CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

2. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord vastgesteld 1 Motivering

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide-Noord37.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn volgens verspreidingsgegevens uit de NDFF-waarnemingen bekend van bruine eikenpage, grote vos, kleine ijsvogelvlinder. Overige beschermde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft, vermiljoenkever en platte schijfhoren, zijn op de onderzoekslocatie uit te sluiten. Er is geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten op de onderzoekslocatie aanwezig en er zijn geen waarnemingen bekend in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Planten De onderzoekslocatie bestaat voornamelijk uit agrarisch grondgebied met minimale ruigtestroken. In dergelijke vegetaties zijn geen beschermde soorten te verwachten. De meeste beschermde plantensoorten en de daarbij horende specifieke groeiomstandigheden zijn zeldzaam te noemen en zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Tevens zijn volgens verspreidingsgegevens uit de NDFF geen streng beschermde planten waargenomen in de omgeving van de onderzoekslocatie. In onderstaande tabel is de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor soortgroepen weergegeven en de te nemen vervolgstappen.

50

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Specifieke zorgplicht Onder de specifieke zorgplicht vallen de in Nederland in het wild levende vogelsoorten, genoemd in bijlage I van de Vogelrichtlijn, en niet in de bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van de Vogelrichtlijn. Verder vallen hieronder de soorten uit bijlagen II, IV en V van de Habitatrichtlijn en dier- en plantensoorten genoemd in de Rode Lijsten. Volgens NDFF zijn de afgelopen vijf jaar op de onderzoekslocatie de volgende rode lijst soorten waargenomen: goudplevier, graspieper, grote lijster, keep, kneu, koekoek, matkop, oeverloper, patrijs, tapuit, veldleeuwerik, watersnip, wielewaal, wilde zwaan, wintertaling, wulp, zwarte mees, bunzing, haas, konijn, wezel, kleine parelmoervlinder, oranjezandoogje, bleke franjehoed, moerashertshooi, rapunzelklokje en slanke mantelanjer. Aangezien de onderzoekslocatie na de voorgenomen plannen van agrarisch gebruik naar natuur gaat, wordt er op de lange termijn geen negatieve invloed verwacht op de bovenstaande rode lijst soorten. Het is echter niet vanzelfsprekend dat het deel natuurontwikkeling de eventuele negatieve effecten als gevolg van het bedrijventerrein op kan lossen. Door te voldoen aan de algemene zorgplicht kan worden vastgesteld dat nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren plantensoorten die zijn opgenomen in de Rode Lijst.

51

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Relatie met het omgevingsplan Op basis van de uitgevoerde quickscan dient voor uitvoering van de plannen middels nader onderzoek meer duidelijkheid te worden verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van vliegroutes en verblijfplaatsen van vleermuizen, jaarrond beschermde broedvogels, das, steenmarter, eekhoorn en waterspitsmuis. Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door het verwijderen van nesten buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien het verwijderen van nesten niet buiten het broedseizoen kan worden gedaan, is een broedvogelinspectie voorafgaand aan de start van de werkzaamheden benodigd. Geadviseerd wordt om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen. Voor de bever geldt dat gedurende de werkzaamheden rekening moet worden gehouden met het voorkomen van de soort binnen de onderzoekslocatie. De maatregelen die hiervoor benodigd zijn, dienen te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. Tevens dient na de werkzaamheden rekening gehouden te worden met verlichting richting de watergangen. Het kan niet uitgesloten worden dat incidenteel een levendbarende hagedis zich op de onderzoekslocatie ophoudt. In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor incidenteel aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Tevens geldt er in Limburg een vrijstellingsperiode deze loopt van 15 augustus tot 15 oktober. Maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol om negatieve effecten op voorhand te voorkomen. Voor de alpenwatersalamander, kamsalamander, poelkikker en boomkikker is de watergang "Venrayse Spurkt" geschikt voorplantingswater op de onderzoekslocatie. Indien verstoring/vernietiging optreedt van de "Venrayse Spurkt" dient aanvullend onderzoek gedaan te worden naar de bovenstaande soorten. Tevens dient de kwaliteit van het nabijgelegen Natuurnetwerk gebied "Elzenbroekbos" gehandhaafd te worden. Geadviseerd wordt om deze maatregelen vast te leggen in een ecologisch werkprotocol. Voor beekrombout is de watergang "Venrayse Spurkt" geschikt voorplantingswater op de onderzoekslocatie. Indien verstoring/vernietiging optreedt van de "Venrayse Spurkt" dient er aanvullend onderzoek gedaan te worden naar de beekrombout. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Omgevingswet wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.

De te kappen bomen op de onderzoekslocatie vallen onder in Artikel 11.111 (Bal), waardoor een meldingsplicht geldt voorafgaand aan de kap Artikel 11.126 (Bal). Tevens draagt de rechthebbende zorg voor de herbeplanting van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen van de houtopstand. De herbeplanting dient op dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen van de houtopstand gerealiseerd te worden. Geadviseerd wordt om hierover in overleg te treden met de provincie Limburg als bevoegd gezag.

6.1.2

Soortgericht onderzoek waterspitsmuis

In het wijzigingsgebied heeft op basis van een analyse van het eDNA een onderzoek naar de waterspitsmuis plaatsgevonden (zie Bijlage 5). Er is geen materiaal aangetroffen waardoor de waterspitsmuis op de onderzoekslocatie is uit te sluiten.

52

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

6.1.3

Aanvullend natuuronderzoek

Uit de uitgevoerde quickscan (zie paragraaf 6.1.1) blijkt dat voor uitvoering van de plannen een soortgericht onderzoek uittgevoerd dient te worden om meer duidelijkheid te verkrijgen omtrent de aanof afwezigheid van vliegroutes en verblijfplaatsen van vleermuizen, jaarrond beschermde broedvogels, das, steenmarter en eekhoorn. Het onderzoek naar de eekhoorn is niet meegenomen omdatt het gebied zich niet leent als leefgebied voor eekhoorns. Het is een agrarisch landschap met een enkele solitaire bomenrij die uiteindelijk met wat lege tussenliggende ruimtes uitkomt op een elzenbroekbos, dat zich eveneens niet leent als leefgebied voor eekhoorns. In 2024-2025 is het aanvullend onderzoek naar soorten uitgevoerd (zie Bijlage 6). Onderzoek Huismus Tijdens de veldbezoeken zijn er in totaal 12 huismusnestlcoaties waargenomen. Het betreft het volgende aantal huismussen per gebouw: Spurkt 5c, vier huismus nestlocaties Spurkt 5, drie huismus nestlocaties Spurkt 3, vier huismus nestlocaties Spurkt 5a, één huismus nestlocatie Roofvogels (boomvalk, havik, torenvalk en wespendief) en grote gele kwikstaart Tijdens de veldbezoeken zijn er geen waarnemingen gedaan van roofvogels van de bovenstaande soorten.

Tevens zijn er geen sporen zoals ruiveren waargenomen die duiden op het gebruik van de locatie door deze soorten Gedurende één van de veldbezoeken zijn ter plekke van het afleidingskanaal twee individuen van de grote gele kwikstaart waargenomen. Onder de bruggen leken de nestkasten niet in gebruik en er zijn veder langs de oever geen nesten waargenomen van de grote gele kwikstaart. Het gaat uitsluitend om foeragerende individuen. Uilen Tijdens de interne inspectie zijn twee kerkuilkasten waargenomen in de loods ter plekke van de Spurkt 5c. In de betreffende loods en voornamelijk rond de kasten zijn uitwerpselen en grote aantallen braakballen aangetroffen van de kerkuil. Met de veldbezoeken in de avond voor zowel vleermuis als steenuil zijn verschillende malen waarnemingen gedaan van kerkuilen rond en in de nestkasten. Het gaat om twee exemplaren die gebruik maken van de nestkasten in de loods ter plekke van de Spurkt 5c, waarschijnlijk een paartje. Er kan gesteld worden dat een van de kerkuilnestkasten gebruikt wordt als nestlocatie door kerkuilen. Tijdens de interne inspectie zijn geen sporen aangetroffen die erop wijzen dat de onderzoekslocatie gebruikt wordt door steenuil. Gedurende de avondbezoeken voor de inventarisatie van de steenuil zijn er op 17 maart 2025 op de onderzoekslocatie twee steenuilen waargenomen.

Waarvan één van de steenuilen reageerde op de afgespeelde roep. De andere twee avonden zijn er op de onderzoekslocatie geen waarnemingen gedaan van steenuilen. Aangezien het activiteitsgebied van steenuilen zich slechts enkele meters rondom hun nestlocatie bevindt, kan gesteld worden dat op de onderzoekslocatie een steenuil territorium aanwezig is en hoogstwaarschijnlijk tevens een steenuilnestlocatie. Ten zuidwesten van de onderzoekslocatie zijn meerdere steenuil waarnemingen gedaan. Er zijn op basis van de waarnemingen drie territoria van steenuilen aanwezig rond de onderzoekslocatie. Huis- en boerenzwaluw Tijdens de interne inspectie zijn geen nesten van huis- en/of boerenzwaluw aangetroffen op de onderzoekslocatie. Hierbij zijn de bekende nestlocaties uit het hiervoor uitgevoerde aanvullend onderzoek (5585.002, d.d. 06-02-2019) tevens bekeken, deze waren niet meer aanwezig. Wel zijn er

53

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

foeragerend verschillende individuen van de boerenzwaluw waargenomen, deze hadden geen binding met structuren op de onderzoekslocatie. Overige beschermde vogels (Limburg categorie 4) Tijdens de veldbezoeken is meerdere malen een buizerd waargenomen foeragerend op de onderzoekslocatie. Het is echter niet geheel duidelijk waar de nestlocatie zich bevond, wel kan uitgesloten worden dat deze zich op de onderzoekslocatie bevindt. Op basis van de richting waar de buizerd heen bewoog en het vorig aanvullend onderzoek (5585.002, d.d. 06-02-2019) ligt de nestlocatie waarschijnlijk op enkele honderden meters ten noorden van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie maakt deel uit van het foerageergebied van de desbetreffende buizerd. Vleermuizen Tijdens de veldbezoeken zijn er in totaal vijf verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen. Het betreft het de volgende verblijfplaatsen en locaties: Spurkt 5c, twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en één zomerverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis Spurkt 8, één kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en één paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Dergelijke potentiële vliegroutes zijn op de onderzoekslocatie aanwezig.

De lijnvormige elementen op de onderzoekslocaties vormen voornamelijk vliegverbindingen tussen oost west en noord en zuid. Voornamelijk aan de oostzijde van de onderzoekslocatie zijn lijnvormige elementen aanwezig waar veel gewone dwergvleermuizen en enkele laatvlieger langsop vliegen om vanuit het zuiden richting het noorden te bewegen. De oostelijke lijnvormige elementen kunnen ook als vliegroute dienen voor boombewonende vleermuissoorten als ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis, deze zijn niet tijdens het onderzoek waargenomen. De lijnvormige elementen aan de westzijde en aan de zuidzijde worden voornamelijk gebruikt als vliegroute door de laatvlieger en gewone dwergvleermuis. Das In totaal zijn minstens drie actieve dassenburchten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie waargenomen. Hiervan dienen burchten 1 en 3 tevens als burchten met een kraamfunctie. Tijdens het cameraonderzoek dat in het voorjaar is uitgevoerd zijn bij zowel burcht 1 als 3 twee dassenjongen waargenomen. Burcht 4 is waarschijnlijk ook in gebruik maar was volledig omheind waardoor het niet goed onderzocht kon worden, er waren wel actieve wissels aanwezig wat hoogstwaarschijnlijk duidt op gebruik van de burcht. Op de onderzoekslocatie zelf zijn geen burchten aangetroffen. Wel is er één actieve vluchtpijp waargenomen.

Tevens zijn er veel sporen gevonden die duiden dat de onderzoekslocatie gebruikt wordt als foerageergebied van de das. Er zijn tijdens het steenuilenonderzoek met de nachtcamera verschillende dassen foeragerend waargenomen op de onderzoekslocatie. Steenmarter Tijdens de interne inspectie van de gebouwen op de onderzoekslocatie zijn geen sporen aangetroffen die wijzen op gebruik van de onderzoekslocatie door de steenmarter. Relatie met het omgevingsplan Op basis van het aanvullend onderzoek zijn op de onderzoekslocatie functies aanwezig van huismus, steenuil, kerkuil, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en das aanwezig. Voor deze

54

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

soorten zullen de benodigde maatregelen omschreven dienen te worden in een activiteitenplan ten behoeve van een vergunningsaanvraag op Omgevingswet. Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door het verwijderen van nesten buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien het verwijderen van nesten niet buiten het broedseizoen kan worden gedaan, is een broedvogelinspectie voorafgaand aan de start van de werkzaamheden benodigd. Geadviseerd wordt om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen. Voor de bever geldt dat gedurende de werkzaamheden rekening moet worden gehouden met het voorkomen van de soort binnen de onderzoekslocatie. De maatregelen die hiervoor benodigd zijn dienen vastgelegd te worden in een ecologisch werkprotocol. Tevens dient er na de werkzaamheden rekening gehouden te worden met verlichting richting de watergangen, dit wordt opgenomen in een lichtplan. Het kan niet uitgesloten worden dat incidenteel een levendbarende hagedis zich op de onderzoekslocatie ophoudt. In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor incidenteel aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Tevens geldt er in Limburg een vrijstellingsperiode (15 augustus - 15 oktober).

Maatregelen moeten worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol om negatieve effecten op voorhand te voorkomen. Voor de alpenwatersalamander, kamsalamander, poelkikker en boomkikker is de watergang "Venrayse Spurkt" geschikt voorplantingswater op de onderzoekslocatie. Wanneer er geen verstoring/vernietiging is van de betreffende watergang is er met aanvullende maatregelen geen vergunningsplicht noodzakelijk. Indien er toch verstoring/vernietiging optreedt van de "Venrayse Spurkt" dient er aanvullend onderzoek gedaan te worden naar de bovenstaande soorten. Tevens dient de kwaliteit van het nabijgelegen Natuurnetwerk gebied "Elzenbroekbos" gehandhaafd te worden. Geadviseerd wordt om deze maatregelen vast te leggen in een ecologisch werkprotocol. Voor beekrombout is de watergang "Venrayse Spurkt" geschikt voorplantingswater op de onderzoekslocatie. Wanneer er geen verstoring/vernietiging is van de betreffende watergang is er met aanvullende maatregelen geen vergunningsplicht noodzakelijk. Indien er toch verstoring/vernietiging optreedt van de "Venrayse Spurkt" dient er aanvullend onderzoek gedaan te worden naar de beekrombout.

Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Omgevingswet wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. De te kappen bomen op de onderzoekslocatie vallen onder in Artikel 11.111 (Bal), waardoor een meldingsplicht geldt voorafgaand aan de kap Artikel 11.126 (Bal). Tevens draagt de rechthebbende zorg voor de herbeplanting van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen van de houtopstand. Geadviseerd wordt om hierover in overleg te treden met het bevoegd gezag (provincie Limburg). Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en beschermde houtopstanden worden geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden op de onderzoekslocatie.

6.1.4

Stikstofdepositie - Passende beoordeling

Inleiding Bij de aanleg en het gebruik van het toekomstige bedrijventerrein Smakterheide Noord treedt stikstofdepositie op vanwege de inzet van mobiele werktuigen en voertuigen. Dit leidt tot toenames van de depositie van stikstof in omliggende Natura 2000-gebieden. Toenames van stikstofdepositie in daarvoor gevoelige natuurgebieden kunnen in beginsel leiden tot negatieve gevolgen voor de daar aanwezige habitattypen en leefgebieden (verder 'habitats' genoemd). Het is volgens de Omgevingswet verboden een plan vast te stellen dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. In een zogenaamde passende beoordeling moet worden beoordeeld of uitgesloten kan worden dat de ontwikkeling en het gebruik van het bedrijventerrein leidt tot aantasting van natuurlijke kenmerken van

55

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Natura 2000-gebieden en of daarmee het plan kan worden vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de Omgevingswet. De aantasting van natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden worden uitgesloten wanneer op basis van een ecologisch onderzoek vaststaat dat de berekende depositietoename niet leidt tot een zodanig ecologisch effect op de betrokken habitattypen in de Natura 2000-gebieden dat sprake is van een verslechtering ten opzichte van de huidige situatie waarin deze habitattypen verkeren. De passende beoordeling (zie Bijlage 7) gaat uit van de juridische kaders die de Omgevingswet en recente jurisprudentie stellen. De depositietoenames in Natura 2000-gebieden zijn berekend met AERIUS Calculator versie 2025 op basis van een analyse van de ligging en uitvoering van het plan, de daarbij ingezette emissiebronnen en eventuele emissiebeperkende maatregelen. De resultaten van deze berekening bepalen de scope voor de passende beoordeling: de Natura 2000-gebieden, habitattypen en leefgebieden die in de passende beoordeling moeten worden betrokken. Het doel van de passende beoordeling is om vast te stellen of kan worden uitgesloten dat depositietoename door de aanleg en de exploitatie van Smakterheide Noord de natuurlijke kenmerken van omliggende Natura 2000-gebieden aantast.

Dit is het geval wanneer op voorhand op grond van objectieve gegevens vaststaat dat deze toename niet leidt tot een zodanig effect op de betrokken habitats dat sprake is van een significant effect ten opzichte van de huidige situatie waarin deze habitats verkeren (en daarmee niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied). AERIUS-berekeningen De emissietoenames van stikstof zijn afkomstig van de bij de uitvoering van het plan gebruikte mobiele werktuigen en voertuigen, zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase. De uitgangspunten voor de AERIUS-berekeningen en de berekeningen zelf zijn vastgelegd in twee notities (realisatiefase zie Bijlage 8, gebruiksfase zie Bijlage 9). In de berekeningen is rekening gehouden met interne saldering met het wegvallen van de emissies van het huidige agrarische gebruik van het wijzigingsgebied. Uit de in de passende beoordeling uitgevoerde additionaliteitstoets blijkt dat het intern salderen mag worden ingezet ten behoeve van de passende beoordeling. Realisatiefase De werkzaamheden starten in 2026. In de realisatiefase wordt stikstofdepositie veroorzaakt vanwege het gebruik van dieselmaterieel tijdens de werkzaamheden en de uitstoot van het bouwverkeer. Bij het gebruik van dieselmaterieel komt NOx en NH3 vrij.

De uitstoot is afhankelijk van het brandstofverbruik, het aantal draaiuren, het motorische vermogen en de stageklasse van het materieel. Hierin zijn het aantal draaiuren en het motorische vermogen van het materieel projectafhankelijk. Daarnaast worden gedurende de realisatie voertuigen ingezet voor het transport van materieel van en naar de bouwlocatie. Met ingang van Aerius 2024 moet ook gerekend worden met een koude start van motorvoertuigen. Deze koude start geldt wanneer een motorvoertuig langer dan 2 uur stilgestaan heeft en kan gelden voor: Motorvoertuigen van werknemers wanneer deze langer dan 2 uur geparkeerd zijn; Middelzware en zware vrachtwagens die bij laden en lossen de motor afzetten en waarvan de laaden lostijd meer dan 2 uur bedraagt. Voor de realisatiefase van bedrijventerrein Smakterheide inclusief interne saldering wordt een afname van 0,79 mol/ha/jaar in het Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen berekend. Daarnaast worden afnemende deposities berekend in de Natura 2000-gebieden Maasduinen, Zeldersche Driessen, Deurnsche Peel & Mariapeel, Sint Jansberg, Oeffelter Meent en De Bruuk.

56

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Gebruiksfase In de gebruiksfase van dit project wordt mogelijk NOx en NH3 uitgestoten vanwege het verkeer dat over de omliggende wegen rijdt. Een verschilberekening is gemaakt tussen de beoogde plansituatie en de autonome situatie. De intensiteit neemt in de beoogde situatie toe door het extra verkeer van de nieuwe bedrijven op de ontwikkellocatie. Ook in de gebruiksfase dient rekening te worden gehouden met de koude start van motorvoertuigen. Voor de gebruiksfase van bedrijventerrein Smakterheide Noord inclusief interne saldering wordt een afname van 1,05 mol/ha/jaar in het Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen berekend. Daarnaast worden afnemende deposities berekend in de Natura 2000-gebieden Maasduinen, Zeldersche Driessen, Deurnsche Peel & Mariapeel, Sint Jansberg, Groote Peel, Oeffelter Meent en De Bruuk. Hersteldoelhexagonen Op 17 juni 2024 heeft de Raad van de EU de Natuurherstelwet goedgekeurd. Hiermee geldt een natuurherstelverplichting in alle Europese landen. In de afgelopen jaren zijn in Nederland habitats verdwenen - en niet op een andere locatie voor hetzelfde oppervlak teruggekomen. Nederland moet deze natuur dus herstellen. Hierom wordt sinds de release van Aerius 2024 bij elke Aeriusrapportage ook een rapportage met hersteldoelhexagonen meegestuurd. Uit deze rapportages blijkt dat het project geen hersteldoelhexagonen raakt.

Relatie met het omgevingsplan In zowel de aanlegfase als de gebruiksfase vinden als gevolg van het plan geen depositietoenames plaats in Natura 2000-gebieden in de omgeving van het bedrijventerrein Smakterheide Noord. De emissies die verminderen door het beëindigen van bemesting op de gronden binnen het wijzigingsgebied zijn groter dan de emissies die optreden bij de aanleg en de exploitatie van het bedrijventerrein. Omdat er geen depositietoenames optreden zijn effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Het plan voor Smakterheide Noord leidt daarom niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het wijzigingsgebied.

6.2

Water

Om ervoor te zorgen dat de waterbelangen een goede plek krijgen en evenwichtig worden afgewogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de watertoets uitgevoerd. Ook onder de Omgevingswet is dit proces vastgelegd maar dan onder de noemer 'weging van het waterbelang'. De gemeente en/of de initiatiefnemer moet de opvattingen van de waterbeheerders betrekken bij het (wijzigen van het) omgevingsplan. De aanleiding voor het uitvoeren van de weging van het waterbelang wordt gevormd door de voorgenomen ontwikkeling van een bedrijventerrein in het wijzigingsgebied. Bij het ontwikkelen van nieuwe projecten is het van essentieel belang om water op een expliciete en evenwichtige wijze te integreren. Concreet houdt dit in dat onderzocht moeten worden hoe op een duurzame manier met water kan worden omgegaan in toekomstige plannen. Hierbij is het vasthouden, bergen en afvoeren van water binnen het betreffende gebied van groot belang. Tevens is het van belang om te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om regenwater te infiltreren en in welke mate bestaande watersystemen, zowel in hun oorspronkelijke vorm als in alternatieve vormen, behouden of hersteld kunnen worden. Waterhuishoudkundige situatie Op de leggerkaart van Waterschap Limburg zijn de primaire en secundaire watergangen in de omgeving van het wijzigingsgebied weergegeven.

De Venrayse Spurkt is een primaire watergang en loopt door het wijzigingsgebied heen. Andere aangrenzende en nabije watergangen zijn de Zijtak Loonsche Plas, Loobeek en Smakterveld.

57

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Uitsnede leggerkaart

Toekomstige situatie Verhard oppervlak en demping Bestaande waterlopen in het gebied worden zoveel als mogelijk gehandhaafd. In het ontwerp wordt in deze fase van het ontwerp niks gedempt aan watergangen. Deze hoeven dan ook niet gecompenseerd te worden. Mocht demping op een later moment wel benodigd zijn in het ontwerp, moet dit gecompenseerd worden. De primaire watergang Venrayse Spurkt aan de oostzijde, wordt voor een klein deel aan de zuidzijde verlegd. Deze wordt rechtgetrokken voor efficiëntie in het ontwerp voor de aangrenzende kavels. Dit moet samen met Waterschap Limburg uitgewerkt worden omdat het een primaire watergang is, en aan bepaalde eisen moet voldoen. Aanvullend hierop is de Venrays Spurkt ten noorden van het wijzigingsgebied recentelijk door het waterschap voorzien van een aantal meanders, onder andere vanwege de KRW. Vanwege het rechttrekken van het eind van de Venrayse Spurkt zal ook de watergang langs de weg Spurkt aangepast moeten worden. Hier zijn nog geen concrete plannen voor, aangezien het inrichtingsvoostel nog nader uitgewerkt moet worden. Het waterschap wordt bij de verdere uitwerking van het inrichtingsvoorstel betrokken. De totale toename aan verharding is gelijk aan 22 ha. Hierbij is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Het verhardingspercentage van het uitgeefbaar terrein is 100%, dit is een worst case benadering.

Hoe veel verharding er daadwerkelijk komt, is wordt pas duidelijk als het terrein verder uitgewerkt en

58

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

duidelijk is welke bouwplannen de toekomstige bedrijven hebben. Het overige terrein is volledig onverhard. In het onderdeel "natuur" worden wel paden gelegd maar deze zijn onverhard. De insteekwegen zijn opgenomen in uitgeefbaar terrein en de interne openbare wegen zijn niet in de totale verharding meegenomen, omdat niet bekend is hoeveel verharding hier is toegepast. Waterberging en infiltratie Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Hierom dient de toename in verharding gecompenseerd te worden. De bergingsnorm van Waterschap Limburg is 100mm, en dat van de gemeente is 60mm. Waterberging vindt bij dit project niet plaats op het eigen terrein van de bedrijven; de waterberging wordt in de groene overgangszone (functie natuur) voorzien aan de noordelijke zijde van het bedrijventerrein. Er is namelijk een hoogteverschil in het terrein, waardoor het water af kan stromen via de buffers in dit deel van het wijzigingsgebied naar het Loobeekdal. Het is op dit moment nog onbekend waar precies de bufferzones komen voor waterberging. Dit wordt meegenonen in de nadere uitwerking van het inrichtingsvoorstel. De rekenregel voor compensatie bedraagt: Benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,1 (in m).

Dit komt neer op een bergingsnorm van 100 mm voor het gebied dat toegenomen is in verhard oppervlak.

Een toename in verharding van ca. 220.000 m2 en de bergingseis van 100 mm resulteren in een bergingsopgave van ca. 22.000 m3. Dit is een flinke bergingsopgave en dient nader uitgewerkt te worden in overleg met het waterschap. Gezien de diepe grondwaterstand en de lichte wijziging zijn er kansen voor infiltratie. Het is echter belangrijk om rekening te houden met lokaal verstorende veen- en leemlagen die zijn aangetoond in de bodemprofielen in het wijzigingsgebied. Aanvullend stelt het Waterschap de eis dat circa 10% van het wijzigingsgebied gereserveerd moet worden voor water. In samenspraak met het waterschap wordt in het inrichtingsvoorstel uitgewerkt en onderzocht of deze hoeveelheid water in de functie Natuur kan worden opgevangen. Het waterschap hanteert een voorkeursvolgorde voor waterkwantiteit. Eerst willen ze de het water hergebruiken, vasthouden in de bodem, tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater en afvoeren naar gemengd of DWA-riool. In het huidige ontwerp is uitgegaan van tijdelijk bergen in het noordelijke deel van het wijzigingsgebied en dan naar oppervlaktewater af te voeren. Ook dient de berging binnen 24 uur weer beschikbaar zijn voor een volgende regenbui. In het ontwerp voor de waterberging moet ook het beheer en onderhoud in kaart gebracht worden.

Het is belangrijk dat de berging goed bereikbaar is voor controle en beheer, en ook dient vastgelegd te worden wie daarvoor verantwoordelijk is. Afvalwater Aangezien op dit moment nog niet duidelijk is welke bedrijven zich willen vestigen op het bedrijventerrein is er geen informatie bekend over de hoeveelheden afvalwater in het gebied. Waterkwaliteit Waterschap Limburg wil graag de voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit hanteren van schoonhouden, scheiden en zuiveren. Wij adviseren gebruik te maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.

59

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Doorwerking in het omgevingsplan Inzicht in de geohydrologische situatie is van belang om de effecten van de ontwikkeling in beeld te krijgen en voor de uitwerking van de waterhuishouding van de toekomstige situatie. Aangezien de bodemprofielen in de omgeving overwegend bestaan uit zand wordt aangenomen dat het mogelijk is om hemelwater in het wijzigingsgebied te infiltreren. Er wordt hierbij wel aanbevolen om aanvullende boringen uit te voeren binnen de grenzen van het wijzigingsgebied om te achterhalen of er dusdanige leemlagen aanwezig zijn die de mogelijkheid tot infiltratie beperken. Er moet 22.000 m3 water geborgen worden in de functie Natuur aan de noordzijde van het wijzigingsgebied. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regeling.

6.3

Klimaatadaptatie

In artikel 3.5 van de omgevingsverordening is de instructieregel opgenomen dat de motivering bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving moet bevatten over de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's en gevolgen van klimaatverandering en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico's en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Scan In de klimaatscan (zie Bijlage 11) wordt de instructieregel van de Provincie Limburg inzake klimaatadaptatie beantwoord met behulp van de Klimaateffectatlas. Hittestress is geen onderdeel van de verordening van de provincie Limburg, maar wordt in deze klimaatscan wel als een kwalitatieve beoordeling op hitte in de buitenruimte opgenomen. Op deze manier worden alle traditionele DPRA-thema's (wateroverlast, overstromingen, droogte en hitte) behandeld. Wateroverlast In de verordening van de provincie Limburg is opgenomen dat er rekening dient gehouden te worden met de risico's op het gebied van wateroverlast. De 'weging van het waterbelang' onderzoekt de gevolgen op het gebied van hemelwater voor deze ontwikkeling (zie paragraaf 6.2). Overstroming Nederland is beschermd tegen hoogwater door waterkeringen.

Ons land staat internationaal bekend om onze sterke dijken, maar toch kunnen ook wij te maken krijgen met de gevolgen van het doorbreken van een dijk. Als overstromingen plaatsvinden, zal er economische schade optreden aan bijvoorbeeld gebouwen en infrastructuur en ontstaat grote maatschappelijke ontwrichting. Ook is er een kans dat mensen gewond raken of zelfs overlijden als gevolg van verdrinking, onderkoeling of verminderde bereikbaarheid van hulpdiensten. In werkelijkheid kan de overstromingskans in de toekomst ook kleiner zijn, omdat de sterkte van waterkeringen dan groter kan zijn. Voor deze scan wordt de volgende indicator gebruikt: plaatsgebonden Overstromingskans > 0 cm (norm 2050). Uit de klimaatscan blijkt dat er geen sprake is van deze plaatsgebonden overstromingskans. Droogte Twee van de vier KNMI klimaatscenario's laten zien dat door klimaatverandering langdurig droge en warme perioden in de zomer vaker voor kunnen gaan komen. Bij langdurige droogte neemt onder andere het risico op natuurbrand toe. Het risico op natuurbranden is met name van toepassing op droge zandgronden. Een natuurbrand kan zich in een droge periode snel en onvoorspelbaar ontwikkelen. De bestrijding is lastig, omdat bluswater vaak van elders moet worden aangevoerd en de wind de brand aanwakkert. Soms is er sprake van natuurinvloeden zoals blikseminslag.

Hoe klimaatverandering het risico (frequentie, grootte brand etc.) beïnvloedt is onzeker. Echter de weerscondities die 'gunstig' zijn

60

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

voor bos- en bermbranden, zullen door klimaatverandering vaker voor gaan komen. Daarnaast kan de bodem zo ver uitdrogen, dat planten niet meer optimaal kunnen verdampen. Ze ondervinden dan droogtestress. Droogtestress komt vooral voor op bodems met een diepe grondwaterstand beneden het maaiveld en met een grove textuur, zoals grof zand. In de landbouw leidt droogtestress tot een afname van de gewasopbrengst. Door klimaatverandering verandert ook de natuur. Dat gebeurt nu al, en de verwachting is dat die ontwikkeling zich in de toekomst voortzet. Vooral de toenemende droge zomers zorgen voor grote veranderingen en kunnen natuurschade veroorzaken. Maar niet alle vegetaties lijden schade door droogte. De toenemende droogte door klimaatverandering is vooral nadelig voor vegetaties die afhankelijk zijn van ondiep grondwater. Bovendien hebben de steeds extremere schommelingen in (grond)waterstanden, zoals extreem droge jaren gevolgd door langdurige natte perioden, een nog groter negatief effect op de natuur die daar nauwelijks op kan anticiperen. Volgens de natuurbrandgevoeligheidskaart van de Klimaateffectatlas is het risico op natuurbranden binnen het wijzigingsgebied laag tot middelmatig. Deze mate van gevoeligheid is bepaald op basis van de brandgevoeligheid van aanwezige vegetatie; klimaat specifieke eigenschappen (e.g.

oppervlaktewater, grondwaterstand) en locatie specifieke eigenschappen (e.g. recreatiedruk, ecoducten) in de omgeving van het wijzigingsgebied. Gezien deze relatief lage gevoeligheid voor natuurbrand zijn er vooralsnog geen verdere maatregelen vereist. Het is wel belangrijk om alert te blijven op de hoge(re) natuurbrandgevoeligheid in de nabije omgeving van het wijzigingsgebied. De natuurbrandgevoeligheid van het gebied neemt in de toekomst toe.

Natuurbrandgevoeligheid | Huidig (Wageningen Environmental Research (WEnR) & Deltares, 2021 (Klimaateffectatlas)).

Natuurbrandgevoeligheid | 2050 Hoog (Wageningen Environmental Research (WEnR) & Deltares, 2021 (Klimaateffectatlas)).

Het risico op droogtestress is laag binnen het wijzigingsgebied en er is ook geen grondwaterafhankelijke natuur binnen het wijzigingsgebied gelegen. Gezien dit lage risico op droogtestress en lage droogtegevoeligheid zijn er geen verdere maatregelen vereist. Het is wel belangrijk om alert te blijven op de droogtegevoelige en zeer droogtegevoelige grondwaterafhankelijke natuur in de nabije omgeving van het wijzigingsgebied. Hier dient rekening mee gehouden te worden in de verdere uitwerking en invulling van het bedrijventerrein om dit in de toekomst niet te verergeren.

61

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Risico Droogtestress | Huidig (KWR Water, 2017 (Klimaateffectatlas)).

Hitte Door klimaatverandering neemt niet alleen de gemiddelde temperatuur toe; het zal ook vaker extreem warm worden. Door hittestress kunnen gezondheidseffecten optreden. Langdurige hitte kan leiden tot vermoeidheid en concentratieproblemen. Hittestress kan effect hebben op het thermisch comfort van de werknemers en bezoekers in kantoren en de omgeving. We gaan in deze handreiking bij thermisch comfort uit van de tevredenheid met de thermische omgeving, inclusief gezondheidsklachten. Thermisch comfort is niet gebonden aan een vast temperatuur bereik, het hangt onder meer af van ervaring, verwachting en context. De temperatuur in het bebouwd en buitengebied kan sterk verschillen. Door het zogenaamde hitte-eiland effect wordt het in stedelijke gebieden aanzienlijk warmer dan in het buitengebied.

Hittekaart Gevoelstemperatuur | Huidig (Witteveen + Bos, 2021 (Klimaateffectatlas)).

Hittekaart Gevoelstemperatuur | 2050 Hoog (Witteveen + Bos, 2021 (Klimaateffectatlas))

Uit de 'Hittekaart-huidig' blijkt dat het wijzigingsgebied relatief warm is op een zomerdag. Dit is onder meer te verklaren door het grotendeels ontbreken van boomkroondekking en daarmee schaduw. Daar waar dit wel aanwezig is valt op dat de gevoelstemperatuur circa 5 – 10 graden lager ligt. Het is belangrijk om deze bomen in stand te houden bij de ontwikkeling van het wijzigingsgebied om dit verkoelende effect te behouden. Uit de 'Hittekaart-2050' blijkt vervolgens dat de gevoelstemperatuur in de toekomst verder toeneemt, zonder wijzigingen in het landgebruik. Naast deze toename in gevoelstemperatuur als gevolg van klimaatverandering, heeft ook de voorziene nieuwe inrichting van het wijzigingsgebied effect op de gevoelstemperatuur. De verwachting is dat de voorziene natuurzone ten noorden van het bedrijventerrein, zoals in het inrichtingsvoorstel is geschetst, de gevoelstemperatuur kan verlagen. Het is echter te verwachten dat de gevoelstemperatuur in de toekomstige situatie nog meer toeneemt dan de voorstaande 'Hittekaart-2050' laat zien, door de toename in verharding en donkere oppervlakten als gevolg van de nieuwe inrichting van

62

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

het gebied. Het totale effect op de gevoelstemperatuur hangt daarmee nog sterk af van de uiteindelijke inrichting. Hier dient in de verdere uitwerking en invulling van het ontwerp van het wijzigingsgebied rekening mee te worden gehouden. Bijvoorbeeld door het creëeren van groen- en blauwstructuren over het gehele terrein d.m.v. groene daken en gevels en het realiseren van voldoende schaduwplekken op wandel- en fietsroutes. Relatie met het omgevingsplan Deze Klimaatscan toont aan dat de voorgenomen uitbreiding aan de noordzijde van bedrijventerrein Smakterheide Noord waarschijnlijk geen verwachte negatieve klimaateffecten met zich meebrengt. Het effect op hitte in de buitenruimte (= gevoelstemperatuur) is echter een aandachtspunt en sterk afhankelijk van de concretere uitwerking en invulling van het ontwerp van het wijzigingsgebied.

6.4

Verkeer en parkeren

Ten behoeve van het voornemen is een verkeerstoets (zie Bijlage 12) uitgevoerd om de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer inzichtelijk te maken. Tevens zijn kruispuntberekeningen uitgevoerd om inzicht te krijgen van de impact op de verkeersafwikkeling bij de met verkeerslichten geregelde kruispunten aan de op- en afritten van de A73 – Maasheseweg (zie Bijlage 37). Wegenstructuur De beoogde ontsluiting van Smakterheide-Noord loopt via de Spurkt. De Spurkt is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 50km/u. De weg kent een vrijliggend fietspad in twee richtingen. Een deel van de ontwikkeling wordt ontsloten op het deel van de Spurkt dat gelegen is ten oosten van de Metaalweg (wegvak Metaalweg – Nijverheidstraat). Dit wegvak is geclassificeerd als een erftoegangsweg (type II) buiten de bebouwde kom. Hier geldt een maximumsnelheid van 60km/u. Dit gedeelte van de Spurkt heeft een ander karakter dan het gedeelte ten westen van de Metaalweg. Het betreft een enkele rijloper met een breedte van 3,75 meter. Het is de verwachting dat het grootste gedeelte van het verkeer van en naar het bedrijventerrein gebruik maakt van de A73. Om hier te komen zal dit verkeer gebruik maken van de Metaalweg. De Metaalweg is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 50km/u.

De infrastructuur op het bedrijventerrein zelf wordt vormgegeven met een ontsluitingslus. De uiterste kavels ontsluiten rechtstreeks op de Spurkt. Openbaar vervoer Het wijzigingsgebied is in de huidige situatie niet goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Het wijzigingsgebied ligt op 5 kilometer afstand van het treinstation van Venray, maar ligt op een acceptabele fietsafstand. Station Venray is gelegen aan de spoorlijn Nijmegen-Venlo. Een groot deel van de dag rijden zowel richting Nijmegen als richting Venlo 4 treinen per uur (waarvan 2 doorrijden naar Roermond). De bereikbaarheid van het wijzigingsgebied met de trein is vanwege de grote afstand niet goed te noemen. De dichtstbij gelegen bushalte is de halte Venray, Kapelletje. Deze halte is gelegen aan het kruispunt Overloonseweg- Spurkt aan de hoek van het wijzigingsgebied. Deze bushalte wordt alleen aangedaan door lijn 82 (Station Boxmeer – Venray Centrum) en rijdt 1x/u gedurende de dag. Vanwege de omvang van het wijzigingsgebied is alleen het westelijke deel van het bedrijventerrein goed te bereiken met de bus. De oostkant van het wijzigingsgebied ligt buiten de acceptabele loopafstand van de bushalte. Met name de lage frequentie van buslijn 82 maakt de bus geen goed reisalternatief voor werknemers van het bedrijventerrein. Langzaam verkeer

63

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Voor een duurzaam bereikbaar bedrijventerrein is van belang dat het wijzigingsgebied goed bereikbaar is voor langzaam verkeer en met name de fietser. De infrastructuur in het wijzigingsgebied moet nog verder worden uitgewerkt, maar hierbij dient de verkeersveiligheid van de fietser aandacht te krijgen. Naast de fietsinfrastructuur in het gebied zelf zijn ook verbindingen naar de omgeving van belang. Er liggen verschillende kernen binnen een acceptabele fietsafstand van 5 á 10 kilometer. Met name vanaf Venray en Overloon is het wijzigingsgebied goed te bereiken met de fiets. De bereikbaarheid van het wijzigingsgebied per fiets is dan ook goed te noemen. Verkeersgeneratie Het totale oppervlakte aan uitgeefbare gronden op Smakterheide-Noord bedraagt 22 hectare. De beoogde invulling van het bedrijventerrein is een gemengd bedrijventerrein. Het is niet mogelijk voor transport- of distributiebedrijven zich te vestigen op het nieuwe bedrijventerrein. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van Smakterheide Noord zijn de kencijfers van het CROW (bron: Publicatie Parkeerkencijfers 2024) gehanteerd. Deze kencijfers zijn bepaald op basis van het netto oppervlakte van het bedrijventerrein. De omrekenfactor om van bruto naar netto oppervlakte van een bedrijventerrein te komen is x0,77. Het totale netto oppervlakte van Smakterheide Noord bedraagt 16,94 ha.

Voor Smakterheide Noord zijn de kengetallen gehanteerd voor een 'I Gemengd terrein'. Per netto hectare genereert dit type bedrijventerrein 158 motorvoertuigen per weekdag. Toepassing van deze kengetallen op het totale netto oppervlakte van Smakterheide Noord resulteert in een verkeersgeneratie van 2.677 mvt/weekdag. Het aspect 'verkeer' wordt beschouwd per werkdag. Om van de cijfers van week- naar werkdag te komen wordt voor bedrijventerreinen een omrekenfactor van 1,33 gehanteerd. De totale verkeersgeneratie van Smakterheide Noord bedraagt 3.560 mvt/werkdag. Verkeersintensiteiten In onderstaande tabel zijn de verkeersintensiteiten conform het vigerende verkeersmodel van de gemeente Venray (RMO Noord- Limburg) gepresenteerd voor zowel het basisjaar 2018, als de autonome situatie (de situatie zonder ontwikkeling van Smakterheide Noord) in 2040.

64

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

De verkeersgeneratie van de beoogde planontwikkeling bedraagt 3.560 mvt/werkdag. Dit verkeer verdeelt zich over het omliggende wegennet. De gevolgen voor het omliggende wegennet zijn weergegeven in onderstaande tabel.

Ondanks de relatief grote toenames in de hoeveelheid verkeer op sommige wegen, met name de Spurkt en de Metaalweg, blijven de verkeersintensiteiten op alle wegen binnen de acceptabele bandbreedte voor het type weg. De enige weg waar maatregelen nodig zijn als gevolg van de toename van het verkeer is de Spurkt tussen de Metaalweg en de Nijverheidsweg. Deze is in de huidige situatie te smal voor twee voertuigen om elkaar te passeren zonder de rijloper te verlaten. Door de toename van verkeer op dit wegvak als gevolg van de planontwikkeling neemt de kans op tegemoetkomend verkeer dat elkaar moet passeren toe. De verbreding van dit wegvak is onderdeel van de ontwikkeling van bedrijventerrein Smakterheide Noord. Aanvullende maatregelen hierop zijn niet nodig. Kruispuntberekeningen Uit de uitgevoerde kruispuntberekeningen aan de op- en afritten van de A73 - Maasheseweg blijkt dat de cyclusduur gelijk blijft en de opstelvakken voldoende lengte hebben, waardoor de verkeersontwikkeling goed blijft op deze beide kruispunten. Parkeren Bedrijven die zich in de toekomst op Smakterheide Noord willen vestigen, dienen zich aan het geldende parkeerbeleid van de gemeente Venray te houden. Uitgangspunt in het vigerende parkeerbeleid van de gemeente Venray is dat een bedrijf op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen moet realiseren om te voldoen aan de parkeernormen.

65

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Doorwerking in het omgevingsplan De totale verkeersgeneratie van de ontwikkeling van Smakterheide Noord bedraagt 3.560 mvt/werkdag. Dit zorgt voor een sterke toename van verkeer op o.a. de Spurkt en de Metaalweg. Alle wegen op het omliggende wegennet zijn echter dusdanig ingericht dat deze de toename van de verkeersintensiteiten kunnen verwerken. De Spurkt tussen de Metaalweg en de Nijverheidsweg is hierop een uitzondering. Deze weg is in de huidige situatie te smal en zal als onderdeel van de planontwikkeling worden verbreed om het extra verkeer op de weg veilig te kunnen verwerken. Het is van belang dat bedrijven bij vestiging zich houden aan het geldende parkeerbeleid van de gemeente Venray en dat alle benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd dienen te worden. In de regeling is een artikel opgenomen voor parkeren.

6.5

Bodem

Ten behoeve van het voornemen is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd (zie Bijlage 13). Het milieuhygiënisch vooronderzoek is uitgevoerd conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, NEN, oktober 2023). Hierbij zijn onder andere de in het verleden op de locatie uitgevoerde activiteiten en de resultaten van in het verleden (in de omgeving) uitgevoerde bodemonderzoeken geïnventariseerd. Onderzoek Historie Uit historische kaarten blijkt dat de eerste bebouwing in het gebied vanaf de jaren ’50 is gerealiseerd. Op de locatie Spurkt 5 staat een woonboerderij (335 m²) en een schuur (220 m²) die gebruikt werd voor de opslag van graaf- en landbouwwerktuigen. De woonboerderij heeft dienstgedaan als veehouderij, met name voor varkens, al is niet precies bekend wanneer deze activiteiten zijn beëindigd. Over het terrein liep vroeger een onverhard pad dat naar schatting rond 1990 is verwijderd. In het verleden zijn in de schuur onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd waarbij olieproducten werden gebruikt. In 2018 vond aan de achterzijde van de woning een incident plaats, wat leidde tot bodemverontreiniging met minerale olie. Historische informatie (van de bewoner) geeft aan dat er op de onderzoekslocatie twee olieopslagtanks aanwezig zijn geweest.

Een bovengrondse huisbrandolietank (inhoud 1.200 liter) stond achter het woonhuis, terwijl een bovengrondse dieseltank (inhoud 600 liter) onder de huidige overkapping stond. Bij de gemeente Venray zijn geen gegevens over deze tanks bekend. Op Spurkt 5A bevond zich in het verleden een ondergrondse huisbrandolietank (HBO/diesel) met een inhoud van 5.000 liter. Deze tank is in 1995 onder certificaat gesaneerd (certificaatnummer 2068), waarbij zintuiglijk geen verontreiniging is vastgesteld. Op de locatie Spurkt 5B staat een landbouwschuur waar vroeger ook machinereparaties plaatsvonden. Volgens gegevens uit het Bodemloket zijn hier zowel een boven- als ondergrondse brandstoftank aanwezig geweest, al ontbreken nadere details over de inhoud en exacte locatie van deze tanks. Op de locatie Spurkt 5C bevindt zich een volwaardig agrarisch bedrijf inclusief bedrijfswoning. Op Spurkt 8 is een boomkwekerij gevestigd. Voor het overige deel van het projectgebied zijn geen historisch relevante gegevens gevonden die van belang zijn voor bodemonderzoek. Dit deel van het gebied is, voor zover bekend, nooit bebouwd geweest of anders gebruikt dan als bouwland. In dit stadium (voorbereidingsfase) is vooralsnog geen fysieke terreinverkenning uitgevoerd. Wel is door middel van digitaal beeldmateriaal een driedimensionaal beeld van de locatie verkregen.

Op basis van het uitgevoerde milieuhygiënisch vooronderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: In het grondwater zijn regionaal verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater aanwezig. De provincie Limburg heeft specifieke beleidslijnen geformuleerd met betrekking tot deze

66

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

regionaal verhoogde gehalten metalen in het grondwater. Deze beleidslijnen zijn beschreven in het document 'Beleidskader bodem, actualisatie 2016, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 26 juli 2016'. Uit de overzichtskaart 'Arseengebieden - Bodemkwaliteitskaart Limburg Noord' blijkt dat het wijzigingsgebied grenst aan het gebied 'IJzerrijke zandgronden meest lemige gleijgronden'. Ter plaatse van en rondom deze gebieden komen van nature verhoogde arseenconcentraties voor. Binnen het wijzigingsgebied zijn vier woningen met bedrijfsgebouwen alsmede één reguliere woning aanwezig. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is ter plaatse van drie locaties (gedeeltelijk) onderzocht. In Tabel 4 van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem zijn de resultaten per locatie samengevat en zijn de aanbevelingen voor eventueel actualiserend en/of vervolgonderzoek weergegeven. Op basis van de beschikbare historische gegevens zijn binnen het wijzigingsgebied geen locaties bekend met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit. Plaatselijk zijn binnen het wijzigingsgebied zwakke tot sterke bijmengingen met baksteen, kolengruis, puin, beton en plastic in de grond aanwezig. Diffuus verspreid zijn in het verleden in de grond verhoogde gehalten zware metalen, minerale olie en PAK aangetoond.

Aan de achterzijde van de woning ter plaatse van de locatie Spurkt 5, heeft in het verleden een calamiteit (lekkage) met diesel plaatsgevonden. Uit onderzoek bleek dat er sprake was van een verontreiniging met minerale olie in de bovengrond (omvang <25 m3). Ter plaatse heeft in 2020 een bodemsanering plaatsgevonden waarbij de verontreinigde grond is ontgraven en afgevoerd. Geconcludeerd is dat de sanering van de als gevolg van de calamiteit met diesel verontreinigde grond in voldoende mate is uitgevoerd. In het kader van de uitgevoerde sanering (ten behoeve van de afvoer van de verontreinigde grond) is ter plaatse van de verontreinigingsbron een monster genomen en geanalyseerd op de aanwezigheid van poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS). In het monster zijn geen PFAS-gehalten aangetroffen boven de achtergrondwaarde. Voor het overige deel van het wijzigingsgebied heeft in het verleden geen onderzoek naar de aanwezigheid van PFAS plaatsgevonden. Uit het vooronderzoek blijkt dat er geen sprake is van PFAS-puntbronnen binnen het wijzigingsgebied. Ter plaatse van de percelen Spurkt 5 en Spurkt 5C is in 2019 een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. De maximale gehalten aan asbest in de bodem overschreden de interventiewaarde (100 mg/kg ds gewogen) niet. Op het overige deel van het wijzigingsgebied is, voor zover bekend, niet eerder onderzoek naar asbest in de bodem uitgevoerd.

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek bestaan geen concrete aanwijzingen voor potentieel bodembelastende activiteiten en/of waaruit blijkt dat op het maaiveld of in de bodem substantiële hoeveelheden asbestverdacht puin en/of asbesthoudend materiaal aanwezig is. In het grondwater binnen het wijzigingsgebied zijn in het verleden verhoogde concentraties zware metalen gemeten. Plaatselijk overschreden de concentraties koper en nikkel de interventiewaarden. Geconcludeerd is dat deze licht tot sterk verhoogde gehalten met metalen zijn te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondwaarden. In 2024 zijn enkele watergangen ter plaatse van een tracé van een hoogspanningsverbinding onderzocht. Ter plaatse van deze waterbodems zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen of andere zintuiglijke verontreinigingskenmerken. De onderzochte waterbodems hebben maximaal de klasse 'Wonen'. Gehalten aan PFAS in de waterbodem zijn in het gehele tracé niet groter dan de achtergrondwaarden. Van de overige watergangen in het wijzigingsgebied zijn geen milieuhygiënische kwaliteitsgegevens bekend. Voor zover bekend heeft in het verleden ter plaatse van de overige watergangen geen waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 (Waterbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek) plaatsgevonden.

Relatie met het omgevingsplan De exacte aard van de toekomstige ontwikkelingen zijn momenteel nog niet bekend. Het terrein wordt ten eerste bouwrijp gemaakt, waarna bedrijven zich hier zullen vestigen en verder zelf richting zullen geven aan de ontwikkeling van hun bedrijfskavels. Bij een aantal activiteiten (zoals het graven in bodem of het bouwen op een bodemgevoelige locatie) is voorafgaand aan de activiteit bodemonderzoek van de landbodem nodig. Afhankelijk van de terreininrichting en locatie van de grondroerende werkzaamheden,

67

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

dient een actualiserend of verkennend bodemonderzoek (conform de NEN 5740) te worden uitgevoerd. Geadviseerd wordt om bij het actualiserend of verkennend bodemonderzoek het standaard stoffenpakket conform de NEN 5740 uit te breiden met de parameters arseen en PFAS. De bestaande waterlopen worden zoveel mogelijk gehandhaafd. De primaire watergang 'Venrayse Spurkt', aan de oostkant van het wijzigingsgebied, wordt deels verlegd. Bij eventuele toekomstige ingrepen in de waterbodem is het uitvoeren van een vooronderzoek conform de NEN 5717 (Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) en een eventueel waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek) noodzakelijk. Indien bij het veldonderzoek puin in de bodem wordt aangetroffen (met uitzondering van de percelen Spurkt 5 en Spurkt 5C waar in het verleden al een verkennend asbestonderzoek heeft plaatsgevonden, zie Tabel 4) kan een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 alsnog noodzakelijk zijn. De aanwezigheid van puin kan een aanwijzing zijn dat de bodem asbesthoudend materiaal bevat. De NEN 5707 is alleen van toepassing op asbest in bodem en grond met minder dan 50% (V/V) bodemvreemd materiaal (puin en dergelijke).

Voor de bepaling van het gehalte aan asbest in lagen met meer dan 50% (V/V) bodemvreemd materiaal, moet de NEN 5897 worden gebruikt. Tot slot wordt geadviseerd om voorafgaand aan het veldonderzoek een fysieke terreinverkenning uit te voeren, zoals voorgeschreven in de NEN 5725. Indien bij de terreinverkenning een andere situatie wordt aangetroffen dan op basis van het vooronderzoek werd verwacht, dan kan dit aanleiding zijn om de strategie of de hypothese bij te stellen.

6.6

Geluid

Ten behoeve van het voornemen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 14). Onderzoek wegverkeerslawaai Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet inwerking getreden. In het Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald dat bij een fysieke aanpassing van een gemeenteweg onderzocht moet worden of sprake is van een wijziging van weg. Hiervan is sprake als: rijstroken worden verplaatst met meer dan 2 m of; of rijstroken worden verhoogd met meer dan 1 m of; als het aantal rijstroken toeneemt (niet zijnde voorsorteerstroken of in- en uitvoerstroken); een wegdek wordt vervangen door een minder stil wegdek of een geluidbeperkende maatregel wordt verwijderd. De fysieke aanpassing van de Spurkt en het kruispunt met de Metaalweg voldoet niet aan bovenstaande criteria. Dit betekent dat geen sprake is van een wijziging van een weg. Als een plan leidt tot een toename van de verkeersintensiteit op een weg in de omgeving, dan moet het plan erin voorzien dat het geluid door die weg op geluidgevoelige gebouwen niet toeneemt met meer dan 1,5 dB. Dit wordt een indirect akoestisch effect genoemd. Uit een analyse van de verkeersintensiteiten, is gebleken dat sprake is van een toename van de verkeersintensiteiten door de ontwikkeling van het bedrijventerrein waardoor de geluidemissie langs wegen in de omgeving toeneemt met meer dan 1,5 dB. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd.

Het doel van het onderzoek is het toetsen of het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt met meer dan 1,5 dB, als gevolg van het toegenomen verkeer op een weg in deomgeving door de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Hierbij wordt het verschil in geluid bepaald tussen het maatgevende jaar met plan en datzelfde jaar zonder plan. Voor het maatgevende jaar is de situatie 10 jaar na vaststelling van het plan, het jaar 2036, gehanteerd. Resultaten

68

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)

Wijziging gemeenteweg Spurkt Het geluid is berekend bij de twee woningen langs het met 3 m te verbreden wegvak van de Spurkt, ten oosten van de Metaalweg. De ligging van de rekenpunten is weergegeven in onderstaand figuur. De rekenresultaten op maatgevende hoogte is weergegeven in onderstaande tabel. Bij het bepalen van het verschil is de standaardwaarde van 53 dB als ondergrens gehanteerd, omdat een toename tot de standaardwaarde als aanvaardbaar wordt beschouwd door de wetgever. Een volledig overzicht van de rekenresultaten is opgenomen in bijlage B van de rapportage.

Ligging van de rekenpunten langs het met 3 m te verbreden wegvak van de Spurkt

Uit de rekenresultaten blijkt dat het geluid van de gemeentewegen in zowel de huidige situatie als in de plansituatie lager is dan de standaardwaarde van 53 Lden bij de 2 woningen langs dit wegvak. Het geluid neemt niet toe tot boven de standaardwaarde. Voor deze woningen is geen verder onderzoek naar geluidmaatregelen of de geluidwering van de gevels nodig. Indirect effect Voor het toetsen van het indirecte effect is het geluid van de gemeentewegen is berekend ter plaatse van de woning Overloonseweg 28 voor de autonome situatie en plansituatie 2036. De ligging van het rekenpunt is weergegeven in de volgende figuur. De rekenresultaten op maatgevende hoogte zijn weergegeven in de daaronder staande tabel. Bij het bepalen van het verschil is de standaardwaarde van 53 dB als ondergrens gehanteerd, omdat een toename tot de standaardwaarde als aanvaardbaar wordt beschouwd door de wetgever. Een volledig overzicht van de rekenresultaten is opgenomen in bijlage B van de rapportage.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16859756/1