CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Naslagwerk Gebiedsplan Ooijen-Wanssum april 2010

Gemeenteraad 27 juni 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Onttrekking van een deel van de Nieuwlandsestraat te Geijsteren aan de openbaarheid.33.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

75

Oplossing b blijkt overigens veelal duurder te zijn dan optie a. Welk type oplossing wordt gekozen hangt vooral af van het belang van de weg, zowel onder normale omstandigheden als bij hoogwater wanneer bewoners van het gebied geëvacueerd moeten worden. Evacuatie tijdens hoogwater

Bij hoogwater op de Maas en een volledig watervoerende Oude Maasarm zijn de volgende evacuatieroutes aan de orde (zie ook figuur 20): • Blitterswijck en het deel van Wanssum ten oosten van de haven Wanssum kan worden bereikt over de N270, via de Koninginnebrug over de Maas en via de nieuwe rondweg. In combinatie met de uitvoering van de sluitstukkades wordt binnen het plangebied een 1:250 beschermingsniveau gerealiseerd. • Broekhuizenvorst, Meerlo en het deel van Wanssum ten westen van de haven hebben vaste verbindingen naar het westen en zuiden. • Het gebied tussen Ooijen en de uitstroom bij Blitterswijck komt tijdens hoogwater geïsoleerd te liggen tussen de Oude Maasarm en de rivier. Het grootste deel van de Ooijense en Blitterswijckse weg ligt al zo hoog dat deze bij hoogwater niet zal overstromen. Over de instroom bij Ooijen wordt een hoogwatervrije brug aangelegd. De evacuatie tijdens hoogwater met de bijbehorende routes zal verder moeten worden uitgewerkt in gemeentelijke evacuatieplannen.

76

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

13 1

13 3

13 4

13 2

In Wanssum komt een nieuwe rondweg met hoogwatervrije brug over de haven. De Brugstraat wordt daarmee aanzienlijk ontlast van verkeer en krijgt alleen een lokale functie. Fietsers en voetgangers kunnen geen gebruik maken van de nieuwe rondweg. Daarom wordt in de kern van Wanssum op de plaats van de huidige brug een oeververbinding over de Oude Maasarm aangelegd. Voorstel is om deze brug eenbaans te maken en te bestemmen voor fietsers, voetgangers en langzaam verkeer. Zo wordt sluipverkeer door de kern ontmoedigd. Verder kan deze brug worden gebruikt ten behoeve van openbaar vervoer (bus) en in noodgevallen door hulpdiensten.

13 0

12 8

9 12

12 6

Ho rst Ven aa ra nd y eM a

as

12 7

De wegkruisingen bij Moleneind en Blitterswijck liggen verhoogd ten opzichte van de bedding van de Oude Maasarm en vormen een obstakel voor de doorstroming. Op welke wijze deze wegpassages moeten worden vormgegeven, vergt nog nadere bestudering. Hiervoor zijn gedetailleerdere, rivierkundige berekeningen bij lage afvoeren nodig.

5 12

124

12 3

12 2

Legenda

Evacuatierichting VerbindingEvacuatierichting Rondweg Wanssum (indicatief tracé) Verbinding BegrenzingRondweg plangebiedWanssum (indicatief tracé)

Begrenzing plangebied Figuur 19: Evacuatieroutes plangebied

77

Overige verbindingen

N

1 km.

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

0

0,5

1

km

¯

5.3 Hoogwatergeul en weerdverlaging Ooijen Doel: • Realiseren van duurzame waterstanddaling • Ontwikkelen van natuur en landschap • Ruimte voor nieuwe ontwikkelingen Koppeling met andere maatregelen: • Reactivering Oude Maasarm • Hoogwatergeul en weerdverlaging Wanssum • Ontwikkeling natuur en landschap • Wonen buitengebied Beschrijving van de maatregel: De maatregelen bij Ooijen liggen op de westelijke oever van de Maas, ter hoogte van het buurtschap Ooijen (ter hoogte van rivierkilometer 122,8 en 126,0). De omvang van de totale ingreep bij Ooijen bedraagt circa 60 ha en bestaat uit twee delen: het aanleggen van een hoogwatergeul en weerdverlaging. De hoogwatergeul is eenzijdig, benedenstrooms aan de rivier aangetakt en gaat alleen bij hoge afvoeren meestromen. De hoogwatergeul heeft een lengte van ca. 1500 m, een breedte van ca 150 m en wordt tot ca 6 m ontgraven. De omringende weerdverlaging bestaat uit een verlaging van het maaiveld met 2 à 3 m. De oevers van de geul worden flauw afgewerkt. De bovenstroomse begrenzing

78

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

12 6

van de geul en de aangrenzende verlaagde weerden worden zodanig ontworpen dat de hoogwatergeul bij bepaalde (hoge) afvoeren gaat meestromen. Zo wordt bereikt dat tijdens een hoogwater de waterstanden op de rivier lager worden. De hoogwatergeul wordt aangelegd in de binnenbocht van de rivier, omdat dan de effectiviteit voor de hoogwaterbescherming het hoogst is. De weerdverlaging die de geul omzoomt, volgt zoveel mogelijk het van nature langs de Maas aanwezige reliëf. In de geul is het grootste deel van het jaar sprake van een nagenoeg stagnant watermilieu. Het landschapsbeeld van de geul wordt gedomineerd door een wateroppervlak dat wordt omzoomd door moerassige struwelen (zachthoutooibos) en ruigten, afgewisseld met wat meer grazige vegetaties.

79

N

0,5 km.

5 12

Ooijen

Met de hoogwatergeul en weerdverlaging wordt ruimte aan de rivier geboden op een plek waar dat hard nodig is. Door de aanleg van de kade langs de Ooijenseweg in combinatie met de natuurlijke hoge oevers op de oostelijke Maasoevers stuwt het water ter hoogte van Arcen en Broekhuizen sterk op. De hoogwatergeul Ooijen lost dit probleem deels op en leidt tot een aantrekkelijk landschap op deze locatie.

Zeelberg

124

Met de aanleg van de hoogwatergeul en weerdverlaging komt een forse hoeveelheid zand en grind vrij. Een deel hiervan is mogelijk vermarktbaar.

Broekhuizenvorst

Legenda Hoogwatergeul Ooijen Begrenzing plangebied

Hoogwatergeul Ooijen

Figuur 20: Hoogwatergeul Ooijenplangebied Begrenzing

12 3

0

0,25

¯

0,5 km

80

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

81

5.4 Hoogwatergeul en weerdverlaging Wanssum

N

0,5 km.

133

132

Koppeling met andere projectonderdelen: • Reactivering Oude Maasarm • Hoogwatergeul Ooijen en weerdverlaging • Realisatie nieuwe natuur • Wonen buitengebied

131

Doel: • Realiseren van duurzame waterstanddaling • Ontwikkelen van natuur en landschap • Ruimte voor nieuwe ontwikkelingen

Beschrijving van de maatregel: Op de linkeroever van de Maas, ten noordoosten van Wanssum bij rivierkilometer 129,2 en 133,1 is de hoogwatergeul Wanssum gesitueerd. Door afgraving van de uiterwaard wordt bereikt dat tijdens een hoogwater de waterstanden op de rivier lager worden. De ingrepen vinden plaats in de binnenbocht van de rivier, omdat de effectiviteit voor de hoogwaterbescherming dan het hoogst is. Het ruimtebeslag van de ingreep bedraagt circa 120 ha. In eerdere plannen (o.a. Zandmaas II) was sprake was van een brede, relatief diepe hoogwatergeul met omliggende weerdverlaging. Binnen de Gebiedsontwikkeling wordt, binnen de randvoorwaarde van voldoende waterstanddaling, gekozen voor een meer natuurlijke invulling waarbij gebruik wordt gemaakt van de aanwezige grondwaterkwel. Op deze manier sluit de maatregel beter aan op de natuurlijke omgeving en zal het terrein naar verwachting rivierkundig beter te beheren zijn. Belangrijke aandachtspunten bij de aanleg van de hoogwatergeul Wanssum zijn: 1. De ligging van de camping de Kooij met het aangrenzende restaurant. 2. De ligging van particuliere percelen ten behoeve van de watersport en detoe-

voerweg naar deze percelen. 3. De ligging van een woning aan de rand van de toekomstige hoogwatergeul. 4. De Koninginnebrug over de Maas. Door de afgraving zijn aanpassingen aan de fundering van de brugpijlers nodig.

130

12

Blitterswijck

Helling

Legenda Zoekgebied hoogwatergeul Wanssum BegrenzingZoekgebied plangebied hoogwatergeul Wanssum

0

0,25

0,5 km

¯

Begrenzing plangebied Figuur 21: Hoogwatergeul Wanssum

In hoeverre en hoe bovenstaande belangen te verenigen zijn met de benodigde maatregelen in deze rivierbocht zal nader onderzocht en in overleg met de belanghebbenden bepaald moeten worden. Daarom wordt in dit gebiedsplan nog geen gedetailleerde uitwerking van de maatregelen gepresenteerd, maar wordt volstaan met het aangeven van een ruim zoekgebied, waarbinnen de noodzakelijke maatregelen gerealiseerd moeten worden.

9

82

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

5.5 Ontwikkeling van natuur en landschap Oude Maasarm Doel: • Ontwikkelen van natuur en landschap • Ruimte voor toekomstige ontwikkelingen Koppeling met andere projectonderdelen: • Aanleg hoogwatergeulen en reactivering Oude Maasarm • Wonen buitengebied Beschrijving van de maatregel: Met de realisatie van nieuwe natuur als onderdeel van de EHS wordt aangesloten bij de bestaande natuur- en landschapswaarden en wordt een samenhangende verbinding gerealiseerd van bestaande en nieuwe natuurkernen. Het gebied vormt een aaneengesloten natuurgebied, dat vrij toegankelijk is voor bezoekers. Een belangrijke voorwaarde voor nieuwe natuur is de verlaging van het maaiveld bij de in- en uitstroomopeningen van de Oude Maasarm. Deze verlaging is bepalend voor de instroomfrequentie. De instroom van de Maas (noordkant langs Blitterswijck), de Groote Molenbeek (westkant via Peschbemden) en kwel hebben een bepalende invloed op het opstuwen en inunderen van het gebied en hiermee op de huidige natuurwaarden en de nieuwe natuur die hier ontstaat. In grote delen van het plangebied zijn de natuurlijke omstandigheden en natuurlijke processen leidend voor de natuur(doel)typen die ontstaan. Sommige delen van het plangebied vragen om rivierkundige redenen een intensiever beheer.

Hier zal, zonder afbreuk te doen aan het karakter en de eenheid van het aaneengesloten natuurgebied, moeten worden voorkomen dat de vastgestelde rivierkundige doelen niet worden gehaald. Binnen deze marges is spontane natuurontwikkeling toegestaan. Vanwege doorstroming slingert door de hele Oude Maasarm een grotendeels bosvrije, natuurlijk ingepaste, stroombaan, waarvan de breedte minimaal 50 tot meer dan 100 meter kan zijn (De Mars / Royal Haskoning 2009). Deze stroombaan ligt laag in het terrein en volgt min of meer een oude stroomgeul. Enkele oude broekboskernen (nat hardhoutooibos) vormen als het ware riviereilanden of bezetten de kwelrijke dalflanken. Op de meer stroomluwe delen komen ook droge hardhoutooibosvegetaties voor. Het instroomgebied bij Broekhuizenvorst-Belsberg wordt na afgraving eveneens intensiever beheerd. Onder verantwoordelijkheid van de provincie wordt dit in een gedetailleerd plan uitgewerkt. Hiervoor is het handboek ‘kwaliteitsprincipes

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

83

uiterwaardinrichting’ van het ministerie van LNV richtinggevend. Dit handboek vormt een belangrijke leidraad voor de ingrepen, inrichting en beheer van de nieuwe natuur in het plangebied. In dit handboek zijn de onderzoeksresultaten van ‘Maas in Beeld’ verwerkt. Het gaat hier dan bijvoorbeeld om het niet bemesten van het gebied . Na afgraving blijven hier gevarieerde bodemcondities achter die schraal tot hooguit matig voedselrijk zijn. Dit biedt goede kansen voor een gevarieerde flora, ondanks het intensieve beheer. Het intensieve graas- en maaibeheer moet de vegetatie kort (en schraal) houden (1-2 x per jaar maaien, al of niet met begrazing). Het belangrijkste natuurdoel is droog natuurlijk (bloemrijk) grasland. Dit bestaat uit een mozaïek van stroomdalgrasland, glanshaverhooiland en kamgrasweide. Dat neemt niet weg dat er ook nattere plekken kunnen zijn (overstromingsweide). In de uitstroomgeul ter hoogte van Blitterswijck is sprake van een vergelijkbare situatie. Ook dit wordt intensief beheerd om de doorstroming te garanderen. Ook de geul tussen Meerlo en Wanssum (Groote Molenbeekdal) moet om dezelfde redenen vrij intensief worden beheerd.

Met dit verschil dat de condities hier van nature natter zijn, zodat hier vochtige tot natte bloemrijke graslanden (natte kamgrasweide, dotterbloemhooiland, overstromingsweide), nabij Meerlo, ook wel grote zeggenmoeras tot ontwikkeling kan komen. De overige delen van de Oude Maasarm, liggen verder van de bewoningskernen af en kennen wat betreft de stroombaan daardoor een meer extensief beheer (1x / 2-3 jaar maaien, al of niet met begrazing). Nat grasland, in het bijzonder Dotterbloem(kwel)grasland, maar ook Grote zeggenmoerassen komen hier volop voor, maar bieden doorgaans een wat ruigere aanblik dan in de nabijheid van de dichter bewoonde gebieden. In deze delen staat het grondwater in bepaalde perioden vaak geruime tijd boven maaiveld (o.a. Linkstraat). Plaatselijk kunnen zelfs kwelmoerassen aanwezig zijn. De nieuwe natuur leidt tot nieuw habitat voor veel uiteenlopende soorten en biedt leef- en foerageergebied aan veel (grondgebonden) zoogdieren, waaronder de das, waterspitsmuis en vleermuissoorten als watervleermuis en gewone dwergvleermuis.

84

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

85

E E0,5 km.

5.6 Aanleg noordelijke rondweg Wanssum Doel: • Het reduceren van het doorgaande verkeer door de kern van Wanssum zodat de verkeersveiligheid en de leefbaarheid in Wanssum toenemen • Zorgen voor een goede ontsluiting van het industrieterrein (met uitbreiding) en de haven te Wanssum

N

E E E E

Koppeling met andere planonderdelen: • Reactivering Oude Maasarm Beschrijving van de maatregel: De rondweg wordt ten noorden van Wanssum aangelegd en moet voldoende capaciteit hebben om de toekomstige verkeersintensiteiten (2020) op te kunnen vangen. Hierbij is rekening gehouden met de ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van en in de kern van Wanssum.

E E

Wanssum

Tracé

De rondweg wordt ten noorden van Wanssum aangelegd en splitst zich vanaf landgoed Geijsteren naar het noorden af, kruist de haven en buigt net voor de oprit van de Koninginnebrug weer naar het huidige tracé. In verband met de aanwezige industrie is er maar één punt waar de rondweg de haven kan kruisen en dat is ter plaatse van de Busserhofweg; dit vormt dan ook een vast punt in het ontwerp. Aan de westkant vormt de bestaande natuur op landgoed Geijsteren, onderdeel van de EHS, een randvoorwaarde en aan de oostkant de Koninginnebrug. Rekening houdend met deze vaste punten en de geldende ontwerpnormen wordt een tracé voor de rondweg bepaald.

Helling

Legenda

Rondweg Wanssum (indicatief tracé) Rondweg Wanssum (indicatief tracé) Figuur 22: Nieuwe rondwegtracé (indicatief)

0

250

500 m

¯

86

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

Aansluitingen

De kern van Wanssum is via een aantal rotondes en kruispunten vanaf de noordelijke rondweg ontsloten. Van west naar oost gaat het om de volgende aansluitingen: • A an de westkant is sprake van een zogenaamde “inprikker” (t-aansluiting) het dorp in voor lokaal verkeer. • De Lange Ven wordt middels een t-aansluiting op de rondweg aangesloten. • De Meerlose Baan (richting Geijsteren en golfclub) wordt middels een t-aansluiting op de rondweg aangesloten. • De haven en industrieterrein Wanssum zijn bereikbaar via een rotonde, met ontsluiting naar één zijde, ter hoogte van de Gouverneur Houbenstraat. Deze rotonde heeft alleen een afslag richting het noorden (industrieterrein en Geijsteren). • Ter hoogte van de Geijsterseweg wordt een halve rotonde aangelegd ten behoeve van het lokale verkeer richting dorpskern. Deze rotonde heeft geen afslag richting industrieterrein. • Ter hoogte van de Stayerhofweg wordt een rotonde aangelegd waarmee het oostelijke deel van Wanssum, zowel het dorp als industrieterrein, op de rondweg wordt aangesloten. Ook het verkeer van en naar Blitterswijck en Meerlo zal deze rotonde gebruiken om op de rondweg te komen. • Het gebied ten noorden van de rondweg in de omgeving van het Kamillepad wordt door een aparte t-aansluiting met middenberm op de rondweg aangesloten. Vanaf de oostelijke zijde is geen inprikker het dorp in.

Het verkeer afkomstig vanaf de oostzijde van de Maas met bestemming Wanssum volgt de rondweg en de neemt de rotonde bij de Stayerhofweg. Op de overige punten waar de rondweg bestaande infrastructuur kruist of raakt worden voor het normale verkeer geen aansluitingen op de rondweg gerealiseerd. Weginrichting

Voor de inrichting van de rondweg zijn de volgende ontwerpprincipes gehanteerd: • De rondweg vormt een verbinding voor auto- en vrachtverkeer. Er wordt langs de rondweg geen fietspad en wandelpad aangelegd. (Brom)fietsers en voetgangers kunnen gebruik blijven maken van de huidige weg door het centrum van Wanssum, evenals het openbaar vervoer. • De nieuwe rondweg krijgt de functie gebiedsontsluitingsweg. De maximum

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

87

toegestane snelheid van de rondweg is 80 km/uur met een ontwerpsnelheid van 90 km/uur. De weg ligt buiten de bebouwde kom. Erfaansluitingen worden niet rechtstreeks aangesloten op de rondweg. • De rondweg wordt ingericht conform de richtlijnen van Duurzaam Veilig en de provinciale ontwerpeisen conform het Handboek Wegontwerp. Het profiel van de rondweg bestaat uit 2x1 rijstrook, waarbij een vrachtwagen met een lengte van 22,00 m maatgevend is. • De rondweg kruist de watergang van de industriehaven met een vaste brug. Deze brug moet op voldoende hoogte liggen om ook een toekomstige klimaatgolf door te kunnen laten. • De rondweg wordt binnen het stroomvoerend en bergend winterbed van de Maas op maaiveldniveau aangelegd. • Langs de rondweg wordt een nieuwe locatie aangewezen voor een tankstation, ter vervanging van het tankstation in Wanssum, dat verwijderd moet worden ten behoeve van de reactivering van de Oude Maasarm. Bij de nadere uitwerking van de rondweg wordt speciale aandacht geschonken aan de ontsluiting van de bedrijven die direct langs de nieuwe rondweg komen te liggen. Deze bedrijven worden niet rechtstreeks op de rondweg aangesloten omdat dit niet past binnen de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Echter de ontsluiting en de bereikbaarheid van de bedrijven wordt gewaarborgd. Fietsvoorzieningen/landbouwverkeer

Om te voorkomen dat fietsroutes te veel wordt onderbroken door de rondweg, worden in ieder geval op de volgende locaties speciale voorzieningen voor fietsen landbouwverkeer getroffen: • Agrarisch verkeer zal worden toegestaan op de rondweg en op het bestaande wegtracé door Wanssum. • de t-aansluiting bij de Lange Ven wordt vormgegeven met middeneilanden om een veilige fietsoversteek mogelijk te maken; • ter hoogte van de Meerlosebaan wordt een volledige fietsoversteek met middengeleider aangelegd, die tevens geschikt is voor overstekend landbouwverkeer. Overig verkeer kan hier niet oversteken (landbouwsluis); • ook ter hoogte van het Kamillepad wordt een volledige fietsoversteek met middengeleider, die tevens geschikt is voor overstekend landbouwverkeer, gerealiseerd. In het vervolgtraject zal in meer detail worden onderzocht welke aanpassingen er nog meer noodzakelijk zijn om goede, veilige fietsverbindingen te verkrijgen.

88

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

89

E E0,5 km.

5.7 Herstructurering kern Wanssum Doel: • Vergroten van de leefbaarheid in Wanssum • Ruimte voor nieuwe ontwikkelingen

E E E E

Koppeling met andere planonderdelen: • Reactivering Oude Maasarm Beschrijving van de maatregel: Om de leefbaarheid van het dorp te verbeteren en meer ruimtelijke samenhang van de kern Wanssum te realiseren, is het noodzakelijk een samenhangend pakket aan maatregelen te ontwikkelen. De realisatie van woningbouw, de afwaardering van de doorgaande weg en een locatie aan de noordelijke rondweg voor het midden- en kleinbedrijf moeten leiden tot ruimtelijke samenhangende structuur, waarvoor in het Masterplan ‘Het Nieuwe Wanssum’ de voorzet is gegeven. 5.7.1

N

E E

Wanssum

Woningbouw en centrumontwikkeling Wanssum In Wanssum doen zich twee concrete locaties voor woningbouw voor: het gebied rondom de jachthaven en ter plaatse van de sportvelden. Binnen de gemeente is discussie over het nut en de noodzaak van het uitplaatsen van de sportvelden op de Broekberg. Als deze sportvelden worden verplaatst kan op termijn op deze plaats woningbouw worden gerealiseerd. Locatie jachthaven

Langs de jachthaven worden in tegenstelling tot eerdere plannen geen appartementen gerealiseerd; hier is lokaal/regionaal geen markt voor. Als er na de reactivering en verhoging van kades voldoende ruimte overblijft, kan mogelijk een aantal stadswoningen aan de oostkant van de jachthaven worden gerealiseerd, die met hun terras op de jachthaven zijn georiënteerd. Hierdoor ontstaat de kans om een stedenbouwkundige eenheid te realiseren tussen de jachthaven en het dal van de Groote Molenbeek. Daarnaast kan met de ontwikkeling van de jachthaven ook de ruimtelijke relatie tussen het westelijke en oostelijk deel van Wanssum worden verbeterd. Door de centrale ligging kan hier het nieuwe hart van Wanssum ontstaan. Hierbij moet ook aandacht uitgaan naar een goede verbinding tussen de haven en het dorpsplein met kerk en gemeenschapshuis. Op een hoger schaalniveau moet ook worden nagedacht over een goede verbinding van de Oude Maasarm via de jachthaven naar landgoed Geijsteren.

Helling

Legenda

Potentiële woningbouwlocaties Wanssum

Nieuwbouw Wanssum Figuur 23: Woningbouw Wanssum

0

250

500 m

¯

90

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

De nieuwe kades moeten een aantrekkelijk wandel- en verblijfsgebied worden voor voetgangers. Aan de zuidzijde blijft het oude gemeentehuis behouden, waarbij de openbare ruimte rondom wordt opgewaardeerd. Daarnaast is het zaak om zorg te dragen voor een bijzonder aantrekkelijk woonmilieu, gebruikmakend van de aanwezige hoogteverschillen en de kwaliteit van de ligging aan het water, en zoveel mogelijk de combinatie te zoeken met andere functies, zoals lichte horeca, om het gebied levendig te houden. Belangrijk aandachtspunt voor woningbouwontwikkeling is de milieuhinder van de bedrijven op het haven- en industrieterrein. Mogelijk dat dit nog beperkingen oplegt aan het aantal en/of type woningen. Dit aspect moet dan ook vroegtijdig nader worden onderzocht. Gezien de geringe woningbehoefte is het daarnaast interessant om te onderzoeken of het mogelijk is om recreatiewoningen te ontwikkelen. Gezien de combinatie met de jachthaven en versterking van de horeca liggen hier mogelijk kansen.

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

91

Locatie sportvelden

De gemeente onderzoekt momenteel de mogelijkheden voor verplaatsing van de sportvelden. Binnen de gebiedsontwikkeling wordt er vanuit gegaan dat deze locatie beschikbaar komt voor woningbouw. Voor de lokale behoefte kan worden volstaan met de ontwikkeling van woningbouw op het westelijk gedeelte van de sportvelden (westelijk van de Sportlaan), te beginnen met bebouwing op het voetbalveld langs de Beemdweg. Langs de Beemdweg wordt hiermee het straatbeeld aan de westzijde afgerond met woningen. Hier kan een beperkt aantal vrijstaande en twee-onder-een-kap-woningen worden gerealiseerd. De nieuwe woningen maken hierbij gebruik van de bestaande hoogteverschillen op het terrein. Ook de bestaande bomenstructuur op de sportvelden wordt zo veel mogelijk behouden en ingepast. In een eerste fase (2015-2020) kan gedacht worden aan de ontwikkeling ca. 20-25 grondgebonden woningen. Dit zijn bij voorkeur grondgebonden nultredewoningen omdat hieraan het meest behoefte is. Het oostelijk deel van de sportvelden kan mogelijk worden benut voor woningbouw voor de bovenregionale markt, in de vorm van bijzondere dijkwoningen in de dure sector. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 5.8 Woningbouw in het buitengebied. Locatie midden- en kleinbedrijf aan huidige doorgaande weg

Tussen de huidige weg, de nieuwe weg en de haven ontstaat ruimte voor een bundeling van kleinschalige bedrijvigheid en winkelfuncties. Hiermee krijgt Wanssum een duidelijk centrum en wordt de samenhang in het dorp bevorderd zonder dat de winkels en bedrijven de economische voordelen van het doorgaande verkeer hoeven te missen. In de figuren 23 en 25 zijn de nieuwe woningbouw- en zoeklocaties aangegeven, evenals de centrumfuncties en de uitbreiding van het bedrijventerrein.

Figuur 24: Luchtfoto Wanssum (Keesjan van den Herik)

Naast het oude tracé is bij de nadere uitwerking ook speciale aandacht nodig voor een aantal wegen binnen de kern van Wanssum die vanwege de aanleg van de rondweg juist te maken krijgen met een toename van verkeer, zoals de Stayerhofweg. 5.7.3

Uitbreiding bedrijventerrein / haven

133

k k k k Wanssum Wanssum

Helling Helling

Uitbreiding van het bedrijventerrein vindt plaats aan de noordwestzijde van Wanssum, aansluitend aan het bestaande haven- en bedrijventerrein. Hiervoor wordt de Geijsterseweg gedeeltelijk verlegd. Uitbreiding van het bedrijventerrein is mogelijk met bedrijven die (op basis van de Waterwet) riviergebonden zijn. Ontsluiting van het bedrijventerrein wordt gerealiseerd door aanleg van de noordelijke rondweg. Uitbreiding van de haven is voorzien in het verlengde van de huidige terminal op de westelijke oever. De uitbreiding van het bedrijventerrein moet van het buitengebied (landgoed Geijsteren) worden gescheiden door een stevige groene buffer. De aanleg van het bedrijventerrein in het waterbergend winterbed is toegestaan conform de beleidslijn Ruimte voor de Rivier, mits alle activiteiten op dit bedrijventerrein als riviergebonden aangemerkt kunnen worden. Naast nieuwvestiging is sprake van verplaatsing en uitbreiding van een aantal bestaande

N

0,5 km.

132

• gemotoriseerd en (brom)fietsverkeer worden niet meer gescheiden door fietsstroken; • k ruispunten worden gelijkwaardig; • profielversmalling van de huidige rijbaan; • verwijderen van asverspringingen en middeneilanden; • aanbrengen van een andere wegverharding, bijvoorbeeld klinkers in plaats van asfalt; • verwijderen rotonde Brugstraat/Stayerhof weg/Blitterswijckseweg.

bedrijven op het bedrijventerrein. Verplaatsing is noodzakelijk om de nieuwe noordelijke rondweg/brug over de haven te realiseren.

113322

De huidige weg door de bebouwde kom verliest met de aanleg van de noordelijke rondweg haar doorgaande functie, waardoor het gebruik door gemotoriseerd verkeer sterk vermindert. Dit biedt een kans om een kwaliteitsimpuls te geven aan het huidige tracé en de omgeving. Ook is afwaardering nodig om sluipverkeer door het dorp te ontmoedigen. De weg wordt daarom teruggeschaald van gebiedsontsluitingsweg naar erftoegangsweg. De inrichting van de bestaande weg moet worden aangepast aan deze nieuwe functie. Gedacht kan worden aan de volgende maatregelen:

93

113333

Herinrichting bestaande weg

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

13 4

5.7.2

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

1133 44

92

Legenda Legenda Legenda Uitbreiding haven (zoekgebied) k Uitbreiding haven (zoekgebied) Uitbreiding haven (zoekgebied) k industrieterrein (zoekgebied) Uitbreiding industrieterrein (zoekgebied) k haven (zoekgebied) k Uitbreiding Uitbreiding industrieterrein (zoekgebied) k Uitbreiding k Uitbreiding industrieterrein (zoekgebied)

Figuur 25: Beoogde uitbreiding van haven en bedrijventerrein

0 0

250 250 0

500 500 m m 250

¯ ¯

500 m

94

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

95

5.8 Woningbouw buitengebied Doel: • Ruimte maken voor nieuwe ontwikkelingen • Ontwikkelen van natuur en landschap • Financiële bijdrage leveren aan de gebiedsontwikkeling Koppeling met andere projectonderdelen: • Reactivering Oude Maasarm • Ontwikkelen van natuur en landschap • Hoogwatergeulen Beschrijving van de maatregel: Woningbouw in het buitengebied betreft woningen die buiten de bestaande contouren worden gebouwd en aantrekkelijk zijn voor de bovenregionale markt. In tegenstelling tot de huidige praktijk wordt wonen niet gezien als een bedreiging voor natuur en landschap maar als een drager ervan. Ook in kwalitatieve zin. Dit stelt hoge eisen aan locatiekeuze, schaal, opzet en architectuur. Woningbouw heeft wat dit betreft de schijn tegen, zeker in het landelijk gebied. Woningbouw in het buitengebied dient de vicieuze cirkel te doorbreken. Sinds de oorlog houden restrictief beleid, grondprijs en de beperkte kwaliteiten van de huidige woningbouwpraktijk elkaar in de greep. Restricties maken bouwgrond schaars en dus duur. Hoge grondprijzen leiden tot minder stedenbouwkundige kwaliteit (kleinere kavels, minder groen, goedkopere architectuur). Hierdoor lijkt het nut van restrictief beleid te worden bevestigd. De naoorlogse dorpsuitbreidingen zijn hier een goed voorbeeld van. Toch liggen er in ons land talloze voorbeelden van smaakvolle, bijzondere, historische woningen.

Door de eeuwen heen ontstond daar een schakering van gebouwen, gehuchten, dorpen te midden van akkers, weilanden en woeste gronden. In iedere landstreek leidden vergelijkbare ingrediënten tot lokale variaties op ‘wonen in het landschap’. We ervaren die mix van open ruimte en dorpen, die tastbare cultuurhistorie en de grote variatie als waardevol. Zo waardevol dat we deze gebieden in onze vrije tijd graag bezoeken om er te genieten, te wandelen, te fietsen. In het landelijk gebied wordt al eeuwen gewoond en daardoor is het tegelijkertijd een fijne plek voor niet-bewoners. Bewoning maakt, met het omliggende landschap, deel uit van ons erfgoed en kan zelfs een attractie vormen. Miljoenen mensen genieten jaarlijks van honderden dorpjes. (uit: ´ het bewoonde landschap´).

Figuur 26: De Groote Molenbeek (Keesjan van den Herik)

Wonen in het buitengebied in deze gebiedsontwikkeling vraagt om: • Verspreid liggende huizen in een gebied waar natuur de toon zet. • A rchitectuur waar alles in het werk gesteld is om het landschap de hoofdrol te geven. • Een bescheiden rol voor bebouwing. Qua oppervlakte en qua vormgeving. • Tegengaan van speculatie door benutting van de waardestijging van grond voor natuurontwikkeling. • Huiseigenaren die bijdragen aan de financiering of zelfs eigenaar zijn van het omringende landschap, waarin de oorspronkelijke natuurwaarden van dat gebied terugkeren. • Huizen met kleine tuinen omringd door grote percelen (particuliere) natuur die niet zijn ingericht als park, tuin of landgoed, maar deel uit maken van het grote, vrij toegankelijke natuurgebied (eenheid van beheer). Natuurgebied waar men graag woont of bezoekers graag wandelen, fietsen, vogels kijken of picknicken. • Beperking van infrastructuur en verkeersbewegingen.

96

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

Functiecombinaties woningbouw en hoogwaterbescherming

De Oude Maasarm is grotendeels stroomvoerend winterbed. Bouwen in de Oude Maasarm vraagt om duurzame, klimaatbestendige vormen van bouwen. Huizen dienen hoog te liggen of te drijven. Hierbij kunnen de natuurlijke hoogtes in het gebied worden benut, zoals dat ook in het verleden gebruikelijk was. Ook kunnen op hydraulisch geschikte locaties kunstmatige hoogtes (terpen) worden aangelegd. Daarnaast zijn innovatieve combinaties van hoogwaterbescherming én wonen mogelijk door woningen op klimaatbestendige (verholen) kades te realiseren.

Verholen kades De voorheen onbedijkte Zandmaas wordt sinds 1995 beschermd door een combinatie van kades en ´hoge gronden´. Kades vormen kunstmatige en storende elementen in het open rivierenlandschap en vergen een streng onderhoudsregime. Hoge gronden hebben een waterkerende functie maar zijn veel robuuster dan traditionele waterkeringen. Daarnaast zijn ze ´gewoon´ deel van het landschap en kennen allerlei vormen van medegebruik (landbouwkundig, natuur). Deze ´hoge gronden´ liggen er deels van nature, maar kunnen ook worden aangelegd. In 1995 is dit al hier en daar gedaan zodat de bouw van een kade achterwege kon blijven, het aanzicht van het landschap niet veranderde en medegebruik in stand bleef. In de gebiedsontwikkeling kunnen deze verholen kades ook gebruikt worden voor woningbouw. De woningen liggen dan niet kwetsbaar achter een kade maar veilig en hoog óp een waterkering.

HOOFDSTUK 6 - EFFECTEN GEBIEDSONTWIKKELING OP HET PLANGEBIED

hoofdstuk 6 effecten gebiedsontwikkeling op het plangebied Met de ontwikkeling van het gebied worden nieuwe kansen voor het gebied gecreëerd en ontstaan verschillende effecten op het gebied. Deze zijn zowel positief als negatief. In onderstaande paragrafen worden de effecten kort opgesomd. Het betreft hier een eerste inschatting waarbij de effecten kwalitatief worden beschreven. De rivierkundige effecten zijn kwantitatief, door middel van berekeningen, in beeld gebracht. In het nog op te stellen milieueffectrapport (MER) worden de effecten verder uitgewerkt.

99

6.1 Effecten Water

Met de totale gebiedsontwikkeling wordt een waterstanddaling gerealiseerd van circa 34 cm bij een afvoer van 2832 m3/s (1:50 jaar) en 38 cm bij een afvoer van 3275m3/s (1:250 jaar). Bij een afvoer van 3950 m3/s bedraagt de waterstanddaling zelfs meer dan 45 cm (Haskoning, 2010). Ook bovenstrooms gelegen gebieden profiteren volop van de ingrepen binnen de gebiedsontwikkeling; de waterstanddaling werkt tot ver bovenstrooms door. Door het weghalen van de kade bij Ooijen en Blitterswijck en overige maatregelen in de Oude Maasarm gaat de Oude Maasarm vaker inunderen. Gemiddeld stroomt bij Ooijen 4 tot 9 dagen per jaar Maaswater in de Oude Maasarm. Ook via de uitstroomopening Blitterswijck stroomt enkele dagen per jaar Maaswater in de Oude Maasarm. Pas bij hogere afvoeren stroomt de Oude Maasarm in zijn geheel mee met de Maas. Door het weghalen van de kades bij Ooijen en Blitterswijck en het verlagen van de instroomopening gaat de Oude Maasarm frequent instromen. Dit kan negatieve effecten hebben op de morfologie (aanzanding) en de scheepvaart in de Maas. Een manier om deze negatieve effecten te mitigeren is de aanleg van een inlaatwerk bij Ooijen, waarmee de inundatiefrequentie kan worden verkleind tot alleen tijdens hoogwater. Op basis van de eerste rivierkundige berekeningen wordt ervan uitgegaan dat aanleg van een inlaatwerk niet nodig is; dit moet nader worden onderzocht.

De effecten van de reactivering van de Oude Maasarm op de grondwaterstand zijn zeer beperkt. Dit komt omdat er geen grootschalige maaiveldverlagingen plaatsvinden en de verlagingen die worden uitgevoerd, vrijwel allen boven de huidige grondwaterstand plaatsvinden. Tegelijkertijd worden de vernattingspotenties van het gebied beperkt vergroot en wordt de oorspronkelijke relatie met de Maas hersteld. De grondwaterstand, die direct is gekoppeld aan het waterpeil van de Maas, is sterk bepalend voor de verdere ontwikkeling van vochtminnende broek- en loofbossen. Voor de aanleg van de hoogwatergeulen Ooijen en Wanssum zijn in de verkenning Zandmaas II wel grondwaterstanddalingen in de omgeving berekend. Deze verlagingen kunnen een effect hebben op de landbouwgronden in de omgeving, zowel positief (vermindering natschade) als negatief (verdroging). Voor de hoogwatergeul Ooijen moet ook aandacht besteed worden aan mogelijk zettingsrisico voor bebouwing in de omgeving (Maaswerken, 2002). Dit geldt ook voor de kern van Wanssum, uitbreiding van de haven kan grondwaterstanddaling in de omgeving tot gevolg hebben.

100

HOOFDSTUK 6 - EFFECTEN GEBIEDSONTWIKKELING OP HET PLANGEBIED

HOOFDSTUK 6 - EFFECTEN GEBIEDSONTWIKKELING OP HET PLANGEBIED

101

Natuur

Landschap en aardkundige waarden

Met de reactivering van de Oude Maasarm en de aanleg van de hoogwatergeulen en de weerdverlaging wordt een aaneengesloten natuurgebied gerealiseerd, dat tevens een aantrekkelijk recreatiegebied vormt. De reactivering van de Oude Maasarm heeft een negatief effect op soorten en hun leefgebied, die afhankelijk zijn van meer droge condities en jaarlijkse overstromingen niet overleven, en wellicht geheel verdwijnen bij bepaalde waterstanden. Tegelijkertijd worden kansen gecreëerd voor nieuwe natuur en specifieke ecotopen, die kenmerkend zijn voor het Maasdal. De instroom van de Maas en de Groote Molenbeek spelen in combinatie met kwel een ecologisch belangrijke rol bij het opstuwen en inunderen van het gebied met grondwater, oppervlaktewater en overtollige neerslag. In de Oude Maasarm liggen kansen voor de ontwikkeling van een groot samenhangend landschap met uitgestrekte, vochtige basenminnende loofbossen en (elzen)broekbossen met bijbehorende lage vegetatie.

De aanleg van de hoogwatergeul en weerdverlaging Ooijen betekent een beperkt verlies aan landschappelijke en aardkundige waarden. Op een terrasrand en wat steilranden na, zijn in het gebied verder geen hoog gewaardeerde landschapselementen aanwezig. Het gebied van de hoogwatergeul en weerdverlaging Wanssum bevat restanten van oude geulen in de ondergrond, die door de rivierverruiming verdwijnen. De open en eentonige landschappen ter plaatse van de hoogwatergeulen veranderen door de rivierverruiming in een afwisselend landschap met permanent water, periodiek overstroomde vlaktes en omgeven door smalle gordels natuurlijke vegetatie. Hierdoor neemt de belevings- en gebruikswaarde van het gebied aanzienlijk toe.

Daar waar rust- en foerageergebied voor ganzen, zwanen en weidevogels in de uiterwaarden verloren gaan, wordt tegelijkertijd nieuwe habitat gerealiseerd voor meer natgebonden soorten. Voor de streng beschermde soorten waterspitsmuis, drijvende waterweegbree en das is mogelijk compensatie aan de orde van leef-, rust en /of foerageergebied (Ecologica, 2009). Voor de Natura 2000-gebieden Maasduinen en Boschhuizerbergen moet nader onderzoek worden verricht naar de effecten van de gebiedsontwikkeling op de instandshoudingsdoelen voor deze gebieden. De effecten van de gebiedsontwikkeling op deze beschermde natuurgebieden worden overigens gering ingeschat.

Met de reactivering van de Oude Maasarm stroomt het gebied een aantal dagen per jaar in. Dit heeft gevolgen voor het landschap, dat een natter karakter krijgt. In samenhang met de hoogwatergeulen ontstaat een aantrekkelijk, aaneengesloten landschap, waarbij de geomorfologie weer een duidelijke relatie heeft met het landschap. Archeologie en cultuurhistorie

De gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum ligt in een archeologisch zeer rijk gebied. De ingrepen waarbij bodemingrepen plaatsvinden, betekenen daarom per definitie een vernietiging van de archeologische waarden ter plaatse. In de hoogwatergeul Wanssum is gezien de landschappelijke ontwikkeling en de bewoningsgeschiedenis van Well-Aijen (aan de overzijde van de Maas) mogelijk dat zich onder de jonge rivierafzettingen in het plangebied een afgedekt landschap met archeologische resten van sites uit de vroege prehistorie t/m de Romeinse periode bevindt. Het tracé van de geplande rondweg doorsnijdt verschillende landschappelijke elementen: enkele laagtes, zoals de Oude Maasarm, maar ook meerdere terrasruggen. In een groot deel van het plangebied is het landschap door een esdek afgedekt. Vooral hier kunnen de goed geconserveerde vindplaatsen uit de prehistorie t/m de vroege middeleeuwen worden aangetroffen. In het noordelijke deel van het plangebied van het industrieterrein/haven ligt een terrasrug die circa een derde van het plangebied bevat. Direct aan een steilrand ligt een laagte van een oude Maasgeul. Overal op de oever van de Oude Maasarm kunnen sites uit de vroege prehistorie worden verwacht. Op alle hogere gebieden, zoals terrasruggen, kunnen nederzettingen uit de prehistorie, met name uit de late prehistorie worden aangetroffen.

In de geulen en laagtes kunnen depotvondsten, dumpzones of nautische

102

HOOFDSTUK 6 - EFFECTEN GEBIEDSONTWIKKELING OP HET PLANGEBIED

vondsten worden verwacht. Waarschijnlijk loopt de Romeinse heerbaan door het plangebied. Hier moet ook met kleinere Romeinse nederzettingen rekening worden gehouden. Aan de rand van de dorpskern van Wanssum kunnen middeleeuwse activiteitenzones worden verwacht. In het plangebied van de hoogwatergeul Ooijen zijn vooral de (destijds) hoog gelegen oever- en kronkelwaardafzettingen geschikte locaties voor sites uit de vroege prehistorie. Deze liggen nu grotendeels bedekt onder jongere rivierafzettingen. Op de top en aan de flanken van de oever- en kronkelwaardafzettingen zijn meerdere vindplaatsen uit het Mesolithicum en Neolithicum aangetroffen. Op het terras in het westen van het plangebied liggen mogelijk sites van de prehistorie t/m de Romeinse tijd. In de laagte met komafzettingen tussen het terras en de holocene kronkelwaardafzettingen, kunnen dumpzones van de nederzettingen op het terras worden aangetroffen. Op de hogere delen van de oeverzone van de Maas moet altijd rekening worden gehouden met grafvelden en cultusplaatsen uit de midden/late IJzertijd doorlopend naar de Romeinse tijd. Aan de rand van de Oude Maasarm zijn op verschillende locaties vuursteenvondsten uit de vroege prehistorie aangetroffen. Deze locaties werden blijkbaar gezocht door jagers en verzamelaars.

Ook kunnen (resten van) grafvelden vanaf het laat Neolithicum t/m de IJzertijd in de oeverzones worden aangetroffen. Tevens kunnen in de geul organische vondsten en paleo-ecologische resten bewaard zijn, evenals nautische vondsten en rituele depotvondsten, zoals stenen bijlen en metalen voorwerpen. De lange occupatiegeschiedenis van het plangebied is zichtbaar in het landschap en in vele historische elementen uit verschillende tijdsperioden. Het betreft hier karakteristieke bebouwingslocaties, kenmerkende ontsluiting van wegen en paden, kades, verkavelingspatronen en de kenmerkende begroeiing. De gebiedsontwikkeling maakt gebruik van de cultuurhistorische waarden van dit gebied door hier op aan te sluiten en/of rekening te houden met bestaande waarden. Infrastructuur

Door de aanleg van de noordelijke rondweg wordt de kern van Wanssum qua verkeer aanzienlijk ontlast. De rondweg zorgt er voor dat in 2020 het merendeel van het verkeer gebruik maakt van de nieuwe rondweg in plaats van het oude tracé door de kern van Wanssum. Dit levert een aanzienlijke verbetering van de verkeersveiligheid in Wanssum op. Uit geluidsberekeningen blijkt dat door aanleg van de noordelijke rondweg een aanzienlijke afname van de geluidsbelasting in Wanssum plaatsvindt. Voor een aantal woningen langs de huidige provinciale weg neemt de geluidsbelasting zelfs

HOOFDSTUK 6 - EFFECTEN GEBIEDSONTWIKKELING OP HET PLANGEBIED

103

af met 7 à 8 dB. Een zeer beperkt aantal woningen in de nabijheid van de nieuwe rondweg ondervindt wel een toename van de geluidsbelasting. Wat betreft luchtkwaliteit en externe veiligheid worden geen knelpunten verwacht voor de rondweg. Door het afwaarderen van de doorgaande route wordt de veiligheid in het dorp vergroot. Door de aanleg van nieuwe oeververbindingen bij Wanssum, Moleneind, Ooijen en Blitterswijck blijft de huidige doorgaande verbinding vrijwel intact. Wel vervallen in de Oude Maasarm een aantal kleine, meest onverharde weggetjes. Landbouw

Binnen de contouren van de reactivering van de Oude Maasarm en de aanleg van de hoogwatergeulen wordt een fors areaal landbouwgebied onttrokken aan de sector. Daarnaast treedt mogelijk areaal- en structuurverlies op door de aanleg van de noordelijke rondweg en uitbreiding van het industrieterrein bij Wanssum. Reactivering van de Oude Maasarm en aanleg van de hoogwatergeulen kunnen negatieve (hydrologische) effecten hebben op de resterende landbouwgronden. Om deze effecten vast te kunnen stellen, wordt in het vervolgtraject de nulsituatie vastgelegd, die het vertrekpunt vormt voor eventuele compensatie. Naast een verlies aan landbouwareaal biedt de gebiedsontwikkeling ook mogelijkheden voor groenblauwe diensten ofwel verbreding van de landbouw. Kansen hiervoor liggen met name in de toeristisch-recreatieve hoek. De mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer hangt in sterke mate af van de natuurdoelen voor de Oude Maasarm en hoogwatergeulen. Gezien de hoge overstromingsfrequentie en de vooral natte natuurdoelen, lijken deze mogelijkheden vooralsnog beperkt en concentreren ze zich vooral op de overgangszones naar de hogere landbouwgronden. Belangrijke voorwaarde daarbij is dat deze gronden, die als EHS begrensd worden, opengesteld moeten blijven voor recreanten.

Met het oog op multifunctionele landbouw kunnen nieuwe “verbindingen” ontstaan tussen de agrarische en andere economische stakeholders in het gebied gericht op een win-win voor groen-blauwe dienstverlening. Het agrarisch cultuurlandschap is een belangrijke trekker voor toerisme en recreatie in het gebied. Vanuit die optiek is voorstelbaar dat het landschapsonderhoud door de verschillende sectoren wordt gefinancierd (regionaal fonds).

104

HOOFDSTUK 6 - EFFECTEN GEBIEDSONTWIKKELING OP HET PLANGEBIED

Wonen

Door de rivierverruimende maatregelen die binnen de gebiedsontwikkeling worden getroffen, dalen de hoogwaterstanden fors. Daarnaast worden over een aanzienlijk traject nieuwe kades aangelegd. De hoogwaterbescherming voor het grootste deel van de bevolking binnen het plangebied neemt daarmee aanzienlijk toe. Door de grootschalige ontwikkeling van natuur en landschap binnen het plangebied wordt het buitengebied aantrekkelijker om te wonen. Door uitbreiding van de woningen in Wanssum, aanleg van de rondweg en opwaardering van de kern Wanssum neemt de leefbaarheid in Wanssum fors toe. Recreatie en toerisme

Door aanleg van de hoogwatergeul Wanssum komt camping de Kooij met bijbehorende voorzieningen mogelijk te vervallen. Ook de mogelijkheden voor intensieve watersport verslechteren door de aanleg van de hoogwatergeul, de aanlegsteigertjes langs de Maasoever komen hier mogelijk te vervallen, waardoor aan- en afmeren hier niet meer mogelijk is. De effecten van de reactivering op de aanwezige visvijvers in het gebied moet nog nader onderzocht worden. Voor meer extensieve vormen van recreatie biedt de gebiedsontwikkeling juist uitgelezen kansen. De mogelijkheden voor wandelen, fietsen en struinen worden sterk verbeterd doordat de omgeving veel aantrekkelijker wordt en de toegankelijkheid van het gebied verbetert. Haven en bedrijventerrein

Met de uitbreiding van havengebonden activiteiten kan een economische impuls worden gegeven aan het ROC Wanssum. De activiteiten op de westelijke oever nemen toe; het aantal scheepvaartbewegingen en vrachtverkeer neemt toe. Bij deze groei moet rekening worden gehouden met de regio Venray en de regionale functie van Wanssum, waarbij groei past binnen de landelijke context. Toename van het aantal scheepvaartbewegingen moet afgestemd worden op de recreatieve vaart. Geluidsoverlast voor het omringende gebied moet binnen de wettelijk toegestane normen blijven. Hierbij moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van het Natura 2000-gebied Maasduinen aan de overkant van de Maas.

HOOFDSTUK 6 - EFFECTEN GEBIEDSONTWIKKELING OP HET PLANGEBIED

105

6.2 Aanvullend onderzoek Naar aanleiding van het detailontwerp is voor alle thema’s nader onderzoek nodig t.b.v. vergunningaanvragen. Afhankelijk van de keuzen die gemaakt worden voor het vervolg van de gebiedsontwikkeling worden deze vervolgonderzoeken door de markt of door de bestuurlijk betrokken partijen opgepakt.

HOOFDSTUK 7 - DOORKIJK VERVOLG

hoofdstuk 7 doorkijk vervolg In dit Gebiedsplan worden de ingrepen en effecten van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum globaal in beeld gebracht. Het is geen formeel plan in de zin van de Wet ruimtelijke ordening maar heeft het detailniveau en de opbouw van een Structuurvisie. Het Gebiedsplan is vastgesteld door de colleges van Burgemeester en Wethouders van de betrokken gemeenten, het bestuur Waterschap Peel en Maasvallei en Gedeputeerde Staten van Limburg. Daarna is het op vrijwillige basis ter visie gelegd. In reactie op het gebiedsplan zijn ongeveer 70 schriftelijke reacties binnen gekomen en zijn tijdens de informatieavonden ongeveer 70 mondelinge vragen gesteld. Alle vragen zijn beantwoord en gebundeld in een Reactienota. Mede op basis van de ingediende reacties is het Gebiedsplan vastgesteld.

107

Het Gebiedsplan wordt in de komende periode vertaald in een provinciaal inpassingsplan, hiermee wordt de gebiedsontwikkeling formeel ruimtelijk vastgelegd in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. Wanneer de ingrepen in het inpassingsplan zijn beschreven volgt opnieuw een inspraakperiode, ditmaal formeel volgens art. 3.4 Awb. Ook in het kader van de vergunningaanvragen voor de uitvoering wordt de gelegenheid geboden zienswijzen in te dienen. Parallel aan de totstandkoming van dit inpassingsplan wordt gewerkt aan een strategie voor de marktbenadering, de keuze voor de wijze waarop de uitvoering wordt uitbesteed.

7.1

Kosten De betaalbaarheid van de in dit Gebiedsplan beschreven ingrepen is uiteindelijk bepalend voor de realisatie van de gebiedsontwikkeling. Voor het bepalen van de betaalbaarheid wordt een businesscase uitgewerkt. Belangrijkste onderdelen voor de businesscase zijn een gedragen gebiedsvisie, een gedetailleerde kostenraming en een maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA). Met een MKBA worden de kosten en baten van de effecten van de omschreven maatregelen, gecombineerd en verbonden aan andere ruimtelijke ingrepen zoveel mogelijk kwantitatief in beeld gebracht. De methode is gebaseerd op de welvaartstheorie: als bij de uitvoering van een project de totale baten voor alle mensen in een samenleving groter zijn dan de totale lasten, is het uitgangspunt dat de samenleving als geheel erop vooruit gaat. Met de huidige en toekomstige wateropgave in het gebied is niets doen geen optie. In de MKBA (Ecorys, 2010) scoren het nulalternatief en het projectalternatief (beschreven in dit Gebiedsplan) gelijkwaardig. Het nulalternatief is het voordeligst. Dit alternatief is gericht om de wateropgaven zo goedkoop mogelijk te realiseren. De baten van het nulalternatief zijn echter laag omdat geen rekening is gehouden met mogelijkheden, wensen en ambities in en van de omgeving. Het projectalternatief beschreven in voorliggend Gebiedsplan doet dit wel.

Dit alternatief is duurder, maar door gebiedsgericht in te steken en ontwikkelingen in de omgeving mee te nemen zijn de baten hoger en gevarieerder. Doordat bij het projectalternatief meer wordt geïnvesteerd spelen de toekomstige ontwikkelingen hierin een belangrijke rol. Hoe zekerder de toekomst is, hoe beter dit alternatief scoort. Omgekeerd kan dus gesteld worden dat het nulalternatief beter scoort naarmate de toekomst onzekerder is; er wordt minder in die toekomst geïnvesteerd.

108

HOOFDSTUK 7 - DOORKIJK VERVOLG

De kosten voor het realiseren van het gewenste beschermingsniveau tegen hoogwaters van uit de Maas liggen bij de hogere overheden. Omdat vooral bewoners en bedrijven in de regio profiteren van de maatregelen die worden genomen, ligt de financiering hiervan bij de regionale overheden. Daarbij geldt dat een deel van de kosten terug wordt verdiend, door bijvoorbeeld opbrengsten uit grondverkoop. Op basis van dit Gebiedsplan is een projectraming uitgewerkt. Ten opzichte van de raming in de verkenningsfase zijn de beide hoogwatergeulen aan de raming toegevoegd, alsmede een eerste inschatting van de kosten voor conditionering. De totale kosten voor de gebiedsontwikkeling bedragen 150 à 200 M€. De grootste kostenposten zijn: • aanleg rondweg Wanssum; • aanpassen infrastructuur; • aanleg van nieuwe waterkeringen; • aanleg hoogwatergeulen en weerdverlagingen; • grondverwerving. Mogelijke opbrengsten kunnen worden gegenereerd uit woningbouw en delfstoffenwinning. In de raming is uitgegaan van behouden aannames en is geen rekening gehouden met eventuele voordelen van creatieve oplossingen uit de markt. De marktconsultatie die op basis van dit Gebiedsplan wordt georganiseerd moet hierover meer duidelijkheid geven. Zoals gebruikelijk in dit stadium van de planvorming zijn de ramingen globaal en beperkt openbaar in verband met de marktconsultatie en eventuele aanbesteding van ingrepen.

Voor de haalbaarheid en betrouwbaarheid van een sluitende businesscase kunnen externe (markt)partijen worden betrokken.

7.2 Kostendragers Door het grote aandeel te realiseren overheidsdoelen worden de kostendragers voor de Gebiedsontwikkeling voor het grootste deel gevormd door publieke financieringsbronnen.

HOOFDSTUK 7 - DOORKIJK VERVOLG

109

Mogelijke kostendragers zijn onder andere: Sluitstukkades

Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het realiseren van een beschermingsniveau van 1:250 per jaar achter de kades. Dit is een onderdeel van het Maaswerken programma. Door reactivering van de Oude Maasarm binnen de gebiedsontwikkeling verandert de overstromingssituatie in het gebied en zijn aanpassingen van de kadetrajecten noodzakelijk. Vanuit het Maaswerkenprogramma wordt budget beschikbaar gesteld voor de aanpassing binnen de Gebiedsontwikkeling. Hiertoe wordt een apart convenant gesloten. Deltaprogramma

De maatregelen hoogwatergeulen en reactivering van de Oude Maasarm passen in het Deltaprogramma. Dit programma gaat over de lange termijn waterveiligheid en zoetwatervoorziening in ons land. De in het deltaprogramma opgenomen maatregelen worden waar mogelijk integraal uitgewerkt, dat wil zeggen dat wordt gezocht naar samenhang met beleidsdoelen op andere beleidsterreinen, zoals natuur en ruimtelijke kwaliteit. Naar verwachting komen er vanaf 2020 gelden beschikbaar voor uitvoering van maatregelen binnen het deltaprogramma. Budget Ecologische Hoofdstructuur (Ministerie van LNV via provincie Limburg)

Budget voor de aankoop en inrichting van de gronden binnen het plangebied die reeds zijn aangewezen als EHS. Veermangelden (Ministerie van LNV via provincie Limburg)

In het kader van Zandmaas II heeft de minister van LNV 30 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de aankoop en inrichting van 460 ha riviernatuur in het Maasdal. Dit bedrag kan met 5 miljoen euro worden verhoogd als de regio zelf ook 5 miljoen inbrengt. Een aanzienlijk deel van deze gelden kunnen worden ingezet voor de realisatie van natuurhectares binnen de gebiedsontwikkeling.

110

HOOFDSTUK 7 - DOORKIJK VERVOLG

Beeld bepalende ontwikkeling (provincie Limburg)

De provincie Limburg heeft geld beschikbaar gesteld voor de aanleg van het westelijke tracé van de rondweg. Daarnaast stelt de provincie vanuit de zogenaamde BeeldBepalende Ontwikkelingen budget beschikbaar voor de gebiedsontwikkeling. Bijdragen gemeentes

De gemeente Horst aan de Maas en de gemeente Venray hebben budget beschikbaar gesteld voor de realisatie van de gebiedsontwikkeling. Aanvullende financieringsbronnen

De Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is een regionaal impulsproject binnen het ´Programma ARK´, waarbij klimaatadaptatie centraal staat. Dit biedt mogelijk kansen voor aanvullende financiering.

BELEIDSANALYSE

beleidsanalyse In dit hoofdstuk wordt het beleidskader geschetst, dat van toepassing is voor de ontwikkeling van het gebied OoijenWanssum. Dit kader is van toepassing voor alle ontwikkelingen die plaatsvinden binnen het gebied. Dit kader bestaat uit wettelijke voorwaarden en beleidsmatige randvoorwaarden. De uitgangspunten staan verwoord in hoofdstuk 1.

113

Water De Waterwet en de Beleidslijn Grote Rivieren

In de Waterwet is de wettelijke basis vastgelegd voor activiteiten in het rivierbed. De uitwerking van de Waterwet is vastgelegd in de Beleidslijn Grote Rivieren. Deze beleidslijn voorziet in een kader voor riviergebonden en niet-riviergebonden activiteiten in het rivierbed van de grote rivieren. Het doel van de Beleidslijn is de beschikbare afvoercapaciteit van het rivierbed te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging van het rivierbed nu en in de toekomst feitelijk onmogelijk maken. Riviergebonden activiteiten worden toegestaan, als wordt voldaan aan rivierkundige voorwaarden. Alle activiteiten, waarvoor toestemming mogelijk is, moeten voldoen aan de voorwaarden dat (Beleidslijn Grote Rivieren): • de situering van en uitvoering van de activiteit zodanig is, dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk wordt gewaarborgd; • geen feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit ontstaat; • de situering en uitvoering van de activiteit zodanig is, dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is.

Aanvullend geldt voor activiteiten dat toestemming mogelijk is als: • de resterende, blijvende waterstandeffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn. Op deze wijze wordt de afvoer en berging van rivierwater, onder normale en onder maatgevende hoogwaterstanden gewaarborgd en worden voldoende ontwikkelingsmogelijkheden geboden voor overheden om te zorgen voor een goede ruimtelijke ordening. In figuur 18 in paragraaf 3.1.1 is in blauw het stroomvoerend winterbed afgebeeld, in groen het bergend winterbed en in geel de zogenaamde artikel 2a gebieden, waar via een AMvB het vergunningenregime van de Waterwet niet van toepassing is. Bouwen in deze laatste gebieden gebeurt op eigen risico.

114

BELEIDSANALYSE

Ontwikkelingen in het gebied Ooijen-Wanssum zijn afhankelijk van de oplossing van het watervraagstuk in dit gebied. Hiervoor gelden samengevat de volgende voorwaarden: • Ontwikkelingen in het stroomvoerend winterbed kunnen alleen bij uitzondering of moeten zodanig uitgevoerd worden dat per saldo meer ruimte voor de rivier wordt gerealiseerd. Om per saldo een verbetering te realiseren zijn maatregelen stroomafwaarts van de ingreep noodzakelijk. De benodigde compenserende maatregelen kunnen daarmee buiten het plangebied van de Oude Maasarm komen te vallen. • Voor ontwikkelingen in het bergend en stroomvoerend winterbed moet gecompenseerd worden voor het ingenomen bergend vermogen. • Voor ontwikkelingen in het bergend en stroomvoerend winterbed moet ook gecompenseerd worden voor opstuwend effect. • Voor ontwikkelingen die samenvallen met een ruimtelijke reservering voor IVM 2 moet aangetoond worden dat met de ontwikkeling uitvoering van IVM 2 niet wordt belemmerd. Meerjarenplan Zandmaas II

Het Meerjarenplan Zandmaas II betreft het Zandmaasgebied in Limburg gelegen vanaf de Maasplassen bij Roermond tot en met Geysteren aan de westoever en tot en met Mook aan de oostoever. Het tijdpad van het Meerjarenplan loopt van 2008 via 2015 naar 2050. Het Meerjarenplan is aanvullend op Pakket I dat door RWS Maaswerken wordt uitgevoerd. Het plan heeft een integraal gebiedsgericht karakter: niet alleen veiligheid en natuur krijgen aandacht, maar ook wonen, landbouw, werken en recreatie. Een nauwe afstemming met het gebiedenbeleid van de provincie en in het bijzonder de reconstructie ligt – met onderkenning van de verschillen in schaalniveau - hiermee voor de hand. In het Meerjarenplan zijn de verschillende initiatieven voor het plangebied meegenomen onder de titel ‘cluster Ooijen-Wanssum’. De hoogwatergeulen Ooijen en Wanssum en de reactivering van de Oude Maasarm maken onderdeel uit van het provinciale Meerjarenplan Zandmaas II. Het Meerjarenplan Zandmaas II is gericht op de combinatie van natuurontwikkeling en hoogwaterbescherming. Hierbij moet 460 ha extra Rijks-EHS worden gerealiseerd. Het plangebied is een belangrijk zoekgebied voor een deel van deze hectares.

In het Meerjarenplan zijn de voorwaarden gesteld aan de financiële bijdrage van het Ministerie van LNV aan de ontwikkelingen in het stroomvoerend of waterbergend winterbed van de Maas (al dan niet achter een kade), waaronder ook Ooijen.

BELEIDSANALYSE

115

Voor de hoogwatergeul Wanssum, Oude Maasarm Ooijen-Wanssum en integrale gebiedsontwikkeling zijn aankoopplannen door de Dienst Landelijk Gebied opgesteld. Waterwet

Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Hierin is ook de voormalige Wet op de waterkering opgenomen. De wet regelt het ‘dynamisch’ veiligheidsniveau op basis van 6 jaarlijkse toetsresultaten en evaluatie. En daarnaast de organisatorische verantwoordelijkheden voor de financiering, de aanleg en het beheer en toezicht.

116

BELEIDSANALYSE

Toelichting: wettelijke kader Sinds 22 december 2009 is de Wet op de waterkering opgegaan in de Waterwet. Deze wet is van kracht op de Limburgse Maaskaden. De wet regelt de verantwoordelijkheid voor de aanleg en het onderhoud van de primaire waterkeringen. In de Waterwet is per dijkring aangegeven wat de wettelijke veiligheidsnorm is, uitgedrukt in een overschrijdingskans per jaar dat een primaire waterkering kan overstromen. De dijkringgebieden geven aan welk oppervlak door de waterkeringen beveiligd moet zijn tegen overstroming. Ook de kaden bij Ooijen-Wanssum (dijkring 61 t/m 64) vallen onder de werking van de Waterwet. Ze zijn aangewezen als primaire waterkeringen met bijbehorende dijkringen. Voor deze waterkeringen geldt als norm een overschrijdingskans van 1:250. Het Rijk is verantwoordelijk voor de financiering en de aanleg van de kaden, het Waterschap Peel en Maasvallei is verantwoordelijk voor het beheer van de waterkeringen binnen het plangebied en de provincie Limburg houdt toezicht. In de provinciale Verordening Waterkering Limburg staan provinciale richtlijnen voor het beheer opgenomen en zijn de dijkringgebieden uit de Wet op de Waterkering opgenomen en verder uitgedetailleerd.

In de Waterwet en de provinciale verordening is bij het aanwijzen van de primaire waterkeringen en dijkringen bij Ooijen-Wanssum al op voorhand getracht rekening te houden met een mogelijke reactivering van de Oude Maasarm. Zo is het dijktraject opgeknipt in meerdere dijkringen. Ook is de Oude Maasarm en omgeving, ondanks dat dit gebied binnen de kaden ligt, buiten de dijkring gehouden evenals de instroomopening bij Ooijen. De ingetekende dijkringen zijn echter gebaseerd op het destijds beschikbare ontwerp voor reactivering en wijkt op een aantal plaatsen af van het huidige ontwerp/inzichten. Zo is er bij het aanwijzen van de dijkringen geen rekening gehouden met de uitstroomopening bij Blitterswijck en is het gehele gebied tussen Ooijen en Blitterswijck als één dijkring opgenomen. In Limburg wijzigen de Maas en de waterkeringen in de komende jaren nog flink door alle rivierverruimingsprojecten die worden uitgevoerd, waaronder de reactivering van de Oude Maasarm. Dit betekent dat de provinciale verordening met bijbehorende kaarten de komende jaren nog meerdere malen gewijzigd moet worden. Daarbij is het mogelijk dat een aantal gebieden, die nu nog worden beschermd door de aangewezen dijkringen, die bescherming verliezen. Onderzocht zal moeten worden wat hiervan de juridische en bestuurlijke consequenties zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12762640/1