Bijlage, Boekwerk jaarverslag en jaarrekening 2024
Tekst van het document
De gerealiseerde inkomsten Op basis van het belastingscenario zijn voor 2024 de volgende opbrengsten gerealiseerd. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Onroerende zaakbelastingen
Rekening 2023
Begroting na wijziging 2024
Rekening 2024
Verschil
16.187
17.102
17.049
-54
- opbrengst gebruikers niet-woning
3.794
4.085
4.054
-31
- opbrengst eigenaren niet-woning
5.428
5.690
5.650
-40
- opbrengst eigenaren woning
6.965
7.330
7.345
15
-1
-1
0
1
Afvalstoffenheffing
4.883
5.221
5.188
-33
- afvalstoffenheffing opbrengst
5.078
5.372
5.365
-7
- kwijtscheldingen
-196
-151
-178
-26
4.737
4.802
5.081
279
- kwijtscheldingen
Rioolheffing
72
- opbrengst
4.805
4.881
5.150
- kwijtscheldingen
-68
-79
-69
10
Rioolaansluitrecht
99
36
25
-11
(Water)verblijfsbelasting
269
741
707
597
-110
2.112
2.353
2.756
402
344
403
370
-33
Marktgelden
21
32
26
-5
Lijkbezorgingsrechten
73
59
76
17
194
200
220
20
Leges Parkeerbelasting
Havengelden BIZ smakterheide
98
92
97
5
Reclamebelasting
114
126
114
-12
29.602
31.135
31.601
466
Totaal
2. Het gerealiseerde beleid ten aanzien van de lokale heffingen 2.a. Rijksbeleid Wetsvoorstel Wet Herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ Door de toenemende druk van no-cure-no-paybureaus op de uitvoering van de Wet WOZ trad op 1 januari 2024 de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm in werking. Met deze wet is onder meer de proceskostenvergoeding op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor WOZ-bezwaarzaken verlaagd tot 25%, in de wet uitgedrukt als factor van 0,25. De Hoge Raad heeft op 12 juli 2024 bepaald dat het lage tarief voor de proceskostenvergoeding in belasting- en premiezaken in bezwaar buiten toepassing moet blijven. Enkel het tarief voor overige zaken, dat nu dubbel zo hoog is, blijft dan over. De verlaging van de proceskostenvergoeding in WOZ-bezwaarzaken wordt hierdoor zo goed als volledig ongedaan gemaakt. Een nota van wijziging op het wetsvoorstel Belastingplan 2025 regelt dat de factor met ingang van 1 januari 2025 wordt verlaagd naar 0,125. Dit zorgt ervoor dat de proceskostenvergoeding die in de bezwaarfase kan worden toegekend in lijn blijft met hetgeen de wetgever bij de invoering van de Wet herwaardering proceskosten WOZ en Bpm voor ogen stond.
Hoofdlijnenakkoord – 2024 en 2028 nieuw kabinet - lokale belastingen In het hoofdlijnenakkoord zoals door de verschillende formerende politieke partijen is gepresenteerd, zijn ook een aantal maatregelen opgenomen die zien op lokale belastingen. Planbatenheffing of vergelijkbaar systeem Ten behoeve van de aanpak van de volkshuisvesting en woningnood wordt erop ingezet dat gemeenten een planbatenheffing kunnen gaan invoeren. De planbatenheffing ziet op een belasting voor onbebouwde grond met een woningfunctie. Hierbij wordt waarschijnlijk de bestemmingsplanwijziging belast voor de eigenaar, waarbij de gemeente een gemaximeerde mogelijkheid krijgt om hiertoe planbatenheffing te innen. De opbrengsten van deze heffing zijn beklemd en dienen volledig te worden aangewend voor de bereikbaarheid van de wijk en het bouwen van betaalbare huur- en koopwoningen. Hoewel de exacte kaders voor deze heffing nog niet bekend zijn, is een aandachtspunt dat gemeenten die een dergelijke planbatenheffing gaan invoeren moeten bezien hoe de baten en toerekening van lasten van de grondexploitatie verloopt. Hierdoor kunnen mogelijk optimalisaties worden gerealiseerd voor de Vennootschapsbelasting.
Het kabinet komt uiterlijk voorjaar 2025 met voorstellen Maximering OZB In het overzicht van de maatregelen ten behoeve van koopwoningen hebben de formerende partijen als maatregel opgenomen om de OZB te maximeren. Deze maximering wordt vastgesteld in overleg met gemeenten. In het hoofdlijnenakkoord van het kabinet stond, onder het kopje ‘koopwoningen’: “De stijging van de gemeentelijke woonlasten (ozb) wordt gemaximeerd via afspraken met gemeentes.” In het regeerprogramma, dat een uitwerking is van het hoofdlijnenakkoord, wordt dit verzacht tot: “Het Rijk gaat met gemeenten in gesprek en onderzoekt met hen of en hoe de stijging van de gemeentelijke woonlasten (ozb) gemaximeerd kan worden.” Verlaging aanmanings- en incassokosten Er komt een recht op vergissen. Een enkele fout kan niet langer een burger diep in de problemen duwen. Aanmanings- en incassokosten van de overheid gaan fors omlaag. In het regeerprogramma, dat een uitwerking is van het hoofdlijnenakkoord, wordt hierbij gesproken over de werkwijze bij het CJIB. De werkwijze van de gemeente Venray is echter verschillend. Ook de 73
gemeente Venray streeft ernaar om maatschappelijk verantwoord in te vorderen. Daarom wordt er reeds sinds vele jaren een kosteloze betalingsherinnering verstuurd voordat er invorderingskosten in rekening worden gebracht. 2.b. Gemeentelijk beleid Uitbreiding digitaal belastingportaal E-loket Om de dienstverlening voor de burgers en ondernemers te optimaliseren maakt de gemeente Venray sinds 2020 gebruik van een digitaal belastingportaal voor het regelen van gemeentelijke belasting zaken. De klant kan via het E-loket belangrijke informatie raadplegen zoals de aanslag, openstaand saldo, kopie aanslagbiljet en een taxatieverslag downloaden. De gemeente Venray wil deze dienstverlening verder uitbouwen in de toekomst. In dit kader is in 2023 er de mogelijkheid bijgekomen om digitaal een bezwaarschrift in te dienen. In 2024 is het belastingportaal verder uitgebreid met onder andere de mogelijkheid om digitaal een kwijtscheldingsverzoek in te dienen. 3. Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen (belastingen, leges en rechten) 3a. Kostendekkende leges en rechten In de begroting en jaarrekening wordt een overzicht van baten en lasten opgenomen voor heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten.
Dit geldt voor de volgende leges, heffingen en rechten: - afvalstoffenheffing - rioolheffing - rioolaansluitrecht - leges - marktgelden - havengelden - lijkbezorgingsrechten De overige belastingen, OZB, (water)toeristenbelasting en parkeerbelasting zijn algemene belastingen en gaan naar de algemene middelen van de gemeente en kunnen door de gemeente vrij besteed worden. De reclamebelastingen BIZ Smakterheide zijn doelbelastingen. De voorwaarden m.b.t. kostendekkendheid gelden niet voor de overige- en doelbelastingen. Afvalstoffenheffing 2024 is het tweede volledige jaar waarin we opereerden met ons nieuwe inzamelsysteem. De inwoners boden ook in 2024 minder restafval aan. Gemiddeld per huishouden slechts 4,5 ledigingen van de grijze restafvalcontainer over het hele jaar. Ook bewoners van flats en appartementen weten de GFT+E container goed te vinden en stortten minder vaak op de ondergrondse restafvalcontainer dan van tevoren ingeschat. Verder hebben we te maken met een stijgend aantal huishoudens waarvan de afvalstoffenheffing kwijtgescholden wordt. Deze ontwikkelingen leidden tot een financiële tegenvaller als het gaat om inning van de heffingen. Verder zijn de kosten voor de papierinzameling ten opzichte van de begroting stabiel gebleven.
Wel is er rekening gehouden met de lage papierprijs die voornamelijk in het eerste deel van 2024 heeft aangehouden, alsook een hoge indexering van de kosten voor de inzamelaar. We hebben in gezamenlijkheid met andere gemeentes in Limburg (ASL) een rechtszaak met Veolia (scherpenzeel) voorkomen. Wij zijn er als gemeente Venray financieel positief uitgekomen. Wat uiteindelijk een financieel voordeel heeft opgeleverd. Tarieven afvalstoffenheffing Basis voor de afvalstoffenheffing zijn de kostendekkende tarieven. Deze zijn vastgesteld op basis van begrote kosten voor het inzamelen en verwerken van afval en de begrote opbrengsten voor het verwerken van sommige grondstoffen. Afvalstoffenheffing (bedragen x € 1,00) Vast tarief zonder korting
2023 209,28
2024 %daling/stijging 215,4 3%
Restafval container van 40 ltr. container van 60 ltr.
2,81 4,22
2,95 4,43
5% 5%
container van 80 ltr. container van 140 ltr.
5,62 9,84
5,91 10,33
5% 5%
container van 240 ltr. volume van 60 ltr. ondergronds
16,87 4,22
17,72 4,43
5% 5%
Gemiddelde afvalstoffenheffing 1
258,48
256,72 74
1 In 2023 basistarief = 5 x lediging 140 lt restafval In 2024 basistarief = 4 x lediging 140 lt restafval
Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Bedragen x € 1,Kosten incl. (omslag)rente excl. kwijtscheldingen
-4.486.693
Kosten kwijtscheldingen Kosten uitvoering kwijtscheldingen
-177.515 -27.441
Inkomsten excl. heffingen Mutatie voorziening egalisatie afvalstoffenheffing
553.259 -70.883
Netto kosten Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten
-4.209.274
-418.799 -737.094 -5.365.166
Opbrengst heffingen: vastrecht
4.086.877
Opbrengst heffingen: variabel recht Netto opbrengst heffingen
1.278.290 5.365.167
Onttrekking voorziening egalisatie afvalstoffenheffing (verrekend als korting op vastrecht) Totale opbrengst heffingen Dekking
0 5.365.167 100%
Rioolheffing en riolering De gemeente Venray heft rioolheffing om de kosten van de riolering, gedefinieerd in de drie zorgplichten (hemelwater, grondwater en afvalwater) te kunnen betalen. Er is gekozen voor een 100% kostendekkende rioolheffing. Dit betekent dat alle kosten gedekt worden door de rioolheffing. Er is geen bijdrage vanuit de algemene middelen aan het product riolering. In het navolgende overzicht zijn de tarieven voor de rioolheffing 2024 opgenomen. De tarieven voor 2024 zijn in de raadsvergadering van december 2023 vastgesteld.
75
Tarieven Rioolheffing en riolering
eigenaar / Niet gebruiker afgekoppeld
Niet afgekoppeld
Afgekoppeld Afgekoppeld %
2023
2024
2023
2024
basisheffing vastrecht rioolheffing
Eig.
€ 97,88
€ 101,54
€ 97,88
€ 101,54 3,6%
afvoerheffing afvalwater méérpersoonshuishouden (W)
Gebr.
€ 132,12
€ 137,04
€ 132,12
€ 137,04 3,6%
afvoerheffing afvalwater éénpersoonshuishouden (W)
Gebr.
€ 66,12
€ 68,52
€ 66,12
€ 68,52 3,5%
afvoerheffing afvalwater per eenheid van 500 m³ (N-W)
Gebr.
€ 132,12
€ 137,04
€ 132,12
€ 137,04 3,6%
afkoppeling hemelwater woningen
Eig.
€ 14,68
€ 15,23
€ 0,00
€ 0,00 3,6%
afkoppeling hemelwater (N-W) per eenheid Eig. van 200 m²
€ 14,68
€ 15,23
€ 0,00
€ 0,00 3,6%
Als huishoudens besluiten af te koppelen betekent dit minder investeringen voor de gemeente en daarmee vervalt het onderdeel afkoppeling hemelwater (woningen / niet-woningen) voor de aanslagoplegging. In de verordening rioolheffing wordt onderscheid gemaakt tussen rioolheffing voor eigenaren, de zogenaamde aansluitheffing, en een rioolheffing voor gebruikers. Deze laatste wordt onderverdeeld in eenpersoonshuishoudens, meerpersoonshuishoudens en bedrijven. Voor bedrijfsmatige lozingen, dus ook voor tijdelijke bemalingen, geldt een tarief per 250 m³ geloosd afvalwater. Dit tarief is gelijk aan het tarief voor een meerpersoonshuishouden. In het GRP is de heffing als volgt onderverdeeld: De totale heffing voor een meerpersoonshuishouden met hemelwaterafvoer was in 2024 (de basisheffing) € 253,81. Het vastrecht afvalwater, het vastrecht hemelwater en het afvoerrecht hemelwater zijn een bepaald % van de rioolheffing. Het afvoerrecht afvalwater is dan het restant. Onderverdeling heffing GRP vastrecht afvalwater (20% van totale heffing)
€ 50,77
afvoerrecht afvalwater per eenheid van 500 m³
€ 137,04
vastrecht hemelwater (20% van totale heffing)
€ 50,77
afvoerheffing hemelwater per eenheid van 200 m²
€ 15,23
De rioolheffing is in vier delen gesplitst: - aansluitheffing afvalwater (basisheffing vastrecht rioolheffing) Deze geld in principe voor ieder aangesloten pand in de gemeente. Deze heffing wordt bij de eigenaar van het pand in rekening gebracht, want de eigenaar is de enige die invloed heeft op het aanleggen van een rioolaansluiting. In het GRP is vastgesteld dat de hoogte 20% van de basisheffing bedraagt. - afvoerheffing afvalwater Deze is gekoppeld aan het aantal lozingseenheden (niet-woningen, gebaseerd op het drinkwatergebruik) of het aantal bewoners van de woning (één of meerpersoonshuishouden). Deze heffing wordt bij de gebruiker in rekening gebracht. Die kan namelijk, binnen zekere grenzen, de hoeveelheid afvalwater bepalen.
76
- vastrecht hemelwater Dit is een vast, niet variabel recht. Hiermee worden de kosten gedekt die worden gemaakt voor de voorzieningen in openbaar gebied ten behoeve van de inzameling en afvoer van hemelwater. In het GRP is de hoogte vastgesteld op 20 van de basisheffing. - afvoerheffing hemelwater De hoogte van deze heffing wordt bepaald door het op de riolering aangesloten oppervlak. Door af te koppelen kunnen particulieren deze heffing tot nul terugbrengen. Berekening kostendekkendheid rioolheffing
Bedragen x € 1,-
Kosten incl. (omslag)rente exclusief kwijtscheldingen
-3.342.025
Kosten kwijtscheldingen Kosten uitvoering kwijtscheldingen
-68.911 -23.719
Inkomsten excl.heffingen Mutatie voorziening egalisatie riolering
39.923 -893.592
Netto kosten Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten
-4.288.323
-379.887 -481.855 -5.150.065 Eigenaar
Gebruiker
47%
53%
Totale kosten gesplitst
-5.150.065 -2.415.534
-2.734.531
Opbrengst heffingen
5.150.065
2.415.534
2.734.531
100%
100%
Dekking
Rioolaansluitrecht Voor het tot stand brengen van een individuele aansluiting op het gemeentelijke rioolstelsel wordt een bedrag in rekening gebracht. Dit bedrag is van een aantal factoren afhankelijk. Bijvoorbeeld de afstand van de perceelsgrens tot het riool, of er wordt aangesloten op een vrijverval of drukrioleringstelsel. Deze kosten worden doorberekend aan de aanvrager van de aansluiting. Streven is om deze kosten zoveel mogelijk kostendekkend te laten zijn. De kostendekkendheid staat o.a. als gevolg van de stijgende inflatie en een toename in het aantal drukriool aansluitingen onder druk. Berekening kostendekkendheid rioolaansluitrecht Bedragen x € 1,Kosten incl. (omslag)rente Inkomsten excl.heffingen
-29.204 0
Netto kosten Toe te rekenen kosten:
-29.204
Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten Opbrengst heffingen Dekking
0 -6.133 -35.336 25.228 71%
Leges Leges zijn verschuldigd voor verstrekte diensten en worden geheven om de verschillende taken te bekostigen. Bijvoorbeeld het in behandeling nemen van een aanvraag voor een paspoort of rijbewijs. Ook zijn er leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van een 77
omgevingsvergunning, een evenementenvergunning of een drank- en horecavergunning. De opbrengsten uit de heffing van leges worden gebruikt om de kwaliteit van de verstrekking te waarborgen en om personeels-, huisvesting- en materiaalkosten te dekken. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Leges verordening (x € 1)
Lasten taakvelden
Overhead
Totale lasten
BCF BTW
Andere inkomsten
KostendekTotale baten kendheid
Leges
Titel 1 Algemene dienstverlening 1.1 Burgerlijke Stand
129.700
97.896
0
227.596
0
46.619
46.619
20%
1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
513.999
180.400
0
694.399
0
613.008
613.008
88%
1.3 Rijbewijzen
152.660
82.011
0
234.672
0
180.418
180.418
77%
1.4 GBA
163.592
131.760
0
295.351
0
20.774
20.774
7%
1.5 Naturalisatie en optieverklaring
N.v.t.
1.6 Wet bescherming persoonsgegevens
N.v.t. N.v.t.
1.7 Bestuursstukken 1.8 Vastgoedinformatie 1.9 Overige publiekszaken 1.10 Reproductiekosten
0
0
0
0
0
0
0
0%
84.287
57.999
0
142.286
0
17.089
17.089
12%
0
0
0
0
0
0
0
0%
1.11 Huisvestingswet
Gratis
1.12 Leegstandwet
Gratis
1.13 Gemeentegarantie
0
0
0
0
0
0
0
0%
1.14 Winkeltijdenwet
0
0
0
0
0
0
0
0%
1.15 Kansspelen
0
0
0
0
0
0
0
0%
1.16 Telecommunicatie
0
0
0
0
0
0
0
0%
1.17 Verkeer en vervoer
1.581
1.593
0
3.175
0
715
715
23%
0
0
0
0
0
0
0
0%
1.18 Diversen
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning 2.2 Vooroverleg / beoordelen concept omgevings- vergunningsaanvraag
139.177
119.443
0
258.619
0
88.160
88.160
34%
2.3-2.6 Omgevingsvergunning
515.023
418.276
0
933.299
0
1.687.510
1.687.510
181%
2.7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project
0
0
0
0
0
0
0
0%
2.8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten
0
0
0
0
0
0
0
0%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijnen 3.1 Horeca
89.160
95.341
0
184.502
0
41.150
41.150
22%
3.2 Evenementen
76.173
85.521
0
161.694
0
17.810
17.810
11%
0
0
0
0
0
0
0
0%
3.3 (Markt)standplaatsen
Gratis
3.4 Huisvestingswet 0
0
0
0
0
0
0
0%
0
0
0
0
0
0
0
0%
11.019
10.371
0
21.390
0
667
667
3%
0
0
0
0
0
0
0
0%
10.401
2.463
0
12.864
0
1.266
1.266
10%
3.11 Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
0
0
0
0
0
0
0
0%
3.12 Exploitatie vergunning
0
0
0
0
0
0
0
0%
3.5 Sexbedrijven 3.6 Vervallen 3.7 Vergunning voor het aanleggen, stoken of hebben van vuur in de openlucht 3.8 Brandbeveiligingsverordening 3.9 Muziekvergunning 3.10 Kinderopvang
Kruissubsidiëring vindt plaats binnen en tussen de diverse titels. Een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit. Marktgelden Elke standplaatshouder op de markt dient jaarlijks marktgeld te betalen. Hiervoor worden onder meer de kramen, stroom, schoonmaak en verkeersmaatregelen gerealiseerd, alsmede de inzet van de marktmeester. De hoogte van het marktgeld wordt berekend aan de hand van strekkende 78
meters van de kramen. Het marktgeld wordt verhoogd als er stroom wordt afgenomen, afhankelijk van de capaciteit van de aansluiting. Havengelden Voor elk schip dat de haven van Wanssum aandoet (liggeld of laden/lossen) is havengeld verschuldigd. Dit is vastgelegd in de havengeldverordening. De havengeldverordening is afgestemd op de actuele activiteiten in de haven van Wanssum. In deze op maat gesneden verordening is daarom een gedifferentieerde tariefstelling opgenomen voor containerschepen en bulkschepen. Er is een tarief voor bulkschepen, gebaseerd op max. laadvermogen van het schip. Voor containerschepen geldt een tarief per geloste standaard container. Schepen met een Green Award certificering krijgen 15% korting op de tarieven. De tarieven gingen ten opzichte van 2023 met iets meer dan 2% omhoog. Met de opbrengst worden de kosten betaald die de gemeente maakt om de havenvoorzieningen goed te beheren en te onderhouden. De tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn. De havengelden zijn uit concurrentie overwegingen niet kostendekkend. Kortheidshalve wordt verwezen naar het "Beheerplan haven Wanssum 2022". Berekening kostendekkendheid havengelden Bedragen x € 1,Kosten incl. (omslag)rente -349.641 Inkomsten excl.heffingen Mutatie voorziening egalisatie industriehaven
38.540 0
Netto kosten
-311.101
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente
-29.738
BTW Totale kosten
0 -340.839
Opbrengst heffingen
220.357
Dekking
65%
Lijkbezorgingsrechten Venray heeft één gemeentelijke begraafplaats: Boschhuizen. Voor het gebruik van deze begraafplaats worden begraafrechten geheven. Er zijn verschillende tarieven. Zo betaalt men bijvoorbeeld voor het recht op een eigen graf voor een bepaalde periode, het bijzetten van urnen en asbussen of het verstrooien van as. In Venray zijn de legestarieven voor de kosten van begraven in 2020 onderzocht en kostendekkend gemaakt met ingang van 1-1-2021. Vanwege specifieke regelgeving en omstandigheden is de totale exploitatie van de begraafplaats niet kostendekkend. Beleid/uitgangspunten algemene begraafplaats Sinds 1972 heeft Venray een algemene begraafplaats. In 1973 en 1974 zijn hier de graven van de Petrus Banden Kerk (katholieke begraafplaats) naar over gebracht. Dit is het begin geweest van de algemene begraafplaats. De graven van de kerk zijn geplaatst in het zogenaamde vak O. Dit vak heeft een aparte status binnen de begraafplaats. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 26 juni 2018 de notitie ontwikkeling vak O Begraafplaats Boschhuizen vastgesteld. In deze notitie is besloten om vanaf 26 juni 2018 geen leges meer te heffen over de bestaande graven in vak O. Ook is besloten dat er geen (bij)begravingen, dan wel (bij)plaatsingen van urnen worden toegestaan. Leges verordening (x € 1) Lijkbezorgingsrechten
Lasten taakvelden 228.788
Overhead 13.607
Totale lasten
BCF BTW 0
242.395
Andere inkomsten
Leges 0
75.975
KostendekTotale baten kendheid 75.975
31%
3b. Algemene belastingen Onroerendezaakbelastingen (OZB) Iedere eigenaar van een onroerende zaak, zoals een woning of niet-woning is belastingplichtig in het kader van de OZB. Een gebruiker van een onroerende-zaak zijnde niet-woning is ook belastingplichtig in het kader van de OZB. Dit met uitzondering van het woondeel van een nietwoning. Voor de inkomstenraming OZB geldt als algemeen uitgangspunt een constante omvang van de opbrengst van de OZB en een jaarlijkse aanpassing van de OZB tarieven. In het 79
coalitieakkoord 2022-2026 is vastgelegd dat als uitgangspunt voor de OZB de jaarlijkse inflatiecorrectie wordt gekozen. Conform de begroting is voor 2024 het inflatiepercentage van 3,9 % toegepast. (Water)verblijfsbelasting Belast is een overnachting in vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, vaste standplaatsen en logiesverblijven. De aanslag toeristenbelasting wordt opgelegd aan de hotelier, pensionhouder, campinghouder etc., maar ook op locaties waar buitenlandse werknemers verblijven. De toeristen zelf ontvangen geen aanslag, maar zien het bedrag meestal wel op de rekening. De stijging van het tarief wordt pas doorgevoerd, zodra het tarief afgerond kan worden op 5 cent. Uitgangspunt is een aanpassing van de tarieven met het geldende CPB inflatiepercentage. Voor 2024 is uitgegaan van een inflatiepercentage van 3,90%. Het tarief voor de (water)verblijfsbelasting 2024 is ten opzichte van 2023 hierdoor met € 0,05 gestegen. 2023 inflatiepercentage
2024
2025
2026
2027
2027
3,90%
2,20%
2,20%
2,20%
2,20%
berekend tarief
1,33
1,38
1,41
1,44
1,48
1,51
werkelijk tarief
1,30
1,35
1,40
1,40
1,45
1,50
Parkeerbelasting De parkeerbelasting geldt voor de afgesloten parkeerterreinen Blekersveld, Raadhuisplein en de parkeergarage De Gouden Leeuw. De tarieven voor 2024 zijn gelijk gebleven aan de tarieven van voorgaande jaren. Reclamebelasting De reclamebelasting kennen we in Venray sinds 2009 en is bedoeld om de lokale economie (in)direct te stimuleren en is daarbij alleen van toepassing op het centrumgebied. Deze belasting wordt elk jaar geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. De opbrengst hiervan komt na aftrek van de inningskosten toe aan de ondernemersvereniging Venray Centraal. Deze kan daarmee haar promotionele acties, de organisatie van speciale events, alsmede sfeerbevordering (zoals middels de Kerstverlichting) bekostigen. De tarieven worden ieder jaar afgestemd met de Ondernemersvereniging Venray Centraal. De gemeente int de jaarlijkse bijdragen en betaalt deze, onder inhouding van de inningskosten, uit als subsidie aan de Ondernemersvereniging Venray Centraal. De tarieven voor 2024 waren identiek aan die in voorgaande jaren. 2023
2024 %
voor een reclameobject met een oppervlakte tot 0,5 m²:
475
475
0,00%
voor een reclameobject met een oppervlakte van 0,5 m² tot 2,5 m²:
600
600
0,00%
voor een reclameobject met een oppervlakte van 2,5 m² tot 5 m²:
675
675
0,00%
voor een reclameobject met een oppervlakte van 5 m² tot 10 m²:
750
750
0,00%
voor een reclameobject met een oppervlakte vanaf 10 m²:
825
825
0,00%
BIZ-Smakterheide Op grond van de wet op de Bedrijven–Investerings-Zones (BIZ) is het mogelijk om binnen een nader af te bakenen gebied (zoals een bedrijventerrein) alle ondernemers gezamenlijk mee te laten betalen aan de kwaliteitsverbetering van hun bedrijfsomgeving. Daarbij gaat het dan om activiteiten gericht op het bevorderen van de veiligheid of verbeteringen van de openbare ruimte in het betreffend gebied. Hiermee wordt het “freeriders” gedrag voorkomen. Sinds 2012 is een BIZ ingevoerd voor bedrijventerrein Smakterheide. De gemeente int de jaarlijkse bijdragen en betaalt deze, onder inhouding van de inningskosten, uit als subsidie aan de Ondernemersvereniging Smakterheide. De tarieven worden ieder jaar afgestemd met de ondernemersvereniging en zijn ook in 2024 ten opzichte van voorgaande jaren gelijk gebleven. 2023
2024
WOZ-waarde lager dan € 250.000
250
250
0,00%
WOZ-waarde vanaf € 250.000 en lager dan € 1.000.000
500
500
0,00%
80
WOZ-waarde vanaf € 1.000.000 en lager dan € 5.000.000
1000
1000
0,00%
WOZ-waarde vanaf € 5.000.000
1500
1500
0,00%
4. De lokale belastingdruk Belastingdruk woningen: In de Programmabegroting is aangegeven dat het belastingniveau een reële bijdrage moet leveren aan de gestelde ambities. Het streven naar een belastingdruk (uitgedrukt via het belastingpakket OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffingen) die per meerpersoonshuishouden zoveel mogelijk gelijk aan of onder het gemiddelde van de provincie Limburg ligt. Dat deze doelstelling is behaald blijkt uit de door de provincie Limburg verstrekte cijfers. Uit onderstaande overzichten blijkt dat de gemeente Venray tot de “relatief” goedkope gemeenten in Limburg hoort (bron: Provincie Limburg) met een gemiddelde lastendruk voor een huishouden (eigenaar en gebruiker) van € 884,05 en een lastendruk voor een huurder (gebruiker) van € 393,24. De gemiddelde lastendruk per huishouden (eigenaar en gebruiker) in de provincie Limburg is gestegen met 4,65% en bedraagt € 915,34 en de gemiddelde lastendruk voor de huurder (gebruiker) is gestegen met 5,08% en bedraagt € 400,12. De belastingdruk voor het belastingpakket 2024 per huishouden van OZB eigenaar (woonruimten, dus zonder bedrijven), rioolheffing en afvalstoffenheffing in vergelijking met regionale cijfers (Provincie Limburg) geeft het volgende beeld te zien:
81
4] Bron: belastingoverzicht 2024 Limburgse gemeenten uitgegeven door provincie Limburg 82
Belastingdruk gemeente Venray per huishouden en bedrijf Artikel 16 lid 5 van de financiële verordening (ex artikel 212 Gemeentewet) geeft aan dat het college bij de jaarrekening verslag doet van de ontwikkeling van de lokale lastendruk voor éénpersoonshuishouden, meerpersoonshuishouden en bedrijven. Eénpersoonshuishoudens
WOZ-waarde
2022
2022
2023
2023
2024
2024
raming
realisatie
raming
realisatie
raming
realisatie
265.300,00 264.400,00 301.700,00 304.687,00 315.092,00 318.033,00
Lastendruk OZB eigenaar
341,18
340,02
347,26
350,69
364,25
367,65
Rioolheffing eigenaar
108,51
108,51
112,56
112,56
116,77
116,77
Rioolheffing gebruiker
63,60
63,60
66,12
66,12
68,52
68,52
Afvalstoffenheffing
222,56
222,56
268,36
268,36
255,27
255,27
Totaal
735,85
734,69
791,78
795,21
804,81
808,21
Noot: Voor 2024 is eruitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 9 ledigingen bij de ondergrondse voorziening. Meerpersoonshuishoudens
WOZ-waarde
2022
2022
2023
2023
2024
2024
raming
realisatie
raming
realisatie
raming
realisatie
265.300,00 264.400,00 301.700,00 304.687,00 315.092,00 318.033,00
Lastendruk OZB eigenaar
341,18
340,02
347,26
350,69
364,25
367,65
Rioolheffing eigenaar
108,51
108,10
112,56
112,56
116,77
116,77
Rioolheffing gebruik
127,32
127,32
132,12
132,12
137,04
137,04
Afvalstoffenheffing
239,71
239,71
258,48
258,48
256,72
256,72
Totaal
816,72
815,15
850,42
853,85
874,78
878,18
Noot: voor 2022 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 7 ledigingen van 140 liter container Restafval. voor 2023 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 5 ledigingen van 140 liter container Restafval. voor 2024 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 4 ledigingen van 140 liter container Restafval Bedrijven
WOZ-waarde
2022
2022
2023
2023
2024
2024
raming
realisatie
raming
realisatie
raming
realisatie
583.500,00 591.000,00 594.100,00 616.573,00 624.781,00 638.673,00
Lastendruk OZB eigenaar
1.791,93
1.814,96
1.856,56
1.926,79
2.001,80
2.046,31
OZB gebruiker
1.423,74
1.442,04
1.474,56
1.530,33
1.589,44
1.624,78
Rioolheffing eigenaar
108,51
108,51
108,51
108,51
108,51
108,51
Rioolheffing gebruiker
127,32
127,32
127,32
127,32
127,32
127,32
3.451,50
3.492,83
3.566,95
3.692,95
3.827,07
3.906,92
Totaal
5. Het gerealiseerde kwijtscheldingsbeleid Burgers die de aanslag niet kunnen betalen, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding. Handmatige- en geautomatiseerde kwijtschelding Kwijtschelding vindt enerzijds plaats door middel van een toetsing door de Stichting Inlichtingenbureau van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit bureau voert geautomatiseerde bestandsvergelijkingen uit, waardoor de kwijtschelding eenvoudiger en 83
geautomatiseerd toegekend kan worden. Anderzijds wordt ook nog een aanzienlijk aantal verzoeken tot kwijtscheldingen handmatig beoordeeld en afgehandeld. 100% Norm De raad heeft in het verleden besloten de regeling voor kwijtschelding zo ruim mogelijk toe te passen. Het normbedrag voor levensonderhoud is toen vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm. Het gehanteerde normbedrag is het maximale bedrag dat gemeenten mogen hanteren volgens de Invorderingswet 1990 en de daarbij behorende uitvoeringsregeling. Waarbij wordt uitgegaan van het vermogensbegrip van art. 34 van de Participatiewet. Daarnaast is conform het raadsbesluit van 31 januari 2023, met terugwerkende kracht, de maximale verruiming van de kwijtschelding vermogensnorm doorgevoerd. Verhoging van de vermogensnorm kwijtschelding Op 17 september 2022 trad de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden in werking. Deze regeling bevat regels over de wijze waarop provincies, gemeenten en waterschappen het vermogen en de kosten van bestaan kunnen vaststellen voor de beoordeling van het recht op kwijtschelding van belastingen. Nieuw was dat de raad kan bepalen dat het bedrag aan financiële middelen dat niet meetelt bij de berekening van het vermogen wordt verhoogd.
Het kabinet besloot de algemene verhoging van de vermogensnorm niet te beperken tot enkel AOWgerechtigden en duurzaam arbeidsongeschikten, zoals eerder het plan was. De algemene verhoging bedraagt maximaal € 2.000 bovenop de reguliere vermogensnorm. In navolging hiervan is conform het raadsbesluit van 31 januari 2023, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021, de maximale verruiming van de kwijtschelding vermogensnorm doorgevoerd. Het aanvragen van kwijtschelding is mogelijk voor OZB: kwijtschelding kan in bepaalde omstandigheden plaatsvinden indien de vermogenspositie hiertoe aanleiding geeft. Afvalstoffenheffing: kwijtschelding kan plaatsvinden van het vastrecht, vermeerderd met maximaal het gemiddelde aantal ledigingen van grijze en groene containers of inworpen in een verzamelcontainer voor restafval. Jaarlijks wordt dit gemiddelde aantal ledigingen of inworpen opnieuw vastgesteld. Dit gebeurt in de verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing, waarmee ook de hoogte van het variabel en vastrecht wordt vastgesteld. Rioolheffing: kwijtschelding kan m.n. plaatsvinden voor het gebruikersdeel voor woningen. Kwijtscheldingen Belastingplichtigen met meerjarige betalingsproblemen worden vanaf 2016 actief benaderd.
Daarnaast zijn alle belastingplichtigen, die verleden jaar geen kwijtscheldingen ontvingen, automatisch opgenomen in de procedure en wordt onderzocht of deze groep nu wel voor kwijtschelding in aanmerking kan komen. 2020 2021 2022 2023 2024 [1] Totaal aantal kwijtscheldingsverzoeken
1137 1117 1137 1152
1104
Verzoeken via inlichtingenbureau (voor de aanslagoplegging)
450
486
442
494
489
Beroepschriften (klanten)
25
26
17
4
0
1. Stand per januari 2025. Dit zijn dus voorlopige aantallen. Aantallen zijn per verzoek.
84
Paragraaf B. Weerstandsvermogen en risicobeheer In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het weerstandsvermogen en de mate waarin de organisatie de belangrijkste risico’s onder controle heeft. Op 31 oktober 2023 werd het geactualiseerde risicobeleid vastgesteld. In dit risicobeleid zijn de doelstellingen en uitgangspunten vastgelegd en wordt ook aangegeven op welke wijze we risico’s managen. Deze paragraaf geeft inzicht in: • Weerstandsvermogen: de mate waarin de gemeente in staat is om risico’s van materiële betekenis te kunnen opvangen, zonder te hoeven ingrijpen in de normale bedrijfsvoering. • Risico’s: de afwijking van een doelstelling als gevolg van het optreden van een onzekere gebeurtenis. Van strategische risico’s worden opgenomen: de omvang en de getroffen beheersmaatregelen en de ontwikkelingen hierin. • Weerstandscapaciteit: toelichting op omvang en ontwikkeling van de vermogenscomponenten en andere bronnen die dienen om de risico’s op te vangen. • Financiële kengetallen: conform de BBV is een basisset financiële kengetallen opgenomen. 1. Risicomanagement De raad, het college en het management zijn ervan bewust dat adequate risicobeheersing onderdeel is van “good governance” en bijdraagt aan het “in control” zijn van de organisatie.
Kernthema hierin is transparantie: het (tijdig) rapporteren over risico’s en gezamenlijk met alle betrokkenen afstemmen over beheersmaatregelen. Het risicobewustzijn blijft altijd een punt van aandacht in de organisatie. Op de verschillende terreinen wordt dit steeds beter opgepakt, maar het is nog geen automatisme. Risico’s overkomen ons nog af en toe, ondanks signalen die achteraf onvoldoende onderkend werden. Bij de implementatie van het nieuwe risicobeleid wordt extra aandacht gegeven aan het (her-)kennen van risico's, het voeren van een risicodialoog en de beheermaatregelen die nodig zijn om de risico's te reduceren of te vermijden. Voor deze jaarrekening werd de risico-inventarisatie nog op de 'oude' manier gedaan, om een goede vergelijking te kunnen maken met de begroting 2024. 2. Weerstandsvermogen Het beleid gaat uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0. Dat wil zeggen dat de berekende risico’s in ieder geval zijn afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit (vermogensbuffer). Hiermee sluiten we aan bij de adviezen van de provinciale toezichthouder. Daarnaast is in het actuele risicobeleid een minimumgrens van 10% van de jaarexploitatie als streefwaarde voor de weerstandscapaciteit vastgesteld. Voor de jaarrekening 2024 gaan we uit van de primaire begroting 2025, inclusief de mutaties tot en met 31 december 2024.
De streefwaarde voor de weerstandscapaciteit is daarmee minimaal € 19.736. Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
Algemene reserve
16.565
25.293
35.312
47.652
Risicoreserve grondbedrijf
6.404
7.829
7.835
7.802
Weerstandscapaciteit
22.969
33.122
43.147
55.454
Algemene risico's
2.915
2.576
4.162
3.000
603
562
311
342
Risico's grondbedrijf Risico's
3.518
3.138
4.473
3.342
Vrije ruimte
19.451
29.984
38.674
52.112
- Algemeen
13.650
22.717
31.150
44.652
- Grondbedrijf
5.801
7.267
7.524
7.460
Weerstandsvermogen
6,53
10,56
9,65
16,59
Het weerstandsvermogen stijgt fors ten opzichte van eind 2023. Dit komt met name door de groei van de algemene reserve. Maar ook de daling van het totaal van de algemene risico's speelt daar een rol in. Dit wordt veroorzaakt door een de maatregelen die zijn genomen bij de NLW, waardoor daar voor ons de financiële risico's zijn verminderd. Het weerstandsvermogen blijft hiermee ruim boven de vastgestelde norm van 1,00. De vrije ruimte bedraagt ruim 52 mln., een toename van bijna 13,5 mln. ten opzichte van eind 2023. 3. Risico's De risico’s uit de jaarrekening 2023 zijn het uitgangspunt van de rapportage. Nieuwe (strategische) risico’s zijn toegevoegd, relevante wijzigingen in bestaande risico’s worden toegelicht. De 85
risicomatrix is aangepast op basis van het nieuwe risicobeleid en plaatst de risico’s in het perspectief van kans en gevolg. In de risicotoelichting wordt het risico nader beschreven en de (voortgang van) beheersmaatregelen aangegeven. Risicomatrix
Risicotoelichting In navolgend overzicht: • kolom nr. verwijst naar risicomatrix. • Kolom potentiële risicogebeurtenis: de gebeurtenis voorafgegaan door het nummer van het deelprogramma waarop deze betrekking heeft. Enkel risico's hebben betrekking op meerdere deelprogramma's, die zijn algemeen genoemd. • (Status) beheersmaatregelen: per risico zijn beheersmaatregelen benoemd. De voortgang/status is "cursief" beschreven. Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
1
Breed Sociaal Domein
Er is een uitvoeringsprogramma sociaal domein vastgesteld met diverse deelopdrachten die gekoppeld zijn aan de bouwstenen uit de Kadernota SD (zie hieronder)
Bouwsteen Omgeving De omgeving wordt onvoldoende versterkt waardoor de beweging van “vangnet” naar “omgeving” niet of onvoldoende gemaakt wordt.
Inzet van gebiedsgericht werken (aansluiting zoeken bij de specifieke behoefte van een wijk of dorp). Inzet van ondersteunende maatregelen zoals subsidies, accommodaties, etc. -
Gebiedsgericht werken is ingezet.
-
Subsidiebeleid is geactualiseerd.
-
Het versterken van de omgeving is een 86
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
hoofdopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Er loopt een proces, gebaseerd op het bewezen effectieve OKO-model, samen met partners waarin zij ook meedenken en meedoen aan het versterken van de omgeving.
Indexering volgt niet de markt
-
Er lopen specifieke initiatieven om de omgeving te versterken: JSP, BSO+, SOJ, buurtgezinnen, jeugdhulp en opvoedondersteuning, Roger That Inspiratielab, Ik Begin en inzet ervaringsdeskundigen.
-
De inzet van ervaringsdeskundigheid is voor langere termijn geborgd door afspraken over de inzet en de financiering.
-
Een nieuwe toekomstbestendige bibliotheekvisie wordt opgesteld met aandacht voor de maatschappelijke rol van de bibliotheek binnen de omgeving.
-
De overschotten binnen de vangnetvoorzieningen daadwerkelijk inzetten voor het op peil houden van de sociale basis.
-
Indexering begroting 2024: In 2024 wordt een OVA-index van 4,94% gehanteerd. We blijven de ontwikkelingen van de budgetten van onze partners in de sociale basis monitoren.
-
Er wordt ingezet op een nieuwe sociale kaart.
Bouwsteen Vangnet De afschaling van voorzieningen komt onvoldoende tot stand.
Openeinderegelingen: Toename van het aantal maatwerkvoorzieningen als gevolg van veranderende omstandigheden (economische, demografische, wetgeving, rijksbeleid)
Versterken van de omgeving. Anders organiseren van de toegang.
Herijken van onze inkoopmethodiek. Duurzaam partnerschap met aanbieders en gesubsidieerde instellingen. Afspraken maken met andere verwijzers.
-
In 2024 is door diverse externe samenwerkingspartners een start gemaakt met een gezamenlijke toegang onder de naam “Venrays Informatie Punt”. Daarnaast is er voor onze interne organisatie een nieuwe opdracht voor het anders inrichten van onze toegang opgesteld. Hier wordt in 87
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
2025 een start mee gemaakt. -
Accountgesprekken met aanbieders worden gevoerd en de MGR levert periodieke rapportages aan over de stand van zaken op de verschillende inkooponderdelen.
-
De middelen sociaal domein komen steeds meer onder druk te staan (bijv. hervormingsagenda jeugd, maatschappelijke opvang, beschermd wonen). Hier worden gerichte interventies op ingezet.
-
In 2024 is een fraudeonderzoek gestart bij één van de gecontracteerde zorgaanbieders. Het onderzoek wordt nauwkeurig gevolgd. De uitkomsten en gevolgen daarvan worden in 2025 bekend.
Sturing en inkoop
Bouwsteen Gedrag en Houding De gewenste gedragsverandering bij medewerkers komt onvoldoende tot stand.
De gemeentelijke visie wordt niet onderschreven door de aanbieders.
Met behulp van de training “Anders leren motiveren” is gewerkt aan een gedragsverandering bij collega's. Deze eerste pilot training heeft in 2024 plaatsgevonden samen met collega's van externe partners. Tijdens de training is ook aandacht voor het versterken van de omgeving. In 2025 vindt een verdieping plaats op de training. Ook gaan we kijken hoe we deze werkwijze verder kunnen brengen en kunnen borgen in de organisatie. Houding en gedrag vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Deze deelopdracht heeft hier ook een plek gekregen. binnen de nieuwe opdracht voor het anders inrichten van de toegang.
Bouwsteen Communicatie De boodschap komt onvoldoende over.
Opstellen communicatiestrategie en instrumenten. −
Communicatie vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Centraal staat daar het meer in gesprek zijn met inwoners. Opdrachtformulering deelopdracht communicatie opgesteld. Verbreding van instrumenten is een continu proces. Een herijking van de opdracht vindt plaats zodat deze aansluit bij de uitkomsten van de deelopdracht toegang en omgeving.
Bouwsteen Financiën De gerealiseerde uitgaven van het Sociaal Domein Breed overstijgen de
Monitoren uitgaven SD-breed versus begroting, waarbij de indeling “vangnet” en “omgeving”
88
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
begroting.
wordt gehanteerd.
Oplevering van de halfjaarrapportage Sociaal Domein. −
Monitoring uitgaven en ontwikkeling
voorzieningen vindt maandelijks plaats.
2
Halfjaarlijks wordt aan de raad gerapporteerd over de ontwikkelingen binnen het sociaal domein.
−
Doorontwikkeling van dashboards is geborgd in de organisatie. Inzet wordt gepleegd op competenties medewerkers.
−
Raadsmonitor sociaal domein sluit aan op de P&C-cyclus.
-
Stimuleringsmaatregelen verkoop kavels (promotie via website en woontafel)
Grondbedrijf Afzet van gronden blijft achter ten opzichte van de planning.
3
−
Privacy en Informatiebeveiliging - Vertrouwelijke/gevoelige informatie is beschikbaar bij nietgeautoriseerden (binnen en buiten de organisatie)
- Onverantwoordelijk gebruik en uitwisseling van persoonsgegevens en privacygevoelige informatie binnen de organisatie en naar partners.
- De kans dat informatiebeveiligingsincidenten de bedrijfsvoering raken neemt toe.
Maximale samenwerking door de functies van FG (Functionaris gegevensbescherming), PO (Privacy Officer) en CISO (Chief Information Security Officer); De onafhankelijke rol van privacy en informatiebeveiliging zorgt voor een objectieve advisering van maatregelen;
Jaarlijkse verantwoording over informatieveiligheid, implementatie BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en privacy via ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit); Privacy en Informatiebeveiliging (P&IB) maken standaard onderdeel uit van projecttoetsing. Door maatregelen te nemen worden risico’s geminimaliseerd; Met het uitvoeren van DPIA's (Data Protection Impact Assessments) brengen we risico’s in beeld en maken we bewuste keuzes welke risico’s we accepteren/mitigeren; De verantwoordelijkheid voor P&IB bij de proceseigenaren borgen;
89
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
Vergroten bewustzijn bij medewerkers en uitvoeren Privacy en Security awareness trainingen; Het opstellen van een bedrijfscontinuïteitsplan zorgt dat we beter zijn voorbereid op informatiebeveiligingsincidenten en verstoringen; - Bij een verstoring is de bedrijfscontinuïteit onvoldoende geborgd.
Privacy en informatiebeveiliging zijn onderdeel integraal risicomangement Verbetermaatregelen t.a.v. WPG doorvoeren.
- Niet voldoen aan de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) en de WPG (Wet Politiegegevens). 4
Alg. Garantstelling Gemeente wordt aangesproken op inlossen van een garantstelling.
- Periodieke rapportage over ontwikkeling risicovolste garantstellingen. Informatieverstrekking vindt per dossier plaats.
Een nieuwe garantstelling wordt pas aangegaan wanneer duidelijk is welke risico’s daaraan kleven Meest risicovolle garantstelling: Glasweb: -
-
5
Er wordt niet voldaan aan regels voor staatssteun en financieringsconstructies. Door achterblijvende groei van het klantenbestand kan de businesscase in het gedrang komen. Hierdoor zouden dan de liquide middelen ontbreken om af te lossen.
Alg. Samenwerken/Verbonden Partijen Resultaten van samenwerkingspartners wijken af van lokale doelstellingen.
Glasweb: -
Door frequent met Glasweb het klantenbestand en de ontwikkelingen van het klantenbestand te monitoren houden wij zicht op de eventuele risico's. In 2024 is dit goed verlopen, geen vergroting van het risico.
Beleid op samenwerking en verbonden partijen opstellen (incl. timing en niveau van informatievoorziening) Nota vizier op samenwerking is vastgesteld. We zijn kritisch of de aangegane samenwerkings-verbanden nog altijd doen wat we beogen. Algemene beleidskader (de Nota vizier op samenwerking) is daarbij een leidraad. - Per bestaande VP doelen en risico's inventariseren en maatregelen treffen. - Bij het deelnemen in nieuwe VP-eisen stellen aan 90
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
informatievoorziening. Meest risicovolle Verbonden Partijen in financieel perspectief:
Veiligheidsregio: onverwachte gebeurtenissen leiden tot extra
- Onder de noemer "grip op samenwerking" vindt uniforme sturing plaats op de vijf grote gemeenschappelijke regelingen.
Veiligheidsregio: -Regionale overleggen financieel adviseurs en adviseurs openbare orde en veiligheid per 2 maanden. -Oppakken adviezen rekenkameronderzoek -Invullen van afspraken uit RIB “Grip op samenwerken”. Venray is adoptiegemeente. Ambtenaren betrokken in voortraject beleidsontwikkeling en opstellen P&C-producten.
Noord Limburg West (NLW): (Bedrijfsvoerings)kosten worden onvoldoende in lijn gebracht met de (korting op de) rijkssubsidie. Begrote opbrengsten worden onvoldoende gerealiseerd (dalende Wsw-inkomsten en afnemende tewerkstelling van medewerkers)
6
-Maken van beheersplannen (o.a. Natuurbrand Managementplan). - In 2024 is opdracht gegeven voor het versterkingsplan Toekomstbestendige GGD
NLW: De in 2020 vastgestelde strategische koers is ingetrokken. In 2024 is gestart met de opdracht iedereen doet mee. Dit heeft geleid tot een strategische verkenning van de toekomstige samenwerking tussen de 3 gemeenten, een mogelijke hoofdvariant voor het huidige werkbedrijf en een lokale koers voor uitvoering van de Participatiewet. Het traject wordt in 2025 vervolgd waarbij met name de hoofdvariant en de lokale uitvoering Participatiewet verder worden uitgewerkt. De korte termijn opdracht waarbij de focus ligt op continuering van de bedrijfsvoering van de NLW is verlengd in afwachting van de uitkomst van bovengenoemde trajecten. De financiële afspraken met de NLW zijn een maximale aanvullende bijdrage in het tekort van de NV van € 1,9 mln voor de drie gemeenten samen. In de begroting is hiermee rekening gehouden. Voor de NLW is het uitgangspunt om binnen dit financieel kader te opereren.
Alg. Bestuurders: pensioen/wachtgeld/ nabestaande pensioen en
91
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
arbeidsongeschiktheid Door fluctuerende marktrente en actualisatie sterftetabel moeten extra stortingen in de pensioenvoorziening worden gedaan om deze op niveau te houden.
Onderbrengen bij pensioenfonds
Vanaf 1 januari 2028 worden de pensioenen van de politieke ambtsdragers, waaronder wethouders , ondergebracht in een nieuwe pensioenstelsel. Aanleiding hiervoor is de aangenomen Wet toekomst pensioenen (Wtp). Om ervoor te zorgen dat de huidige opgebouwde pensioenen kunnen worden overgebracht naar het nieuwe pensioenstelsel, wordt het op papier al gereserveerde bedrag voor de pensioenuitkering via een collectieve waardeoverdracht overgedragen aan pensioenfonds ABP. Om de gevolgen van de overgang voor de decentrale overheden in te schatten is een onderzoek gestart, waaraan de gemeente Venray deelneemt.
Bestuurders stappen voortijdig op en maken aanspraak op wachtgeld
Bestuurders komen te overlijden of raken arbeidsongeschikt
Aanbieden outplacementtraject om wachtgeldperiode te bekorten. Voor het financiële risico van overlijden van een (wachtgeld) wethouder vóór de pensioengerechtigde leeftijd is een verzekering afgesloten (zgn. kortlevenrisico). Daarnaast is het risico van arbeidsongeschiktheid voor (wachtgeld-) bestuurders afgedekt middels een collectieve Arbeidsongeschiktheidsverzekering.
7
Alg. Rijksinkomsten: algemene uitkering De afhankelijkheid van de rijksbijdrage is per definitie een risicofactor. De bezuinigingen op het gemeentefonds veroorzaken vanaf 2026 een grote terugval in de gemeentefondsuitkering. Dit kan grote gevolgen hebben voor de uitvoering van de gemeentelijke taken. Het verdeelmodel dat per 1.1.2023 is ingegaan, zal in 2025 geëvalueerd worden. In 2025 is besloten nog een vervolgonderzoek uit voeren. Door de fondsbeheerders is besloten pas per 1 januari 2027 een volgende stap te zetten
Actuele ontwikkelingen in het Gemeentefonds bijhouden. Onder meer via de VNG druk op het rijk uitoefenen om het rijksbeleid te beïnvloeden, zodat de taken en middelen van gemeenten vanaf 2026 structureel in balans gebracht kunnen worden. De voorjaarsnota van het rijk is hierbij een heel belangrijk ijkpunt. De raad wordt periodiek via raadsinformatiebrieven en via de P&C cyclus op de hoogte gesteld van ontwikkelingen in het gemeentefonds.
Bijhouden van informatie omtrent de 92
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
Hervormingsagenda Jeugd: vanaf 2026 is nog onduidelijk of de extra middelen voor jeugdzorg gecontinueerd worden.
Jeugdzorgmiddelen: In de Hervormingsagenda Jeugd staan maatregelen om de jeugdzorg te verbeteren en de kosten te verlagen. In april 2023 is er een principeakkoord bereikt: de besparingsopgave tot en met 2025 wordt bevroren. Dit neemt niet weg dat wij als gemeente al met enkele maatregelen aan de slag zijn gegaan, zoals de inzet van een Specialist Ondersteuner Jeugd (SOJ) bij de huisartsen normaliseren. In juni 2023 hebben gemeenten ingestemd met de Hervormingsagenda Jeugd, met als voorwaarde dat er meer zekerheid komt over de bijdrage na 2026. Begin januari 2025 is het advies van de deskundigencommissie opgeleverd. Kern van dit advies is dat de uitvoering van de Hervormingsagenda is gestart, maar nog niet volledig gerealiseerd. Verder adviseert de commissie dan om de besparingsopgave voor 2023 en 2024 te verdelen over Rijk en gemeenten en voor 2026 en verder terug te draaien. Maar dit advies is (nog) niet overgenomen door het Rijk. Het risico blijft bestaan.
Financiering combinatiefunctionarissen en verschillende preventieve programma's is vanaf 2027 onzeker.
De “brede specifieke uitkering” heeft een looptijd tot en met 2026 en de financiering vanaf 2027 is daardoor onzeker. We volgen de ontwikkelingen ten aanzien van deze specifieke uitkering. - Via de VNG als gemeente in gesprek blijven met het kabinet over de ontoereikendheid van rijksmiddelen voor de uitvoering van taken als invoering Omgevingswet en de Wkb.
Compensatie lagere inkomsten bouwleges door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging.
- Alternatieve inkomstenbronnen overwegen. Tegenover de minder inkomsten uit de bouwleges staan nieuwe inkomsten uit de milieuleges die we mogen heffen. De raad heeft op 15 februari 2022 in het ‘Koersdocument implementatie Omgevingswet gemeente Venray’ al aangegeven hier gebruik van te willen maken.
Majeure projecten
Naar hun aard hebben majeure projecten in beginsel grote risico’s in zich. Voor deze projecten zijn beheersmaatregelen getroffen, waardoor de risico’s (voor zover hierboven niet expliciet opgenomen) afdoende zijn afgedekt.
93
Risico-ontwikkeling De financieel gecalculeerde risico’s hebben zich als volgt ontwikkeld: Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Algemeen Grondbedrijf Totaal
2021 2.915
2022
2023
2.576
2024
4.162
3.000
603
562
311
342
3.518
3.138
4.473
3.342
Het totaal aan risico’s neemt met € 1,16 mln. af. Dit komt met name door de systematiek die we toepassen voor de algemene risico's, waarbij m.n. de risico's van het sociaal domein, inclusief NLW, zorgen voor een verlaging van de risico's. Voor de niet geïdentificeerde risico's hanteren we 1% van de jaarexploitatie en voor het opvangen van risico's binnen de exploitatie wordt overeenkomstig het nieuwe beleid de gewijzigde berekening toegepast. Algemene dienst Voor het sociaal domein is een risico inschatting gemaakt, toegespitst op de kosten van jeugdzorg, wmo en participatie. Het risicopercentage op deze onderdelen is sinds 2022 verhoogd van 3% naar 5%. De vermindering van het risico heeft m.n. te maken met het wegvallen van het risico van de Mutsaersstichting. Het risico ten aanzien van Verbonden Partijen is verminderd als gevolg van de ontwikkelingen rondom de NLW. Zoals onder het kopje 'risicomanagement' is aangegeven is voor deze jaarrekening uitgegaan van de nieuwe streefwaarden op basis van de jaarexploitatie. Dit betekent dat voor niet geïdentificeerde risico's wordt uitgegaan van 1% van de jaarexploitatie en wordt voor het opvangen van risico's binnen de exploitatie, overeenkomstig het nieuwe risicobeleid, de gewijzigde berekening toegepast. Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Sociaal domein
2021 2.015
2022 2.688
2023 3.862
2024 3.172
Garanties
667
611
607
567
Verbonden partijen
544
1.481
1.481
919
Pensioen/arbeidsongeschiktheid bestuurders
530
1.100
711
628
2.600
1.300
pm
pm
259
259
259
0
6.615
7.439
6.920
5.286
-1.654
-1.860
-1.730
-1.321
Niet gecompenseerde prijsstijgingen/inflatie e.d. Diversen Totaal algemene risico's Correcties cf risicobeleid: Risico's doen zich niet in 1 jaar voor Niet geïdentificeerde risico's
1.200
1.200
1.710
1.973
Opvangen risico's in exploitatie
-3.246
-4.204
-2.739
-2.938
Totaal algemene risico's na correctie
2.915
2.576
4.162
3.000
Risico 's grondbedrijf
603
562
311
342
3.518
3.138
4.473
3.342
2021 487
2022 481
2023 252
2024 259
Marktrisico
116
80
59
83
Totaal risico's
603
561
311
342
Totaal risico's
Grondbedrijf Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Projectspecifieke risico's/ramingsonzekerheden
In zijn algemeenheid nemen risico’s af naarmate het project vordert, per project nemen de ramingen af, zowel de kosten als de opbrengsten. Daarnaast nemen ook de jaren waarover het marktrisico wordt berekend af. De grootste mutaties van risico’s binnen het Grondbedrijf zien we bij de restkavels o.a. Smakt en Castenray (- € 99.605), projecten in voorbereiding (- € 53.457) en algemene kosten grondbedrijf (- € 76.446). Het totale verschil tussen 2023 en 2024 is een hoger risico van € 31.000. Per 31 december 2024 zijn de grondexploitaties Smakt en Castenray afgesloten en komen de risico’s voor deze projecten te vervallen.
94
Sinds 2018 zijn we o.b.v. het BBV als gemeente gehouden aan een vaste methode van winst nemen bij grondexploitaties: de POC-methode, Percentage Of Completion. Oftewel % gerealiseerde kosten * % gerealiseerde opbrengsten = % te nemen winst (-/- reeds gerealiseerde winst). De mogelijkheid bestaat om op dit bedrag van winstneming een bedrag voor 'risico reservering' in mindering te brengen. Voor de grondexploitaties waar we alleen zélf in deelnemen maken we hier geen gebruik van. Voor de grondexploitaties waar we met een partner in deelnemen (PPSovereenkomsten) zijn we daar voorzichtiger in, omdat je wilt voorkomen dat je 'te veel' winst uitkeert aan de partner en hier later op terug moet komen. Op dit moment zijn er geen grondexploitaties in de vorm van PPS. Weerstandscapaciteit Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Algemene reserve (vrij)
2021
2022
16.565
25.293
2023
2024
35.312
47.652
Risicoreserve grondbedrijf
6.404
7.829
7.835
7.802
Weerstandscapaciteit
22.969
33.122
43.147
55.454
Streefwaarde weerstandscapaciteit
12.000
12.000
17.096
19.736
Tekort/overschot streefwaarde
10.969
21.122
26.051
35.718
2021
2022
2023
2024
Algemene reserve Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Algemene reserve administratief
17.749
18.866
30.855
43.968
Bruto resultaat
7.170
17.085
17.907
12.984
Budgetoverheveling
-301
-329
-617
-4.558
Vrijval overheveling restant exploitatiebudget
45
807
964
293
Reserve Ontheemden
0
-625
0
0
Dec.circ. Specifieke bestemming
0
-1.182
0
0
-4.839
-6.902
-8.710
-2.503
Raadsbesluiten w.o. MUIP Storting in reserve overh. restant-budgetten
-3.259
-2.427
-5.087
-2.532
Algemene reserve (vrij)
16.565
25.293
35.312
47.652
Bij de presentatie van de vrij-beschikbare reserve sluiten we aan op het detailniveau dat ook in de Kadernota en de Programmabegroting wordt weergegeven. Het saldo van de reserve per 31 december 2024 wordt verhoogd met het bruto jaarrekeningresultaat 2024. Vervolgens wordt rekening gehouden met de verschuiving van investeringen die uit de algemene reserve bekostigd worden (budgetoverheveling) en met reeds genomen raadsbesluiten (o.a. de MUIP) die nog niet (volledig) uitgevoerd zijn. Tenslotte worden de restantbudgetten in mindering gebracht, waarvoor bij de vaststelling van deze jaarrekening voorgesteld wordt om deze budgetten over te hevelen naar de ‘reserve overheveling restant-budgetten’. Risicoreserve grondbedrijf Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
Saldo per 1-1
5.022
6.404
7.829
7.835
Winstnemingen
1.340
2.028
373
342
Onttrekkingen
42
-603
-366
-375
6.404
7.829
7.836
7.802
Saldo per 31-12
De winstnemingen 2024 betreffen de grondexploitaties Smakt (€ 258.532), Castenray (€ 7.537) en restkavels (€ 74.994). De onttrekkingen 2024 betreffen afboeking van niet door te belasten algemene kosten grondbedrijf (€ 146.237), projecten in voorbereiding (€ 177.016) en verwerving toekomstige plannen (€ 51.403). Financiële kengetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen opnemen in de programmabegroting en programmaverantwoording. De kengetallen zijn afgeleiden van bestaande informatie en genereren geen ‘nieuwe’ informatie. De 95
kengetallen moeten het de gemeenteraad gemakkelijker maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente en het vergelijken met andere gemeenten gemakkelijker maken. De kengetallen drukken een verhouding uit die zichtbaar is op de balans en de jaarrekening. Door het BBV is geen norm vastgesteld waarmee de uitkomsten van de vijf kengetallen vergeleken moeten worden. In de toelichting op de regeling is opgenomen dat deze beoordeling van de financiële positie is voorbehouden aan het horizontale controle- en verantwoordingsproces. Met andere woorden: gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de interpretatie van hun financiële positie. Een afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien en beoordeeld in samenhang met andere kengetallen. De hoogte van de schulden moet bijvoorbeeld in samenhang gezien worden met de hoogte van het eigen vermogen (ratio solvabiliteit) en de hoogte van de structurele baten (ratio structurele exploitatieruimte). De uitkomsten van de kengetallen zijn daarnaast ook van belang voor de provinciale toezichthouder om een oordeel over de financiële positie van de gemeente op te baseren. In onderstaand overzicht zijn de kengetallen voor Venray opgenomen. Tevens zijn ter vergelijking opgenomen het landelijk gemiddelde voor gemeenten met 35.000 – 45.000 inwoners.
Deze percentages zijn afkomstig van de site ‘Data Financiën Decentrale Overheden’ (Findo). De jaarrekeningcijfers over het jaar 2024 van de andere gemeenten zijn nog niet bekend. De percentages gemeenten 35.000 – 45.000 zijn daarom gebaseerd op de jaarrekeningen 2023. Daarnaast is een vergelijking gemaakt met de signaleringswaarden volgens het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader van de provincie Limburg.
Financiele kengetallen jaarrekening 2024 Jaarrekening
Financiele kengetallen
Netto schuldquote
Gemeenten 35.000 Rek. '24 45.000 Venray inwoners o.b.v. GTK o.b.v. prov. 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 rekening Limburg: 2023 categorie
61% 61% 56%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle 47% 48% 44% verstrekte leningen
51% 48%
40% 38%
43% 46%
34% 38%
39%
32%
A
Cat. A: < 90% Cat. B: 90 130% Cat. C: > 130%
A
Cat. A: < 90% Cat. B: 90 130% Cat. C: > 130% Cat. A: > 50% Cat. B: 20 50% Cat. C: < 20%
Solvabiliteitsratio
30% 30% 30%
32% 38%
42% 40%
40%
B
Structurele exploitatieruimte
7%
6%
8%
6%
A
Grondexploitatie
Belastingcapaciteit
6%
1%
0%
2%
-1%
-2%
7%
-1%
94% 93% 98% 101% 90%
0%
3%
0%
90% 88%
6%
98%
GTK provincie Limburg
Cat. A: > 0% Cat. B: = 0% Cat. C: < 0%
A
Cat. A: < 20% Cat. B: 20 35% Cat. C: > 35%
A
Cat. A: < 95% Cat. B: 95 105% Cat. C: > 105%
96
• Netto schuldquote. Geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van het totaal van de inkomsten (exclusief mutatie reserves). De hoogte van de inkomsten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Een schuldquote tussen 0% en 100% wordt als gangbaar beschouwd. Voor een gemeente geldt als indicatie voor een zeer hoge schuld indien de schuldquote boven de 130% uitkomt. Dus hoe lager het percentage hoe beter. De netto schuldquote van 46% is ten opzichte van de jaarrekening 2023 (43%) iets toegenomen. De schuldquote ligt hoger dan het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 35.000 – 45.000 inwoners (gebaseerd op jaarrekeningen 2023) maar ruim in categorie A volgens de signaleringswaarden van de provincie Limburg. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of als dat wel het geval is, valt dit niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn.