 tot en met 2:65a (maatregelen tegen overlast en baldadlgheld) artlkel 2:74 (drugshandel op straat)

b. uit het Wetboek van Strafrecht: arllkel I 38 (huisvredebreuk) anikel I 39 (lokaalvredebreuk) anlkel l4l (gezamenlUke openlijke geweldpleging) an¡kel 170 (verniellng van gebouwen) artlkel 285 (bedreiging me¡ misdr¡jf) artikel 300 (mishandeling) artikel 306 (deelneming aan aanval of vechterij) artlkel 31 0 (diefstal) art¡kel 321 (verdulstering)

artikel 350 (zaakbeschadiging) anikel 426 (ordeverstorlng in dronkenschap) anikel 453 (openbare dronkenschap)

c. artikel 2 en 3 van de Oplumwet; d. alle bepalingen betreffende verboden wapenbezit ln de Wet Wapens en Munitie. Artlkel 2:77 C-ameratoez¡cht op openbare plaatsen

I 2

De burgemeester kan overeenkomstig artikel I 5l c van de Gemeentewet beslu¡ten tot plaatslng van camera's voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezlcht op een openbare plaats. De burgemeester heefi die bevoegdheid eveneens ten aanzien van de volgende andere plaatsen. te

weten alle openbare parkeeraangelegenheden

Artlkel 2 :78 Velllgheldsrlslcogebleden

33

De burgemeester kan overeenkomstig ânlkel I 5l b van de Gemeentewet bij verstor¡ng van de openbare

orde door de aanwezigheld van wapens, dan wel blj ernstlge vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied. met lnbegrlp van de daarln gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veillgheidsrlslcogebied.

Artlkel 2:79 Woonoverlast als bedoeld ln artlkel I 5l d Gemeentewet

I

2

3

Degene die een wonlng of een bl dle wonlng behorend erf gebruikt. of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon d¡e nlet als ingeze¡ene me¡ een adres in de gemeente ln de baslsreglstratle personen ls lngeschreven, draagt et zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabiJheid van die woning of dat erf geen ernstlge en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleidlng van een schendlng van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wa¡ de ovenreder dient te doen of na te laten om verdere schending Îe voorkomen. De burgemeester kan beleidsregels vaststellen over het gebruik van deze bevoegdheid. De last kan een verbod lnhouden om aanwezlg te zijn ln of bU de wonlng of op of blj het erf als bedoeld in artikel I 5l d, derde lid, van de Gemeentewe¡.

Afdeling 16. Tegengaan onvelllg, nlet leefbaar en malaflde ondernemerskllmaat Artlkel 2 :80 Begrlpsomschr[vlngen

a. exploitant: natuurluke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordlging van dle rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon. voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige äctiv¡te¡ten worden u¡tgeoefend. b. beheerder: de natuurlljke persoon dle door de explo¡tant ls aangesteld voor de feiteliJke leiding over de bedrijfsmatige act¡v¡te¡ten. c. bedrljf: de bedrljfsmallge activlte¡t dle plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, nie¡ zunde een horecabedrijf zoals bedoeld in artikel 2:27 of een lnrlchtlng zoals bedoeld in artlkel 3:l , of een daarbiJ behorend perceel of enlge andere rulmte, nlet z¡jnde een woning die als zodanig in gebruik is

Artlkel 2:81 Exploltatle bedr[f

l. De burgemees¡er kan gebouwen, gebieden of bedriJfsmatlge activltelten aanwljzen waar(op) het verbod uit het tweede lid van to€passing is. Een gebouw of gebied wordt ui¡slui¡end aangewezen als ln of rondom dat gebouw dan wel ln dat gebl€d naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrljfsmatige activ¡teiten beperken. Een bedrijfsmat¡ge activ¡te¡t wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheld of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige act¡v¡teit onder druk staat. 2. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedriJf uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen gebouw ofgebied voor door de burgemeester benoemde bedrUfsmatlge activlteiten: of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen bedrijfsmatige actlvltelt betreft. 34

3. De aanvraag daartoe dlent te geschleden door mlddel van een door de burgemeester vastgesteld formuller.

4. De vergunnlng wordt u¡tslultend aan natuurliJke p€rsonen verleend. Zij ls persoons- en pandgebonden

5.

6. 7.

en kan niet worden overgedragen. lndien het bedrijf geëxplolteerd wordt door een Vennootschap onder Flrma of een Commanditalre Vennoo¡schap. dan dienen alle (beherende) vennoten afzonderlijk als explo¡tant op de vergunning vermeld te worden. De exploltant ls verpllcht elke veranderlng in de ultoefenlng van zijn bedrljf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. Op de vergunning als bedoeld ¡n het tweede lid is paragraaf 4.1 .3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (pos¡tieve beschikking blj n¡et tUdlg beslissen) nlet van ¡oepasslng. lndlen de burgemeester nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.

Anlkel 2:82 Welgerlngsgronden

l. Onverminderd het bepaalde in artlket l:8 kan de burgemeester een en vergunnlng als bedoeld in artlkel 2:81 welgeren lndlen:

a. ter verkrijg¡ng daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. de leelbaarheld ln het gebied door de wljze van explo¡tat¡e nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

c. de exploltant ln enig opzicht van slecht levensgedrag is. d. redelijkenrijs moet worden aangenomen dat de fe¡tel¡jke toestand niet met het ln de aanvraag vermelde ln overeenstemming zal zijn.

e. er aanwijz¡ngen zijn da¡ in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn ¡n strijd met het bij of krachÌens de Wet arbeld Vreemdellngen of de Vreemdellngenwet 2000 bepaalde. f. de vestiging of de explo¡tatie in strud is met een geldend bestemmingsplan. g. de exploltant of een of meer beheerders van het bedrljf binnen drie jaar vóór de indiending van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploi¡eerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantastlng van het woon- en leèfkllmaat daaronder begrepen. gesloten is gewe€st dan wel waarvoor de vergunning om die reden ¡s ingetrokken. 2. De vergunning als bedoeld in artikel 2:81 kan worden gewelgerd ln het geval en onder de voonryaarden als bedoeld in ar¡lkel 3 van de Wet bevordering integr¡teitsbeoordelingen door het openbaar bes¡uur.

Artlkel 2:83 Beheerder

l. De explo¡tant van een bedrijf als bedoeld ln artlkel 2:80, onder c kan beheerders aanstellen. Z. De exploitant verzoekt de burgemeester om de beheerder bij te schrijven op het aanhangsel bij de vergunning. Bij dit verzoek dient de exploitant het arbeldscon¡ract met de beheerder te overleggen.

3. Een beheerder die ln enlg opzicht van slecht levensgedrag is, wordt geweigerd of verwijderd van het aanhangsel.

4. Het ls verboden een bedrijf als bedoeld in anikel 2:80. onder c, voor het publiek geopend te hebben inüen in het bedrijf geen exploitant of beheerder feitelijk aanwezig is.

Artlkel 2:84 tntrekklng vergunnlng 35

Onverminderd het bepaalde in artikel l:6 kan een vergunning als bedoeld ln artlkel 2:81 worden ingetrokken indien:

a. de exploitant in enlg opz¡cht van slecht levensgedrag is. b. de exploitan¡ of beheerder betrokken ls of ernstige nalatigheid kan worden venareten bij activiteiten of strafbare feiten ln of vanult het bedrUf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of actlvltelten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed. c. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvlnden. d. er aanw[zingen ziJn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn ¡n strud met het bij of krachtens de Wet arbeid Vreemdelingen of de Vreemdellngenwet 2000 bepaalde. e. de bedrljfsmat¡ge actlvitelten door de exploltant zUn beëindigd dan wel sprake ls van een gewijzigde exploitatie. f. redelljkenrfs moet worden âângenomen dat de feitelijke toestand nlet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. g. de vestiging of exploitatie in strijd ¡s met een geldend bestemmlngsplan. h. er sprake ls van het geval en onder de voomaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordellngen door het openbaar bestuur. i. zlch in het betrokken bedrijf feiten hebben voorgedaan, die de vrees wett¡gen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, velligheid of zedelUkheld. j.

naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het bedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadellg worden beinvloed door het laten voor¡bestaan van de vergunning.

Artlkel 2:85 Bevelen tUdelUke slultlng De burgemeester kan een bedruf als bedoeld ln artlkel 2:80 al dan niet voor een bepaalde termun gesloten

verklaren indien:

a. de explo¡tan¡ van het bedrijf handelt in str¡jd met het bepaalde in anikel 2:81, tweede lid. b. de exploatant van het bedrljf handelt ¡n strud met de aan de vergunnlng verbonden voorschrlften. c. ge handeld wordt in strijd met het bepaalde in anikel 2:83, vierde lld. Artlkel 2 :86: Overgangsregellng Het aanwijzingsbesluit door de burgemeester genomen op basls van artlkel 2:81, lid I geldt dlrect na de inwerklngtreding van het aanwijzingsbesluit. Voor bedrijven die vóór de inwerkingtreding van het aanwijzingsbeslu¡r ¡n her aangewezen gebouw of gebied gevestlgd waren en/of zich bezlg hielden met de aangewezen bedrijfsmatige act¡vitei¡en, dient in het aanwijzingsbesluit een redelijke overgangstermijn geboden te worden.

Hoofdstuk 3. Regulering prostitutle, seksbranche en aanvervyante ondenflerpen

Afdellng l. Algemene bepallngen 36

Artlkel 3:l Deflnltles

a. In dlt hoofdstuk wordt verstaan onder: b. prostitut¡e: het zlch beschlkbaar stellen tot het verrlchten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoedlng:

c. prost¡tuee: degene dle zlch beschlkbaar stelt tot het verricht€n van seksuele handelingen me¡ een ander tegen vergoeding: d. seksinrichting: de voor het publiek toegankelljke. besloten rulmte waar¡n bedrUfsmatlg of in een omvang alsof ziJ bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of verton¡ngen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een seks¡nrichtlng worden ln elk geval verstaan: een seksbioscoop. seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitut¡ebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan nlet ln comblnatle met elkaar; e. escortbedrff: de'natuurliJke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrljfsmatlg was prosritutle aanbledt dle op een andere plaats dan ln de

bedrljfsrulmte wordt uitgeoefend ;

f. sekswinkel: de voor het publlek toegankellJke. besloten rulmte waarin hoofdzakelijk goederen van erotlsch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;

g. exploitant: de natuurlljke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen dle een sekslnricht¡ng of escortbedriJf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurl¡Jke persoon of personen: h. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent. dan wel u¡¡oefenen in een seksinr¡cht¡ng of escortbedrijf: i. bezoeker: degene dle aanwezig is in een seksinricht¡ng, met uitzondering van: ¡. de explo¡tant:

ll. de beheerder: ¡ii. de prostituee: lv. h€t personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; v. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van anikel 6.2 van deze verordenlngl vi. andere personen wler aanwezlgheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

Artlkel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan ln dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarblj behorende erven als bedoeld in artlkel 174 van de Cemeentewet. de burgemeester.

Artlkel 3:3 Nadere regels Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:l 3, Meede lid kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.

Afdellng 2. Sekslnrlchtlngen, straatprostltutie, sekswlnkels en dergelijke Artlkel 3:4 Sekslnrlchtlngen

37

¡

Het is verboden een seksinr¡chtlng of escortbedriJf te explolteren of te wijzlgen zonder vergunnlng van

2

het bevoegd bestuursorgaan. ln de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt ¡n leder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de exploltant;

b. de persoonsgegevens van de beheerder: en c. de aard van de seks¡nr¡chtlng of het escortbedrUf: d. de locatie van de inrichting. Artlkel 3:5 Gedragselsen exploltant en beheerder

I

De exploatant en de beheerder:

a. staan n¡et onder curatele en zijn n¡et ontzet u¡t de ouder¡Uke macht of de voogdlj: b. zlJn nlet ln enlg opzlcht van slecht levensgedrag; en c. hebben de leeftijd van eenenn'vantig jaar bereikt.

2 Onvermlnderd het bepaalde ln het eerste lld. zljn de exploitant en de beheerder niet: a. met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht ¡n een psych¡atr¡sch zlekenhuls geplaatst of met to€passing van artlkel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschlkklng gesteld: b. binnen de laatste vijf Jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoonraardelljke gevangenisstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare llchamen Eonaire. Saba en Slnt-Eustatlus. Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lld van het lVetboek van Strafvorder¡ng ls toegelaten:

c. binnen de laatste vijf jaar bü ten mlnste wee rechterlljke ultspraken onherroepel[k veroordeeld tot een onvoonvaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld ln artikel 9, eerste lld, onder a van het wetboek van Strafrecht. wegens dan wel mede wegens overtreding van: bepalingen gesteld blj of krachtens de Alcoholwet, de Oplumwet, de Vreemdelingenwet en de wet arbeld vreemdelingen; ia. de artikelen I 37c tot en met I 379, 140, 240b,242 tot en met 249,252,250a (oud). 273a, 300 tot en met 303, 4l 6.417,41 7bis. 426, 429quater en 453 van het Wetboek

i.

van Strafrecht; de artikelen 8 en I 62. derde lld, alsmede ar¡ikel 6 juncto anikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet I 994; iv. de artikelen l. onder a. b en d, I 3. I 4, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen; de ar¡lkelen 2 en 3 van de wet op de weerkorpsen; vi. de artikelen 54 en 55 van de wet wâpens en munltie. Met een veroordellng als bedoeld ln het tweede lid wordt geluk gesteld: vrþillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74. tweede lid onder a van het

iii.

. 3

4

v.

a.

Wetboek van Strafrecht of anikel 76. derde l¡d onder a van de Algemene wet lnzake riJksbelastlngen, tenz¡j de geldsom minder dan 375 euro bedraagt: een bevel tot tenuitvoerlegg¡ng van een voon'vaardelflke straf. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: blj de weiger¡ng van een vergunnlng teruggerekend vanaf de datum van besllsslng op de aanvraag van de vergunnlng:

b.

a.

3E

b. bij de intrekking van €€n vergunnlng ¡€ruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

5 De exploitant of de beheerder zljn binnen de laatste vijf Jaar geen exploitant of beheerder geweest van een sekslnrichting of escortbedruf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunnlng bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken. tenziJ aannemelljk ls dat hem ter zake geen venvijt treft.

Artlkel 3:6 Sluitlngstflden

I 2 3

Het is verboden een sekslnrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 04.00 en 14.00 uur. Her bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seks¡nr¡cht¡ng andere sluitingstljden vaststellen. Het is bezoekers vân een seksinrichtlng verboden zich daarin te bevinden gedurende de tljd dat die seksinricht¡ng krachtens het eersre lid of ¡,veede lld. dan wel krachtens artlkel 3:7. eerste lid, gesloten

dient te zijn.

4 He¡ eerste tot en met derde lid z¡jn niet van toepassing op situa¡les waarin wordt voorzien door de op de Wet milleubeheer gebaseerde voorschriften.

Artlkel 3:7 ÏfdelUke añv[klng slult¡ngstUden; (tUdelUke) slultlng

t

Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3: I 3, tweede lid of in geval van s¡rudighe¡d met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: a. t¡delljk andere dan de krachtens artlkel 3:6, eerste of ¡,veede lid. geldende slu¡tingstfiden vaststellen:

b. van een afzonderlljke sekslnr¡chrlng al dan niet tUdelUk de gedeeltel¡ke of algehete sluitlng bevelen.

2 Onverminderd het bepaalde ¡n artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artlkel 3:42, tweede lld.

Artlkel 3:8 Aanwezlgheld van en toezlcht door exploltant en beheerder

I 2

Het is verboden een sekslnrlchtlng voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel 3:4, trryeede lid onder a of b ln de sekslnrichting aanwezig is. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichtlng: a. strafbare feiten plaatsvlnden. waaronder in leder geval de feiten genoemd in de ¡¡tels XIV (misdrijven tegen de zeden). XVlll (mlsdrUven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling). XXll (diefstal) en XXX (hel¡ng) van het Tweede Eoek van het Wetboek van

strafrecht, in de opiumwet en ln de wet wapens en muni¡ie; en

b. geen prostltutle wordt uitgeoefend door personen ¡n strijd met het bal of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

Artlkel 3 :9 Straatprostltutle

I

2

Het ls verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wiJze, passanten te bewegen gebruik te maken van de diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te lokken: a. op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden: b. gedurende andere dan door het college vastgestelde t¡iden. Mer het oog op de nalevlng van het verbod bedoeld in het eerste lid, kan door polltieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde r¡chting te venlijderen. 39

3 Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid. kan door

4

5

polit¡eambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid. het bevel worden gegeven zich onmiddell¡jk ¡n een bepaalde rlch¡ing te venrrljderen. De burgemeester kan me¡ he¡ oog op de openbare orde en de belangen genoemd in art¡kel 3:l 3, tweede lid, personen aan wie ten m¡nste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden zlch gedurende bepaalde termlJn. anders dan ln een openbaar mlddel van vervoer. te bevinden op of aan de wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder b. De burgemeester beperkt het verbod bedoeld ln het v¡erde lid lndien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.

Artlkel 3:l 0 Sekswlnkels Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarln een sekswlnkel te explolteren ln door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.

Artlkel 3:l I Tentoonstellen, aanbleden en aanbrengen van erotlsch-pornograflsche goederen, afreeldlngen en dergelIke

I

Het is de rechthebbende op een onroerendè zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondlglngen, gedrukte of geschreven stukken dan wel albeeldlngen van erotlsch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a. lnd¡en het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgevlng in gevaar brengt;

b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in he¡ belang van de 2

openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels. Het verbod bedoeld ln het eerst€ lid is niet van toepass¡ng op het tentoonstellen. aanbleden of aanbrengen van goederen. opschrlften. aankondiglngen. gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen. die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld ln artlkel 7. eerste lld. van de Grondwet.

Afdellng 3. BesllstermUn: we¡ger¡ngsgronden Artlkel 3:l 2 Besllstermfn

I Z

ln añrljking van het bepaalde ln artikel l:2. eerste lid. beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunn¡ng bedoeld in artikel 3.4, eerste lid. binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen ls. Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste ¡waalfweken verdagen.

Artlkel 3:l 3 Welgerlngsgronden

I

De vergunning bedoeld in artlkel 3:4, eerste lld. wordt geweigerd lndien:

a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen; b. de vestlging of de exploltatle van de seksinrichtlng of het escortbedr¡jf in str¡Jd ¡s met een geldend bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of leefmilleuverordenlng: of 40

c. er aanwijz¡ngen zün dat in de sekslnrlchtlng of het escortbedr¡jf personen werkzaam zÜn of zullen zün in stri¡d met art¡kel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krach¡ens

2

de wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdellngenwet bepaalde. Voor seksinrlchtingen en in Nederland gevestigde escortbedr¡jven kan, onvermlnderd he¡ bepaalde in ar¡¡kel l:8, de vergunning bedoeld ¡n artikel 3:4. eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vasrstelling bedoeld ln artlkel 3:9, eers¡e lid, achterwege gelaten. in het belang van:

a. het voorkomen of beperken van overlast: b. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; c. de veiligheid van personen of goederen: d. de verkeersvrljheld of -veiligheid: e. de gezondheid of zedelijkheid; of f. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.

Afdeling 4. Beëindlglng exploltatie; wiJziging beheer Artlkel 3:l 4 Beëlndlglng exploltatle

I

De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 op de vergunning is vermeld,

de exploitatie van de sekslnrichting of he¡ escortbedrijf fe¡tel|k heeft beëindigd.

2 Einnen een week na de feitelijke beëindiging van de explo¡tat¡e, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

Anlkel 3:15 WJzlglng beheer

I 2

tndien de beheerder het beheer van de seksinr¡chting of het escortbedr|f feitelijk beëlndlgt, geeft de exploitant daarvan blnnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. Het beheer kan worden u¡tgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunnlng overeenkomstig de wljz¡ging in het beheer te wüz¡gen. Het bepaalde in artlkel 3:l 3, eerste lid, aanhef en onder a, ¡s van overeenkomstige toepassing.

3 ln añrachting van het besluit bedoeld in het tweede lid. kan het beheer worden uitgeoefend door een nleuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld ln het Meede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag ls besloten.

Hoofdstuk 4. Bescherming van het mllleu en het natuurschoon en zotg voor het ulterl[k aanzlen van de gemeente

Afdellng I . Geluidhinder en verllchtlng Artlkel4:l Deflnitles ln deze afdeling wordt verstaan onder:

a. besluit: hetActiv¡te¡tenbeslult milieubeheer; b. inrichting: inrichtlng type A of type I als bedoeld in het Eesluit: c. houder van een ¡nr¡cht¡ng: degene die als elgenaar. bedrljfsleíder, beheerder of anderszins een ¡nr¡cht¡ng drUft:

4t

d. collect¡eve festiviteit: festiv¡te¡t die niet specifiek aan één of een klein aantal inricht¡ngen is verbonden: e. incidentele festiviteit: festiviteit of activitei¡ die gebonden is aan één of een kleln aantal

lnrlchtlngenl

f. geluidsgevoelige gebouwen; woningen en gebouwen die op grond van ar¡ikel I van de Wet geluidhlnder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bU de betreffende inricht¡ng:

g. geluidsgevoelige terreinen: terre¡nen die op grond van artikel I van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluldsgevoelige ¡erreinen met ultzonderlng van terreinen behorende blj de

betreffende inrichting:

h. onversterkte muzlek: muzlek die niet elektronisch is versterkt. Artlkel 4:2 Aanw[zl n g collectl eve festlvltelten

I

De geluidsnormen bedoeld ln de artikelen 2.17, 2.17a. 2.19a,2.19a en 2.20 van het Eeslu¡t en artikel

4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wljzen collectieve festivlteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

2 De voonvaarden met betrekklng ¡ot de verllchting len behoeve van sportbeoefenlng ln de buitenlucht

3 4 5 6

als bedoeld in anikel 3.148, eerste lid, van het Sesluit gelden niet voor door he¡ college per kalenderjaar aan te wijzen collectleve festlvltelten gedurende de daarb[ aan te wijzen dagen of dagdelen. ln een aanwijzing als bedoeld ln het eerste en tweede lld, kan het college bepalen dat de aanw¡jzlng slechts geldt in een of meer van de volgende delen: te weten: Venray kom en de overige kernen. Het college maakt de aanwijzing ten mlnste twee weken voor het begin van een nleuw kalenderjaar bekend. Het college kan wanneer een collectleve festivltelt redelljkerwus nlet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve fest¡v¡te¡t als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. Het equivalente geluidsnlveau LAeq veroorzaakt door de lnrlcht¡ng. gemeten op een hoogte van 1.5 meter, bedraagt niet meer dan vermeld in de regeling "Geluid bij horeca, horeca gerelateerde

festivlteiten en evenementen'.

7 De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief l0 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrect¡e. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

8 Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek -hoger dan de geluldsnorm als bedoeld in de artlkelen 2.17, 2.17a, 2.19a, 2.19a en 2.20 van het Eesluit en art¡kel 4:5 van deze verordenlng uiterlljk te worden beëindigd op het tUdstip zoals vermeld in de regeling "Geluid blj horeca, horeca gerelateerde festivitelten en evenementen".

Artl kel 4: 3 Kenn ls gevl ng I ncldentele festlvltelten

I

2

Het maximum aantal incidentele festiviteiten per kalenderjaar, waarbU de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17,2.l9a en 2.20 van het Eesluit en artikel 4:5 van deze verorden¡ng niet van toepasslng z¡jn, s¡aat vermeld in de regellng "Geluid b[ horeca, horecagerelateerde festivite¡ten en evenementen". De houder van de inrichting dient ten mlnste twee weken voor de aanvang van de fest¡viteit het (ollege daarvan ln kennls te stellen. Het is een inricht¡ng toegestaan om tijdens maximaal twaalf incidentele festivitei¡en per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ¡en behoeve van sponactlvltelten waarblj artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting len minste twee weken voor de aanvang van de festivi¡ei¡ het college daarvan in kennis heeft gesteld 4Z

3 He¡ college stelt een formulier vast voor het doen van een kennlsgevlng. 4 De kennisgeving wordt geacht te zljn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid lngewld. tljdig is ingeleverd op de plaats op dat formuller vermeld.

5 De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder 6

van een inrichting een incidentele fest¡viteit. die redelijkerw¡js nlet te voorzlen was, terstond toestaat. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de lnricht¡ng, gemeten op een hoogte van 1,5 me¡er, bedraagt niet meer dan vermeld in de regeling "Geluid bij horeca. horeca gerelateerde

festiv¡te¡ten en evenementen'.

7 De geluidswaarde als bedoetd in het zesde lid is inclusief onversterkte muzlek en exclusief l0 d8(A) toeslag vanwege muzlekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwen gelaten.

8 Op de dagen als bedoeld ¡n het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muzlek -hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artlkelen 2,17, 2.19a en 2.20 van het Seslu¡t en anikel 4:5 van deze verordening- uiterluk te worden beëindigd op het tijdstip zoals vermeld in de regellng "Geluld biJ horeca, horeca gerelateerde fest¡vitelten en evenementen.

Artl kel 4 :4 Verboden lncldentele festlvltelten (gereserveerd)

Artlkel 4:5 Onversterkte muzlek Blj het ten gehore brengen van onversterkte muziek binnen inrlchtlngen als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en viJfde lid van het Eesluat is de onder lid d opgenomen tabel van loepasslng. met dien verstande dat: a. de ln de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoellge gebouwen geen toestemmlng geeft voor het in redelljkheld ultvoeren of doen uitvoeren van geluidsmet¡ngen: b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoellge terreinen op de grens van het terreln: c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen. voor zover het wonlngen betreft. gelden ln geluidsgevoellge rulmten en verblijfsru¡mlen; d. bU het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld ln de tabel geen bedrUfsduurcorrectie

wordt toegepast.

07.00- r9.00 19.00

i. ¡i. il¡. iv.

2 3 4

u. 23.00 u.

23.00 07.00 u

d8(A) 45 d8(A) 40 d8(A) gevoellge gebouwen 35 d8(A) 30 d8(A) 25 d8(A) lÁr.LT in ¡n- en aanpandlge LAT.LT op de gevelvan gevoelige gebouwen 50

l-Amax op de gevelvan gevoelige gebouwen 70 d8(A) 65 d8(A) 60 d8(A) LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 d8(A) 50 d8(A) 45 d8(A) Voor de duur van vler uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muzlekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, ln een inrichtlng gedurende de dag- en avondperlode ultgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. lndlen versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen. wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muzlek en is het Besluit van toepassing. Het eerste lid ls nlet van toepasslng op collectieve en incidentele fest¡vite¡ten als bedoeld in artlkel 4:2 en artikel 4:3

43

Artlkel 4:5a Tradltloneel schleten (gereserveerd)

Artlkel 4:6 Overlge geluldhlnder

I 2 3

Het ls verboden buiten een lnrichllng in de z¡n van de Wet milleubeheer of van het Eeslult op €en zodanige wljze toestellen of geluidsapparaten in werklng te hebben of handellngen te verrich¡en dat

voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. Het verbod is n¡et van toepassang op situaties waarin: a. wordt voorzlen door de Wel geluldhlnder. de Zondagswet. de Wet openbare manifestatles. het Vuunverkbesluit of de Omgevingsverordening Limburg 201 4; b. bU geluld als gevolg van het gebrulk van vuun ,apens voor jachtact¡vltelten:

c. bij evenementen als bedoeld in artikel 2:24 waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 ls verleend.

4 Op de ontheffìng is paragraaf 4.I .3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (posl¡leve flctleve beschlkking bU nlet rljdlg beslissen) nlet van roepassing.

Artlkel 4:6a Mosqulto (gereserveerd).

Artlkel 4:6b (Geluld-)hlnder door dleren Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgevlng (geluid)hlnder veroorzaakt

Afdellng 2. Bodem-, w€g- en mllieuverontrelnlglng Artlkel 4:7 Straawegen Het is verboden op een door he¡ college ten behoeve van de werkzaamhed€n van de gemeentelijke reinigingsdienst aang€wezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander vooniverp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide t¡jdsperiode.

Artlkel 4:8 Natuurlljke behoefte doen Het is verboden blnnen de bebouwde kom op een openbare plaats zljn natuurl¡Jke behoefte te doen bu¡ten daarvoor bestemde plaatsen.

Artlkel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en nlet openbare rlolen en putten bulten gebouwen Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buaten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.

Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden Artlkel 4:10 Defrnltles 44

ln deze afdel¡ng wordt verstaan onder:

a. boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een diameter van de stam van minimaal l5 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. ln geval van m€ers(ammigheid geldt de stamomtrek van de d¡kste stam. ln añrijking van deze minimale stamdiamerer van l5 cm geld¡ geen minimale stamomtrek bij toepasbaarheld van de artikelen 4: I 2f, 4: I 29, 4:12i, 4:l2j en 4:l 2k van deze verordenlng; b. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers of andere houtachtlge gewassen; c. Eomenlljst: Lijst mer monumentale en waardevolle bomen vastgesteld door het college: d. monumentale boom: monumentale houtopstand die aan de hand van door het college van vastgestelde cri¡eria is opgenomen op de EomenlUst: e. waardevolle boom: waardevolle houtopstand die aan de hand van door het college vastgestelde crlterla ls opgenomen op de Bomenlijst: f. aandachtsgebieden: aandachtsgebieden die zijn aangewezen door het college: g. vellen: roolen; kappen: verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberent het verrichten van handelingen, zorvel boven- als ondergronds, dle de dood, de ernstige beschadiglng of ernstlge ontsier¡ng van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben: h. dunnlng: een velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van overblijvende houtopstand: i.

boomwaarde: de monetaire waarde van een houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen of op basis van de boomwaarden die het handboek Eomen 201 8 (KBB) hanteert: Somen Effect Analyse: een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand; k. voorziening Bomen: gemeentelljk compensa¡iefonds met daarin gelden die bestemd ziin voor het

j.

herplanten van houtopstanden; bebouwde kom: in añrijking van artikel l.l.onder d, van deze verordening, wordt in deze afdeling bedoeld de bebouwde kom vastgesteld in het kader van artikel 4.1a van de Wet natuurbescherming; m. college: college van burgemeester en wethouders.

l.

Artlkel 4:l I Bomenlust en aangewezen aandachtsgebleden

I

Het college stelt een EomenliJst/-kaart me¡ beschermde houtopstanden en een kaart met âangewezen aandachtsgebieden vast. De kaart en Somenlijst worden na 5 jaar herzlen. De Bomenlijst bevat een samenhangend geheel van de volgende houtopstanden:

a. monumentale bomen: b. waardevolle bomen, waaronder zowel solitalre bomen als (delen van) lanen.

2 De zakelijk gerechtlgde van een monumentale boom of waardevolle boom is verplicht het college onmiddellijk schriftel¡jk mededeling te doen van:

a. het geheel of gedeeltelljk tenietgaan van de monumentale boom of waardevolle boom, anders dan door velling op grond van een verleende onthefflng:

b. de dreiging dat de monumentale boom of waardevolle boom geheel of gedeeltelljk teniet kan 9aân.

Artlkel 4:12 Kapverbod monumentale of waardevolle boom 4s

I Het is verboden monumentale bomen of waardevolle bomen te vellen of te doen vellen. 2 Het college kan ontheffing verlenen van het ln het eerste lid gestelde verbod. 3 Het in het eerste lld gestelde verbod geldt verder niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plan¡enzlektenwet of krachtens een aanschrijvlng van het college, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:12Í en 4:l29;

b. het periodlek vellen van hakhout ter ulwoering van het regullere onderhoud: c. het perlodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakeliJke beheermaatregel bij vormbomen ter u¡tvoerlng van het regullere onderhoud;

d. het verrichten van snoelwerkzaamheden aan houtopstand met achterstallig onderhoud: e. dunnlng van de houtopstand ter uiwoering van het reguliere onderhoud.

4 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtops¡and als bedoeld ln anikel 4.1 b tot en met h van de Wet natuurbescherming.

5 Het college kan indien een houtopstand dlrect gevaar opleven dle noodkap noodzakelljk maakr, besluiten dat de omgevingsvergunning vü)r het vellen, direct in werking ¡reedt. Het b€sluit wordt zo spoedig mogelljk bekend gemaakt.

Artlkel 4:12a Crlterla onthefflng I

. Het college kan ontheffing om een monumentale boom of waardevolle boom te vellen weigeren, dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.

Z. ln afwijking van artlkel l:8 kan de onthefflng voor het vellen van monumentale bomen, mits alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht. slechts bij uitzondering worden verleend lndlen: a. sprake is van een situatie waarbij het boomtechnis€h niet langer verantwoord ls de boom te handhaven omdat er een verhoogd rlsico op schade of letsel is: b. sprake is van een zwaanruegend maatschappelijk belang, van niet-t[del[ke aard waar een duurzaam behoud van de houtopstand n¡et tegenop weegt: c. sprake is van fundamentele schade aan gebouwen, met als aantoonbare oorzaak de boom waarbiJ het gebouw er eerder stond dan de boom. 3. ln añrvijking van anikel l:8 kan de onthefflng voor het vellen van waardevolle bomen, mits alternatleven voor behoud u¡tputtend zijn onderzocht, slechts bij uitzondering worden verleend indien: â. sprake ls van een situatie waarbij het boomtechnisch niet langer verantwoord is de boom te handhaven omda¡ er een verhoogd rlsico op schade of letsel ls: b. sprake is van een algemeen maatschappelijk belang, van niet-tijdelijke aard waar een duurzaam behoud van de houtopstand niet tegenop weegt. ' c. sprake ¡s van een zeer zwaanyegend individueel belang, van n¡et-tfid€lljke aard waar een duurzaam behoud van de houtopstand niet tegenop weegt. d.

sprake is van fundamentele schade aan gebouwen, met als aantoonbare oorzaak de boom waarbfi het gebouw er eerder stond dan de boom.

Anlkel 4:l2b K'apverbod ln overlge gevallen

I 2

Het is verboden. onverminderd het gestelde in artikel 4: I 2, eerste lid. zonder vergunnlng van het college. bomen te vellen of te doen vellen die staan an aangewezen aandachtsgebieden. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenzlektenwet of krachtens een aanschrijving van het college, zulks onvermlnderd het bepaalde in de artikelen 4:l2f en 4:l29; 46

b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoerlng van het regullere onderhoud: c. het perlodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter u¡tvoering van het regullere onderhoud:

d. het verrlchten van snoeiwerkzaamheden aan houtopstand met achterstallig onderhoud; e. dunning van de houtopstand ter uitvoerlng van het regullere onderhoud; f. schubconlferen: g. bomen binnen een afstand van 2 meter tot een buitenmuur van een woning. 3 Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens vergunning geldt eveneens voor bomen die zijn aangeplant op basis van een herplant- en instandhoud¡ngspllcht op grond van de anikelen 4: I 2f en

4:129.

4 Het college kan, indien een houtopstand direct gevaar oplevert die noodkap noodzakellk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunnlng voor het vellen, direct in werkang treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelljk bekend gemaakt.

Artlkel 4:l2c Crlterla Yergunnlng

I 2

Het college kan vergunning om re vellen als bedoeld ln artikel 4: l2b, eerste en derde lld. weigeren dan wel onder voorschriften of beperklngen verlenen. ln afr,vljking van artikel I :8 kan de vergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld ln artikel 4:12b. eerste en derde lid. worden gewelgerd lndien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de bomen op basis van één of meer van de volgende waarden:

a. de natuurwaarde van de houtopstand b. de landschappelljke waarde van de houtopstand: c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand: e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand: f. de waarde van de houtopstand voor de leefbaarheid: g. v¡tal¡teat van een boom. 3 Het college kan de ln het nryeede lid bedoelde waarden nader uitwerken in een añreglngsschema. Artlkel 4:l2d Aanvraag

I

De ontheffìng of vergunning moet schriftelljk en gemotlveerd worden aangevraagd, door of namens

2

dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene dle krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd ls over de houtopstand te beschikken, onder overlegging van een compensat¡eplan en een overzicht van de overige vergunningen, ontheffìngen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een project. Onverminderd het bepaalde ¡n het eerste lid, kan het college verzoeken tot overlegg¡ng van een Eomen Effect Analyse.

Artlkel 4:l 2e Beperklng geldlgheldsduur

I

De ontheffing of vergunning tot vellen als bedoeld in deze afdellng vervalt indien daarvan nlet blnnen

maximaal drie jaar na het onherroepelUk zljn van de omgevingsvergunn¡ng gebruik is gemaakt.

2 lndlen de aanvraag om ontheff¡ng of vergunning voor het vellen meer dan één houtopstand betreft, ls de omgevingsvergunn¡ng voor alle te vellen houtopstand slechts drie jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één of enkele houtopstand al geveld zijn.

Artlkel 4:l 2f B[zondere voorschr¡ften 47

I 2

Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften. kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termljn en overeenkomstlg de door het college te gev€n aanwiJzlngen moet worden herplant. lndlen nlet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een omgevingsvergunnlng tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift dat ingevolge de U¡woer¡ngsnota bomen Venray een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het fonds 'Voorzlenlng Bomen' .

3 ln het voorschrift als bedoeld ¡n het eerste lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

4 Tot de aan de omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschrif¡en. kan he¡ voorschrift behoren

5

dat pas tot vellen van de beschermde houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere rulmtelUke herlnrlchtlng of reconstructle mag worden overgegaan lndlen andere onthefflngen. vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feltelljke en flnanclële voongang van de werken voldoende gewaarborgd ls. Degene aan w¡e de verplichting als bedoeld in het eerste tot het vierde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger. is verplicht daarâan te voldo€n.

Artlkel 4:l29 Herplant-/ lnstandhoudlngspllcht

I

2 3 4

5

lndien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepass¡ng is, zonder ontheffing of vergunning van het college is geveld, dan wel op andere wiJze teniet is gegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zlch de houtopstand bevond dan wel aân degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd ls, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomst¡g de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen term¡jn. lndien niet ter plaatse kan worden herplant wordt een flnanciële bijdrage gestort in het fonds 'Voorziening Eomen'. Wordt een verplichting als bedoeld in he¡ eerste lld opgelegd, dan kan daarblj tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. lndien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voonbestaan ernstlg wordt bedreigd. kan het college aan de zakelijk gerechtigde ¡ot de grond waarop zich de houtopstand bevlndt dan wel aan degene dle ult andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd ls, de verplichting opleggen om: a. overeenkomstlg de door hen te geven aanw¡jzlngen binnen een door hen te stellen termljn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen; b. een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan het college.

Degene aan wie de verplichting als bedoeld ¡n het eerste tot het vierde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger. is verplicht daarâan te voldoen.

Artlkel 4:l 2h Schadevergoedlng Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding bij weigering van een ontheffing of vergunning tot vellen op grond van artikel 6.3 van de Wet natuurbescherming.

Artlkel 4:l2lAfstand tot de erfgrensl[n De afstand als bedoeld in anikel 5:42 van het Eurgerlijk Wetboek ¡s vastgesteld op 0,5 meter voor bomen, op nihll voor heesters en heggen ¡n pr¡vaat eigendom en op nihil voor bomen. heesters en heggen dle staan op openbaar terrein. De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Eurgerlijk Wetboek is vastgesteld op nihil voor bomen. heggen en heesters ln elgendom en beheer van de gemeente.

48

Anlkel 4:l2J Bestr[dlng van boomzleken

I

2 3

lndien zich op een terre¡n één of meer houtopstand bevlnden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van versprelding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, lndlen h[ daar¡oe door het college is aangeschreven. verplicht blnnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn: a. de houtopstand te vellen of te doen vellen: b. conform richtlljnen van de gemeen¡e de gevelde houtopstand direct zodanig de behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. Het is verboden zonder vergunnlng van het college gevelde houtopstand of delen daanran voor handen of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomzlekte kan verspreiden. Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijv¡ng bledt een basis voor de ¡oepasslng van bestuursdwang, waarbij de noodzakeliJke werkzaamheden, voor ¡isico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verrlcht.

Artlkel 4:l2k Voorkomen van boomschade

I

Het is verboden om houtopstand in eigendom van de gemeente: a. te beschadigen. te bekladden. te beplakken: b. daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen of toegestane boomverzorgende taken.

2 Het is verboden zonder vergunning van het college om één of meer voon'yerpen ln of aan een gemeenteliJke houtopstand aan te brengen, te doen aanbrengen of anderszins te bevestigen of te doen bevestigen.

Afdellng 4. Maatregelen tegen ontsier¡ng en stankoverlast Anlkel 4:13 Opslag voertu¡gen, vaartulgen, mest, afoalstoffen enz.

I

Het is verboden op door het college in het belang van he¡ uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheld aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zln van de Wet mllieubeheer, ln de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op ¡e slaan. te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke begtemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;

b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan: c. kampeermiddelen als bedoeld in artlkel 4:17 oÍ onderdelen daarvan, indien het plaatsen of

2 3

aanwezlg hebben daarvan geschiedt voor nerkoop of verhuur of anderszlns voor een commercieel doel: of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil. een verzamellng lngekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. Het college kan b[ de aanwljzlng nadere regels stellen. D¡t arlikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzlen krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provlnciale omgevingsverordening 2014.

Artlkel 4:14 Stankoverlast door gebrulk van meststoffen (gereserveerd) 49

Artlkel 4:15 Verbod hlnderlfike of gevaarlflke reclame

I 2 3

Het ls verboden op of aan €en onroerende zaak (handels-)reclame te maken of te voeren door mlddel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor he¡ verkeer ¡n gevaar wordt gebracht of ernstige hlnder ontstaat voor de omgeving. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activ¡teitenbesluit mllieubeheer. Het college kan nadere regels stellen aan het maken of voeren van (handels-)reclame.

Artlkel 4:l 6 Vergunnlngpllcht llchtreclame (gereserveerd)

Afdellng 5. Kamperen bulten kampeerterrelnen Anlkel 4:17 Deflnltle ln deze afdeling word¡ onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertulg waarvoor geen omgevingsvergunnlng voor het bouwen in de zln van artikel 2.1. eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrech¡ is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt word¡ of kan worden gebrulkt voor recreat¡ef nachtverblijf.

Artlkel 4:l 8 Recreatlef nachwerblUf bulten kampeerterelnen

I 2 3 4

5

Het ls verboden ten behoeve van recreatief nachwerblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeenerrein dat als zodanlg ln het bestemmingsplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. Het verbod geldt nlet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein, tenz¡j d¡t in strajd is met het bestemmingsplan. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld ¡n het eerste l¡d. Onverminderd het bepaalde in artikel l:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de beschermlng van: a. natuur en landschap: of b. een stadsgezlcht. Op de ontheffing is paragraaf 4. I .3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positleve fictieve beschikking bü niet tljdlg beslissen) niet van roepassing.

Anlkel 4:l 9 Aanw[zlng kampeerplaatsen

I Artikel 4:18, eerste l¡d is niet van toepass¡ng op door het college aangewezen plaatsen. 2 Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd artikel 4: I 8, vierde lid.

Hoofdstuk 5. Andere ondenrerpen betreffende de hulshoudlng der gemeente

Afdeling I . Parkeerexcessen Artlkel 5:l Deflnltles 50

ln deze afdeling wordt verstaan onder:

a. voertulgen: voertuigen als bedoeld in artikel I .l (RW I 990). met uitzondering van klelne wagens zoals kruiwagens, kindenryagens en gehandicaptenvoertulgen;

b. parkeren: het laten st¡lstaan van een vo€rtuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is en gebrulkt wordt voor het onmlddellfk ln- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen;

Artlkel 5:2 Parkeren van voertulgen van autobedr[f en dergelfke

I

Onder verhuren als bedoeld in d¡t artikel wordt mede verstaan: a. het gebrulken van een voertu¡g voor het geven van lessen; of b. het gebruiken van een voertulg voor het vervoeren van personen tegen betaling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12727227/3