B1.3 - Ontwerp-Motivering TAM-omgevingsplan Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen (V5) (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Conclusie Het aspect
milieueffectrapportage 'milieueffectrapportage'
vormt
geen
belemmering
voor
de voorgenomen
ontwikkeling.
42 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
frisee blik op advies
Participatie
5,
Ten behoeve
van
de
planvorming
belang dat inzicht geboden wordt in de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. In dit kader heeft initiatiefnemer in de fase van de opstelling van dit TAM-omgevingsplan in zijn directe omgeving een buurtdialoog gevoerd. De bewoners
van
de
volgende adressen
KJ
is van
worden
benaderd:
(geanonimise rd)
gevoerde dialoog zijn bij de gemeente bekend. Een verslag van de gevoerde dialoog is bijgevoegd als bijlage 6 bij dit TAM-omgevingsplan. In de fase van de besluitvorming (openbare voorbereidingsprocedure ex afdeling 3.4 Awb) worden de overige bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen betrokken en wordt hen de mogelijkheid geboden hun zienswijzen op het plan kenbaar te maken. Zie ook volgende paragraaf. De
bewoners
formulieren
zijn mondeling
ondertekend.
geïnformeerd
over
het
initiatief
en
als
bewijs
van
deze
Deze formulieren zijn
43 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
frisee blik op advies
Financiële haalbaarheid
6.
In dit hoofdstuk wordt de wijze
gemaakt
worden
bekostiging van het initiatief beschreven. Uitgangspunt is dat de kosten die het opstellen van een buitenplanse omgevingsplan activiteit voor rekening komen van de
voor
van
initiatiefnemer.
Kostenverhaal
6.1. Op grond meerdere
van
artikel 3.11 Omgevingswet
is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van één of als ook bij gebruiksactiviteiten die mogelijk worden op grond van een
bouwactiviteiten
aangewezen
toegedeelde functie aan de locatie. Het gaat om zogenaamde kostenverhaal plichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. Opgemerkt dient te worden dat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen specifieke activiteiten vanwege gebruikswijzigingen zijn aangewezen. nieuwe
Overheden
zijn verplicht
de bouwactiviteit
om
de kosten te verhalen.
Het afsluiten
van
een
overeenkomst tussen de initiatiefnemer
bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. van
en
het
plan betreft een particulier initiatief. De initiatiefnemer, tevens eigenaar van de gronden en bestaande opstallen, fungeert als financiële drager van het voornemen en heeft voor de uitvoering de benodigde financiële middelen gereserveerd. De gemeente beperkt zich tot het verlenen van planologische medewerking aan de uitvoering van het plan. Voor het overige zijn er geen gemeentelijke financiën met het project gemoeid. Voor dit initiatief dient een anterieure overeenkomst te worden gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Het
6.2. Tevens
Nadeelcompensatie worden
er
in
de
anterieure
overeenkomst
afspraken
vastgelegd
tot
het
verhaal
van
eventuele
nadeelcompensatie.
44 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
Conclusie
7.
evenwichtige toedeling
van
functies
aan
frisee blik op advies
locaties
evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit, nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 3 en 4). Om
een
In hoofdstuk
aangetoond dat er geen sprake is van strijdigheid met relevante beleidsstukken op grond provinciaal of gemeentelijk beleid. De ontwikkeling is passend binnen deze beleidsstukken en draagt, door de beëindiging van een tweetal intensieve veehouderijen, bij aan de verbetering van de omgevingskwaliteit ter plaatse. De nieuwe ontwikkeling voorziet tevens in agrarische bedrijvigheid, waardoor verpaupering in het buitengebied wordt tegengegaan. Ook neemt de kans op mogelijke ondermijnende activiteiten in het buitengebied af. van
3 wordt
nationaal,
In hoofdstuk 4 wordt
ontwikkeling niet leidt tot significant negatieve gevolgen op het gebied gewenste passend geacht op de locatie. Ten behoeve van de aspecten en kan niet voorhand gebiedssoortenbescherming, op gesteld worden dat de nieuwe activiteiten niet leiden tot effecten. hier inzicht Om in te verschaffen, is voor het aspect gebiedsbescherming mogelijke significant negatieve een de effecten van de verkeersbewegingen in de nieuwe situatie in AERIUS-berekening uitgevoerd, waarbij kaart zijn gebracht. Geconcludeerd kan worden dat de verkeersbewegingen in de nieuwe situatie geen significant negatief effect hebben op om omliggende Natura200-gebieden. Voor het aspect soortenbescherming is een QuickScan Flora en Fauna uitgevoerd, waaruit geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen en de daarbij behorende werkzaamheden, naar verwachting geen negatief effect zal hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Er zijn ook geen (verblijfsplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die van
milieu.
aangetoond
De
dat de
activiteiten
door de werkzaamheden
kunnen
worden
worden
beïnvloed.
ontwikkelingen van deze locaties zijn daarmee passend binnen de beleidslijnen van provinciaal en gemeentelijk beleid. Het leidt eveneens niet tot negatieve effecten op het gebied van milieu, waardoor geconcludeerd kan worden dat middels deze ontwikkeling, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De nieuwe
activiteiten
zowel het nationaal
en
de
beleid als ook het
45 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
8.
frisee blik op advies
Bijlagen
Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan, vanBuiten bv, 01-08-2024 Bijlage 2: Vooronderzoek bodem Eijkenhofweg 3, M&A Bodem & Asbest BV, 27 mei 2025 Bijlage 2a: Vooronderzoek bodem Eijkenhofweg 5, M&A Bodem & Asbest BV, 27 mei 2025 Bijlage 3: Toelichting AERIUS-berekening aanleg- en gebruiksfase Eijkenhofweg 5, vanBuiten bv, 02-08-2024 Bijlage 3a: AERIUS-berekening gebruiksfase Eijkenhofweg 5, vanBuiten bv, 02-08-2024 Bijlage 3b: AERIUS-berekening aanlegfase Eijkenhofweg 5, vanBuiten bv, 02-08-2024 Bijlage 4: Toelichting AERIUS-berekening aanleg- en gebruiksfase Eijkenhofweg 3, vanBuiten bv, 01-08-2024 Bijlage 4a: AERIUS-berekening gebruiksfase Eijkenhofweg 3, vanBuiten bv, 01-08-2024 Bijlage 4b: AERIUS-berekening aanlegfase Eijkenhofweg 3, vanBuiten bv, 01-08-2024 Bijlage 5: QuickScan Flora en Fauna Eijkenhofweg 5, Exlan, 02-05-2024 Bijlage 5a: QuickScan Flora en Fauna Eijkenhofweg 3, Exlan, 02-05-2024 Bijlage 6: Verslag omgevingsdialoog, 28-10-2024
46 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |