CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Eindrapport zienswijzen bp mer Spurkt

Gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan en MER De Spurkt40.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De zienswijze geeft wel tot aanpassing van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. Zienswijze reclamant 13, Stichting Das & Boom Ontvankelijkheid 

Schriftelijke zienswijze ingekomen 7 augustus 2020

De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.

De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.

De zienswijze is derhalve ontvankelijk.

Zienswijze De zienswijze van Stichting Das & Boom dient in samenhang met de reeds ingezonden zienswijze van de Dassenwerkgroep Venray – Horst te worden beschouwd. Reclamant beschouwd zijn zienswijze als onlosmakelijk verbonden met de zienswijze van de Dassenwerkgroep Venray – Horst. In de zienswijze van Stichting Das & Boom wordt ingegaan op de volgende punten: a. Volgens reclamant geeft het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende invulling aan bet advies van De Commissie voor de milieueffectrapportage (16 mei 2019 projectnummer 3377). De functies van bet huidige gebruik van bet plangebied zijn onvoldoende uitgediept voor populaties van beschermde soorten. Het beoogde compensatieoppervlak voor de das is nu al essentieel foerageergebied. Reclamant komt op een compensatieverplichting van ca. 25 hectare, (richtlijnen kennisdocument Das). Dit staat in schril contrast met de beoogde compensatie genoemd in bet ontwerpbestemmingsplan. Deze conclusie geeft ook te denken voor de andere beschermde soorten. Het inrichten van 2,4 hectare als compensatie voor de soorten, das, boerenzwaluw, huismus, steenuil en vleermuizen in het oostelijk gelegen in te richten compensatiegebied is natuurlijk ongeloofwaardig en niet realistisch. Het is dan ook ondenkbaar dat met deze inrichtingsplannen de noodzakelijke ontheffing Wet

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

natuurbescherming zal worden verkregen hetgeen in het bestemmingsplan wel aannemelijk dient te worden gemaakt. b. Reclamant acht de haalbaarheid voor de realisatie van een industrieterrein in de voorgestelde vorm dan ook laag in, aangezien een van de uitgangspunten voor de voorgenomen ontwikkeling de uitgifte van netto 30 ha terrein is. Dit naast de doelstelling van een zorgvuldige inpassing in de bronsgroene landschapszone rekening houdende met het groene karakter. c.

De op 27 juni 2017 vastgestelde Regionale visie bedrijventerreinen door de gemeenteraad van Venray is achterhaald door de wereldwijde pandemie. De Nederlandse economie staat dit jaar naar verwachtingen van het IMF een krimp van 7,5 procent te wachten. Aan de noodzakelijkheid van het industrieterrein kan nu getwijfeld worden. De onderbouwing voor noodzaak van het industrieterrein voor het ontwerpbestemmingsplan stamt uit 2017 en is met de komst van de Coronacrisis en de gevolgen daarvan niet meer gegrond.

d. Compensatiemoraal van de gemeente Venray: De compensatieopgaven vanuit het bestemmingsplan Smakterheide, vastgesteld 2013-06-18, zijn nog steeds niet uitgevoerd. Percelen binnen dit bestemmingsplan zijn destijds als compensatie bestemd voor natuur en bos. De huidige werkelijkheid is aardappelen en mais. Dit is volstrekt onacceptabel en er is geen reden om aan te nemen dat dit niet weer gaat gebeuren binnen het plan “De Spurkt”. e. Reclamant concludeert, dat het concept zoals in het ontwerpbestemmingsplan “De Spurkt” volstrekt onder de maat is. De noodzaak van het industrieterrein is gezien de huidige crisis niet onderbouwd. De leefgebieden van diverse beschermde soorten worden ernstig aangetast of kunnen als verloren worden beschouwd. Daarmee is de biodiversiteit in bet geding. De beoogde compensatie is een sigaar uit eigen doos, veel te weinig en meer een tekenplankoplossing dan een effectieve compensatieoplossing. Buiten bovenstaande is reclamant van mening dat een dergelijk grootschalig industrieterrein niet thuis hoort in een beekdal met de daarbij behorende landschapskwaliteiten. De aantasting van de bronsgroene landschapszone binnen het Loobeekdal is niet acceptabel. Standpunt gemeente a. Er wordt opgemerkt dat er uitvoerig onderzoek heeft plaatsgevonden naar de aanwezigheid van dassen en op welke manier ze het gebied gebruiken.

Aan de hand daarvan is de compensatie berekend. De maatregelen zijn vastgelegd in het bij de ontheffing behorende activiteitenplan. Op basis hiervan heeft de provincie als bevoegd gezag ontheffing verleend voor het aantasten van het leefgebied (5584.008, d.d. 28 november 2019). Het is vaste jurisprudentie van de Raad van State dat de vraag of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling dan wel een ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, pas aan de orde komt in de uitvoeringsfase

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

van het bestemmingsplan (AbRS 25 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2003, r.o. 25.1 e.v.). Immers, de Wet natuurbescherming kent een eigen juridisch regime waaraan concrete bouwplannen en gebruiksveranderingen aan moeten voldoen. Inmiddels is er – zoals hierboven is opgemerkt – een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming verleend. Daarmee staat vast dat de Wet natuurbescherming (en het daarin vastgelegde soortenbeschermingsregime) niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de wet staat (AbRS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2081, r.o. 20.5). Ook anderszins is niet gebleken – gelet op de aan het bestemmingsplan ten grondslag gelegde ecologische rapporten – dat de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen niet uitvoerbaar zijn. b. Op dit moment is er nog te veel onzekerheid over de vraag of en zo ja, tot welke structurele effecten de coronacrisis leidt. Uit rechtspraak vloeit voort dat gevolgen van een crisis pas kunnen en hoeven te worden meegenomen in een behoefte onderzoek als de mogelijk structurele gevolgen voldoende duidelijk zijn (zie bijvoorbeeld AbRS 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1666). Gelet op het gegeven dat de planperiode zich uitstrekt over een zeer lange periode (ten minste 10 jaar) doen de mogelijke gevolgen van de coronacrisis niets af aan de conclusie uit het behoefteonderzoek uitgevoerd door Stec groep 'LDV De Spurkt' d.d.

28 oktober 2020, met kenmerk 20.176. Momenteel is – zo heeft adviesbureau Stec in haar laddertoets vastgesteld – er nog te veel onzekerheid over de diepte van de crisis en de gevolgen op de langere termijn. Mogelijk zal de impact van de coronacrisis de uitgifte de komende jaren enigszins. c.

Reclamant stelt de compensatiemoraal van de gemeente ter discussie en haalt daarbij het bestemmingsplan Smakterheide aan. Dit staat echter geheel los van onderhavige procedure. Deze zienswijze wordt derhalve voor kennisgeving aangenomen.

d. Hier wordt door reclamant een conclusie getrokken. Voor het inhoudelijke standpunt wordt verwezen naar het gestelde standpunt onder onderdeel a tot en met d van deze zienswijze/ De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. Zienswijze reclamant 14 Ontvankelijkheid 

Schriftelijke zienswijze ingekomen 6 augustus 2020

De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.

De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.

De zienswijze is derhalve ontvankelijk.

Zienswijze

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

a. In de inleiding van het ontwerpbestemmingsplan staat dat de vraag voor uitbreidingsruimte binnen de regio groter is dan bet aanbod. Gezien de huidige ontwikkelingen in wereld zeker ook m.b.t. bet klimaat, is de vraag welke prioriteit belangrijker is voor de 30ha grond bij de Spurkt. Het plangebied heeft momenteel de functie als zijn bronsgroene landschapszone, hierin zitten diverse positieve klimaatgerichte functies. Reclamant vraagt zich af hoe deze functies worden vervangen. Zijn de kosten voor vervanging wel te dragen voor het exploitatiebedrijf? Blijft er een positief saldo over? Gelet op de huidige ontwikkelingen als stikstof en droogte de laatste jaren? Welke kosten komen er voort uit bet inleveren van de diverse natuurlijke functies die de bronsgroene zone nu vervult? b. Naar aanleiding van de ladder van duurzame verstedelijking heeft reclamant de volgende vragen. Wat is er duurzaam aan wanneer de economie instort door teveel aan verharding van de bodem in ons land? Oorzaak van het instorten van de economie een gebrek aan voldoende verdamping ten behoeve van regen, voor omzet/productie en gezonde werknemers? c.

Uit het ontwerpbestemmingsplan volgt dat specifiek voor bedrijventerreinen blijkt dat het grootste deel van de werkgelegenheid (zo’n 75%) door bedrijven die neerstrijken op een bedrijventerrein, afkomstig is uit de eigen gemeente (PBL, 2009). 2009? Is er geen recenter onderzoek? Momenteel wordt er veel gebruik gemaakt van buitenlandse arbeiders deze wonen niet in de regio.

d. Welke invloed heeft het Corona-virus op de logistieke markt? Is een uitbreiding van een bedrijf momenteel financieel haalbaar in de huidige situatie? Daarnaast is er dringend te kort aan klimaatbufferende capaciteiten van bodems, zoals water opslag voor droge periodes. Ook de Agrofood is afhankelijk van voldoende schoonwater voor productie, dit is een gezamenlijke opgave, indien productie door gebrek stagneert ook de ontwikkeling van de bedrijven die gebruik gaan maken van de Spurkt o.a. aanbod in de Agrofood bedrijven. De genoemde studies zijn van voor corona en de droogtejaren, wanneer men de studies in de huidige omstandigheden zou doen, dan verwacht reclamant een andere uitkomst. e. Reclamant mist in de studies ook de waarde van de huidige locatie ten opzichte van de voorgenomen ontwikkelingen. Regionaal gevestigde bedrijven zijn gebaat bij gezond regionaal personeel, schoon water voor de teelt van de conserveren groente die worden verwerkt. Wanneer het personeel en of de water/bodem kwaliteit te kort schiet, dan zullen gevestigde bedrijven moeten sluiten of verhuizen naar andere regio’s. Door de achteruitgang van de infiltratie capaciteit van de bodem/natuur zal de bedrijvigheid gaan afnemen. f.

Reclamant haalt een stuk tekst aan over de kosten van logistiek vastgoed. Voor welke kosten komen de diverse ontwikkelbedrijven te staan wanneer er maatregelen genomen dienen te worden om in de toekomst de beschikbaarheid van voldoende schoon drinkwater te kunnen garanderen? Kunnen ze zo’n gezamenlijke opgave wel financieren?

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

g. In het eerste extreem droge jaar 2018 is ruim 3 miljoen vierkante meter aan verharding ten behoeve van logistiek aangebracht. Acht u het mogelijk dat de miljoenen vierkante meters aan verharding medeverantwoordelijk kunnen zijn voor de droogte? Kunnen de eigenaren verantwoordelijk worden gesteld indien er niets gedaan wordt om droogte te voorkomen? B.v. de 30ha bij de Spurkt de positieve duurzame eigenschappen te laten behouden. h. Het dichtstbijzijnde natuur 2000 gebied ligt op 1 km afstand, in een ander document is deze afstand 890 meter. Wanneer de grondwater voorraad niet voldoende wordt aangevoerd heeft dit wel invloed op dit natuurgebied. Sterker nog, het zal een domino effect hebben op meer regionale natuurgebieden. Immers minder grondwater minder verdamping = minder infiltratie van regenwater. Welke onderzoeken uit welk jaar liggen ten grondslag aan de effecten van verdroging? Wanneer er minder water infiltreert en verdampt op 890 meter afstand van een nature 2000 gebied. i.

Gelet op de dynamiek, bestaande contacten en marktontwikkelingen verwachten we niet dat de markt in de komende periode sterk minder wordt. Mogelijk zal de impact van de coronacrisis de uitgifte de komende jaren enigszins drukken. Prognoses kijken echter over conjunctuurgolven heen. Is in deze ontwikkeling ook rekening gehouden met hoe om te gaan met klimaat omstandigheden?

j.

Vele kennisdocumenten zijn van 2017 of de jaren ervoor, dit is voor de droge zomers van 2018,2019 en dit jaar. Het valt me op dat er wel aangegeven wordt dat er minder grondwater zal infiltreren, hier bezinkvijvers voor worden aangelegd. Echter in de exploitatie zie ik hiervoor geen bedragen genoemd. Heeft dit te maken met een negatieve eindbalans? Waardoor de(grond)exploitatie van het nieuwe ontwikkelbedrijf Groenport Venlo geen positieve bijdrage kan leveren? Hoe moeten ontwikkelbedrijven in de toekomst een positieve eindbalans gaan krijgen wanneer de kosten van grondwater kwantiteit wordt verhaald op diegene die de infiltratie en verdamping van water verstoord?

Standpunt gemeente a. Het plangebied ligt inderdaad voor een groot deel in de Bronsgroene landschapszone. De Bronsgroene landschapszone omvat beekdalen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden. De kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Voor de Bronsgroene landschapszone is behoud, beheer, ontwikkeling en beleving van de landschappelijke kernkwaliteiten in samenhang met versterking van natuurkwaliteiten het hoofddoel. Er zijn negatieve effecten te verwachten op het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter en het cultuurhistorisch erfgoed. Het bedrijventerrein wordt met zorg voor de bestaande structuren ingepast. Bomenrijen en bomen blijven zoveel mogelijk behouden en worden waar mogelijk versterkt (zie Beeldkwaliteitsplan De Spurkt). De belangrijkste structuren langs de weg De Spurkt en de kavelgrenzen wordt zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk versterkt.

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

Ten behoeve van de ontwikkeling van het plangebied is een grondexploitatie opgesteld. Hieruit blijkt dat deze in ieder geval sluitend kan worden afgerond, waarmee de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan gewaarborgd is. Gelijktijdig met het bestemmingsplan wordt eveneens het exploitatieplan vastgesteld. b. Met deze zienswijze is het niet duidelijk wat reclamant wenst in te brengen. In de laddertoets (Stec groep 'LDV De Spurkt' d.d. 28 oktober 2020, met kenmerk 20.176) wordt een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies onderbouwt en zorgt voor een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. c.

Reclamant refereert naar alle waarschijnlijkheid naar het behoefteonderzoek uitgevoerd door Stec groep 'LDV De Spurkt' d.d. 4 juni 2020, met kenmerk 20.176. Onder hoofdstuk 3 van dit rapport, wordt in paragraaf 3.1 (marktregio voor bedrijventerrein) naast het door reclamanten aangehaalde onderzoek van PBL uit 2009, eveneens een recenter onderzoek van het CBS aangehaald (2013) waarin het beeld wordt bevestigd dat het merendeel van bedrijven binnen de eigen gemeente verhuist (ruim twee derde). De conclusie in dat onderzoek is dat de gemiddelde verhuisafstand van bedrijven 8 kilometer is.

d. Momenteel is er nog te veel onzekerheid over de diepte van de crisis en de gevolgen op de langere termijn. Er zijn momenteel nog geen betrouwbare cijfers/prognoses hierover. Mogelijk zal de impact van de coronacrisis de uitgifte de komende jaren enigszins drukken. Echter prognoses kijken over conjunctuurgolven heen. Daarnaast bestrijkt het bestemmingsplan net als de geprognotiseerde behoefte een periode van 10 jaar (tot en met 2029), terwijl de coronacrisis naar verwachting een veel kortere periode bestrijkt. e. In de toelichting van het bestemmingsplan is onder hoofdstuk 3 de locatiekeuze opgenomen. In de eerste fase van de m.e.r.-procedure, het bepalen van reikwijdte en detailniveau, zijn locatiealternatieven voor het bedrijventerrein onderzocht. Hierbij zijn de mogelijke locaties beschouwd op basis van de geschiktheid van de locatie en risico's op milieueffecten waarbij ook is bezien of de locaties hierin onderling verschillen. In een aantal stappen is getrechterd van enkele potentiële locaties voor het bedrijventerrein binnen de gemeente Venray naar voorkeurslocatie De Spurkt. In paragraaf 3.1 is deze trechtering toegelicht. In deze afweging zijn alle van belang zijnde aspecten meegewogen. Het aspect water en infiltratie is daar onderdeel van. Infiltratie van al het hemelwater op eigen terrein wordt in de regels geborgd. f.

Deze opmerking valt buiten de scope van dit bestemmingsplan. Voor wat betreft de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt verwezen naar het standpunt opgenomen onder a van deze zienswijze.

g. Deze opmerking valt buiten de scope van dit bestemmingsplan en wordt ter kennisgeving aangenomen. h. De invloed van voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied en de mogelijke gevolgen voor nabijgelegen Natura 2000 gebieden zijn in de Passende Beoordeling

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

beoordeeld (bijlage 6 bij de toelichting, Econsultancy, Passende beoordeling De Spurkt te Venray, Rapport 5584.006, versie D3, d.d. 28-10-2020). Met betrekking tot overige storingsfactoren, te weten niet zijnde stifstofdepositie, is in de voortoets bij voorbaat uitgesloten dat deze een negatieve invloed kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. Significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden (ook buiten Nederland) ten gevolge van de ontwikkeling van het bedrijventerrein De Spurkt kunnen hiermee worden uitgesloten. i.

Op dit moment is er nog te veel onzekerheid over de vraag of en zo ja, tot welke structurele effecten de coronacrisis leidt. Uit rechtspraak vloeit voort dat gevolgen van een crisis pas kunnen en hoeven te worden meegenomen in een behoefte onderzoek als de mogelijk structurele gevolgen voldoende duidelijk zijn (zie bijvoorbeeld AbRS 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1666). Gelet op het gegeven dat de planperiode zich uitstrekt over een zeer lange periode (ten minste 10 jaar) doen de mogelijke gevolgen van de coronacrisis niets af aan de conclusie uit het behoefteonderzoek uitgevoerd door Stec groep 'LDV De Spurkt' d.d. 28 oktober 2020, met kenmerk 20.176. Momenteel is – zo heeft adviesbureau Stec in haar laddertoets vastgesteld – er nog te veel onzekerheid over de diepte van de crisis en de gevolgen op de langere termijn. Mogelijk zal de impact van de coronacrisis de uitgifte de komende jaren enigszins drukken. Echter prognoses kijken over conjunctuurgolven heen.

j.

Ten aanzien van het infiltreren wordt opgemerkt dat al het hemelwater op eigen terrein moet worden geïnfiltreerd. In de watertoets, opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting, zijn de kaders aangegeven. Tevens is opgemerkt dat, mochten er aanvullende openbare wegen worden gerealiseerd, de bergingsopgave voor de verharding in openbaar terrein worden gerealiseerd. Dit kan in de vorm van parallel lopende sloten. Voor wat betreft de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt verwezen naar het standpunt opgenomen onder a van deze zienswijze.

De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. Zienswijze reclamant 15, IVN, afdeling Geysteren-Venray Ontvankelijkheid 

Schriftelijke zienswijze ingekomen 7 augustus 2020 (poststempel 3 augustus 2020)

De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.

De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.

De zienswijze is derhalve ontvankelijk.

Zienswijze IVN, afdeling Geysteren-Venray, hierna reclamant, wilt met zijn zienswijze zijn zorgen uiten tegen de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen wijzigingen. Tevens onderschrijft zij het

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

standpunt van de heer J. Houba in zijn open brief, gepubliceerd in het weekblad Peel en Maas van 8 juli 2020. Het betrokken gebied is van groot belang voor de diversiteit in de planten wereld van Venray. Het gebied is rijk aan opmerkelijke planten, waarvan er enkele op de Rode Lijst voor komen. Reclamant spreekt ook zorgen uit voor het aanliggend kwelgebied. Reclamant is bevreesd over de gevolgen voor dit gebied mocht het industriegebied uitgebreid worden tot aan de Loobeek. In de bijlage heeft reclamant een overzicht bijgevoegd van de door hen gespotte fauna in het plangebied, aangevuld met de waarnemingen van planten voorkomend in het gebied en het aanliggende kwelgebied. Het kruidvlier komt volgens de plantenexpert van reclamant op slechts twee plaatsen in Nederland voor, het is nu bloeiend te bewonderen in het plangebied. Standpunt gemeente Voor de beschermde soorten binnen het plangebied zijn maatregelen vastgelegd in het activiteitenplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag (5584.008, d.d. 28 november 2019). Dit activiteitenplan maakt onderdeel uit van de ontheffingsaanvraag en het is niet noodzakelijk dit plan als bijlage bij de toelichting op te nemen. Op 21 juli 2020 heeft de provincie Limburg de ontheffing verleend en de beoogde maatregelen als voldoende beoordeeld om negatieve effecten te voorkomen (2019-208082, d.d. 21 juli 2020).

Er is tevens aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de beschermde plant- en diersoorten die volgens de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Een groot deel van de soorten genoemd door de reclamant zijn niet beschermd onder de Wet natuurbescherming. Daarnaast hebben de waarnemingen betrekking op het naastgelegen natuurgebied in het Loobeekdal. De vrees van reclamant voor de Loobeek indien het bedrijventerrein wordt uitgebreid, is niet gegrond, aangezien er hier geen voornemens zijn om dat te doen. De begrenzing van het bedrijventerrein is zoals aangegeven op de bij het plan behorende verbeelding. De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. Zienswijze reclamant 16 Ontvankelijkheid 

Schriftelijke zienswijze ingekomen 6 augustus 2020

De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.

De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.

De zienswijze is derhalve ontvankelijk.

Zienswijze

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

Reclamant geeft aan dat de aanleg van dit industrieterrein aan de overzijde van de straat tegenover zijn woning, enorme gevolgen zal hebben voor mijn leefomgeving en zijn woongenot. Om dit te onderbouwen haalt reclamant de volgende punten aan: a. Overschrijding rode lijn: De straat De Spurkt vormt een natuurlijke scheiding tussen het bestaande industrieterrein Smakterheide en het Loobeekdal. Het dal van De Loobeek vormt een Onderdeel van de Ecologische hoofdstructuur, die ernstig wordt bedreigt door de plannen voor de aanleg van 2 zonneparken, woningbouw in de wijk " De Brabander " en de aanleg van dit industrieterrein. Al deze ontwikkelingen vormen eveneens een verstoring voor een dassenpopulatie, waarvan 1 burcht gelegen is in het gebied, waar men nu het industrieterrein heeft gepland. Dit gebied wordt nu juist gebruikt, om te foerageren en als leefgebied voor deze ernstig bedreigde diersoort. b. Bereikbaarheid van de woning: Als het terrein wordt aangelegd en als het in gebruik wordt genomen, zullen er ingrijpende veranderingen plaats vinden voor de woning van reclamant. Een muur van 15 meter hoog en bijna een kilometer lang komt er voor de deur van reclamant te liggen. c.

Waardedaling van de woning: Zo als de plannen er nu uit zien, kom ik zo'n beetje midden op het industrieterrein te wonen. Mijn woning wordt onverkoopbaar en ook mijn woongenot wordt ernstig aangetast. Wanneer de overheid een woning onverkoopbaar maakt, moet diezelfde overheid hier een oplossing voor regelen.

d. Hoogspanningsleiding: Over het toekomstige terrein loopt een hoogspanningsleiding, waar langs aan beide zijden op een bepaalde strook niet gebouwd mag worden. Ook geven de hoogspanningsleiding straling af, wat schadelijk is voor mens en dier en die storend kunnen werken bij bepaalde elektronische systemen. e. In het onderzoeksrapport Reikwijdte en Detailniveau, wil men op dit nieuw aan te leggen terrein een "Eenheidsworst" voorkomen. Daarvan is bij dit nieuwe exploitatieplan niets terug te vinden. Grote sfeerloze " Dozen ", die totaal niet passen in dit gebied. f.

Gevolgen van de uitstoot op omliggende Natura 2000 gebieden: De Boshuizerbergen ligt op enkele honderden meters van het nieuw te ontwikkelen gebied aan de overzijde van de A73. Dit gebied heeft toch al zo veel te lijden onder de uitstoot van het huidige industrieterrein Smakterheide, en de uitstoot van de A73. In dit gebied bevindt zich het grootste Jeneverbessenstruweel van Zuid Nederland, waar men op dit moment pogingen doet, om dit weer in oude glorie te herstellen. De invloed van het verkeer en de intensieve veehouderij op de Maasduinen is rampzalig. De komst van extra uitstoot door dit geplande industrieterrein is uiterst schadelijk voor dit gebied. Ook het Maasheggenlandschap, ondervindt hier de schadelijke gevolgen van dit planvoornemen. Dit gebied is door UNESCO aangewezen als biosfeergebied. Daarmee neemt de Maasheggen deel aan het Internationale UNESCO programma Man and Biosfeer ( MAB).

g. Het gebied vormt volgens reclamant een belangrijke schakel in toeristische uitstraling van Venray. Door de komst van dit industrieterrein en zonneparken zullen toeristische activiteiten niet goed meer mogelijk zijn.

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

h. Voor men aan dit nieuwe terrein mag beginnen, meet er eerst 30 hectaren uit voorraad bedrijventerreinen worden gehaald, voor het nieuwe terrein er mag komen. Waar vindt die saldering plaats ? In Venray ? i.

Welke milieu-categorie mag er komen? Er staat in het ontwerpbestemmingsplan vermeld, dat het hier gaat om bedrijven tot een milieu-categorie 4.2. Wat voor bedrijven vallen onder de termen Agri- food? Ook bio-massa centrales, mestvergisters, slachterijen ?

j.

Schadelijke Effecten van verlichting van het Loobeekdal: Door de komst van dit industrieterrein is een groot gedeelte van het Loobeekdal elke nacht helder verlicht. Dit heeft grote invloed op de flora en fauna van het Loobeekdal. Bioritmen worden verstoord en ook voor de dassen ( nachtdieren ) is dit rampzalig. Ook het binnen schijnen van vrachtverkeer in de avond en nachtelijke uren kan uiterst irritant zijn.

k. Grote toename van geluiden: Wat is de invloed van de geluiden van de A73, de Zonnepanelen van TE, de Omvormers van dit zonnepark, de wanden van de nieuwe loodsen, bestaande geluidsoverlast van industrieterrein Smakterheide en aan- en afvoerend vrachtverkeer op het nieuwe industrieterrein op elkaar? Is daar onderzoek naar gedaan? Cumulatief effect? Zijn wel verschillende geluiden! Sommige zijn continu, andere weer onregelmatig. Ook afhankelijk van weersinvloeden en tijd van de dag of nacht. l.

Opvang van wateroverlast: Zoals het gebied nu is, fungeert het plangebied als een grote spons. Er staat nooit water op het land, zelfs niet bij grote hoosbuien. Bij de aanleg van het industrieterrein wordt er bijna 30 hectaren verhard met asfalt en loodsen. Bij een toenemend aantal hoosbuien komt er een enorme hoeveelheid water tegelijk met de vervuiling van grond en dakoppervlak (diesellekkages, roetdeeltjes, stofneerslag van Eko-Martens) in de Loobeek terecht, wat tot dode vissen en andere dieren kan leiden.

m. Operatie " Steenbreek “: De gemeente Venray probeert op allerlei wijze de burgers te bewegen, om de voor-en achtertuinen zo groen mogelijk te maken. Ook het afkoppelen, van de hemelwaterafvoer wordt zelfs met subsidie gestimuleerd. Dit alles, om de enorme toevloed van water bij hoosbuien op te kunnen vangen. In het Loobeekdal doet de gemeente het tegenovergestelde. n. Is er wel overleg, tussen div overheden? Terwijl de Gemeente Venray en de provincie liefst in stilte tijdens de vakantieperiode een industrieterrein willen aanleggen in een Natuurgebied, is er enkele honderden meters verder op het Waterschap bezig met het " herinrichten " van de Loobeek. Wat de ene overheid wil afbreken, ( gemeente Venray en de Provincie ) meet een andere overheid met veel moeite geld en inspanning weer herstellen! o. Energietransitie: Op het gehele te plannen industrieterrein zijn geen zonnepanelen voorzien. Een grote omissie, te meer, omdat in hetzelfde Loobeekdal op het aan de overzijde van de afwateringssloot een zonnepark is gepland van bijna 30 hectaren. Dit niet met elkaar combineren is een enorme misser. Ook vergroening met groene daken, door beplanting met Sedumsoorten staat nergens aangegeven.

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

p. Hittestress: Door de verstening en asfaltering zal dit nieuwe industrieterrein een hitteeiland worden. Met het toenemende aantal hittegolven zal dat niet prettig zijn voor mijn woon-en leefklimaat. q. Primagaz: Op het huidige industrieterrein Smakterheide ligt aan de uiterste rand tegenover het nieuw aan te leggen industrieterrein het gasopslag en verdeelstation Primagaz. Als het nieuwe industrieterrein er komt, komt dit gasoverslagbedrijf bijna midden in het industrieterrein te liggen. In een straal van 300 meter mag er niet gebouwd worden. Ben benieuwd, of nieuw te vestigen bedrijven zo' n tikkende tijdbom voor hun deur willen hebben? r.

Stofuitstoot Eko-Martens: Aan de rand van het huidige industrieterrein Smakterheide aan De Spurkt ligt Bio-Massa Centrale Martens Eko. Het vermalen van boomstammen tot houtpellets voor energie opwekking, gaat gepaard met een enorme stofuitstoot, die bij omliggende bedrijven al jarenlang voor enorme problemen zorgt. Eventuele nieuwe bedrijven, die zich aan de overzijde willen vestigen zullen ook die overlast ervaren.

s.

Stikstofuitstoot: Terwijl varkensboeren in de buurt van Natura 2000 gebieden worden weggekocht, om de stikstofuitstoot op deze gebieden te verminderen, wil men nu een nieuw industrieterrein op enkele honderden meters van zo' n kwetsbaar gebied aanleggen. De uitstoot van stikstof, fijnstof, roetdeeltjes en andere schadelijke stoffen zijn een ramp voor omliggende natuurgebieden. Nog meer uitstoot van vrachtverkeer moet worden tegengegaan.

t.

Overlast van muggen: Op het nieuwe terrein wil men opvangbekkens gaan aanleggen, om bij hoosbuien met wateroverlast de vloedgolf aan water te bergen. Wanneer dit water een langere periode blijft staan, zullen er enorme wolken muggen zich kunnen vormen waaronder door de klimaatverandering ook schadelijkere soorten muggen.

u. Stop, met de bouw van Europese distributiecentra op greenfields: Een noodkreet van het college van Rijksadviseurs, dat zich ernstige zorgen maakt over de verdozing van het Nederlandse landschap. Om dit een halt toe te roepen, denkt Berno Strootman lid van het college van rijksadviseurs aan een verbod op de bouw van nieuwe XXLdistributiecentra op greenfields locaties. Veel Venraynaren hebben geen idee, wat de impact is van de komst van die kolossale dozen in het open landschap. v. Robots vervangen tienduizenden banen In de distributie centra: In steeds meer distributiecentra worden de arbeidsplaatsen vervangen door robots. Alleen al in NoordBrabant verdwijnen ruim 10.000 arbeidsplaatsen als gevolg van de invoering van robots in dc's. In heel Nederland loopt het banenverlies op tot 35.000 de komende vijftien jaar. w. Visie van de Agrarische sector en het CDA: De Agrarische sector heeft zich bij monde van de LTO uitgesproken tegen het gebruik van waardevolle cultuurgrond, van het opzetten van zonneparken. Deze kostbare cultuurgrond hebben we nu en in de toekomst nodig voor de voedselvoorziening van de nog steeds groeiend wereldbevolking. Eerst moet er gekeken worden naar andere mogelijkheden (daken) en als allerlaatste komt pas waardevolle cultuurgrond in aanmerking. Ook het CDA en Samenwerking Venray waren o.a. om die reden tegen de komst van zonnepark van

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

Kronos in de Smakt. Bij de opzet van dit nieuwe bedrijventerrein verdwijnt er ook kostbare cultuurgrond. Ook hierbij zou er eerst moeten worden gekeken naar nut en noodzaak, voordat kostbare cultuurgrond en een prachtig natuurgebied wordt opgeofferd. Standpunt gemeente a. De stedenbouwkundige opzet van het terrein introduceert een groenblauw raamwerk dat voorziet in een robuuste, landschappelijke inpassing van de toekomstige bedrijven en een fijnmazige routestructuur tussen het bestaande werklandschap Smakterheide en het beekdal van de Loobeek. De profielen zoals opgenomen in het beeldkwaliteitplan (zie poster 2/2 van ‘De Spurkt | Beeldkwaliteit’) tonen hoe bestaande, groene kwaliteiten worden versterkt met nieuwe groenelementen en -structuren. Deze structuren bieden tevens ruimte voor de noodzakelijke waterberging. Groenblauwe structuren dooraderen het toekomstig bedrijventerrein en voorzien in fysieke verbindingen tussen Smakterheide met het erachter gelegen Loobeekdal. Door het realiseren van voldoende nieuw leefgebied voor de beschermde soorten door de aanleg van nieuwe groenelementen en -structuren en het aanbieden van voldoende alternatieve verblijfplaatsen kan worden voorkomen dat komst van het toekomstig bedrijventerrein een negatief effect hebben op de staat van instandhouding van de diverse soorten.

Zodoende wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan het streven de populatie van de Das in het natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. De ecologische onderzoeken, waarin voorgenoemde is onderbouwd, zijn uitgevoerd voor dit specifieke plan. Indien er andere plannen in de omgeving zijn dienen de initiatiefnemers van deze plannen ook de Wet natuurbescherming in acht te nemen en indien effecten op beschermde soorten te verwachten zijn de bijbehorende maatregelen te treffen. b. De bereikbaarheid van de woning van reclamant blijft gegarandeerd. Wat betreft de noordelijke routes wordt verwezen naar het standpunt van de gemeente onder zienswijze 9, onderdeel b. Wat betreft een mogelijke sluiproute richting Maasheseweg (ijkpunt Afrit A73 vanuit Venlo) wordt opgemerkt dat die route bijna 3,5km langer is en 5 minuten extra reistijd kost. De cijfers geven derhalve geen aanleiding te veronderstellen dat een route over de Spurkt voor de hand ligt.

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

Er wordt aangenomen dat reclamant bij de verwijzing naar een 15 meter hoge muur, verwijst naar de toegestane bouwhoogte van de gebouwen binnen de bestemming Bedrijf. Het klopt dat voornoemde gebouwen een maximale bouwhoogte mogen krijgen van 15 meter. Naast de maximale bouwhoogte is echter ook een maximaal bebouwingspercentage opgenomen van 65%. Daarnaast zijn ook minimale afstanden van de gebouwen ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrenzen opgenomen (minimaal 5 meter). Door de onderbreking in het bedrijventerrein van ingepast groen, interne ontsluitingswegen en water, zal een kilometer lange muur niet mogelijk zijn. Tevens is in het Beeldkwaliteitplan De Spurkt (opgenomen als bijlage bij de toelichting) dat langs de weg de Spurkt nieuwe bomen worden aangeplant, om het zicht (deels) te ontnemen op het bedrijventerrein. c.

Reclamant kan een planschadeverzoek indienen zodra het bestemmingsplan onherroepelijk is.

d. De hoogspanningsleiding waar reclamant naar verwijst, betreft een reeds bestaande leiding. Deze is al planologisch geregeld in voorgaande bestemmingsplannen. Aan de leiding veranderd er in het kader van de ontwikkeling van dit bedrijventerrein niets. De Derhalve is de leiding wederom bestemd met de dubbelbestemming Leiding – Hoogspanning. e. Er wordt hier verondersteld dat reclamant in deze bestemmingsplan bedoeld, gezien de inhoud van de zienswijze, in tegenstelling tot de in de zienswijze aangehaalde term exploitatieplan. Het bedrijventerrein wordt met zorg voor de bestaande structuren ingepast. Bomenrijen en bomen blijven zoveel mogelijk behouden en worden waar mogelijk versterkt (zie Beeldkwaliteitsplan De Spurkt). De belangrijkste structuren langs de weg De Spurkt en de kavelgrenzen wordt zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk versterkt. Het Beeldkwaliteitsplan De Spurkt geeft daarnaast aan dat de verschijningsvorm van de gebouwen ingetogen, eenduidig en terughoudend dient te zijn. Dit betekent: geen reclame-uitingen en/of opzichtig

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

kleurgebruik. f.

De gevolgen voor Natura 2000-gebieden zijn in kaart gebracht en beoordeeld. In de aan het bestemmingsplan ten grondslag gelegde passende beoordeling is - geheel in lijn met de jurisprudentie van de Afdeling - uitgegaan van de feitelijk bestaande en planologisch legaal aanwezige situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan als referentiesituatie. De stikstofdepositie neemt - als gevolg van de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen - niet toe ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is ook onderbouwd en aan de hand van stikstofberekeningen inzichtelijk gemaakt door adviesbureau Econsultancy. In dit verband wordt dan ook verwezen naar de passende beoordeling die aan het bestemmingsplan ten grondslag ligt. Hierin zijn alle gehanteerde uitgangspunten nader toegelicht (Econsultancy, Passende beoordeling De Spurkt te Venray, Rapport 5584.006, versie D3, d.d. 28-10.

g. Het gebied is niet van grote toeristische waarde en met de realisatie van het project Loobeekdal gaat dat niet veranderen. Wandelen en fietsen (extensief) door het gebied wordt verder niet beïnvloed door het bedrijventerrein. h. Voor 20 van de 30 hectare van De Spurkt is in 2017 in regionaal verband compensatie overeengekomen. Voor de saldering van de overige 10 hectare van De Spurkt wordt de volgende onderbouwing gegeven. In de POL-uitwerking Visie Bedrijventerreinen Noord Limburg uit 2017 is voor de klavers 1 t/m 8 en 11 van het Klavertje-4 gebied in totaliteit een plancapaciteit opgenomen van bruto 610,00 hectare en netto 459,12 hectare. Voor deze klavers is de stand ten tijde van vaststelling van dit bestemmingsplan, dat het totaal van reeds uitgegeven, terstond uitgeefbaar, opties en op termijn uitgeefbaar bedrijventerrein 449,14 hectare bedraagt. De aldus beschikbare restruimte van 10 hectare in de plancapaciteit van Greenport Venlo wordt door het Ontwikkelbedrijf ingezet om te voldoen aan de opgave tot saldering van de laatste 10 hectare voor de ontwikkeling van De Spurkt (dit is ook beschreven in de laddertoets die adviesbureau Stec heeft opgesteld en die aan het bestemmingsplan ten grondslag is gelegd). De provincie is na bestudering van deze onderbouwing van mening oordeel dat er voldaan is aan de gestelde voorwaarden voor saldering. i.

Het is juist dat geuremissies ook mogelijk kunnen optreden door de komst van nieuwe bedrijven op het bedrijventerrein. Om deze eventuele geurbelasting te borgen, is er nader onderzoek, ‘vervolg geuronderzoek De Spurkt’, (projectnummer: P199107.001) uitgevoerd op 30 september 2020 door Pouderoyen Tonnaer. Dit nader onderzoek is toegevoegd aan het geuronderzoek als Bijlage 7 aan de plantoelichting. Het geuronderzoek is hierin uitgebreid door onderzoek te doen naar de mogelijke geurhinder op omliggende woningen door geprojecteerde activiteiten in het plangebied (de vestiging van bedrijven die geur emitteren). Vanwege het ontbreken van landelijke, provinciale of gemeentelijke normen met betrekking tot geur uit industriële activiteiten zijn de planologische mogelijkheden, de aard en de omvang van de bedrijven en de activiteiten maatgevend beschouwd voor de mogelijke geurbelasting op de omgeving. Vanwege het ontbreken van landelijke, provinciale en geurnomen ter zake is bij het

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

onderzoek aangesloten bij de richtafstanden en milieu categorieën uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG, de gemeentelijke geurnormen voor veehouderijen en de beleidsregel industriële geur van de provincie Noord-Brabant van 26 april 2018. In het onderzoek worden verschillende mogelijkheden aangedragen om extra bescherming tegen geurhinder te borgen. Eén van deze mogelijkheden is het opnemen van geurnormen in het bestemmingsplan. Daarbij heeft Pouderoyen een voorbeeldregeling aangedragen. Om uitvoering te geven aan dit aanvullend onderzoek, zijn de aangedragen geurnormen overgenomen in het bestemmingsplan. Er zijn zo aanvullende regels opgenomen onder artikel 13.3 van de ‘algemene gebruiksregels’. Deze aanvullende regels borgen een maximaal toelaatbare industriële geurnorm in het plangebied. j.

De gevolgen voor de omgeving zijn in het MER onderzocht in de thema's geluid, luchtkwaliteit, geur en veiligheid. Hierin is aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar leefklimaat. In de planvorming wordt rekening gehouden met effecten van licht op beschermde fauna. In het bestemmingsplan is opgenomen dat verlichting natuurvriendelijk wordt uitgevoerd. Natuurlijke verlichting betreft verlichting waarbij de kleurstelling en/of hoogte en/of schijnrichting zodanig is uitgevoerd dat deze geen wezenlijk negatieve invloed heeft op de aanwezigheid en het gedrag van (nacht)dieren.

k. Reclamant stelt dat voor wat betreft geluid geen rekening is gehouden met de cumulatie van het geluid vanuit de autosnelweg A73. Reclamant geeft aan dat er een continue ruis hangt boven zijn woon – en leefgebied. De A73 is meegenomen in het herziene geluidsonderzoek verkeerslawaai waaruit blijkt dat de A73 een dominante bron in is het plangebied. Uit het geluidsonderzoek komt voorts naar voren dat de situatie waarin de plansituatie plaatsvindt, gelijk is aan de referentiesituatie. Hier treedt vanwege onderliggend plan geen verschil op. Het aangepaste geluidsonderzoek (incl. de invloed van de A73 en het aspect cumulatie) is opgenomen in bijlage 10 ‘Hoofdstuk 8 Milieuaspecten' onder paragraaf 10.3.2 en 10.4.2. Voor wat betreft de zonnepanelen en de daarbij behorende omvormers van het toekomstig zonnepark zijn de effecten niet meegenomen in dit plan. Verwacht wordt dat deze effecten akoestisch niet relevant zijn (mede gelet op het aanwezige achtergrondniveau). Het zonnepark kan niet worden meegenomen in het geluidsonderzoek, aangezien er nog geen formeel besluit van de gemeente is genomen aangaande de vestiging van een zonnepark in de nabijheid van het plangebied.

Daarbij moet gezegd worden dat het bestemmingsplan voldoende mitigerende voorwaarden stelt bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning en dat geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet zijn toegestaan (artikel 4.1). Tot slot zijn de voertuigbewegingen op en naar het industrieterrein meegenomen in eerder genoemd geluidsonderzoek verkeerslawaai en industrielawaai en de Passende Beoordeling (Econsultancy, Passende beoordeling De Spurkt te Venray, Rapport 5584.006, versie D3, d.d. 28-10-2020). l.

Ten aanzien van het infiltreren wordt opgemerkt dat al het hemelwater op eigen terrein moet worden geïnfiltreerd. In de regels van het ontwerpplan is hier reeds een

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

verplichting toe op genomen. Hier is niet expliciet vermeld dat het de infiltratie betreft van al het hemelwater, hetgeen wel de bedoeling is. Om duidelijkheid te verschaffen zal het artikel hierop worden aangepast, met de toevoeging dat het al het hemelwater betreft. Hiermee wordt de regel in ieder geval in overeenstemming gebracht met hetgeen het doel van de zienswijze van reclamant is. In de watertoets, opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting, zijn de kaders aangegeven. Tevens is opgemerkt dat, mochten er aanvullende openbare wegen worden gerealiseerd, de bergingsopgave voor de verharding in openbaar terrein worden gerealiseerd. m. Ten aanzien van deze zienswijze wordt verwezen naar het standpunt genoemd onder onderdeel l van dit standpunt. n. Tussen de verschillende betrokken overheden heeft op verschillende momenten afstemming plaatsgevonden, ook met het oog op de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan (wettelijk vooroverleg). Daarbij heeft elke betrokken overheid gelegenheid op plannen te reageren. Deze afstemming kent formele en informele momenten. In de periode van 19 februari 2019 t/m 1 april 2019 heeft de kennisgeving van het voornemen ter inzage gelegen met de mogelijkheid tot het kenbaar maken van zienswijzen hierop. Het concept van het ontwerpbestemmingsplan inclusief het MER met de daarbij behorende bijlagen is op grond van het bepaalde in artikel 3.1.1.

van het Besluit ruimtelijke ordening op 24 april 2020 voor vooroverleg verzonden aan diverse (overheids)instanties. Het concept-ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan diverse instanties toegezonden. Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij eenieder in de gelegenheid is gesteld een zienswijze in te dienen. o. De verplichting tot het plaatsen van zonnepanelen, is nu nog niet mogelijk in een bestemmingsplan. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet behoort dit wel tot de mogelijkheden in het Omgevingsplan. In deze situatie wordt de verplichting tot het geschikt maken van de daken tot plaatsen van zonnepanelen wel opgenomen in de koopovereenkomst van de grond. p. Na raadpleging van de hittestress kaarten is inderdaad te zien dat de bedrijventerreinen, vanwege de veelheid aan stenen, hitte eilanden vormen. Wat echter ook te zien is, is dat het plaatsen van bomen en groen vooral bijdraagt aan de tempering van de hoge temperatuur op de locatie zelf. Van een uitstraling vanuit de hitte eilanden naar de omgeving is echter geen sprake. En indien er uitstraling plaatsvindt wordt deze ook getemperd door de groenstructuren die om het bedrijventerrein liggen en de laanbomen langs de weg Spurkt. De aanwezigheid van een boom zorgt direct bij die boom voor een verkoelend effect.

Gezien de groene structuren die het bedrijventerrein omranden en doorsnijden wordt een bijdrage geleverd aan het verminderen van het hitte-effect. Van hitte-uitstraling naar de omgeving is in ieder geval geen sprake. q. Zoals aangegeven in paragraaf 7.4.2. van hoofdstuk 8 (bijlage 10) heeft er een nader onderzoek plaatsgevonden waarin is onderzocht wat de risico’s zijn van het vestigen van

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

bedrijven binnen het invloedsgebied van Primagaz Nederland BV. Conform de geldende wet- en regelgeving is het risico verantwoord. Ten opzichte van in de huidige situatie neemt het groepsrisico in de toekomstige situatie toe als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan. Wel blijkt dat zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde ligt. r.

Het bedrijf Eko-Martens is niet gelegen binnen het plangebied. Dit bedrijf dient zich te houden aan de verleende vergunning.

s.

Wat betreft het aspect stikstof, wordt verwezen naar de weerlegging onder f. In de passende beoordeling is tevens de stikstofdepositie als gevolg van het verkeer beoordeeld en aanvaardbaar geacht. Daarnaast is het verkeer ingevoerd als ‘binnen bebouwde kom’. Hierbij wordt reeds rekening gehouden met een aantal stopbewegingen t.b.v. stoplichten en kruispunten welke stilstaand verkeer zouden kunnen veroorzaken. Het aspect fijnstof is beoordeeld door adviesbureau Arcadis (zie hoofstuk 8 ‘Onderzoek milieuaspecten’). Arcadis concludeert – kort samengevat – dat de normen van het Besluit Niet in Betekenende Mate niet worden overschreden. Arcadis heeft bij het beoordelen van de luchtkwaliteit ook rekening gehouden met door reclamant genoemde interne vervoersbewegingen. Met betrekking tot geur wordt opgemerkt dat inmiddels in artikel 13.3 van de planregels een normstelling voor geur is opgenomen.

t.

De openbare bergingsvoorzieningen worden boven de grondwaterstand aangelegd en voorzien van een leegloop voorziening waardoor deze binnen 24 uur leeg zijn. Er is daarmee niet of nauwelijks sprake van stilstaand water waardoor een toename van de overlast door muggen niet waarschijnlijk is.

u. Deze zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen. Ten aanzien van de landschappelijke waarden verwijzen we naar het Beeldkwaliteitsplan De Spurkt, welke separaat bij dit bestemmingsplan als welstandsnota wordt vastgesteld. Tevens zal dit beeldkwaliteitplan worden opgenomen bij de toelichting als bijlage ter verduidelijking. De stedenbouwkundige opzet van het terrein introduceert een groenblauw raamwerk dat voorziet in een robuuste, landschappelijke inpassing van de toekomstige bedrijven en een fijnmazige routestructuur tussen het bestaande werklandschap Smakterheide en het beekdal van de Loobeek. Bestaande houtopstanden en groenstructuren worden waar mogelijk opgenomen in het groenblauwe raamwerk. De landschappelijke inpassing aan de zijde van het Loobeekdal bestaat uit een stevig grastalud met daarop groepen bomen en heesters (zie aanzichten op poster 1/2 van ‘De Spurkt | Beeldkwaliteit’). Het grastalud houdt hekwerken en geparkeerde auto’s en vrachtwagens uit het zicht. Doordat de boomgroepen en heesters verspringen ten opzichte van elkaar ontstaat een gelaagd beeld vanuit het beekdal. Deze landschappelijke inpassing zal de toekomstige bedrijfsbebouwing niet volledig uit het zicht nemen. Het is daarom dat het beeldkwaliteitplan oproept tot terughoudendheid m.b.t. het gebruik van kleur en materiaal. De inpassing (groene rand) van het te ontwikkelen bedrijventerrein.

Deze beelden beogen geen fotorealistische weergave maar wel een correcte indruk te geven van de maat, schaal en betekenis van een robuuste, groene inpassing. De Loobeek zelf

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

is niet zichtbaar op deze beelden en ligt feitelijk achter het standpunt, oftewel ‘in de rug’ van de kijker. De focus in deze beelden ligt dus niet op de wijze waarop de herinrichting van het beekdal gestalte krijgt. Het groen op de voorgrond is thans in agrarisch gebruik. In de planontwikkeling is dit als grasland voorzien. De profielen zoals opgenomen in het beeldkwaliteitplan (zie poster 2/2 van ‘De Spurkt | Beeldkwaliteit’) tonen hoe bestaande, groene kwaliteiten worden versterkt met nieuwe groenelementen en -structuren. Deze structuren bieden tevens ruimte voor de noodzakelijke waterberging. Groenblauwe structuren dooraderen het toekomstig bedrijventerrein en voorzien in fysieke verbindingen tussen Smakterheide met het erachter gelegen Loobeekdal. De aansluiting van deze routestructuren op het toekomstige beekdal behoeft afstemming in de verdere uitwerking. v. Een verdere “verrobotisering”, wat daar ook van zij, laat onverlet dat er wel behoefte is aan het met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bedrijventerrein. In de laddertoets (Stec groep 'LDV De Spurkt' d.d. 28 oktober 2020, met kenmerk 20.176) wordt een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies onderbouwd. In dit rapport wordt de nut en noodzaak van het bedrijventerrein onderbouwd.

Overigens, Stec concludeert in dit verband dat de werkgelegenheid op de bedrijventerreinen de komende jaren zal toenemen (zie paragraaf 4.2 van de laddertoets die aan het bestemmingsplan ten grondslag ligt). w. Er wordt hier wederom verwezen naar de onderbouwing van de nut en noodzaak van de ontwikkeling van dit bedrijventerrein in de bij de toelichting gevoegde laddertoets (Stec groep 'LDV De Spurkt' d.d. 28 oktober 2020, met kenmerk 20.176). De zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. Zienswijze reclamant 17 Ontvankelijkheid 

zienswijze ingekomen 6 augustus 2020

De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.

De zienswijze is nader inhoudelijk onderbouwd.

De zienswijze is derhalve ontvankelijk.

Zienswijze a. Geur: In het ontwerpplan staat volgens reclamant geen bepaling die de vestiging van een bedrijf met een emissie van geur uitsluit. Vanwege de bezwaren van reclamant tegen de mogelijke vestiging van een mestverwerkingsinstallatie aan de Metaalweg wil reclamant vragen om dit expliciet uit te sluiten. b. Geluid: Buiten het feit dat er een stuk landschappelijk terrein verloren gaat voor recreatief genot, zal bij invulling van het beoogde gebied verharding van het terrein

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

plaatsvinden. Daarnaast zullen er ook meer verkeersbewegingen zijn zowel in de opbouwfase als na de realisatie van de beoogde ontwikkelingen. Dit heeft gevolgen voor het geluid. Zeker in relatie met de A73. Reclamant zou in het plan graag bepalingen willen terugzien waarbij geluidsreducerende maatregelen afgedwongen kunnen worden om een verder toename in het geluid te voorkomen. Verder kan reclamant niet herleiden of er rekening is gehouden met de cumulatie van geluid. c.

Energietransitie: Met de doelstellingen die de gemeente heeft op het gebied van energietransitie, de maatschappelijke weerstand om hier landelijk gebied voor te gebruiken en rekening houdend met het principe waar verbruikt wordt zo dicht mogelijk tot opwek te komen verbaasd het reclamant dat het plan niet voorziet in duidelijke regels om onbenutte oppervlaktes zoals daken, gevels en parkeerterreinen beschikbaar te stellen voor het opwekken van energie middels. Reclamant zou graag hierover duidelijke regels terug zien die vrijblijvendheid uitsluiten.

d. Natuur: Reclamant vraagt zich af wat de ontwikkeling op het plangebied voor invloed heeft op het natura2000 gebied en de landerijen daarom been. Qua fijnstof en stikstofdepositie. Reclamant kan in de bepalingen geen afdoende maatregelen vinden die dit tegengaan. Tevens vraagt reclamant zich af of er rekening is gehouden met het extra (vracht) op de A73 en de andere aanvoerroutes mede in het kader van het advies van de Commisssie Hordijk o.a. over de afkapgrens van 5km bij verkeermodule in de Aerius berekening. Standpunt gemeente a. Reclamant stelt dat voor wat betreft geur er nergens een bepaling is opgenomen die de vestiging van een bedrijf met emissie van geur uitsluit. Volgens reclamant zouden zich op het bedrijventerrein bedrijven kunnen vestigen met een hoge geurbelasting. Het is juist dat geuremissies ook mogelijk kunnen optreden door de komst van nieuwe bedrijven op het bedrijventerrein. Om deze eventuele geurbelasting te borgen, is er nader onderzoek, ‘vervolg geuronderzoek De Spurkt’, (projectnummer: P199107.001) uitgevoerd op 30 september 2020 door Pouderoyen Tonnaer. Dit nader onderzoek is toegevoegd aan het geuronderzoek als Bijlage 7 aan de plantoelichting.

Het geuronderzoek is hierin uitgebreid door onderzoek te doen naar de mogelijke geurhinder op omliggende woningen door geprojecteerde activiteiten in het plangebied (de vestiging van bedrijven die geur emitteren). Vanwege het ontbreken van landelijke, provinciale of gemeentelijke normen met betrekking tot geur uit industriële activiteiten zijn de planologische mogelijkheden, de aard en de omvang van de bedrijven en de activiteiten maatgevend beschouwd voor de mogelijke geurbelasting op de omgeving. Vanwege het ontbreken van landelijke, provinciale en geurnomen ter zake is bij het onderzoek aangesloten bij de richtafstanden en milieu categorieën uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG, de gemeentelijke geurnormen voor veehouderijen en de beleidsregel industriële geur van de provincie Noord-Brabant van 26 april 2018. In het onderzoek worden verschillende mogelijkheden aangedragen om

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

extra bescherming tegen geurhinder te borgen. Eén van deze mogelijkheden is het opnemen van geurnormen in het bestemmingsplan. Daarbij heeft Pouderoyen een voorbeeldregeling aangedragen. Om uitvoering te geven aan dit aanvullend onderzoek, zijn de aangedragen geurnormen overgenomen in het bestemmingsplan. Er zijn zo aanvullende regels opgenomen onder artikel 13.3 van de ‘algemene gebruiksregels’. Deze aanvullende regels borgen een maximaal toelaatbare industriële geurnorm in het plangebied. b. Reclamant stelt dat voor wat betreft geluid, meer specifiek de geluidsbelasting op de gevel van de woning van reclamant, geen rekening is gehouden met de cumulatie van het geluid vanuit de autosnelweg A73. De A73 is meegenomen in het geluidsonderzoek verkeerslawaai waaruit blijkt dat de A73 een dominante bron in is het plangebied. Uit het geluidsonderzoek komt voorts naar voren dat de situatie waarin de plansituatie plaatsvindt, gelijk is aan de referentiesituatie. Hier treedt vanwege onderliggend plan geen verschil op. Het aangepaste geluidsonderzoek (incl. de invloed van de A73) is opgenomen in bijlage 10 ‘Hoofdstuk 8 Milieuaspecten' onder paragraaf 10.3.2 en 10.4.2. c.

De verplichting tot het plaatsen van zonnepanelen, is nu nog niet mogelijk in een bestemmingsplan. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet behoort dit wel tot de mogelijkheden in het Omgevingsplan. In deze situatie wordt de verplichting tot het geschikt maken van de daken tot plaatsen van zonnepanelen wel opgenomen in de koopovereenkomst van de grond.

d. Maatregelen zijn niet nodig, aangezien er geen toename plaatsvindt. Er zal zelfs minder stikstofdepositie plaatsvinden op het Natura 2000-gebied. Zie hiervoor de Passende Beoordeling (rapport 5584.006, versie D3, d.d. 28 oktober 2020). Het plan laat niet toe dat in de gebruiksfase stikstof wordt uitgestoten door de bedrijven (uitsluitend het extra verkeer). Daarnaast ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied op minder dan 1 kilometer van het plangebied. Hierdoor zullen de resultaten op het desbetreffende gebied niet veranderen. Het verkeer dient te worden meegenomen totdat het opgenomen is in het heersende verkeersbeeld. In de Passende Beoordeling (Econsultancy, Passende beoordeling De Spurkt te Venray, Rapport 5584.006, versie D3, d.d. 28-10-2020) is een argumentatie opgenomen waarmee de ontsluiting van het verkeer wordt verklaard. Daarnaast is het verkeer ingevoerd als ‘binnen bebouwde kom’. Hierbij wordt reeds rekening gehouden met een aantal stopbewegingen t.b.v. stoplichten en kruispunten welke stilstaand verkeer zouden kunnen veroorzaken. Naar aanleiding van het advies van de Commissie Hordijk heeft de minister recent (meer specifiek: bij kamerbrief van 13 oktober 2020, kenmerk BPZ/20257109) de Eerste Kamer medegedeeld dat er goede argumenten zijn voor het voortzetten van de huidige systematiek (namelijk rekenen met SRM2).

AERIUS rekent voor het wegverkeer met SRM2 omdat deze rekenmethode het beste geschikt is voor berekeningen van wegverkeer. Het gaat hierbij niet alleen om wegenprojecten, maar ook om berekening van uitstoot van wegverkeer in plannen en projecten in het kader van industrie,

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

woningbouw en landbouw, aldus de minister. De minister wijst er verder op dat de modellering in SRM2 specifiek voor wegverkeer is ontwikkeld en daarmee ook rekening houdt met de invloed van specifieke wegkenmerken op de verspreiding, zoals de hoogte en diepteligging van de weg en de aanwezigheid van geluidsschermen. Andere rekenmethoden (zoals OPS) houden met die specifieke kenmerken geen rekening en is niet toegespitst op het wegverkeer, maar is ontwikkeld voor stilstaande bronnen met een verticale uitstoot zoals schoorstenen. Wat betreft de afkapgrens van 5 kilometer, wordt opgemerkt dat dit nu eenmaal een systeemkeuze is in AERIUS. Hierover merkt de minister in eerder genoemde kamerbrief van 13 oktober op dat de keuze voor de grens van 5 kilometer is gelegen in de omstandigheid dat – citaat – “de berekende bijdragen van extra verkeer door een individueel project op enkele kilometers van de weg niet meer betekenisvol te herleiden zijn tot dit project”. Dit inzicht is, zo merkt de minister op, gebaseerd op de kennis en inzichten die ten grondslag liggen aan de huidige modellering van depositiebijdragen door wegverkeer. Verder wordt nog opgemerkt dat bijdragen op meer dan 5 kilometer jaarlijks gemonitord worden door het Rijk. Verder wordt ook nog gewezen op de inhoud van de brief aan de Tweede Kamer (eveneens van 13 oktober 2020, kenmerk DGS/20221912.

De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. Zienswijze reclamant 18 Ontvankelijkheid 

zienswijze per mail ingekomen 6 augustus 2020

De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.

De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.

De zienswijze is derhalve ontvankelijk.

Zienswijze a. In de inleiding van het ontwerpbestemmingsplan staat dat de vraag voor uitbreidingsruimte binnen de regio groter is dan bet aanbod. Gezien de huidige ontwikkelingen in wereld zeker ook m.b.t. bet klimaat, is de vraag welke prioriteit belangrijker is voor de 30ha grond bij de Spurkt. Het plangebied heeft momenteel de functie als zijn bronsgroene landschapszone, hierin zitten diverse positieve klimaatgerichte functies. Reclamant vraagt zich af hoe deze functies worden vervangen. Zijn de kosten voor vervanging wel te dragen voor het exploitatiebedrijf? Blijft er een positief saldo over? Gelet op de huidige ontwikkelingen als stikstof en droogte de laatste jaren? Welke kosten komen er voort uit bet inleveren van de diverse natuurlijke functies die de bronsgroene zone nu vervult?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9370710/1