472223 Bijl01 Bestemmingsplan Veilingterrein - toelichting en regels.pdf
Tekst van het document
In de planregels van dit bestemmingsplan is vastgelegd dat maximaal 600 m 2 bvo horeca realiseerbaar is. Daarvan is 400 m2 bvo toegewezen aan de enkelbestemming 'Groen' ten behoeve van het horeca-paviljoen. De overige 200 m2 bvo is toegewezen aan de enkelbestemming 'Gemengd'. Middels een functieaanduiding is geborgd dat deze meters langs de middenas van het Veilingterrein gerealiseerd zullen moeten worden. Medisch en/of onderwijs gerelateerde kantoren: In het plangebied bestaat het voornemen om een beperkt medisch en/of onderwijs gerelateerd kantoorprogramma toe te voegen van maximaal 3.000 m2 bvo. De behoefte naar kantoorruimte in de regio Noord-Limburg is onderzocht. Uit onderzoek blijkt dat er beperkte behoefte is aan specifiek medisch en/of onderwijs gerelateerde kantoorruimte in de regio Noord-Limburg. Een klein kantoorprogramma valt binnen de geconstateerde behoefte. Toevoeging van 3.000 m2 bvo leidt niet tot ongewenste economische effecten. Kleinschalige bedrijfsruimte (bedrijfsmatige activiteiten): In het geldende bestemmingsplan is een enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’ gevestigd, met functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – veiling’. Het huidige bouwvlak is groter dan de vloeroppervlakte die is beoogd in het programma.
Daarnaast is er geen substantiële wijziging van de bestemming, alleen een verruiming van functieaanduiding ‘veiling’ naar reguliere bedrijfsruimte (‘bedrijfsmatige activiteiten’). Deze wijziging lijkt daarmee geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. In de ladderonderbouwing is gemotiveerd waarom toevoeging van een beperkt programma aan bedrijfsruimte niet leidt tot onaanvaardbare effecten elders. Geconcludeerd is dat er kwantitatief en kwalitatief behoefte is aan een toevoeging van kleinschalige bedrijfsruimte in Venlo. De beoogde ontwikkeling van 2.500 m2 bvo bedrijfsruimte (‘bedrijfsmatige activiteiten’) op het Veilingterrein voorziet hierin. De relatief beperkte toevoeging aan bedrijfsruimte op het Veilingterrein leidt niet tot onaanvaardbare effecten (leegstand) elders. In de regio is sprake van een salderingsafspraak. Dit betekent dat wanneer detailhandel wordt toegevoegd, dit elders dient komen te vervallen. Het vigerende bestemmingsplan 'Middengebied' maakt binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' productiegebonden detailhandel mogelijk (artikel 5.1 sub f luidt: productiegebonden detailhandel, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen, waarbij geldt dat maximaal 10% van het bedrijfsvoeroppervlak, met een maximum van 500 m2, voor productiegebonden detailhandel mag worden gebruikt).
Dit komt niet terug in het nu voorliggend bestemmingsplan (al wordt een beperkt metrage kleinschalige dagelijkse detailhandel wel mogelijk gemaakt). Daarnaast komt een aanzienlijk aantal vierkante meters voor 'bedrijventerrein' niet meer terug in het voorliggend bestemmingsplan. Daarmee is binnen het plangebied sprake van saldering. Het overige niet-wonen programma op het Veilingterrein bestaat uit specifieke maatschappelijke voorzieningen in de categorieën 'positieve gezondheid', 'leren en innoveren' en 'bewegen, ontspannen en verzorgen'. De categorie 'werken en ondernemen' is beschouwd als onderdeel van de bedrijfsmatige activiteiten. De behoefte aan deze maatschappelijke functies volgt uit de bredere gebiedscontext waarbinnen het Veilingterrein een sleutelpositie heeft. De basis daarvoor is uitgewerkt in het ambitiedocument (zie paragraaf 2.2), dat in samenwerking met de gemeente Venlo en met bijdragen van omliggende gebiedspartners VieCuri Medisch Centrum, Fontys Hogeschool en Gilde Opleidingen is opgesteld. Dit ambitiedocument heeft geleid tot een gezamenlijk beeld over de omvorming van het Middengebied tot een nieuwe gemengd stadsdeel en kennisdistrict dat excelleert in positieve gezondheid. Daarbij staat de gezonde mens centraal. De focus van het Veilingterrein op
25
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo positieve gezondheid sluit aan op en versterkt de ambities van de Gezondste Regio. Het Middengebied is het vestigingsgebied van grote regionale voorzieningen in zorg en onderwijs. Zij bieden een podium en kennisnetwerk voor vernieuwingen op het snijvlak van zorg, onderwijs, wonen en werken. Het innovatieprogramma Positive Living draagt er aan bij dat deze ambitie gerealiseerd wordt. De maatschappelijke voorzieningen die op het Veilingterrein gerealiseerd kunnen gaan worden sluiten naadloos aan op de gewenste identiteit rondom positieve leefstijl, gezondheid en innovatie. Het Veilingterrein wordt daarmee onderdeel van het grotere innovatiemilieu dat het Middengebied gaat zijn. Deze positie van het Veilingterrein is beleidsmatig ook verankerd in de Economische Visie Venlo 2030 (zie paragraaf 3.4.4). Daarin is de herontwikkeling van het Veilingterrein als één van de majeure gebiedsontwikkelingen benoemd en daarmee erkend als ontwikkeling die van strategisch belang is voor de economie van Venlo. Het Veilingterrein wordt expliciet benoemd als nieuw gemengd stadsdeel en kennisdistrict met gezondheid als leidmotief.
Woningbouwprogramma In het kader van de prestatieafspraken wonen met het Rijk is recentelijk in opdracht van de Provincie Limburg een woningbehoefteonderzoek uitgevoerd tot op COROP-niveau, omdat niet elke (sub)regio beschikte over een recent en regionaal woning behoefteonderzoek. De Limburgse bouwopgave (tot en met 2030) bedraagt per saldo 15.275 (reguliere) woningen. Er is een tekort aan 26.810 woningen (met name appartementen en nultredenwoningen) en een overschot aan 11.535 reguliere grondgebonden woningen. Het tekort zit vooral in het betaalbare segment (sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop) en het overschot bevindt zich met name in Zuid-Limburg.
Afbeelding 3.1: Geprognotiseerde huishoudens(piek) en woonopgave
Afbeelding 3.2: Geprognotiseerde woonopgave Limburg De woningbehoefte in Noord-Limburg is het hoogst van de drie COROP-regio's. Er is een positievere huishoudensontwikkeling van alle doelgroepen tot 65 jaar (ten opzichte van Midden- en Zuid-Limburg). In het migratiescenario wordt een extra huishoudenstoename van circa +2.725 verwacht bovenop de +6.155 huishoudens in het basisscenario. Er is een sterke behoefte aan nultredenwoningen in alle segmenten. Wat betreft het reguliere grondgebonden segment is er met name vraag naar sociale huurwoningen. Dit komt ook deels door de afnemende betaalbaarheid van het reguliere grondgebonden koopsegment. Uit de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat er de komende jaren een groei is op demografisch gebied. Tevens wordt in de regionale Woonvisie gesteld dat de kwantitatieve opgave ten dienste ligt aan de kwalitatieve opgave. Met de kwalitatieve opgave wordt het volgende bedoeld: Alleen woningen toevoegen waaraan behoefte is, nu en in de toekomst. Denk hierbij aan een mix van
26
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo sociale- en middenhuur, levensloopbestendige woningen en andersoortige toekomstbestendige woonconcepten. Uit een onderzoek van STEC groep, uitgevoerd ten behoeve van de regionale Woonvisie Noord-Limburg blijkt het volgende: Noord-Limburg heeft op korte en middellange termijn te maken met natuurlijke groei in bevolkingsomvang en huishoudens, die mogelijk op lange termijn omslaat in een bevolkingsdaling. Onderliggend heeft de regio te maken met vergrijzing en ontgroening, al zijn er tussen gemeenten soms op kernniveau aanzienlijke verschillen. Noord-Limburg heeft te maken met een grote en diverse instroom van buitenlandse arbeidsmigranten. Ook hierin zijn er verschillen tussen gemeenten, daar waar grote vraag naar arbeid is in de landbouw, industrie en logistiek, zowel in aantallen arbeidsmigranten, de tijdelijkheid daarvan als ook de aard van de woningvraag die hiermee samenhangt. Het aandeel particulier woningbezit is in Noord-Limburg over de hele linie bovengemiddeld. Dit brengt met zich mee dat een aantal grote uitdagingen op de woningmarkt (energietransitie, klimaatadaptatie, verschuivingen in de (kwalitatieve) vraag) juist de komende jaren extra aandacht vergen.
Uit bovenstaande blijkt dat er de komende jaren, in ieder geval tot 2030, een groei is op demografisch gebied met een natuurlijke groei van de bevolkingsomvang, huishouding en instroom van arbeidsmigranten. Uit de gemeentelijke Woonvisie 2021-2026 blijkt dat het inkrimpen van de woningmarkt in Noord-Limburg verleden tijd is en dat er momenteel juist een tekort is aan woningen. De huidige planvoorraad is niet voldoende. Vooral voor de doelgroepen starters, ouderen en alleenstaanden dienen er woningen te worden gerealiseerd (een noodzakelijke planvoorraad van 4000 woningen). Onderhavig plan draagt bij aan deze opgave. De ontwikkeling van het Veilingterrein staat niet gekenmerkt binnen de bestaande ontwikkelprojecten en valt daarmee dus onder de extra benodigde planvoorraad (ca. 2000 woningen). Deze benodigde planvoorraad wordt vooral gezocht in en rond de kern van Venlo. Onderhavig plangebied ligt ten zuiden van de kern op loop- en fietsafstand. Hiermee wordt aangetoond dat de ontwikkeling invulling geeft aan alle drie de hoofdthema's zoals genoemd in de Woonvisie. Het onderhavige plan sluit aan op de Woonvisie 2021-2026.
Figuur 3.3. Benodigde planvoorraad gemeentelijke Woonvisie 2021-2026 Wat betreft nieuwbouw beschrijft de Woonvisie dat nieuwe woningen vooral nodig zijn omdat de bestaande woningen niet in de behoefte kunnen voorzien en omdat segmenten en kwaliteiten moeten worden toegevoegd die in de bestaande woningvoorraad ontbreken. De prognose laat zien dat het aantal huishoudens, alleenstaanden en ouderen de komende 15 jaar gaat groeien. Op basis hiervan is bovenstaande planvoorraad berekend. Aanvullend op de Woonvisie is er door STEC groep een Woningbehoefteonderzoek gedaan. Hieruit blijkt in kwantitatieve zin dat het aantal huishoudens in de gemeente Venlo toeneemt tussen 2021 en 2031 met circa 2.100 tot 3.550 (volgens Primos 2019, Progneff 2019 en Primos 2020). Om in deze groei te kunnen voorzien dient ook de woningvoorraad toe te nemen met zo'n 2.100 tot 3.550 woningen, ervan uitgaande dat ieder huishouden één woning nodig heeft.
27
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo
Afbeelding 3.4: Huishoudens per doelgroep (bron: ABF- Primos 2020) Kwalitatief gezien heeft circa 30% van de huishoudens een voorkeur voor een nieuwbouwwoning of een kavel. In totaal heeft ongeveer een kwart van de huishoudens voorkeur voor een appartement. Bijna de helft van de huishoudens heeft een voorkeur voor een levensloopbestendige woning (of een aanleun- of zorgwoning). Onder 55- en 70-plushuishoudens is dit zelfs respectievelijk circa 85 en 90%. Deze doelgroepen nemen de komende jaren sterk in omvang toe in de gemeente Venlo. Uit de regionale en gemeentelijke structuur- en woonvisies blijkt dat er behoefte is aan nieuwe woningen. Hierbij gaat het vooral om woonvormen die aansluiten bij de veranderende behoefte. Deze nieuwe en benodigde woonvormen worden gerealiseerd met onderhavige ontwikkeling. Hiermee is de behoefte in kwalitatieve en kwantitatieve zin aangetoond. Conclusie Uit het Ladderonderzoek volgt dat er behoefte is aan de opgenomen functies in het bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie Limburg
Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg (hierna: POVI) vastgesteld, met inachtneming van de aanvaarde amendementen. De POVI is in werking getreden op 25 oktober 2021 en vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014). De POVI is een strategische en lange termijn visie (2030-2050) op de fysieke leefomgeving. De POVI kijkt echter breder dan enkel naar de fysieke leefomgeving. Dat wil zeggen dat de visie ook ingaat op onderwerpen als gezondheid en veiligheid, economie en sociale aspecten. Dit in onderlinge samenhang en met oog voor de internationale context waarin Limburg zich bevindt. De opzet en scope van de Omgevingsvisie (fysieke leefomgeving in brede zin) sluiten aan bij de nieuwe Omgevingswet (per 01-01-2024). Bovengenoemde trends en ontwikkelingen bieden kansen voor de provincie, maar stellen ook diverse uitdagingen. Binnen de provinciale Omgevingsvisie wordt een drietal hoofdopgaven onderscheiden: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; 3. Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze hoofdopgaven zijn onderverdeeld in meerdere thematische visies op verschillende aspecten, zoals wonen, veiligheid, economie en mobiliteit (deel A van de Omgevingsvisie).
Het thematische deel gaat gedetailleerd in op de opgaven en ambities voor de verschillende thema's en beschrijft zaken die voor heel Limburg gelijk zijn. Tevens wordt in de Omgevingsvisie een gebiedsgerichte kijk op thema's gemaakt (deel B van de Omgevingsvisie). Hierin worden de regionale opgaven en ambities voor de verschillende thema's beschreven. Opgaven, ambities of rollen beschreven in deel A gelden voor de hele provincie, ook als ze niet expliciet benoemd worden in het gebiedsgerichte deel. In het gebiedsgerichte deel worden de thema's op hoofdlijnen verbonden aan en vertaald naar de drie gebieden Noord-, Midden- en Zuid-Limburg.
28
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo
3.2.1.1 Toetsing aan de provinciale Omgevingsvisie Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. Onderhavig plangebied ligt ten zuiden van de kern van Venlo in bestaand stedelijk gebied. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. Op grond van de kaart 'Limburgse principes' is het plangebied aangeduid als 'werklocatie'.
Afbeelding 3.5. Uitsnede kaart ' Limburgse principes' voor het plangebied en directe omgeving De Omgevingswet gaat uit van het zoeken naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en onze vrije tijd besteden. De Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst. Bij (nieuwe) ontwikkelingen kunnen er keuzes worden gemaakt. Onderhavige ontwikkeling is passend binnen alle genoemde Limburgse principes waarin het principe 'streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving' het meest passend is. Hierin staat dat er voor alle mensen in Limburg wordt gestreefd naar een inclusieve, open en participatieve samenleving, waarin iedereen mee kan doen. Fysieke opgaven zijn onlosmakelijk verbonden met de sociaaleconomische-, veiligheids- en gezondheidssituatie van de inwoners. Bij ontwikkelingen wordt aan de voorkant rekening gehouden met deze aspecten. Dit betekent ook dat gebieden zodanig worden ingericht en ontsloten dat zij mensen uitnodigen tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. Dit sluit aan bij het gedachtegoed van positieve gezondheid, wat sterk terugkomt in de onderhavige ontwikkeling op het Veilingterrein. Bovenstaande is verwerkt in de thematische visies. De relevante visies voor onderhavig plan worden hieronder behandeld.
29
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo Wonen De woningbehoeften van de Limburgers veranderen. Daarom wordt in de Omgevingsvisie gekozen voor een goed doordacht, flexibel beleid op hoofdlijnen. Hiermee wordt ingespeeld op de huidige opgaven én de te verwachten uitdagingen in de toekomst. De woonbehoeften van de inwoners zijn hierbij leidend. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een diverse groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Daarnaast is er behoefte aan passende, en mogelijk tijdelijke, huisvesting voor bijvoorbeeld internationale werknemers, vluchtelingen, statushouders en woonurgenten. De woonkwaliteit voor mensen is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Ook sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving zijn van belang. Leegstand, criminele activiteiten, ondermijning of verloedering en eenzijdig samengestelde woongebieden hebben invloed op de leefbaarheid en kunnen de kloof in de samenleving vergroten. Gemengde wijken met ruimte voor verschillende leefstijlen dragen bij aan een sterker sociaal weefsel en voorkomen daarmee sociale problemen. Economie Ook Limburg heeft te maken met mondiale opgaven en transities op het gebied van energie, duurzaamheid, voedsel, gezondheid en digitalisering.
Deze opgaven bieden kansen voor innovatie en groei van de Limburgse bedrijvigheid. Echter, het vraagt ook om een sterk adaptief vermogen van ondernemers en ondernemingen. Vooral omdat de Limburgse economie met onder meer haar (maak-)industrie, agrofoodcomplex (zie hoofdstuk Landbouw), logistiek, vrijetijdseconomie en zorg extra gevoelig is voor de grote technologische en digitale veranderingen. De stedelijke omgeving en de campussen in het bijzonder moeten aantrekkelijk en passend uitgerust zijn voor wat betreft het huisvesten van startende en doorgroeiende bedrijven. Hun kennis en onderzoek moet gefaciliteerd worden met experimenteerruimte, bijvoorbeeld in de vorm van ‘field labs’. Voor de economische ontwikkeling van Limburg blijft versterking van de regionale economische structuur binnen een excellent vestigingsklimaat het uitgangspunt. De ruimtelijke mogelijkheden zijn randvoorwaardelijk voor deze ambitie. Er wordt ingezet op het bijdragen aan een aantal maatschappelijke opgaven waar Limburg voor staat. In de toekomst kunnen naast de campussen ook bijvoorbeeld in de binnensteden innovatie-milieus ontstaan, die elkaar en de campussen kunnen versterken. Dergelijke ontwikkelingen hebben toegevoegde waarde voor de structuurversterking en daarmee het vestigingsklimaat van Limburg. Stedelijke allure is onmiskenbaar een factor die onze regio aantrekkelijk maakt voor talen.
Werklocaties Voor de vestiging of uitbreiding van bedrijven is geschikte huisvesting en ruimte noodzakelijk. Dat kan in Limburg een probleem zijn. Soms is er onvoldoende beschikbare ruimte, of voldoet de ruimte niet aan de eisen van de gebruikers. Die eisen kunnen bovendien in de toekomst veranderen door digitalisering, verduurzaming, globalisering of robotisering van bedrijfsprocessen. In Noord-Limburg ontstaat druk op grootschalige kavels, die met name gebruikt worden door logistieke bedrijven die de corridor van Rotterdam/Antwerpen naar het Ruhrgebied willen benutten. Dit vraagt om het maken van keuzes, ook omdat niet alle logistieke bedrijven evenveel toegevoegde waarde leveren aan onze economische structuur. Afhankelijk van de vraagontwikkeling kunnen zich knelpunten voordoen in het soort en de kwaliteit van bedrijventerreinen die nodig zijn. Vanuit financieel en economisch oogpunt kan het aantrekkelijk zijn om nieuwe gronden te ontwikkelen. Vanuit het oogpunt van circulariteit van bestaande bedrijfsgebouwen en optimaal ruimtegebruik is dat niet altijd de beste keuze. Multifunctioneel ruimtegebruik en herstructurering bieden hier kansen. Dit wordt versterkt doordat de kwaliteit van Limburgse bedrijventerreinen niet overal aan de maat is. Het gevolg is dat verouderde bedrijventerreinen leegstaande plekken en panden bevatten.
Dit geldt niet voor de kantorenmarkt, hier blijft de centrale opgave: 'Groei in kwaliteit zonder toename van kwantiteit'. De provinciale ambitie is om ook in de toekomst te beschikken over genoeg werklocaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven, zoals bedrijventerreinen, kantoorlocaties en winkelgebieden. Samen met gemeenten en/of eigenaren wordt de komende jaren toegewerkt naar werklocaties die zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht aan de maat zijn. Daarbij dient zo efficiënt mogelijk omgaan te worden met het ruimtebeslag.
30
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo Uit de provinciale Omgevingsvisie blijkt dat Limburg voldoende bedrijventerreinen heeft. De campussen, werklocaties waar alles draait om kennis, moeten verder ontwikkeld worden tot aansprekende en inspirerende werkomgevingen die een katalysator vormen voor ontmoeting, netwerken en kennisuitwisseling. Verweving van functies draagt daaraan bij, de relatie met de stedelijke centra is belangrijk. Deze terreinen moeten goed aangesloten worden op het OV. Ze vormen onmisbare schakels in de Kennis-as Limburg. Met het Veilingterrein wordt invulling gegeven aan een nieuwe inspirerende en uitnodigende woon-werk plek. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat het aanbod kantoren in de provincie voldoende is, maar er is wel een kwaliteitsslag gewenst. De opgenomen ambitie is om sterke kantoorlocaties in een aantrekkelijke omgeving te realiseren met een kwalitatief hoogstaande voorraad die aantrekkelijk is voor bedrijven en organisaties. Er is geen behoefte aan toevoeging van grootschalige kantoorlocaties. Met de herontwikkeling van het Veilingterrein worden onder andere kleinschalige kantoorlocaties toegevoegd voor medisch- en onderwijs gerelateerde doeleinden. Hiermee wordt aangesloten bij de ambities rondom Positive Living.
Conclusie Met onderhavige ontwikkeling wordt een totaal programma van 137.000 m 2 bruto vloeroppervlakte gerealiseerd op het Veilingterrein, waarmee wordt bijgedragen aan een nieuwe woon-, werk- en leefomgeving ten zuiden van de kern van Venlo. Hierbij wordt het voormalige bedrijventerrein Veilingterrein herontwikkeld, waarmee de ontwikkeling bijdraagt aan de thematische visie omtrent werklocaties. Doordat er een bruisend autoluw woon-, werk- en leefomgeving wordt gecreëerd sluit de ontwikkeling ook aan bij de ambitie om inclusieve, gezonde en veilige leefgebieden te creëren. Met de toevoeging van commerciële en maatschappelijke functies wordt tevens een gebied gecreëerd, wat kan worden aangeduid als een binnenstedelijk innovatie-milieu, wat bijdraagt aan de maatschappelijke opgave en een structuurversterking van de campussen en het vestigingsklimaat in Limburg. Uitgangspunt is de vorming van een gemengd stedelijk milieu met woonruimte voor bepaalde doelgroepen – passend bij het totaalconcept van de gezonde verstedelijking die wordt nagestreefd. De woonfunctie is essentieel omdat wonen leidt tot structurele levendigheid en gevoelsmatig eigenaarschap binnen het gebied. Binnen het plangebied worden naast de reguliere woningen onder andere zorgwoningen, levensloopbestendige woningen, studentenwoningen, nieuwe woon/zorgconcepten en woningen voor het zorgpersoneel gerealiseerd.
Hiermee sluit de ontwikkeling aan bij de veranderende woningbehoefte van Limburg en de thematische visie zoals genoemd in de provinciale Omgevingsvisie. De ontwikkeling sluit aan bij de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte van Limburg, draagt bij aan de herontwikkeling en daardoor effectief ruimtebeslag van verouderde bedrijventerreinen. Met de ontwikkeling wordt een binnenstedelijk innovatie-milieu gerealiseerd. Dergelijke ontwikkelingen hebben toegevoegde waarde voor de structuurversterking en daarmee het vestigingsklimaat van Limburg. Hiermee past de ontwikkeling binnen de uitgangspunten zoals genoemd in de provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2
Provinciale Omgevingsverordening 2014 (POL14)
De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 (Provinciaal Omgevingsplan 2014, voorganger van de POVI) juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dat hoofdstuk Ruimte bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de Verordening Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en de Verordening Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) vrijwel ongewijzigd overgenomen. Hiermee zijn alle verordeningen die betrekking hebben op het omgevingsbeleid ondergebracht in één document. Uit de kaarten behorende bij de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen een stiltegebied, waterwingebied of grondwaterbeschermingszone. Vanuit dit kader bestaan er dan ook geen belemmeringen. Bij de verdere uitwerking dient wel rekening te worden gehouden met navolgende bestuursafspraken.
31
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo Duurzame verstedelijking en bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 Het plangebied is gelegen in 'bebouwd gebied' en binnen de regio 'Noord-Limburg'. Binnen de regio Noord-Limburg zijn gezamenlijke afspraken gemaakt over de wijze waarop zij in zijn algemeenheid zullen handelen in het kader van de toepassing en verdere uitwerking van het POL2014, waaronder ook het thema wonen. De regio Noord-Limburg bestaat uit de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venlo en Venray. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. De toelichting bij het ruimtelijke plan, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan bovenstaande.
De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat tevens een verantwoording van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen en als het vierde lid van toepassing is, van het versterken van de kwalitatieve woningvoorraad. Om onderhavig initiatief mogelijk te maken dient het plan getoetst te worden aan de instructieregels zoals opgenomen in hoofdstuk 12 'Wonen, werken en recreëren'. De relevante regels zijn hieronder weergeven Artikel 12.1 Instructieregels nieuwe planvoorraad wonen De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale Omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio's bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d.
het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. e. realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Artikel 12.3 Instructieregels toevoeging vestigingsmogelijkheden detailhandel a. Een Omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel aan de bestaande voorraad of planvoorraad detailhandel alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 5 (Wonen en leefomgeving), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale Omgevingsvisie, de regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg. b. De motivering bij een Omgevingsplan bevat: 1. een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het eerste, tweede of derde lid; 2. een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Artikel 12.6 Instructieregels toevoeging vestigingsmogelijkheden vrijetijdseconomie a.
Een Omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad of planvoorraad vrijetijdseconomie alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene 51 zonering), 8 (Economie) en 15 (Landschap) van de
32
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo provinciale Omgevingsvisie en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg. b. De motivering bij een Omgevingsplan bevat: 1. een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het eerste, tweede of derde lid; 2. een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. 3.2.2.1 Toetsing van het initiatief aan de provinciale Omgevingsverordening Limburg 2014 Het plan voldoet aan de uitgangspunten genoemd in de provinciale Omgevingsvisie, zoals weergeven in paragraaf 3.2.1. Er blijkt dat er in kwalitatieve en kwantitatieve zin behoefte is aan woningen. Dit is nader toelicht bij het doorlopen van de ladder van duurzame verstedelijking, zoals weergeven in paragraaf 3.1.2. Hiermee is aangetoond dat onderhavig plan past binnen de instructieregels voor wonen. Met onderhavige ontwikkeling wordt er minimaal 22.000 m2 aan niet-woonprogramma toegevoegd. In paragraaf 3.2.1 is aangetoond dat de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de provinciale Omgevingsvisie. Tevens is aangetoond dat het toevoegen van bovengenoemde functies is mogelijk is binnen de Regionale Detailhandelsvisie, zoals beschreven in paragraaf 3.3.2.
In de bestuursafspraken regionale uitwerking POL 2014 voor de regio Noord-Limburg is aangegeven dat de basisafspraken en spelregels zijn uitgewerkt in de regionale visies. De POL2014 is inmiddels vervangen door de Provinciale Omgevingsvisie. Aangetoond is dat onderhavig plan voldoet aan de uitgangspunten van de Provinciale Omgevingsvisie. Tevens is het plan getoetst aan de regionale POL2014- uitwerkingen zoals weergeven in paragraaf 3.3. Het onderhavige plan sluit aan bij de Regionale Structuurvisie Noord-Limburg en de regionale Woonvisie Noord-Limburg zoals weergeven in paragraaf 3.3. Daarmee wordt voldaan aan de 'Duurzame verstedelijking en bestuursafspraken regionale uitwerkingen POL2014'. Vanuit de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.2.3
Provinciale Omgevingsverordening Limburg 2021
Op 17 december 2021 heeft het college van Gedeputeerde State de Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe Omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. De Omgevingsverordening zal tegelijkertijd met de nieuwe Omgevingswet in werking treden. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Omdat deze Omgevingsverordening is gebaseerd op de Omgevingswet kan deze niet eerder in werking treden dan de Omgevingswet zelf. Het Rijk heeft de inwerkingtreding van de Omgevingswet uitgesteld tot 1 januari 2024. Daarmee wordt automatisch de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening Limburg ook uitgesteld tot die datum. Tot die tijd blijft de Omgevingsverordening Limburg 2014 gelden.
3.2.3.1 Toetsing provinciale Omgevingsverordening 2021 De Provinciale Omgevingsverordening 2021 betreft een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsordening Limburg 2014, en zal het toetsingskader worden bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (01-01-2024). Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling zijn er geen nieuwe regels opgenomen. Hiermee past het initiatief binnen de uitgangspunten van de Provinciale Omgevingsverordening 2021.
33
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024
Deze Woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. Met de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg in 2016 hebben de 8 regiogemeenten voor het eerst een gezamenlijke visie en koers vastgelegd op het gebied van wonen. Hierbij is destijds gekozen voor een structuurvisie, deze is zelfbindend. Door middel van bestuursafspraken en de Omgevingsverordening Limburg is ook de provincie aangehaakt bij de vastgestelde koers. Hierbij was het besef dat er een gezamenlijke opgave ligt, die verder gaat dan de gemeentegrenzen. Dit heeft zich geuit in afspraken over afstemming van woningbouwinitiatieven en het terugbrengen van de overcapaciteit aan woningbouwplannen. Het doel was om te voldoen aan de landelijke en wettelijk vastgelegde ladder voor duurzame verstedelijking en een goede ruimtelijke ordening. In de regionale structuurvisie van 2016 is een regionaal actieprogramma opgenomen. Het voert te ver om het gehele actieprogramma hier op te nemen. De belangrijkste afspraken zijn gemaakt binnen de pijler ‘woningmarkt in balans’. Het gaat daarbij om het terugdringen van de overcapaciteit aan plannen met 40% tot 2020. Ook de gemeente Venlo heeft hieraan voldaan. De crisis op de woningmarkt lijkt echter ver achter ons te liggen.
In sommige delen van het land is sprake van een oververhitting van de woningmarkt. Er wordt zelfs gesproken van woningnood. Ook in de regio Noord-Limburg ziet de woningmarkt er anders uit dan in 2014. Hierdoor en door veranderende woningbehoeften zijn er enkele opgaven ontstaan. Doordat er verschuivingen plaatsvinden in de demografische samenstelling van de bevolking, zien we ook de woonbehoefte kwalitatief veranderen. Door de veranderende samenstelling van huishoudens ontstaat een stijgende woonbehoefte aan nultredenwoningen en appartementen. Er is een afnemende woonbehoefte aan reguliere grondgebonden woningen, zowel in de huur- als de koopsector. Het is dan ook niet verstandig om bij nieuwbouw fors in te zetten op de realisering van reguliere (niet levensloopbestendige) grondgebonden woningen. Daarom zijn voor woningen een aantal uitgangspunten opgesteld die dienen als kwalitatieve richtlijn Toevoegen van woningen in principe allen in de kernen Koppelkansen met betrekking tot leegstand, herstructurering rotte plekken en waardevolle plekken Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot. Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte Het nastreven van sociaal duurzame woonconcepten Er wordt aansluiting gezocht op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal gesteld zijn.
In de vorige Regionale Woonvisie was opgenomen dat 40% van de overcapaciteit aan bouwplannen gereduceerd zou worden voor 2020. Daar is regionaal aan voldaan. De reductieopgave van 2020 tot 2030 zou de resterende overcapaciteit aan woningbouwplannen zijn. In de huidige context wordt gesteld dat de kwantitatieve opgave ten dienste ligt van de kwalitatieve. Door selectief te zijn in het toevoegen van nieuwe plannen en die af te stemmen op de duurzame behoefte, voorkomen we dat overmatige nieuwbouw gaat leiden tot leegstand ‘na het piekmoment’. Plannen met meer dan 10 woningen dienen regionaal te worden afgestemd. 3.3.1.1 Toetsing van het initiatief aan de regionale Woonvisie Noord-Limburg Zoals in paragraaf 3.1.2.1 onderbouwd is, blijkt dat onderhavige ontwikkeling aansluit bij de kwalitatieve woonbehoefte en daarmee ook voldoet aan de kwantitatieve behoefte die is omschreven in de regionale Woonvisie Noord-Limburg. Verdere uitwerking op gemeentelijk niveau vindt plaats in de gemeentelijke woonvisie, weergeven in paragraaf 3.4 Hiermee wordt voldaan aan de uitgangspunten van de regionale Woonvisie Noord-Limburg.
34
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo
3.3.2
Regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg
Winkels en winkelgebieden vervullen een essentiële rol in ieders leven, als consument én als burger. Ze fungeren als dagelijkse voorziening, als werk- en ontmoetingsplek en als kloppend hart van dorpen en steden. Op dit moment zijn de winkelgebieden in Noord- Limburg in hoog tempo aan het veranderen. Het consumentengedrag is de laatste jaren namelijk sterk veranderd. Deels ten gevolge van de economische situatie, maar vooral ook door veranderingen in de samenstelling van de bevolking en de invloed van internet. De detailhandelssector is niet langer een groeimarkt; per saldo is er geen behoefte aan meer winkelmeters, wel aan ‘andere meters’ om ruimte te bieden aan dynamiek en innovatie. De regionale Detailhandelsvisie is een uitwerking van het POL2014 waarin de regiogemeenten door de Provincie Limburg worden uitgedaagd om een aanpak te formuleren voor het ´nieuwe groeien´. Het in stand houden van een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat is van belang om bij te dragen aan/ het versterken van: een gezond ondernemersklimaat (economische doelstelling): het creëren van omstandigheden voor de huidige en toekomstige detailhandelsondernemingen waarbij een rendabele exploitatie mogelijk is en perspectief wordt geboden voor de langere termijn. Een ondernemer dient daarbij ook de ruimte te krijgen om te ondernemen. Dit heeft ook een positief effect op de werkgelegenheid.
een compleet en aantrekkelijk voorzieningenniveau voor consumenten (sociaal-maatschappelijke functie): de consument dient te beschikken over een in kwantitatief en kwalitatief opzicht zo compleet, gevarieerd en attractief mogelijk pakket aan winkels. Dit alles op aanvaardbare afstand van de woonomgeving. Dit heeft ook een positief effect op het behoud en de versterking van de leefbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Een aantrekkelijk (winkel)centrum heeft ook een belangrijke toeristische en/of culturele functie. een goede ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik, bijvoorbeeld door het terugdringen van leegstand (ruimtelijke doelstelling). In de regionale Detailhandelsvisie worden onder andere afspraken gemaakt welke grootschalige initiatieven met een boven lokaal/regionaal effect wenselijk zijn gelet op het doel van deze visie. Dergelijke initiatieven worden ter instemming dan wel ter afstemming voorgelegd aan de regiogemeenten.
Afbeelding 3.6. Instemmingsvereiste Regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg
35
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo
3.3.2.1 Toetsing van het initiatief aan de Regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg Van het niet-woonprogramma is slechts een klein deel van het oppervlak (250 m 2 brutovloeroppervlakte) gereserveerd voor detailhandel. Het betreft bovendien kleinschalige detailhandel met een lokaal verzorgingsgebied. Afstemming met de regio heeft plaatsgevonden via het wettelijke vooroverleg.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Strategische Visie Venlo 2040
Met de Strategische Visie Venlo 2040 geeft de gemeente Venlo een afwegingskader mee op basis waarvan toekomstige besluiten kunnen worden afgewogen en nieuwe ontwikkelingen binnen breder perspectief kunnen worden geplaatst. Venlo kent een strategische koers waarin een toekomst met een (bescheiden)demografische groei en een sterke Europese oriëntatie centraal staan. Er zijn vijf thema's gekozen waarvoor de ambities tot 2040 zijn geformuleerd. Het betreft de volgende thema's: Gezondste regio Een (t)huis om van te houden Ruimte voor ontwikkeling Werken in Venlo Grenzeloos De Strategische Visie Venlo 2040 vormt een vervolg op de Strategische visie 2030. Binnen deze geactualiseerde strategische visie zijn nieuwe opgaven toegevoegd zoals (de voortgaande) digitalisering, duurzaamheid, energie en klimaat. Als leidraad voor het bestaande ‘stedelijk’ beleid staat de bestaande strategische koers echter nog steeds recht overeind: het zijn van een vitale (in omvang) licht groeiende gemeenschap met voldoende koopkracht om de voorzieningen in stand te houden, om de economie draaiende te houden. De gemeente moet in 2040 voor alle inwoners een plek zijn om je echt thuis te voelen. Een (t)huis om van te houden. De ambitie om in te zetten op woningbouw is gebaseerd op de ambities om te groeien naar 110.000 inwoners.
3.4.1.1 Toetsing van het initiatief aan de Strategische Visie Venlo 2040 De Strategische Visie 2040, sluit aan bij de strategische koers gesteld in de visie van 2030, waar individuele ontplooiing en participatie, innovatiekracht en een aantrekkelijk woonklimaat de belangrijkste karakteristieken waren. De strategische visie 2040 sluit hierop aan door de stellen dat de groei van het aantal inwoners en het (verder) afgenomen aantal personen per huishouden ertoe heeft geleid dat het aantal huishoudens en de behoefte aan woonruimte is toegenomen. Woningbouw heeft ruimtelijk gezien gedifferentieerd over de gemeente plaats gevonden, waarbij Venlo heeft gebouwd naar behoefte. Voor groepen inwoners die wat betreft woningaanbod, relatief ondervertegenwoordigd waren, maar ook voor ouderen die langer dan in het verleden zelfstandig thuis wonen. Er is, en wordt, daarbij met name gekeken naar (door functiewijziging) vrijgekomen terreinen (o.a. sport) en het voorkomen van ruimtelijke segregatie op basis van woningtypen (een beperkte verscheidenheid in woningtypen in een bepaalde kern of wijk). Onderhavige ontwikkeling draagt bij aan de verdere ontwikkeling van een aantrekkelijk woonklimaat binnen de gemeente, waarbij nieuwbouw plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied. Het is een goed voorbeeld van het door functiewijziging invulling geven aan vrijgekomen terreinen.
Er wordt een verscheidenheid aan woningen gerealiseerd waardoor een inclusieve en gezonde woon-, werk- en leefomgeving wordt gecreëerd. Onderhavige ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Strategische Visie Venlo 2040. 3.4.2
Ruimtelijke Structuurvisie Venlo
Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. De structuurvisie geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Venlo, met uitzondering van Klavertje 4, Klein Vink en Laerbroeck. Voor deze gebieden bestaan aparte structuurvisies.
36
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo In de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo zijn niet de regels, maar de ambities en opgaven het uitgangspunt. Nieuwe initiatieven worden in de toekomst nadrukkelijker beoordeeld op het maatschappelijk rendement. Dit rendement wordt bepaald door de mate waarin ontwikkelingen bijdragen aan het bereiken van de ambities van Venlo die zijn vastgelegd in de Strategische Visie 2030. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema's, de zogenaamde 'majeure opgaven'. Daarnaast zijn er drie aandachtspunten geformuleerd die op elke ruimtelijke beslissing van toepassing zijn, de 'basisprincipes'. Majeure opgaven: 1. Drukte in het ommeland: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen. Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling. 2. Ruimte in de stad: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied door de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal te benutten. 3. Leven met de Maas: ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering. 4. Voorzieningen op maat: zorgen voor vitale en toekomstbestendige voorzieningenclusters die aansluiten bij de reële behoefte van de samenleving. 5.
Robuuste structuren: werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Daarnaast vraagt het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie steeds meer aandacht. Naast deze 'majeure opgaven' wordt er uitgegaan van drie basisprincipes, aandachtspunten die van toepassing zijn op elk ruimtelijk initiatief. Dit betekent concreet dat een initiatief als kansrijker wordt beschouwd als: het de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert; de vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen; het zelf georganiseerd draagvlak geniet. Ruimte in de stad In het stedelijk gebied wordt gestreefd naar maximale benutting van de bestaande beschikbare ruimte, niet om een uitbreiding daarvan. In het stedelijk gebied is door tijdelijk gebruik, hergebruik, multifunctioneel gebruik en slim slopen nog voldoende ruimte aanwezig om nieuwe initiatieven een plaats te geven. Liever wil men bestaande woningen of gebieden aanpassen, dan dat er wordt uitgebreid.
Afbeelding 3.7: ruimte in de stad Het plangebied is gelegen binnen contour stedelijk / dorpsgebied in een gebied dat is aangeduid als 'hergebruiken, herstructureren en transformeren bedrijventerrein'.
37
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo
3.4.2.1 Toetsing initiatief aan de Ruimtelijke structuurvisie Venlo In het stedelijk gebied (inclusief stads- en dorpsranden) is door hergebruik, multifunctioneel gebruik en slim slopen nog voldoende ruimte aanwezig of te creëren om nieuwe initiatieven een plaats te geven. Dit is nodig om toekomstbestendige en leefbare kernen en wijken te creëren. Met nieuwe initiatieven wil de gemeente ruimtelijke knelpunten in bestaand stedelijk gebied oplossen. Wetende dat hergebruik, herstructurering en transformatie complexer en vaak kostbaarder zijn dan nieuwbouw, dient de groeiende leegstand toch voor herontwikkeling benut te worden. Extensief benutte ruimte kan worden geïntensiveerd. Verouderde en verloederde bedrijventerreinen kunnen worden opgewaardeerd. Gebieden met een slechte uitstraling kunnen worden gerevitaliseerd en ‘rotte plekken’ kunnen worden aangepakt. Dit betekent dat nieuwe programma's zullen landen op bestaande bedrijventerreinen en in woongebieden. Het Middengebied, waarbinnen het plangebied ligt wordt specifiek benoemd in de visie als een gebied waarbinnen de ontwikkelingen gericht zijn op het versterken van de water- en natuurwaarden en deze moeten de robuustheid hiervan versterken. Stedelijke ontwikkelingen in dit gebied moeten ingepast worden in het groene casco en dienen voort te bouwen op bestaande stedelijke functies in het gebied.
Ontwikkelruimte is voor regionaal georiënteerde gezondheidszorg, onderwijs, buitensport en het verdichten van de lintbebouwing. Tevens dient het Middengebied te worden beschouwd als een plek voor het hergebruik, herstructureren of transformeren van bedrijventerreinen. Dit is ook van toepassing op de onderhavige locatie. Met onderhavige ontwikkeling wordt het voormalige Veilingterrein omgezet naar een woon-, werk- en leefgebied met aandacht voor klimaat, natuur en water. Er is dus sprake van hergebruik van bestaande bedrijventerreinen binnen de stedelijke contour. Hiermee wordt invulling gegeven aan de uitgangspunten en daarmee is onderhavige ontwikkeling in overeenstemming met de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo. 3.4.3
Woonvisie 2021-2026
Op 29 september 2021 heeft de gemeenteraad van Venlo de Woonvisie 2021-2026 vastgesteld. In de Woonvisie staan de prioriteiten van het lokale woonbeleid beschreven voor de periode 2021-2026 met een doorkijk naar de jaren daarna. Het is een uitwerking op basis van de afspraken uit de Regionale Woonvisie Noord-Limburg en het levert een bijdrage aan het bereiken van het geschetste toekomstbeeld van de Strategische Visie Venlo 2040. Met het vaststellen van de Woonvisie worden de randvoorwaarden geschept om te komen tot een toekomstbestendige woningvoorraad. Om dit te bewerkstelligen wordt gewerkt met drie hoofdthema's die in de Woonvisie nader worden uitgewerkt: 1. Een robuuste woningvoorraad Hiermee wordt een toekomstbestendige woningvoorraad bedoeld, met aandacht voor de bestaande woningvoorraad en nieuwbouw. De opgaven om te verduurzamen wordt gekoppeld aan de aanpak van de bestaande woningvoorraad. Met woningbouw kan een bijdrage worden geleverd aan de aanpak van plekken die transformatie behoeven in Venlo. Hierbij wordt positief gekeken naar wooninitiatieven vanuit de samenleving, wordt ingezet op het pakken van kansen als het gaat om het aantrekken van inwoners van buiten de regio. En wordt ingezet op diverse wijken en dorpen om de leefbaarheid hier te borgen, samen met onze partners, zoals de woningcorporaties. 2.
Beschikbaarheid en betaalbaarheid Een belangrijke opgave is het beschikbaar en betaalbaar houden van de woningvoorraad. In tijden van een krappe woningmarkt staan beide onder druk. Naast de regulier woningzoekenden en nieuwe doelgroepen die we aan Venlo willen binden, is er aandacht voor doelgroepen voor wie het minder vanzelfsprekend is een plek te vinden op de Venlose woningmarkt. 3. Wonen en zorg In de Woonvisie wordt de koers uitgezet als het gaat om wonen en zorg. Hierbij is oog voor de verschillende doelgroepen en de opgave voor de komende jaren een passend woningaanbod aan te (blijven) bieden. De woonopgave is niet alleen een doel op zich, maar vormt ook een middel om andere ruimtelijke, maatschappelijk en economische doelen te bereiken. De locatiekeuze kan bijvoorbeeld een positief effect generen op de economische vitaliteit van een buurt of wijk, het mobiliteitsgedrag van bewoners beïnvloeden en/of de energietransitie versnellen. De ruimtelijke strategie, bijlage IV van de Woonvisie, gaat in op deze waar-vraag. Hierin worden drie rollen die woningbouw kan vervullen in de
38
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo brede ruimtelijke processen onderscheiden. 1. Woningbouw als versterker van stad en dorp Het toevoegen van nieuwe woningen kan een belangrijke rol vervullen in het versterken of verbeteren van het bestaand stedelijk gebied in stad en dorp. 2. Woningbouw als versneller van stedelijke en economische dynamiek Het toevoegen van nieuwe woningen kan een belangrijke rol vervullen om gewenste stedelijke en/of economische processen en ontwikkelingen te versnellen. De herontwikkeling van locaties of gebouwen voor wonen leidt over het algemeen tot opbrengsten die de kosten ruimschoots overtreffen. 3. Woningbouw als drager van brede maatschappelijke opgaven. Het toevoegen van nieuwe woningen kan een onmisbare (financiële) drager vormen voor een breed palet aan maatschappelijke opgaven in het stedelijk en dorpsgebied. Denk hierbij aan leegstand en -komend religieus erfgoed, zoals kerken en kloosters, en de verder oplopende structurele leegstand van winkels. 3.4.3.1 Toetsing initiatief aan Woonvisie 2021-2026 Het woonprogramma omvat maximaal 690 reguliere woningen (grondgebonden en appartementen) en maximaal 180 studentenwoningen. Van het reguliere woonprogramma inclusief studentenwoningen wordt minimaal 30% sociale huur, 25% middensegment huur en -koop en 45% vrije koop/huur.
Voorts bestaat het woonprogramma uit maximaal 5.000 m 2 bruto vloeroppervlakte ten behoeve van een bijzonder woonconcept (wonen met zorg voor nader te bepalen doelgroepen). Bij de uitwerking van het programma wordt de samenwerking gezocht met woningbouwcorporatie(s) en zorgpartij(en). Uit de Woonvisie en het woningbehoefteonderzoek blijkt dat deze woonvormen aansluiten bij de kwalitatieve woningbehoefte van de inwoners. Tevens worden er binnen de ontwikkeling reguliere en sociale woningen gerealiseerd. Hiermee speelt de ontwikkeling in op de behoefte van de gehele samenleving en worden er woningen in verschillende segmenten gerealiseerd waarmee wordt voldaan aan het hoofdthema 'beschikbaar en betaalbaarheid'. Uit de Woonvisie 2021-2026 blijkt dat het inkrimpen van de woningmarkt dat afgelopen jaren is gehanteerd in Noord-Limburg verleden tijd is en dat er momenteel juist een tekort is aan woningen. De huidige planvoorraad is niet voldoende. Vooral voor de doelgroepen starters, ouderen en alleenstaanden dienen er woningen te worden gerealiseerd. Onderhavig plan voorziet in deze toevoeging. De ontwikkeling van het Veilingterrein is niet gekenmerkt binnen de bestaande ontwikkelprojecten en daarmee valt het dus onder de extra benodigde planvoorraad. Deze benodigde planvoorraad wordt vooral gezocht in en rond de kern van Venlo.
Onderhavig plangebied ligt ten zuiden van de kern op loop en fietsafstand. Hiermee wordt aangetoond dat de ontwikkeling invulling geeft aan alle drie de hoofdthema's zoals genoemd in de Woonvisie. In de Woonvisie 2021-2026 zijn in bijlage II opgave per stadsdeel geformuleerd. Het Veilingterrein ligt in het stadsdeel 'Venlo overig'. Hiervoor geldt de opgave om nieuwe woningbouwlocaties te realiseren binnen de contouren waarbij aandacht dient te zijn voor kwetsbare wijken en de eenzijdige woningvoorraad. Met de herontwikkeling van het Veilingterrein wordt voorzien in deze nieuwe woningvoorraad waarbij het woonprogramma bestaat uit een diverse type woningen voor verschillende doelgroepen. Hiermee wordt ook de eenzijdige woningvoorraad tegengegaan. Met de herontwikkeling van het Veilingterrein en het toevoegen van nieuwe woningen wordt binnen de contouren van bestaand stedelijk gebied middels effectief ruimtegebruik voorzien in een nieuw gemengd stadsdeel en kennisdistrict dat excelleert in positieve gezondheid. Dit vormt een aanvulling op het centrum van Venlo. Het anders en beter benutten van het bestaand stedelijk gebied heeft vergelijkbare effecten voor zorgvuldig ruimtegebruik, draagvlak voorzieningen, beter benutten van infrastructuur en slechten van barrières.
Daarnaast heeft transformatie en herstructurering een positief effect op de woon- en leefkwaliteit van aangrenzende woongebieden, een impuls voor de ruimtelijke uitstraling van een buurt wijk of kern én voorkomt(verder) verval, verloedering en vandalisme. Hiermee geeft het Veilingterrein invulling aan meerdere directe en indirecte nevendoelen zoals benoemd in de ruimtelijke strategie uit de woonvisie. Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling passend is binnen de Woonvisie 2021-2026.
39
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo
3.4.4
Economische Visie Venlo 2030
In 2021 heeft de gemeenteraad de Strategische Visie Venlo 2040 vastgesteld als de strategische lange termijnvisie van en voor de gemeente Venlo. Het schetst een beeld van waar de gemeente in 2040 wil staan. Deze inhoud van deze visie is in paragraaf 3.4.1 omschreven en het voorliggende bestemmingsplan is daaraan getoetst. De ambities en doelstellingen in de strategische visie zijn onder andere uitgewerkt in een economische visie voor 2030. In deze economische visie is gekozen voor een nieuwe economische koers die gericht is op het vergroten van de brede welvaart van Venlo, oftewel een hogere kwaliteit van leven. Niet alleen hier en nu, maar ook voor latere generaties hier en elders in de wereld. Er wordt ingezet op een betere balans tussen enerzijds economische groei en anderzijds sociale inclusiviteit (meer mensen moeten ervan profiteren) én op duurzame ruimtelijke inrichting van belangrijke deelgebieden in de gemeente. Dit betekent een ontwikkeling van de regionale economie om zich meer te richten op haar omgeving en op het welzijn van inwoners en gemeenschappen, om zo een kwalitatieve sprong voorwaarts te maken. De ambitie is het realiseren van een optimale en duurzame economische ontwikkeling – samen met strategische partners - als basis voor de brede welvaart.
Venlo is in 2030 een inclusieve en circulaire stad waar het prettig werken, wonen, verblijven, recreëren en leren/studeren is. Dit is zichtbaar in de vijf speerpuntsectoren en in belangrijke gebiedsontwikkelingen in de stad. Doorvertaling van keuzes naar sectoren: We zetten de komende jaren volop in op vijf belangrijke sectoren, namelijk: Agrofood, Maakindustrie, Logistiek, Vrijetijdseconomie en Zorg (symboliseren). In de Economische Visie is een beeld geschetst van hoe de verandering ‘van volume naar waarde’ binnen, maar vooral ook tussen deze sectoren uitziet. En welke de rol de gemeente daarbij kan vervullen. Doorvertaling van keuzes naar gebieden: In ruimtelijke zin is een aantal grotere oftewel majeure gebiedsontwikkelingsprojecten benoemd. Dit zijn locaties die van strategisch belang zijn voor de economie van Venlo en waarin de richtinggevende keuzes zichtbaar worden. Hiermee krijgt de Economische Visie ook een doorvertaling in de Omgevingsvisie. De majeure gebiedsontwikkelingsprojecten zijn weergegeven in de volgende afbeelding.
Afbeelding 3.8: Economische Visie Projecten
40
bestemmingsplan Veilingterrein Venlo 3.4.4.1 Toetsing initiatief aan Economische Visie Venlo 2030 De herontwikkeling van het Veilingterrein is als één van de majeure gebiedsontwikkelingen benoemd in de economische visie en daarmee erkend als ontwikkeling die van strategisch belang is voor de economie van Venlo. Het Veilingterrein wordt expliciet benoemd als nieuw gemengd stadsdeel en kennisdistrict met gezondheid als leidmotief. Benoemd is dat het ontwikkeld zal worden als de locatie voor vernieuwing, experiment en proeftuin van positieve gezondheid in de praktijk. De volgende accenten voor een bredere waardeontwikkeling zijn benoemd: Huisvesting voor meerdere segmenten, waaronder studentenhuisvesting. Focus op relatie zorg en aanwezige technische en logistieke opleidingen in het gebied. Daarnaast ook aangaan van cross-overs en verbindingen met Brightlands Campus Greenport Venlo en maakindustrie. In de volgende tabel uit de Economische Visie Venlo 2030 is aangegeven hoe de samenhang is met de richtinggevende keuzes.
Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Economische Visie Venlo 2030. 3.4.5
Agenda Groen & Water
September 2020 is de Agenda Groen & Water vastgesteld. De Agenda bevat de gemeentelijke visie op groen en water. In de Agenda Groen & Water zijn de volgende thema’s uitgewerkt: Multifunctionaliteit: Met de Agenda Groen & Water verbreedt Venlo de traditionele koers van het groen- en waterbeleid en richt zich meer op functionaliteit: leefbaarheid (sociale functie / ontmoeting / participatie), leefomgeving, gezondheid, klimaat, milieu, natuur, verkeer, recreatie, identiteit, etc. Groen en water dragen immers bij aan heel veel verschillende doelen. Op basis van die multifunctionaliteit van groen en water is een groenblauwe basisstructuur vastgelegd. Binnen deze basisstructuur nemen we onze verantwoordelijkheid (belang en regie gemeente) en daarbuiten kunnen we loslaten en kan onze rol verschuiven naar adviseren, verleiden en/of inspireren. De groenblauwe basisstructuur is een streefbeeld. Stad van de toekomst: Groen en water is noodzakelijk voor een aantrekkelijke duurzame en klimaatbestendige stad. Door slimme functiecombinaties wordt de oppervlakte groen en water veelzijdig gebruikt en worden vele Venlose doelen gediend. Kracht van Groen & Gezond in de wijk: Een gezonde omgeving is aantrekkelijk, prettig om in te verblijven, nodigt uit tot gezond gedrag, biedt ruimte voor ontmoeting en heeft zo min mogelijk negatieve invloed op de gezondheid.
We verleiden onze inwoners tot een gezondere leefstijl met behulp van groen en water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen krijgt de zorg voor een gezonde leefomgeving vaker prioriteit. ReCreatief Venlo: Unieke groen- en natuurgebieden, stedelijk groen, een prachtig landschap en natuurlijk de Maas. Al dat groen en water wordt recreatief gebruikt: van wandelen en fietsen, tot de hond uitlaten en ontmoeten. Het doel is om het groen en water aantrekkelijker te maken voor recreatief gebruik, voor zowel onze inwoners als onze bezoekers