CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Boekwerk Kadernota 2027 inclusief 1e bijstellingen 2026 def

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: Kadernota 2027 inclusief 1e bijstellingen 202624.519 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

28

DP1.1 - Onderuitputting accommodatie buitensport Vanaf 2022 zien we een gemiddelde structurele onderuitputting van zo'n € 22.000. Het budget is in deze jaren niet aangepast. In het kader van actieplan sluitende begroting is dit nu reden om deze post te verlagen met € 20.000. DP1.1 - Onderuitputting leerlingenvervoer Vanuit actieplan sluitende begroting is ook bij de analyse bij de jaarrekening 2025 gezien dat er middelen niet volledig besteed zijn. Daarom wordt hier het budget met € 20.000 bijgesteld naar beneden. DP1.1 - Regiogelden cultuur In 2025 is de Meerjarenvisie 2025-2028 Cultuurregio Noord- en Midden-Limburg vastgesteld door het college. In de bijbehorende samenwerkingsovereenkomst tussen de regiogemeenten zijn de gemeentelijke bijdragen voor de periode 2025 tot en met 2028 vastgelegd. De financiële gevolgen hiervan zijn budgettair neutraal verwerkt aan zowel de opbrengstenkant als de kostenkant. DP1.1 - Regionale begroting aanpak Geweld in Afhankelijkheidsrelaties 2026 In het college van 25 november 2025 is besloten om de samenwerkingsovereenkomst Geweld in Afhankelijkheidsrelaties Noord- en Midden-Limburg aan te gaan. De dekking wordt gevonden in Jeugdmiddelen (€ 128.967) en Beschermd Wonen/ Maatschappelijke Opvang/ Bemoeizorg & Preventie (€ 152.572).

Bij deze wijziging wordt het gedeelte van Beschermd Wonen/ Maatschappelijke Opvang/ Bemoeizorg & Preventie overgeheveld naar de Jeugdmiddelen, zijnde € 152.572. Dit betreft een budgettair neutrale wijziging. DP1.1 - Stand van zaken Maatschappelijke visie op accommodaties In de Programmabegroting 2026 – 2029 is de opdracht opgenomen om een maatschappelijke visie op accommodaties te ontwikkelen. Voor de visie nemen we een bureau in de hand om die samen met ons te ontwikkelen. Hiervoor is een werkbudget nodig van € 46.000. DP1.1 - Stichting BiblioNu De subsidie aan BiblioNu betreft een begrotingssubsidie. Bij de vaststelling van de begroting 2026 is het subsidieplafond vastgesteld op € 1.374.456. Om de subsidie juridisch gezien rechtmatig te verstrekken dient het subsidieplafond verhoogd te worden. De verhoging leidt niet tot extra kosten. Binnen de begroting is het bedrag gedekt en is het budget voor 2026 met € 17.000 naar beneden bijgesteld. Daarnaast is de oorspronkelijk korting van 10% op de decentralisatieuitkering Informatiepunt digitale overheid (IDO) teruggedraaid. Het subsidieplafond wordt hier eveneens op aangepast. DP1.1 - Stichting St. Odapark Op basis van het aangevraagde subsidiebedrag voor 2026 is het budget met toepassing van de OVA-index voor het Odapark meerjarig naar beneden bijgesteld met € 3.000 in 2026 tot en met 2028 en € 4.000 in 2029 en 2030.

DP1.1 - Venrays Museum Op basis van het aangevraagde subsidiebedrag voor 2026 is het budget met toepassing van de OVA-index voor het Venrays museum meerjarig naar beneden bijgesteld met € 5.000 in 2026 en 2027 en € 6.000 in 2028 tot en met 2030.

29

DP1.1 - Verlaging voorfinanciering 't Nest Er vindt eigen financiering plaats door 't Nest, hierdoor kan de financiering vanuit de gemeente Venray verlaagd worden. DP1.1 - Verschuiving haalbaarheidsonderzoek IHP Eigenwijs (Oirlo) van 2029 naar 2028 Het IHP (Integraal Huisvestingsplan) 2025-2040 is op 23 september 2025 vastgesteld door de raad. Hierin staat opgenomen dat de school Eigenwijs in 2031 wordt gerealiseerd. Twee jaren van tevoren wordt gestart met de voorbereiding en bouw oftewel in 2029. Dat houdt in dat in 2028 het haalbaarheidsonderzoek dient plaats te vinden. Het jaar van realisatie van Eigenwijs was in het begin van 2025 niet bekend. In de MUIP is de realisatie van de school aangepast en hierdoor dient ook jaar van het haalbaarheidsonderzoek aangepast te worden (was 2029). DP1.2 - Bijzondere bijstand Per 1 januari 2026 zijn de tarieven voor verschillende vormen van schulddienstverlening (onder andere bewindvoering en curatele) vrijgesteld van btw. Hierdoor dalen de kosten van deze voorzieningen met ongeveer 21% binnen de bijzondere bijstand. Tegelijkertijd zijn de tarieven voor bewindvoerders verhoogd. Per saldo leidt dit tot een lagere besparing (minder dan 21%). De verwachting is dat de kosten voor deze vormen van bijzondere bijstand met circa 4% afnemen, wat neerkomt op ongeveer € 20.000. Het budget is daarom met € 20.000 meerjarig naar beneden bijgesteld.

DP1.2 - Bijzondere bijstand (wijziging participatiewet) Vanaf 1-1-2026 hebben er enkele wijzigingen plaatsgevonden in de Participatiewet als gevolg van de inwerkingtreding van de Participatiewet in Balans. De aanvulling op de jongmeerderjarigen-norm (18–21 jaar) is per 1 januari 2026 in beginsel gelijk voor alle gemeenten - via algemene bijstand in plaats van bijzondere bijstand. Het budget is daarom overgezet naar het budget Participatie-IOAW-IOAZ BBZ 2004. Uit de analyse is echter ook gebleken dat het overgezette budget zou mogen vrijvallen, aangezien binnen de huidige begroting nog ruimte zat om deze kosten op te vangen. Het budget is daarom meerjarig met € 53.000 naar beneden bijgesteld. DP1.2 - Jeugd Bovenregionale kosten jeugdvoorzieningen De begroting voor de (boven)regionale kosten jeugdvoorzieningen is bijgesteld op basis van de te verwachte werkelijke kosten 2026 en de verdeelsleutel jeugd 2026. Dit levert meerjarig een voordeel op van € 67.000 in 2026, € 74.000 in 2027, € 77.000 in 2028, € 81.000 in 2029 en € 84.000 in 2030. DP1.2 - Jeugd Corr ova-index mgr De MGR houdt rekening met de definitieve samengestelde ova-index van 5,13%. In de huidige begroting was rekening gehouden met de voorlopige ova-index van 4,24%.

De kostenplaatsen van de jeugdzorg die producten met regionale inkoop bevatten zijn daarom meerjarig naar boven bijgesteld met € 146.000 in 2026, € 305.000 in 2027, € 479.000 in 2028, € 669.000 in 2029 en € 875.000 in 2030. DP1.2 - Participatie-IOAW-IOAZ-BBZ 2004 Op basis van ervaringen uit voorgaande jaren en een berekening voor 2026 is de verwachting dat de uitkeringslasten lager uitvallen dan begroot. Hierbij wordt wel een slag om de arm gehouden, omdat de macro-economische vooruitzichten minder rooskleurig zijn en recente geopolitieke ontwikkelingen kunnen doorwerken in het uitkeringenbestand. Daarnaast wordt het BUIG-budget gedurende het jaar nog tweemaal door het Rijk bijgesteld. Omdat de definitieve hoogte van het budget daarmee nog kan wijzigen, wordt het budget op dit moment alleen voor 2026 met € 500.000 naar beneden bijgesteld.

30

DP1.2 - Participatie-IOAW-IOAZ-BBZ-2004 (verhaal/terugvordering) Op basis van ervaringen uit voorgaande jaren en de actuele boekingen in 2026 verwachten we meer terug te vorderen/te verhalen dan nu begroot. Daarom kan dit budget éénmalig met € 35.000 naar boven worden bijgesteld. DP1.2 - Re-integratiebudget per 1-1-2026 bieden we geen collectieve begeleiding meer aan om inwoners naar werk te begeleiden, alleen nog maar individuele begeleiding. Het volledige budget is daarom meerjarig overgeheveld naar individuele begeleiding. DP1.2 - Sociale werkvoorziening De gemeentelijke bijdrage in het tekort van de NV is verdeeld over twee grootboekrekeningen. Betreft dus enerzijds een administratieve correctie en het restant á € 12.000 kan vrijvallen ten gunste van het begrotingsresultaat. Voor de ontvlechting van de NLW hebben de raden van de drie deelnemende gemeenten apart budget vrijgemaakt en van verrekening tussen gemeenten is geen sprake meer. DP1.2 - Sociale werkvoorziening (verdeelsleutel) In de huidige verdeelsleutel voor de verdeling van het exploitatietekort van de NLW NV (€ 1,9 mln.) zit een omissie. Daarom wordt er een correctie uitgevoerd voor het lagere aandeel van Venray in de dekking van het exploitatietekort van de NLW NV. Dit betreft een bedrag van € 300.000, wat 50% - 50% wordt verdeeld tussen Peel en Maas en Horst aan de Maas.

Het budget voor het jaar 2026 is daarom met € 300.000 naar beneden bijgesteld. DP1.2 - Stichting Leergeld Stichting Leergeld heeft voorgaande jaren een grotere reservepositie opgebouwd dan is toegestaan. Ze gaan in 2026 eenmalig interen op de reserve en hebben daardoor minder subsidie nodig dan eerder aangevraagd en begroot. Hierdoor kan het budget voor het jaar 2026 met € 150.000 naar beneden worden bijgesteld. DP1.2 - Verschuiving periode terugbetalingsverplichting lening Continuïteitsplan van de Mutsaersstichting In de huidige begroting is de periode van terugbetalingsverplichting van de lening Continuïteitsplan van de Mutsaersstichting, in 5 jaar opgenomen voor 2025-2029. Dit moet zijn 2026-2030. Met deze wijziging wordt het bedrag van 2030 opgenomen. DP1.2 - Wet inburgering Op basis van de voorlopige specifieke uitkering Wet inburgering is het budget budgettair neutraal naar beneden bijgesteld. DP1.2 - WMO beschermd wonen De gemeenten in de regio Noord- en Midden-Limburg werken samen op het gebied van Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen, Bemoeizorg en OGGZ-Preventie. De inkoop van deze producten vindt plaats in onze Modulaire gemeenschappelijke regeling via een aparte module (module 2 MGR). Na verrekening van alle inkomsten en uitgaven binnen module 2 blijft er een bedrag over wat op basis van een verdeelsleutel over de deelnemende gemeenten wordt verdeeld.

Deze inkomsten landen altijd binnen het programma leven. Vanuit deze inkomsten worden diverse vaste kosten betaald die horen bij de regionale afspraken. Jaarlijks was er altijd sprake van een overschot wat bij het einde van het jaar ten gunste komt van de algemene middelen. Omdat alle vaste kosten, behorende bij de regionale afspraken in de reguliere begroting opgenomen staan worden de restantmiddelen voortaan niet meer als surplus opgenomen. Het budget is daarom naar beneden bijgesteld met € 650.000 in 2026, € 437.000 in 2027, € 717.000 in 2028, € 633.000 in 2029 en € 568.000 in 2030.

31

DP1.2 - WMO Corr ova-index mgr De MGR houdt rekening met de definitieve samengestelde ova-index van 5,13%. In de huidige begroting was rekening gehouden met de voorlopige ova-index van 4,24%. De kostenplaatsen van de WMO die producten met regionale inkoop bevatten zijn daarom meerjarig naar boven bijgesteld met € 49.000 in 2026, € 102.000 in 2027, € 161.000 in 2028, € 225.000 in 2029 en € 294.000 in 2030. DP1.2 - WMO hulp bij het huishouden In 2025 is het aantal inwoners met Hulp bij het huishouden wederom gestegen waardoor het budget 2025 met € 130.000 is overschreden. De begroting 2026 is hier nog niet op aangepast. Per 1-1-2026 worden de tarieven Hulp bij het Huishouden verhoogd vanwege een nieuw tarievenonderzoek. Met de stijging uit 2025 en de nieuwe tarieven is het budget hulp bij het huishouden naar boven bijgesteld met € 180.000 in 2026, € 245.000 in 2027, € 316.000 in 2028, € 394.000 in 2029 en € 477.000 in 2030. DP2.1 - Subsidieregel verhuisvouchers In het omgevingsprogramma Wonen staat de verhuisvoucher als maatregel opgenomen. Een verhuisvoucher wordt verstrekt aan ouderen met een sociale huurwoning die willen doorstromen naar een levensloopbestendige sociale huurwoning. Per verhuisvoucher zal € 3.000 beschikbaar gesteld worden om de ouderen bij te staan in de verhuizing. Voor 2026 stellen we 25 verhuisvouchers beschikbaar met een totaalbudget van € 75.000.

De dekking van de middelen komt uit het Ontwikkelperspectief Sociale Woningbouw (OSW). Om de subsidie zowel juridisch als financieel rechtmatig te maken is het nodig om per subsidieregeling een subsidieplafond vast te stellen. Dit is een bevoegdheid van de raad. DP2.2 - Onderuitputting klussen OMOP Er is de afgelopen jaren minder aan klussen/kleine gebreken aan vooral verhardingen en wegen uitgegeven, omdat de laatste jaren een inhaalslag in reconstructie van straten is uitgevoerd. Hierdoor kan het budget vanaf 2026 verlaagd worden met €25.000. DP2.2 - Verkoop privaatrechtelijke woning Als gevolg van de verkoop van de privaatrechtelijke woning komen de daaraan gekoppelde budgetten te vervallen. Het budget wordt daarom structureel afgeraamd met € 6.925 euro aan huuropbrengst (baten) en € 689 euro aan brand en stormschade verzekering (lasten). DP2.3 - Aanpak illegale werkzaamheden Uitvoering van de motie 0752 Aanpak illegale werkzaamheden. 1. De juridische en bestuurlijke mogelijkheden te verkennen die ons de mogelijkheid biedt om effectiever op te treden tegen illegale werkzaamheden, waaronder, maar niet beperkt tot: a. Het verhogen van leges voor achteraf ingediende vergunningaanvragen; b. Het opleggen van bestuurlijke boetes; 2.

Andere mogelijkheden te verkennen om het onvergund uitvoeren van werkzaamheden tegen te gaan en te bestraffen en in brede zin consequenties op te leggen; 3. Dit als onderdeel van het handhavingsen nalevingsbeleid aan de gemeenteraad voor te leggen met een concrete uitwerking om illegale werkzaamheden tegen te gaan en te bestraffen;

32

DP2.3 - Evenementen energiekosten Als gevolg van een stijging in energiekosten wordt het budget evenementen structureel verhoogd. In het kader van een doelmatige uitvoering van de werkzaamheden wordt voorgesteld om structureel het budget evenementen met betrekking op de energiekosten met €15.000 euro (lasten) te verhogen. DP2.3 - Evenementen opbrengst leges Voorgaande jaren wordt minstens tweemaal de begrote opbrengst gerealiseerd in leges voor de evenementen. Om de begroting beter aan te sluiten met de werkelijkheid wordt daarom de opbrengst voor de leges structureel verhoogd met € 7.248 (baten). DP2.3 - Onderuitputting accommodatie brandweerkazerne Op de post onderhoud hebben we al enkele jaren te maken met onderuitputting. De brandweerkazerne staat op de nominatie om afgestoten te worden, vandaar dat we slechts het hoognodige onderhoud plegen. Daarmee stijgt wel het risico dat we een keer onverwachte extra kosten gaan krijgen. Desondanks kiezen we er, in het kader van actieplan sluitende begroting, nu voor om deze post te verlagen met € 20.000. DP2.3 - Systeem Khonraad Het budget dat bedoeld is voor bestuurlijke voorbereiding rampenbestrijding wordt overschreden door structurele kosten voor het systeem Khonraad.

Waardoor er geen bestedingsruimte meer is voor daadwerkelijke voorbereidingskosten als weerbewaking bij evenementen en onvoorziene uitgaves ten aanzien van spontane vondsten van explosieven. Daar bovenop hebben we dit jaar een uitdaging met het realiseren van noodsteunpunten. Tijdens een ramp of crisis dienen we door middel van noodsteunpunten voorbereid te zijn, maar om die te realiseren is vooronderzoek nodig. Hierdoor worden de overige uitgave structureel met € 25.000 verhoogd (lasten). DP2.3 - Terrassen gebruik gemeentegrond Als gevolg van een een grote afwijking in 2025 worden de opbrengsten voor het gebruik van de gemeentegrond structureel verhoogd. Om de begroting beter aan te sluiten bij de werkelijkheid wordt daarom de opbrengst structureel verhoogd met € 12.200 (baten). DP3.1 - Onderuitputting economische ontwikkeling Vanaf 2022 zien we een onderuitputting op het vrije structurele deel. Het budget is in deze jaren niet aangepast. In het kader van actieplan sluitende begroting is dit nu reden om deze post te verlagen met € 25.000. DP3.1 - Onderuitputting Venray Bloeit We zitten in een transitie voor wat betreft de Venray Marketing en 2025 was het jaar van de overgang van Venray Bloeit naar een nieuwe vorm van Venray Marketing. Dat laatste is in 2025 helaas nog niet van de grond gekomen, maar in 2026 wordt helder hoe e.e.a. voor de komende 4 jaar wordt geregeld.

Omdat de mogelijke claim op het budget nu nog onduidelijk is wordt, in het kader van actieplan sluitende begroting, deze post verlaagd met € 15.000. DP3.2 - Onderuitputting Kuntswerken en duikers Vooruitlopend op het nieuwe kunstwerkenbeheerplan kan het budget vanaf 2027 verlaagd worden met €25.000.

33

DP3.2 - Onderuitputting openbare verlichting Met betrekking tot de energiekosten en de onderhoud van technische installaties is de laatste jaren minder uitgegeven dan begroot. Hierdoor kun het budget op energiekosten met €20.000 verlaagd worden en op onderhoud technische installaties met €10.000 verlaagd worden. DP4.1 - Bestuurlijke samenwerking Binnen het budget van de bestuurlijke samenwerking, wordt de begroting voor de overige uitgaven structureel afgeraamd. Het budget voor de post overige uitgaven (lasten) komt hiermee met een bedrag van € 8.065 te vervallen. DP4.1 - Uitslagenavond gemeenteraadsverkiezingen Er wordt een uitslagenavond georganiseerd voor de gemeenteraadsverkiezingen. In het kader van een doelmatige uitvoering van de werkzaamheden wordt voorgesteld om incidenteel de begroting te verhogen voor de representatiekosten van het College van B&W met € 10.400. DP4.2 - AI-ondersteuning KCC De gemeente Venray werkt op dit moment aan de ontwikkeling van een eigen AI omgeving. Daarnaast onderzoeken zij hoe het KCC-proces verder te verbeteren is met behulp van AI en ondersteunende technieken zoals de kennisbank. Het doel: KCC-medewerkers nóg beter ondersteunen, zodat inwoners sneller, consistenter en vaker in één keer goed geholpen worden.

Dat verhoogt niet alleen de kwaliteit van onze dienstverlening, maar ook het werkplezier van onze medewerkers en het verkleint ook nog eens de afhankelijkheid van individuele kennis! De bijbehorende lasten zijn voor 2026 € 200.000. Dit bedrag wordt volledig beschikbaar gesteld door de VNG. DP4.2 - Applicatie Suites van het sociaal domein De applicatie Suites gaat over naar de cloud. Dit brengt structureel € 30.000 euro aan lasten met zich mee. DP4.2 - Basisregistratie personen In de gemeente Venray maken we gebruik van pinautomaten van JCC om betalingen aan de balie te faciliteren. Deze automaten zijn verouderd en moeten worden vervangen om veilig te blijven werken en te voldoen aan de geldende toegankelijkheidswetgeving. Het budget voor het jaar 2026 is daarom met € 3.000 naar boven bijgesteld. DP4.2 - Personeelslasten Aangezien de premies voor de ERD-verzekering (eigenrisicodragensverzekering) flink zijn gestegen moeten deze structureel met € 230.000 verhoogd worden. De gemeente Venray is verantwoordelijk voor de uitkering en re-integratie van (ex-)werknemers. Tevens moeten de advieskosten structureel met € 50.000 verhoogd worden. DP4.2 - Transformatiebudget - VIC De inrichting van de nieuwe afdeling Control is een organisatorische transformatie vanuit verschillende andere afdelingen.

Om het nieuwe team snel op vlieghoogte te brengen is een aanvullende investering nodig op het gebied van de IC en AO. Door de overgang van werkzaamheden, de implementatie van een nieuw financieel systeem en aangescherpte regels en eisen op het gebied van accountancy en rechtmatigheid, moet kennis en (nieuwe) vaardigheden in het nieuwe team worden opgebouwd en moeten werkvoorraden versneld worden afgebouwd. Hiervoor wordt externe inhuur ingezet voor de duur van een half jaar. Kosten worden deels gedekt uit lumpsum en voor € 45.000 uit het transformatiebudget.

34

DP4.2 - Verordening en instellingsbesluit Commissie bezwaarschriften gemeente Venray Omdat de huidige verordening Commissie bezwaarschriften gemeente Venray is vastgesteld in de raadsvergadering van 2 november 2021. Dat is ruim vier jaar geleden. De verordening is onderworpen aan een nieuwe check. Daarna is besloten om de verordening naar voorbeeld van de modelverordening voor de behandeling van bezwaarschriften van de VNG van 2022 aan te passen. Aansluitend hierop is ook gekeken naar de instellingsbesluiten en is besloten om één instellingsbesluit te maken voor de Commissie bezwaarschriften van de gemeente Venray namens de drie bestuursorganen. Vanaf maart 2026 gaan wij structureel meer hoorzittingen inplannen om alle bezwaarschriften tijdig weggewerkt te krijgen. De kosten die hiermee samenhangen zijn ruim €10.000 op jaarbasis. DP4.3 - Frictiegelden personeel In het CMT is reeds besloten dat het frictiebudget met de huidige jaarlijkse storting niet meer voldoende groot om in de aankomende jaren de kosten te dekken. Het frictiebudget is in het leven geroepen omdat niet iedereen de souplesse heeft om met veranderingen mee te groeien en/of de (veer)kracht om de daardoor ontstane druk op te vangen.

Daarmee wordt een hoge mate van verantwoordelijkheid gelegd bij de werkgever om de juiste balans tussen de belangen van de organisatie en de belangen van de werknemer te vinden en te behouden. In dit spanningsveld zijn personele fricties onvermijdelijk. Om een zorgvuldige uitvoering te waarborgen is ‘Personele fricties’ in het leven geroepen. Dit strekt tot dekking van de aan de uitvoering van deze vangnetregeling verbonden kosten. De extra storting die benodigd is, is voor 2026 € 184.433, 2027 € 214.180, 2028 € 239.557 en voor 2029 € 264.370. DP4.3 - Mutatie gemeentefonds 2030 Mutatie gemeentefonds 2030. DP4.3 - Reclamebelasting nieuwe uitvoering De uitvoering en controle van de reclamebelasting gaat via ANG lopen via een zogenaamde R-app. De jaarlijkse kosten hiervoor begroten we op de kostenplaats reclamebelasting uitvoering. De perceptiekosten die vrijvalt tussen de kostenplaatsen baten en lasten reclamebelasting kunnen ingezet worden voor deze kosten. Grondbedrijf 1e berap 2026 De wijziging betreft de bijstelling van de budgetten van het grondbedrijf op basis van de laatste ontwikkelingen. Mutaties vinden budgettair neutraal plaats binnen de budgetten van het grondbedrijf en hebben geen effect op het begrotingsresultaat.

Kapitaallasten Doordat de planning van de uitgaven en inkomsten van de lopende investeringen is verschoven bij de actualisatie en een aantal investering zijn afgesloten met een restant, veranderen ook de kapitaallasten. Deze kapitaallasten zijn opnieuw berekend. Door deze aangepaste financiële planning worden de totale verwachte kapitaallasten voor 2026 € 741.115 lager, voor 2027 € 65.583 lager, voor 2028 € 102.640 lager, voor 2029 € 17.875 lager en voor 2030 € 8.945 hoger.

35

Verloop investeringen In onderstaand overzicht is het verloop van de investeringen weergegeven vanaf de jaarrekening 2025. Met het vaststellen van de jaarrekening 2025 heeft de raad goedkeuring gegeven om restant investeringen te sluiten. Het bedrag aan afgesloten investeringen bedraagt € 252.565. Dit is in mindering gebracht op de stand per 31 december 2025. Hierdoor is een nieuwe stand ontstaan per 1 januari 2026 voor de restant investeringen 2025. Deze zijn geactualiseerd bij de 1e bestuursrapportage 2026.

Activa categorie Oorspronkelijk (bedragen x €1.000) krediet

Verwacht restant eind 2025

Uitgaven planning 2026

217 790

169 556

169 556

N270 Via Venray Onderwijs Oostverbinding Openbare Verlichting Overige restant kredieten

3.581 49.121 6.160 2.335 6.983

267 39.520 2.542 2.066 1.834

116 9.448 2.542 582 284

Riolering

31.802

27.373

Schoon Door De Poort Speeltoestellen Sport

1.514 241

Upgrade Stationsomgeving Wegen/verkeer WMO Totaal

Afval Grond en Bos

Uitgaven planning 2027

Uitgaven planning 2028

Uitgaven planning 2029

10.627

13.503

150 5.942

605 1.040

435 20

445 490

9.835

6.328

5.605

5.605

1.421 241

322

317 241

453

330

2.425

2.397

-1.615

4.012

90.202 2.410 197.782

76.592 2.410 157.387

35.100 625 57.963

18.151 585 41.905

13.255 595 33.866

10.086 605 23.653

36

Majeure projecten

Project Het Henseniuskwartier Bestuurlijke opdrachtgever

Erik van Daal

Projectfase

Uitvoering

Startdatum project

13-10-2021

Looptijd project

Beschrijving project

De uitvoering van diverse thema's en deelprojecten loopt en is verbeeld in de Routekaart Veilig en leefbaar Henseniuskwartier. De keuzes die gemaakt zijn en nog worden m.b.t. de coffeeshops en flankerende maatregelen, bepalen de looptijd van het gehele project. Met het laatste raadsbesluit d.d. 14 mei 2024 is vastgesteld het cannabisbeleid (ook over de grens in Duitsland) en het veiligheidsbeeld van het gebied de komende jaren nauwgezet te blijven volgen en na afloop van het landelijk experiment gesloten coffeeshopketen (looptijd 2025 - 2029) vervolgbeleid of -stappen te formuleren. Een integrale aanpak voor een veilig en leefbaar Henseniuskwartier.

Doel

Het verbeteren van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in het Henseniuskwartier.

Voortgang en ontwikkelingen

Door inzet van betrokken partijen, flankerende maatregelen en toezicht is het actuele beeld in het Henseniuskwartier rustig te noemen. We houden de vinger aan de pols, monitoren en ondernemen actie waar nodig. Financieel of beleidsinhoudelijk zijn er geen afwijkingen.

Financiën (en eventuele ontwikkelingen)

Uitvoeringsmaatregelen worden zoveel mogelijk uit reguliere budgetten bekostigd. In het geval de reguliere budgetten ontoereikend zijn voor het uitvoeren van nieuwe flankerende maatregelen, wordt het college respectievelijk uw gemeenteraad middels separate besluitvorming om bijpassende financiële middelen gevraagd.

Risico's

Voor wat betreft het coffeeshopbeleid speelt een aantal variabelen mee waar de gemeente geen invloed op heeft, echter die wel van invloed kunnen zijn op de uiteindelijke besluitvorming om al dan niet één of beide shops te verplaatsen. Daarnaast moet bij het scenario wel verplaatsen rekening gehouden worden met lopende gemeentelijke huisvestingsopgaven en eventuele weerstand in de omgeving van een potentieel nieuwe locatie.

37

38

Project BV Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo Bestuurlijke opdrachtgever

Wim de Schryver

Projectfase

Realisatie

Startdatum project

01-01-2017

Looptijd project

Tot en met 2037

Beschrijving project

De BV Ontwikkelingsmaatschappij Greenport Venlo is samen met de BV Campus Vastgoed Greenport Venlo per 1 januari 2017 het vervolg van het majeure project Greenport Venlo. De Raad van de gemeente Venray heeft op 20 december 2016 besloten als aandeelhouder voor 5,4% deel te nemen in de BV Ontwikkelingsmaatschappij Greenport Venlo.

Doel

Doel is om het terrein van Greenport Venlo tot ontwikkeling te brengen. Achterliggende doelen zijn het creëren van werkgelegenheid voor de beroepsbevolking in de regio. Begin 2023 is, op basis van de bepaalde marktbehoefte (22 hectare), gestart met het locatieonderzoek. Hieruit kwam Smakterheide-Noord naar voren als voorkeurslocatie voor de invulling van de volledige behoefte. De raad heeft hiermee op 27 juni 2023 ingestemd. De planning is om de 22 hectare bedrijventerrein te ontwikkelen in combinatie met ca. 20 ha. natuur.

Voortgang en ontwikkelingen

Op 8 april 2025 heeft er een schriftelijke AVvA plaatsgevonden, De aandeelhouders zijn op die dag gevraagd een besluit te nemen over o.a. Smakterheide Noord (Klaver 15) en over Klaver 7 in Horst. Voor besluitvorming over Smakterheide Noord is op basis van de samenwerkings,overeenkomst en de statuten unanimiteit vereist. In de AVvA van 8 april zijn de besluiten over Klaver 7 én Klaver 15 aangehouden. De reden hiervoor is dat de AVvA eerst het planologisch kader voor Klaver 7 wil hebben vastgesteld. Om verdere vertraging te voorkomen gaat Venray nu zelf door met de planontwikkeling en de verwerving van de benodigde gronden van Smakterheide Noord. De planning van de vaststelling van een TAM-IMRO plan is inmiddels wel gewijzigd. Dat heeft niets te maken met het uitblijven van de besluitvorming door de overige aandeelhouders, maar met de recente jurisprudentie op het gebied van stikstof en met de complexiteit van het wettelijke kostenverhaal wat sinds de invoering van de Omgevingswet in het TAM-IMROplan moet worden opgenomen.

Financiën (en eventuele ontwikkelingen)

In de door de directie opgestelde actualisatie van de grondexploitatie (grex) medio 2024 is de ingeschatte tijdsplanning van de grondexploitatie verschoven van eind 2037 naar eind 2038. De eindwaarde van de grex op 31-12-2038 wordt nu geraamd op circa € 88,9 mln., dat is € 6,2 mln. hoger dan vorig jaar. Daarbij is nog geen ontwikkeling in Venray ingerekend.

39

Risico's

Om eventuele risico’s voor Venray (5,4% van het uiteindelijke resultaat) in de toekomst te kunnen opvangen is ervoor gekozen om binnen het grondbedrijf van Venray een reserve te vormen die gevoed wordt uit het jaarlijks te verkrijgen dividend, tot een maximum van het berekende risico. Deze reserve kan voor Venray als buffer dienen voor het opvangen van mogelijke toekomstige risico’s. Er loopt nog een aantal beroepsprocedures n.a.v. het weigeringsbesluit van 30 maart 2021. Uitkomst hiervan is nog onzeker. Een en ander heeft mogelijk ook financiële consequenties (verrekening gemaakte kosten van onderzoeken, gedane verwervingen, etc.). Een en ander wordt meegenomen in de businesscase.

40

Project Omgevingsprogramma landelijk gebied Bestuurlijke opdrachtgever

Daan Janssen

Projectfase

Realisatie

Startdatum project

30-03-2021

Looptijd project

Doorlopend

Beschrijving project

We willen goed zorgen voor ons mooie buitengebied en het gezond achterlaten voor volgende generaties. Om dit te bereiken moeten we anders naar ons buitengebied kijken. Alle belangen goed wegen en samen zoeken naar de juiste invulling. Een gebied waar ruimte blijft voor goed wonen, werken en recreëren. Dit is een grote uitdaging voor iedereen. Er spelen diverse onderwerpen in het landelijk gebied zoals agrarische bedrijvigheid, leegstand en ruimteclaims vanuit de energietransitie en klimaatverandering. Daarnaast is het belangrijk dat we biodiversiteit, natuur en landschap behouden en verbeteren. In ons toekomstige landelijk gebied zijn de functies tussen wonen en veehouderij beter gescheiden. In de zones rondom dorpen en woonclusters wonen we zonder (geur)overlast. Per gebied wordt gekeken of de nadruk komt te liggen op people, planet of profit. Deze gebiedsgerichte benadering zorgt voor een juiste balans tussen wonen (gezonde leefomgeving), verblijven, ondernemen en bodem, water en lucht in het landelijk gebied. Het uitgangspunt bij het maken van de keuzes is de landelijke wet- en regelgeving en onze eigen ambities en doelen uit de gemeentelijke omgevingsvisie.

Het rijks- en provinciaal beleid zetten de koers uit voor de aanpak van de Europese opgaven, waarbij de aanpak in gebieden ook in deze regeerperiode een belangrijke methodiek voor het integraal aanpakken van de opgaven lijkt te zijn. De eerste middelen worden vrijgemaakt voor de aanpak van stikstof, hydrologie en initiatieven ieven op het boerenerf. in Novex gebied de Peel voor Ondertussen zijn er al veel stappen gezet, zoals de aanpak van de beeindigingsregelingen, pilot ondernemersplan, verduidelijken van de omgevingsvisie van 2022 en de verdiepingsslag van het Ruimtelijk kwaliteitskader, meten luchtkwaliteit in het project grenzeloos meten, etc. Aankomende periode vormt de input die tot nu toe is opgehaald de basis voor de actualisering van het beleid in het landelijk gebied, waarbij het beleid direct omgevingswet proof gemaakt wordt. De aanpak in gebieden (Gedeelde Peel, De Bult, Novex gebied de Peel loopt door.

Doel

In het omgevingsprogramma wordt aangegeven hoe we de doelen en ambities uit de omgevingsvisie voor het landelijk gebied willen gaan halen. Hierin staat de koers, de projecten, de manier van werken en de programmafinanciering (bestaand geld) opgenomen.

41

Voortgang en ontwikkelingen

De gebiedsgerichte aanpak en het project nadere duiding en definiëring gezond en veilig Venray gaan belangrijke input leveren voor de actualisatie van beleid. Daarnaast geven de resultaten van deze projecten ook een betere invulling aan de doelen en ambities die in de omgevingsvisie zijn opgenomen. De volgordelijkheid van de trajecten zorgt ervoor dat de actualisatie van beleid in 2025 is opgestart. Daarnaast blijkt dat er erg veel belangstelling is voor de landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven in Venray. Het project monitoring is gepland in 2025.

Financiën (en eventuele ontwikkelingen)

Door het wegvallen van het NPLG zijn er minder beschikbare middelen voor de uitvoering om de doelen te halen.

Risico's

De grote opgaven in het landelijk gebied vragen om het maken van keuzen door het rijk en provincie. Zowel het niet maken van keuzen als het maken van keuzen die zorgen dat de doelen van de grote opgaven in het landelijk gebied gehaald worden, hebben effect op het landelijk gebied en haar inwoners en ondernemers.

42

Project Venray Vergroent (duurzaamheid) Bestuurlijke opdrachtgever

Erik van Daal

Projectfase

Realisatie

Startdatum project

17-09-2019

Looptijd project

Nog niet bekend

Beschrijving project

Zowel internationaal (Klimaatakkoord van Parijs), als nationaal (klimaatakkoord), maar zeker ook provinciaal, regionaal en lokaal, is er het besef dat duurzaamheid een van de grote opgaven is voor de komende decennia. Een opgave die (lokale) overheden, partners/organisaties en inwoners raakt. Als we het hier hebben over duurzaamheid, bedoelen we: energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. Het is duidelijk dat de opgave veel beleidsterreinen raakt en dat het van zowel de interne organisatie als onze inwoners en partners veel gaat vragen. Via het proces Venray Vergroent hebben we structuur aangebracht waarmee we overzicht en samenhang aanbrengen. Maar ook bewaken we hiermee een juiste fasering en prioritering en een effectieve en efficiënte inzet van middelen. Venray Vergroent is een van de omgevingsprogramma’s. De relatie met de andere omgevingsprogramma’s Wonen, Landelijk Gebied en Economie is daarmee snel gelegd. De verschillende omgevingsprogramma’s kunnen elkaar onder de koepel van de omgevingsvisie helpen en versterken als het gaat om het bereiken van de verschillende doelen. Maar ook met diverse andere beleidsterreinen, zowel binnen het meer ruimtelijk-fysieke domein als wanneer het gaat om het sociaal domein, wordt de samenwerking sterker. Denk bijvoorbeeld aan thema’s als gezondheid, tegengaan energiearmoede of projecten in het kader van Steenbreek.

Daarmee wordt duurzaamheid/Venray Vergroent steeds meer van ons allemaal.

Doel

Het uiteindelijke doel van dit proces is een duurzame Venrayse samenleving, door: • 55% CO2 reductie in 2030 en 95% CO2 reductie in 2050 (ten opzichte van 1990); • 45% van onze energiebehoefte lokaal hernieuwbaar opwekken; • Energiezekerheid door toekomstrobuust energiesysteem & sociale duurzaamheid; • Klimaatbestendig in 2045; • Circulaire werkwijze vanzelfsprekend in 2035.

43

Voortgang en ontwikkelingen

Energietransitie: Vanaf 2025 wordt het uitvoeringsprogramma energie uitgevoerd. In dit uitvoeringsprogramma wordt toegewerkt naar de nieuwe duurzame energie infrastructuur. Hierbij spelen onder andere hernieuwbare opwek, opslag en conversie (binnen lokale netwerken) een rol. De verwachte stijging van de elektriciteitsvraag en de effecten van netcongestie zien we nu al, en deze ontwikkelingen zetten alleen maar harder door de komende jaren. Er is gestart met onderwerpen waar nu mogelijkheden en behoefte ligt, zoals een energy hub op bedrijventerrein Smakterheide. Er is een intentieovereenkomst gesloten met Enexis om de netcongestie (filevorming op het net) aan het pakken door het stroomnet uit te breiden/te verzwaren. Dit gebeurt allereerst op basis van noodzakelijke veiligheid om overbelasting van netten te voorkomen en op basis van voorspellingen en verwachtingen over ontwikkelingen zoals nieuwe woningbouw of uitbreidende bedrijventerreinen en grootschalige opwek. Daarnaast werken we regionaal samen, in projecten en coalitions of the willing van de RES NML. Actueel zijn dit de COW Groen gas en de COW meerjarige collectieve ontzorgingsaanpak Nationaal Isolatie Programma (NIP). Vanaf november 2025 start de uitvoering van de ‘Meerjarige Collectieve Ontzorgingsaanpak Nationaal Isolatie Programma Noord- en Midden-Limburg’.

Een gezamenlijk project met 10 gemeenten in de RES NML regio. Het is gericht op het treffen van gebouw gebonden isolatiemaatregelen aan slecht geïsoleerde woningen voor eigenaar-bewoners. Hierbij wordt de woning duurzamer, daalt het aardgasverbruik en verbetert het energielabel. Met het meerjarig ontzorgingsaanbod willen we zo veel mogelijk eigenaar-bewoners in beweging krijgen. De eigenaar-bewoners met de kleinste portemonnee, wordt de meeste financiële ondersteuning geboden. Vanaf november worden de eerste eigenaar-bewoners benaderd.Ter bescherming van bedreigde diersoorten (o.a. vleermuis) bij het uitvoeren van isolatiemaatregelen is in 2025 is opdracht verleend voor het opstellen van een Soorten Management Plan (SMP) voor Venray.De voorbereidingen voor het opstellen van een Warmteprogramma lopen. Daartoe onderzoeken we mogelijke warmtebronnen en of de productie van groen gas een goede bijdrage kan leveren. Eind 2026 wordt het Warmteprogramma ter vaststelling aangeboden.Circulaire economie:Het plan van aanpak CE 2024-2025 wordt uitgewerkt tot een volledig uitvoeringsplan (oplevering q4 2025). Er is een transitieteam GWW ingericht om te werken aan de verschillende transities die op onze Grond-, Weg- en Waterbouw sector afkomen. Bij komende woningbouwprojecten wordt gekeken hoe circulaire economie daarin kan worden meegenomen.

Er worden stappen gezet met de onderzoeken en ontwikkelen van biobased-bouw materialen (hele keten).Klimaatadaptatie: Er is beleid ontwikkeld voor klimaat adaptief bouwen. De subsidieregeling voor klimaatadaptieve maatregelen rond het huis loopt. Inwoners/straten worden actief benaderd en gestimuleerd om geveltuinen aan te leggen en samen met de straat overtollige verharding te vervangen door planten. Daardoor dragen ze bij aan de ontstening en vergroening van straten en particuliere tuinen, het versterken van de biodiversiteit en het beperken van de hittestress. Er zijn weer een aantal schoolpleinen vergroent. Er zijn diverse ha nieuw bos aangelegd. We monitoren de biodiversiteit en 44

natuurwaarden. Het areaal met ecologisch bermbeheer breidt elk jaar uit.

45

Financiën (en eventuele ontwikkelingen)

Voor de uitvoering van de gemeentelijke taken rondom onder meer de verduurzaming van de gebouwde omgeving en het ruimtelijk programmeren van het energiesysteem hebben we in de jaren 2023 t/m 2025 middelen ontvangen als specifieke uitkering (SPUK) via de regeling 'capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE-regeling). In juli 2025 werd bekend dat in lijn met Hoofdlijnenakkoord er uitvoeringsmiddelen voor 2026 t/m 2030 worden uitgekeerd via het Gemeentefonds (bijzondere fondsuitkering). Het beschikbare bedrag voor deze jaren is ten minste gelijk aan het bedrag in 2025. Voor de jaren 2031 en verder, waarin de gemeenten nog volop bezig zijn met de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid zijn nog geen middelen gereserveerd. Er wordt door de ROB onderzoek gedaan naar de benodigde middelen voor de jaren 2031 t/m 2035.De regeling heeft tot doel om de capaciteit (bemensing) te vergroten bij decentrale overheden voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Dit gebeurt ook binnen Venray. Daarnaast wordt het budget ingezet om financieel bij te dragen aan de RES NML.

Risico's

We zien dat de rijksoverheid en provincie steeds meer een sturende rol pakken. Enerzijds door meer regels die de eigen invulling van de opgaven door de gemeente beperken en anderzijds door een veelheid aan subsidieregelingen waar de gemeente uitvoering aan mag geven. Deze geven mede sturing aan het beleid en de uitvoering. Alle transities zitten nu in de fase van versnelling. Er ontstaat ‘paniek’ omdat de transitie te langzaam gaat om klimaatdoelen te halen. Daarentegen stijgt ook de weerstand voor verandering bij veel inwoners. Ook lopen we tegen technische uitdagingen aan zoals o.a. de netcongestie en de ruimtelijke puzzel. Daarnaast is het ook moeilijk om de inwoners te bereiken en/of om de juiste kanalen te vinden. De uitdaging van de goede inwonerscommunicatie. Wat veel mensen niet beseffen is dat niet alles meer kan en het kan niet blijven zoals het was. De garantie van voldoende grondstoffen en voorzieningen (gas, schoon water, printplaten) is er niet meer. Ook de fysieke en sociale veiligheid is niet meer gegarandeerd (denk aan overstromingen, hitte, hagel, onvrede tussen buren over verduurzaming). Het grootste deel van de opgave zal door de samenleving gerealiseerd moeten worden. Door het goede voorbeeld te geven kunnen we dit aanjagen en waar nodig en mogelijk kunnen we faciliteren, maar aan de andere kant kent onze rol ook grenzen.

46

Bijlagen Bijlage 1. Totaaloverzicht MUIP-aanvragen Programma 1 Leven

Leven Omschrijving (Projecten) Bedragen x € 1 Omgeving

DP1.1 - IHP Eigenwijs (Oirlo)

Omgeving

DP1.1 - Inrichting gymzaal MFC Wanssum

Omgeving

DP1.1 - Noodlokalen De Kruudwis

Omgeving

DP1.2 - Bruikleenvoorziening WMO 2030

Omgeving

DP1.2 - Regionaal budget Jeugd preventie, vroegsignalering en versterken omgeving

Omgeving

MUIP kapitaallasten

Totalen Naam

Omgeving

DP1.1 - IHP Eigenwijs (Oirlo)

Omgeving

Omgeving

2027

2028

Exploitatielasten

2029

2030

380.880

3.047.040

2027

2028

2029

2030

50.452 73.047

75.261

79.350

79.350

79.350

4.070

4.023

9.308

83.420

156.420

163.919

565.000 79.350

50.452

Leven (Projecten)

Omgeving

Investering

380.880

3.612.040

79.350

Omschrijving

De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht ten aanzien van de huisvesting van het primair en speciaal onderwijs. Eind 2025 is het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs geactualiseerd het IHP 2025-2040 is vastgesteld door de gemeenteraad. Ook stemde zij in om jaarlijks een project mee te nemen in de volgende kadernota conform de termijnen en financiële vertaling van dat IHP zodat de financiële continuïteit is gewaarborgd. Er zal voor het jaar 2029 een bedrag worden opgenomen. DP1.1 - Inrichting gymzaal MFC De gemeente heeft een wettelijke zorg voor de planning en financiering van voldoende geschikte ruimte voor Wanssum bewegingsonderwijs en voor de financiering van de eerste inrichting. In het MFC Wanssum bevindt zich een gymlokaal, betaalt door MFC Wanssum, waarbij de gemeente de eerste inrichting betaalt. Naast de leerlingen van De Peddepoel (Wanssum) zullen ook de leerlingen van Sint Anna (Blitterswijck) gebruik maken van deze gymzaal (maken nu gebruik van een gymlokaal in een andere gemeente). Op die manier houden we het bewegingsonderwijs in onze eigen gemeente. DP1.1 - Noodlokalen De Kruudwis Op dit moment staan er noodlokalen bij basisschool De Kruudwis omdat deze scholen in het huidige gebouw te weinig ruimte hebben. In het IHP wordt gesproken over (ver)nieuwbouw van de Kruudwis. Het IHP is vastgesteld door de raad.

De vergunning voor units bij de Kruudwis is met 5 jaar verlengd; tot en met medio 2030. De gemeente moet de school blijven faciliteren in voldoende en adequate huisvesting. Dit betekent dat de huidige noodlokalen van De Kruudwis ook in 2029 en 2030 bekostigd moeten worden. DP1.2 - Bruikleenvoorziening WMO 2030 De gemeente is via de Wet maatschappelijke ondersteuning er verantwoordelijk voor dat mensen zich in huis en daarbuiten goed kunnen verplaatsen. Met als doel om langer thuis wonen en participeren in de samenleving mogelijk te maken. Een hulpmiddel kan hiervoor soms noodzakelijk zijn.

47

Omgeving

DP1.2 - Regionaal budget Jeugd preventie, vroegsignalering en versterken omgeving

MUIP kapitaallasten

In Noord-Limburg werken de zeven gemeenten samen als jeugdzorgregio, waarin we bijdrage aan de gezondste regio van Nederland. In 2022 is er een regionaal beleidsplan Jeugd vastgesteld om de transformatie in het jeugdhulpstelsel verder vorm te geven, meer preventief en integraal te werken, het voorliggend veld en lichtere vormen van ondersteuning optimaal benutten om zo een beroep op (specialistische) zorg af te laten nemen. In dit beleidsplan is afgesproken om jaarlijks een regionaal budget van € 500.000 beschikbaar te stellen voor transformatie en preventie. Voor Venray betekent dit een jaarlijkse bijdrage van € 79.350. Deze bijdrage is vier jaar in de begroting opgenomen, terwijl dit beleidsplan geen einddatum kent. De regionale samenwerking en de bijbehorende projecten zijn structureel ingericht en blijven noodzakelijk om goede en toegankelijke jeugdhulp te kunnen garanderen. Dat betekent dat van de deelnemend gemeenten - waaronder Venray- jaarlijks een financiële bijdrage wordt verwacht om deze gezamenlijke voorziening en programma's voort te zetten. Om continuïteit van de regionale aanpak te waarborgen, is het nodig om de bijdrage structureel in de begroting op te nemen. Hiermee blijft deelname aan regionale projecten mogelijk, behouden we onze invloed op regionale besluitvorming.

De totale verwachte kapitaallasten voor deze nieuwe investeringen zijn voor 2028 € 4.070, voor 2029 € 4.023 en voor 2030 € 9.308

48

Programma 2 Wonen Wonen (Projecten)

Omschrijving

Investering

Exploitatielasten

Bedragen x € 1

2027

2028

2029

2030

Woonomgeving DP2.2 - Investeringen Afval

896.700

310.751

320.082

339.672

2028

2029

2030

Woonomgeving DP2.2 - Kapitaallasten investeringen afval t.l.v. voorziening

-96.147

-124.143

-152.668

Woonomgeving MUIP kapitaallasten

96.147

124.143

152.668

Totalen Wonen (Projecten)

896.700 Naam

Woonomgeving DP2.2 - Investeringen Afval

310.751

320.082

2027

339.672

Omschrijving Het betreft de volgende investeringen m.b.t. afval: Vervangingsinvesteringen: -De ondergrondse glascontainers zijn toe aan vervanging om het containerbestand op een hoog niveau te houden. Om een veilige en goedwerkende container te behouden worden ze ongeveer na 8 jaar vervangen. De glascontainers zijn slijtage gevoeliger, vanwege de aantasting door zuren en krassen door de glasscherven. -De ondergrondse restafvalcontainers zijn ongeveer na 12 jaar aan vervanging toe. Om het containerbestand op peil te houden worden er containers vervangen. In alle ondergrondse containers en GFT+E cocons zijn paslezers geplaatst. Dit zorgt voor duidelijk inzicht in het gebruik en in het totale containerbestand. -De minicontainers voor GFT+E, restafval en oud papier zijn na ongeveer 10 jaar toe aan vervanging. Dit zorgt ervoor dat ze naar behoren werken, de service hoog is richting de burger en de afval inzameling soepel verloopt.

Woonomgeving DP2.2 - Kapitaallasten investeringen afval t.l.v. voorziening MUIP kapitaallasten

Nieuwe investering: -Er is een wijziging in het beleid voor de inzamelwijze van oud papier en karton. Gemeentebreed zal de inzameling huis-aan-huis plaatsvinden. Bij de laagbouw in de gemeente zal dit gebeuren door middel van minicontainers. Bij de hoogbouw (ongeveer 3.000 aansluitingen) blijft dit los gebundeld in dozen. Voor de aanschaf van de minicontainers is een investering nodig. Kapitaallasten investeringen afval t.l.v. voorziening De totale verwachte kapitaallasten voor deze nieuwe investeringen zijn voor 2028 € 96.147, voor 2029 € 124.143 en voor 2030 € 152.668

49

Programma 3 Werken Werken Omschrijving (Projecten)

Investering

Bedragen x € 1

2027

Mobiliteit en DP3.2 - Investeringen verkeersmaatregelen infrastructuur

2.044.812

Mobiliteit en MUIP kapitaallasten infrastructuur

Totalen

2.044.812

2028

2029

Exploitatielasten

2030

2027

2028

2029

2030

79.748

79.032

78.316

79.748

79.032

78.316

50

Werken (Projecten)

Naam

Omschrijving

Mobiliteit en infrastructuur

DP3.2 - Investeringen verkeersmaatregelen

Het betreft de volgende investeringen:

MUIP kapitaallasten

-Verkeersmaatregelen Viecuri: De verplaatsing van het ziekenhuis vraagt om een toekomstbestendige inrichting van de infrastructuur in het omliggende gebied. Met deze MUIP-aanvraag beogen we de noodzakelijke investeringen te doen om de nieuwe zorglocatie veilig, bereikbaar en leefbaar te ontsluiten. De komst van het ziekenhuis leidt tot nieuwe verkeersstromen, een hogere intensiteit op de hoofdwegen en een grotere druk op de directe omgeving. Door tijdig te investeren in de infrastructuur voorkomen we knelpunten, verbeteren we de verkeersveiligheid en borgen we dat patiënten, hulpdiensten, medewerkers en bezoekers het ziekenhuis snel en veilig kunnen bereiken. Daarnaast zorgen de maatregelen ervoor dat duurzame mobiliteit – zoals fiets en openbaar vervoer – aantrekkelijk en veilig blijft. Deze investering levert daarmee een aantoonbare maatschappelijke meerwaarde op voor de hele gemeente. Dit voorstel speelt niet alleen in op de directe gevolgen van de ziekenhuisverplaatsing, maar draagt ook bij aan bredere gemeentelijke doelen: een veilige en leefbare openbare ruimte, een robuuste verkeersstructuur en een mobiliteitssysteem dat klaar is voor de toekomst. Deze investeringen zijn ook onderdeel van de bestuurlijke afspraken met VieCuri. Zie ook 2025-064 RIB Voortgang verplaatsing ziekenhuisvoorziening.

-Horsterweg / Overbroekseweg / Beemdweg: De voorgestelde investering richt zich op het structureel verbeteren van de verkeersveiligheid op een kruising in het buitengebied waar de afgelopen jaren meerdere aanrijdingen hebben plaatsgevonden. De locatie staat al langere tijd onder aandacht van gemeente, inwoners, dorpsraad en raad, en is onderwerp geweest van diverse politieke vragen. De huidige inrichting vraagt om aanpassing in het kader van een veilige, overzichtelijke en toekomstbestendige verkeerssituatie. De aanpak van deze kruising draagt direct bij aan de gemeentelijke ambities uit het collegeprogramma en de Toekomstvisie, waarin verkeersveiligheid, leefbaarheid als speerpunten zijn benoemd. Ook sluit de maatregel aan bij regionale doelstellingen rondom bereikbaarheid en een veilige infrastructuur. Door toekomstige ontwikkeling van woningbouw aan de rand van Leunen is er een verwachte toename van verkeersintensiteit in het gebied, het is noodzakelijk om deze kruising nu toekomstbestendig in te richten. De benodigde investering wijkt af van voorgaande jaren omdat het hier niet gaat om regulier onderhoud, maar om een eenmalige, ingrijpende verbetering. De kruising wordt niet jaarlijks aangepakt en kent een complexe ondergrond met diverse kabels en leidingen die verlegd of beschermd moeten worden.

Daarnaast vraagt de noodzakelijke omleiding van het openbaar vervoer tijdens de werkzaamheden om aanvullende maatregelen. Deze factoren maken de ingreep technisch uitdagender en kostbaarder dan bij een standaardkruising. De verwachte effecten zijn concreet en meetbaar: een daling van het aantal aanrijdingen, lagere rijsnelheden, verbeterde zichtbaarheid en een veiliger verkeersbeeld voor alle weggebruikers. Daarmee levert deze investering een directe bijdrage aan het verminderen van verkeersslachtoffers en het vergroten van de verkeersveiligheid in het buitengebied. De totale verwachte kapitaallasten voor deze nieuwe investeringen zijn voor 2028 € 79.748, voor 2029 € 79.032 en voor 2030 € 78.316.

51

Programma 4 Besturen Besturen

Omschrijving

Bedragen x € 1

Investering 2027

2028

Exploitatielasten

2029

Dienstverlening DP4.2 - Toekomst archieven en bedrijfsvoering Dienstverlening DP4.2 - Vervanging meubilair en bedrijfsvoering

140.200

50.950

102.750

140.200 Naam

Dienstverlening DP4.2 - Toekomst archieven en bedrijfsvoering Dienstverlening DP4.2 - Vervanging meubilair en bedrijfsvoering

2028

2029

2030

100.000

100.000

10.000

-27.868

-25.190

-27.628

72.133

74.810

-17.628

50.950

DP4.3 - WOZ bezwaarafwikkeling en doorontwikkeling Dienstverlening MUIP kapitaallasten en bedrijfsvoering

Besturen

2027 200.000

Financiën

Totalen

2030

50.950

50.950

302.750

Omschrijving We onderzoeken hoe en in welke vorm we de archieven gaan uitbesteden. Daarnaast moeten we sowieso in 2027 voorbereidingen treffen om de archieven klaar te maken voor uitbesteding. Denk daarbij aan het wegwerken van achterstanden en het gereedmaken (bv metadatering) van onze analoge en digitale archieven voor opname in een e-depot. Het grootste deel van het huidige meubilair binnen ons gemeentehuis is aangeschaft in 2012. De technische levensduur van meubilair ligt doorgaans tussen de 10 en 15 jaar. Daarmee is het meubilair inmiddels aan het einde van de technische levensduur of nadert deze binnen enkele jaren. Op basis hiervan hebben we een kritische inventarisatie uitgevoerd van het meubilair dat: • duidelijk versleten is; • structurele gebreken vertoont; • niet langer voldoet aan de functionaliteit. Hieruit volgt dat in de periode 2027 t/m 2029 een deel van het meubilair vervangen dient te worden. Ook de bar inclusief koeling van de Raadzaal is hierin meegenomen. Deze is afgeschreven, de koelingen vallen regelmatig uit en de onderhoudskosten lopen steeds verder op. De aangevraagde middelen zijn nodig om deze vervanging uit te voeren.

Het doel van deze aanvraag is: • continuering van een veilige en gezonde werkplek voor medewerkers; • voorkomen van storingen en onveilige situaties door versleten of defect meubilair; • waarborgen van een representatieve (werk)omgeving.

52

Financiën

DP4.3 - WOZ bezwaarafwikkeling en doorontwikkeling

MUIP kapitaallasten

Voor de wet onroerend zaak belasting moeten we jaarlijks de juiste WOZ-waarde bepalen. De afwikkeling van de WOZ bezwaarschriften is een wettelijke verplichting en dient voor het einde van elk belastingjaar afgerond te worden. De laatste jaren heeft er een toename plaatsgevonden van het aantal bezwaren. Op dit moment hebben we onvoldoende bezetting om deze taken uit te voeren. Ieder jaar vraagt dit periodiek extra inzet. Daarvoor huren we externe expertise in. Het bestaande inhuurbudget loopt ten einde in 2026 en is ontoereikend. Met deze toevoeging kunnen we de dienstverlening voor onze klanten ook voor de komende jaren op een goed niveau houden. De totale verwachte kapitaallasten voor deze nieuwe investeringen zijn voor 2028 € -27.868, voor 2029 € 25.190 en voor 2030 € -27.628.

Totaaloverzicht per programma Programma Omschrijving Bedragen x € 1

Investering 2027

CP01

Leven

CP02

Wonen

CP03

Werken

CP04

Besturen

TCP01

Leven (Projecten)

50.452

TCP02

Wonen (Projecten)

896.700

TCP03

Werken (Projecten)

2.044.812

TCP04

Besturen (Projecten)

Totalen

2028

Exploitatielasten

2029

2030

2027 79.350

310.751

380.880

3.612.040

320.082

339.672

2028

2029

2030

83.420

156.420

163.919

79.748

79.032

78.316

302.750

72.133

74.810

-17.628

140.200

50.950

50.950

3.132.164

361.701

751.912

3.951.712

382.100

235.300

310.262

224.607

3.132.164

361.701

751.912

3.951.712

382.100

235.300

310.262

224.607

Mutaties reserves Totalen

53

Bijlage 2. Uitgangspunten meerjarenbegroting 2026-2030 Inleiding Via de Kadernota worden de kaders opnieuw tegen het licht gehouden en indien nodig aangepast. De kaders hebben in hoofdlijnen betrekking op prijs- en loonontwikkelingen, belastingen, renteomslag en de kengetallen die van belang zijn voor de berekening van de algemene uitkering. 2.1 Prijsontwikkeling In de kadernota worden de inflatiepercentages van prijzen gepresenteerd voor het nieuwe begrotingsjaar (2027) en de meerjarenbegroting (2028-2030). Uitgangspunten bij deze kadernota: Prijsstijging Het is bestaand beleid dat voor de aanpassing van de budgetten wordt uitgegaan van de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP). Voor alle inflatiecomponenten geldt echter dat de raming met veel onzekerheid omgeven is zoals mogelijk escalatie van de oorlog in Oekraïne, escalatie in het Midden-Oosten, nieuwe Geo-politieke ontwikkelingen en handelsconflicten. Het is bestaand beleid dat Venray (daar waar dat van toepassing is) voor haar begroting uit gaat van de 'prijs materiële overheidsconsumptie' (imoc) uit het CEP. Ten opzichte van de huidige (meerjaren) begroting ziet het beeld er dan als volgt uit: %

2026

2027

2028

2029

2030

Prijsstijging overheid - Centraal economisch Plan (CEP) 2026: imoc

2,3

2,3

2,2

2,2

2,2

- Begroting 2026 - 2029

2,1

2,2

2,2

2,3

2,3

Mutatie

0,2

0,1

-

-0,1

-0,1

Wij stellen voor om vanaf het jaar 2027 uit te gaan van bovenstaande inflatiecijfers volgens het CEP 2026. 2.2 Loon/CAO-ontwikkeling In de kadernota worden de inflatiepercentages van prijzen en lonen gepresenteerd voor het nieuwe begrotingsjaar (2027) en de meerjarenbegroting (2027-2030). Loonstijging Per 1 april 2025 is er 2% en per 1 oktober 2025 1,85% CAO loonsverhoging. Per 1 januari 2026 stijgen de salarisschalen nominaal met 35 euro en per 1 juli 2026 1,25% CAO loonsverhoging. Per 1 januari 2027 is er 1,6% CAO loonsverhoging. De CAO voor gemeenten loopt t/m 31 maart 2027. Voor bepaling van de loonsom werd in de afgelopen jaren de loonontwikkeling gevolgd, die gebaseerd is op de ramingen van het CPB. De begroting 2026-2030 wordt volgens indexcijfers van het CPB begroot. Diversen

Loonvoet sector overheid Prijs overheidsconsumptie: beloning werknemers

2026 2027 2028 2029 2030

2

5,1

4,2

4,5

4,5

1,8

5,7

4,6

4,3

4,3

2.3 Belastingscenario De gemeentelijke heffingen vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente Venray. Onderstaand worden de uitgangspunten voor het belastingscenario 2027-2030 per belastingsoort weergegeven.

54

•

Uitgangspunten voor het belastingscenario 2026-2029 per belastingsoort:

OZB Gemeenten kunnen de OZB-tarieven zelf bepalen. Er worden door het Rijk geen maximale tarieven opgelegd. Voor de inkomstenraming OZB geldt als algemeen uitgangspunt een constante omvang van de opbrengst van de OZB en een jaarlijkse aanpassing van de OZB tarieven. In het coalitieakkoord 2022-2026 is vastgelegd dat als uitgangspunt voor de OZB maximaal jaarlijks de inflatiecorrectie wordt gekozen. In de huidige begroting is voor het jaar 2026 een inflatiepercentage van 2,1% van toepassing. Het voorstel is voor de begroting 2027 de uitgangspunten bij deze kadernota voor de prijsontwikkeling (bijlage 2.1) te volgen. Hierin wordt voorgesteld om voor het jaar 2027 uit te gaan van de basisraming van het CPB, waarbij de prijs materiële overheidsconsumptie (imoc) voor het jaar 2027 op 2,3% ligt. Jaar

Huidige begroting

Voorstel wijziging begroting

2027

2,20%

2,30%

2028

2,20%

2,20%

2029

2,30%

2,20%

2030

2,30%

2,20%

Rioolheffing Basis voor de rioolheffing is het door de wet verplichte het Water en rioleringsplan (Wrp) met maximaal kostendekkende tarieven. Het Wrp is in 2025 vastgesteld en heeft een looptijd 2026 2029. Afvalstoffenheffing Met de afvalstoffenheffing dekken we de kosten voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. Bij de begrotingsvoorstellen en de behandeling van de tarieven afvalstoffenheffing 2027 worden de financiële gevolgen van (on)voorziene veranderingen op dit terrein meegenomen. De hoogte van heffing wordt jaarlijks opnieuw bepaald. De “Kadernota Waardevol Venray 2025-2035 is inmiddels vastgesteld. (Water)Verblijfsbelasting De verblijfsbelasting is een algemene belasting. De algemene belastingen komen ten goede aan algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten niet gelabeld zijn maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De gemeenteraad bepaalt waarvoor. Daarnaast is de gemeente vrij in het bepalen van de hoogte van het tarief. In het kader van het actieplan 2026 ‘sluitende begroting’ is gekeken naar een verhoging van de opbrengsten van de verblijfsbelasting. In de raadsvergadering van 24 juni 2025 is ingestemd om het tarief voor 2026 te verhogen naar € 2,00. Het tarief wordt hierbij vermenigvuldigd met het aantal daadwerkelijke overnachtingen.

Hierbij is rekening gehouden met een inflatie correctie van de tarieven voor de komende jaren. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2026 worden in de raadsvergadering van december 2025 voor vaststelling aangeboden. 2026 inflatiepercentage berekend tarief

2,00

2027

2028

2029

2,20%

2,20%

2,20%

2,04

2,09

2,13

Parkeerbelasting Overige belastingen, rechten en tarieven Bij de overige belastingen, rechten en tarieven, zoals: leges, marktgelden, precariobelasting en lijkbezorgingrechten (begraafrechten), reclamegelden, havengeldbelastingen en brandweerrechten.

55

Uitgangspunt is een jaarlijkse aanpassing van de tarieven met de basisraming van het CPB, waarbij de prijs materiële overheidsconsumptie (imoc) voor het jaar 2027 op 2,2% ligt. Totaaloverzicht ontwikkeling belastingen 2027

2028

2029

2030

inflatie

inflatie

inflatie

inflatie

Rioolheffing

Kostendekkend

Kostendekkend

Kostendekkend

Kostendekkend

Afvalstoffenheffing

Kostendekkend

Kostendekkend

Kostendekkend

Kostendekkend

inflatie

inflatie

inflatie

inflatie

inflatie/ kostendekkend

inflatie/ kostendekkend

inflatie/ kostendekkend

inflatie/ kostendekkend

OZB

Verblijfsbelasting Overige belastingen

Lastendruk • Woningen De lastendruk voor woningen bestaat uit het bedrag voor de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. •

Niet-woningen De lastendruk voor niet-woningen bestaat uit het bedrag voor de OZB en de rioolheffing. De bedrijven betalen immers géén afvalstoffenheffing.

Hierdoor kan er geen goede vergelijking worden gemaakt tussen de lastendruk van woningen en niet-woningen. Op dit moment zijn er nog teveel onzekerheden om de lastendruk voor woningen te kunnen berekenen. Bij de vaststelling van de verordening OZB (december 2026) wordt wel een (voorlopige) lastendruk 2027 voor woningen gepresenteerd. (On)benutte belastingcapaciteit Bij de belastingcapaciteit worden drie heffingen meegenomen: de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Doordat de riool- en de afvalstoffenheffing kostendekkende tarieven kent en de OZB stijgt met het inflatiepercentage heeft de gemeente Venray, binnen dit rekenmodel, geen onbenutte belastingcapaciteit. 2.4 Renteomslag Het renteomslagpercentage wordt gehanteerd voor het doorberekenen van rente aan investeringen. Met ingang van de begroting 2022 wordt er geen vergoeding berekend voor de inzet van eigen middelen. Het renteomslagpercentage wordt op een door het BBV voorgeschreven wijze berekend, door de aan de taakvelden toe te rekenen rente volgens de begroting te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa volgens de begroting die integraal zijn gefinancierd. De BBV-regelgeving schrijft ook voor dat de berekening van dit rentepercentage jaarlijks in de nieuwe begroting wordt uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16937859/1