Bijlage 1 Motivering en regels ontwerp TAM-OP Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Tekst van het document
Gezien dit beperkte aantal voertuigbewegingen, het feit dat er voorheen een school in het plangebied gevestigd was en het feit dat het plangebied zowel vanaf de Coppelenberg als het Kleindorp ontsloten wordt, kan gesteld worden dat dit aantal voertuigbewegingen prima is op te vangen op de bestaande wegen. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.12.2 Parkeren De gemeente Venray hanteert de gemeentelijke 'Beleidsnota Parkeernormen', zoals vastgesteld door de gemeenteraad op december 2013. in de beleidsnota wordt uitgegaan van één stedelijkheidsgraad, matig stedelijk, voor de totale gemeente. Qua ligging van het plangebied wordt aangesloten bij de normen voor het omgevingstype ‘rest bebouwde kom’, omdat het nieuwe woongebied deel zal uitmaken van de kern Merselo. Parkeerbehoefte Binnen het gebied 'rest bebouwde kom' geldt een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning. Voor de onderhavige woningbouwontwikkeling is zodoende sprake van een parkeerbehoefte van 16 x 2,0 = 32 parkeerplaatsen. Parkeervoorzieningen Er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Bij de 2 twee-onder-één-kap-kapwoningen worden in totaal op eigen terrein 2 parkeerplaatsen gerealiseerd. De andere parkeerplaatsen liggen direct aan de straat in de vorm van haakse en dwarse parkeerplaatsen:
48
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Parkeervoorzieningen
Aantal
Parkeerkencijfer Gerealiseerd
Parkeren openbaar gebied
36
1,0
34,0
Woning met garage en/of een oprit
2
1,0
2,0
Totaal
36,0
Door de realisatie van 36 parkeerplaatsen wordt ruimschoots voldaan aan de parkeerbehoefte van 32 parkeerplaatsen. Het daadwerkelijk moeten voldoen aan de parkeernormen is bovendien geborgd in de algemene regels van dit ruimtelijk plan. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.13
Ladder voor duurzame verstedelijking
5.13.1 Regelgeving Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen en leegstand van vastgoed te voorkomen is de Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) onder de Omgevingswet gecontinueerd en als instructieregel opgenomen in artikel 5.129g Bkl. Deze regel bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. De behoefte aan die nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarmee worden aangetoond. Alleen wanneer het gaat om een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling moet de Laddertoets worden uitgevoerd. Voor ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan komen. In artikel 5.129g Bkl staat dat het stedelijk gebied ook het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied bevat. Door deze formulering is dat stedelijk gebied hetzelfde gebied als onder het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
49
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
5.13.2 Doorvertaling planvoornemen Met dit plan wordt de realisatie van maximaal 16 woningen mogelijk gemaakt op een binnenstedelijke herontwikkelingslocatie. Daarmee is sprake van een stedelijke ontwikkeling, die getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Afbakening verzorgingsgebied Voor de onderbouwing van de woningbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio. Hiervoor wordt gekeken naar de regionale woningmarkt, die wordt gedefinieerd op basis van verhuisbewegingen. Een analyse van de verhuisbewegingen (CBS, 2023) toont dat 59% van de verhuizingen in de gemeente Venray plaatsvindt binnen de eigen gemeente. Dit betekent dat circa 60 % van de verhuizingen binnen de gemeente plaatsvindt. Daarnaast komt circa 7 % van de verhuisbewegingen uit de gemeenten Horst aan de Maas (vormt samen met Venray de woonregio Venray), Venlo, Peel en Maas en Beesel (samen de woonregio Venlo). De verhuisbewegingen zijn met name afkomstig vanuit de gemeenten Horst aan de Maas (3,0 %) en Venlo (2,9 %). Op basis van deze cijfers is de gemeente Venray het primaire verzorgingsgebied voor de ontwikkeling. De woonregio’s Venray en Venlo vormen het secundaire verzorgingsgebied. Kwantitatieve woningbehoefte De beoogde ontwikkeling van 16 woningen voorziet nadrukkelijk in een kwantitatieve behoefte.
Het aantal inwoners en huishoudens in gemeente Venray neemt de komende jaren toe (groei inwoners gemeente Venray periode 2023 - 2033 bedraagt circa 1.610 inwoners, zijnde 3,6 %, bron: CBS en dataportaal wonen en demografie, provincie Limburg ). Het aantal huishoudens neemt relatief sterker toe (zie hierna), wat betekent dat de gemiddelde huishoudensgrootte afneemt.
In gemeente Venray zijn de afgelopen jaren minder woningen gebouwd dan dat het aantal huishoudens is toegenomen. Hierdoor is sprake van een inhaalvraag. De huidige harde plancapaciteit voor gemeente Venray is niet voldoende. Er is aanvullende behoefte aan 1.460 extra woningen, zijnde 7,4 % (groei huishoudens periode 2023 - 2033, bron: dataportaal wonen en demografie, provincie Limburg), terwijl de harde plancapaciteit slechts 853 woningen bedraagt. Bovendien is de herinvulling van de schoollocatie in Merselo in het Omgevingsprogramma Wonen aangemerkt als prioriteit.
Voor gemeente Venray is de geplande woningbouw daarmee ontoereikend om in de aanzienlijke woningbehoefte te voorzien. Het initiatief om 16 woningen te realiseren voorziet daarmee nadrukkelijk in een kwantitatieve behoefte specifiek voor de kern Merselo en binnen de gemeente Venray. Kwalitatieve behoefte Het initiatief om 16 woningen te realiseren voor diverse doelgroepen, met de nadruk op starters en senioren, voorziet in een kwalitatieve behoefte. Uit het Omgevingsprogramma Wonen (zie subparagraaf 4.5.2) blijkt dat er in gemeente Venray een tekort is aan betaalbare woningen. Dit initiatief draagt bij aan een betaalbare woningvoorraad, doordat er sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en betaalbare koopwoningen worden gerealiseerd. Meer dan 85 % van de woningen valt in de betaalbare categorie. Door de vergrijzing en extramuralisering neemt de vraag naar levensloopgeschikte woningen toe. Het aanbod in de gemeente Venray is momenteel nog beperkt. Met 6 levensloopgeschikte seniorenwoningen en 2 twee-onder-één-kapwoningen die levensloopgeschikt gemaakt kunnen worden, wordt zo goed mogelijk invulling gegeven aan deze opgave.
50
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Het voorliggende plan voorziet op basis van het voorgaande in een kwalitatieve en kwantitatieve regionale woningbehoefte (zie subparagrafen 4.3.1 en 4.5.2) en past binnen de regionale woningbouwafspraken. Met de beoogde ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de actuele woningbehoefte, in aanvulling op de bestaande woningvoorraad in Merselo en binnen de gemeente Venray. 5.13.3 Conclusie Het aspect 'ladder voor duurzame verstedelijking' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.14
Molenbiotoop
5.14.1 Regelgeving Rond een molen is een molenbiotoop opgenomen. Deze molenbiotoop moet voorkomen dat molens tussen oprukkende bebouwing of uitdijende beplanting te verdwijnen. Molens zijn monumenten die de identiteit van het Nederlandse landschap bepalen. De omgeving waarmee een molen in relatie staat wordt de molenbiotoop genoemd. Bij de molenbiotoop is de ruimte die vrij wordt gehouden voor een goede windvang van cruciaal belang. De biotoopformule is een eenvoudige manier om de maximaal aanvaardbare hoogte van obstakels rond een molen te berekenen, dusdanig dat de molen hier geen onoverkomelijke hinder van ondervindt. De eerste 100 m moet vrij zijn van obstakels. Voor molens geldt vanaf 100 m een oplopende lijn ten aanzien van de toegestane hoogte tot een afstand van 400 m van de molen. 5.14.2 Doorvertaling planvoornemen Ter bescherming van de molenbiotoop van beltmolen 'Nooit Gedacht' aan het Grootdorp 93 in Merselo is de gebiedsaanwijzing 'vrijwaringszone - molenbiotoop' in de regels opgenomen.
Op de gronden gelegen ter plaatse van deze aanduiding is het niet toegestaan om: binnen 100 m van de molen nieuwe bouwwerken op te richten, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; tussen 100 m en 400 m van de molen nieuwe bouwwerken op te richten met een grotere hoogte dan 1/30 van de afstand gemeten tussen het bouwwerk en de onderste punt van de verticaal staande wiek, De afstand tussen de meest nabijgelegen woning en de onderkant van de verticaal staande wiek bedraagt circa 235 m. Dit betekent dat de toegestane maximum bouwhoogte op basis van de biotoopformule op basis van een belthoogte van 3,0 m, en aanvullend daarop 0,25 m tussen de bovenkant van de belt en de onderkant van de verticaal staande wiek, de eerste 100 m in totaal 3 + 0,25 = 3,25 m bedraagt. Vervolgens is er een oplopende lijn van 1/30 x 135 m, zijnde 4,5 m. In totaal bedraagt de toegestane hoogte daarmee 3,25 + 4,5 = 7,75 m. De maaiveldhoogte in het plangebied is verder gelijk aan de hoogte van het maaiveld in het plangebied. Omdat de woningen aan de westzijde van het plangebied bestaan uit 1 bouwlaag met kap en circa 7,7 m hoog worden, doen deze woningen geen afbreuk aan de molenbiotoop. Bovendien zijn de bestaande woningen gelegen aan de Coppelenberg, dus tussen de molen en het plangebied in, allemaal hoger omdat deze uit 2 bouwlagen met kap bestaan.
5.14.3 Conclusie Het aspect 'molenbiotoop' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
51
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
5.15
Ontplofbare oorlogsresten
5.15.1 Regelgeving Het grondgebied van de gemeente is in de Tweede Wereldoorlog langdurig en intensief strijdtoneel geweest. Daarom is in grote delen van de gemeente nog steeds de kans aanwezig op het aantreffen van niet gesprongen explosieven (officiële term tegenwoordig: Ontplofbare Oorlogsresten). In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de afwegingen omtrent het stellen van regels aan activiteiten, is het wenselijk inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven in het plangebied waarop dit plan betrekking heeft. Voorafgaand aan de uitvoering van grondroerende werkzaamheden is het noodzakelijk dat er inzicht is in de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in de bodem. In 2022 heeft de gemeente Venray een verwachtingskaart Ontplofbare Oorlogsresten laten opstellen waaruit blijkt dat de gehele gemeente verdacht is op de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Zolang Ontplofbare Oorlogsresten uit de 2e Wereldoorlog in de bodem liggen kan er niets gebeuren. In het kader van de openbare orde en veiligheid is er geen aanleiding om OO preventief te ruimen. Eventueel aanwezige OO vormen een aandachtspunt wanneer grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden. De gemeente adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek te (laten) uitvoeren.
De initiatiefnemer van een project waarbij grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden heeft de wettelijke taak om een veilige werkomgeving te creëren waaronder ook de risico´s omtrent de eventuele aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten tot een minimum te beperken. 5.15.2 Doorvertaling planvoornemen De hele gemeente is verdacht van ontplofbare oorlogsresten. Op de digitale kaart Ontplofbare Oorlogsresten van de gemeente is te zien dat in het hele plangebied 'geschutmunitie en raketten' kunnen worden aangetroffen. Te zijner tijd zal er daarom in het kader van het bouwrijp maken een detectie-onderzoek naar eventueel aanwezige ontplofbare oorlogsresten plaatsvinden. Om een detectie-onderzoek en eventuele benaderwerkzaamheden uit te kunnen voeren moet het gehele terrein vrij zijn van bebouwing en naoorlogs aangebrachte boven- en ondergrondse infrastructuur. Omdat het slopen van de bestaande bebouwing pas plaatsvindt na afloop van de planologische procedure, betekent dit dat het onderzoek pas na vaststelling van het TAM-omgevingsplan plaatsvindt. 5.15.3 Conclusie Het aspect 'ontplofbare oorlogsresten' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.16
m.e.r.-beoordeling
5.16.1 Regelgeving De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de strategische milieubeoordeling (SMB-richtlijn), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing.
52
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Voor het bepalen of een plan eventueel m.e.r.-plichtig is, is artikel 16.36, lid 3 en 4 van de Omgevingswet van toepassing. Er zijn bij de zogenaamde plan-m.e.r.-beoordeling twee mogelijke resultaten: 1. Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-m.e.r. en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. 2. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-m.e.r. nodig en er wordt geen MER gemaakt. Er zijn twee situaties waarin een plan-m.e.r.-beoordeling aan de orde kan komen: 1. Het plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar het betreft geen project dat in bijlage V bij het Omgevingsbesluit staat. Het plan is derhalve niet direct plan-m.e.r.plichtig. In dit geval moet een plan-m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. 2. Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage V Omgevingsbesluit, maar komt niet boven de drempelwaarden van kolom 2 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit. Een plan-m.e.r.-beoordeling is aan orde indien: a. Het plan een kleine wijziging van een plan of programma betreft. b. Het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is.
5.16.2 Doorvertaling planvoornemen Het onderhavige TAM-omgevingsplan is kaderstellend voor een project uit bijlage V Omgevingsbesluit, te weten J11: een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit betreft ook een woningbouwontwikkeling. In de derde kolom staat dat voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een dergelijk stedelijk ontwikkelingsproject een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt op basis van artikel 16.43, lid 1, aanhef en onder b van de Ow. Het onderhavige plan betreft een kleine wijziging van het Omgevingsplan gemeente Venray en gaat over een klein gebied op gemeentelijk niveau waarin een beperkt aantal woningen wordt gerealiseerd. De gemeenteraad is voor onderhavig TAMomgevingsplan het bevoegd gezag. Op grond van het gestelde in Hoofdstuk 5 van deze motivering kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling, gelet op de aard, omvang en ligging, geen aanzienlijke milieueffecten kent. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De uitgevoerde onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit TAM-omgevingsplan te kunnen nemen. 5.16.3 Conclusie Het aspect 'm.e.r.-beoordeling' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
53
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Hoofdstuk 6 6.1
Participatie
Verplichte participatie
Te zijner tijd zal het ontwerp TAM-omgevingsplan gedurende zes weken ter visie worden gelegd. De zienswijzen zullen hier of in een separate nota zienswijzen van een gemeentelijke reactie worden voorzien.
6.2
Intaketafel/ Omgevingstafel
Het plan is op 15 april 2024 aan de intaketafel besproken en akkoord bevonden. De gemaakte opmerkingen zijn meegenomen bij de verdere uitwerking van het plan.
6.3
Omgevingsdialoog
Omgevingsdialoog Er hebben in april/mei/juni 2024 gesprekken plaatsgevonden in het kader van de omgevingsdialoog met de dorpsraad, parochie, enkele aanwonenden aan de Coppelenberg, het Grootdorp en het Kleindorp, en met de huurders van het kindcentrum. In bijlage 12 is het verslag van deze omgevingsdialoog opgenomen. Inloopavond Op donderdag 4 juli 2024 heeft er aanvullend op de omgevingsdialoog een inloopavond plaatsgevonden waarbij alle direct omwonenden zijn uitgenodigd. In bijlage 12 is het verslag van deze inloopavond opgenomen.
6.4
Bestuurlijk vooroverleg
Het TAM-omgevingsplan is in het kader van het bestuurlijk vooroverleg verstuurd aan de brandweer (via de veiligheidsregio Limburg-noord), het waterschap Limburg en de provincie Limburg. Brandweer (Veiligheidsregio Limburg-noord), per brief, d.d. 26 juni 2024 De beoogde ontwikkeling is getoetst aan het gemeentelijk beleid 'Bluswater en bereikbaarheid'. Op het gebied van bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid voldoet de beoogde ontwikkeling. Qua brandweerzorgnorm wordt een lichte overschrijding van de aanrijtijd van 8 minuten voor een woonfunctie verwacht. De veiligheidsregio adviseert hier kennis van te nemen. Reactie gemeente De gemeente neemt deze reactie voor kennisgeving aan. Waterschap Limburg, per email, d.d. 12 augustus 2024 Het waterschap geeft aan het een mooi plan te vinden waarin de totale hoeveelheid verharding afneemt ten opzichte van de bestaande situatie. Er is voldoende aandacht voor hemelwater. Wel adviseert het waterschap om de hemelwatervoorziening te dimensioneren conform 100 mm per m² in 24 uur. Reactie gemeente Zoals in de waterparagraaf (zie bijlage 5) aangegeven voldoet het ontwerp van de waterberging aan de eis van 100 mm infiltreren per etmaal. Provincie Limburg, per email, d.d. 18 juli 2024 De provincie geeft aan dat het plan onvoldoende inzicht biedt in de programmering waar het gaat om de verhouding koop/huur en de betaalbaarheid van de woningen.
Daarnaast verzoekt de provincie om de op 1 februari 2023 verleende ontheffing voor de gewone dwergvleermuis in de toelichting te verwerken.
54
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Reactie gemeente De verhouding koop/huur is in de toelichting aangevuld. Ook is de verleende ontheffing in de toelichting verwerkt.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
55
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Hoofdstuk 7
Financiële haalbaarheid
In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van de economische haalbaarheid van de nieuwe ontwikkelingen.
7.1
Kostenverhaal & nadeelcompensatie
Alle kosten die gemaakt moeten worden met het opstellen van een ruimtelijk plan zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade c.q. nadeelcompensatie is geregeld. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente afdoende geregeld.
56
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Hoofdstuk 8 Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit staat in artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet. Alle regels in het omgevingsplan samen moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Uit hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu, hoofdstuk 6 Participatie en de in hoofdstuk 5 verwerkte resultaten uit de milieuonderzoeken blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het plangebied.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
57
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlagen bij motivering
58
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
59
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlage 2
60
Akoestisch onderzoek industrielawaai
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlage 3
Verkennend en nader bodemonderzoek
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
61
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlage 4
62
Geuronderzoek
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlage 5
Waterparagraaf
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
63
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlage 6
64
Quickscan natuur
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlage 7
Aanvullend ecologisch onderzoek
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
65
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlage 8
66
Activiteitenplan
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlage 9
Ontheffing soorten Wet natuurbescherming
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
67
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlage 10
68
Stikstofdepositieonderzoek
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlage 11 Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
69
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlage 12
70
Participatieverslag
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
71
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Regels Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Coppelenberg 3 in Merselo en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22e) van het omgevingsplan gemeente Venray. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22e] van het omgevingsplan gemeente Venray. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22e]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22e.’ gelezen worden.
72
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begripsbepalingen
1.1 Van toepassing verklaring Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan, tenzij in artikel 1 daarvan is afgeweken. 1.2
Aanvullende begrippen
In aanvulling op het bepaalde in 1.1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de begrippen als bedoeld in 1.3 tot en met 1.78 gehanteerd. 1.3 Plan Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25001-on01 van de gemeente Venray. 1.4 TAM-omgevingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.5 Omgevingsplan gemeente Venray Omgevingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet. 1.6 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee locaties zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze locaties. 1.7 Aanduidingsgrens Grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.8 Aaneengebouwde woning Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van minimaal drie woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar gebouwd / verbonden zijn. 1.9 Aanvangshuurprijs de huurprijs bij de start van de huurovereenkomst. 1.10 Aanvangskoopprijs de koopprijs bij het sluiten van de koopovereenkomst. 1.11 Antenne-installatie Installatie bestaande uit een antenne, een antenne-drager, de bedrading en de al dan niet in één of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
73
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
1.12 Archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.13 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.14 Bed & breakfast Het bieden van de mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben door de eigenaar of hoofdbewoner van de desbetreffende woning. 1.15 Bedrijf aan huis Het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot het beroep aan huis, gericht op consumentenverzorging geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk en waarbij de omvang van de activiteiten zodanig is dat als deze in een woning en bijgebouwen wordt uitgeoefend de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.16 Begane grond De natuurlijke oppervlakte van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging, alsmede dat gedeelte van een gebouw dat met die oppervlakte gelijk is. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aangrenzend maaiveld.
1.17 Bereikbare koopwoning een koopwoning met een koopsom tussen de koopsom van een betaalbare koopwoning en betaalbare koopwoning + € 75.000,1.18 Beroep aan huis De uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van prostitutie. 1.19 Bestaand Ten tijde van de inwerkingtreding van het plan aanwezig. 1.20 Betaalbare koopwoning een koopwoning met een koopsom conform het Besluit Woningbouwimpuls 2020. Jaarlijks wordt deze koopsom geïndexeerd aan de hand van de consumentenprijsindex. 1.21 Bijbehorend bouwwerk Een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). 1.22 Bijgebouw Een bijgebouw is een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
74
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
1.23 Bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.24 Bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond. 1.25 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26 Bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel. 1.27 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.28 Bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.29 Bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwwerk geen gebouw zijnde als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving. 1.30 Carport Een overkapping van lichte constructie, bestemd om te dienen als overdekte stalling voor een motorrijtuig, welke geen tot de constructie behorende wanden heeft. 1.31 DAEB-Inkomensnorm inkomensgrens als bedoeld in artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.
1.32 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.33 Eindwoning Een woning die ligt aan het begin of eind van een rij aaneengebouwde woningen.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
75
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
1.34 Erf Een gedeelte van het perceel, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij geldt: Achtererf: Erf achter de met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied evenwijdig gelegen lijn, die het hoofdgebouw raakt: 1. aan een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op 1 meter achter het snijpunt met de voorgevel, en, 2. aan een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op het snijpunt met de achtergevel. Voorerf: Erf dat geen onderdeel is van het achtererf. Zijerf: Het gedeelte van het erf dat zich bevindt aan de zijkant van het hoofdgebouw, startend bij de voorkant en eindigend bij de achterkant van het hoofdgebouw. Het zijerf maakt onderdeel uit van het voorerf wanneer het grenst aan openbaar gebied, als dit niet zo is dan maakt het onderdeel uit van het achtererf vanaf 1 meter achter de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde. 1.35 Evenement Een voor publiek openbaar toegankelijke verrichting van vermaak in de open lucht, dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van publiek voor sociale, informerende, educatieve, culturele, levensbeschouwelijke doeleinden en/of doeleinden voor vermaak.
Onder toegestane evenementen wordt verstaan: kermissen, herdenkingsplechtigheden, feesten, muziekvoorstellingen, wedstrijden op of aan de weg, braderieën of markten, optochten en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen evenementen. 1.36 Gebouw Gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving. 1.37 Gevel Buitenmuur van een gebouw, waarbij geldt: Voorgevel: de gevel aan de voorzijde van een hoofdgebouw. Zijgevel: de gevels van een hoofdgebouw die haaks staan op de voorgevel. Achtergevel: de gevel van een hoofdgebouw die zich aan de tegenovergestelde kant van de voorgevel bevindt. 1.38 Grondgebonden woning Een gebouw, dat een vrijstaande woning of meerdere halfvrijstaande, geschakelde of aaneengebouwde, uitsluitend naast elkaar en niet boven elkaar gelegen, woningen omvat, en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd. 1.39 Hoeksituatie Een perceel dat met minimaal twee aaneengesloten zijden grenst aan een weg of twee kruisende wegen. 1.40 Hoofdgebouw hoofdgebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving. 1.41 Huishouden Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren.
76
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
1.42 Huishoudinkomen Huishoudinkomen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet. 1.43 Kamerverhuur Niet gemeenschappelijk deel van een woonfunctie waarin zich meer wooneenheden bevinden en waar voorzieningen, zoals keuken, sanitaire ruimtes, worden gedeeld. 1.44 Kampeermiddel a. Een tent, een tentwagen, een kampeerauto, caravans of stacaravans, vouwwagens en campers; b. Enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.45 Klimaat- en duurzaamheidsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van het verduurzamen van een gebied en het realiseren van een klimaatbestendige omgeving zoals het toevoegen van koude-/warmte-opslag, het plaatsen van zonnecollectoren, zonnepanelen of zonnepergola's en het plaatsen van laadpalen voor elektrische auto of fiets. 1.46 Kunstwerk Object van artistieke kunstuiting. 1.47 Locatiegrens De grens van een locatievlak. 1.48 Locatievlak Een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel. 1.49 Maaiveld Bovenkant van het terrein dat een gebouw/ bouwwerk omgeeft.
1.50 Midden huurwoning een zelfstandige woning als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek: met een waardering van de kwaliteit die op grond van het bepaalde krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte leidt tot een maximale huurprijs die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en niet hoger is dan 186 punten, of; waarvoor bij aanvang van de huurovereenkomst een huurprijs is overeengekomen die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en lager dan of gelijk is aan de maximale huurprijs behorende bij 186 punten op grond van de waardering van de kwaliteit als in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
77
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
1.51 Milieuhygiënische uitvoerbaarheid Overkoepelend begrip voor relevante milieuaspecten zoals bodem, geluid, geurhinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid, etc. aan welke bijbehorende wettelijke kaders getoetst dient te worden, zodat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse is geborgd. 1.52 Ondergeschikte activiteit Activiteit die afwijkt van de hoofdfunctie, maar die hieraan niet gelijkwaardig is vanwege: 1. de oppervlakte; de activiteit beslaat in oppervlakte maximaal 25% van het vloeroppervlak van het gebouw/de gebouwen, of; 2. de duur en frequentie; de activiteit komt incidenteel voor en beslaat qua beoefening dus minder tijd dan de hoofdfunctie, of; 3. de functie in relatie tot de hoofdfunctie; de activiteit wordt uitgeoefend ter ondersteuning van de hoofdfunctie. 1.53 Ondergeschikte bouwdelen Onderdelen van een hoofdgebouw die in architectonisch opzicht ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw en bijgebouwen, zoals erkers, ingangspartijen, luifels, schoorstenen en antennes. 1.54 Ondergeschikte detailhandel Detailhandelsactiviteit die als ondergeschikte activiteit past bij de hoofdfunctie, ter ondersteuning van de hoofdfunctie wordt uitgeoefend en niet zelfstandig toegankelijk is. 1.55 Ondergronds Beneden het peil.
1.56 Onderkomens Voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.57 Openbaar toegankelijk gebied Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.58 Overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak, dat niet of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand. 1.59 Peil Voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.
78
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
1.60 Peiljaar kalenderjaar voorafgaand aan de datum van de start van de bouw van de betreffende woning. 1.61 Permanente bewoning Bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan als hoofdverblijf. 1.62 Prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. Raamprostitutie is hieronder mede begrepen. 1.63 Recreatie Activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding. 1.64 Seksinrichting Een voor het publiek toegankelijk gebouw of gedeelte van een gebouw, waarin handelingen, vertoningen en/of voorstellingen van erotische en/of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt mede begrepen een sekswinkel, zijnde een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder mede begrepen uitstalling, verhuren en/of leveren van seksartikelen. Een prostitutiebedrijf en bordeel zijn hieronder mede begrepen. Seks- en/of pornobedrijf is een aparte functie en valt op geen enkele wijze onder enig andere functie c.q. doeleinden c.q. bestemming zoals bedoeld dan wel omschreven in dit TAM-omgevingsplan. Hieronder wordt mede verstaan prostitutie en raamprostitutie.
1.65 Sociale huurwoning een laag-segment-huurwoonruimte als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014; De aanvangshuurprijs voor sociale huurwoningen bedraagt maximaal het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag; De in het eerste lid bedoelde aanvangshuurprijs wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 27, eerste lid van de Wet op de huurtoeslag; 1.66 Sociale koopwoning Een koopwoning met maximaal de kostengrens, bedoeld in de Verordening startersleningen Provincie Limburg. 1.67 Standplaats Het vanaf een vaste plaats op een openbaar toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of etenswaren, het anderszins aanbieden van goederen en bedrijfsmatige of niet-bedrijfsmatige diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 1.68 Stedenbouwkundig beeld Het beeld dat wordt bepaald door de bouwmassa's, de gevelindelingen, en de dakvormen van de bebouwing, alsmede de situering en de verschijningsvormen in zijn omgeving. 1.69 Twee-aaneengebouwde woning Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee woningen die met het hoofdgebouw aan elkaar zijn gebouwd.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
79
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
1.70 Verbeelding De plankaart van het TAM-omgevingsplan. 1.71 Verblijfsrecreatie Recreatie waarbij één of meerdere overnachtingen plaatsvinden. Hierbij wordt onder recreatieverblijf verstaan een bouwwerk dat bedoeld is om uitsluitend recreatief door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt, zoals een recreatiewoning, chalet, stacaravan of hiermee gelijk te stellen onderkomen; onder recreatief verblijf wordt niet verstaan het verblijf noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden of arbeid. 1.72 Voorkant van een hoofdgebouw De gevel waarlangs de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde loopt. 1.73 Voorziening van openbaar nut Een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit, en de telecommunicatie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse afvalvoorzieningen, bovengrondse afvalvoorzieningen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen en zendmasten, plus voorzieningen voor warmte- en koudeopslag of voorzieningen van soortgelijke aard met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.74 Waterhuishoudkundige voorzieningen Boven- en ondergrondse voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, infiltratie en waterkwaliteit. 1.75 Weg Een voor het openbaar verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeervoorzieningen. 1.76 Wonen Het gehuisvest zijn in een woning. 1.77 Woning/ wooneenheid Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.78 Woningsplitsing Het bouwkundig en functioneel splitsen van een bestaande woning in twee of meer wooneenheden ten behoeve van de vestiging van meer dan één huishouden.
80
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Artikel 2 2.1
Meet- en rekenbepalingen
Meetbepalingen
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van het Omgevingsplan gemeente Venray, gelden de meetbepalingen in artikel 2.2 t/m 2.11: 2.2 De afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens Tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.3 Het bebouwingspercentage Het percentage van een bouwperceel dat met bebouwing mag worden bebouwd. Voor zover op de digitale verbeelding bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen; 2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
De dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 De lengte, breedte en diepte van een bouwwerk De buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand; 2.9 De ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.10 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.11 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,5 m.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
81
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Artikel 3 3.1
Toepassingsbereik
Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 3.3, voor zover die regels in strijd zijn met de regels van dit hoofdstuk. 3.2
Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat (vangnetbepaling)
De regels in afdeling 22.2 van het Omgevingsplan gemeente Venray (activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen) met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 (activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit Omgevingsplan), en afdeling 22.3 (milieubelastende activiteiten) zijn niet van toepassing op deze locatie voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan. 3.3
Verwijzing naar verbeelding
De regels van dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GMLbestand met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25001-on01, zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
82
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Artikel 4
Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.
Artikel 5
Zorgplicht
Een ieder draagt bij de uitvoering van activiteiten als bedoeld in dit plan voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving en het voorkomen van nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden beperkt, die activiteit zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd.
Artikel 6
Aanvraagvereisten
1. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het Omgevingsplan gemeente Venray zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat: a. het bepaalde in artikel 22.284 van het Omgevingsplan gemeente Venray van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit in dit plan; en b. het bepaalde in artikel 22.286 van het Omgevingsplan gemeente Venray van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in dit plan. 2. In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
83
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Hoofdstuk 2 Artikel 7 7.1
Regels over functies en gebiedsaanwijzingen
Groen
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Groen'. 7.2
Functieomschrijving
Op de voor 'Groen' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. groenvoorzieningen; b. speel-, sport- en wandelgelegenheid; c. verblijfsgebied; d. kunstwerken; e. langzaamverkeersroute(s); f. voorzieningen van openbaar nut; g. waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. bluswatervoorzieningen en andere bijbehorende bouwwerken; i. kruizen en kapellen; j. kiss & ride zone; met de daarbij behorende: k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.3
Gebruiksactiviteiten
7.3.1
Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 7.2 genoemde gebruiksactiviteiten van de gronden. 7.3.2
Specifieke gebruiksregels
Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken ten behoeve van: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de grond; c. een standplaats voor kampeermiddelen. 7.4
Bouwactiviteiten
7.4.1
Algemeen
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de gebruiksactiviteiten genoemd in artikel 7.2.
84
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
7.4.2
Beoordelingsregels
a Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter; c. de maximale oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut bedraagt 15 m². b Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt 4 meter; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van: 1. masten ten behoeve van (openbare) verlichting maximaal 8 meter bedragen; 2. antenne-installaties maximaal 12 meter bedragen. 7.4.3
Maatwerkvoorschrift
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd maatwerkvoorschriften te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde; b. de situering en afmetingen van de bouwpercelen; indien dit noodzakelijk is in verband met één of meer van de volgende aspecten: c. ter waarborging van de woonsituatie; d. ter waarborging van het straat- en bebouwingsbeeld en het stedenbouwkundig beeld; e. ter waarborging van de verkeers-, de sociale - en de brandveiligheid; f. ter waarborging van de milieusituatie; g. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden in aangrenzende functies.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
85
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Artikel 8 8.1
Verkeer
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Verkeer'. 8.2
Functieomschrijving
Op de voor 'Verkeer' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. verkeer - en verblijfsdoeleinden; b. water en waterhuishoudkundige doeleinden; c. wegen, paden, verhardingen en andere bij de functie passende voorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. kunstwerken; f. parkeervoorzieningen; g. voorzieningen van openbaar nut; h. speel- en wandelgebied; i. kiss & ride zone; j. bluswatervoorzieningen; k. kruizen en kapellen; l. een geluidscherm ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm'. 8.3
Gebruiksactiviteiten
8.3.1
Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 8.2 genoemde gebruiksactiviteiten van de gronden. 8.3.2
Specifieke gebruiksregels
Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken ten behoeve van: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de grond; c. een standplaats voor kampeermiddelen. 8.4
Bouwactiviteiten
8.4.1
Algemeen
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de gebruiksactiviteiten genoemd in artikel 8.2.
86
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
8.4.2
Beoordelingsregels
a Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter; c. de maximale oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut bedraagt 15 m². b Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt 4 meter; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van: 1. masten ten behoeve van (openbare) verlichting maximaal 8 meter bedragen; 2. antenne-installaties maximaal 12 meter bedragen. 8.4.3
Maatwerkvoorschrift
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd maatwerkvoorschriften te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde; b. de situering en afmetingen van de bouwpercelen; indien dit noodzakelijk is in verband met één of meer van de volgende aspecten: c. ter waarborging van de woonsituatie; d. ter waarborging van het straat- en bebouwingsbeeld en het stedenbouwkundig beeld; e. ter waarborging van de verkeers-, de sociale - en de brandveiligheid; f. ter waarborging van de milieusituatie; g. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden in aangrenzende functies.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
87
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Artikel 9 9.1
Wonen
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen'. 9.2
Functieomschrijving
9.2.1
Algemeen
Op de voor 'Wonen' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. wonen; b. beroepen aan huis met een maximum oppervlak van 40 m²; c. voorzieningen van openbaar nut; d. een geluidscherm ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm'; een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder waterhuishoudkundige en parkeervoorzieningen, paden en verhardingen, in- en uitritten en tuinen en erven, met dien verstande dat: e. infiltratie van hemelwater voldoet aan het bepaalde in artikel 14.3; f. parkeervoorzieningen voldoen aan het bepaalde in artikel 14.4. 9.3
Gebruiksactiviteiten
9.3.1
Algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 9.2 genoemde gebruiksactiviteiten van de gronden. 9.3.2
Specifieke gebruiksregels
Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken ten behoeve van: a. opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; b. de uitoefening van detailhandel, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan het beroep aan huis als bedoeld in artikel 9.2.1; c. horeca; d. zelfstandige bewoning voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft; e. gebruik van gronden voor het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan op een oprit; f. bedrijf aan huis; g. recreatief (mede)gebruik; h. kamerverhuur; i. seksinrichting.
88
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
9.3.3
Beoordelingsregels voor een beroep aan huis
Een beroep aan huis zoals bedoeld in artikel 9.2.1 is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een beroep aan huis mag worden uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; b. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet aangetast; c. maximaal 40 m² van het vloeroppervlak van de woning inclusief de daarbij behorende bijgebouwen mag als zodanig worden gebruikt; d. degene die de activiteiten uitvoert, is tevens de bewoner van de woning; e. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; f. de parkeerbalans wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 14.4; g. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan en in direct verband met het beroep aan huis. 9.3.4
Voorwaardelijke verplichting bodem
Het gebruik van de gronden met de functie 'Wonen', conform de functie, is alleen toegestaan als de grond hiervoor geschikt is gemaakt. Dit is pas het geval wanneer het bevoegd gezag hierover uitsluitsel heeft gegeven via een beschikking/goedkeuring ten aanzien van de uitgevoerde bodemsanering van de inpandige bodemverontreiniging, zoals geconstateerd in het verkennend en nader bodemonderzoek (nr. B24.9168, versie 01, d.d. 25 juni 2024 van Verhoeven Milieutechniek (zie bijlage 3 bij de motivering). 9.3.5 Voorwaardelijke verplichting geluidscherm a. Het gebruik van de gronden met de functie 'Wonen', conform de functie, is ter plaatse van de 6 meest westelijke woningen alleen toegestaan als er ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' een geluidwerende voorziening met een ononderbroken lengte van circa 28 m en een massa van ten minste 10 kg/m² is gerealiseerd en in stand wordt gehouden; b. Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van het bepaalde onder a, besluiten de verplichting tot het realiseren van een geluidscherm te laten vervallen, indien is aangetoond dat niet langer sprake is van een overschrijding van de geldende geluidnormen door nietwoonfuncties. 9.4
Bouwactiviteiten
9.4.1
Algemeen
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de gebruiksactiviteiten genoemd in artikel 9.2 met dien verstande dat uitsluitend mogen worden gebouwd: a. gebouwen; b. de daarbij behorende bijgebouwen; c. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde; d. ongeacht het bepaalde in artikel 9.4.2 dient tenminste 50% van het achtererf van het woonperceel onbebouwd en onoverdekt te blijven; e. daar waar de toegang van woningen en garages over een wadi moet worden aangelegd, wordt deze toegang in groepen van minimaal twee toegangen samengevoegd.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
89
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
9.4.2
Beoordelingsregels
a Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', het aangeduide aantal woningen/wooneenheden is toegestaan; c. het volgende woningbouwprogramma moet worden uitgevoerd: 1. Het aandeel sociale huur betreft minimaal 4 woningen; 2. Het aandeel sociale koopwoningen betreft minimaal 2 woningen; 3. Het aandeel midden huur / betaalbare koopwoningen betreft minimaal 8 woningen; 4. Het aandeel bereikbare koopwoningen betreft minimaal 2 woningen. d. De normen uit de “Doelgroepenverordening Woningen Venray 2022”, waarin onder meer de beoogde doelgroepen (inkomensgroepen), minimale instandhoudingstermijnen (woning en toewijzing doelgroep) van nieuw te bouwen woningen zijn geregeld, zijn op het woonprogramma, zoals neergelegd in lid c, van toepassing; e. woningsplitsing is niet toegestaan; f. twee-aaneengebouwde en aaneengebouwde woningen zijn overal toegestaan; g. de goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven; h. elke woning dient te worden afgedekt met een dak, waarvan de dakhelling ten minste 0° en ten hoogste 65° bedraagt; i.
de voorgevel van een hoofdgebouw dient in of ten hoogste 3 meter achter de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde te worden gebouwd. Indien voor een bouwperceel twee begrenzingen van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde zijn bepaald dient zowel de voor- als zijgevel in of ten hoogste 3 meter achter deze lijn te worden gebouwd. j. de voorgevelbreedte per hoofdgebouw mag maximaal 12 meter bedragen; k. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt: 1. bij twee-aaneengebouwde woningen minimaal 3 meter aan één zijde. l. de maximale diepte van het hoofdgebouw bedraagt 12 meter. b Bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. voor het bouwen van bijgebouwen bij vrijstaande-, twee-aaneengebouwde- en aaneengebouwde woningen, gelden de volgende bepalingen: 1. bijgebouwen mogen uitsluitend op het achtererf worden gebouwd, met dien verstande dat ook ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' bijgebouwen mogen worden opgericht met een bouwhoogte van maximaal 3 meter; 2. tegen de achtergevel van het hoofdgebouw mag/mogen (een) bijgebouw(en) worden gebouw over de volledige breedte van die achtergevel, met een diepte van maximaal 4,3 meter. De oppervlakte hiervan telt niet mee bij de berekening van de oppervlakte als bedoeld onder 3 en 4; 3. bijgebouwen zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 50 m².