Bijlage 1 Programmabegroting 2022 def
Tekst van het document
53
Implementeren Omgevingswet 2020/2021
2030
In het voorjaar 2021 is bekend geworden dat de implementatie van de Omgevingswet wederom is uitgesteld, nu tot 1 juli 2022. De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat het (landelijke) Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) nog onvoldoende stabiel is, softwareleveranciers (marktpartijen) onvoldoende tijdig kunnen leveren en de complexiteit te groot is. Dit heeft tot gevolg dat in 2022 meer tijd beschikbaar is om aan te sluiten op het DSO en tot goede afstemming met ketenpartners te komen. En vooral ook om te oefenen met de nieuwe systemen om op die manier zowel qua proces ervaring op te doen, als ook kinderziektes uit systemen te kunnen halen. Tevens biedt dit de gelegenheid om in 2022 raad, college en medewerkers nog meer voor te bereiden op deze veranderingen. Doordat de invoeringsdatum over de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 ligt, wordt extra inzet gezet op het vastleggen van onze strategie en uitgangspunten in een door de raad vast te stellen 'koersdocument implementatie Omgevingswet gemeente Venray'. In de paragraaf H. investeringen en majeure projecten is nadere (detail)informatie opgenomen.
Deelprogramma 4.2 DUURZAAMHEID Inleiding Zowel internationaal (Klimaatakkoord van Parijs), als nationaal ((concept-)klimaatakkoord), maar zeker ook provinciaal, regionaal en lokaal, is er de afgelopen jaren een sterk toegenomen besef dat duurzaamheid een van de grote opgaven is voor de komende decennia. Deze opgave raakt (lokale) overheden, partners / organisaties en inwoners. Vanuit dit besef is duurzaamheid door de gemeenteraad als belangrijk speerpunt en majeur proces voor de komende jaren. Als we het hier hebben over duurzaamheid, bedoelen we: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie Het uiteindelijke doel van dit proces is een duurzame Venrayse samenleving, die: CO2-neutraal met compensatie is in 2030 en volledig energieneutraal is in 2050; de klimaatadaptatie onder controle heeft in 2035; de circulaire werkwijze als vanzelfsprekend uitgangspunt ziet in 2035. Deze doelen zijn als zodanig ook opgenomen in het collegeprogramma 2018-2022. In het procesplan Venray Vergroent is vastgelegd hoe we hier mee aan de slag zijn. Beoogd resultaat is om als gemeente in staat te zijn om de noodzakelijke omslag ten aanzien van onze duurzaamheidsopgaven te faciliteren met visie, beleid, expertise, stimuleringsmaatregelen en door het goede voorbeeld te geven met zaken waar we rechtstreeks invloed op hebben.
Wat willen we bereiken? Duurzaamheid We zetten in op energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. Energietransitie We willen het gebruik van fossiele brandstoffen beperken en een duurzame energievoorziening stimuleren. Hiermee wordt ook de uitstoot van CO2 verminderd. De in 2013 vastgestelde doelstelling om in 2030 CO2 neutraal te zijn door energiebesparing (37,5% tov 2013) en 30% duurzame energie op te wekken in onze gemeente wordt geëvalueerd en herijkt op basis van nieuwe inzichten. Vervolgens wordt ook het Kader Opwekking Duurzame Energie (KODE Venray) geëvalueerd en geactualiseerd. De ontwikkeling van grootschalige energieopwekking heeft impact op de leefomgeving van inwoners. Onderdeel van de evaluatie is een brede dialoog met inwoners van Venray over concrete acties op korte- en middellange termijn om onze ambities en
54
doelstellingen te behalen en hoe deze te realiseren. Door deze vragen samen met inwoners te beantwoorden, werken we aan draagvlak voor de realisatie van de opgave van de energietransitie. Ook wordt uitvoering gegeven van de Regionale Energie Strategie (RES1.0) om de regionale opgave voor duurzame energieopwekking te realiseren. Hiervoor liggen er regionale bestuursafspraken en is een regionaal uitvoeringsprogramma opgesteld. Ter uitvoering van de Transitievisie Warmte wordt samen met de inwoners gewerkt aan plannen om de woningen aardgasvrij te maken. Eerste stap hierbij is het isoleren van de woningen. (Hybride) warmtepompen kunnen voor sommige woningen/gebouwen ook al een op korte termijn mogelijk zijn. Klimaatadaptatie De samenleving is kwetsbaar voor de gevolgen van de klimaatverandering. Extreme weersomstandigheden kunnen leiden tot overlast en schade voor de samenleving. In 2035 willen we de gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast, verdroging en hittestress in de stedelijke omgeving onder controle hebben. Hierin wordt ook biodiversiteit meegenomen. Hiertoe is in 2021 een visie ontwikkeld en uitvoeringsprogramma opgesteld. De komende jaren zal het (extra) aan de slag gaan met de uitvoering voorop staan.
Circulaire economie We willen zuinig omgaan met de grondstoffen van de aarde door de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. In 2035 is de circulaire werkwijze in Venray een vanzelfsprekend uitgangspunt. In 2021 is een visie ontwikkeld en uitvoeringsprogramma opgesteld, gericht op inwoners, bedrijven en de gemeentelijk organisatie (waaronder duurzaam inkopen). De komende jaren wordt aan de slag gegaan met de uitvoeringsprojecten. Financiële middelen Een belangrijke onzekere factor hierbij is de onduidelijkheid over financiële rijksbijdrage aan gemeenten voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. En wat dit vervolgens betekent voor onze lokale en regionale ambities en doelstellingen. Zonder deze middelen kunnen we niet alle taken uitvoeren. Bovenstaande thema's bevatten doelen die verder reiken dan een collegeperiode van vier jaar. Ze maken onderdeel uit van de strategische visie. Ze liggen daarnaast in belangrijke mate in de handen van de samenleving zelf: inwoners, bedrijven en organisaties. Zo moeten bedrijven en huiseigenaren zelf investeren in duurzame energie en energiebesparende maatregelen. Dit kan ook door te participeren in een lokale duurzame energievoorziening. Verbonden partijen Voor dit deelprogramma zijn er geen verbonden partijen die een bijdrage leveren aan dit deelprogramma.
Wat gaan we daarvoor doen? In de onderstaande tabel zijn alle actiepunten voor de komende jaren, zoals die voortvloeien uit de bovenstaande activiteiten, opgenomen. Elke activiteit is nader toegelicht en is aangegeven in welk jaar dit wordt opgepakt.
Opdracht Uitvoering proces Duurzaamheid "Venray vergroent"
Gereed in Continu
Rapportage Het proces Venray Vergroent omvat de deelopdrachten Energietransitie, Klimaatadaptatie, Circulaire Economie en Praktijk in Huis. Over de deelopdrachten en de daaronder vallende activiteiten wordt apart gerapporteerd. Over het totale proces wordt via de rapportage majeure projecten verantwoording afgelegd. Nu op alle onderdelen het beleid op orde is, zal met ingang van 2022 de focus nadrukkelijker dan tot op heden liggen op de uitvoering en hoe we onze inwoners en bedrijven hier meer en beter bij kunnen betrekken. Want alleen dan kunnen we onze ambities ook daadwerkelijk waar maken.
55
Opstellen Duurzaamheidsvisie
2021
Korte overkoepelende visie duurzaamheid voor de thema's energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie
Uitvoering Energietransitie
2022
Faciliteren, stimuleren en realiseren van projecten voor grootschalige duurzame energieopwekking
Continu
In 2013 is de Venrayse Energiestrategie 2030 vastgesteld met daarin de ambities om te komen tot een CO2 neutraal Venray in 2030. In 2022 worden de doelen uit beleid heroverwogen op basis van actuele cijfers over energieverbruik en duurzame energie opwekking in de gemeente én de dialoog met de inwoners over de wijze waarop we de doelen kunnen bereiken. Vanuit de tak Energiebesparing helpen en stimuleren we woningbezitters en bedrijven met verduurzamen van woningen en panden. Op basis van de nieuwe doelen voor de energietransitie én een evaluatie van de opgedane ervaringen met het Kader Opwek Duurzame Energie (KODE Venray), zoals met de tender zonneweides en de verkenning windpark, wordt KODE geactualiseerd. Ook worden uitgangspunten uit de Regionale Energiestrategie Noord- en Midden Limburg (RES1.0) ingebracht. Besluitvorming over grootschalige initiatieven voor zonneparken (5ha+) wordt doorgeschoven naar de nieuwe raad, m.u.v. initiatieven waarvan de aanvraag al in behandeling is genomen.
Opstellen warmteplannen voor alle wijken richting aardgasloos wonen bestaande bouw en lerend starten met de eerste wijk
2022
In 2022 worden uitvoeringsplannen opgesteld op basis van de Transitievisie Warmte. Belangrijk speerpunt hierbij zal isolatie zijn, dit dient de warmte transitie én het energiebesparingsdoel van Venray. De meeste aardgas loze alternatieven hebben een hoge mate van isolatie nodig om rendabel te kunnen functioneren. Indien er zich initiatieven uit de gemeenschap aandienen voor een gezamenlijke aanpak voor wijk of buurt zullen we deze ondersteunen.
Invoering Klimaatadaptatie
Continu
In 2022 wordt uitvoering gegeven aan het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie met projecten gericht op wateroverlast, overstromingen, hittestress, droogte en biodiversiteit
Stimuleren natuurontwikkeling ter vermindering van hittestress, voorkomen verdroging enbevorderen CO2 reductie
Continu
In september 2021 is het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie vastgesteld door het college. Hierin staan concrete projecten en plannen voor projecten met maatregelen die Venray helpen om klimaatadaptief te worden. Het doel van de maatregelen is om onze samenleving aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering en negatieve effecten gevolg van hitte, droogte, wateroverlast, overstromingen en achteruitgang van biodiversiteit te verminderen en te voorkomen.
Uitwerking Circulaire economie
Continu
In 2022 wordt uitvoering gegeven aan het uitvoeringsprogramma Circulaire Economie met projecten gericht op de doelgroepen inwoners, bedrijven en de gemeentelijke organisatie en haar taken (zoals duurzaam inkopen).
56
Organiseren inwonerscommunicatie en beleidscommunicatie
Continu
Communicatie vind doorlopend plaats. De communicatiestrategie duurzaamheid bevat vier kernwaarden op basis waarvan de communicatie wordt ingezet bij de lopende projecten en beleidsvorming: We schetsen een eindbeeld; geven handelingsperspectief; geven positieve emotie en betekenis een belangrijke rol in onze communicatie en laten het verhaal vertellen door mensen in de samenleving. Hiervoor wordt een doorlopende communicatie-agenda duurzaamheid bijgehouden met de deelthema's: energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. Om onze inwoners en bedrijven hier actief bij te betrekken wordt het communicatieplan Groene Ambassadeurs uitgevoerd, met het doel duurzaamheid en de projecten zichtbaarder te maken en ook de inwoners het verhaal te laten vertellen.
Deelprogramma 4.3 DIENSTVERLENING EN BEDRIJFSVOERING Wat willen we bereiken? Een op de toekomst toegeruste dienstverlening. Ons doel is een organisatie te zijn die qua werkwijze, cultuur, structuur en aansturing zodanig is ingericht dat zij ondersteunend is aan de organisatiedoelen. In het coalitieakkoord is opgenomen dat we vanuit de strategische visie werken aan een toekomstbestendig Venray waar het goed wonen, werken en leven is. De vraagstukken waar we als lokale overheid mee worden geconfronteerd zijn steeds complexer en vaak gemeente overstijgend. Samenwerking met inwoners, wijk- en dorpsraden, bedrijven en andere stakeholders is een randvoorwaarde om tot gedragen oplossingen te komen. Onze rol verandert daardoor en stelt nieuwe/andere eisen aan hoe we werken. Beleid maken gebeurt in toenemende mate ‘van buiten naar binnen’. De leefwereld van onze klanten is leidend. De wijze waarop wij onze dienstverlening inrichten moet toegevoegde waarde hebben voor inwoners, ondernemers en instellingen. Dit vraagt om een doorontwikkeling van de organisatie qua werkwijze, cultuur en bedrijfsvoering. We kiezen ervoor onze organisatieontwikkeling zoveel mogelijk te koppelen aan actuele projecten en werkzaamheden. We leren ‘werkende weg’. Onze doelen voor de organisatie rekening houdend met de voortgaande technologische ontwikkeling zijn:
Meer klant- en resultaatgericht werken. Klantprocessen efficiënter en effectiever maken. Verdere digitalisering en informatievoorziening ten gunste van onze dienstverlening. Aantrekkelijk werkgeverschap in een krapper wordende arbeidsmarkt. Beter inspelen op de veranderende rol van de overheid in ontwikkelingen in de maatschappij. Doorontwikkeling van competenties van medewerkers.
Verbonden partijen De volgende verbonden partijen leveren een bijdrage aan de vastgestelde doelstellingen van dit deelprogramma. - Stichting Administratiekantoor Dataland Wat gaan we daarvoor doen? In de onderstaande tabel zijn alle actiepunten voor de komende jaren, zoals die voortvloeien uit de bovenstaande activiteiten, opgenomen. Elke activiteit is nader toegelicht en is aangegeven in welk jaar dit wordt opgepakt.
57
Opdracht
Gereed in
Rapportage
Implementeren digitaal procesgericht werken
2022
De verwachting is dat de uitrol van Corsa gaat plaatsvinden vanaf eind 2021/begin 2022. De eerste maanden van 2022 zullen we daarom in ieder geval nodig hebben voor deze uitrol. Het project heeft vertraging opgelopen, doordat er prioriteit is gegeven aan een technische aanpassing van de systemen (verplaatsing van de Corsa-omgeving naar de cloud) om een stabielere werkomgeving te kunnen bieden. Dit is essentieel om organisatiebreed goed live te kunnen gaan met Corsa. De verwachting is dat half juli 2021 Corsa in de Cloud is geplaatst. Daarna kunnen we verder met de inrichten en het testen van Corsa voor de uitrol. Dit zal nog zo'n 3 maanden werk zijn, wat betekent dat de uitrol van Corsa op zijn vroegst kan starten vanaf november/december 2021.
Samenwerking Bedrijfsvoering Venray, Horst aan de Maas
2022
Op basis van de uitkomsten van een businesscase is begin 2021 besloten tot een programmatische samenwerking die is vastgelegd in een overeenkomst op basis van een "Regeling zonder Meer". Hierbij is sprake van een laagdrempelige en beperkte organisatiestructuur, waarbij bevoegdheden en medewerkers verbonden blijven aan de bestaande organisaties. De uitvoering binnen de 4 domeinen (HRM, KCC/BZ, F/P&C en IV) wordt vormgegeven op basis van een uitvoeringsprogramma en concrete projectopdrachten vast te stellen door de (ambtelijke) stuurgroep met beide gemeentesecretarissen. Evaluatie van de realisatie en "Regeling zonder Meer" vindt plaats in Q2/Q3 2022. In 2021 werd een start gemaakt met de implementatie van de Rechtmatigheidsverantwoording en heeft de Raad het ambitieniveau (financieel relevante processen) en de tolerantie-rapportages vastgesteld. Hoewel de wetswijziging nog bekrachtigd moet worden, zal de rechtmatigheidsverantwoording voor het eerst in de Jaarrekening 2022 opgenomen moeten worden. We gebruiken 2021 als een 'proefjaar' om rechtmatigheidsverklaring goed te laten landen.
Implementatie Rechtmatigheidsverantwoording
2023
Deelprogramma 4.4 FINANCIËN Wat willen we bereiken? Financieel is onze gemeente Venray gezond. Dit komt door het solide financiële beleid dat als uitgangspunt in het collegeprogramma is opgenomen. De volgende algemene financiële uitgangspunten worden gehanteerd: Wij streven naar een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarbij de structurele uitgaven worden gedekt door structurele inkomsten. Wij handhaven het uitgangspunt dat de weerstandsratio minimaal 1 moet zijn. Dat de weerstandscapaciteit minimaal € 12 miljoen is (circa 10% van de begrotingsomzet). Waar mogelijk vergroten wij onze reservepositie nog verder. Het maximaal dekken van incidentele kosten uit de reguliere begroting. Waar mogelijk de solvabiliteit verbeteren. Voor de belastingen en retributies worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Als uitgangspunt de inflatiecorrectie jaarlijks toepassen; Het hanteren van kostendekkende tarieven voor diensten; 58
-
Dat wij een relatief ‘goedkope’ gemeente qua belastingdruk blijven; Dat wij onderzoeken of er mogelijkheden zijn om duurzaam gedrag fiscaal te bevorderen.
Verbonden partijen De volgende verbonden partijen leveren een bijdrage aan de vastgestelde doelstellingen van dit deelprogramma. - NV Bank Nederlandse Gemeenten - CSV Amsterdam BV - Publiek Belang Electriciteitsproductie BV Wat gaan we daarvoor doen? In de onderstaande tabel zijn alle actiepunten voor de komende jaren, zoals die voortvloeien uit de bovenstaande activiteiten, opgenomen. Elke activiteit is nader toegelicht en is aangegeven in welk jaar dit wordt opgepakt. Voor dit deelprogramma zijn geen specifieke opdrachten geformuleerd.
59
Programma 4 Wat mag het kosten? Opgenomen bedragen vanuit het Meerjaren Uitgaven- en Investeringsplan: In onderstaande tabel is een totaaloverzicht opgenomen van alle aanvragen via het MUIP. De voorstellen zijn inhoudelijk en financieel verwerkt in de voorliggende begroting. De investeringen van jaarschijf 2022 en de daarbij horende kapitaallasten zijn ‘functioneel’ opgenomen. De jaarschijven 2023 tot en met 2025 zijn via een stelpost verwerkt binnen programma 4 omdat deze richtinggevend blijven. Programma
Deelprogramma
Omschrijving
Categorie Bedragen x 1 €
Besturen
DP4.1
Bestuur
Regiodeal en Investeringsagenda
Exploitatielasten 2022
2023
2024
2025
2022
Duurzaamheid
Vervanging BOA auto
Vervangingsinvestering
DP4.3
Dienstverlening en Bedrijfsvoering
Contractmanagement
Vervangingsinvestering
Digitalisering bouwdossiers en online presentatie
Vervangingsinvestering
30.000
subtotaal
Totaal Besturen
2025
Bestaand beleid
Vervangingsinvestering
30.000
602.500
602.500
10.000
10.170
10.343
10.519
10.000
10.000
10.000
6.000
6.000
6.000
6.000
Hostingkosten
Financieel pakket
2024
Regiodeal
DP4.2
Aanvragen formatie uitbreiding en frictiebudget
2023
0
0
0
0
8.625
8.344
8.063
6.000
14.625
14.344
14.063
250.000
250.000
250.000
250.000
1.100.000
800.000
400.000
75.000
25.000
2.043.500
1.712.295
684.687
284.582
60
Totaaloverzicht van baten en lasten In de volgende tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en als positief als er meer baten zijn dan lasten. Bedragen x € 1.000
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 vorig jaar 2022 2023 2024 2025 2021
Programma 4 BESTUREN DP41 BESTUUR
2.817
4.041
4.103
3.667
3.095
3.104
427
796
515
527
540
553
DP43 DIENSTVERLENING EN BEDRIJFSVOERING
18.129
19.564
20.225
20.077
20.173
20.259
DP44 FINANCIËN
4.259
1.499
1.445
1.414
1.351
1.012
25.632
25.900
26.288
25.685
25.159
24.929
29
0
0
0
0
0
DP42 DUURZAAMHEID
Totaal Lasten excl. reserves DP43 DIENSTVERLENING EN BEDRIJFSVOERING DP44 FINANCIËN
703
559
419
422
426
424
Totaal Lasten reserves
732
559
419
422
426
424
Totaal Lasten
26.364
26.459
26.707
26.106
25.585
25.352
DP41 BESTUUR
4
0
0
0
0
0
50
162
0
0
0
0
1.024
702
547
545
994
1.096
DP42 DUURZAAMHEID DP43 DIENSTVERLENING EN BEDRIJFSVOERING DP44 FINANCIËN
84.443
85.319
88.156
89.016
90.949
93.055
Totaal Baten excl. reserves
85.520
86.183
88.703
89.561
91.942
94.150
DP41 BESTUUR
501
1.320
1.080
603
0
0
DP42 DUURZAAMHEID
35
135
0
0
0
0
DP43 DIENSTVERLENING EN BEDRIJFSVOERING
771
1.827
1.766
1.372
920
493
DP44 FINANCIËN
697
3.236
327
297
274
47
2.004
6.518
3.172
2.272
1.194
540
Totaal Baten
87.524
92.701
91.875
91.832
93.136
94.690
Totaal Programma 4 BESTUREN
61.160
66.242
65.169
65.726
67.552
69.338
Totaal Baten reserves
Bedragen x € 1.000
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 vorig jaar 2022 2023 2024 2025 2021
Programma 4 BESTUREN DP41 BESTUUR DP42 DUURZAAMHEID DP43 DIENSTVERLENING EN BEDRIJFSVOERING
2.813
4.041
4.103
3.667
3.095
3.104
378
634
515
527
540
553
17.105
18.862
19.678
19.532
19.179
19.164
DP44 FINANCIËN
-80.184
-83.820
-86.711
-87.602
-89.598
-92.042
Totaal Saldo excl. reserves
-59.888
-60.283
-62.415
-63.876
-66.784
-69.222
-501
-1.320
-1.080
-603
0
0
DP41 BESTUUR DP42 DUURZAAMHEID
-35
-135
0
0
0
0
DP43 DIENSTVERLENING EN BEDRIJFSVOERING
-741
-1.827
-1.766
-1.372
-920
-493
DP44 FINANCIËN Totaal Saldo reserves Totaal Programma 4 BESTUREN
5
-2.678
92
125
152
377
-1.272
-5.959
-2.754
-1.850
-768
-116
-61.160
-66.242
-65.169
-65.726
-67.552
-69.338
De analyse betreffende de afwijking begroting na wijziging ten opzichte van de realisatie is opgenomen in de jaarrekening onder paragraaf 2.3 Recapitulatie baten en lasten.
61
1.2 Paragrafen Inleiding Paragrafen In afzonderlijke paragrafen worden beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot een aantal overstijgende thema’s. Een zevental paragraaf zijn verplicht gesteld, namelijk: A. Lokale heffingen; B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing; C. Onderhoud van kapitaalgoederen; D. Financiering; E. Bedrijfsvoering; F. Verbonden partijen; G. Grondbeleid. Daarnaast zijn een aantal andere onderwerpen ook als paragraaf toegevoegd, namelijk: H. Investeringen en majeure projecten; I. Demografische ontwikkelingen; J. Taakstellingen en stelposten. De specifieke paragrafen betreffen een dwarsdoorsnede van de diverse programma's Leven, Wonen, Werken en Besturen en hun bijbehorende deelprogramma's zoals vermeld in onderdeel 1.1 van de beleidsbegroting 2022.
Paragraaf A. Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf bevat informatie over het rijks- en gemeentelijk beleid over de gemeentelijke belastingen. Ook wordt ingegaan op de consequenties van dit beleid voor de inwoners. In deze paragraaf is een overzicht van baten en lasten opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. Ook de mate van kostendekkendheid en de beleidsuitgangspunten worden vermeld. In deze paragraaf gaan we niet nader in op de totstandkoming van de verschillende heffingen. Hiervoor dienen immers de verordeningen. Tarieven voor de gemeentelijke belastingen en heffingen zijn daarin integraal opgenomen. Voor het belastingjaar 2022 zal daarvoor nog een afzonderlijk raadsvoorstel worden voorgelegd. Deze paragraaf dient ertoe om een betrouwbaar inzicht te bieden op een aantal onderdelen. In deze paragraaf wordt verder ingegaan op de navolgende onderdelen: 1. Algemeen 2. De geraamde inkomsten. 3. Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen. 4. Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen (belastingen, leges en rechten). 5. Kwijtscheldingsbeleid 1. Algemeen De gemeentelijke heffingen vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente Venray. Belangrijk omdat wij deze heffingen zelf opleggen aan onze burgers.
Bij de lokale heffingen maken we onderscheid in heffingen die vallen onder de algemene dekkingsmiddelen en heffingen die daar niet onder vallen. Bij de eerste groep moet gedacht worden aan bijvoorbeeld de onroerende zaakbelasting. Bij de tweede groep moet gedacht worden aan de rioolheffingen en afvalstoffenheffing die slechts maximaal kostendekkend mogen worden opgelegd. De lokale heffingen vormen een integraal onderdeel van het gemeentelijke beleid. Ze raken tenslotte de burger direct in de portemonnee. Dat is ook vaak de reden dat de burger “waar voor zijn geld” wil zien. De lokale heffingen zijn en blijven dan ook sterk in de (politieke) belangstelling staan. Bij de gemeentelijke belastingen zijn drie typen belastingen te onderscheiden: algemene belastingen bestemmingsbelastingen retributies (rechten en leges) Algemene belastingen
62
De algemene belastingen komen ten goede aan algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten niet gelabeld zijn maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De gemeenteraad bepaalt waarvoor. Onder de algemene belastingen vallen bijvoorbeeld de onroerendezaakbelastingen en de (water)verblijfsbelasting. Bestemmingsbelastingen Bestemmingsbelastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Voorbeelden hiervan zijn de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Voor bestemmingsbelastingen geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. Retributies Retributies worden geheven van de persoon, aan wie de gemeente een specifieke dienst verleent, die een individueel voordeel hiervan heeft. De belangrijkste retributies zijn de leges: vergoedingen voor een bij de gemeente aangevraagde dienst als het aanvragen van een paspoort of een vergunning. Net als bij bestemmingsbelastingen mogen de retributies niet meer dan kostendekkend zijn. Keuzevrijheid De gemeenteraad maakt de keuze welke belastingen een gemeente wel heft en welke niet.
Deze keuzevrijheid houdt tegelijkertijd in dat de gemeenteraad bepaalt welke belastingen er worden ingezet, hoe de belastingen over burgers en bedrijven worden verdeeld en hoe groot de gewenste belastingopbrengst uit een belasting is. Het geheel aan gemaakte keuzes aan te heffen belastingen en de hoogte daarvan noemt men ook wel de belastingmix. Bij de invulling van de belastingmix moet de gemeenteraad een aantal keuzes maken: afweging over de verdeling: op wie moet de belasting drukken: burgers of bedrijven, de hele gemeente of alleen de kostenveroorzakers? zetten we een belasting in om niet-fiscale beleidsdoelen te realiseren? Wellicht het bekendste voorbeeld daarvan zijn de parkeerbelastingen die het gemeentelijk beleid rond parkeerdruk ondersteunen; de hoogte van de uitvoeringskosten van een belasting: een weegsysteem bij de afvalstoffenheffing vraagt bijvoorbeeld meer administratie en is dus duurder dan een vast bedrag per huishouden.
63
2. Geraamde inkomsten Hieronder wordt een overzicht gegeven van de totale inkomsten uit gemeentelijke heffingen over diverse jaren. In het verlengde hiervan wordt in hoofdlijnen een toelichting gegeven op de ontwikkelingen. Samenstelling en geraamde inkomsten gemeentelijke heffingen: Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
14.687
14.858
15.271
15.604
15.944
16.290
- opbrengst gebruikers niet woning
3.430
3.441
3.449
3.525
3.603
3.683
- opbrengst eigenaren niet woning
4.953
5.004
5.150
5.259
5.369
5.482
- opbrengst eigenaren woning
6.306
6.415
6.673
6.822
6.973
7.127
Onroerende zaakbelastingen
- Kwijtscheldingen
-1
-2
-1
-1
-1
-1
Afvalstoffenheffing
3.540
4.353
4.762
4.825
4.926
5.037
- Afvalstoffenheffing opbrengst
3.654
4.466
4.877
4.942
5.042
5.153
- Kwijtscheldingen
-114
-114
-115
-116
-116
-116
Rioolheffing
4.267
4.297
4.370
4.444
4.520
4.597
- Rioolheffing opbrengst
4.325
4.372
4.446
4.522
4.599
4.677
-58
-75
-77
-78
-79
-81
28 611 1.841 279 0 54 153 97 -1 25.556
36 467 1.454 342 29 38 285 90 0 26.249
36 555 1.355 392 30 41 296 91 126 27.324
36 555 1.367 392 30 41 308 91 126 27.820
36 576 1.825 392 31 41 321 92 126 28.831
36 576 1.940 392 31 41 334 92 126 29.492
- Kwijtscheldingen Rioolaansluitrecht Water-/toeristenbelasting Leges Parkeerbelasting Marktgelden Lijkbezorgingsrechten Havengelden BIZ Smakterheide Reclamebelasting Totaal
3. Het beleid t.a.v. de lokale heffingen 3a. Rijksbeleid Bouwstenen voor toekomstig belastingstelsel gepresenteerd Op 18 mei 2020 heeft Staatssecretaris van Financiën Vijlbrief (Fiscaliteit en Belastingdienst) de Tweede Kamer het langverwachte pakket ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ aangeboden. Het rapport stelt een aantal beleidsopties voor:
Verruiming van het gemeentelijk belastinggebied: o de herinvoering van de OZB voor gebruikers van woningen o de invoering van een ingezetenenheffing. Een verbreding van de belastinggrondslag voor de OZB: o verschillende uitzonderingen voor de WOZ-waardering bij niet-woningen kunnen worden afgeschaft. Modernisering en uitbreiding van de overige gemeentelijke belastingen: o de toeristenbelasting wordt een nachtverblijfsbelasting; o de vermakelijkhedenretributie wordt een dagverblijfsbelasting; o afschaffing van de hondenbelasting; o de revitalisering van de baatbelasting.
De bouwstenen voor herziening van het gemeentelijk belastinggebied zijn bedoeld voor het volgende kabinet. Amendement Omtzigt Door het aangenomen amendement Omtzigt hebben gemeenten per 1 januari 2019 een extra mogelijkheid tot tariefdifferentiatie bij de heffing van onroerendezaakbelastingen. Voor 'instellingen
64
van sociaal belang' kan het tarief voor woningen worden toegepast i.p.v. het tarief voor nietwoningen. Omdat de wettekst (220f, lid 2 Gemeentewet) en de toelichting daarop niet op elkaar aansluiten is het onduidelijk wat de reikwijdte van het amendement is. De VNG heeft haar leden geadviseerd te wachten met toepassing totdat de gewenste duidelijkheid er is. Het college heeft dit advies gevolgd en in de RIB van 6 mei 2019 “vrijstelling voor gemeenschapshuizen etc.” aangegeven dat er voorlopig geen vrijstelling wordt verleend totdat er een wetswijziging wordt aangenomen. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op 30 november 2020 de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomst van het gesprek met de VNG over de toepassing van artikel 220f Gemeentewet (amendement Omtzigt). De minister schrijft nu in een brief aan de Tweede Kamer dat deze wettelijke bepaling voor gemeenten niet toepasbaar is. Om de bedoeling van de bepaling wel mogelijk te maken kan onderzocht worden hoe de gedachte achter de wettelijke bepaling het beste uitgevoerd kan worden. Minister Ollongren is bereid om dit onderzoek op te starten. Dit onderzoek kan leiden tot een aanpassing van artikel 220f Gemeentewet (of een alternatieve bepaling of instrument die het doel beter bereikt). De keuze hiertoe is voorbehouden aan een nieuw kabinet.
Kwijtscheldingsnorm AOW'ers en arbeidsongeschikten omhoog Gemeenten krijgen de mogelijkheid om voor AOW-gerechtigden en volledig arbeidsongeschikten de vermogensnorm voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen met maximaal € 2.000 op te hogen. De Kamer nam de afgelopen kabinetsperiode 3 moties aan over het verruimen van de vermogensnorm bij kwijtschelding van de lokale belastingen, zodat mensen een kleine financiële buffer hebben. De minister schrijft in een brief aan de Kamer dat daarvan 1 motie uitgevoerd wordt. Gemeenten en waterschappen mogen voor de groep AOW-gerechtigden en volledig arbeidsongeschikten per 1 januari 2022 de vermogensnorm met maximaal € 2.000 ophogen. Hiertoe zullen de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke- en waterschapsbelastingen worden aangepast. 3b. Gemeentelijk beleid Algemeen beleid ten aanzien van de gemeentelijke heffingen De gemeenteraad stelt jaarlijks de belastingverordeningen vast. Voor de gemeentelijke belastingen en heffingen zijn daarin de tarieven integraal opgenomen. Hiervoor zullen afzonderlijke raadsvoorstellen worden gedaan, die in de reguliere raadsvergadering van 14 december 2021 voor behandeling worden voorgelegd. Taxeren naar gebruiksoppervlakte Het project “gebruiksoppervlakte” vordert. Op dit moment worden de gegevens van de BAG vergeleken met de WOZ-gegevens.
Daarna worden de gegevens gecontroleerd met behulp van 3D luchtfoto’s. De woningen zullen in de loop van Q3 2021 allemaal voorzien zijn van de gebruiksoppervlakte en kan de eindcontrole en een test-herwaardering voor 2022 plaatsvinden. Met ingang van belastingjaar 2022 worden de taxatie van alle woningen dan uitgevoerd op basis van de gebruiksoppervlakte en niet meer op inhoud. 4. Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen 4a. Kostendekkende leges en rechten In het BBV is opgenomen dat gemeenten verplicht zijn om, in hun begroting, per categorie van producten en diensten inzichtelijk te maken en welke kosten en opbrengsten aan de tarieven ten grondslag liggen. Ook moeten de gemeenten daarbij toelichten welke beleidskeuzes er bij de tarifering van de producten en diensten zijn gemaakt. Bijvoorbeeld of er kruissubsidiëring is tussen of binnen product categorieën. Dit geldt voor de volgende leges, heffingen en rechten: afvalstoffenheffing, rioolheffing, rioolaansluitrecht, leges, marktgelden, havengelden en lijkbezorgingsrechten. De overige belastingen, OZB, (water)verblijfsbelasting, reclamebelasting, BIZ Smakterheide en parkeerbelasting zijn algemene belastingen en gaan naar de algemene middelen van de gemeente en kunnen door de gemeente vrij besteed worden. De voorwaarden m.b.t. kostendekkendheid gelden hiervoor niet.
65
Omgevingswet De invoeringsdatum van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (WKB) is uitgesteld naar 1 juli 2022. Deze wetten hebben ook ingrijpende gevolgen voor de leges. Zo mogen er na de inwerkingtreding van de Omgevingswet leges geheven worden op milieubelastende activiteiten en vervallen er door de invoering van de WKB leges(inkomsten). Door de datum van invoering (halverwege het begrotingsjaar), de keuzes die nog gemaakt moeten worden en het feit dat nog niet zeker is welke leges(inkomsten) komen te vervallen door invoering van de beide wetten zijn de (financiële) gevolgen nog niet volledig duidelijk. In de aanloop naar de nieuwe invoeringsdatum zullen de structurele kosteneffecten inzichtelijk gemaakt worden en zal een nieuwe legesverordening worden voorgelegd. De cijfers die in de begroting zijn opgenomen zijn nog gebaseerd op de ‘oude’ situatie, de (financiële) gevolgen zullen, voor zover van toepassing, in de begroting verwerkt worden n.a.v. de vaststelling van de nieuwe legesverordening. Afvalstoffenheffing Voor zover we nu kunnen overzien zal de totale afvalstoffenheffing (basistarief + variabel tarief) voor een gemiddeld Venray’s huishouden, in 2022 stijgen met € 20,70 oftewel 9%. Net als in eerdere jaren is hierbij uitgegaan van 7 ledigingen restafval (140 liter minicontainer) op jaarbasis.
Indien dit huishouden door de nieuwe manier van afval inzamelen in 2022 meer afval gaat scheiden en bijvoorbeeld nog maar 6 keer per jaar restafval (140 liter minicontainer) aanbiedt, zou de totale afvalstoffenheffing voor dit huishouden maar € 11,33, oftewel 5%, stijgen. Desalniettemin hebben we in de afvalbegroting 2022 te maken met een aantal kostenstijgingen ten opzichte van 2021. Dit was reeds voorzien en aangekondigd bij het raadsbesluit van 27 oktober 2020, waarbij de raad heeft ingestemd met een aantal verbeteringen in ons afvalbeheer. De wijzigingen in de afvalinzameling zullen ingaan op 1 maart 2022. De grootste kostenstijging zit in de inzameling van GFT en PBD (plastic-, blik- en drankverpakkingen). Voor deze grondstoffen gaat het serviceniveau voor de burger dan ook flink omhoog. Omdat we verwachten dat hierdoor meer afval gescheiden zal worden en dus minder restafval zal worden aangeboden en ook een betere kwaliteit PBD, besparen we hiermee kosten in de verwerking van het afval. Verder zullen er (eenmalige) kosten moeten worden gemaakt voor het opruimen en afvoeren van de ondergrondse containers voor PBD uit de openbare ruimte. Door een adviesbureau op het gebied van afval én communicatie is er voor de periode 2021-2022 een communicatieplan opgesteld ten behoeve van de verbeteringen in ons afvalbeheer.
Het geraamde budget voor afvalcommunicatie is dan ook aanzienlijk hoger dan andere jaren. Per 1 januari 2022 worden de acceptatiecriteria die de verwerker van ons PBD stelt strenger (landelijke afspraken) en mag er hierdoor nog maar 15% vervuiling in het PBD zitten. Dit wordt in de volgende jaren nog verder afgebouwd tot 10% in 2025. Dit is ook waarom we vanaf 1 maart 2022 het PBD huis-aan-huis en in transparante zakken zullen gaan ophalen; landelijke resultaten laten zien dat dit de beste kwaliteit PBD oplevert met de minste vervuiling. Omdat we het PBD in januari en februari nog via ondergrondse containers in zullen zamelen, houden we rekening met extra kosten door afkeur in deze maanden. Verder laten steeds meer inwoners hun grof afval graag thuis ophalen (1x per maand mogelijk). De eigen bijdrage die hiervoor staat is niet toereikend, maar de kosten nemen hierdoor wel toe. Tarieven afvalstoffenheffing Basis voor de afvalstoffenheffing zijn de kostendekkende tarieven. Deze zijn vastgesteld op basis van begrote kosten voor het inzamelen van afval en de begrote kosten en opbrengsten voor het verwerken van afval. Afhankelijk van enkele lopende en nog uit te voeren aanbestedingen, zal de afvalbegroting voor 2022 mogelijk later nog moeten worden aangepast. De hieronder weergeven tarieven zijn nadrukkelijk dan ook concept-tarieven.
De definitieve tarieven 2022 worden tijdens de raadsvergadering van 14 december 2021 voor vaststelling aangeboden en kunnen derhalve afwijken van de concept-tarieven:
66
Afvalstoffenheffing Vast tarief
2021
2022 % daling/stijging
€ 141,24
€ 174,12
23%
container van 40 ltr.
€ 2,63
€ 2,68
2%
container van 80 ltr. container van 140 ltr.
€ 5,25 € 9,19
€ 5,36 € 9,37
2% 2%
container van 240 ltr. volume van 60 ltr ondergronds (tot 1 maart 2022
€ 15,75 € 3,39
€ 16,07 € 3,46
2% 2%
volume van 60 ltr ondergronds (vanaf 1 maart 2022
€ 3,39
€ 4,02
19%
container van 25 ltr. container van 40 ltr.
€ 0,80 € 1,28
€ 0,82 € 1,30
2% 2%
container van 80 ltr. container van 140 ltr.
€ 2,56 € 4,48
€ 2,61 € 4,57
2% 2%
Restafval
GFT-afval (tarieven tot 1 maart 2022, vanaf 1 maart € 0,-)
Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten incl. (omslag)rente excl. kwijtscheldingen
Bedragen x € 1 -4.155.293
Kosten kwijtscheldingen
-114.541
Kosten uitvoering kwijtscheldingen
-24.538
Inkomsten excl. heffingen
393.762
Mutatie voorziening egalisatie afvalstoffenheffing Netto kosten
7.000 -3.893.610
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente
-331.000
BTW
-651.972
Totale kosten
-4.876.582
Opbrengst heffingen: vastrecht
3.228.603
Opbrengst heffingen: variabel recht
1.647.979
Netto opbrengst heffingen
4.876.582
Onttrekking voorziening egalisatie afvalstoffenheffing (verrekend als korting op vastrecht) Totale opbrengst heffingen
Dekking
0 4.876.582
100%
67
Rioolheffing en riolering In het navolgende overzicht zijn de voorlopige tarieven voor de rioolheffing 2022 opgenomen. Deze tarieven zijn 1,7% hoger dan de tarieven in 2021. Dit zijn de voorlopige getallen. Met het opstellen van het nieuwe GRP 2022-2025 zullen de definitieve bedragen bekend worden. Het nieuwe GRP zal, als de werkzaamheden volgens planning verlopen, door de raad in 2021 nog worden behandeld. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2022 worden in de raadsvergadering van 14 december 2021 vastgesteld. Tarieven Rioolheffing en riolering
(Bedragen x €1)
eigenaar / gebruik
niet niet afgekoppeld afgekoppeld afgekoppeld afgekoppeld 2021
2022
2021
2022
basisheffing vastrecht rioolheffing
Eig.
€ 90,96
€ 92,50
€ 90,96
€ 92,50
afvoerrecht afvalwater méérpersoonshuishouden (woning)
Gebr.
€ 122,79
€ 124,88
€ 122,79
€ 124,88
afvoerrecht afvalwater éénpersoonshuishouden (woning)
Gebr.
€ 61,40
€ 62,44
€ 61,40
€ 62,44
afvoerrecht afvalwater per eenheid van 250 m³ (niet Gebr. woning)
€ 122,79
€ 124,88
€ 122,79
€ 124,88
afvoer hemelwater woningen
Eig.
€ 13,65
€ 13,88
€ 0,00
€ 0,00
afvoer hemelwater nietwoning per eenheid van 200 m²
Eig.
€ 13,65
€ 13,88
€ 0,00
€ 0,00
De gemeente Venray heeft een rioolheffing om de kosten van de riolering, gedefinieerd in de drie zorgplichten (hemelwater, grondwater en afvalwater), te kunnen betalen. Uit deze rioolheffing moeten alle kosten voor de riolering kunnen worden betaald, zonder een bijdrage van de algemene middelen aan het product riolering. Eventuele tekorten of overschotten worden door middel van de voorziening egalisatie riolering over de jaren uitgemiddeld. Voor 2022 kan de volgende tabel voor de totale inkomsten en uitgaven worden opgesteld.
68
Berekening kostendekkendheid rioolheffing Kosten incl. (omslag)rente exclusief kwijtscheldingen
Bedragen x € 1 -2.849.861
Kosten kwijtscheldingen
-76.546
Kosten uitvoering kwijtscheldingen
-21.177
Inkomsten excl.heffingen
22.304
Mutatie voorziening egalisatie riolering Netto kosten
-786.970 -3.712.250
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente
-349.122
BTW
-385.112
Totale kosten
-4.446.484 Eigenaar
Gebruiker
49%
51%
Totale kosten gesplitst
-4.446.484
-2.174.484
-2.272.000
Opbrengst heffingen
4.446.484
2.174.484
2.272.000
100%
100%
100%
Dekking
Rioolaansluitrecht De kosten voor het maken van een rioolaansluiting zijn afhankelijk van onder andere de diameter, de lengte van de leiding en of het onder vrijverval of via drukriolering kan worden geloosd. Deze kosten worden volgens een vaste verrekening doorberekend aan de aanvrager van de aansluiting. Voor de begroting 2022 wordt gerekend met een verhoging van de tarieven uit 2021 met 1,7%. Dit is overeenkomstig het GRP 2018-2021. De tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn, maar zijn dat nu niet. Dit wordt veroorzaakt door de BTW. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2022 worden in de raadsvergadering van 14 december 2021 vastgesteld. Berekening kostendekkendheid rioolaansluitrecht
Bedragen x € 1,-
Kosten incl. (omslag)rente
-36.200
Inkomsten excl.heffingen
0
Netto kosten
-36.200
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW
0 -7.602
Totale kosten
-43.802
Opbrengst heffingen
36.223
Dekking
83%
Leges Leges zijn verschuldigd voor verstrekte diensten en worden geheven om de verschillende taken te bekostigen. Bijvoorbeeld het in behandeling nemen van een aanvraag voor een paspoort of rijbewijs. Ook zijn er leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van een omgevings69
vergunning, een evenementenvergunning of een drank- en horecavergunning. De opbrengsten uit de heffing van leges worden gebruikt om de kwaliteit van de verstrekking te waarborgen en om personeels-, huisvesting- en materiaalkosten te dekken. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Per hoofdstuk/titel van de legesverordening worden de lasten (directe lasten + overhead + btw) en de totale inkomsten weergegeven. Ook de mate van kostendekkendheid (in %) is opgenomen. Leges verordening (x € 1 Lasten ) taakvelden
Andere Totale lasten inkomsten
Overhead
Leges
Kostendekkendheid
Totale baten
Titel 1 Algemene dienstverlening 1.1 Burgerlijke Stand
134.250
87.960
222.211
0
31.267
31.267
14%
1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
235.588
155.247
390.835
0
118.841
118.841
30%
1.3 Rijbewijzen
142.097
70.523
212.620
0
133.037
133.037
68%
1.4 GBA
158.376
119.696
278.072
0
15.818
15.818
6%
1.5 Naturalisatie
76.693
19.155
95.847
0
34.736
34.736
0
1.6 Wet bescherming persoonsgegevens
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
1.7 Bestuursstukken
0
0
0
0
0
0
0%
1.8 Vastgoedinformatie
0
0
0
0
0
0
0%
94.929
49.608
144.536
0
24.228
24.221
17%
0
0
0
0
0
0
0%
1.11 Huisvestingswet
Gratis
Gratis
Gratis
Gratis
Gratis
Gratis
n.v.t.
1.12 Leegstandwet
Gratis
Gratis
Gratis
Gratis
Gratis
Gratis
n.v.t.
1.13 Gemeentegarantie
0
0
0
0
0
0
0%
1.14 Winkeltijdenwet
0
0
0
0
0
0
0%
1.15 Kansspelen
0
0
0
0
0
0
0%
1.16 Telecommunicatie
0
0
0
0
0
0
0%
1.17 Verkeer en vervoer
0
0
0
0
0
0
0%
1.18 Diversen
0
0
0
0
0
0
0%
1.9 Overige publiekszaken 1.10 Reproductiekosten
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning 2.2 Vooroverleg / beoordelen concept omgevingsvergunningsaanvraag
127.981
80.336
208.318
0
33.195
33.195
16%
2.3-2.6 Omgevingsvergunning
467.567
366.754
834.321
0
930.076
930.076
114%
2.7 Wijziging omgevings-vergunning agv wijziging project
0
0
0
0
0
0
0%
2.8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten
0
0
0
0
0
0
0%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 3.1 Horeca
77.397
66.022
143.419
0
14.643
14.643
10%
3.2 Evenementen
82.902
70.723
153.625
0
7.171
7.171
5%
0
0
0
0
0
0
0%
3.3 (Markt) Standplaatsen
gratis
gratis
gratis
gratis
gratis
gratis
gratis
3.5 Sexbedrijven
0
0
0
0
0
0
0%
3.6 Open vuur
0
0
0
0
0
0
0%
11.212
9.990
21.202
0
8.892
8.892
42%
0
0
0
0
0
0
0%
4.012
568
4.580
0
3.462
3.462
76%
0
0
0
0
0
0
0%
1.613.004 1.096.581
2.709.585
0 1.355.366
1.355.359
50%
3.4 Huisvestingswet
3.7 Brandbeveiliging 3.8 Muziekvergunning 3.9 Kinderopvang 3.10 Overige TOTAAL
70
Marktgelden Elke standplaatshouder op de markt dient jaarlijks marktgeld te betalen. Hiervoor worden onder meer de kramen, stroom, schoonmaak en verkeersmaatregelen gerealiseerd, alsmede de inzet van de marktmeester. De hoogte van het marktgeld wordt berekend aan de hand van strekkende meters van de kramen. Het marktgeld wordt verhoogd als er stroom wordt afgenomen, afhankelijk van de capaciteit van de aansluiting. Uitgangspunt is dat de tarieven in 2022 stijgen met het inflatiepercentage van 1,4%. De definitieve tarieven voor het belastingjaar 2022 worden in de raadsvergadering van 14 december 2021 vastgesteld. Havengelden Elk schip dat de industriehaven van Wanssum aandoet (liggen of laden/lossen) is havengeld verschuldigd. De hoogte van dit havengeld is afhankelijk van de omvang van het schip (tonnen laadvermogen of aantal standaard containers). Dit is vastgelegd in de havengeldverordening. Deze verordening wordt elk jaar geactualiseerd. Met de opbrengst van het havengeld worden de voorzieningen in de haven beheerd en onderhouden. De tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn, maar uit concurrentie overwegingen zijn ze dat nu niet. Om het tekort te dekken wordt gebruik gemaakt van de voorziening egalisatie industriehaven. Berekening kostendekkendheid havengelden
Bedragen x € 1,-
Kosten incl. (omslag)rente
-324.848
Inkomsten excl.heffingen
0
Mutatie voorziening egalisatie industriehaven
53.550
Netto kosten
-271.298
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente
-24.937
BTW
0
Totale kosten
-296.235
Opbrengst heffingen
296.235
Dekking
100%
Lijkbezorgingsrechten Venray heeft één gemeentelijke begraafplaats: Boschhuizen. Voor het gebruik van deze begraafplaats worden begraafrechten geheven. Er zijn verschillende tarieven. Zo betaalt men bijvoorbeeld voor het recht op een eigen graf voor een bepaalde periode, het bijzetten van urnen en asbussen of het verstrooien van as. In Venray zijn de legestarieven voor de kosten van begraven in 2020 onderzocht en kostendekkend gemaakt met ingang van 1-1-2021. Vanwege specifieke regelgeving en omstandigheden is de totale exploitatie van de begraafplaats niet kostendekkend. Beleid/uitgangspunten algemene begraafplaats Sinds 1972 heeft Venray een algemene begraafplaats. In 1973 en 1974 zijn hier de graven van de Petrus Banden Kerk (katholieke begraafplaats) naar over gebracht. Dit is het begin geweest van de algemene begraafplaats. De graven van de kerk zijn geplaatst in het zogenaamde vak O. Dit vak heeft een aparte status binnen de begraafplaats. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 26 juni 2018 de notitie ontwikkeling vak O Begraafplaats Boschhuizen vastgesteld. In deze notitie is besloten om vanaf 26 juni 2018 geen leges meer te heffen over de bestaande graven in vak O. Ook is besloten dat er geen (bij)begravingen, dan wel (bij)plaatsingen van urnen worden toegestaan. Leges verordening (x € 1 Lasten ) taakvelden Begraafplaatsen
€ 173.809
Overhead € 11.410
Andere Totale lasten inkomsten € 185.219
Leges €-
€ 19.419
Totale baten € 19.419
Kostendekkendheid 10%
71
4b. Algemene belastingen Onroerendezaakbelastingen (OZB) Iedere eigenaar van een onroerende zaak, zoals een woning of niet-woning is belastingplichtig in het kader van de OZB. Een gebruiker van een onroerende zaak zijnde niet-woning is ook belastingplichtig in het kader van de OZB. Dit met uitzondering van het woondeel van een nietwoning. De definitieve tarieven OZB voor het belastingjaar 2022 worden in de raadsvergadering 14 december 2021 vastgesteld. lnflatiecorrectie OZB In het coalitieakkoord 2018-2022 is vastgelegd dat als uitgangspunt voor de OZB de jaarlijkse inflatiecorrectie wordt gekozen. In de begroting 2022 tot en met 2025 is het inflatiepercentage toegepast. In de begroting 2021 – 2025 is voor 2021 een inflatiepercentage van 1,8% opgenomen. Voor de begroting 2022 hanteren we 1,40% en voor de jaren 2023 t/m 2026 bedraagt het percentage 1,50%. Voorlopige belastingdruk 2022 (=OZB+afval+riool) Op basis van de geldende uitgangspunten bedraagt de voorlopige gemiddelde lastendruk (voor een huishouden van twee of meer personen, die eigenaar en gebruiker zijn van een woning) voor 2022 € 811,22. Dit betekent dat de lastendruk 2022 (=OZB+afval+riool) stijgt ten op van 2021 met 3,74%. 2021 2022 (verwachte 2021 (waarde per (geprognotiseerde % waarde oktober juni 2021) waarde) 2020) WOZ-waarde [1]
240.800
242.451
264.272
9,00%
OZB [2]
333,27
335,55
340,25
1,40%
Rioolheffing [3] Afvalstoffenheffing [4]
227,40 219,01
227,40 219,01
231,26 239,71
1,70% 9,45%
Totale belastingdruk
779,68
781,96
811,22
3,74%
[1] De prognose is dat de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen met ongeveer 9% stijgt. Doordat de totale OZB opbrengst toeneemt met 1,4% (=inflatiepercentage) kan het OZB tarief aangepast worden naar beneden met 7,6%. De herwaardering 2022, naar de waardepeildatum 1 januari 2021 wordt in januari 2022 geheel afgerond. [2] De WOZ-waarden worden d.m.v. een WOZ-beschikking begin 2022 definitief bekendgemaakt. WOZ-waarden worden naar beneden afgerond op duizend. [3] Uitgangspunt is een meerpersoonshuishouden en het pand is niet afgekoppeld van het gemeentelijk rioleringsstelsel. [4] Voor 2022 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 7 containers 140 liter restafval.
(Water)verblijfsbelasting Belast is een overnachting in vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, vaste standplaatsen en logiesverblijven. De aanslag verblijfsbelasting wordt opgelegd aan de hotelier, pensionhouder, campinghouder etc., maar ook op locaties waar buitenlandse werknemers verblijven. De toeristen zelf ontvangen geen aanslag, maar zien het bedrag meestal wel op de rekening. De stijging van het tarief wordt pas doorgevoerd, zodra het tarief afgerond kan worden op 5 cent. Uit onderstaande tabel blijkt dat het tarief voor de verblijfsbelasting 2022 wordt verhoogd naar een bedrag van € 1,30. 2021 inflatiepercentage
2022
2023
2024
2025
2026
1,40%
1,50%
1,50%
1,50%
1,50%
berekend tarief
1,29
1,31
1,33
1,35
1,37
1,39
werkelijk tarief
1,25
1,30
1,30
1,35
1,35
1,35
Parkeerbelasting Parkeerbelasting geldt voor de afgesloten terreinen Blekersveld, Raadhuisstraat en de parkeergarage. Voorgesteld wordt de tarieven te handhaven. De definitieve tarieven voor het
72
belastingjaar 2022 worden in de raadsvergadering van 14 december 2021 voor vaststelling aangeboden. Reclamebelasting De reclamebelasting is van toepassing binnen het centrumgebied van de gemeente Venray. De belasting wordt geheven ter zake van openbare aankondigingen (reclame-uitingen) zichtbaar vanaf de openbare weg. De gemeente int deze belasting en maakt deze vervolgens, onder inhouding van de inningskosten, over naar de ondernemersvereniging Venray Centraal. Naar verwachting zullen de tarieven de komende jaren gelijk blijven. De definitieve vaststelling van deze tarieven moet echter nog plaatsvinden tijdens de najaarsvergadering van de ondernemersvereniging Venray Centraal. Bedragen x €1
2021
2022
voor een reclameobject met een oppervlakte tot 0,5 m²:
475
475
voor een reclameobject met een oppervlakte van 0,5 m² tot 2,5 m²:
600
600
voor een reclameobject met een oppervlakte van 2,5 m² tot 5 m²:
675
675
voor een reclameobject met een oppervlakte van 5 m² tot 10 m²:
750
750
voor een reclameobject met een oppervlakte vanaf 10 m²:
825
825
BIZ-Smakterheide Op grond van de Bedrijven–Investerings-Zones (BIZ) is het mogelijk om binnen een nader af te bakenen gebied (zoals een bedrijventerrein) alle ondernemers gezamenlijk mee te laten betalen aan de kwaliteitsverbetering van de bedrijfsomgeving. Daarbij gaat het dan om activiteiten gericht op het bevorderen van de veiligheid en ruimtelijke kwaliteit binnen het betreffend gebied. Hiermee wordt het “freeriders” gedrag voorkomen. De gemeente int de jaarlijkse bijdragen en betaalt deze, onder inhouding van de inningskosten, uit aan de Ondernemersvereniging Smakterheide. Naar verwachting zullen de tarieven de komende jaren gelijk blijven. De definitieve vaststelling van deze tarieven moet echter nog plaatsvinden tijdens de najaarsvergadering van de ondernemersvereniging Smakterheide (BIZ). Bedragen x €1
2021
2022
WOZ-waarde lager dan € 250.000
250
250
WOZ-waarde vanaf € 250.000 en lager dan € 1.000.000
500
500
WOZ-waarde vanaf € 1.000.000 en lager dan € 5.000.000
1000
1000
WOZ-waarde vanaf € 5.000.000
1500
1500
5. Kwijtscheldingenbeleid Burgers die de aanslag niet kunnen betalen, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding. Handmatige- en geautomatiseerde kwijtschelding Kwijtschelding vindt enerzijds plaats door middel van een toetsing door de Stichting Inlichtingenbureau van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit bureau voert geautomatiseerde bestandsvergelijkingen uit, waardoor de kwijtschelding eenvoudiger en geautomatiseerd toegekend kan worden. Anderzijds wordt ook nog een aanzienlijk aantal verzoeken tot kwijtscheldingen handmatig beoordeeld en afgehandeld. 100% Norm De raad heeft in het verleden besloten de regeling voor kwijtschelding zo ruim mogelijk toe te passen. Het normbedrag voor levensonderhoud is toen vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm. Het gehanteerde normbedrag is het maximale bedrag dat gemeenten mogen hanteren volgens de Invorderingswet 1990 en de daarbij behorende uitvoeringsregeling. Waarbij wordt uitgegaan van het vermogensbegrip van art. 34 van de Participatiewet. Het aanvragen van kwijtschelding is mogelijk voor OZB: kwijtschelding kan in bepaalde omstandigheden plaatsvinden indien de vermogenspositie hiertoe aanleiding geeft.
Afvalstoffenheffing: kwijtschelding kan plaatsvinden van het vastrecht, vermeerderd met maximaal het gemiddelde aantal ledigingen van grijze en groene containers of inworpen in een verzamelcontainer voor restafval. Jaarlijks wordt dit gemiddelde aantal ledigingen of inworpen opnieuw vastgesteld. Dit gebeurt in de verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing, waarmee ook de hoogte van het variabel en vastrecht wordt vastgesteld. 73
Rioolheffing: kwijtschelding kan m.n. plaatsvinden voor het gebruikersdeel voor woningen. Kwijtscheldingen Het aantal kwijtscheldingsverzoeken daalde de afgelopen jaren licht. Belastingplichtigen met meerjarige betalingsproblemen worden vanaf 2016 actief benaderd. Daarnaast zijn alle belastingplichtigen, die verleden jaar geen kwijtscheldingen ontvingen, automatisch opgenomen in de procedure en wordt onderzocht of deze groep nu wel voor kwijtschelding in aanmerking kan komen. Door de coronacrisis wordt verwacht dat de komende jaren het aantal kwijtscheldingen gaat toenemen. 2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021[1]
Totaal aantal kwijtscheldingsverzoeken
871
894
1085
1041
1018
1005
1137
807
Verzoeken via inlichtingenbureau (voor de aanslagoplegging)
369
410
415
488
505
465
450
482
Beroepschriften (klanten)
44
63
81
40
47
52
25
0
[1] Stand per mei juni 2021. Dit zijn dus voorlopige aantallen.
Paragraaf B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het weerstandsvermogen en de mate waarin de organisatie de belangrijkste risico’s onder controle heeft. In het risicobeleid, dat in 2017 werd geëvalueerd, zijn de doelstellingen en uitgangspunten vastgesteld. Hierin is ook aangegeven op welke wijze we risico’s managen. Deze paragraaf geeft inzicht in:
Weerstandsvermogen: De mate waarin de gemeente in staat is om risico’s van materiële betekenis te kunnen opvangen, zonder te hoeven ingrijpen in de normale bedrijfsvoering. Risico’s: De afwijking van een doelstelling als gevolg van het optreden van een onzekere gebeurtenis. Van strategische risico’s worden opgenomen: de omvang en de getroffen beheersmaatregelen en de ontwikkelingen hierin. Weerstandscapaciteit: Toelichting op omvang en ontwikkeling van de vermogenscomponenten en andere bronnen die dienen om de risico’s op te vangen. Financiële kengetallen: conform de BBV is een basis set financiële kengetallen opgenomen.
1. Risicomangement De raad, het college en het management zijn ervan bewust dat adequate risicobeheersing onderdeel is van “good governance” en bijdraagt aan het “in control” zijn van de organisatie. Kernthema hierin is transparantie: het (tijdig) rapporteren over risico’s en gezamenlijk met alle betrokkenen afstemmen over beheersmaatregelen. Hoewel het risicobewustzijn in de afgelopen jaren is gegroeid, mag het nog beter structureel geborgd worden in de organisatie. Bijvoorbeeld bij beleids-/besluitvormingsnota’s worden nog niet consequent de juiste risico's en beheermaatregelen opgenomen. Daarnaast blijft het een voortdurend aandachtspunt om te zoeken naar een juiste afweging van de (effecten van) risico’s en de te maken kosten voor het elimineren van deze risico’s. Het is een utopie om voor alle risico’s adequate beheersmaatregelen te kunnen treffen. 2. Weerstandsvermogen Het beleid gaat uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0. Dat wil zeggen dat de berekende risico’s in ieder geval zijn afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit (vermogensbuffer). Hiermee sluiten we aan bij de adviezen van de provinciale toezichthouder. Daarnaast is een minimumgrens van € 12 mln. (10% van de jaarexploitatie) als streefwaarde voor de weerstandscapaciteit vastgesteld.
74
Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
Algemene reserve
9.212
9.212
9.212
9.212
9.212
Risicoreserve grondbedrijf
5.920
7.159
6.768
6.377
5.989
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Weerstandscapaciteit
15.132
16.371
15.980
15.589
15.201
Algemene risico's
5.982
6.189
5.413
5.764
5.657
995
1.013
1.025
1.045
1.050
Risico's
6.977
7.202
6.438
6.809
6.707
Vrije ruimte
8.155
9.168
9.542
8.779
8.494
- Algemeen
3.230
3.022
3.799
3.447
3.555
- Grondbedrijf
4.925
6.146
5.743
5.332
4.939
Weerstandsvermogen
2,17
2,27
2,48
2,29
2,27
Niet benutte deel belastingcapaciteit
Risico's grondbedrijf
Vrije ruimte: verschil tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Weerstandsvermogen: netto weerstandscapaciteit/risico’s.
Het totale weerstandsvermogen neemt in de planperiode toe van 2,17 naar 2,27 en blijft daarmee ruim boven de minimale grens van 1,0. De weerstandscapaciteit blijft gedurende de gehele planperiode boven de minimale streefwaarde van € 12 mln. De vrije ruimte neemt tot 2023 nog toe tot 9,5 mln. maar daalt daarna weer tot € 8,5 mln. in 2025. 3. Risico's De risico’s uit de jaarrekening 2021 zijn het uitgangspunt van de rapportage. Nieuwe (strategische) risico’s zijn toegevoegd, relevante wijzigingen in bestaande risico’s worden toegelicht. In de risicomatrix zijn de risico’s geplaatst in het perspectief van kans en gevolg. In de risicotoelichting wordt het risico nader omschreven en de (voortgang van) beheersmaatregelen beschreven. Begin 2020 werden we geconfronteerd met COVID-19 en de risico’s die dit voor gemeenten met zich meebrengt. Regelmatig werden impact-analyses opgesteld om de gevolgen en risico’s te monitoren. Ook in 2022 zullen de gevolgen van COVID-19 nog zichtbaar zijn en wordt de raad, daar waar nodig, geïnformeerd over de stand van zaken. Risicomatrix
75
Risicotoelichting In navolgend overzicht: -Kolomnr. verwijst naar het nummer in de risicomatrix. -Kolom potentiële risicogebeurtenis: de gebeurtenis voorafgegaan door het nummer van het deelprogramma waarop deze betrekking heeft. Enkele risico's hebben betrekking op meerdere deelprogramma's, die zijn algemeen genoemd. -Kolom (status) beheermaatregelen: per risico zijn beheermaatregelen beschreven. De voortgang/status is 'cursief' gedrukt. Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
(Status) beheersmaatregelen
1
1. Breed Sociaal Domein
Er is een uitvoeringsprogramma sociaal domein vastgesteld met diverse deelopdrachten die gekoppeld zijn aan de bouwstenen uit de Kadernota SD (zie hieronder)
Bouwsteen Omgeving De omgeving wordt onvoldoende versterkt waardoor de beweging van “vangnet” naar “omgeving” niet of onvoldoende gemaakt wordt.
Inzet van gebiedsgericht werken (aansluiting zoeken bij de specifieke behoefte van een wijk of dorp). Inzet van ondersteunende maatregelen zoals subsidies, accommodaties, etc. -
Gebiedsgericht werken is ingezet.
-
Subsidiebeleid (algemene subsidieverordening en besluit nadere regels subsidieverstrekking is geactualiseerd. De subsidiecriteria voor de specifieke onderdelen wordt fasegewijs opgepakt. Het nieuwe accommodatiebeleid wordt in de 2e helft 2021 aan de raad voorgelegd.
-
De activiteiten uit de Uitvoeringsagenda dragen bij aan het versterken van de omgeving.
-
Het versterken van de omgeving vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Opdrachtformulering is opgesteld en implementatie is gestart.
-
Het versterken van de omgeving is ook een specifieke opdracht vanuit de regionale samenwerking in Noord- en Midden Limburg in het kader van de doordecentralisatie Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang/Bemoeizorg&Preventie.
-
Er zijn specifieke maatregelen geformuleerd om de omgeving te versterken: JSP, BSO+, SOJ, jeugdhulp en opvoedondersteuning, overzicht van voorliggende voorzieningen WMO en
76
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
(Status) beheersmaatregelen Jeugd.
Bouwsteen Vangnet De afschaling van voorzieningen komt onvoldoende tot stand.
Versterken van de omgeving. Anders organiseren van de toegang. Herijken van onze inkoopmethodiek.
Openeinderegelingen: Toename van het aantal maatwerkvoorzieningen als gevolg van veranderende omstandigheden (economische, demografische, wetgeving, rijksbeleid)