05 N270 Via Venray Toelichting
Tekst van het document
3.3.4
Groenstructuurplan Het groenbeleid van de gemeente Venray is geregeld in het Groenstructuurplan. Het gemeentelijke beleid legt de gewenste kwantiteit en kwaliteit van het groen vast. Bij kwaliteit kan gedacht worden aan de gebruiks-, de belevings- en de ecologische waarde van het groen. Groenvoorzieningen fungeren als belangrijke dragers van de ruimtelijke structuur, staan in relatie met het landschap buiten de bebouwde kom en bieden variatie op wijkniveau. Het structuurplan duidt op het belang van groen voor de leefbaarheid, gezondheid, economie en natuur. In het groenstructuurplan wordt dan ook een groot belang toegekend aan het handhaven en versterken van de ecologische waarde van de bermen en randen langs wegen. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Het beleidsvoornemen in het groenstructuurplan vormt randvoorwaarden ten aanzien van het verplaatsen van de op- en afrit van de A73 en de aanpassingen aan de landbouwroute. Het verplaatsen van de op- en afrit van de A73 vindt plaats in een goudgroene natuurzone, deze aantasting wordt gecompenseerd, waardoor de aanpassing van de N270 aanvaardbaar zijn. Zie ook paragraaf 4.3 Natuur in deze toelichting. De aanpassingen aan de landbouwroute hebben als gevolg dat enkele bomen gekapt dienen te worden, dit wordt eveneens gecompenseerd.
3.3.5
Netwerken nota (2019) Het verkeer en vervoerbeleid van de gemeente Venray is vastgelegd in meerdere documenten, de meest recente actualisatie is de Netwerkennota (Uitgangspunten Netwerken Infrastructuur en Verkeer). De nota is de opvolger van de Visie Wegenstructuur en Wegcategorisering uit 2008. In de nota zijn de rode draden uit het collegeprogramma 2018-2022 en het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 verwerkt. Relatie met voorliggend bestemmingsplan
blad 40 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
De nota beschrijft voor de fiets de doelstelling om een hoogwaardig en compleet fietsnetwerk te realiseren. Het voornemen draagt hieraan bij door op verschillende punten het fietsnetwerk te optimaliseren of ontbrekende schakels in te vullen. De nota benoemt ten aanzien van de auto het principe van Duurzaam Veilig. De principes van Duurzaam Veilig zijn ook in het voornemen Via Venray opgenomen, zo wordt er gewerkt aan de uniformiteit van het wegbeeld en aan de verkeersveiligheid. Voor het landbouwverkeer beschrijft de nota de voorkeur om deze middels een aparte parallelweg of parallelstructuur. Aan deze voorkeur wordt invulling gegeven middels het voornemen, de landbouwroute voorziet in een aparte route voor het landbouwverkeer.
blad 41 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
blad 42 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
Hoofdstuk 4
4.1
Onderzoeken
Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: verkeer; natuur; luchtkwaliteit; geluid; externe veiligheid; water; bodem; cultuurhistorie; archeologie; nge; milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.
4.2
Verkeer
4.2.1
Verkeerscijfers Het bestemmingsplan heeft betrekking op rijkswegen en provinciale wegen. Rijkswaterstaat heeft als bevoegd gezag voor de rijkswegen de verkeerscijfers aangeleverd voor de A73 (rijksweg). De provincie Limburg heeft als bevoegd gezag voor de provinciale wegen de verkeerscijfers voor de N270 (provinciale weg) aangeleverd. Deze cijfers vormen het uitgangspunt voor de verschillende milieuonderzoeken in de volgende paragraven.
4.2.2
Onderzoek Verkeersnetwerk Het plan maakt de aanpassing van de wegen in het plangebied mogelijk. Als gevolg van de wegaanpassingen in het plangebied kunnen verkeersstromen op wegen/wegvakken binnen en buiten het plangebied zowel toe- als afnemen. Dit worden netwerkeffecten genoemd. In het netwerk veranderen bepaalde verkeersstromen, dit gaat echter om geringe aantallen waardoor op het bestaande netwerk geen problemen worden verwacht. De reconstructie leidt echter niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen. Daarnaast zorgt de reconstructie voor een scheiding van de langzame verkeersstromen en een veiliger wegprofiel voor de N270 met een betere doorstroming, met name rondom de A73. Hierdoor heeft de reconstructie positieve gevolgen voor de verkeersveiligheid.
blad 43 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
1. Kruising N270 / Leunseweg Het eerste deelproject is de kruising N270 / Leunseweg. Het wegontwerp kent een aantal wijzigingen ten aanzien van de huidige situatie waardoor de ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid, verkeersveiligheid en bereikbaarheid verbeteren. Zie paragraaf 2.2.3 Wegontwerp voor het wegontwerp. Het ontwerp vervangt de indirecte afrit van de N270 via de Zuivelweg door een nieuwe rechtstreekse afrit langs de N270 naar de Leunseweg, waardoor de rijbewegingen korter worden wat bijdraagt aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Het kruispunt is voorzien van verkeersregelinstallaties (VRI's) om de verkeersveiligheid te verbeteren. Op de Leunseweg zijn extra opstelstroken opgenomen om de verkeersstromen efficiënter te verdelen en de bereikbaarheid te verbeteren. Daarnaast is de aansluiting van bedrijventerrein De Brier opgewaardeerd tot een volwaardige verbinding welke is voorzien van verkeersregelinstallaties (VRI's) om de verkeersveiligheid te verbeteren. Tevens draagt deze aanpassing bij aan het verkorten van de rijbewegingen en daarmee het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. 2. A73 Het tweede deelproject bevat het deel omtrent de aansluiting van de A73 op de N270. De boogstraal van het uitvoegende verkeer van de A73 op de N270 is conform de ontwerprichtlijnen voor snelwegen te kort.
Zie paragraaf 2.2.3 Wegontwerp voor het wegontwerp. Het ontwerp vervangt de op- en afrit met de te krappe boogstraal door een nieuwe op- en afrit, waardoor wordt voldaan aan de ontwerprichtlijnen voor snelwegen en de verkeersveiligheid verbetert. Bijkomend voordeel is dat de kruispunten verder uit elkaar komen te liggen waardoor de kans op terugslag van het ene kruispunt naar het andere kruispunt verkleint. 3. De Blakt Deelproject drie betreft de aansluiting van bedrijventerrein De Blakt op de N270. Het wegontwerp kent een aantal wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie. Zie paragraaf 2.2.3 Wegontwerp voor het wegontwerp. In het wegontwerp is de rotonde vervangen door een kruispunt voorzien van een VRI, hierdoor verbeterd de doorstroming. De VRI kan gekoppeld worden aan de andere VRI's waardoor beter gestuurd kan worden op het verkeer, onder andere tijdens evenementen in de evenementenhal. Daarnaast wordt de (brom)fietsverbinding vervangen door een ongelijkvloerse kruising. De (brom)fietstunnel komt de verkeersveiligheid van de (brom)fietsers ten goede. 4. Tussenliggende wegvakken Het vierde deelproject zijn de tussenliggende wegvakken. Het wegontwerp van de N270 voldoet in de huidige vorm niet aan de het principe van een duurzaam veilige inrichting. Het nieuwe wegontwerp past de principe van Duurzaam Veilig waar mogelijk toe, de weg bestaat waar mogelijk uit 2 x 1.
Op locaties waar onvoldoende ruimte beschikbaar is, bestaat de weg uit 1 x 2. Het toepassen van de principes van Duurzaam Veilig draagt bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid. Zie paragraaf 2.2.3 Wegontwerp voor het wegontwerp. 5. (Brom)Fietsverkeer blad 44 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
Deelproject vijf gaat in op het (brom)fietsnetwerk. (Brom)Fietsers kunnen in de huidige situatie enkel het spoor oversteken middels gelijkvloerse kruisingen. Het wegontwerp biedt middels de parallelstructuur en de (brom)fietsbrug een alternatief om het spoor over te steken. De ongelijkvloerse kruising met het spoor draagt bij aan de verkeersveiligheid van de (brom)fietsers. Daarnaast voorziet het wegontwerp bij de nieuwe kruising De Blakt in een ongelijkvloerse kruising (een (brom)fietstunneltje), in de huidige situatie is hier een rotonde met gelijksvloerse kruisingen, de aanpassing is daarmee een verbetering voor de verkeersveiligheid van de (brom)fietsers en een betere (onbelemmerde) en directere doorstroming voor de (brom)fietsers. Zie paragraaf 2.2.3 Wegontwerp voor het wegontwerp. 6. Landbouwroute Het zesde deelproject betreft de landbouwroute. De bestaande (tijdelijke) landbouwroute wordt met dit wegontwerp opgewaardeerd. Het wegprofiel wordt verbreed tot 4,8 meter met verharde bermen, waardoor het gemakkelijker wordt om tegemoet komend verkeer te passeren. Met het nieuwe wegprofiel wordt ingezet op het principe van verleiding. Door de nieuwe landbouwroute aantrekkelijk in te richten wordt het landbouw verleidt om niet langer door de woonkern van Venray te rijden.
De verbreding van het wegprofiel draagt bij aan de verkeersveiligheid op de landbouwroute en de leefbaarheid in de kern Venray. Zie paragraaf 2.2.3 Wegontwerp voor het wegontwerp.
4.2.3
Conclusie De kans op toekomstige afwikkelingsproblemen wordt door de reconstructie verkleind. Het plangebied is derhalve goed ontsloten. Daarnaast zorgt de inrichting conform het principe van Duurzaam Veilig voor een verbetering van de verkeersveiligheid.
4.3
Natuur
4.3.1
Wet- en regelgeving / toetsingskader Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast de bescherming vanuit Wnb, zijn er ook gebieden die planologische beschermd zijn. Het betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (NNN: in het POL van de provincie Limburg aangeduid als Goudgroene natuurzone). De bescherming van NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de
blad 45 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
nationale wetgeving. Tijdens een bijeenkomst van het Netwerk Groene Bureau d.d. 16 december 2016 is aangegeven dat drie provincies (Utrecht, Overijssel en Gelderland) de geldende “Aangepaste lijst met jaarronde beschermede nesten” (LNV, 2009) aanhouden en blijven hanteren in de Wet natuurbescherming. De provincie Limburg hanteert een eigen systematiek van beschermingscategorieën. Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden; de Natura 2000-gebieden maken daar deel van uit. Naast de Natura 2000-gebieden bevat het NNN ook overige leefgebieden van soorten en – om isolatie te voorkomen – gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het NNN is onderdeel van het actieve beleid om bedreigde dier- en plantsoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen.
De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het 'nee, tenzij'- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo). De provincie Limburg heeft de regels ten aanzien van het NNN opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg van 2014. Ontwikkelingen die de daarin aangewezen NNN raken, dienne te voldoen aan de bepalingen de Omgevingsverordening.
4.3.2
Onderzoek Ten behoeve van dit bestemmingsplan is door Antea Group in 2018 een Natuurtoets uitgevoerd. Het complete onderzoek is als Bijlage 2 en het compensatieplan is als Bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. Onderstaand zijn de conclusies van het onderzoek weergegeven. Natura 2000 Het plangebied bevindt zich op enige afstand van Natura 2000. Op basis van de afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied kunnen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van enig Natura 2000-gebied als gevolg van alle verstoringsfactoren met uitzondering van stikstof worden uitgesloten. Of sprake is van potentiële effecten als gevolg van de emissie van stikstof is afzonderlijk beoordeeld. Zie hiervoor paragraaf 4.4 Stikstof. Beschermde gebieden Omgevingsverordening Limburg 2014 Het plangebied overlapt op meerdere locaties met 'Goudgroene natuurzone', 'Bronsgroene landschapszone' en 'Zone natuurbeek'. Aantasting van deze waarden leift tot compensatie, waarbij voor de Goudgroene natuurzone een compensatie toeslag geldt.
blad 46 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
Goudgroene natuurzone Als gevolg van de ontwikkeling zal een deel van de Goudgroene natuurzone komen te vervallen. Het betreft een oppervlakte van circa 0,75 hectare. Daarnaast is sprake van kwaliteitsverlies als gevolg van geluidverstoring van 0,2 hectare. Dat betekent dat door de reconstructie van de N270 met alle aanpassingen aan de kruispunten een groter oppervlak dan onder de huidige situatie het geval is, te maken krijgt met een geluidsbelasting. Als gevolg daarvan moet ook dat oppervlakte worden gecompenseerd. Aangezien het voornemen van de reconstructie van de N270 van groot openbaar belang is, er geen reële alternatieven beschikbaar zijn én negatieve effecten gecompenseerd kunnen worden, is deze verstoring geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. De totale compensatieopgave als gevolg van de verstoring van de Goudgroene natuurzone beslaat circa 1,6 hectare (oppervlakte fysieke + geluidopslag). In beginsel wordt financieel gecompenseerd, dat geldt ook voor dit voornemen. Tabel 4.1: Overzicht compensatieopgave fysieke aantasting NNN
Tabel 4.2: Overzicht compensatieopgave toename geluidverstoring > 58dB NNN
Tabel 4.3: Overzicht compensatieopgave toename geluidverstoring 48-58 dB NNN
Bronsgroene landschapszone en Zone Natuurbeek De Bronsgroene landschapszone is gelegen in het beekdal van de Oostrumsebeek. De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter en het cultuurhistorisch erfgoed. De aantasting van de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone kan voorkomen worden door de kernkwaliteiten, in de vorm van opgaande groenstructuren, in de toekomstige situatie terug te brengen. Daarnaast doet het voornemen geen afbreuk aan de realisatie van de wezenlijke kenmerken van de Zone natuurbeek.
blad 47 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
Bescherming Natuur in bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010 Het voornemen overlapt in de vigerende plannen met de bestemming Natuur. De bestemming Natuur is deels aangewezen als Goudgroene Natuurzone en deels Bronsgroene landschapszone. De hieruit voortkomende compensatieplicht is strijdig met de compensatieplicht conform de provinciale beleidsregel natuurcompensatie. In overleg tussen gemeente en provincie is besloten om financieel te compenseren. Beschermde houtopstanden Het overgrote deel van de houtopstanden binnen het plangebied is beschermd onder de Wet natuurbescherming. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt een oppervlakte van circa 2,8 hectare aan bosschages/groenstroken gerooid. Tevens worden 160 losstaande bomen gerooid. Voor het rooien van deze bomen dient een kapmelding te worden gedaan bij bevoegd gezag: de Provincie Limburg. Tevens geldt een herplantplicht. Dit houdt in dat het verlies aan bosschages en bomen gecompenseerd dient te worden. Op basis van de Wet natuurbescherming geldt een termijn van 3 jaar waarbinnen voldaan moet zijn aan de herplantplicht. In onderstaande tabel 4.4 is weergegeven welke maatregelen benodigd zijn vanuit de gebiedsbescherming voor natuur. Tabel 4.4: Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek en nader onderzoek (zie Bijlage 2) is gebleken dat in kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn in het plangebied. In tabel 4.5 is aangegeven of mogelijk sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn dan wel geadviseerd worden. Tabel 4.5: Beknopte samenvatting van de toetsing soortenbescherming.
blad 48 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
*
4.3.3
De werkwijze dient te worden vastgelegd in een Ecologisch Werkprotocol.
Conclusie Op basis van de uitgevoerde onderzoeken zijn significante effecten op Natura 2000-gebieden met uitzondering van stikstof uitgesloten. Of sprake is van potentiële effecten als gevolg van de emissie van stikstof is afzonderlijk beoordeeld in paragraaf 4.4. Daarnaast zorgt het compensatieplan voor de borging van de impact op het NNN. Op basis van bovenstaande bevindingen en onderzoeken is het plan uitvoerbaar.
4.4
Stikstof
4.4.1
Wet- en regelgeving / toetsingskader Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn doorvertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt een vergunningsplicht als het project een significant gevolg kan hebben op een Nederlands Natura 2000-gebied (art. 2.7 lid 2, Wnb). Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (art. 2.7 lid 1, Wnb). Bij plannen of projecten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dient in een oriënterende fase onderzocht te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben.
Indien na dit onderzoek op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in kaart gebracht te worden wat de effecten van de
blad 49 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
activiteit kunnen zijn. Deze analyse heet een 'passende beoordeling'. Wanneer uit de passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft, staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg.
4.4.2
Onderzoek Het stikstofonderzoek geeft inzicht in de effecten van het plan op Natura 2000-gebieden, het onderzoek is toegevoegd als Bijlage 4 van de toelichting. De stikstofdepositieberekeningen geven voor zowel de realisatiefase (Bijlage 5) als de gebruiksfase (Bijlage 6) inzicht in de toe- of afnames van de emissie van NOx en NH3. Dit geldt voor de totale situatie inclusief de netwerkeffecten. Er wordt dan ook een bijdrage aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden berekend. Deze bijdragen zijn passende beoordeling (Bijlage 7). In de realisatiefase wordt een maximale toename op een Natura 2000-gebied van + 0,96 mol/ha/jaar berekend. Eveneens zijn toenames berekend in Natura 2000-gebieden Maasduinen en Deurnsche Peel & Mariapeel. In de gebruiksfase wordt een maximale toename op een Natura 2000-gebied van + 0,01 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen. De toename beperkt zich tot slechts 1 hexagoon. De berekende bijdragen zijn passend beoordeeld. Voor de gebruiksfase geldt dat in de passende beoordeling wordt gesteld dat een toename van 0,01 mol/ha/jr binnen 1 hexagon ecologische niet relevant is. Voor de realisatiefase geldt dat ecologisch gezien geringe tijdelijke bijdragen niet leiden tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken.
De berekende kleine en tevens tijdelijke stikstofdepositie zal op geen enkele wijze leiden tot een meetbaar of merkbaar gevolg voor de vegetatie, en daarmee op de kwaliteit van het de habitattypen/leefgebieden. Ook niet in een reeds overbelaste of naderende overbelaste situatie. De onderbouwing hiervoor is drieledig: deposities door emissie van mobiele werktuigen maken sinds de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden onderdeel uit van de bestaande achtergronddepositie; kleine (en tijdelijke) deposities leiden nooit tot schade aan planten; kleine (en tijdelijke) deposities leiden niet tot meetbare veranderingen in groeisnelheid en vegetatiesamenstelling. De passende beoordeling onderbouwt dat het project geen negatieve gevolgen heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitats van de hiervoor genoemde Natura 2000-gebieden.
4.4.3
Conclusie Zowel in de gebruiksfase als in de realisatiefase is er sprake van een toename van stikstofdepositie ten gevolge van het planvoornemen. Op basis van de ecologische beoordeling (in de Passende Beoordeling) blijkt dat significant negatieve effecten op de relevante Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. De Wet natuurbescherming staat de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Wet- en regelgeving / toetsingskader Toetsingskader
blad 50 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
Voor het project zijn de in onderstaande tabel 4.6 opgenomen wettelijke kaders relevant bij het in beeld brengen van de beoordeling van het thema luchtkwaliteit. Tabel 4.6 Toetsingskader luchtkwaliteit
Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) werken de Rijksoverheid en decentrale overheden sinds 2009 samen om te zorgen dat Nederland tijdig aan de grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide voldoet (het RIVM analyseert en rapporteert samen met Infomil jaarlijks de luchtkwaliteit). Het NSL benoemt de ruimtelijke-ordeningsprojecten, die een negatief effect hebben op de luchtkwaliteit en zet hier maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tegenover. De monitoring van het NSL brengt luchtvervuilende stoffen in beeld waar de bevolking aan wordt blootgesteld. Wettelijke grondslagen luchtkwaliteit De Wet milieubeheer (Wm) biedt de volgende grondslagen waarmee kan worden onderbouwd dat een plan voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit: het project leidt niet tot overschrijding van de grenswaarden (art. 5.16, 1ste lid, onder a, Wm); indien er sprake is van een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit, maar er: 1. ten gevolge van het project per saldo sprake is van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of de concentratie gelijk blijft (art. 5.16, 1ste lid, onder b, sub 1, Wm); 2.
ten gevolge van een door het project optredende effect of een met het plan samenhangende maatregel per saldo sprake is van een verbetering van de concentraties van de betreffende stof of de concentratie gelijk blijft (art. 5.16, 1ste lid, onder b, sub 2, Wm); blad 51 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
het project draagt niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 5.16, 1ste lid, onder c, Wm); het project is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of is in elk geval niet strijdig is met NSL (art. 5.16, 1ste lid, onder d, Wm). Wanneer een project voldoet aan één of meerdere van de bovenstaande grondslagen, vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor realisatie van het project]. Toetsingskader stikstofdioxide Sinds 1 januari 2015 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als de jaargemiddelde concentratie en een uurgemiddelde van 200 µg/m3 die maximaal 18 keer per jaar mag worden overschreden. Toetsingskader fijn stof (PM10 en PM2,5 ) Sinds 11 juni 2011 geldt voor PM10 een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 40 µg/m3 en de 24-uurgemiddelde concentratie van 50 µg/m3 die maximaal 35 dagen per jaar mag worden overschreden. Vanaf 2015 geldt voor PM2,5 een jaargemiddelde concentratie van 25 µg/m3 . Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 In de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 worden onder andere de rekenmethode beschreven voor de verschillende situaties. Zo zijn er twee standaardrekenmethodes ontwikkeld voor het rekenen aan luchtkwaliteit als gevolg van wegverkeer, Standaardrekenmethode 1 en 2. Er is ook een rekenmethode voor de bepaling van de luchtkwaliteit nabij bedrijven, Standaardrekenmethode 3.
4.5.2
Onderzoek Door Antea Group is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Het complete onderzoek is als Bijlage 8 bij de toelichting gevoegd. Het luchtkwaliteitsonderzoek heeft betrekking op het gehele plangebied. In dit bestemmingsplan zijn alle functies expliciet vastgelegd. De Staat van bedrijfsactiviteiten is voor dit bestemmingsplan dan ook niet relevant. Onderstaand zijn de resultaten van het onderzoek weergegeven. Beoordeling effect plan Uit de rekenresultaten blijkt dat het nieuwe ontwerp in combinatie met de toekomstige verkeerscijfers een maximaal effect van 0,0 ìg/m3 op de NO2 concentraties laat zien. Dit maximale effect treedt onder andere op ter plaatse van de Stationsweg en de Rijksweg A73 (noord). Deze toename valt binnen de maximale toename om in aanmerking te komen als 'niet in betekenende mate' plan (1,2 ìg/m3) en wordt derhalve als gering beschouwd. Dit geldt ook voor het effect op de PM10 en PM2,5 concentraties. Op de Zuidsingel wordt een maximaal effect van 0,1 ìg/m3 op zowel de PM10 als de PM2,5 concentraties berekend.
blad 52 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
Figuur 4.3: Planeffect voor het rekenjaar 2023.
4.5.3
Conclusie Als gevolg van de reconstructie blijven de waarden voor luchtverontreiniging onder de grenswaarden. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer vormt dan ook geen belemmering voor verdere besluitvorming (artikel 5.16, lid 1 onder a Wm).
4.6
Geluid
4.6.1
Wet- en regelgeving / toetsingskader Wegverkeersgeluid Wegverkeersgeluid kent twee wettelijke regimes: de Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder. Voor Rijkswegen geldt het wettelijk regime van de Wet milieubeheer. Rijkswegen die zijn opgenomen in het Geluidregister, hebben een geluidproductieplafond (GPP). Daarnaast is het juridisch kader van alle niet-rijkswegen vastgelegd in de Wet geluidhinder. Voor de herinrichting van de N270 wordt beoordeeld of er een relevante geluidtoename is. Een relevante toename is een toename van de geluidbelasting op nabijgelegen geluidgevoelige objecten van 2 dB of meer. Dit komt overeen met het toetsings-kader voor fysieke wijzigingen op of aan een weg ('reconstructie').
4.6.2
Onderzoek Het akoestisch onderzoek maakt onderscheid in het hoofdwegennet (A73) en het onderliggende wegennet (N270 en Landbouwroute). Het hoofdwegennet kent een ander beleidskader en is daarom aparte behandeld, deze memo is als bijlage 6 van het akoestisch rapport opgenomen. Het onderzoek naar het onderliggend wegennet is opgenomen in Bijlage 9. Rondom het hoofdwegennet wordt gebruik gemaakt van een geluidproductieplafond. Dit
blad 53 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
betekend dat er een maximale geluidbelasting van de bron (weg) af mag komen alvorens de beheerder maatregelen moet treffen. Dit geluidproductieplafond wordt getoetst op referentiepunten die op een vaste afstand van de weg liggen. Rijkswaterstaat is de beheerder van het hoofdwegennet. De benodigde gegevens voor de toets zijn aangeleverd bij Rijkswaterstaat. Uit het onderzoek van Rijkswaterstaat is gebleken dat de wegaanpassing (het verleggen van de westelijke op- en afrit van de A73) niet past binnen het geldende geluidproductieplafond. Op een aantal referentiepunten wordt de waarde overschreden, dit wordt verholpen door de referentiepunten met het ontwerp mee te verplaatsen. Het plangebied van het onderliggend wegennet is opgedeeld in deelgebieden, welke ieder een weg binnen het plangebied bevatten. Er zijn in de plansituatie 8 verschillende deelgebieden te onderscheiden, daarnaast is de N270 zelf in een oostelijke zone en een westelijke zone verdeeld. In onderstaande afbeelding zijn alle deelgebieden weergegeven in één afbeelding. Vervolgens worden de deelgebieden per stuk behandeld en de maatregelen en hogere waarden in beeld gebracht.
Figuur 4.4: Deelgebieden akoestisch onderzoek. Deelgebied 1 – Zuivelweg De komgrens verschuift in oostelijke richting, waarmee de snelheid op de Zuivelweg toeneemt. Dit leidt tot een toename in geluidbelasting op de woningen langs dit wegdeel. De geluidbelasting neemt op enkele woningen toe met meer dan 1,5 dB waardoor sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder bij de woningen: Enge Steeg 1, Zuivelweg 3, en Zuivelweg 5. Deelgebied 2 – Leunseweg De aansluiting van de Leunseweg op de N270 wordt gewijzigd en een deel van het wegprofiel van de Leunseweg wordt eveneens gewijzigd, waardoor het aantal motorvoertuigen toeneemt blad 54 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
en er een toename is van de geluidbelasting. De feitelijke toename bedraagt minder dan 1,5 dB, echter door een toename over de jaren heen levert een vergelijking met de vigerende hogere waarden op Leunseweg 24 een toename op van 1,64 dB. Er is daarmee sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder bij de woning met adres Leunseweg 24. Deelgebied 3 – Weideweg De aansluiting van de Weideweg op de Laagriebroekseweg wordt gewijzigd, de verkeersintensiteit op deze weg wijzigt niet. De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op en de wijzigingen aan de Weideweg zal niet toenemen. Er is derhalve geen ook geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Deelgebied 4 – Molenhofweg Is onderdeel van de landbouwroute, het wegprofiel wordt hier verbreed en er is een toename van het aantal motorvoertuigen. De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op en de wijzigingen aan De Locht blijft onder de drempelwaarde van 48 dB. Er is derhalve geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Deelgebied 5 – Laagriebroekseweg Is onderdeel van de landbouwroute, het wegprofiel wordt hier verbreed en er is een toename van het aantal motorvoertuigen. Als gevolg van de wijzigingen aan de laagriebroekseweg treedt een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder op aan de woning met adres Laagriebroekseweg 10.
Hier neemt de geluidbelasting toe met 3 dB (van 48 dB naar 51 dB). Deelgebied 6 – De Locht Is onderdeel van de landbouwroute, het wegprofiel wordt hier verbreed en er is een toename van het aantal motorvoertuigen. De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op en de wijzigingen aan De Locht blijft onder de drempelwaarde van 48 dB. Er is derhalve geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Deelgebied 7 – Plataanstraat De aansluiting van Bedrijventerrein De Brier op de N270 wordt gewijzigd, dit leidt tot een kleine reductie van het aantal motorvoertuigen. De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op en de wijzigingen aan de Plataanstraat in de toekomstige situatie onder de drempelwaarde van 48 dB blijft, waardoor geen sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Deelgebied 8 – N270 Alle aansluitingen van het omliggende wegennet worden gewijzigd, waardoor de afstand tussen de wegen en de woningen afneemt. De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op en de wijzigingen aan de N270 maximaal 3,19 dB zal toenemen. Er is derhalve sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Maatregelen Voor de adressen waar sprake is van reconstructie is vervolgens gekeken welke maatregelen doelmatig zijn, staan de kosten in verhouding tot het effect.
Een overzicht van de doelmatig bevonden maatregelen per deelgebied zijn weergegeven in Tabel 4.7. blad 55 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
Tabel 4.7 Overzicht doelmatige maatregelen
Hogere waarden Ondanks de doelmatigheid van de maatregelen dient voor een aantal woningen een hogere waarde te worden aangevraagd. Tabel 4.8 geeft weer welke hogere waarden aangevraagd moeten worden ten gevolge van de beschreven wijzigingen aan de N270 en onderliggend wegennet, inclusief maatregelen. Tabel 4.8 Overzicht benodigde hogere waarden
4.6.3
Conclusie
4.6.3 Conclusie Om de geluidbelasting op de woningen te beperken worden diverse bron- en overdrachtsmaatregelen genomen. De maatregelen kunnen echter niet voorkomen dat er nog enkele hogere waarden moeten worden verleend. Met het plan is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.7
Externe veiligheid
4.7.1
Wet- en regelgeving / toetsingskader Voor externe veiligheid wordt getoetst aan de wettelijke normen, in dit geval het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de bestrijdbaarheid van rampen. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft inzicht in de theoretische jaarlijkse kans op overlijden van een individu op een bepaalde horizontale afstand van een risicovolle activiteit. Dit risico wordt bepaald door te stellen dat een (fictieve) persoon zich 24 uur per dag gedurende een heel jaar, onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. De grenswaarde van het PR voor inrichtingen is 10-6 per jaar. Voor kwetsbare objecten geldt deze norm als grenswaarde. Binnen deze contour mogen geen kwetsbare objecten (onder andere woningen en grote kantoren) aanwezig zijn of op worden opgericht. Voor beperkt kwetsbare objecten (onder andere grote bedrijven) geldt deze contour als richtwaarde. Het bevoegd gezag mag gemotiveerd afwijken. Voor de beoordeling van het plaatsgebonden risico wordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre
blad 56 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
de PR10-6 contouren van de ontwikkelingen over de perceelsgrenzen vallen (of te verwachten is dat deze erover vallen). De wijze van beoordelen is in lijn met de regeling die geldt op basis van het bestemmingsplan Buitengebied Venray, waarin de gasleiding reeds mogelijk is gemaakt. Groepsrisico Het groepsrisico drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Het groepsrisico wordt zowel bepaald door de mogelijke ongevallen en bijbehorende ongevallen uitstromingsfrequentie, als het aantal aanwezigen in de nabijheid van een eventueel ongeval. Bij het aangeven van representatieve aantallen personen wordt geteld vanuit zowel de kwetsbare als de beperkte kwetsbare bestemmingen. Met het groepsrisico wordt aangegeven hoe hoog het totale aantal slachtoffers bij een ongeval kan zijn op basis van de aanwezige mensen. Naarmate de groep slachtoffers (N) groter wordt, moet de kans (f) op een dergelijk ongeval (kwadratisch) kleiner zijn. Dit resulteert in een fN-curve waarbij de kans tegen het aantal slachtoffers is uitgezet. Bij het bepalen van het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde. Dit is geen harde norm, maar geldt als oriëntatiewaarde.
De bepaling van de hoogte van het groepsrisico geldt als beginpunt voor een uitspraak over de aanvaardbaarheid van de hoogte van het groepsrisico. Zelfredzaamheid, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid Voor een verantwoording van een aanvaardbare veiligheidssituatie is het naast een beoordeling op voorgaande criteria ook nodig in te gaan op de zelfredzaamheid van personen, bereikbaarheid van de ontwikkelingsgebieden voor hulpdiensten en de bestrijdbaarheid van calamiteiten.
4.7.2
Onderzoek Ten behoeve van dit bestemmingsplan is door Antea Group in 2018 een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. De belangrijkste risico bronnen in en nabij het plangebied zijn het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N270 en de nabij gelegen hogedruk aardgasleiding. De GasUnie is voornemens om de hogedruk aardgasleidingen ter plaatsen van de nieuwe op- en afrit over een lengte van 80 meter en een lengte van 100 meter te verleggen. De hogedruk aardgasleidingen komen niet dichter bij gevoelige bestemmingen te liggen. Deze verlegging heeft geen gevolgen voor de veiligheid en is niet gerelateerd aan het project N270 Via Venray, de QRA die voor deze verlegging is opgesteld is als Bijlage 10 bij de toelichting gevoegd. Het complete onderzoek is als Bijlage 11 bij de toelichting gevoegd. Onderstaand zijn de conclusies van het onderzoek weergegeven. Plaatsgebonden risico De autonome groei van het transport (van gevaarlijke stoffen) leidt ertoe dat de plaatsgebonden risicocontour van toekomstige situatie toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. Echter zijn er zowel in de huidige, als in de toekomstige situatie geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen deze contour en zijn er (op grond van het bestemmingsplan) binnen deze contour geen bouwmogelijkheden. Groepsrisico Het groepsrisico van de N270 neemt in de toekomstige situatie af ten opzichte van de huidige situatie.
Echter overschrijdt het groepsrisico zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie de hoogte van de oriëntatiewaarde. In de toekomstige situatie is naast
blad 57 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
de voorgenomen wegaanpassingen uitgegaan van een autonome groei van de transportintensiteit en benutting van niet-ingevulde bestemmingsplancapaciteit. Aangezien de normwaarde van het groepsrisico de hoogte van de oriëntatiewaarde overschrijdt is verantwoording van het groepsrisico conform het Bevt van toepassing. Verantwoording groepsrisico De veiligheidssituatie rondom en in het plangebied wordt verbeterd door het realiseren van een verhoogde midden geleider ter hoogte van het trajectdeel met het hoogste groepsrisico. Dit effect is groter dan de (negatieve gevolgen van) de autonome groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen en benutting van niet-ingevulde bestemmingsplancapaciteit. De cumulatie van het onderzochte tracé is niet van betekenende mate en de kans op een domino-effect is erg klein. De ruimtelijke inrichting van de directe omgeving van de N270 zal niet veranderen ten gevolge van de voorgenomen ontwikkelingen. De ruimtelijke situatie rondom de weg blijft daarmee ongewijzigd. In het kader van zelfredzaamheid wordt voornamelijk gekeken naar de mogelijkheden om de omgeving te ontvluchten. Het onderzoek geeft aan dat zowel de huidige als de nieuwe infrastructuur rond het plangebied voldoende mogelijkheden biedt om de omgeving meerzijdig te ontvluchten.
Ten aanzien van bestrijdbaarheid geldt dat deze afhankelijk is van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). De bereikbaarheid wordt door dit plan verbeterd en de capaciteit van de brandweer wordt door dit plan niet beïnvloed. Het bevoegd gezag, de gemeente Venray, kan deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van het bestemmingsplan. In het kader van de groepsrisicoverantwoording wordt advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Limburg-Noord. Het advies van de veiligheidsregio is opgenomen als Bijlage 12 van de toelichting.
4.7.3
Conclusie De risico's voor de externe veiligheid worden door vaststelling van het bestemmingsplan significant kleiner. De gemeente Venray acht de nieuwe externe veiligheid situatie aanvaardbaar. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
blad 58 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
4.8
Water
4.8.1
Wet- en regelgeving / toetsingskader Het beleidskader voor water bestaat uit beleid gericht op waterkwantiteit en waterkwaliteit. Op verschillende niveaus is er beleid ontwikkeld (Europees, Nationaal, Provinciaal en Waterschap). Op het vlak van waterkwaliteit is samenvattend van toepassing dat de waterkwaliteit niet mag verslechteren en dat alle watersystemen in een chemische en ecologisch goede toestand verkeren. Daarnaast mag de toestand van het grondwater niet verslechteren en dient het grondwater beschermd te worden tegen verontreinigingen. Waterkwantiteit valt grotendeels binnen de beleidskaders van het waterschap. In het beleid wordt gestreefd naar het infiltreren van zoveel mogelijk water om de grondwateraanvulling te maximaliseren en de afvoer te minimaliseren. Voor nieuwe ontwikkelingen wordt het principe van hydrologisch neutraal bouwen gehanteerd. Hierbij mag de afvoer vanaf nieuwe ontwikkelingen niet toenemen tot boven de maximale afvoer van 1 l/s/ha.
4.8.2
Onderzoek Door Antea Group is een watertoets uitgevoerd, de rapportage van dit onderzoek is als Bijlage 13 bij de toelichting gevoegd. Onderstaand zijn de effecten van de reconstructie N270 Via Venray zoals beschreven in de watertoets. Het schetsontwerp behorende bij het plan volgt in grote lijnen deze reeds aanwezige infrastructuur. Wat niet wegneemt dat de verharding door het ontwerp toeneemt. De bestaande kruising N270 / Leunseweg wordt gewijzigd, waardoor er een toename van circa 800 m² aan verharding wordt toegevoegd. De westelijke op- en afrit van de A73 wordt verplaatst waardoor circa 4.500 m² aan verharding wordt toegevoegd. Aansluiting de Blakt wordt opnieuw ingericht, wat leidt tot een toename van circa 1.400 m² verharding. Het aanpassen van het wegprofiel van de N270 leidt tot een toename van circa 2.600 m² verharding. De realisatie van een nieuwe (brom)fietsverbinding parallel aan de N270 leidt tot een toename van circa 3.200 m² verharding. Het aanpassen van het wegprofiel van de landbouwroute leidt tot een toename van verharding van circa 5.500 m². Deze toenamen van verharding wordt in het plan gecompenseerd. Het plan voorziet in meer waterberging dan wat op basis van de compensatie vereist is. Een aandachtspunt voor de verdere uitwerking van het ontwerp is de (brom)fietstunnel ter plaatse van de aansluiting De Blakt.
Door de stijgingen van de waterspiegel in de Oostrumse Beek is het nodig om de tunnelwanden verder door te zetten zodat bij extreme waterstanden er geen water uit de beek in de tunnel kan stromen. Een exact debiet van de pomp in de tunnel behoort niet tot het ontwerp maar als aandachtspunt is opgenomen dat bij een detailontwerp een pomp van voldoende debiet moet worden geïnstalleerd.
4.8.3
Conclusie Met het doorlopen van de watertoets is het aspect water voldoende belicht en vormt hiermee geen belemmering voor het bestemmingsplan. Het ontwerp voldoet aan de eisen voor wat betreft compenserende waterberging en ontwatering als wel de waterafvoer van de primaire watergangen. Het rapport is beoordeeld door het waterschap, besproken met de provincie en akkoord bevonden, zie Bijlage 14.
blad 59 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
4.9
Bodem
4.9.1
Wet- en regelgeving / toetsingskader Nationaal In het Nationaal Milieubeleidsplan 3 (NMP3, 1997) is door het kabinet geconstateerd dat grote delen van de Nederlandse bodem zijn verontreinigd. De aanwezigheid van de verontreiniging en daardoor verminderde gebruiksmogelijkheden van de bodem, heeft zowel in het stedelijk als het landelijk gebied ernstige ruimtelijke en economische gevolgen, zoals het stagneren van ontwikkelingen op het gebied van volkshuisvestiging, landinrichting, infrastructuur en bedrijventerreinen. Eind 2004 is het Landsdekkend Beeld Bodemverontreiniging (LDB) opgeleverd. Het LDB is een inventarisatie – voor geheel Nederland – van locaties waar de bodem (mogelijk) verontreinigd is door (voormalige) bedrijfsactiviteiten. Uit de ruim 750.000 locaties van het LDB is een werkvoorraad voor circa 425.000 (potentieel) ernstig verontreinigde locaties gedestilleerd, die moesten worden onderzocht en eventueel gesaneerd. De verantwoordelijkheid voor het samenstellen van het LDB en het beheer van de bodemdata lag en ligt bij de bevoegde gezagen in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb). Voor dit bestemmingsplan is dit de Provincie Limburg. Bodemconvenant Vanaf 2009 ligt de nadruk op het aanpakken van spoedlocaties: verontreinigde locaties waarbij in de huidige situatie sprake is van onaanvaardbare risico's voor de mens, het grondwater en/of ecosystemen.
Deze locaties moesten voor 2015 zijn gesaneerd, of de risico's moesten minimaal beheersbaar zijn. Dit beleid is bestendigd met het ondertekenen van een nieuw, tweede convenant op 17 maart 2015: het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020. Voor ernstige niet spoedeisende locaties geldt een saneringsplicht. De aanpak van de verontreiniging kan echter worden uitgesteld totdat kan worden aangesloten bij maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. Uiteindelijk moet het resultaat van de sanering zijn dat de locatie geschikt is voor het (toekomstig) gebruik. Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging, gevallen die op of na 1 januari 1987 zijn ontstaan, vallen onder de zorgplicht. Deze bepaling verplicht bij bodemverontreiniging het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd, om de verontreiniging geheel te verwijderen. Sanering van een geval van niet ernstige bodemverontreiniging is wettelijk niet verplicht, met uitzondering van gevallen die vallen onder de zorgplicht. Soms kan het toch wenselijk zijn om de verontreiniging te verwijderen, bijvoorbeeld in het geval van verkoop van een terrein of het bouwrijp opleveren van een locatie. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening is inzicht in de bodemkwaliteit relevant, om te kunnen bepalen of de bodemkwaliteit voor de beoogde (nieuwe) bestemming geschikt is.
Tevens geeft het een inzicht in de mogelijke (technische) maatregelen die noodzakelijk zijn om de uitvoerbaarheid van een plan te kunnen aantonen. Bij een wijziging van de bestemming of functie van een grond is het van belang dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen.
blad 60 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
4.9.2
Onderzoek In opdracht van de provincie Limburg is door Antea Group in de periode maart – juni 2018 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied N270 Via Venray. Onderdeel van het verkennend bodemonderzoek is een verkennend waterbodemonderzoek en (indicatief) asbestonderzoek. Het vooronderzoek is als Bijlage 15, bij de toelichting gevoegd. Het verkennend onderzoek is als Bijlage 16 bij de toelichting gevoegd. Uit het verkennend onderzoek blijkt dat nader onderzoek naar PAK noodzakelijk is. Het nader onderzoek PAK is als Bijlage 17 bij de toelichting gevoegd. Tot slot is een oplegnotitie opgesteld ten aanzien van de scopewijziging, deze is als Bijlage 18 bij de toelichting gevoegd. In het plangebied zijn bij diverse boringen gronden aangetroffen met een lichte verhoging van minerale PCB, minerale olie, PAK, kobalt en nikkel. Plaatselijk zijn ook licht verhoogde gehalten van zware metalen (arseen, cadmium, lood, zink, molybdeen) en PCB gemeten. Bij boring 210 is een sterk verhoogd gehalte aan PAK gemeten. Uit het asbestonderzoek blijkt dat er geen tot een verwaarloosbaar gehalte aan asbest is gemeten. In het grondwater zijn geen tot licht verhoogde concentraties aan barium en plaatselijk nikkel gemeten. Verhoogde concentraties aan zware metalen worden binnen deze regio regelmatig aangetroffen. De interventiewaarde wordt nergens overschreden.
4.9.3
Conclusie De resultaten van het onderzoek geven geen belemmering voor het bestemmen van de ontwikkelingen in het plangebied.
4.10
Cultuurhistorie en archeologie
4.10.1
Wet- en regelgeving / toetsingskader Verdrag van Malta Het verdrag beoogt met cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Grondslag van het verdrag is dat dit archeologische erfgoed integrale bescherming nodig heeft en krijgt. In het verdrag zijn drie uitgangspunten ten aanzien van de omgang met archeologie geïntroduceerd: 1.
het streven naar het behouden van archeologie in de bodem, het zogenaamde “behoud in situ” (artikel 4, tweede lid); 2. tijdig rekening houden in de ruimtelijke ordening met de mogelijkheid of aanwezigheid van archeologische waarden, zodat er nog ruimte is voor archeologievriendelijke alternatieven (artikel 5); 3. het 'de verstoorder betaalt'-principe. De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor de kosten van het archeologisch onderzoek en de uitwerking van de resultaten (artikel 6). Als uitvloeisel van dit verdrag hebben provincies vanaf de jaren '90 in hun streekplannen en verordening kaders voor de toetsing van het archeologische belang opgenomen. En gemeenten hebben in veel bestemmingsplannen aanlegvergunningenstelsels (later: vergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerke zijnde, of van werkzaamheden) voor archeologie opgenomen. Erfgoedwet De Erfgoedwet, welke per 1 juli 2016 van kracht is, bundelt bestaande regelgeving voor blad 61 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. In hoofdstuk 4 van de Erfgoedwet is de bescherming van erfgoed opgenomen en in hoofdstuk 5 de archeologische monumentenzorg. De wet en de hierop gebaseerde regelgeving bevatten onder meer voorschriften met betrekking tot opgravingen, het melden van archeologische vondsten en de archeologische rapportage. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening), zijn gemeenten gehouden de belangen van de archeologische monumentenzorg in hun bestemmingsplan te verankeren.
4.10.2
Onderzoek In de omgeving van het plangebied is een monumenten aanwezig. Het pand gelegen aan 'In de Wieën' 8 (zie figuur 4.4)is als rijksmonument bestemd. Daarnaast zijn enkele panden aan de Leunseweg / Albionstraat door de provincie opgenomen in de Monumenten Inventarisatie (MIP). Figuur 4.5 geeft de ligging van de MIP-panden weer.
Figuur 4.4: Pand aan In de Wieën 8 (bron: cyclomedia)
blad 62 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
Figuur 4.5: uitsnede monumentenkaart Limburg (bron: viewer provincie Limburg) Naast de monumenten zijn er nog enkele cultuurhistorisch waardevolle elementen (lijnen en vlakken) aanwezig. In het plangebied zijn enkele historische wegen gelegen (ouder dan 1806: Laagriebroekseweg, Leunseweg, Molenhofweg, Zuivelweg; periode 1806-1890: Oirloseweg). Deze zijn benoemd als cultuurhistorische waardevolle lijnen. Dit geldt eveneens voor de Oostrumse beek, welke zowel de landbouwroute als de aansluiting van de A73 op de N270 kruist, deze zijn weergegeven op figuur 4.6. Het dal waarin de Oostrumse beek stroomt is daarnaast nog benoemd als cultuurhistorisch waardevol vlak. De enkeerdgrond onder de kernen Venray en Leunen is eveneens als cultuurhistorisch waardevol vlak benoemd. De laanstructuren aan de Molenhofweg en de Laagriebroekseweg zijn benoemd als waardevol elementen. Op figuur 4.7 zijn de Molenhofweg en de Laagriebroekseweg weergegeven. Enkele cultuurhistorisch waardevolle lijnen zijn nog altijd onderdeel van het wegennet. Het voornemen leidt tot aanpassing van deze wegen, maar houdt de lijnen in stand.
Figuur 4.6: Cultuurhistorische elementen
blad 63 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
Figuur 4.7: Laanstructuur ter hoogte van de Molenhofweg en de Laagriebroekseweg. (bron: cyclomedia) Archeologische waarden De provincie wijst gronden aan waar archeologische waarden te verwachten zijn als provinciaal archeologisch aandachtsgebied. Een groot deel van de gronden ten zuiden van Venray, rondom Leunen, zijn als zodanig aangewezen (zie figuur 4.8). De gemeentelijke archeologische verwachtingskaart wijst gronden aan waar archeologische waarden te verwachten zijn als archeologisch aandachtsgebied. De verwachting is uitgewerkt in een verwachtingswaarde. Het archeologisch bureauonderzoek en veldonderzoek door middel van boringen (Antea, 2018), heeft geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied. Het onderzoek is als Bijlage 19 bij de toelichting gevoegd.
Figuur 4.8: Archeologische verwachtingskaart gemeente Venray (bron: viewer provincie Limburg)
blad 64 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
4.10.3
Conclusie Binnen het plangebied bevinden zich cultuurhistorische waarden. Enkele cultuurhistorisch waardevolle lijnen zijn nog altijd onderdeel van het wegennet. Het voornemen leidt tot aanpassing van deze wegen, maar houdt de lijnen in stand. Gedurende het veldonderzoek zijn er geen archeologische vondsten gedaan, het advies geldt dan ook om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling zonder verder archeologische onderzoek uit te voeren. Het plangebied is op basis van het archeologische vooronderzoek door gemeente en provincie vrijgegeven. Deze aspecten cultuurhistorie en archeologie vormen dan ook geen belemmering voor de reconstructie.
4.11
NGE
4.11.1
Onderzoek AVG (explosieven) heeft in opdracht van de Provincie Limburg een Niet Gesprongen Explosieven (NGE) onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 20 bij de toelichting gevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat in het plangebied van de N270 voorafgaand aan de bevrijding door de geallieerden grondgevechten en beschietingen met geschutmunitie en raketten hebben plaatsgevonden. Tevens zijn er bombardementen geweest en bruggen opgeblazen. Het onderzoek wijst uit dat er in het plangebied militaire objecten zijn geweest, het betreft mijnenvelden, vuurwerk, loopgraven, wapenopstellingen en stellingen. In de loop der jaren zijn verschillende van deze explosieven reeds geruimd. In de loop der jaren zijn er verschillende ingrepen in de bodem geweest bij de aanleg van de A73, de N270 en de uitbreiding van de woonkernen en bedrijventerreinen. Bij deze bodemingrepen zijn explosieven verwijderd voor zover aangetroffen. Op basis van het vooronderzoek concludeert AVG (explosieven) dat er mogelijk explosieven aanwezig zijn, onderstaande tabel (tabel 4.9) geeft inzicht in de gevechtshandelingen, type explosieven, verschijningsvorm en de maximale indringingsdiepte ten opzichte van het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Onderstaande figuur (figuur 4.9) geeft de locaties van de verdachte locaties weer. Tabel 4.9: informatie over de explosieven indicaties in het plangebied
blad 65 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
Figuur 4.9: ruimtelijke weerslag van explosieven indicaties in het plangebied
4.11.2
Conclusie Op basis van het vooronderzoek van AVG kan geconcludeerd worden dat er mogelijk explosieven in het plangebied aanwezig zijn, hier dient bij de realisatie rekening mee te worden gehouden. Dit kan enerzijds door de werkzaamheden onder begeleiding van een Opsporen Conventionele Explosieven-deskundige (OCE) uit te voeren. Anderzijds kan middels vervolgonderzoek de aanwezigheid van explosieven worden uitgesloten, dan wel de explosieven kunnen verwijderd worden door de Explosieven Opruimings Dienst (EOD).
blad 66 van 78
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan N270 Via Venray Gemeente Venray Projectnummer 417318
4.12
Milieueffectrapportage
4.12.1
Toetsingskader De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie of een bestemmingsplan. Het centrale onderdeel van een m.e.r. is het milieueffectrapport (MER) waarin de milieueffecten voor een tal van aspecten voor een of meerdere alternatieven geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Deze m.e.r.-procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan reeds vast staat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. (ook geldt dit voor activiteiten uit onderdeel D waar een plan, bijvoorbeeld een structuurvisie, voor nodig is). Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten, met bijbehorende drempelwaarden, aangegeven waarvoor eerst beoordeeld moet worden of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen (m.e.r.-beoordeling). Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient een zogenaamde m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Daarnaast is het verplicht om aandacht aan m.e.r.
te besteden voor activiteiten die in onderdeel D genoemd staan, maar waar de drempelwaarden niet gehaald wordt (deze drempelwaarden zijn aantallen, oppervlaktes of grootte bijvoorbeeld 100 hectare, 110 stuks, etc.). Voor dergelijke activiteitendient een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Hierbij wordt, net als bij de m.e.r.-beoordeling getoetst of er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden. Het verschil met de 'gewone' m.e.r.-beoordeling is dat bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling niet alle procedurele vereisten van toepassing zijn (vandaar de term vormvrij). De initiatiefnemer dient bijvoorbeeld wel een melding te doen van zijn voornemen en het bevoegd gezag dient hierover binnen zes weken een besluit te nemen en de initiatiefnemer hiervan op de hoogte te stellen. Qua inhoud gelden wel strikte vereisten vanuit de Europese richtlijn m.e.r..