2. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord vastgesteld 1 Motivering
Tekst van het document
Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord Gemeente Venray
NL.IMRO.0984.TAM24010-VA01 VASTGESTELD 26 mei 2026
Contactpersoon T M E
Arcadis Nederland B.V. Maastricht
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Motivering Hoofdstuk 1
7 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Nut en noodzaak
7
1.3
Wijzigingsgebied
10
1.4
Omgevingsplan van rechtswege
11
1.5
Planvorm
12
1.6
Leeswijzer
12
Hoofdstuk 2
Voorgenomen wijziging
13
2.1
Ambitie
13
2.2
Inrichting
15
Hoofdstuk 3
Beleid en regelgeving
19
3.1
Rijksbeleid en Rijksregels
19
3.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
24
3.3
Regionaal beleid
28
3.4
Beleid Waterschap
29
3.5
Gemeentelijk beleid
30
3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Beperkingengebieden
33
Hoofdstuk 5 Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden
34
5.1
Ruimtelijke kwaliteit
34
5.2
Landschap
35
5.3
Cultuurhistorie
39
5.4
Archeologie
43
5.5
Ladder voor duurzame verstedelijking
44
Hoofdstuk 6
Aspecten van de fysieke leefomgeving
47
6.1
Natuur
47
6.2
Water
57
6.3
Klimaatadaptatie
60
6.4
Verkeer en parkeren
63
6.5
Bodem
66
6.6
Geluid
68
6.7
Luchtkwaliteit
71
6.8
Milieuzonering
73
6.9
Omgevingsveiligheid
78
6.10 Ontplofbare oorlogsresten
82
6.11 Gezondheid
83
6.12 Duurzaamheid
84
6.13 Mer-beoordeling
84
Hoofdstuk 7
Kostenverhaal
86
7.1
Inleiding
86
7.2
Kostenverhaal
87
Hoofdstuk 8
Artikelsgewijze toelichting
114
4
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
8.1
Uitwerking in de regels
114
8.2
Functies en activiteiten
116
Hoofdstuk 9
Participatie
132
9.1
Participatie
132
9.2
Vaststellingsprocedure
132
Hoofdstuk 10
Belangenafweging en conclusie
133
5
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
6
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Motivering
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Venray heeft het voornemen om het bestaande bedrijventerrein Smakterheide aan de weg Spurkt uit te breiden in noordelijke richting. Met de uitbreiding speelt Venray met name in op het faciliteren van middelgrote bedrijven uit Venray. Het betreft de ontwikkeling van een duurzaam bedrijventerrein dat ruimte biedt aan kwalitatief hoogwaardige (Venrayse) bedrijven. Om de realisatie van de beoogde uitbreiding Smakterheide Noord planologisch-juridisch mogelijk te maken, is voorliggende wijziging van het omgevingsplan opgesteld.
1.2
Nut en noodzaak
Afgelopen jaren is hard gewerkt om in de regio Noord-Limburg te komen tot een gezamenlijk bedrijventerreinbeleid. Tevens wordt er samengewerkt in de ontwikkeling van het zogenaamde "Klavertje 4 gebied" en wordt de ontwikkeling van logistieke ruimte en functies in de gehele regio afgestemd. Dit gebeurt om concurrentiestrijd, inefficiency, overaanbod en 'eenheidsworst' aan terreinen terug te dringen. De gemeente Venray is aandeelhouder van het Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo, maar heeft als enige aangesloten gemeente nog geen ontwikkeling op grondgebied binnen de eigen gemeente. Dit is wel een nadrukkelijke wens van de gemeente Venray. De ontwikkeling van bedrijventerrein Smakterheide-Noord, met een toename van 22 hectare uitgeefbare kavels, wordt ondersteund door verschillende factoren die de noodzaak hiervan benadrukken: In Venray is er momenteel een tekort aan kavels, vooral in het segment van 0,5 tot 2,0 hectare. Dit tekort belemmert lokale bedrijven, met name uit de industrie, bouw en handel, die behoefte hebben aan panden tussen 3.000 m² en 10.000 m². De bestaande bedrijventerreinen hebben beperkte beschikbaarheid en de leegstand bevindt zich op een frictieniveau. Dit wijst op een zeer beperkte ruimte om aan de vraag te voldoen. De lokale maakindustrie laat een sterke "revival" zien, wat gepaard gaat met een toename in werkgelegenheid.
Het faciliteren van deze groei vraagt om nieuwe bedrijventerreinen, zoals Smakterheide-Noord, om lokale bedrijven te ondersteunen en de economische ontwikkeling van Venray te waarborgen. Voor een nieuwe ontwikkeling, zoals Smakterheide Noord, is het essentieel dat de ruimtelijke opzet goed wordt doordacht, met aandacht voor de gevraagde kwaliteit. Dit sluit aan bij de behoefte om bedrijventerreinen aantrekkelijker en moderner te maken, gezien de veroudering van bestaande terreinen. Een uitbreiding met 22 hectare kan bijdragen aan het verbeteren van het aanbod en het inspelen op moderne vereisten. De gemeenteraad stelde eerder vraagtekens bij de geschiktheid van de locatie en de omvang van het terrein. Het recent uitgevoerde marktonderzoek (zie Bijlage 1) toont echter aan dat de uitbreiding noodzakelijk is om het lokale bedrijfsleven op korte (tot 2025) en middellange termijn (tot 2030) te ondersteunen. Dit versterkt de argumentatie voor de ontwikkeling van 22 hectare aan uitgeefbare kavels. In conclusie benadrukt de combinatie van een structureel tekort aan kavels, de economische groei in de regio en de behoefte aan kwalitatieve bedrijventerreinen de nut en noodzaak van de ontwikkeling van Smakterheide-Noord. Deze uitbreiding is essentieel om Venray’s bedrijfsleven toekomstbestendig te
7
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
faciliteren. Gelijktijdig wordt 20 hectare natuurgebied toegevoegd (zie Bijlage 2). Deze natuurontwikkeling is nauw verbonden met de realisatie van het bedrijventerrein Smakterheide-Noord. Hiermee wordt een forse bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van natuurwaarden en ecologische verbindingen richting het Loobeekdal, speelt het ook een belangrijke rol in de klimaatadaptatie, maar wordt ook een duidelijk signaal afgegeven dat dit bedrijventerrein de uiterste grens vormt van Venray. Planvoorbereiding In het kader van de Regionale visie bedrijventerreinen is in 2017 reeds afgesproken maximaal 30 ha netto bedrijventerrein te ontwikkelen in de gemeente Venray. Voor potentiële locaties is vervolgens gezocht binnen de gemeentegrenzen van Venray. Binnen het bestaand stedelijk gebied is een potentiele locatie voor deze omvang niet beschikbaar en is gezocht naar locaties die zoveel mogelijk aansluiten op bestaand stedelijk gebied (bestaande bedrijventerreinen), zodat gebruik kan worden gemaakt van reeds bestaande voorzieningen. Bestaande bedrijventerreinen kennen al milieueffecten zoals geluidseffecten, landschappelijke effecten en effecten op luchtkwaliteit. Het aansluiten op bestaande bedrijventerreinen zorgt ervoor dat deze bestaande effecten worden gebundeld met de toekomstige effecten van het nieuwe bedrijventerrein.
Dit is in de geest van de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 5.5). Door deze bundeling worden er zo min mogelijk 'nieuwe' omwonenden belast met mogelijke effecten. Daarbij hebben bestaande bedrijventerreinen infrastructuur die erop is gericht de bedrijventerreinen zo goed als mogelijk te bedienen en het bestemmingsverkeer goed af te wikkelen. Er is in de gemeente Venray gekeken naar locaties in de nabijheid van bedrijventerreinen die qua schaalniveau vergelijkbaar zijn met de ambitie van 30 ha netto bedrijventerrein. Bij bestaande bedrijventerreinen van een kleinere schaal zullen de effecten juist flink worden vergroot als er 30 ha nieuw netto bedrijventerrein bij komt. Ten tijde van het onderzoek waren er vijf grootschalige (>30 ha) bestaande bedrijventerreinen binnen of grenzend aan de gemeente Venray: 1. De Blakt en Witte Vennen. Deze terreinen liggen tegen elkaar aan, aan de oostkant van het knooppunt van de N270 en de A73. 2. De Hulst II. Dit terrein ligt tussen de kernen van Oostrum en Venray ten noordoosten van het knooppunt N270 en A73. 3. Smakterheide en Keizersveld. Deze terreinen liggen aan de noordkant van Venray, ten westen van de A73. 4. Wanssum. Dit terrein ligt ten oosten van Wanssum, aan de noordkant van de N270. 5. Venrayseweg II in Horst aan de Maas. Dit terrein ligt ten westen van de A73 aan weerszijden van de N553 (Venrayseweg).
Het terrein zelf ligt net buiten de gemeentegrenzen van Venray, maar aan de noordzijde zou op grondgebied van Venray kunnen worden aangesloten bij dit bedrijventerrein.
8
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Bedrijventerreinen binnen of grenzend aan de gemeente Venray
Voor deze grootschalige bedrijventerreinen is gekeken of er rond die terreinen ruimte is voor een nieuw bedrijventerrein binnen de gemeente Venray. Hierop zijn vijf locaties bepaald voor een eventueel nieuw bedrijventerrein: 1. 2. 3. 4. 5.
Locatie 1 ten zuiden van bedrijventerrein De Blakt. Locatie 2 ten noorden van bedrijventerrein De Hulst. Locatie 3 ten noorden van bedrijventerrein Smakterheide. Locatie 4 ten oosten van bedrijventerrein Wanssum. Locatie 5 ten zuiden van Castenray.
De ambitie van 30 ha netto bedrijventerrein is sterk gekoppeld aan de onderliggende financiële businesscase die voor een dergelijk terrein is opgesteld. Om aan de behoefte voor middelgrote en grootschalige bedrijventerreinen voor de maakindustrie, agrofood en logistiek in Venray te voldoen, is een oppervlakte van 30 ha netto nodig. Dit is nodig om minimaal kostenefficiënt het bedrijventerrein te kunnen uitbaten in een situatie dat het tegen zit. Voor de vijf genoemde locaties is gekeken of het op voorhand mogelijk is om hier 30 ha netto bedrijventerrein te ontwikkelen. Concreet is er gekeken of er voldoende percelen zijn die op voorhand geen grote planologische en juridische belemmeringen hebben. Belemmeringen komen enerzijds voort uit een gebrek aan fysieke ruimte, in dit geval vanwege de aanwezigheid van woonkernen en/of bestaande bebouwing, en anderzijds door mogelijke grote juridische belemmeringen vanuit huidige weten regelgeving. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid en/of nabijheid van wettelijk en provinciaal beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden NNL). Gebieden met een dergelijke status zijn niet realistisch geacht voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein in het geval er locatiealternatieven zijn, die niet in dit type gebieden zijn gelegen.
Uit deze analyse kwam naar voren dat de locaties 1 t/m 3 de mogelijkheid bieden om 30 ha netto bedrijventerrein te ontwikkelen. Van deze locaties is op hoofdlijnen beschouwd in hoeverre er kansen en /of risico's zijn voor inpassing en milieueffecten en of de locatiealternatieven daarin verschillen. Aansluitend op de milieuaspecten zijn de locaties beoordeeld op een aantal andere inhoudelijke criteria. Deze criteria zijn: bestaande eigendomsverhoudingen, ontsluiting en bereikbaarheid, risicoinschatting, en tijd.
9
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Locatie 1 is goed te ontsluiten via de Deurnseweg. De mogelijke locatie aan de oostzijde van de A73 ligt relatief dichtbij de woonkern Oirlo, op een afstand van 350 meter. Hiermee ligt deze locatie maar net buiten de richtafstand van 300 meter van een woonkern, zoals deze voor geluid in de richtafstandenlijst van de VNG wordt gehanteerd. Op kortere afstand ligt een aantal individuele woningen. Er blijft daarmee een risico op effecten op het woon- en leefmilieu. De locatie heeft zeer beperkte ruimte, door de verkavelingstructuur (Oostzijde A73) of aanwezige natuurwaarden (westzijde A73) en is daardoor erg krap bemeten voor het uitwerken van klimaatadaptieve maatregelen (zoals water en groenstructuren) en een duurzame landschappelijke inpassing. Ook kent deze locatie door haar vorm en bestaande verkaveling weinig mogelijkheden voor het inpassen en uitgeven van grootschalige bedrijfskavels. Omwille de flexibiliteit in de uitgeefbaarheid van de (grootschalige) kavels is het niet wenselijk om op twee aparte locaties te ontwikkelen. Locatie 2 kent zorgen als het gaat om de ontsluiting van het bedrijfsverkeer. De bestaande wegenstructuur sluit niet aan op de A73 en de ontsluitingsweg langs woningen brengt een risico op overlast (geluid en verkeer) met zich mee. De locatie ligt relatief dichtbij de woonkern Oostrum, op een afstand van circa 350 meter.
Op kortere afstand liggen individuele woningen. Er blijft een risico op effecten op woon- en leefmilieu. De locatie heeft voldoende ruimte voor het inpassen van klimaatadaptieve maatregelen en het duurzaam landschappelijk inpassen van het terrein. Locatie 2 heeft de mogelijkheid voor het ontwikkelen / uitgeven van grootschalige kavels. Locatie 3 is goed te ontsluiten via de bestaande uitvalswegen voor bedrijventerrein Smakterheide (Spurkt, Metaalweg). De locatie ligt op relatief grotere afstand van woonkernen (>800 meter). Er liggen wel enkele individuele (bedrijfs)woningen op kortere afstand van de locatie. In zijn algemeenheid is er niet of nauwelijks risico op effecten op woon- en leefmilieu, wanneer dit vergeleken wordt met de afstanden bij locatie 1 en locatie 2. De locatie kent voldoende ruimte voor het nemen van klimaatadaptieve maatregelen en het duurzaam landschappelijk inpassen van het terrein. Locatie 3 heeft de mogelijkheid voor het inpassen / uitgeven van grootschalige kavels. Op basis van voorstaande analyse is locatie 3 ten noorden van het bestaande bedrijventerrein Smakterheide de voorkeurslocatie. Voor dit gebied is in 2019-2020 reeds een bestemmingsplan opgesteld. Echter dit bestemmingsplan heeft de gemeenteraad in 2020 niet vastgesteld.
In 2024 is de planvoorbereiding voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Smakterheide weer ter hand genomen en is voorliggend TAM-omgevingsplan opgesteld..
1.3
Wijzigingsgebied
De voorgenomen ontwikkeling van Smakterheide Noord ligt ten noorden van het bestaande bedrijventerrein Smakterheide en is ca. 50,3 ha groot, waarvan 22 ha uitgeefbaar. Ten oosten van het wijzigingsgebied ligt de Rijksweg A73 en aan de zuidzijde is de weg Spurkt gelegen. Aan de noordzijde grenst het wijzigingsgebied aan het Loobeekdal. Het Loobeekdal is een natuurgebied met bloemrijke vochtige graslanden rond de Loobeek. Aan de westzijde wordt het wijzigingsgebied begrensd door een sloot en agrarisch gebied. De uitbreiding is voorzien op de percelen kadastraal bekend als Venray, sectie U 91, 92, 93, 94, 103, 104, 107, 155, 157, 158, 159, 160, 161, 225, 226, 242, 243, 244, 246, 253, 289, 291, 292, 300, 322, 333, en deels sectie U 100, 105, 106, 151. Een deel van de gronden dient nog verworven te worden. Er staan op dit moment nog vier bedrijfswoningen en één reguliere woning in het wijzigingsgebied (Spurkt 5, 5a t/m c en 8). De agrarische bedrijven die in het gebied gelegen zijn, worden niet ingepast in het plan.
10
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Wijzigingsgebied
Huidige situatie Het wijzigingsgebied kent een overwegend agrarisch karakter. Het landschap wordt gekenmerkt door rechte wegen met laanbeplanting, regelmatige blokverkaveling en verspreid gelegen boerderijen met erfbeplanting en kent een grote mate van openheid. Opvallend in het gebied is de overgang van het beekdal van de Loobeek naar de hoger gelegen dekzandruggen. Aan de oostzijde van het wijzigingsgebied is een dassenburcht gelegen (in driehoekje bos net buiten de grens van het wijzigingsgebied). Door het wijzigingsgebied loopt de TenneT hoogspanningsverbinding Boxmeer Venray. TenneT heeft het voornemen om naast dit tracé een ondergrondse hoogspanningsleiding door het gebied aan te leggen.
1.4
Omgevingsplan van rechtswege
Het voorliggende plan betreft een wijziging van het omgevingsplan gemeente Venray (/akn/nl/act/gm0984/2020/omgevingsplan, 7 augustus 2024). Deze wijziging van het omgevingsplan vervangt onder andere de geldende bestemmingsplannen binnen het wijzigingsgebied die vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege. Het betreft de volgende bestemmingsplannen: Buitengebied Venray 2010, vastgesteld op 14 december 2010. Buitengebied Venray 2010, herziening regels, vastgesteld op 1 november 2016. Buitengebied Venray 2010, herziening regels, vastgesteld op 20 september 2017. Buitengebied Venray, Herziening regels Ruimtelijk Kwaliteitskader, vastgesteld op 31 oktober 2023. De voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein Smakterheide is niet mogelijk op basis van het omgevingsplan.
11
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Tevens is het ontwerp TAM-omgevingsplan 150kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray op 10 april 2025 gepubliceerd. De regeling voor de ondergrondse 150kV-hoogspanningsverbinding is overgenomen in voorliggend TAM-omgevingsplan.
1.5
Planvorm
Deze wijziging van het omgevingsplan bestaat formeel uit twee onderdelen: 1. een plankaart (NL.IMRO.0984.TAM24010-VA01) waarop de functies van het wijzigingsgebied zijn weergegeven. Deze functies zijn gerelateerd aan de regeling. 2. de regeling waarin het gebruik van de binnen het wijzigingsgebied aangegeven gronden en bouwwerken juridisch is geregeld. De regeling is conform de Omgevingswet opgesteld. Deze twee onderdelen dienen in samenhang te worden bekeken en zijn juridisch bindend. Deze wijziging van het omgevingsplan gaat vergezeld met een motivering waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de verantwoording zijn opgenomen.
1.6
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van deze wijziging van het omgevingsplan. Hoofdstuk 2 gaat in op de voorgenomen wijziging. Hoofdstuk 3 beschrijft het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 besteed aandacht aan de relevante beperkingengebieden. Hoofdstuk 5 schetst de landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in diverse aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 7 wordt de uitvoerbaarheid van deze wijziging uiteengezet. Hoofdstuk 8 biedt een artikelsgewijze toelichting van de in de wijziging van dit omgevingsplan opgenomen regels.
12
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
2.1
Voorgenomen wijziging
Ambitie
Voor Smakterheide Noord heeft de gemeente de volgende ambitie: "een gezonde werk- en leefomgeving waarin we ondernemen met impact". Het betreft de ontwikkeling van een duurzaam bedrijventerrein dat ruimte biedt aan kwalitatief hoogwaardige (Venrayse)bedrijven. Het is hierbij belangrijk om te vermelden dat 'kwalitatief hoogwaardige bedrijvigheid' in eerste instantie betrekking heeft op de verschijningsvorm/uitstraling van het vastgoed, in combinatie met de ambitie om nieuwe natuur te realiseren. De gemeente vindt de uitstraling van de bedrijven belangrijk en wil met Smakterheide Noord een werklandschap voor de toekomst ontwikkelen met representatieve bedrijven en een goede landschappelijke inpassing richting het Loobeekdal. In het omgevingsprogramma economie 2025-2028 heeft de gemeente de doelstelling opgenomen om brede welvaart centraal te stellen bij economische ontwikkelingen in de gemeente. Het programma richt zich op het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt, het ondersteunen van innovatieve ondernemers en het creëren van een gezonde balans tussen bedrijvigheid en leefbaarheid. Het gaat om duurzame economische groei die de kwaliteit van leven verbetert.
Doelstelling omgevingsprogramma economie Venray
13
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Een werklandschap van de toekomst betekent een groen, gezond en klimaatbestendig bedrijventerrein. Het gaat om een werklocatie waar mensen graag werken, die de gezondheid van de gebruikers bevordert en die klimaatbestendig, biodivers en natuurinclusief is. Daarnaast gaat het om het realiseren van een lagere voetafdruk (minder uitstoot CO2 en uitputting grondstoffen) en duurzaam ruimtegebruik. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn 6 duurzaamheidsthema's benoemd om voorstaande te kunnen realiseren in Smakerheide Noord.
De 6 duurzaamheidsthema's
Biodiversiteit Met de ontwikkeling van 20 ha natuurgebied wordt een forse bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van natuurwaarden en ecologische verbindingen. De gemeente streeft er tevens naar om voor de percelen en de openbare ruimte van het bedrijventerrein zelf extra in te zetten op biodiversiteit. Door inzet op nest-, verblijfs- en voedselgelegenheden in gebouwen, op groene daken en in een groene inrichting van de openbare ruimte, kan ook het bedrijventerrein zelf een positieve bijdrage leveren aan biodiversiteit. De gemeente zal dit stimuleren bij de uitgifte van bedrijfskavels. Klimaatadapatie De inrichting van een bedrijventerrein brengt risico's met zich mee dat droogte en hittestress de leefkwaliteit op straatniveau negatief beïnvloeden. Het is daarom belangrijk om, ondanks de realisatie van een nieuw natuurgebied rondom, ook op het bedrijventerrein zelf in te zetten op voldoende groen én het vasthouden van water. Energie Netcongestie zorgt ervoor dat bedrijven niet altijd direct kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Voor kleinverbruikers blijven nieuwe aansluitingen doorgaans mogelijk, terwijl voor grootverbruikers op dit moment beperkingen gelden. De verwachting is echter dat op langere termijn ook voor grootverbruik weer ruimte ontstaat.
Om toekomstige aansluitingen mogelijk te maken streeft de gemeente ernaar om in nauwe samenwerking met de netbeheerder hieraan een nadere uitwerking te gegeven in de vorm van een energieconcept waarin aspecten als groepstransportovereenkomsten, afstemming tussen vraag- en
14
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
aanbod van energie, opslag en slimme sturing en een koppeling met slimme laadinfrastructuur aan de orde komen. Samen met de netbeheerder moet worden onderzocht onder welke technische en contractuele randvoorwaarden een collectieve oplossing haalbaar is, waarbij zowel de huidige mogelijkheden voor kleinverbruik als de toekomstige perspectieven voor grootverbruik worden meegenomen. Circulariteit Circulair bouwen is kansrijk voor zowel de openbare ruimte als voor de gebouwen zelf. Het gebruik van biobased en hergebruikte materialen kan worden geïntegreerd in het ontwerp van de openbare ruimte en actief worden gestimuleerd bij de uitgifte van kavels. De gemeente streeft hierbij vooral naar het inzetten op duurzaam ruimte- en materiaalgebruik: door het mogelijk maken van multifunctioneel ruimte- en dakgebruik, het mogelijk maken van het stapelen van functies en het delen van voorzieningen (shared service center). Een circulaire werkwijze vraagt echter ook om specifieke ruimtelijke voorzieningen. Denk hierbij aan opslaglocaties voor herbruikbare materialen, ruimte voor het sorteren en bewerken van bouwmaterialen en gedeelde faciliteiten voor bijvoorbeeld logistiek en energieopwekking. Deze elementen moeten al in een vroeg stadium worden meegenomen in de planvorming, zodat circulariteit niet alleen een ambitie blijft, maar ook praktisch uitvoerbaar is binnen de beschikbare ruimte.
Mobiliteit Bedrijventerreinen kenmerken zich over het algemeen door de hoeveelheid verharding en verkeer (auto en logistiek). Lopen en fietsen op bedrijventerreinen is vaak de minder aantrekkelijke optie en vaak zelfs onveilig. De gemeente streeft naar een efficiënter ruimtegebruik dat leidt tot meer ruimte voor langzaam verkeer (lopen en fietsen) en groen waardoor er een aantrekkelijkere werkomgeving ontstaat op het bedrijventerrein. Daarnaast heeft de gemeente aandacht voor eventuele collectieve parkeervoorzieningen, (slimme) laadinfrastructuur en deelmobiliteitsvoorzieningen. Gezonde leefomgeving Een toekomstbestendig bedrijventerrein biedt een aantrekkelijke en gezonde werk- en leefomgeving, die innovatie en samenwerking stimuleert en ruimte biedt voor ontspanning en beweging. Het delen van voorzieningen draagt bij aan een interactie- en innovatiemilieu. Sociale veiligheid is op veel bedrijventerreinen een probleem, doordat deze 's avonds en in het weekend verlaten zijn. Het programmeren van functies zoals sporten en multifunctioneel gebruik van ruimtes en openbare ruimte 's avonds en in het weekend draagt bij aan meer sociale veiligheid gedurende de week.
2.2
Inrichting
Smakterheide Noord voorziet in een ontwikkeling tot een modern, duurzaam en functioneel bedrijventerrein op basis van een goede bereikbaarheid en intensief/meervoudig ruimtegebruik. Het plan gaat voorzien in 22 ha aan uitgeefbare kavels. Inrichtingsvoorstel Voor de inrichting van het bedrijventerrein is gezocht naar één integraal inrichtingsvoorstel dat zowel invulling geeft aan de opgave voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein, alsook optimaal rekening houdt met de aanwezige kenmerken en omgevingswaarden in en om het wijzigingsgebied.
15
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Inrichtingsvoorstel
Op basis van een ruimtelijke analyse van de huidige situatie zijn de ontwerpprincipes voor landschap en stedenbouw bepaald die de basis vormen voor de verdere uitwerking van het inrichtingsvoorstel (zie Bijlage 4 bij de regeling). De vier ontwerpprincipes voor landschap zijn: Maximaliseren uitwisseling ecologische biotopen. Vergroten leesbaarheid beekdallandschap. Versterken beleving diversiteit in landschappen. Verweving landschap en bedrijventerrein voor optimale overgang. Ten aanzien van stedenbouw zijn de volgende vier ontwerpprincipes gedefinieerd: Optisch balanceren: Korrelgrootte als basis voor een harmonieuze overgang tussen bestaand en nieuw op het bedrijventerrein. Dubbele identiteit: Een representatieve zijde voor het bedrijventerrein en een natuurlijke zijde voor aansluiting op het landschap. Van variatie naar structuur: Een strakke rooilijn als contrast met de verspringende rooilijn van de bestaande situatie brengt rust in het wegbeeld. Gelaagde mobiliteit: Een netwerk van routes met een duidelijke hiërarchie voor auto-, fiets- en wandelverkeer. Stedenbouwkundig-landschappelijk schetsontwerp Het inrichtingsvoorstel is nader uitgewerkt in een stedenbouwkundig-landschappelijk schetsontwerp (zie Bijlage 4 bij de regeling).
In het schetsontwerp wordt een inrichtingsprincipe gegeven voor de vormgeving van de ontsluitingsstructuur en de aansluiting op de weg Spurkt, wordt het groen- en watersysteem geïntegreerd en wordt een stedenbouwkundige verkaveling voorgesteld. Dit schetsontwerp vormt de basis van voorliggende wijziging van het omgevingsplan.
16
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Stedenbouwkundig-landschappelijk schetsontwerp
Smakterheide Noord gaat uit van een landschappelijke inpassing en krijgt een nadrukkelijke relatie met het omliggende landschap. De groenstructuur is de drager van Smakterheide Noord. De bedrijfsbebouwing wordt daar op zorgvuldige wijze ingepast. Het bieden van de juiste kavelmaten en vooral de flexibiliteit hierin is van groot belang voor de aantrekkelijkheid van Smakterheide Noord. Smakterheide Noord wordt een inspirerende plek waar duurzame economische groei en natuur elkaar ontmoeten. Op 22 hectare vormen moderne kavels tot maximaal 2 hectare de ideale basis voor lokale ondernemers om te groeien en te innoveren. Met de ontwikkeling van 20 hectare natuurgebied ontstaat een groene, biodiverse buffer die naadloos aansluit op het Loobeekdal. Dit gebied vormt niet alleen een belangrijke stap richting klimaat- en natuurdoelstellingen, maar ook een aantrekkelijke stadsrand waar inwoners van Venray kunnen genieten van rust, recreatie en natuur. Smakterheide Noord is een toekomstbestendig bedrijventerrein waar bedrijvigheid, duurzaamheid en leefbaarheid samenkomen. Het nieuwe bedrijventerrein sluit qua verkaveling, en bouwhoogtes aan op het bestaande bedrijventerrein. Zo wordt de Spurkt een centrale groen as die de entree vormt vanaf deze zijde van het gebied.
De bedrijfspanden zijn hier representatief, maar stralen ook rust en eenheid uit in positionering, gevelhoogte, materiaalgebruik en reclame. Parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken door deze aan de zij- of achterkanten te positioneren. Het bedrijventerrein heeft een groene uitstraling en draagt bij aan de klimaat- en natuurdoelstellingen. Biodiversiteit wordt versterkt, energie wordt zoveel mogelijk zelf opgewekt, regenwater wordt zo lang mogelijk vastgehouden en reststromen worden zo goed mogelijk hergebruikt. De groene zoom biedt verschillende wandelrondjes en ervaringen voor de werknemers van het bedrijventerrein. De inrichting van de buitenruimte versterkt de beleving van de overgang van het natte beekdal naar de droge dekzandrug. Deze overgang komt tot stand in de vijf landschappelijke inprikkers die de bouwkavels van elkaar scheiden (zie paragraaf 5.2.2). Bij een nieuwe bedrijventerreinontwikkeling is een duurzame en toekomstbestendige infrastructuur en ontsluiting een voorwaarde voor een goed vestigingsklimaat. Smakterheide Noord wordt centraal
17
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
ontsloten via de weg Spurkt. Voor het nieuwe bedrijventerrein ten westen van de Metaalweg wordt een interne ontsluitingslus gerealiseerd. De wegstructuur en dimensionering voldoen hierbij aan zowel de eisen van veiligheid als de eisen van functionaliteit. Verder wordt er een goede ontsluiting gerealiseerd voor langzaam verkeer (fietsers en voetgangers), waarbij wordt aangehaakt op het reeds bestaande netwerk en de landwegen in het buitengebied. Op Smakterheide Noord wordt uitgegaan van parkeren op eigen terrein. Dit geldt ook voor het laden en lossen van goederen.
18
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
Beleid en regelgeving
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het project toegelicht en wordt het project hieraan getoetst.
3.1
Rijksbeleid en Rijksregels
3.1.1
Nationale omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie brengt middels een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie van het Rijk op de inrichting en ontwikkeling van de Nederlandse leefomgeving in beeld. Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Steden die groeien en veranderen, het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en de overgang naar een duurzame en circulaire economie; diverse trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Deze trends en ontwikkelingen bieden kansen, maar vragen ook zorgvuldig te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden, want zowel de boven- als ondergrondse ruimte is een schaars goed. De NOVI geeft richting en helpt om deze keuzes te maken. In Nederland zijn er een aantal dringende maatschappelijke opgaven, die niet apart van elkaar kunnen worden opgelost, maar in samenhang bekeken moeten worden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving van Nederland. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
ad 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Het land moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, wateroverlast, hogere rivierafvoeren en langere perioden van droogte. Om in te spelen op deze gevolgen van klimaatverandering, is er vraag naar maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende ruimte en groen voor wateropslag in onze steden. Door hierop in te zetten, biedt het kansen voor de natuur, maar verbetert het ook tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit. Daarnaast heeft Nederland in 2050 een duurzame energievoorziening. Deze energievoorziening vraagt ruimte, voor onder andere zonnepanelen en windturbines. Het Rijk zet zich ook in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. ad 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een circulaire, duurzame, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050, waarmee het zijn positie kan handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Hiervoor is een goede verbinding via weg, lucht, spoor, water, digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners nodig.
Het Rijk zet in op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van bewegen, wonen, recreëren, ontspannen en ontmoeten. Hierbij is het belangrijk dat de Nederlandse economie, duurzaam, concurrerend en circulair wordt, oftewel toekomstbestendig. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op de verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. ad 3. Onze steden en regio's leefbaarder maken Nederland versterkt het Stedelijk Netwerk Nederland en is deze verder aan het uitbreiden, waarbij de
19
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
richting van verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van (OV-) infrastructuur. Wonen en werken worden zoveel mogelijk in elkaars nabijheid ontwikkeld in de regio's waar de vraag is. Goede verbindingen tussen de stedelijke regio's zijn nodig om het netwerk als geheel te benutten. Door het Rijk wordt een integrale verstedelijkingsstrategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling gehanteerd, waarbij verstedelijking geconcentreerd plaatsvindt in de regio. Bij de invulling van integrale verstedelijkingsstrategieën op regionale schaal wordt ingezet op een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. Deze volgorde wordt ook gehanteerd als groei in niet stedelijk gebied moet plaatvinden. Het Rijk richt de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert en het aanbod en de kwaliteit van groen in de stad versterkt. Daarbij worden regio's en steden klimaatbestendig ingericht. ad 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Nederland zet in op het verbeteren van de balans tussen de kwaliteit van landschap en landgebruik, water, lucht en bodem. Dit betekent dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten en dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen.
Het landgebruik dient meer afgestemd te worden op zoetwatergebruik- en beschikbaarheid. Door een voorkeursvolgorde regionaal waterbeheer wordt ingezet op het voorkomen van tekorten en wateroverlast. Het Rijk maakt een vitaal en duurzaam voedsel- en landbouwsysteem mogelijk, dat zich baseert op natuurinclusiviteit en kringlopen. De biodiversiteit wordt versterkt en beschermd en het natuurlijke kapitaal wordt op een duurzame wijze benut. Het Rijk zet hierbij in op het beschermen en versterken van de unieke landschappelijke kwaliteiten. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebieden voegen kwaliteiten toe aan het landschap, waarbij het omgevingsbeleid landschapsinclusief wordt. Om beleidskeuzes op een voorspelbare en heldere wijze te maken, worden er door de NOVI drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen bij het prioriteren van de diverse opgaven en belangen: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen. De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende, brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: We werken als één overheid, samen met de samenleving. We stellen de opgave(n) centraal. We werken gebiedsgericht. We werken permanent en adaptief aan de opgaven.
Relatie met het omgevingsplan Met de voorgenomen uitbreiding wordt ruimte gecreëerd voor lokale en regionaal gebonden bedrijven. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bedrijven niet worden aangesloten op het gasnetwerk en dat de daken van de bedrijven geschikt dienen te zijn voor de plaatsing van zonnepanelen. Met deze ontwikkeling wordt bijgedragen aan het duurzaam economisch groeipotentieel van Venray en de omliggende regio. Door te kiezen voor de uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein in plaats van het creeëren van nieuwe bedrijfsruimte elders in Venray wordt bovendien aangesloten bij de voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van werklocaties geclusterd in of nabij het stedelijk gebied. Door voldoende ruimte te bieden aan groen, met de ontwikkeling van 20 ha aan (natte) natuur, draagt dit omgevingsplan ook bij aan de nationale doelstellingen omtrent klimaatadaptatie en bodem en water sturend. Daarnaast brengt het ontwikkeling van groen in combinatie met het beschermen van landschappelijke kwaliteit een positieve toevoegen aan de ambitie bodem en water sturend. Ook wordt in het plan rekening gehouden met een goed leefklimaat voor de werknemers door de openbare ruimte zo in te richten dat er een prettige werkomgeving ontstaat die klimaatadaptief is. Voor de wijziging van het omgevingsplan kent de Nationale Omgevingsvisie geen relevante bepalingen.
Het voorliggend plan past daarmee binnen het beleid uit de Nationale Omgevingsvisie.
20
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
3.1.2
Instructieregels Rijk
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) richt zich op bestuursorganen en geeft inhoudelijke normen waaraan zij hun taken en bevoegdheden ontlenen, onder andere bij het opstellen van omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en het vaststellen van omgevingsvergunningen en projectbesluiten. In hoofdstuk 5 van het Bkl zijn de instructieregels opgenomen die de gemeente bij het opstellen van het omgevingsplan in acht moet nemen. Deze instructieregels kunnen worden opgevat als de minimale vereisten waaraan een omgevingsplan in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet voldoen. Deze instructieregels richten zich op de volgende thema's: Voldoen aan de Dienstenrichtlijn (paragraaf 5.1.1). Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2). Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3). Beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit. Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking. Behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) zoals autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden.
Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouw categorieën. Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). De uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving (paragraaf 5.2). In de volgende paragrafen zijn de voor deze wijziging van het omgevingsplan van toepassing zijnde instructieregels opgenomen.
3.1.2.1 Omgevingsveiligheid Op grond van artikel 5.2 van het Bkl moet in het omgevingsplan rekening worden gehouden met het belang van het voorkomen, beperken, bestrijden, vluchten en geneeskundige hulpverlening van of in geval van branden, rampen en crises. In de instructieregel is voor zover deze branden, rampen en crises samenhangen met de opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen, vuurwerk, explosieven en windturbines een gedetailleerde uitwerking gegeven. Voor de nadelige gevolgen voor de omgevingsveiligheid, die met deze activiteiten binnen het wijzigingsgebied kunnen samenhangen, wordt in de instructieregel een systeem van het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden gehanteerd. Bij het wijzigen van het omgevingsplan moet een plaatsgebonden risico van 10-6 in acht worden genomen (artikelen 5.7 en 5.11 Bkl). Dit houdt in dat met de regels in het omgevingsplan moet worden geborgd dat het risico op het overlijden van een onbeschermd persoon wordt beperkt tot één geval in één miljoen jaar. Daarnaast moet in het omgevingsplan rekening worden gehouden met het overlijden van een groep van tien personen of meer door een ongewenste gebeurtenis binnen een aandachtsgebied (artikel 5.15 Bkl). Aandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden.
Voorbeelden van die gevaren zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Aandachtsgebieden maken inzichtelijk in welk gebied zich bij een ongeval bij een activiteit met gevaarlijke stoffen nog levensbedreigende gevolgen voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Binnen de aandachtsgebieden is extra aandacht nodig om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. De gemeente beoordeelt of, en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om mensen in aandachtsgebieden voldoende te beschermen. Het beleidsdoel van het 'aandachtsgebied' is dat voorafgaand aan de besluitvorming wordt nagedacht over de risico's en de mogelijke effecten van een incident bij de
21
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
(vergunde) activiteit met gevaarlijke stoffen. Onderdeel daarvan is het overwegen van maatregelen die nodig zijn om de veiligheid voldoende te waarborgen en de fysieke leefomgeving en omgevingskwaliteit (milieu en gezondheid) voldoende te beschermen. Relatie met het omgevingsplan Voor het aspect omgevingsveiligheid wordt verwezen naar paragraaf 6.9.
3.1.2.2 Water Op grond van artikel 5.37 Bkl moet bij het wijzigen van het omgevingsplan rekening worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij is aangegeven dat daarbij de opvattingen van de beheerder van deze watersystemen moeten worden betrokken. Er zijn diverse beleidsdocumenten op verschillende bestuursniveaus die ten grondslag liggen aan de uitgangspunten op het gebied van duurzaam waterbeheer. Op Europees niveau is dit de Kaderrichtlijn Water (KRW), op nationaal niveau het Nationaal Waterplan (NW), het Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21), het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) en de Waterwet. Het beleid van de waterschappen dat de kwaliteit en veiligheid van watersystemen borgt, is opgenomen in de waterschapsverordening. Relatie met het omgevingsplan Door de toenemende verstedelijking en klimaatverandering dient steeds meer rekening te worden gehouden met water binnen ruimtelijke plannen. De toename van verhard oppervlak zorgt naast hitte en verdroging ook voor een vergrote kans op wateroverlast. Bij alle ruimtelijke plannen moeten alle waterhuishoudkundige doelstellingen binnen het wijzigingsgebied expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Vroegtijdig overleg en afstemming met de waterbeheerders is daarom van groot belang. Voor de weging van het waterbelang wordt verwezen naar paragraaf 6.2.
3.1.2.3 Luchtkwaliteit Het Bkl geeft in hoofdstuk 5 (paragraaf 5.1) instructieregels om de luchtkwaliteit te beschermen. De gemeente moet voor een aantal activiteiten de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in acht nemen. Behalve als een activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. De gemeente moet de luchtkwaliteit vooral toetsen binnen aangewezen aandachtsgebieden. De gemeente gaat na of toe te laten activiteiten gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit binnen een aandachtsgebied. De gemeente doet dit voor activiteiten (artikel 5.51 Bkl): die gevolgen hebben voor het gebruik van wegen, water en spoor (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Relatie met het omgevingsplan Voor het onderzoek luchtkwaliteit wordt verwezen naar paragraaf 6.7.
22
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
3.1.2.4 Geluid Het Bkl beoogt de burger te beschermen tegen hoge geluidbelastingen. In het Bkl zijn instructieregels opgenomen omtrent geluid als gevolg van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Voor geluid op bedrijventerreinen bepaalt de gemeente in haar omgevingsplan zelf het beschermingsniveau, op basis van de instructieregels uit het Bkl. Er is in het Bkl wel een standaardwaarde voor bedrijventerreinen opgenomen (artikel 5.65 Bkl). Als een omgevingsplan een activiteit toelaat op een in het omgevingsplan aangewezen bedrijventerrein, kan het omgevingsplan, voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van geluid en het maximaal geluidniveau LAmax door die activiteit op geluidgevoelige gebouwen op dat bedrijventerrein als waarden de standaardwaarden verhoogd met 5 dB(A), bevatten. Relatie met het voorliggend plan In deze wijziging van het omgevingsplan gaat het om het mogelijk maken van de uitbreiding van een bedrijventerrein. In dit kader is een geluidsonderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (zie paragraaf 6.6). Op basis van de handreiking 'Activiteiten en milieuzonering' (oktober 2024) zijn in de regeling regels opgenomen voor de gebruiksruimte geluid op het bedrijventerrein. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf Milieuzonering.
3.1.2.5 Zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand (Ladder voor duurzame verstedelijking) In het Bkl is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van de nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand (artikel 5.129g). Hierbij wordt gebruikgemaakt van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Relatie met het omgevingsplan In paragraaf 5.5 is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen.
3.1.2.6 Toegankelijkheid openbare ruimte Paragraaf 5.1.8 van dit besluit bepaalt dat voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte in dat plan rekening gehouden wordt met het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. In artikel 5.162 Bkl zijn instructieregels opgenomen over het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Dit artikel brengt tot uitdrukking dat gemeenten met inachtneming van, vaak al bestaand, beleid het belang van toegankelijkheid kan meewegen met het oog op een gelijkwaardige wijze van gebruikmaking van de openbare ruimte door een ieder. Zo kan bij regels in het omgevingsplan over de inrichting expliciet aandacht worden besteed aan de toegankelijkheid voor mensen in een rolstoel en mensen met bijvoorbeeld visuele beperkingen. Als maatregelen nodig zijn kunnen deze geborgd worden in de regels van het omgevingsplan. Door bij nieuwe ontwikkelingen vroegtijdig, dat wil zeggen bij inrichting en ontwerp, met toegankelijkheid van openbare ruimten rekening te houden, leidt deze instructieregel naar verwachting niet tot hogere kosten en bestuurslasten. De "Integrale toegankelijkheidsstandaard" (ITS) wordt hierbij betrokken voor zover die gaat over de openbare buitenruimte.
In de ITS zijn algemene toegankelijkheidsrichtlijnen en normen omgewerkt naar bouwtechnische eisen die kunnen worden toegepast bij ontwerp en realisatie van integraal toegankelijke projecten. Het gaat er in de openbare buitenruimte, die heel divers is, niet om dat de ITS naar de letter wordt toegepast, maar dat deze behulpzaam is bij het maken van een afweging welke onderdelen van de openbare ruimte voor een ieder toegankelijk moeten zijn en tot welke regels dit in het omgevingsplan leidt. Daarnaast heeft bijvoorbeeld ook het kennisplatform CROW-richtlijnen voor integrale toegankelijkheid van de openbare buitenruimte.
23
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
Relatie met het omgevingsplan In de verdere uitwerking van het inrichtingsvoorstel van het bedrijventerrein wordt rekening gehouden met de toegankelijkheid van de buitenruimte en de bedrijven zelf voor rolstoelgebruikers en slechtzienden.
3.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
3.2.1
Provinciale omgevingsvisie
De Omgevingsvisie Limburg fungeert als de leidraad voor de opgestelde ambities van de provincie Limburg om de kwaliteiten van Limburg in de toekomst te versterken. De provincie streeft ernaar om Limburg zo toekomstbestendig mogelijk te ontwikkelen waarbij steeds de balans gezocht wordt tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie is vastgesteld op 1 oktober 2021 en bevat de belangrijkste ambities voor de periode 2021 tot 2030 en 2050. De Omgevingsvisie is opgedeeld in verschillende thema's, waarbij tevens ingegaan wordt op een gebiedsgericht onderdeel. Centraal binnen de Omgevingsvisie staan een drietal hoofdopgaven. 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving Ontwikkelingen op het gebied van demografie, klimaat, energie en economie hebben een grote impact op de samenleving. Uit prognosecijfers blijkt dat de samenstelling van de bevolking van Limburg verandert. Voor het jaar 2050 zal er een daling zijn ten opzichte van 2020 van ongeveer 45.000 - 115.000 inwoners. Deze ontwikkelingen hebben hun weerslag op de fysieke leefomgeving, zowel in landelijk als stedelijk gebied. In stedelijke gebieden heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid en de bereikbaarheid en/of toegankelijkheid van voorzieningen. 2.
Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie Limburg kent een economie waarbij innovatieve bedrijven en MKB goed gerepresenteerd zijn. Tot 2020 groeide het aantal banen in Limburg, waarbij de welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau toenamen. Echter is gebleken dat de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag is. De provincie Limburg wil de arbeidsparticipatiegraad verhogen, waarbij tevens ingezet wordt op het aantrekken van internationale werknemers. Op deze manier kunnen ontwikkelingen zoals digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten tegengaan. Daarnaast kan het harmoniseren van sociaal-economische spelregels, het verbeteren van (grensoverschrijdende) bereikbaarheid en de aansluiting op de (inter)nationale energiehoofdstructuur en/of digitale netwerken veel kansen bieden voor de provincie Limburg. Het is daarom uiterst belangrijk dat er geïnvesteerd wordt in infrastructuur en bereikbaarheid via de weg, het spoor, water, lucht, buis of digitaal. 3. Klimaatadaptatie en energietransitie Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Ook voor de provincie Limburg zal er in de komende jaren een grote verandering in de energievoorzieningen ontstaan.
Energiebesparing en het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie zal een grote impact hebben op de leefomgeving in Limburg. Limburgse principes Elke afweging die gemaakt wordt binnen de thema's wordt gedaan op basis van de Limburgse principes: 1. We streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving 2. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal 3. Meer stad, meer land
24
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
4. We gaan zorgvuldig om met onze ruimte en voorraden; boven- en ondergronds 5. Procesmatige uitgangspunten zoals gebiedsgericht en adaptief werken. Algemene zonering Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering. Ontwikkelingen dienen te passen binnen deze zonering. De algemene zonering van Limburg bestaat uit: 1. Landelijke gebieden: waaronder de groenblauwe mantel, het Natuurnetwerk Limburg (inclusief Natura 2000-gebieden) en het buitengebied. 2. Bebouwde gebieden: waaronder het stedelijk gebied, stedelijk centra, landelijke kernen en werklocaties. 3. Infrastructuren: waaronder (inter)nationale wegen, provinciale wegen, (inter)nationale spoorwegen en waterwegen, (lucht)haven en (inter)nationale leidingstroken. Economie In hoofdstuk 8 van de Omgevingsvisie zijn de opgave en ambities van de Provincie op het gebied van economie opgenomen. Limburg heeft te maken met mondiale opgaven en transities op het gebied van energie, duurzaamheid, voedsel, gezondheid en digitalisering. Deze transities hangen samen en wijzen in de richting van een circulaire economie. Deze opgave biedt kansen voor innovatie en groei van de Limburgse bedrijvigheid, het vraagt echter ook om een sterk adaptief vermogen van ondernemers en ondernemingen.
Vooral omdat de Limburgse economie met onder meer haar (maak-)industrie, agrofoodcomplex, logistiek, vrijetijdseconomie en zorg extra gevoelig is voor de grote technologische en digitale veranderingen. Bij een toekomstbestendige economische structuur hoort ook een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemers, werknemers en studenten. Een goede infrastructuur en bereikbaarheid – zowel via weg, spoor, water, lucht en buis als digitaal – is hiervoor essentieel. Naast de campussen zijn grote economische dragers zoals, Maastricht-Aachen Airport, Chemelot Industrial Park, Greenport Venlo, de centra van de grote steden, maar ook de mogelijke vestiging van de Einstein Telescoop in Zuid-Limburg van belang voor de economische structuur en werkgelegenheid in Limburg. Ook de vrijetijdseconomie vormt een belangrijke economische pijler in Limburg. Voor een florerende vrijetijdseconomie zijn de kwaliteit van landschap en natuur, aantrekkelijke steden en een goede bereikbaarheid van belang. Voor de economische ontwikkeling van Limburg blijft versterking van de regionale economische structuur binnen een excellent vestigingsklimaat het uitgangspunt. De ruimtelijke mogelijkheden zijn rand voorwaardelijk voor deze ambitie.
Limburg werkt aan een circulaire economie waarin energie, grondstoffen, materialen en componenten zo lang mogelijk en weloverwogen van waarde blijven voor productie en consumptie. Daarbij is het belangrijk om spaarzaam om te gaan met natuurlijke en vaak eindige grondstofbronnen. Werklocaties In hoofdstuk 9 van de Omgevingsvisie zijn de opgave en ambities van de Provincie op het gebied van werklocaties opgenomen. Voor de vestiging of uitbreiding van bedrijven is geschikte huisvesting en ruimte noodzakelijk. Dat kan in Limburg een probleem zijn. Soms is er onvoldoende beschikbare ruimte, of voldoet hij niet aan de eisen van de gebruikers. Die eisen kunnen bovendien in de toekomst veranderen door digitalisering, verduurzaming, globalisering of robotisering van bedrijfsprocessen. In Noord-Limburg ontstaat druk op grootschalige kavels die met name gebruikt worden door logistieke bedrijven. Dit vraagt om het maken van keuzes. Het is de ambitie om ook in de toekomst te beschikken over genoeg werklocaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven: bedrijventerreinen, kantoorlocaties en winkelgebieden. Samen met gemeenten en/of eigenaren werkt de Provincie de komende jaren toe naar
25
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
werklocaties die zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht aan de maat zijn. Daarbij dient zo efficiënt mogelijk te worden omgaan met het ruimtebeslag. Relatie met het omgevingsplan De voorgenomen ontwikkeling heeft voornamelijk een raakvlak met de tweede hoofdopgave, een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ruimte gecreëerd voor lokale en regionaal gebonden bedrijven. Bij de ontwikkeling wordt rekening gehouden met de Limburgse principes. Zo wordt bij de inrichting van het bedrijventerrein rekening gehouden met een inclusieve, gezonde en veilige samenleving, door gezondheidsoverlast op gebied van geluid en luchtkwaliteit zo veel als mogelijk te voorkomen, rekening te houden met omgevingsveiligheid en door de openbare ruimte zo in te richten dat een aantrekkelijk gebied ontstaat. Daarnaast wordt gekozen voor een goede landschappelijke inpassing die recht doet aan de kenmerken en identiteit van het gebied. De ontwikkeling sluit ook aan bij het principe 'meer stad, meer land' omdat de bedrijfslocaties worden ontwikkeld direct grenzend aan het bestaande bedrijventerrein in plaats van op een nieuwe locatie in het buitengebied.
Tevens wordt ook rekening gehouden met een openbare ruimte die klimaatadaptief is en bijdraagt aan de verduurzaming en biodiversiteit, door het toevoegen van kwalitatief en divers groen en voorzieningen voor waterberging. De voorgenomen ontwikkeling past ook binnen de ambities op het gebied van economie en werklocaties. Hiermee sluit de voorgenomen ontwikkeling aan op de Omgevingsvisie van Limburg.
3.2.2
Omgevingsverordening
In de Omgevingsverordening Limburg staan de provinciale regels op het gebied van milieu, provinciale wegen, (grond-)water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Provinciale Staten hebben deze nieuwe Omgevingsverordening Limburg vastgesteld in de vergadering van 17 december 2021 en gewijzigd op 16 december 2022. De Omgevingsverordening Limburg bevat twee soorten regels: instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap. Dit zijn opdrachten aan de gemeenten en het waterschap die de gemeenten moeten verwerken in het gemeentelijke bestemmingsplan (Omgevingsplan) en het waterschap moet verwerken in de waterschapsverordening. Pas na het verwerken van de provinciale instructieregels in het gemeentelijke bestemmingsplan, of in de waterschapsverordening krijgen deze regels effect op activiteiten van inwoners en bedrijven; regels voor activiteiten die voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen. Met de Omgevingsverordening Limburg wordt beoogd om de doorwerking van het provinciaal beleid naar gemeenten en andere partners te borgen. De instructies die in de omgevingsverordening staan, moeten door de gemeenten in acht worden genomen bij het opstellen (of wijzigen) van het omgevingsplan. In de volgende paragrafen zijn de van toepassing zijnde instructieregels opgenomen.
3.2.2.1 Instructieregel Klimaatadaptatie In artikel 3.5 is de Instructieregel Klimaatadaptatie opgenomen. Deze instructieregel bepaalt dat de motivering bij een omgevingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de risico’s wateroverlast, overstroming en droogte betrokken. Bij de beschrijving wordt gebruik gemaakt van de informatie van gemeentelijke, regionale en landelijke stresstest- en overstromingskaarten. Relatie met het voorliggend plan
26
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord (vastgesteld)
In paragraaf 6.3 van deze motivering is de beschrijving van het aspect klimaatadaptatie opgenomen.
3.2.2.2 Instructieregel Groenblauwe mantel In artikel 7.6 is de Instructieregel Groenblauwe mantel opgenomen. Deze instructieregel bepaalt dat de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op een gebied in de groenblauwe mantel een beschrijving bevat van: a. de in het wijzigingsgebied aanwezige kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel; b. de waarde van het wijzigingsgebied als ecologische verbinding tussen gebieden gelegen binnen het Natuurnetwerk Limburg in het bijzonder met het oog op de impact voor de in het aanwijzingsbesluit aangewezen habitattypen en soorten in de Natura 2000-gebieden (inclusief Natura 2000-gebieden ondergrondse kalksteengroeven) en overige bedreigde soorten die er hun leefgebied hebben; c. de waarde van het wijzigingsgebied met het oog op de instandhouding van de natuurdoeltypen in de aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg; d. de waarde van het wijzigingsgebied voor het bieden van ruimte voor water en als waterberging in laagten en beekdalen e. de wijze waarop rekening is gehouden met de waarden onder a tot en met d; f. hoe op gebiedsniveau per saldo geen kwaliteitsverlies plaatsvindt van de waarden onder a t/m d. g. hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd.