05 Naslagwerk Gebiedsplan Ooijen-Wanssum april 2010
Tekst van het document
BELEIDSANALYSE
117
Basisnet water
Het doel van het Basisnet water is het wettelijk vastleggen en borgen van gebruiksruimtes voor het vervoer en veiligheidszones voor ruimtelijke ordening (V&W, januari 2008). Het Basisnet is hiermee feitelijk gericht op het veilig bouwen en vervoeren van gevaarlijke stoffen over water. Nevendoelen van het Basisnet zijn het creëren van duidelijkheid over waar en welk vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en wat de consequenties hiervan zijn voor burgers, bestuurders, bedrijfsleven en hulpverlenings- en rampenbestrijdingsorganisaties. Met het Basisnet water wordt naar de toekomst toe een extra veiligheidsbuffer gecreëerd ten opzichte van de geldende normen. Buiten het Basisnet water vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats, anders dan vloeibare brandstoffen in bunkerschepen van maximaal 300 ton. De Maas geldt binnen het Basisnet als binnenvaartverbinding chemische clusters en achterlandverbindingen met toetsafstand. Integrale Verkenning Maas 2
Als uitwerking van het kabinetsstandpunt Ruimte voor de Rivier heeft Rijkswaterstaat Directie Limburg het project Integrale Verkenning Maas (IVM 2) opgezet. Voor IVM 2 is door Rijkswaterstaat in beeld gebracht hoe in de toekomst toenemende hoeveelheden water (4600 m3/sec) veilig afgevoerd kunnen worden. Daartoe zijn langs de Maas de hiervoor benodigde ruimtelijke ingrepen in kaart gebracht. In veel gevallen is dat een weerdverlaging van 250 m breed aan weerszijden van de Maas. Met het vaststellen van IVM 2 zijn deze ingrepen vastgelegd in een ruimtelijke reservering. IVM 2 is geborgen in de Waterwet (door een feitelijke belemmeringentoets). In deze studie wordt de reactivering van de Oude Maasarm Ooijen-Wanssum genoemd als een potentiële maatregel. Stroomgebiedsvisie provincie Limburg
De provincie heeft in 2003 de Stroomgebiedsvisie Limburg vastgesteld. De visie bevat de visie van de gezamenlijke Limburgse waterbeheerders, om het regionale watersysteem (alle Limburgse oppervlaktewateren behalve de Maas en hoofdvaarwegen) op orde te brengen. In de visie worden een aantal maatregelen verder uitgewerkt, die hun basis vinden in andere, onderliggende plannen. De Groote Molenbeek maakt onderdeel uit van het regionale watersysteem (laagland). Voor de Groote Molenbeek is een stroomgebiedsvisie uitgewerkt.
118
BELEIDSANALYSE
Stroomlijn
Met het programma Stroomlijn heeft RWS een uitvoeringsprogramma opgesteld, dat gericht is op het op orde brengen van het vegetatiebeheer in het winterbed van de rivieren Maas, Rijntakken en Rijn-Maasmonding. Kern van dit programma is behoud en ontwikkeling van de natuurwaarden van het winterbed in samenhang met rivierkundige ingrepen met als achterliggend doel te voldoen aan de normen voor hoogwaterveiligheid. De aandacht richt zich op gebieden waar zich de laatste 10 jaar vegetatieontwikkeling heeft voorgedaan en waar dit knelpunten voor de afvoer oplevert en zichthinder veroorzaakt. De aanwezige vegetatie die zich na het referentiejaar heeft ontwikkeld, moet worden getoetst op waterstandverhogende effecten. Daar waar knelpunten optreden, wordt de vegetatie of verwijderd of wanneer dit vanuit de natuurwaarden niet mogelijk is, gecompenseerd. In 2008 is gestart met het opstellen van beheerplannen voor tien pilotlocaties. In 2009 wordt gestart met de aanpak van de rest van het rivierengebied. Het beheer langs de grote rivieren wordt binnen Rijkswaterstaat uitgevoerd binnen het samenwerkingsprogramma Stroomlijn. Hierin wordt nauw samengewerkt met de Dienst Landelijk Gebied (DLG) van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV), met natuurbeschermingsorganisaties, omwonenden, landeigenaren, gemeenten, provincies en waterschappen.
Vegetatieontwikkeling en -beheer in de uiterwaarden van het plangebied (winterbed) mogen geen belemmering vormen voor de afvoer. Hier moet bij de uitvoering van de hoogwatergeulen rekening mee worden gehouden. Daarnaast moet bij de aanleg van de hoogwatergeulen en de reactivering van de Oude Maasarm rekening worden gehouden met het creëren van overruimte voor vegetatieontwikkeling. Alleen op deze manier kan worden voldaan aan het opheffen van rivierkundige knelpunten in combinatie met de realisatie van natuurdoelen. Maascorridor Projectprogramma
Maascorridor is een samenwerkingsverband van gemeenten, natuurorganisaties, provincies en andere partijen in Noord-Limburg. Het Maascorridor projectprogramma bevat een integrale visie op de Maas, voor het gedeelte van Belfeld tot Broekhuizen.
BELEIDSANALYSE
119
Doelstellingen zijn: • het realiseren van aaneengesloten riviernatuur door 1) het versterken van de ecologische oost-west verbindingen, 2) het beter zichtbaar maken van de natuurlijke beken, 3) het realiseren van zandige oevers en 4) herstel van de geulen en vochtige laagten; • het bijdragen aan een (duurzaam) veilige rivier; • het versterken van de gezamenlijke toeristisch-recreatieve aantrekkelijkheid van de stadsgewestgemeenten door ten minste een samenhangend wandel- en fietsroutenetwerk te realiseren; • de Maas een belangrijkere plaats te geven in stad en dorp. Binnen het Maascorridor projectprogramma vallen de projecten hoogwatergeul Ooijen (weerdverlaging in combinatie met de aanleg van een hoogwatergeul) en het realiseren van een verbinding tussen Schuitwater en Maas door de Broekhuizer Molenbeek een meer natuurlijk karakter te geven over een lengte van 1,5 km. Maaswerken / Sluitstukkades
Door aanleg van kades in 1995 is de Oude Maasarm tussen Ooijen en Wanssum afgesneden van de Maas. Bij aanleg waren de kades van 1995 bedoeld als noodkades, die na afloop van de Maaswerken weer afgebroken konden worden wanneer met rivierverruiming de benodigde waterstanddalingen waren bereikt. Uit veranderde rivierkundige modellen en aanvullende gebiedsgegevens bleek dat met alleen rivierkundige verruiming de gewenste waterstanddaling niet behaald kon worden. De kades zijn hierbij een onmisbare schakel. Het stroombed van de Maas is hierdoor versmald tot een flessenhals. De kadering heeft een duidelijk negatief effect op de waterstanden bovenstrooms. Verdere verhoging van de kades, die een beschermingsniveau van 1:250e moeten garanderen, leidt tot verdere opstuwing ter hoogte van Broekhuizenvorst, Broekhuizen en Arcen met 15 à 30 cm.
120
BELEIDSANALYSE
(concept) Waterbeheerplan 2010-2015 Waterschap Peel en Maasvallei
In het (concept) Waterbeheerplan 2010-2015 heeft het Waterschap vastgelegd hoe de waterkeringen en het regionale watersysteem op orde worden gebracht en gehouden. Het Waterbeheerplan geldt voor de periode 2010 tot en met 2015. Huidige situatie: • Beschermingsniveau: de huidige waterkeringen zijn in 1996 ontworpen en aangelegd, met een beschermingsniveau van 1:50 (2% per jaar). Bij Venlo, Gennep, Mook en Middelaar zijn dijkversterkingsmaatregelen uitgevoerd. Deze waterkeringen bieden nu bescherming tot 1:250 per jaar. In 2015 moeten alle waterkeringen langs de Zandmaas een beschermingsniveau bieden van 1:250 (0,4%). • Beheerssituatie: de waterkeringen zijn in 1996 aangelegd met het idee dat ze een tijdelijke functie hadden. De waterkeringen hebben in 2005 een permanente status gekregen en moeten voldoen aan landelijke kwaliteitseisen. Dit heeft gevolgen voor beplanting, aanwezige kabels en leidingen, openingen in de waterkeringen en demontabele waterkeringen. • Calamiteitenzorg: het waterschap beschikt over draaiboeken om bij verschillende soorten calamiteiten doeltreffend in te grijpen. In 2007 heeft het waterschap een traject ingezet om de calamiteitenzorg te professionaliseren. De calamiteitenzorg richt zich niet alleen op de bestrijding van Maashoogwater, maar op de aanpak van alle risico’s waarvoor het waterschap verantwoordelijk kan worden gesteld.
BELEIDSANALYSE
121
Natuur en landschap Grote delen van de Oude Maasarm zijn aangewezen als Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Provinciale Ontwikkelingszone Groen (POG). De EHS maakt deel uit van de Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur (Nota Ruimte). Uitgangspunten van het EHS-beleid zijn: • bescherming en realisatie van een samenhangende robuuste structuur van grotere natuur- en bosgebieden; • bescherming, ontwikkeling en verbetering van de biodiversiteit en natuurlijke ecosystemen; hierbij staat natuurbeheer en herstel van natuurlijke watersystemen voorop; • behoud en ontwikkeling van landschappelijke waarden, • zowel in visueel-ruimtelijk als cultuurhistorisch opzicht; • het mogelijk maken van recreatief medegebruik; • voor ontwikkelingen die de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden aantasten of de nagestreefde natuurontwikkeling belemmeren geldt het “nee, tenzij” regime. In het Meerjarenplan Zandmaas II is 460 ha extra Rijks-EHS aangewezen. Zandmaaspakket II is gericht op de combinatie van natuurontwikkeling en hoogwaterbescherming. Het plangebied Ooijen-Wanssum is aangewezen als zoekgebied voor extra hectares EHS. Zie figuur 13 in paragraaf 2.2.4 voor de kaart waarop de EHS-gebieden zijn weergegeven. Het Stimuleringsplan natuur bos en landschap Noord-Limburg-west (provincie Limburg 2002) is richtinggevend wat betreft de toekomstige ontwikkelingen in dit gebied.
In dit plan wordt voor verschillende, kleinere deelgebieden een opgave van de natuurdoelen en globaal na te streven oppervlakten gegeven. De Stimuleringsplannen van provincie Limburg zijn het resultaat van provinciale inventarisaties van de natuurwaarden in de provincie. Hieronder zijn de belangrijkste doelen samengevat en voorzien van een globale oppervlakte indicatie voor het gehele Oude Maasarmgebied: • Elzenbroekbos > 50%; • Dotterbloemhooiland 5-15%; • Wilgenstruweel ± 5%; • Grote zeggenmoeras 3-5%; • Voedselrijke plas 3-5 %. Op basis van de belangrijkste, nagestreefde natuurdoelen laat de Oude Maasarm zich omschrijven als een mozaïek van elzenbroekbos, vochtig loofbos en nat
122
BELEIDSANALYSE
bloemrijk grasland. De stroomgebiedvisie (2002) kan wat betreft haar doelstellingen worden beschouwd als een nadere uitwerking van de bovengenoemde doelstellingen. Hierin wordt onder meer gepleit voor grondverwerving en een uitbreiding van bossen tot op de flanken van de Oude Maasarm. Landschapskader Noord- en Midden Limburg
Het Landschapskader is een hulpmiddel voor verbetering van de landschappelijke kwaliteit bij ontwikkelingen in het landelijk gebied. Het landschapskader laat kwaliteiten zien zoals aardkundige en cultuurhistorische waarden en open of gesloten landschappen. Ook worden ideeën aangereikt ten aanzien van gebruiksen ontwikkelmogelijkheden voor beplantingen, grondgebruik en bebouwing. De kaart 'Kwaliteitsimpuls Landschap' geeft aan hoe het landschap voor recreatie en wonen aantrekkelijk kan worden gehouden. Hierbij moet gedacht worden aan activiteiten als het open houden of het verdichten met beplanting of het aanbrengen van meer evenwicht tussen rood en groen.
Kernkwaliteiten van rivierdalen zijn (Landschapskader, 2006): • de functie van het rivierdal als structuurdrager voor het landschap; de Maas en de wind zijn de belangrijkste scheppers van het landschap van Noord- en Midden- Limburg; • de diversiteit in landschapsecologische kwaliteiten; door de grootte van rivierlandschappen zijn diverse deelgebieden te onderscheiden met elk een specifieke ecologische kwaliteit; • de hoge cultuurhistorische waarde van de gebieden langs de Maas; op de hoger gelegen delen langs de Maas vond al vroeg bewoning plaats, en daarnaast was de Maas een belangrijke handelsroute waardoor verschillende nederzettingen en kastelen zijn ontstaan; • de visueel-ruimtelijke kwaliteit van het gebied; door de grootte en diversiteit van het rivierdal is ook de visueel-ruimtelijke kwaliteit van het rivierdal heel divers.
BELEIDSANALYSE
123
Het doel van de ontwikkeling van het rivierdal is het vergroten van de herkenbaarheid van de verschillende onderdelen van het rivierenlandschap: • de steilranden van de terrassen herkenbaar maken; • het ontwikkelen van de Oude Maasarm tot natte laagtes (riviergebonden natuur); • ruimte geven aan water; • oude bouwlanden herkenbaar laten door karakteristieke openheid. Prioritair verdrogingsgebied (TOP): Sohr-Legeterbos
Met dit Actieplan Verdrogingsbestrijding 2004-2007 wil de provincie Limburg de verdrogingsbestrijding in Limburg een nieuwe impuls geven, als opvolger van het Plan van Aanpak Verdroging 2000-2003. Het is een thematische uitwerking van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) en de POL-aanvullingen ‘Reconstructieplan Noord- en Midden-Limburg’ en ‘Plan van Aanpak Plattelandsontwikkeling Zuid-Limburg’, gericht op het thema verdrogingsbestrijding. Centrale doelstelling voor dit thema is 40% herstel van het verdroogde natuurareaal in 2010 ten opzichte van 1989, recent nog eens bevestigd in de Rijksbegroting. Het Sohr-Legerterbos, dat in de Oude Maasarm is gelegen, is een van de prioritaire gebieden, waar met voorrang maatregelen worden uitgevoerd om de verdroging van 85 ha prioritair verdroogd gebied tegen te gaan binnen dit 790 ha grote natuurgebied (incl. bufferzone). De voormalige gemeente Meerlo-Wanssum en Staatsbosbeheer zijn terreinbeheerder, terwijl het Waterschap Peel en Maasvallei waterbeheerder is. Landschapsontwikkelingsplan voormalige gemeente Meerlo-Wanssum
De voormalige gemeente Meerlo-Wanssum is gestart met het opstellen van een landschapsontwikkelingsplan. Op dit moment wordt bekeken hoe hiermee verder wordt gegaan in relatie tot het beleid van de gemeente Venray.
124
BELEIDSANALYSE
Landschapsontwikkelingsplan Gemeente Horst aan de Maas
In 2004 heeft de gemeente Horst aan de Maas het Landschapsontwikkelingsplan Horst aan de Maas vastgesteld. Het plan bevat een visie op de landschapsontwikkeling, planvoorstellen, werkinstructies en concrete projecten. De uitgangspunten van dit landschapsontwikkelingsplan zijn als volgt verwoord: • aansluiten bij bestaande plannen (reconstructie, Maascorridor etc.); • beekdalstructuren versterken (Groote Molenbeek); • potenties en oude stroomgeulen benutten (Kaldenbroek, Schuitwater); • schaaluitersten en contrasten behouden en ontwikkelen (openheid Peelontginningen versus beslotenheid omgeving Melderslo); • landschapsbeeldbepalende beplantingen behouden en ontwikkelen (Het Saar, Houtheizerheide); • groen tegenwicht creëren voor en met “rode dynamiek” (Landschapspark De Peelbergen, Groote Molenbeek tussen Horst en Melderslo). Aan het landschapsontwikkelingsplan zijn maatregelen gekoppeld (o.a. aanleg weg- en singelbeplantingen, agrarisch natuurbeheer, bosaanleg), evenals zeven sleutelprojecten (o.a. inventarisatie waardevolle houtopstanden, realisatie hoogwaardig groengebied, recreatieve ontsluiting). Deze projecten worden over een periode van 10 jaar met particuliere en overheidsgelden en aanvullende subsidieregelingen gefinancierd. Natura 2000
Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen ligt ten noordoosten van het plangebied. Een voormalig deel van het landgoed Geijsteren is onderdeel van dit 278 ha grote gebied. Het Natura 2000-gebied ligt in het rivierduinenlandschap met arme zandgronden en sluit aan de noordoostzijde aan op de Oude Maasarm. Droog stuifzandgebied met naaldbos, droge heide, jeneverbesstruwelen en vennen zijn de kenmerkende natuurwaarden van dit gebied, die sterk worden beïnvloed door veranderingen in de waterhuishouding en waterkwaliteit. Aan de overzijde van de Maas ligt het Natura 2000-gebied Maasduinen, dat onderdeel uitmaakt van het rivierduinencomplex ten oosten van de Maas, tussen de plaatsen Gennep en Venlo. Het gebied kent een rijke afwisseling van bossen, droge en natte heiden, veentjes, vennen en stuifzanden en kwalificeert zich op basis van de Vogel- en de Habitatrichtlijn.
BELEIDSANALYSE
125
De gebieden zijn wettelijk beschermd op basis van de Natuurbeschermingswet. Voor beide gebieden wordt een beheerplan opgesteld.
Archeologie en cultuurhistorie Als grondslag voor (voor)onderzoek in gebieden met hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde hanteert de provincie de archeologische kaart (POL). In planvormingsprocessen moet vroegtijdig (voor)onderzoek worden uitgevoerd voor belangenafweging en verdere besluitvorming. De provinciale ambitie m.b.t. archeologische waarden is om deze zoveel mogelijk in de bodem te bewaren, waarbij de provincie zich vooral richt op archeologische waarden in hun landschappelijke omgeving. Bij ruimtelijke afwegingen moet op voorhand worden uitgegaan van behoud in situ; behoud van de locatie. Een cultuurhistorische analyse (zowel archeologie, monumenten, historische geografie en landschap) heeft tot doel om een zorgvuldige keuze te maken als deze waarden door de voorziene ontwikkeling in het gebied aangetast worden. Tevens geeft een dergelijke analyse inzicht in de benuttingmogelijkheden van potentiële locaties en kunnen deze een meerwaarde geven aan het inrichtingsplan in relatie tot woningbouw, toerisme en recreatie. Een cultuurhistorische analyse maakt het mogelijk financiële risico’s in te schatten, die het gevolg zijn van aantasting van de cultuurhistorische waarden. Dit creëert mogelijkheden voor planaanpassing, archeologievriendelijk bouwen of bijvoorbeeld aangepaste natuuraanplant.
De gemeenten Horst aan de Maas en Venray zijn op dit moment bezig met het laten vervaardigen van een archeologische beleidsadvieskaart die de basis vormt voor het eigen gemeentelijk archeologiebeleid. Voortbordurend op deze archeologische beleidsadvieskaart is een risicoanalyse opgesteld door Vestigia bv en een plan van aanpak voor archeologisch onderzoek door Hazenberg Archeologie bv. Dit plan van aanpak geeft inzicht in de stappen die doorlopen moeten worden om de noodzakelijke gegevens te verzamelen om te komen tot een analyse van de aanwezige en verwachte waarden. De kennislacune archeologie wordt hiermee gedicht en er kunnen gefundeerde keuzen worden gemaakt voor behoud in of ex situ. Naast archeologie bevinden zich ook nog zichtbare cultuurhistorische waarden in het gebied zoals monumenten, historisch geografische relicten en landschapselementen. Een inventarisatie van deze waarden is de basis voor een analyse van deze cultuurhistorische waarden.
126
BELEIDSANALYSE
BELEIDSANALYSE
Ontgrondingen en grondstoffen (POL)
De beleidsinzet van de provincie is als volgt verwoord:
Ontgrondingen moeten plaatsvinden als onderdeel van projecten met een meervoudige doelstelling (zoals veiligheid, natuurontwikkeling, waterberging en recreatie) (POL). Hiervoor geldt de volgende aanpak:
1. Marktpartijen en gemeenten stimuleren tot het beter benutten van de
• zuinig omgaan met grondstoffen; • bescherming van geologische waarden; • winning van grondstoffen als onderdeel van integrale projecten.
vaarwegencapaciteit. Dit betekent meer overslag via Limburgse havens en een optimaal aanbod voor binnenvaartvervoer waarbij nieuwe vaarconcepten ondersteuning krijgen. 2. Limburgs Havenoverleg (organisatie en voorzitterschap). 3. Stimuleren regionale spooroverslag.
Economie Goederenvervoerplan Provincie Limburg; beleid ROC
Samen met het Provinciaal Verkeer en Vervoerplan (PVVP) vormt het Goederenvervoerplan een onderdeel van het POL-Stelsel. Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) 2006 vervangt het POL uit 2001, nadat het op 22 september 2006 is vastgesteld door Provinciale Staten. POL 2006 is een plan op hoofdlijnen. Het Goederenvervoerplan vormt een nadere uitwerking van het Provinciaal Verkeer en Vervoerplan over het onderwerp goederenvervoer. De provincie Limburg streeft naar een provinciedekkend netwerk van Regionale Overslag Centra (ROC), waar Limburgse bedrijven gebruik van kunnen maken voor de overslag van bulk- en stukgoed en in het voorkomende geval ook containers. Dit netwerk kan tevens dienen als basis voor het verbeteren van het vervoer van goederen van en naar de steden. ROC’s vormen een noodzakelijke schakel in de modal shift van bulk- en stukgoed van weg naar water of spoor. Een ROC biedt daartoe openbare diensten aan. Beter gebruik van het goederenvervoer over water is van groot belang om de forse groei hiervan de komende jaren voor een deel op te kunnen vangen. De grootste kansen doen zich voor bij het internationale goederenvervoer. Bij het goederenvervoer wordt uitgegaan van een concept van de hiërarchering van knooppunten in internationale (onder meer Rotterdam), nationale/bovenregionale (onder meer Venlo) en regionale knopen.
In de laatste categorie komt Wanssum in aanmerking als Regionaal Overslagcentrum. Om het goederenvervoer over het water te stimuleren is een goed netwerk van ROC’s nodig dat zich voornamelijk richt op de ondersteuning van het regionaal bedrijfsleven voor bulk en stukgoed.
127
Goederenvervoerplan provincie Limburg De Maasroute wordt opgewaardeerd en toegankelijk gemaakt voor grotere schepen. Om het gebruik van de vaarweg te stimuleren is het belangrijk dat de schaalvergroting ook doorzet in de havens. Regionale overslagcentra moeten zich naast zand- en grindvervoer toeleggen op overslag van grondstoffen en producten voor bedrijven die niet direct aan het water zijn gelegen. De huidige overslag in de havens is hoofdzakelijk zand- en grindvervoer (ca. 9 miljoen ton) en bedrijfsgebonden vervoer (ca. 7 miljoen ton). Nieuwe kansrijke stromen zijn door overslagbedrijven in beeld gebracht en betreffen bijvoorbeeld: cement, afvalstoffen, houtpulp, zout, kunstmest, isolatiematerialen, papierproducten, kunststoffen, stalen buizen, ongekoelde voedingsmiddelen, kleding en modeartikelen, hout en granen. De kansrijke stromen hangen samen met de industrieën in het invloedsgebied van het ROC. Momenteel zijn er ROC’s in de havens van Gennep, Wanssum, Roermond, Nederweert, Wessem, Stein en Maastricht. Een overslagcentrum voor bulkproducten moet dicht bij de klanten kunnen opereren. Daarom verwachten wij dat ook in andere havens nieuwe initiatieven door marktpartijen opgepakt worden. Door samenwerking tussen overslagbedrijven kan een optimaal aanbod voor binnenvaartvervoer ontstaan. Nieuwe vaarconcepten zoals Roll on/Roll off en duwbakken op kanalen ondersteunen wij.
Ter versterking van het organisatorisch kader voor de binnenhavens is in 2005 een Limburgs Havenoverleg opgestart. Hieraan kunnen betreffende gemeenten en havenoverslagbedrijven deelnemen.
128
BELEIDSANALYSE
BELEIDSANALYSE
129
ROC’s in bestaande havens
Uitbreiding bedrijventerrein
Het gaat hier om de opschaling van havens waar van oudsher zand- en grindoverslag plaatsvindt. Door opschaling in fysiek (uitbreiding, ontsluiting) en organisatorisch opzicht (samenwerking in de keten, voorraadbeheer, toegevoegde waarde-activiteiten) kunnen nieuwe markten worden aangeboord. De provincie gaat ervan uit dat containeroverslag via ROC-locaties bestemd is voor de regionale markt. Om in het netwerk te functioneren, moeten ROC’s samenwerking zoeken met de terminals in Venlo, Wanssum, Born en Stein. Locaties die als ROC fungeren zijn: Gennep, Wanssum, Roermond, Nederweert, Wessem, Stein en Maastricht.
In aansluiting op de regionale functie van het overslagcentrum Wanssum is een verdere uitbreiding van het industrieterrein voorzien, in samenhang met de herstructurering en verplaatsing van bedrijven op het bestaande terrein. De uitbreiding van het bedrijventerrein van Wanssum vindt plaats binnen het winterbed van de Maas, waarvoor strenge regels vanuit de Beleidslijn Grote Rivieren gelden (Masterplan ‘Het Nieuwe Wanssum’, 2004). In principe is alleen nieuwvestiging van watergebonden bedrijvigheid toegestaan. Daarnaast is het mogelijk de uitbreiding van het bedrijventerrein te zien als een vervolgactiviteit van bestaande bedrijven, die voor de aanleg van de nieuwe rondweg/brug over de haven moeten worden verplaatst. Voor bestaande bedrijven, waarvoor al vanuit de beleidslijn vergunning is verleend, geldt een soepeler regime.
In 2008 bedroeg de containeroverslag in de haven van Wanssum 87.000 TEU. Overslag van bulkgoederen bedroeg in 2008 circa 955 duizend ton, waarvan 550 duizend ton zand en grind. Verdere groeimogelijkheden en perspectieven liggen in het verschiet. De terminal in Wanssum heeft dagelijkse verbindingen met Rotterdam (6 dagen per week). Gemeentelijk havenbeleid Wanssum
De haven van Wanssum en het omliggende bedrijventerrein is van groot belang voor de economische ontwikkeling van Venray en voor de lokale werkgelegenheid. De haven van Wanssum vormt een onderdeel van het Logistiek Knooppunt Noord-Limburg en heeft een veelzijdige overslagfunctie. Containeroverslag naast bulk- en stukgoed is van groot belang voor de industriële en logistieke taakstelling van Venray. De gemeente Venray wil de huidige haven en het industrieterrein uitbreiden. Vanuit de Waterwet is deze uitbreiding in principe toelaatbaar aangezien sprake is van een riviergebonden activiteit. Met de gemeentelijke grenscorrectie per 1 januari 2010 is de haven van Wanssum toegevoegd aan de gemeente Venray. De gemeente Venray heeft het belang van de haven in haar Economische Visie gemeente Venray 2008-2009 benoemd. Het Masterplan ‘Het Nieuwe Wanssum’ (2004/2005) van de voormalige gemeente Meerlo-Wanssum voorziet in de integrale ontwikkeling van een aantal initiatieven, waaronder de ontwikkeling van de haven en het industrieterrein. De ontwikkeling van het ROC richt zich op de overslag van bulk- en stukgoederen, passend binnen het provinciaal beleid goederenvervoer. De gemeente stelt samen met marktpartijen een businessplan op voor de inrichting van de haven als ROC. Ook is bestuurlijk overleg gestart met gemeenten in de regio, vooral Venray, Venlo en Horst aan de Maas.
Programma Werklocaties 2020
In 2008 heeft de provincie Limburg het Programma werklocaties Limburg 2020 opgesteld. Hierin worden op regionaal niveau de kwalitatieve en kwantitatieve planningsopgaven voor de bedrijventerreinen tot 2020 vastgelegd. Het Programma werklocaties heeft de status van beleidsregel en wordt jaarlijks geactualiseerd. Venray maakt onderdeel uit van de regio Greenport Plus (werknaam) waaraan naast de gemeente Venray ook de gemeenten Horst aan de Maas, Arcen en Velden, Sevenum, Maasbree, Meijel, Helden, Kessel, Beesel en Venlo deelnemen. De behoefteraming voor de regio Greenport Plus voorziet tot 2015 in een behoefte van 100,6 ha (netto). Voor de periode 2016-2020 is een behoefte geraamd van 123,9 ha. Dat betekent dat in deze regio een totale behoefte is van netto ca. 225 ha tot en met 2020. Aangezien de gemeente Venlo bezig is met de ontwikkeling van Trade Port Noord en Bedrijvenpark Greenport, en deze waarschijnlijk resulteren in een kleine 200 ha aan netto uitgeefbaar terrein, acht de provincie het voorlopig niet nodig om nieuwe terreinen te plannen in de regio Greenport Plus. De regio Venlo heeft inmiddels het initiatief genomen om een regionale visie bedrijventerreinen op te stellen waarin de resterende opgave wordt benoemd. De geplande uitbreiding van het haven- en industrieterrein Wanssum moet hierin een plek krijgen.
Het Haven- en industrieterrein Wanssum HIT (57 ha) staat daarnaast in het Programma Werklocaties op de lijst van terreinen genoemd, die in aanmerking komen voor een herstructurering.
Wanssum
13 0
Wanssum
9 12
Blitterswijck
BELEIDSANALYSE
BELEIDSANALYSE
131 9 12
Blitterswijck
12 8
Helling 130
Helling
Meerlo
Megelsum
Meerlo
1 km. Megelsum N
12 8
Boltweg
Boltweg
Nachtega
13 1
Gun
13 3
13 0
Wanssum
• verbetering ruimtelijke structuur van de landbouw; • optimaliseren ruimtelijke structuur glastuinbouw/Greenport-Venlo; • kennis en innovatie; • duurzame (grondgebonden) productie; • mineralenproblematiek en duurzame energie.
Leger Blitterswijck
9 12
Helling
Moleneind
12 7
Boltweg 12 6
De Limburgse landbouw kent een grote verscheidenheid. Belangrijke pijlers zijn de glastuinbouw, de intensieve veehouderij en grondgebonden veeteelt, akkerbouw, fruit- en boomteelt. In Noord- en Midden-Limburg vindt vooral voedselproductie voor de wereldmarkt plaats door de glastuinbouw, intensieve veehouderij en akkerbouw. Rondom natuurkerngebieden vervult de landbouw een belangrijke rol als landschapsbeheerder. De maatregelen hiervoor zijn vertaald in doelstellingen binnen het thema landbouw maar ook via andere thema's is een rol voor de landbouw weggelegd. De ambitie van het thema landbouw is in het POL als volgt:
Megelsum
Meerlo
Nachtegaal
Ooijen
5 12
Gun Zeelberg
Legert
Legenda Glastuinbouw
Legenda
124
Osterbos
Broekhuizenvorst 12 3
Overig agrarisch gebruik
Zonering intensieve veehouderij Glastuinbouw Overig agrarisch gebruik Extensiveringsgebied Zonering intensieve veehouderij 0,5 bovengrens 1 Verwevingsgebied0 met bouwkavel km Glastuinbouw Extensiveringsgebied Extensiveringsgebied Verwevingsgebied Overig agrarisch gebruik Verwervingsgebied met bovengrenszonder bouwkavel bovengrens bouwkav Legenda Verwevingsgebied met bovengrens bouwkavel Bos Verwervingsgebied zonder bovengrens bouwkavel Zoekgebied projectvestiging Zoekgebied projectvestiging Glastuinbouw Overig agrarisch gebruik Bos Verwevingsgebied zonder bovengrens bouwkave Varkensvrije zone Varkensvrije zone Zonering intensieve veehouderij Begrenzing plangebied projectvestiging Zoekgebied Extensiveringsgebied Begrenzing plangebied Varkensvrije zone Figuur 27: Kaart reconstructieplanmet bovengrens Verwevingsgebied bouwkavel Broekhuizen
Voor Noord- en Midden Limburg geeft het Reconstructieplan richting aan de ontwikkeling van de landbouw. In het Reconstructieplan is het plangebied overwegend als extensiveringsgebied aangewezen, deels als verwervingsgebied. In extensiveringsgebieden zijn de ontwikkelingsmogelijkheden voor bestaande bedrijven beperkt. Nieuwvestiging is niet mogelijk. Toekomstbedrijven in extensiveringsgebieden die echt willen groeien krijgen via een verplaatsingsregeling de mogelijkheid om zich in landbouwontwikkelingsgebieden te vestigen, bij voorkeur in projectvestigingen. Bedrijven die niet willen of kunnen verplaatsen houden binnen het bestaande bouwblok en (voor zover van toepassing) onder de
Lege
12 8
Landbouw (POL)
Nachteg
Gun 13 2
De voormalige gemeente Meerlo-Wanssum heeft in 2008 een Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan 2008-2013 vastgesteld. Hierin is de ambitie opgenomen om een volledige rondweg aan te leggen met brugverbinding over de haven, om de kern Wanssum te ontlasten van vracht- en doorgaand verkeer. De rondweg wordt vormgegeven als een tweestrooksweg, waarbij de aansluitingen met de huidige N270 door rotondes gerealiseerd worden. Langs deze rondweg en aansluitend op het bestaande bedrijventerrein ligt een geschikte locatie om de haven en het bedrijventerrein uit te breiden. De Geijsterseweg wordt door de haven onderbroken en moet omgelegd worden. Daarnaast moet een soepele overgang naar het landelijke gebied gerealiseerd worden.
voorwaarden van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav), de mogelijkheid voor Moleneind bedrijfsvergroting. Zo houden deze bedrijven, zolang dat niet gepaard gaat met uitbreiding van het bouwblok, de mogelijkheid om te investeren in vernieuwing en te voldoen aan wettelijke eisen. Het voorkomt bovendien dat op grote schaal Moleneind kapitaalvernietiging plaatsvindt.
13 4
Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan 2008-2013 voormalige gemeente Meerlo-Wanssum
12 2
¯
Verwevingsgebied zonder bovengrens bouwkavel
Begrenzing plangebied
Zoekgebied projectvestiging Varkensvrije zone Begrenzing plangebied
132
BELEIDSANALYSE
Ruimtelijke ordening en wonen POL
Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg voorziet in het provinciale ruimtelijke ordeningskader. De provincie onderscheidt een negental perspectieven, die inspelen op aanwezige kwaliteiten en ontwikkelingsmogelijkheden van alle onderscheiden gebieden in Limburg en zijn op kaartbeelden in het POL weergegeven. Het plangebied valt binnen twee regio’s waarvoor in het POL een verdere beleidsomschrijving is gegeven. Dit zijn Maasdal en Maasvallei West. De visie op beide beleidsregio’s is hieronder weergegeven. Maasdal
Het Maasdal omvat het winterbed van de Maas, het gebied dat bij hoogwater onder water kan lopen. Het Maasdal kent een overwegend agrarisch gebruik met grondgebonden landbouw. De winning van grind, klei en zand heeft ervoor gezorgd dat het een waterrijk gebied is geworden met in Midden-Limburg plassen als nieuwe landschapselementen. De Maas zelf fungeert als de as van riviergebonden natuur in een rivierdal met karakteristieke landschappelijke waarden. Samen met de kanalen vormt de Maas een belangrijke route voor goederentransport en toeristische toervaart. De provinciale ambitie is om de rivier op de langere termijn zo veerkrachtig te maken dat deze in staat is het water op te vangen en af te voeren. Dit vergt een samenhangende aanpak voor het gehele stroomgebied, die vanuit de EU en de Maasoeverstaten wordt ondersteund. De uitwerking hiervan biedt goede kansen voor natuurontwikkeling en ecologisch herstel van de Maas. Zodat er een robuuste aaneenschakeling ontstaat van natte natuurgebieden langs een natuurlijke, deels meanderende (Grens-)Maas. Economische functies blijven belangrijk en zullen onder voorwaarden worden toegelaten. De nieuwe Beleidslijn Grote Rivieren zal een belangrijk sturend kader bij mogelijke ontwikkelingen in het Maasdal zijn.
Deze beleidslijn doet geen concessies aan het belang van veiligheid en maakt onderscheid in een stroomvoerend en waterbergend regime. In het bergend deel van het rivierbed en in bepaalde situaties ook in het stroomvoerend rivierbed zijn er ook voor nietriviergebonden activiteiten ontwikkelingen mogelijk.
BELEIDSANALYSE
133
Tot de limitatieve reeks van riviergebonden activiteiten behoren ondermeer de realisatie van natuur, bestaande steenfabrieken, winning van delfstoffen en overslagfaciliteiten. Ook voor functieveranderingen binnen bestaande gebouwen of voor activiteiten die met rivierverruiming per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren is toestemming mogelijk. De aanwijzing van de Maasplassen en de daarbij behorende oevers van plassen en Maas binnen de grens stedelijke dynamiek als perspectief 3 mag niet leiden tot het blokkeren van met respect voor het watersysteem ontworpen stedelijke ontwikkelingen. Door de aanleg van kades na de overstromingen in de jaren ’90 is het beschermingsniveau van de bebouwde gebieden binnen het winterbed al verbeterd. Uitvoering van de projecten Zandmaas en Grensmaas leidt tot verdere verbetering naar een overstromingsrisico van eens in de 250 jaar (1:250) achter de kades. Met name in het winterbed zijn al op korte termijn (5 tot 15 jaar) maatregelen nodig om de gevolgen van hoogwater (los van klimaatverandering) te bestrijden (POL Zandmaas 2002 (met herziening 2004) Grensmaas, 2005). Enkele gebieden zijn binnen het riviersysteem aangewezen als retentiegebied, d.w.z. alleen bij extreem hoge afvoeren (met een kans 1: 1000) wordt hier ter ontlasting van de afvoer water binnengelaten om overstroming elders benedenstrooms (in steden of dorpen) te voorkomen.
Als gevolg van klimaatveranderingen moeten we in de toekomst rekening houden met periodiek hogere Maasafvoeren, zoals blijkt uit de Integrale Verkenning Maas (IVM 2) van het Rijk. Zonder maatregelen zal daardoor het beschermingsniveau van 1:250 op termijn niet gehandhaafd kunnen worden en een toename van de wateroverlast in het Maasdal ontstaan. IVM 2 benoemt mogelijke rivierkundige maatregelen die dit kunnen voorkomen. Dit vraagt naast het reserveren van gebieden voor verdergaande beschermingsmaatregelen in het Maasdal ook om oplossingen in het buitenland gelegen deel van het stroomgebied. Regio Maasvallei West
Maasvallei-West omvat een belangrijk deel van het landelijk gebied van Noorden Midden- Limburg ten westen van de Maas. De Maasvallei-West kent een grotendeels overeenkomstige karakteristiek als Maasvallei-Oost en is ook rijk aan aardkundige, archeologische, cultuurhistorische en natuurlijke waarden. De stroomgebieden van de Tungelroysebeek en Loobeek vormen twee markante onderdelen van de regio. Er is een grote afwisseling van kleinschalige landschapstypen, zoals rivierduinen, esdorpen, oude bouwlanden, beekdalen en kampontginningen. De woonkernen liggen verspreid over de regio en deels in
134
BELEIDSANALYSE
linten langs de Maas en de Napoleonsbaan. De sociaal–culturele structuur in de overwegend kleinere kernen is goed ontwikkeld, maar staat door de veranderingen in de landbouw onder druk. De landbouw en het toerisme vormen een sterke economische pijler. Het afwisselende en natuurlijke karakter van de regio maakt deze aantrekkelijk als woon-, werk- en recreatiegebied. Uitdaging is de toeristische functie als economische drager verder uit te bouwen door in te spelen op de groeiende betekenis van de vrijetijdseconomie. Verbreding van de plattelandseconomie is eveneens van belang voor de verdere ontwikkeling van de regio. Binnen de tot het Maasdal behorende delen van het gebied is het rivierbelang van grote invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden. Met toepassing van instrumenten als het contourenbeleid (VORm) wordt ingezet op een goede inbedding van kernen in het landschap. EHS en POG in het landelijk gebied ten westen van de Maas worden samen met natuur in aangrenzende gebieden in België en Noord-Brabant verder versterkt als een groene ruggengraat tussen Maas, Peel en Kempen. Door de reconstructie blijven er goede ontwikkelingsmogelijkheden voor alle mogelijke vormen van landbouw in een aantrekkelijke omgeving. Beleid omtrent wonen in buitengebied (POL–aanvulling Verstedelijking, gebiedsontwikkeling en kwalitetsverbetering)
Voor het wonen in het buitengebied / buiten de rode contouren gelden een aantal randvoorwaarden en uitgangspunten, die door de provincie zijn vastgelegd in de POL-aanvulling Verstedelijking, gebiedsontwikkeling en kwaliteitsverbetering. Deze aanvulling is een partiële aanvulling van het POL 2006 en richt zich op: • provinciale regie en sturing op woningvoorraadontwikkeling; • provinciale regie en sturing op ontwikkeling werklocaties; • selectieve provinciale sturing op verstedelijkingsprocessen; • ruimte voor nieuwe clusters van bebouwing in landelijk gebied (nee, tenzij); • het verbinden van nieuwbouw of uitleglocaties met revitalisering en/of herstructurering (woongebieden, werklocaties, glastuinbouw); • selectieve provinciale sturing op gebiedsontwikkelingen; • verankeren van het Limburgs Kwaliteitsmenu.
BELEIDSANALYSE
135
Het Kwaliteitsmenu Limburg, dat ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied onder voorwaarden mogelijk maakt, hanteert hiervoor de volgende voorwaarden: • het menu komt pas aan de orde, nadat is geoordeeld dat de ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse mogelijk is; • zekerstelling van de kwaliteitsbijdrage: ontwikkelingen in het buitengebied zijn alleen mogelijk wanneer ze (per saldo) een meer dan evenredige bijdrage leveren aan de kwaliteit van het buitengebied. Ter plekke van de ruimtelijke ontwikkeling moet kwaliteit worden geleverd en is in de meeste gevallen een extra kwaliteitsbijdrage verplicht. Voor de gebiedsontwikkeling worden enkele aanvullende eisen gesteld: • bouw van nieuwe woningen vindt niet plaats binnen stankcirkels; • bouw van nieuwe woningen mag geen invloed uitoefenen op de doorstroming van het water. Regionale woonvisie Venray e.o. 2006-2009
In het POL heeft de provincie vastgelegd dat zij meer wil sturen op kwaliteit en meer verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor het wonen op regionaal niveau wil leggen. Ook de gemeenten Horst aan de Maas, Meerlo-Wanssum, Sevenum en Venray hebben een regionale woonvisie opgesteld. Hierbij is rekening gehouden met het door de provincie gestelde kader. Door het volkshuisvestingsbeleid regionaal vast te stellen kan de woningbouwproductie kwalitatief en kwantitatief worden afgestemd. In de regionale woonvisie, is de regionale woonambitie vertaald in de volgende uitgangspunten: • Inhaalslag woningbouw op de korte termijn. • Streven naar een evenwichtige bevolkingsopbouw door het bieden van woonruimte aan diverse bevolkingsgroepen. • Inspelen op de toegenomen diversiteit van kwalitatieve woningvraag woningzoekenden. • Verhoogde woningbouwproductie voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling. • Realiseren van kwalitatief hoogwaardig aanbod van woningen voor starters, doorstromers, senioren en ouderen. • Scheppen van voorwaarden voor afstemming van wonen, welzijn en zorg.
136
BELEIDSANALYSE
De Regionale woonvisie is in het najaar van 2008 geactualiseerd. Hierbij is ingespeeld op de actuele prognosecijfers van E’til en omstandigheden op de woningmarkt. Masterplan Het Nieuwe Wanssum: woningbouw
In het Masterplan ´Het Nieuwe Wanssum´ (2004) wordt de ontwikkeling van een bedrijventerrein, woningbouw en een randweg ruimtelijk onderbouwd en uitgewerkt, ter voorbereiding van het bestemmingsplan. In het Masterplan wordt uitgegaan van hoge ambities (aantallen woningen) voor woningbouw in de jachthaven. Deze zijn voor het opstellen van deze gebiedsvisie nog een keer tegen het licht gehouden (o.a. in relatie tot de benodigde ruimte voor rivierkundige maatregelen en de woningbehoefte) en fors naar beneden bijgesteld. De lokale woonopgave wordt geschat op maximaal 10-15 woningen per jaar. Dit heeft geleid tot de volgende prioritering van woningbouwlocaties in Wanssum: • Tot 2015: realisatie lopende plannen Weidehof en Burg. Ponjeestraat. • 2015-2020: ontwikkeling locatie jachthaven. • 2015-2020: ontwikkeling locatie sportvelden (westelijk deel). • Na 2020: afhankelijk van behoefte afronding plan de Cuyper/ plan Volleberg. Woningmarktonderzoek
In 2007 hebben de gemeenten Venray en Meerlo-Wanssum en Wonen Venray gezamenlijk het Woningmarktonderzoek Kwaliteit en diversiteit gevraagd! laten uitvoeren. In dit onderzoek is de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte in de gemeente in beeld gebracht. Belangrijkste resultaten hieruit zijn: • Meerlo-Wanssum (nu Venray en Horst aan de Maas) heeft moeite inwoners vast te houden: er trekken per saldo meer mensen weg dan er zich vestigen. • Voor de periode 2007-2011 is sprake van een beperkte autonome groei van de bevolking. Vooral de veranderende huishoudensamenstelling (minder gezinnen en meer kleine, vooral oudere huishoudens) spelen een rol in de kwalitatieve woningbehoefte. • De huidige plannen voor nieuwbouw in de gemeente sluiten goed aan op de verwachte tekorten. Wel zijn er onvoldoende plannen voor huurwoningen (vooral grondgebonden nultredenwoningen).
BELEIDSANALYSE
137
VORm/Contourenbeleid POL
In de POL-herziening op onderdelen Contourenbeleid Limburg is het contourenbeleid ingevoerd. Binnen de contouren moeten alle 'stedelijke functies' een plaats vinden. Bouwen buiten de contouren is slechts onder voorwaarden mogelijk. Deze voorwaarden vormen onderdeel van het contourenbeleid. In hoofdlijnen is het beleid dat voor de stedelijke functies als wonen en bedrijvigheid slechts buiten de contouren gebouwd kan worden wanneer dit een kwaliteitsverbetering ter plekke en een kwaliteitsverbetering in groter verband oplevert. Deze tegenprestatie bestaat uit een ruimtelijke kwaliteitsverbetering, waarbij ingezet wordt op de realisering van de POG, de Provinciale Ontwikkelingsruimte Groene waarden en in Noord- en Midden-Limburg op de Ruimte voor Ruimte regeling. Het contourenbeleid is niet van toepassing voor de functies recreatie, natuur en landbouw. Voor deze laatste functie geldt de BOM+ regeling. Het contourenbeleid en het Rood-voor-Groen beleid kan worden gezien als een eerste versie van VOR(m), verhandelbare ontwikkelingsrechten methode, een beleidsinstrument voor grondbeleid, waarbij op meer flexibele wijze vorm wordt gegeven aan ruimtelijke ontwikkelingen. In Noord- en Midden-Limburg zijn de contouren verbaal aangegeven.
Recreatie en toerisme Provinciaal vrijetijdseconomie en recreatiebeleid (POL)
De provincie wil de vernieuwing van de toeristische sector stimuleren via nieuwe allianties binnen de toeristische bedrijfskolom en met andere sectoren zoals gezondheid, senioreneconomie, voeding en landbouw. De noodzakelijke dynamiek in deze sector moet ook gestimuleerd worden door het creëren van voldoende ontwikkelingsruimte, die samengaat met verbetering van de omgevingskwaliteit. De provincie heeft hierbij een faciliterende rol en zorgt voor de ontwikkeling van instrumenten die dit ontwikkelingsgericht maatwerk mogelijk maken, daarbij inspelend op nieuwe kansen binnen het Rijksbeleid (zoals de Nota Ruimte en de Beleidslijn Grote Rivieren). Bij bedrijven gelegen in de EHS maakt de provincie gebruik van de EHS-saldobenadering, herbegrenzing of financieel instrumentarium (verevening, rood voor groen). Met de saldobenadering wordt de lang gekoesterde wens om op flexibele wijze met de EHS om te gaan geëffectueerd. Ruimtelijke claims binnen de EHS worden kritisch beoordeeld en afhankelijk van de noodzaak van de ingreep, de meerwaarde voor de EHS en de bredere inbedding van het initiatief gefaciliteerd.
138
BELEIDSANALYSE
BELEIDSANALYSE
139
Toeristische Regiovisie Peel en Maas
Visie verblijfsrecreatie Gemeente Horst aan de Maas
De Toeristische Regiovisie (2002) kan worden gezien als een nadere uitwerking van de uitgangspunten die in het POL zijn verwoord. De nota is opgesteld door een stuurgroep waarin betrokken gemeenten en provincie samen met de Kamer van Koophandel Limburg, Bureau voor Toerisme, Regio VVV, Staatsbosbeheer en enkele bedrijven zitting hadden.
De gemeente Horst aan de Maas heeft in 2007 zijn visie op de verblijfsrecreatie in de gemeente vastgesteld. Met de visie is een toekomstgericht beleidskader opgesteld voor de verblijfsrecreatie in de gemeente Horst aan de Maas. Uitgangspunten voor de visie zijn:
De centrale opgave voor de regio luidt: “Ontwikkel Peel en Maas uiteindelijk tot een toeristengebied met een voor toeristen, recreanten en inwoners herkenbare, duurzame en onderscheidende identiteit. Deze identiteit vormt de basis voor een optimale vestigingsplaats van toeristische en recreatieve organisaties”. Deze doelstelling is vervolgens vertaald in drie strategieën: • het beter benutten van bestaande voorzieningen; • het versterken van de kwaliteit van bestaande toeristische bedrijven zodat continuïteit van deze wordt veiliggesteld; • het toeristisch ontginnen van de omgevingskwaliteiten in Peel en Maas. De regio Peel en Maas is daarbij verdeeld in drie indicatieve hoofdgebieden: • Oost: Maasgebied (Maas met riviervlaktes). • Midden: Geulensysteem van de Maas met oude bouwlanden. • West: Peelgebied (Peelnatuur en grootschalige nieuwe ontginningen). Kadernota recreatie en toerisme, gemeente Venray
De gemeente Venray heeft een kadernota Recreatie en Toerisme opgesteld (2006). Hierin zijn twee beleidslijnen uitgezet: • het verder ontwikkelen van het winkelcentrum van Venray tot een regionaal centrum voor recreatief winkelen en het stimuleren van evenementen die passen bij de identiteit van Venray; • voor het buitengebied inzetten op het stimuleren van extensieve recreatievormen. Begin 2008 is daarnaast een Nota kampeerbeleid opgesteld die ingaat op de gevolgen van de intrekking van de Wet Openluchtrecreatie. De kadernota wordt in 2010 herzien. Hierbij wordt ook het deel van het grondgebied van MeerloWanssum dat bij Venray is gevoegd, meegenomen.
• Ruimte voor dynamiek (passend binnen het kleinschalige karakter van de gemeente). • Een stabiele sterke sector door te sturen op onderscheidende en vernieuwende initiatieven (voorkomen van eenzijdige en kwetsbare sector). • Zonering (beschermen van waarden en functies). • Profilering (uitgaan van onderscheidend karakter van de verschillende landschapstypen in de gemeente). De visie vormt het toetsingskader voor nieuwe initiatieven voor verblijfsrecreatie en uitgangspunt bij de integrale herziening van het bestemmingsplan buitengebied. Toeristisch recreatieve strategie en projectenboek van de gemeente Horst aan de Maas
In 2002 is door de gemeente Horst aan de Maas de Toeristisch recreatieve strategie voor de gemeente Horst aan de Maas vastgesteld. De gemeente Horst aan de Maas wil haar toeristische kernwaarden - het landelijke (groene) karakter en de rust in het gebied - versterken door een tweesporenbeleid te voeren, waarbij het ene spoor is gericht op het versterken van het toeristische belang van agri-business en natuur voor vooral 50-plussers en rustzoekers en het andere spoor op het aantrekkelijker maken van het gebied voor gezinnen met kinderen. Op basis van de bovenstaande missie zijn een aantal doelgroepen en strategische lijnen onderscheiden, die hebben geleid tot tien projecten, die zijn uitgewerkt in het Projectenboek toerisme en recreatie (2002).
Literatuurlijst
Literatuurlijst
Documenten, studies, verkenningen en onderzoeken:
• Archeologische effectrapportage ‘Het Nieuwe Wanssum’, Vestigia, 2002 • Beleidskader Duurzame Ontwikkeling / Cradle to Cradle 2008-2011, provincie Limburg, 2009 • Beschermde flora en fauna. Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum. Quickscan in het kader van de Flora- en faunawet. Fase 1 (Ecologica, 2008) • Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum. Synopsis van Verkenning (Habiforum, 2008) • Gebiedsontwikkeling Oude Maasarm Ooijen-Wanssum. Nadere verkenning Strategie Verruiming (Habiforum, 2007) • Gebiedsontwikkeling Oude Maasarm Ooijen-Wanssum (Habiforum, 2006); • Gecombineerd hydraulisch effect van diverse rivierkundige ingrepen bij Horst aan de Maas. Bureaustudie (Meander Advies en Onderzoek, 2004). • Integrale Verkenning Maas 2, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, RWS/DLB, 2006 • Kop van Ooijen. Verkenning van Maatregelen en effecten in het kader van natuurontwikkeling en hoogwaterbescherming (Grontmij Nederland b.v., 2004) • Landschapsontwikkelingsplan Horst aan de Maas, gemeente Horst aan de Maas, 2004 • Masterplan ‘Het Nieuwe Wanssum’, gemeente Meerlo-Wanssum (2004) • Meerjarenplan Zandmaas II, provincie Limburg, 2009 • Monumenten Inventarisatieproject, gemeente Meerlo-Wanssum en Broekhuizen, provincie Limburg, 1990.
• Notitie onderbouwing Natuurvisie Oude Maasarm (Royal Haskoning, 2008) • Ontwerpbesluit Natura 2000-gebied Maasduinen, Ministerie van LNV • Ontwerpbesluit Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen, Ministerie van LNV • Oriëntatie natuurcompensatie gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum, Ecologica, januari 2009 • Plan “Kop van Ooijen”. Geohydrologische modellering, Grontmij Nederland b.v. , 21 december 2004 • Plan van Aanpak voor archeologisch onderzoek, Hazenberg Archeologie, 2009 • Provinciaal Meerjarenprogramma Plattelandsontwikkeling 2007-2013, provincie Limburg, 2006 • Provinciaal Omgevingsplan Limburg (inclusief aanvullingen), 2008 • Programma Werklocaties Limburg 2020, provincie Limburg, 2008 • Reconstructieplan Noord- en Midden-Limburg, provincie Limburg • R isicoanalyse archeologie Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum, Vestigia, 2008 • R ichtingendocument Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum, Projectbureau Ooijen-Wanssum, 2008 • Stimuleringsplan Bos, Natuur en landschap, provincie Limburg • Recreatievisie gemeente Horst aan de Maas
• Regionale Woonvisie Venray en omgeving • Verkeersstudie rondweg Wanssum. Concept, Oranjewoud, 2008 • Verkenning Zandmaas, pakket II+. Beschrijving van maatregelen en alternatieven, De Maaswerken • Winterbedverruiming in de Maascorridor. Rivierverruiming gecombineerd met natuurontwikkeling in de stedelijke context van Venlo en buurgemeenten. Studie in opdracht van de provincie Limburg, van Winden en Overmars, 2001 • Zandmaasprojecten. Thema-uitwerkingen. Situatie december 2007, DLG, 2008