CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische en politieke vragen Begroting 2025

Gemeenteraad 5 november 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Schriftelijke vragen over de begroting23.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Door het wegvallen van het NPLG (Nationaal Programma Landelijk Gebied) is een belangrijke bijdrage voor de veranderingen in het gebied komen te vervallen. Deze bijdragen waren voornamelijk bedoeld om de doelen met betrekking tot de wateropgave, klimaatopgave, natuurherstelopgave en de landbouwtransitie te halen. Door vermindering van deze bijdrage zullen de kosten meer gedragen worden door het gebied/ondernemers. Want zoals het kabinet immers aangeeft blijven de doelen overeind. De gemeentelijke omgevingsvisie is de belangrijkste leidraad voor de uitvoering van het gemeentelijk omgevingsprogramma landelijk gebied. Dat hier de landelijke aanpakken aan zijn gekoppeld moge duidelijk zijn. In het omgevingsprogramma landelijk gebied ontstaan de volgende lijnen • Gezond en veilig Venray (thema’s met kernwaarden doorvertaling naar scenario’s) • Gebiedsgerichte aanpak  Gebiedsgerichte aanpak  Aanpak binnen gebieden zoals bv Novex gebied de Peel, de Bult, Vitale Peel, gedeelde Peel, etc.)  RKK • De basis op orde  Actualisatie beleid  Monitoring  Uitvoering geven aan landelijke regelingen (zoals LBV (landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties) en LBV+ regeling (landelijk beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor de zogenaamde “piekbelasters”), kleine sectoren regeling, innovatieregeling, brede beëindigingsregeling, etc.)  SLA (schone lucht akkoord)  Etc.

De uitwerking van de bovengenoemde lijnen is weer input voor de nieuwe omgevingsvisie en het omgevingsplan. Zo wordt de beleidscyclus gesloten. Het meten van luchtkwaliteit landt in het project grenzeloos meten, waar voor de 6 de tranche van de investeringsagenda een nieuw onderzoeksvoorstel klaarligt om de verdiepingsslag te maken. Het grootste gedeelte van de kosten zal de komende jaren besteed worden aan de actualisatie van beleid, het vrijmaken van ons eigen personeel om deskundigheid in de verschillende trajecten in te brengen. Daarbij gaan we ervan uit dat de kosten die gemaakt moeten woorden voor de uitvoering van landelijke regelingen vergoed worden door het rijk, zoals ook bij de Saneringsregeling Varkenshouderij, de LBV en LBV+ regeling. Technische vraag CDA (blz.33): Wat is er concreet (in het veld) gebeurd de laatste 2 jaren mbt Venray Vergroent. Antwoord: • Energieadviezen 126 keer een energiecoach en +200 telefoontjes en mailtjes. • Witgoed vouchers en kleine energiebesparende maatregelen bij energiearmoede. • Gerealiseerde hernieuwbare opwek (zonnepark Blakterweg) • Ondersteuning van initiatieven waaronder energiecoöperaties (nieuwe subsidieregeling) • Verkenning energieke gebiedsontwikkeling Venray West (interviews, bezoeken dorpsraden, gebiedsatelier) 17

•

Eerste stappen energy hub smakterheide: data röntgenfoto, netvlakkenkaart, ondertekende volmachten, bijeenkomsten. • 29 toekenningen subsidieregeling klimaatadaptatie. • Oplevering blauw/groene schoolpleinen. • Aankoop grond t.b.v. uitbreiding bosareaal. Zie verder de rapportages Majeure projecten. Technische en politieke vraag CDA (blz.33): In 2025 wilt u onderzoek doen naar het versterken van de grondposities van de gemeente Venray. Het staat gepland voor 2025. Vraag: Kunt u aangeven wat u hiermee extra wilt bereiken. Gaat het hier om de verwerving van gronden? Antwoord: Het betreft een onderzoek naar het versterken van de grondposities in het buitengebied van de gemeente Venray. We willen met dit onderzoek bereiken of het voor het behalen van onze beleidsdoelstellingen in het buitengebied zoals verwoord in het Omgevingsprogramma Landelijk gebied noodzakelijk is om onze grondpositie te versterken. Als het onderzoek uitwijst dat dat inderdaad het geval is, kan het vervolg zijn dat wij gronden willen en gaan verwerven in het buitengebied. Technische en politieke vraag SP (blz.34): Waarom staat dit on hold? Antwoord: Op dit moment wordt gewerkt aan het Omgevingsprogramma Economie waar Brede Welvaart in terugkomt. Dit is een thema waar de regio zich op beraadt en gaat oppakken.

Samenwerking tussen overheid, ondernemers, onderwijs en omgeving in het kader van economische ontwikkeling gaat regionaal via Crossroads Limburg lopen. Technische vraag GroenLinks (blz.34): Duurzaamheid: Op 11 juni 2024 is het nieuwe plan van aanpak Circulaire Economie vastgesteld, maar die kunnen we niet terugvinden in de RIS. Kan de link gedeeld worden? Antwoord: De link naar het vernieuwde plan van aanpak circulaire economie is per abuis niet doorgestuurd. Dit zal alsnog gebeuren. Politieke vraag VVD (blz.34): Wat gaat Venray nu realistisch doen inzake de energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Wat wordt bedoeld met een energy hub. Welke concrete stappen en acties gaan we doen (hoe, wat, wanneer). Antwoord: Energietransitie: Vanaf 2025 wordt het uitvoeringsprogramma energie uitgevoerd. In dit uitvoeringsprogramma wordt toegewerkt naar de nieuwe duurzame energie infrastructuur. Hierbij spelen onder andere hernieuwbare opwek, opslag en conversie (binnen lokale netwerken) een rol. In themagroepen en projecten wordt gewerkt aan het realiseren van doelen. Één zo’n themagroep is de energy hub/samenwerking bedrijventerreinen. De term energy hub kan alles omvatten aan lokale samenwerking tussen gebruikers en producenten van energie. Erbinnen worden energieopwek, -transport, -opslag, -conversie en verbruik op elkaar afgestemd.

Op Smakterheide is er potentie voor zo’n energy hub. Er wordt in gezamenlijkheid met de OVS bepaald wat de volgende stap is op basis van haalbaarheid en wenselijkheid. De gemeente zet daarbij in op het slimmer gezamenlijk gebruik van energie (en daarmee netcongestie tegengaan) en verduurzaming (elektrificatie, opwekpotentie vergroten, duurzame warmte). Wat: Realiseren van een groepstransportovereenkomst (GTO) om slimmer om te gaan met de beschikbare capaciteit en netcongestie tegen te gaan. Hoe: • Inzet van het gemeentelijk netwerk (via accountmanager gemeente): omdat het belangrijk is dat bedrijven op hetzelfde netvlak gegevens delen worden specifieke bedrijven benaderd. • (communicatieve) ondersteuning bij kennisdelingsbijeenkomsten en inzet van gegevens uit eerder onderzoek (data röntgenfoto). Bedrijven zullen stap voor stap meegenomen worden om na te denken over hun toekomst en de mogelijkheden die een GTO biedt. Daar heeft de OVS een kwartiermaker voor ingehuurd waarmee de gemeente samenwerkt. • Data per kwartier in beeld brengen van deelnemers (via OVS en externe partij) om potentie te bepalen. 18

Wanneer: voor einde jaar zicht op potentie (welke netvlak(ken), welke bedrijven). Dan afhankelijk van aanbod en uitvoering Enexis ws 2025. Wat: Realiseren van aanvullende verduurzamingsmaatregelen. Hoe: • In beeld brengen van de energetische uitdagingen en kansen op Smakterheide (naast capaciteit/afnamenetcongestie). Denk aan opwek- en opslagcapaciteit, laadinfrastructuur en duurzame warmte. • Inzetten op het verzilveren van geïdentificeerde kansen. Door slim samen te werken kan de toekomstbestendigheid van een bedrijf vergroot worden en aan duurzaamheidsdoelstellingen gewerkt worden alsmede potentieel financieel rendement behaald worden. • Wetgeving (elektriciteitswet) is complex en energie is van nature iets wat bij bedrijven binnenshuis geregeld wordt. Het is een langzaam proces om een nieuwe en gezamenlijke manier van kijken naar energie en verduurzaming te introduceren (decentraal systeem). Alle activiteiten op Smakterheide zijn in samenwerking met de ondernemersvereniging (en externen afhankelijk van de opgave en oplossingsrichtingen). Wanneer: Als onderdeel van het plan van aanpak energie: vanaf 2025. En uitvoering volledig afhankelijk van mogelijkheden. Wat: realiseren van externe ondersteuning en financiering voor de ontwikkeling. Hoe: • Smakterheide is aangedragen voor SpUk provincie (procesondersteuning op 10 bedrijventerreinen).

Samen met de uitvoerende partij van de regeling wordt de ondersteuning besproken en of en hoe Smakterheide één van die 10 bedrijventerreinen in Limburg kan worden. Wanneer: Q4 vervolggesprek uitvoerende partij provincie en keuze voor de 10. Daarna mogelijk aanvullende samenwerking vanuit ondersteuningsaanbod ws 2025. Wat: naast de mogelijkheden op het gebied van energie zetten we ook in op het koppelen van de kansen bij klimaatadaptatie. Hoe: • Bedrijventerreinen bieden veel mogelijkheden tot vergroening. Veel van deze terreinen zijn op dit moment verhard en hier en daar voorzien van heesters. Dit is terug te zien in de mate van hittestress en wateroverlast terug te zien. Het vergroenen van bedrijventerreinen biedt veel mogelijkheden voor de mentale en fysieke gezondheid van de werknemers. De mogelijkheid bieden tot het lopen van een rondje in de pauze maar ook een prettig binnenklimaat, uitzicht op groen en de luchtzuiverende werking van het groen bieden veel voordelen voor een productievere werkomgeving en een positieve gezondheid. Circulaire economie: In 2024 is het nieuwe Plan van Aanpak circulaire economie vastgesteld. Hierbij heeft het college voor de komende 2 jaar een richting uitgekozen om ons op te focussen. De eerste focus ligt daarbij op het eigen handelen als gemeente, daar hebben we ook de meeste invloed op.

Hiervoor willen we graag circulair gaan inkopen/aanbesteden bij infraprojecten en circulaire woningbouw en woningrenovatie stimuleren. Ook proberen we aan te sluiten bij ontwikkelingen zoals deze zich voordoen in de gemeente. Hier kijken we bijvoorbeeld nauwlettend naar de ontwikkelingen rondom de mogelijke energy hub Smakterheide, omdat voor een circulair bedrijventerrein een dergelijke organisatiegraad ook nodig is. Bij de ontwikkeling van het nieuwe omgevingsprogramma Economie wordt circulaire economie ook integraal meegenomen. Hieronder volgen de twee grootste en meest concrete stappen die we eerst nemen. Wat: Realiseren van kaders duurzame infrastructuur. Hoe: • Opdoen van ervaring met circulair aanbesteden. Hier is vanuit het Rijk een SpUk voor beschikbaar gesteld waar we als gemeente € 400.000 kunnen aanvragen. Er wordt gezocht naar een geschikt project om uit te voeren in q4 2024. • In gesprek gaan met aannemers in de regio over de toekomst van de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW). Hoe kunnen we samen met hen de infraprojecten verduurzamen • Komen tot kaders voor duurzame infrastructuur. • Gelijktijdig zijn we aan het werken aan het dashboard duurzaam GWW. Hiermee willen we inzicht geven in de duurzame vooruitgang van onze infra projecten. Wanneer: Aanvraag voor de subsidie zal voor december nog gebeuren.

Het vervolgtraject zal in 2025 plaatsvinden, met een wens om tot kaders te komen in q4 2025. Het dasboard duurzaam GWW wordt meegenomen in de Datastrategie en is afhankelijk van de planning van de datastrategie. 19

Wat: Aanvullend beleid op duurzame woningbouw. Hoe: • De woningbouw staat voor veel opgaven, ook is het de beleidsvrijheid voor gemeenten sterk ingeperkt. De resterende mogelijkheid om duurzaamheid beter te implementeren in de woningbouw is door afspraken te maken op gelijke voet. • We zijn aan het onderzoeken hoe we regionaal afspraken kunnen maken met aannemers, ontwikkelaars en woningbouwcorporaties. Daarin willen we kijken hoe we samen kunnen inzetten op duurzame woningbouw. Deze afspraken zouden in een niet juridisch-bindend convenant vastgelegd moeten worden. Wanneer: eind q4 wordt de eerste verkenning gedaan onder bouwpartijen en ontwikkelaars. Daarbij worden regiogemeenten betrokken. Een convenant willen we in q3/q4 van 2025 vaststellen. Aanvullend hierop zijn we ook aan het onderzoeken op welke manier afschrijven op een circulaire manier mogelijk kan zijn; Sluiten we aan bij het Grondstoffenbeleidsplan en de ontwikkelingen rondom een mogelijk circulair ambachtscentrum en ondersteunen we initiatiefnemers die zich kenbaar maken bij de gemeente.

Politieke vraag CDA (blz.34): Er wordt in 2024/2025 beleid ontwikkeld over circulair bouwen bij infrastructuur maar ook woningbouw? Is dit een gemeentelijke taak? Gaat dit de woningbouw versnellen? Gaan door extra regels de bouwkosten omhoog? Waarom wordt er niet gekozen de betreffende ambtenaren in te zetten voor snellere vergunningverlening? Antwoord: De beleidsmogelijkheden die we als gemeente hebben met betrekking tot de woningbouw zijn begrensd door het besluit bouwwerken leefomgeving. De gemeente mag geen aanvullende beleidseisen stellen. Wat we als gemeente daarom aan het onderzoeken zijn is de mogelijkheid tot afspraken maken met de verschillende partijen in de bouwsector op basis van gelijkwaardigheid. De markt vraagt namelijk ook om betrokkenheid van gemeenten. De gemeente heeft de taak om voldoende woningen te realiseren. Bij gronduitgifte voor woningbouw zijn we als gemeente direct verantwoordelijk voor de te realiseren woningen. Daarbij zijn gemeenten vanuit de klimaatwet medeverantwoordelijk voor het verminderen van de CO2 uitstoot. Bij woningbouw en reconstructies wordt indirect veel CO- 2 uitgestoten. Dit komt doordat bij de productie van veel bouwmaterialen (cement, beton, steenwol, etc.) in de productieketen veel CO-2 wordt uitgestoten. Het is daarom in de scope van de verantwoordelijkheden van gemeenten om ook de CO2 uitstoot in de woningbouw te reduceren.

Circulaire woningbouw is op zichzelf geen reden voor vertraging van de woningbouw en kan bij opschaling van productiewoningen zelfs voor een versnelling zorgen. Het is sterk afhankelijk van de manier waarop beleid/afspraken worden ingezet. Door te sturen met doelstellingen en niet met limitatieve beleidsgrenzen kan de markt juist aangemoedigd worden om innovatieve manieren van woningbouw toe te passen. Door meer vraag te creëren naar bijvoorbeeld houten productiewoningen kan de bouwfase van een woning juist sterk versneld worden. De markt heeft echter die prikkel van overheden wel nodig om hierop te sturen. Gaan door extra regels de bouwkosten omhoog? Momenteel zien we dat de grondstofkosten voor veel traditionele bouwmaterialen aan het stijgen zijn en dat biobased alternatieven op bepaalde vlakken niet duurder meer zijn. Op den duur kan het sturen op circulaire woningbouw voor een prijsverlaging zorgen, maar dat is niet met zekerheid te zeggen. Ook is het zo dat op een andere manier leren/gaan bouwen leerkosten met zich mee kan brengen wat initieel de kosten kan vergroten, maar die kosten zullen afnemen wanneer verschillende partijen ervaring met deze nieuwe materialen/methoden opdoen.

Waarom wordt er niet gekozen de betreffende ambtenaren in te zetten voor snellere vergunningverlening? Uit de klimaatakkoorden zijn CO2 uitstootbudgetten voor meerdere sectoren vastgesteld om onder de 1,5 graden opwarming van de aarde te blijven. De koolstofbudgetten voor de bouw worden met de huidige verwachtingen in 2027 overschreden. Om met onze budgetten binnen de grenzen te blijven is het nodig dat we als gemeenten niet alleen bezig zijn met zo snel mogelijk iets op een bepaalde plek krijgen, maar ook dat dit op de juiste manier gebeurt. Daartoe is goede vergunningverlening nodig, maar is het ook nodig dat de gemeente zich inzet om duurzame woningbouw mogelijk te maken. Technische vraag GroenLinks (blz.34): In het Collegeprogramma wordt bij klimaatadaptatie aangekondigd dat er maatregelen moeten komen die ook niet-Natura 2000 gebieden beter moeten beschermen. Deze maatregelen zijn voorzien voor 2023-2024. Hierover staat niets in de begroting. Hoe staat het met het 20

ontwikkelen van deze maatregelen? Komt er ook bijzondere aandacht voor de verbindingszones van het Natuurnetwerk Nederland die door Venray heen lopen? En hoe sta het met de aandacht en bescherming van de kleine landschapselementen waar Groen Links Venray al zo vaak aandacht voor heeft gevraagd? Antwoord: Maatregelen die niet Natura 2000-gebieden betreffen worden o.a. vormgegeven in het opstellen van een Biodiversiteitsmonitor. Het opstellen hiervan is kortgeleden van start gegaan. Deze monitor moet een nulmeting bevatten van de stand van onze natuur, zowel in natuurgebieden, als agrarische gebieden en woongebieden. Het Rijk is samen met kennis organisaties van natuur om een Basiskwaliteit natuur op te stellen. Met de Biodiversiteitsmonitor toetsen we de kwaliteit van alle natuur aan de Basiskwaliteit natuur. Daar waar deze niet op orde is kunnen we maatregelen nemen. Vooruitlopend hierop hebben we in 2024 een onderzoek uitgevoerd naar de houtwallen en singels in het buitengebied als onderdeel van de groenblauwe dooradering en zijn we al een aantal jaren aan de slag met ecologisch bermbeheer. Dit geeft inzicht in verbindingen tussen gebieden die herstel nodig hebben om ecologisch goed te kunnen functioneren. Houtwallen en singels krijgen een beschermde status in het Omgevingsplan.

Daarnaast geven we invulling aan diverse soortenbeschermingsplannen zoals het leefgebied van de Bruine Eikenpage, Oeverzwaluw en Laatvlieger. Technische vraag GroenLinks (blz.34): Bij het onderdeel Kunst en Cultuur is niets meer aan te treffen over het behoud van het cultureel erfgoed in Venray. Er zou een nieuw monumentenbeleid opgezet worden. Een belangrijk onderdeel daarvan was het aanwijzen van gebouwen als karakteristiek pand. Hierbij behoort ook een bepaalde bescherming. Veel gebouwen in het centrum van Venray hebben deze specifieke waarde. Zij dragen bij aan de unieke herkenbaarheid van Venray, het zijn eigenlijk met de erkende rijksmonumenten de dragers van de centrumfunctie van Venray. Maar momenteel zien we alleen maar afbraak en allerlei gevaren van sloop binnen deze categorie gebouwen. Hoe staat het met het ontwikkelen van een echt, werkend monumentenbeleid? Antwoord: Dit jaar krijgt een adviesbureau de opdracht om het erfgoedbeleid op te stellen. Dit houdt in er dan gestart wordt met een proces van inventarisatie, onderzoek, analyse en consultatie, met als doel een goed onderbouwd en effectief erfgoedbeleid te ontwikkelen dat voldoet aan de behoeften en prioriteiten van de gemeenteraad. We verwachten het erfgoedbeleid eind 2025 aan de raad aan te bieden.

Politieke vraag CDA (blz.34): Er staat geschreven dat er in 2025 keuzes worden gemaakt, mbt de aanplant van 45.000 bomen en ca 150 ha bos. Klopt het, dat er wordt bedoeld 45.000 bomen en 150 ha bos? Op welke gronden is het college voornemens de 150 ha bos te planten? Acht het college het financieel verstandig om 150 ha bos aan te planten en over welke bedragen we in dat scenario? Antwoord: Zowel de aanplant van 45.000 bomen als de aanleg van 150 ha bos is opgenomen in het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie. De 45.000 bomen zijn gekoppeld aan de ambitie die de gemeenten en provincie hebben om voor elke inwoner een extra boom te planten. De aanleg van 150 ha bos is een vertaling uit de Nationale Bossenstrategie waarin wordt gestreefd naar 10% uitbreiding van het areaal bos in Nederland. De gemeente heeft zelf ca 1500 ha bos in eigendom; 10% van 1500 is 150 ha. Aanplant van dit areaal extra bos achten we verstandig omdat hiermee verschillende andere doelstelling gerealiseerd kunnen worden zoals CO2 opslag, hitte bestrijding, biodiversiteitsversterking en positieve gezondheid van de inwoners van de gemeente. De kosten voor de aanleg van bos zijn ca 7.600 euro/ha. Indien er gronden verworven moeten worden komt daar nog ca 600.00 euro/ha bij. Er wordt echter ook gekeken naar meervoudig doelbereik waarbij bosaanleg bij woningbouwprojecten een optie is.

Hierbij komt er ook ruimte voor bewegen en ontmoeten en maatregelen in kader van klimaatadaptatie. Technische vraag CDA (blz.36): Het systeem Madaster wordt uitgebreid en daarmee worden nieuwbouwprojecten aan het bestand van de gemeente toegevoegd. Vraag: Wat is het systeem Madaster en waar wordt het voor gebruikt? Antwoord: Het systeem Madaster is een database die grondstoffenpaspoorten van gebouwen kan maken. Aan het systeem van Madaster zijn veel andere databases in Nederland gelinkt, die samen een digitaal model van gebouwen kan analyseren. Door onze nieuwe gebouwen in Madaster in te voeren, kunnen we als gemeente voor het eigen gemeentelijke vastgoed inzicht krijgen in de 21

grondstoffen die in de gebouwen opgeslagen zijn. Wanneer de sloop van deze gebouwen aanstaande is kan vervolgens gekeken worden waar de grondstoffen elders weer gebruikt kunnen worden. Zo proberen we circulariteit te bevorderen. Politieke vraag VVD (blz.37): Nieuw beleid niet benutte vergunningen -> euro 100K kosten begroot (dp 22). Wat is dit? Antwoord: Dit zijn kosten die gemaakt worden voor het intrekken van vergunningen. Wanneer we omgevingsvergunningen gaan intrekken wordt een voornemen tot intrekken van de vergunning opgesteld, gevolgd door een besluit. Tegen dit besluit kan bezwaar worden gemaakt (en evt. later beroep). Daarnaast zullen er controles uitgevoerd moeten worden. Dat kan voorafgaand van de procedure zijn, maar mogelijk ook n.a.v. een zienswijzen. We schatten in dat bij intrekkingsbesluiten vaker (dan gemiddeld) zienswijzen ingediend dan wel bezwaar zal worden gemaakt. Dit vraagt dus extra inzet. Technische en politieke vraag VVD (blz.38): Deelprogramma wonen -> zou je met een focus op bouwen, geen (grotere) stijging van de kosten en lasten in de begroting verwachten op het onderdeel wonen (dp21). Verwacht u extra gelden toe te moeten rekenen om de woningopgave te versnellen zoals de opdracht gegeven in de raadsvergadering op 24 sept j.l.

Antwoord: Wanneer het gaat om extra middelen voor bijvoorbeeld het voorkeursrecht, situationeel grondbeleid enzovoort heeft dat geen extra druk op de begroting. Deze middelen zitten namelijk binnen de reserve grondbedrijf. Wanneer het gaat om versnelling van woningbouw, het nieuwe volkshuisvestingsprogramma en de daaruit volgende acties en uitvoering is het nog onbekend of en om hoeveel extra middelen dit zou moeten gaan. In de opstelling van hiervan wordt uiteraard een financiële paragraaf toegevoegd. De onbekendheid zit ten dele ook in de onduidelijkheid op landelijk niveau. De Wet Versterking Regie Volkshuisvesting is nog niet aangenomen in de Eerste- en Tweede Kamer, maar schept wel bepaalde kaders. Technische vraag VVD (blz.38): DP23 Veiligheid en handhaving: Waar zit het grote verschil in tussen begroting 2024 5.502 en begroting 2025 6.237, (verschil van 735K) welke posten worden voorzien van extra budget 2024 t.o.v. 2025. Antwoord: Het grote financiële verschil tussen de twee begrotingsjaren zit in de aanvraag van de specifieke uitkeringsregeling Preventie met Gezag. Dit is onderdeel van een landelijk programma waarin de aanpak van jeugdige ondermijners vervolgd en verbreed wordt.

Met deze SPUK, welke besloten is in de collegevergadering van 14 mei 2024 en geïnformeerd is bij de raad middels een raadsinformatiebrief, worden zowel de baten als lasten van de komende drie jaren opgehoogd. Voor 2025 en 2026 betreft dit € 465.000, voor 2027 € 232.000. Het boekjaar 2024 wordt in de tweede bestuursrapportage meegenomen. Ook zijn er enkele kleinere posten die bijdragen aan dit verschil, waaronder een incidentele verlaging van de bijdrage aan Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) in 2024, een ophoging van budget regionale voorbereiding 2025 wegens het ontwerp van begroting VRLN, enkele indexeringen en een herverdeling van de capaciteitsraming vanaf 2025. Een van de posten die van extra budget worden voorzien in 2024 is het budget integraal veiligheidsbeleid, waar een SPUK is aangevraagd gericht op preventie radicalisering. Ook wordt de SPUK Preventie met Gezag in de tweede bestuursrapportage voor € 224.400 in 2024 meegenomen. Hiermee valt het verschil in saldo tussen 2024 en 2025 voor deelprogramma 2.3 Veiligheid en Handhaving te verklaren. Technische vraag GroenLinks (blz.29, 38): Veiligheid en handhaving: valt hier alle handhavingsactiviteiten onder (bijv.

parkeren, milieuregels, naleven bestemmingsplannen etc.), ook die uitgevoerd door externe partijen zoals het RUD en vallen die onder de lasten van 5,5 miljoen in 2025? Indien er boetes worden opgelegd, zijn deze dan terug te vinden in de Baten (533.000 euro in 2024)? In 2025 zijn deze baten begroot op 960.000: wat is de reden van de verwachtte toename aan baten? Antwoord: Niet alle handhavingsactiviteiten vallen onder hetzelfde deelprogramma. Taken voor handhaving zijn verspreid over de begroting afhankelijk van het achterliggende doel. Zo vinden we woning/bouwtoezicht in programma 2.1, milieutoezicht in programma 2.2, openbare orde in programma 2.3 en verkeershandhaving in programma 3.2. Boetes worden in beperkte mate afgehandeld door de gemeente. 22

Het grote financiële verschil tussen de baten van de twee begrotingsjaren zit in de aanvraag van de specifieke uitkeringsregeling (SPUK) Preventie met Gezag. Dit is onderdeel van een landelijk programma, gericht op het voorkomen dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 8 tot en met 27 jaar in de criminaliteit terecht komen of daarin doorgroeien. Het college is op 14 mei 2024 akkoord gegaan met het doen van de aanvraag en heeft de raad hierover geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. Met de toekenning van de aangevraagde SPUK worden zowel de baten als lasten van de komende drie jaren opgehoogd (excl. btw). Voor 2025 en 2026 betreft dit € 465.000 per jaar, voor 2027 € 232.000. Het boekjaar 2024 wordt voor € 224.400 in de tweede bestuursrapportage meegenomen en is dus nog niet zichtbaar in de tabel. Technische vraag GroenLinks (blz.37,55,157,158): Het integraal beleid Internationale werknemers 2024-2030 wordt zowel in DP21 (Wonen) als DP42 (Werken) genoemd, met verschillende bedragen, terwijl de omschrijving van de tekst hetzelfde is.

Hoe zit deze verdeling in elkaar en welke werkzaamheden vallen onder de kosten begroot in het programma Wonen en welke van Werken? Antwoord: Op 12 december 2023 werd het beleid Internationale werknemers door de Raad vastgesteld inclusief een uitvoeringsprogramma met separate beleidslijnen huisvesting, registratie en kwaliteit van verblijf. Op basis van deze 3 beleidslijnen zijn de kosten verwerkt in de begroting wat resulteert in een verdeling over 3 deelprogramma's. DP 21, DP31 en DP42. De verdeling over de programma's is gebaseerd op de geschatte belastbaarheid van de 3 programma's. Technische vraag GroenLinks (blz.38): Voor het deelprogramma Woningbouw is in 2024 1,3 miljoen Euro meer begroot dan in 2023 is uitgegeven. Waar zijn deze extra uitgaven voor bedoeld, wat zijn de actuele uitgaven op dit moment en wat is daarvan het resultaat tot nu toe? Antwoord: Voor de projecten Maasgaard en Loobeekdal is er sprake van uitgaven met een incidenteel karakter. Concrete resultaten zijn onder andere het herstel van waterwegen en verbeterde recreatiemogelijkheden, in de vorm van een kano-aanlegplaats en netwerk van wandel- en fietsroutes. De genoemde activiteiten zijn geraamd onder deelprogramma 2.1. In 2024 werd er tot op heden 863 duizend euro aan kosten gerealiseerd. Deze zullen verder toenemen en in het geval van het Loobeekdal mogelijk doorlopen naar 2025.

Technische vraag GroenLinks (blz.38): Voor het deelprogramma Natuurlandschap en Plattelandsontwikkeling is in 2024 1,3 miljoen Euro meer begroot dan in 2023 is uitgegeven (2,174 mEuro versus 0,875 mEuro). In 2025 is de begroting weer terug naar ~0,9 miljoen euro. Waar waren zijn deze extra uitgaven voor bedoeld, wat zijn de actuele uitgaven op dit moment en wat is daarvan het resultaat tot nu toe? Antwoord: In het omgevingsprogramma landelijk gebied ontstaan de volgende lijnen 1. Gezond en veilig Venray (thema’s met kernwaarden doorvertaling naar scenario’s) 2. Gebiedsgerichte aanpak a. Gebiedsgerichte aanpak b. Aanpak binnen gebieden zoals bv Novex gebied de Peel, de Bult, Vitale Peel, gedeelde Peel, etc. ) c. RKK 3. De basis op orde a. Actualisatie beleid b. Monitoring c. Uitvoering geven aan landelijke regelingen (zoals LBV (landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties) en LBV+ regeling (landelijk beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor de zogenaamde “piekbelasters”), kleine sectoren regeling, innovatieregeling, brede beëindigingsregeling, etc.) d. SLA (schone lucht akkoord) e. Etc. De uitwerking van de bovengenoemde lijnen is input zijn voor de nieuwe omgevingsvisie en het omgevingsplan. Zo wordt de beleidscyclus gesloten. Voordat we beleid kunnen opstellen zullen de onderdelen zoals genoemd onder punt 1 en 2 verder uitgewerkt moeten zijn.

De begroting schuift daardoor op. Daarnaast zijn de middelen beschikbaar gesteld door het rijk voor de uitvoering van de LBV en LBV+ regeling ook de komende jaren in de begroting opgenomen. Daarom: 23

-Laten we een fors bedrag vrijvallen in 2024 voor het Landelijk Gebied, waardoor de gewijzigde begroting fors lager uitvalt (ongeveer -€ 500.000). -Vullen we de jaarbudgetten voor komende jaren nog een beetje aan, door een nieuwe budgetoverheveling, die wel meerjarig wordt verwerkt en waarvoor later in het jaar akkoord gevraagd wordt. -Voor de LBV(+)-regeling komen er nog middelen bij de decembercirculaire, voor de uitvoering in aankomende jaren, maar is vooralsnog alleen zekerheid en dus budget voor het lopend jaar 2024. Resultaten tot nu toe: Omgevingsprogramma Landelijk gebied: *De evaluatie van het gemeentelijk geurbeleid is opgestart *De inzet in Novex-gebied de Peel heeft een zich ontwikkelend perspectief opgeleverd, mogelijkheden voor het indienen van impulsprojecten en er is een Regionale investerings- en uitvoeringsagenda opgesteld. *De thema’s en kernwaarden voor een veilig en gezond Venray is door de raad vastgesteld en de verdiepingsslag naar de doorvertaling naar drie scenario’s loopt. *Project ondernemersplan is opgestart *Project gebiedsgerichte aanpak is opgestart en wordt eerste helft 2025 afgerond en er is ervaring opgedaan in gebieden *Communicatie loopt (digitale nieuwsbrief en inloopcafé) Grenzeloos meten 1.0 wordt afgerond in 2024 met een symposium op 2 december en er is een scholenproject gestart over meten luchtkwaliteit.

LBV en LBV+ aanpak is opgestart en loopt. Technische vraag GroenLinks (blz.38): Voor het deelprogramma Duurzaamheid is in 2024 2,45 miljoen Euro meer begroot dan in 2023 is uitgegeven (3,5 mEuro versus 1,08 mEuro). Waar zijn deze extra uitgaven voor bedoeld, wat zijn de actuele uitgaven op dit moment en wat is daarvan het resultaat tot nu toe? Antwoord: Het verschil in de begroting zit in de ontvangen rijkssubsidies voor de aanpak energiearmoede en de tijdelijke regeling CDOKE. Er is tot nu toe ruim 500K uitgegeven aan de Energiekado regeling (witgoed vouchers energiearmoede en kleine energiebesparende maatregelen), 20K aan de energiecoaches (incl. materialen) en 500K aan personeelskosten (eigen en ingehuurd bijv. voor de RES NML).

Programma 3 Werken Politieke vraag CDA (blz.39): Hoe staat het nu met de voortgang van de spurkt? Komt er een partner en is al bekend? Worden de voorgestelde termijnen die benoemd zijn in het raadsvoorstel (voorkeursrecht) en beantwoording op onze vragen m.b.t. de realisatie van de spurkt gehaald? Zo nee, waarom niet? Antwoord: De uitbreiding van het bedrijventerrein wordt Smakterheide-Noord genoemd. De insteek is om in december 2024 een besluit op te halen bij de aandeelhouders van BV Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo om de ontwikkeling van Smakterheide-Noord via de grondexploitatie van BV Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo te laten lopen. Als de aandeelhouders akkoord gaan met de businesscase van Smakterheide-Noord (voor hen klaver 15), dan neemt het Ontwikkelbedrijf de werkzaamheden en de business case over. In het geval van niet akkoord, gaat de gemeente zelf zorgen voor de ontwikkeling en de realisatie. In afwachting van besluitvorming, is Venray alvast begonnen met de voorbereidingen om te komen tot een wijziging van het omgevingsplan voor Smakterheide-Noord. Uw raad heeft op 27 juni 2023 het college opdracht gegeven om de voorkeurslocatie verder uit te werken. Op basis van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten (WVG) geldt een termijn van 3 jaar. De realisatie van de uitbreiding bedrijventerrein ligt op schema.

Politieke vraag SP (blz.39): Bedrijven en arbeidsmarkt: ‘Nieuwe bedrijven moeten iets toevoegen aan Venray.’ Zijn we het er dan allemaal over eens dat de laatste grote logistieke blokkendoos gebouwd is, en dat deze niet meer welkom zijn in onze gemeente? 24

Antwoord: In het omgevingsplan kunnen regels worden gesteld over de grootte van de kavels en/ of gebouwen. We zijn voornemens om in het nog op te stellen omgevingsplan voor SmakterheideNoord dergelijke regels op te nemen. Om te voorkomen dat zich hier grote logistieke hallen met weinig toegevoegde waarde voor Venray kunnen vestigen. Zie ook bladzijde 17 van het Integraal Beleidskader Internationale Werknemers 2024-2030. Technische vraag SP (blz.40): Welke nieuwe wet- en regelgeving wordt bedoeld bij Integrale aanpak arbeidsmarktbeleid? Antwoord: Het gaat hierbij met name om het per 1 januari 2026 aanpassen van de Wet SUWI (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen). Waarbij het aanpassen van de Wet SUWI ertoe kan leiden dat ook aanpalende wet- en regelgeving aangepast moet worden. Politieke vraag VVD (blz.40): Kennis en innovatie -> alle projecten zijn agro-gerelateerd. Is er een gedachte om te verbreden op andere deelgebieden van bedrijvigheid. Welke stappen gaat het college op dit vlak zetten om tot verbreding te komen. Antwoord: Projecten en activiteiten zijn inderdaad vaak (nog) agro gelieerd omdat deze (vooral in het verleden) deels gerelateerd zijn aan de doorontwikkeling van de Brightlands Campus Greenport Venlo; het regionale brandpunt van kennis en innovatie in gezonde voeding en agrofood.

Ook wordt innovatie ingezet om bij te dragen aan de transitie van het landelijk gebied; agrariërs die door willen, moeten het “anders” doen, zij moeten perspectief hebben door ontwikkelruimte te bieden en te helpen innoveren. Daarnaast zijn voedselzekerheid, voedselveiligheid en gezonde voeding geproduceerd met aandacht voor mens, dier, milieu en omgeving de uitdagingen in Europa en waarin onze regio (en breder samen met Oost-Brabant, Gelderland en Niederrhein) een rol speelt, vooral als ontwikkelaar van kennis en minder als producent van primaire producten. Inmiddels worden de regionale fondsen zoals het innovatiefonds en de investeringsagenda al langer breder ingezet op alle themalijnen van de regionale samenwerking in Noord-Limburg. Dit geldt natuurlijk ook voor projecten en activiteiten in het kader van de regiodeal. Hiermee raakt “kennis en innovatie” de brede economische en maatschappelijke ontwikkeling ofwel de brede welvaart. Technische vraag SP (blz.40): Wat gaat het vormgeven aan een Regionaal Werkcentrum kosten? Antwoord: Dat is op dit moment nog niet bekend. Door de arbeidsmarktregio Noord-Limburg (AMR) wordt een kwartiermaker aangesteld die aan de slag gaat met de opdracht om te komen tot een regionaal werkcentrum (RWC). Voor het vormgeven van het regionaal werkcentrum ontvangen we als AMR-middelen van het Rijk.

Deze ontvangt de gemeente Venlo als centrumgemeente van de AMR en staan daar ook voor dit doel gereserveerd. Wij gaan ervan uit dat de middelen die we ontvangen voldoende zijn om het RWC-vorm te geven. Technische vraag SP (blz.40): Hoezo zijn kennisinstituten gebaat bij internationale studenten? Antwoord: Internationale studenten dragen bij aan de lokale economie door hun uitgaven aan huisvesting, levensonderhoud en andere diensten. Zij blijven mogelijk na hun studie in de regio werken, wat helpt om tekorten op de arbeidsmarkt op te vullen. De aanwezigheid van internationale studenten bevordert culturele diversiteit en uitwisseling. Dit kan leiden tot een meer inclusieve en dynamische gemeenschap, wat de aantrekkelijkheid van de regio vergroot. Kennisinstellingen in grensregio’s kunnen profiteren van internationale samenwerkingen en netwerken die door deze studenten worden meegebracht. Dit kan leiden tot nieuwe onderzoeksprojecten en innovatieve oplossingen voor regionale uitdagingen. Politieke vraag CDA (blz.40): Het samen met de partners realiseren van de Coalitie Brede Welvaart Venray (samenwerking binnen de vier O’s). Vooralsnog staat dit on hold. Mogelijk wordt e.e.a. voortvloeiende uit het Omgevingsprogramma Economie, alsnog in een later stadium opgepakt. Vraag: Waarom is dit on hold gezet en aan welke termijn moeten wij dan denken? Antwoord: 25

Op dit moment wordt gewerkt aan het Omgevingsprogramma Economie waar Brede Welvaart in terugkomt. Dit is een thema waar de regio zich op beraadt en gaat oppakken. Samenwerking tussen overheid, ondernemers, onderwijs en omgeving in het kader van economische ontwikkeling gaat regionaal via Crossroads Limburg lopen. Besluitvorming over het Omgevingsprogramma Economie is voorzien voor Q4 2024. Technische vraag SP (blz.41): Is er een overzicht van de resultaten van Streetwise? Antwoord: De vraag naar ondersteuning door Streetwise bleek in 2023 zeer beperkt. Het aantal starters dat zich aandiende was niet alleen gering, maar kwam bovendien ook te laat in beeld om Streetwise daarop effectief in stelling te kunnen brengen. Daar de doelstelling (minimaal 3 succesvolle begeleidingstrajecten p.j.) niet behaald kon worden is in overleg besloten de samenwerking eind 2023 stop te zetten en niet meer te continueren. Technische en politieke vraag CDA (blz.42): Bij mobiliteit en infrastructuur geeft u aan dat u inzet op het stimuleren van fietsgebruik met de daarbij behorende veilige infrastructuur. Vraag: Wanner kunnen wij verwachten dat de fietspaden tussen Leunen en Castenray v.v. weer aantrekkelijk voor fietsers worden? Antwoord: Er is vanuit Verkeer een projectopdracht geïnitieerd voor de doorfietsroute langs de Horsterweg.

Deze is uitgezet naar de beheerdisciplines om te bekijken of integrale aanpak mogelijk is. Op dit moment wordt een plan van aanpak (projectplan) opgesteld waarbij de verschillende disciplines akkoord wordt gevraagd. Daarin is ook een tijdspad opgenomen. Technische vraag SP (blz.42): Wat houdt de Unesco Geopark status concreet in? Er ontbreekt een jaartal “uiterlijk eind …” Antwoord: Een Unesco Geopark wordt verleend op basis van onderscheidende geologische kenmerken. Voorbeelden zijn het Vlaams- Nederlandse mondingsgebied van de Schelde en De Hondsrug in Drenthe. Voor het werkgebied binnen het project Geopark Peelhorst en Maasvallei i.o. zijn dat de breuken in de ondergrond en de zichtbare kenmerken daarvan aan de oppervlakte. Voorbeelden zijn de Peelrandbreuk en de Tegelenbreuk. Die laatste breuk loopt door de ondergrond rond de Volmolen en de Schans in Merselo en heeft ook zichtbare kenmerken in het landschap. Uiterlijk eind 2026 moet duidelijk zijn of de Geopark status kan worden behaald. Politieke vraag VVD (blz.43): Is er een aanleiding (anders dan het vervallen van het huidig beleid) om nieuw parkeerbeleid te creëren. Gezien de datum verlopen is er geen probleem met continueren van de huidige status. Antwoord: Voor de parkeernormen zijn nieuwe richtlijnen vanuit het CROW. We onderzoeken of we flexibiliteit kunnen inbouwen m.b.t.

de toepassing van parkeernormen om ruimtelijke ontwikkelingen doorgang te laten vinden die nu vast (dreigen te) lopen op de parkeernormen. Denk aan toepassing deelvervoersystemen. Dit wordt in 2025 opgepakt en naar verwachting kan in Q3 van 2025 besluitvorming plaatsvinden. Tot Q3 blijft het huidige beleid van toepassing; zo wordt de continuïteit geborgd. Technische en politieke vraag CDA (blz.44): U geeft aan dat de realisatie van een overdekte fietsenstalling Venray in voorbereiding is. Vraag: Is deze niet al gerealiseerd bij de nieuwe bibliotheek en als deze bedoeld wordt is deze ook open te stellen op koopavonden en koopzondagen? Antwoord: Ja, in juni 2024 is de overdekte fietsenstalling geopend. De openingstijden van de stalling zijn gelijk aan de openingstijden van de bibliotheek. Voorjaar 2025 evalueren wij het gebruik van de stalling. Onderdeel van de evaluatie zijn de openingstijden. Politieke vraag VVD (blz.44): We gaan risico gestuurd verkeersveiligheidsbeleid voeren. Graag ontvangen wij een integraal beeld van de verkeersveiligheid in Venray. Dit afgezet tegen landelijke cijfers of cijfers van vergelijkbare gemeenten. Antwoord: 26

Met het strategisch plan verkeersveiligheid (SPV) wordt gekeken waar verhoogde risico’s zitten in het verkeer (risicoanalyse voor Venray is uitgevoerd) en niet naar directe vergelijking van cijfers. Hiermee wordt voorkomen dat specifieke kenmerken te weinig meewegen. Alleen cijfers vergelijken is onvoldoende. De risico’s in Venray bestaan uit specifieke locaties, maar ook gedragingen zoals gebruik alcohol in het verkeer. Ook educatie is een punt van aandacht. Op basis van de risicoanalyse is een maatregelenpakket samengesteld en de maatregelen worden vertaald in de nieuwe visie op mobiliteit, inclusief netwerken. Technische vraag PvdA(blz.44): Is er al meer bekend over de heranalyse m.b.t. het knooppunt van de N270 met de Leunseweg en de Brier? We hebben de zomer immers achter de rug! Antwoord: De heranalyse is uitgevoerd en wordt momenteel met de provincie en andere stakeholders besproken. Besluitvorming in het college over de conclusies en adviezen uit de heranalyse is momenteel in voorbereiding en gepland voor december 2024. Technische vraag VVD (blz.45): Muip verkeer en mobiliteit -> waarom negatief begroot (bate).). Antwoord: Op pagina 159 in de MUIP is een toelichting gegeven. Zoals staat toegelicht zullen een aantal projecten niet of niet op korte termijn uitgevoerd worden of worden op een andere wijze bekostigd.

Het bedrag dat wordt vrijgegeven voor die projecten is € 185.018 (zie tabel) hoger dan het bedrag dat wordt aangevraagd voor de reconstructie van de Albionstraat. Omdat we per saldo meer investeringskrediet laten vrijvallen dan dat we opnieuw aanvragen komen we onderaan de streep negatief uit (lees batig saldo). Technische vraag VVD (blz.45): Duurzaamheid: Waar zien we welke bedrag wordt gereserveerd voor elektrische laadpalen (als continue actie). Hoeveel is daarvoor uitgetrokken? Antwoord: De laadpalen binnen de gemeente worden (net als in de rest van Limburg) door Vattenfall geplaatst. Zij nemen de kosten hiervan voor hun rekening. Hierop toezien en bijkomende kosten zoals verkeersbesluiten die hiervoor worden genomen worden gedekt uit regulier budget. Politieke vraag VVD (blz.45): PD32 Gladheidssteunpunt. Waarom niet door derde-partij laten bouwen en huren of sale and leaseback constructie? Gladheidssteunpunt Over ons steunpunt gladheidsbestrijding (loods met zout en strooiers) zijn ruim 10 jaar geleden afspraken gemaakt met onze aannemer onder de voorwaarde dat deze minstens tien jaar gebruikt zou worden heeft hij een zoutopslag en strooieropslag gebouwd.

Waarom staat nu gemeente aan de lat voor de investering? Waarom niet de investering overlaten aan aannemer en hier (huur)afspraken over maken? Op welke kentallen/ aannames zijn de te investeren 2,1M op gebaseerd? Kunnen we deze investering uitstellen: zo ja, hoe lang. ZO nee, Waarom niet. Zijn er alternatieven/ alternatieve scenario’s overwogen, zo ja Welke, zo nee, waarom niet? Antwoord: Wanneer we zouden kiezen voor het laten bouwen van een strooilocatie door derden lopen we het risico dat het terrein op slot gaat wanneer er een faillissement zou zijn. Daarnaast moet de gemeente investeren (in de vorm van huurkosten) in het terrein van derden en zullen er voertuigen/materieel (voor strooiers) op huurbasis afgenomen moeten worden wat in de loop der jaren geïndexeerd zal worden evenals de huur van het terrein. Dit leidt uiteindelijk tot hogere kosten. De huidige locatie is in het bezit van een uitbater op leeftijd, waarbij het niet duidelijk is of er een opvolger komt. Deze locatie ligt in het buitengebied op een strategisch minder gunstige plek. Daarnaast is de huidige locatie sterk verouderd en zal er geïnvesteerd moeten worden om aan de huidige regelgeving te kunnen voldoen waardoor de huurkosten zullen stijgen. Prijzen die nu geïnventariseerd zijn om een nieuwe locatie te bouwen zijn gebaseerd op prijzen die opgevraagd/besproken zijn met aannemers en leveranciers.

De kosten die een locatie in eigen beheer met zich meebrengen zijn, op een looptijd van 25 jaar, lager dan wanneer het uitbesteedt wordt aan derden. Tegelijkertijd zijn er op eigen terrein veel meer mogelijkheden waar we in de toekomst tegenaan gaan lopen. Uitstellen van het realiseren van een nieuwe locatie is geen optie gezien de duur van de procedures die doorlopen moeten worden en investeren op de huidige locatie de risico’s die daarmee gelopen worden niet wegnemen en juist alleen maar groter worden. Alternatieven zijn bekeken maar worden niet geadviseerd. Mogelijke alternatieven die bekeken zijn; huidige locatie upgraden, nieuwe locatie 27

op terrein van derden maar dit is alleen een goed alternatief wanneer een locatie in eigen beheer geen optie is. Bedrijventerrein De Blakt is een gezamenlijke exploitatie van Maessen B.V. en de gemeente Venray. Alle kavels zijn al geruime tijd verkocht op 1 restkavel na. Dit betreft een zeer smalle kavel die voor eerder geïnteresseerde bedrijven onpraktisch blijkt te zijn. Hierdoor staat deze kavel al geruime tijd te koop en zijn we vanuit de exploitatie op zoek gegaan naar andere mogelijkheden. Deze incourante kavel blijkt wel een zeer goede locatie voor de strooivoorziening te zijn. Door de restkavel zelf te verwerven is een gunstigere prijs mogelijk omdat beide partijen graag de exploitatie willen afronden.

Programma 4 Besturen Politieke vraag CDA: Eerder is het transformatiefonds vastgesteld in de begroting van 2024. Hoeveel is het afgelopen jaar vooralsnog uitgegeven en aan welke doelen? Antwoord: Voor 2024 is er een transformatiebudget van 750.000 euro beschikbaar. Daarvan is 500.000 euro geoormerkt voor de digitale transformatie. De digitale transformatie is een door digitalisering gedreven verandering waarbij de inwoners, bedrijven en verenigingen centraal komen te staan. Op die manier creëren we meerwaarde. Tot en met oktober hebben we voor 460.000 euro aan projecten opgestart, waarmee we de digitale transformatie vormgeven. De projecten zijn vaak meerjarig. Op dit moment is de realisatie in 2024 in totaal 133.000 euro. Dit jaar loopt dit nog op naar 280.000 euro. De overige 180.000 euro realiseren we in 2025. De activiteiten binnen de digitale transformatie waaraan we de 460.000 euro besteden zijn: • Met de inrichting van een zaaksysteem werken we aan een betere dienstverlening voor onze inwoners en bedrijven. Verschillende dienstverleningsprocessen behandelen we straks met dit zaaksysteem. Daarmee hebben we meer grip en werken we effectiever/efficiënter. Het zaaksysteem is aangeschaft en samen met de leverancier en projectleider implementeren we dit. • We werken aan een moderne werkplek. Collega’s ondersteunen we maximaal in hun werk.

Samenwerken, bestanden overal snel beschikbaar, overleggen, bellen etc. Microsoft 365 is daarvoor de basis. • De datastrategie is vastgesteld. Daarmee ontwikkelen we data-gedreven werken verder door in onze organisatie. Data in beeld via bijvoorbeeld dashboards, als input voor besluitvorming, monitoring beleidseffecten en procesvoortgang. Collega’s worden steeds data-vaardiger, wat helpt bij het maken van de juiste keuzes en dienstverlening. • Met i in het Hart begeleiden we collega’s in het vergroten van de digitale vaardigheid. Enerzijds het goed gebruiken van digitale middelen en anderzijds het zien en pakken van digitaliseringskansen in (dienstverlenings)processen. • Met het innovatielab werken we aan het automatiseren en robotiseren van processen. Denk aan autoherkenning post, een robot die WOZ-bezwaren inboekt en kunstmatige intelligentie die nieuwe bouwwerken op luchtfoto’s signaleert. Politieke vraag CDA (blz.47): Bestuursstijl. U schrijft een heel stuk over wat een goede bestuurscultuur zou moeten zijn. Hoe kijkt u naar de huidige bestuursstijl/cultuur? We begrijpen dat het een proces is. Vindt u dat er al voldoende stappen gezet in uw visie? Antwoord: • Het werken aan een gewenste bestuursstijl is een continu proces. Dit komt tot uiting in ons gedrag en in onze houding; • We bepalen met elkaar de bestuursstijl in Venray: college, raad en ambtenaren.

Al onze gedragingen bepalen het beeld naar onze inwoners; • De essentie van onze bestuursstijl is werken aan vertrouwen: dat betekent integer en transparant handelen, bereikbaar en aanspreek zijn. Voorbeelden daarvan zijn: • We werken aan consequente handhaving (nalevingsbeleid, afspraak is afspraak); • We werken aan een praktisch toepasbaar kader voor inwonersparticipatie gericht op het sámen vormgeven aan een leefbaar Venray. Dit wordt begin 2025 aan de raad voorgelegd. Duidelijkheid over de mogelijkheden voor participatie en de inbreng van inwoners en partners en een transparante afweging van alle belangen ten opzichte van het algemeen belang dragen bij aan het onderling vertrouwen; 28

•

Op het gebied van organisatieontwikkeling is veel aandacht voor de doorontwikkeling van medewerkers, niet alleen qua kennis, maar ook op het gebied van houding, gedrag en vaardigheden.

Politieke vraag CDA (blz.48): Opstellen visie op duurzame samenwerking met gemeenschapsaccommodaties. Dit zou het vervolg moeten zijn van “schoon door de poort”. Bijna alle dorpen zijn schoon door poort, m.u.v. enkele kleinere dorpen. Is het college bereid met een voorstel te komen om de laatste dorpen en evt. wijken, schoon door de poort te laten gaan, voordat de nieuwe vies wordt vastgesteld? Zo nee, waarom niet? Vindt het college te rechtvaardigen dat de laatste dorpen ook schoon door de poort moeten kunnen komen? Antwoord: In vervolg op de resultaten van de evaluatie (n.a.v. motie Toekomstperspectief Schoon door de Poort, volgnummer 0738) volgt een voorstel waarin richting wordt gegeven aan een eventueel vervolgprogramma op Schoon door de Poort. De evaluatie wordt aan het eind van dit jaar opgeleverd waarop een voorstel zal volgen. Technische vraag VVD (blz.48): Graag nadere uitleg over wat het instrument “gebiedsagenda voor wijken en dorpen” inhoudt. Ook de tekst in de toelichting m.b.t. dashboard en data zegt mij niets. Graag nadere uitleg. Antwoord: Binnen wijken, dorpen en gebieden bevinden zich opgaves, plannen en projecten. Beleidskaders, de doelstellingen uit de omgevingsvisie en aankomende beleid, bv OKO (opgroeien in een kansrijke omgeving) zijn voorbeelden.

Dashboards bieden basisinformatie voor aanpak en uitvoering hiervan, de beschikbare informatie uit dashboards groeit. We zien in de samenleving steeds meer werkgroepen ontstaan die zich inzetten voor specifieke thema’s, dit is een gewenste ontwikkeling. Met de genoemde informatie kunnen we hen faciliteren. Politieke vraag VVD (blz.49): De toelichting op het item “afronden van de investeringsagenda” klinkt als: er ligt nog geld te wachten dat op zoek is naar een bestemming. Wat moeten wij ons bij de genoemde afronding van de investeringsagenda voorstellen? Antwoord: Met de provincie zijn we de investeringsagenda overeengekomen waarbij we ieder (provincie en Regio) 20 miljoen zouden investeren in onze regio gedurende een periode van 4 jaar. De termijn van de investeringsagenda liep af eind 2023. Het volledige bedrag was toen nog niet besteed. We zijn met de provincie overeengekomen om, hoewel de overeenkomst met de provincie dus is afgelopen in 2023, in 2024 toch nog een projecten envelop op te stellen. Deze zesde envelop is nu in voorbereiding voor besluitvorming. In die zesde envelop zijn projecten opgenomen die bijdragen aan de doelstellingen van brede welvaart zoals die terug te vinden in de Visie gezondste regio.

Politieke vraag VVD (blz.49): In de alinea over de dienstverlening stelt het college dat: “bestuur en medewerkers zijn communicatief vaardig en schrijven in begrijpelijke taal”. Dat laatste is wat ons betreft een “cri de coeur”: zou zo moeten zijn, maar is dat lang niet altijd. Onze vraag is dan ook: hoe wordt hierop gestuurd? Antwoord: Wij bieden doorlopend trainingen aan via de Venray Academy (ons interne opleidingsplatform) op het gebied van heldere taal en begrijpelijk schrijven. Alle medewerkers kunnen deelnemen aan deze trainingen. Voor nieuwe medewerkers zijn deze trainingen verplicht. Ook hanteren we een schrijfwijzer die collega's helpt om begrijpelijk te schrijven. Technische vraag VL (blz.52): Er wordt gesproken over een zoektocht naar een participatieplatform. Dat lijkt ons een goede ontwikkeling gezien participatie een belangrijke rol moet spelen om de gemeente dichter bij de inwoner te krijgen. Wordt dit platform ook beschikbaar gesteld voor participatie met verenigingen, instellingen en bedrijven etc.? Antwoord: Het doel is dat álle inwoners, ook bedrijven en verenigingen straks in één oogopslag kunnen zien welke projecten en initiatieven er in de gemeente Venray zijn. Mensen kunnen zien wie initiatiefnemer is (gemeente of een externe partij), in welke fase het project zich bevindt, óf ze kunnen participeren en zo ja, wanneer en hoe.

En natuurlijk is er direct participatie op het 29

platform mogelijk. Leveranciers bieden tal van participatiemogelijkheden aan op hun platform. Per project bepaalt de projectleider welke tools voor participatie worden ingezet. Technische vraag VL (blz.52): We zien steeds meer digitale ontwikkelingen bij de gemeente. In het verleden hebben wij als VL gepleit voor het instellen van een digitaal ethische commissie. Een digitaal ethische commissie helpt gemeenten verantwoord, transparant en inclusief om te gaan met digitale technologieën en de rechten van burgers te beschermen. Is de gemeente van plan een dergelijke commissie op te stellen en zoja wat is het tijdspad? Indien dit niet het geval is: hoe wordt de digitale ethiek op dit moment geborgd en in welke mate is dit voldoende toereikend in vergelijking met het werk van een digitaal ethische commissie? Antwoord: Nee de gemeente is niet van plan om een digitaal ethische commissie op te stellen. In plaats daarvan hebben we in onze werkprocessen geborgd dat digitale ethiek zijn plek heeft, in digitaliseringsprojecten. Zo betrekken we in al onze projecten verschillende specialismen. Specifiek voor ethiek zijn dat onderwerpen als digitale toegankelijkheid (inclusief), digitaal veilig (privacy en informatieveiligheid) en open overheid (transparant). Op deze manier gaan we verantwoord om met de rechten van onze burgers en passen we digitale technologieën goed toe.

Politieke vraag CDA (blz.53): U geeft in het collegeprogramma aan dat u gaat voor een sluitende meerjarenbegroting. Dit is u niet gelukt, u hebt nu de ambitie bijgesteld naar een sluitende kadernota voor 2026. Waarom kiest u een andere koers als die u heeft afgesproken? Vindt u dit verstandig? Antwoord: In het programma staat dat we als uitgangspunt hanteren: een meerjarenbegroting die structureel sluitend is. Dat is wat anders dan een sluitende meerjarenbegroting of een begroting die meerjarig sluitend is. Het uitgangspunt van het college is ongewijzigd. Na de ingreep van het rijk die heeft geleid tot het ravijnjaar hebben we, volgens de aanbeveling van de VNG en volgens besluit van de gemeenteraad gekozen voor deze route, die inzichtelijk maakt welke financiële consequenties het Rijksbeleid op lokaal niveau heeft en daarnaast voorkomt dat we te vroeg of onnodig andere pijnlijke keuzes moeten maken die mogelijk wel afwijken van de ambities uit het collegeprogramma. Technische en politieke vraag SP (blz.54): Actieplan sluitende begroting: wat betekent concreet: Inkomsten verhogen, kosten verlagen en begrotingsprincipes wijzigen? Antwoord: Op dit moment worden de verschillende mogelijke maatregelen inzichtelijk gemaakt, waarbij de (on)mogelijkheden en gevolgen in beeld gebracht worden.

Uiteindelijk doel is om de bij Kadernota 2026 met voorstellen te komen om het begrotingsjaar 2026 en één of meer jaren van de meerjarenraming sluitend te hebben. Hierover wordt u nader geïnformeerd.

BLOK 3. Paragrafen

Paragraaf A. Lokale heffingen Politieke vraag VVD (blz.59): Planbatenheffing -> gaat Venray hier mogelijk mee werken. Antwoord: De wettelijke planbatenregeling is (nog) niet ingevoerd. Het lijkt erop dat deze er wel gaat komen. Een dergelijke regeling maakt het mogelijk om (een deel van) de waardestijging van grond door (en bij) een wijziging van de functie te belasten. Of wij als Venray hiermee gaan werken indien deze wettelijke regeling wordt ingevoerd kunnen wij nu nog niet aangeven. De voor- en nadelen en de gevolgen van een dergelijke regeling zullen dan eerst in beeld moeten worden gebracht voordat deze keuze gemaakt kan worden.

30

Technische vraag GroenLinks (blz.59): Lokale heffingen: 3a Rijksbeleid. Er wordt genoemd dat er vanuit de gemeentes geen behoefte is aan aanvullende maatregelen die nodig zouden zijn om een lager ozb-tarief te gebruiken voor instellingen die het sociaal belang behartigen. In plaats daarvan kunnen gemeentes subsidie verstrekken of een ozb-vrijstelling geven om instellingen van sociaal belang tegemoet te komen. Hoe gaat Venray hiermee om, en worden dit soort instellingen op een van deze manieren ontzien in het betalen van lokale heffingen? Antwoord: Binnen de belastingwetgeving voor de OZB is er op dit moment geen instrumentarium voor het toepassen van een lager OZB-tarief voor instellingen. Het instrument subsidiëring of het verdisconteren in een instandhoudingsbijdrage kan een middel zijn om tegemoet te komen aan lastenverlichting voor verenigingen. Het tegenmoet komen in de OZB-kosten van verenigingen zal dan ook geregeld moeten worden door middel van een subsidieverordening of een aanpassing van de instandhoudingsbijdrage. Dit is per instelling verschillend geregeld. Technische vraag SP (blz.59): Hoeveel gaan de aanmanings- en incassokosten omlaag? Antwoord: Dit is niet duidelijk. In het hoofdlijnenakkoord is dit uitgesproken maar hier is nog geen verdere uitwerking aan gegeven.

De gemeente Venray verstuurt echter al vele jaren een kosteloze betalingsherinnering voordat er aanmaning- en incassokosten in rekening worden gebracht. Technische vraag VL (blz.58): Op deze pagina staan de kwijtscheldingen van de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing genoteerd. Het bedrag kwijtschelding OZB is erg laag vergeleken met de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Kan dit worden toegelicht? Antwoord: Iemand die niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar een belastingaanslag te betalen, kan in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Bij het verlenen van kwijtschelding wordt rekening gehouden met het vermogen en met de betalingscapaciteit die iemand heeft. En er wordt gekeken naar voertuig bezit. Als de hypotheeklast lager is dan de WOZ-waarde van de woning, wordt de woning als vermogen gezien. Hierdoor wordt er meestal geen kwijtschelding verleend voor de OZB. Slechts in enkel gevallen wordt voor de OZBkwijtschelding verleend. Technische vraag VL (blz.59): Hier staat een stijging opbrengst van de parkeerbelasting, echter is er geen stijging van het parkeertarief beschreven. Kan er een verklaring gegeven worden, waardoor de opbrengst van de parkeerbelasting stijgt? Antwoord: Er is geen stijging van de opbrengst in de Begroting 2025. De opbrengst voor 2024 is geraamd op € 403.000 en voor 2025 op € 403.000.

Politieke vraag VVD (blz.64): Kostendekking rioolaansluitrecht -> wordt het ontbreken van kostendekking recht getrokken. Antwoord: In 2025 zal een onderzoek worden uitgevoerd naar het kostendekkend maken van de rioolaansluittarieven. Politieke vraag VVD (blz.65): Kostendekking 55% en 57% -> Gaan we streven naar betere kostendekking. Mede in verband met ravijnjaar. Mag de burger niet in wezen verwachten dat de gemeente kostendekkend werkt op deze diensten. Antwoord: In het collegeprogramma is het hanteren van kostendekkende tarieven als één van de uitgangspunten van ons financieel beleid genoemd. Dit is nog steeds van toepassing. Verder is in het “Actieplan op weg naar het ravijnjaar 2026” opgenomen dat we gaan onderzoeken wat de (on)mogelijkheden en de gevolgen zouden zijn om de kostendekkendheid van leges dichter naar 100% te brengen. Technische vraag VVD (1.2): Voor 2025 wordt blijkbaar een stevige daling van de leges inkomsten (van € 2.353.000 naar € 2.051.000) voorzien. Waarop is die verwachting gebaseerd? 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14654737/1