Beantwoording technische en politieke vragen Begroting 2025
Tekst van het document
Beantwoording Technische en politieke vragen BEGROTING 2025
Burgemeester en wethouders van Venray, 17 oktober 2024
Inhoudsopgave Blok 1. Algemeen Blok 2. Programma’s Blok 3. Paragrafen
pag. 2 pag. 5 pag. 30
Geachte leden van de raad, In de bijgaande notitie geven wij antwoord op de technische en politieke vragen over de begroting 2025. We hebben dit gedaan door uw vragen in te delen via het zgn. blokschema dat gebaseerd is op de indeling uit onze begroting.
1
BLOK 1. Algemeen Politieke vraag CDA (blz.3): Veel teksten in de begroting zouden stukken kunnen zijn uit de vorige begroting. Ook in de aanbiedingsbrief lezen we weinig echt nieuwe ambities. Veel opdrachten zijn continu en lopen al langer. Welke nieuwe ambities/doelen heeft u als college nu echt toegevoegd en aan welke 3 geeft u nu het komende jaar prioriteit? Antwoord: Dit jaar hebben we u de MTR gepresenteerd. In de MTR zijn de ambities en doelstellingen uit het collegeprogramma 2022-2026 vertaald in een150-tal opgaves en opdrachten. In de MTR is ook aangegeven welke opgaves we de komende periode nog willen realiseren. Veel van deze opdrachten zijn overlappend in meerdere jaren en zijn dus ook terug te vinden in eerdere begrotingen. Technische vraag VVD: Algemene vraag: In welke elementen van de kader nota komen onderdelen van het actieplan Ravijn jaar 2026 tot uiting, waar terug te zien? Antwoord: In het “Actieplan op weg naar het ravijnjaar 2026” hebben wij u - in overeenstemming met uw verzoek - geïnformeerd over alle mogelijkheden om het ravijn “op te lossen”. Eventuele keuzes zullen inderdaad in de kadernota 2026 tot uiting komen. Waar en hoe deze dan precies tot uiting gaan komen is echter nu nog niet bekend.
Technische en politieke vraag VVD: Hoeveel coaches: (niet zijnde coaching in het sociaal domein) maar coaches zoals afvalcoaches, straatcoaches et cetera; hoeveel van deze coaches hebben we de laatste 5 jaren gehad. Wat is de trend en huidige stand? In welke post zien we de kosten voor deze genoemde coaches terug (tabel/ blz). Hoeveel zijn de totale kosten voor deze coaches? (Salaris, werkgeverslasten, auto’s etc) in totaal. Is meetbaar te maken wat de opbrengst is die tegenover deze kosten staat? Zo ja; wat is dit rendement dan. Zo neen, welke conclusies worden hieraan verbonden. Antwoord: Afvalcoach De afvalcoach is in beginsel (2022) 8 uur per week gestart, vanaf 2024 is dit 24 uur per week geworden (kosten 42.000 euro). Deze komen ten laste van de afvalbegroting (pagina 61). De afvalcoach is een communicatie- en preventiemiddel. We zien een besparing in de begroting als het gaat om afkeur van grondstoffen bij de verwerker, want afkeur doet zich niet (meer) voor. De opbrengst van de afvalcoach zit ‘m met name in de waardevolle inzichten die gesprekken met inwoners opleveren voor het maken van beleid, het persoonlijke contact en maatwerk dat we inwoners met de afvalcoach kunnen bieden. Niet alle inwoners volgen immers de reguliere communicatiekanalen van de gemeente.
De afvalcoach vormt de voelsprieten van de gemeente en een verbindende schakel alvorens over te gaan op handhaving. In die zin bespaart de afvalcoach ook op inzet vanuit handhaving. Tijdens de inwonerspeiling van 2023 geeft 1 op de 10 huishoudens in de laagbouw en 1 op de 4 in de hoogbouw aan dat ze behoefte hebben aan een afvalcoach. Met de kosten die we maken voor de afvalcoach vervullen we dus ook een behoefte van de inwoners. Straatcoach Henseniuskwartier: er wordt vanaf juli 2023 tot en met december 2024 van maandag tot en met zondag één straatcoach ingezet gedurende vier uren per dag in het Henseniuskwartier en aanpalende straten. De inzet bedraagt 28 uren per week. De kosten in de periode juli 2023 tot oktober 2023 en van oktober 2024 tot en met december 2024 zijn gedekt uit het budget ‘integraal veiligheidsbeleid’ (pag. 38, veiligheid en handhaving). De kosten in de periode van 1 oktober 2023 tot 1 oktober 2024 zijn gedekt uit het budget ‘Henseniuskwartier’ (pagina 28). Ook deze inzet is preventief van aard en lastig meetbaar. De inzet draagt volgens bewoners en ondernemers van het gebied in positieve zin bij aan de leefbaarheid en gevoel van veiligheid. Centrumondersteuner personen met verward gedrag: verder is ook de centrumondersteuner als een soort van coach in de openbare ruimte aan te merken.
De centrumondersteuner is gemiddeld 15,5 uur per week in het kernwinkelgebied van Venray aanwezig. De inzet draagt bij aan een gastvrij Venray voor bezoekers/klanten met verward gedrag alsook een veilige en prettige (werk)omgeving voor centrumondernemers en bezoekers/klanten aan het centrum van 2
Venray. De inzet wordt twee keer per jaar geëvalueerd in samenspraak met Venray Centraal, KHN-afd. Venray, politie en de betrokken zorgpartners en als zeer positief ervaren. De inzet werkt preventief en de-escalerend, zo leert de praktijk. De kosten worden gedekt uit het gedeelte van het budget ‘Zorg en Veiligheid’ dat beschikbaar is gesteld voor de sluitende ketenaanpak personen met verward gedrag (pag. 18). Technische en politieke vraag VVD: Hoeveel BOA’s (in FTE) zijn er voor 2025 opgenomen in de begroting en hoeveel % zijn deze in de openbare ruimte om toezichthoudend en Handhavend op te treden? In welke post zien we de kosten voor deze genoemde BOA’s terug (tabel/ blz). Hoeveel zijn de totale kosten voor deze handhavers? (salaris, werkgeverslasten, auto’s etc. in totaal. Antwoord: Er is 5,78 FTE voor BOA taken opgenomen in de begroting. De kosten voor deze BOA’s zijn terug te vinden in diverse deelprogramma’s: • 2.2. woonomgeving • 2.3 veiligheid en handhaving • 3.2 mobiliteit en infrastructuur De totale kosten voor de BOA’s bedragen: € 474.359 loonkosten en € 47.000 aan kosten voor o.a. auto’s, apparatuur, uitrusting.
Politieke vraag VVD: Als we op iedere subsidieregeling voor het jaar 2025 het subsidieplafond 5-10% lager zouden vaststellen (besparing van > 1M€) hoe reëel is deze optie en is dit een knop waar we als raad aan kunnen draaien om het ravijnjaar (enigszins) 2026 te beteugelen. Antwoord: Er wordt voor het jaar 2025 gemeentebreed in totaal € 10.509.618 aan subsidie verstrekt. Een verlaging van 5% (€ 525.481) of 10% (€ 1.050.962) is een knop waaraan gedraaid kan worden. Subsidie wordt verstrekt voor een activiteit of een doel en veelal verstrekt aan (vrijwilligers)organisaties die we als gemeente nodig hebben om de leefbaarheid en ondersteuning van onze inwoners mogelijk te maken. De koers van de gemeente Venray is om in te zetten op de versterking van onze inwoners. Politieke vraag VL (blz.3): Te lezen valt: “Via een motie is het college opgeroepen om een actieplan sluitende begroting op te stellen. Dit Actieplan Ravijnjaar is erop gericht om bij de kadernota 2026 minimaal het jaar 2026 en één of meer jaren van de meerjarenraming structureel sluitend te hebben. Daarbij zijn we mede afhankelijk van de toekomstige financiering van gemeenten door het Rijk. De uitwerking van het actieplan vormt de basis voor de begroting 2026.” Vraag; In het Actieplan worden vooral veel mogelijkheden gegeven hoe we de begroting sluitend kunnen maken (conform motie).
Heeft het college al een plan om de raad bij dit proces te betrekken of wordt er alleen een ja/nee voorstel in begroting 2026 aan de raad voorgelegd (met de opmaat van de kadernota)? NB: bij de aanbieding van het actieplan viel te lezen: “Doel van deze uitwerking is het geven van inzicht in de financiële (on)mogelijkheden om te begroting 2026 meerjarig sluitend te krijgen en een advies aan het college welke mogelijkheden daarvoor te gebruiken. In deze nog op te stellen opdracht zal een meer gedetailleerde planning opgenomen worden. Daarin wordt ook verder uitgewerkt hoe en op welke momenten uw raad tussentijds geïnformeerd en betrokken wordt.” echter is niet duidelijk wanneer dit vervolg gepland is. Antwoord: Op dit moment worden de verschillende mogelijke maatregelen inzichtelijk gemaakt, waarbij de (on)mogelijkheden en gevolgen in beeld gebracht worden. Uiteindelijk doel is om de bij Kadernota 2026 met voorstellen te komen om het begrotingsjaar 2026 en één of meer jaren van de meerjarenraming sluitend te hebben. Hierover wordt u nader geïnformeerd. Technische vraag VL: We zien steeds vaker in programmaverantwoording dat overschotten terugvloeien naar de algemene reserves/het begrotingsresultaat (zie bijvoorbeeld post Beschermd wonen op pagina 128).
Wij hebben al vaker gepleit om deze overschotten beschikbaar te houden voor hetgeen ze ooit geoormerkt zijn in de begroting (bijvoorbeeld sociaal domein). Dit bleek in het verleden niet haalbaar/wenselijk. Hoe zorgen we er echter toch voor dat dit budget naar het ravijnjaar toe toch beschikbaar blijven voor die zaken, zodat daar niet op bezuinigd kan worden? Antwoord: 3
In het “Actieplan op weg naar het ravijnjaar 2026” hebben wij u - in overeenstemming met uw verzoek - geïnformeerd over alle mogelijkheden om het ravijn “op te lossen”. Eventuele keuzes zullen aan uw raad voorgelegd worden. Dit geldt ook voor budgetten die nu verlaagd worden (bijvoorbeeld dyslexie zie pagina 130) worden die mensen in de toekomst nog steeds geholpen als de vraag toeneemt? Antwoord: De jeugdwet kent een financiële openeinderegeling. Wanneer inwoners zich met een hulpvraag tot de gemeente wenden en de gemeentelijke medewerkers beoordelen dat hulp op basis van de jeugdwet aan de orde is voor deze inwoners, zal de hulp verleend worden. Eventuele budgettaire afwijking wordt verantwoord in de P&C cyclus. Technische vraag VVD (blz.3): P3 Bij onderdeel SDDP: Naast Oirlo en Veulen staat SDDP Algemeen, waarvoor is deze post, zitten hier al concrete plannen in? Onder welke post kunnen we Heide SDDP terugvinden? Antwoord: SDDP algemeen is het resterende raamkrediet Versterking Gemeenschapsaccommodaties. Dit bedrag is aangehouden in afwachting van de evaluatie en het voorstel waarin richting wordt gegeven aan een eventueel vervolgprogramma op Schoon door de Poort. In dat bedrag zitten de overige gemeenschapsaccommodaties die niet Schoon door de Poort zijn gedaan zoals het plan Dorpsaccommodatie Ysselsteyn.
Het initiatief Heide (MFC De Schól) was opgenomen in de begroting 2024 onder deelprogramma 4.1 (Stimulering zelfsturing dorpen en wijken). Technische vraag VVD (blz.9): Kan de begroting 2025 in een gelijk overzichtelijk schema naast de begroting en realisatie 2024 worden gezet zodat vergelijken makkelijker wordt. Antwoord: Dit gaat niet omdat het boekjaar 2024 nog niet is afgesloten. Technische vraag VVD (blz.9): Kunnen verschuivingen tussen rubrieken zoveel als mogelijk worden voorkomen om trends zichtbaar te krijgen en houden. Antwoord: De raad heeft beslissingsbevoegdheid over de indeling van de programma's. Politieke vraag VVD (blz.9): De uitgaven leven stijgen in vier jaar tijd met ca. 25%. Hoe gaan we deze stijging in de hand houden en stabiliseren cq ombuigen omzetten naar een dalende tendens. De compenent leven wordt een steeds omvangrijkere post in de begroting. Antwoord: In absolute zin klopt het dat de lasten voor het programma Leven ten opzichte van de begroting 2021 met circa 25% is gestegen. In verhouding met het begrotingstotaal is het aandeel ongeveer gelijk gebleven op circa 55%. Uitgangspunt voor het sociaal domein is reëel begroten.
De stijging van de lasten hebben onder andere een aantal oorzaken: • Demografische ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de vergrijzing; • Landelijke wet- en regelgeving zoals bijvoorbeeld het abonnementstarief Hulp bij het Huishouden en reële kostprijzen; • Nieuwe taken en taakverzwaringen (bijvoorbeeld de nieuwe wet inburgering) • Sociaaleconomische ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld Corona en stijgende prijzen en lonen; • Autonome besluiten door uw raad zoals bijvoorbeeld indexatie van subsidies, Jera on Air etc. Tegenover de stijgende lasten staan voor een aantal van bovengenoemde onderwerpen ook extra inkomsten bijvoorbeeld via specifieke uitkeringen, circulaires van het rijk en brede Spuk. Het sociaal domein zal ook betrokken worden bij de verdere uitwerking van het actieplan ravijnjaar. We willen hier op dit moment nog niet op vooruitlopen. Technische vraag VVD (blz.9): Wat is de verklaring voor de daling van de overige inkomsten 2025 t.o.v. 2024. Concept antwoord: De overige inkomsten zijn een technische weergave van de incidenteel veel grotere mutatie in de algemene reserve door o.a. MFC Wanssum en de Jera. 4
BLOK 2. Programma’s
Programma 1 Leven Technische vraag PvdA (blz.12,13): M.b.t. het versterken van de omgeving vragen we een lange termijn commitment van onze partners. Vraag: Welke financiële risico’s lopen we als gemeente door dit commitment? Antwoord: De beweging van het versterken van de omgeving is een beweging die vraagt om lange termijnsamenwerking, waarbij resultaten soms pas op langere termijn zichtbaar worden. In de Kadernota Sociaal Domein spreken we van duurzaam partnerschap, waarbij we een lange termijn samenwerking aangaan op basis van gelijkwaardigheid die aantoonbaar bijdraagt aan maatschappelijke vraagstukken en oplossingen. Deze samenwerking hoeft niet altijd met financiële gevolgen te zijn. In het proces van het versterken van de omgeving brengen we in kaart: wat zien we, wat doen we en doen we de goede dingen. Juist hierdoor kunnen we veel beter onderbouwen wat er nodig is, ook financieel, voor initiatieven en ontwikkelingen die bijdragen aan het versterken van de omgeving en hierdoor lopen we minder financiële risico's. Politieke vraag VVD (blz.13): Hervormingsagenda jeugd -> er komt een advies in 2025; wat is t.z.t. de status van dit advies, wat gaat daar mee gebeuren. Antwoord: De Hervormingsagenda Jeugd is een landelijk, meerjarig plan.
In 2025 zal een landelijke deskundigencommissie adviseren over (onder andere) de gereserveerde structurele middelen van het Rijk voor 2026 en verder. Afhankelijk van het advies van de commissie worden deze middelen dan toegevoegd aan het gemeentefonds (met uitzondering van die middelen die het Rijk nodig heeft voor landelijke investeringen in de Jeugdzorg). Technische en politieke vraag VVD (blz.13): Zijn de (alle geprognotiseerde c.q. bekende) kosten AZC (denk aan loonkosten/uren inzet ambtelijk apparaat, stichtingskosten, investeringen, kosten externe partijen) in de begroting 2025 opgenomen. Antwoord: Nee, kosten kunnen worden gedeclareerd bij het COA. Technische vraag VVD (blz.14): GGD komt middelen te kort. Is mogelijke bijdrage Venray gekwantificeerd/begroot. Antwoord: Op basis van een bestuurlijke opdracht is een verkenning over de rol en taken van de GGD uitgevoerd. De GGD heeft deze verkenning met een nadere analyse onderbouwd. Deze analyse is medio september besproken met de leden van het Algemeen Bestuur. Deze analyse vormt de basis voor een herstelplan dat in december 2024 wordt aangeboden aan het Algemeen Bestuur van de VRLN. De consequenties daarvan zijn op dit moment nog niet bekend. De verwachting is dat de uitkomst hiervan (mogelijk aanzienlijke) financiële gevolgen zal hebben voor de reeds afgegeven begroting.
De mate waarin is afhankelijk van de koers en richting die gekozen wordt. Eventuele aanpassingen van de begroting 2025 met gevolgen voor de gemeentelijke bijdrage omvatten altijd een zienswijzetraject met gemeenteraden. Dit geldt ook voor eventuele aanpassingen als gevolg van deze bestuurlijke opdracht en het herstelplan. Technische en politieke vraag PvdA (blz.14): De GGD zit zowel kwantitatief als kwalitatief aan de ondergrens voor de uitvoering van de wettelijke taken.Er is een situatie ontstaan die niet langer kan worden verantwoord. Vraag: Welke consequenties heeft dat op dit moment voor Venray en hoe gaan we dat oplossen? Antwoord: Op basis van een bestuurlijke opdracht is een verkenning over de rol en taken van de GGD uitgevoerd. De GGD heeft deze verkenning met een nadere analyse onderbouwd. Deze analyse is medio september besproken met de leden van het Algemeen Bestuur. Deze analyse vormt de basis voor een herstelplan dat in december 2024 wordt aangeboden aan het Algemeen Bestuur van de VRLN. De consequenties daarvan zijn op dit moment nog niet bekend. De verwachting is 5
dat de uitkomst hierva (mogelijk aanzienlijke) financiële gevolgen zal hebben voor de reeds afgegeven begroting. De mate waarin is afhankelijk van de koers en richting die gekozen wordt. Eventuele aanpassingen van de begroting 2025 met gevolgen voor de gemeentelijke bijdrage omvatten altijd een zienswijzetraject met gemeenteraden. Dit geldt ook voor eventuele aanpassingen als gevolg van deze bestuurlijke opdracht en het herstelplan. Politieke vraag SP (blz.14): Hoe wordt geconstateerd dat de GGD onvoldoende in staat is om haar wettelijke taken uit te voeren? Welke taken zijn de afgelopen jaren onvoldoende uitgevoerd en welke consequenties heeft dat (gehad)? Antwoord: De GGD organiseert in november 2024 een aantal regionale raadsinformatiebijeenkomsten waarin de uitvoer van de wettelijke taken nader wordt geduid. Geconstateerd is dat de GGD de afgelopen jaren veelal zelf een aantal zaken heeft opgelost binnen de eigen mogelijkheden en begroting. Deze situatie is echter niet langer meer houdbaar. Technische vraag SP (blz.14): Waarom wordt de wijziging een jaar later ingevoerd? Antwoord: In het coalitieakkoord van het vorige kabinet was afgesproken om het abonnementstarief per 1 januari 2025 te wijzigen en voor alleen hulp bij het huishouden een inkomensafhankelijke eigen bijdrage toe te passen. Door het nieuwe kabinet is dit wetsvoorstel verbreed naar alle Wmovoorzieningen.
Hierdoor is de invoeringsdatum een jaar opgeschoven. Technische vraag SP (blz.14): Komt er ook een wijkondersteuner? Antwoord: Het initiatief voor een ondersteuner moet komen uit de dorp/wijk zelf. De praktijk laat zien dat dorpen dit initiatief wel nemen en wijken (nog) niet. De werknaam is dan ook dorpsondersteuner maar dit wil niet zeggen dat als er een wijk komt met een vergelijkend initiatief wij hier niet welwillend tegenover staan. Politieke vraag VVD (blz.15): Mogen wij uit de paragraaf inzake de NLW concluderen dat er sprake zal zijn van een kostenneutraal dossier. Antwoord: Voor wat betreft de lopende begroting van de NLW NV (bedrijfsvoering) is meegegeven dat dit binnen de financieel gestelde kaders moet plaatsvinden. Als uw vraag hierop betrekking heeft dan is ons antwoord bevestigend omdat ook de kwartaalrapportages laten zien dat de NLW NV binnen het financieel gestelde kader blijft. Voor wat betreft het lopende onderzoek naar de toekomst van de NLW, de keuzes die hierin nog gemaakt moeten worden en de financiële gevolgen hiervan kunnen wij u nog geen inzicht in geven omdat dit nog onderdeel is van besluitvorming en nader onderzoek. Politieke vraag VVD (blz.15): Accommodaties primair en voortgezet onderwijs. Hoe loopt het dossier schone lucht/ventilatie. Zijn ter zake financiële of andere zaken te verwachten.
Antwoord: Het Integraal Huisvestingsplan wordt geactualiseerd waarbij rekening wordt gehouden met kwaliteitskader onderwijshuisvesting waaronder Frisse Scholen. Op dit moment zijn geen andere (financiële) zaken te verwachten. Technische vraag PvdA (blz.15): In 2025 worden een aantal nieuwe subsidieregelingen ingevoerd met bijbehorend subsidieplafond en wordt het werken met deelplafonds voor periodieke en eenmalige subsidies geëvalueerd. Vraag: Over welke subsidies hebben we het dan bijvoorbeeld? Antwoord: Dit gaat om de subsidieregelingen: • Subsidieregeling Energietransitie • Subsidieregeling VVE en peuteropvang • Subsidieregeling Accommodatiebeleid • Subsidieregeling Stimulering centrum Venray 6
Zie ook bijlage 5 van de programmabegroting. Technische vraag PvdA (blz.17): Daarnaast hebben de colleges van Noord- en Midden-Limburg in Q1 van 2024 besloten tot een borging van de ketenaanpak Kansrijke Start, door deze opdracht bij de GGD te beleggen. Vraag: (Zie eerdere vraag over de GGD). Heeft de GGD daar momenteel wel de capaciteit voor? Antwoord: Voor de borging van de ketenaanpak Kansrijke Start is een programmaregisseur aangesteld die zich enkel met deze taak bezighoudt en los van de bestaande financiering van de GGD door de regiogemeente wordt gefinancierd vanuit de regionale brede SPUK-middelen. Op deze manier heeft de GGD hier de capaciteit voor. Politieke vraag PvdA (blz.19): Als (financiële) belemmeringen dit meedoen in weg staan, nemen we deze zoveel mogelijk weg. Zo onderzoeken we momenteel het oprichten van een noodhulpbureau in Venray. Vraag: Venray wil blijkbaar een eigen weg bewandelen als het gaat om het oprichten van een noodhulpbureau. Uit contacten met SUN Nederland hebben wij begrepen dat het grote bezwaar van de gemeente Venray is, dat een SUN-Noodhulpbureau een betaalde coördinatiefunctie heeft. Is het inderdaad zo dat de betaalde coördinatorfunctie het grote bezwaar is voor de gemeente Venray? Antwoord: Nee, dit is niet het geval. Dit is slechts een van de argumenten zoals aangegeven in de raadsinformatiebrief van 11 juni 2024.
Technische vraag PvdA (blz.19): Hoever staat het met het onderzoek naar een “eigen” noodhulpbureau? Welke stappen zijn al ondernomen? Antwoord: Zoals aangegeven in de raadsinformatiebrief van 11 juni 2024 zijn we binnen het Netwerk Armoede o.a. in gesprek over elkaars kernactiviteiten. Vooruitlopend op het onderwerp ‘maatwerk’ binnen het netwerk Armoede in 2025, heeft eind september 2024 met alle betrokken partners een overleg plaatsgevonden naar aanleiding van de uitkomsten en besluitvorming over het draagvlakonderzoek. Uit dit overleg is naar voren gekomen dat de bestaande regelingen, waaronder de bijzondere bijstand en het wal-en-schip-budget, tegemoetkomen aan de behoefte voor ‘noodhulp’. Over de concrete invulling hiervan worden nog verdere afspraken gemaakt. Technische en politieke vraag PvdA (blz.19): Gaat het Venrayse Noodhulpbureau hetzelfde bieden als een SUN noodhulpbureau in Venray zou kunnen bieden? Antwoord: Zie de beantwoording van de vraag hiervoor. Politieke vraag PvdA (blz.19): Als (financiële) belemmeringen dit meedoen in weg staan, nemen we deze zoveel mogelijk weg. Vraag: Gratis openbaar vervoer voor minima in de daluren. Tijdens de behandeling van de Kadernota bleek dat Venray hier (voorlopig?) niet aan deel zal nemen.
Is dit inzicht inmiddels veranderd? Zo nee, wat zijn dan de bezwaren/overwegingen van het College om dit niet te doen? Antwoord: Zoals aangegeven met de beantwoording van de artikel 38-vragen over Dal Vrij Limburg van 18 juni 2024 is het afhankelijk van de inzet van de Provincie en het proces of en wanneer deze regeling binnen de gemeente Venray van start kan gaan. Er heeft eind september 2024 overleg plaatsgevonden tussen de provincie, gemeente Venray en andere regiogemeenten. Hierin is de status van de implementatie van Dal Vrij Limburg gedeeld. De provincie heeft onder meer aangegeven dat er geen wettelijke grondslag aanwezig is om de doelgroep pro-actief te benaderen. Dit betekent dat zij, naar aanleiding hiervan, Arriva de opdracht heeft verstrekt om te komen tot een zo eenvoudig mogelijk proces. Arriva zal vanuit deze opdracht contact opnemen met de gemeenten om de mogelijkheden te bespreken. De overige uitdagingen zijn opnieuw met de Provincie gedeeld: • De provincie heeft de doelgroep niet in beeld en is afhankelijk van de gemeente. De gemeente heeft de doelgroep ook maar beperkt in beeld. 7
•
Nu een pro-actieve benadering niet mogelijk lijkt, dient een aanvraagproces gevolgd te worden. • De kosten voor (geheel of gedeeltelijke) uitvoering door de gemeente zijn voor rekening van de gemeente. • Het is niet bekend hoe andere initiatieven zich tot deze regeling verhouden en hoe daarmee om te gaan. De Provincie heeft hier nog niet inhoudelijk op gereageerd. Het inzicht over onze deelname aan Dal Vrij Limburg is dan ook nog niet gewijzigd. We verwachten in Q4 het eerste gesprek te voeren met Arriva over de mogelijkheden en uitdagingen. Technische vraag SP (blz.21): 1. Waarom moeten de Oekraïners over 9 maanden weg uit de huidige opvang? 2. 170 vluchtelingen: moet dit ook nog boven op de noodopvang? Antwoord: Het huurcontract met VvG loopt tot 1 juli 2025. Het terrein is gekocht door een ontwikkelaar en per 1 juli wil deze de gronden vrij van gebruik en opstallen geleverd krijgen. De planning is dat er in het najaar van 2025 wordt begonnen met de bouw van woningen. Aangezien de nieuwe ontwikkelaar geen belemmeringen wil voor de bouw wil deze het contract niet verlengen. Permanente woningbouw willen wij ook niet belemmeren door tijdelijke opvanglocaties. Daarom gaan we op zoek naar een nieuwe locatie. De noodopvang betreft asielzoekers. Hier gaat het om vluchtelingen uit Oekraïne.
Binnen de verdeling van de regio Noord-Limburg zou Venray ± 380 vluchtelingen moeten opvangen. Op dit moment hebben we 210 bedden. Het betreft dus een uitbreiding van de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne, boven op het bestaande aantal opvangplekken en naast de noodopvang voor asielzoekers. Politieke vraag VL (blz.21): Te lezen valt “Er is een noodzaak om te blijven focussen op innovatie en efficiëntie binnen de zorg." Welke politieke prioriteiten stelt het college om de kwaliteit van zorg te waarborgen ondanks de financiële druk en mogelijke bezuinigingen? Antwoord: Deze vraag is komen te vervallen in overleg. Technische vraag VL (blz.21): Wordt er rekening gehouden met het wegvallen van tijdelijke rijksuitkeringen? Welke financiële middelen zijn specifiek toegewezen in de begroting 2025 om de wachtlijsten voor Wmo en jeugdzorg te verminderen, en hoe worden deze middelen verdeeld over de verschillende zorginitiatieven? Antwoord: Het budget van 80.000 euro uit de begroting ten behoeve van wachtlijst jeugd is in 2024 ingezet. Er zijn geen financiële middelen specifiek toegewezen in de begroting 2025 om de wachtlijsten voor WMO en Jeugd te verminderen. Technische vraag PvdA (blz.21): Opvang Oekraïners. Per 1 juli 2025 loopt het contract voor de huidige opvanglocatie af. Hiervoor wordt vervangende woonruimte gezocht.
Vraag: Bestaat ook nog de mogelijkheid om het contract voor de huidige locatie te verlengen? Antwoord: Het huurcontract met VvG loopt tot 1 juli 2025. Het terrein is gekocht door een ontwikkelaar en per 1 juli wil deze de gronden vrij van gebruik en opstallen geleverd krijgen. De planning is dat er in het najaar van 2025 wordt begonnen met de bouw van woningen. Aangezien de nieuwe ontwikkelaar geen belemmeringen wil voor de bouw wil deze het contract niet verlengen. Hoogstens wil hij overleggen over 2 of 3 maanden extra, tijdens de procedure van de bouwaanvraag, maar dit biedt geen soelaas voor de opvang. Hoogstens wat extra ruimte in de planning voor de realisatie van een nieuwe locatie. Permanente woningbouw willen wij daarnaast ook niet belemmeren door tijdelijke opvanglocaties. Daarom gaan we op zoek naar een nieuwe locatie. Technische vraag PvdA (blz.21): Vraag: Wanneer kunnen we beleid verwachten m.b.t. anti-speculatiebeding en zelfbewoningsplicht? Antwoord: 8
Het vaststellen van beleidsregels over een antispeculatiebeding en de zelfbewoningsplicht is een collegebevoegdheid. Momenteel wordt in anterieure overeenkomsten het antispeculatiebeding en de zelfbewoningsplicht al opgenomen tot de grens van betaalbare koopwoningen. De beleidsregels worden momenteel uitgewerkt en op korte termijn zal uw raad worden geïnformeerd middels een RIB. Technische en politieke vraag CDA (blz.21): Opvang Oekraïense vluchtelingen in gemeente Venray: Per 1 juli 2025 loopt het contract voor de huidige opvanglocatie af. Hiervoor wordt vervangende woonruimte gezocht. Vraag: Wanneer verwacht het college deze vervangende woonruimte te hebben? Antwoord: Doelstelling is dat de huidige bewoners van de opvanglocatie in Venray kunnen blijven. Om de huidige locatie vrij van gebruik op te kunnen leveren moet een vervangende locatie/ locaties voor 1 juni 2025 gereed zijn. Technische en politieke vraag CDA (blz.21): Daarnaast zijn wij op zoek naar aanvullende woonruimte voor 170 vluchtelingen om te voldoen aan de gemeentelijke taakstelling. Vraag: Welke vluchtelingen worden hier bedoeld en welke gemeentelijke taakstelling wordt hier bedoeld? Antwoord: Het betreft hier vluchtelingen uit Oekraïne. De taakstelling voor de opvang van deze vluchtelingen is per veiligheidsregio verdeeld.
Binnen onze regio Limburg-Noord heeft iedere gemeente opvang geregeld, maar hebben we pas 69% van het aantal benodigde plekken (4599) gerealiseerd. Venray zou voor haar eigen opgave binnen deze regionale verdeling ongeveer 380 vluchtelingen moeten opvangen en heeft nu 210 bedden. Technische en politieke vraag GroenLinks (blz.21): In het deelprogramma 1.3 Gedrag en Houding, is er bij de indicatoren een stijging aangegeven in de verwachte trend voor de basisindicatoren ‘’aantal externe partners waarmee een gezamenlijke visie wordt gedeeld’’ en voor ‘’Gebruik e-health’’, terwijl er voor dit programma verder geen specifieke opdrachten zijn geformuleerd. Waar is de verwachte stijging op gebaseerd? Antwoord: Vanuit de al lopende aanpak “Wonen en Zorg” en “Versterken omgeving” zijn we gestart met een aantal partners om gezamenlijk te werken aan diverse beleidsdoelen. We zien dat er vanuit de externe partners een toenemende vraag is om te mogen aansluiten bij deze ontwikkelingen. Technische vraag VL (blz.22): Welke stappen worden ondernomen om te zorgen voor continue communicatie over de voortgang van projecten? Antwoord: Bij de communicatie over projecten gaan we uit van de informatiebehoefte van de inwoners. Over onze grote projecten is actuele informatie vindbaar op de website, en bij sommige projecten geven we een digitale nieuwsbrief uit.
Daarnaast zetten we onze reguliere communicatiekanalen in en soms is een aanvullende campagne noodzakelijk. We informeren ook de pers proactief, zodat we een breed publiek kunnen bereiken. We werken bovendien aan een online participatieplatform, waarbij voor alle inwoners informatie over projecten vindbaar is en waar participatie online mogelijk is. Is er in het verleden wel eens gebleken dat er onduidelijkheid of verwarring was over besluiten? Antwoord: Als we dit signaal ontvangen, zorgen we ervoor dat we helderheid scheppen. Technische vraag VL (blz.22): Hoe wordt de effectiviteit van de communicatie over (nieuwe) plannen met belanghebbende geëvalueerd? Antwoord: Bij al onze projecten staan we in nauw contact met de omgeving. Dat kunnen dorps- of wijkraden zijn, omwonenden of andere stakeholders. We halen beelden op en stemmen de communicatie af op de informatiebehoefte die er is. Als blijkt dat onze communicatie niet aansluit bij de verwachtingen, gaan wij hierover met hen in gesprek. Verbeterpunten in de communicatie nemen we ter harte. Welke verbeteringen zijn doorgevoerd op basis van feedback? Antwoord: 9
Dit is afhankelijk van het project en de situatie. Technische vraag VL (blz.22): Te lezen valt: "Onze communicatie heeft als doel om onze inwoners te informeren, inspireren, mobiliseren én activeren." Hoe zorgt het college ervoor dat de communicatiestrategie aansluit bij de verwachtingen en behoeften van de inwoners, en hoe wordt politieke verantwoording afgelegd over de effectiviteit hiervan? Antwoord: In onze communicatie zetten we offline en online communicatiekanalen in om een zo divers mogelijk publiek te bereiken. Het is lastig om de effectiviteit van onze communicatie-inzet te meten. Van onze online communicatiemiddelen kunnen we op basis van statistieken het bereik meten. Maar dat zegt nog niets over het effect. Een gedragsverandering of een directe actie is meetbaar. Maar vaak willen we kennis overbrengen, bewustwording creëren of een houding veranderen. Die communicatiedoelen bereiken we wel met de inzet van communicatie, maar zijn niet goed meetbaar. Technische vraag SP (blz.21-22): Voor dit deelprogramma zijn voor de komende jaren geen specifieke opdrachten geformuleerd. Waarom staat het dan in de begroting vermeld? Datzelfde geldt voor de deelprogramma's 1.4 en 1.5. Antwoord: In de programmabegroting vermelden wij binnen het sociaal domein niet alleen specifieke opdrachten maar ook de trends en ontwikkelingen.
Hierbij maken wij gebruik van de opbouw van de kadernota Sociaal Domein. In de kadernota Sociaal Domein staat per bouwsteen een pictogram waarin is aangegeven welke beweging wij verwachten. Dus stijging, daling of gelijk. Gedetailleerde verantwoording vindt plaats via de rapportage sociaal domein. De rapportage sociaal domein verschijnt ieder half jaar. Technische en politieke vraag CDA (blz.22): U geeft aan dat om goed te kunnen investeren in de omgeving van inwoners moeten wij en onze partners nog nadrukkelijker de boer op. Bij verbonden partijen geeft u aan dat voor dit deelprogramma geen verbonden partijen zijn die een bijdrage leveren aan dit deelprogramma. Vraag: Hoe moeten wij dit zien als u nadrukkelijker de boer op wil met onze partners en er geen verbonden partijen zijn? Antwoord: Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Bij het versterken van de omgeving wordt samengewerkt met inwoners, vrijwilligers, verenigingen en andere organisaties waarin de gemeente juist geen bestuurlijk en financieel belang heeft. Politieke vraag VVD (blz.22): Wat gaat er gebeuren als het contract inzake de huisvesting van Oekraïense vluchtelingen ophoudt. Is continuering/verlenging een optie. Antwoord: Het huurcontract met VvG loopt tot 1 juli 2025.
Het terrein is gekocht door een ontwikkelaar en per 1 juli wil deze de gronden vrij van gebruik en opstallen geleverd krijgen. De planning is dat er in het najaar van 2025 wordt begonnen met de bouw van woningen. Aangezien de nieuwe ontwikkelaar geen belemmeringen wil voor de bouw wil deze het contract niet verlengen. Permanente woningbouw willen wij ook niet belemmeren door tijdelijke opvanglocaties. Daarom gaan we op zoek naar een nieuwe locatie Technische vraag VVD (blz.24): Wat dient er nog te gebeuren bij Focus Spectrum (PD12) euro 270K begroot. Hoort dit wel bij gemeente Venray. Antwoord: Dit investeringskrediet is benodigd om extra installaties aan te schaffen om het gebouw in gebruik te kunnen nemen. Hiermee wordt de problematiek van de netcongestie voor deze casus verholpen. Deze kosten horen bij de gemeente Venray als onderdeel van de wettelijke taak op onderwijshuisvesting. Politieke vraag CDA (blz.24): In de tabel staat dat de netcongestie Nieuwbouw Focus Spectrum vanaf 2026 jaarlijks iets meer dan € 10.000 kost. De school verbruikt deze elektriciteit en hoeft daarom minder aan externe leverancier van elektriciteit te betalen. Vraag: Hoe denkt u over het in rekening brengen van de 10
kosten voor via de netcongestie geleverde elektriciteit aan de school als gebruiker van het gebouw? Antwoord: Deze kosten betreffen de kapitaalslasten en niet de kosten aan elektriciteit. Deze kapitaalslasten dekken de investering in een opslagsysteem van elektriciteit ten behoeve van het verantwoord in gebruik kunnen nemen van het gebouw. Het betreft dus kosten die horen bij onderwijshuisvesting waarvoor gemeente wettelijk aan de lat staat. Alle kosten aan elektriciteit en de opslagsystemen (waaronder onderhoud/vervanging) in de gebruiksfase zijn voor rekening van de gebruikers. Technische vraag CDA (blz.24): Voor de Netcongestie is € 270.000 opgenomen zoals door de raad is besloten. Vraag: Is er al zicht of het schoolgebouw aan het reguliere netwerk kan worden aangesloten? Antwoord: Nee, er is nog geen duidelijkheid door de netbeheerder te geven. Technische vraag CDA (blz.24): In 2025 wordt er 270.000 euro begroot voor netcongestie nieuwbouw Focus Spectrum, als investering. Vanaf 2026 zijn er exploitatiekosten, waaraan worden de exploitatiekosten besteed en tot wanneer lopen deze? Antwoord: De exploitatiekosten betreffen de kapitaalslasten ter dekking van de investering. Deze investering wordt in 40 jaar afgeschreven en loopt daarmee (afnemend) af in 2065.
Technische vraag SP (blz.24): Ik meen dat maatschappelijke doelen geen last zouden hebben van de netcongestie en gewoon op het net aangesloten konden worden? Is dit veranderd? Antwoord: Tot op heden heeft ook maatschappelijk vastgoed te maken met de problematiek van de netcongestie. Wel is Enexis per 1 oktober 2024 gestart met het maatschappelijk prioriteren. Aanvragers die binnen bepaalde maatschappelijke kaders vallen kunnen voorrang krijgen op de wachtlijst voor transportcapaciteit. Maatschappelijk prioriteren heeft pas effect op het moment dat er transportcapaciteit te verdelen is. Wanneer een aanvrager bovenaan de wachtlijst staat, betekent dit niet dat er direct capaciteit beschikbaar is. Het probleem van te weinig capaciteit op het elektriciteitsnet blijft bestaan. Dit betekent dat het nog steeds jaren kan duren voordat een aanvrager in aanmerking komt voor transportcapaciteit. Helaas is daarmee nog niet duidelijk over wanneer de vereiste capaciteit wel verkregen kan worden. Het schoolbestuur heeft als bouwheer wel de aanvraag al ingestuurd.
Programma 2 Wonen Politieke vraag VL (blz.25): Volgens VL lijkt het erop dat er minder lasten en minder middelen voor Duurzaamheid beschikbaar te zijn ten opzichte van vorige jaren. Klopt dat? Verder richt dit college zich op een gezonde leefomgeving en een duurzame toekomst (met het behalen van de gestelde doelen). Mocht onze observatie kloppen: hoe kan het dat er minder middelen beschikbaar zijn, heeft Duurzaamheid een lagere prioriteit gekregen? Antwoord: De rijkssubsidie ‘tijdelijke regeling CDOKE’ benutten we zo goed mogelijk en daarmee kunnen we toe met minder eigen middelen. Deze keuze is gemaakt mede vanuit het oogpunt van het komende ravijnjaar. Verder vindt er later nog een overheveling plaats van rijkssubsidies voor regelingen (energiearmoede, CDOKE) die doorlopen in 2025. Ook zal in 2025 ws de rijkssubsidie Lokale Aanpak Isolatie (LAI) worden toegevoegd aan de begroting. Duurzaamheid heeft geen lagere prioriteit gekregen. Er wordt vooral gebruik gemaakt van inkomende subsidies om de taken uit te voeren. Technische vraag CDA (blz.26): Er is beleid vastgesteld voor de huisvesting voor internationale werknemers. Zijn er op dit moment concrete initiatieven en zo ja voor hoeveel mensen is dit. Antwoord: 11
Er zitten momenteel 9 initiatieven in de “pijpleiding”. Dit zijn nog zachte plannen. Deze dienen nog door initiatiefnemer uitgewerkt te worden en/of dialogen voor opgestart te worden. Afhankelijk daarvan weten we ook meer over het aantal plekken. Politieke vraag VVD (blz.26): Wat willen we bereiken -> hoe gaat college meer regie op woningbouw krijgen. Daadwerkelijke acties, nieuwe stappen (zie blz. 27 waar reeds bestaande acties zijn benoemd). Antwoord: Een van de acties die uitgevoerd zijn is bijvoorbeeld het vestigen van het voorkeursrecht. Op deze wijze neemt de gemeente meer regie in woningbouwplannen. Het is voorstelbaar dat hier in de toekomst meer gebruik van wordt gemaakt. Daarnaast wordt met het Regieteam Wonen bekeken welke projecten er mogelijk versnelt kunnen worden door naar interne processen te kijken en eventuele knelpunten binnen projecten te ontdekken. Politieke vraag VL (blz.26): Te lezen valt: "De Omgevingswet raakt nagenoeg alle (beleids)onderdelen in het fysieke domein." Welke stappen worden er gezet rondom de implementatie van de Omgevingswet om deze soepel te laten verlopen en om weerstand vanuit de gemeenschap te minimaliseren? Antwoord: De implementatie van de Omgevingswet is een transitieproces dat meerdere jaren in beslag neemt (verwachting tot en met 2030).
In 2023 is een procesplan 2.0 vastgesteld, waarin deze transitie langs 3 sporen wordt vormgegeven nl: 1. Inhoud en instrumentarium (o.a. omgevingsvisie en omgevingsplan) 2. Processen, monitoring en digitalisering 3. Cultuur en veranderopgave (anders werken) Voorlopig blijven we de implementatie van de omgevingswet langs deze sporen uitvoeren. Over de planning en voortgang wordt via de reguliere P&C-cyclus gerapporteerd. We ervaren momenteel geen weerstand vanuit de gemeenschap aangaande de implementatie van de Omgevingswet. Wel ontvangen we signalen dat de nieuwe regels en procedures soms moeilijk te begrijpen zijn. Ook het indienen van aanvragen voor vergunningen via het omgevingsloket kan als ingewikkeld worden ervaren. Dit proberen we te vergemakkelijken door een goede uitleg en ondersteuning, o.a. via het Klantcontactcentrum, onze gemeentelijke website en het inrichten van een EHBO-team (eerste hulp bij Omgevingswet). Technische vraag VL (blz.27): In de MTR stond dat het opstellen van een huisvestingsverordening is komen te vervallen en is opgepakt binnen een andere opdracht.
In de programmabegroting staat: ”De doorstroom wordt gestimuleerd door het inzetten van de doelgroepenverordening, de huisvestingsverordening (die wordt opgeleverd in Q1 2025) ...” en “in 2023 is gestart met het opstellen van een regionale huisvestingsverordening” Wat is er komen te vervallen? Kan dit verder uitgelegd worden? Antwoord: Per abuis is vermeld dat de huisvestingsverordening is komen te vervallen en wordt opgepakt in een andere opdracht. Momenteel wordt nog steeds (regionaal) gewerkt aan het opstellen van de huisvestingsverordening. Hierover zijn de 8 Noord-Limburgse gemeenten samen met de woningcorporaties in Noord-Limburg in gesprek. Het streven blijft om uw raad de verordening in Q1 of Q2 ter vaststelling aan te bieden. Echter zijn we hierin ook afhankelijk van de andere gemeenten en corporaties. Door het uitvallen van de regionale projectleider heeft het proces enige vertraging opgelopen.
Politieke vraag VL (blz.27): Te lezen valt: “We zetten stappen vooruit om onze woon- en leefomgeving duurzamer, veiliger en gezonder te maken." Hoe worden duurzaamheid en milieudoelstellingen politiek gemotiveerd en geïntegreerd in de gemeentelijke beleidsplannen (in welke visies, plannen, beleid etc.wordt dit momenteel geborgd en wat staat er nog op de planning?) en hoe worden inwoners betrokken in deze processen en stappen? Antwoord: In de Omgevingsvisie zijn de hoofddoelen en ambities van duurzaamheid opgenomen. Deze zijn verder uitgewerkt in het Omgevingsprogramma Venray Vergroent (ofwel duurzaamheid). Dit omgevingsprogramma omvat: de Energiestrategie inclusief KODE, de Transitievisie warmte en het uitvoeringsprogramma warmte en besparen, de visie Klimaatadaptatie met uitvoeringsprogramma en de visie Circulaire Economie met plan van aanpak voor de uitvoering. 12
Ook in de andere omgevingsprogramma’s die er zijn en worden ontwikkeld wordt de link met duurzaamheid gelegd, zoals in de aankomende omgevingsprogramma’s Economie (circulariteit) en Mobiliteit. In de prestatieafspraken met Wonen Limburg is duurzaamheid een hoofdstuk. De meeste beleidsdocumenten zijn recent opgesteld en we zitten vooral in de fase van uitvoering van de plannen en projecten. Er is een communicatieplan en steeds meer inzet op communicatie en participatie daar we voor de realisatie onze inwoners en bedrijven nodig hebben. Daar gaat de verandering plaatsvinden. Technische vraag VL (blz.27): Hoeveel betaalbare woningen zijn er specifiek gepland in 2025 binnen de doelstelling van het omgevingsprogramma wonen?” Wat is de gedetailleerde budgetallocatie voor betaalbare woningbouw Antwoord: De verwachting is dat in 2025 ongeveer 170 woningen worden toegevoegd. De betaalbaarheidsgrens ligt op €390.000.- en onder de €1157.- huur. De verwachting is dat in 2025 81 betaalbare koopwoningen worden opgeleverd en 51 huurwoningen onder de betaalbaarheidsgrens. Vanuit de gemeente wordt geen budgetten toegekend aan woningbouwplannen in de kernen, aangezien een veelvoud aan plannen van particuliere of ontwikkelaars afkomen. Politieke vraag CDA (blz.27): Bij het omgevingsprogramma wonen geeft u aan dat u in 2025 het Omgevingsprogramma wilt herijken/actualiseren.
Daarvoor wilt u eerst de woonbehoefte opnieuw onderzoeken (Q4) De rekenkamer vindt dit niet nodig. Vraag: Wat is nu het standpunt van het college? Antwoord: Het standpunt van het College betreft dat een kwalitatief en kwantitatief woningbehoefteonderzoek plaatsvindt. Temeer omdat het een te eenvoudige conclusie is om geen onderzoek uit te voeren. Het woningbehoefteonderzoek is de basis voor beleid en voor ruimtelijke plannen. Het vorige onderzoek komt uit 2021 en geeft met de veranderende marktomstandigheden en oplopende wachttijden onvoldoende inzicht in de behoeftes voor Venray, de individuele kernen, de verschillende doelgroepen en prijscategorieën. Ten opzichte van 2021 is de wereld en markt veranderd. De verwachting is dat er een gestegen behoefte is aan woningen. Wanneer de gemeente Venray blijft werken met het onderzoek uit 2021, betekent dit dat nieuwe plannen die binnenkomen niet meer te onderbouwen zijn op basis van behoefte en hiermee een risico in de ruimtelijke onderbouwing ontstaat. Tot slot is in de Omgevingsverordening Limburg de verplichting van een actueel kwalitatief en kwantitatief woonbehoeftenonderzoek opgenomen: “Een actueel onderzoek betreft een onderzoek waarvan de resultaten bij voorkeur niet ouder zijn dan 2 jaar, doch in het uiterste geval niet ouder zijn dan 4 jaar”.
Conclusie is daarom wat het College betreft dat een nieuw onderzoek noodzakelijk is, juist om hetgeen iedereen weet te bevestigen met gegevens en cijfers. Technische vraag SP (blz.26): Verbonden partijen: Brabander - Aan den Heuvel. Hoe moeten we dit duiden? Antwoord: Deze tekst had er niet in mogen staan, er is geen verbonden partij meer sinds het project Aan den Heuvel bij de jaarrekening 2023 is afgesloten. Politieke vraag SP (blz.26): Kosten huisvesting internationale werknemers: Kunnen we deze kosten volledig doorberekenen aan de werkgevers? Antwoord: Werkgevers/ inleners betalen de ruimte die zij huren voor het verblijf van een (internationale) werknemer aan de verhuurder. Het initiatief om huisvestingslocaties te realiseren ligt bij de markt. De gemeente is hierin faciliterend van initiatief tot vergunning. Technische vraag SP (blz.27): Hoeveel woningen met een EFG-label zijn er nog in de gemeente? Is daar zicht op? Antwoord: Voor het nationaal isolatieprogramma hebben we 7224 woningen in kaart gebracht, waar we vanuit gaan dat deze slecht geïsoleerd zijn. Dit zijn grondgebonden woningen van eigenaarbewoner. Deze worden in 2025 aangeschreven om mee te doen met de isolatie plannen van de gemeente. Grotendeels gesubsidieerd. Via EP-Online de geregistreerde labels te vinden. Maar merendeel is nog niet bepaald en dus niet geregistreerd. Er zijn rekenmodellen die getallen 13
kunnen simuleren. Maar geen van alles is betrouwbaar. Uitgaande dat 65% nog een slecht label heeft. Technische vraag SP (blz.27): Welke mogelijkheden zijn er om externe partners te pushen om leegstaande panden te herbestemmen voor woningen? Antwoord: In bijvoorbeeld de Samenwerkingsafspraken met Wonen Limburg hebben we de afspraak gemaakt om dit blijvend onder de aandacht te hebben en houden. Wanneer er leegstaande panden zijn, wordt in gezamenlijkheid bekeken of woningbouw voorstelbaar is. Daarnaast kan middels de Leegstandswet de gebouwen tijdelijk worden verhuurd. Uiteindelijk blijft de externe partner eigenaar van het pand en is het aan deze partner om een beslissing te nemen. Uiteraard doet het College haar uiterste best om in deze tijd naar mogelijkheden te kijken waar een woonbestemming passend is. Technische vraag SP (blz.27): Wanneer gaat de zelfbewoningsplicht in? Antwoord: Het vaststellen van beleidsregels over een antispeculatiebeding en de zelfbewoningsplicht is een collegebevoegdheid. Momenteel wordt in anterieure overeenkomsten het antispeculatiebeding en de zelfbewoningsplicht al opgenomen tot de grens van betaalbare koopwoningen. De beleidsregels worden momenteel uitgewerkt en op korte termijn zal uw raad worden geïnformeerd middels een RIB.
Technische vraag CDA (blz.28): Er is te lezen dat professionele inzamelaars in de toekomt niet meer papier te willen inzamelen met vrijwilligers. Heeft van Munster aangegeven dat vanaf 2028 geen papier meer wil inzamelen met vrijwilligers? Is het definitief dat vanaf 2028 er niet meer met vrijwilligers wordt ingezameld? Antwoord: Dit is nog niet definitief maar wel hoogstwaarschijnlijk. Van Munster heeft aangegeven dat zij in de toekomst toe willen naar een inzameling zonder verenigingen. Het is nog onduidelijk per wanneer. Landelijk zien we hier een trend, ook andere professionele inzamelaars schrijven niet meer in op aanbestedingen waar de inzameling van oud papier met verenigingen gedaan wordt. Technische vraag SP (blz.28): Als vóór 1 januari '26 duidelijk moet zijn of de 2e verlenging ingaat, is het dan niet erg laat om pas eind 2025 te evalueren met verenigingen? Antwoord: De (huidige) eerste verlenging loopt nog tot 1 januari 2027. Wat we voor 1 januari 2026 vooral moeten vaststellen samen is of de verenigingen nog twee jaar door kunnen gaan met de inzameling op dezelfde manier na 2026. Het betreft dus geen uitgebreide evaluatie. De vraag is dan met name of er nog genoeg vrijwilligers beschikbaar zijn voor 2027 en 2028. Als we dit in het najaar van 2025 inventariseren, weten we voldoende om het gesprek met Van Munster aan te gaan.
Omdat verlenging niet eenzijdig is, moeten zij ook na 2026 nog twee jaar door willen gaan. Als er geen tweede verlenging komt, hebben we het jaar 2026 nog om een nieuwe inzamelaar te vinden per 1 januari 2027. Politieke vraag SP (blz.28, 29): Er komt weinig informatie over dit dossier naar buiten, terwijl de datum waarop een besluit genomen gaat worden steeds dichterbij komt. Is het niet tijd om de betrokkenheid van de inwoners te vergroten en bijv. een infopunt of een nieuwsbrief o.i.d. te starten waar men informatie kan lezen over de stand van zaken e.d.? Antwoord: De relevante ontwikkelingen rondom dit proces worden door Defensie gepubliceerd en met betrokken regio's besproken. De gemeente informeert de Raad, inwoners en abonnees van de nieuwsbrief Vliegbasis De Peel via de genoemde nieuwsbrief. Hierbij hanteren wij als gemeente het uitgangspunt dat een nieuwsbrief wordt uitgebracht als er daadwerkelijk relevant nieuws is te melden. Iedereen kan zich aanmelden voor de nieuwsbrief. Naast de nieuwsbrief informeren wij geregeld dorps en wijkraden en enkele actieve werkgroepen binnen de ontwikkelingen rondom vliegbasis De Peel. De basisinformatie over de ontwikkelingen zijn via de website van de gemeente te raadplegen, zo ook de verwijzing naar een mailadres om vragen te stellen. 14
I.v.m. de complexiteit van de afweging op welke basis in Nederland meer of opnieuw gevlogen gaat worden met de f35, zal op dat specifieke punt niet eerder duidelijkheid komen dan in Q1 2025. Politieke vraag SP (blz.29): ‘Wanneer handhaving nodig is, moet dit stevig en consequent gebeuren’. Wordt vaak gezegd, maar mensen zien het niet (bijv. fietsen door winkelstraat, niet bijhouden heggen etc, zodat begroeiing over openbare weg groeit). Hoe vaak wordt er melding gedaan, en hoe vaak wordt er gehandhaafd? Antwoord: Toezicht en handhaving wordt structureel uitgevoerd op basis van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma waarin de prioriteiten van handhaving zijn opgenomen. Daarnaast wordt gereageerd op meldingen die worden gedaan. Dagelijks komen er veel meldingen binnen die betrekking hebben op de openbare ruimte. Dit loopt uiteen van hondenpoep, geluidsoverlast van de buren tot overhangend groen en parkeeroverlast. Op basis van de meldingen wordt per wijk beoordeeld waar de handhaving op wordt ingezet. Ook wordt er meer projectmatig handhaving in gezet. Hierbij worden afspraken gemaakt of een overtreder een waarschuwing of gelijk een verbaal krijgt.
Technische vraag GroenLinks (blz.29): Subsidie vanuit rijk: Voor voortzetting en stimuleren van burgerinitiatieven met betrekking tot het zwerfafval wordt genoemd dat er structurele rijkssubsidie is waarmee het programma rondom zwerfafval kan blijven worden uitgevoerd. Hoeveel is die subsidie, onder welke noemer ontvangt de gemeente die van het rijk, en wat wordt hier binnen de gemeente mee gedaan? Antwoord: De jaarlijkse subsidie bedraagt ± € 108.000. Dit geld wordt onder de noemer ‘SUP-gelden’ ontvangen. Deze gelden zijn bedoeld voor het opruimen en verwerken van zwerfafval, maar ook voor bewustmakingsmaatregelen. De SUP-gelden zullen dan ook worden ingezet voor activiteiten ter preventie, voorlichting en ondersteuning van vrijwilligers bij het opruimen van zwerfafval. Een deel van de SUP- gelden zal worden ingezet voor maatregelen ter vermindering van huishoudelijk afval (uitvoeringsprogramma Grondstoffenbeleidsplan). Technische vraag VL (blz.29): Hier valt te lezen dat er meer ruimte gemaakt wordt voor groen, beweging en ontmoeting in de woonomgeving. Hoe verhoudt dat zich tot de motie gezonde buurten? Antwoord: Een groene woonomgeving draagt bij aan preventieve gezondheid. Een groene woonomgeving vangt fijnstof af, verkoelt tijdens warme zomerdagen en nodigt uit om te bewegen, sporten en ontmoeten.
We volgen het proces van het versterken van de omgeving, waarin we naar de omgeving kijken vanuit het sociaal en ruimtelijk domein. Eind 2024 maken we een analyse van wat we zien en waar een behoefte aan is. In 2025 brengen we in kaart wat we al doen en waar er nog kansen liggen. We nemen daarin een eventuele behoefte aan groen, beweging en ontmoeting in de woonomgeving én de motie Gezonde Buurten mee. Tot die tijd blijven bestaande ontwikkelingen doorlopen en gaan we op zoek naar (nog) niet verstedelijkte en verharde gebieden tussen de bestaande bebouwing die groen kunnen worden ingericht. Daarnaast wordt via Steenbreek (een beproeft concept in Nederland) gezocht naar ‘overtollige’ verharding die verwijderd kan worden om plaats te maken voor planten. Technische en politieke vraag VVD (blz.29): Kunnen de kosten voor de afvalcoaches inzichtelijk worden gemaakt. En Kan daar een opbrengst (in welke vorm dan ook) tegenover gezet worden. Antwoord: De kosten voor de afvalcoach pilot (0.6 FTE) bedragen rond de €42.000 voor het jaar 2024, welke ten laste komen van de afvalbegroting. €15.000 hiervan is door Verpact vergoed. De afvalcoach is een communicatie- en preventiemiddel. We zien een besparing in de begroting als het gaat om afkeur van grondstoffen bij de verwerker, want afkeur doet zich niet (meer) voor.
De opbrengst van de afvalcoach zit ‘m met name in de waardevolle inzichten die gesprekken met inwoners opleveren voor het maken van beleid, het persoonlijke contact en maatwerk dat we inwoners met de afvalcoach kunnen bieden. Niet alle inwoners volgen immers de reguliere communicatiekanalen van de gemeente. De afvalcoach vormt de voelsprieten van de gemeente en een verbindende schakel alvorens over te gaan op handhaving. In die zin bespaart de afvalcoach ook op inzet vanuit handhaving. Tijdens de inwonerspeiling van 2023 geeft 1 op de 10 huishoudens in de laagbouw en 1 op de 4 in de hoogbouw aan dat ze behoefte hebben aan 15
een afvalcoach. Met de kosten die we maken voor de afvalcoach vervullen we dus ook een behoefte van de inwoners. Politieke vraag SP (blz.29, 31): Hoe maakt Venray zich hard voor een verbetering van de RUD en per wanneer? En hoe zal dit vorm gegeven worden in de overgangsfase? Antwoord: Venray is voorstander van het omvormen tot een robuuste omgevingsdienst. In bestuurlijke gesprekken binnen de GR draagt het bestuur van Venray dit standpunt uit en stuurt aan op een goede besluitvorming om met alle deelnemers van de GR (15 gemeenten en de provincie) de omvorming tot de robuuste omgevingsdienst snel op te pakken. De robuuste omgevingsdienst moet per april 2026 zijn gerealiseerd. Tijdens de overgangsfase brengt Venray actief kennis in de projectorganisatie om de nieuwe omgevingsdienst te vormen. De basis capaciteit van de huidige netwerk RUD blijft zich inzetten voor het reguliere werk. Technische en politieke vraag VVD (blz.30): Wat wordt bedoeld met integraal veiligheidsbeleid en wat willen we daar mee bereiken. Antwoord: Op basis van artikel 38b van de Politiewet stelt de gemeenteraad ten minste eenmaal per vier jaar de doelen vast, die de gemeente op het terrein van de veiligheid nastreeft door de handhaving van de openbare orde en de hulpverlening door de politie.
Met deze wettelijke bepaling beoogt de wetgever om gemeenteraden in positie te brengen als het om de lokale prioritering van veiligheidsvraagstukken gaat. Met het uitwerken en vaststellen van een integraal veiligheidsbeleid wordt hieraan invulling gegeven. In de lijn van bovenstaande bevat een integraal veiligheidsbeleid ambities en doelstellingen. Daarnaast wordt er op basis van de landelijke veiligheidsagenda, het meerjarig beleidsplan van de politie-eenheid Limburg, het collegeprogramma en het actuele lokale veiligheidsbeeld een voorstel voor prioritering van de belangrijkste veiligheidsopgaven voor de komende jaren bepaald. Nu leert de praktijk dat het veiligheidsdomein dynamisch is en zich lastig laat ‘vangen’ in een vierjarig beleidskader. In de afgelopen jaren hebben we dit min of meer ondervangen door de ambitie en prioriteiten jaarlijks via de begroting aan uw raad voor te leggen. Het is vooralsnog zoeken naar een manier die recht doet aan de kaderstellende rol van de gemeenteraad, echter die ook aansluit bij hetgeen er op het gebied van veiligheid speelt en leeft in de gemeente Venray. In 2025 wordt dit verder opgepakt. De planning is helaas een aantal keren verschoven. Dit doordat er veel ander werk lag dat om beleidsvoorbereiding vroeg binnen het openbare orde domein.
Technische vraag GroenLinks (blz.31): In het Omgevingsprogramma landelijk gebied is volgens het Collegeprogramma een herziening van de geurverordening voorzien in de periode 2023/2024. Hoe staat het met de ontwikkeling van de nieuwe geurverordening? Hierover staat niets in de begroting. Antwoord: De evaluatie en actualisatie van het gemeentelijk geurbeleid wordt uitgevoerd in de periode 2024 -2025, zoals ook in de raadwerkgroep is besproken. Het adviesbureau Poederoyen Tonnaer is op dit moment bezig met de evaluatie van het vigerende beleid. Bij het omzetten van het vergunningenbestand Web-BVB naar het nieuwe vergunningenbestand zijn er fouten opgetreden. Om met een goed bronnenbestand te kunnen werken zijn alle locaties nagelopen. De evaluatie zal begin 2025 afgerond zijn, waarna de stap voor actualisatie van het beleid volgt. Technische en politieke vraag VVD (blz.33): We lezen dat de PM10 sensoren niet hebben gefunctioneerd/geen betrouwbare info hebben gegeven. Wat heeft dit gekost. Hoe en waarom gaan we hier mee verder n(geeft dit dan ook weer kosten). Antwoord: In het project grenzeloos meten zijn we de mogelijkheden aan het verkennen van een regionaal meetnetwerk luchtkwaliteit en de meerwaarde van een dergelijk meetnetwerk. Onder de meerwaarde wordt ook het mogelijke handelingsperspectief bekeken voor inwoners, ondernemers en overheid.
Het project wordt in 2024 afgerond en op het symposium van 2 december worden deze uitkomsten gedeeld. Bij de aanvang van het project is op advies van Omgevingsdienst Zuid-Limburg, Fontys en Connecting Agri and Food gekozen voor deze fijnstof sensoren, waarvan we vooraf wisten dat de toen beschikbare PM10sensoren allemaal hun eigen voor- en nadelen hadden. Er is toen gekozen voor de deze sensor. Uit de tussenresultaten bleek de gevoeligheid van de gebruikte sensor bij hoge luchtvochtigheid. De sensor meet dat vochtdeeltjes als fijnstofdeeltjes. Of we in grenzeloos meten 2.0 met eenzelfde sensor of andere 16
sensor gaan werken is nog niet bekend. Binnen het project grenzeloos meten 1.0 werken de gemeenten Horst a/d Maas, Peel en Maas en Venray samen met de provincie Limburg en valt onder de investeringsagenda. Daarnaast is het project ingediend als IBP-project, waar de bijdrage vanuit de investeringsagenda is gebruikt als cofinanciering. De 39 gebruikte PM10 sensoren hebben in het project grenzeloos meten €3900,- gekost voor de drie gemeenten. Technische en politieke vraag VVD (blz.33): Één van de grote opgaven zal die op het platteland zijn de komende periode. Plattelandsontwikkeling: Hier zien we dat er 900K voor uit wordt getrokken. Is dit bedrag voldoende om deze grote opgave aan te pakken, verwachten we gelden van de overheid extra om deze opgave vorm te geven? Hoe liggen de verhoudingen in uitgaven op: Meten, Onderzoek Opstellen van handelingskader, en uitvoering van omgevingsprgramma uitvoering LG fase 2? Antwoord: De grote opgaven in het landelijk gebied worden groten deels uitgevoerd door het rijk, provincie en waterschappen. Dit geldt zowel voor de uitvoeringskosten als voor de beleidsontwikkeling. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de beëindigingsregeling landbouwlocaties. Voor de uitvoering van deze regeling ontvangen de gemeenten een bijdrage. Deze bijdrage wordt ingezet om de uitvoering te kunnen organiseren.