CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

B1.3 - Ontwerp-Motivering TAM-omgevingsplan Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen (V5) (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 14 april 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen18.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

compenserende maatregelen bij voorkeur in de nabijheid van de ontwikkeling vereist is. Hier vindt immers zijn mogelijk op het gebied van natuur en landschap, Ook combinaties van verschillende maatregelen zijn mogelijk. de

verstoring plaats. Compenserende mogelijkheden cultuurhistorie, recreatie en sloop/herstructurering.

Het

onderhavige

veehouderijen. Op Eijkenhofweg 3 akkerbouwbedrijf voortgezet op Eijkenhofweg 5 wordt een loonwerk- en met een maximum grondverzetbedrijf mogelijk gemaakt, bebouwingsoppervlak van 1.000 m?. Er vindt van aanzienlijke sloop bedrijfsgebouwen plaats, waarbij de agrarische erven opnieuw ruimtelijk en worden ingepast. In dit geval is dus sprake van een combinatie van compenserende maatregelen, landschappelijk wordt

het

initiatief betreft

het

saneren

van

bestaande

een

tweetal intensieve en

23 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

zowel

frisee blik op advies

gebied van landschappelijke inpassing als sloop/herstructurering van de erven, in de directe omgeving plangebied. Daarnaast wordt aangesloten bij het punt ‘hergebruik van vrijkomende agrarische en is nieuwvestiging van een (kleinschalig) niet-agrarisch bedrijf passend op deze locatie. Deze bebouwing’ activiteiten sluiten aan bij de uitgangspunten van het gemeentelijk kwaliteitsmenu en de Omgevingsvisie. op

het

van

het

uitbreiding van solitaire bedrijvigheid. Het provinciale en gemeentelijke beleid is erop gericht om nieuwe bedrijfslocaties in het buitengebied te voorkomen. Een uitzondering is mogelijk voor (kleinschalige) bedrijven die zich vestigen in voormalige agrarische bebouwing. Daarnaast wordt bedrijvigheid toegestaan afhankelijk van aard (maximaal milieucategorie 2) en omvang. Bestaande bedrijven in het buitengebied die niet gebieds-eigen zijn (overige niet-agrarische bedrijven) hebben geen ontwikkelingsruimte binnen het bestemmingsplan. Daarnaast

gaat het beleid

in op

nieuwvestiging

en

Conclusie Structuurvisie

Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkelingen onderhavige locatie is sprake van hergebruik van een voormalige agrarische bedrijfslocatie, waar zich nu een kleinschalig niet-agrarisch bedrijf vestigt, in de vorm van een landbouwverwant bedrijf. Zoals reeds genoemd wordt met onderhavig initiatief de locatie landschappelijk ingepast en vindt er aanzienlijke sloop plaats van gebouwen. Als gevolg hiervan worden de erven heringericht. Al deze aspecten dragen bij aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit ter plaatse. Voor landbouwverwante bedrijven geldt verder geen aanvullende bijdrage. Door deze maatregelen draagt het initiatief zowel bij aan het behoud van ruimtelijke kwaliteit als aan een functionele, duurzame bedrijfsvoering, volledig in lijn met de beleidsuitgangspunten van Venray. In

24 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

Aspecten fysieke leefomgeving

4.

kader

milieu

ruimtelijke procedure dient voor diverse milieu- en omgevingsaspecten te worden aangetoond dat de ontwikkeling uitvoerbaar is en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de directe omgeving en de beoogde ontwikkeling In

het

en

frisee blik op advies

van

een

zelf.

In dit hoofdstuk

noodzakelijk toelichting.

wordt

de

voor

beoogde ontwikkeling nader ingegaan op de verschillende aspecten; indien uitgevoerd. De betreffende rapportages maken als bijlage deel uit van deze

is aanvullend onderzoek

4.1.

Milieuzonering

Het

niet

door

begrip ‘inrichting! uit de Wet milieubeheer bestaat onder de Omgevingswet regels voor milieubelastende activiteiten. Een ‘milieubelastende activiteit' gevolgen voor het milieu kan veroorzaken.

is

Inhoudelijk zijn

deze

is vervangen die

activiteit

nadelige

systematiek gewijzigd. De rijksregels voor milieubelastende leefomgeving (Bal), hoofdstuk 3. Voor activiteiten die niet in hoofdstuk 3 van het Bal zijn aangewezen, kan een gemeente regels opnemen in het omgevingsplan. In hoofdstuk 22.3 van de bruidsschat omgevingsplan van de gemeente Venray zijn regels opgenomen met betrekking tot milieubelastende activiteiten in relatie tot geluid en geur. De algemene zorgplicht (artikel 1.7) en het algemene verbod (artikel 1.7a) uit de Omgevingswet zijn altijd van toepassing. activiteiten

in

het

Besluit

wel is de

activiteiten

systematiek wordt de toelating van activiteiten niet meer gekoppeld aan een bij de regels van bedrijfsactiviteiten met milieucategorieën. De omgevingswet biedt meer mogelijkheden om maatwerk te bieden en een lokale afweging te maken, per locatie en per activiteit. Hierbij wordt getoetst aan milieuwaarden in het omgevingsplan. De VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' past daarmee niet meer binnen de integrale toepassing van de Omgevingswet. De uitgave wordt vervangen door de nieuwe VNG‘Activiteiten en van handreiking milieuzonering’ (voorjaar 2024). In

de

er

staan

weinig veranderingen,

meer;

een

nieuwe

behorende

Staat

Door

gebruikmaken

het

doelmatiger met de ongeacht of die activiteit die afstand maar een concrete waarde per activiteit met daarbij een zo reëel mogelijk ruimtebeslag. Bij milieuzonering gaat het om de milieuthema's die afstand gerelateerd zijn en niet op een ander wijze zijn gereguleerd. Afstand gerelateerd wil zeggen dat de milieubelasting afneemt bij grotere afstand, zoals bij geluid en geur. beschikbare

milieuwaarden

van

ruimte omgegaan. wel nodig heeft,

met

een

in

plaats

vaste

van

richtafstanden

richtafstand

voor

wordt

veel

iedere activiteit,

zogenaamd serviceproduct gepubliceerd, als hulpmiddel naast de VNG-uitgave die in het gepubliceerd. Het bestaat uit een toelichting (Servicedocument) met in de bijlage een tabel (Bijlage |, tabel-richtafstanden). De tabel dient als indicatie, en is niet bedoeld om te worden opgenomen in het omgevingsplan of een beleidsregel bij het omgevingsplan of andere regelgeving. Met dit hulpmiddel kan beter worden ingeschat of een activiteit voor wat betreft de benodigde gebruiksruimte voor geluid en geur in een bepaald gebied inpasbaar is. De

VNG

voorjaar

heeft

Niet

van

een

2024 wordt

Bedrijven

kunnen

hinder

voldoende

afstand

aan

Milieuzonering zorgt tot

milieubelastende

opleveren houden.

te

een

hangen

rustige woonwijk

bij de

activiteiten.

aanvaardbare voorwaarden

De richtafstanden

dat

ervoor

en

in

voor

Wat

een

gevoelige functies,

voldoende bouw

Zo worden

van

nieuwe

hinder

gebied vestigen

zoals

afstand is, is

en

en

woningen.

afhankelijk

van

Daarom

is

de

van

aard

het de

belangrijk om bedrijvigheid.

woningen voldoende afstand in acht wordt genomen gevaar

activiteiten

voorkomen

(blijven)

en

kunnen

bedrijven

zich

binnen

uitoefenen.

met de gebiedskenmerken. De VNG hanteert twee omgevingstypen, namelijk: gemengd gebied. In een rustige woonwijk wordt functiescheiding nagestreefd.

samen een

25 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

Tussen

milieuhinder

gevoelige

functies

en

bedrijven

dient de

minimaal

houden

te

aan

‘richtafstand'

frisee blik op advies in acht te

worden genomen. In

geval van een gemengd gebied, waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd voor het milieuaspect ‘geluid’. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij zone 1 wordt O meter, 30 meter van zone 2 wordt 10 meter van zone 1, etc.). Geluid De

geluidruimte

grens

van

in

de locatie

een

zone

waar

In onderstaande tabel staan Tabel 4.1.1

wordt

vastgelegd

met

geluidwaarden

per

activiteit op

een

vaste

afstand

van

de

de activiteit wordt verricht. de richtafstanden per

richtafstanden geluid milieuzonering (FM

=

zone

geschikt

uit de VNG-brochure weergegeven. voor

functiemenging,

IT

=

industrieterrein)

Zone

Rustige woonwijk

Gemengd gebied

FM

10

0

1

30

10

2

50

30

3

100

50

4

200

100

IT

300

200

Geur Voor geur is in deze

regeling het onderscheid tussen een rustige woonwijk en gemengd gebied van ondergeschikt belang geacht: in beide gebieden dient geurhinder te worden voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau te worden beperkt. Voor de afstand tot de woonomgeving van zones 2 en 3 wordt daarom geen onderscheid gemaakt tussen een rustige woonwijk en gemengd gebied. In onderstaande tabel staan Tabel 4.1.2

de richtafstanden per

richtafstanden geur milieuzonering (FM

=

zone

uit de VNG-brochure weergegeven.

geschikt voor functiemenging,

IT =

industrieterrein)

Zone

Rustige woonwijk

Gemengd gebied

FM

10

0

1

30

30

2

50

50

3

100

100

4

200

200

IT

300

300

Aan

de hand van de richtafstanden is beoordeeld of de bedrijvigheid in en rondom de projectlocatie belemmeringen oplevert voor de milieugevoelige functies. De geluid- en geurruimte (milieuwaarden) zijn nog niet opgenomen in het omgevingsplan en zijn in deze situatie buiten beschouwing gelaten. Aan de hand van de richtafstanden is beoordeeld of de bedrijvigheid in en rondom beide plangebieden belemmeringen opleveren voor de milieugevoelige gebieden.

plangebied planvoornemen betreft het opstarten van een landbouwverwant bedrijf, meer specifiek een grondverzeten loonbedrijf op de locatie Eijkenhofweg 5. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich voornamelijk agrarische bedrijven, waar onder intensieve veehouderijen. Op Eijkenhofweg 4 is één woonbestemming aanwezig. Gezien de huidige agrarische bedrijvigheid in de omgeving, kan geconcludeerd worden dat de locaties liggen in ‘gemengd gebied’. Toets Het

26 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

frisee blik op advies

gemengd gebied worden geen zones met gebruiksruimte voor geluid en geur vastgesteld. De waarden regels in het omgevingsplan die zijn gericht op het beschermen van gevoelige gebouwen zijn tevens de regels die de gebruiksruimte voor de bedrijfsactiviteiten begrenzen. Er zijn op dit moment nog geen waarden en regels in het omgevingsplan opgenomen. Aan de hand van de richtafstanden is beoordeeld of de bedrijvigheid in en rondom de locaties belemmeringen oplevert voor de milieugevoelige functies. Binnen en

Bedrijfsgebouwen ten dienste van de landbouw (SBl-code 011, 012 en 013) worden voor milieu aangemerkt als categorie 2 bedrijf. De richtafstand voor het aspect ‘geluid’ (deze richtafstand kent de grootste richtafstand) tot een milieugevoelige functie in het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ bedraagt 30 meter. De richtafstand tot een milieugevoelige functie in het omgevingstype ‘gemengd gebied’ bedraagt 10 meter. De

afstand

vanaf de grens

‘wonen’ op de locatie

van het plangebied op de Eijkenhofweg 4 bedraagt ca. 133

locatie

Eijkenhofweg

5 tot

aan

meter.

Aan de richtafstand

van

de grens van de functie 10 meter wordt voldaan.

Op de locaties Eijkenhofweg 6, 8 en 12 zijn bedrijfswoningen gelegen. De

afstand

de

vanaf

grens

van

unctieaanduiding ‘bedrijfswoning’ 10 meter

wordt

afstand

De

de

vanaf

wordt

afstand

De

plangebied op de locatie Eijkenhofweg 5 tot aan de grens van de Eijkenhofweg 6 bedraagt ca. 107 meter. Aan de richtafstand van

op de locatie

voldaan.

grens

van

unctieaanduiding ‘bedrijfswoning’ 10 meter

het

het

plangebied op de locatie Eijkenhofweg 5 tot aan de grens van de Eijkenhofweg 8 bedraagt ca. 67 meter. Aan de richtafstand van

op de locatie

voldaan. de

vanaf

grens

van

unctieaanduiding ‘bedrijfswoning’ 10 meter

wordt

Conclusie

milieuzonering

het op

plangebied op de locatie Eijkenhofweg 5 tot aan de grens van de de locatie Eijkenhofweg 12 bedraagt ca. 65 meter. Aan de richtafstand van

voldaan.

Uit bovenstaande

kan worden geconcludeerd dat aan de richtafstanden voor het aspect ‘geluid’ wordt voldaan, bovengenoemde getoetste milieugevoelige functies. Hiermee treden er geen belemmeringen op voor de milieugevoelige functies. Er worden, middels voorgenomen ontwikkeling, eveneens geen milieugevoelige functies opgericht, waardoor omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. op de

4.2. Veel

Geluid functies

fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Ook zijn direct werkende regels in de bruidsschat opgenomen. Dit zijn de regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit. blootgesteld.

in de De

In de bruidsschat is het onderdeel

geluid geregeld

in

paragraaf 22.3.4.

Daarin staan

regels over geluid

door

een

activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegestaan op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel

22.57

Bruidsschat

waar

waarden

gelden). Daarbij

is onderscheid

gemaakt

in

geluid

door

de

volgende

schietbanen,

militaire

activiteiten:

e

Activiteiten

anders

buitenschietbanen e e

dan

_ Geluid door windturbines Geluid

door

22.3.4.4

BS).

civiele

door

windturbines

windparken (par. 22.3.4.2BS). en windparken (par. 22.3.4.3 BS). en

civiele

en

militaire springterreinen

en

buitenschietbanen,

militaire

buitenschietbanen

en

militaire

springterreinen

(par.

27 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

(BkI) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een (artikel als geluidproductieplafond omgevingswaarde (gpp) en bronnen met basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt spoorwegen van deze bronnen geluid bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). De

instructieregels

frisee blik op advies

uit afdeling 3.5

of industrieterrein

Het

3.18

lid

rijk stelt voor

een aantal gebouwen specifieke regels. Deze instructieregels van het Bkl voor geluid zijn gericht geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl). In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.

op aangewezen

Toets

initiatief

Zoals in paragraaf 4.1 wordt beschreven, wordt

er aan de richtafstand van 10 meter voor geluid voldaan. Hiermee sprake is van geluidhinder op omliggende milieugevoelige objecten. Tevens vormt het planvoornemen geen belemmering voor in de omgeving gelegen (agrarische) bedrijven, daar er geen milieugevoelige objecten worden gerealiseerd. De bestaande bedrijfswoningen zijn voor deze bedrijven al een te toetsen object.

kan

geconcludeerd

Conclusie

worden

dat

er

geen

geluid

Gelet op vorenstaande

het aspect

vormt

‘geluid’ geen belemmering

voor

het

planvoornemen.

Luchtkwaliteit

4.3.

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een aantal regels rondom lucht veranderd. De overheid toetst minder (ruimtelijke) projecten aan de regels voor luchtkwaliteit. Vooral in en nabij de aandachtsgebieden moeten overheden toetsen aan de rijksomgevingswaarden. Dit hoeft niet als een project geen of weinig

luchtverontreiniging veroorzaakt. Het project draagt dan luchtvervuiling. Toetsing aan de rijksomgevingswaarde is dan Een

in

niet

betekenende

nodig.

mate'

(NIBM)

bij

aan

de

project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM0 hoger is dan 1,2 ug/m?. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Dit volgt

niet

uit artikel 5.53 Om

‘niet

en

aannemelijk

5.54

van

te maken

het Besluit kwaliteit

dat

leefomgeving (Bkl).

project binnen de NIBM-grens blijft, dient gemotiveerd te worden dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze standaardgevallen NIBM vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet dan wel onder een bepaalde omvang een

blijven. In artikel 5.54 Bkl is aangegeven dat de omvang met één nevengebruiksfuncties daarvan, ontsluitingsweg: ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen mag bedragen.

voor

ten

gebouwen met hoogste 1.500

een

woonfunctie

woningen

of

en

twee

Toets

initiatief ontwikkeling betreft de sanering van een intensieve veehouderij, waarbij een landbouwverwantbedrijf wordt voortgezet als ook een akkerbouwbedrijf. De sanering van de intensieve veehouderij heeft tot gevolg dat er substantiële afname van stikstofemissie plaatsvindt. Door het voortzetten van het een landbouwverwantbedrijf en een akkerbouwbedrijf, zal er alleen nog sprake zijn van verkeersbewegingen. Om aan te tonen dat het plan niet in betekenende mate bedraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, is de NIBM-tool ingevuld. De

28 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

frisee blik op advies

Worst-case

berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar

Extra verkeer als

gevolg Extra

het

van

van

plan

voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel

Maximale

planrealisatie

vrachtverkeer

NO; in uo/m®

bijdrage extra verkeer

PMso Grens

"Niet In Betekenende

voor

Mate"

ug/m®

in

uo/m®

in

Conclusie

Figuur 4.3.1

Uitsnede NIBM-tool

verkeersbewegingen

Conclusie luchtkwaliteit

Volgens

de

berekening

de

met

de luchtkwaliteit ter

voor

NIBM-tool

plaatse.

Het

betreft het hier

plan draagt

de luchtkwaliteit.

Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt

4.4.

Bodem

minimale toename

met

daarmee niet in betekenende

mate

een

daarmee

geen

belemmering

voor

significante gevolgen bij aan verslechtering van de realisatie van het plan. geen

Door de

inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Wet bodembescherming vervallen. Via de Aanvullingswet Omgevingswet en Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet zijn de regels voor bodem onderdeel gemaakt van de Omgevingswet. Het nieuwe wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers: bodem

_ Het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie);

© e

Het

meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies);

e

Het

duurzame

op

doelmatige wijze verontreinigingen).

historische

Bij wijzigingen in de

vorm

plaatse

van

een

vorm

De

historisch

dat de

een

ontwikkeling geschikt is

van

van

een

onderzoek

mede

resterende

van

bodem

geschikt

een

verkennend

voor

het

beoogde gebruik

afhankelijk van

historisch onderzoek is voor het

beheren

of

onderzoek

een

ontwikkeling geschikt

Toets

geldt

activiteiten

van

van

Echter is de mate in de

en

brede

moet

afweging

historische

over

de

kwaliteit

verontreinigingen

van

de

(beheer

zijn voor het beoogde gebruik. Een onderzoek

bodemonderzoek en

geeft

inzicht

of de

bodem

ter

activiteiten.

de aard

of een verkennend

beoogde gebruik

en

en omvang van de functiewijziging. Een onderzoek onderzoek geeft inzicht of de bodem ter plaatse van

activiteiten.

initiatief

nieuwe

loods

gaat

opslagdoeleinden, meer specifiek het stallen van en het akkerbouwbedrijf. De landbouwmachines worden hier in de ochtend opgehaald en aan het einde van de dag terug gezet. In de loop van de dag kunnen de landbouwmachines terug keren naar de loods, om daar gereinigd te worden voordat ze naar het volgende stuk grond gaan. Het reiniging van machines zal ca. 1 uur per dag in beslag nemen. landbouwvoertuigen,

met

t.b.v.

name

het

gebruikt

worden

landbouwverwant

voor

bedrijf

29 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

frisee blik op advies

varkenshouderij is het gebruikelijk dat, ten behoeve van het verzorgen van de dieren, gedurende een per dag mensen verblijven in de gebouwen. Hiervan is bij de nieuwe loods geen sprake; er worden, zoals hierboven genoemd, machines opgehaald en schoongespoten. Geconcludeerd kan worden dat de nieuwe functies een minder kritisch gebruik kennen dan het huidige toegestane gebruik. Bij

een

aantal

uren

Desalniettemin

dient, gelet op de voorgenomen

activiteiten de bodemkwaliteit te worden

vastgesteld.

Er wordt

aan te tonen

dat de gesloopt, verhardingen verwijderd en het terrein wordt opnieuw ingericht en bebouwd. Om bodemkwaliteit voldoende geschikt is voor de bouw is een bodemonderzoek noodzakelijk. Op de locatie Eijkenhofweg 5 is reeds gesloopt, op de locatie Eijkenhofweg 3 moet de sloop nog plaatsvinden. Gezien deze activiteiten is er voor beide locaties een vooronderzoek bodem uitgevoerd. De volledige onderzoeken voor beide locaties zijn bijgevoegd als bijlage 2 en 2a bij deze motivering.

bevoegd gezag heeft aangegeven dat het uitgevoerde (voor)onderzoek op onderdelen niet als volledig en representatief kan worden beschouwd. Met name de onderzoeksbegrenzing, mogelijke asbestverdachte zones en de onderzoeksstrategie voor Eijkenhofweg 5 vragen om nadere onderbouwing. Daarmee bestaat op dit moment nog onvoldoende zekerheid over de actuele bodemkwaliteit binnen het gehele plangebied. Het

Om

dit te

kunnen

aanvullende

vaststellen

onderzoek

onderzoeksresultaten

bij

wordt

zal

aanvullend

vaststelling besluitvorming kunnen

de

vóór

milieuhygiënisch bodemonderzoek noodzakelijk geacht. van het omgevingsplan worden uitgevoerd, zodat worden

Dit de

betrokken.

In het

plan wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarmee wordt geborgd dat nieuwe bebouwing pas plaatsvinden wanneer met een door het bevoegd gezag geaccordeerd bodemonderzoek is aangetoond dat geen sprake is van ernstige bodemverontreiniging, of wanneer een dergelijke verontreiniging conform het Bal is gesaneerd. kan

Conclusie bodem Gelet op vorenstaande

4.5.

vormt

het aspect ‘bodem’

nader onderzocht

te worden.

Geur

In de Omgevingswet staat dat de overheid

bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Omgevingswet). rekening belang moet de houden met de lokale specifieke omstandigheden en gevolgen van Hierbij gemeente rekening activiteiten voor de gezondheid van haar burgers (artikel 2.1 en 2.4 Omgevingswet). Een verdere invulling van deze plicht vloeit voort uit artikel 5.92 Bkl op grond waarvan in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. moet

Rekening e e

_

houden

houden

met

met

het

geur werkt twee

van

kanten op:

Bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen. Bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geur veroorzakende bedrijven.

Opslag van

Eijkenhofweg 3 akkerbouwbedrijf op deze locatie, dient er o.a. mest van derden te worden aangevoerd. Voor het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestsilo met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 750 m? of een gezamenlijk volume van ten hoogste 2.500 m?°, gelden vaste afstanden tot aan een geurgevoelig object. Dit staat opgenomen in paragraaf 5.1.4, artikel 5.123 van het Bkl: Ten

behoeve

mest

van

—

het

30 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

Tabel 4.5.1 Instructieregel paragraaf 5.1.4, artikel 5.123

van

het Bkl

Zonder functionele

binding met dierenverblijf in directe omgeving Gezamenlijke oppervlakte

frisge blik op advies

Met functionele

binding met dierenverblijf in directe omgeving.

minder

50

m

25

m

350 m2

100

m

50

m

dan 350 m?

Gezamenlijke oppervlakte tot

750 m?

met

en

Indien

het

gezamenlijke instructieregels niet.

volume

van

ten

hoogste

2.500

m?

overschreden

wordt,

gelden

bovenstaande

vergunning verleend voor het opslaan van 3.075 m? mest, kunstmestvervanger en/of In dit geval geldt de instructieregel dus niet, en bepaalt de gemeente zelf welke regels ze opneemt in het omgevingsplan voor deze grote opslagen. Die regels kunnen gelijk zijn aan de instructieregel, maar ook andere afstanden bevatten. Of iets heel anders dan past binnen het gemeentelijk beleid. Op

de

locatie

mineralen

is

een

concentraat.

Wanneer

men toch kijkt naar deze afstandsregels, wordt daar aan voldaan. De dichtstbijzijnde woning van (burgerwoning) is gelegen op 103 meter vanaf de milieubelastende activiteit. De afstand van een geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom bij een mestopslag van meer dan 2.500 m? vaste mest, moet minimaal 100 meter zijn (zonder functionele binding met dierenverblijf in de omgeving). De dichtstbijzijnde mestsilo is al geruime tijd op deze plaats aanwezig. De nieuwe mestsilo die wordt gerealiseerd zal op ruim 160 meter afstand worden gerealiseerd. De mestsilo’s worden afgedekt en dusdanig gerealiseerd en gebruikt dat geuroverlast tot een minimum wordt beperkt. Het laden en lossen wordt zo efficiënt en weinig mogelijk gedaan om op deze manier de geuroverlast naar de omgeving zoveel mogelijk te beperken.

derden

Conclusie

Eijkenhofweg 3 mogelijke geuroverlast naar de omgeving afgesloten ruimte ligt, op voldoende afstand van woningen. situatie milieuhygiënisch aanvaardbaar is.

Ten

opslag

aanzien

vaste mest

van

kan De

gesteld worden dat de mestopslag in een verwachting is dan ook dat de aangevraagde

Milieugevoelig object Bedrijfswoning incl. bijbehorende bouwwerken In de huidige situatie betreft de woning aan Eijkenhofweg 5 een bedrijfswoning bij een intensieve veehouderij. Een bedrijfswoning behoort volgens het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de begripsbepalingen binnen de Omgevingswet reeds tot de categorie milieugevoelige gebouwen, ongeacht het type bedrijf waarbij deze woning hoort. In de nieuwe

blijft de bedrijfswoning functioneel gekoppeld aan een bedrijf. De functie wijzigt dus niet gevoeliger gebruikstype (zoals burgerwoning). De bestaande bedrijfswoning blijft bestaan, maar wordt geen gevoeliger object dan zij voorheen al was. Daarmee ontstaat er planologisch geen nieuwe milieugevoelige functie. Voor omliggende bedrijven is deze bedrijfswoning al een te toetsen object. Dit verandert dus niet t.o.v. de nieuwe situatie. Daarnaast verandert er functioneel niks, alsook fysiek niet. Er worden niet meer personen blootgesteld aan bijvoorbeeld mogelijke drift van gewasbeschermingsmiddelen. naar

situatie

een

Bedrijfsgebouw grondverzet-/loonwerkbedrijf. Hiervoor wordt een loods van 1.000 m? machines en een spuitplaats voor het schoonspuiten van landbouwgerealiseerd, en grondverzetmachines. Het gebruik van de loods richt zich op het ophalen en terugbrengen van machines; de feitelijke werkuitvoering vindt elders plaats. Daarnaast is beperkte buitenopslag nodig voor tijdelijk vrijkomende materialen zoals grond en zand, die na korte opslag weer worden gebruikt op werklocaties. Langdurig verblijf De

nieuwe

activiteiten bedoeld

betreffen

voor

een

het stallen

van

31 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

van

personen

in

de

loods

is

uitgesloten;

er

worden

geen

kantoren,

kantines

of

andere

frisee blik op advies

verblijfsruimten

gerealiseerd. Ook in relatie tot

omliggende agrarische bedrijven verandert de situatie niet wezenlijk. De bedrijfswoning blijft enige object, en het beëindigen van de intensieve veehouderij vermindert zelfs de bestaande milieubelasting. Het plan introduceert geen nieuwe milieugevoelige functies, waardoor aanvullende toetsing niet nodig is. het

te toetsen

Conclusie

milieugevoelig object leidt de functiewijziging en de bouw van de nieuwe bedrijfsloods niet tot een nieuwe milieugevoelige functie; de bestaande bedrijfswoning blijft het enige milieugevoelige object op deze locatie. Dit wijzigt niet t.o.v. de huidige situatie. Gelet op vorenstaande vormt het aspect ‘geur’ geen belemmering voor de realisatie van het plan. Concluderend

Gezondheid

4.6. De

fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. kan

In artikel

1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden. In de brede

belangenafweging weegt het bevoegd gezag het belang van de gezondheidsbescherming samen met belangen af. Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen heeft gewogen en betekent in het omgevingsplan.

andere wat dit

initiatief

Toets

Met het voorgenomen plan worden de oude stallen behorende bij de intensieve veehouderij gesloopt. Los van de verwijdering van eventueel asbesthoudend materiaal afkomstig uit de stallen, zorgt de definitieve beëindiging van

de

afname

veehouderijactiviteiten op de locatie voor van emissies (geur, fijnstof, ammoniak).

Voor het

een

verbetering van

de

leefomgeving.

Met

name

vanwege

de

plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Hierin is aangegeven waar ruimte is gemaakt voor opzichte van de huidige situatie zal er meer kwalitatief groen binnen de omgeving worden toegepast.

groen. Ten Conclusie

gezondheid voorgaande paragrafen in deze onderbouwing is geconcludeerd, zijn er geen omgevingsaspecten of thema’s die zorgen voor een verslechtering van de fysieke leefomgeving. Het aspect ‘gezondheid’ vormt geen belemmering voor de realisatie van dit plan. Zoals ook in de

4.7.

Externe

veiligheid

veiligheid (ook wel omgevingsveiligheid genoemd) beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor de omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toestaan van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Externe

Binnen de externe

e

veiligheid

worden

twee

normstellingen gehanteerd:

_ Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een

bepaalde

plaats

in de

omgeving

van

een

risicobron

bevindt,

overlijdt

door

een

ongeval

met

de

32 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

risicobron.

burger uit te toetsingscriterium gevallen inzichtelijk gemaakt door vaste contouren rondom een risicobron. Kwetsbare objecten, zoals woningen en functies met veel bezoekers, zijn niet toegestaan binnen de 10-6-contour van het PR rond de inrichtingen waar opslag en/ of verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. drukken.

e

Het PR is daarmee de risicomaat

om

het

is in veel

Het

beschermingsniveau

frisge blik op advies

een

PR

van

10-6.

voor

de individuele

PR wordt

_ Het groepsrisico (GR) geeft aan wat de kans is op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers in de Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolken. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen. omgeving

van

activiteiten

Op grond

van

de beschouwde

hebben

van

de risicokaart is een

risicobron.

rechtswege

inventarisatie

gemaakt

van

de risicobronnen in

en

om

het

plangebied.

Figuur 4.7.1 Uitsnede risicokaart (bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten)

Buisleiding Eijkenhofweg 5 ligt een buisleiding van de Gasunie. Op een gedeelte van de locatie is Plaatsgebonden Risico (PR) is een maat voor de veiligheid van een wettelijk vastgelegde grenswaarde van maximaal 10° 6 (1 op de miljoen of 1/1000000) per jaar voor nieuwe situaties. Dit betekent dat de kans op overlijden van een persoon als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen maximaal 1 op een miljoen per jaar mag zijn. Op Ten westen daarom

van

de locatie

de risicocontour PR10-8 opgenomen. Het het individu op een bepaalde locatie. Het PR heeft een

33 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

locaties

het risico

waar

beperkt

geen nieuwe In

hoger is, mogen geen objecten.

nieuwe

kwetsbare

objecten

worden

gesitueerd

en

in

frisee blik op advies

beginsel

ook

kwetsbare

de

huidige situatie zijn de bedrijfsgebouwen (welke aangemerkt kunnen worden als ‘beperkt kwetsbaar object’) gelegen binnen deze risicocontour. In de nieuwe situatie wordt op deze plek een loods t.b.v. een landbouwverwant- en akkerbouwbedrijf gebouwd. Dergelijk gebouw kan eveneens worden aangemerkt als ‘beperkt kwetsbaar object’. Echter, verandert het aantal personen welke zich op deze locatie bevinden, niet. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een relevante wijziging van het plaatsgebonden risico. Dit geldt eveneens voor de aanwezig bedrijfswoning. Hierin zal het aantal bewoners niet wijzigen. Brandaandachtsgebied De

locatie is

is

een

gelegen

in

zogenoemd ‘brandaandachtsgebied’.

aandachtsgebieden bij het Basisnet de verplichte groepsrisicoberekening. Er zijn aandachtsgebieden voor: brand, explosie en gifwolk. Gemeenten moeten hier rekening mee houden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en bepalen welke beschermende maatregelen nodig eveneens

nieuw

instrument

een

onder

de

Omgevingswet.

Het

Het instrument

vervangt

zijn. Een

aandachtsgebied is een gebied waar mensen in een gebouw onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van een brand, explosie of gifwolk die van buitenaf komt. De brand, explosie of gifwolk is hierbij veroorzaakt door een met vervoer van stoffen. Er is een ongewone gebeurtenis gevaarlijke een en een brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied mogelijk gifwolkaandachtsgebied. Bij een aandachtsgebied weet het bevoegd gezag (gemeente) dat gevaarlijke stoffen in de omgeving aanwezig zijn. Een incident of ongeval kan leiden tot brand, explosie of gifwolk. De gemeente moet afwegen welke nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zij toelaat. Het gaat hier om (beperkt) kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en

(beperkt)

kwetsbare

locaties.

Daarbij bepaalt

de

gemeente

de vereiste

beschermende

maatregelen

voor

de

omwonenden. Zoals hierboven

is, zijn er in de huidige situatie bedrijfsgebouwen (welke aangemerkt kunnen object’) gelegen op deze locatie en daarmee binnen het brandaandachtsgebied. In de nieuwe situatie wordt op deze plek een loods t.b.v. een landbouwverwant- en akkerbouwbedrijf gebouwd. Dergelijk gebouw kan eveneens worden aangemerkt als ‘beperkt kwetsbaar object’. Echter, verandert het aantal personen welke zich op deze locatie bevinden, niet. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een relevante wijziging van het groepsrisico. Dit geldt eveneens voor de aanwezig bedrijfswoning. Hierin zal worden als

reeds beschreven

‘beperkt

het aantal bewoners

Conclusie externe

kwetsbaar

niet wijzigen.

veiligheid

Gelet op vorenstaande

vormt

het aspect ‘externe

veiligheid’

belemmering

geen

voor

de

realisatie

van

het

plan.

Trillingen

4.8.

Het onderdeel trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trilling gevoelige ruimte van een trilling gevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op gronden van een omgevingsplan. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen

in de tabellen in artikel 22.88

van

de bruidsschat

en

artikel 5.87

Bkl.

(directe) omgeving van het plangebied geen bronnen aanwezig die mogelijk trillinghinder kunnen veroorzaken, zoals spoorlijnen. Er wordt verondersteld dat trillingen op deze locatie geen problemen opleveren. Er zijn in de

Conclusie

trillingen afwezigheid van trilling veroorzakende bronnen in geconcludeerd dat het aspect ‘trillingen’ geen belemmering vormt Gelet

op

de

de

omgeving

voor

de

van

realisatie

het van

initiatief het

kan

worden

plan.

34 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

4.9.

Kabels

Er kunnen

en

leidingen

en/of leidingen in het plangebied liggen. Ze kunnen ook in de omgeving zijn hoofdnutsvoorzieningen. Dit kunnen leidingen voor het transport van giftige, ontplofbare stoffen zijn. Daarnaast zijn aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen en

planologisch

voorkomen.

relevante kabels

Voorbeelden

brandbare

en/of afvalwaterleidingen ook

voorbeelden.

als

gebied.

ze

frisee blik op advies

voorkomen

in het

ca.

420

meter

van

locatie

locaties

Eijkenhofweg

van

deze

leidingen

worden

aangegeven

5

is de

en

leidingen’ geen belemmering

in het

omgevingsplan

Dodewaard’ hoogspanningsverbinding ‘Maasbracht en de locatie gesitueerd. hoogspanningsverbinding Eijkenhofweg 5, alsmede het feit dat de locatie niet is binnen een risicocontour voor deze gezien gelegen hoogspanningsverbinding, kan vormt worden dat deze voor de realisatie van het plan. De geconcludeerd verbinding geen belemmering relevante buisleidingen zijn in paragraaf 4.7 reeds aan de orde gekomen.

Op

de

De

—

Gezien de grote afstand tussen deze

Conclusie kabels

leidingen

en

Gelet op vorenstaande

4.10. De

vormt

het aspect ‘kabels

voor

de realisatie

van

het

plan.

Water

motivering

van

de

omgevingsplan

een

De ‘watertoets’

ontwikkeling. van waterproblemen,

beschrijft de

waterhuishoudkundige belangen

is hiervoor het toetsinstrument.

zoals wateroverlast

en

Het doel

van

van

toepassing zijn op

de watertoets

die

is het voorkomen

verdroging.

Nieuwe

plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. Dit betekent dat voldoende compenserende maatregelen genomen moeten worden, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien. Hiermee wordt het functioneren van het watersysteem als geheel gediend (grondwater en oppervlaktewater). Watertoets

Waterschap Limburg

Vanaf 1 november 2003

zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. In deze hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap. de

Om

te

bepalen

of

een

ontwikkeld. Door middel welke

procedure

van

Resultaat vergunning De antwoorden

plan van

aan

het

watertoetsloket

het intekenen

van

het

moet

plangebied

worden en

voorgelegd,

het beantwoorden

is de van

‘digitale

watertoets’

vragen wordt

bepaald

toepassing is. checker

bij Waterschap Limburg

leveren geen

juridische verplichtingen

op.

Afvalwater

huishoudelijk afvalwater en het bedrijfsafvalwater van huishoudelijk aard is op dit moment aangesloten op het gemeentelijk riool. In de nieuwe situatie zal dit ongewijzigd blijven, waarbij wordt opgemerkt dat het afvalwater welke afkomstig is van de wasplaats, opgevangen wordt in een opvangput. Deze opvangput wordt met enige regelmaat geleegd, waarbij voldaan zal worden aan de lozingsvoorschriften van de NVWA. Het

Daarbij

wordt

opgemerkt dat de hoeveelheid afvalwater afkomstig van de bedrijven afneemt. Ten behoeve van veehouderijen waren er meerdere voorzieningen aanwezig, waarbij afvalwater vrijkwam. Denk hierbij aan de hygiënesluis, waarin zich wasbakken en douches bevonden. Bij het binnen treden van stal, diende hier elke keer gedoucht te worden, i.v.m. de hygiënestatus van het bedrijf. Dit is in de nieuwe situatie niet langer het geval. Er wordt dus verwacht dat er minder afvalwater vrij komt. de intensieve

35 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

frisee blik op advies

Hemelwater

Eijkenhofweg 3 Omdat

er

in

gerealiseerd,

de

nieuwe

situatie

is deze locatie

op

eveneens

de

locatie

Eijkenhofweg ook nieuwe bebouwing en verharding wordt meegenomen in het landschappelijk inpassingsplan. Derhalve wordt deze

locatie in ook in deze

paragraaf benoemd.

In het totaal wordt

1.570 m?

bergingseis

van

er

aan

nieuwe

100mm/m? verharding

bebouwing (1.150 m?) en verharding (420 m?) aangebracht. een waterberging van 157 m?° gerealiseerd te worden.

dient

Met

een

De

GHG

beperkende factor voor de diepte van de waterberging met een ligging op 0,5m. De waterberging krijgt met een dimensionering van 62 meter lang, 5,7 meter breed en 0,5 meter diep een capaciteit van 161 m?°. Dit is een overcapaciteit van 4 m°. De overstort voor de waterberging komt aan de zuidzijde waar het overtollig water

vormt

de

de akkers op kan stromen

zonder overlast te veroorzaken.

b

ad Waterberging Totale

hoeveelheid nieuwe

verharding 1570m2

1150m2 nieuwe bebouwing en 420m2 nieuwe bestrating

Bergingseis 100mm/m2,

\

Overstort naar \

s”

Figuur 4.10.1

Uitsnede

oa,

157m3 te bergen water

K-waarde circa 0,6, GHG circa 0,5 Afmetingen: 62m lang, 5,7m breed, 0,5m diep, taluds 1:1 Capaciteit circa 161m3

zuidzijde perceel

-

waterberging (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

Eijkenhofweg 5 De waterberging voor de nieuwe bebouwing en verharding komt aan de zuidzijde van het perceel, tussen de verharding en de bomenrij van wilgen in. In totaal wordt er 3.990m? aan nieuwe bebouwing (1.200 m?) en verharding (2.790m?) aangebracht. Met een bergingseis van 100mm/m? verharding dient een waterberging van 399m* gerealiseerd te worden. De GHG vormt de beperkende factor voor de diepte van de waterberging met ligging op 0,6m. De waterberging wordt onderverdeel in twee delen. Deel 1 vormt het diepste gedeelte van de waterberging en het eerste gedeelte dat gevuld wordt bij neerslag. Deel 1 krijgt met een dimensionering van 68m lang, 5m breed en 0,6m diep een capaciteit van 219,5m®. Deel 2 ligt ten noorden van deel 1. Met een oppervlak van 720m? en een diepte van 0,35m krijgt het een capaciteit van circa 245m?. Samen met deel 1 komt de capaciteit in het totaal uit op 464,5m?, een overcapaciteit van ongeveer 50m?. Dit is gedaan omdat er hier een

geen

ruimte

is

voor

een

geschikte

overstort

naar

omliggend

gebied

zonder

dat

het

water

mogelijk

in

de

Oostrumsche beek terecht komt.

36 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

frisee blik op advies

Waterberging Totale hoeveelheid nieuwe 1200m2

verharding 3990m2

nieuwe

bebouwing en 2790m2 nieuwe bestrating Bergingseis 100mm/m2, 399m3 te bergen water K-waarde circa 0,6, GHG circa 0,6 Waterberging verdeeld over twee delen Deel 1 68m

lang, Sm breed, 0,6m diep, taluds 1:1. Capaciteit 219,5m3 Deel 2 oppervlak circa 720m2, 0,35m diep, taluds 1:1. Capaciteit circa 245m3 Totale capaciteit circa 464,5m3 Overstort

naar

westzijde

/

Figuur 4.10.2 Uitsnede waterberging (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

Conclusie water

Op deze manier wordt voldoende Daarmee

wordt

mogelijke

Gelet op vorenstaande

4.11.

rekening gehouden met de infiltratie van hemelwater op de eigen percelen. de percelen voorkomen, als ook voor de omliggende percelen. het aspect ‘water’ geen belemmering voor de realisatie van het plan.

wateroverlast binnen

vormt

Archeologie

en

cultuurhistorie

De essentie

van

het Europees

beleid is dat

gedaan

de

aanwezigheid

van

de uitvoering van plannen onderzoek moet worden ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. naar

waarden

voorafgaand en

aan

daar in de

Onder

erfgoed vallen cultureel erfgoed en werelderfgoed. Cultureel erfgoed bestaat uit rijksmonumenten, gemeentelijke en provinciale monumenten en archeologische monumenten. De bescherming van erfgoed wordt geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening en het omgevingsplan. Gemeenten

erfgoed.

in

moeten

volgt

Dit

hun

uit artikel

omgevingsplan rekening 5.130

lid 1

van

houden

het Bkl. Deze

aantoonbaar te verwachten

belang van het behoud van cultureel instructie geldt nadrukkelijk ook voor bekende en Aantoonbaar betekent dat de verwachting gebaseerd met

het

archeologische monumenten. is op relevante bodemkundige, archeologische of historische informatie. Om hieraan gevolg te kunnen geven, maakt de gemeente een inventarisatie en analyse van het binnen gemeente aanwezige en te verwachten cultureel erfgoed. Voor het te behouden cultureel erfgoed moet gemeente een toereikend beschermingsregime instellen. Bij cultureel erfgoed kan het gaan ©

_

e

_ Tuinen

_

Stads-

en

De gemeente Om

en

zoals

de

om:

(bouw)werken.

parken.

Bekende of aantoonbaar te verwachten

e e

Monumenten

de

dorpsgezichten

de

gemeente

waardenkaart

archeologische monumenten. (delen van) cultuurlandschappen.

legt de te beschermen gemeentelijke

inzicht te verschaffen

binnen

en

provinciale

monumenten

vast

in het

omgevingsplan.

in de

Venray

opgesteld.

en

De

aanwezigheid en het karakter van de archeologische en historische resten is archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en cultuurhistorische verwachtingskaart geeft zones aan die op grond van landschapsaspecten en een

37 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

frisee blik op advies

vindplaatsdichtheden een middelhoge (waarde archeologie 1), hoge (waarde archeologie 2) tot zeer hoge trefkans hebben het aantreffen van resten. Locaties met een lage (waarde archeologie 3) op archeologische buiten De waarden (gebieden met zeer hoge, verwachtingswaarde zijn beschouwing gelaten. archeologische en worden beschermd door middel van een hoge middelhoge verwachtingswaarde) dubbelbestemming en het bijbehorende aanlegvergunningstelstel. —

—

—

Op

de

locatie

Eijkenhofweg

geconcludeerd

kan

betreft. Het aspect

worden

5

dat

archeologie

is

het

geen dubbelbestemming archeologie aanwezig, op grond waarvan locatie met een lage verwachtingswaarde voor archeologische resten

een

vormt

daarmee geen

belemmering

voor

de realisatie

van

dit plan.

Bij cultuurhistorische waarden

kan onder meer gedacht worden aan kastelen en landhuizen met bijbehorende buitenplaatsen, watermolens met bijbehorende molenbiotopen en monumentale boerderijen. Daarnaast zijn, in het tijdelijk omgevingsplan van rechtswege ‘Buitengebied Venray 2010’, het waardevolle landschap ‘de Schootslinie’ en het open akkercomplex (de esgronden) als dubbelbestemming kasteeltuinen

en

beschermde

opgenomen.

Op de locatie Eijkenhofweg

3 is geen dubbelbestemming voor cultuurhistorische waarden aanwezig, en zijn er ook geen rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat het aspect cultuurhistorie daarmee geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan. Conclusie

archeologie en

Gelet op vorenstaande van het plan.

4.12. In

cultuurhistorie

vormt

het aspect

‘archeologie

en

cultuurhistorie’ geen

belemmering

voor

de realisatie

Natuur

de

toelichting van een omgevingsplan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor ecologische waarden in beeld worden gebracht, zodat aannemelijk kan worden gemaakt of de ontwikkeling voldoet aan de wet- en regelgeving op het gebied van natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur, het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleids-neutrale overgang. Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Gebiedsbescherming Natura2000-gebieden Gebiedsbescherming heeft als

van Natura2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijn) in plannen die negatieve effecten kunnen hebben op deze gebieden, zijn in beginsel zonder vergunning niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een omgevingsplan of inpassingsplan is niet toegestaan, wanneer het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura2000-gebieden. Naast directe effecten (zoals ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking, waaronder stikstofdepositie, geluid en licht.

Nederland.

Projecten

of

doel

andere

het beschermen

handelingen

en

Het

plangebied is niet gelegen binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een Natura2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied betreft de Deurnsche Peel & Mariapeel, en ligt op een afstand van ca. 2,6 km ten zuiden van de locatie Eijkenhofweg 5. Doordat het plangebied buiten de begrenzing van Natura2000kunnen de directe negatieve effecten, zoals oppervlakteverlies, op voorhand worden uitgesloten. gebieden ligt, Verstorende effecten door bijvoorbeeld licht of geluid tijdens de (sloop)werkzaamheden zijn ook uitgesloten vanwege de ruime afstand en tussenliggende infrastructuur. Significante negatieve de

overbelaste

effecten

situatie

in

door

stikstofdepositie zijn

Nederland.

Echter,

in

dit

in principe nooit op voorhand betreft

het

uit te sluiten vanwege

sanering van een intensieve geval en wordt veehouderijlocatie, waarbij grondverzet-/ loonbedrijf akkerbouwbedrijf voortgezet. Dit heeft tot dat er een substantiële afname van stikstofemissie door het gevolg plaatsvindt beëindigen van de intensieve het uitoefenen van het en het veehouderij. Door grondverzet-/ loonbedrijf akkerbouwbedrijf, zal er wel nog van sprake zijn verkeersbewegingen. een

een

38 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

frisee blik op advies

de

stikstofdepositie n.a.v. verkeersbewegingen in de beoogde situatie in beeld te brengen, is er een Calculator 2023.1.2. Uit deze rekenresultaten blijkt dat er geen sprake is van berekening gemaakt met AERIUS effecten door significante negatieve stikstofdepositie. De volledige berekening met toelichting is bijgevoegd als 3a en 3b deze motivering. Daarbij wordt opgemerkt dat voor de locatie Eijkenhofweg 3 eveneens bijlage 3, bij AERIUS-berekeningen zijn gemaakt. Ook uit deze berekeningen blijkt dat er geen sprake is van significant negatieve effecten door stikstofdepositie. Deze zijn bijgevoegd als bijlage 4, 4a en 4b bij deze motivering. Om

—

Natuur Netwerk Nederland andere

(NNN) gebiedsbescherming

Nederland (NNN). Het NNN is een belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN is voor Limburg uitgewerkt in de Omgevingsverordening Limburg. Binnen het NNN streeft de provincie naar behoud en beheer van de reeds aanwezige natuur en de ontwikkeling van nieuwe natuur. Een

vorm

samenhangend

De

van

netwerk

bestaande

van

dichtstbijzijnde grens met een NNN-gebied

Gelet op de aard een

en

omvang

het

is

is gelegen op

de voorgenomen van het NNN.

van

aantasting c.q. doorkruising

Netwerk

Natuur

nog te ontwikkelen

en

afstand

een

ontwikkeling

van

1,4 km

ca.

kan worden

ten

westen

geconcludeerd

van

de locatie.

dat dit niet leidt tot

Soortenbescherming De bescherming van dier- en plantensoorten valt ook binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. De wet geldt voor iedereen die negatieve effecten veroorzaakt op exemplaren of leefgebied van beschermde planten en dieren. Voor alle planten en dieren geldt een algemene zorgplicht. Activiteiten die

schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantensoorten zijn verboden. Wel zijn onder de Wet natuurbescherming enkele definities aangepast. Zo is opzettelijk verstoren niet meer strafbaar en is opzettelijk verstoren van vogels in sommige situaties toegestaan. Maar verstoren zonder goed van te voren onderzoek naar beschermde soorten te hebben uitgevoerd, blijft strafbaar. QuickScan Flora Om

en

Fauna

inzicht te

krijgen over de aanwezige uitgevoerd!.

en

fauna

De

QuickScan

en

fauna

is er ter

het

(verblijfplaatsen van) Het volledige rapport

strikt beschermde

De

van

volgt:

‘het

QuickScan flora

effect

2024.

is als

een

zoals

2 mei

dit onderzoek

plangebied

voornemen

op

conclusie

plaatse van

opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn

is

uitgevoerd

flora

aangetroffen die door de werkzaamheden is bijgevoegd als bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing. soorten

worden

geen beïnvloed’.

Conclusie natuur Gelet op vorenstaande

vormt

Verkeer

4.13.

het aspect ‘natuur’

geen

belemmering

voor

het

planvoornemen.

parkeren

en

Verkeer

Bij het evenwichtig toedelen aanzien

van

verkeer

is

van

het

functies

aan

locaties dat

de

hoort

ook

nieuwe

verkeersaantrekkende er

1

voldoende

L‚v.m.

goed

omgaan met verkeer en parkeren. Ten functie aantoonbaar geen onevenredige acceptabele verkeerssituatie. Daarnaast dienen

belang werking heeft en dat er sprake is van een parkeerplaatsen voor de functies van de beoogde ontwikkeling aanwezig te zijn. van

de sloopwerkzaamheden op de locatie Eijkenhofweg 3, is voor deze locatie als bijlage 4a.

eveneens

een

QuickScan uitgevoerd. Het volledige rapport

is bij deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd

39 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

Eijkenhofweg

frisee blik op advies

3

akkerbouwbedrijf voortgezet. Dit bedrijf richt zich op het verbouwen

Op deze locatie wordt het reeds aanwezige van

agrarische producten

Op

de

locatie

wordt

waaronder

tevens

aardappelen

aanvoer

mest

van

gevestigde akkerbouwbedrijf. Als gevolg van situatie als volgt:

en van

uien.

Het

derden

bedrijf heeft

toegestaan.

deze nieuwe activiteiten

ca.

Dit

40 ha

gronden

uitsluitend

in bezit of

t.b.v.

het

zijn de verkeersbewegingen

ter

pacht. plaatse

in de nieuwe

Licht verkeer:

Personenauto’s, busjes en

1.000

2.000

85

170

bestelauto’s Zwaar verkeer: Afvoer

drijfmest Aanvoer drijfmest

85

170

Aanvoer

mineralenconcentraat

40

80

Aanvoer

dieselolie

3

6

12

24

50

100

1.500

3.000

26

52

Aanvoer Afvoer

zaaigoed agrarische producten

uit

opslag Tractoren Aanvoer Afvoer

van

en

naar

locatie

spuiwater bedrijfsafval

Totaal *Het aantal

verkeersbewegingen

Eijkenhofweg Op

de

26

52

2.827

5.654

per jaar is tweemaal het aantal voertuigen per jaar.

5

locatie

Eijkenhofweg 5 landbouwverwantbedrijf. De loods

wordt

uitoefening van een oppervlakte bedrijf heeft één externe verder werkt initiatiefnemer zelf mee het mee en woont arbeidskracht, op bedrijf hij op de locatie. Als gevolg van deze nieuwe activiteiten zijn de verkeersbewegingen in de nieuwe situatie als volgt: heeft

een

nieuwe

een

loods van

gebouwd

ca.

1.000

t.b.v.

m?.

de

Het

Licht verkeer:

Personenauto’s, busjes en

312

624

(zand/grond)

50

100

locatie

1.248

2.496

bestelauto’s Zwaar verkeer: Afvoer materialen uit

opslag

Tractoren Afvoer

van

en

naar

bedrijfsafval

Totaal Bij licht verkeer is uitgegaan

26

52

1.636

3.272

personenauto’s, waarbij verkeersbewegingen voor zowel het bedrijfsmatige voor het woongedeelte zijn meegenomen. Het bedrijf heeft één externe gedeelte initiatiefnemer zelf woont verder werkt mee het mee en arbeidskracht, bedrijf op hij op de locatie. Voor zwaar verkeer is uitgegaan van tractoren (al dan niet met kieper), vrachtwagens en ander landbouwmaterieel t.b.v. zowel het landbouwverwant bedrijf. Hierbij is rekening gehouden met een ‘worst-case scenario’ van 3.272 verkeersbewegingen per jaar, wat neer komt op ca. 8,9 verkeersbewegingen per dag. De infrastructuur van de Eijkenhofweg is hiervoor voldoende geschikt waardoor er geen aanpassingen aan openbare wegen hoeven plaats te vinden. Het aantal verkeersbewegingen vormen daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plan. van

het

de

locatie

van

als

40 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. frisee blik op advies

een

Parkeren In

de

beleidsnota

‘Parkeernormen’

de

van

voor een welke is Venray bedrijf in het 1,1 parkeerplaats buitengebied. De

gemeente

arbeidsextensief/bezoekersextensief is, op genomen oppervlakte van de nieuwe loods op de locatie Eijkenhofweg 5 bedraagt ca. 1.000 m?, wat neer komt op ca. 11 parkeerplaatsen. Gelet op de beoogde bedrijfsactiviteiten en de geringe omvang van het bedrijf, worden 11 parkeerplaatsen onrealistisch hoog geacht. Zoals uit de toelichting onder ‘verkeer’ blijkt, wordt er rekening gehouden met een maximum van 4 personenauto's per dag. Deze zullen niet allemaal gelijktijdig op de locatie aanwezig zijn, maar om aan te tonen dat er sprake is van voldoende parkeerruimte, zijn er op de landschappelijke inpassingstekening 5 parkeerplaatsen ingetekend. een

de

Voor

locatie

Eijkenhofweg

parkeerplaatsen

3

is

volgens

norm

de

van

Parkeernota

wordt

op deze locatie eveneens reserveren, ook op deze locatie 4 parkeerplaatsen Conclusie verkeer

en

nodig

ruimte

niet

nodig geacht. ingetekend.

voor

Derhalve

10

zijn,

parkeerplaatsen. Dit aantal om plek voor parkeren te

parkeren

Gelet op vorenstaande vormt het aspect ‘verkeer

en

parkeren’

geen

belemmering

voor

de realisatie

van

het

plan.

Milieueffectenrapportage

4.14.

milieueffectrapportage (hierna: mer.) is bedoeld om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en in beeld te brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over plannen en besluiten. De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. De

besluiten

In artikel 16.34, tweede

lid

in artikel

de

is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval SMB-richtlijn een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing.

2, onder

wordt verstaan het

a, van

of

de Omgevingswet

plan eventueel mer-plichtig is, is artikel 16.36, lid 3 en 4 van de Omgevingswet van toepassing. bij zogenaamde plan-mer-beoordeling twee mogelijke resultaten: e milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-mer en er moet een milieueffectrapport _ Aanzienlijke (MER) worden gemaakt. e _ Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-mer nodig en er wordt geen MER gemaakt. Voor

bepalen

van

Er zijn

een

de

Er zijn twee 1.

2.

situaties waarin een plan-mer-beoordeling aan de orde kan komen: plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar het betreft geen project dat in bijlage V bij het Omgevingsbesluit staat. Het plan is derhalve niet direct plan-mer-plichtig. In dit geval dient een plan-mer-beoordeling te worden uitgevoerd. Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage V Omgevingsbesluit, maar komt niet boven de drempelwaarden van kolom 2 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit. Een plan-mer-beoordeling is aan orde Het

indien: a.

Het

b.

Het van

Onder

plan een kleine wijziging van een plan of programma betreft; plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan een gemeente het bevoegd gezag is.

een

klein

het betrokken

Het

bevoegd

gezag

hebben.

moet

beoordelen

de kenmerken

van

het

e

de kenmerken

van

de effecten

combinatie

met

plan

betreft de een

of de uitvoering

plan of programma aanzienlijke rekening gehouden met 2 hoofdcriteria:

Bij deze beoordeling wordt

e

Onderhavig plan

een

bestuursorgaan

gebied op lokaal niveau wordt op grond van jurisprudentie (Europees Hof) verstaan: gebied, vergeleken met die van dat grondgebied (gemeente), moet klein zijn.

van

milieu kan

of programma

van

het

die

kunnen

de grootte

effecten

op het

of programma; en

van

omvorming

de

van

gebieden een

intensieve

worden

veehouderij

beïnvloed.

naar

een

landbouwverwantbedrijf

in

akkerbouwbedrijf. 41

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab

en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |

vanbuiten. een

Uit toetsing voor

aan

artikel

onderhavig

dat is opgenomen In het kader

16.36, lid 3 en 4 Omgevingswet volgt dat het besluit

project valt onder in

bijlage V van

1 zoals hierboven

mogelijkheid Omgevingsbesluit.

het

tot

frisee blik op advies

wijziging van het omgevingsplan sprake van een project

beschreven. Er is geen

Volstaan kan

worden

met

een

plan-mer beoordeling.

ontwikkeling zijn de belangrijkste milieuaspecten waaronder luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en natuur in beeld gebracht in hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing. Samen met de overige hoofdstukken vormen deze paragrafen de zogenaamde plan-mer-beoordeling in het kader van artikel 16.36 lid 3 en 4 van de Omgevingswet. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een ontwikkeling die aanzienlijke milieueffecten kent. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De uitgevoerde onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit wijzigingsbesluit te kunnen nemen. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. van

de voorgenomen

bevoegd gezag kan op basis van deze ruimtelijke motivering een besluit nemen over de uitkomst van de planm.e.r.-beoordeling, of er al dan niet een m.e.r. nodig is en publiceert dit in een m.e.r.- beoordelingsbesluit. Het besluit dat geen m.e.r. uitgevoerd hoeft te worden, hoeft niet gepubliceerd te worden in de Staatscourant. Er is geen sprake van een aparte bezwaar- en beroepsprocedure bij de beslissing over de m.e.r.-plicht. Bezwaar en beroep is alleen mogelijk tegelijkertijd met de procedure voor dit wijzigingsbesluit (TAM-omgevingsplan). Het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16773685/1