2. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord vastgesteld 1 Motivering
Tekst van het document
Bij de compensatie van de negatieve effecten op natuurwaarden met de kernkwaliteit “het groene karakter” worden de regels opgenomen in bijlage IX van de omgevingsverordening gevolgd. Relatie met het voorliggend plan In paragraaf 5.2 van deze motivering is de beschrijving van het aspect Groenblauwe mantel opgenomen.
3.2.2.3 Instructieregel Bedrijventerreinen De voorgenomen ontwikkeling is gelegen binnen de gebiedsaanwijzing 'bedrijventerreinen'. In artikel 12.5 is de Instructieregel Bedrijventerreinen opgenomen. Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg. Deze instructieregel bepaalt dat een omgevingsplan geen bedrijfskavel toelaat met een oppervlakte van meer dan 5 hectare, dat er ook geen bedrijfskavels mogen worden samengevoegd indien hierdoor bedrijfskavels groter dan 5 hectare ontstaan en dat er geen gebouwen worden gerealiseerd of met elkaar worden verbonden waarbij de grens van een bedrijfskavel wordt overschreden.
Tevens bepaalt de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de ontwikkeling van een bedrijventerrein een verantwoording bevat van de wijze waarop invulling is gegeven aan bovenstaande, en een beschrijving bevat van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Doorwerking met het omgevingsplan De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bedrijfskavels tussen de 0,5 en 2,75 hectare. Dit is vastgelegd in artikel 6 van de regeling. Tevens is de verkaveling vastgelegd in het kostenverhaal. Relatie met het omgevingsplan Voorgenomen ontwikkeling voorziet in toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor een bedrijventerrein. Deze ontwikkeling sluit aan bij de Limburgse principes, zoals is toegelicht in paragraaf 3.2.1. De voorgenomen ontwikkeling voldoet ook aan de algemene zonering. Het beoogde bedrijventerrein is grotendeels gelegen binnen de in de Omgevingsverordening opgenomen zonering 'bedrijventerreinen',
27
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
met uitzonering van het noordelijke deel dat is gelegen in de zonering 'Groenblauwe mantel'. In dit noordelijke deel worden echter geen bedrijfspercelen voorzien, maar wordt ruimte geboden voor een groene buffer en is daarmee passend binnen de zonering 'Groenblauwe mantel'. De ontwikkeling draagt bij aan de versterking van de regionale economische structuur en is niet strijdig met de ambities die zijn opgenomen in hoofdstuk 8 uit de provinciale omgevingsvisie. De uitbreiding van het bedrijventerrein past ook binnen de ambities uit hoofdstuk 9 om genoeg en kwalitatief goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven te creeëren. Daarbij wordt nadrukkelijk ingezet op ruimte voor lokale en regionale bedrijven van maximaal 2 ha, hetgeen aansluit bij de vraag en voorkomt dat er te veel druk op de omgeving komt. De beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding, is opgenomen in paragraaf 1.2.
3.2.2.4 Instructieregel Zonnepanelen op de daken van bedrijfsgebouwen In artikel 13.2 is de Instructieregel Zonnepanelen op daken van bedrijfsgebouwen opgenomen. Hierin wordt gesteld dat de motivering bij een omgevingsplan dat voorziet in de mogelijkheid tot realisatie van een bedrijfsgebouw, beschrijft op welke wijze gebruik is gemaakt van de bevoegdheid bedoeld in artikel 2.3 van het Bbl tot het stellen van maatwerkregels gericht op het maximaal benutten van het dakoppervlak van bedrijfsgebouwen voor het plaatsen van zonnepanelen. Relatie met het voorliggend plan Het realiseren van zonnepanelen op daken van bedrijfsgebouwen worden in dit TAM-omgevingsplan niet onmogelijk gemaakt.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regiovisie Noord-Limburg (2020)
In 2012 hebben de besturen van de acht regiogemeenten gezamenlijk de strategische visie ‘Regio in Balans’ vastgesteld. Dit was het eerste regionale visiedocument voor de regio Venlo. De aanleiding destijds om een dergelijk document te maken was de behoefte om als Noord-Limburgse gemeenten gezamenlijk te komen tot een coherent regionaal toekomstperspectief, een afwegingskader, waarbinnen beleidskeuzes en investeringsbeslissingen op Noord-Limburgse schaal voor de middellange termijn konden worden afgewogen. In de periode 2018 - 2020 is deze visie geactualiseerd. De regionale samenwerking Noord Limburg is het platform voor samenwerking en afstemming tussen gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venlo en Venray. Deze acht gemeenten bundelen hun krachten om een impuls te geven aan de verdere ontwikkeling van de regio en het oplossen van urgente maatschappelijke vraagstukken. Onlangs hebben de acht gemeenten in Noord-Limburg de ambitie uitgesproken de gezondste regio van Nederland te worden. De gezondheid van de regio wordt gedragen door zes pijlers: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Ondernemen en innoveren: Gezond ondernemen Vitaal en gezond: Gezond zijn en gezond blijven Toerisme en Leisure: Gezond leven Landelijk gebied: Gezonde leefomgeving Mobiliteit en logistiek: Gezond verbinden Energie en klimaat: Gezond leefklimaat
Relatie met het omgevingsplan Met de inrichting van het bedrijventerrein Smakterheide Noord is nadrukkelijk rekening gehouden met een gezonde werkomgeving door een werklandschap van de toekomst te creëren. Een werklandschap van de toekomst betekent een groen, gezond en klimaatbestendig bedrijventerrein. Zo wordt aan de
28
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
noordzijde een groene buffer gecreëerd waar ruimte aanwezig is om een ommetje te maken en duurzaam watersysteem te realiseren. Ook wordt er een goede ontsluiting voor fietsers gerealiseerd, zodat werknemers met de fiets naar het bedrijventerrein kunnen komen. Verder wordt ook ruimte gecreëerd voor duurzame vormen van energie-opwekking, zoals daken die geschikt zijn voor zonnepanelen.
3.4
Beleid Waterschap
Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen van grote invloed zijn op de waterhuishouding in een gebied. Ze kunnen gevolgen hebben voor de waterkwantiteit, de waterkwaliteit en de waterveiligheid. Bij het vaststellen van omgevingsplannen moeten gemeenten rekening houden met waterbelangen.
3.4.1
Waterschapsverordening
De waterschapsverordening bevat regels voor waterkeringen, watergangen en grondwater binnen het beheergebied van een waterschap. Samen met het omgevingsplan bevat de waterschapsverordening de regels voor de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. In de waterschapsverordening staan regels voor verschillende soorten activiteiten met mogelijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving in samenhang met water. De regels zijn nodig om het watersysteembeheer en de zuiveringstaak, en eventueel het wegenbeheer, goed te kunnen vervullen. Ze gaan over: het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste veilig en doelmatig gebruik, in overeenstemming met de functies die volgens de wet aan het watersysteem toegedeeld zijn. Denk aan drinkwatervoorziening, voedselvoorziening, industrie, landbouw, visserij, transport, recreatie, enzovoorts de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en de chemische grondwaterkwaliteit. In de waterschapsverordening staan niet alleen regels voor het waterschap. Er gelden ook verplichtingen voor een initiatiefnemer. Het waterschap kan via de waterschapsverordening bepalen dat een initiatiefnemer voor een activiteit een omgevingsvergunning moet aanvragen of een melding moet doen.
Het gaat om de volgende activiteiten: lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk (rioolwaterzuiveringsinstallatie) activiteiten in of nabij het oppervlaktewater activiteiten in, op of nabij waterkeringen het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem activiteiten aan, op of nabij wegen in het beheer van het waterschap. Bij afvoer en lozing van hemelwater afkomstig van nieuw aangelegd verhard oppervlak wordt het stand-still beginsel (waterneutraal bouwen) gehanteerd. Dit wil zeggen dat er bij een toename van het verhard oppervlak het debiet van de lozing uit een gebied niet toe mag nemen. Een ontwikkeling waar bestaande verharding wordt vervangen voor nieuwe verharding wordt ook gezien als een toename aan verharding. Ook bij kleine ontwikkelingen vangt de initiatiefnemer zijn eigen water op. Waterschap Limburg hanteert geen ondergrens. Dynamische bergings- en infiltratievoorzieningen dienen minimaal gedimensioneerd te worden op met een inhoud van 100 mm in het (noordelijk) beheergebied van Waterschap Limburg. Als infiltreren aantoonbaar niet of nauwelijks mogelijk is kan een dynamische bergings-/ infiltratievoorziening aangelegd worden met leegloopvoorziening. Om afwenteling naar benedenstrooms te voorkomen mag hiermee in Limburg maximaal 2 l/s/ha geloosd worden.
Er dient boven de inhoud van de dynamische berging een waking gehanteerd te worden van minimaal 25 cm. Geadviseerd wordt een waking van 50 cm te hanteren.
29
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Relatie met het voorliggend plan In paragraaf 6.2 van deze motivering wordt ingegaan op de weging van het waterbelang.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Omgevingsvisie Venray 2023
De Omgevingsvisie Venray 2023 is op 21 december 2023 vastgesteld. In de omgevingsvisie wordt getoond voor welke uitdagingen de Gemeente Venray staat en waar de gemeente naar toe wil in de toekomst. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’. In de omgevingsvisie komen de verschillende opgaven samen in vier integrale hoofdambities voor de komende 10 à 20 jaar. Groen wonen voor iedereen In Venray is het fijn wonen in een groene omgeving. De komende jaren vinden er grote ontwikkelingen in de samenleving plaats. Venray krijgt te maken met een groeiende bevolking en een sterke vergrijzing. De groeiende en veranderende bevolking woont in 2030 groen, gezond en veilig in Venray. Er is voldoende groen en ruimte om te sporten, te bewegen en te spelen. Sociale contacten zijn onmisbaar in een fijne woonomgeving. De gemeente zorgt voor toegankelijke ontmoetingsplekken in de wijken. Wanneer inwoners van Venray samen met elkaar optrekken ontstaan er waardevolle verbindingen. Een gezond Venray heeft de toekomst Venray bereidt zich voor op de toekomst. Er zijn grote opgaven als klimaatadaptatie, energietransitie en een circulaire economie. Dit vraagt om bewustwording binnen de gemeente, maar ook om een actieve aanpak.
De gemeente zet in op een goede milieukwaliteit, duurzame energiebronnen, kringlooplandbouw en het stimuleren van innovatie in de agrarische sector. De gemeente heeft een voorbeeldfunctie op het gebied van duurzame maatregelen. Woningen en bedrijven worden duurzamer en de leefomgeving wordt gezonder. Deze ambitie gaat over het verbeteren van de milieukwaliteit en het gezond zijn van de leefomgeving. Venray bloeit, bruist en boeit De gemeente richt zich op een toekomstig Venray waar het aantrekkelijk is voor inwoners en bedrijven om zich te vestigen en te ontwikkelen. Bedrijventerreinen worden aantrekkelijk gemaakt door het versterken van de samenwerking tussen ondernemers, een groene uitstraling en een betere bereikbaarheid (niet alleen met de auto, maar ook met openbaar vervoer en de fiets). Het centrum is goed bereikbaar en aantrekkelijk, waarbij elk pand gevuld is met een leuke winkel, horeca of cultuur en het is er prettig om te wonen. Ook wordt in de gehele gemeente ingezet op een sterk en onderscheidend toeristisch-recreatief aanbod. Hiermee biedt Venray een aantrekkelijk woon-, werk- en verblijfsklimaat voor (huidige en toekomstige) inwoners, ondernemers en bezoekers. Natuurlijk Venray De natuur en groene omgeving is een belangrijke kwaliteit van de gemeente.
De gemeente wil de kwaliteiten op het gebied van landschap, natuur, water, bodem en cultureel erfgoed zoveel mogelijk versterken en de belevingswaarde hiervan verhogen. Zo wordt ervoor gezorgd dat ook toekomstige generaties van Venray kunnen genieten. Relatie met het omgevingsplan De ontwikkeling van het bedrijventerrein sluit aan bij de ambities van de gemeent Venray om een aantrekkelijke gemeente te zijn voor bedrijven om zich te vestigen en te ontwikkelen. Met de
30
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
ontwikkeling van het bedrijventerrein wordt bewust gekozen om ruimte te bieden aan lokale en regionale bedrijvigheid. Het plan draagt ook bij aan de ambitie Natuurlijk Venray om nieuwe natuur te ontwikkelen. Het bedrijventerrein wordt zo ingericht dat het een aantrekkelijke werklocatie is, met een groene uitrstraling en ruimte voor ontspanning. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee passend binnen de ambities uit de Omgevingsvisie Venray 2023.
3.5.2
Visie circulaire economie
We leven op het moment in een overwegend lineaire economie. Dat betekent dat we grondstoffen vermaken tot een product en uiteindelijk afstoten als het product geen doel meer heeft en afval is geworden. Hierdoor verliezen we veel van onze kostbare grondstoffen en we richten tevens milieuschade aan. Om welvaart en welzijn ook in de toekomst te waarborgen, is er steeds meer behoefte aan een duurzame, circulaire economie. In deze visie wordt de richting verwoord die Venray de komende jaren gaat volgen om circulaire economie na te streven. Een circulaire economie gaat dus over het zo hoogwaardig mogelijk in de kringloop houden van grondstoffen. Hiervoor wordt de Venrayse circulaire ladder gehanteerd: Grondstof en productiefase 1. Voorkomen van gebruik van grondstoffen 2. Verminderen van grondstoffen in product Gebruikersfase 3. 4. 5. 6.
Onderhouden en gebruik van product op duurzame wijze Hergebruiken van producten (tweedehands, delen van producten) Repareren en product opknappen Herbestemmen van product en onderdelen door hergebruik met ander doel
Recyclefase 7. Recyclen: demontage, verwerking en hergebruik materialen Het hoogste niveau van circulaire economie verdient de voorkeur; het is het niveau waarin de meeste grondstoffen bespaard worden en daarom is het ook de meest efficiënte interventie. Relatie met het omgevingsplan In paragraaf 6.12 wordt ingegaan op het aspect duurzaamheid en hoe in het bouwproces onder meer rekening wordt gehouden met circulariteit.
3.5.3
Visie klimaatadaptatie
In de visie klimaatadaptatie met bijbehorend uitvoeringsprogramma wordt een koers uiteengezet die zicht geeft op de effecten van klimaatverandering op de samenleving en richting geeft aan oplossingen. Er zijn 4 belangrijke thema's uiteengezet te weten: Overstromingen Wateroverlast Hitte en Droogte Biodiversiteit Een belangrijke maatregel om negatieve effecten van klimaatverandering te voorkomen is het vergroenen van de leefomgeving. Een groene omgeving met planten draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast na hevige regenbuien, maar de planten zorgen ook voor verkoeling in de zomer bij hoge temperaturen en
31
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
het voorkomen van droogte doordat regenwater nog de bodem in kan trekken. Daarnaast biedt het leefgebied voor tal van planten en dieren en draagt het bij aan onze eigen gezondheid en welzijn. Kortom: Bij nieuwe plannen en renovatie beoogt Venray dus meer groen en minder verharding. Relatie met het omgevingsplan In paragraaf 6.3 wordt ingegaan op het aspect klimaatadaptatie. Tevens wordt in het beeldkwaliteitplan (zie paragraaf 5.1) rekening gehouden met klimaatadaptieve maatregelen bij de inrichting van het bedrijventerrein.
3.5.4
Venray Energiestrategie 2030
De gemeente Venray zet zich actief in voor de energietransitie, met als doel om in 2030 energieneutraal te zijn. De strategie richt zich op het verminderen van het gebruik van fossiele energiebronnen zoals aardgas en kolen, en het overstappen naar duurzame alternatieven. Dit is noodzakelijk vanwege klimaatverandering, de uitputting van aardgasvoorraden en de afhankelijkheid van buitenlandse energie. De gemeente Venray stimuleert het gebruik van zonne-energie, windenergie, biomassa en andere hernieuwbare bronnen en zet in op lokale energeopwekking onder andere via zonnedaken. Bedrijven zijn verplicht om energiebesparende maatregelen te implementeren met een terugverdientijd van minder dan vijf jaar en zoveel mogelijk gebruik te maken van geschikte daken voor zonnepanelen. Nieuwe kavels kunnen duurzaam worden ontwikkeld, met een focus op energie-efficiëntie en eigen opwekking van hernieuwbare energie. De energiestrategie stelt dat er ruimte moet worden gemaakt voor energie-infrastructuur, zoals de realisatie van energiehubs waarbij bedrijven energie uitwisselen en en gezamenlijk opslaan. Ook benadrukt het beleid de verduurzaming van industrieel vervoer door elektrificatie en het gebruik van waterstof. Relatie met het omgevingsplan De Venray Energiestrategie 2030 biedt handvatten en houvast om de ontwikkeling in Smakterheide Noord voor te bereiden op de toekomst.
Het biedt richtlijnen en kansen om het terrein, maar ook de bedrijven, toekomstbestendig en duurzaam te ontwikkelen. Door te focussen op energiebesparing, duurzame energieopwekking en slimme netwerken, kan Smakterheide Noord een voorbeeld worden van een modern en duurzaam industrieterrein dat aansluit bij nationale en lokale klimaatdoelen.
32
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Beperkingengebieden
Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. De Omgevingswet verplicht Rijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen, zoals zones rond wegen, hoofdspoorwegen, waterkeringen, rijkswegen en vaarwegen. Binnen deze beperkingengebieden stelt het Rijk of de provincie eisen aan aanduidingen, informatieborden en uitwegen. Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom wegen en waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Dit betekent dat er beperkingen gelden voor activiteiten van derden, ter plaatse van de weg of het waterstaatswerk als ook in de daaraan grenzende (beschermings)zones. Uit het Besluit kwalteit leefomgeving (Bkl) bijkt dat het wijzigingsgebied is gelegen in een gebied waar windturbines het radarbeeld kunnen verhinderen. Relatie met het omgevingsplan Er gelden geen beperkingengebieden voor het voorliggende plan en maakt deze wijziging van het omgevingsplan de realisatie van windturbines niet mogelijk.
33
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden In dit hoofdstuk worden de landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van het voornemen weergegeven.
5.1
Ruimtelijke kwaliteit
Een goede landschappelijke inpassing van bedrijventerreinen staat steeds hoger op de agenda. Hierbij zijn o.a. kleur- en materiaalgebruik, vorm en inpassingsmogelijkheden van belang. Het is van belang om rekening te houden met de karakteristieke kenmerken en kwaliteiten van het landschap. Dit kan gedaan worden met de architectuur van een bedrijfspand en/of het realiseren van gebiedseigen beplanting. Dit vraagt om stedenbouwkundige en landschappelijke inpassingseisen. Daarnaast is het belangrijk dat er een goede overgang van Smakterheide Noord naar het omringende landschap wordt gerealiseerd. Tevens worden bedrijven worden steeds selectiever als het gaat om huisvesting en vestigingsplaats. Men heeft behoefte aan goed toegankelijke (zicht)locaties en stelt hogere eisen aan de architectuur en uitstraling van het bedrijfsgebied en tevens aan de inrichting en afwerking van de buitenruimte. In antwoord op deze behoefte wordt de architectuur van bedrijfsgebouwen steeds expressiever. Behalve voor het functioneren van gebouwen heeft men een vernieuwd oog voor de ruimtelijke betekenis, vorm en uitstraling van het bedrijfsgebouw. Ook de directe omgeving dient zowel efficiënt als esthetisch verantwoord te worden ingericht en vormgegeven. Als context voor het individuele gebouw treedt de behoefte op naar een expressieve, eenduidige structuur voor een bedrijventerrein.
Beeldkwaliteitsplan De ruimtelijke kwaliteit is nader uitgewerkt in een beeldkwaliteitsplan (zie Bijlage 4 bij de regeling). Het beeldkwaliteitsplan geeft een concrete invulling aan de ruimtelijke aspecten voor het wijzigingsgebied. Het sluit daarbij aan op de mogelijkheden die deze wijziging van het omgevingsplan biedt. Er worden duidelijke criteria gegeven voor de bebouwing en welke ambitie voor de inrichting van de aansluiting op de openbare ruimte wordt nagestreefd. Het document is opgesteld met als doel om: een aantrekkelijk bedrijfsmilieu tot stand te brengen; de ontwikkelende partijen te inspireren en vooraf informatie te geven over de geldende welstandscriteria; de Adviescommissie Omgevingskwalieit (AOK) een passend kader te bieden waarbinnen de toetsing van bouwplannen plaatsvindt. Een en ander wordt geïllustreerd aan de hand van afbeeldingen en referentiebeelden. De referentiebeelden hebben een puur indicatieve betekenis en dienen niet als concreet, te kopiëren voorbeeld beschouwd te worden.
34
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
5.2
Landschap
5.2.1
Inleiding
Aan de noordrand van bedrijventerrein Smakterheide Noord ligt het dal van de Loobeek. De Loobeek en het dal zijn belangrijke landschappelijke en ecologische elementen binnen de gemeente Venray. Beekdalen worden in het algemeen beschouwd als belangrijke elementen in de strijd tegen de negatieve effecten van klimaatverandering. Beekdalen hebben een van oudsher bufferende werking. Hiermee wordt bedoeld dat in de lager gelegen dalen grote hoeveelheden water kan worden vastgehouden: in natte perioden belangrijk om op andere plekken overlast van water te voorkomen door al dat water in het beekdal vast te houden en tijdens droge perioden juist om er water uit te kunnen onttrekken als er elders tekorten ontstaan. In combinatie met deze waterbergende functie zijn ze ook van groot belang als leefgebied van tal van bijzondere planten- en diersoorten. De beekdalen vormen ook een verbinding tussen de hoogveengebieden van de Peel in het westelijke deel van de gemeente en het dal van de Maas in het oosten. Aan de noordzijde van de kern van Venray ligt het natuurgebied Smakterveld dat in beheer is bij Staatsbosbeheer. Dit natuurgebied loopt grofweg vanaf de imaginaire lijn vanaf de Nijverheidsstraat naar het noorden toe (bestaand zandpad) tot aan de Rijksweg A73. Ten westen van dit zandpad en de Overloonseweg is het grondgebruik agrarisch.
De gronden hebben een natuurbestemming in het omgevingsplan en hebben de status van Nationaal Natuur Netwerk in het provinciaal natuurbeheerplan.
Uitsnede uit het provinciaal natuurbeheerplan (2025) met bestaande natuur uit het Nationaal Natuur Netwerk
In datzelfde natuurbeheerplan heeft de provincie de beheertypen benoemd die met het beheer worden nagestreefd. De beheertypen hier variëren van N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N10.01 Nat schraalland en N14.01 Beek- en rivier begeleidend bos. Met name de beheertypen nat schraalland en
35
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
beek begeleidend bos zijn typische beheertypen voor vochtige tot natte beekdalen.
Uitsnede van het actuele hoogtebestand van Nederland (AHN)
Op het actuele hoogtebestand is goed te zien dat de beekdalgronden van de Loobeek ten noorden van de Spurkt laag liggen ten opzichte van de omgeving. Linksboven in de uitsnede duiden de oranje en rode kleuren op hoge gronden van de Overloonse Duinen, rechtsonder het talud van de A73 over de Maasheseweg. De blauwe en donkerblauwe gebieden vormen het beekdal waarin ook de loop van de Loobeek goed te zien is. Juist deze gronden vormen een belangrijke schakel in een klimaatbestendig beekdal omdat hier de bergingscapaciteit van water ligt. Hoe donkerder het blauw, hoe lager het maaiveld ligt en dus ook hoe eerder deze gronden inunderen (overstromen). Hier liggen vooral natte schraallanden en moerasachtige vegetaties. De overgangen tussen de donkerblauwe delen en de groene delen liggen minder laag en zijn uitermate geschikt voor de ontwikkeling van beek begeleidend bos en vochtige graslanden. Met name in de winter staat het grondwater tot net onder en plaatselijk boven het maaiveld, maar zakt in de zomer wat dieper weg. Dit zijn goede uitgangspunten voor bossen zoals elzenbroek. De groene delen zijn de hoger gelegen gronden en zijn daardoor droger. Hier heeft de ontwikkeling van drogere bossen en kruiden- en faunarijke graslanden meer potentie.
De gronden die in het wijzigingsgebied zijn aangemerkt als natuur zijn de gronden op de overgang van donkerblauw naar groen en daarmee geschikt voor de ontwikkeling van beek begeleidende bossen (N14.02) zoals elzenbroekbos en vochtige graslanden, bijvoorbeeld N10.02 Vochtige hooilanden. Natuurontwikkeling en bedrijventerrein Smakterheide-Noord De natuurontwikkeling is nauw verbonden met de realisatie van het bedrijventerrein Smakterheide-Noord. Het bedrijventerrein ligt op de overgang van de hogere gronden van Venray en het lager gelegen beekdal van de Loobeek. Door dit gebied als natuur in te richten kan het belangrijke functies vervullen. Naast versterken van de biodiversiteit vanwege nieuw leefgebied speelt het ook een belangrijke rol in de
36
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
klimaatadaptatie, namelijk het voorkomen van wateroverlast door hevige regenbuien en voorkomen van verdroging door het hemelwater ter plaatse op te vangen en in de bodem te laten infiltreren. Hemelwater dat op de daken van de bedrijfsgebouwen valt wordt opgevangen in het lager gelegen natuurgebied waar het kan infiltreren in de bodem. Als het hemelwater niet wordt opgevangen maar wordt afgevoerd draagt het in sterke mate bij aan verdroging. Dat wordt met opvangen en infiltreren voorkomen. Daarnaast levert het opvangen van hemelwater in het natuurgebied een bijdrage aan het voorkomen van wateroverlast bij hevige buien, zowel op het bedrijventerrein als in het aangrenzende beekdal. Hiermee zadelen we geen andere partij met het probleem van overtollig water op maar lossen het zelf op. Omdat de Loobeek een relatief kort beektraject kent heeft hevige neerslag direct een effect op de waterstanden in de beek. Dezelfde buien laten ook neerslag vallen op het bedrijventerrein. Dit water moet opgevangen worden in het natuurontwikkelingsgebied. Het natuurgebied heeft daarmee een belangrijke water bufferende functie en voorkomt daarmee wateroverlast verder stroomafwaarts als gevolg van extra hoge afvoeren in de Loobeek. Gronden in landbouwkundig gebruik hebben zo'n buffercapaciteit niet.
Grote delen van het beekdal zijn recentelijk heringericht tot natuur waardoor het beekdal een meer natuurlijk karakter heeft gekregen. Dit is duidelijk zichtbaar in het gebied ten noorden van de kern van Venray. Vanuit het beekdal bekeken is de overgang tussen het beekdal en het huidige bedrijventerrein Smakterheide erg hard. In het beekdal wordt het zicht op Venray gedomineerd door de aanwezige bedrijfsgebouwen die een harde grens vormen. Een dergelijke grens is ongewenst. Een dergelijke beleving nodigt niet uit voor extensieve vormen van recreatie zoals wandelen (positieve gezondheid). De natuurontwikkeling zal zorgen voor een zachte overgang tussen het bedrijventerrein dat op deze manier zo optimaal mogelijk worden ingepast. Tevens biedt het nieuwe natuurgebied mogelijkheden voor een ontspannende lunchwandeling vanuit het bedrijventerrein.
5.2.2
Landschapsplan
Het landschapsplan (zie Bijlage 4 bij de regeling) draagt bij aan meerdere doelstellingen, zoals het creëren van een aantrekkelijk bedrijventerrein, het verbeteren van biodiversiteit en ecologische impact, het bevorderen van een prettige werkomgeving en het ondersteunen van klimaatadaptatie. Samen met het beeldkwaliteitsplan vormt het landschapsplan een solide basis om de ruimtelijke kwaliteit van Smakterheide Noord te waarborgen en verder te ontwikkelen.
37
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Landschapsplan
De inrichting van de buitenruimte versterkt de beleving van de overgang van het natte beekdal naar de droge dekzandrug. Dit komt tot stand door in noord-zuid richting een beekdalzone, flankzone en dekzandzone in te richten met elk een eigen vegetatietype, vormentaal, materiaalgebruik en karakteristieke landschapsstructuren. Deze overgang komt tot stand in de vijf landschappelijke inprikkers die de bouwkavels van elkaar scheiden.
38
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Landschappelijke inpassing
Ook in de oost-westrichting in de brede parkzone volgen verschillende landschapskamers elkaar op met bijzondere biotopen. Elke kamer is geïnspireerd op historische structuren die uit het landschap zijn uitgewist. Ze geven de wandelaar een unieke beleving en versterken het gebied als ecologische verbinding tussen de N2000 gebieden en het beekdal. De zones bestaan van west naar oost uit het madelandschap langs de Loobeek, een loofboslandschap, een kwelrandlandschap,een broekboslandschap en een beekmoeraslandschap.
5.3
Cultuurhistorie
De historie van een gebied speelt een grote rol bij het bepalen van de archeologische verwachting. Historische bronnen verschaffen informatie over de ontginning en gebruik van en bewoning in het wijzigingsgebied. In het onderzoek (zie Bijlage 3) naar de cultuurhistorie is onder andere gebruik gemaakt van historische kaarten en de cultuurhistorische en landschappelijke waardenkaarten. Historischeontwikkeling In de 6de en 7de eeuw begon het aantal inwoners toe te nemen en groeide aanzienlijk rond de 9de en 10de eeuw. Bewoning vond plaats rondom het veen, vaak op de helling van beekdalen, waarbij er in de loop van de Middeleeuwen een krans van dorpen rondom het uitgebreide veengebied ontstond. Venray maakte onderdeel uit van deze krans en komt voor als 'Rode' in geschreven bronnen rond ca. 1200. Rode verwijst naar een nederzetting die ontstaan is als gevolg van de ontginning van bosgronden. De dorpen lagen vaak als een geïsoleerde strook cultuurland midden in de broekbossen en heidevelden richting de Maas, of tussen de woeste gronden van het veen. Vanaf de 9de en 10de eeuw werd begonnen met de ontginning van de woeste gronden. Het cultuurlandschap bestond uit akkers en graslanden, waarbij de akkers veelal op de hogere beekdalhellingen lagen. Hier was ook sprake van
39
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
goede ontwatering. Individuele kampontginningen waren omringd door houtwallen of heggen, maar er waren ook aaneengesloten open akkercomplexen (of velden). Deze complexen werden gescheiden door zandpaden en hadden een strookvormige verkaveling. De graslanden lagen lager in het landschap, waarbij de natste delen in gebruik waren als hooiland (zoals de beekdalen) en de beter ontwaterde delen als weidegrond. De graslanden waren eerst in gemeenschappelijk gebruik, maar zijn later verdeeld in lange, smalle percelen, ook bekend als medenverkaveling. Tot 1850 was het grootste deel van regio nog niet in cultuur gebracht. De woeste gronden werden onder andere gebruikt voor de jacht en het weiden van vee en turfwinning vond op kleine schaal plaats. Op de topografische kaart van 1850 zijn ook kleinschalige veenkuilen zichtbaar ten noorden van het wijzigingsgebied. Om de vruchtbaarheid van de grond te verbeteren, werden plaggen gestoken, vermengd met mest en op de velden aangebracht. Zo kwamen de velden steeds hoger te liggen. Dit betekende wel dat er een balans gezocht moest worden tussen de hoeveelheid bouwland, grasland en heide. Rondom Venray werden de heidevelden ook benut voor de bijenteelt, maar vooral voor het weiden van schapen. Venray genoot aan het einde van de 19de eeuw van een internationale schapenhandel.
Een deel van de heidevelden werd vanaf 1900 omgezet tot bouwland en bos en het landschap veranderde ook door de aanleg van watergangen en wegen. In de nieuwe ontginningen stonden de boerderijen vaak in het midden van hun land. Langs de randen van percelen en langs wegen werden loofbomen geplant. De jonge ontginningen zijn rationeler ingedeeld dan de oude cultuurlanden en hebben een rechthoekig verkavelingspatroon. De grootschalige vervening (turfwinning) van de Peel, ten westen van het wijzigingsgebied, kwam in de 19de eeuw op gang. In de jaren 1920 en 1930 werd steenkool populair als brandstof en kwam er een einde aan de grootschalige vervening van de Peel, al vonden er nog enkele grote ontginningen plaats na de Tweede Wereldoorlog, deels in het kader van werkgelegenheidsprojecten. Na de Tweede Wereldoorlog vonden bepaalde landelijke ontwikkelingen plaats die het landschap hebben beïnvloed, zoals de uitbreiding van nederzettingen en infrastructuur en de vergrootte schaal van de landbouw. Ruilverkavelingen zorgde voor grotere kavels, boerderijen werden gebouwd op nieuwe locaties en er werd ingegrepen in de waterhuishouding, o.a. zodat landbouw ook mogelijk werd in de lagere delen van het landschap. Op veel locaties zijn de beken gekanaliseerd. Ter plaatse van het wijzigingsgebied vond de ruilverkaveling Overloon-Merselo plaats tussen 1972 en 1991.
Door de verschillende ingrepen zijn de visuele verschillen tussen de oude bouwlanden op open akkercomplexen en het grasland bijna geheel verdwenen, aangezien het grasland net zo open werd. Ook het verschil in grondgebruik is verdwenen, omdat aanpassingen in de waterhuishouding er voor hebben gezorgd dat akkerbouw ook op voormalige natte delen plaats kan vinden. Tijdens de tweede helft van de 20ste eeuw en het begin van de 21ste is het bedrijventerrein Smakterheide ten zuiden van het wijzigingsgebied ontwikkelt. Cultuurhistorischeen landschappelijke waarden De provincie Limburg beschikt over een cultuurhistorische waardenkaart. Hierin staan punt-, lijn- en vlakelementen die van cultuurhistorisch belang zijn. In het wijzigingsgebied komen de volgende elementen voor: Vier wegen uit de periode 1806-1890. Enkeerdgrond Cultuurlandschap: grasland, geperceleerd.
40
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart
Onderdeel van de historische geografie is ook een inventarisatie van de cultuurlandschappen van Noorden Midden-Limburg. Hieronder vallen de volgende landschappen in het wijzigingsgebied: Cultuurlandschap Noord- en Midden-Limburg (NML): Nieuw cultuurland 1890-1990. Cultuurlandschap NML: Nieuw cultuurland 1806/1840-1890. Cultuurlandschap NML: Grasland, geperceleerd. Het wijzigingsgebied betreft voornamelijk nieuw cultuurland uit 1890-1990, met in het noorden een klein deel uit 1806/1840-1890. Ter plaatse van het beekdal gaat het om geperceleerd grasland. In het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg zijn ook kaarten opgenomen, waaronder de kwaliteitskaart landschap. Deze kaart geeft inzicht in de belangrijkste landschapstypen en bijbehorende landschappelijke kwaliteiten. Op deze kaart komen verschillende landschappelijke elementen voor in het wijzigingsgebied: Beekdal Groenelementen in dalenlandschap: bomenrij Bos in dalenlandschap Bos in mozaieklandschap Weg uit periode 1806-1890 Natte heide-ontginning Droge heide-ontginning Waterlopen De groenelementen die aanwezig zijn in het wijzigingsgebied maken geen onderdeel uit van de Atlas Historisch Groen, maar betreffen huidige landschapselementen in beek- en rivierdalen. De heide-ontginningen vallen in het landschapskader onder de jonge ontginningen en worden gekenmerkt door een grote, rechtlijnige verkaveling en wegenstructuur.
De jonge ontginningen zijn alleen aangegeven in het oosten van het gebied, terwijl de rest van het wijzigingsgebied is weergeven als een beekdal. Tevens is de kaart Groen Erfgoed van het RCE geraadpleegd. Deze kaart omvat o.a. rijksbeschermde groenaanleg, landschappelijk groen erfgoed, monumentale bomen en eendenkooien. Op deze kaart zijn geen elementen aangegeven in of rondom het wijzigingsgebied. De kaart Leven met Water is ook geraadpleegd en toont voormalige dijken, molens en inundatiegebieden. Ten noorden van het wijzigingsgebied was langs de Loobeek ooit een volmolen aanwezig. Het gaat om de 'Nijemuellen',
41
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
gebouwd in 1628 en verdwenen in 1796. Verder zijn er geen elementen aanwezig rondom het wijzigingsgebied. Onder de pijler gebouwd erfgoed is gekeken naar het Rijksmonumentenregister, beschermde stads- of dorpsgezichten, provinciale en gemeentelijke monumenten. Er zijn geen Rijksmonumenten aanwezig en het wijzigingsgebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd stads- of dorpsgezicht. Via de Atlas Limburg zijn de provinciale monumenten geraadpleegd. Er liggen geen provinciale monumenten in het wijzigingsgebied, maar aan de Ambachtsstraat ten zuiden van het wijzigingsgebied is een voormalig kapel geregistreerd als monument. Er komen ook geen gemeentelijke monumenten voor. In onderstaand tabel worden de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden beschreven. In deze fase van het onderzoek is nog geen sprake van een waardering van de elementen.
Relatie met het omgevingsplan Er wordt aanbevolen de historische wegenstructuur te behouden. Op basis van het concept ontwerp en de landschappelijke visie wordt een deel van de structuur behouden door middel van handhaving van de bestaande wegen en/of de bestaande bomenrijen. Dit geldt echter niet voor alle historische wegen. Om de wegenstructuur verder te behouden, kan de structuur door middel van laanbeplanting (of erfbeplanting
42
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
indien de loop van een oude weg een perceelsgrens betreft) zichtbaar gehouden worden in het landschap.
5.4
Archeologie
Archeologische verwachting Om de gespecificeerde archeologische verwachting voor een gebied op te kunnen stellen, is kennis nodig van de reeds bekende archeologische gegevens van het gebied. In het archeologisch bureauonderzoek (zie Bijlage 3) worden de bekende archeologische vindplaatsen, uitgevoerde onderzoeken en verwachtingen aan de hand van verschillende bronnen beschreven. De gemeente Venray beschikt over archeologische verwachtingskaarten opgesteld door RAAP (2007). Er zijn vier verschillende kaarten opgesteld: jager-verzamelaars in droge landschappen, landbouwers in droge landschappen, jager-verzamelaars en landbouwers in natte en droge gebieden en jager-verzamelaars en landbouwers in natte landschappen. De verwachtingenkaart voor jager-verzamelaars in natte en droge gebieden toont in principe de totale verwachtingen voor het wijzigingsgebied.
Uitsnede verwachtingenkaart voor jager-verzamelaars en landbouwers in natte en droge landschappen
AMK-terreinen Op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) zijn bekende, gewaardeerde, archeologische vindplaatsen weergegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen terreinen van waarde, hoge waarde, zeer hoge waarde, en zeer hoge waarde – beschermd. In het laatste geval is het terrein een beschermd Rijksmonument. Het uitgangspunt bij AMK-terreinen is in principe behoud van archeologische resten in situ. In het wijzigingsgebied zijn geen AMK-terreinen aanwezig. Vindplaatsen Vindplaatsen zijn alle bekende archeologische vindplaatsen die geregistreerd zijn in Archis, zijn aangeleverd vanuit amateur archeologen en gemeenten en/of zichtbaar zijn op historische kaarten. Aan de noordelijke grens van het wijzigingsgebied is één vondstlocatie gelegen. De vondst bestaat uit een lanspunt van brons uit de Bronstijd. Het betreft een particuliere vondst gedaan tijdens graafwerkzaamheden in 1923, die volgens de toelichting verloren is gegaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de bredere omgeving van het wijzigingsgebied zijn meerdere vondsten bekend uit de
43
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Bronstijd, evenals een veldwerk/loopgraafstelsel uit de Tweede Wereldoorlog ten noorden van het wijzigingsgebied. De vondsten uit de Bronstijd worden veelal geïnterpreteerd als rituele depositites vonden plaats in bepaalde natte contexten, zoals moerassen of beken. Relatie met het omgevingsplan Er worden geen bekende archeologische vindplaatsen bedreigd door de beoogde ontwikkeling. Wel heeft het wijzigingsgebied meerdere verwachtingen op archeologische resten. Gezien de ligging op de overgang van de hogere dekzanden naar het beekdal zal de locatie aantrekkelijk zijn geweest voor tijdelijke kampementen en krijgt het Paleolithicum-Mesolithicum een hoge verwachting. Ook kunnen onder het veen in het beekdal dekzandopduikingen voorkomen. Gedurende het Neolithicum breidde het veen zich uit en door de natheid zal het gebied minder aantrekkelijk zijn geweest voor bewoning. Wel worden vanaf deze periode tot de Romeinse Tijd rituele deposities en water-gerelateerde resten verwacht, zoals voorden of objecten gerelateerd aan visvangst. In het wijzigingsgebied is ook eerder een rituele depositie uit de Bronstijd aangetroffen. Tijdens de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd zal het gebied voornamelijk in gebruik zijn geweest als grasland voor o.a. het weiden van vee. Er kunnen o.a.
ontginningssporen, greppels/sloten, resten van infrastructuur zoals oude wegen en watergerelateerde resten, zoals bruggen, voorkomen in het gebied. Tot slot geldt er voor het wijzigingsgebied een hoge verwachting op resten uit de Tweede Wereldoorlog. De slag om Overloon-Venray vond in de omgeving plaats en langs de Loobeek is intensief gevochten. Ook is er tijdens een begeleiding nabij het wijzigingsgebied een schuttersnest uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen, terwijl het vooronderzoek Ontplofbare oorlogsresten (zie Bijlage 16) een kans op loopgraven, stellingen en munitie aangeeft. Aangezien het wijzigingsgebied voor alle perioden een middelhoge of hoge verwachting heeft, bestaat er een grote kans op het verstoren van eventuele aanwezige archeologische resten uit verschillende perioden en van verschillende complextypen (bijvoorbeeld bewoning en rituele deposities), die in algemene zin samenhangen met het dekzandlandschap en (de overgang naar) het beekdal. Voor het wijzigingsgebied wordt vervolgonderzoek in de vorm van verkennend booronderzoek geadviseerd, om de intactheid van de bodem vast te stellen en na te gaan of er sprake is van een archeologisch niveau. Ook kan door middel van landschappelijk booronderzoek de exacte begrenzing van het beekdal worden vastgesteld.
Hiervoor dienen drie boorraaien haaks op het beekdal geplaatst te worden in het noorden van het wijzigingsgebied. Tevens dienen twee profielputjes per raai te worden gegraven, om zo beter inzicht in de bodemopbouw te krijgen. Daar waar nu bebouwing staat is de bodem al tot bepaalde diepte verstoord. Er wordt geadviseerd deze locaties vrij te geven, aangezien archeologische resten in het algemeen al binnen de verstoringsdieptes verwacht zouden worden. Vondsten gerelateerd aan het beekdal kunnen zeer klein van omvang zijn en daardoor moeilijk op te sporen door middel van een booronderzoek. Indien er bodemingrepen plaatsvinden in het beekdal, wordt geadviseerd de civieltechnische werkzaamheden archeologisch te begeleiden. De begrenzing van het beekdal, en daarmee de noodzaak voor een eventuele begeleiding, kan nader worden bijgesteld op basis van de resultaten van het booronderzoek. Tot slot wordt gewezen op de meldingsplicht bij het aantreffen van toevalsvondsten in gebieden die zijn vrijgegeven van archeologisch vervolgonderzoek. Indien deze worden aangetroffen dient het bevoegd gezag ingelicht te worden zoals beschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016.
5.5
Ladder voor duurzame verstedelijking
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' heeft als doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering op regionaal niveau te voorkomen. De ladder bestaat uit "twee treden": 1. Behoefte: voorziet de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een actuele behoefte? Het kan zowel om een kwantitatieve als een kwalitatieve behoefte gaan. 2. Binnen- of buitenstedelijk: indien er sprake is van een actuele behoefte, dan moet worden beoordeeld of deze in bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden gerealiseerd, eventueel door benutting van beschikbare gronden, herontwikkeling of transformatie van bestaande
44
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
locaties. Middels de te doorlopen procedure wordt een wijziging van het omgevingsplan gerealiseerd. Hiermee wordt de realisatie van een nieuw bedrijventerrein mogelijk gemaakt. Alvorens het onderhavige plan te toetsen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking dient eerst bepaald te worden of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het onderhavige plan is sprake van de uitbreiding van het bedrijventerrein Smakterheide met ca. 22 hectare uitgeefbaar bedrijventerrein. Gesteld kan worden dat een bouwplan met een dergelijke omvang kan worden beschouwd als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Behoefte De gemeente Venray heeft in samenwerking met Buck Consultants International een onderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de lokale vraag naar bedrijventerreinen voor de periode 2022-2031. Uit het onderzoek blijkt dat de verwachte vraag naar bedrijventerreinen in deze periode groter is dan het nog beschikbare harde en zachte aanbod. Dit betekent dat er nieuwe ruimte voor bedrijventerreinen nodig is om de groeiende behoefte te kunnen accommoderen. Om zorgvuldig en duurzaam om te gaan met de beschikbare ruimte, heeft een uitbreiding die aansluit op een bestaand bedrijventerrein de voorkeur. Dit sluit aan bij het streven naar efficiënt ruimtegebruik.
Daarnaast is een locatie dicht bij de kern van Venray wenselijk, omdat hier het grootste deel van de bedrijvigheid is geconcentreerd. Deze uitbreiding kan worden gerealiseerd op één centrale locatie of verspreid over meerdere kleinere locaties. Voor veel bedrijven, zoals logistieke, industriële en bouwbedrijven, is een goede verbinding met hoofdwegen en snelwegen van groot belang. Een goede ontsluiting minimaliseert verkeersoverlast in de woonkernen en is zowel economisch als leefbaarheidsgericht gunstig. Bij toekomstige uitbreidingen kunnen hoge eisen worden gesteld aan duurzaamheid en landschappelijke inpassing. Dat betreft niet alleen de inrichting van het terrein en het vastgoed, maar ook aspecten als energieprofiel, circulariteit en klimaatadaptatie. Naast de fysieke ruimte is er aandacht nodig voor zachte randvoorwaarden, zoals veiligheid en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Uitdagingen zoals een dalende beroepsbevolking, vergrijzing, de instroom van internationale werknemers en inclusiviteit vragen om een strategische aanpak. Om de Venrayse economie en haar sterke sectoren toekomstbestendig te maken, is investeren in hoogwaardige en duurzame vestigingslocaties essentieel. Dit is niet alleen belangrijk om de regionale economische functie te behouden, maar ook om jongeren aan Venray te binden en lokale bedrijven te ondersteunen bij het benutten van economische kansen.
De verwachte vraag naar bedrijventerreinen in Venray overstijgt het huidige aanbod voor de komende tien jaar. Om deze vraag op te vangen, is het noodzakelijk om nieuwe ruimte te creëren. De gemeente Venray zal op basis van de verhouding tussen vraag en aanbod een additionele ontwikkelopgave moeten aangaan voor de periode 2022-2031. Deze uitbreiding is cruciaal om de economische positie van Venray te versterken en toekomstbestendig te maken. De beperkte beschikbare ruimte aan grote kavels heeft als gevolg dat bedrijven die willen uitbreiden Venray verlaten. Dit zorgt vervolgens voor verlies van werkgelegenheid. De insteek van dit TAM-omgevingsplan is om deze uitbreidingsbehoefte en werkgelegenheid te waarborgen. Mogelijkheden in het bestaand stedelijk gebied zijn zeer sporadisch. Leegstand van bedrijfsruimte in Noord-Limburg is beperkt (circa 3%). Grootschalig aanbod van bedrijfsvastgoed in het primaire verzorgingsgebied is beperkt. Verder zijn mogelijkheden voor herinvulling van verouderde of braakliggende kavels niet beschikbaar. De realisatie van Smakterheide Noord leidt niet tot onaanvaardbare leegstand in het verzorgingsgebied.
Binnen- of buiten bestaand stedelijk gebied Met bestaand stedelijk gebied wordt een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca bedoeld, inclusief de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De voorgenomen uitbreiding bevindt zich buiten het bestaand stedelijk gebied van de kern Venray. Voor
45
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
een onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 1.2 waarin de planvoorbereiding nader wordt toegelicht.
46
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Hoofdstuk 6
Aspecten van de fysieke leefomgeving
6.1
Natuur
6.1.1
Quickscan natuurwaarden
Voor de beoogde uitbreiding is een quickscan natuurwaarden (zie 15.4) uitgevoerd ten behoeve van de wijziging van het omgevingsplan. De quickscan natuurwaarden is opgesteld om te onderzoeken of de beoogde plannen in strijd kan zijn met natuurregels uit de omgevingswet zoals Natura 2000-gebieden, beschermde soorten of waardevolle houtopstanden. De quickscan heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn die volgens de natuurbescherming onder de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Omgevingswet zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Onderzoek gebiedsbescherming Natura 2000 De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Boschhuizerbergen, bevindt zich op circa 900 meter afstand ten oosten van de onderzoekslocatie .
Ligging van de onderzoekslocatie (wit omlijnd) ten opzichte van Natura 2000 (geel gemakerkeerd)
De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als door de
47
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de afstand op voorhand niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in het kader van de vergunningplicht 'Natura 2000-activiteit' ten aanzien van stikstof wordt noodzakelijk geacht. Dit kan in eerste instantie worden onderzocht middels een modelberekening met de AERIUS-calculator (zie paragraaf 6.1.4). Natuurnetwerk Nederland De onderzoekslocatie ligt circa 50 meter ten zuiden van een gebied dat deel uitmaakt van Natuurnetwerk Limburg. Het betreft een elzenbroekbos. De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. Door de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Limburg niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk wordt niet noodzakelijk geacht. Houtopstanden In art. 11.112 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn de oogmerken opgenomen voor de activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten. De oogmerken met betrekking tot vellen en herplanten van houtopstanden hebben betrekking op de natuurbescherming, de instandhouding van het bosareaal in Nederland en het beschermen van landschappelijke waarden.
De Omgevingswet beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Het is verboden deze houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen zonder voorafgaande melding bij het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt beschreven of er bij de voorgenomen kap sprake is van meldingsplicht en herplantplicht. Verder wordt beschreven of er vervolgmaatregelen getroffen dienen te worden ten behoeve van de voorgenomen houtkap. De te kappen bomen op de onderzoekslocatie vallen onder Artikel 11.111 (Bal), waardoor een meldingsplicht geldt voorafgaand aan de kap Artikel 11.126 (Bal). Tevens draagt de rechthebbende zorg voor de herbeplanting van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen van de houtopstand. Onderzoek soortenbescherming Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Het veldbezoek is afgelegd op 23 april 2024. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat.
Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van 'expert judgement' nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Limburg opgevraagd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. Broedvogels (nesten jaarrond beschermd, categorie 1-3) Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Op basis van de ligging van de onderzoekslocatie in combinatie met verspreidingsgegevens van de NDFF kunnen de volgende soorten potentieel voorkomen op/in de buurt van de onderzoekslocatie: boerenzwaluw, boomvalk, bosuil, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, ooievaar, raaf, ransuil, roek, slechtvalk, steenuil, torenvalk en wespendief. Raaf kan op voorhand worden uitgesloten aangezien die alleen voorkomen in uitgebreide bosgebieden afgewisseld met heide. Broedvogels (categorie 4) Dit zijn de nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te
48
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn echter dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt, moet bepaald worden of er voldoende functionaliteit behouden blijft. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn waarnemingen bekend van de volgende categorie 4 vogels: blauwe reiger, buizerd, grauwe klauwier, ijsvogel, kramsvogel, oeverzwaluw, paapje, ringmus, roerdomp, sperwer, spotvogel, wulp, zomertortel en zwarte specht. Overige broedvogels De bebouwing/beplanting op en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals winterkoning, roodborst en ekster. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Omgevingswet zijn te voorkomen. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en het cursusdictaat ''Vleermuizen en Planologie'' (Limpens en Regelink, 2017) is de onderzoekslocatie gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, meervleermuis, franjestaart, baardvleermuis, Brandt's vleermuis, bosvleermuis en watervleermuis.
Op de onderzoekslocatie staan gebouwen die geschikt zijn voor gebouwbewonende soorten, hieronder vallen de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleemuis en grijze grootoorvleermuis. De bebouwing beschikt over openingen die toegang verlenen tot spouwmuren zoals overhangende dakpannen en spouwgaten. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat vleermuizen de bebouwing als vaste rust- en verblijfplaats gebruiken, mogelijk gaan potentiële vaste rust- en verblijfplaatsen verloren. Tijdens het veldbezoek zijn de bomen op de onderzoekslocatie geïnspecteerd op boomholtes, deze zijn niet aangetroffen. De onderzoekslocatie is niet geschikt voor verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Het is door de onderlinge afstand tot de bebouwing en het omliggende bos in de omgeving niet aannemelijk dat er in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatieve invloed kunnen ondervinden van de werkzaamheden. Er dient bij de toekomstige plannen van Smakterheide wel rekening gehouden te worden met verlichting: deze mag niet uitstralen naar de omgeving. De onderzoekslocatie zal, gelet op het aanwezige habitat gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen.
Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, in de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig. Wel dient er rekening gehouden te worden met de uitstraling van verlichting richting omliggende foerageergebieden. Negatieve effecten ten aanzien van foerageergebieden kan niet worden uitgesloten. Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Dergelijke lijnvormige elementen, zoals bomenlanen en watergangen, zijn aanwezig op de onderzoekslocatie. Door de voorgenomen plannen worden dergelijke mogelijke vliegroutes verstoord. Overige zoogdieren Alle zoogdieren in Nederland zijn beschermd. Voor sommige algemeen voorkomende soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Op deze wijze is er onderscheid te maken in streng beschermde en minder streng beschermde soorten. Reptielen
49
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Volgens gegevens van de NDFF zijn er in de afgelopen jaren in de directe omgeving van de onderzoekslocatie de volgende streng beschermde reptielen waargenomen: ringslang en levendbarende hagedis. Amfibieën Volgens de verspreidingsgegevens van NDFF kunnen in de directe omgeving van de onderzoekslocatie de volgende streng beschermde amfibieënsoorten voorkomen: alpenwatersalamander, kamsalamander, boomkikker, heikikker en poelkikker. Vissen De onderzoekslocatie bevat twee gescheiden watergangen die in contact staan met het Afleidingskanaal ten noorden de onderzoekslocatie. In het Afleidingskanaal zijn waarnemingen bekend van vissoorten als kleine modderkruiper, bermpje, snoek, riviergrondel, driedoornige- en tiendoornige stekelbaars. Deze soorten kunnen tevens voorkomen in de watergangen binnen de onderzoekslocatie en bij het dempen van genoemde watergangen zal dan ook met deze soorten rekening gehouden moeten worden. Ongewervelden Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF zijn in de omgeving van de onderzoekslocatie waarnemingen bekend van de streng beschermde beekrombout (libel). Beschermde vlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan specifieke waardplanten.