Definitief getekend verordening Algemeen Plaatselijke Verordening gemeente Venray 2023
Tekst van het document
Algemene Plaatsel ijke Verordening gemeente Venray 2023 De raad uan de gemeenre Venray;
gelezen het advles van I en W van 28 maart 2023,
gelezen het advies van de commlssle d.d. l9 aprll 2023.
gelet op anlkel 149 Gemeentewet.
beslult vast tc stellen de wlgende trerordenlng:
Algemene Plaatsel[ke Verordenlng gemeente Venray 2023
lnhoudsopgaw
Hoofdstuk I
Algemene bepallngen
Art¡kel I : I
Def¡n¡t¡es
An¡kel l:2
Eesllsterm[n
Anlkel l:3
lndlenlng aanvraag
Anlkel l:4
Voorschriften en beperkingen
Artlkel l:5
Persoonlijk karakter van vergunnlng of ontheffìng
Anlkel l:6
lntrekking of w[zlglng van vergunnlng of onrheffing
An¡kel l:7
tärmUnen
Artlkel l:8
Welgerlngsgronden
Hoofdruk 2
Openbare Orde
Afdellng I
Eestrfidlng van ongeregeldheden
Artlkel2:l
Samenschollng en ongeregeldheden
Afdellng 2
Setoglng
Anlkel2:2
Optochten
Artlkel2:3
Kennlsgevlng betoglngen op openbare plaatsen
Anlkel2:4
Afrv[klng term[n
Anlkel2:5
Te verstrekken gegevçns
Afdellng 3
Versprclden van gedrukte stukken
Anlkel2:6
Eeperklngen aanbleden en dergcl[ke van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldlngen
Afdellng 4
Venonlngen en dergelflke op de weg
Artlkel2:7
Feest, muzlek en wedstrfld en dergellfke
Anlkel2:8
Dlensnrcrlenlng
Anlkel2:9
Straatan¡€st en dergel[ke
Afdellng 5
Srulkbaarheid en aanzlen nn de weg
Artlkel2:10
Het plaåtsen van voorwerpcn op. aan of boven de weg ln strfd met de publleke functle ervan
Anlkel2:l0a
Het gebrulk van €en ev€nemententefras
Arrlkel2:l0b
VrU te stellen categorleën
Anlkel 2:l I
(Omgevlngs-)'rærgunnlng rroor het aanleggen, beschadlgen en ræranderen van een weg
Artlkel 2:12
Makcn. veranderen van ecn ultweg
Afdellng 6
Veillgheld op de weg
Artlkel 2:13
Veroorzaken van gladheld
Anlkel2:14
tVlnkehragentþs
Artlkel 2:15
Hlnderl[ke beplantlng of gevaarlflk voonverp
2
Artlkcl 2:16
Opencn straatkolken en dergelflke
Artlkcl 2:17
Kclderlngangen en <lergelflke
Artlkel2:18
Rookverbod ln bossen en natuurterrelnen
Anlkel2:19
Gwaarl[k of. hlnderlfk ìrooilerp
Artlkel2:20
Vallende vootwerp€n
Anlkel2:21
Voorzlenlngen voor rærkecr en verllchtlng
Artlkel2:22
ObJeaen onder hoogspannlngsl[n
Anrkè|2:23
Velllgheld op het Us
Afdellng 7
Errenementen
Artlkel2:24
Del¡nltles
Anlkel2:25
Erænementenvergunnlng
Artlkel 2:25a
Onthefflng vergunnlngpllcht
Artlkel2:26
Ordeverstorlng
Afdellng 8
Toezlcht op openbarc lnrlchtlngen
Artlkel 2:27
Deflnltles
Artlkel2:28
Exploltatle openbare lnrlchtlng
Artlkel2:28a
Overgangsbepallng
Artlkel2:29
Slultlngstlrd
Artlkel 2:30
Añruklng slultlngstüd, tudelUke slulllng
Artlkel2:31
Verboden gedraglngen
Artlkel2:32
Hendel blnnen openbare lnrlchtingcn
Anlkel2:33
ãmrte lusr
Artlkel2:34
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Anlkel2:35
Kunststof drlnkgerel
3
Afdeling 9
Toezlcht op lnrlchtlngen tot het verschaffen van nachtwrblflf
Artlkel 2:36
Deflnltle lnrlchrlng
Artlkel 2:37
Kennlsgeving exploltâtle
Anlkel2:37a
Nachtreglster
Artikel 2:38
Verschafflng gegevens nachtreglster
Afdellng 9a
Toezlcht op kamerverhuur
Artlkel 2:38a
Deflnltles
Anlkel2:38b
Meldpllcht kamerrærhuu rbe<lrfif
Afdellng l0
Toezlcht op sæelgelegenheden
Anlkel2:39
Speelgelegenheden
Artlkel2:40
Kansspelautomatcn
Afdellng I I
Maatregelen tegen overlast en baldadigheld
Anlkel2:41
Eetreden gesloten wonlng of lokaal
Artikel 2:42
Plakken en kladden
Artlkel2:43
Vervoer plakgereedschap en dergel[ke
Anlkel2:44
Venoer lnbrekerswcrktulgen
Artlkel2:44a
Lachgas
Artlkel2:45
Eetreden van plantsoenen en dergelflke
Artlkel2:46
Rljden over bermen en dcrgeliJke
Anlkel2:47
Hlnderlljk gedrag op openbare plaatsen
Anlkel2:48
Verboden drankgebrulk
Anlkel2:49
Verbo<len gedrag bU ofln gebouwen
Anlkel2:50
Hlnderl[k gedrag ln voor het publlek toegankelflke rulmten
Artlkel 2:51
Neerzetten van fletsen en dergelllke
Artlkel 2:52
Overlast ran flets of bromflets op markt- en kermisterreln en dergel[ke
4
Artlkel 2:53
Eespleden van personen
Artlkel 2:S4
Eeuraklngsapparatuur
Anikel2:55
Nodeloos alarmcren
Artlkcl 2:56
Alarmlnstâlletles
Anlkel2:57
Loslopende honden
Artlkel 2:58
Verontrelnlglng door hondcn
Artlkel 2:59
Gevaarl[ke honden
Artlkel2:60
Houden van hlnderl[ke of schadel[ke dleren
Anlkel2:61
l{llde dleren
Artlkel2:62
Loslopend vee
Artlkel2:63
Dulven
Artlkel2:64
8[en
Anlkel2:65
Eedelar[
Artlkel2:65a
Sla¿prcrblljf op de wcA
Afdellng l2
Bepallngen ter bestr[dlng van hellng ran goederen
Anlkel2:66
Deiìnt¡te
Artlkel2:67
Verplichtlngen met betrekklng tot het rcrkoopreglster
Artlkel 2:68
Voorschrlften als bedoeld ln artlkel 437 van het Wetboek van Strafrecht
Artikel 2:69
Vervreemdlng van door opkoop wrkregen goederen
Artlkel 2:70
Handel ln horecabedr[ven
Afdellng 13
Vuunrerk
Artlkel2:71
Defln¡t¡e
An¡kel2:72
Ter beschlkkln g 3tellen van consu mentenwulverk tl¡dens verkoopdagen
Artikel2:73
Gebrulk van congumentenn¡ur$rerk t[dens Jaanrissellng
Anikel2:73a
Carbldschlcten 5
Afdellng l4
Drugsoverlast
Anlkel2:74
Drugshandelop straat
Artlkel 2:74a
Verzamellng van personen ln verband met drugs
Artlkel?:74b
Verbl[fsontzegglng ln verband mct drugs
Artlkel2:74c
Openlflk gebrulk van drugs
Artlkel2:74d
Weggoolen spulten en dergelUke
Afdellng l5
SestuurllJke ophoudlng, gebledsontzegglngen en cameratoezlcht op op€nbar€ plaatsen
Artlkel 2:75
Eestuurl[ke ophoudlng
Artlkel2:76
Gebledsontzegg¡ngen
Artlkel 2:77
Cameratoezlcht op openbare plaatsen
Anlkel2:78
Velllgheldsrlslcogebleden
Artlkel2:79
Woonoverlast
Afdellng l6
Tegengaan onvelllg, nlet leefbaar en malaflde ondernemerskllmaat
Artlkel2:80
EegrlpsomschrWlngen
Artlkel2:81
Exploitat¡e bcdr¡Jf
Artlkel2:82
ttlelgcrlngsgrondcn
Artlkel2:83
Eeheerder
Artlkel2:84
lntrekken wrgunnlng
Anlkel2:85
Bevelen t[del[ke slu¡tlng
Artlkel2:86
Overgangsregellng
Hoofdstuk 3.
Regulerlng prostltutle, seksbranche en aanrrcrwante oiderwerpen
Afdellng I
Algemene Eepallngen
Anlkel 3:l
DeRnltles
Anlkel 3:2
Eewegd bestuursorgaan
6
Artlkel 3:3
Nadere regels
Afdellng 2
Sekslnrlchtlngen. straatprostltu¡le, sekswinkels en dergelüke
Anlkel 3:4
Sekslnrichtlnge n
Anlkel 3:5
Gedragselsen exploltant cn beheerder
Anlkel3:6
SlulllngstUden
Artlkel 3:7
T[delIke añr[klng slultlngst¡Jden, (tl¡dellike) slultlng
Anlkel3:8
Aanwezlgheld van en toezlcht door exploltant en beheerder
Anlkel3:9
Straatprostltutlc
Arrlkel3:10
Sekswlnkels
Anlkel 3:l I
Tenstoonstellen en aanbleden erotlsch-pornograflsche goederen, afbeeldlngen en dergelUke
Afdellng 3
Seslisterm[n. rvelgerlngsgronden
Artlkel3:12
SesllstermUn
Anlkel 3:13
Welgerlngsgronden
Afdellng 4
8eëlndlglng exploltatle. wuzlglng beheer
Anlkel3:14
8cëlndlElng exploltatle
Artlkel 3:15
W[zlglng beheer
Hoofdstuk 4
Beschermlng van het mllieu en het natuurschoon en zorg voor het ulterl[k aanzlen van de gemeente
Afdellng I
Geluldhlnder en verllchtlng
Anlkel4:l
Deflnltlcs
Artlkel 4:2
Aanw[zen collectleræ festlvlte¡tcn
Artlkel 4:3
Kennlsgevlng lndMduele festivite¡tcn
Artlkel 4:4
Verboden lncldentele festlv¡teiten
Artlkel4:5
Onversterkte muzlek
Anikel4:5a
Tradltioneel schleten
7
Artlkel4:6
Overlge geluldhlnder
Artlkel4:6a
Mosqulto
Anlkel4:6b
(Geluld-)hlnder door dleren
Afdellng 2
Eodem- weg- en mllleuverontrelnlglng
Anlkel4:7
Straâwegen
Anlkel4:E
.Natuurlflke behoefte doen
Anlkel4:9
Toestand sloten en andere wateren en nlet-openbare rlolen en putten bulten geborwen
Afdellng 3
Hct bovaren van houtopstanden
Artlkel4:10
Deflnltles
Anlkel4:l I
Bomenlflst en aangevyez€n aandachsgebleden
Artlkel 4:12
Kapvcrbod monumentale of waarderclle boom
Artlkel4:l2a
Crlterla onthefflng
Anlkel4:l2b
Kapverbod ln overlge gevallen
Artlkel4:l2c
Crlterla vergunnlng
Artlkel4:l2d
Aanvraag
Artlkel4:l2e
Eeperklng çldþheldsduur
Anlkel4:l2f
SUzondere voorschrlften
Artlkel4:129
Herplent-/lnstandhoudlngspllcht
Artlkcl 4:l2h
Schadercrgoedlng
Artlkel4:l2l
Afstand tot de erfgrensllfn
Artlkel 4: l2J
Sestrüdlng van boomzlekten
Anlkel4:l2k
Voorkomen van boomschade
Afdellng 4
Maatregelen tegen ontslerlng en stankoærlast
Artlkel 4:13
Opslag t oertulgcn, vaanulgen, mest, afualstoffen. enz.
I
Artlkel4:14
Stankorrcrlast door gebrulk ran meststoffen
Artlkel 4:15
Verbod hlnderl[ke of gaaaarl[ke reclame
Artlkel4:16
Vergunnlngpllcht llchtreclame
Afdellng 5
Kampcren bulten kampeerterrelnen
Artlkel 4:17
D€flnltle
Artlkel 4:18
Recreatlef nachtrcrbl[f bulten kampeenerrelnen
Anlkel4:19
Aanw[zlng kampeerphatscn
Hoofdstuk 5
Anderc onder*crpen betreffende de hulshoudlng der gemeente
Afdellng I
Parkeerexcessen
Anlkel5:l
Deffnltles
Anlkel5:2
Parkeren van rloertulgen nan autobedrff en dergel[ke.
Artlkel 5:3
Te koop aanbleden van vo€nulgen
Artlkel 5:4
Defecte rro€nulgcn
Anlkel5:5
Voenulgwrakken
Artikel 5:6
Kampcermlddelen en andere vo€rtulg€n (zle aanw[zlngsbeslult]: rhttos://lokelereoelqevlng.orrcrhcld-nl /CVDR647839?&show-tt tl=true)
Artlkel5:7
Parkeren van reclamev(ærtul gen
Artlkel5:8
Parkeren van gfote vocrtulgen
Artikel 5:9
Parkeren van ultzlchtbelemmerende voenulgen
Anlkel5:10
Parkeren van voenulgen mel stankrærspreldende ¡toffen
Anlkel 5:l I
Aantastlng groennoorzlenlngen door voertulgen
AnlkelS:12
Overlasr van flet¡ of bromflers
Afdellng 2
Collecteren
Artlkel 5:13
lnzamellng van geld of goederen
Afdellng 3
Venten
9
Anlkel5:14
Deflnltlc
Anlkel5:15
Ventverbod
Anlkel5:i6
Vr[held van menlngsultlng
Afdellng 4
Standplaatsen
Artlkel5:17
t)eflnltlcs
ArtlkelS:18
Standplaatsrærgunnlng cn welgerlngsgronden
Anlkel5:19
Toestemmlng rechthebbe¡rde
Anlkcl5:20
Afbakenlngsbepallngen
Afdellng 5
Snuffelmarkten
Afdellng 6
Openbaar water
Artlkel5:24
Voorwerpen op. ln of boæn openbaar water
Artlkel 5:25
Ugplaats woonschepen en oærþe vaartulgcn
Artlkel 5:26
Aamvflzlngen ligplaats
Anlkel5:27
Verbod lnnemen ligplaats
Anlkel5:28
Beschadlglng ven watefstaâtsrìr€rken
Artlkel5:29
Redtllngsmlddclcn
Anlkel5:30
Velllgheld op het water
Artlkel S:31
Overlast aan rraârtulgen
Afdellng 7
Crossterrelnen en gemotorlseerd en rultefverke€r ln natuurgebleden
Artlkel5:3la
Dellnl¡les
Artlkel5:32
Cros¡terrelnen
Artlkel 5:33
Eeperking rærkeer ln natuurgebleden
Afdellng 8
Vuuruerbod
Anlkel5:34
Verbod afualstofien t€ verbranden bulten Inrlchtlngen of anderszlns vuur te stoken
r0
Afdellng 9
Verstroollng van as
Anlkel 5:35
Deflnltle
Anlkel 5:36
Verboden plaatsen
Artlkel 5:37
Hlnder of overlast
Hoofdstuk 6
Straf-, overgangs-. en slotbepalingen
Artlkel6:l
Strafbepallng
Artlkel6:2
Toezlchthouders
Anlkel6:3
Sinnentreden wonlngen
Anlkel6:4
lntrekking oude verordenlng
Artlkel 6:5
Overgangsbepallng
Anlkel6:6
lnrverklngtredlng nieuwe verordenlng
Anlkel6:7
Citeertltel
Hoofdstuk l. Algemene bepallngen Artlkel l:l Deffnltles ln deze rcrordenlng wordt verstaan onder:
a. bebouwde kom: bebouwde kom: het gebled blnnen de grenzen dle zfn vastgesteld op grond van anikel 20a van de ltlegenverkeerswet 1994: b.
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd ls tot het nemen van een beslult ten aanz¡en van een
C.
omgevlngsrærgunnlng als bedoeld ln artlkel 2.1 van de Wet algemene bepallnçn omgevlngsrecht of ten aanzlen van een al wrleende omgevlngsrærgunnlng; bouurwerk: hetgeen ln anikel I van de Bouwtærordening daaronder wordt vcrstaan;
college: het college ran burgemeester en rvethouders; gebouw: hetgeen ln anlkel l, eerste lid, onder c, van de ìffoningwet daarondcr wordt rærstaan: c. handelsreclame: ledere openbare aanpr[zlng van goederen ofdlensten. waarmee kennellk beoogd wordt een commercleel belang te dienen; 9. openbaar water: wateren dle voor het publlek bevaarbaar of op andere w[ze loegankelflk zflnl h. openbare plaats: hetgeen ln artlkel I van de Wet openbare manlfestatles daaronder wordt d. e.
t.
vefstaan: rechthebbende: degene dle orer een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakel[k of ærsoonlflk recht;
il
j.
snuffelmarkt: een markt (niet z¡jnde een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel I 60, eerste lid, aanhef en onder h van de Cemeentewet) in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats; k. weg: hetgeen in artikel l, eerste lid. onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan: l. outlaw Motor Gang (OMC): een groep met een hiërarchische structuur die affiniteit met motorrijden ultdraagt met herk€nbare groepssymbolen, waarbiJ geweld of dreiglng met geweld en verstoring van de openbare orde onderdeel zijn van de groepscultuur of het groepsgedrag. m. ongewenste gro€p: een door de burgemeester aangewezen groep personen met een herkenbare organisat¡estructuur of herkenbare groepssymbolen of een herkenbaar optreden naar buiten als groep, waarbi¡ geweld of dreiging met geweld of verstoring van de openbare orde onderdeel zijn van de groepscultuur of het groepsgedrag; n. verboden rechtspersoon: een op grond van anikel 2.20 Eurgerlijk Wetboek verboden rechtspersoon.
o. uitweg: een uitweg is de ruimte (uitgedrukt in lengte en breedte) die dienst doet als in- en uitgang voor voenulgen ter ontsluiting van gebouwen, bouwwerken nlet zUnde gebouwen (bljv. telecommunicatiemasten) of percelen op de openbare weg. Met uitwegen worden ook de in het spraakgebrulk voorkomende termljn 'in- en ultrltten" en "oprinen" bedoeld. Ook de verbredlng van 'uitwegen", "in- en uitritten' en "opratten'valt onder het begrip uitweg;
Artlkel I :2 Besllstermfln
I 2 3
Het bevoegde bestuursorgaan beslis¡ op een aanvraag voor een vergunn¡ng of ontheffing binnen acht weken na de datum van onwangst van de aanvraag. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. ln añrijklng van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffìng als bedoeld in artikel 2: I 0, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in anikel 2:l I , tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 4: I I .
Artlkel l:3 lndlenlng aanvraag (vervallen)
Artlkel l:4 Voorschrlften en beperklngen
I 2
Aan een vergunn¡ng of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunnlng of ontheffìng is vereist. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
Artlkel I :5 Persoonlljk karakter van vergunnlng of onthefflng De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzlj bij of krachtens deze verordening anders ls bepaald.
Anlkel I :6 lntrekklng of wfizlglng van vergunnlng of onthefflng De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:
a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; t2
b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of onthefflng. intrekking of wijzlglng noodzakelljk ls vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing ¡s vereist;
c. de aan de vergunnlng of onthefflng verbonden voorschrlften en beperklngen niet zijn ofworden nagekomen;
d. van de vergunning of onthefflng geen gebruik wordt gemaakt b¡nnen een daarin gestelde term¡jn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn: of
e. de houder dit verzoekt. f. de houder overlijdt. Artlkel l:7 Term[nen
I
De vergunning of ontheffìng geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders
ls bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
2 De aard van de vergunnlng of ontheffìng verzet zlch in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen beperkt ¡s en het aantal mogelijke aanvragers het aantal besch lkbare vergun ningen of ontheffingen overtref¡.
Artlkel I :8 Welgerlngsgronden
L De vergunning of onthefflng kan ln leder geval gewelgerd worden ln het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare velllgheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook.worden geweigerd als de aanvraag daarvoor mlnder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activitei¡ is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogel[k ¡s.
Hoofdstuk 2. Openbare orde
Afdeling l. Bestrijding van ongeregeldheden Artlkel 2:l Samenschollng en ongeregeldheden
I 2
Het is verboden op e€n openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. dan wel te vechten. Degene die op een openbare plaats
a. aanwezlg is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan: b. aanwezlg is b[ een gebeurtenls die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen ¡e ontstaan; of
c. zich bevindt ln of aanwezig ¡s b¡j een samenscholing; is verpllcht op bevel van een ambtenaar van de pol¡tie of bu¡tengewoon opsporingsambtenaar zljn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richtlng te venvijderen. 3. Het ls verboden zich te begeven naar of ¡e bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ¡er voorkoming van ongeregeldheden zljn afgezet.
r3
4. Het ls verboden op openbare plaatsen of in voor het publlek toegankeliJke openbare gebouwen en daarbU behorende erven zlchtbaar goederen te dragen, biJ zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie d¡e bij rechterliJke ultspraak of bestuurlijk beslult verboden is
verklaard of ls ontbonden vanwege een doel of werkzaamheld in strijd met de openbare orde, waarbij dit verbod niet geldt voor zover in het daarin geregelde ondenrverp wordt voorzien door het Wetboek
5. 6. 7.
van Strafrecht. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. Dlt artikel ¡s naet van toepassing op betogingen. vergaderingen en godsdlenstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Op de ontheffìng is paragraaf 4.1 .3.3 r¡an de Algemene wet bestuursrecht (positleve fictleve
beschlkklng bU nlet rljdlg besllssen) nlet van roepass¡ng.
Afdellng 2. Betoglng Artlkel 2:2 Optochten (gereserveerd)
Artlkel 2:3 Kennlsgev¡ng betoglngen op openbare plaatsen
I
Oegene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld ln artikel 3, eerste lld van de Wet openbare manifestatles, geeft daarvan
vóór de openbare aankondiging en ten minste 72 uu¡ voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
2 De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt: b. het doel van de betoging: c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het t[dstip van aanvang en van beëindlging: d. de plaats en, voor zover van toepasslng, de route en de plaats van beêindiging; e. voor van toepassing, de wijze van samenstellang: en f. maatregelen die degene dle de betoglng houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
3 Degene dle de kennisgevlng doet ontvangt daarvan een bewljs waarin het tijdstlp van de kennisgeving is vermeld.
4 Als het t¡jdst¡p van de schriftelljke kennisgeving valt op een vr[dag na 12.00 uur. een zaterdag. een 5
zondag of een algemeen erkende fqestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tljdstlp voorafgaat vóór I 2.00 uur. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen bulten deze termijn.
Artlkel 2:4 Afrv[klng termfln (Vervallen: opgenomen in artikel 2:3. vijfde lid)
Artlkel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen: opg€nomen in artikel 2:3, nr¡eede lid)
Afdellng 3. Versprelden van gedrukte stukken t4
Artlkel 2:6 Beperklng versprelden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldlngen
I 2 3 4 5
Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlljk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. Het verbod ls nlet van toepasslng op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. Het college kan onthefflng verlenen van het verbod in het eerste l¡d. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bû nlet tljdlg beslissen) van roepasslng.
Afdellng 4. Vertoningen op de weg Artlkel 2:7 Feest, muzlek en wedstrud en dergel[ke (gereserveerd)
Artlkel 2:8 Dlenswerlenlng (gereserveerd)
Artlkel 2:9 Straatartlest en dergelflke
I 2 3
Het ls verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straalfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester ln het belang van de openbare orde, de openbare velligheid. de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen. De burgemeester kan ontheffìng verlenen van het verbod. Op de onthefÍìng is paragraaf 4. L3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking baj n¡et tijdig beslissen) van toepasslng.
Afdeling 5. Brulkbaarheid en aanzlen van de weg Artlkel 2:10 Voorwerpen op, aan of boven de weg of een openbare plaats ln strfd met de publleke functle ervan
I 2
3 4
Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomst¡g de publleke functie daarvan. Het bevoegde bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde, veiligheld of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en (reclame)uit¡ngen voor zover deze regels niet zien op een act¡vite¡t die de fysieke leefomgeving wijzigt, als bedoeld in artlkel 2.1 , eerste lid van het Omgevlngsbeslult. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. Het bevoegde bestuursorgaan kan een omgevingsvergunning verlenen voor het ln het eerste lld bedoelde gebruik voor zover dit een activ¡le¡t betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of
onder k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
5 Het verbod in het eerste lid ¡s niet van toepasslng op: a. als het gebruik van de weg of een weggedeelte is toegestaan met een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 (evenementenvergunning):
ts
b. als het gebruik van de weg of een weggedeelte is toegestaan me¡ een vergunn¡ng als bedoeld in artikel 2:28 (horeca-explo¡tatievergunning): als het gebruik van de weg of een weggedeelte is toegestaan met een vergunn¡ng als bedoeld in artikel 2: I 0a (evenemententerras): als het gebruik van de weg of een weggedeelte is toegestaan met een vergunning als bedoeld in artikel 5:18 (standplaatsvergunn¡ng of het omgevingsplan): als door het gebrulk, bedoeld ln het eerste lid. de fysleke leefomgevlng w[zlgt, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het Omgevingsbesluit. Het verbod ls voorts nlet van toepasslng op beperklngengebiedactlvitelten met betrekklng tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet. provinciale omgev¡ngsverordenlng of waterschapsverordening of op sltuat¡es waarin wordt voorzlen door artlkel 5 van de Wegenverkeerswet I 994. Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4. 1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (posit¡eve fic¡ieve beschikklng bij nlet tijdlg beslissen) niet van toepass¡ng.
c.
d. e.
6 7
Artlkel 2:l0a Het gebrulk van een ey€nemententerras
I 2 3
ln d¡t artlkel wordt verstaan onder een evenemen¡enterras: een op een openbare plaats llggend deel waar tijdens een evenement als bedoeld in artikel 2:24 sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spljzen voor dlrecte consumptle kunnen worden verstrekt. Het ls verboden zonder of ln añrvljklng van een vergunnlng van de burgemeester een openbare plaats in le richten als evenemententerras. Het verbod ln het tweede lid is niet van toepasslng: a. als het gebruik van he¡ evenemententerras is toegestaan middels een vergunning als bedoeld in anikel 2:25 (evenementenvergunning): b. als het gebruik van de weg of een weggedeelte is toeges¡aan middels een vergunning als bedoeld ln artlkel 2:28 (horeca-explo¡tatlevergunning); als het gebruik van de weg of een weggedeelte is toegestaan middels een vergunning als bedoeld in artikel 5:l I (standplaatsvergunn¡ng).
c.
Artlkel 2:l0b vrfl te stellen categorleën De burgemeester kan categor¡eën aanwijzen waaryoor het verbod in het eerste lid van artikel 2: l0 niet
geldt.
Artlkel 2:l I (Omgev¡ngs-)vergunnlng voor het aanleggen, beschadlgen en veranderen van een weg
I
Het is verboden zonder of in afrrijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken. ln een weg te graven ofte spinen. aard of breedte van de wegverharding te veranderen ofanderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
2 De vergunning wordt verleend
:
a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activite¡ten zUn verboden bij een bestemmlngsplan of voorbereidlngsbesluit; of
b. door het college in de overige gevallen.
3 Het verbod in het eerste l¡d ls niet van toepasslng voor zover ln opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
r6
4 Het verbod ls voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provlnciale wegenverordenlng he¡ provinclaal wegenreglement, de waterschapskeur, de Telecommun¡catiewet of de daarop gebaseerde
telecommunicat¡everordening.
5 Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4. L3.3 van de Algemene wet bestuursr€cht (posit¡eve fìctieve beschikking bij n¡et tijdig beslissen) van toepasslng.
Artlkel 2:12 Maken, veranderen van een ultweg
l. Het ls verboden zonder omgevingsvergunning van het college een ultw€g te maken naar de weg of veranderlng te brengen ln een bestaande uitweg naar de weg. 2. ln all,vijklng van he¡ bepaalde in artikel l:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: I . ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; of 2. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaån van een openbaar verllchtlngspunt; of 3. als de u¡tweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats: of 4. als door de ultweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast: of 5. als door de uitweg het gemeentelfke waterbeheer op onaanvaardbare wijze wordt aangetast. Het 3. college kan nadere regels stellen ten aanzien van het aanleggen of veranderen van de ultweg. 4. Her verbod is niet van toepassing op beperklngengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provlnclale omgevingsverordening of waterschapsverordenlng.
Afdeling 6. Velllgheid op de weg Artlkel 2:13 Veroorzaken van gladheld (gereserveerd)
Artlkel 2:l 4 WnkelwagentJes
l. Een winkelier die winkelwagentjes ter besch¡kking stelt mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg is verplicht deze a. te voorzien van de naam van het bedrljf of een ander herkenningsteken, en b. de in de omgeving van da¡ bedrijf door het publiek op een openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te vemijderen of ¡e doen venrijderen. 2. Het is verboden een wlnkelwagentje na gebru¡k onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3. Het eerste lid, aanhef en onder b. is niet van toepassing op sltuaties waarln wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artlkel 2:l 5 HlnderliJke beplantlng of gevaarlUk voolwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije ui¡zicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hlnder of gevaar ontstaat.
Artlkel 2:16 Openen straatkolken en dergelflke Het ¡s aan degene die daartoe niet bevoegd ls verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afslu¡¡lng die behoort to¡ een openbare nutsvoorz¡en¡ng, te openen. onzlchtbaar te maken of af te dekken.
l7
Artlkel 2:17 Kelderlngangen en dergellfke (gereserveerd)
Artlkel 2:18 Rookverbod ln bossen en natuurterrelnen
l. Het ls verboden ln bossen, op helde of veengronden of blnnen een afstand van denlg meter daarvan: a. te roken gedurende een door het college aangewezen perlode;
b. voor zover het de open lucht betfeft. brandende of smeulende voorwerp€n te laten vallen, weg te weræn of te laten liggen.
2. Het verbod ls nlet van toepâsslng op sltuatles waar¡n wordt rroorzlen door artlkel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
3. Het verbod ln het eerste lld. onder a, ls voorts nlet van toepasslng voor zover het roken plaatsvlndt ln gebouwen en aangrenzende erven.
Artlkel 2:19 Gevaarl[k of hlnderllfk yoorwerp (gereserveerd)
Artlkel 2:20 Vallende voorwerpen (gereserveerd)
Artlkel 2:21 Yærzlenlngen voor verkeer en verllchtlng
l. De rechthebbende op een bouwwerk ls verpllcht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voofwerpen. borden of voorzlenlngen ten behoeve van het verkeer of de openbare verllchtlng worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of vendjderd. 2. Het eerste lld ls nlet van toepasslng op sltuaties waarln wordt voozien door hoofdstuk l0 van de Omgevlngswet.
Anlkel 2:22 ObJecten onder hoogspannlngsl[n (gereserveerd)
Artlkel 2:23 Velllgheld op het lfs (gereserveerd)
Afdellng 7. Evenementen Artlkel 2:24 Definltle
l. ln deze afdellng wordt onder evenement verstaan elke roor publiek toegankelljke rærrlchtlng van vermaak, met ultzonderlng van:
a. bioscoop-en¡heatervoorstellinged; b. markten als bedoeld ln artlkel 160, eerste lid, onder h. van de Gemeentetyet en artlkel 5:22 van deze verordenlng;
c. kansspelen als bedoeld ln de wet op de kansspelen: d. het ln een lnrlcht¡ng in de zln van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betoglngen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld ln de Wet openbare man¡festatles: f. actlvltelten als bedoeld ln artlkel 2:9 r8
2. Onder evenement wordt mede velstaan: a. een herdenklngsplechtigheid; b. een braderie: c. een optocht, op de weg, niet z[nde een betoging als bedoeld ln an¡kel 2:3: d. een feest, muziekvoorstelllng of wedstrijd op of aan de weg; e. een snuffelmarkt Artlkel 2 :25 Evenementenvergunnlng
l. Het ¡s verboden zonder of ln aliarljklng van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2. Voor het op het evenemen¡enterrein verrichten van activ¡tei¡en, die op grond van deze of een andere gemeentelijke verordening vergunningpllcht¡g zun, ls tljdens de duur van het evenement geen afzonderlijke vergunning nodig, mits die actlv¡telten vermeld zljn in de vergunning als bedoeld in het eerste lad.
3. Voor het verkrijgen van een vergunnlng moe¡ een aanvraag worden ingediend aan de hand van een door de burgemeester vast te stellen formulier waarin ook de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en baslshulpverlening overige plaatsen, worden opgevraagd. Deze aanvtaag wordt tevens aangemerkt als een meldlng als bedoeld ln artlkel 2.1 van het Eeslu¡t brandveilig gebruik en baslshulpverlening overige plaatsen. 4. ln afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een aanvraag als meldlngplachtlg evenement worden aangemerkt ln dle gevallen dat het evenement voldoet aan de door de burgemeester vastgestelde crlterla voor meldingplich¡ige evenementen. Voor meldingpllchtlge evenementen stelt de burgemeester een formulier vast. rvaarln ook de gegevens. bedoeld in artikel 2.3 van het Eesluit brandvellig gebtuik en baslshulpverlening overige plaatsen, worden opgevraagd. Deze melding wordt tevens aangemerkt als een melding als bedoeld ln artikel 2.1 van het Eesluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overlge plaatsen. 5. De burgemeester kan naar aanleidlng van de meldlng als bedoeld in het derde lid binnen twee weken na ontvangst van de melding, voorschriften verbinden aan het te houden evenement ln het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de brandvelligheid en de volksgezondheid of het milieu. 6.
De burgemeester kan, indlen het vermoeden ontstaat dat een of meer van de in artikel l:8 van deze verordening opgenomen weigeringsgronden van toepassing ls op een evenement als bedoeld in het vorige lld. beslul¡en dat evenement alsnog als vergunningplichtig aan te merken hetzfl het ¡e verbieden. Onverminderd het bepaalde in artikel l:8 kan de vergunnlng als bedoeld in het eers¡e lid worden geweigerd wegens strljdigheld met het Eeslu¡t brandveilig gebruik en basishulpverlening en overlge plaatsen. 7. Als ook een aanvraag om een omgevlngsvergunning wordt ingediend, is afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de behandeling van de aanvragen om een vergunning. De burgemeester is het coördinerend bestuursorgaan. 8. Voor vergunningplichtige evenementen gelden de geluidsvoorschriften zoals genoemd ln artlkel 4:3 zesde lid. 9. De ¡n het artikel 4:3 zesde lid genoemde geluldsvoorschriften z¡jn niet van ¡oepassing lndien sprake is van een collectieve festivi¡eit, zoals bedoeld in artike! 4:2. ¡0. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene we¡ bestuursrecht (posi¡ieve fìctieve beschlkking bU n¡et tUdig beslissen) niet van toepassing.
Artlkel 2:25a Onthefflng vergu nnlngpllcht r9
De burgemeester kan bepalen dat het gestelde ln artlkel 2:25 nlet geldt voor een of meer in dat besluit
aangedulde soorten evenementen in de gehele gemeente dan wel ln een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente.
Artlkel 2:26 Ordeverstorlng
l. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden blj een evenement zlchtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren d¡e ulterlUke kenmerken zun van een organisat¡e die bU rechterlljke ultspraak of bestuurlljk beslult verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid ¡n strijd met de openbare orde.
3. Het verbod ln het n¡,eede lld geldt niet voor zover in het daarin geregelde ondenrerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Afdellng 8. Toezlcht op openbare lnrlchtlngen Artlkel 2:27 Deflnltles ln deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan:
l. een hotel. camping of recreatiepark, restaurant, pension, café, cafetaria. snackbar. discotheek, buunhuls of clubhuis of elke andere voor het publlek toegankelijke, rulmte wâarin bedrijfsmatig of in e€n omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of splJzen voor dlrecte consumptle worden bereid of verstrekt. 2. Een bui¡en de in het eerste l¡d bedoelde rulmte liggend deel daarvan waar sta- of zltgelegenheld kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor d¡recte consumptie kunnen worden verstrekt, waaronder in ¡eder geval een terras. maakt voor de toepass¡ng van deze afdeling deel uit van die ru¡mte.
Artlkel 2:28 Exploltatle openbare lnrlchtlng
l. Het is verboden een openbare inr¡chting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatle van de openbare ¡nrlchtlng in strijd is met een geldend bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit.
3. ln añrvljking van het bepaalde ln artlkel l:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeelteliJk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsi¡uatie in de omgeving van de openbare lnr¡chting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of als de aanvrager van slecht levensgedrag is. De burgemeester houdt b¡j de toepassing van deze we¡geringsgrond rekenlng met: a. het karakter van de s¡raat en de wijk waarln het horecabedrljf ls gelegen of zal zijn gelegen;
b. de aard van het horecabedrijf: c. de spannlng waaraan het woon- en leefkllmaat ¡er plaatse reeds bloo¡ staat: d. de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende: e. het levensgedrag van de exploltant of leldlnggevende. 4. Geen vergunning is vereist voor €en openbare inr¡cht¡ng die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld ln artikel I van de WinkeltiJdenwet voor zover de act¡vite¡ten van de openbare inr¡ch¡¡ng een nevenact¡vite¡t vormen van de wlnkelac¡lvltelt;
b. zorglnstelling; c. museum: 20
d. bedrljfskant¡ne of -res¡aurant. e. camp¡ngs, recreatieparken en bed- en breakfasts waar aan 20 personen of minder gelijktijdig logies kan worden verstrekt.
5.
Een vergunninghouder verzoekt schriftelijk aan de burgemeester om een persoon als leidinggevende
op her aanhangsel blj de exploitat¡evergunning bij te laten schrljven of te laten venarijderen. 6. Het in het vorige lid bedoelde verzoek geldt als aanvraag tot wljz¡g¡ng van het aanhangsel. 7. De burgemeester weigert in leder geval de wijziging van het aanhangsel indlen de bij te schrijven persoon bedoeld in het vijfde lid van slecht levensgedrag is. L De burgemeester verstrekt een gewijzigd aanhangsel indien de openbare lnrlchting ook beschikt over een geldige drank- en horecavergunning waarop ingevolge ar¡ikel 30a Alcoholwet één of meer leidinggevende(n) is/ z¡jn bijgeschreven. 9. Paragraaf 4.I .3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positleve fictieve beschikking b¡j niet t¡jd¡9 beslissen) is nier van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lld en op de vrljstelling bedoeld ¡n her v¡jfde lad.
Artikel 2:28a Overgangsbepallng Aan bestaande camplngs en recreat¡eparken wordt na inwerkingtredlng van anikelen 2:27 en 2:28 amb¡shalve een exploitatievergunnlng verstrekt voor een periode van 6 maanden. Voor het verstrijken van deze periode dienen de campings en recreat¡eparken een nieuwe vergunning aan te vragen.
Artlkel 2:29 SlultlngstUd
l. Het gedeelte van openbare inr¡cht¡ngen waarin bedrijfsmatlg of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumpt¡e worden bereld of verstrekt ls gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 en 06.00 uur. en op zaterdag en zondag tussen 04.30 en 06.00 uur.
2. Het is verboden het gedeelte van een openbare inrichting waarln bedrljfsmatlg of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was dranken worden geschonken en of rookwaren of spijzen voor directe consumpt¡e worden bereid ofverstrekt voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de lnrichting te laten verblijven na sluit¡ngst¡jd.
3. Het is de vergunninghouder van een openbare anricht¡ng verboden het terras voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers ¡oe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met vrijdag ¡ussen 01.00 en 09.00 uur en op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 09.00 uur. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de slu¡t¡ngstijd. 5. Voor een openbare ¡nr¡chting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde slu¡t¡ngst¡Jden als voor de winkel. 6, He¡ eerste en her derde lid zijn niet van toepassing op situaties waar¡n bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzlen. 7. Op de ontheffing ¡s paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij nlet tijdig beslissen) nier van toepassing.
Artlkel 2:30 Afir[klng slultlngstUd; tijdelIke slultlng
ì. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inr¡cht¡ngen tijdel|k andere slu¡tingstUden vaststellen of tijdelUk slu¡ting bevelen. 2. Het eerste l¡d ¡s nlet van to€pass¡ng op situat¡es waar¡n artikel l3b van de Opiumwet voorziet.
zl
Anlkel 2:31 Verboden gedraglngen
l. Het ls verboden ln een openbare lnrlcht¡ng: a. de orde te verstoren; b. zlch te bevlnden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de ¡nri€ht¡ng gesloten d¡ent te zijn op grond van een besluit krachtens anlkel 2:30, eerste lld:
c. op het terras spljzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebrulk maken van het tefras.
2, Het ls verboden voor een exploitant om een bijeenkomst van een Outlaw Motor Gang, een verboden rechtspersoon of een ongewenste groep te laten plaatsvinden ln een openbare ¡nr¡cht¡ng.
Anlkel 2:32 Handel blnnen openbare lnrlchtlngen De explol¡ant van een openbare inrichtlng staat niet toe dat een handelaar , ¿nngewezen bij algemene
maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. of een voor hem handelend persoon ln die inrichting enig voorwerp venverft. verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Anlkel 2:33 Zwarte l[st (vervallen)
Artlkel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichtlng geen voor he¡ publlek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel I 74 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artlkel 2:35'Kunststof drlnkgerel' De burgemeester kan. in het belang van de openbare orde, openbare veiligheid of in het geval van
bijzondere omstandigheden, voor een of meer horecabedrijven en openbare plaatsen tudelljk het gebrulk van drlnkgerel en flessen. bedoeld voor gebruik ter plaatse. anders dan van kunststof materiaal verbieden.
Afdellng 9. Toezlcht op inrichtingen tot het verschaffen van nachWerblijf Artlkel 2:36 Deflnltle ln deze afdellng wordt verstaan onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, ln de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
Artlkel 2:37 Kennlsgevlng exploltatle Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitat¡e of felteluke leiding van een ¡nr¡chtlng staakt, is verpllcht daarvan binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Artlkel 2;37 a Nachtreglster 22
(vervallen)
Artl kel 2 : 3 8 Verschaffl ng gegevens nachtreglster Degene die in een ¡nricht¡ng nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidlnggevende van die inricht¡ng volledig en naar waarheid zijn of haar naam. woonplaats. dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Afdeling 9a Toezicht op kameryerhuur Artlkel 2:38a Deflnltles ln dit artlkel wordt versÌaan onder:
a. kamerverhuurbedrijf: een gebouw of deel van een gebouw, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was (daarvan is sprake bij drie of meerdere kamers) kamers worden verhuurd, welke als hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond door niet in het verband van een huishouden levende personen; b. huishouden: een alleenstaande. dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishoudlng voeren.
Anlkel 2:38b meldpllcht kamerverhuurbedrljf
l. Degene die voornemens ¡s een kamerverhuulbedrijf te exploiteren dient hiervan binnen 3 weken schr¡fteluk een melding te doen bij het college. 2. Degene die reeds een kamerverhuurbedrijf explo¡t€ert dlent hlervan blnnen 3 maanden schriftelijk een melding te doen blj het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder. de locatiegegevens van het kamerverhuurbedrijf en het aantal kamers da¡ wordt verhuurd.
4. Geen vergunning ls verelst voor woonruimtes die deel uitmaken van een seniorencomplex. herstellnrichtingen en verzorgingstehuizen of daarmee naar hun aard vergelijk te stellen woonvormen, zolang deze worden verhuurd overeenkomstig de specif¡eke functies van de in dlt lid bedoelde woonvormen. Voor de door.zorgaanbieders geboden of te bieden huisvesting (verhuur van kamers) en begeleiding aan zorgcliënten. ¡s de verpllchting van een exploitatievergunning wel van toepass¡ng.
Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden Artlkel 2:39 Deflnltle
l. ln deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gebouw waar bedrljfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig ¡s de mogelükheid wordt geboden enig spel te beoefenen. waarbiJ geld of in geld inwlsselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. Z. ln deze afdeling voorkomende begrippen die ln de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in dle wet
23
Anlkel 2:39a Speelgelegenheden
L Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te explolteren of te doen exploiteren.
2. Het verbod ls nle¡ van toepasslng op situaties waarin wordt voorzlen door de Wet op de kansspelen of de Speelautomalenhalverordening.
3. Onverminderd het bepaalde in artlkel l:8 we¡gert de burgemeester de vergunnlng als: 4. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgev¡ng van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare w¡jze nadellg worden beïnvloed door de explo¡tatie van de speelgelegenheid; of 5. de exploitatle van de speelgelegenheid in strfd is met een geldend bestemmingsplan. 6. Op de vergunning is paragraaf 4. L 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (pos¡¡leve flctieve beschikking bij niet tfdig beslissen) niet van toepassang.
anlkel 2:39b Slultlng yan voor publlek to€gankelUke gebouwen
l. De burgemeester kan de slu¡t¡ng - al dan niet voor een bepaalde duur - bevelen van een voor publiek toegankeliJk gebouw of daarbl behorend erf. lnrichtlng of ruimte of gedeelte daarvan als daar: a. is gehandeld in strud met artikel I van de Wet op de kansspelen
b. door misdrijf verkregen zaken voorhanden. bewaard of verborgen ziJn dan wel zijn verworven of overgedragen;
c. wapens als bedoeld ln artlkel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezlg z¡Jn waarvoor geen on¡heffing, vergunning of verlof is verleend of d. zich andere felten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blljven van het gebouw, de inr¡ch¡ing of de ruim¡e ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.
2. De burgemeester trekt het sluitlngsbevel in als naar zljn oordeel de in he¡ eerste lid genoemde belangen voonzettang van de sluiting niet langer vereisen.
3. Onvermlnderde hetgeen ln anlkel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht ls bepaald omtrent de bekendmaking. wordt het bevel tot sluit¡ng tevens bekend gemaakt door een schrijven waaru¡t van dat bevel tot slu¡ting blljkt. aan te brengen op of nablj de toegang tot het gebouw of het daarbiJ behorende erf, inrichting of ruimte of gedeelte daarvan; 4. het is verboden een gebouw of daarbij behorend erf, lnrlchtlng of ruimte of gedeelte daarvan en/of erf te betreden waarvan sluiting is bevolen.
5. Het ls rechthebbende verboden zonder toestemmlng van de burgemeester bezoekers toe te laten of
6.
zelf het gebouw of daarbij behorend erf, inrichting of ruimte of gedeelte daarvan ¡e betreden. Het ln het eerste lld bepaalde geldt nlet voor zover ln het ondenrrerp van de regellng van het eerste lld elders wordt voorzien in deze verordenlng of in artikel l3b van de Opiumwet.
Artlkel 2 :40 Kansspelautomaten
l. h dit art¡kel wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet op de kansspelen: b. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30 onder a, van de wet; 24
c. kansspelautomaat: automaat als bedoeld ln anikel 30, onder c, van de Wet; d. hoogdrempellge lnrlchting: inr¡cht¡ng als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet: e. laagdrempelige lnrlchting: lnrichting als bedoeld ln anikel 30, onder e, van de Wet. 2. ln hoogdrempellge inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.
3. ln laagdrempellge lnrichtlngen z[n twee speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten ¡n het geheel niet z[n toegestaan.
Afdeling I I Maatregelen tegen overlast en baldadlgheld Artlkel 2:41 Betreden gesloten wonlng of lokaal
L Het is verboden een krachtens artlkel I 74a van de Gemeentewet gesloten won¡ng, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij dle woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
2. Het is verboden een krachtens anlkel l3b van de Opiumwet gesloten woning. een niet voor het publiek toegankel[k lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankel|k lokaal of bU da¡ lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden z¡jn nlet van toepassing op personen w¡er aanwezlgheid ln de woning of het lokaal of een daarb[ behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. 4. De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lld bedoelde verboden ontheff¡ng te verlenen.
Artlkel 2:42 Plakken en kladden
l. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zlchtbaar ls te bekrassen of te bekladden.
2. Het college kan locaties aanwijzen waar het verbod zoals bedoeld in het eerste lid niet geldt. 3. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van men¡ngsultingen en bekendmakingen.
4. Het ls verboden de ln het tweede lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
5. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsu¡tlngen en bekendmaklngen. die geen betrekking mogen hebben op de lnhoud van de menlngsu¡tingen en bekendmakingen.
Artlkel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelljke
l. He¡ is verboden op de weg of openbaar water enlg aanplakbiljet. aanplakdoek, kalk. teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bU zich te hebben.
2. Het verbod is niet van ¡oepassing, indien de genoemde materialen of gereedschappen niet zUn gebruikt of niet zijn bestemd voor handellngen als verboden in artikel 2:42.
Artlkel 2 :44 Vervoer lnbrekerswerktu lgen
l. Het ls verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoel€n of bij zlch te hebben. 2. Het verbod ¡s niet van roepasslng lndien de bedoelde werktuigen n¡et zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zlch onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatlg slu¡tingen te openen of te verbreken. dlefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
Artlkel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelUke 25
l. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder ontheffìng van het college zich te bevinden ln of op b[ de gemeente ln onderhoud zljnde parken, wandelplaatsen. plantsoenen, groenstroken of grasperken of buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2. Op de ontheffìng is paragraaf 4.1 .3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (posltieve flctieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artlkel 2:46 Rflden over bermen en dergel[ke (gereserveerd)
Anlkel 2:47 Hlnderl[k gedng op openbare plaatsen
l. Het ls verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, construct¡e, openbare toiletgelegenheid, voertulg, hek, omheining of andere afslultlng, verkeersmeubllalr of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wiJze die voor andere gebruikers of bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen of (bedrijfs-)panden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
2. Het verbod ls niet van toepass¡ng op situaties waar¡n wordt voorzien door de artikelen 4?4,4?6bls oî 431 van het Wetboek van Strafrecht of anikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artlkel 2:48 Verboden drankgebrulk
l. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, verboden alcoholhoudende drank te nutt¡gen of aangebroken flessen, blikjes en dergelljke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben binnen de bebouwde kom: a. op of aan de weg: b. op of nabij een schoolterrein, jeugdontmoetingsplaats of een andere locatie in het openbaar gebled waar pefsonen elkaar plegen te ontmoeten. 2. Het is verboden onaangebroken flessen, blakjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zach te hebben met het kennellJk doel deze alcoholhoudende drank in het openbaar gebled te nuttlgen op of nabij een schoolplein, een jeugdontmoetingsplaa¡s of over¡ge locaties in het openbaar gebied waar personen elkaar plegen te ontmoeten. 3. Het bepaalde in he¡ eerste l¡d geldt nie¡ voor: a. een terras dat behoort bij een horecabedrljf als bedoeld in anlkel I van de Alcoholwet: b. een andere plaats dan een horecabedrljf als bedoeld onder a, waaryoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artlkel 2:48a Verboden lachgasgebrulk
l. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreat¡ef als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebrulk voonverpen of stoffen blj zlch te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leeftlimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaak¡ van een door het college ¡er bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmlddel te gebrulken. voorbereidlngen daartoe ¡e verrlchten of ten behoeve van dat gebrulk voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
26
3. Het college kan in het aanwijzingsbeslu¡t het in het tweede lld bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Artlkel 2:49 Verboden gedrag b[ of ln gebouwen
l. Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich ln een portiek of poort op ¡e houden; b. zich op te houden op schoolterrelnen; c. ln, op of tegen een raamkozun of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. 2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelUk gebruik bestemde ruim¡e van dat gebouw.
Artlkel 2:50 Hlnderlljk gedrag ln voor het publlek toegankelflke rulmten Het is verboden zich zonder redelljk doel en op een voor anderen hinderlijke wuze op te houden in of op een voor het pub¡iek toegankelijke ru¡mte, dan wel deze te verontreinlgen of te gebrulken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, wachtlokalen voor het openbaar veryoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artlkel 2:51 Neezetten van fletsen en dergelUke Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam. een raamkozijn. een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in str¡jd ls me¡ de ultdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.
Anlkel 2:52 Overlast van flets of bromflets op markt en kermlsterreln en dergel[ke He¡ is verboden op uren en plaatsen die door het college of de burgemeester zljn aangewezen. zich met een fìets of een bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrean waar een markt, kermis, ui¡voerin9, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publlek trekl. mits dlt verbod kenbaar ls aan de bezoekers van het terre¡n.
Artlkel 2:53 Bespleden van personen (gereseweerd)
Anlkel 2 : 54 Bewaklngsapparatuur (gereseweerd)
Artlkel 2:55 Nodeloos alarmeren (gereserveerd)
Artlkel 2:56 Alarmlnstallatles (gereseweerd)
Anlkel 2:57 Loslopende honden 27
l. Het ls de elgenaar. houder. verzorger of degene dle fe¡telflke zeggenschap heeft over een hond verboden dle hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankeliJke en kennelijk als zodanlg ingerlchte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond nlet is aangelijnd; c. buiten de bebouwde kom op de weg ofop een voor het publlek toegankellke plaats als de
hond niet is aangelijnd; of d. op de weg als dle hond nlet ls voorzlen van een halsband of een ander ldentiflcatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2. Het eerste lid, aanhef en onder â tot en met c, ls nlet van toepassing op de elgenaar of houder van een hond:
a. die zlch vanwege zljn handlcap door een geleldehond of soclale hulphond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalifìceerd is; of
b. die deze hond aantoonbaar gekwalifìceerd opleidt tot geleldehond of sociale hulphond. Anlkel 2:58 Verontrelnlglng door honden
I 2 3 4
5
Oegene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht eryoor te zorgen dat de ultwerpselen van dle hond onmiddellljk worden venriJderd. Het eers¡e lid is nie¡ van toepassing op de elgenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handlcap door een geleidehond of sociale hulphond laat begelelden. Degen€ dient daartoe een deugdelijke voorziening bij zich ¡e hebben waar¡n of waarmee hU/zU de ultwerpselen kan meenemen en dlent deze voorzlenlng op eerste vordering te tonen aan de met het toezicht belaste ambtenaar. Voor de toepasslng van dit artlkel wordt onder Teugdelfke voorzienlng'verstaan een voonverp waarmee uitwerpselen op een hygiënisch verantwoorde w¡Jze opgeraapt kunnen worden, alsmede een voorwerp waarin de uitwerpselen op een hygiënlsch verantwoorde wijze kunnen worden meegenomen. zoals een hondenpoepzakJe of een hondenpoepschepje. Het eerste lid is nlet van toepasslng op door het college aangewezen plaatsen.
Artlkel 2:59 Gevaarllfke honden
I
lndien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de elgenaar of houder van dle hond een aanliJngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggin voor zover die hond, anders dan kon aangelijnd, verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
2 Een aanlijngebod houdt ¡n dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met 3
een lljn met een lengte, geme¡en van hand tot halsband, van ten hoogste I,50 meter. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien ¡e houden van een
muilkorf die:
a. vervaardigd is van stevlge kunststof. van stevig leer ofvan belde stoffen; b. door middel van een stev¡ge leren riem zodan¡g rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens nlet mogel[k lst en
c. zodanig is ingericht dat de hond n¡et kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een 4
gerlnge opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eers¡e l¡d voorzien te zfn van een door de bevoegde mlnlster op aanvraag verstrekt unlek identiflcat¡enummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. 28
Artlkel 2:60 Houden van hlnderlfke of schadelflke dleren
I
2 3
Het is verboden op door het college ter voorkomlng of beëlndiglng van overlast of schade aan de openbare gezondheld aangewezen plaatsen, buiten een inr¡chtlng ln de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerklngtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbeslult aangedulde dieren: a. aanwezig te hebben: b. aanwezlg te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels: c. aanwez¡g te hebben ¡n een groter aan¡al dan ln het aanwijzingsbeslu¡t is aangegeveñt of Her college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een plaats dle krachtens het eerste lid is aangewezen. onthefflng verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid Op de onthefflng ls paragraaf 4. I .3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve flctleræ beschlkklng blj niet tijdig beslissen) niet van toepass¡n9.
Artlkel 2:61 Wlde dleren (gereserveerd)
Artlkel 2:62 Loslopend vee De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich bevlnden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg ls afgesche¡den door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanlge maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg nlet kan berelken.
Artlkel 2:63 Duiven (gereserveerd)
Artlkel 2:64 B[en
I
He¡ is verboden bljen te houden: a. binnen een afstand van dertig meter van wonlngen of andere gebouwen waar overdag mensen
verblijven:
b. binnen een afstand van dertig meter van de weg. 2 Het verbod in het eerste lid ls niet van toepasslng indlen op een afstand van ten hoogste zes meter 3 4
vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en lnvliegen van de bijen te voorkomen. Het verbod ln het eerste lld, aanhef en onder a, ¡s n¡et van toepasslng voor de bljenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld ln dat lid. Het verbod ln het eerste lld. aanhef en onder b is niet van toepassing op situaties waarin wordt
voorzien door het Provinciaal wegenreglement.
5 Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffìng verlenen. 6 Op de onthefflng ls paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (posit¡eræ fictieve beschikking bij niet tudig besllssen) van toepassing.
Artlkel 2:65 Bedelar[ Het ls verboden op of aan de weg of in een voor het publlek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken ter voorkomlng of beëindiging van overlast.
Artlkel 2:65a Slaapverblflf op de weg 29
I
2
Het is verboden op een openbare plaats. al dan niet in een motorvo€rtuig, tÊ slapen, dan wel op of aan de weg een voenuig, woonwagen, tent, caravan of een soortgel[k of ander onderkomen te plaatsen met het kennel[ke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te slapen dan wel gelegenheid daartoe te bieden. Het ls verboden zich biJ een gevoelstemperatuur van - I 0 oC of kouder tussen 2 I :00 uur en 07:00 uur op te houden in de bui¡enlucht met het kennelfke doel een aanzlenl[k deel van de nacht in de bu¡tenlucht door te brengen.