CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

011 Bijlagen 9, besluit 5 Jaarverantwoording 2024 en begroting 2026 en Veiligheidsregio Limburg

Gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: Jaarverantwoording 2024 en ontwerpbegroting 2026 VRLN34.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De prognose in het dekkingsplan is dat we in 96,1% van de gebieden waar de brandweer is ingezet bij een gebouwbrand binnen de gestelde bandbreedtes van de opkomsttijd ter plaatse zijn. De realisatie is 95%.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 14 -

15 april 2025

Indicatoren Risicobeheersing

Realisatie

Ruimtelijke en externe veiligheid Adviesaanvragen ruimtelijke en externe veiligheid Industriële veiligheid Seveso inspecties Adviezen industriële veiligheid Bouwveiligheid

336 10 11

Adviezen bouwveiligheid

1.249

Gebruiksveiligheid Controles gebruiksveiligheid Adviezen brandveilig gebruik Adviezen evenementenveiligheid

886 285 394

Indicatoren Preparatie · Alle ruim 850 operationeel inzetbare medewerkers voldoen aan de landelijke branche-standaard voor vakbekwaamheid. · Actuele planvorming, procedures, inzetvoorstellen en dekkingsplan.

Realisatie Gerealiseerd

· De kazernes voldoen aan niveau 3 van de NEN2767-norm. · Al het materieel voldoet aan de daarvoor geldende kwaliteitsstandaard en/of keurmerk en wordt periodiek gekeurd.

Deels Gerealiseerd

Gerealiseerd

Totaal Programma Brandweerzorg bedragen in duizenden euro's Begroting 2024 na w ijziging

Realisatie 2024

Totaal lasten

36.751

34.305

Totaal baten

36.751

37.150

Saldo van baten en lasten

0

2.846

Toevoegingen aan reserves

0

0

Onttrekkingen aan reserves

0

0

Gerealiseerde resultaat

0

2.846

Het resultaat is toegelicht in paragraaf 6.3.2 Programma Brandweerzorg.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 15 -

15 april 2025

2.3 Programma Crisisbeheersing Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? Versterking crisisbeheersing, informatievoorziening en weerbaarheid In 2024 zijn stappen gezet op de versterking van crisisbeheersing in het algemeen en informatievoorziening in het bijzonder. Door de forse extra BDUR toekenning, blijven de uitgaven nog iets achter op de begroting met een positief saldo tot gevolg bij de jaarafsluiting. Dit is ten opzichte van 2023 echter aanzienlijk teruggebracht door uitbreiding van de formatie. Daarmee wordt invulling gegeven aan de versterking van crisisbeheersing als landelijk doel, maar ook aan de beleidsdoelen ‘continuïteit’ en 'robuustheid’. Een aantal operationele functies zijn beter geborgd, en ook 'koude’ en 'lauwe’ processen (informatievoorziening, risicomonitoring en -analyse, planningsstaven) zijn beter omschreven (kwadrantenmodel crisisplan) en qua invulling robuuster neergezet. De sterk toegenomen landelijke aandacht voor het risico ‘militaire dreiging’ hebben we in Limburg middels een scenarioanalyse geconcretiseerd, bestuurlijk besproken en in afwachting van landelijke campagnes en plannen geïnvesteerd in awareness bij gemeenten en (vitale) partners. Daarmee werd tevens een boost gegeven aan de thema's bedrijfscontinuïteit en weerbare samenleving (verbinding met de inwoner).

Op beide thema's is gestart met het werven van tijdelijke programmatrekkers om te komen tot een integrale aanpak voor de veiligheidsregio. Voor de Risk Factory is bijgedragen aan extra weerbaarheidsscenario's, en er is een aanzet gemaakt om inwoners meer te betrekken bij verschillende processen en gelegenheden, zoals bijscholingen, oefeningen, veiligheidsevents en planvorming. Landelijk is aangesloten bij de ontwikkeling van beleid en planvorming, meer concreet de opzet van Weerbaar NL, deelname aan tabletops om de samenwerking met de Infra Capacity Aliance te verkennen, en meedenken en -schrijven aan het landelijk crisisplan Militaire dreiging. Tenslotte is uitvoering gegeven aan de landelijke communicatiecampagne rondom weerbaarheid. Informatievoorziening Het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) is in 2024 verder doorontwikkeld qua functionaliteiten, inrichting en applicaties. Monitoren en signaleren is zowel op operationeel niveau als strategisch tactisch niveau ontwikkeld/bestendigd. De rol van de calamiteitencoördinator (CaCo) in het operationeel veiligheidsbeeld is verstevigd en meer partners doen zelf hun duiding op risico’s. Het traject ‘tactisch-strategisch veiligheidsbeeld’ is als onderdeel van het VIK ingezet om dynamisering van het risicoprofiel te bewerkstelligen. Dit traject heeft in 2024 voor drie risico’s en twee gemeenten een pilotproduct opgeleverd.

Met het ontsluiten van databronnen en afstemming van indicatoren op risicotypen binnen zowel VIK-Limburg, Zuid6 en landelijk (KCR23) zijn stappen gezet op de (boven)regionale informatievoorziening. Dit wordt in 2025 en verder nog verder uitgebouwd. Informatie gestuurd werken wordt onder andere vormgegeven door ontwikkelingen op het gebied van BI en geo. Er is in kaart gebracht welke informatiebehoeften er zijn voor welke (crisis)functionarissen. In 2024 zijn hiervan drie informatiethema’s gerealiseerd in de vorm van een dashboard. Dit is een eerste aanzet voor structurele analyse en toepassing van data gedreven werken, die nog verder bestendigd moet worden. Er is daarnaast ervaring opgedaan met nieuwe technologieën, zoals de inzet van AI (Artificial Intelligence). Samen met de brandweer is het Team Digitale Verkenning opgezet: een eigen droneteam voor VRLN dat ondersteuning biedt in de bestrijding van incidenten. Voor de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) zijn concrete stappen gezet: op 1 juli is het LCMS-GZ

3 Knooppunt coördinatie tussen de Regio’s en het Rijk

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 16 -

15 april 2025

(Landelijk Crisis Management Systeem-Geneeskundige Zorg) live gegaan waarbij zowel acute en niet-acute zorgpartners zijn aangesloten. Voor de zorgpartners zijn in 2024 diverse oefeningen georganiseerd en de doorontwikkeling van LCMS-GZ is ingezet. Risicoanalyse en advies (risico-interventie) Het zorgrisicoprofiel is vastgesteld en een methodiek voor het uitvoeren van dreigingsanalyses op nieuwe of toegenomen risico’s is opgeleverd. Ook het nieuwe Regionaal Crisisplan, welke naast de acute fase (GRIP) voorziet in handelingsperspectief voor de niet acute fase (dreigingen en langdurige crises), is in december door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Op alle binnengekomen adviesaanvragen van partners en gemeenten (waaronder evenementenaanvragen) is binnen de gestelde termijn advies afgegeven. De voornaamste kostenpost, de ontwikkeling van het dynamisch risicoprofiel, is gegund aan i-Lab van politie-eenheid Limburg en is gefinancierd uit VIK-gelden. Met betrekking tot risicocommunicatie is onze online aanwezigheid vergroot door live te gaan met een nieuwe social mediastrategie. Ook is gekeken hoe inwonersonderzoeken structureel deel kunnen uitmaken van het dynamisch risicoprofiel. Daarnaast zijn de behoeftes van gemeenten op het gebied van risicocommunicatie in kaart gebracht en worden de uitkomsten meegenomen in activiteiten ten aanzien van publiekscommunicatie in 2025.

Organiseren en uitvoeren Er zijn in absolute aantallen een beperkt aantal incidenten die leidden tot een GRIP-opschaling. Waar deze schijnbare trendbreuk aan ligt is niet exact te duiden. Er waren in tegenstelling tot voorgaande jaren geen natuurbranden welke in potentie uit kunnen groeien tot grotere incidenten die multidisciplinaire aanpak vereisen. Een aanwijsbare reden is een toegenomen vermogen in het vroegtijdig signaleren en adresseren van risico's. Het relatief lage aantal inzetten leidt bij diverse doelgroepen wel tot een hogere vraag naar realistische oefenmogelijkheden. De doorstroom van functionarissen is gekoppeld aan de (toegenomen) mobiliteit op de arbeidsmarkt. Dit levert uitdagingen in het werven, selecteren en opleiden van geschikte crisisfunctionarissen. Ook organiseerden we in 2024 een volwaardige systeemtest om de operationele gereedheid van de hoofdstructuur aan te tonen. Ook wordt er ingezet op verdere professionalisering van optreden van Bevolkingszorg en crisiscommunicatie-functionarissen door opleiding, examinering en voorzieningen zoals herkenbare kleding. De uitvoering van het interne opleidingsplan voor met name de meer specifieke opleidingen is afhankelijk van de mate waarin nieuwe functionarissen gevonden en aangesteld worden en blijft wat achter op schema.

De mate waarin de opleidingsbudgetten gebruikt (kunnen) worden fluctueert over de jaren heen. Netwerkmanagement Zowel multidisciplinair als voor GHOR en bevolkingszorg worden de actuele netwerken en afspraken met partners onderhouden en worden initiatieven om meer in contact met de inwoner te komen uitgebouwd. Er is een start gemaakt met een gezamenlijke netwerkstrategie. Vanuit de toenemende aandacht voor weerbaarheid en betrokkenheid van inwoners en samenleving wordt deze steeds relevanter. Landelijk is op het thema weerbaarheid initiatief genomen in de vorm van het programma 'weerbaarheid en veerkracht’ waaraan we bijdragen. In het najaar hebben we geparticipeerd in het symposium Maatschappelijke Weerbaarheid in Limburg van de SKVGOL (Stichting Koepel Veteranenen Geüniformeerden Organisaties Limburg) en hebben ingezet op vergroten van de awareness bij onze partners op basis van de uitgevoerde analyse Militaire Dreiging.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 17 -

15 april 2025

Grensoverschrijdende samenwerking In 2023 werd Interreg-subsidie verworven voor het project ERMWIC (Euregionale Rijn-Maas-Waal Incidentbestrijding en Crisisbeheersing) dat op 1 juli 2023 van start ging. Dit betekent dat VRLN voor ingezette uren in dit project een vergoeding krijgt op basis van door Interreg VI-A DeutschlandNederlandprogramma vastgestelde tarieven en percentages. Als leadpartner declareert VRLN ook de door haar voorgefinancierde materiële kosten bij Interreg en brengt de overige partners het niet subsidiabele deel (30%) in rekening. In 2024 werden de eerste mijlpalen in ERMWIC opgeleverd, zoals een profiel voor grensliaisons en een animatievideo over de GRIP-structuur met Duitse voice-over. Deze laatste werd net als de website ERMWIC, gelanceerd tijdens de goedbezochte jaarlijkse ERMWIC-dag in oktober. In 2024 hebben 4 (master-)studenten onderzoeksopdrachten uitgevoerd/voltooid. Hebben we gedaan wat we moesten doen? Indicatoren multi & GHOR Evenementenadvisering Op alle adviesaanvragen (ongeveer 325 per jaar) in het kader van vergunningverlening voor een B- of C-evenement is tijdig advies uitgebracht, afhankelijk van de tijdige aanvraag door en informatieverschaffing van de aanvrager. Operationele voorbereiding De belangrijkste multidisciplinaire plannen, werkinstructies en operationele informatie zijn conform versiedatum minder dan 3 jaar oud.

Met alle structurele partners en buurregio’s zijn afspraken vastgelegd op netwerkkaarten.

MOTO-aanbod (multi-opleiden-trainen-oefenen) dat voorziet in tenminste 2 oefenmomenten per functionaris per jaar. Deze oefenmomenten worden conform planning gerealiseerd. (M)OTO-deelname door GHOR-functionarissen en multi-functionarissen (i.c. leiders en informatiemanagers) voldoet aan de norm van minimaal 2 momenten per functionaris per jaar. De operationele gereedheid van GHOR-functionarissen is actueel en inzichtelijk. De GHOR stelt jaarlijks een bestuursrapportage op, die inzicht geeft in de voorbereiding van instellingen, zorgaanbieders, regionale ambulancevoorzieningen en diensten die een taak hebben in de geneeskundige hulpverlening én continuïteit van zorg moeten garanderen. Incidentbestrijding Individueel niveau: de kernfuncties crisisbeheersing zijn in 80% van de gevallen na alarmering binnen de normtijd begonnen met hun werkzaamheden. Teamniveau: de teams beginnen in 80% van de gevallen in een naar oordeel van de leider voldoende complete samenstelling binnen de normtijd met het eerste overleg.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 18 -

Realisatie

Voor 276 individuele B- en C-evenementen is advies uitgebracht.

Plannen zijn up-todate of in onderhoud Netwerkkaarten zijn up-to-date. Bovenregionale samenwerking en NEDU samenwerking staan in 2025 geagendeerd Conform planning gerealiseerd Conform planning gerealiseerd Gerealiseerd Bestuursrapportage 2024 is in een nieuw format opgeleverd en goed ontvangen

Gerealiseerd

Gerealiseerd

15 april 2025

Indicatoren bevolkingszorg Operationele voorbereiding · Van de functionarissen binnen de Oranje Kolom die actief zijn binnen de multidisciplinaire teams neemt iedere functionaris minimaal 1x per jaar deel aan een multidisciplinaire bijscholing of oefening. · Elke functionaris binnen de Oranje Kolom neemt minimaal 1x per jaar deel aan een monodisciplinaire opleiding of oefening. · Alle nieuwe functionarissen die binnen de Oranje Kolom actief zijn, volgen een startbekwaamheidstraject voor de functie die zij gaan uitoefenen. Incidentbestrijding · In alle gevallen zijn de teams na alarmering binnen de gestelde opkomsttijden operationeel.

Realisatie Gerealiseerd

Gerealiseerd Gerealiseerd

Gerealiseerd

Totaal Programma Crisisbeheersing bedragen in duizenden euro's Begroting 2024 na w ijziging

Realisatie 2024

Totaal lasten

7.796

8.308

Totaal baten

7.521

8.467

Saldo van baten en lasten

-275

159

Toevoegingen aan reserves

0

0

Onttrekkingen aan reserves

275

29

Gerealiseerde resultaat

-0

188

Het resultaat is toegelicht in paragraaf 6.3.3 Programma Crisisbeheersing.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 19 -

15 april 2025

2.4

Bedrijfsvoering/Overhead

Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? Haalbaarheidsstudie samenwerking met ICT-NML In 2023 is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar het grip krijgen op dagelijkse operationele zaken op het gebied van ICT en informatieveiligheid. Dit heeft geleid tot betere samenwerking waardoor er ook meer grip was op veiligheidsissues en de continuïteit beter geborgd is. Daarnaast is nadrukkelijk aangehaakt op samenwerkingsvormen, waaronder de samenwerking met ICT-NML. Dit heeft tot nu toe geleid dat we gezamenlijk een raamovereenkomst voor de hardware hebben opgesteld en op het gebied van kennisdeling verder afspraken hebben gemaakt. Om qua techniek de samenwerking verder te versterken, wordt de afstemming gezocht in het traject dat de veiligheidsregio loopt om te bepalen hoe we na 1-1-2026 de functionele behoefte technisch invullen en wordt bekeken of er dan een mogelijkheid is om dit gezamenlijk met ICT-NML te organiseren. Informatieveiligheid Met de toenemende digitalisering neemt het belang van informatieveiligheid toe, daar we merken dat de digitale kwetsbaarheden en dreigingen ook toenemen. De aanbesteding van een signaleringssysteem heeft plaatsgevonden waarvan de implementatie medio 2025 afgerond zal zijn.

VRLN heeft verdere preventieve organisatorische maatregelen getroffen en is bezig met de implementatie van NEN7510, Bio (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en NIS2-richtlijn (Network and Information Securety). Naast de technische maatregelen is er ook aan de borging van de personele component het nodige gedaan. Er is een plan gemaakt en inmiddels is er een Functionaris Gegevensbescherming geworven en worden de andere benodigde functies om informatieveiligheid te borgen ingevuld. Strategisch personeelsplan De belangrijkste uitdagingen die in de HR-visie 2030 (Human Resource) genoemd worden kunnen vanuit HR-perspectief samengepakt worden tot drie hoofdthema’s, te weten: - De interne en externe arbeidsmarkt; - De veranderende competenties die gevraagd gaan worden van medewerkers in de toekomst en - De gevraagde en noodzakelijke wendbaarheid van VRLN als organisatie. Voor iedere uitdaging zijn in de HR-visie 2030 strategische denklijnen geformuleerd. Vanuit het project arbeidsmarktcommunicatie zijn in 2024 een aantal concrete stappen gezet als het gaat om het vergroten van de zichtbaarheid en vindbaarheid van VRLN als werkgever. In de eerste helft van 2024 is de Employee Value Proposition (EVP) van de afdeling Bedrijfsvoering uitgewerkt. In de tweede helft van 2024 is de EVP voor de GGD opgesteld. In 2024 is de basis gelegd voor een ‘werken bij’ pagina.

Deze pagina zal begin 2025 live worden gebracht in het kader van het vergroten van het bereik van VRLN als werkgever. Daarnaast doelen we daarmee op het vergroten van de kwalitatieve instroom bij VRLN. Ons introductieprogramma voor nieuwe medewerkers is geactualiseerd voor alle nieuwe collega’s in het kader van binden en boeien. Het project Strategische personeelsplanning is in twee fases opgesplitst. De eerste fase is dit jaar door alle afdelingen doorlopen met als eindresultaat een plan van aanpak. Binnen Brandweerzorg en Crisisbeheersing is dit plan van aanpak ook in 2024 geïmplementeerd. De andere afdelingen volgen in 2025.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 20 -

15 april 2025

Strategische huisvesting In december 2023 is akkoord gegeven voor de financiële kaders van het traject strategische huisvesting. Een van de pijlers onder het huisvestingsplan is de verkoop van het gebouw aan de Nijmeegseweg in Venlo. Juli 2024 is dit pand in eigendom overgegaan naar Volker Wessels, met de afspraak dat de veiligheidsregio het geheel nog terug huurt tot eind 2028. Hierdoor is er voldoende tijd om nieuwe huisvesting te zoeken voor de onderdelen die nu nog op deze locatie werkzaam zijn. Voor een van die onderdelen, het Regionaal Opleidingsinstituut brandweer, is al vervangende huisvesting gevonden door koppeling met de nieuw te bouwen brandweerkazerne in Venray. Na de verkoop van het pand aan de Nijmeegseweg zou een start gemaakt worden met de aanpassing van het kantoorpand aan de Drie Decembersingel in Venlo. Dit pand heeft een upgrade nodig om hybride werken beter mogelijk te maken en meer medewerkers een werkplek te geven. Vooralsnog zitten we in de fase van planvorming, mogelijk in combinatie met de planvorming voor herhuisvesting van de nog resterende werkeenheden op de Nijmeegseweg (Risk Factory en Regionaal Crisiscentrum). In 2025 zal daarin koers worden bepaald. In afwachting van definitieve besluitvorming is besloten, rekening houdend met financiële voorschriften en wetgeving (BBV), om een deel van de onderhoudsvoorziening te laten vrijvallen.

Totaal Overhead bedragen in duizenden euro's Begroting 2024 na w ijziging

Realisatie 2024

Totaal lasten

17.390

20.394

Totaal baten

17.005

21.059

Saldo van baten en lasten

-385

665

Toevoegingen aan reserves

75

75

Onttrekkingen aan reserves

460

495

Gerealiseerde resultaat

0

1.085

Het resultaat is nader toegelicht in paragraaf 6.3.4 Bedrijfsvoering/Overhead.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 21 -

15 april 2025

2.5

Risk Factory

In december 2023 heeft het Algemeen Bestuur VRLN ingestemd met continuering van de Risk Factory voor het Primair Onderwijs en Senioren en uitbreiding naar het Voortgezet Onderwijs. De interesse vanuit het primair onderwijs blijft onverminderd groot. Een groot deel van het schooljaar 2024/2025 is alweer volgepland. Bij de doelgroep senioren heeft in het najaar een uitbreiding plaatsgevonden naar het ontvangen van individuele senioren. Op vooraf bepaalde dagdelen kunnen individuele senioren/kleine groepjes senioren zich aanmelden om de Risk Factory te beleven. Het blijft uiteraard nog steeds mogelijk om met seniorenorganisaties/-afdelingen een bezoek te brengen aan de Risk Factory. Voor de uitbreiding naar het Voortgezet Onderwijs is gezocht naar externe financiering, waarbij er inmiddels sprake is van een sluitende begroting. Dit betekent dat de voorbereiding voor de realisatie van een Risk Factory voor het Voortgezet Onderwijs leidde tot een succesvolle opening in februari 2025.

2.6

Algemene dekkingsmiddelen

VRLN kent als algemeen dekkingsmiddel het saldo van de financieringsfunctie, zijnde € 274.030. De hoogte van het bedrag in 2024 is met name veroorzaakt door de hogere renteopbrengsten ten opzichte van de begroting.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 22 -

15 april 2025

3.

Paragrafen

3.1

Weerstandsvermogen en risicomanagement

Het Algemeen Bestuur heeft in 2019 besloten een algemene reserve van maximaal € 1,250 miljoen aan te houden. Duidelijk is dat risicomanagement een proces is dat vraagt om continue aandacht. In 2025 wordt de nota risicobeheersing en weerstandsvermogen geactualiseerd en voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Gekoppeld aan deze actualisatie zal tevens worden ingegaan op de relatie tussen het benodigde weerstandsvermogen en de hoogte van de algemene reserve. Middels een rekenmodel waarbij zowel kans van optreden alsmede financieel risico worden meegenomen, zijn de strategische risico's binnen de VRLN gewogen. De benodigde weerstandscapaciteit gaat uit van het restrisico (netto risico’s) dat de organisatie loopt. Daartoe dient voor de verschillende risico’s beoordeeld te worden wat de effectiviteit is van de aanwezige beheersingsmaatregelen en/of aanvullende maatregelen genomen kunnen worden. Het is niet waarschijnlijk dat alle risico’s zich in één jaar voordoen in hun maximale omvang. Het weerstandsvermogen is bepaald vanuit de risico score > 9, een risico die in hoge mate de doelstellingen kunnen verhinderen en de stochastische (willekeurige) methode voor de financiële onzekerheid van uitkomen te bepalen. De percentages worden door de Monte Carlo methodiek willekeurig toegekend. Er wordt aselect een waarde toegekend en deze wordt vermenigvuldigd met het risico.

Zo kan een risico dat wij als hoog inschalen door deze methodiek als kans in een bepaald jaar als laag worden ingeschat en zo kunnen er grote verschillen ontstaan. Het resultaat is hieronder weergegeven en toegelicht. Weerstandsvermogen 2024

Risicogebeurtenis

Financieel Kans (K) gevolg (E)

Financieel weerstandscapaciteit

(bedragen in euro's) % bijdrage aan weerstandscapaciteit 2024

Strategische huisvesting: veranderende wetgeving duurzaamheid en prijsstijgingen

95%

€

200.000

€

Niet voldoen aan wettelijke taken

95%

€

800.000

€

42.174

4%

Energielasten stijging

50%

€

500.000

€

131.948

13%

Korting op specieke uitkeringen conform regeerakkoord

95%

€ 1.200.000

€

122.327

12%

Mentale gezondheid medewerkers

75%

€

500.000

€

328.634

32%

Financiële gevolgen PTSS als beroepsziekte

95%

€ 1.000.000

€

385.950

38%

€

1.013.907

100%

Totaal

2.874

0%

In het kader van risicomanagement zijn de hoogste risico’s toegelicht. De totale lijst van risico's binnen onze organisatie beperkt zich niet tot onderstaande.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 23 -

15 april 2025

Onvoldoende uitvoering van (wettelijke) taken Publieke Gezondheid (risico: niet voldoen aan wettelijke taken) De continuïteit en kwaliteit van de wettelijke taken Publieke Gezondheid staan onder druk. Als de GGD de wettelijke taken onvoldoende kan uitvoeren, zijn hier risico's aan verbonden. Daarbij gaat het met name over gezondheidsrisico’s voor de regio. Er zijn echter ook risico’s welke de wettelijke taken overstijgen. Deze kunnen imagoschade en - bij ernstige escalatie - nalatigheid en/of schadeclaims tot gevolg hebben. • Toezicht en controle: De inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van de zorg en kijkt naar wat er goed gaat, wat risico's zijn en wat beter kan. De inspectie kan ingrijpen als de kwaliteit van zorgverlening onvoldoende is. Hiervoor heeft de inspectie verschillende interventies, zoals een bevel, bestuurlijke boete of publieke waarschuwing. Ingrijpen is dan nodig en hier zijn kosten aan verbonden. • Goed werkgeverschap: In het arbeidsrecht zijn diverse regels opgenomen voor werkgever en werknemer. In artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek is vastgelegd dat de werkgever zich als 'goed werkgever' moet gedragen. De negatieve effecten van roofbouw op personeel moeten niet worden onderschat en de kans op langdurige schade voor de organisatie is hierbij groot.

• Financiën: interventies voor bijvoorbeeld het wegwerken van wachtlijsten, of bij een uitbraak/ incident, vragen (vaak dure) ad hoc oplossingen. Om deze risico’s te mitigeren is in 2024 gestart met het versterkingstraject: 'Toekomstbestendige GGD'. Naar verwachting heeft de GGD enkele jaren nodig om deze wettelijke taken structureel te versterken, daarbij is de GGD afhankelijk van de financiële middelen en de fasering van deze middelen. Overhevelen specifieke uitkeringen naar het gemeentefonds (risico: korting op specifieke uitkeringen conform reageerakkoord) Op basis van het hoofdlijnenakkoord heeft het kabinet besloten om specifieke uitkeringen (SPUK) over te hevelen naar het gemeentefonds en daarop een korting van 10% toe te passen. De overheveling en korting zou moeten ingaan per 1-1-2026. Door de voorgenomen overheveling naar het gemeentefonds zou het oormerk van de bijdrage vervallen. Gemeenten zijn vrij in de bestedingen van het gemeentefonds en dus ook vrij in welk deel van de voormalige SPUK zij aan de veiligheidsregio beschikbaar stellen. VRLN ontvangt de volgende specifieke uitkeringen: • Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG), via centrum GGD Zuid-Limburg; • Versterking Pandemische paraatheid; • COVID-19 vaccinatie en • BDuR Veiligheid en versterking Crisisbeheersing.

Naar aanleiding van de overheveling naar het gemeentefonds en de daarbij toegepaste korting van de BDuR hebben de veiligheidsregio’s gesproken met de staatssecretaris. Deze heeft aangeven dat het opheffen van de BDuR als specifieke uitkering een ongewenst effect is geweest. Middels een schrijven van het ministerie van Justitie en Veiligheid d.d. 11 november jl., heeft de minister te kennen gegeven, dat het kabinet heeft besloten dat de BDuR blijft bestaan als specifieke uitkering en daarmee niet wordt overgeheveld naar het gemeentefonds. Wat betreft de korting is landelijk de inzet om in de voorjaarsnota 2025 duidelijkheid te geven hoe dit zal gaan uitwerken. Voor nu staat de korting verwerkt vanaf 2026 in de begroting van het ministerie. Een eventuele korting van 10% op de BDuR kan mogelijk gevolgen hebben voor de dienstverlening door crisisbeheersing en brandweerzorg. Crisisbeheersing heeft afgelopen jaren met de versterkingsgelden een ontwikkeling ingezet die door een mogelijke korting geremd kan worden. Voor brandweerzorg is de BDuR al jarenlang een vaste inkomstenbron waar vaste formatie voor is aangenomen die de paraatheid ondersteunt.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 24 -

15 april 2025

Besluitvorming over de overheveling van de SPUK ASG naar het Gemeentefonds heeft, nog niet plaatsgevonden, verwacht maart 2025. Hierdoor is nog onduidelijk wat het totale beschikbare bedrag gaat worden en hoe dit verdeeld gaat worden. Mogelijk leidt dit tot een meer evenwichtige verdeling over de GGD regio’s in Limburg. Ten aanzien van de pandemische paraatheid wordt een afbouwscenario uitgewerkt waarin rekening wordt gehouden met de afbouw van de uitkering tot 2029. Onduidelijk is wat de korting gaat betekenen voor de opdracht aan de GGD. De kosten van de COVID-19 werden steeds volledig door het Rijk vergoed via de SPUK. Onduidelijk is welke opdracht de GGD’en/gemeenten gaan krijgen en welke vergoeding daarvoor ontvangen gaat worden. De regering heeft nog geen besluit genomen over het structureel verstrekken van de COVID19 vaccinatie. Op dit moment loopt de voorbereiding van de besluitvorming over de vaccinatie in 2025, waarbij voor 2025 nog onderzocht wordt hoe de vaccinaties bekostigd worden. Nu is dat op basis van een begroting per GGD. Landelijk wordt onderzocht of een vergoeding per vaccinatie haalbaar is. Strategische huisvesting (risico: veranderende wetgeving duurzaamheid en prijsstijgingen) De aanpassingen naar flexibel werken, verduurzamen en nieuwbouw van kazernes hebben te maken met forse, onvoorziene prijsstijgingen.

De ontwikkelingen op de bouwmarkt leiden tot hoge bouwkosten. Het risico bestaat dat de (ver)bouwkosten harder stijgen dan waar rekening mee is gehouden. Stijgende energielasten en grondstoffen (risico: energielasten stijgen, hoge prijsindexatie) Wereldwijde economische ontwikkelingen, waaronder de oorlog in Oekraïne, geven schaarste in grondstoffen. Samen met de schaarste aan professionals op diverse gebieden veroorzaken die stijgingen van de prijzen boven de reguliere indexatie op basis van de consumentenprijsindex. De afgelopen jaren zien we een negatief effect op de energielasten maar ook op de kostprijzen van materieel en voertuigen. Mentale gezondheid medewerkers (risico: mentale gezondheid medewerkers) De veranderingen in de maatschappij zorgen voor risico’s die snel veranderen. Dit vraagt om een hoge mate van flexibiliteit en veerkracht van onze medewerkers. Vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt hebben invloed op de mentale gezondheid van onze medewerkers. Dit kan tot hogere uitval van medewerkers leiden, kortdurend maar ook langdurig. De voorspelbaarheid van dit risico is laag, de eventuele financiële gevolgen kunnen groot zijn. Erkenning PTSS als beroepsziekte (risico: financiële gevolgen PTSS als beroepsziekte) Naast de mentale gezondheid voor medewerkers zijn veiligheidsregio’s op dit moment een landelijke regeling voor PTSS aan het uitwerken.

Met deze regeling wordt PTSS voor veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen waar ook reeds erkende PTSS-gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen. De minister is verzocht om een bijdrage aan de kosten voor uitvoering van deze regeling. Het streven is om de regeling in 2025 in te laten gaan. Echter bij het ingaan van deze regeling is er nog geen inzicht in de financiële kosten die de veiligheidsregio’s zelf dragen. Daarvoor is geen duidelijke inschatting te maken van de omvang.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 25 -

15 april 2025

3.1.1 Financiële kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV worden hier de verplichte kengetallen weergegeven. De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte VRLN beschikt om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. Financiële kengetallen

(in percentages) 000100

Realisatie 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024

Netto schuldquote

38,5%

57,3%

28,2%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

38,5%

57,3%

28,2%

Solvabiliteitsratio

14,4%

7,1%

21,7%

Structurele exploitatieruimte

2,1%

0,4%

0,1%

Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote, ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie. De netto schuldquote geeft aan of de gemeenschappelijke regeling investeringsruimte heeft. Daarnaast geeft het kengetal inzicht in de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld. Voor veiligheidsregio’s wordt 80% als norm aangehouden. VRLN blijft onder de norm. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe financieel gezonder de gemeenschappelijke regeling. VRLN is in staat aan haar kortlopende en langlopende schulden te voldoen. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten.

Structurele baten zijn voornamelijk de gemeentelijke bijdragen en de rijksbijdrage. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Het percentage voor VRLN ligt ultimo 2024 op 0,1%. Dit betekent dat er geen structurele lasten gedekt worden met incidenteel geld.

3.2

Bedrijfsvoering

3.2.1 Personeel Onderstaande tabel geeft de omvang van het personeel in ambtelijk dienstverband en het aantal brandweervrijwilligers weer.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 26 -

15 april 2025

Omvang personeel 31-12-2023 Aantal

31-12-2024 %

Aantal

%

Werknemers*

651

Fte

560

Fulltime

318

48,8

327

48,4

Parttime

333

51,2

348

51,6

Brandw eervrijw illigers

752

675 602

777

* Exclusief inhuur

3.2.2 Rechtmatigheidsverantwoording Het Dagelijks Bestuur geeft aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, en ook alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en interne verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 908.874. De rapporteringsgrens is bepaald op 20% en vastgesteld op € 181.775. Hiermee zijn de toe te lichten aspecten eveneens vastgesteld voor de rechtmatigheidsverantwoording en voor de toelichting in de paragraaf bedrijfsvoering. Conclusie Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 18.326K bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 908.874.

Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het Dagelijks Bestuur overigens een bedrag van € 7.032K acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde afspraken. Toelichting op de afwijkingen Begrotingscriterium In de begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door het Algemeen Bestuur zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheersingshandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag alsmede het begrotingsjaar van belang zijn. Volgens het BBV dienen de afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar te worden opgenomen en van een toelichting te worden voorzien. Als blijkt dat de gerealiseerde uitgaven op programmaniveau hoger zijn dan geautoriseerd, is sprake van begrotingsonrechtmatigheid. Er zijn verschillende typen begrotingsoverschrijdingen. Overschrijdingen die binnen de beleidskaders van VRLN passen, worden in het accountantsoordeel niet meegewogen. Overschrijdingen die gedurende het jaar bekend werden, zijn in 2024 aan het Algemeen Bestuur voorgelegd, bijvoorbeeld via de bestuursrapportage. Het Dagelijks Bestuur concludeert dat er een overschrijding op basis van het begrotingscriterium heeft plaatsgevonden. De totale omvang van de vastgestelde (begrotings)onrechtmatigheid betreft € 17.408K.

Hiervan heeft € 12.783K, betrekking op over- en onderschrijdingen van de baten en lasten per programma. Verder heeft dit betrekking op de over- en onderschrijdingen van de gevoteerde investeringskredieten (€ 4.625K).

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 27 -

15 april 2025

De acceptabel aangeduide begrotingsonrechtmatigheid heeft een omvang van € 7.032K, waarmee het resterende saldo aan begrotingsonrechtmatigheid € 10.376K bedraagt. De verschillen tussen de geautoriseerde lasten en de gerealiseerde lasten worden hieronder per programma weergegeven.

De overschrijding van de lasten, voor de programma’s Crisisbeheersing en Bedrijfsvoering/overhead bedraagt € 3.516K. Voor beide programma’s worden tevens hogere baten verantwoord, respectievelijk € 946K voor Crisisbeheersing en € 4.054K voor Bedrijfsvoering/overhead. De overschrijding van de lasten waarover directe hogere baten zijn verantwoord, worden als acceptabel aangeduid (totaal € 7.032K). Voor het programma Publieke Gezondheid is een onderschrijding van de lasten (€ 695K) en een onderschrijding van de baten (€ 727K) te zien. De verschillen zijn nader toegelicht in paragraaf 6.3 Toelichting op het overzicht van baten en lasten.

Investeringskredieten In 2024 zijn geen afwijkingen geconstateerd ten aanzien van investeringen in het huidige boekjaar waar geen gevoteerd krediet tegenover staat. Ten aanzien van overschrijdingen van de gevoteerde kredieten in het huidige boekjaar is een overschrijding van € 80K geconstateerd. Dit komt door een toename in de inkoopprijzen. Tevens is er een onderschrijding op de gevoteerde kredieten van € 4.545K. Deze onderschrijding komt met name voort uit het niet kunnen plaatsen/uitvoeren van investeringsorders voor brandweerzorg en bedrijfsvoering. De investeringen zullen in de komende jaren alsnog plaats gaan vinden.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 28 -

15 april 2025

Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op het naleven van gestelde voorwaarden bij de uitvoering van de financiële beheersingshandelingen. Deze voorwaarden komen voort uit diverse wet- en regelgeving en hebben onder meer betrekking op aspecten als administratieve bepalingen, duur, normbedragen, bevoegdheden, aanbestedingen, ontvangen subsidies en uitkeringen voor zover deze relevant zijn voor de financiële rechtmatigheid. In het door het Algemeen Bestuur vastgestelde normenkader voor de jaarrekening 2024 zijn de externe en interne regelgeving opgenomen. Het Dagelijks Bestuur komt tot de conclusie dat ten aanzien van de inkopen en aanbestedingen onrechtmatigheid is geconstateerd. Aanbestedingsrechtmatigheid De regels over aanbesteden staan in de Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsbesluit. In de Gids Proportionaliteit zijn de voorschriften uitgewerkt over de eisen, voorwaarden en criteria die aan inschrijvers en inschrijvingen worden gesteld. Het niet naleven van de Aanbestedingswet 2012 met betrekking tot deze Europese aanbestedingsnormbedragen bij een aanbesteding van opdrachten, leidt tot een financiële rechtmatigheidsfout. Hierbij wordt een overschrijding van de EU-aanbestedingsgrens verdeeld over 4 jaren, als onrechtmatig aangemerkt.

In 2024 is er sprake geweest van overschrijding van de EUaanbestedingsgrens voor de inkoop van leveringen en diensten (met een drempelwaarde van € 221K (exclusief Btw) voor drie crediteuren. De totale onrechtmatige uitgaven gedurende de peilperiode (2021-2024) bedragen € 1.032K. Hierbij kan € 338K toegerekend worden aan 2024. In 2023 is in de rechtmatigheidsverantwoording voor € 328K verantwoord voor deze crediteuren. De oorzaken voor deze onrechtmatige uitgaven hebben betrekking op dat deze opdrachten stilzwijgend, niet wetmatig zijn verlengd en/of een nieuwe aanbesteding niet tijdig heeft plaatsgevonden. Tevens is er in 2024 sprake geweest van het niet en/of onjuist aanbesteden volgens de beleidsnormen op basis van het goedgekeurde inkoopbeleid. Hierbij geldt dat voor deze inkopen met een contractwaarde van boven de € 50K, deze minimaal via meervoudige (onderhandse) aanbesteding, aanbesteed dienen te worden. De omvang van deze onrechtmatige inkopen bedragen € 580K, voor vijf crediteuren. De oorzaken voor het niet en/of onjuist aanbesteden van deze inkopen is te wijden aan onjuiste en/of onvolledige ramingen en overschrijdingen van contractwaarden, waarbij niet tijdig de nieuwe aanbestedingen zijn gestart. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium In 2024 zijn geen bijzonderheden ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik geconstateerd.

VRLN heeft geen nota op misbruik en oneigenlijk gebruik. Deze nota zal in de komende periode worden opgesteld.

3.3

Onderhoud kapitaalgoederen

De belangrijkste kapitaalgoederen die de veiligheidsregio in eigendom heeft betreffen gebouwen, vervoermiddelen (brandweervoertuigen) en ander brandweermaterieel. Ten aanzien van vervanging van materieel zijn soberheid, doelmatigheid en regionale uniformiteit belangrijke uitgangspunten. In het kader van risicogerichtheid en focus wordt de standaardisering op onderdelen minder. De brandweer moet dan ook investeren in nieuwe innovatieve technische middelen. Ook wordt er bij aanschaf van nieuwe voertuigen gekeken naar duurzame initiatieven waarbij de primaire inzetfunctie van het voertuig in kwaliteit gelijk moet blijven aan de gestelde eisen. De fasering van duurzame voertuigen wordt het eerste zichtbaar bij de piket voertuigen. Aandacht is hierbij wel nodig voor de

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 29 -

15 april 2025

gevolgen voor de infrastructuur, zoals laadfaciliteiten op de locaties van de veiligheidsregio en bij piket functionarissen. Harmonisatie huisvestingslasten brandweerlocaties Met ingang van 2017 zijn de exploitatielasten integraal onderdeel van de begroting van de veiligheidsregio. De lasten van groot onderhoud worden in rekening gebracht bij de gemeenten en het onderhoud wordt in opdracht van de gemeenten door de gemeente of VRLN uitgevoerd. Jaarlijks wordt in samenspraak een onderhoudsprogramma opgesteld. Meerjaren Onderhoudsplannen Voor gebouwen in eigendom van VRLN en de gehuurde brandweerkazernes zijn Meerjaren Onderhoudsplannen (MJOP’s) opgesteld. Sinds de verkoop van het kantoorgebouw aan de Nijmeegseweg in 2024 gaat het om 10 gebouwen in eigendom (2 kantoorgebouwen en 8 brandweerkazernes) en 22 brandweerkazernes met een huurcontract. Op 8 juli 2022 is het MJOP 2022-2026 door het Algemeen Bestuur vastgesteld, maar vanwege de actuele situatie is deze in 2024 bijgesteld. Daarbij is tevens bepaald dat de besparing uit het strategisch huisvestingsplan wordt ingezet voor het opvangen van de stijging van de kosten van het onderhoud. De veiligheidsregio heeft de volgende gebouwen in eigendom: Locatie

Adres

Plaats

Hoofdvestiging GGD (Venlo)

Drie Decembersingel

Venlo

Hoofdvestiging GGD (Roermond)

Oranjelaan

Roermond

Brandweerkazerne Echt

Bandertlaan

Echt

Brandweerkazerne Gennep

Paesplasweg

Gennep

Brandweerkazerne Horst

Westsingel

Horst

Brandweerkazerne Ittervoort

Aziëstraat

Ittervoort

Brandweerkazerne Nederweert

Smisserstraat

Nederweert

Brandweerkazerne Stramproy

Bergerothweg

Stramproy

Brandweerkazerne Venlo

Ariënsstraat

Venlo

Brandweerkazerne Weert

De Savorin Lohmanstraat

Weert

Het Meerjarig onderhoudsplan vormt de basis voor het te verrichten onderhoudswerk en daarmee de omvang van de onderhoudsvoorziening. Het groot onderhoud met betrekking tot de locaties Nijmeegseweg, Drie Decembersingel en brandweerpost Roermond is in afwachting van besluitvorming met betrekking tot ontwikkelingen in de huisvesting voor deze locaties, uitgesteld. Het gaat hier om een bedrag van afgerond € 1,6 miljoen. Rekening houdende met financiële voorschriften en richtlijnen BBV laten we dit deel van de voorziening vrijvallen. Het voorstel aan het Algemeen Bestuur is om dit bedrag in afwachting van definitieve besluitvorming voorlopig te storten in een bestemmingsreserve groot onderhoud gebouwen. Na besluitvorming over de toekomst van de drie panden zal duidelijk worden op welke wijze deze middelen worden ingezet.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 30 -

15 april 2025

3.4

Vennootschapsbelasting

Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen van bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (VPB). Met deze wetswijziging wil de Nederlandse overheid gelijkheid creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. Voor zover bekend zijn de hiermee samenhangende financiële gevolgen voor de veiligheidsregio zeer beperkt. Voor de vennootschapsbelasting die op de activiteiten drukt die door de belastingdienst als VPB-plichtig worden aangemerkt, is voor 2024 geen bedrag geraamd. Omdat wij activiteiten verrichten tegen kostprijs en zonder winstoogmerk verwachten wij geen heffing over 2024.

3.5

Financiering

Het beleid van VRLN inzake de financiering is vastgelegd in het treasury-statuut. Het Dagelijks Bestuur heeft het treasury-statuut op 11 maart 2022 opnieuw vastgesteld. Risicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) De kasgeldlimiet laat zien welk risico er bestaat ten aanzien van vlottende schulden. De renterisiconorm is een maatstaf om te bepalen welke kredietrisico’s de veiligheidsregio loopt op de vaste schulden. Dit zijn de schulden met een looptijd langer dan 1 jaar. Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vlottende schuld voor het jaar 2024. Kasgeldlimiet

(bedragen in duizenden euro's) 000100

1e kwartaal

2e kwartaal

(1) Vlottende schuld

0

0

0

0

(2) Vlottende middelen

514

406

402

442

(3) Netto vlottend schuld (+) of overschot (-) (1) -(2)

-514

-406

-402

-442

(4) Gemiddelde van (3)

-514

-406

-402

-442

(5) Toegestane kasgeldlimiet In geld In percentage

7.446 8,20%

7.446 8,20%

7.446 8,20%

7.446 8,20%

Ruimte (5) groter dan (4)

7.961

7.853

7.849

7.889

Overschrijding (4) groter dan (5)

-

-

-

-

(6) Berekening kasgeldlimiet (7) Rekeningtotaal 2024 (8) Percentage regeling

90.810 8,20%

90.810 8,20%

90.810 8,20%

90.810 8,20%

(6)=(7)*(8) kasgeldlimiet 2024

7.446

7.446

7.446

7.446

(Jaar t = 2024)

3e 4e kwartaal kwartaal

In 2024 is op het einde van het boekjaar voldaan aan de norm voor de kasgeldlimiet (plafond voor korte financiering < 1 jaar) op grond van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido).

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 31 -

15 april 2025

Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vaste schuld. Renterisiconorm (bedragen in duizenden euro's)

2024 Omvang begroting

90.436

(1) Renteherzieningen

0

(2) Aflossingen

7.037

(3) Renterisico (1) + (2)

7.037

(4) Renterisiconorm

18.087

(5a) = (4) > (3) Ruimte onder renterisiconorm

11.050

(5b) = (3) > (4) Overschrijding van de renterisiconorm

n.v.t.

Berekening renterisiconorm ad (4) (4a) Begrotingstotaal jaar (t) (4b) Percentage regeling (4) = (4a) * (4b) / 100 Renterisiconorm jaar (t)

90.436 20 % 18.087

De renterisiconorm is het bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal van 2024. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden. Dit is niet het geval. Liquiditeitsplanning en financieringspositie In 2024 is geen geldlening aangetrokken. De vaste geldleningen in combinatie met de andere vaste en kortlopende geldleningen, reserves en voorzieningen en het betalingsritme van de gemeenten is voldoende gebleken om de lopende uitgaven inclusief investeringen te bekostigen. Rentekosten en renteopbrengsten In 2024 zijn de volgende rentekosten en renteopbrengsten gerealiseerd: Rentekosten: Rente vaste geldleningen Rente eigen financieringsmiddelen Rente kortlopende geldleningen

€ 288.217 € 13.702 € 0

Renteopbrengsten: Rente rekening-courant/spaarrekeningen

€ 335.431

3.6

Verbonden partijen

De veiligheidsregio kent geen verbonden partijen.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 32 -

15 april 2025

Deel C Jaarrekening

4.

Balans per 31 december 2024

Balans per 31 december 2024

(bedragen in duizenden euro's) 280225

ACTIVA

31 december 2024

31 december 2023

0

0

41.105

44.285

VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa

Materiële vaste activa -

Investeringen met een economisch nut

41.105

44.285

Financiële vaste activa

0

0

TOTAAL VASTE ACTIVA

41.105

44.285

31

31

VLOTTENDE ACTIVA Voorraden -

Gereed product en handelsgoederen

31

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar

31

8.185

7.817

-

Vorderingen op openbare lichamen

2.325

2.167

-

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijdkorter dan een jaar

5.618

5.584

-

Overige vorderingen

242

67

Liquide middelen

481

491

-

Kassaldi

2

3

-

Banksaldi

478

488

Overlopende activa -

-

2.191

2.941

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

180

744

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

2.011

2.197

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

10.888

11.280

TOTAAL ACTIVA

51.993

55.565

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 33 -

15 april 2025

Balans per 31 december 2024

(bedragen in duizenden euro's) 110325

PASSIVA

31 december 2024

31 december 2023

11.268

8.014

VASTE PASSIVA Eigen vermogen -

Algemene reserve

1.605

533

-

Bestemmingsreserves

5.948

5.533

-

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

3.716

1.948

Voorzieningen

3.335

-

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

-

Voorzieningen ter egalisering van kosten

-

Voorzieningen voor middelen van derden w aarvan de bestemming gebonden is

0

0

3.335

4.354

0

0

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer -

Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

4.354

20.971 20.971

TOTAAL VASTE PASSIVA

28.009 28.009

35.575

40.377

3.949

3.323

VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar -

Overige kasgeldleningen

0

0

-

Banksaldi

0

0

-

Overige schulden

3.949

3.323

12.469

Overlopende passiva -

-

-

11.865

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouw d en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume)

7.018

7.343

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

4.435

2.949

Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

1.016

1.573

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

16.418

15.188

TOTAAL PASSIVA

51.993

55.565

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 34 -

15 april 2025

5.

Het overzicht van baten en lasten

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar 2024 (bedragen in duizenden euro's)

Realisatie 2023

Prim aire begroting 2024

Begroting 2024 na w ijziging

Publieke Gezondheid

29.005

23.536

28.499

27.804

Brandw eerzorg

34.114

37.828

36.751

34.305

Crisisbeheersing

6.441

5.927

7.796

8.308

Overhead

17.378

16.077

17.340

20.394

0

50

50

0

86.938

83.419

90.436

90.810

Publieke Gezondheid

13.115

6.324

11.141

10.414

Brandw eerzorg

5.884

6.279

6.011

6.410

Crisisbeheersing

2.718

596

2.486

3.432

Overhead

1.903

1.281

1.163

5.488

64

350

350

274

23.684

14.830

21.151

26.018

Publieke Gezondheid

15.932

17.027

16.974

16.974

Brandw eerzorg

29.731

31.550

30.740

30.740

Crisisbeheersing

4.834

5.038

5.035

5.035

Overhead

14.221

14.530

15.492

15.297

Totaal baten gem eentelijke bijdragen

64.718

68.144

68.241

68.046

Totaal baten

88.401

82.974

89.391

94.064

42

-185

-385

-416

Realisatie 2024

Lasten (excl. toevoegingen aan reserves)

Onvoorzien Totaal lasten Baten (excl. onttrekkingen aan reserves)

Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten program m a's Baten gem eentelijke bijdragen

Saldo (excl. m utaties reserves) Publieke Gezondheid Brandw eerzorg

1.501

0

0

2.846

Crisisbeheersing

1.111

-294

-275

159

Overhead

-1.254

-266

-685

391

Algemene dekkingsmiddelen

64

350

350

274

Onvoorzien

0

-50

-50

0

Totaal program m a's

1.463

-445

-1.045

3.254

Saldo van baten en lasten

1.463

-445

-1.045

3.254

Toevoegingen aan reserves

213

77

77

77

Onttrekkingen aan reserves

698

522

1.121

539

Gerealiseerde resultaat

1.948

0

-0

3.716

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 35 -

15 april 2025

6.

Toelichtingen

6.1

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De veiligheidsregio dient als gemeenschappelijke regeling te voldoen aan de verslaggevingsvoorschriften zoals deze ook voor gemeenten gelden. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het BBV. De waarderingsgrondslagen zijn bepaald aan de hand van het BBV dan wel aan de hand van algemeen in het maatschappelijk verkeer aanvaarde normen. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarde, tenzij anders vermeld. 6.1.1 Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.

Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden. 6.1.2 Vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met eventuele bijdragen van derden, onttrekkingen aan de reserves en/of voorzieningen en de afschrijvingen. De activa met een relatief geringe betekenis worden in het jaar van aanschaf direct ten laste van de rekening van baten en lasten gebracht. Afschrijving van de activa (lineair of annuïtair (annuïtair bij de Drie Decembersingel bij aanschaf in 2003/2004)) vindt plaats met inachtneming van de verwachte gebruiksduur of nuttigheidsduur. In voorkomende gevallen wordt de afschrijving aangepast aan de herziene verwachte gebruiksduur. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is.

Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. Het bestuur heeft in 2016 de afschrijvingstermijnen opnieuw vastgesteld. Deze termijnen worden gehanteerd voor nieuwe investeringen. De investeringen uit eerdere jaren worden afgeschreven op basis van de gebruiksduur die op het moment van de investering werd gehanteerd.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 36 -

15 april 2025

6.1.3 Vlottende activa Voorraden Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich vooral voor indien voorraden incourant worden. De kostprijs bestaat uit de betaalde inkoopprijs. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar De vorderingen op openbare lichamen, rekening-courant verhouding met het Rijk en de overige vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien noodzakelijk wordt een voorziening in mindering gebracht voor verwachte oninbaarheid. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. 6.1.4 Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit een algemene reserve en bestemmingsreserves. Binnen de bestemmingsreserves is een onderscheid gemaakt tussen reserves met een specifiek bestedingsdoel en bestemmingsreserves die zijn gevormd ter dekking van eerder gedane investeringen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn.

In de paragraaf kapitaalgoederen is het beleid nader uiteengezet. Voorzieningen verlofsaldi Het verlofsaldo bestaat uit een wettelijk deel, een bovenwettelijk deel, gekochte uren IKB (Individueel keuzebudget) en verlofsparen. Voor het wettelijk deel mag geen voorziening aangehouden worden. Voor het bovenwettelijk deel is de inschatting dat hiervan 50% bovenmatig is, waarvoor een voorziening gevormd is. De voorzieningen IKB en spaarverlof betreffen uren gekocht door medewerkers die in zijn geheel in de voorziening opgenomen zijn. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. 6.1.5 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 37 -

15 april 2025

6.1.6 Rechtmatigheidsverantwoording De verantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2024: − De rechtmatigheidsverantwoording ziet toe op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; − De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) criterium omvat: - Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals door het Algemeen Bestuur, op 6 september 2024,is vastgesteld; - Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld. - Ten aanzien van het M&O criterium is het M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

6.2 6.2.1

Toelichting op de balans Vaste activa

Immateriële vaste activa VRLN kent geen immateriële vaste activa. Materiële vaste activa VRLN kent slechts investeringen met een economisch nut. In onderstaande tabel wordt een correctie van de beginbalans zichtbaar. Deze correctie heeft te maken met een verschuiving in rubricering van de activa categorie ‘gronden en terreinen’ en ‘bedrijfsgebouwen’. De investeringen met economisch nut worden, inclusief het verloop van de boekwaarde, als volgt onderverdeeld:

Verloopoverzicht materiële vaste activa

(bedragen in duizenden euro's)

Boekwaarde Rubricering Investe- Desinves- Afschrij31-12-2023 beginbalans ringen teringen vingen

Bijdragen Afwaar- Boekwaarde van deringen 31-12-2024 derden

Gronden en terreinen

1.961

-538

0

0

0

0

0

1.423

Bedrijfsgebouwen

24.605

538

385

2.054

1.151

0

0

22.323

26

0

0

0

2

0

0

23

9.192

0

1.167

0

1.636

0

0

8.723

826

0

0

0

396

0

0

430

Overige materiële vaste activa

7.676

0

1.852

0

1.344

0

0

8.183

Totaal

44.285

0

3.404

2.054

4.530

0

0

41.105

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 38 -

15 april 2025

De belangrijkste in het boekjaar gedane investeringen zijn: Investeringsoverzicht

(bedragen in duizenden euro's) 30-01-2024 M H

Werkelijk besteed in 2024

Cumulatief besteed t/m 2024

Tankautospuit Stevensweert

8

508

Tankautospuit Panningen

354

510

Tankautospuit Gennep

148

148

Tankautospuit Meerlo

143

143

Operationele uniformen Brandweer

343

960

SUV boot Roermond

78

78

SUV boot Weert

78

78

SUV boot Venlo

78

78

Airco's diverse brandweerposten

72

72

Vervanging C2000 apparatuur

1.113

1.113

Toegangsbeveiligingssysteem

232

402

Investeringskrediet Regionaal Coördinatie Centrum (RCC)

76

378

Investeringen meubilair en inrichting

92

92

2.814

4.560

Totaal

Financiële vaste activa VRLN heeft geen financiële vaste activa.

6.2.2

Vlottende activa

Voorraden De in de balans opgenomen voorraden bestaan uit de volgende categorie: Voorraden

(bedragen in duizenden euro's) 030225

Boekwaarde per 31 december 2024

Boekwaarde per 31 december 2023

Gereed product en handelsgoederen

31

31

Totaal

31

31

Deze voorraden gereed product betreffen vaccins. Uitzettingen kleiner dan 1 jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een rentetypische looptijd van een jaar of minder worden als volgt gespecificeerd:

Jaarverantwoording 2024 VRLN

- 39 -

15 april 2025

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar

(bedragen in duizenden euro's) 030225

Boekwaarde per 31 december 2024

Boekwaarde per 31 december 2023

Vorderingen op openbare lichamen

2.325

2.167

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijdkorter dan een jaar

5.618

5.584

242

67

8.185

7.817

Overige vorderingen Totaal

In 2024 is het niet noodzakelijk gebleken om een voorziening voor oninbare vorderingen in te stellen. Voor de rekening-courantverhouding met het Rijk worden hieronder weergegeven het drempelbedrag voor het begrotingsjaar 2024 en voor ieder kwartaal het bedrag aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden, dat in het kader van het drempelbedrag door de veiligheidsregio buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden. Wet financiering decentrale overheden

(bedragen in duizenden euro's) 030225

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15543647/1