CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Programmabegroting 2023-2026

Gemeenteraad 8 november 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Begroting 2023 + infographic36.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Ook moeten de gemeenten daarbij toelichten welke beleidskeuzes er bij de 53

tarifering van de producten en diensten zijn gemaakt. Bijvoorbeeld of er kruissubsidiëring is tussen of binnen product categorieën. Dit geldt voor de volgende leges, heffingen en rechten: afvalstoffenheffing, rioolheffing, rioolaansluitrecht, leges, marktgelden, havengelden en lijkbezorgingsrechten. De overige belastingen, OZB, (water)verblijfsbelasting, reclamebelasting, BIZ Smakterheide en parkeerbelasting zijn algemene belastingen en gaan naar de algemene middelen van de gemeente en kunnen door de gemeente vrij besteed worden. De voorwaarden m.b.t. kostendekkendheid gelden hiervoor niet. Afvalstoffenheffing De gemiddelde afvalstoffenheffing (basistarief + variabel tarief) voor een huishouden, stijgt in 2023 met € 18,80 oftewel 8%. Er zijn meerdere oorzaken waarom de kosten stijgen. Dit staat los van het nieuwe beleid. De eerste resultaten van het afvalbeleid zijn namelijk positief, met name wanneer je kijkt naar het milieurendement en de besparingen die behaald worden. Helaas kunnen de inwoners niet beloond worden met een tenminste gelijkblijvende afvalstoffenheffing of normale indexering. Hoge indexering Grootste oorzaak van de kostenstijging is de indexering die we verwachten. De brandstofprijzen zijn enorm gestegen, met een zeer hoog indexcijfer tot gevolg.

Omdat afvalinzameling draait om transport, verwachten we dat de inzamelaars deze indexering vanaf volgend jaar aan de gemeente doorberekenen. Dit drukt zwaar op de afvalbegroting. Hogere kosten verwerking versus besparingen Daarnaast hebben we in de afvalbegroting 2023 te maken met een aantal forse (onvoorziene) kostenstijgingen ten opzichte van 2022. Een grote kostenstijging zit in de verwerking van groente-, fruit- en tuinafval + etensresten (GFT+E). Voor dit afval is het serviceniveau omhoog gegaan. Het GFT+E wordt nu elke week ingezameld. Dit leidde in de eerste maanden al tot 2,5 keer meer aan huis ingezameld GFT+E ten opzichte van dezelfde maanden in 2021. De verwerkingskosten hiervoor vallen nog hoger uit dan voorafgaand ingeschat. Uiteraard besparen we ook op de kosten van de verwerking van restafval doordat we dit nu minder inzamelen. Daarnaast wordt alle plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken (PMD) tot nu toe geaccepteerd. We betalen dus niet meer voor de verbranding van afgekeurd PMD, zoals we voorheen wel deden. Met beide besparingen was in de begroting van 2022 echter al rekening gehouden. Hierdoor vormt dit geen besparing in de begroting van 2023 t.o.v. 2022. Vervuiling GFT+E Andere verschillen in de begroting zitten bijvoorbeeld in de toekomstig te verwachten afkeuring van GFT+E afval.

Tot op heden is het GFT+E afval nog niet afgekeurd, omdat deze bij verwerker Attero gezamenlijk met het afval van Gennep en Bergen wordt aangeleverd. Het is dan niet aanwijsbaar bij wie welke vervuiling hoort. Volgend jaar wordt het Venrayse GFT+E al eerder op de overslag gecontroleerd, waardoor ook de afkeur in Venray duidelijk wordt. Naar verwachting ligt deze tussen de 5 à 10 procent. Omdat het verwerken van afgekeurd GFT+E afval bijna vier keer duurder is dan de normale verwerkingskosten, is hiervoor ook een groot bedrag opgenomen in de begroting. Verschuiving van variabel tarief naar basistarief om kosten te dekken Bij het maken van de begroting voor 2022 werd uitgegaan van gemiddeld 7 ledigingen per aansluiting voor restafval (140 liter minicontainer). Een redelijk aantal gezien ervaringen in andere gemeenten met dezelfde frequentie van inzamelen in combinatie met diftar. Bij het opstellen van deze begroting voor 2023 waren alleen de cijfers van de eerste 3 maanden van het nieuwe beleid beschikbaar. Dit jaar lijkt het aantal ledigingen eerder naar 5 te gaan in plaats van 7. Inwoners zetten hun grijze restafvalcontainer dus minder vaak aan de straat en krijgen daardoor straks een lagere rekening. Hierdoor moeten we als gemeente de inkomsten uit het variabele tarief voor 2023 ook flink naar beneden bijstellen.

Dit betekent een verhoging van het basistarief om de kosten te kunnen dekken. Voor de inwoners houdt dit in dat zij naar verwachting een sterkere stijging in 2023 zullen ervaren dan de geschetste 8%, omdat zij in 2022 dan gemiddeld minder kosten hebben. Niet inzetten voorziening Ondanks het feit dat het leven voor iedereen duurder wordt, zet het college de egalisatiereserve (voorziening) niet in om deze stijging van de heffing te dempen. De belangrijkste reden hiervoor is de onvoorspelbaarheid van de lasten en baten binnen de afvalbegroting. Er kunnen zich al dan niet incidentele grote meevallers én grote tegenvallers voordoen. Voorbeelden hiervan zijn de 54

marktprijs van oud papier, de indexering voor transport of het afsluiten van nieuwe contracten. De voorziening is dan nodig om eventuele tekorten op te vangen, waarbij € 150.000 een beperkt bedrag is. Een aantal jaar geleden hebben we dat kunnen zien en ook nu blijkt de situatie onvoorspelbaar. Daarom is in deze programmabegroting het voorstel opgenomen voor een aanpassing van het plafondbedrag van de voorziening naar 10% van de afvalbegroting (ca. € 490.000). Zo kunnen we eventuele tekorten opvangen van twee begrotingsjaren. Een andere reden om de voorziening nu niet in te zetten is dat we daarmee de lastenverhoging slechts uitstellen. Als we nu de voorziening inzetten, krijgen de inwoners volgend jaar namelijk alsnog te maken met een verhoging van het tarief om de begroting rond te krijgen. Tarieven afvalstoffenheffing Basis voor de afvalstoffenheffing zijn de kostendekkende tarieven. Deze zijn vastgesteld op basis van begrote kosten voor het inzamelen van afval en de begrote kosten en opbrengsten voor het verwerken van afval. Doordat we nog niet veel cijfers beschikbaar hebben over de periode waarin het nieuwe beleid geldt, zal de afvalbegroting voor 2023 mogelijk later nog moeten worden aangepast. De hieronder weergeven tarieven zijn nadrukkelijk dan ook concept-tarieven.

De definitieve tarieven 2023 worden tijdens de raadsvergadering van december 2022 voor vaststelling aangeboden en kunnen derhalve afwijken van de concept-tarieven: Afvalstoffenheffing (bedragen x € 1,00) Vast tarief

2022 174,12

2023 % daling/stijging 209,28 20%

Restafval container van 40 ltr.

2,68

2,81

5%

container van 60 ltr. container van 80 ltr.

4,02 5,36

4,22 5,62

5% 5%

container van 140 ltr. container van 240 ltr.

9,37 16,07

9,84 16,87

5% 5%

4,02 239,70

4,22 258,48

5% 8%

volume van 60 ltr ondergronds Gemiddelde afvalstoffenheffing ¹

¹ In 2022 basistarief = 7x lediging 140 ltr. Restafval In 2023 basistarief = 5x lediging 140 ltr. Restafval Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten incl. (omslag)rente excl. kwijtscheldingen

Bedragen x € 1 -4.155.293

Kosten kwijtscheldingen

-114.541

Kosten uitvoering kwijtscheldingen

-24.538

Inkomsten excl. heffingen

393.762

Mutatie voorziening egalisatie afvalstoffenheffing Netto kosten

7.000 -3.893.610

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente

-331.000

BTW

-651.972

Totale kosten

-4.876.582

Opbrengst heffingen: vastrecht

3.228.603

Opbrengst heffingen: variabel recht

1.647.979

Netto opbrengst heffingen

4.876.582

Onttrekking voorziening egalisatie afvalstoffenheffing (verrekend als korting op vastrecht) Totale opbrengst heffingen Dekking

0 4.876.582 100%

55

Rioolheffing en riolering In het Gemeentelijk RioleringsPlan 2022-2025 is het beleid voor de riolering vastgelegd. Ook is opgenomen hoe dit beleid en de daaruit volgende werkzaamheden worden gefinancierd. Er is een voorzet gedaan met betrekking tot de hoogte van de rioolheffing. In het GRP wordt gesteld dat het tarief met 2% moet stijgen. Hier bovenop wordt gerekend met een inflatiepercentage van 1.7%. Het tarief voor 2023 is dan 3,7% hoger dan in 2022. Het GRP is in de raadsvergadering van december 2021 vastgesteld. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2023 worden in de raadsvergadering van december 2022 vastgesteld. Tarieven Rioolheffing en riolering

(Bedragen x €1)

eigenaar / gebruik

niet niet afgekoppeld afgekoppeld afgekoppeld afgekoppeld

%

2022

2023

2022

2023

basisheffing vastrecht rioolheffing

Eig.

€ 94,36

€ 97,88

€ 94,36

€ 97,88

3,7%

afvoerrecht afvalwater méérpersoonshuishouden (woning)

Gebr.

€ 127,38

€ 132,14

€ 127,32

€ 132,14

3,7%

afvoerrecht afvalwater éénpersoonshuishouden (woning)

Gebr.

€ 63,69

€ 66,07

€ 63,60

€ 66,07

3,7%

afvoerrecht afvalwater per eenheid van 250 m³ (niet Gebr. woning)

€ 127,38

€ 132,14

€ 127,32

€ 132,14

3,7%

afvoer hemelwater woningen

Eig.

€ 14,15

€ 14,68

€ 0,00

€ 0,00

3,7%

afvoer hemelwater nietwoning per eenheid van 200 m²

Eig.

€ 14,15

€ 14,68

€ 0,00

€ 0,00

3,7%

[1] Tarieven confrom GRP 2022_2025

De gemeente Venray heeft een rioolheffing om de kosten van de riolering, gedefinieerd in de drie zorgplichten (hemelwater, grondwater en afvalwater), te kunnen betalen. Uit deze rioolheffing moeten alle kosten voor de riolering kunnen worden betaald, zonder een bijdrage van de algemene middelen aan het product riolering. Eventuele tekorten of overschotten worden door middel van de voorziening egalisatie riolering over de jaren uitgemiddeld. Voor 2023 kan de volgende tabel voor de totale inkomsten en uitgaven worden opgesteld.

56

Berekening kostendekkendheid rioolheffing Kosten incl. (omslag)rente exclusief kwijtscheldingen

Bedragen x € 1,-3.165.547

Kosten kwijtscheldingen

-77.848

Kosten uitvoering kwijtscheldingen

-21.978

Inkomsten excl.heffingen

22.380

Mutatie voorziening egalisatie riolering Netto kosten

-638.433 -3.881.426

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente

-378.444

BTW

-445.518

Totale kosten

-4.705.388 Eigenaar

Gebruiker

49%

51%

Totale kosten gesplitst

-4.705.388

-2.301.277 -2.404.111

Opbrengst heffingen

4.705.388

2.301.277

2.404.111

100%

100%

100%

Dekking

Rioolaansluitrecht De kosten voor het maken van een rioolaansluiting zijn afhankelijk van onder andere de diameter, de lengte van de leiding en of het onder vrijverval of via drukriolering kan worden geloosd. Deze kosten worden volgens een vaste verrekening doorberekend aan de aanvrager van de aansluiting. Voor de begroting 2023 wordt gerekend met een verhoging van de tarieven uit 2022 met 2,3%. De tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn, maar zijn dat nu niet. Dit wordt veroorzaakt door de BTW. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2023 worden in de raadsvergadering van december 2022 vastgesteld.

Berekening kostendekkendheid rioolaansluitrecht Bedragen x € 1,Kosten incl. (omslag)rente

-37.033

Inkomsten excl.heffingen

0

Netto kosten

-37.033

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW

0 -7.777

Totale kosten

-44.810

Opbrengst heffingen

36.223

Dekking

81%

Leges Leges zijn verschuldigd voor verstrekte diensten en worden geheven om de verschillende taken te bekostigen. Bijvoorbeeld het in behandeling nemen van een aanvraag voor een paspoort of 57

rijbewijs. Ook zijn er leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van een omgevingsvergunning, een evenementenvergunning of een drank- en horecavergunning. De opbrengsten uit de heffing van leges worden gebruikt om de kwaliteit van de verstrekking te waarborgen en om personeels-, huisvesting- en materiaalkosten te dekken. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Per hoofdstuk/titel van de legesverordening worden de lasten (directe lasten + overhead + btw) en de totale inkomsten weergegeven. Ook de mate van kostendekkendheid (in %) is opgenomen. Leges verordening (x € 1 Lasten ) taakvelden Overhead

Totale lasten

Andere inkomsten Leges

Totale baten

Kostendekkendheid

Titel 1 Algemene dienstverlening 1.1 Burgerlijke Stand

153.689

113.526

267.215

0

44.861

44.861

17%

1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

278.512

200.369

478.881

0

143.015

143.015

30%

1.3 Rijbewijzen

159.275

91.020

250.295

0

124.571

124.571

52%

1.4 GBA

181.774

154.485

336.259

0

16.225

16.225

5%

1.5 Naturalisatie

86.069

20.728

106.797

0

50.164

50.164

0

1.6 Wet bescherming persoonsgegevens

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1.7 Bestuursstukken

0

0

0

0

0

0

0%

1.8 Vastgoedinformatie

0

0

0

0

0

0

0%

104.260

64.026

168.286

0

20.171

20.171

12%

0

0

0

0

0

0

0%

1.11 Huisvestingswet

Gratis

Gratis

Gratis

Gratis

Gratis

Gratis

n.v.t.

1.12 Leegstandwet

1.9 Overige publiekszaken 1.10 Reproductiekosten

Gratis

Gratis

Gratis

Gratis

Gratis

Gratis

n.v.t.

1.13 Gemeentegarantie

0

0

0

0

0

0

0%

1.14 Winkeltijdenwet

0

0

0

0

0

0

0%

1.15 Kansspelen

0

0

0

0

0

0

0%

1.16 Telecommunicatie

0

0

0

0

0

0

0%

1.17 Verkeer en vervoer

0

0

0

0

0

0

0%

1.18 Diversen

0

0

0

0

0

0

0%

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning 2.2 Vooroverleg / beoordelen concept omgevingsvergunningsaanvraag

133.760

86.934

220.694

0

33.959

33.959

15%

2.3-2.6 Omgevingsvergunning

494.856

396.873

891.729

0

951.469

951.469

107%

2.7 Wijziging omgevingsvergunning agv wijziging project

0

0

0

0

0

0

0%

2.8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

0

0

0

0

0

0

0%

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 3.1 Horeca

79.541

71.444

150.985

0

14.980

14.980

10%

3.2 Evenementen

84.858

76.531

161.388

0

7.335

7.335

5%

0

0

0

0

0

0

0%

gratis

gratis

gratis

gratis

gratis

gratis

gratis

3.5 Sexbedrijven

0

0

0

0

0

0

0%

3.6 Open vuur

0

0

0

0

0

0

0%

11.953

10.811

22.764

0

9.094

9.094

40%

0

0

0

0

0

0

0%

4.964

615

5.579

0

4.414

4.414

79%

0

0

0

0

0

0

0%

0 1.420.258 1.420.258

46%

3.3 (Markt) Standplaatsen 3.4 Huisvestingswet

3.7 Brandbeveiliging 3.8 Muziekvergunning 3.9 Kinderopvang 3.10 Overige TOTAAL

1.773.511 1.287.359 3.060.870

58

Marktgelden Elke standplaatshouder op de markt dient jaarlijks marktgeld te betalen. Hiervoor worden onder meer de kramen, stroom, schoonmaak en verkeersmaatregelen gerealiseerd, alsmede de inzet van de marktmeester. De hoogte van het marktgeld wordt berekend aan de hand van strekkende meters van de kramen. Het marktgeld wordt verhoogd als er stroom wordt afgenomen, afhankelijk van de capaciteit van de aansluiting. Uitgangspunt is dat de tarieven in 2023 stijgen met het inflatiepercentage van 2,3%. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2023 worden in de raadsvergadering van december 2022 vastgesteld. Havengelden Elk schip dat de industriehaven van Wanssum aandoet (liggen of laden/lossen) is havengeld verschuldigd. De hoogte van dit havengeld is afhankelijk van de omvang van het schip (tonnen laadvermogen of aantal standaard containers). Dit is vastgelegd in de havengeldverordening. Deze verordening wordt elk jaar geactualiseerd. Met de opbrengst van het havengeld worden de voorzieningen in de haven beheerd en onderhouden. De tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn, maar uit concurrentie overwegingen zijn ze dat nu niet. Om het tekort te dekken wordt gebruik gemaakt van de voorziening egalisatie industriehaven. In het onlangs vastgestelde havenbeheerplan wordt voor de periode 2022-2025 een verhoging van de havengelden voorzien van 2%.

Eind 2022 worden de definitieve tarieven voor 2023 vastgesteld. Berekening kostendekkendheid havengelden Bedragen x € 1,Kosten incl. (omslag)rente

-368.955

Inkomsten excl.heffingen

0

Mutatie voorziening egalisatie industriehaven

0

Netto kosten

-368.955

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW

-26.984 0

Totale kosten

-395.939

Opbrengst heffingen

190.203

Dekking

48%

Lijkbezorgingsrechten Venray heeft één gemeentelijke begraafplaats: Boschhuizen. Voor het gebruik van deze begraafplaats worden begraafrechten geheven. Er zijn verschillende tarieven. Zo betaalt men bijvoorbeeld voor het recht op een eigen graf voor een bepaalde periode, het bijzetten van urnen en asbussen of het verstrooien van as. In Venray zijn de legestarieven voor de kosten van begraven in 2020 onderzocht en kostendekkend gemaakt met ingang van 1-1-2021. Vanwege specifieke regelgeving en omstandigheden is de totale exploitatie van de begraafplaats niet kostendekkend. Uitgangspunt is dat de tarieven in 2023 stijgen met het inflatiepercentage van 2,3%. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2023 worden in de raadsvergadering van december 2022 vastgesteld. Beleid/uitgangspunten algemene begraafplaats Sinds 1972 heeft Venray een algemene begraafplaats. In 1973 en 1974 zijn hier de graven van de Petrus Banden Kerk (katholieke begraafplaats) naar over gebracht. Dit is het begin geweest van de algemene begraafplaats. De graven van de kerk zijn geplaatst in het zogenaamde vak O. Dit vak heeft een aparte status binnen de begraafplaats. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 26 juni 2018 de notitie ontwikkeling vak O Begraafplaats Boschhuizen vastgesteld.

In deze notitie is besloten om vanaf 26 juni 2018 geen leges meer te heffen over de bestaande graven in vak O. Ook is besloten dat er geen (bij)begravingen, dan wel (bij)plaatsingen van urnen worden toegestaan.

59

Leges verordening (x Lasten Totale €1) taakvelden Overhead lasten Begraafplaatsen

Andere inkomsten Leges

€ 178.460 € 12.347 € 190.807

Totale baten

€ - € 16.518

Kostendekkendheid

€ 16.518

9%

4b. Algemene belastingen Onroerendezaakbelastingen (OZB) Iedere eigenaar van een onroerende zaak, zoals een woning of niet-woning is belastingplichtig in het kader van de OZB. Een gebruiker van een onroerende zaak zijnde niet-woning is ook belastingplichtig in het kader van de OZB. Dit met uitzondering van het woondeel van een nietwoning. De definitieve tarieven OZB voor het belastingjaar 2023 worden in de raadsvergadering van december 2022 vastgesteld. lnflatiecorrectie OZB In het coalitieakkoord 2022-2026 is vastgelegd dat als uitgangspunt voor de OZB de jaarlijkse inflatiecorrectie wordt gekozen. In de begroting 2023 tot en met 2026 is het inflatiepercentage toegepast zoals vermeld in tabel van de bijlage 2, hoofdstuk 2.1. van de kadernota. In de begroting 2022 – 2026 is voor 2022 een inflatiepercentage van 1,5% opgenomen. Voor de begroting 2023 hanteren we 2,30% en voor het jaar 2023, voor de jaren 2024 t/m 2025 bedraagt het percentage 2,40% en voor 2026 1,9%. Voorlopige belastingdruk 2023 (=OZB+afval+riool) Op basis van de geldende uitgangspunten bedraagt de voorlopige gemiddelde lastendruk (voor een huishouden van twee of meer personen, die eigenaar en gebruiker zijn van een woning) voor 2023 € 851,51. Dit betekent dat de lastendruk 2023 (=OZB+afval+riool) stijgt ten op van 2022 met 4,3%.

2022 2022 2023 (verwachte (waarde per (geprognoti% waarde oktober juni 2022) seerde waarde) 2021) Bedragen x € 1,00 WOZ-waarde¹

265.300

264.776

304.492

15,0%

OZB² Rioolheffing³

341,18 235,89

340,50 235,89

348,33 244,70

2,3% 3,7%

Afvalstoffenheffing4

239,71

239,71

258,48

7,8%

Totale belastingdruk

816,78

816,10

851,51

4,3%

¹ De prognose is dat de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen met ongeveer 15% stijgt. Doordat de totale OZB opbrengst toeneemt met 2,3% (=inflatiepercentage) kan het OZB tarief aangepast worden naar beneden met 12,7%. De herwaardering 2023, naar de waardepeildatum 1 januari 2022 wordt in januari 2023 geheel afgerond. ² De WOZ-waarden worden d.m.v. een WOZ-beschikking begin 2023 definitief bekendgemaakt. WOZ-waarden worden naar beneden afgerond op duizend. ³ Uitgangspunt is een meerpersoonshuishouden en het pand is niet afgekoppeld van het gemeentelijk rioleringsstelsel. 4 Voor 2022 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 7 containers 140 liter restafval. En voor 2023 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 5 containers 140 liter restafval

(Water)verblijfsbelasting Belast is een overnachting in vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, vaste standplaatsen en logiesverblijven. De aanslag verblijfsbelasting wordt opgelegd aan de hotelier, pensionhouder, campinghouder etc., maar ook op locaties waar buitenlandse werknemers verblijven. De toeristen zelf ontvangen geen aanslag, maar zien het bedrag meestal wel op de rekening. De stijging van het tarief wordt pas doorgevoerd, zodra het tarief afgerond kan worden op 5 cent. Uit onderstaande tabel blijkt dat het tarief voor de verblijfsbelasting 2023 blijft gehandhaafd op een bedrag van € 1,30. 2022 inflatiepercentage berekend tarief werkelijk tarief

1,30 1,30

2023

2024

2025

2026

2027

2,30%

2,40%

2,40%

1,90%

1,90%

1,33 1,30

1,36 1,35

1,39 1,35

1,42 1,40

1,45 1,45

60

Parkeerbelasting Parkeerbelasting geldt voor de afgesloten terreinen Blekersveld, Raadhuisstraat en de parkeergarage. Voorgesteld wordt de tarieven te handhaven. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2023 worden in de raadsvergadering van december 2022 voor vaststelling aangeboden. Reclamebelasting De reclamebelasting is van toepassing binnen het centrumgebied van de gemeente Venray. De belasting wordt geheven ter zake van openbare aankondigingen (reclame-uitingen) zichtbaar vanaf de openbare weg. De gemeente int deze belasting en maakt deze vervolgens onder inhouding van de inningskosten, over naar de ondernemersvereniging Venray Centraal. Bedragen x €1

2022

2023

voor een reclameobject met een oppervlakte tot 0,5 m²: voor een reclameobject met een oppervlakte van 0,5 m² tot 2,5 m²:

475 600

475 600

voor een reclameobject met een oppervlakte van 2,5 m² tot 5 m²: voor een reclameobject met een oppervlakte van 5 m² tot 10 m²:

675 750

675 750

voor een reclameobject met een oppervlakte vanaf 10 m²:

825

825

BIZ-Smakterheide Op grond van de Bedrijven–Investerings-Zones (BIZ) is het mogelijk om binnen een nader af te bakenen gebied (zoals een bedrijventerrein) alle ondernemers gezamenlijk mee te laten betalen aan de kwaliteitsverbetering van de bedrijfsomgeving. Daarbij gaat het dan om activiteiten gericht op het bevorderen van de veiligheid en ruimtelijke kwaliteit binnen het betreffend gebied. Hiermee wordt het “freeriders” gedrag voorkomen. De gemeente int de jaarlijkse bijdragen en betaalt deze, onder inhouding van de inningskosten, uit aan de Ondernemersvereniging Smakterheide. Bedragen x €1 WOZ-waarde lager dan € 250.000

2022 250

2023 250

WOZ-waarde vanaf € 250.000 en lager dan € 1.000.000 WOZ-waarde vanaf € 1.000.000 en lager dan € 5.000.000

500 1000

500 1000

WOZ-waarde vanaf € 5.000.000

1500

1500

5. Kwijtscheldingenbeleid Burgers die de aanslag niet kunnen betalen, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding. Handmatige- en geautomatiseerde kwijtschelding Kwijtschelding vindt enerzijds plaats door middel van een toetsing door de Stichting Inlichtingenbureau van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit bureau voert geautomatiseerde bestandsvergelijkingen uit, waardoor de kwijtschelding eenvoudiger en geautomatiseerd toegekend kan worden. Anderzijds wordt ook nog een aanzienlijk aantal verzoeken tot kwijtscheldingen handmatig beoordeeld en afgehandeld. 100% Norm De raad heeft in het verleden besloten de regeling voor kwijtschelding zo ruim mogelijk toe te passen. Het normbedrag voor levensonderhoud is toen vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm. Het gehanteerde normbedrag is het maximale bedrag dat gemeenten mogen hanteren volgens de Invorderingswet 1990 en de daarbij behorende uitvoeringsregeling. Waarbij wordt uitgegaan van het vermogensbegrip van art. 34 van de Participatiewet. Het aanvragen van kwijtschelding is mogelijk voor OZB: kwijtschelding kan in bepaalde omstandigheden plaatsvinden indien de vermogenspositie hiertoe aanleiding geeft.

Afvalstoffenheffing: kwijtschelding kan plaatsvinden van het vastrecht, vermeerderd met maximaal het gemiddelde aantal ledigingen van grijze en groene containers of inworpen in een verzamelcontainer voor restafval. Jaarlijks wordt dit gemiddelde aantal ledigingen of inworpen opnieuw vastgesteld. Dit gebeurt in de verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing, waarmee ook de hoogte van het variabel en vastrecht wordt vastgesteld. Rioolheffing: kwijtschelding kan m.n. plaatsvinden voor het gebruikersdeel voor woningen.

61

Kwijtscheldingen Het aantal kwijtscheldingsverzoeken daalde de afgelopen jaren licht. Belastingplichtigen met meerjarige betalingsproblemen worden vanaf 2016 actief benaderd. Daarnaast zijn alle belastingplichtigen, die verleden jaar geen kwijtscheldingen ontvingen, automatisch opgenomen in de procedure en wordt onderzocht of deze groep nu wel voor kwijtschelding in aanmerking kan komen. 2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022[1]

Totaal aantal kwijtscheldingsverzoeken

894

1085

1041

1018

1005

1137

959

837

Verzoeken via inlichtingenbureau (voor de aanslagoplegging)

410

415

488

505

465

450

483

485

Beroepschriften (klanten)

63

81

40

47

52

25

20

0

[1] Stand per mei juni 2022. Dit zijn dus voorlopige aantallen.

62

Paragraaf B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het weerstandsvermogen en de mate waarin de organisatie de belangrijkste risico’s onder controle heeft. In het risicobeleid, dat in 2017 werd geëvalueerd, zijn de doelstellingen en uitgangspunten vastgesteld. Hierin is ook aangegeven op welke wijze we risico’s managen. In het najaar 2022 zal gestart worden met een actualisatie van het risicobeleid. Daarbij zal ook de raad meegenomen worden in de ontwikkelingen op het gebied van risicomanagement en de bewustwording van bestuur en organisatie op het gebied van risico's. Deze paragraaf geeft inzicht in: • Weerstandsvermogen: De mate waarin de gemeente in staat is om risico’s van materiële betekenis te kunnen opvangen, zonder te hoeven ingrijpen in de normale bedrijfsvoering. • Risico’s: De afwijking van een doelstelling als gevolg van het optreden van een onzekere gebeurtenis. Van strategische risico’s worden opgenomen: de omvang en de getroffen beheersmaatregelen en de ontwikkelingen hierin. • Weerstandscapaciteit: Toelichting op omvang en ontwikkeling van de vermogenscomponenten en andere bronnen die dienen om de risico’s op te vangen. • Financiële kengetallen: conform de BBV is een basis set financiële kengetallen opgenomen. 1.

Risicomanagement De raad, het college en het management zijn ervan bewust dat adequate risicobeheersing onderdeel is van “good governance” en bijdraagt aan het “in control” zijn van de organisatie. Kernthema hierin is transparantie: het (tijdig) rapporteren over risico’s en gezamenlijk met alle betrokkenen afstemmen over beheersmaatregelen. Hoewel het risicobewustzijn in de afgelopen jaren is gegroeid, mag het nog beter structureel geborgd worden in de organisatie. Bijvoorbeeld bij beleids-/besluitvormingsnota’s worden nog niet consequent de juiste risico's en beheermaatregelen opgenomen. Daarnaast blijft het een voortdurend aandachtspunt om te zoeken naar een juiste afweging van de (effecten van) risico’s en de te maken kosten voor het elimineren van deze risico’s. Het is een utopie om voor alle risico’s adequate beheersmaatregelen te kunnen treffen. 2. Weerstandsvermogen Het beleid gaat uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0. Dat wil zeggen dat de berekende risico’s in ieder geval zijn afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit (vermogensbuffer). Hiermee sluiten we aan bij de adviezen van de provinciale toezichthouder. Daarnaast is een minimumgrens van € 12 mln. (10% van de jaarexploitatie) als streefwaarde voor de weerstandscapaciteit vastgesteld. Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Algemene reserve

17.850

15.129

14.694

14.670

14.645

Risicoreserve grondbedrijf

7.731

7.331

7.101

6.719

6.333

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Weerstandscapaciteit

25.581

22.460

21.795

21.389

20.978

Algemene risico's

3.711

3.583

4.158

6.006

6.044

613

638

644

650

650

4.324

4.221

4.802

6.656

6.694

Vrije ruimte

21.256

18.239

16.993

14.732

14.284

- Algemeen

14.138

11.546

10.536

8.663

8.601

- Grondbedrijf

7.118

6.693

6.457

6.069

5.683

Weerstandsvermogen

5,92

5,32

4,54

3,21

3,13

Niet benutte deel belastingcapaciteit

Risico's grondbedrijf Risico's

Vrije ruimte: verschil tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Weerstandsvermogen: netto weerstandscapaciteit/risico’s.

Het totale weerstandsvermogen neemt in de planperiode af van 5,92 naar 3,13 en blijft daarmee ruim boven de minimale grens van 1,0. De weerstandscapaciteit blijft gedurende de gehele

63

planperiode boven de minimale streefwaarde van € 12 mln. De vrije ruimte daalt gedurende de planperiode tot ca. € 14,3 milj. in 2026. 3. Risico's De risico’s uit de jaarrekening 2021 zijn het uitgangspunt van de rapportage. Nieuwe (strategische) risico’s zijn toegevoegd, relevante wijzigingen in bestaande risico’s worden toegelicht. In de risicomatrix zijn de risico’s geplaatst in het perspectief van kans en gevolg. In de risicotoelichting wordt het risico nader omschreven en de (voortgang van) beheersmaatregelen beschreven. Vanaf het voorjaar 2022 constateren we hogere inflatiekosten: de stijging in juni 2022 was 8,6%. Dit is fors hoger dan in de meicirculaire was meegenomen: daarin werd een stijging van 5,2% opgenomen. Voor de kostenstijgingen nemen we in de begroting 2023 het percentage van 5,2% mee. Daarnaast hanteren we voor de energiekosten een hogere kostenstijging. Vooralsnog gaan we uit van een compensatie voor de inflatiekosten door het rijk. Het risico dat dit voor Venray onvoldoende compensatie biedt, nemen we mee in deze risicoparagraaf. In juni 2022 werd de laatste impact-analyse COVID-19 door de raad vastgesteld: hierin is ook een evaluatie opgenomen. De verwachting is dat COVID-19 geen substantieel (financieel) risico meer voor de gemeente met zich meebrengt. We blijven de ontwikkelingen volgen en monitoren. Risicomatrix

64

Risicotoelichting In navolgend overzicht: -Kolomnr. verwijst naar het nummer in de risicomatrix. -Kolom potentiële risicogebeurtenis: de gebeurtenis voorafgegaan door het nummer van het deelprogramma waarop deze betrekking heeft. Enkele risico's hebben betrekking op meerdere deelprogramma's, die zijn algemeen genoemd. -Kolom (status) beheermaatregelen: per risico zijn beheermaatregelen beschreven. De voortgang/status is 'cursief' gedrukt. Nr.

Potentiële risicogebeurtenis

Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)

1

Breed Sociaal Domein

Er is een uitvoeringsprogramma sociaal domein vastgesteld met diverse deelopdrachten die gekoppeld zijn aan de bouwstenen uit de Kadernota SD (zie hieronder)

Bouwsteen Omgeving De omgeving wordt onvoldoende versterkt waardoor de beweging van “vangnet” naar “omgeving” niet of onvoldoende gemaakt wordt.

Inzet van gebiedsgericht werken (aansluiting zoeken bij de specifieke behoefte van een wijk of dorp). Inzet van ondersteunende maatregelen zoals subsidies, accommodaties, etc. -

-

-

Indexering volgt niet de markt

-

Gebiedsgericht werken is ingezet. Subsidiebeleid en accommodatiebeleid is geactualiseerd. Aanpassing bestaande beleidsregels loopt. Het versterken van de omgeving vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Overzicht van de aanwezige verenigingen, initiatieven en activiteiten is per dorp/wijk gemaakt. Gesprekken met inwoners, initiatiefnemers en organisaties om de omgeving (verder) te versterken worden per dorp/wijk gevoerd. Er zijn specifieke maatregelen geformuleerd om de omgeving te versterken: JSP, BSO+, SOJ, jeugdhulp en opvoedondersteuning, overzicht van voorliggende voorzieningen WMO en Jeugd. Actieplan eenzaamheid wordt uitgevoerd. Er wordt een subsidieregeling opgesteld om initiatieven die bijdragen aan de versterking van de omgeving financieel te ondersteunen. De inzet van ervaringsdeskundigheid is voor langere termijn geborgd door afspraken over de inzet en de financiering. De overschotten binnen de vangnetvoorzieningen daadwerkelijk inzetten voor het op peil houden van de sociale basis. Indexering begroting 2023: in 2023 wordt een prijsindex van 2,3% en een loonindex van 3,3% toegepast, dit is niet in overeenstemming met de gemiddelde inflatie en cao-verhogingen van onze partners in de sociale basis waardoor het aantal fte van de partners beschikbaar voor de sociale basis en daarmee onze inwoners zal afnemen.

Bouwsteen Vangnet

65

Nr.

Potentiële risicogebeurtenis

Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)

De afschaling van voorzieningen komt onvoldoende tot stand.

Versterken van de omgeving. Anders organiseren van de toegang.

Openeinderegelingen: Toename van het aantal maatwerkvoorzieningen als gevolg van veranderende omstandigheden (economische, demografische, wetgeving, rijksbeleid)

Herijken van onze inkoopmethodiek. Duurzaam partnerschap met aanbieders en gesubsidieerde instellingen. Afspraken maken met andere verwijzers. -

-

Sturing en inkoop

-

Bouwsteen Gedrag en Houding De gewenste gedragsverandering bij medewerkers komt onvoldoende tot stand. De gemeentelijke visie wordt niet onderschreven door de aanbieders.

Voor wat betreft de toegang is een visie en zijn leidende principes opgesteld en geaccordeerd door het college. De verschillende scenario’s zijn verkend en het college heeft een keuze gemaakt voor een scenario. Dit scenario wordt in de loop van 2022 verder uitgewerkt in een impactanalyse. Het streven is om in 2023 de toegang in te richten zodat meer de focus komt te liggen op voorliggende voorzieningen. In 2021 is definitief besloten om de samenwerking met Venlo op het terrein van werk en inkomen te beëindigen. In 2022 zijn alle terugkerende werkzaamheden binnen de organisatie van Venray geborgd. Afstemming over toekomstige inrichting vindt plaats met het traject toegang. In 2022 is ook gestart met een doorontwikkeling van het werkplein op verschillende onderdelen. Sturing en inkoop: Nieuwe inkoopmethodiek afgerond en gestart per 1 januari 2022. Nieuwe inkoop gaat o.a. uit van langdurige contracten. Implementatie van uniforme werkwijze is in de organisatie geïmplementeerd. Impact van de nieuwe sturing en inkoop zal pas blijken in het eerste of tweede kwartaal 2023 omdat er nu nog sprake is van een overgangssituatie. Dit heeft tot gevolg dat de budgetten voor maatwerkvoorzieningen die nu geraamd worden voor 2023 een bepaalde mate van onzekerheid kennen. We monitoren de ontwikkelingen.

Opstellen ontwikkelplan voor medewerkers gericht op het gesprek met de inwoner, de integraliteit en het aansluiten bij de omgeving. Meerjarige afspraken maken met aanbieders waarbij zij het vertrouwen krijgen om te investeren in innovatie. -

Houding en gedrag vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Opdrachtformulering is opgesteld en implementatie in 2021 e.v.

66

Nr.

Potentiële risicogebeurtenis

Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan) −

Bouwsteen Communicatie De boodschap komt onvoldoende over.

Bouwsteen Financiën De gerealiseerde uitgaven van het Sociaal Domein Breed overstijgen de begroting.

Meerjarige afspraken: zie ook project sturing en inkoop.

Opstellen communicatiestrategie en instrumenten. − Communicatie vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Centraal staat daar het meer in gesprek zijn met inwoners. Opdrachtformulering deelopdracht communicatie opgesteld. Verbreding van instrumenten is een continu proces. Monitoren uitgaven SD-breed versus begroting, waarbij de indeling “vangnet” en “omgeving” wordt gehanteerd. Oplevering van de halfjaarrapportage Sociaal Domein. − Monitoring uitgaven en ontwikkeling − Voorzieningen vindt maandelijks plaats. − Halfjaarlijks wordt aan de raad gerapporteerd over de ontwikkelingen binnen het sociaal domein. − Doorontwikkeling van dashboards is geborgd in de organisatie. Inzet wordt gepleegd op competenties medewerkers. − Raadsmonitor sociaal domein sluit aan op de P&C-cyclus.

2

Grondbedrijf Afzet gronden blijft achter ten opzichte van de bij planning.

-

3

Privacy en Informatiebeveiliging - Vertrouwelijke/gevoelige informatie is beschikbaar bij niet-geautoriseerden (binnen en buiten de organisatie)

- Onverantwoordelijk gebruik en uitwisseling van persoonsgegevens en privacygevoelige informatie binnen de organisatie en naar partners. - De kans dat informatiebeveiligingsincidenten de bedrijfsvoering raken neemt toe. - Bij een verstoring is de bedrijfscontinuïteit onvoldoende geborgd. - Niet voldoen aan de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) en de WPG (Wet Politiegegevens).

Stimuleringsmaatregelen verkoop kavels (promotie via website en woontafel) Geen betaling waarborgsom is mogelijk

Maximale samenwerking door de functies van FG (Functionaris gegevensbescherming), PO (Privacy Officer) en CISO (Chief Information Security Officer); De onafhankelijke rol van privacy en informatiebeveiliging zorgt voor een objectieve advisering van maatregelen; Jaarlijkse verantwoording over informatieveiligheid, implementatie BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en privacy via ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit); Privacy en Informatiebeveiliging (P&IB) maken standaard onderdeel uit van projecttoetsing. Door maatregelen te nemen worden risico’s geminimaliseerd; Met het uitvoeren van DPIA's (Data Protection Impact Assessments) brengen we risico’s in beeld en maken we bewuste keuzes welke

67

Nr.

Potentiële risicogebeurtenis

Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan) risico’s we accepteren/mitigeren; De verantwoordelijkheid voor P&IB bij de proceseigenaren borgen; Uitvoeren Privacy en Security awareness trainingen; Het inrichten van een bedrijfscontinuïteits-beheer zorgt dat we beter zijn voorbereid op verstoringen; Jaarlijks uitvoeren pentest/ethische hack.

4

Alg. Garantstelling Gemeente wordt aangesproken op inlossen van een garantstelling.

Garantstellingsbeleid actualiseren. Vooralsnog geen prioriteit - risico's explicieter opnemen in besluitvorming toelichten waarom risico's al dan niet worden meegewogen. Bewustwording vergroot: in 2021 werden vakafdelingen (garantiehouders) geïnformeerd en werd belang van garantstellingen toegelicht.

Het garantieplafond voor 2023 is € 654.000. Meest risicovolle garantstelling: Glasweb: Er wordt niet voldaan aan regels voor staatssteun en financieringsconstructies.

5

- periodieke rapportage over ontwikkeling risicovolste garantstellingen. Informatieverstrekking vindt per dossier plaats. Glasweb: Aanvullende informatie inwinnen: Deze informatie geeft geen aanleiding om aanvullende maatregelen te nemen. Voor de garantstelling van het ‘witte gebied’ is melding gedaan bij de Europese Commissie. De melding heeft niet geleid tot nader onderzoek.

-

Exploitatie valt tegen (minder uptake, meer kosten).

-

-

Fase 2.

Inmiddels is een samenwerking met KPN ontstaan en wordt fase 2 (wijken Venray) voor rekening en verantwoordelijkheid door KPN aangelegd. Daarmee is een garantstellingverzoek door Glasweb Venray voor de aanleg van fase 2 niet langer meer aan de orde.

Alg. Samenwerken/Verbonden Partijen Resultaten van samenwerkingspartners wijken af van lokale doelstellingen.

Periodieke rapportage 4 maandelijkse voortgangsrapportage (majeure projecten).

Beleid op samenwerking en verbonden partijen opstellen (incl. timing en niveau van informatievoorziening)

68

Nr.

Potentiële risicogebeurtenis

Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan) Nota vizier op samenwerking vastgesteld. Evaluatienota (incl. verbetermaatregelen) opgesteld. Verbetermaatregelen deels doorgevoerd. In 2021 werd door de rekenkamer een onderzoek ingesteld naar intergemeentelijke samenwerkings-verbanden. Conclusies en aanbevelingen zijn onderschreven: continu kritisch zijn op de vraag of de aangegane samenwerkingsverbanden nog altijd doen wat we beogen. Algemene beleidskader (de Nota vizier op samenwerking) is daarbij een leidraad.

Meest risicovolle Verbonden Partijen in financieel perspectief:

Veiligheidsregio: onverwachte gebeurtenissen leiden tot extra budgetaanvraag

Noord Limburg West (NLW): (Bedrijfsvoerings)kosten worden onvoldoende in lijn gebracht met de (korting op de) rijkssubsidie. Begrote opbrengsten worden onvoldoende gerealiseerd (dalende Wswinkomsten en afnemende tewerkstelling van medewerkers) 6

- Per bestaande VP doelen en risico's inventariseren en maatregelen treffen. - Bij het deelnemen in nieuwe VP-eisen stellen aan informatievoorziening. - Onder de noemer "grip op samenwerking" vindt uniforme sturing plaats op de vijf grote gemeenschappelijke regelingen.

Veiligheidsregio: Regionale overleggen financieel adviseurs en adviseurs openbare orde en veiligheid per 2 maanden. Oppakken adviezen rekenkameronderzoek Raad geïnformeerd over financiële ontwikkelingen n.a.v. P&C-producten Veiligheidsregio. Invullen van afspraken uit RIB “Grip op samenwerken”. Venray is adoptiegemeente. Ambtenaren betrokken in voortraject beleidsontwikkeling en opstellen P&C-producten. NLW: In december 2020 is door de raad een nieuwe koers vastgesteld. Deze koers is voor de periode 2021-2030 en bestaat uit een drietal sporen. Uitvoering WSW, Participatiewet dienstverlening aan gemeenten en dienstverlening aan derden. De koers wordt jaarlijks gemonitord.

Alg. Bestuurders: pensioen/wachtgeld/ nabestaande pensioen en arbeids-ongeschiktheid Door dalende marktrente en actualisatie sterftetabel (nu 2005-2010) moeten extra stortingen in de pensioenvoorziening worden gedaan om deze op niveau te houden.

Onderbrengen bij pensioenfonds In het verleden werd aangekondigd dat de pensioenen voor bestuurders gefaseerd overgedragen zouden worden aan een landelijk fonds. Hierover is echter nog steeds geen concrete info beschikbaar. Gezien de lastige materie is het niet de verwachting dat dit op korte termijn zal plaatsvinden. 69

Nr.

Potentiële risicogebeurtenis

Bestuurders stappen voortijdig op en maken aanspraak op wachtgeld Bestuurders komen te overlijden of raken arbeidsongeschikt 7

Alg. Rijksinkomsten: algemene uitkering De afhankelijkheid van de rijksbijdrage is per definitie een risicofactor. Het nieuwe verdeelmodel dat per 1.1.2023 ingaat, zal in 2025 geëvalueerd worden. Daarnaast zal in 2026 een nieuwe financieringssystematiek in werking treden, waarbij gemeenten mogelijkheden hebben om hun eigen belastinggebied te verruimen.

Vanaf 2024 is nog onduidelijk of de extra middelen voor jeugdzorg gecontinueerd worden.

Compensatie lagere inkomsten bouwleges door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging.

8

Gevolgen inflatie Het inflatiepercentage zal hoger uitvallen dan in de mei-circulaire 2022 geraamd. Hoewel de verwachting is dat de hogere inflatiekosten door het rijk worden gecompenseerd, bestaat het risico dat dit onvoldoende zal zijn voor de hogere kosten van Venray.

Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)

Aanbieden outplacementtraject om wachtgeldperiode te bekorten. Risico’s verzekeren Het overlijdensrisico voor bestuurders is met ingang van 2021 verzekerd.

Actuele ontwikkelingen in het Gemeentefonds bijhouden. Op basis van de voorlopige cijfers zijn de financiële effecten van het nieuwe verdeelmodel niet negatief. Wel is er nog onduidelijkheid over de exacte bedragen omdat er nog aanvullend onderzoek moet plaatsvinden voor een aantal onderwerpen. Daarvan worden de resultaten pas in het voorjaar 2023 bekend. In de nieuwe financieringssystematiek per 2026 worden wel loon- en prijsstijgingen meegenomen, maar blijft onduidelijkheid over de compensatie van volume-ontwikkelingen. Daarnaast kan de nieuwe systematiek nog nadelig voor Venray uitvallen. Het is nog afwachten welke besluiten het kabinet gaat nemen t.a.v. de middelen voor jeugdzorg vanaf 2024. Momenteel wordt gewerkt aan een Hervormingsagenda jeugdzorg en de aanvullende middelen voor 2024-2026: afgesproken is dat gemeenten deze aanvullende middelen in hun meerjarenbegroting mogen opnemen. Deze geven echter geen budgettaire garantie. Met de inwerkingtreding van de beide wetten (waarschijnlijk per 1.1.2023) komt de mogelijkheid voor het heffen van bouwleges voor een aantal bouwaanvragen te vervallen. Het is nog onduidelijk welke financiële gevolgen dit voor Venray heeft en in welke mate de gederfde inkomsten door het rijk gecompenseerd gaan worden. Conform de meicirculaire 2022 gaan we voor onze uitgaven uit van een stijging van 5,2% in 2022.

Voor enkele specifieke uitgaven, zoals bv energiekosten, wordt uitgegaan van reële (hogere) percentages. Deze kostenstijging werkt evenwel meerjarig door in de uitgavenbudgetten. Hoewel de verwachting is dat de hogere inflatiekosten in de komende jaren grotendeels gecompenseerd zullen worden via de uitkering uit het gemeentefonds, bestaat het risico dat deze compensatie onvoldoende is.

70

Nr.

Potentiële risicogebeurtenis

9

Alg. Impact COVID-19

Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)

De uitbraak van COVID-19 heeft vanaf maart 2020 tot hogere kosten op de diverse beleidsterreinen geleid. De effecten voor 2022 e.v. jaren beperken zich, zoals we nu kunnen overzien tot het sociaal domein.

Bijhouden en monitoren gevolgen en effecten van COVID-19 Vanaf 2020 werden regelmatig impactanalyses opgesteld, werd uitvoering gegeven aan de compensatiemaatregelen van het rijk en werden aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor het economische en maatschappelijke veld om de gevolgen voor de Venrayse samenleving te beperken. In juni 2022 werd de laatste impactanalyse met een evaluatie vastgesteld door de raad. Voor de toekomst zullen de ontwikkelingen gevolgd worden en zal er, indien nodig, afgewogen worden of nog ondersteuning op specifieke beleidsterreinen nodig is.

Majeure projecten Naar hun aard hebben majeure projecten in beginsel grote risico’s in zich. Voor deze projecten zijn beheersmaatregelen getroffen, waardoor de risico’s (voor zover hierboven niet expliciet opgenomen) afdoende zijn afgedekt.

Risico-ontwikkeling In het risicobeleid is aangegeven dat niet alle risico’s een financieel gevolg hoeven te hebben. Risico’s kunnen ook imagoschade en negatieve effecten hebben op het realiseren van (maatschappelijke) doelstellingen. De financieel gecalculeerde risico’s hebben zich als volgt ontwikkeld: Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Algemeen

3.711

3.583

4.158

6.006

6.044

Grondbedrijf

613

638

644

650

650

4.324

4.221

4.802

6.656

6.694

Totaal

We verwachten gedurende de gehele planperiode een stijging van de risico’s. Dit wordt veroorzaakt door de risico’s voor het sociaal domein, alsmede het inflatierisico.

71

Algemene dienst Stand ultimo

2022

(bedragen x € 1.000) Sociaal domein

2023

2024

2025

2026

2.931

2.961

3.030

3.096

3.163

Garanties

622

604

598

573

530

Verbonden partijen

544

544

544

544

544

Pensioen/arbeidsongeschiktheid bestuurders

530

530

530

530

530

Niet gecompenseerde prijsstijgingen/inflatie

1311

1341

1373

1406

1433

Ontwikkelingen Algemene Uitkering

pm

pm

pm

pm

pm

Diversen

259

259

259

259

259

6.198

6.239

6.334

6.408

6.459

Risico's doen zich niet in 1 jaar voor

-1.549

-1.560

-1.584

-1.602

-1.615

Niet geïdentificeerde risico's

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

Opvangen risico's in exploitatie

-2.137

-2296

-1793

0

0

Totaal algemene risico's na correctie

3.711

3.583

4.158

6.006

6.044

Totaal algemene risico's Correcties cf risicobeleid:

Voor het sociaal domein krijgen we steeds beter inzicht en grip op de indicatiestellingen en dus het realiteitsgehalte van de budgetten. We zijn ook beter in staat om adequate maatregelen te treffen bij dreigende overschrijdingen. Daardoor blijven de risico’s beter beheersbaar. Vanaf 2024 worden de risico’s minder opgevangen door exploitatie-overschotten omdat voor de periode 2023-2026 wordt uitgegaan van sluitende begrotingen. Hierdoor neemt het totaalbedrag van de risico’s vanaf 2024 relatief fors toe. Grondbedrijf Stand ultimo

2022

(bedragen x € 1.000)

2023

2024

2025

2026

Projectspecifieke risico's/ramingsonzekerheden

489

509

514

518

518

Marktrisico

124

129

130

132

132

Totaal risico's

613

638

644

650

650

Het risico voor het grondbedrijf bestaat uit een cumulatie van de risico's per project. In de bovenstaande tabel is zichtbaar dat in de jaren 2022 t/m 2026 het risico minimaal (met € 57.000) stijgt. 4. Weerstandscapaciteit Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Algemene reserve (vrij)

17.850

15.129

14.694

14.670

Risicoreserve grondbedrijf

7.731

7.331

7.101

6.719

14.645 6.333

Weerstandscapaciteit

25.581

22.460

21.795

21.389

20.978

Streefwaarde weerstandscapaciteit

12.000

12.000

12.000

12.000

12.000

Overschot streefwaarde

13.581

10.460

9.795

9.389

8.978

De netto weerstandscapaciteit neemt gedurende de planperiode af met 4,6 mln. De streefwaarde van € 12 mln. wordt echter nog ruim gehaald. Hierna volgt een nadere specificatie en toelichting op de ontwikkeling van de twee onderdelen.

72

Algemene reserve Stand ultimo

2022

(bedragen x € 1.000) Raming Algemene reserve (adm) per 01-01 Geraamde stortingen

2023

2024

24.919

17.850

577

78

2025

15.129

2026

14.694

14.670

Geraamde onttrekkingen

-7646

-2799

-435

-25

-25

Algemene reserve (vrij)

17.850

15.129

14.694

14.670

14.645

In de kadernota 2023 hebben we de gerealiseerde mutaties gepresenteerd die met de vaststelling van de jaarrekening 2021 definitief zijn opgenomen in de Algemene Reserve. Tevens hebben we deze mutaties/verwachtingen doorgerekend voor de volgende jaren om zodoende inzicht te hebben in de vrij besteedbare algemene reserve. Voor de begroting 2023 presenteren we over de boekjaren 2022 t/m 2026 de geraamde stand van de algemene reserve en de geraamde mutaties voor de komende jaren. Hierin zijn de bedragen van de MUIP 2023 meegenomen. De mutaties in de 2e berap 2022 die van invloed zijn op de algemene reserve konden nog niet meegenomen worden, omdat deze ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet bekend waren. Risicoreserve grondbedrijf Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Saldo per 01-01

6.404

7.731

7.331

7.101

Winstnemingen

2.016

20

147

0

0

Onttrekkingen

-689

-420

-377

-382

-386

7.731

7.331

7.101

6.719

6.333

Saldo per 31-12

6.719

De winstnemingen zijn het totaal aan winstnemingen van gronden in exploitatie en winst uit verkoop van restkavels (afgesloten exploitaties). Bij gronden in exploitatie is rekening gehouden met tussentijdse winstnemingen gebaseerd op de POC methode die is voorgeschreven door de commissie BBV. Voor een specificatie van de verwachte winstnemingen per grondexploitatie zie paragraaf G. De onttrekkingen zijn onder andere de afboeking van niet door te berekenen algemene kosten van het Grondbedrijf en de bijdrage aan voorzieningen van verliesgevende exploitaties. Daarnaast is voor 2022 een incidentele onttrekking opgenomen van € 300.000 om de risicoreserve af te romen, aangezien de omvang van de reserve fors hoger is dan de berekende risico’s. 5. Financiële kengetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen opnemen in de programmabegroting en programmaverantwoording. De kengetallen moeten het de gemeenteraad gemakkelijker maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente en ook het vergelijken met andere gemeenten gemakkelijker maken. De kengetallen drukken een verhouding uit die zichtbaar is op de balans en in de begroting. Door het BBV is geen norm vastgesteld waarmee de uitkomsten van de vijf kengetallen vergeleken moeten worden.

In de toelichting op de regeling is opgenomen dat deze beoordeling van de financiële positie is voorbehouden aan het horizontale controle- en verantwoordingsproces. Met andere woorden: gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de interpretatie van hun financiële positie. Een afzonderlijk kengetal moet altijd in relatie worden gezien en beoordeeld in samenhang met de andere kengetallen, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van een gemeente.

73

De hoogte van de schulden moet bijvoorbeeld in samenhang gezien worden met de hoogte van het eigen vermogen (ratio solvabiliteit) en de hoogte van de structurele baten (ratio structurele exploitatieruimte). De uitkomsten van de kengetallen zijn daarnaast ook van belang voor de provinciale toezichthouder om beter inzicht te krijgen in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. In onderstaand overzicht zijn de kengetallen voor Venray opgenomen. Ter vergelijking zijn de signaleringswaarden opgenomen die de provincie Limburg hanteert. Deze signaleringswaarden zijn gebaseerd op het ‘Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020’ gemeenten. Tevens zijn de landelijke gemiddelden opgenomen voor gemeenten met 35.000 – 45.000 inwoners. Deze percentages zijn afkomstig van de site ‘Data Financiën Decentrale Overheden’. Omdat de begrotingen 2023 – 2026 nog niet bekend zijn, is de jaarschijf 2023 uit de begroting 2022 – 2025 gehanteerd.

74

Verloop kengetallen Begroting 2023 - 2026

Financiele kengetallen

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Grondexploitatie

Belastingcapaciteit

Jaarreke ning 2021

51%

40%

32%

6%

-2%

101%

Begroting 2022

106%

94%

20%

0%

2%

98%

2023

98%

88%

21%

3%

0%

94%

2024

103%

94%

20%

4%

0%

95%

2025

99%

91%

21%

6%

0%

96%

2026

102%

94%

18%

1%

0%

96%

Begroting 2023 Venray t.o.v. signaleringswaarde provincies

Signaleringswaarde gemeenschappelijk toezichtskader Provincies

Gemeenten 35.000 45.000 inwoners o.b.v. begroting 2022 jaarschijf 2023*

Cat. B

Cat. A: < 90% minst risicovol Cat. B: 90 - 130% neutraal Cat. C: > 130% meest risicovol

75%

Cat. A

Cat. A: < 90% minst risicovol Cat. B: 90 - 130% neutraal Cat. C: > 130% meest risicovol

67%

Cat. B

Cat. A: > 50% minst risicovol Cat. B: 20 - 50% neutraal Cat. C: < 20% meest risicovol

31%

Cat. A

Cat. A: > 0% minst risicovol Cat. B: = 0% neutraal Cat. C: < 0% meest risicovol

0%

Cat. A

Cat. A: < 20% minst risicovol Cat. B: 20 - 35% neutraal Cat. C: > 35% meest risicovol

5%

Cat. A

Cat. A: < 95% minst risicovol Cat. B: 95 - 105% neutraal Cat. C: > 105% meest risicovol

102%

* = Volgens de site Findo.nl (Data Financien Decentrale Overheden). Gebaseerd op de begroting 2022.

75

•

Netto schuldquote

Geeft inzicht in het niveau van de schulden van de gemeente ten opzichte van het totaal van de inkomsten (exclusief mutatie reserves). De hoogte van de inkomsten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Een schuldquote tussen 0% en 100% wordt als gangbaar beschouwd. Voor een gemeente geldt als indicatie voor een zeer hoge schuld als de schuldquote boven de 130% uitkomt. Dus hoe lager het percentage hoe beter. De netto schuldquote van Venray bevindt zich voor 2023 in categorie B van de signaleringswaarde van de provincie Limburg. Dit betekent een neutraal risicoprofiel en bevindt zich daarmee binnen de bandbreedte die als gangbaar wordt beschouwd. Meerjarig is een stijging van de schuldquote waarneembaar. Dit wordt (cijfermatig) veroorzaakt door de toename van de boekwaarden van de vaste activa door de verwachte investeringen. Zie voor nadere toelichtingen op de voorgenomen investeringen de paragraaf H Investeringen en majeure projecten. Gemeenten in de grootteklasse 35.00 – 45.000 inwoners ramen gemiddeld een schuldquote van 75%. Let wel dit is gebaseerd op de jaarschijf 2023 uit de begrotingen 2022 - 2025. Zoals gezegd betreft dit een gemiddelde van gemeenten. Zonder een nader en diepgaand onderzoek (indien dit al mogelijk is) is het niet mogelijk hieraan conclusies te verbinden.

Terugkijkend naar de jaarrekeningen van voorgaande jaren is waar te nemen dat over het algemeen de ratio’s in de realisatie beter zijn dan in de begrotingen werd verwacht. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). •

Netto schuldquote, gecorrigeerd met verstrekte leningen

In dit onderdeel worden de doorgeleende leningen in mindering gebracht op de totale leningen. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende leningen ligt vanzelfsprekend lager dan de eerder gepresenteerde netto schuldquote inclusief verstrekte leningen. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende leningen bevindt zich voor het jaar 2023 in de categorie A. •

Solvabiliteit

Geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen (weerbaarheid). De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves). De solvabiliteitsratio van Venray bevindt voor het jaar 2023 op 21% en daarmee net binnen de neutrale categorie volgens de signaleringswaarde van de provincie Limburg. Tot en met het jaar 2025 komt het percentage rond de 21% uit. In 2026 is een daling zichtbaar. Dit komt vooral omdat in dat jaar een negatief begrotingsresultaat wordt verwacht. Het zogenaamde ‘ravijnjaar’ 2026. In 2026 is een sterke terugval in de toename van de baten gemeentefondsuitkering zichtbaar als gevolg van het regeerakkoord van het rijk. Gemeenten in de grootteklasse 35.000 – 45.000 inwoners hebben gemiddeld een ratio van 31%. Zoals voorgaand opgemerkt is het zonder een nader en diepgaand onderzoek (indien dit al mogelijk is) niet mogelijk hieraan conclusies te verbinden. Deze ratio dient in samenhang met de andere ratio’s beoordeeld te worden. Uit de voorgaande toelichtingen in deze paragraaf blijkt dat het weerstandsvermogen goed te noemen is. Ook bij deze ratio zijn de ratio’s in de realisatie bij de betreffende jaarrekening beter dan verwacht bij de begrotingen.

76

•

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is om de structurele lasten te kunnen dragen. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger het kengetal hoe beter. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Voor het jaar 2023 wordt een ratio van 3% verwacht en is dus sprake van de categorie A minst risicovol. Dit is een verbetering ten opzichte van de voorgaande jaren toen sprake was van categorie B neutraal. •

Grondexploitatie.

Deze ratio geeft weer hoe de waarde van de grond (grondpositie) zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten (exclusief mutatie reserves). Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale (geraamde) baten. Het kengetal grondexploitatie van Venray bevindt zich in de minst risicovolle categorie van de signaleringswaarde van de provincie Limburg. De grondpositie vormt dan ook een zeer gering deel van de totale baten en is dan ook als goed te beschouwen. •

Belastingcapaciteit.

Geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente Venray zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Uitgangspunt zijn de woonlasten meerpersoonshuishouden van het voorafgaande jaar. Het kengetal belastingcapaciteit van Venray bevindt zich in de minst risicovolle categorie van de signaleringswaarde van de provincie Limburg. Gebaseerd op deze ratio betekent dit dat Venray, indien geconfronteerd met grote financiële tegenvallers, de ruimte heeft om de belastingen te verhogen. Conclusie financiële kengetallen Ten opzichte van de signaleringswaarde van de provincie Limburg (gemeenschappelijk toezichtkader) bevinden zich het merendeel van de ratio’s in de categorie A minst risicovol. Dit met uitzondering van de ratio schuldquote en de solvabiliteit. De schuldquote hangt samen met het geraamde investeringsniveau en de hiermee gepaard gaande financieringsbehoefte. De netto schuldquote (exclusief doorgeleende leningen) bevindt zich daarentegen in de categorie minst risicovol. Terugkijkend naar de jaarrekeningen van voorgaande jaren is ook waar te nemen dat over het algemeen de ratio’s in de begrotingen minder goed zijn dan de ratio’s in de realisatie volgens de jaarrekeningen over die jaren. Ten aanzien van de solvabliteitsratio blijkt uit de voorgaande toelichtingen in deze paragraaf dat er sprake is van een goed weerstandsvermogen.

De weerstandsnorm bevindt zich in alle jaren ruim boven de 2.

77

Paragraaf C. Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf gaat in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de “grotere” kapitaalgoederen in onze gemeente. Onder Kapitaalgoederen verstaan we “duurzame productiemiddelen”: de spullen die we nodig hebben om de diensten en goederen die wij aan onze burgers leveren te produceren. Daarbij gaat het om grotere goederen die meerdere jaren meegaan en veel waarde hebben. Hierbij moet worden gedacht aan de kosten van instandhouding van wegen, verlichting, riolering, groen, sportfaciliteiten en gebouwen (inclusief de scholen). In de kosten voor het onderhoud van de kapitaalgoederen zijn meegenomen: reguliere kosten, dagelijks (klein) onderhoud en groot onderhoud. Een groot deel van het “vermogen” van onze gemeente ligt in de grond of op het openbaar gebied. Het is dan ook van belang dat hierover een zorgvuldig beheer wordt gevoerd. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Om die reden dienen de kosten van de instandhouding dan ook hun weerslag te vinden in onderhoudc.q. beheerplannen. De vaststelling hiervan is voorbehouden aan de raad. Hiermee wordt invulling gegeven aan het dualisme namelijk kaders stellen voor het onderhoud van wegen, riolering, gebouwen enz.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11858033/1