CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

2. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord vastgesteld 1 Motivering

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide-Noord37.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

69

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Ligging van het rekenpunt bij de woning Overloonsweg 28

Uit de rekenresultaten blijkt dat het geluid toeneemt met meer dan 1,5 dB bij 1 woning. Het geluid neemt toe met maximaal 2 dB tot maximaal 62 Lden. De grenswaarde van 70 Lden wordt niet overschreden. De woning Overloonseweg 28 met een toename van meer dan 1,5 dB ligt op circa 40 m afstand van een kruisingsvlak. Bij het toelaten van een overschrijding van de standaardwaarde is onderzoek noodzakelijk naar: geluidbeperkende maatregelen die noodzakelijk zijn om de geluidbelasting terug te brengen tot de standaardwaarde; indien deze geluidbeperkende maatregelen niet financieel doelmatig zijn, moet beoordeeld worden welke maatregelen wel doelmatig zijn om de geluidbelasting zo ver mogelijk te reduceren. Voor deze woning stuit het toepassen van een geluidreducerend wegdektype op bezwaren van technische aard, vanwege de grote kans op slijtage van wringend verkeer op het kruispunt. Het plaatsen van een geluidscherm stuit op bezwaren van technische aard, aangezien de woning worden ontsloten via de Spurkt. Het plaatsen van een scherm langs de Spurkt maakt de toegang tot de woning onmogelijk. Vanwege het feit dat er geen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen, dient het gezamenlijk geluid en het gecumuleerd geluid te worden bepaald. Omdat in dit geval alleen sprake is van wegverkeerslawaai, is het gecumuleerde geluid gelijk aan het gezamenlijk geluid.

Gezamenlijk en gecumuleerd geluid Omdat voor de woning Overloonseweg 28 sprake is van een toename van meer dan 1,5 dB, dient de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid voor deze woning te worden bepaald. Daarnaast moet voor het bepalen van de geluidwering van de gevels van deze woning het gezamenlijk geluid worden bepaald. Voor het bepalen van het gezamenlijk en gecumuleerd geluid is het geluid van wegverkeerslawaai en industrielawaai relevant. Er is geen sprake van de geluidbronsoort railverkeerslawaai. Voor het berekenen van het geluid van wegverkeerslawaai is het geluid van de gemeentewegen en de rijkswegen van de belang. Voor het berekenen van het geluid van de rijkswegen is de registerdata van 18 januari 2025 gehanteerd. Het nieuwe bedrijventerrein Spurkt is niet geluidgezoneerd. Het bestaande bedrijventerrein Smakterheide is wel gezoneerd

70

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Omdat de woning Overloonseweg 28 ver buiten de geluidzone van het bestaande bedrijventerrein Smakterheide ligt (op circa 340 m afstand), zal de geluidbelasting van het industrielawaai bij deze woning beduidend lager zijn dan 50 dB(A). Het geluid van industrielawaai is daarmee niet relevant voor het gezamenlijk en gecumuleerd geluid. Het gezamenlijk geluid bedraagt 62 dB. De beoordeling van het gecumuleerde geluid kan geclassificeerd worden als ‘tamelijk slecht’. Relatie met het omgevingsplan Uit de rekenresultaten blijkt dat het geluid toeneemt met meer dan 1,5 dB bij de woning Overloonseweg 28. Het geluid neemt toe met maximaal 2 dB tot maximaal 62 Lden. De grenswaarde van 70 Lden wordt niet overschreden. Het gezamenlijk geluid bedraagt 62 Lden. De beoordeling van het gezamenlijk geluid kan geclassificeerd worden als ‘tamelijk slecht’. Bij het bepalen van de geluidwering van de gevels van de woning Overloonseweg 28 moet uitgegaan worden van het gezamenlijk geluid. Het gezamenlijk geluid is het geluid van verschillende bronsoorten op een gevel, energetisch opgeteld zonder rekening te houden met correcties voor verschillen in hinderlijkheid. Uit een nader uit te voeren geluidwering gevelonderzoek moet blijken of gevelmaatregelen nodig zijn om te voldoen aan de van toepassing zijnde binnenwaarde voor deze woning.

6.7

Luchtkwaliteit

Bij het toelaten van bedrijven in het omgevingsplan speelt luchtkwaliteit een rol. Enerzijds dient de luchtkwaliteit bij de nieuwe bedrijven aanvaardbaar te zijn. Anderzijds mogen nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit. Omgevingswaarden Artikel 2.15 van de Omgevingswet schrijft voor dat omgevingswaarden vastgesteld worden om de gezondheid en het milieu te beschermen, de veiligheid te waarborgen en natuurlijke hulpbronnen te beheren. Deze omgevingswaarden zijn vastgesteld bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Het besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is de AMvB waarin de omgevingswaarden van het Rijk vastgelegd zijn. Het gaat onder meer om omgevingswaarden voor de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2.5), lood, ozon en gevaarlijke stoffen. Deze omgevingswaarden zijn terug te vinden in met name artikelen 2.1 tot en 2.8 van het Bkl en gelden als maximaal toelaatbare concentratie. De omgevingswaarden voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof zijn opgenomen in de volgende tabel.

71

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Onderzoek Onder de Omgevingswet is vastgesteld dat de luchtkwaliteit getoetst moet worden aan omgevingswaarden wanneer een project binnen één van de aangewezen aandachtsgebieden ligt. Deze aandachtsgebieden zijn vastgelegd in het Bkl artikel 5.51 lid 3. De gemeente Venray ligt niet binnen de vastgestelde aandachtsgebieden voor wegverkeer voor NO2 en PM10 en daarmee is toetsing aan omgevingswaarden niet verplicht. Wel heeft een berekening met de NIBM-tool plaatsgevonden om inzicht te krijgen op het mogelijke effect op de luchtkwaliteit vanwege het plan. De berekening heeft plaatsgevonden voor de maximale toename in verkeer die te verwachten is na realisatie en in gebruik name van de uitbreiding van het bedrijventerrein. Deze maximale toename (ten opzichte van de autonome situatie) vindt plaats op de Metaalweg en bedraagt 3.412 motorvoertuigen per etmaal met een aandeel zwaar vrachtverkeer van 10%, conform de verkeersgegevens die zijn opgesteld voor het jaar 2036. Met deze gegevens is middels de NIBM-tool een worst-case berekening uitgevoerd voor het jaar 2025.

Vanuit het aspect luchtkwaliteit geldt dat er op basis van de maximale toename van het wegverkeer vanwege het plan, de toename in concentraties luchtkwaliteit mogelijk in betekenende mate kunnen zijn. Uitgesloten is dat de omgevingswaarden worden overschreden, gezien de heersende concentraties ter plaatse in 2025 (N02 17,5 µg/m3, PM10 14,8 µg/m3 en PM2,5 8,0 µg/m3) en de te verwachten toename (maximale bijdrage NO2 5,1 µg/m3 en maximale bijdrage PM10 0,5 µg/m3) vanuit de NIBM -tool. Relatie met het omgevingsplan Vanuit het vigerende wettelijk kader is voor het onderliggende plan toetsing aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit niet verplicht, de planlocatie is niet gesitueerd binnen een vastgesteld aandachtsgebied voor NO2 en PM10 vanwege wegverkeer. Nadere toetsing is daarmee niet noodzakelijk. Gezien de heersende concentraties in 2025, blijven - rekening houdend met de toename vanwege onderliggend plan - de te verwachten concentraties na planrealisatie ruimschoots onder de omgevingswaarden. Er gelden vanuit het aspect luchtkwaliteit geen verdere bezwaren tegen uitbreiding van het bedrijventerrein.

72

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

6.8

Milieuzonering

De Omgevingswet stimuleert een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Daarbij worden ruimtelijke thema's en milieuthema's verder geïntegreerd. Op gemeentelijk niveau vindt deze integratie vooral plaats in het omgevingsplan. Bij het wijzigen van het omgevingsplan moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij is milieuzonering één van de te beschouwen aspecten. Milieuzonering zorgt voor ruimte voor milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten met behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Een gezonde en veilige leefomgeving voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies, zoals woningen. Door middel van milieuzonering kan een kader worden vastgelegd voor de toelating van deze activiteiten ten opzichte van woningen en andere milieugevoelige gebouwen. Milieuzonering wordt enerzijds toegepast met het oog op de bescherming van een goed woon- en leefklimaat, en anderzijds met het oog op het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving.

Aan de hand van de recent verschenen handreiking van de VNG 'Activiteiten en milieuzonering' (oktober 2024) is het mogelijk om regels, in het bijzonder voor geluid en geur, in het omgevingsplan op te nemen die voorzien in een rechtstreekse toelating van milieuhinderlijke (bedrijfs-) activiteiten, zodat bij de realisatie van het bedrijventerrein sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onder een milieuhinderlijke activiteit wordt in deze handreiking verstaan: een aan een locatie toegedeelde activiteit, anders dan wonen, die milieuhinder kan veroorzaken, in het bijzonder in de vorm van geluid- of geurhinder. Ook aan locaties toegedeelde activiteiten (anders dan wonen) die trillinghinder, stofhinder, veiligheidsrisico's of lichthinder kunnen veroorzaken, zijn milieuhinderlijke activiteiten. Het doel van een bedrijventerrein is het bieden van fysieke ruimte aan milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten die substantiële milieuhinder kunnen voorzaken. Bedrijventerreinen zijn belangrijk voor het ondernemersklimaat in een gemeente. Ongereguleerde vestiging van bedrijven op bedrijventerreinen is echter vrijwel nergens mogelijk. De bedrijven op een bedrijventerrein moeten milieuhinder buiten het bedrijventerrein beperken, zeker wanneer nabij het bedrijventerrein (geprojecteerde) milieugevoelige functies aanwezig zijn.

6.8.1

Geluid

Inwaartse zonering Bij inwaartse zonering vindt de zonering plaats vanuit de (bestaande en /of geprojecteerde) woningen of andere milieugevoelige activiteiten nabij een bedrijventerrein of ander werkterrein. Binnen het bedrijventerrein of ander werkterrein zijn op korte afstand van een milieugevoelige activiteit slechts in beperkte mate milieuhinderlijke activiteiten toelaatbaar, dus activiteiten met een beperkte milieugebruiksruimte. Hoe groter de afstand tot de milieugevoelige functie, hoe groter de beschikbare milieugebruiksruimte kan zijn.

Principe van inwaarts zoneren

73

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

In het omgevingsplan zijn deze zones opgenomen met milieuwaarden. Deze milieuwaarden met bijbehorende regels gelden voor de toegelaten milieuhinderlijke (bedrijfs-) activiteiten op bedrijventerrein Smakterheide Noord. Uitgangspunt is functiescheiding waar dat nodig is en het toepassen van inwaartse zonering binnen het bedrijventerrein. Daarbij geldt: hoe groter de afstand tot de woonomgeving, hoe meer gebruiksruimte voor geluid en geur per milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteit beschikbaar is. De inwaartse zonering krijgt vorm door maximaal drie zones voor geluid en twee zones voor geur. De zones zijn afhankelijk van de ligging ten opzichte van gebieden met milieugevoelige activiteiten. Afhankelijk van de ligging van een activiteit ten opzichte van een zone, hebben milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten meer of minder milieugebruiksruimte. Hiermee wordt duidelijk welke milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten in een gebied op grond van het omgevingsplan rechtstreeks worden toegelaten. Voorkomen van cumulatie Op grond van de instructieregels in het Bkl (art. 5.59 geluid, art. 5.92 geur) moet in het omgevingsplan rekening worden gehouden met het geluid en de geur door activiteiten op milieugevoelige gebouwen.

Uit het gebruik van de meervoudsvorm van activiteit kan worden afgeleid dat rekening dient te worden gehouden met cumulatie van geluid en geur door alle activiteiten tezamen. Wanneer voor activiteiten op een bedrijventerrein of een ander werkterrein in het omgevingsplan alleen een geluidwaarde per activiteit op omringende woningen wordt opgenomen, kunnen de activiteiten op het gehele bedrijventerrein tezamen mogelijk een hoge gecumuleerde geluidbelasting veroorzaken. Dit is ongewenst. Door de inwaartse zonering van gebruiksruimte is de toetsing, bewaking en regulering van cumulatieve milieuhinder van het gehele bedrijventerrein niet nodig. Bij een nieuwe activiteit (of uitbreiding/wijziging van een bestaande activiteit) volstaat een individuele toetsing van de nieuwe activiteit. Basiswaarde (zone geluid basis) Uitgangspunt voor de zonering van geluid is de basiswaarde voor een milieuhinderlijke activiteit van 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht (zie onderstaande figuur).

Basiswaarde geluid

Deze basis geluidruimte sluit aan bij de in de praktijk bekende 'standaard', die ook is opgenomen in artikel 22.71 van de Bruidsschat, voor de aangewezen milieubelastende activiteiten op een gezoneerd industrieterrein. Voor veel activiteiten zal deze waarde toereikend zal zijn. Deze basiswaarde geldt voor alle activiteiten tezamen die op de locatie van de milieuhinderlijke activiteit worden verricht.

74

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Toegestane geluidwaarden (langtijdgemiddeld) per activiteit

Er wordt hierbij gerekend zónder tussenliggende bebouwing en zonder voorgeschreven beoordelingshoogte in de berekening te betrekken: de zogenaamde poldersituatie. Dat zorgt ervoor dat deze geluidruimte passend is voor bedrijven die naar aard en omvang voldoende hebben aan 50 dB(A) op 50 meter. Dit is van belang om cumulatie te beperken. Immers in de praktijk is er vaak wel sprake van afschermende bebouwing en lagere gevelhoogten, waardoor de feitelijke geluidbelasting van de afzonderlijke bedrijven in veel gevallen lager zal zijn. Op deze wijze wordt relevante cumulatie beperkt. Door de beperking van de geluidruimte tot 50 meter vanaf de terreingrens geldt: hoe groter de afstand tot de woonfunctie hoe minder een milieuhinderlijke activiteit (zoals een bedrijf) bijdraagt aan het cumulatieve geluid op de woonomgeving. Is de afstand tussen de milieuhinderlijke activiteit en de grens van het bedrijventerrein kleiner dan 50 meter dan is de grens de maatgevende afstand voor de 50 dB(A) contour en wordt de contour hier afgekapt. Dit leidt ertoe dat de geluidsruimte in de richting van woonfuncties traploos kleiner wordt.

Zone geluid verruimd De zone 'geluid verruimd' is bedoeld om met name op bedrijventerreinen ook de zwaardere bedrijven te voorzien van voldoende standaard geluidruimte. Deze zone biedt extra geluidruimte ten opzichte van de basiswaarde. Voor zover de standaardafstand van 50 meter rondom een bedrijf/milieuhinderlijke activiteit binnen de zone 'geluid verruimd' ligt, geldt een afstand van maximaal 100 meter, ongeacht of de activiteit wel of niet in de zone 'verruimd' is gelegen.

75

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

6.8.2

Geur

Basiswaarde (zone geur basis) Uitgangspunt voor de zonering van geur is een basiswaarde voor geur door een milieuhinderlijke activiteit van 0,5 ouE/m3 als 98 percentiel en 2 ouE/m3 als 99,9 percentiel op 50 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht.

Basiswaarde geur

Voor veel activiteiten zal deze waarde toereikend zal zijn. Deze waarden gelden voor alle (deel)activiteiten die op de locatie worden verricht tezamen.

76

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Toegestane basiswaarden geur per activiteit

Er wordt gerekend zónder tussenliggende bebouwing en voorgeschreven beoordelingshoogte. Dit zorgt ervoor dat deze geurruimte passend is voor bedrijven die naar aard en omvang voldoende hebben aan deze waarde, ook als er hooggelegen geurbronnen zijn zoals via een schoorsteen. Door de beperking van de geurruimte tot 50 meter vanaf de terreingrens wordt mogelijke cumulatie beperkt. Hoe groter de afstand tot de woonomgeving hoe minder een bedrijf bijdraagt aan de cumulatieve geur op de woonomgeving. Bij geur wordt geen onderscheid gemaakt tussen een rustig woongebied en een gemengd gebied met wonen. De grens woongebied betreft de grens van het gebied waar geurgevoelige gevels staan of gebouwd mogen worden, al dan niet vergunningsvrij. Ook op de grens van het woongebied worden de geurwaarden bepaald zónder rekening te houden met tussenliggende bebouwing en zónder voorgeschreven beoordelingshoogte. Zo nodig kan gewerkt worden met standaard rekenhoogten van bijv. 5, 10 en 30 meter. Als echter voor een specifiek bedrijf op een andere hoogte een hogere geurbelasting optreedt, wordt die hoogte bepalend.

Doorwerking in het omgevingsplan Voor de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein Smakterheide-Noord is een zorgvuldige afweging gemaakt ten aanzien van de toelaatbare geluidruimte. De systematiek van de VNG-handreiking Activiteiten en milieuzonering (2024) vormt hierbij het uitgangspunt. Deze handreiking schrijft voor dat bij nieuwe bedrijventerreinen zowel de basiswaarde als de verruimde geluidwaarde ruimtelijk-functioneel moeten worden onderbouwd, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan geluidgevoelige functies in de directe omgeving, zoals individuele woningen in het buitengebied. Ten zuiden van het plangebied liggen een woning aan c, die direct invloed kunnen ondervinden van nieuwe bedrijvigheid op Smakterheide Noord. Uitgangspunt van de gemeente is dat deze woningen blijvend moet kunnen beschikken over een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, zoals vereist onder de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Om deze reden is ervoor gekozen om in de eerste 50 meter ten noorden van de weg Spurkt uitsluitend een 'zone geluid basis' toe te passen. Deze keuze is gebaseerd op bescherming van de woningen Spurkt 11 en Overloonseweg 28 als geluidgevoelige functie. In de directe omgeving van deze woningen is de geluidbelasting kritiek, omdat deze woningen relatief dicht tegen het nieuwe bedrijventerrein aan liggen.

Door de eerste 50 meter vanaf de weg uitsluitend als 'zone geluid basis' aan te duiden, wordt geborgd dat de geluidruimte in deze strook beperkt blijft tot het standaard VNG-niveau, zodat het akoestisch klimaat bij de woningen binnen de grenswaarden kan worden gehouden. Dit volgt rechtstreeks uit de VNG-systematiek, die bepaalt dat aan randen met woonfuncties een extra behoedzame benadering noodzakelijk is voordat verruiming kan worden toegestaan. De verruimde geluidruimte is met name nodig dieper in het nieuwe bedrijventerrein, waar zich de meeste bedrijfsactiviteiten zullen concentreren en waar de behoefte aan geluidgebruiksruimte het grootst is. Dit

77

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

sluit aan bij de gemeentelijke ambitie om 22 hectare aan bedrijfskavels te realiseren voor middelgrote en kleinschalige bedrijven, waarvoor doorgaans meer geluidruimte noodzakelijk is dan binnen een basiszone mogelijk is. De keuze om pas ná de eerste 50 meter over te gaan op 'zone geluid verruimd' zorgt ervoor dat de geluidruimte efficiënt wordt benut in het interne deel van het terrein, waar geen directe geluidgevoelige bestemmingen aanwezig zijn en waar tevens een omvangrijk natuurgebied wordt ingericht ter buffering richting het noordelijk buitengebied. Met deze zoneringsopzet wordt enerzijds de benodigde geluidgebruiksruimte voor het nieuwe bedrijventerrein geborgd, en wordt anderzijds de geluidkwaliteit bij Spurkt 11 en Overloonseweg 28 adequaat beschermd. De combinatie van de 50-meter zone geluid basis, de daaropvolgende zone geluid verruimd die in het TAM-omgevingsplan worden vastgelegd, leidt ertoe dat zowel het bedrijfsbelang als het woonbelang wordt gewaarborgd. Voor zowel de zone 'geluid basis' als de zone 'geluid verruimd' zijn in de regeling regels opgenomen voor de gebruiksruimte geluid op het bedrijventerrein. Voor het gehele wijizigingsgebied is de zone 'geur-basis' opgenomen en gelden de basiswaarden van 0,5 ouE/m3 als 98 percentiel en 2 ouE/m3 als 99,9 percentiel op 50 meter van de locatie waar de activiteit wordt verricht.

Hiervoor zijn in de regeling regels opgenomen voor de gebruiksruimte geur.

6.8.3

Risicovolle activiteiten

De toelating van activiteiten met externe veiligheidsrisico’s in de zin van Bijlage VII Bkl, onderdelen B tot en met E kent een eigen spoor, op basis van de regels in het Bkl. Echter de regels voor geluid en geur die op basis van deze handreiking in het omgevingsplan zijn opgenomen, zijn ook van toepassing op de risicovolle activiteiten die via dat eigen spoor in het omgevingsplan zijn toegelaten. De lichtere risicovolle activiteiten in de zin van Bijlage VII onderdeel A van het Bkl kunnen als onderdeel van (bedrijfs-)activiteiten wel rechtstreeks worden toegelaten (met uitzondering van LPG-tankstations). Uitgangspunt is dat in de planregels als voorwaarde wordt opgenomen dat de plaatsgebonden risicocontour en het aandachtgebied van die activiteit niet buiten de grens van de eigen locatie van de milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteit mogen liggen. Is dat wel het geval, dan moet hiervoor alsnog een vergunningplicht gelden. Genoemde activiteiten worden niet toegelaten (ook niet als omgevingsplanactiviteit) wanneer binnen het aandachtsgebied kwetsbare gebouwen of locaties of zeer kwetsbare gebouwen van derden zijn toegelaten. In dat geval is een bredere afweging nodig in het kader van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een wijziging van het omgevingsplan.

6.9

Omgevingsveiligheid

Voor het voornemen is een onderzoek naar omgevingsveiligheid uitgevoerd. Dit onderzoek is weergegeven in Bijlage 15. Het doel van het onderzoek is het inventariseren van de risicobronnen in de omgeving van het wijzigingsgebied en het beschouwen van de effecten van het voornemen op omgevingsveiligheid. Plaatsgebonden risico (PR) Conform artikel 5.6 van het Bkl is het plaatsgebonden risico de kans op het overlijden van een onbeschermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de locatie waar een activiteit wordt verricht als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit. Conform artikel 5.7, eerste lid van het Bkl wordt in een omgevingsplan een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van een activiteit in acht genomen van ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties. Conform artikel 5.11, eerste lid van het Bkl wordt in een omgevingsplan rekening gehouden met een standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico van een activiteit van 1 op de 1.000.000 per jaar voor beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties. Het plaatsgebonden risico (PR) is een maat voor de kans dat iemand op een bepaalde plaats in de omgeving van een activiteit met externe veiligheidsrisico's overlijdt als rechtstreeks gevolg van een

78

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

ongeval met gevaarlijke stoffen bij die activiteit. Plaatsen met een gelijk PR worden op een kaart door middel van een PR-contour weergegeven. Binnen de PR 10-6 per jaar contour is de kans op het overlijden van een onbeschermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit dus groter dan 1 op de 1.000.000 per jaar Conform artikel 5.15, eerste lid van het Bkl wordt in een omgevingsplan voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied rekening gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit. Conform artikel 5.15, tweede lid van het Bkl wordt aan artikel 5.15, eerste lid van het Bkl in ieder geval voldaan als een omgevingsplan binnen een aandachtsgebied: a. geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toelaat; of b. waar het omgevingsplan beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toelaat, waarborgt: 1.

dat maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties; of 2. dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) geeft de kans weer waarbij een groep van tien of meer personen tegelijkertijd om het leven komt door een ongeval bij een activiteit met externe veiligheidsrisico's. De waarde voor het GR wordt in een grafiek weergegeven met een fN-curve. In de grafiek wordt het aantal dodelijke slachtoffers (N) op de horizontale as uitgezet tegen de cumulatieve frequentie per jaar (f) op de verticale as. In de grafiek wordt ook de oriëntatiewaarde (OW) weergegeven. Dit is de waarde voor het GR weergegeven door de lijn (f x N2 = 10-2 per jaar) die de punten met elkaar verbindt waarbij de kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers 10-4 per jaar, de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers 10-6 per jaar en de kans op een ongeval met 1000 of meer dodelijke slachtoffers 10-8 per jaar is. Onderzoek De risicobronnen in de omgeving van het wijzigingsgebied zijn geïnventariseerd aan de hand van de Atlas Leefomgeving.

79

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Uitsnede Altas Leefomgeving

Op het adres Spurkt 5c wordt propeen of propaan opgeslagen in een bovengrondse opslagtank. Het opslaan van propaan of propeen in een opslagtank, bedoeld in artikel 4.896 van het Bal, als de activiteit niet als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.22, eerste lid, van dat besluit is een activiteit die valt onder deel A.7 van Bijlage VII van het Bkl. Omdat de bebouwing op dit adres moet wijken voor het voornemen is deze risicobron niet verder beschouwd in het onderzoek. Conform de Rbn is wegvak L1 (A73: afrit 7 (Vierlingsbeek) – afrit 9 (Venray)) een basisnet wegroute. Over de bassinet wegroute worden gevaarlijke stoffen vervoerd. De kleinste afstand tussen het wijzigingsgebied en wegvak L1 is ongeveer 230 meter. Wegvak L1 heeft een PR 10-6 per jaar contour van 1 meter. Het wijzigingsgebied ligt buiten de PR 10-6 per jaar contour van de basisnet wegroute. Voor basisnetroutes zijn de afstanden tot de aandachtsgebieden vastgelegd in het Bkl. De afstand tot het brandaandachtsgebied is 30 meter. De afstand tot het explosieaandachtsgebied is 200 meter. Voor een basisnet wegroute worden de afstanden tot de aandachtsgebieden gemeten vanaf de buitenste kantstrepen van de weg. Benegas B.V. (Spurkt 9c) is een zogenaamde Seveso-inrichting. De kleinste afstand tussen het wijzigingsgebied en Benegas B.V. is ongeveer 10 meter.

De PR 10-6 per jaar contour is weergegeven in de onderstaande afbeelding. Benegas B.V. kent een brandaandachtsgebied en een explosieaandachtsgebied die eveneens in onderstaande afbeelding zijn weergegeven. Een deel van het wijzigingsgebied ligt binnen deze contouren.

80

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Ligging Benegas

Relatie met het omgevingsplan Het wijzigingsgebied ligt buiten het brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied van de basisnet wegroute. Wat betreft wegvak L1 wordt er voldaan aan artikel 5.15 van het Bkl en heeft het voornemen geen effecten op omgevingsveiligheid. Wat betreft Benegas B.V. heeft het voornemen effecten op omgevingsveiligheid. Binnen de PR 10-6 per jaar contour van Benegas B.V. maakt dit plan de ontwikkeling van zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen, kwetsbare locaties, beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties niet mogelijk. Daarom wordt voldaan aan artikel 5.7 van het Bkl en artikel 5.11 van het Bkl. Zowel binnen het brandaandachtsgebied van Benegas B.V. als binnen het explosieaandachtsgebied van Benegas B.V. maakt dit plan de ontwikkeling van zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties niet mogelijk. Zowel binnen het brandaandachtsgebied van Benegas B.V. als binnen het explosieaandachtsgebied van Benegas B.V. maakt dit plan de ontwikkeling van beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties mogelijk. Om wat betreft Benegas B.V.

te voldoen aan artikel 5.15 van het Bkl, moet het omgevingsplan waarborgen: dat maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties; of dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is; zowel binnen het brandaandachtsgebied van Benegas B.V. als binnen het explosieaandachtsgebied van Benegas B.V. afstand te houden tot Benegas B.V.; aanvullende risicocommunicatie te organiseren; personendichtheden in de omgeving van Benegas B.V. te beperken; vlucht- en schuilmogelijkheden (handelingsperspectieven) te bieden; omgevingsmaatregelen te treffen; aanvullende bouwmaatregelen te treffen. Doordat dit plan de ontwikkeling van zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen, kwetsbare

81

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

locaties, beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties binnen de PR 10-6 per jaar contour van Benegas B.V. (met een diameter van ongeveer 220 m) niet mogelijk maakt, wordt zowel binnen het brandaandachtsgebied van Benegas B.V. (met een diameter van ongeveer 500 m) als binnen het explosieaandachtsgebied van Benegas B.V. (met een diameter van ongeveer 770 m) al afstand gehouden tot Benegas B.V. Ook worden al vluchtmogelijkheden geboden. Personen op bedrijventerrein Smakterheide Noord kunnen van Benegas B.V. af vluchten richting het noordwesten en richting het zuidwesten. De betreffende zones zijn weergegeven op de verbeelding en voorzien van een regeling.

6.10

Ontplofbare oorlogsresten

Op basis van de resultaten van het Vooronderzoek Conflictperiode Ontplofbare Oorlogsresten (zie Bijlage 16) is vastgesteld dat er indicaties zijn dat door oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog ontplofbare oorlogsresten zijn achtergebleven in/op de (water)bodem binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. Dit betekent dat er tijdens de uitvoering van de geplande bodemingrepen een kans is op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten en een mogelijke ongecontroleerde werking hiervan. Het soort ontplofbare oorlogsresten dat binnen de grenzen van het onderzoeksgebied aangetroffen kan worden betreft verschoten geschutmunitie (geallieerd en Duits) en verschoten raketten (Duits), gedumpte geschutmunitie, ontstekingsinrichtingen en munitietoebehoren (geallieerd en Duits) en gedumpte kleinkalibermunitie, handgranaten, geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en toebehoren van munitie (geallieerd en Duits).

Er is tevens een horizontale en verticale afbakening vastgesteld die het risicogebied en de diepteligging van de mogelijke ontplofbare oorlogsresten weergeeft: het gehele onderzoeksgebied is verdacht op verschoten geschutmunitie en raketten tot ongeveer 1,5 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog, tot 3 meter onder maaiveld in de geschutopstellingen, wapenopstellingen, loopgraven en mangaten binnen het onderzoeksgebied en tot op de vaste waterbodem ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in de watergangen. De gedumpte munitie kan aangetroffen worden tot een maximale diepte van ongeveer 1,5 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog in de geschutopstellingen, wapenopstellingen, loopgraven en mangaten binnen het onderzoeksgebied en tot op de vaste waterbodem ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in de watergangen.

82

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Bodembelastingkaart OO van het onderzoeksgebied

Relatie met het omgevingsplan Aangezien er tijdens de uitvoering van het Vooronderzoek Conflictperiode Ontplofbare Oorlogsresten indicaties van oorlogshandelingen zijn aangetroffen en het onderzoeksgebied verdacht is, wordt geadviseerd om voorafgaand aan de voorgenomen bodemingrepen in het onderzoeksgebied vervolgstappen te nemen in de opsporing van ontplofbare oorlogsresten. Omdat er weinig tot geen naoorlogse ontwikkelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, wordt geadviseerd om direct over te gaan op detectiewerkzaamheden door een CS-OOO gecertificeerd bedrijf.

6.11

Gezondheid

Het bereiken en in stand houden van een (sociaal) veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit is een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet (artikel 1.3, sub a, Ow). De beoogde uitbreiding van bedrijventerrein Smakterheide wordt omgeven door groen. Een groene omgeving is niet alleen heel belangrijk voor het algehele welbevinden van medewerkers maar draagt ook bij aan het welzijn van werknemers. Dit karakter moet behouden blijven. In het inrichtingsvoorstel is dan ook rekening gehouden met het optimaal benutten van deze groene omgeving en wordt voor de werknemers een omgeving gecreëerd waar zij, door het toevoegen van wandelpaden en banken, kunnen ontspannen, ontmoeten, bewegen en/of tot rust kunnen komen. Dit in combinatie met voldoende groen op de bedrijfspercelen de verkoelende groene inrichting van de openbare ruimte zorgt voor een prettig, groen en rustig beeld. Naast een productiviteitsstijging en de stress verlagende werking heeft een groene omgeving nog op meer manieren impact op het welzijn en de gezondheid van medewerkers. Vaak hoor je over de mentale gezondheidseffecten, maar het groen heeft zowel direct als indirect ook effect op de fysieke gezondheid. De temperaturen op bedrijventerreinen lopen hoog op, dit is niet alleen onprettig voor de

83

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

werknemers maar ook voor de bedrijven en de terreinen. Dit zal de komende jaren blijven toenemen als er geen maatregelen worden genomen. Groen draagt bij aan het reduceren van hitte, door deze vast te houden en af te voeren. Daarnaast zorgen bomen voor schaduw wat bescherming biedt tegen overmatige blootstelling aan zonlicht. Groen vormt tevens een belangrijke fysieke barrière waarmee geluid gedempt wordt. Naast het verminderen van gezondheidsschade draagt het groen ook bij aan het bevorderen van gezond gedrag. Een groene buitenomgeving bevorderd namelijk de fysieke activiteit en sociale contacten. Wanneer het groen op bedrijventerreinen zo is aangelegd dat het verleidt tot meer beweging. Denk aan wandel en fietsmogelijkheden zowel op de terreinen als ernaar toe en bankjes in de schaduw om lunch te eten. Een korte wandeling tijdens de pauze of alleen al even naar buiten lopen voor de lunch heeft al impact op de gezondheid. Groen heeft verder ook effect op het fysiek en mentaal herstel van werknemers. Dit gebeurt op verschillende manieren. Als eerste leidt alleen al het uitzicht op groen en het gebruik ervan tot positieve fysieke gezondheidseffecten. Daarnaast draagt een groene omgeving en het uitzicht op een groene omgeving bij aan de mentale gezondheid.

Binnen het bouwplan wordt rekening gehouden met een goede toegankelijkheid (rolstoelvriendelijk, geschikt voor slechtziende etc) van de openbare ruimte en de bedrijven. Om daarnaast de (sociale) veiligheid te garanderen, wordt gewerkt aan een lichtplan. Zo worden donkere en afgelegen plekken in de buitenruimte voorkomen en creëren we een gevoel van veiligheid in de directe omgeving van de werknemers. Relatie met het omgevingsplan De beoogde ontwikkeling van het bedrijventerrein leidt niet tot ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid van inwoners en werknemers. Met deze ontwikkeling wordt een (sociaal) veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit gerealiseerd en gegarandeerd. Vanuit het aspect gezondheid is er binnen het planvoornemen sprake van een evenwichtige toedeling van functies op locaties.

6.12

Duurzaamheid

Duurzaam bouwen (DuBo) staat in de belangstelling en milieuaspecten krijgen een volwaardige plaats in het ontwerpen, bouwen en beheren van bebouwing. In de praktijk betekent duurzaam bouwen dat met onder meer de volgende aspecten rekening gehouden wordt: het materiaalgebruik, de vormgeving van het bouwblok, gebruik maken van wind- en/of zonne-energie, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen. Bij deze laatste moeten gebouwen op eenvoudige wijze geschikt gemaakt kunnen worden voor hergebruik, zodat de levensduur wordt verlengd. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) ziet onder andere toe op bepaalde kwaliteitseisen van nieuwbouw. Met de ontwikkeling van het bedrijventerrein verandert niet alleen de fysieke omgeving, maar zal ook de energievraag veranderen. Met de ambities (zie 2.1) voor het bedrijventerrein in gedachte wordt het bedrijventerrein niet op het gas aangesloten met als insteek dat wordt gekozen om de bedrijfspanden op een duurzame manier te koelen of te verwarmen. De daken van de bedrijven dienen daarbij geschikt te zijn voor de installatie van zonnepanelen. Daarnaast wordt in de inrichting rekening gehouden met wateroverlast en hittestress door voldoende waterberging en voldoende groenvoorzieningen te realiseren.

6.13

Mer-beoordeling

De beoogde ontwikkeling van bedrijventerrein Smakterheide Noord valt als stedelijk ontwikkelingsproject onder categorie J11 van Bijlage V van het Omgevingsbesluit. In dat kader is voor deze wijziging van het omgevingsplan een aanmeldingsnotitie mer opgesteld (zie Bijlage 17). In deze aanmeldingsnotitie wordt getoetst in hoeverre de voorgenomen ontwikkeling kan leiden tot belangrijke nadelige gevolgen.

84

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

De milieueffectrapportage (MER) is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De MER is geregeld in afdeling 16.4 van de Omgevingswet. In een project-mer-beoordeling (artikel 16.43 Omgevingswet) toetst het bevoegd gezag of er bij het project aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden, en of er daarmee een noodzaak is tot het opstellen van een MER. Of een besluit over een project project-mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staat in de eerste kolom de omschrijving van projecten. In de vierde kolom staan de besluiten waarvoor de mer-verplichtingen gelden, waaronder het omgevingsplan. Om te bepalen of er sprake is van een project-mer-(beoordelings)plicht dienen de volgende stappen worden doorlopen: 1. Bekijk of het project voldoet aan de omschrijving in kolom 1 uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. 2. Als dat zo is, kijkt of het besluit in de laatste kolom staat. 3. Kijk of voor het besluit een mer of een mer-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen: a. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, dan is er een project-mer-plicht. b. Als het project voldoet aan de voorwaarden in kolom 3, dan is er een project-merbeoordelingsplicht.

In het geval dat een passende beoordeling voor een plan, zoals een TAM-omgevingsplan, noodzakelijk is, is er niet meer automatisch de verplichting om een MER (een plan-MER) op te stellen voor het plan. Deze mogelijkheid geldt voor een plan, waarbij de omvang van het plan klein is in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente. Hierbij wordt het 1%-criterium als een bruikbare maatstaf gehanteerd om te bepalen of een plan onder de kleine gebiedenregeling valt. Dit betekent dat een planMER-beoordeling volstaat als het plan betrekking heeft op een klein gebied (= 1% van het gemeentelijk grondgebied) en er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. De 1%-grens is geen wettelijke norm, maar een juridisch richtsnoer. De Advocaat-Generaal van het Hof van Justitie van de EU noemt zelfs een richtcijfer van 5% als bovengrens in zijn uitleg van de SMB-richtlijn. De voorgenomen bedrijventerrein ontwikkeling heeft een maximaal oppervlak van 22 hectare, terwijl het grondgebied van de gemeente 16.500 hectare bedraagt. In totaal neemt de 22 hectare slechts 0,0013 % van het grondgebied van de gemeente in. Voor dit TAM-omgevingsplan kan worden volstaan met een plan-m.e.r. beoordeling.

In de aanmeldingsnotitie wordt geconcludeerd dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn als gevolg van het planvoornemen en dat kan worden afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport en het doorlopen van de formele milieueffectrapportageprocedure.

85

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Hoofdstuk 7

7.1

Kostenverhaal

Inleiding

Het verhaal van de gemaakte kosten is aan de orde indien de wijziging van het omgevingsplan een nieuwe (gebieds)ontwikkeling mogelijk maakt met daarin kostenverhaalplichtige activiteiten zoals bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. De volgende activiteiten zijn kostenverhaalplichtig: a. de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; b. de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; d. de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of f. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt.

In het geval het omgevingsplan kostenverhaalsplichtige activiteiten mogelijk maakt op gronden die eigendom zijn van de gemeente, worden de verhaalbare kosten terugverdiend via gemeentelijke gronduitgifte. In het geval de kostenverhaalsplichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt op gronden van derden (i.c. particuliere exploitatie) dan vindt de toepassing van het wettelijk verplichte kostenverhaal plaats op een van de volgende manieren: a. Voorafgaand aan de vaststelling van het omgevingsplan, door middel van een door de gemeente met een particuliere exploitant te sluiten kostenverhaalsovereenkomst (zgn anterieure overeenkomst); b. Via de uitvoering van in het omgevingsplan op te nemen kostenverhaalsregels, ten aanzien van de gronden waarop kostenverhaalsplichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt en voor zover het kostenverhaal niet via een gesloten overeenkomst is verzekerd. De uitvoering van de kostenverhaalsregels in een omgevingsplan kan vervolgens op twee manieren plaatsvinden: 1. Door middel van een door de gemeente met een particuliere exploitant te sluiten kostenverhaalsovereenkomst op basis van de regels in het omgevingsplan (zgn posterieure overeenkomst); 2.

Door middel van een door burgemeester en wethouders te geven kostenverhaalsbeschikking Ten aanzien van de methodiek van de in een omgevingsplan op te nemen kostenverhaalsregels, biedt de Omgevingswet aan de gemeente de mogelijkheid om te kiezen tussen: Kostenverhaalsmethodiek met tijdvak (artikel 13.14 Omgevingswet); Kostenverhaalsmethodiek zonder tijdvak (artikel 13.15 Omgevingswet). Voor de ontwikkeling van bedrijventerrein Smakterheide Noord zijn in dit TAM-omgevingsplan kostenverhaalsregels op genomen.

86

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

7.2

Kostenverhaal

7.2.1

Wettelijke kostenverhaalsplicht

De wijziging van het omgevingsplan voor de locatie Smakterheide Noord voorziet in onder meer circa 22 ha grondgebied met de functie Bedrijventerrein. Binnen deze functie is de bouw van bedrijfsgebouwen toegestaan. Binnen het wijzigingsgebied is voorts voorzien in circa 28,3 ha aan te leggen c.q. te wijzigen openbare ruimte ten behoeve van de bedrijventerreinontwikkeling. Verder is binnen het wijzigingsgebied sprake van een beperkte oppervlakte van circa 0,7 ha met de functie Verkeer. Dit ziet op het inpassen van bestaande voorzieningen van openbaar nut, waar geen sprake is van aanpassingen of wijzigingen (conserverende functie). Het te ontwikkelen gedeelte van het wijzigingsgebied kent hiermee een oppervlakte van circa 50,3 ha. Dit gebied wordt in het omgevingsplan aangeduid als 'overige zone - kostenverhaalsgebied' (zie Bijlage 18). Op 1 januari 2026 heeft de gemeente binnen het kostenverhaalsgebied een beperkte oppervlakte van circa 16 ha in eigendom. De eigendomssituatie per 1 januari 2026 kan als volgt worden weergegeven (de eigendommen van de gemeente zijn opgenomen onder 'eigenaar 1', zie tevens Bijlage 19):

Eigendommenkaart

De indeling van het kostenverhaalsgebied naar het uitgeefbaar gebied en openbare ruimte is op de verbeelding vastgelegd. Binnen het uitgeefbaar gebied zijn de gronden gelegen waarop de in het omgevingsplan opgenomen mogelijkheden tot het bouwen van bedrijfsgebouwen zijn voorzien. Die ruimte-indeling kan worden weergegeven via onderstaand kaartbeeld (zie tevens Bijlage 20).

87

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Ruimte-indeling

De vergelijking tussen het kaartbeeld van het ruimtegebruik en de eigendommenkaart laat zien dat de eigendommen van derden mede gelegen zijn binnen uitgeefbaar gebied, waarbinnen de kostenverhaalsplichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt. Door de gemeente wordt een actieve grondpolitiek gevoerd voor de gronden bestemd tot uitgeefbaar gebied respectievelijk aan te leggen openbare ruimte, die in eigendom zijn van derden. In dat kader is door de gemeente een voorkeursrecht gevestigd. Ingevolge artikel 13.11 Omgevingswet (Ow) geldt een wettelijke kostenverhaalsplicht indien in een wijziging van een omgevingsplan de bouw van kostenverhaalsplichtige activiteiten zoals bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit (Ob), mogelijk wordt gemaakt. De binnen de functie Bedrijventerrein geboden mogelijkheid tot het kunnen bouwen van bedrijfsgebouwen etc. geldt als kostenverhaalsplichtige activiteit zoals bedoeld in artikel 8.13 Ob. Voor het geheel van de eigendommen van derden, die gelegen zijn binnen het uitgeefbaar gebied, geldt dat het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd door middel van anterieure overeenkomsten over kostenverhaal. Een en ander maakt dat de verplichting ontstaat om in de wijziging van het omgevingsplan regels over kostenverhaal op te nemen.

7.2.2

Kostenverhaalsmethodiek met tijdvak

Bij de invulling van de wettelijke kostenverhaalsplicht via het opnemen van kostenverhaalsregels in een wijziging van een omgevingsplan, staat de gemeente twee methodieken ter beschikking: met tijdvak (artikel 13.14 Ow) zonder tijdvak (artikel 13.15 Ow) In de wijziging van het omgevingsplan dient, per kostenverhaalsgebied, een keuze te worden gemaakt voor de te hanteren kostenverhaalsmethodiek.

88

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Voor de locatieontwikkeling Smakterheide Noord is gekozen voor de toepassing van de kostenverhaalsmethodiek met tijdvak. De redenen daarvoor zijn: a. De gemeente heeft een duidelijk eindbeeld hoe de gewenste ontwikkeling dient plaats te vinden. b. De gemeente streeft naar een integrale ontwikkeling van het gehele kostenverhaalsgebied en niet naar een organische ontwikkeling. c. Er is behoefte aan een duidelijke sturing en regie op onder meer de relatie tussen de aanleg van openbare ruimte en de bebouwing van het uitgeefbaar gebied. 7.2.3

Toelichting kostenverhaalsregels

Artikel 27.1 Toepassingsbereik De regels voor het kostenverhaal zijn van toepassing op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'overige zone - kostenverhaalsgebied'. Ter uitvoering van artikel 13.14 lid 1 onder a Ow is in het omgevingsplan het kostenverhaalsgebied aangewezen. Het kostenverhaalsgebied bevat nagenoeg het gehele gebied waarop het omgevingsplan betrekking heeft. Binnen het kostenverhaalsgebied ligt het uitgeefbaar gebied waarbinnen de kostenverhaalsplichtige activiteiten (artikel 8.13 Ob) mogelijk worden gemaakt, alsmede het gedeelte waar sprake is van de daarvoor aan te leggen werken en uit te voeren werkzaamheden voor het bouwrijp maken en gebruiksgereed maken van de openbare ruimte. Het uitgeefbaar gebied en de openbare ruimte zijn aangeduid op de verbeelding. Voor alle gronden binnen het kostenverhaalsgebied geldt dat er sprake is van nieuwe c.q. te wijzigen functies, waarbij de gronden worden aangewend ofwel voor de aanleg c.q. aanpassing van werken en werkzaamheden in de openbare ruimte dan wel voor de aanleg van werken en werkzaamheden gericht op het creëren van nieuwe kavels voor op te richten kostenverhaalsplichtige activiteiten. Tussen de delen van het kostenverhaalsgebied is er zowel een ruimtelijke als functionele samenhang.

Artikel 27.2 Kostenverhaalsplicht De kostenverhaalsplicht is van toepassing, indien een kostenverhaalsplichtige activiteit als bedoeld in artikel 8.13 Ob wordt verricht binnen het uitgeefbaar gebied. In de kostenverhaalsregels is uitvoering gegeven aan het bepaalde in afdeling 13.6 Ow, voor de kostenverhaalsmethodiek met tijdvak. De uitvoering van het kostenverhaal vindt plaats door middel van een door burgemeester en wethouders voorafgaand aan de start van de kostenverhaalsplichtige activiteit af te geven kostenverhaalsbeschikking, zoals bedoeld in artikel 13.18 Ow. Deze toepassing leidt uitzondering, indien het kostenverhaal op dat moment anderszins is verzekerd door middel van: een overeenkomst tot verkoop van uitgeefbaar gebied door de gemeente; een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.13 Ow tussen de gemeente en een particuliere exploitant, waarin afspraken zijn gemaakt over het verschuldigde kostenverhaal (anterieure of posterieure overeenkomst). Artikel 27.3 Omslag van de te verhalen kosten over de gronden waarop de kostenverhaalsplichtige activiteiten zijn voorzien Ter uitvoering van artikel 13.14 lid 1 onder e.1 Ow zijn in dit artikel de regels over de methodiek van de verdeling van de te verhalen kosten over de kostenverhaalsplichtige activiteiten opgenomen.

In artikel 13.16 Ow is voor deze omslagmethodiek bepaald, dat de verschuldigde kostenverhaalsbijdrage dient te worden berekend door de te verhalen kosten te verdelen naar rato van de opbrengsten van de gronden waarop deze kostenverhaalsplichtige activiteiten kunnen worden verricht. Voor de omslagmethodiek is gebruik gemaakt van de wettelijke verdeelsleutel die onder de toepassing van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor het publiekrechtelijk kostenverhaal was vastgelegd in artikel 6.18 Wro. De gehanteerde omslagmethodiek kan als volgt worden toegelicht:

89

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

a. De brutokostenverhaalsbijdrage geldt als uitkomst van de omslagmethodiek. De brutokostenverhaalsbijdrage wordt inzichtelijk gemaakt op basis van de kadastrale eigendomssituatie op de peildatum 1 januari 2026 (zie artikel 27.9 sub c van de regels). De gronden waarop de kostenverhaalsplichtige activiteiten kunnen worden verricht, maken tezamen onderdeel uit van het uitgeefbaar gebied. Een brutokostenverhaalsbijdrage is verschuldigd voor de gronden van een eigendom, voor zover deze gelegen zijn binnen het uitgeefbaar gebied. b. Om te komen tot een verdeling van de te verhalen kosten naar rato van de opbrengsten van de gronden, is het uitgeefbaar gebied ingedeeld naar uitgiftecategorieën. Daarbij is uitgegaan van een prijsadvies, uitgebracht door Stec Groep te Arnhem, gebaseerd op het prijspeil van de peildatum 1 januari 2026. Dit prijsadvies is opgenomen als Bijlage 21 bij deze motivering. Een uitgiftecategorie kent een vaste prijs per m² grondoppervlakte uitgeefbaar gebied. In totaal worden er vijf uitgiftecategorieën binnen het uitgeefbaar gebied onderscheiden. Deze zijn aangeduid in het onderstaande kaartbeeld (zie tevens Bijlage 22).

Uitgiftecategorieën

c. Zoals aangegeven kent een uitgiftecategorie een vaste prijs per m² grondoppervlakte uitgeefbaar gebied. Een m² grondoppervlakte uitgeefbaar gebied binnen een uitgiftecategorie wordt in de omslagmethodiek aangeduid als 'basiseenheid'. d. Vervolgens wordt de gewichtsfactor per uitgiftecategorie bepaald. Dit is de verhouding tussen de uitgifteprijzen per basiseenheid van de verschillende uitgiftecategorieën. Bijvoorbeeld de uitgiftecategorie €163 en € 204 verhouden zich zal als 1:1,252. e. Vervolgens wordt het aantal gewogen eenheden per uitgiftecategorie bepaald. Dit is de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal basiseenheden met de gewichtsfactor per uitgiftecategorie. f. De grondopbrengsten binnen het uitgeefbaar gebied worden gespreid in de tijd gerealiseerd. Uitgegaan wordt van een te verwachten gronduitgifte gespreid over de periode 2030 tot en met 2036. De uitwerking van de fasering is opgenomen in het onderstaande kaartbeeld (zie tevens Bijlage 23).

90

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Fasering gronduitgifte

g. Bij de bepaling van het aantal gewogen eenheden per uitgiftecategorie onder e is uitgegaan van de uitgifteprijzen per uitgiftecategorie, zoals deze zijn gebaseerd op het prijspeil per 1 januari 2026 (zgn. nominale waarde). Bij de gefaseerde uitgifte in de tijd dienen deze uitgifteprijzen jaarlijks te worden geïndexeerd. Voor de opbrengsten is uitgegaan van de indexering zoals opgenomen in artikel 27.9 sub d van de regels. Op deze wijze kan het aantal gewogen eenheden met inachtneming van de indexering per uitgiftecategorie worden bepaald (zgn. reële waarde). h. Om te komen tot het totale aantal gewogen eenheden van het totale uitgeefbaar gebied (i.c. voor de gronden van de verschillende uitgiftecategorieën tezamen), zoals bedoeld in artikel 27.3 sub d van deze regels, dienen de in de tijd gespreide geïndexeerde aantallen gewogen eenheden per uitgiftecategorie netto contant te worden gemaakt naar de peildatum 1 januari 2026. Dit gebeurt op basis van de disconteringsvoet, zoals opgenomen in artikel 27.9 sub d van de regels. i. Vervolgens kan de te verhalen bijdrage per gewogen eenheid (i.c. de brutokostenverhaalsbijdrage per gewogen eenheid) als netto contante waarde op de peildatum 1 januari 2026 worden bepaald.

Dit gebeurt door de netto contante waarde van de totale te verhalen kosten, na de toepassing van de macroaftoppingsregel zoals opgenomen in artikel 28.9, te delen door de netto contante waarde van het totale aantal gewogen eenheden (zie sub h). j. Ten slotte kan de brutokostenverhaalsbijdrage voor een eigendom op de peildatum 1 januari 2026 worden bepaald. Dit gebeurt door vermenigvuldiging van de netto contante waarde van het aantal gewogen eenheden van het betreffende eigendom op de peildatum (zie sub h) met de te verhalen bijdrage per gewogen eenheid op de peildatum (zie sub i). De omslagmethodiek is nader uitgewerkt in artikel 28.10. Deze wordt hierna in de artikelsgewijze toelichting bij laatstgenoemd artikel nader toegelicht. Artikel 27.4 Methode raming inbrengwaarde Ingevolge artikel 8.17 Ob biedt de wetgever de mogelijkheid om voor de raming van de inbrengwaarde te

91

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

kiezen uit twee waarderingsmethodieken: 1. raming van de inbrengwaarde overeenkomstig de artikelen 15.21 tot en met 15.24 Ow (de verwijzing naar de artikelen 15.21 tot en met 15.24 Ow betreft een omissie. De juiste verwijzing dient te zijn art. 15.22 tot en met 15.25 Ow. Deze omissie is onderkend in de consultatieversie van het Verzamelbesluit Omgevingswet 2026. In de motivering wordt, waar nodig, verwezen naar de artikelnummering zoals gehanteerd in art. 8.17 Ob, zoals dat geldt ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp TAM-omgevingsplan), met dien verstande dat voor gronden die zijn onteigend of waarvoor een onteigeningsbeschikking is gegeven of die op onteigeningsbasis zijn of worden verworven, de inbrengwaarde gelijk is aan de schadeloosstelling op basis van paragraaf 15.3.1 Ow; 2. raming van de inbrengwaarde overeenkomstig de waarde die bij beschikking op grond van artikel 22 lid 1 van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor het kalenderjaar waarin de raming wordt vastgesteld. Voor het kostenverhaal is gebruik gemaakt van de waarderingsmethodiek onder 1. Zie voorts de toelichting bij artikel 28.5. Artikel 27.5 Aanvraagvereisten kostenverhaalsbeschikking Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden een kostenverhaalsplichtige activiteit te verrichten voordat de verplichte kostenverhaalsbijdrage aan de gemeente is betaald.

Dit staat daarmee los van een voor de oprichting van bebouwing benodigde omgevingsvergunning voor het bouwen. De toepassing van publiekrechtelijk kostenverhaal vindt plaats via een door burgemeester en wethouders vast te stellen kostenverhaalsbeschikking. Uit de Ow volgt dat daarvoor een aanvraag bij burgemeester en wethouders dient te worden ingediend. In de Omgevingsregeling (Or) zijn geen regels over vereisten voor de aanvraag van een kostenverhaalsbeschikking opgenomen. Deze aanvraagvereisten zijn in artikel 27.5 van de wijziging van het omgevingsplan vastgelegd: a. Aangegeven dient te worden voor welke gronden binnen het uitgeefbaar gebied de kostenverhaalsbeschikking wordt aangevraagd en wat de daarop betrekking hebbende oppervlakte is. b. Aangegeven dient te worden wat de omvang is van de te verrichten kostenverhaalsplichtige activiteiten. Hierbij gaat het ook om het vermelden van te realiseren aantallen en soorten bouwwerken met bijbehorende gebruiksfuncties. Indien deze informatie is opgenomen in een voorafgaand aan de indiening van de aanvraag reeds verleende omgevingsvergunning voor het bouwen, kan ook een afschrift van de vergunning worden verstrekt. c.

Indien door de aanvrager van de kostenverhaalsbeschikking voorafgaand aan de aanvraag voor eigen rekening werken en/of werkzaamheden zijn uitgevoerd, waarvan de kosten zijn begrepen in de te verhalen kosten, dan vindt een aftrek plaats voor deze voor eigen rekening uitgevoerde werken/ werkzaamheden van de in de kostenverhaalsbeschikking op te nemen brutokostenverhaalsbijdrage. Ingevolge artikel 13.18 lid 2 onder b Ow is die aftrek gelijk aan de door de aanvrager gemaakte kosten, voor zover die kosten gelijk of lager zijn dan het bedrag dat voor deze werken en/of werkzaamheden is opgenomen in de raming van de te verhalen kosten. Indien zich deze situatie voordoet, dient in de aanvraag de volgende aanvullende informatie te worden verstrekt: 1. Een omschrijving van de uitgevoerde werken en/of werkzaamheden; 2. De opdrachtverstrekking, indien sprake is van uitvoering van werken en werkzaamheden in opdracht van de aanvrager. Dit in de situatie dat de uitvoering weliswaar voor rekening van de aanvrager heeft plaatsgevonden, maar niet door de aanvrager zelf maar in opdracht van de aanvrager is uitgevoerd; 3. Indien er sprake is van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22 is vereist (i.c. voor het bouwrijp en/of gebruiksgereed maken van de openbare ruimte), dan dient een afschrift van de verleende vergunning te worden verstrekt; 4.

Gegevens waaruit blijkt dat de werken en werkzaamheden overeenkomstig de regels van het

92

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

omgevingsplan zijn uitgevoerd. Indien de zelfuitgevoerde werken en werkzaamheden bijvoorbeeld zien op het bouwrijp maken en/of gebruiksgereed maken van (onderdelen van) de openbare ruimte, dienen de in de regels van het omgevingsplan opgenomen regels over (kwaliteits)eisen en de wijze van uitvoering (onder meer aanbestedingsregels) in acht te worden genomen. Voor de toepassing van de aftrek is vereist dat de werken en werkzaamheden overeenkomstig de regels van het omgevingsplan en, indien van toepassing, de voorschriften van de op grond van artikel 22 van de regels verleende omgevingsvergunning (bijvoorbeeld voorschriften inzake een voltooiingsverklaring en de uitvoering van de in de vergunning opgenomen regels over aanbesteding), zijn uitgevoerd; 5. De facturen en betaalbewijzen van de voor rekening van de aanvrager uitgevoerde werken en/of werkzaamheden, voorzien van een accountantsverklaring. De accountantsverklaring is vereist voor de controle dat de kosten daadwerkelijk voor rekening van de aanvrager zijn gekomen, overeenstemmen met verstrekte opdrachten, en voorts wordt voldaan aan eisen ten aanzien van rechtmatigheidscontrole. In de kostenverhaalsbeschikking wordt onder meer opgenomen: a. de brutokostenverhaalsbijdrage; b. de aftrek van de inbrengwaarde van de gronden van het uitgeefbaar gebied waarop de beschikking betrekking heeft; c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16859756/1