B1.3 - Ontwerp-Motivering TAM-omgevingsplan Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen (V5) (geanonimiseerd)
Tekst van het document
(geanonimise rd)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab (geanonimiseerd) en
5 (geanonimiseerd)
Motivering
vanbuiten.
VanBuiten bv
een
(geanonimiseerd) 6093 NE (geanonimiseerd) Tel:
+31(0)475
-
49 44 07
info@bijvanbuiten.nl www.bijvanbuiten.nl IBAN: NL86 ABNA 0128 3056 KVK 91612144 btw: NL865711732B01
65
TAM-omgevingsplan Gemeente
Hoofdstuk
22ab
(geanonimiseerd) Nen
Venray
Av
Plangebied:
(geanonimiseerd) BN
Status:
Ontwerp
Zaaknummer:
BO-2024-007880/
Plan-IDN:
NL.IMRO.0984.TAM2401122ab
Datum:
20 november
2025
5
(geanonimiseerd) 51+
Z2024-00007326
5
(geanonimiseerd)
frisge blik op advies
vanbuiten. een
frisee blik op advies
Inhoudsopgave Samenvatting: 1.
situatie
nieuwe
en
situatie
21,2,
EijkenhofwegB
unne
Beschrijving
nennen
saneren
nieuwe
situatie
Eijkenhofweg 3 …
2.2.2.
Eijkenhofweg5
eenen
8
eneeeneeeneeenvenneeenvenneeenenenseenvenneeeneenneeenvenneeenenenseenvenneeen
enen
…
snee
het bel8id
unne
9
enneenenennvenenenneenvennneenvennneeneeenneenveenneenseennsenveenseenseenneenseenne
nanne
Toetsing rijksbeleid
…
annen
Nationale omgevingsvisie
3.1.2.
Ladder
voor
duurzame
8
AEDES
EENDEN
aan
8
eenneeneeenneeneeenneeneeenseenenennvenseenseenenenneenvennseenvenneenvenneeeneennenenvenneeen
….….....nnnanneennneenvennerenvennerenveneerenvennerenveneerenvenseeenveneereneenseennvenseennventennnvenseenneenteense
3.1:1;
ene
verstedelijking
…
reneennenenvenneeeneennerensenneeenvennenenvenneeeneeenseenvennseenvennseenvennevendennen
…
nnn
11
12 14 16
nesten
(NOVI)ssssarssurvssrmseeerenererndensn eens ennennerenerenenenvennereneennenenvenneeeneenneeenvenneren
16 16 17
Toetsing provinciaal beleid…
3.2.1.
Omgevingsvisie Limburg (POVI)
3:22,
Omgevingsverordening: Limburg:
3.3.
enn
Beschrijvingsstrijdigheid.srsserversererrerersenersenssrewnnseneanseendaneoebe eenen ARE G
Toetsing
32:
…
annen
2.21.
3.1.
…
Beschrijving:huidigersituatie'ssaonveresnesensnneneen seeden beten ARNO GAGE ER RRRS Eijkenhofweg3
2.3.
6
team
2.11.
2.2.
As
5
nhar
Inleiding ensaanduidine:plangebiëdsnunmmnmmmmnmeennne nennen
Huidige Zil,
3,
eeen
Inleiding 1.1.
2.
eener
gemeentelijk
Toets
beleid
…
annen
onennensernenneneernennenneenennensennenneenvenennveneenvenvenveneene
2022ssevsoerverrsrmarseranenstn sereen ee nge aR eea
aanne
reneennenenvennereneeenenenvenneeeneeensnenveeneeenvennseenvennneenvennnen
17 19 19
3.3.1.
Omgevingsvisie Venrayiurnnsersernennsernnenereennenteernd nen 19
3:32:
Ruimtelijk
3.3.3.
Kernwaarden
3.3.4.
Omgevingsprogramma Economie 2025-2028
3.3.5.
Structuurvisie
Kkwaliteitskäderssanrnermnenre
veilige- en gezonde leefomgeving …
…
venneeenn neren
neusen eerenneeerenverensneveneeven
Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling
Aspecten fysieke leefomgeving
en
20
arne
…
nnn
milieus
ennennereneennerenvennereneennerenvenneeen
nanne
22 23 25
41.
Milieuzonering
4.2.
Geluid
4.3.
Luchtkwaliteit
44,
Bodem
4.5.
GeUr
4.6.
Gezondheid.reerorrwerezvervsvensennnsereveevenenvervivensvvernvvasseenudaeagvendevenvevenwevanvevavvenneenievannavandddeovenen 32
4.7.
Externe
4.8.
TEÜINBEN
4.9.
Kabels
4:10.
Water.....onnvervorrsnvervorranvervorvonneneervenvervouvbevenessvenvenvenvieveneenvenverdenvbervevenve 35
All:
Archeologiesen-cultuurhistöri®nesmonnumnnrvn
A12.
_NAtUUÊvornanvervorrenvenvorrnsvervorvonwenvorvenvervonvbevenessvonvervenvdevenenvenrendenvbervevenvevaredenve 38
413,
Verkeeren
…
annen
ennvenevenneenevenenenseenneenenensvensvenseenerenneenseenneenseenneenvensnventennnsenseenneendeenneenteenne
nev
27
wemmnmsrnenn vws
senses
onenenseneneenen
senen
25
envenenvenenvenenenvenenvenenseneneenenenvenvenenensenenvenenvenenennenenvenenn
28
…
….nnnnnnnenneenenvenseenenneeneevenseeneeneenenneenvenennvenvenenneenvenenneenvenenveeneenennvenveneenvenveneenvenvenvenveneenvenvenvenvenvenven
30
vaenveureveenn
veiligheid
…
unne
senen
vennveneeeneeeneneneneneeennvenenenneenseenneeneeenneenteenneensennneenseenneenseenneenseense
32
enen 34
veeveveerrseereevenverrienersserveenovoveverseversesarveernnernneneeerennevevenennvereenesvnenwornvsnnesernaervevivennaenvenbenosi
SM
leidINBEN
ares
ree
entesen
mtr
te
35
vers denve steven vovredenvenvenvenvenvendenve
tenere
37
steven vovrnsenvenvenvenvenvensenve
parkeren:
nnen
kansen
EEN
RR
WERCO
39
3 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
4.14.
Milieueffectenrapportage
……
nnn
frisee blik op advies
anneennernenensersneenvenneeenseenseeneennneenvennseenvennneenveenseenvennneenvennseendennnen
41
B»
Participati®rsasrvrvervensrsanrvnneersessnsrrvereenwsesesenrddnneernnwssesenevnneernnwssessacrnwenernwsnsevsnsernnneannenevesasenvenenenenn 43
6,
Financielehaalbaarheid 61,
Kostenverhaal
6:2:
Nadeelcompensatië
7.
Conclusie
8
Bijlagen
enennnnen
annees
44
vanme
evenwichtige toedeling van ends
functies
aan
locatieS
…
…
nnn
44
annneenvennereneennerenvennerenvenneneneensenen
SOEEREE
TERSTEEG
45 46
4 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
frisee blik op advies
Samenvatting (geanonimiseerd) en 5 (5814 AM) te | (geanonimiseerd) is een intensieve veehouderij gevestigd, in de vorm van |
Op de locaties
varkenshouderij. Op beide locaties zijn diverse bedrijfsgebouwen gelegen ten behoeve van het houden van varkens. Beide bedrijven zijn ingeschreven voor deelname aan de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocatie met piekbelasting (Lbv-plusregeling), en heeft initiatiefnemer hierop een positieve beschikking ontvangen. Hiertoe is op 16 april 2024 een principeverzoek ingediend, waarbij een wijziging van een
functies op beide locaties wordt beschreven. In de gewenste situatie wordt er op deze locaties bedrijfsmatig geen vee meer gehouden en wordt er gekozen voor een alternatieve invulling. Op de locatie Eijkenhofweg 3 is in de huidige situatie reeds een akkerbouwbedrijf
aanwezig
welke
intensiveren.
De
loonwerkbedrijf
initiatiefnemer,
beoogde
het
beëindigen
activiteiten
op
de
de
van
locatie
intensieve
veehouderijtak,
Eijkenhofweg
5
akkerbouwbedrijf. De werkzaamheden van een egaliseren voor sleufsilo’s, (erf-)verhardingen en voor zowel uitgevoerd agrarische als niet-agrarische bedrijven. Initiatiefnemer te groeien op Eijkenhofweg 5, waardoor het een kleinschalig bedrijf blijft. omvatten
De
o.a.
als ook
na
nieuwe
een
het machinaal
ontwikkeling voor
aan
het
nationale
beleid,
verder
wenst
te
grondverzet- en en grondverzetloonwerkbedrijf landbouwgronden. Er wordt werk is
een
voornemens
hierin
niet verder
specifiek aan de Nationale omgevingsvisie en de belemmeringen ten aanzien van de ontwikkeling naar voren De gekomen. provinciale beleid, meer specifiek aan de Provinciale en aan de omgevingsvisie omgevingsverordening. Hieruit zijn geen belemmeringen ten aanzien van de ontwikkeling naar voren gekomen. De ontwikkeling is getoetst aan het gemeentelijke beleid, meer specifiek aan de Omgevingsvisie Venray, het Ruimtelijk kwaliteitskader en aan de Kernwaarden veilige- en gezonde leefomgeving. Hieruit zijn geen belemmeringen ten aanzien van de ontwikkeling naar voren gekomen. Ladder
is getoetst
betreffen
meer
duurzame
verstedelijking. Hieruit zijn geen ontwikkeling is getoetst aan het
ontwikkeling is getoetst aan diverse aspecten van de fysieke leefomgeving. Hieruit kan geconcludeerd worden ontwikkeling geen significante negatieve effecten heeft op de fysieke leefomgeving. Er worden immers een tweetal intensieve veehouderijen gesaneerd, wat een aanzienlijke bijdragen levert aan de verbetering van de omgevingskwaliteit. Daarbij wordt opgemerkt dat t.b.v. de soortenbescherming een QuickScan Flora en Fauna is uitgevoerd. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Beiden onderzoeken zijn als separate bijlagen bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing. Tevens is gebleken uit deze onderzoeken, dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor zowel Natura2000-gebieden en het behoud van (mogelijk beschermde of bedreigde) soorten. De
dat de nieuwe
plan, hebben meerdere contactmomenten met de gemeente Venray plaatsgevonden. gemaakt met de uitwerking van deze onderbouwing voor de fysieke initiatiefnemers de buurt hebben geïnformeerd middels een omgevingsdialoog. Hierin leefomgeving, waarop hebben zij de plannen voor beide locaties toegelicht. Een gespreksverslag is aangeleverd bij de gemeente Venray. In verband met de privacywetgeving is deze niet als separate bijlage bijgevoegd bij deze onderbouwing. Om
te
komen
tot
voornoemd
Hierna
is
een
start
Het
plan betreft een particulier initiatief. De initiatiefnemer, tevens eigenaar van de gronden en bestaande opstallen, fungeert als financiële drager van het voornemen en heeft voor de uitvoering de benodigde financiële middelen gereserveerd. De gemeente beperkt zich tot het verlenen van planologische medewerking aan de uitvoering van het plan. Voor het overige zijn er geen gemeentelijke financiën met het project gemoeid. Voorliggende onderbouwing voor de fysieke leefomgeving toedeling van functies aan locaties.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
toont
aan
dat
er
sprake
is
van
een
evenwichtige
vanbuiten. een
1.
Inleiding
1.1.
Inleiding en aanduiding plangebied
Op de locaties
(geanonimiseerd) en 5 (5814 AM) te | (geanonimiseerd) is een intensieve veehouderij gevestigd, in de vorm van |
varkenshouderij. Op
een
varkens. Tevens hoort kadastraal
frisee blik op advies
bekend
kadastraal bekend
er
beide locaties zijn diverse bedrijfsgebouwen bij beiden percelen een bedrijfswoning met
als gemeente
Venray, sectie
als gemeente Venray,
Beide locaties zijn in eigendom op eigen locatie worden groot
van
In de gewenste
er
sectie O
nummers
nummers
592, 1120
en
1121.
gesloten varkenshouderij, waarbij alle dieren gebracht. bedrijven zijn ingeschreven voor deelname aan de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocatie met piekbelasting (Lbv-plusregeling), en heeft initiatiefnemer hierop een positieve beschikking ontvangen. Hiertoe is op 16 april 2024 een principeverzoek ingediend. en
vormen
een
Inmiddels zijn beide
bedrijfsmatig geen vee meer gehouden en wordt er gekozen Eijkenhofweg 3 is in de huidige situatie reeds een akkerbouwbedrijf aanwezig welke initiatiefnemer, na het beëindigen van de intensieve veehouderijtak, verder wenst te intensiveren. Er wordt ca. 40 ha aan grond bewerkt waarbij met name aardappelen en uien worden geteeld. Hiervoor wenst initiatiefnemer een loods te realiseren, als ook drijfmest van derden aan te kunnen voeren voor gebruik voor eigen gronden. Opgemerkt wordt dat er in dit plan reeds rekening is gehouden met ruimte voor de toekomst, om nog een nieuwe loods te kunnen realiseren t.b.v. het akkerbouwbedrijf. voor
De
een
situatie wordt
initiatiefnemer
O,
gelegen ten behoeve van het houden van bijgebouwen. De locatie Eijkenhofweg 3 is 856 en 857. De locatie Eijkenhofweg 5 is 734,
alternatieve
beoogde
invulling. Op
op deze
locaties
de locatie
nieuwe activiteiten op de locatie
Eijkenhofweg 5 betreffen een grondverzet- en loonwerkbedrijf. De grondverzetloonwerkbedrijf omvatten o.a. het machinaal egaliseren voor sleufsilo’s, (erf-)verhardingen en landbouwgronden. Er wordt werk uitgevoerd voor zowel agrarische als nietagrarische bedrijven. Initiatiefnemer is voornemens hierin niet verder te groeien, waardoor het een kleinschalig bedrijf blijft. Hiervoor wenst initiatiefnemer een loods te bouwen, waarvan maximaal 1.000 m? gebruikt wordt voor het grondverzet- en loonwerkbedrijf. Daarnaast dient de loods als werktuigenberging. werkzaamheden
Verder worden
van
een
opslagvakken op verharding gemaakt. In deze opslagvakken kan zand of grond afkomstig van bijvoorbeeld egalisatie projecten van het grondverzet-/ loonbedrijf worden opgeslagen. Deze zand of grond afkomstig vanuit een egalisatie-project kan weer hergebruikt worden bij een nieuw project en zal wellicht dagen of enkele weken blijven liggen. Buitenopslag wordt daarmee toegestaan, uitsluitend binnen het bouwvlak met aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf landbouwverwante bedrijven’. er
buiten
en
enkele
—
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
Hiernavolgend
wordt de
ligging van beide plangebieden
frisse blik op advies
weergegeven.
Eijkenhofweg
D.
_
Figuur
1.1.1
Ligging plangebieden (bron: pdokviewer.nl)
Bij brief van 6 mei 2024 (kenmerk Z2024-00007326) heeft de gemeente Venray kenbaar gemaakt in principe medewerking te willen verlenen aan de ontwikkelingen. Hieraan zijn een aantal voorwaarden verbonden: e
e
e
e
_ Beide locaties dienen
landschappelijk te worden ingepast, waarbij op de locatie Eijkenhofweg 3 een duidelijk ruimtelijke scheiding gecreëerd moet worden tussen het bedrijfsmatige gedeelte en het woongedeelte. Op de locatie Eijkenhofweg 5 dient de bomenrij op de rand van het verhardingsvlak robuuster te worden ingepast; _Op de locatie Eijkenhofweg 3 dient goed onderbouwd te worden waarom er drie silo's noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering; Er dient inzicht te worden verschaft in de hoeveelheid afvalwater als gevolg van de akkerbouw- en loonwerkzaamheden; De verkeersaantrekkende werking en parkeersituatie (licht- en zwaar verkeer) op beide locaties dient voor
de nieuwe situatie nader te worden onderbouwd.
Hiertoe is voorliggende
onderbouwing
voor
de fysieke leefomgeving opgesteld.
en 5 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
2.
Huidige situatie en nieuwe
2.1.
Beschrijving huidige situatie
2.1.1.
Eijkenhofweg
frisee blik op advies
situatie
3
Huidige situatie de locatie Eijkenhofweg 3 wordt in de huidige situatie een intensieve veehouderij geëxploiteerd, meer specifiek een varkenshouderij. Op de locatie is een vergunning aanwezig voor het houden van 4.000 vleesvarkens in twee stallen. De vleesvarkens worden gehouden op een emissie-armsysteem, waarvoor twee mestsilo’s zijn geplaatst, die zorgen voor mestopslag na het emissie-armsysteem. Verder is er een loods voor het akkerbouwbedrijf aanwezig.
Op
feitelijke situatie is initiatiefnemer inmiddels gestopt met het houden van dieren, en liggen de stallen sinds voorjaar van 2024 leeg. In het najaar van 2024 wordt de bedrijfsbebouwing gesloopt. De loods voor het akkerbouwbedrijf blijft behouden. In de het
Figuur 2.1.1.1 Luchtfoto huidige situatie Eijkenhofweg
3
(bron: streetsmart.cyclomedia.com)
Planologische situatie De locatie is gelegen in het van rechtswege geldende tijdelijke omgevingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ welke is vastgesteld door de gemeenteraad op 14 december 2010. Nadien is er een eerste herziening vastgesteld op 1 november 2016 en een tweede herziening op 20 september 2017. Op 31 oktober 2023 is er een herziening op de regels van het ‘Ruimtelijk Kwaliteitskader’ vastgesteld. enkelbestemming ‘Agrarisch’ met daarin een bouwvlak met de functieaanduidingen en ‘bedrijfswoning’. Op een gedeelte van het perceel ligt de dubbelbestemming ‘Waarde 1. Als laatste is de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone Archeologie landbouwontwikkelingsgebied’ aan de gronden toegekend. De
locatie
heeft
de
“intensieve veehouderij’ —
—
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
—
en5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
Hiernavolgend is een ‘Buitengebied Venray
uitsnede
van
de
verbeelding
behorende
bij het geldende omgevingsplan
van
frisee blik op advies
rechtswege
2010’. E1:1 dE EE en
Buitengebied Venray 2010
el Í
1
Bestemmingsplan
Gemeente
meerkenmerken
v
\_ vastgesteld 14-12-2010 Plekinfo
-
Venray
geheel onherroepelijk in werking
Bijlagen bijregels
Regels
Gerelateerd
Overig
Bestemmingsvlakken (1)
193431,
Aarie
387540
Bouwvlakken
7
à
(1)
7
bouwvlak
Functieaanduidingen (1)
123
intensieve
z
veehouderij
Gebiedsaanduidingen (1)
[_] Figuur 2.1.1.2
Uitsnede
2.1.2.
Á
- landbouwontwikkelingsgebied
reconstructiewetzone
>
verbeelding plangebied (bron: omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart)
Eijkenhofweg
5
Huidige situatie de locatie Eijkenhofweg 5 wordt in de huidige situatie een intensieve veehouderij geëxploiteerd, meer specifiek een varkenshouderij. Op de locatie is een vergunning aanwezig voor het houden van 476 zeugen, 80 opfokzeugen en 1.909 gespeende biggen. Deze locatie is in combinatie met Eijkenhofweg 3 een gesloten unit, waardoor alle dieren op de eigen locatie worden grootgebracht.
Op
In de
feitelijke situatie
het voorjaar
van
2024
is initiatiefnemer inmiddels gestopt met het houden
leeg.
In het najaar
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
van
2024 is de
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
van
dieren, en liggen de stallen sinds
bedrijfsbebouwing gesloopt.
vanbuiten. een
Figuur 2.1.2.1 Luchtfoto huidige situatie Eijkenhofweg
5
frisee blik op advies
(bron: streetsmart.cyclomedia.com)
Planologische situatie De locatie is gelegen in het van rechtswege geldende tijdelijke omgevingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ welke is vastgesteld door de gemeenteraad op 14 december 2010. Nadien is er een eerste herziening vastgesteld op 1 november 2016 en een tweede herziening op 20 september 2017. Op 31 oktober 2023 is er een herziening op de regels van het ‘Ruimtelijk Kwaliteitskader’ vastgesteld. enkelbestemming ‘Agrarisch’ met daarin een bouwvlak met de functieaanduidingen veehouderij’ en ‘bedrijfswoning’. Op een gedeelte is de dubbelbestemming ‘Waterstaat Beschermingszone watergang’ van toepassing. Als laatste is de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied’ aan de gronden toegekend. De
locatie
heeft
de
“intensieve
—
—
Hiernavolgend is een uitsnede van ‘Buitengebied Venray 2010’.
de
verbeelding
behorende
bij het geldende omgevingsplan
van
rechtswege
10 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
frisee blik op advies
Buitengebied Venray 2010 Bestemmingsplan meer
kenmerken
Gemeente
vastgesteld
14-12-2010
Plekinfo
Regels
Agrarisch
Bouwvlakken
- geheel onherroepelijk
Bijlagen
Bestemmingsvlakken []
Venray
v
bijregels
in
werking
Gerelateerd
Overig
(1) >
(1)
bouwvlak
Functieaanduidingen (1)
L1]
(1)
[_]
7
2.1.2.2 Uitsnede
Beschrijving
2.2.1.
Eijkenhofweg
Op deze locatie
wenst
nieuwe
Op de locatie is reeds bestaat de
landbouwontwikkelingsgebied
>
situatie
initiatiefnemer het reeds aanwezige
een
het verbouwen in bezit of pacht.
werktuigenberging
aanwezig,
een
loods te bouwen
eigen bedrijf. Deze loods heeft
een
oppervlakte
wens
akkerbouwbedrijf verder voor te zetten. Het huidige agrarische producten waaronder aardappelen en uien. Het
van
om
mestsilo’s
-
3
akkerbouwbedrijf richt zich op bedrijf heeft ca. 40 ha gronden
Daarnaast
reconstructiewetzone
verbeelding plangebied (bron: omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart)
2,2.
drietal
veehouderij
Gebiedsaanduidingen
\ Figuur
intensieve
middel
realiseren
het
plaatsen
ca.
waar
de
de
opslag
machines van
bedrijf worden gestald. agrarische producten afkomstig van het
950 m?. Tevens wenst
waarin
voor
het
initiatiefnemer op deze locatie een mineralenconcentraat van derden
mest, kunstmestvervangers aangevoerd kan worden. Deze producten worden gebruikt t.b.v. het eigen akkerbouwbedrijf. Er vinden geen mestverwerkingsactiviteiten plaats, echter bevinden zich op de locatie geen dieren meer, waardoor aanvoer van deze producten van derden noodzakelijk is. Door
te
van
voor
en
voor initiatiefnemer de mogelijkheid om zowel drijfmest te ontvangen. Dit heeft als voordeel dat er per gewas en grondsoort bekeken kan worden welke mest er aangewend moet worden. De keuze van initiatiefnemer is om in het najaar en in de winter mest aan te voeren en dit gedurende enkele maanden te mixen tot een homogeen product. Dit product, variërend van 1.000 m? tot 3.000 m?, heeft dan homogene gehaltes van bijvoorbeeld stikstof en fosfaat. Vervolgens wordt dit product middels precisiebemesting in het voorjaar aangebracht op eigen gronden. Precisiebemesting zorgt ervoor dat voedingstoffen voor planten in de juiste hoeveelheid op dejuiste plaats komt. Het bedrijf kan afhankelijk van afhankelijk van gehaltes stikstof en fosfaat in de mest tot 60 m? per hectare uitrijden. Voor de huidige omvang van het akkerbouwbedrijf, 40 ha, heeft initiatiefnemer al twee mestsilo’s nodig (60 x 40 2.400 m°). De derde silo wordt gebruikt voor de opslag van spuiwater, en kan later nog uitgereden worden. Door de mest zelfop te blijven slaan, is deze beschikbaar op het moment dat er vraag naar is, en kan er uitgereden worden wanneer het initiatiefnemer het beste past. van
van
drie
en
meerdere
spuiwater (kunstmestvervanger)
mestsilo’s
ontstaat
soorten
=
Onderstaand bouwvlak
is
een
schematische
wordt verkleind
weergave opgenomen 1,69 ha naar ca. 1,31 ha.
van
de
nieuwe
invulling
van
de
locatie.
Het
nieuwe
Opgemerkt principeverzoek destijds oppervlakte van ca. 1 ha heeft. Echter is in dit plan een doorkijk gemaakt, waarbij rekening is gehouden met het mogelijk realiseren van een extra loods in de toekomst. Hiermee wordt een doorkijk gemaakt voor de langere termijn en wordt er een duurzaam en toekomstbestendig plan opgesteld. is aangegeven
dat het
van
nieuwe
ca.
bouwvlak
wordt dat in het
een
11 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. frisee blik op advies
een
met aag oren Gâm lang rondom hoogbomenende ts,breed,10m Asml hah Gestueerd
12m
Bomenrij beukenhaag werktugenbergng 5m 5
4
Sortiment
7
8
tete
_
hagen en bomenrij Nederlandse
ri
naam
7
Maat ho wee
naam en
«
Aantal 25 4
Maat sono vario safi sono
Gestuoerd Haag crea sen40m lang, en woondeel
5 jm
breed,
7
75 75 75
Ì
e p
t/m
_
stuweel*
Gesitueerd zan oostrijde plangebied bij nieuwe slo lood: en
TE
Nieuwe so
eren
200m2.
haal
en
‘Wsterberging
lang, 12m hoog, 05m breed, 4st/m2 ‘Zesortimentsist
Totale hoeveelheid nieuwe
_
verharding 1570m2
1150m2 nieuwe bebouwing en 420m2 neuwewaterbestrating area 06, GHG cirea 05te “Afmetingen: 20m lang, 17m breed, 0,5m diep, taluds ‘Capac crea 16im3 bergen ‘Bergingses 10mm/m2, 15703 Kewaarde
11
paar
IN
Plantschema struweel
verschoven plantverband,
jen
Neer
zuidzijde perceel
zeen
ee
e
vanbuiten.
©
kee
©
(,N
Inpassingsplan Eijkenhofweg 3, Veulen
.
nel
*
Figuur 2.2.1.1 Schematische
weergave nieuwe
situatie
Eijkenhofweg
hi
3
Landschappelijke inpassing Het inpassingsplan richt zich op de oost- en de westzijde van het plangebied. Aan de oostzijde komt een bomenrij met beukenhaag en een struweelhaag die de bestaande en nieuwe bebouwing voor een groot deel aan het zicht onttrekt. Ten zuiden wordt op de bouwperceelsgrens een struweel gesitueerd, waarbij rekening is gehouden om in de toekomst nog een nieuwe loods te realiseren. Aan de westzijde wordt een bomenrij met beukenhaag gebruikt om een scheiding te maken tussen het bedrijf en de woning. Tussen de woning en het bedrijf worden nog 3 bomen aangeplant om de scheiding te versterken. In
het
totaal
wordt
1.570
m?
verharding aangebracht. Op basis van deze oppervlaktes is een waterbergingsplan opgesteld, welke nader wordt toegelicht in paragraaf 4.10. Tevens is het waterplan onderdeel van het landschappelijk inpassingsplan, welke is bijgevoegd als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing. er
aan
nieuwe
bebouwing
en
Milieuaspecten De te verwachten duurzaamheid
en
milieuaspecten worden nader beschreven adaptatie worden eveneens nader
klimaat
Eijkenhofweg
2.2.2.
in hoofdstuk 4. Aspecten beschreven
in
op het
gebied
van
paragraaf 4.15.
5
betreffen deze locatie een grondverzet-/loonwerkbedrijf. De op bij een grondverzet-/loonwerkbedrijf omvatten o.a. het machinaal egaliseren van landbouwgronden, terreinen voor sleufsilo's en (erf-)verhardingen. Er wordt werk uitgevoerd voor zowel agrarische als niet-agrarische bedrijven en hiervoor wenst initiatiefnemer een loods te realiseren. Initiatiefnemer is voornemens om niet te groeien met het grondverzet-/ loonbedrijf, waardoor een oppervlakte van 1.000 m? aan bedrijfsbebouwing voldoende is voor deze bedrijfstak. In deze loods wordt tevens een spuitplaats gerealiseerd voor het schoonspuiten van machines. De hierboven genoemde loods dient daarmee een dubbeldoel: ruimte voor het grondverzet-/ loonbedrijf als ook stalling van (landbouw-)machines. De
beoogde
werkzaamheden
nieuwe
activiteiten
behorende
12 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
beperkte buitenopslag noodzakelijk. Op de verharding worden enkele opslagvakken gerealiseerd tijdelijk zand, grond en vergelijkbare materialen worden opgeslagen die vrijkomen bij de werkzaamheden. Deze materialen kunnen bij volgende projecten worden hergebruikt. Aangezien dergelijke materialen vaak onverwacht en in wisselende hoeveelheden vrijkomen, is directe en toegankelijke opslag op het eigen terrein noodzakelijk om het werkproces efficiënt te houden. Naast
de
loods
frisee blik op advies
is
een
waar
Het realiseren
gebouw voor deze materialen is niet wenselijk. Daarnaast is de opslag per definitie liggen doorgaans slechts enkele dagen tot enkele weken op het terrein, waarna ze weer worden afgevoerd of toegepast. Door de opslag te concentreren binnen het bouwvlak en de aanduiding landbouwverwante bedrijven’, blijft de ruimtelijke impact beperkt en wordt een ‘specifieke vorm van bedrijf ordelijke en overzichtelijke bedrijfsopzet gewaarborgd.
tijdelijk van
van
een
extra
aard: de materialen
—
Onderstaand
is
een
schematische
bouwvlak wordt verkleind
van
ca.
weergave
1,09 ha
de
opgenomen van ca. 0,86 ha.
nieuwe
invulling
de
van
locatie.
|
nieuwe
at
Plantschema Struweel
Bomenrijessen* Zie
en
Singel
ent
Gesitueerd aan oostzijde oprit en Buis, 10m hoh.
bestrating
waver
sortimentslijst
struweel
Bestaande
Het
naar
*
de 78m lang,
Gesitueerd rondom struweel circa
haag,
e
opslagvlakken.
Sm breed en Sm
©
©
e@
©
cntomomen
hoog.
‘Zie sortimentstisten pantschema
Opstagdkken.
Singel® aan westzijde nieuwe loods, Haag circa 70m lang en Sm breed, Zie soritmentslijt en plantschoma.
(Gesitweerd
Loods circa 1200m2’
Latijnse Fraanus Stale
me
naam emelsor
keer
Waterberging hoevesïheid verharding 3790m2 1200m2 neuwe bebouwing 2590m? nieuws bestrating Bergingseis 100mm/m2, 379e3 te bergen water
Totale
Sortiment struweel
euwe en
Kewraarde circa 6, GHG circa 06 Waterberging verdeold over twee delen. Deel
1 6äm
2
lang, Sm breed, 0,6m diep, taluds 1:1.Capacteit
Deel oppervlak Totale capaciteit
Sortiment
circa crea
219,53
720m2,0,25m diep, taluds 11. Capaciteit circa 394,5m3.
175m3
singel
lead
Gestweerd Satu, Zie
aan
15m
waterloop ten
hak.
zusden van
/
vanbuiten.
plangebied
een
Frise blik op odvies
@N
Inpassingsplan Eijkenhofweg 5, Veulen
sortimenesijst
____n ow
Figuur 2.2.2.1 Schematische
Wasplaats
weergave nieuwe
situatie
Eijkenhofweg
20
30m
__Schaal1:750{artormaat
5
landbouwmachines
Initiatiefnemer
wenst
in de
nieuwe
loods
wasplaats te realiseren voor de reiniging van machines. Bij de en het uitvoeren van uitvoering werkzaamheden, grondbewerking, egalisatie komen de machines in met gewasbeschermingswerkzaamheden bij klanten, aanraking grondresten, modder, indien van toepassing vet, olie en gewasbeschermingsmiddelen. —
Initiatiefnemer wenst
een
zoals
van
—
in de
nieuwe
loods
wasplaats voor landbouwvoertuigen te realiseren. Voor de teelt van gewassen worden gewasbeschermingsmiddelen toegepast om de gewassen te beschermen tegen ziekten, plagen en onkruid. Dit helpt om de opbrengst en kwaliteit van de gewassen te behouden, en de productiviteit van agrarische percelen te verhogen. Wanneer de gewassen met gewasbeschermingsmiddelen behandeld worden, blijven er resten van dergelijke middelen achter op de landbouwmachines. Alvorens initiatiefnemer een
13 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
andere
delen
de
landbouwgronden gaat bewerken is het van belang om deze resten van de verwijderen. Hiermee wordt voorkomen dat eventuele overgebleven resten verspreid gronden/gebieden. Dit proces vindt plaats op de hiervoor ingerichte wasplaats in de nieuwe
van
landbouwmachines worden
te
andere
naar
frisee blik op advies
loods. deze
wasplaats worden mogelijke overgebleven resten van gewasbeschermingsmiddelen van de landbouwmachines verwijderd. Het schoonspuiten van deze machines is een belangrijke stap om de verspreiding van potentieel schadelijke stoffen in het milieu te minimaliseren. Hierbij kunnen ook vet- en olieresten afgespoeld worden. Op
Aanvullend
speciale reinigingsapparatuur en opvangsystemen, zoals oliedergelijke systemen worden geleid, alvorens het in een opvangput wordt opgevangen. Met enige regelmaat wordt deze put geleegd, waarbij wordt voldaan aan de lozingsvoorschriften van de NVWA. Dit proces wordt nader beschreven en uitgewerkt in de milieuaanvraag van en
hierop
is de
wasplaats uitgerust
vetafscheiders.
Het
afvalwater
deze nieuwe
zal
met
eerst
door
loods.
Landschappelijke inpassing Het inpassingsplan richt zich voornamelijk op de oost- en zuidzijde van het perceel. Hier komt een bomenrij die loopt van de Eijkenhofweg tot aan de opslagvlakken aan de zuidzijde van het plangebied. Rondom de opslagvlakken komt een breed struweel die de vlakken volledig uit het zicht ontnemen. Aan de zuidzijde komt een bomenrij van wilgen op gepaste afstand van de Oostrumsche beek. Met deze elementen is de oost- en zuidzijde van het perceel vrijwel volledig ingepast. gerealiseerd, waardoor de loods vanaf deze zijde aan In
het
totaal
wordt
m?
aan
nieuwe
de
westzijde
wordt
een
opgaande
groenstructuur
het zicht wordt onttrokken.
verharding aangebracht. Op basis van deze oppervlaktes waterbergingsplan opgesteld, toegelicht in paragraaf 4.10. Tevens is het onderdeel van het welke is bijgevoegd als bijlage 1 bij deze ruimtelijke waterplan landschappelijk inpassingsplan, onderbouwing. er
3.990
Aan
is een
bebouwing
en
welke nader wordt
Milieuaspecten De te verwachten duurzaamheid
en
milieuaspecten worden nader beschreven klimaat adaptatie worden eveneens nader
in hoofdstuk 4. Aspecten beschreven
in
op het
gebied
van
paragraaf 4.15.
Beschrijving strijdigheid
2.3. Op basis
de locaties
Eijkenhofweg
3
en
beide locaties is een bouwvlak
5
een
agrarische functie, waarbij
er een
opgenomen.
Eijkenhofweg 3 wordt een akkerbouwbedrijf voortgezet. Dit betreft een ontwikkeling welke bij het toekomstperspectief voor het gebied op grond van het Ruimtelijk Kwaliteitskader en welke ook direct passend is binnen het Omgevingsplan. Op
de
het Omgevingsplan hebben veehouderij is toegestaan. Op
van
intensieve
locatie
aansluit
Op
de
locatie
Eijkenhofweg 5 betreft het grondverzet-/ loonbedrijf een niet-agrarisch bedrijf, zijnde een bedrijf. Dit past niet direct binnen het Omgevingsplan. Echter blijft ook deze locatie volgens het Ruimtelijke Kwaliteitskader voorbestemd voor bedrijvigheid gericht op de agrarische sector. Om op deze locatie een landbouwverwant bedrijf toe te staan, dient de functie ter plaatse gewijzigd te worden. Ook dient, in het kader van deelname aan de Lbv-plusregeling, de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ van de locatie verwijderd te worden. Middels onderhavige aanvraag worden hieraan voorschriften verbonden, waarmee landbouwverwant
voldaan
kan worden
Derhalve
wordt
aan
deze voorwaarde.
opgemerkt dat voorgenomen activiteit op de locatie Eijkenhofweg 3 rechtstreeks passend is binnen het Omgevingsplan. Echter dient, om te kunnen voldoen aan de voorwaarden voor deelname aan de Lbvplusregeling, de exploitatie van een intensieve veehouderij uitgesloten te worden. Middels onderhavige onderbouwing worden daarmee maatwerkvoorschriften opgenomen, waarmee bovenstaande kan worden bewerkstelligt. De omgevingsaspecten zijn daarmee ook enkel getoetst aan de ontwikkeling op de locatie 14 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
Eijkenhofweg 5, Omgevingsplan. Bij het opstellen
daar
van
een
het
Omgevingsplan, waarbij
de
dergelijk
landbouwverwantbedrijf
niet
rechtstreeks
passend
Omgevingsplan voor de gemeente Venray worden beide locaties aanduiding ‘intensieve veehouderij’ van de locatie verdwijnt.
is
frisee blik op advies
binnen
opgenomen
het
in dit
15 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
3.
Toetsing
3.1.
Toetsing rijksbeleid
3.1.1.
Nationale
aan
frisee blik op advies
het beleid
omgevingsvisie (NOVI)
Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar
plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan.
de
Rijk blijft verantwoordelijk voor rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn Het
e
e
e
u 4.
De
toekomstperspectief op en richting geven. Rijk
van
een
wil het
sturen
Daarnaast
kan
een
2050
brengt
Die komen
de NOVI samen
de
langetermijnvisie
in beeld. Op
nationale
in vier prioriteiten:
voor
op de fysieke combinaties te maken
belangen
belangen soms botsen. Het streven is om en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:
te worden
Combinaties in het
onze
leefomgeving
in Nederland
is
zo
groot,
dat
voor enkelvoudige functies: scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt van
verleden
maximale 2.
leefomgeving.
klimaatadaptatie en energietransitie; duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. Duurzaam economisch groeipotentieel; ruimte voor overgang naar een circulaire economie. Sterke en gezonde steden en regio’s; woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen (bv. kringlooplandbouw). Ruimte
druk
1.
fysieke
onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van of het beschermen van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.
belangen
2.
de
systeem
een
Aan de hand
1.
het indien:
functies gaan
is
de
NOVI
we
naar
en
zorgvuldig gebruik
zoeken
van
ruimte.
Kenmerken
en identiteit van een gebied staan centraal: optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in
wat de
het andere. 3.
Afwentelen het is
wordt voorkomen:
belang
dat
onze
huidige generatie
van
inwoners
van
samenleving
zoveel
mogelijk
voorziet in
zonder dat dit ten koste gaat
omgevingsvisie Onderhavig initiatief raakt geen belang op
van
mogelijkheden en behoeften toekomstige generaties.
van
de
Conclusie Nationale
nationaal
niveau, waardoor het NOVI geen belemmering oplevert.
16 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. frisee blik op advies
een
Ladder
3.1.2. De
Ladder
duurzame
voor
verstedelijking
verstedelijking (vaak kortweg aangeduid als Ladder) is een instructieregel voor tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan.
duurzame
voor
zorgvuldig ruimtegebruik of er echt behoefte
aan
en
In artikel
5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bk) staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Wat voldoende substantieel is, wordt niet exact vastgelegd in het Bkl. Wel heeft jurisprudentie van de Afdeling een
bestuursrechtspraak van de Raad van State ondergrenzen, maar “in beginsel’ grenzen. In
beginsel
hierin
enkele
lijnen uitgezet.
Het
gaat
daarbij
niet
om
harde
is een
plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dus vanaf 12 woningen. stedelijke functies in de vorm van een terrein is de ondergrens ‘in beginsel’ 500 m?. Bij toevoeging van gebouw ligt de ondergrens dus ‘in beginsel’ bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m?.
Bij andere een
De laddertoets die
geldt enkel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het gaat daarbij om stedelijke ontwikkelingen planologisch beslag leggen op de ruimte. Of, als er alleen wijziging van de gebruiksfunctie andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft. Van belang is in hoeverre het initiatief:
nieuw of groter
een
is, die op
een
e
in vergelijking
e
_en
Toets
welk
met
het vorige
planologisch beslag
plan, voorziet op de ruimte
in
het
functiewijziging; plan mogelijk maakt in vergelijking een
met
het vorige
plan.
initiatief
Op de locatie Eijkenhofweg 3 wordt een akkerbouwbedrijf voortgezet en op de locatie Eijkenhofweg 5 wordt een grondverzet-/loonbedrijf gestart. Dergelijk initiatief betreft in beginsel geen stedelijke ontwikkeling. Daarnaast worden op beide locaties de beide locaties ingeperkt.
bouwvlakken verkleind.
Ook als de
toepassing is,
Ladder niet
gemotiveerd.
Deze
van
evenwichtige
omgevingsaspecten, welke nader
Daarmee worden
de
planologische bouwmogelijkheden
op
moet de evenwichtige toedeling van functies aan de locatie worden toedeling van functies aan de locatie volgt uit de beschrijving van de worden toegelicht in hoofdstuk 4.
Conclusie Ladder
voor duurzame verstedelijking Onderhavig initiatief betreft in beginsel geen stedelijke ontwikkeling. Echter, uit nadere motivatie blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies op de locatie. Hierdoor vormt de Ladder geen belemmering
het initiatief.
voor
3.2.
Toetsing provinciaal beleid
3.2.1.
Omgevingsvisie Limburg (POVI)
Op
1
oktober
vastgesteld.
2021
hebben
Deze visie is op 25
de
Provinciale
oktober 2021
Staten
van
in werking
de
provincie
Limburg
de
Omgevingsvisie
Limburg
getreden.
Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde POL2014 (Provinciaal Omgevingsplan Limburg) en strategische visie voor de lange termijn (2030-2050) op de fysieke leefomgeving. De visie gaat naast de fysieke leefomgeving ook in op aspecten zoals gezondheid, veiligheid, economie en sociale aspecten. En dat is onderlinge samenhang. De Omgevingsvisie is
een
De Omgevingsvisie voor
de
uitwerking
is een zelfbindend document van
de onderdelen
van
en
bindt daarmee
het beleid
om
enkel de provincie
bindende
regels
te
Limburg.
Als het
nodig
is
stellen, dan gebeurt dat via de
17 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
Omgevingsverordening.
frisee blik op advies
Omgevingsverordening is vastgesteld op 17 december 2021 en tegelijkertijd (01-01-2024) inwerking getreden. Hoewel de visie gaat over de periode van 2030-2050 is de Omgevingsvisie Limburg geen blauwdruk voor de toekomst. Bij (nieuwe) ontwikkelingen kan de provincie nog keuzes maken. Daarbij kiest de provincie voor maatwerk en wordt rekening gehouden met karakter en mogelijkheden van een gebied en de afwegingen van belangen op lokale schaal. Als er afwegingen gemaakt moeten worden, dan gebeurt dat op basis van de onderstaande Limburgse principes: met
De ontwerp
de Omgevingswet
1.
Streven
2.
Kenmerken
3.
Meer
4,
Zorgvuldig omgaan
De
naar
een en
stad,
meer
omgevingsvisie
e e
Wonen
gebieden
onze
ruimte
staan
centraal.
binnen
en
voorraden
diverse thema’s
in de omgevingsvisie
van
bovengronds
én
ondergronds.
of gebieden de provinciale Limburg benoemd:
rol
en
belangen.
De
volgende
leefomgeving. gezondheid. _ Cultuur, sport en erfgoed. en
Veiligheid
en
Economie.
e
Werklocaties.
e
_ Mobiliteit.
e
Energie.
e
Landbouw.
e
Water.
©
Natuur.
e
met
worden
e
e
veilige samenleving.
en
van
land.
benoemt
thema’s/gebieden e
inclusieve, gezonde
identiteit
_ Landschap. Bodem en Ondergrond.
Per thema wordt de
lange termijn ambitie gedeeld, alsmede de keuzes die de provincie hierin maakt. Twee derde Limburg landelijk gebied. Land- en tuinbouw en de vrijetijdseconomie zijn belangrijke economische factoren in het landelijk gebied. De hoger gelegen zandgronden in Noord- en Midden-Limburg en de van vormen samen het zogenaamde plateaugebieden Zuid-Limburg buitengebied. Hier liggen grote transitieopgaven in verband met de problemen rond onder andere stikstof en fijnstof. Er zijn kansen voor een breed scala aan vormen van landbouw, maar ook voor andere functies waaronder vrijetijdseconomie. In veel gevallen zal het mogelijk zijn om opgaven in samenhang op te pakken en zo win-winsituaties te creëren. Soms zullen opgaven echter met elkaar wedijveren om de beperkt beschikbare ruimte. Dat vraagt om keuzes waarbij de belangen van economie, energievoorziening, veiligheid en gezondheid, natuur en ruimtelijke kwaliteit tegen elkaar moeten worden afgewogen. Hiervoor is een gebiedsgerichte aanpak nodig waarbij ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheden samenwerken. De Provincie wil die samenwerking stimuleren en waar nodig initiëren. is
van
Binnen
het thema
name op de ontwikkeling binnen de bestaande bedrijven, de vele blootgesteld en de grote opgaven die er liggen onder andere door het Klimaatakkoord, het Europees luchtkwaliteitsbeleid, de provinciale- en regionale energietransitie en de waterhuishouding. Als gevolg hiervan zullen een groot aantal agrariërs stoppen en komt er agrarische bebouwing vrij (VAB). Om landschappelijke kwaliteit te behouden en verrommeling te voorkomen, worden er ten aanzien van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB's) een aantal zaken gestimuleerd:
veranderingen
e e e
‘Landbouw’
waaraan
is de focus
ondernemer
met
worden
_ Agrarisch hergebruik; _Herbestemmen
buiten
de sector;
_ Sloop (met uitzondering van beeldbepalende/ monumentale en karakteristieke bebouwing), waarbij de mogelijkheden worden bepaald door het potentieel van het vastgoed en de omgeving, vanuit het principe juiste ontwikkeling op de juiste locatie. Ook wordt sloop de nieuwe opgave om verpaupering en ondermijnende activiteiten te voorkomen. 18
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
frisee blik op advies
locaties
Eijkenhofweg 3 en 5 betreffen beide VAB-locaties, die zijn vrijgekomen door deelname aan de Lbvplusregeling. Beide locaties liggen in een gebied welke voorbestemd is voor bedrijvigheid gericht op de agrarische sector, waardoor zowel het akkerbouwbedrijf als het grondverzet-/ loonbedrijf qua functie passend zijn op deze locatie. Door het toekennen van een nieuwe functie neemt tevens de kans op ondermijnende activiteiten af en De
wordt verpaupering
tegengegaan.
Het
akkerbouwbedrijf is direct passend binnen het Omgevingsplan. loonbedrijf wordt tevens aangegeven dat het plan in beginsel ruimtelijke onderbouwing voor de fysieke leefomgeving wordt aangetoond dat deze Conclusie
Voor
wat
betreft
het
aanvaardbaar is. Middels activiteit
passend
grondverzet-/ onderhavige
is op deze locatie.
Omgevingsvisie Limburg
Gelet op vorenstaande
past het initiatief binnen de reikwijdte
van
de
provinciale Omgevingsvisie.
Omgevingsverordening Limburg 2022
3.2.2. Provinciale Staten
hebben
de
Omgevingsverordening Limburg vastgesteld in de vergadering van 17 december 2021 en gewijzigd op 16 december 2022. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is ook deze Omgevingsverordening Limburg het vigerend provinciaal beleid geworden. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is per 1 januari 2024 ingetrokken. De omgevingsverordening is voor het laatst gewijzigd op 3 februari 2025. In de
Omgevingsverordening Limburg staan de provinciale regels op het gebied van milieu, provinciale wegen, (grond-)water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. De Omgevingsverordening Limburg bevat twee soorten regels: e
e
_Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap. Dit zijn opdrachten aan de gemeenten en het waterschap die de gemeenten moeten verwerken in het gemeentelijk omgevingsplan en het waterschap moet verwerken in de waterschapsverordening. Pas na het verwerken van de provinciale instructieregels in het gemeentelijk omgevingsplan, of in de waterschapsverordening, krijgen deze regels effect op activiteiten van inwoners en bedrijven. Regels voor activiteiten die voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen.
Zowel de
locatie
Eijkenhofweg
3 als
Eijkenhofweg 5 zijn gelegen
binnen
een
tweetal
gebiedsaanwijzingen:
Buitengebied In de Omgevingsverordening Limburg zijn, ten aanzien voor voorgenomen activiteiten, toepassing vanwege de ligging in het buitengebied.
geen
specifieke regels van
Overstromingskansgebied C De (gemiddelde) overstromingskans binnen dit gebied is 1:25 per jaar. Deze omgevingswaarde geldt in het kader van de inspanningsverplichting voor het waterschap met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop moeten wateren zijn regionale ingericht. De norm van 1:25 betekent dat de kans per jaar 1:25 is dat er een overstroming optreedt. Conclusie
Omgevingsverordening Limburg
Gelet op vorenstaande
past het initiatief binnen de reikwijdte
van
de
provinciale Omgevingsverordening.
gemeentelijk beleid
3.3.
Toets
3.3.1.
Omgevingsvisie Venray
Op 21 december 2023 heeft de gemeente Venray de ‘Omgevingsvisie Venray 2023’ vastgesteld. In de Omgevingsvisie gaat de gemeente Venray in op de uitdagingen waar ze voor staat, en geeft de gemeente richting aan waar ze naar toe wil in de toekomst. De Omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische
19 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
visie ‘Toekomstvisie 2030, Venray loopt voorop’. De omgevingsvisie ondernemers en verenigingen uit de gemeente Venray.
is tot stand
De gemeente wil de belangrijke waarden van Venray beschermen ambities rekening gehouden met verschillende opgaven zoals de
versterken.
gekomen
samen
met
frisee blik op advies inwoners,
Daarbij wordt aan de hand van klimaatverandering, de energietransitie en de om het tekort te lossen. woningbouw woning op Belangrijk vraagstuk daarbij is hoe de gemeente er over 10 jaar uit zal zien. De ambities spelen een rol in ontwikkelingen binnen de verschillende deelgebieden. Beide locaties zijn
gelegen
in een
gebied
dat is
aangemerkt
en
als ‘agrarisch
gebied’.
agrarisch gebied is volop in ontwikkeling. Er spelen diverse onderwerpen in het agrarisch gebied zoals ruimteclaims vanuit de en energietransitie grootschalige agrarische bedrijvigheid, leegstand, klimaatverandering. Ook spelen er maatschappelijke discussies over voedselproductie, grondgebruik en biodiversiteit. De gemeente wil in kaart brengen hoe al deze functies naast elkaar kunnen bestaan en wil daarbij gaan voor het toekomstbestendig maken van het agrarische landschap. Veiligheid en gezondheid zijn belangrijke pijlers hierin. Een gezonder woonklimaat wordt gerealiseerd door het wonen beter te scheiden van veehouderijen. Voor een agrarisch gebied in evenwicht, waar toekomstige generaties in schone lucht kunnen Het
genieten
recreëren.
en
agrarische gebied is voornamelijk in gebruik voor agrarische bedrijvigheid, waarvan een groot deel zich heeft gespecialiseerd in de veeteelt. Echter is het buitengebied aan veranderingen onderhevig, o.a. door de veranderende maatschappij en de nieuwe inzichten op het gebied van veeteelt. Dit leidt tot veel stoppende agrarische bedrijven, en daarmee veel vrijkomende agrarische bebouwing (VAB's). Daarmee ontstaat een risico op leegstand, verloedering en verrommeling. Tegelijkertijd liggen er daarbij kansen om het agrarisch gebied toekomstbestendiger te maken en duurzaam te versterken. Het
Op beide locaties blijven agrarische activiteiten plaatsvinden,
passend is binnen het deelgebied ‘agrarisch gebied’. Door het toekennen van nieuwe functies aan deze locaties, wordt leegstand, verloedering en verrommeling voorkomen en wordt de kans op ondermijnende activiteiten verkleind. Verder wil de gemeente
in het
onderhavige ontwikkeling name
geur
en
ammoniak
agrarisch gebied
worden
er
twee
afkomstig van
inzetten
op
wat
het verbeteren
van
het
woon-
en
leefklimaat.
Met
intensieve
deze
veehouderijlocaties gesaneerd, waarbij de emissie van met bedrijven, verdwijnt. Daarmee verbetert het woon- en leefklimaat.
Conclusie
Omgevingsvisie Venray 2023 van verrommeling en nieuwe invulling van locaties, dragen deze ontwikkelingen bij aan de van de omgevingsvisie. Gelet op vorenstaande past het initiatief binnen de Omgevingsvisie Venray doelstelling In
het
kader
2023.
3.3.2.
Ruimtelijk Kwaliteitskader
Aanvullend
op de Omgevingsvisie van de gemeente Venray is het Ruimtelijk Kwaliteitskader voor het gehele gemeentelijke grondgebied vastgesteld. Met dit Ruimtelijk Kwaliteitskader zijn de waarden en karakteristieken welke belangrijk zijn om te behouden, vastgesteld. Ook worden in het Ruimtelijk Kwaliteitskader randvoorwaarden gesteld waarbinnen het mogelijk is om toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken.
Ruimtelijke
belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. aangenaam om te ervaren (belevingswaarde). Het is ook belangrijk dat er functionele samenhang is (gebruikswaarde) en dat de ruimte duurzaam, aanpasbaar en beheerbaar is ingericht (toekomstwaarde) zodat deze kan worden doorgegeven aan toekomstige generaties. Een
kwaliteit is het
omgeving die divers is,
samenhangend geheel met
herkenbare
van
identiteit
en
Het
buitengebied is verdeeld is deelgebieden. Deze verdeling is gebaseerd op de landschappelijke structuren ook op ruimtelijke begrenzingen zoals de N270 en de A73. Per deelgebied worden de landschapstypen beschreven, de kernkwaliteiten benoemd en wordt de gewenste ontwikkelingsrichting toegelicht. maar
20 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
Beide locaties zijn
gelegen
met
aan
frisee blik op advies
deelgebied ‘Jonge Ontginningsgebieden’. Het gebied van jonge ontginningen is gelegen westzijde van de gemeente Venray. Dit landschap is het meest recent ontgonnen. Het kenmerkt zich als een gebied grootschalig agrarisch cultuurlandschap met rechtlijnige wegen- en Er enkele zeer waardevolle zijn verkavelingspatronen. open gebieden waar ook geen tot weinig bebouwing Structurerend het de in aanwezig is. landschap zijn wegen die begeleidt worden door bomenlanen. In
name
de
jonge
Verder
liggen
in het
de
ontginningsgebieden liggen linten met verschillende toekomstperspectieven. De locaties Eijkenhofweg 3 en 5 zijn gelegen binnen de bruine linten: deze gebieden zijn overwegend agrarisch en blijven naar verwachting overwegend agrarisch. Deze gebieden zijn over het algemeen wat verder van de dorpskernen gelegen. Hiermee kan worden gesteld dat de voortzetting van de agrarische activiteiten op beide locaties passend zijn binnen het Ruimtelijk Kwaliteitskader. jonge ontginningsgebieden een aantal opgaven waaraan de gemeente Venray uitstraling van het landschap een belangrijke factor om mee te nemen. Een aantal binnen de jonge opgaven ontginningsgebieden zijn onder andere landschap, natuur, water, bodem, energietransitie en landbouwtransitie. Doordat op beide locaties een intensieve veehouderij gesaneerd wordt, vindt er een aanzienlijke verbetering plaats van de omgevingskwaliteit. De emissies van geur, ammoniak en fijnstof afkomstig van deze bedrijven verdwijnen daarmee volledig en ook de uitstoot van stikstof op in de buurt gelegen Natura2000-gebieden daalt. Er wordt een nieuwe agrarische invulling gegeven aan de locaties, wat passend is binnen het gebied. Bij de oprichting van nieuwe bebouwing wordt rekening gehouden met materiaalgebruik en energietransitie. aandacht
binnen
er
besteed.
de
Ook is de
Voor wat betreft de
uitstraling van het landschap, dient rekening gehouden te worden met het in stand houden rechtlijnige geordende verkaveling. Middels het landschappelijke inpassingsplan wordt er voor gezorgd dat het perceel een robuuste uitstraling heeft door gebruik te maken van gebiedseigen beplanting. Het landschappelijk inpassingsplan is te vinden in bijlage 1 bij deze onderbouwing. van
de
en
Conclusie
Ruimtelijk Kwaliteitskader
Geconcludeerd
kan worden dat de voortzetting van de agrarische activiteiten passend is binnen het gebied. Door goede, robuuste landschappelijke inpassing wordt het geheel mooi ingepast wat bijdraagt aan de landschappelijke uitstraling. Eveneens wordt de omgevingskwaliteit aanzienlijk verbeterd doordat er een tweetal intensieve veehouderijen gesaneerd worden. Het plan is daarmee passend binnen het Ruimtelijk Kwaliteitskader. Kernwaarden
3.3.3. Centraal
wordt,
bij de en
dat
veilige- en gezonde leefomgeving
opgaven en ontwikkelingen van het landelijke gebied staat dat het buitengebied gekoesterd er voor wordt gezorgd om het goed achter te laten voor volgende generaties. Het doel van de
Venray is om een goede balans te houden tussen gezonde leefomgeving, natuur/klimaat en bedrijvigheid. En wel op zo’n manier dat ze elkaar gaan versterken. Gezondheid is een ambitie waar de gemeente binnen het landelijke gebied op in wil zetten. Dit thema raakt enorm veel inwoners, verenigingen, ondernemers en andere belanghebbenden. gemeente
Wat gemeente Venray verstaat onder jaren, is nog onvoldoende afgebakend
veilige en gezonde leefomgeving en wat de koers is voor de komende gedefinieerd. In het Omgevingsprogramma Landelijk Gebied is daarom een opdracht opgenomen om te komen tot een duiding van een veilige en gezonde leefomgeving. In fase 1 van deze opdracht is gestart met het vaststellen van de zeven hoofdthema's en vervolgens met het formuleren van de daarbij behorende kernwaarden. Na vaststelling van de kernwaarden volgt fase 2, waarin de kernwaarden verder en concreter worden uitgewerkt in keuzes, kaders en normen. Deze kaders en normen krijgen vervolgens weer een plek in onder andere het Omgevingsplan. Dit dient nog plaats te vinden. volgende zeven
De
e e
hoofdthema’s
een en
zijn reeds in fase 1 vastgesteld:
_ Aandacht voor klimaatadaptatie, groen, natuur en water; Schoon
en
veilig ontmoeten;
21 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
e
Goede
e
Gezonde
e
milieukwaliteit; en
duurzame
woningen;
_ Aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte; Goede
e e
frisee blik op advies
bereikbaarheid;
_ Uitnodigen tot bewegen, spelen en sporten.
Aandacht
voor
Werken,
wonen
klimaatadaptie, groen, natuur en water en verblijven in een groene omgeving met natuur en water heeft een positieve invloed op de en mentale fysieke (lichamelijke) gezondheid. Groen en water zorgen voor rust en ontspanning en verminderen stress. Daarnaast ontstaat er in een groene omgeving minder hinder en overlast door de gevolgen van klimaatverandering. Groen en natuur vermindert overlast als gevolg van hoge temperaturen (hittestress) en vermindert wateroverlast als gevolg van hoosbuien omdat we het water beter kunnen opvangen en het water sneller de bodem
in kan trekken.
Bij de bouw of uitbreiding zeker
ook
de
bebouwing
woningen, bijgebouwen of bedrijven speelt niet alleen de bebouwing Het vergroenen van tuinen en/of daken, landschappelijk inpassen
van
leefomgeving.
of het opvangen
van
regenwater zijn manieren waarop groen
en
natuur
uitgebreid
rol
een van
kunnen
maar
nieuwe worden.
Goede milieukwaliteit Een
goede milieukwaliteit, waarin er sprake is van gezonde lucht en een acceptabel geluidniveau, draagt bij aan wonen en verblijven en heeft een positief effect op de gezondheid. Het is dan ook een belangrijk onderdeel bij de inrichting van de leefomgeving. Een goede kwaliteit van lucht en geluid werkt preventief en voorkomt direct gezondheidseffecten, beïnvloedt het klimaat positiefen biedt gebieden extra karakter, identiteit en kwaliteit. Er wordt gestreefd naar een afname van milieubelasting zodat voor iedereen sprake is van een goed prettig
woon-
leefklimaat.
en
Conclusie Kernwaarden Doordat
veilige-
van
locaties
gezonde leefomgeving veehouderij gesaneerd
en
aanzienlijke verbetering plaats omgevingskwaliteit. geur, fijnstof afkomstig van deze bedrijven verdwijnen daarmee volledig en ook de uitstoot van stikstof op in de buurt gelegen Natura2000-gebieden daalt. Dit draagt bij aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat. Middels het landschappelijke inpassingsplan wordt er voor gezorgd dat het perceel een robuuste uitstraling heeft door gebruik te maken van gebiedseigen beplanting. Tevens wordt er aangesloten bij de reeds bestaande landschappelijke structuren. Gelet op vorenstaande past het initiatief binnen de beleidsnotitie Kernwaarden veilige- en gezonde leefomgeving. op
beide
intensieve
een
de
De
emissies
Omgevingsprogramma
3.3.4.
wordt, vindt
ammoniak
van
er
een
en
Economie 2025-2028
Omgevingsprogramma Economie 2025-2028 is vastgesteld door het college van burgemeester en van de gemeente Venray op 4 februari 2025. Dit programma is opgesteld om de economische structuur van Venray te versterken en te verduurzamen, met aandacht voor innovatie, werkgelegenheid en het Het
wethouders behoud de
van
vitaliteit
de kwaliteit van
het
buitengebied. Het beleid stimuleert economische activiteiten die bijdragen buitengebied, mits deze zorgvuldig worden ingepast in het landschap en voldoen van
het
aan aan
milieukwaliteitseisen.
Het
Omgevingsprogramma
ontwikkeling bijdraagt aan
benoemt
Versterking en verduurzaming Door de sanering
verschillende
de uitvoering
van
van
beleidsdoelen.
Hieronder
wordt
gemotiveerd
hoe
deze
dit programma.
de economische
structuur
veehouderijlocaties neemt de milieubelasting in het gebied af. Dit creëert ruimte voor een duurzamere vorm van landbouw (akkerbouw) en een ondersteunende economische activiteit (loonwerk en grondverzet) die inspeelt op de toekomstige opgaven in de landbouwtransitie. Het loonwerk- en grondverzetbedrijf voorziet (voornamelijk) in een regionale behoefte aan moderne landbouwdiensten en bodemwerkzaamheden, en draagt zo bij aan de vitaliteit van de agrarische sector in Venray en omgeving. van
de intensieve
22 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab
en 5 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | |
vanbuiten. een
frisee blik op advies
Verbetering van de leefomgeving en kwaliteit van het buitengebied De beëindiging van de intensieve veehouderij draagt direct bij aan een betere milieukwaliteit door onder andere de reductie van geur- en ammoniakemissies afkomstig van beide bedrijven. Daarnaast neemt stikstofdepositie op nabijgelegen natuurgebieden af. Door nieuwe functies aan de locatie toe te kennen wordt de leefbaarheid van het buitengebied gestimuleerd. Verrommeling en leegstand wordt waar mogelijk voorkomen, en de kans op ondermijnende activiteiten wordt verkleind. Daarnaast
biedt de
herinrichting kansen om de landschappelijke kwaliteit te versterken. Dit is verder uitgewerkt in het landschappelijke inpassingsplan. Dit komt de belevingswaarde van het buitengebied ten goede en sluit aan bij het gemeentelijke streven om de leefbaarheid te verbeteren. Conclusie
Omgevingsprogramma
Gelet
vorenstaande
op
Economie
past
onderhavige
ontwikkeling
binnen
de
beleidsuitgangspunten
van
het
Omgevingsprogramma. 3.3.5.
Structuurvisie
Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling
De
gemeente Venray heeft het kwaliteitsmenu uitgewerkt in de Structuurvisie “Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling”, vastgesteld op 20 december 2011. Deze visie is gebaseerd op de gedachte dat ruimtelijke ontwikkelingen, zoals bouwactiviteiten, kunnen leiden tot verlies van ruimtelijke kwaliteit, en dat dit verlies gecompenseerd moet worden. Het achterliggende doel is het behoud en waar mogelijk, de versterking van de (groene) kwaliteiten van zowel het buitengebied als het stedelijk gebied. Het
stedelijk bedrijvigheid,
gebied
waarin landbouw,
bijdragen
dat
biedt
mens,
voor
natuur
het
Er wordt ruimte
principe
Tegelijkertijd en
recreatie
de
plek
is het
geboden
achterliggende een bijdrage
tevens
dit beleidsstuk
voor
hiervan wordt
nieuwe
is het
geleverd
waar
een
en
initiatieven
behoud
van
ecologisch
en
het
ontwikkelingen,
zoals
woningbouw
en
de
waardevoller
wordt
en
daardoor
meer
kwaliteit
uitbreiding van bestaande economische functies. Het draagvlak van het buitengebied, waarmee van het gebied.
economische
de leefbaarheid
aan
stedelijke
de gemeente Venray van groot belang dat het buitengebied, hoofdrol spelen, vitaal en aantrekkelijk blijft. Het beleid moet ertoe voor
buitengebied landschappelijk plant en dier.
doel
In
in
vormt
thuishoren.
regelgeving wordt ook ingegaan op de ruimtelijke kwaliteit en maatregelen die genomen Sommige maatregelen worden niet via een bijdrage voor de ruimtelijke ontwikkeling het geregeld. In bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’, onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Venray, zijn een tweetal uitgangspunten uitgewerkt die rechtstreeks gericht zijn op het behoud van de ruimtelijke kwaliteit: 1. Hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB): nieuwvestiging van een niet-agrarisch bedrijf of recreatiebedrijf is alleen in een VAB toegestaan; 2. Bij uitbreiding van woningen, landbouwverwante en kleinschalige bedrijven (meer dan het maximale bebouwingsvolume) is uitbreiding op basis van een sloopregeling mogelijk. kunnen
Ter
plaatse
van
deze
en
worden.
de
ontwikkeling
wordt
allereerst
gezorgd
voor
een
goede
ruimtelijke
en
landschappelijke
inpassing in de omgeving. Indien nodig, is een aanvullende bijdrage ruimtelijke ontwikkeling vereist. Hierbij geldt dat de