Bijlage 1 Motivering en regels ontwerp TAM-OP Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Tekst van het document
De oppervlakte van carports en de oppervlakte van bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' blijft bij de berekening van die oppervlakte buiten beschouwing; 4. de gezamenlijke oppervlakte als bedoeld onder 3 mag worden verhoogd tot maximaal 70 m², mits het achtererf, ook na de bouw van bijgebouwen als bedoeld onder 3 en carports, voor niet meer dan 40% wordt bebouwd; 5. de goothoogte van bijgebouwen mag niet hoger zijn dan: Voor aangebouwde bijgebouwen: 0,3 meter boven de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, of -als het hoofdgebouw geen tweede bouwlaag heeft- even hoog als het hoofdgebouw met een maximum van 3 meter; Voor vrijstaande bijgebouwen 3 meter. 6. de bouwhoogte van bijgebouwen mag maximaal 5 meter bedragen; 7. aangebouwde bijgebouwen dienen plat te worden afgedekt indien de bijbehorende woning plat is afgedekt; 8. bijgebouwen dienen met de dichtstbijzijnde gevel binnen een afstand van 15 meter van de achter- en/of zijgevels van de woning te worden gebouwd.
90
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
b. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 mogen worden gebouwd: 1. bijgebouwen in hoeksituaties op het naar openbaar gebied gekeerde zijerf, met dien verstande dat: de totale bebouwde oppervlakte maximaal 30 m2 mag bedragen; slechts aan het hoofdgebouw aangebouwde bijgebouwen zijn toegestaan, met een breedte van maximaal 4 meter; 2. carports, zowel op het voorerf als het achtererf, met dien verstande dat: de oppervlakte tot maximaal 30 m² mag bedragen; de bouwhoogte maximaal 3 meter mag bedragen; de carport met minimaal één zijde of een deel daarvan tegen de zijgevel van het hoofdgebouw of tegen een voor- of zijgevel van een bijgebouw wordt gebouwd; de carport maximaal 2,5 meter voor de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde mag worden gebouwd. 3. ondergeschikte bouwdelen op het voorerf, met dien verstande dat: de diepte maximaal 1,2 meter bedraagt; de breedte maximaal 50% bedraagt van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw; de hoogte maximaal 3 meter bedraagt. c Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde maximaal 1 meter mag bedragen; b.
in afwijking van het bepaalde onder a, mag de hoogte van het geluidscherm ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' maximaal 3 meter bedragen; c. in afwijking van het bepaalde onder a mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen aan de zijgevel bij hoekwoningen voor de begrenzing van het bouwvlak aan de weg gekeerde zijde maximaal 2 meter bedragen, mits: 1. de afstand tot de functie 'Verkeer' minimaal 0,5 meter bedraagt; 2. de afstand tot de voorgevel minimaal 3 meter bedraagt; 3. het verkeersbelang niet onevenredig aangetast wordt. d. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt 3 meter. 9.4.3 Afwijken beoordelingsregels a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit te verlenen in afwijking van het bepaalde in: 1. artikel 9.4.2 onder a voor het bouwen van een hoofgebouw buiten het bouwvlak, met dien verstande dat de overschrijding niet meer bedraagt dan 2 meter; 2. artikel 9.4.2 onder b voor het overschrijden van de maximum oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 100 m², mits de bebouwing met de dichtstbijzijnde gevel op niet meer dan 15 meter van de achtergevel van het hoofdgebouw is gelegen en maximaal 15 % van het achtererf wordt bebouwd.
Onder de voorwaarden dat: de belangen van de eigenaren en/ of gebruikers van de nabij gelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
91
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
9.4.4
Maatwerkvoorschrift
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd maatwerkvoorschriften te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde; b. de situering en afmetingen van de bouwpercelen; indien dit noodzakelijk is in verband met één of meer van de volgende aspecten: c. ter waarborging van de woonsituatie; d. ter waarborging van het straat- en bebouwingsbeeld en het stedenbouwkundig beeld; e. ter waarborging van de verkeers-, de sociale - en de brandveiligheid; f. ter waarborging van de milieusituatie; g. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden in aangrenzende functies. 9.5
Omgevingsplanactiviteit
9.5.1 Bed & breakfast a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een kleinschalige verblijfsrecreatieve voorziening in de vorm van een bed & breakfast uit te oefenen. b. De omgevingsvergunning bedoeld onder a wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin wordt in overwegende mate gehandhaafd; 2. de voorzieningen zijn in hun totaliteit niet groter dan 100 m²; 3. het woonmilieu wordt niet onevenredig aangetast; 4. er is sprake van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 5. de parkeerbalans en verkeersafwikkeling in de directe omgeving worden niet onevenredig benadeeld; 6. detailhandel vindt slechts plaats voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met de verblijfsrecreatieve voorziening. 9.5.2 Bedrijf aan huis a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een bedrijf aan huis uit te oefenen. b. De omgevingsvergunning bedoeld onder a wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. een bedrijf aan huis mag worden uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; 2. de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet aangetast; 3. maximaal 40 m² van het vloeroppervlak van de woning inclusief de daarbij behorende bijgebouwen mag als zodanig worden gebruikt; 4.
degene die de activiteiten uitvoert, is tevens de bewoner van de woning; 5. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; 6. de parkeerbalans wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 14.4; 7. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan en in direct verband met het beroep aan huis.
92
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Artikel 10 10.1
luchtvaartverkeerzone
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'luchtvaartverkeerzone'. 10.2
Functieomschrijving
Ter plaatse van de gebiedsaanwijzing 'luchtvaartverkeerzone', zijn de gronden mede bestemd voor de obstakelvrije zone van het luchtvaartterrein en is het niet toegestaan, enig bouwwerk te bouwen, enig roerend goed, houtopstanden en/of beplantingen te hebben of aan te brengen, danwel de bodem op te hogen, met een grotere hoogte dan 65 meter, gemeten vanaf NAP.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
93
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Artikel 11 11.1
vrijwaringszone - molenbiotoop
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'vrijwaringszone molenbiotoop'. 11.2
Functieomschrijving
Ter plaatse van de gebiedsaanwijzing 'vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn de gronden mede bestemd voor bescherming en instandhouding van de belangen van de bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element. 11.3
Bouwactiviteit
11.3.1 Beoordelingsregels Op de gronden gelegen binnen de gebiedsaanwijzing 'vrijwaringszone - molenbiotoop' is het niet toegestaan: a. binnen 100 m van de molen nieuwe bouwwerken op te richten, hoger dan de onderste punt van de verticale wiek; b. binnen 400 m van de molen nieuwe bouwwerken op te richten met een grotere hoogte dan 1/30 van de afstand gemeten tussen het bouwwerk en de onderste punt van de verticaal staande wiek. tenzij op de verbeelding in de onderliggende functie een hogere maximale bouwhoogte is opgenomen. 11.3.2 Afwijken beoordelingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van artikel 11.3.1 teneinde hogere gebouwen of bouwwerken, geen gebouw zijnde op te richten, indien de vrije windvang en het zicht op de molen reeds zijn beperkt door bebouwing. Hierover dient vooraf advies te zijn ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige. 11.4
Omgevingsplanactiviteit
11.4.1 Verbod Het is verboden om op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders ter plaatse van de gebiedsaanwijzing 'vrijwaringszone - molenbiotoop' de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan de ingevolge artikel 11.3.1 toegestane bouwhoogte voor gebouwen; b. het hebben of aanleggen van beplantingen die hoger wordt dan de bouwhoogte die ingevolge artikel 11.3.1 voor bouwwerken is toegestaan; c. het ophogen van gronden. 11.4.2 Uitzonderingen Het hiervoor genoemde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het TAM-omgevingsplan een omgevingsvergunning is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het TAM-omgevingsplan in uitvoering waren; c. welke het normale onderhoud, beheer en gebruik van de gronden betreffen.
94
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
11.4.3 Afwegingskader De werken en werkzaamheden, zoals hiervoor bedoeld, zijn slechts toelaatbaar indien en voor zover door de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de belangen van de molen niet onevenredig worden aangetast. Burgemeester en wethouders moeten vooraf schriftelijk advies inwinnen bij een onafhankelijke deskundige hieromtrent.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
95
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Artikel 12 12.1
Waarde - Archeologie 4
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde Archeologie 4'. 12.2
Voorrangsregeling
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2 en 3. 12.3
Functieomschrijving
Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologie 4 heeft mede als functie de bescherming van de archeologische waarden in het gebied. 12.4
Bouwactiviteiten
12.4.1 Aanvullende aanvraagvereisten a. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het Omgevingsplan gemeente Venray dient de aanvrager een rapport (bureauonderzoek, inventariserend (verkennend, karterend of waarderend) veldonderzoek d.m.v. proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. b. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien: 1. de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een verstoring van ten hoogste 500 m² per bouwperceel (gemeten op maaiveldniveau) en deze verstoring niet dieper gaat dan 50 cm. c. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3.
de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 12.4.2 Aanvullende vergunningvoorschriften a. Indien uit het in artikel 12.4.1 onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
96
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
12.5
Aanlegactiviteiten
12.5.1 Vergunningplicht Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren die de archeologische waarden verstoren, indien bij het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de verstoring van gronden meer dan 500 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het oorspronkelijke maaiveld) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j.
het aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt). 12.5.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het verbod van in artikel 12.5.1 geldt niet voor aanlegactiviteiten die: a. het normale onderhoud betreffen; b. blijkens een rapport van een door van gemeentewege erkende archeologisch deskundige (voortoets) de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de functie 'Verkeer' betreft. 12.5.3 Beoordelingsregels vergunning Een in artikel 12.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden of door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de functieomschrijving van onderhavige functie, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
97
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Hoofdstuk 3 Artikel 13
Algemene regels voor functies en activiteiten
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 14 14.1
Bouwactiviteit algemeen
Ondergronds bouwen - algemeen
14.1.1 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij bestaande hoofd- en bijgebouwen met dien verstande dat ondergrondse bouwwerken uitsluitend zijn toegestaan binnen de gevelgrenzen van de bestaande hoofd- en bijgebouwen; b. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil; c. in aanvulling op het bepaalde in sub a en b is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: d. het zwembad dient te worden gebouwd in het achtererf en op een afstand van ten minste 3,0 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens; e. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde in de regels voor de van toepassing zijnde functie in acht wordt genomen; f. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; g. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil. h. de ondergrondse ruimte(n) mogen uitsluitend van binnenuit bereikbaar zijn en geen ruimtelijke uitstraling hebben. 14.2
Bestaande afstanden en maten - algemeen
14.2.1 Bestaande grotere afstanden en maten Indien afstanden tot, goot- en bouwhoogten, oppervlakte en inhoud van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 14.2.2 Bestaande kleinere afstanden en maten In die gevallen dat afstanden tot, goot- en bouwhoogten, oppervlakte en inhoud van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 14.2.3 Heroprichting gebouwen In het geval van (her)oprichting van bouwwerken is het bepaalde in lid 14.2.1 en lid 14.2.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
98
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
14.3
Infiltratie
14.3.1 Beoordelingsregel infiltratieplicht Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw als bedoeld in artikel 22.26 van het Omgevingsplan gemeente Venray wordt uitsluitend verleend indien voor de aanwezige functie op eigen terrein wordt voorzien in infiltratie van hemelwater. 14.3.2 Afwijken beoordelingsregel infiltratieplicht Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw als bedoeld in artikel 22.26 van het Omgevingsplan gemeente Venray te verlenen in afwijking van het bepaalde in artikel 14.3.1 indien op andere wijze in de nodige infiltratievoorziening wordt voorzien. 14.4
Parkeergelegenheid
14.4.1 Beoordelingsregel parkeren op eigen terrein a. Indien uit het gebruik van een bouwwerk een behoefte aan parkeergelegenheid voortvloeit kan alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw als bedoeld in artikel 22.26 van het Omgevingsplan gemeente Venray worden verleend, indien op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. b. Voldoende parkeergelegenheid betekent dat wordt voldaan aan de normen die zijn neergelegd in “Bijlage 3 Parkeernormen Venray” die als bijlage bij de “Beleidsnota parkeernormen, Gemeente Venray” hoort. Indien deze nota niet toereikend is wordt getoetst aan de CROW publicatie 317 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging. 14.4.2 Afwijken beoordelingsregel parkeren op eigen terrein Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw als bedoeld in artikel 22.26 van het Omgevingsplan gemeente Venray te verlenen in afwijking van het bepaalde in artikel 14.4.1 indien het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
Artikel 15 15.1
Afwijken - algemeen
10%-regeling
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 met betrekking tot de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% en maximaal 1 meter van die maten en percentages indien de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, met dien verstande dat dit niet geldt wanneer reeds op grond van deze regels een andere omgevingsvergunning is of kan worden verleend.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
99
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
15.2
Bouwvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen voor het uitbreiden van het bouwvlak, binnen de functie, tot maximaal 10%, met dien verstande dat: a. binnen een afstand van minimaal 5 meter tot aan de zijdelingse en achterste perceelsgrens geen nieuwe bebouwing mag worden opgericht; b. de belangen van eigenaren en/of gebruikers van de nabij gelegen gronden en bebouwing niet onevenredig worden geschaad; c. er uit oogpunt van brandveiligheid geen belemmeringen zijn. 15.3
Meetverschillen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen voor afwijking van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,0 meter bedraagt. 15.4
Voorzieningen van openbaar nut
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen, met inachtneming van het bepaalde in de gebiedsaanwijzingen, voor afwijking van de bouw- en/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, pinautomaten, afval- en glascontainers, kapellen, wegkruisen en dergelijke, met dien verstande dat: a. de inhoud maximaal 50 m³ mag bedragen; b. de hoogte maximaal 3,0 meter mag bedragen. 15.5
Evenementen
Het is mogelijk om een locatie die niet is aangewezen als ‘evenemententerrein’ te gebruiken ten behoeve van evenementen, onder de voorwaarden dat: a. deze evenementen niet langer dan drie kalenderdagen in beslag nemen, inclusief de dagen die nodig zijn voor het op- of afbouwen; b. versterkt geluid of muziek slechts gedurende één dag is toegelaten tussen 10.00 uur en 01.00 uur; c. voorzien kan worden in voldoende parkeergelegenheid en een goede verkeersafwikkeling; d. het maximaal aantal bezoekers per evenement per dag niet meer bedraagt dan 5.000.
100
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)