CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Naslagwerk Gebiedsplan Ooijen-Wanssum april 2010

Gemeenteraad 27 juni 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Onttrekking van een deel van de Nieuwlandsestraat te Geijsteren aan de openbaarheid.33.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Doordat de oevers van de Zandmaas hoog liggen boden deze een natuurlijke bescherming tegen hoogwaters. De Zandmaas wordt daarom ook wel de ‘onbedijkte Maas’ genoemd. Deze situatie is sinds 1996 veranderd. Sinds die tijd zijn kades geïntroduceerd in het plangebied. De kadetracés sluiten aan op gebieden die hoog genoeg liggen (‘hoge grond’). Samen vormen ze dijkringen; gebieden omsloten door kades of hoge grond waar een bepaald beschermingsniveau tegen hoogwater geldt. (Toekomstige) kadetracés en dijkringen vormen belangrijke elementen in de netwerklaag omdat dit ook invloed heeft op de ligging van (evacuatie-)wegen en bruggen.

In de Oude Maasarm kunnen in de huidige situatie drie agrarische gebieden worden onderscheiden. Het zuidelijke deel, grotendeels in eigendom van ontgronders (evenals de hoogwatergeul Ooijen) bestaat uit gras- en akkerland. Het middendeel van de Oude Maasarm bestaat van oudsher uit natte grond met marginale agrarische activiteit. Het noordelijke deel (dal van de Groote Molenbeek) is momenteel volledig agrarisch in gebruik. Mede vanwege de jaarlijkse inundatie van deze gronden door de Maas, bestaat het gebruik hier vooral uit grasland. De hoogwatergeul Wanssum bestaat voor ca. de helft uit grasland, de andere helft wordt gebruikt voor akkerbouw. Het grondgebruik in het gebied voor de hoogwatergeul Ooijen wordt gekenmerkt door grootschalige akkerbouw, grasland en in mindere mate door boomteelt.

Aandachtspunten

De aanwezigheid van de haven (jachthaven en Regionaal Overslag Centrum (ROC) en bedrijventerrein heeft een aantrekkende werking op vrachtverkeer, dat via de Geijsterseweg en de Stayerhofweg af- en aan rijdt. De provinciale weg doorsnijdt Wanssum en veroorzaakt verkeershinder, die vooral van vrachtverkeer afkomstig is, binnen de bebouwde kom van Wanssum. De provinciale weg deelt Wanssum ruimtelijk op in 2 delen en vormt zo een barrière voor realisatie van een aaneengesloten dorpskern. Dit effect wordt versterkt door de doorsnijding van de Groote Molenbeek en de jachthaven, die loodrecht op de provinciale weg staan.

41

2.4.2

Aantal inwoners en woningvoorraad Limburg heeft als een van de eerste gebieden in Nederland te maken met krimp. In het buitengebied is dit het duidelijkst merkbaar. Krimp betekent een afname van het aantal huishoudens en een terugloop van het totaal aantal inwoners van kleinere kernen. De samenstelling verandert ingrijpend; het aantal ouderen neemt toe, terwijl het aantal jongeren afneemt.

Voorraad 2007

Groei of krimp in woningvoorraad 2010 - 2030

Zuid-Limburg

283.000

-10.000 tot -15.000

95%

5%

Midden-Limburg

99.000

4.000 tot 6.000

60%

40%

Noord-Limburg

155.000

8.000 tot 10.000

60%

40%

Broekhuizenvorst

1.110

Broekhuizen

785

Meerlo

1.787

Wanssum

1.946

Blitterswijck

1.107

Ooijen

± 80 *

N

13 0

Wanssum

Blitterswijck

9 12

Helling 12 8

Bevolking totaal 2008 (CBS)

Aandeel landelijk gebied in groei en krimp

1 km. 13 2

Kern

Aandeel stadsregio's in groei en krimp

Tabel 3: Woningvoorraadontwikkeling per COROP-gebied, aandeel stadsregio’s en landelijk gebied daarin (POL).

13 3

In het plangebied liggen zes grotere bebouwingskernen: Broekhuizenvorst, Ooijen, Blitterswijck, Wanssum, Broekhuizen en Meerlo. Daarnaast liggen er een aantal buurtschappen. Deze kernen liggen in de gemeenten Horst aan de Maas en Venray. In onderstaande tabel is de totale bevolking voor de grootste kernen in het plangebied weergegeven:

43

12 7

Moleneind

Ho rst Ve aa nra nd y eM a

Tabel 2: Aantal inwoners kernen (* = bron gemeente Horst aan de Maas) Meerlo

as

Boltweg

Megelsum

12 6

Midden- en Noord-Limburg zijn vanaf 2008 en 2013 “over hun top” heen voor wat betreft groei (POL, 2009). Limburg als geheel kent al vanaf 2002 een bevolkingsdaling. Belangrijke factoren die hieraan ten grondslag liggen zijn het lage vruchtbaarheidscijfer (rond 1,6 kind per vrouw), een negatief migratiesaldo en de negatieve verhouding tussen geboortes en sterfte in een vergrijsde bevolking. Scenariostudies en prognoses maken duidelijk dat deze dalende trend zich de komende decennia voortzet. De verwachte krimp in de periode tot 2040 loopt uiteen van 7% in Noord-Limburg tot 23% in Zuid-Limburg.

HOOFDSTUK 2 - GEBIEDSBESCHRIJVING

13 1

HOOFDSTUK 2 - GEBIEDSBESCHRIJVING

13 4

42

Nachtegaal

5 12

Ooijen

Woningvoorraad

Gun

Voor Noord- en Midden-Limburg is nu nog sprake van groei van de woningvoorraad. In Noord- en Midden Limburg is het einde van de groei van het aantal huishoudens nabij. In onderstaande tabel 3 (POL aanvulling, 2009) is de woningvoorraadontwikkeling per COROP gebied weergegeven. Een hier mee samenhangend probleem is het aanbod van de huidige woningvoorraad. Vergrijzing van de bevolking vraagt om een ander, kwalitatief woningaanbod, dat is afgestemd op vraag van een gewijzigde bevolkingssamenstelling.

Zeelberg

Legert

124

Osterbos

Broekhuizenvorst 12 3

Broekhuizen 12 2

Legenda

Begrenzing plangebied Begrenzing plangebied Dorpen en buurtschappen Dorpen en buurtschappen Gemeentegrens Venray - Horst aan de Maas Gemeentegrens Venray - Horst aan de Maas Figuur 15: Dorpen en buurtschappen in het plangebied

0

0,5

1

km

¯

44

HOOFDSTUK 2 - GEBIEDSBESCHRIJVING

Kern Wanssum

Wanssum ontwikkelde zich sinds het begin van de vorige eeuw van een klein dorpje tot een industrieel en logistiek centrum van regionale betekenis. Het huidige dorp Wanssum wordt door de doorgaande provinciale weg, die de ontsluiting vormt naar Venray / snelweg A73 en de brugverbinding over de Maas naar Well / N271, in tweeën gedeeld. De (jacht)haven deelt het gebied in oost-westelijke richting op. De verkeersaantrekkende werking van de regionale haven en de groei van deze haven zetten de leefbaarheid van het dorp verder onder druk. Deze functies hebben het dorp Wanssum laten groeien, maar hierdoor mist Wanssum ook ruimtelijke samenhang en worden mogelijkheden voor de vorming van een kern belemmerd. De ligging in het winterbed belemmert verdere groei.

HOOFDSTUK 2 - GEBIEDSBESCHRIJVING

45

het Schuitwater. Dit maakt het gebied aantrekkelijk voor verschillende vormen van (verblijfs)recreatie. Het gebied kent verschillende voorzieningen voor zowel dag- als verblijfsrecreatie. De voorzieningen in het gebied bestaan uit bungalow- of chaletparken, vier campings en enkele B&B’s en pensions.

De kleine kern heeft grootschalig gerelateerde bedrijvigheid in het noorden. De voormalige gemeente Meerlo-Wanssum heeft in het Masterplan ‘Het Nieuwe Wanssum’ een plan ontwikkeld voor de herstructurering van het dorp, doorgaande weg en haven en bedrijventerrein om hiermee een afgestemd woningaanbod te creëren, de leefbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de economische ontwikkeling van het dorp en de regio. Aandachtspunten

• De bestaande woningbouwplannen in Wanssum (locatie Weidehof aan de Postweg/Beemdweg en de locatie aan de Burg. Ponjeestraat) behelzen uitsluitend grondgebonden woningen. Met deze bestaande bouwplannen kan tot en met 2015 worden voldaan aan de lokale behoefte. Na 2015 is behoefte aan 10 tot maximaal 15 woningen per jaar. Vraag is er vooral naar vrijstaande woningen, twee-onder-een-kap en grondgebonden nultredenwoningen. • Gezien de vergrijzing wordt vooral de laatste woonvorm steeds belangrijker. De behoefte aan appartementen is zowel lokaal als bovenlokaal zeer beperkt. Deze woonvorm wordt bovendien in de regio al op veel plaatsen aangeboden. Volgens onderzoek omvat de lokale vraag naar appartementen hooguit enkele woningen per jaar. Deze manifesteert zich vooral bij starters, in de lagere prijsklasse (huur en koop tot 2 ton), en in mindere mate bij ouderen. 2.4.3

Recreatie en toerisme Het plangebied heeft een kleinschalig, landelijk karakter, met veel groene en agrarische functies. Op korte afstand vinden we hier een rivierenlandschap, kwelgebieden, bossen en beekdalen. Het plangebied is omringd door bijzondere natuurgebieden, zoals het landgoed Arcen, de Hamert, landgoed Geijsteren en

Figuur 16: Fiets- en voetveer bij Blitterswijck (Keesjan van den Herik)

De ligging aan het Pieterpad, de fiets- en wandelverbindingen, de aanwezigheid van de Maas, natuur en kastelen maken het een uniek gebied met een heel eigen karakter. Het gebied heeft een grote aantrekkingskracht op rustzoekers. De jachthaven Wanssum ligt in het centrum van het dorp en heeft hoofdzakelijk vaste ligplaatsen. De jachthaven wordt gebruikt door zeilers, waterskiërs, jetskiërs en een rondvaartboot. Naast de horecagelegenheid en de supermarkt zijn er weinig aanvullende voorzieningen aanwezig, zoals een detailhandel gericht op watersport. Hierdoor is de haven weinig aantrekkelijk voor passanten. Door zijn ligging deelt de jachthaven de dorpskern in tweeën op. De Maas en visvijvers zijn in gebruik bij de hengelsport. Daarnaast bevindt zich op de Maas een snelvaartzone voor jetskies en motorboten. Een aantal gebruikers beschikt over een stukje grond met eigen aanlegsteiger of botenhelling.

46

2.4.4

HOOFDSTUK 2 - GEBIEDSBESCHRIJVING

Haven / Bedrijventerrein De haven van Wanssum en het omliggende bedrijventerrein is van groot belang voor de economische ontwikkeling van de regio Venray en voor de lokale en regionale werkgelegenheid. De haven van Wanssum vormt een onderdeel van het Logistiek Knooppunt Noord-Limburg en heeft als Regionaal Overslag Centrum (ROC) een veelzijdige overslagfunctie. Het haventerrein (50 ha) biedt plaats aan ongeveer 40 bedrijven. In de overslaghaven wordt naast containers veel zand en grind aan- en afgevoerd, evenals cement, vliegas, landbouwproducten en dekaarde. In 2008 bedroeg de containeroverslag in de haven van Wanssum 86.000 TEU. Overslag van bulkgoederen bedroeg in 2008 circa 955 duizend ton, waarvan 550 duizend ton zand en grind. Verdere groeimogelijkheden en perspectieven liggen in het verschiet. Een knelpunt is de verkeershinder, die wordt veroorzaakt door het vrachtverkeer over de N270. Daarnaast is sprake van zicht- en geluidshinder door bedrijfsactiviteiten voor het aan de overzijde gelegen Well.

Figuur 17: Op- en overslag van containers haven Wanssum (Marjan Gooren)

HOOFDSTUK 2 - GEBIEDSBESCHRIJVING

47

De overslaghaven is ook van groot belang voor de industriële en logistieke taakstelling van Venray. Om in het netwerk te functioneren, moeten ROC’s samenwerking zoeken met de terminals in Venlo, Born en Stein. Locaties die als ROC fungeren zijn: Gennep, Wanssum, Roermond, Nederweert, Wessem, Stein en Maastricht. Het havenbedrijf Rotterdam wil de capaciteit van de haven van Wanssum verder uitbreiden en heeft hiervoor een terrein grenzend aan de Wanssum Intermodal Terminal gekocht. Door de samenwerking met het Rotterdamse havenbedrijf verdubbelt de capaciteit van de haven van Wanssum.

HOOFDSTUK 3 - UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

hoofdstuk 3 uitgangspunten en randvoorwaarden De eisen en randvoorwaarden, die door gemeenten, provincie en Rijk zijn vastgesteld, vormen uitgangspunt voor het Gebiedsplan. Deze zijn in het onderdeel beleidsanalyse uitgebreid beschreven (bijlage). Daarnaast zijn er voor deze gebiedsontwikkeling aanvullende uitgangspunten en randvoorwaarden door de stuurgroep vastgesteld. In de volgende paragrafen zijn de belangrijkste randvoorwaarden voor de gebiedsontwikkeling opgenomen.

49

3.1 Uitgangspunten en randvoorwaarden De Beleidslijn Grote Rivieren is sterk kaderstellend voor de ontwikkelingen die kunnen plaatsvinden in het Maasdal en hiermee voor het plangebied. Bij de uitgangspunten wordt nauw aangesloten bij het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL), waarin de ruimtelijke ontwikkeling van Limburg op hoofdlijnen is vastgelegd. Het POL biedt een samenhangend overzicht van de provinciale visie op de ontwikkeling van Limburg als kwaliteitsregio en de ambities op een groot aantal beleidsterreinen. In het POL zijn de Structuurvisie, Streekplan, Waterhuishoudingplan, Milieubeleidplan en het Verkeer en vervoerplan opgenomen. Daarnaast stellen gemeentelijke plannen voorwaarden aan de ontwikkeling van het plangebied. Het weergegeven beleid is grotendeel sectoraal beleid. Een integrale ontwikkeling van het gebied vraagt om een afstemming van uitgangspunten en randvoorwaarden, die op tal van punten tegenstrijdig zijn. In het visiehoofdstuk (hoofdstuk 4) worden deze tegenstrijdigheden expliciet benoemd en worden oplossingsrichtingen aangedragen. Deze worden in hoofdstuk 5 uitgewerkt tot concrete maatregelen. 3.1.1

Water De Gebiedsontwikkeling en maatregelen moeten passen binnen de uitgangspunten van de Beleidslijn Grote Rivieren. Binnen de beleidslijn wordt onderscheid gemaakt in een stroomvoerend en bergend deel van het winterbed. Voor deze verschillende delen van het winterbed gelden verschillende regimes. Onder het “stroomvoerend” regime zijn alleen zogenaamde riviergebonden activiteiten toegestaan. De lijst met dit type activiteiten is beperkt en limitatief. Voor de gebiedsontwikkeling vallen onder andere de reactivering van de Oude Maasarm, aanleg van de hoogwatergeulen, aanpassingen van de haven en industrieterrein te Wanssum (mits gekoppeld aan het vervoer over de rivier) en realisatie van natuur onder het kopje “riviergebonden”. Daarnaast bevat de gebiedsontwikkeling een aantal niet-riviergebonden activiteiten die wel binnen het “stroomvoerend” regime vallen, waaronder aanleg van een deel van de rondweg, woningbouw in Wanssum en langs de Oude Maasarm en diverse ruimtelijke ontwikkelingen waaronder de aanleg van de rondweg Wanssum, woningbouw en uitbreiding van recreatiepark het Roekenbosch. Deze activiteiten zijn alleen toelaatbaar als sprake is van een groot openbaar belang of de activiteit per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert.

De niet-riviergebonden onderdelen van de gebiedsontwikkeling zijn alleen vergunbaar, mits ze integraal onderdeel uitmaken van de gehele gebiedsontwikkeling, waarin netto een forse rivierverruiming wordt gerealiseerd. In de praktijk betekent dit dat alle activiteiten binnen het winterbed, riviergebonden en niet-riviergebonden, in één (overkoepelend) vergunningenpakket moeten worden meegenomen.

50

HOOFDSTUK 3 - UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

Recentelijk zijn de kaarten behorende bij de Beleidslijn Grote Rivieren aangepast. Voor het plangebied van de gebiedsontwikkeling betreft het hier een significante verstrenging van het regime. In de nieuwe kaarten wordt vrijwel de gehele Oude Maasarm aangewezen als stroomvoerend winterbed, waar het volgens de huidige kaarten nog bergend winterbed betreft.

N

13 3

13 2

13 1

13 4

1 km.

Wanssum 9 12

12 8

Helling

12 7

Moleneind

Megelsum

12 6

Ho rst Ve aa nra nd y eM a

Meerlo

as

Boltweg

De Beleidslijn Grote Rivieren volgt twee sporen van beleid. Voor elke activiteit in het rivierbed is een vergunning in kader van de Waterwet nodig. Daarnaast worden activiteiten in het ruimtelijk spoor (streekplannen en bestemmingsplannen) afgewogen om te voorkomen dat activiteiten in het bestemmingsplan worden opgenomen die vanuit de Waterwet niet, of slechts onder bepaalde voorwaarden, zijn toegestaan. Binnen de Beleidslijn Grote Rivieren wordt getoetst of geplande activiteiten geen feitelijke belemmering vormen voor toekomstige vergroting van de afvoer op de Maas. Binnen het plangebied van de gebiedsontwikkeling is na uitvoering geen sprake meer van een feitelijke belemmering omdat de gebiedsontwikkeling een duurzame oplossing biedt voor het watervraagstuk in het gebied. Dit is dan ook het uitgangspunt voor de gebiedsontwikkeling.

Nachtegaal

5 12

Ooijen

Wat is “IVM 2-klaar” ?

Gun Zeelberg

Legert

124

Osterbos

Broekhuizenvorst 12 3

Broekhuizen 12 2

0

Legenda

Bergend winterbed Stroomvoerend en bergend winterbed Stroomvoerend winterbed Gebieden WBR artikelwinterbed 2a Bergend BegrenzingStroomvoerend plangebied winterbed

Gebieden WBR artikel 2a Figuur 18: Stroomvoerend en bergend winterbed Begrenzing plangebied (Besluit Rijksrivieren ministerie van Verkeer & Waterstaat, 2008)

0,5

51

Voor de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is “IVM 2-klaar” een belangrijke ontwerpeis. Dit betekent dat de ingrepen dusdanig ontworpen moeten worden, dat ook op de lange termijn geen aanvullende inrichtingswerken of veiligheidsmaatregelen meer nodig zijn om hogere Maasafvoeren als gevolg van klimaatsverandering op te kunnen vangen (zie kader). Binnen de Beleidslijn Grote Rivieren wordt getoetst of geplande activiteiten geen feitelijke belemmering vormen voor toekomstige vergroting van de afvoer- of bergingscapaciteit. Voor de Maas wordt hiervoor IVM 2 als toetsingskader gehanteerd. Binnen het plangebied van de gebiedsontwikkeling is na uitvoering geen sprake meer van een feitelijke belemmering in het kader van IVM 2; de IVM 2-doelstellingen zijn hier al bereikt.

13 0

Blitterswijck

HOOFDSTUK 3 - UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

1

km

¯

Bron: Besluit rijksrivieren 2008, Ministerie van Verkeer en Waterstaat 2008.

Door Rijkswaterstaat is voor het riviervak rkm 123-133 berekend dat er, door de klimaatverandering, bij een 1:250 jaar situatie een waterstandverhoging van 45 cm zal optreden. Om aan de IVM 2 doelstelling te voldoen, zal deze waterstandverhoging door rivierverruiming gecompenseerd moeten worden. Om de IVM 2 doelstelling te bereiken kunnen rivierverruimende maatregelen aan beide zijden van de rivier worden uitgevoerd. Maar ook maatregelen benedenstrooms van Ooijen-Wanssum kunnen een waterstandverlagend effect hebben binnen het plangebied.

De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat heeft in haar standpunt voor het project Zandmaas/Maasroute in september 2000 bepaald dat, het doel van het Zandmaasproject is om de hoogwateroverlast te verminderen, zodanig dat de bevolking achter de kades van de Zandmaas een beschermingsniveau van 1:250 wordt geboden.

52

HOOFDSTUK 3 - UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

HOOFDSTUK 3 - UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

Op basis van dit standpunt heeft Rijkswaterstaat Maaswerken de opdracht gekregen om langs de Zandmaas een beschermingsniveau van 1:250 jaar achter de kades te realiseren waarbij geen benedenstroomse effecten mogen optreden en voldaan wordt aan wet- en regelgeving. Naast het uitvoeren van rivierverruimende maatregelen wordt aan deze taakstelling invulling gegeven door de aanleg, verbetering en verhoging van kades (Sluitstukkades). Binnen het plangebied liggen diverse kadetracés, die door de Maaswerken worden verhoogd of verlengd. Ook voor de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum vinden kadeaanpassingen plaats. Om de kademaatregelen op elkaar af te stemmen, wordt een samenhangend en toekomstbestendig kadeplan opgesteld. De huidige kades van de dijkringen binnen het plangebied vallen onder de Waterwet, zijn primaire waterkeringen en hebben daarmee een wettelijke veiligheidsnorm van 1:250 jaar. De op grond daarvan in de provinciale verordening waterkeren aangegeven kadetracés met bijbehorende dijkringgebieden geven aan welk oppervlak door de waterkeringen beschermd wordt tegen overstromingen (zie kader).

Definities Waterwet Dijkring: stelsel van primaire waterkeringen dat, al dan niet tezamen met hoge gronden, beveiliging biedt tegen overstroming, in het bijzonder door buitenwater; Primaire waterkering: waterkering die beveiliging biedt tegen overstroming doordat deze behoort tot een dijkring ofwel vóór een dijkring is gelegen.

Door reactivering van de Oude Maasarm gaat de overstromingssituatie in het gebied achter de huidige kades fors veranderen. Delen van de Oude Maasarm die tot voor kort beschermd werden door een kade, overstromen na reactivering weer. Aanvullende kademaatregelen zijn noodzakelijk ter bescherming tegen deze overstromingen. De kaart bij de provinciale verordening waterkeren moet daarom naar aanleiding van dit gebiedsplan worden aangepast. Ook moet een dijkverbeteringsplan worden opgesteld.

53

Regionaal waterbeleid

Het Waterschap Peel en Maasvallei heeft in het ontwerp Waterbeheerplan 2010-2015 maatregelen opgenomen voor de Groote Molenbeek, die een specifiek ecologische functie heeft (SEF) evenals een agrarische functie. In het project Nieuw Limburgs Peil (NLP) stelt het Waterschap in opdracht van de provincie een gewenst grond- en oppervlaktewater regime (GGOR) op. Dit bestaat uit streefpeilen voor de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) met bijbehorend maatregelenpakket. In NLP is op dit moment geen rekening gehouden met de gebiedsontwikkeling. Vanuit NLP kan daarom op dit moment geen conclusie worden getrokken over de effecten van de gebiedsontwikkeling op de GGOR. Vanuit de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum moet worden bekeken of aanpassing van het GGOR nodig is het plangebied. 3.1.2

Natuur en landschap Naast behoud en versterking van bestaande natuurwaarden is de ontwikkeling van nieuwe natuur, die aansluit bij bestaande natuurgebieden, een belangrijk uitgangspunt bij de herinrichting van de Oude Maasarm. Een groot deel van de Oude Maasarm, waaronder het natuurgebied Sohr en Legeterbos, is aangewezen als Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In het kader van Zandmaas Pakket 2 / Veermangelden moet per 2015 minimaal 460 ha nieuwe, hoogwaardige riviernatuur ontwikkeld worden en begrensd als EHS. Globaal is het zoekgebied voor deze gronden te duiden als het winterbed van de Maas gecombineerd met POG-gronden (Provinciale Ontwikkelingszone Groen). In dit kader komt ook de rest van de Oude Maasarm en de hoogwatergeulen Ooijen en Wanssum in aanmerking om aangewezen te worden als EHS. Hierdoor ontstaat een aaneengesloten natuurgebied, waarmee versnippering wordt tegengegaan.

54

HOOFDSTUK 3 - UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

HOOFDSTUK 3 - UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

heden tijdens de bouw van bijvoorbeeld nieuwe wijken te beperken. Op deze manier kan daar bij de ontwikkeling van de plannen zoveel mogelijk rekening mee worden gehouden. • De verstoorder betaalt voor het doen van opgravingen en het documenteren van archeologische waarde, wanneer behoud in situ niet mogelijk is (artikel 6).

Meerjarenplan Zandmaas II (2009) Aandachtspunten: • de nieuw te begrenzen EHS dient mede eventuele compensatievereisten van de projecten op te lossen. Verwacht kan worden dat er bijvoorbeeld een dassenleefgebied ingericht moet worden; • mogelijk moet voorkomen worden dat er kleine landbouwenclaves te midden van potentieel of actueel natuurgebied overblijven; • de nieuwe EHS beslaat slechts gebieden die direct aan de rivier gerelateerd zijn. De natuurdoeltypen die aan de orde kunnen zijn betreffen: • rivierlandschap; • ven en duinplas; • moeras. Bij de ontwikkeling van nieuwe natuur worden de rijksdoelen en de doelen uit het Stimuleringsplan Natuur, Bos en Landschap op elkaar afgestemd. Indien nodig moet het Stimuleringsplan hierop worden aangepast. Het natuurbeheer van de Oude Maasarm en de hoogwatergeulen moet tevens worden afgestemd op de rivierkundige doelstelling.

3.1.3

55

De Wet op de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het POL: Bij de herinrichting van het gebied wordt gestreefd naar het behoud van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied. Bij de ontwikkeling van het gebied worden archeologische waarden in de bodem behouden en worden bestaande landschapswaarden behouden en waar mogelijk versterkt. Aardkundige waarden worden behouden en waar mogelijk versterkt en zichtbaar gemaakt. 3.1.4

Ontgrondingen en grondstoffen Ontgrondingen moeten plaatsvinden als onderdeel van projecten met een meervoudige doelstelling (zoals veiligheid, natuurontwikkeling, waterberging en recreatie). Er moet zuinig met grondstoffen worden omgegaan en geologische voorraden moeten worden beschermd. (POL).

3.1.5

Infrastructuur

Bij de ontwikkeling van het gebied moet rekening worden gehouden met het TOP-gebied Sohr-Legeterbos, waar verdere verdroging en versnippering moet worden tegengegaan.

Een goede ontsluiting en bereikbaarheid van het gebied is een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van het gebied. Hierbij gelden een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden.

Archeologie en cultuurhistorie

Evacuatie en hoogwaterveiligheid

De Wet op de archeologische monumentenzorg verplicht overheden het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt, (beter) te beschermen. Uitgangspunt van het verdrag is dat het archeologisch erfgoed integrale bescherming nodig heeft en krijgt. Dit is in drie principes vormgegeven:

Bestaande woonkernen moeten ook in tijden van hoogwater bereikbaar blijven. Dit betekent dat de bereikbaarheid gegarandeerd moet blijven. De gemeentelijke en provinciale rampenplannen en die van Waterschap en Rijkswaterstaat zijn hierbij leidend.

• Streven naar behoud in situ van archeologische waarden. De bodem is de beste garantie voor een goede conservering van archeologische resten (artikel 4). • Tijdig rekening houden in de ruimtelijke ordening met de mogelijkheid op aanwezigheid van archeologische waarden, zodat er nog ruimte is voor archeologievriendelijke alternatieven (artikel 5). Zo wordt voorgesteld om steeds vooraf onderzoek te laten doen naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden om het bodemarchief beter te beschermen en om onzeker-

56

HOOFDSTUK 3 - UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

Nieuwe infrastructuur

Nieuwe infrastructuur mag rivierkundig geen knelpunt vormen en moet voldoen aan de eisen van de Waterwet. Daarnaast moet deze milieukundig inpasbaar zijn en voldoen aan de wettelijk geldende normen (lucht, geluid, (externe) veiligheid). 3.1.6

Bedrijventerrein / haven De herstructurering en uitbreiding van de haven en het industrieterrein moeten worden ontsloten door milieukundig verantwoorde inpassing van de noordelijke rondweg en een gedeeltelijke omlegging van de Geijsterseweg. Uitbreiding van de haven moet tevens aansluiten op de vraag naar watergebonden locaties, rekening houdend met de positie van Wanssum ten opzichte van Venray en Venlo en aansluiten op het Programma Werklocaties 2020 van de provincie Limburg. Dit programma voorziet in de regionale opgave voor de planning en herstructurering van werklocaties. Met de uitbreiding van het Regionaal Overslag Centrum moet het multimodaal goederenvervoer worden bevorderd, waarbij rekening wordt gehouden met de positie van het ROC Wanssum binnen kwaliteitsnet goederenvervoer, zoals verwoord in het Provinciaal Verkeer- en vervoersplan. Geluidsoverlast van het ROC moet worden beperkt / verminderd evenals effecten op het Natura 2000gebied Maasduinen aan de overzijde van de Maas. Toename van het scheepvaartverkeer moet worden afgestemd met de recreatieve vaart, die ook gebruik maakt van de toegangshaven.

3.1.7

Landbouw Door uitvoering van de Gebiedsontwikkeling zal een fors areaal aan de landbouw worden onttrokken. In overleg met de landbouwsector zijn een aantal uitgangspunten voor compensatie geformuleerd, die in het vervolgtraject verder uitgewerkt en geconcretiseerd worden. De maatregelen zijn (deels) door provincie Limburg en LLTB vastgelegd in de Verklaring van Roermond (zie kader). De ingrepen die zorgen voor verlies van landbouwgronden vallen allen binnen de POL perspectieven 1, 2 en 3. Voor de gebieden die binnen het huidige POL Perspectief 1 (Ecologische hoofdstructuur = EHS) vallen, geldt de bestemming natuur. Binnen dit perspectief is de landbouwfunctie eindig en de landbouwsector heeft hiermee al ingestemd. Gebieden die vallen binnen Perspectief 2 (Provinciale Ontwikkelingszone Groen = POG) zijn weliswaar aangewezen als zoekgebied voor natuur en landschap. De gebieden die zijn aangewezen als ruimte voor veerkrachtige watersystemen (Perspectief 3) liggen binnen het stroomvoerend

HOOFDSTUK 3 - UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

57

en bergend winterbed van de Maas. Hier geldt dat landbouw mogelijk is, onder voorwaarde dat dit geen fysieke belemmering vormt voor de doorstroming. Compensatie van landbouwareaal en structuurverlies kan aan de orde zijn in gebieden die vallen binnen P2 en P3. Aangezien compensatie in hectares binnen het plangebied niet aan de orde is – hiervoor is te weinig ruimte beschikbaar – geldt als belangrijkste uitgangspunt het streven naar een kwaliteitsverbetering van de resterende landbouwgronden. Daarbij worden de volgende stappen gehanteerd: 1. allereerst wordt gekeken naar compensatiemogelijkheden op individueel

niveau, binnen het plangebied; 2. wanneer stap 1 onvoldoende oplevert, wordt gekeken naar compensatie op collectief niveau binnen het plangebied; 3. in het geval dat compensatie binnen het plangebied onvoldoende kwaliteitswinst oplevert, is mogelijk compensatie buiten het plangebied aan de orde. Bij de kwaliteitsverbetering van de resterende gronden richt de aandacht zich in eerste instantie op de fysieke elementen: • de omvang van het landbouwareaal (aantal ha en robuustheid blokken); • de inrichting van het landbouwgebied (kavelvorm, verkaveling en ontsluiting); • de kavelinrichting (maaiveldligging, beregening en drainage); • de kwaliteit van de bodems (grondsoort en bodemopbouw); • de hydrologie (waterpeilen en beschikbaarheid van water); • sloop van incourante objecten; • voor niet courante objecten mogelijkheden voor vrijkomende bestemmingen. Daarnaast wordt ook gekeken naar de mogelijkheden tot verbetering van de planologische situatie (schaduwwerking en gebruiksbeperkingen) en naar de mogelijkheden tot uitbreiding van bouwblokken voor hoofdberoepsbedrijven die nu binnen het juridische winterbed van de Maas liggen.

58

HOOFDSTUK 3 - UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

HOOFDSTUK 3 - UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

Verklaring van Roermond

Voor de locatie van solitaire woningen in het buitengebied geldt dat deze, aanvullend op bovengenoemde randvoorwaarden gelokaliseerd kunnen worden in een lint of cluster aansluitend aan de contour. Uitleglocaties zijn alleen mogelijk aansluitend aan de contour (en als hierbinnen geen ruimte meer is of kan worden hergebruikt). De voorwaarden die vanuit de POL-aanvulling worden gesteld aan nieuwe landgoederen is dat deze een minimale oppervlakte hebben van 10 hectare nieuw groen, waarin maatwerk mogelijk is. Rood kan verschillende functies herbergen, waarvoor geldt dat er maximaal 4 wooneenheden gerealiseerd kunnen worden op een landgoed van minimaal 10 hectare. Bij grote landgoederen is maatwerk mogelijk.

De provincie Limburg en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB) hebben in de Verklaring van Roermond (VvR) afspraken gemaakt over een pakket maatregelen naar aanleiding van het onderzoek van het Landbouweconomisch Instituut (LEI) en Alterra naar de mogelijkheden om de betrokkenheid van de landbouw bij het realiseren van de plattelandsdoelen te vergroten. De ambitie van de Verklaring van Roermond (VvR) is om tot een versnelling te komen in de uitvoering van het Plattelandsbeleid door een evenwichtige ontwikkeling van omgevingskwaliteit en mogelijkheden voor de land- en tuinbouw. Partijen en stakeholders nemen hierbij een flexibele en creatieve houding in en ontwikkelen integrale oplossingen die leiden tot meerwaarde.

3.1.8

Voor de gebiedsontwikkeling worden daarnaast nog enkele aanvullende eisen gesteld: • bouw van nieuwe woningen vindt niet plaats binnen stankcirkels; • bouw van nieuwe woningen mag geen invloed uitoefenen op de doorstroming van het water.

Wonen Wanssum / wonen buitengebied Woningbouw is een onderdeel van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum. Een deel van de woningbouw vindt plaats in en in aansluiting op de bestaande kern van Wanssum en is vooral bedoeld voor de lokale behoefte. Deze plannen komen voort uit het plan ´Het Nieuwe Wanssum´ van de gemeente. Woningbouw moet passen binnen de uitgangspunten, zoals die in het POL zijn geformuleerd en de Regionale woonvisies. Nieuwe woningen moeten worden afgestemd op de rivierkundige functie van de haven en uitstroom van de Groote Molenbeek. Voor het wonen in het buitengebied / buiten de rode contouren gelden een aantal randvoorwaarden en uitgangspunten, die door de provincie zijn vastgelegd in de POL-aanvulling Verstedelijking, gebiedsontwikkeling en kwaliteitsverbetering. Onderdeel van deze aanvulling is het Kwaliteitsmenu Limburg, dat is uitgewerkt in de beleidsregel met gelijkluidende naam en uit verschillende modules bestaat. Het Kwaliteitsmenu Limburg maakt ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied onder voorwaarden mogelijk: • het menu komt pas aan de orde, nadat is geoordeeld dat de ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse mogelijk is en past binnen het POL; • zekerstelling van de kwaliteitsbijdrage: ontwikkelingen in het buitengebied zijn alleen mogelijk wanneer ze (per saldo) een meer dan evenredige bijdrage leveren aan de kwaliteit van het buitengebied.

Ter plekke van de ruimtelijke ontwikkeling moet kwaliteit worden geleverd, en is in de meeste gevallen een extra kwaliteitsbijdrage verplicht.

59

3.1.9

Recreatie en toerisme Voor de toeristische sector in het plangebied dient de gebiedsontwikkeling toegevoegde waarde te hebben. Vanuit het perspectief van toeristisch-recreatieve bedrijven is ook in de huidige situatie al sprake van een aantrekkelijk landschap. Kwalitatieve verbeteringen in het plangebied kunnen worden gevonden in verbeteringen van de toegankelijkheid en de belevingswaarde van de Maas en de Oude Maasarm. De gebiedsontwikkeling biedt daartoe de volgende mogelijkheden: Het verbeteren van de toegankelijkheid van de Maas Door realisatie van wandel- en struinpaden en (doorgaande) routes wordt de toegankelijkheid van de Maas verbeterd. In de gebiedsontwikkeling dient hier in bij de realisatie van natuur in de Oude Maasarm en bij de realisatie van de hoogwatergeulen van Ooijen en Wanssum expliciet aandacht voor te zijn. Het verbeteren van de infrastructuur voor fietsers Daar waar sprake is van aanpassingen van bestaande wegen of de aanleg van nieuwe wegen en bruggen dient aandacht te zijn voor de veiligheid van en de belevingswaarde voor fietsers. Realisatie van (vrijliggende) fietspaden op drukke tracés is, evenals het behoud van de fietsverbindingen tussen Wanssum en Geijsteren zeer gewenst. De aanleg van fietspaden over nieuwe dijken vergroot de belevingswaarde van recreanten en dient, mits er geen grote overlast is voor aanwonenden, mogelijk gemaakt te worden.

60

HOOFDSTUK 3 - UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

Verbetering van de doorgaande wandelmogelijkheden in de Oude Maasarm Vrije toegankelijkheid van de Oude Maasarm vormt een integraal onderdeel van de inrichtingplannen voor dit gebied. In grote delen van het plangebied (bestaande EHS) is sprake van voldoende aanbod van wandelmogelijkheden en dient aandacht te zijn voor het behoud van deze paden en van het onverharde en authentieke karakter ervan. Aansluitend op deze bestaande wandelinfrastructuur wordt ook in de nieuwe EHS een aantal onverharde paden gecreëerd. Hierdoor ontstaan in het plangebied doorgaande wandelverbindingen tussen de verschillende dorpskernen en langs karakteristieke natuur zoals beken, bossen en wetlands.

3.1.10

HOOFDSTUK 3 - UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

61

om het ontwerp ‘C2C-proof’ te maken. Dit heeft bijvoorbeeld consequenties voor ontgrondingen. C2C stelt de vraag of een zandwinning in al haar facetten voor mens en ecologie ter plekke meerwaarde oplevert. Het volstaat dan niet meer om de negatieve effecten te beperken (‘licence to harm’) of genoegen te nemen met een landschap waar grond is veranderd in water door daar nieuwe functies voor te bedenken (‘downcycling’). Zand winnen is volgens C2C synoniem geworden voor het creëren van een waardevoller landschap voor mens en ecologie.

3.2 Conclusie

Verbetering van de naamsbekendheid De Oude Maasarm heeft nog een geringe bekendheid. Vanuit de toeristischrecreatieve sector is behoefte aan vergroting van de naamsbekendheid van de Oude Maasarm. De kleinschaligheid, landschappelijke variatie, rust en authenticiteit maken dat dit gebied zich kan meten met andere grote natuurgebieden in de regio. Gezocht wordt naar projecten die de gebiedsontwikkeling versterken door de uniciteit en de avontuurlijkheid van het huidige gebied en de toekomstige (waterrijke) natuur meer beleefbaar te maken, bijvoorbeeld door de aanleg van bijzondere (thema-) routes en avontuurlijke vlonderpaden door de toekomstige wetlands. Ook wordt gepleit voor een betere gebiedsmarketing om het toekomstige aaneengesloten natuurgebied bij een groter publiek bekendheid te geven.

De gebiedsontwikkeling streeft er naar alle hierboven genoemde randvoorwaarden en uitgangspunten te verenigen in een integrale aanpak voor het gebied. Op twee uitgangspunten na zijn alle principes te verenigen in een integrale aanpak zonder dat echt keuzes gemaakt moeten worden. Deze twee uitzonderingen zijn de hoogwaterbescherming (Waterwet) en de rivierverruiming (IVM 2). Ook wanneer in het gebied geen sprake is van een gebiedsontwikkeling botsen op termijn de belangen van IVM 2 en de Waterwet. Vanuit het oogpunt van rivierverruiming is het wenselijk de rivier zoveel mogelijk ruimte te bieden, daarmee wordt de grootste waterstanddaling bereikt, echter de in het gebied aanwezige kernen moeten worden beschermd door kades die ten koste gaan van deze verruiming. De gebiedsontwikkeling biedt nu de kans om een zorgvuldige afweging te maken in de balans van hoogwaterbescherming en rivierverruiming.

Cradle to Cradle (Beleidskader Duurzame Ontwikkeling)

Dit betekent dat de dijkringgebieden voor de gebiedsontwikkeling opnieuw moeten worden gedefinieerd. De kaart bij de provinciale verordening waterkeren moet daarom naar aanleiding van dit gebiedsplan worden aangepast. Daarbij wordt de maximaal mogelijke rivierverruiming in het gebied in het kader van IVM 2 ingeperkt ten behoeve van de hoogwaterbescherming.

Het concept Cradle to Cradle (C2C, Braungart c.s.) geeft het concept duurzame ontwikkeling een extra dimensie door activiteiten, ingrepen en productieprocessen op hun overall resultaat te beoordelen. Er is in hun optiek geen hoofdproduct of hoofdresultaat van een project waar we onvermijdelijke negatieve bijeffecten van moeten accepteren of compenseren. In de visie van C2C moeten alle resultaten en effecten in het ontwerp meegenomen worden en moeten alle resultaten en effecten een positieve bijdrage leveren. ‘Products that are not designed for human and ecological health are unintelligent and inelegant’. Deze worden gezien als een voorbeeld van ‘outdated and unintelligent design’. De provincie vertaalt het concept C2C in een beleidskader duurzame ontwikkeling. Een daadwerkelijke adoptie van C2C in de gebiedsontwikkeling zal grote consequenties hebben voor de ontwerpen. Ingrepen en ontwikkelingen moeten op hun lange termijneffecten worden beoordeeld. Hoe ingrijpender de ontwikkeling (dat wil zeggen hoe meer een maatregel ingrijpt op de netwerklaag of ondergrond uit hoofdstuk 2, des te minder omkeerbaar, des te belangrijker wordt het

HOOFDSTUK 4 - VISIE OP DE GEBIEDSONTWIKKELING

hoofdstuk 4 VISIE OP DE GEBIEDSONTWIKKELING Gebiedsontwikkeling stelt het gebied centraal en verbindt op basis daarvan de vele sectorale doelen met elkaar. Uitvoering van beleid op het gebied van water, wonen, leefbaarheid, economie, recreatie en toerisme en natuur leidt in de praktijk tot tal van strijdigheden. De keuzes en compromissen die daar uit voortkomen zijn zelden samenhangend, komen het gebied veelal niet ten goede en laten kansen onbenut. Zo ook in Ooijen-Wanssum. Bij een voortgaande autonome ontwikkeling van het gebied vanuit sectorale belangen worden dijken aangelegd op plekken waar ze in de nabije toekomst weer afgebroken moeten worden. Of er wordt geïnvesteerd in een brug op een plek die in de toekomst geen deel meer uitmaakt van de doorgaande provinciale weg. Er worden woningen gebouwd op plekken waar geen vraag is terwijl niet mag worden gebouwd op plekken waar mensen juist willen wonen. Of er gebeurt niets. Ontwikkelingen en initiatieven blijven dan nog decennia afhankelijk van het oplossen van een onzeker watervraagstuk.

63

Gebiedsontwikkeling is meer dan het slim combineren van sectorale doelstellingen. Het bundelt de ontwikkelingen van de komende decennia in tijd en geeft nadrukkelijk richting doordat heldere keuzes gemaakt worden. De doelstellingen en randvoorwaarden uit de vorige twee hoofdstukken zijn niet zonder meer te combineren. Gebiedsontwikkeling kan niet sturend zijn zonder dat een duidelijke richting wordt bepaald. Deze richting staat in dit hoofdstuk verwoord. Water is sturend

Water is altijd een bepalende factor geweest voor de ontwikkelingen in het plangebied. Maaswater leidde regelmatig tot overstromingen. Kwelwater maakte grote delen van het plangebied ongeschikt voor bewoning en zelfs voor landbouw. Al in het verre verleden is veelal tevergeefs getracht met drainage landbouwkundige verbetering aan te brengen. Tot het begin van de vorige eeuw was de Maas fysiek aanwezig; met enige regelmaat kampten de lage delen van het gebied met hoogwater. In het tweede deel van de vorige eeuw zijn de fysieke belemmeringen van de Maas vertaald in juridische belemmeringen. Sinds de hoogwaters van 1993 en 1995 en met klimaatverandering in het vooruitzicht nemen de onzekerheden toe en heeft Rijkswaterstaat haar greep op het gebied versterkt. Dit vertaalt zich in juridische belemmeringen die weinig tot geen ruimte laten voor ontwikkelingen. Doel: Realiseren van duurzame waterstanddaling

In de gebiedsontwikkeling wordt gekozen voor water als sturend principe. Door reactivering van de Oude Maasarm en de aanleg van twee hoogwatergeulen wordt de oorspronkelijke invloed van de Maas in het gebied teruggebracht. Deze rivierverruiming biedt een duurzame, robuuste en klimaatbestendige oplossing voor de waterhuishouding in het gebied én verbetert de situatie langs de Maas tot tientallen kilometers stroomopwaarts. Deze nieuwe waterhuishouding zet de toon en stelt de randvoorwaarden aan de andere facetten van de gebiedsontwikkeling waaronder aan de ligging van kades in het gebied, de vaststelling van de nieuwe dijkringen, het geboden beschermingsniveau en de locaties, timing en schaal van nieuwe ontwikkelingen. De gebiedsontwikkeling voorziet in alle benodigde rivierverruimende maatregelen, nu en in de toekomst. Daarmee wordt een eind gemaakt aan de onzekerheid over het watervraagstuk in het plangebied. Door een voorschot te nemen op de

64

HOOFDSTUK 4 - VISIE OP DE GEBIEDSONTWIKKELING

toekomst kunnen op verantwoorde wijze ook de juridische teugels op een aantal manieren worden gevierd. Hierdoor ontstaan mogelijkheden voor individuele bescherming, natuurontwikkeling, de aanleg van een rondweg, uitbreiding van het bedrijventerrein in Wanssum en woningbouw. Deze gebruiksfuncties zijn in de huidige situatie niet of moeilijk vergunbaar. Door de rivierverruiming dalen de waterstanden in de Maas tijdens hoogwater fors. Dit pleit ervoor zoveel mogelijk gebieden buiten de kades te laten en de rivier zoveel mogelijk ruimte te laten. De woonfunctie in het gebied vraagt juist om bescherming door kades maar (daarmee) om inperking van de ruimte voor de rivier. Ook hier geldt dat water sturend is en dat waar mogelijk ruimte geboden wordt aan de rivier. De wateropgave is bepalend voor de ligging en omvang van de dijkringen. De dijkringgebieden worden naar aanleiding hiervan aangepast. De nieuwe dijkringen voorzien in bescherming van kernen en een aantal bebouwingsclusters. Bebouwing binnen de dijkringen krijgt een beschermingsniveau van 1:250 per jaar. Voor bebouwing buiten de dijkringen wordt op basis van rivierkundige berekeningen vastgesteld of de situatie ten opzichte van de huidige situatie verbetert of verslechtert.

Voor situaties waarin sprake is van een verslechtering wordt op verschillende manieren compensatie geboden (maatwerkbescherming, ontwikkelingskansen, verzekeringsmogelijkheden of financiële compensatie). Dit laatste geldt ook voor de kernen van Broekhuizen en Meerlo. Ruimte voor de rivier leidt tot het ontstaan van kleinere dijkringen die tijdens hoogwater geen eilanden moeten vormen. De bereikbaarheid en evacuatie tijdens hoogwater vormen belangrijke aandachtspunten in de gebiedsontwikkeling. Alle kernen en bedijkte clusters zijn tijdens een hoogwatersituatie bereikbaar en kunnen indien nodig tijdig worden geëvacueerd. Voor woningen buiten de dijkringgebieden wordt maatwerk toegepast.

HOOFDSTUK 4 - VISIE OP DE GEBIEDSONTWIKKELING

65

Natuur en landschap als kans voor recreatie en wonen

De reactivering van de Oude Maasarm en de aanleg van de hoogwatergeulen Ooijen en Wanssum bieden de kans voor de ontwikkeling van een groot aaneengesloten natuurgebied. De invloed van de Maas in het gebied neemt toe en het gebied krijgt zijn oorspronkelijke dynamiek terug. De hoogwatergeulen worden hoogdynamische, aantrekkelijke natuurgebieden met ondiep, helder open water omzoomd door soortenrijke, zandige oevers. De niet permanent watervoerende Oude Maasarm is rijk is aan kwel en kent een grote variatie aan grondsoorten en hoogteverschillen. Deze omstandigheden maken de vorming van een uniek natuurgebied mogelijk. Voor de ontwikkeling van natuur en landschap zal rivier- en kwelwater sturend zijn voor de natuurtypen die ontstaan. In grote delen van het plangebied zijn de natuurlijke omstandigheden en natuurlijke processen leidend voor de natuur(doel)typen die ontstaan. Sommige delen van het plangebied vragen om rivierkundige redenen een intensiever beheer en is natuurontwikkeling alleen binnen de rivierkundige marges toegestaan. Het grootschalige, aaneengesloten vrij toegankelijke natuurgebied biedt uitstekende kansen voor extensieve vormen van recreatie zoals fietsen en wandelen. In de nabijheid van dorpen zal ruimte zijn voor intensiever recreatief medegebruik dan in de (natte) kern van het gebied. Doel: ONTWIKKELEN VAN NATUUR EN LANDSCHAP

De lage of verlaagde en door de gebiedsontwikkeling vernatte delen van het gebied zijn landbouwkundig minder interessant en vragen veel technische ingrepen om ze geschikt te maken en houden voor landbouw. In de Oude Maasarm wordt daarom gekozen voor natuur en is voor de landbouw in principe geen plaats meer. Samenhang voor Wanssum

Het dorp Wanssum wordt door de uitstroom van de Groote Molenbeek en de doorgaande weg in vieren verdeeld. Ontwikkeling van de dorpskern wordt beperkt door de ligging in het winterbed van de Maas. De reactivering van de Oude Maasarm maakt het verruimen van de doorstroomcapaciteit onder de brug over de Groote Molenbeek noodzakelijk. Dit biedt een kans de huidige doorgaande weg anders in te richten en een einde te maken aan de onveilige verkeerssituatie in het dorp. De rivierverruiming biedt ruimte voor het aanleggen van een rondweg, deels gelegen in het winterbed van de Maas, die het doorgaande verkeer om

66

HOOFDSTUK 4 - VISIE OP DE GEBIEDSONTWIKKELING

de dorpskern heen leidt. Door het verkeer op de huidige doorgaande weg te beperken, wordt de barrièrewerking van de weg verkleind en ontstaat ruimte voor nieuwe samenhang tussen Wanssum ten noorden en zuiden van de provinciale weg. Doel: VERGROTEN VAN DE LEEFBAARHEID VAN WANSSUM

Door de huidige splitsing van het dorp in vier delen ontbreekt een duidelijk centrum. Tussen de huidige weg, de nieuwe weg en de haven ontstaat met de gebiedsontwikkeling nieuwe ruimte voor een bundeling van kleinschalige bedrijvigheid en winkelfuncties. Hiermee krijgt Wanssum enerzijds een duidelijker centrum en blijven winkels en bedrijven tegelijkertijd bereikbaar voor het doorgaande verkeer. Een nieuwe locatie voor centrumfuncties en het beperken van het verkeer op de huidige weg biedt mogelijkheden voor de bouw van een beperkt aantal woningen aan het water van de jachthaven. Op termijn kan de woningbehoefte voor Wanssum worden opgevangen op sportpark de Broekberg. Rivierverruiming als kans voor gebiedsontwikkeling

De gebiedsontwikkeling geeft door de reactivering van de Oude Maasarm en de aanleg van twee hoogwatergeulen bij Ooijen en Wanssum in één keer invulling aan de huidige en toekomstige wateropgave in het plangebied. Dit leidt tot meer ruimte voor de rivier dan nodig zodat per saldo ruimte ontstaat voor nieuwe ontwikkelingen. Nu en in de toekomst. Doel: RUIMTE MAKEN VOOR NIEUWE ONTWIKKELINGEN

HOOFDSTUK 4 - VISIE OP DE GEBIEDSONTWIKKELING

67

Ruimte voor nieuwe ontwikkelingen kan ontstaan door: 1. Een oplossing bieden voor de toets op ‘feitelijke belemmeringen’ in de

Waterwet. 2. Het in één Waterwet-vergunningpakket opnemen van de rivierverruimende maatregelen uit deze gebiedsontwikkeling met de vanuit de gebiedsontwikkeling benodigde (planonderdelen, compensatie) en wenselijke ontwikkelingen (initiatieven van derden) volgens de saldobenadering. 3. Het voorzien in tijdelijke vergunningen en tijdelijke bestemmingen waardoor de toekomst het heden niet ‘gijzelt’. Tijdelijk wil zeggen: kort genoeg om de ruimte weer prijs te geven als de verhoogde Maasafvoeren dat vergen en lang genoeg om er (als ondernemer of particulier) in te kunnen investeren. 4. Vaststelling van een zekere mate van overruimte in de Waterwet-vergunning waar in toekomstige initiatieven aanspraak op gemaakt mag worden. 5. Vaststelling van een nieuwe, minder omvangrijke of ingrijpende winterbedbelijning door de verbeterde hydraulische situatie in het plangebied na uitvoering van de maatregelen. De integrale aanpak van de gebiedsontwikkeling biedt veel kansen voor een gebied dat in de huidige situatie weliswaar niet onder directe invloed staat van de Maas, maar indirect door de aanwezigheid van de Maas en de bestaande kades wel op slot zit. Juist door de Maas terug te brengen in het gebied ontstaat een dynamisch systeem met kansen voor mens en natuur.

Het integrale maatregelenpakket dat op basis van deze visie in het volgende hoofdstuk wordt uitgewerkt is een duidelijk samenhangend geheel gestuurd door de wateropgave.

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

hoofdstuk 5 DE MAATREGELEN In dit hoofdstuk worden de maatregelen beschreven, die gezamenlijk moeten leiden tot het realiseren van de doelstellingen voor de Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum.

69

5.1 Toelichting op de maatregelenkaart Voor het plangebied is een maatregelenkaart opgesteld. Voor een aantal planonderdelen gelden harde eisen. Deze uitgangspunten en randvoorwaarden zijn geformuleerd in hoofdstuk 3. Daarnaast zijn voor alle onderdelen ambities geformuleerd en is de koppeling met andere planonderdelen benoemd. De visie uit hoofdstuk 4 wordt in dit hoofdstuk in concrete maatregelen vertaald. Het in detail ontwerpen van de waterkeringen (kades en dijken) is niet in de maatregelen meegenomen. Hiervoor wordt, in overleg met betrokkenen een apart dijkverbeteringsplan opgesteld. In het dijkverbeteringsplan wordt rekening gehouden met aspecten zoals uitzicht van bewoners, de leefbaarheid in kernen, het open landschap, bedrijfsbelangen en cultuurhistorie. Ook hoogte, type en ontwerp worden in het plan opgenomen. In de maatregelenkaart (zie bijlage) zijn de ingrepen afgebeeld, die in de volgende paragrafen worden toegelicht.

5.2 Reactivering Oude Maasarm Doel: • Realiseren van duurzame waterstandsdaling • Ontwikkelen van natuur en landschap • Ruimte maken voor nieuwe ontwikkelingen Koppeling met andere maatregelen: • Reactivering van de Oude Maasarm is gekoppeld aan alle maatregelen Beschrijving van de maatregel: Reactivering van de Oude Maasarm bestaat uit de volgende ingrepen: 1. kade maatregelen: weghalen van de kade bij Ooijen en Blitterswijck en

aanleg van nieuwe kadetracés; 2. verlagen maaiveld ter plaatse van de instroomopening bij Ooijen; 3. verwijderen knelpunten en plaatselijke maaiveldverlaging in de Oude Maasarm; 4. aanpassing van wegen en bruggen om doorstroming van de Oude Maasarm te optimaliseren en de bereikbaarheid te behouden (ook tijdens hoogwater).

70

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

Kade maatregelen

Om voldoende rivierwater binnen te kunnen laten in de Oude Maasarm worden bij Ooijen en Blitterswijck openingen in de bestaande kades gemaakt. Hierdoor kan Maaswater weer de Oude Maasarm instromen. Om te voorkomen dat de bewoningskernen na reactivering met wateroverlast te maken krijgen zijn aanpassingen aan de bestaande kades nodig. Concreet betekent dit aanleg van nieuwe kadetracés langs de Oude Maasarm zodat dijkringen weer sluitend worden en het water niet vanuit de Oude Maasarm het bebouwde gebied kan binnen stromen. De verhoging van de bestaande kades en de nieuw aan te leggen waterkeringen worden binnen de gebiedsontwikkeling als één samenhangend pakket voorbereid. Met de voorgestelde kademaatregelen is invulling gegeven aan: 1. Bescherming van kernen op het niveau van 1:250 conform de toezegging van

het Rijk 2. Bescherming van overige buurtschappen, huizen en gebouwen zoveel mogelijk op minimaal het huidige beschermingsniveau 3. A anleg van duurzame en zo robuust mogelijke kadetracés 4. Voldoende ruimte voor de rivierverruimende ingrepen die de benodigde waterstanddaling op de Maas opleveren (zie hoofdstuk 3) Op basis van deze uitgangspunten en de resultaten van diverse rivierkundige berekeningen zijn indicatieve kadetracés tot stand gekomen voor de primaire waterkeringen. Deze waterkeringen worden in de toekomst beheerd door het Waterschap Peel en Maasvallei. Deze primaire waterkeringen bieden een beschermingsniveau van 1:250 en vormen tevens de voorgestelde begrenzing van de nieuwe dijkringgebieden die in een dijkverbeteringsplan dienen te worden vastgesteld. Het dijkverbeteringsplan wordt in overleg met betrokkenen opgesteld. Behalve de rivierkundige en beschermingsopgave zal daarin ook aandacht zijn voor onder andere uitzicht van bewoners, de leefbaarheid in kernen, het open landschap, bedrijfsbelangen en cultuurhistorie.

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

71

Het gebied buiten deze dijkringen wordt buitendijks. Indien de veiligheid voor de bewoners of gebruikers of het rivierbelang niet in het geding is kan het huidig gebruik worden voortgezet. Afhankelijk van de (hoogte-)ligging van gebouwen kan sprake zijn van een toename van de wateroverlast. Voor eigenaren wordt een compensatieregeling van kracht die vergelijkbaar is met landelijke regelingen in ´ruimte voor de rivier´ projecten. De kernen Broekhuizen en Meerlo zijn na de overstromingen van 1993 en 1995 buiten de bescherming van de DGR-kades gelaten, met als gevolg dat deze kernen ook geen onderdeel uitmaken van een bestaand dijkringgebied, en vervolgens niet zijn opgenomen in de opdracht van Maaswerken om de kades te verhogen en te verbeteren (Sluitstukkades). De panden langs de Veerweg bij Broekhuizen zijn nu niet beschermd, de overige panden zijn beschermd door hun hoge ligging. De bescherming van de panden langs de Veerweg is nu 1:20 jaar. Voor beide kernen geldt dat deze in principe worden beschermd door middel van een primaire waterkering, maar dat een dergelijke waterkering mogelijk te ingrijpende gevolgen heeft voor bewoners en ruimtelijke kwaliteit. Voor de bescherming van deze kernen is een nadere uitwerking voorzien. De indicatieve nieuwe kadetracés zijn weergegeven op de maatregelenkaart (zie bijlage).

In de tabel op de volgende pagina is het per kern of buurtschap weergegeven.

72

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

Kern/buurtschap

Dijkring gebied

Toekomstig beschermingsniveau

Broekhuizen

Buiten

Streven naar 1:250 Nader te bepalen

Maatregelen

Broekhuizenvorst

Binnen

1:250 jaar

Aanleg nieuwe kade ten noorden en oosten Broekhuizenvorst en Zeelberg en verhoging bestaande kade i.k.v. sluitstukkade

Zeelberg

Binnen

Huidig (± 1:50)

Compensatie, aanleg 1:250 kade belemmert doorstroming Oude Maasarm

Ooijen

Binnen

1:250 jaar

Aanleg nieuwe kade ten zuiden en oosten van Ooijen en verhoging bestaande kade i.k.v. sluitkade

Nachtegaal

Binnen

Huidig (± 1:50)

Compensatie, aanleg 1:250 kade belemmert doorstroming Oude Maasarm

Boltweg

Binnen

1:250 jaar

Aanleg nieuwe kade ten zuiden en westen

Blitterswijck

Binnen

1:250 jaar

Aanleg nieuwe kade ten oosten van Blitterswijck en verhoging bestaande kade i.k.v. sluitstukkade

Wanssum

Binnen

1:250 jaar

Verhoging bestaande kade en aanleg nieuwe kade i.k.v. sluitstukkade

Helling

Buiten

Huidig (± 1:50)

Verhoging bestaande kade en aanleg nieuwe kade i.k.v. sluitstukkade

Meerlo

Buiten

Megelsum, Gun, Legert, Osterbos

Buiten

Huidig (± 1:50)

Indien van toepassing compensatie

Overige bebouwing in de Oude Maasarm

Buiten

Huidig (± 1:50)

Compensatie

Streven naar 1:250 Nader te bepalen

Tabel 4: Gezamenlijke kademaatregelen gebiedsontwikkeling en sluitstukkades

Compensatie

Langs de Oude Maasarm liggen diverse woningen en bedrijven in en aan de Oude Maasarm. Door de huidige kades wordt deze bebouwing beschermd tegen een hoogwater van ca 1:50 jaar. Door de reactivering komen ze buiten de kades te liggen en gaat een aantal huizen en bedrijven er op achteruit ten opzichte van het huidige beschermingsniveau. Deze bewoners/eigenaren moeten gecompenseerd worden voor de achteruitgang in beschermingsniveau. In beginsel is sprake van

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

73

financiële compensatie. Daarnaast of aanvullend moet de mogelijkheid geboden worden voor ondermeer: • Ruimte voor maatwerkbescherming (bijvoorbeeld het bieden van mogelijkheden voor het nemen van kleine, privé maatregelen rond huizen of bedrijfsgebouwen zoals dijkjes, wallen of schotten). • Ontwikkelingskansen (bijvoorbeeld toestemming voor realisatie van (bedrijfs-)uitbreiding). • Verzekeringsmogelijkheden. Per geval en in overleg met bewoners/eigenaren wordt gezocht naar de beste oplossing. In principe worden maatregelen door bewoners zelf gerealiseerd tenzij maatwerk-beschermingsmaatregelen meerdere eigenaren beschermen of dermate complex wordt dat zelfrealisatie niet van individuele eigenaren kan worden verwacht. Verlagen instroomopening bij Ooijen

De instroomopening bij Ooijen vormt als het ware de “kraan” van de Oude Maasarm. Om bij hoogwater voldoende water in de Oude Maasarm te kunnen laten, wordt het maaiveld bij Ooijen verlaagd. Rivierkundige berekeningen laten zien dat verlaging van het maaiveld met ca 1 m voldoende is om voldoende water de Oude Maasarm in te laten stromen en hiermee de benodigde waterstandsdaling te realiseren. Verdere verlaging van het maaiveld heeft weinig effect omdat het achterliggende maaiveld in de Oude Maasarm hoger ligt; ook past verdere verlaging niet in het streefbeeld voor natuur en landschap. Verwijderen knelpunten en plaatselijke maaiveldverlaging

In de Oude Maasarm zijn een aantal verharde en onverharde wegen aanwezig die hoger liggen dan het omringende maaiveld en dwars op de stromingsrichting liggen. Hiermee kunnen ze een obstakel vormen voor de doorstroming. Deze wegen worden waar nodig verwijderd, verlaagd of doorstroombaar gemaakt. Bij Moleneind staat een woonhuis midden in de Oude Maasarm. Rivierkundige berekeningen hebben aangetoond dat het gebouw zelf geen belemmering vormt voor de doorstroming van de Oude Maasarm. Echter het beschermen en bereikbaar houden van deze woning tijdens hoge waterstanden vergt mogelijk wel ingrepen die belemmerend kunnen zijn voor de doorstroming. In overleg met bewoners wordt gezocht naar een passende oplossing. De Oude Maasarm mondt in de kern van Wanssum, via de jacht- en industriële

74

HOOFDSTUK 5 - DE MAATREGELEN

haven, uit in de Maas. De huidige uitstroomopening onder de doorgaande weg is veel te krap en vormt een belemmering voor de benodigde doorstroming tijdens hoogwater. De huidige uitstroomopening wordt hiervoor fors verbreed en het maaiveld wordt verlaagd tot het bodemniveau van de jachthaven. Om deze verruiming mogelijk te maken, worden de C1000, de autopier en het tankstation verwijderd. Ook bij de uitstroom bij Blitterswijck is aanvullende maaiveldverlaging nodig om voldoende doorstroomcapaciteit te krijgen. Het gaat daarbij om een maaiveldverlaging van ca 1 m. Aanpassing van wegen en bruggen

Door de reactivering zal er geregeld water staan of stromen in de Oude Maasarm. De Oude Maasarm kruist een aantal wegen, waarvan de belangrijkste zijn: • de Blitterswijckse weg ten noorden van Broekhuizenvorst; • de Ooijense weg ten oosten van Blitterswijck; • de weg Moleneind bij Moleneind (ten noorden van Meerlo); • de Brugstraat in Wanssum. De kruising tussen de Oude Maasarm en een weg kan op vele manieren worden vormgegeven: a. de weg wordt met een hoogwatervrije brug (1:250 jaar, even hoog als de kades)

over de Oude Maasarm geleid; b. de weg wordt met een lagere brug over de Oude Maasarm geleid, waarbij de brug al bij een frequenter voorkomend hoogwater onder water komt te staan; c. de weg wordt op gelijk niveau gehouden of iets verhoogd, terwijl het watervan de Oude Maasarm bij lage afvoeren middels duikers onder de weg door wordt geleid, en bij hogere afvoeren gaat het water in de Oude Maasarm over de weg stromen; d. de weg komt op het niveau van de bedding van de Oude Maasarm te liggen; wanneer de Oude Maasarm water voert is de weg niet meer bruikbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12762640/1