CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

395033 Bijl01 Kadernota 2026.pdf

Raadsvergadering 14 mei 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 4.1: Kadernota 2026 (395033)23.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25| KADERNOTA 2026

Financiële positie Een solide financieel beleid voeren is nodig om de ambities op de (middel)lange termijn te halen. Hierbij moeten we op een doelmatige en doeltreffende manier omgaan met onze middelen. Dit beleid is de basis voor de strategische doelen in de Regiovisie Noord-Limburg 2040 en de ‘Strategische visie gemeente Venlo 2040’.

Jaarlijks voert BDO accountants en adviseurs onderzoek uit naar de financiële positie van gemeenten. Dit heet een financiële stresstest. Alle Nederlandse gemeenten worden beoordeeld en gerangschikt op basis van de openbare financiële kengetallen die zij rapporteren aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, net als de (meerjaren)begroting 2024-2028.

Volgens het onderzoek van BDO scoort Venlo een 8. Vorig jaar was dit een 9. De maximale score is een 10. De score ligt boven het landelijke gemiddelde van 6,8 (vorig jaar 7,4) en het gemiddelde van 6,7 voor gemeenten met meer dan 100.000 inwoners (vorig jaar 7,4). Binnen deze categorie is Rotterdam de hoogst scorende gemeente met een 9, terwijl Alkmaar de laagste score heeft behaald met een 3.

In de categorie gemeenten met meer dan 100.000 inwoners zitten 32 gemeenten. Samen vertegenwoordigen ze ongeveer 39% van de totale Nederlandse bevolking, ongeveer 6,8 miljoen inwoners. Venlo staat op plaats 11 van deze 32 gemeenten. Vorig jaar stonden we op 7. Twee belangrijke indicatoren in het onderzoek zijn de solvabiliteitsratio en de netto/gecorrigeerde schuldquote. De solvabiliteitsratio van Venlo is 35%, tegenover het landelijke gemiddelde van 40%. Het gemiddelde voor gemeenten met meer dan 100.000 inwoners is 37%. De netto/gecorrigeerde schuldquote van Venlo is 19%. Dit is lager dan het landelijke gemiddelde van 45% en het gemiddelde van 32% voor grotere gemeenten.

Het onderzoek kijkt ook naar de gemeentelijke begrotingssaldi voor de periode 2024-2028, vóór mutaties met de reserves. Over deze periode wordt een gezamenlijk tekort van € 3,9 miljard verwacht. Voor Venlo gaat het om een incidenteel tekort van € 20 miljoen. Dit komt voor een groot 26| KADERNOTA 2026

del door uitgaven gekoppeld aan bestemmingsreserves. Daarvoor is in het verleden gespaard. Er is dus geen daadwerkelijk begrotingstekort en we blijven binnen de vastgestelde koers.

De financiële situatie van de Nederlandse gemeenten wordt slechter. BDO concludeert dat het gemeentelijke landschap meer versnipperd is dan ooit. Gemeenten hebben elk hun eigen benadering om met de huidige financiële uitdagingen om te gaan, het zogenaamde ‘ravijn’. Sommige gemeenten voerden geen bezuinigingen door. Anderen hebben, zoals Venlo, concrete maatregelen getroffen en vooruitgedacht. Venlo koos voor een sluitende begroting voor 2025-2028, met het scenario van ‘Hoop’. Landelijk gezien zorgt deze situatie voor hogere belastingen, minder voorzieningen en uitstel van maatschappelijke investeringen.

Het ‘ravijn’ heeft grote gevolgen voor de tekorten in de meerjarenbegroting van gemeenten. Zelfs met een structureel sluitende begroting, waarbij de uitgaven in lijn zijn met de inkomsten, zijn er niet altijd voldoende middelen voor de noodzakelijke maatschappelijke opgaven op de langere termijn. Sinds het moment dat het ‘ravijn’ in 2022 zichtbaar werd, zijn de verhoudingen tussen het Rijk en gemeenten verscherpt. Gemeenten ervaren veel onzekerheid over hun financiële toekomstperspectief en de kwaliteit van de interbestuurlijke verhoudingen. Want tot nu toe is er geen structurele oplossing gevonden voor de maatschappelijke opgaven.

De VNG voert gesprekken met het Rijk over de financiële verhoudingen. Er zijn een paar ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de betaalbaarheid van de maatschappelijke opgaven op de (middel)lange termijn. We zien kansen én bedreigingen.

Een belangrijke ontwikkeling is het onderzoek van de deskundigencommissie naar de jeugdzorg en de haalbaarheid van de Hervormingsagenda jeugd. Zij onderzoeken onder andere de financiële houdbaarheid van het huidige stelsel. Ook is er discussie over de nieuwe financieringssystematiek en de toereikendheid van het gemeentefonds. Door de korting op het gemeentefonds en de wijziging in de berekeningssystematiek, is de toekomst van de gemeentelijke financiering onduidelijk. Verder wordt er gesproken over de financiering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in samenhang met de Jeugdwet, en over het vinden van een betere risicoverdeling.

Er wordt gewerkt aan een gezamenlijke agenda tussen het Rijk en gemeenten op het gebied van ambities en de balans tussen taken en middelen Deze agenda gaat over: ruimtelijke keuzes & wonen, zorg, bestaanszekerheid en het landelijke gebied. Het doel is om financiële vraagstukken op te lossen, en ook om te zorgen voor goede interbestuurlijke samenwerking en prioriteiten binnen de grenzen van de schaarse middelen: zowel financieel als qua capaciteit.

Er wordt verder gewerkt aan de omzetting van specifieke uitkeringen (SPUK’s) naar het gemeentefonds. Dit levert een besparing aan administratieve lasten op van € 438 miljoen. Ook wordt er gewerkt aan de herijking van het verdeelmodel van het gemeentefonds. Dit proces is nog niet volledig afgerond. 27| KADERNOTA 2026

U heeft besloten om deze coalitieperiode de woonlasten op een gemiddeld gelijk niveau te houden en dit door te trekken tot en met het jaar 2027. Het beleidsuitgangspunt van 100% kostendekkende tarieven voor afval en riool is hierbij losgelaten tot en met 2027. Vanaf 2028 staan kostendekkende heffingen in de begroting 2025-2028 opgenomen. De afweging om de woonlasten ook vanaf 2028 niet of fasegewijs te verhogen heeft u gekoppeld aan het scenario van hoop. Als het scenario van hoop niet gebeurt of tot andere besluiten leidt, worden de woonlasten vanaf 2028 een stuk hoger.

28| KADERNOTA 2026

Inhoudelijke en financiële kaders Hieronder staan de (bijgestelde) programma-overstijgende inhoudelijke en budgettaire kaders voor de (op te stellen) programmabegroting. Bijstelling gebeurt op basis van de externe ontwikkelingen en duiding van de omgevingsanalyse.

1.

Continuïteit, flexibiliteit en kansen Venlo heeft een goede uitgangspositie. Hierdoor kunnen we flexibel reageren op nieuwe ontwikkelingen die passen binnen de stedelijke strategie. We willen actief kunnen aansluiten bij strategische projecten die de strategische ambities van Venlo 2040 dichterbij (kunnen) brengen. Daarom is er een strategisch investeringsfonds ingesteld. Dit fonds wordt jaarlijks gevoed, afhankelijk van (de bestemming van) het rekeningresultaat van het vorige jaar.

2.

Arbeidsmarkt We willen personeelstekorten in de regio voorkomen. We koppelen dit aan de doorontwikkeling van Venlo als onderwijs- en studentenstad. We kijken ook naar de mogelijkheden die de inzet van vluchtelingen biedt. We besteden aandacht aan het hoger onderwijs en MBO-niveau.

3.

Het dorp of de wijk, het middelpunt van Venlo We versterkten de participatie in en de leefbaarheid van wijken, buurten en kernen, in brede zin. We richten ons vooral op plekken waar de grootste opgave ligt, volgens de wijkanalyse en leefbaarheidsmonitor.

4.

De regio Noord-Limburg, het centrum van Europa Venlo is centrumstad in de regio. We hebben hiermee een bijzondere rol en verantwoordelijkheid. We werken samen met de regiogemeenten aan inhoudelijke resultaten en goede afspraken over de governance.

5.

Samen, nadrukkelijk met onze maatschappelijke partners en inwoners Bij initiatieven zoeken wij naar een gedeelde agenda met belangrijke partners zoals onze Venlose corporaties, de provincie Limburg, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en natuurlijk onze inwoners. We betrekken inwoners bij planvoorbereiding en uitvoering van gemeentelijke activiteiten en projecten. Samenwerken betekent niet ‘overnemen’.

6.

Afmaken waar we aan begonnen zijn en zoeken naar aanvullende mogelijkheden en kansen We hebben een kritische blik bij het realiseren van bestaande plannen. We letten op kosten, uitvoeringsmogelijkheden en risico's. Door onze financiële positie kunnen we actief aansluiten op nieuwe kansen en ambities. Omdat er al veel te doen is en er ook bij ons en onze partners soms sprake is van een personeelstekort ligt de focus op het realiseren van bestaande bestuurlijke 'bestellingen'.

7.

Verbetering publieke dienstverlening Het vertrouwen van inwoners in de gemeente nam de afgelopen jaren sterk toe. Het verder verbeteren van de dienstverlening aan onze inwoners helpt dit vertrouwen stabiel te houden. We moeten aandacht hebben voor ‘de menselijk maat’. 29| KADERNOTA 2026

8.

Kritisch, doeltreffend en doelmatig We zijn kritisch op bovenwettelijke activiteiten. We zetten middelen doelmatig in om resultaten te behalen en onze doelen te bereiken. We bekijken welke activiteiten het meest bijdragen aan de doelstellingen (doeltreffendheid van beleid). We kijken ook naar de doelmatigheid van bestaande activiteiten.

9.

Beleidsarme begroting 2026-2029 In maart 2026 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Dan zal er zich een nieuwe coalitie vormen. Ook is 2026 het zogenaamde 'Ravijnjaar'. Naar verwachting zal er nauwelijks tot geen financiële ruimte zijn voor nieuwe ambities en/of wensen. De focus ligt daarmee op het uitvoeren van bestaande afspraken en het behoud van bestaande voorzieningen en activiteiten.

Om het realiseren van de strategische opgave en ambities uit de strategische visie 2040 Venlo mogelijk te maken is een solide financieel beleid een voorwaarde. De financiële positie speelt immers een belangrijke rol binnen de integrale afwegingen die we moeten maken over de te varen koers op de korte, en vooral op de strategische en daarmee (middel)lange termijn. De financiële positie is geen doel op zich en moet altijd bezien worden in het licht van het totaal aan maatschappelijke opgaven van de stad.

Ontwikkelingen financiële verhoudingen In het hoofdstuk omgevingsanalyse onderdeel 'Financieel' is de financiële situatie nader uiteengezet van de sector gemeenten in zijn algemeenheid en Venlo in het bijzonder. Hierbij is ingegaan over de Venlose onzekerheid evenals de kansen en bedreigingen die hierbij van toepassing is voor Venlo. Er is immers nog altijd geen structurele oplossing gevonden voor de noodzakelijke bekostiging van de maatschappelijke opgaven.

De daadwerkelijke keuzes bij de voorjaarsnota van het Rijk kunnen grote gevolgen hebben voor de financiële huishouding van gemeenten. Dit kunnen positieve en negatieve gevolgen zijn voor de vastgestelde meerjarenbegroting van onze gemeente. De uitkomsten van de voorjaarsnota van het Rijk worden vertaald in de meicirculaire van het gemeentefonds. Zoals gebruikelijk informeren we uw 30| KADERNOTA 2026

raad separaat over de financiële effecten van de meicirculaire 2025 voor Venlo middels een raadsinformatiebrief vooraan aan het begrotingsproces 2026-2029.

Begrotingsscenario's U heeft vroeg ingespeeld op de onzekerheid rond de financiële verhoudingen vanaf 2026. U stelde een heldere koers met duidelijke begrotingsspelregels vast. Het gaat om het volgen van het basisscenario en het invullen van aanvullende beleidskeuzes. Die zijn afhankelijk van eventuele extra middelen van het Rijk: het zogenaamde scenario van hoop.

Visueel ziet de koers er als volgt uit:

Vastgesteld basisscenario Huidige bekende situatie (geen oplossing van het Rijk) = Basisstrategie

Afwegingskader

De volgende kaders zijn uitgangspunt voor de begroting 2026-2029 •

Wij werken opgave gericht: de strategische opgave en de daaruit voortkomende programmatische opgaven staan voorop;

•

De focus ligt op uitvoering: uitvoering van vastgestelde plannen door de inzet van de daaraan gekoppelde middelen;

•

Informatiegestuurd handelen is vast onderdeel van de beleidsmatige onderbouwing van voorstellen waarop bestuurlijke keuzes gemaakt worden. Doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid zijn daarbij belangrijke uitgangspunten;

•

Het principe van anticyclisch investeren daar waar maatschappelijk verantwoord, en sparen en voorbereidingen treffen als de marktomstandigheden ongunstig zijn; 31| KADERNOTA 2026

•

(incidentele)begrotingsruimte wordt bij voorkeur daar ingezet waar er (op termijn) sprake is van aantoonbaar maatschappelijk en/of financieel rendement. Hieronder worden ook verstaan activiteiten die aantoonbaar bijdragen aan het voorkomen van (toekomstige) kostenstijgingen;

•

Een financiële huishouding die ons in staat stelt om wendbaar te zijn en waarbij gedacht wordt in resultaatgerichte (creatieve) mogelijkheden en oplossingsrichtingen;

•

Budgetteren en investeren zoveel mogelijk vanuit een positief financieel kader in plaats vanuit een negatief (bezuinigings)perspectief;

•

Een meerjarig realistisch sluitende begroting waarbij de structurele lasten minimaal gedekt worden door structurele baten;

•

Een positief rekeningresultaat is vanaf de jaarrekening 2022 onderdeel van de integrale afweging bij de begroting. Hierbij is het rekeningresultaat onderdeel van het richtinggevende debat bij deze kadernota. Er wordt rekening gehouden met het strategisch investeringsfonds zoals in de volgende bullet verwoord; ο

Voeding van het strategisch investeringsfonds maakt integraal onderdeel uit van de afwegingen tijdens de jaarlijkse bespreking van het jaarresultaat en de programmabegroting, waarbij steeds de investeringsruimte van het fonds voor een periode van 4 jaar wordt vastgesteld (amendement programmabegroting 20242027);

•

De (meerjaren)begroting 2026-2029 moet de toets van het provinciaal toezicht doorstaan;

Begrotingsregels •

Wij werken met concrete maatregelen, geen taakstellingen;

•

Uitvoeringstoets: We toetsen voorstellen en initiatieven zorgvuldig op onderbouwing en haalbaarheid. We werken met realistische businesscases. We bekijken ook of de (personele) uitvoering realistisch is;

•

We anticiperen tijdig op financiële implicaties door tijdig en concreet bij te sturen en met (beleidsinhoudelijke) maatregelen. Tegenvallers sturen we in principe binnen de lijn budgetprogrammalijn-programma bij. Als het echt niet anders kan, kunnen we bijsturen op concernniveau bij de integrale afweging;

•

Voordelen op basis van autonome ontwikkelingen en door bestaand beleid zetten we eerst in voor het oplossen van (structurele) nadelen op basis van bestaand beleid. Intensivering van bestaand of nieuw beleid gebeurt alleen bij de integrale afwegingsmomenten van de P&C cyclus;

•

In het inhoudelijke kader is aangegeven dat er sprake is van een beleidsarme begroting 20262029. Eventueel intensivering van beleid en/of nieuw beleid wordt enkel opgesteld door vervanging van oud beleid waarbij de middelen van het oude beleid vrijvallen voor uitvoering van het te intensiveren beleid en/of nieuw beleid. Afwegingen met betrekking tot autonome ontwikkelingen en voorstellen zoals opgenomen in het 'scenario van hoop' gaan hieraan vooraf. De doeltreffendheid van de (bestaande) activiteit(en) is een belangrijk uitgangspunt. 32| KADERNOTA 2026

•

We verwerven derde geldstromen als onderdeel van de financiële strategie. De middelen zetten we eerst in voor projecten en activiteiten die al in de begroting zijn voorzien, voor zover mogelijk. De vrijvallende middelen gaan naar de algemene middelen. Alleen als dat niet kan, kunnen we middelen van derde geldstromen inzetten om nieuwe ambities te bekostigen;

•

We zetten maximaal in op sturing van het risicoprofiel;

•

Gemeentefonds: o

De mei - circulaire 2025 is uitgangspunt voor het opstellen van de begroting 20262029;

o

De uitkeringen uit het gemeentefonds zijn algemeen dekkingsmiddel;

o

Specifieke (beleidsmatige) taakmutaties binnen het gemeentefonds worden in eerste aanleg voorbereid voor de integrale afweging;

Scenario van 'hoop' Aanvullende middelen Rijk en/of nieuwe financieringssystematiek (oplossing van het Rijk)

Bij de vaststelling van de programmabegroting 2025-2028 presenteren wij een meerjarig sluitende begroting. Hier staat welke keuzes we inhoudelijk maken als het kabinet niet met aanvullende middelen over de brug komt. Deze keuzes gaan vooral over het structureel honoreren van nieuwe ambities. Dit kan pas als er aanvullende middelen beschikbaar komen. Wij willen deze voorstellen dan als eerste behandelen bij de begrotingsbehandeling. Wij houden er rekening mee dat het scenario van hoop niet of maar deels zal optreden. Het gaat hierbij om de volgende voorstellen uit de programmabegroting 2025-2028:

33| KADERNOTA 2026

2026

Vanaf

Programma

Naam

2027

1. Gezond en actief Venlo

Borging gezonde basisschool van de toekomst

430

430

430

2. Leefbaar Venlo

Aanpak Zwerfafval

230

230

230

Beheersing overlastgevende wilde diersoorten

51

51

51

Borging en ontwikkeling digitale toegankelijkheid

114

114

114

Functioneel beheerder Axxerion en Gisib

86

86

86

Integraal onderhoudsbestek Openbare Ruimte

336

336

336

MJP Onderhoud begraafplaatsen

60

60

60

Nieuwe taken anonimisering en publicatie

68

68

68

Toezicht energiebesparingsplicht

109

2

2

Uitbreiden formatie wijkgericht beheer openbare

172

172

172

2028

ruimte Lokale woonlasten (afval-riolen) 3. Grenzeloos Venlo

4.651

Grensoverschrijdende samenwerking

25

25

25

Public affairs

25

25

25

4. Welvarend Venlo

Ontwikkelagenda Economische Visie 2024-2030

52

52

52

Algemene middelen

Binnenhalen en binden - Arbeidsmarktpositie

163

163

163

Digitale transformatie/ digitalisering

150

150

150

Leren en ontwikkelen

145

145

145

2.215

2.108

6.759

Totaal voorstellen o.b.v. scenario van hoop

Basisstrategie én: •

Opvang volumegroei uit aanvullende middelen, geen kans op verschraling;

•

Afwegingen voorstellen uit tabel scenario van hoop begroting 2025-2028. De uitkomsten van de voorjaarsnota maken hier onderdeel van uit;

•

Meer inhoudelijke vrijheid en ruimte voor maatschappelijke opgaven: verdere inzet (incidentele) middelen voor structureel (maatschappelijk) rendement;

•

Aandachtspunt: Uitvoering;

Scenario van 'vrees' Huidige bekende situatie (geen oplossing van het Rijk) én aanvullende korting inkomsten Rijk

•

(Bij)sturen door lastenvermindering of opbrengstenverhoging: gevolg (mogelijke) aanvullende verschraling;

•

Geen (structurele) middelen beschikbaar voor uitvoering tabel scenario van hoop programmabegroting 2025-2028; 34| KADERNOTA 2026

•

Voor het maken van gefaseerde keuzes kan het noodzakelijk zijn het beschikbare (weerstands)vermogen aan te spreken.

Ontwikkeling woonlasten U heeft besloten om deze coalitieperiode de woonlasten (afvalstoffenheffing, rioolrechten, onroerendezaakbelasting) voor alle betrokkenen (eigenaren woningen, eigenaren niet woningen en huurders) op een gemiddeld gelijk niveau te houden. Hierbij is het uitgangspunt losgelaten van 100% kostendekkende tarieven voor afval en riool gedurende deze coalitieperiode en het jaar 2027. We gaven aan dat wij nadrukkelijk (blijven) kijken naar de ontwikkeling van de kosten van deze beleidsonderdelen.

In de vastgestelde (meerjaren)begroting is het uitgangspunt van 100% kostendekkende tarieven weer financieel vertaald. Vanaf 2028 stijgen de woonlasten. De afwegingen om ook vanaf 2028 stabiele woonlasten te blijven hanteren is gekoppeld aan het scenario van 'hoop'.

Budgettaire context In deze paragraaf staat de budgettaire context, waarbinnen de begrotingsvoorbereiding 2026-2029 plaatsvindt. Allereerst lichten we het financieel meerjarenperspectief toe. Vervolgens komen de belangrijkste ontwikkelingen aan de orde die invloed kunnen hebben op de begroting 2026-2029.

Financieel meerjarenperspectief Gelijktijdig met de behandeling van deze kadernota ligt er een (concept)boekwerk jaarstukken 2024. In het jaarverslag staat de beleidsmatige verantwoording (programmaverantwoording en paragrafen). Met de jaarrekening (programmarekening en balans inclusief toelichting) leggen we financieel verantwoording af. Het gepresenteerde financieel perspectief in dit hoofdstuk is bedoeld als richtinggevend kader.

De vastgestelde programmabegroting 2025 – 2028 is het uitgangspunt voor het financieel meerjarenperspectief. Het financieel kader uit de Programmabegroting 2025 - 2028 is aangevuld met: •

Verwachte inflatie loon- en prijsstijgingen;

•

Ontwikkelingen gemeentefonds;

•

De jaarschijf 2029;

35| KADERNOTA 2026

Dit resulteert in de volgende tabel: bedragen x € 1.000 Budgettair kader

2026

2027

2028

2029

-

-

-

-

A Financieel perspectief begroting 1 Financieel perspectief Programmabegroting 2025-2028 2 Autonome ontwikkelingen 2028-2029 A Totaal financieel perspectief begroting

326 -

-

-

326

B Ontwikkelingen kadernota 1 Loon- en prijsontwikkelingen a. Loonkostenontwikkeling*

-2.400 -2.500 -2.300 -2.300

b. Prijsinflatie

-8.300 -8.200 -7.800 -7.800

c. Loon- en prijscompensatie gemeentefonds

7.700

7.800

7.800

7.900

d. Vrijval reservering loon, prijs, volume ontwikkelingen

2.200

2.200

2.200

2.200

Totaal Loon- en prijsontwikkelingen

-800

-700

-100

-

Netto resultaat september en decembercirculaire 2024

2.100

1.600

1.100

700

Totaal ontwikkelingen gemeentefonds

2.100

1.600

1.100

700

B Totaal ontwikkelingen kadernota

1.300

900

1.000

700

C Financieel perspectief na kadernota

1.300

900

1.000

1.026

2 Gemeentefonds

* inclusief doorrekening loonkosten 2025 ter hoogte van € 0,5 miljoen aflopend naar € 0,4 miljoen vanaf 2029

Hierna gaan we in op de diverse onderdelen uit bovenstaande tabel:

A. Begroting vóór Kadernota A1 Stand vastgestelde begroting 2025-2028 De programmabegroting 2025-2028 laat een sluitende begroting zien.

A2 Autonome ontwikkelingen 2029 ten opzichte van 2028 In de kadernota verschijnt voor het eerst de jaarschijf 2029. Dit leidt tot een autonome aanpassing van het perspectief op basis van eerder genomen besluiten (op basis van bestaand beleid). In de kadernota werkt dit voordelig uit tot € 326.000.

Dit voordeel ontstaat vooral door de bijstelling van het gemeentefonds. De netto ontwikkeling uit de meicirculaire 2024 is € 1,573 miljoen (voordeel). Daar staat tegenover een verhoging van de reservering voor loon-, prijs en volumeontwikkeling van € 1,6 miljoen (nadeel). Bij de

36| KADERNOTA 2026

programmabegroting 2024-2027 stelde uw raad, tot en met 2028, jaarlijks € 350.000 (voordeel) beschikbaar voor de realisatie van het warmtenet Hagerhof. Van 2029 tot en met 2031 is voor de voorfinanciering van de herinrichting openbare ruimte en de waterkering Maaskade € 200.000 meer nodig dan in 2028 (totaal € 3,7 miljoen). Na 2031 lopen deze kosten geleidelijk af naar € 0. De middelen voor de WAA-medewerker bij het gemeentearchief eindigen in 2028. Dit heeft vanaf 2029 een voordelig effect van € 125.000. Overige posten leveren een voordelig effect op van € 78.000.

B. Ontwikkelingen Kadernota B1a en b Loon- en prijsontwikkelingen De inflatiepercentages voor de begroting 2026-2029 zijn gebaseerd op de ramingen van het Centraal Plan Bureau van 26 februari 2025: •

Prijsindex, prijs overheidsconsumptie netto materieel (IMOC): 2,1 %

•

Prijsindex, prijs bruto overheidsinvesteringen (IBOI): 3%

•

Loonindex: prijs overheidsconsumptie beloning werknemers: 1,8%

•

Index belastingen (exclusief onroerendezaakbelasting): gewogen gemiddelde van de prijsindex (40%) en de loonindex (60%) : 1,9% (bijvoorbeeld Parkeergelden en verblijfsbelasting)

Naast de gebruikelijke indexeringen is voor de budgetten jeugd en WMO ook rekening gehouden met de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling index (OVA). Deze bedraagt 3,94%. De Nederlandse Zorg autoriteit (NZa) leidt de voorlopig OVA index af van de cijfers van het CPB.

Nacalculatie indexering jaarschijf 2025 Net als in de kadernota 2024 en 2025 is er een nacalculatie gedaan op de ontwikkeling van de indexpercentages voor 2025. Afwijkende indexpercentages van -0,5% - 0,5% worden automatisch bijgesteld.

De IMOC voor 2025 is 2,9% (was 2,2%), de index voor belastingen is 4,9% (was 3,5%). Het verschil tussen het definitieve en voorlopige OVA indexcijfer is 0,97%.

Op basis van het investeringsbeleid wordt het budget van de kapitaallasten inflatoir bijgesteld op basis van de IBOI. In de begroting 2025 is rekening gehouden met 2%, terwijl deze nu 3,3% is. Op basis van het meest actuele Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau is de IBOI over 2025 3,3%.

Deze indexeringen (inclusief aanpassing 2025) zijn verwerkt in deze kadernota. Het onderdeel prijsinflatie bestaat daarmee uit zes componenten. 37| KADERNOTA 2026

Samengevat: bedragen x € 1.000 Prijsinflatie

2026

2027

2028

2029

Prijsindex IMOC en belastingen regulier

2.300

2.200

1.900

1.900

Doorwerking 2025 IMOC en belastingen

700

700

600

600

3.000

3.000

3.000

3.000

Extra indexatie, doorwerking 2025 OVA

700

700

700

700

Prijsindex investeringen (IBOI) regulier

1.200

1.200

1.200

1.200

Extra indexatie (IBOI), doorwerking 2025

400

400

400

400

8.300

8.200

7.800

7.800

Prijsindex OVA regulier

Totaal prijsinflatie

B1c Loon- en prijscompensatie gemeentefonds Het bedrag aan loon- en prijscompensatie vanuit het gemeentefonds van € 7,7 miljoen in 2026 en € 7,8 miljoen vanaf 2027 bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft een tranche met aanvullende loon- prijscompensatie over 2025 van circa € 1 miljoen structureel en het tweede deel de tranche loon- prijscompensatie voor het voorliggende kadernotajaar ad € 6,7 miljoen in 2026 en€ 6,8 miljoen structureel vanaf 2027.

Zoals in de raadsinformatiebrief 2024-163 "Gemeentefonds / septembercirculaire 2024" aangekondigd, levert de nieuwe financieringssystematiek die door het Rijk voor het gemeentefonds is geïntroduceerd te weinig compensatie op om de loon- prijsontwikkelingen voor de begroting 2026 en verder jaarlijks op te vangen.

B1 d Vrijval reservering loon, prijs, volume, tranche 2026 Mede gelet op de voornoemde gewijzigde financieringssystematiek is in de vastgestelde programmabegroting 2026 een reservering opgenomen van € 2,2 miljoen in 2026 oplopend naar € 9,7 miljoen structureel in 2029 voor het opvangen van loon-, prijs- en volumeontwikkelingen. Gelet op het nadelig saldo op de totale loon- prijsontwikkeling wordt de tranche 2026 van deze reservering ingezet om deel van het tekort op dit nadeel zoveel mogelijk te vangen.

B2 Gemeentefonds De uitkeringen uit het gemeentefonds zijn de grootste inkomstenbronnen van de gemeente Venlo. Periodiek worden wij geïnformeerd over de ontwikkelingen van deze uitkeringen. Dit gebeurt bij het verschijnen van de circulaires gemeentefonds van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De meicirculaire is uitgangspunt voor de (programma)begroting, de septembercirculaire is uitgangspunt voor de kadernota en de decembercirculaire maakt onderdeel uit van de jaarstukken. Op basis van de september- en decembercirculaire 2024 bedraagt het resultaat van het gemeentefonds in 2026 € 2,1 miljoen voordelig, aflopend naar € 0,7 miljoen structureel voordelig in 2029. 38| KADERNOTA 2026

Het voordelige netto resultaat wordt nagenoeg volledig gevormd vanuit ontwikkelingen in de uitkeringsbasis, met als belangrijkste onderdelen de omgevingsadressendichtheid, bedrijfsvestigingen, nieuwe definitie maatstaf lage inkomens, stijging van het aantal inwoners 75+, inwoners met migratie-achtergrond, loonkostensubsidie, bebouwing woonkernen en centrumfunctie.

Uitvoering kaders programma's Programmabegroting 2026-2029 Algemeen De budgettaire context is opgesteld aan de hand van de eerder genoemde ontwikkelingen. Er is geen rekening gehouden met 'gewijzigd' beleid en/of voorstellen, het is immers een Kadernota. 'Bestellingen' die door uw raad gedaan zijn en worden voorgelegd na deze kadernota kunnen, afhankelijk van de besluitvorming, van invloed zijn op het gepresenteerde financieel meerjarenperspectief. Het (financieel) kader en de geformuleerde begrotingsregels zoals verwoord in het hoofdstuk 'Inhoudelijke en financiële kader' is het kader dat gehanteerd wordt bij de verdere uitwerking in de begroting 2026-2029.

Ontwikkelingen buiten financieel perspectief (2030) Bij vaststelling van de programmabegroting 2022-2025 heeft uw raad € 40.000 voor de vierjaarlijkse gemeentelijke verkiezingslasten aan de griffie beschikbaar gesteld. In 2026 en 2030 zijn verkiezingen gepland en is dit budget beschikbaar. Op basis van de vastgestelde begroting zijn buiten de verkiezingen geen andere ontwikkelingen voor de jaarschijf 2030.

Omslagrente, bespaarde rente en de disconteringsvoet grondexploitaties: Volgens de BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) moet de omslagrente worden gebruikt voor de toerekening van rentelasten over investeringen. Vanaf begrotingsjaar 2025 gebruiken we deze omslagrente ook voor het rentetarief van de grondexploitaties. De hoogte van de omslagrente hangt af van enkele parameters, zoals de begrote rentelasten en -inkomsten en de inschatting van enkele balansstanden per 1 januari 2026. Voor een nauwkeurige inschatting berekenen we dit percentage definitief op basis van input gedurende het begrotingsproces. In de kadernota hanteren we voorlopig onderstaande bandbreedte. De disconteringsvoet voor de berekening van de contante waarde voor een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties is voor alle gemeenten bepaald op 2%. Dit percentage is gelijk aan het maximale meerjarige streefpercentage van de Europese Centrale Bank (ECB) voor inflatie binnen de Eurozone. Hetzelfde uitgangspunt geldt voor de bespaarde rente. Omslagrente

: 1,75% - 2,25%

Bespaarde rente

: 2,00%

Disconteringsvoet grondexploitaties

: 2,00%

39| KADERNOTA 2026

Kaders per programma Algemeen In dit hoofdstuk staat per programma de ambitie, de relevante ontwikkelingen, de opgaven en de verwachte begrotingsvraagstukken.

De programma’s hangen onderling inhoudelijk sterk samen. Veel thema’s komen terug in meerdere programma's.

40| KADERNOTA 2026

Programma 1 Gezond en actief Venlo Algemeen Het beleidskader Fier op Venlo is samen met de strategische visie Venlo 2040 de basis voor beleidsontwikkelingen in het maatschappelijk domein. De ambitie van dit programma is dat onze inwoners (zoveel mogelijk) vitaal, gezond en zelfredzaam zijn. Preventie is een speerpunt binnen het programma. De sociale basis is het ankerpunt van deze aanpak. Het Addendum Fier op Venlo, dat we in 2025 aan de raad voorgelegen, zal de kaders voor de komende jaren verder inkleuren. De sociale basis is een randvoorwaarde voor de transformatie in het sociaal en het zorgdomein. Dit werken we uit in bijvoorbeeld 'stevige lokale teams', zoals benoemd in de Hervormingsagenda en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Deze teams gaan gezinsgericht en integraal werken en zelf (lichte) hulpverlening bieden. De landelijke dynamiek voor migratiebeleid is ook in Venlo voel- en zichtbaar. Het opvangen en huisvesten van meer statushouders, internationale werknemers en ontheemden heeft impact op veel thema's. Denk aan wonen, meedoen (werk & inkomen), zelfredzaamheid (zorg) en ontplooiing (onderwijs).

Gezond en Vitaal Inzet op preventie Preventie is een speerpunt binnen het programma. De sociale basis is het ankerpunt van deze aanpak. Het Addendum Fier op Venlo zal de kaders voor de komende jaren verder inkleuren. De sociale basis is een randvoorwaarde voor de transformatie in het sociaal en het zorgdomein. Dit werken we uit in bijvoorbeeld 'stevige lokale teams', zoals benoemd in de Hervormingsagenda en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Deze teams gaan gezinsgericht en integraal werken en zelf (lichte) hulpverlening bieden. Ook betrekken we hier de implementatie van de doorbraakmethode bij. Verder hebben we, in het kader van preventie, aandacht voor onze kwetsbare doelgroepen. In 2026 willen we een pilot starten waarin we sport- en beweeginterventies inzetten om ouderen vitaler te houden, zodat er minder ondersteuning vanuit WMO voorzieningen nodig is. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) loopt af. Gemeenten zijn in gesprek met het Rijk over een passend vervolg.

Bevorderen van sport en bewegen We zien steeds meer behoefte bij (sport)verenigingen aan professionele ondersteuning. We onderzoeken hoe we hen hierin kunnen blijven ondersteunen. Het aantal subsidieaanvragen van sportverenigingen overstijgt het subsidieplafond. We zien dat steeds meer sportverenigingen met de subsidie sport een bijdrage leveren aan de gemeentelijke sportvisie.

41| KADERNOTA 2026

Implementatie sportaccommodatievisie Voor de implementatie van de sportaccommodatievisie zetten we vooral in op het uitvoeren en afronden van de gestarte projecten. Zo moet in 2026 de nieuwe blaashal van Hockeyclub Delta Venlo operationeel zijn en ronden we de herontwikkeling van sportkern Herungerberg en de bouw van nieuwbouw zwembad de Wisselslag af. Met het nieuwe zwembad de Wisselslag gaan we vanaf 2026 ook werken met een nieuwe exploitatie en ondernemingsplan. We starten met de bouw van de nieuwe sporthal Gulick op sportpark Bakenbos. Daarnaast doen we verder onderzoek naar de toekomst van sportpark Merelweg. In dit kader loopt een breder haalbaarheidsonderzoek naar een MFA Keulse Barrière.

We krijgen daarnaast ook mogelijk te maken met een aantal vervangingsinvesteringen. Het Buitenbad Venlo is verouderd. Op het moment van het opstellen van de kadernota is nog onduidelijk hoe de toekomst van het buitenbad uitziet. In 2025 zal de raad een besluit nemen over de toekomst.

Ontplooiing In 2026 werken we verder aan doorgaande leer- en ontwikkellijnen en ondersteuningslijnen. Hiervoor loopt een meerjarige programma "Gelijke kansen door duurzame samenwerking" en het programma "Aanpak voortijdig schoolverlaters (vsv)". Deze programma’s staan met elkaar in verbinding en versterken elkaar.

Aanpak Gelijke kansen door duurzame samenwerking Binnen de aanpak Gelijke kansen door duurzame samenwerking werken we met vier kernthema’s: taal, gezondheid, leefbaarheid/veiligheid en onderwijsontwikkeling, die zowel school als omgeving/wijk raken en betrekken.

Aanpak voortijdig schoolverlaters (vsv) In het programma Aanpak VSV werken gemeenten en onderwijsbesturen in Noord- en MiddenLimburg intensief samen. Onze gezamenlijke doelstelling is dat jongeren of op school zitten of aan het werk zijn, of jongeren zijn bezig met het doorlopen van een route richting onderwijs/(passend) werk. Een belangrijke verandering is dat het regionaal VSV programma vanaf 2026, met de invoering van de wet Van school naar duurzaam werk, wordt verbreed met het arbeidsmarktdomein. Hierdoor worden de aanpak voor het tegengaan van voortijdig schoolverlaten en de overgang van school naar werk één regionale aanpak voor jongeren van 12 tot 27 jaar (was 23 jaar).

Passend onderwijs De behoefte aan (voortgezet) speciaal onderwijs is de afgelopen jaren in Venlo toegenomen. Dat leidt tot wachtlijsten op verschillende scholen. Tot en met 2025 hebben wij met inzet van incidenteel beschikbare financiële middelen (voorbeeld: Nationaal Programma Onderwijs- middelen) samen met onderwijspartners maatwerkoplossingen aangeboden voor jongeren die dreigden vast te lopen of vastgelopen waren. 42| KADERNOTA 2026

Nieuwkomersonderwijs Wij volgen nauwlettend de behoeften/ontwikkelingen rondom nieuwkomersonderwijs. Als het nodig is pakken we dat in samenspraak met onze onderwijspartners (kinderopvang, onderwijs (PO-VO-SOMBO) aan.

Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) In afstemming met het onderwijs en kinderopvang wordt vanuit de aanpak kansrijke start gewerkt aan het verkleinen van de onderwijsachterstanden in onze gemeente. Hierbij wordt ingezet op het versterken van de pedagogische basis en het versterken van het aanbod van ondersteuning op scholen. Om problemen vroeg aan te pakken en klein te houden richten we ons ook hier op een preventieve aanpak.

Onderwijshuisvesting In 2026 gaan we verder met de plannen in het Integraal Onderwijshuisvestingsplan 2024-2038. De prognoses laten een voorzichtige stijging van leerlingaantallen zien. We gaan voor krachtige kindcentra. Die zijn bedoeld als plek waar diverse partners op het gebied van onderwijs/ondersteuning/zorg/veiligheid elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken. In 2026 gaat het om de voortgang van de realisatie van kindcentrum de Meule (Fortior) en het openbaar kindcentrum de Harlekijn (Akkoord PO), in verbinding met de Klingerbergschool. Verder gaat het om de totstandkoming van MFC Hout-Blerick inclusief basisschool de Springbeek en kinderopvang. Nieuwe onderwijshuisvestingsprojecten die worden opgestart in 2026 zijn de ingrijpende renovatie van Kindcentrum PassePartout (Kerobei) inclusief de inpassing van SBO de Lings en de bouw van de nieuwe praktijkschool Wildveld in combinatie met VSO de Velddijk. Verder wordt er onderzoek gedaan naar de behoefte naar (tijdelijke) uitbreiding van de openbare basisscholen de Koperwiek en Maasveld.

Meedoen Met de programmalijn Meedoen willen we dat inwoners naar vermogen mee kunnen doen. Kerntaak van de programmalijn is om te zorgen dat inwoners in staat gesteld en uitgenodigd worden om optimaal en naar vermogen mee te doen.

Geldzorgenbeleid Het herijkte geldzorgenbeleid voeren we verder uit op basis van de door u vastgestelde kaders. Met het beleidskader Geldzorgen zetten we forse stappen op de Participatiewet in Balans. Deze wet treedt waarschijnlijk vanaf 2026 in werking. Hiermee wordt de wetgeving voor het vangnet van het sociale voorzieningenstelsel - na de kinderopvangtoeslagenaffaire - meer passend bijgesteld op elementen als menselijke maat en maatwerk. Binnen het uitvoeringsplan Geldzorgen zitten al veel elementen die door de Participatiewet in Balans binnenkort wetgeving worden. 43| KADERNOTA 2026

Gemeenschapsaccommodaties In 2023 is het beleidskader 'Koers Gemeenschapsaccommodaties Venlo 2023-2033' vastgesteld. We werken vanuit deze koers aan plannen voor de ontwikkeling van locaties zoals De Haandert, D'n Dörpel, De Zuidpilaar, Muspelheim en een nieuwe gemeenschapsaccommodatie in Venlo-Oost.

Sociale Basis Zes jaar geleden herijkten we het welzijnswerk en de regie op de sociale basis. Het middelpunt hiervan was de aanbesteding Sociale Basis en de aanbesteding die daaruit volgde. Er is inmiddels een grondige evaluatie en een planning en proces voor een toekomstbestendig ingerichte sociale basis en bijpassende opdrachtverstrekking. We kijken hierbij vooral naar de effectiviteit van de verschillende activiteiten en leggen nog meer de nadruk op preventie.

Sociale cohesie: Buurten Met Talent Een onderdeel van Fier op Venlo is inzet op de kracht van verbinden en van ontwikkelen. Buurten Met Talent (BMT) ondersteunt en stimuleert in de buurt het ontwikkelen en verbinden van talenten. BMT brengt mensen bij elkaar en laat daar nieuwe saamhorigheid en kansen uit ontstaan.

Inclusie Agenda De lokale Inclusie Agenda is vastgesteld voor 2024 tot en met 2028. We blijven, ook in 2026 en verder, samen met diverse maatschappelijke partners, aan de slag met de uitvoering daarvan.

Werk & Inkomen Eerder hebben we de lijn ingezet om te focussen op procesoptimalisatie bij het aanvragen van een bijstandsuitkering en meer casusregie voor inwoners met meervoudige en/of complexe vraagstukken. In 2026 gaan we daar intensief meer verder. Daarmee zorgen we ook dat er steeds meer passende en maatwerk-ondersteuning en aandacht is voor de inwoners die al lang een uitkering hebben. Jeugdwerkloosheid We blijven bijzondere aandacht houden voor de aanpak jeugdwerkloosheid. Dit doen we in nauwe samenwerking met de programmalijn Ontplooiing. De nieuwe wetgeving 'Van school naar duurzaam werk' treedt in 2026 in werking. Daarom werken we toe naar een steeds betere en sluitende verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarktbeleid.

Arbeidsmarktregio Landelijk gaan we naar een herstructurering van de arbeidsmarktregio’s. De geplande ingangsdatum van de gewijzigde wet- en regelgeving is 1 juli 2026. Sinds 2025 wordt er al gewerkt met een Regionaal Beraad. Hiermee liepen we al vooruit op definitieve wetgeving. Naast de landelijke opdracht voor herijking van de governance voor arbeidsmarktregio's, was er ook regionaal de wens voor een efficiëntere en effectievere inrichting van onze arbeidsmarktregio. Landelijk is 2025 en de eerste helft van 2026 een overgangsperiode waarin oude structuren omgezet worden naar een 44| KADERNOTA 2026

nieuwe structuur, financiële routes heringericht en wordt de inhoudelijke agenda bepaald. Deze aanpassingen gaan leiden tot een regionale visie van de arbeidsmarkt Noord Limburg vanuit het perspectief van brede welvaart en brede inzetbaarheid.

Zelfredzaamheid Zorg en ondersteuning De focus ligt op het waarborgen van toegankelijke en kwalitatieve zorg en ondersteuning.

Zelfstandig opgroeien, zo nodig met ondersteuning De Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming zijn twee landelijke programma’s. Deze gaan veel invloed hebben op het Venlose jeugdbeleid. In beide programma's wordt gesproken over “stevige lokale teams” die gezinsgericht en integraal gaan werken. Deze ontwikkeling onderzoeken we nader om de consequenties in kaart te brengen. Hervormingsagenda Jeugd De Hervormingsagenda Jeugd heeft 2 doelen: •

Zorgen dat kinderen en gezinnen passende hulp krijgen, met de juiste deskundigheid, op de juiste tijd, op de juiste plek, waarbij eigen regie en samenwerking leidende principes zijn

•

Een beheersbaar en (financieel) houdbaar stelsel, ook op de lange termijn.

In 2026 gaan we door met de implementatie van deze agenda.

Begin 2025 constateerde een Deskundigencommissie van het Rijk (Rapport van Ark) en de VNG dat doorgaan op de huidige weg van de Hervormingsagenda niet genoeg is voor een goed werkend, beter beheersbaar en financieel houdbaar jeugdstelsel. De deskundigencommissie onderschrijft de signalen van gemeenten dat het beschikbare budget ontoereikend is. Ook is ze het eens dat de beoogde maatregelen niet zullen leiden tot de besparing zoals de Rijksoverheid voor ogen heeft. Kortom, het beschikbare budget voor jeugdzorg is ook in 2026 niet toereikend. Als we sturen op het beschikbare budget dan moeten we rigoureuze en onorthodoxe keuzes maken. Denk aan het stopzetten van alle niet-wettelijke taken, met name preventie, het snijden in het jeugdzorgaanbod, het laten oplopen van wachtlijsten en strikt sturen op budgetplafonds van toepassing kunnen zijn.

De afgelopen jaren zijn de kosten voor jeugdzorg gestegen. Ook in 2026 zal dit zich verder voortzetten. Dit komt onder meer door hogere tarieven vanwege gestegen CAO-lonen en de bekostigingssystematiek in de nieuwe inkoop vanaf 2026. Door de transformatie van de jeugdzorg die in gang gezet is verder te versterken, moeten we opnieuw kijken hoe we willen dat ons zorglandschap er uit gaat zien. Bijvoorbeeld het aantal behandel- en woonplekken en ambulante alternatieven. Hierbij maken we gebruik van de aanbevelingen van de taskforce duurzaam zorglandschap Limburg.

45| KADERNOTA 2026

Met het programma Kansrijke Start, mede gefinancierd uit de onderwijsachterstandenbeleid middelen (OAB-middelen) realiseren we mooie resultaten voor onze inwoners. De interventies raken een brede doelgroep en zijn wetenschappelijk effectief bewezen. We zijn met onze regionale ketenaanpak landelijk koploper. Ook gaan we de samenwerking met de jeugdgezondheidszorg verkennen. We willen zorgen voor een doorlopende lijn en kinderen en gezinnen blijven volgen.

Gecontracteerd aanbod De afgelopen jaren werden de kosten voor jeugdzorg meer. Ook in 2026 zal dit zich verder voortzetten. Dit komt onder meer door hogere tarieven vanwege gestegen CAO-lonen en de stijging van de zorgzwaarte. Door de transformatie van de jeugdzorg die in gang gezet is verder te versterken, moeten we opnieuw kijken hoe we willen dat ons zorglandschap er uit gaat zien. Bijvoorbeeld het aantal behandel- en woonplekken en ambulante alternatieven.

Geweld in Afhankelijkheidsrelaties Op basis van de nieuwe regiovisie met uitvoeringsprogramma “Samen voor Veilig” streven we naar een versterking van de regionale aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Hoofddoelen zijn: preventie, vroege signalering en geïntegreerde hulpverlening.

46| KADERNOTA 2026

Programma 2 Leefbaar Venlo Dienstverlening In 2025 hebben we de processen in onze dienstverlening geüniformeerd en de uitstraling gelijkgetrokken met bijvoorbeeld Mijn Inkomen. Vanaf 2026 ontwikkelen we dit verder door naar een Mijn Venlo omgeving. Hier komen steeds meer producten, diensten en processen beschikbaar. Dit willen we ook bieden voor de inwoners die digitaal een product/dienst willen aanvragen. We kijken per product, dienst of proces of dit mogelijk is. We volgen gemeenten die hier al verder mee zijn. We beseffen dat er producten, diensten en processen zijn die niet in één digitaal loket te vangen zijn. We sluiten in 2026 aan bij het landelijk initiatief overheidsbrede overheid. Samen met andere overheidsinstanties (zoals de Belastingdienst, CAK, IND, DUO, UWV, et cetera) richten we een loketfunctie in voor niet-zelfredzame burgers. Via dit loket kan een casemanager problemen/vragen integraal oppakken. Hij heeft een directe lijn met de betrokken overheidsinstanties/uitvoeringsorganisaties. De uitvoering valt onder het programma Gezond en Actief, en past ook binnen de opgave om onze dienstverlening te professionaliseren. Iedereen die zich legaal in Nederland vestigt, moet worden ingeschreven in de Basis Registratie Personen (BRP). Voor statushouders is sinds 2015 bestuurlijk / landelijk afgesproken dat de BRPinschrijving wordt gedaan door 4 aangewezen gemeenten.

Zij hebben hiervoor een zogenaamde ‘BRP-straat’ ingericht. Ze werken nauw samen met de IND en het COA. Inmiddels zijn er forse achterstanden en wachten veel mensen (te) lang op een Burgerservicenummer. Dit verhindert de doorstroom naar werk en een woning. Er zijn dus extra BRP-straten nodig. In de loop van 2025 sluiten twee extra gemeenten aan. Ook Venlo heeft vanuit de Provincie Limburg en het ministerie van BZK een verzoek gekregen. Onderzocht wordt of we dit kunnen combineren met het huidige RNI loket (Registratie Niet Ingezetenen). De eventuele startdatum is 1 januari 2026. Vanuit het Rijk is hiervoor kostendekkende financiering beschikbaar via een extra structurele uitkering vanuit het Gemeentefonds.

Openbare orde en veiligheid We gaan in 2026 verder met de uitvoering van ons integraal veiligheidsbeleid (IVB) Aanpakken (2023 tot en met 2026). De prioriteiten voor deze periode zijn maatschappelijke onrust en overlast, ondermijnende criminaliteit, digitale criminaliteit en cybercrime. Voor informatiegestuurd werken namen we in 2026 privacyafwegingen in onze werkprocessen op en zijn eventuele privacyrisico’s in beeld. Hiervoor worden maatregelen genomen om te komen tot een acceptabel niveau. Onze werkprocessen worden ondersteund met een applicatie die gericht is op veiligheidscasuïstiek. Deze applicatie voldoet aan de vereiste informatiebeveiliging standaarden. De gegevens binnen deze applicatie worden veilig verwerkt. Door deze applicatie is het ook mogelijk om beter en sneller dan voorheen informatie te analyseren. Zo krijgen we sneller signalen en kunnen we onze handhavingscapaciteit gerichter inzetten. De overlast in de binnenstad en andere Venlose wijken van met name daklozen, waaronder ook (ex-) internationale werknemers, blijft onze aandacht vragen. Stevige preventieve en repressieve 47| KADERNOTA 2026

maatregelen en aansluiting op zorg blijven nodig. Zo kunnen we de problematiek in het stadscentrum en in de wijken beheersbaar krijgen. Onze initiërende en regisserende rol blijft in 2026 het zelfde. Ook voor de maatschappelijke opvang in Venlo Noord, het AZC in Venlo Oost en de Beerendonck in het centrum is aansluiting op zorg en participatie met veiligheidsmaatregelen aan de orde. We doen mee aan Preventie met Gezag. Hiermee willen we voorkomen en terugdringen dat jongeren in de jeugdcriminaliteit komen. Het is een ingrijpend programma dat de gelijke kansen voor de jeugd in Venlo vergroot en versterkt. Voor de aanpak van jeugdcriminaliteit moeten we intensief en integraal samenwerken met interne en externe professionals uit zorg, veiligheid en onderwijs. De Wet Goed Verhuurderschap heeft als doel het beschermen van huurders, waaronder internationale werknemers, tegen uitbuiting en het voorkomen van ongewenste verhuursituaties. We stellen de gemeenteraad in 2025 voor om de verhuurvergunning voor verblijfsruimte van arbeidsmigranten in 2026 in te voeren. Naast en samen met de partners uit de strafrechtketen moeten we zorgen voor een modern drugs (gerelateerd) beleid. Dit zorgt dat we opgewassen zijn tegen de uitdagingen op het vlak van overlast en criminaliteit. Dat betekent dat we ons coffeeshop-, Damocles- en handhavingsbeleid gaan actualiseren.

Wijken als Vastenavondkamp, Venlo Oost-Zuid en Venlo Zuid hebben een intensievere integrale aanpak nodig dan andere wijken. Juist in die wijken zetten wij een tandje bij. Dat doen we in de vorm van proactieve, preventieve en repressieve maatregelen en de deelname aan overleggen met professionals en bewoners. Tenslotte, gezien het huidige geopolitieke klimaat gaan we steeds meer anticiperen op militaire dreiging en het vergroten van onze (maatschappelijke) weerbaarheid.

Wonen De aanpassing op de Wet versterking regie volkshuisvesting biedt meer ruimte om de woningbouwopgave op regionaal niveau te bezien. Het aangepaste wetsvoorstel geeft overheden – Rijk, provincies én gemeenten – meer instrumenten om gezamenlijk te sturen op hoeveel, waar en voor wie er gebouwd wordt. Met de toegenomen landelijke bouwopgave – die inmiddels ruim boven de 900.000 woningen ligt – neemt de noodzaak voor een integrale en regionale aanpak verder toe. Na het sluiten van de woondeal 2023-2024 werken we aan de woondeal voor de periode 2025-2030.

Op basis van de in 2025 vastgestelde Omgevingsvisie zetten we in op de grootschalige gebiedsopgaven en op verdichting in het bestaand stedelijk gebied door herstructurering en transformatie en mogelijkheden voor uitbreiding in de dorpen. Samen met de Provincie Limburg, het Rijk en andere gemeenten wordt gewerkt aan een tweetal grote woningbouwprogramma's: 'Limburg Centraal' (intensivering spoorzones) en ‘Straatje Erbij’ (intensivering dorpsontwikkeling, zoals in Velden en Lomm). We pakken meer regie op de woningbouwopgave door aan de voorkant heldere uitgangspunten te formuleren die als leidraad dienen voor scherpere en doelgerichtere gesprekken met woningcorporaties en ontwikkelaars. We willen meer zicht krijgen op de programmering op wijk- en 48| KADERNOTA 2026

buurtniveau, in aansluiting op de gebiedsprofielen uit de Omgevingsvisie, en zodoende de veerkracht en flexibiliteit van onze woonomgeving versterken. Bovendien is er aandacht voor de regie op andere thema’s die voor de realisatie van de woningbouwopgave van cruciaal belang zijn, zoals energieinfrastructuur, mobiliteit, klimaatadaptatie en groenvoorziening. Een integrale sturing op alle doelgroepen en randvoorwaarden is essentieel om tot een gedegen programmering te komen.

Als laatste zetten we in op kennisdeling, inspiratie en innovatie om de woningbouw zowel te realiseren als te versnellen. Dit doen we intern door de belangrijkste stakeholders actief te betrekken. En extern via regionale versnellingstafels. Daarnaast zien we kansen om onze monitoring te optimaliseren, zodat we vanuit onze ambitie alle ontwikkelingen nauwgezet kunnen volgen en op elkaar kunnen afstemmen. Het actief presenteren en vermarkten van de Omgevingsvisie is daarbij een speerpunt om de juiste ontwikkelaars te enthousiasmeren voor alle kansen in de gemeente Venlo. Met behulp van actief grondbeleid kunnen we kansen benutten en knelpunten oplossen om de opgave een impuls te geven, de ruimtelijke kwaliteit van de stad te verbeteren en daarmee het economische vestigingsklimaat versterken.

Omgeving Versterking van de ruimtelijke kwaliteit blijft belangrijk. Dit hangt samen met identiteit, oriëntatie, een gezonde leefomgeving en vestigingsklimaat. In 2025 wordt de Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is de richting opgenomen voor een kwalitatief hoogwaardige verstedelijking én vergroening van het centraal stedelijk gebied. Behoud van cultureel erfgoed. Versterking van de woon- en leefomgeving in wijken en dorpen. Herstructurering en uitbreiding van bedrijfsterreinen. Behoud van landschappelijke kwaliteit en het ontwikkelen van robuuste natuurwaarden in het buitengebied en de uiterwaarden. Ruimte voor het inpassen van de klimaatopgave en de energietransitie. In 2026 vertalen we dit concreet in een uitvoeringsagenda met bijbehorend instrumentarium en het Omgevingsplan.

Voor een gebiedsdekkend Omgevingsplan moeten we de 'oude' vigerende bestemmingsplannen omzetten naar de nieuwe systematiek. Om dit de komende jaren voortvarend te kunnen oppakken hebben we vier bureaus geselecteerd die ons daarbij ondersteunen. De effecten van de Omgevingswet worden snel zichtbaar. Onze inwoners (initiatiefnemers) vragen om extra dienstverlening. De Omgevingswet heeft lang niet alles eenvoudiger gemaakt. Dit merken we in de begeleiding van initiatieven, het behandelen van vergunningaanvragen en de naleving van regels.

De grootschalige opgave 'Van station tot station', krijgt vorm en inhoud via de samenwerking met de 5 andere grote steden en de provincie Limburg in het overkoepelende project Limburg Centraal. De verdichting van de stationsomgeving levert een bijdrage aan de woningbouw- én de economische opgave van stad en regio. Verbindingen zijn daarbinnen cruciaal, zoals een passerel over het spoor om het middengebied te verbinden met het station, een nieuwe brug over de Maas om de centra van Venlo en Blerick met elkaar te verbinden, een herinrichting van de stadsas om het Flujasplein, Markt 49| KADERNOTA 2026

en Nolensplein te verbinden vanuit een functionele en kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte. De integrale herstructurering 'Vastenavondkamp' wordt 1 van de 6 wijken binnen de wijkgerichte aanpak van de provincie Limburg. Samen met woningcorporatie Wonen Limburg gaat de aanpak ven de Geresstraat een nieuwe fase van uitvoering in. Voor het gebied 'Keulse Barrière' is een bouwstenen concept ontwikkeld om de betekenis van het gebied zelf en de betekenis van het gebied voor de stad als totaal te versterken. Het ontwikkelt zich daarmee tot een visitekaartje van Venlo; samen genieten, leren, (top)sporten, leven en ondernemen in het groen.

Binnen de gemeenschappelijke regeling RUD Limburg Noord werken de 15 Noord-Limburgse gemeenten en Provincie Limburg samen in de uitvoering van met name de wettelijke milieutaken. Bijvoorbeeld het milieutoezicht op bedrijven. Na het onderzoeksrapport van de commissie Van Aartsen (‘Om de Leefomgeving’) is in 2021 met een landelijk programma ter versterking van het stelsel van omgevingsdiensten in Nederland gestart. Er zijn zes pijlers uitgewerkt voor de versterking van het VTH-stelsel en versteviging van de omgevingsdiensten. Het gaat onder andere om robuustheidscriteria, waaraan alle omgevingsdiensten in Nederland moeten voldoen. Dit gaat bijvoorbeeld over de omvang van de omgevingsdienst en het percentage personeel in vaste dienst. Om hieraan te kunnen voldoen is in 2024 de keuze gemaakt om te onderzoeken hoe de RUD Limburg Noord omgevormd kan worden naar een Omgevingsdienst die in 2026 voldoet aan de landelijke robuustheidscriteria voor de milieu uitvoeringstaken. In 2025 werken we een bedrijfsplan uit voor deze nieuwe robuuste Omgevingsdienst Limburg Noord. Pas dan zal inzichtelijk worden wat de structurele consequenties en risico’s op personeel, organisatorisch of financieel vlak zijn. Hierover wordt in de 2e helft van 2025 een besluit genomen door de gemeenteraden.

Voor Wijkgericht Werken worden de werkprocessen in kaart gebracht en waar nodig worden nieuwe werkprocessen vastgesteld om de overheidsparticipatie beter te borgen in de organisatie. Hiermee wordt invulling gegeven aan ambities van deze coalitie om burgerbetrokkenheid te verstevigen en te faciliteren. Daarnaast heeft burgerparticipatie ook onze volle aandacht: hoe betrekken we onze inwoners bij onze projecten en bij beleidsontwikkeling. De wijkoverleggen en dorpsraden blijven belangrijke partners bij onze participatie in en communicatie met de wijken. Elke buurt, elke kern, elke wijk heeft zijn eigen, unieke karakter. Dit vraagt om een specifieke aanpak per wijk. In het wijkgericht werken ligt de nadruk op het werken vanuit de kracht van inwoners en de kracht van wijken. Dit zien we ook terug in een groeiend aantal dorpen en wijken dat een agenda of toekomstvisie voor hun eigen dorp of wijk opstelt, zoals in ‘t Ven, Arcen, Boekend, Belfeld en HoutBlerick. Daar waar nodig en gewenst ondersteunen en faciliteren inwoners/organisatie bij aan het bouwen van vitale gemeenschappen. Dit college heeft voor de jaren 2023-2025 budget Micro-initiatieven in de begroting opgenomen om op een snelle en flexibele manier te kunnen reageren op vragen of initiatieven van groepen bewoners en hieraan uitvoering te kunnen geven.

Dit versterkt het eigenaarschap voor de eigen leefomgeving en stimuleert mensen om aan de slag gaan voor de eigen buurt. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan overheidsparticipatie. Het uiteindelijke doel is dat de organisatie binnen bestaande budgetten 50| KADERNOTA 2026

en (vernieuwde) werkprocessen beter in staat wordt te anticiperen in het kader van overheidsparticipatie.

De wateropgave raakt ons op alle fronten. Klimaatverandering, verstedelijking en veranderingen in landbouw en natuur zetten ons watersysteem onder druk. Door steeds extremer weer krijgen we vaker te maken met droogte en wateroverlast. Terwijl de beschikbaarheid van schoon en voldoende (drink)water niet langer vanzelfsprekend is. Zonder een robuust watersysteem komen bijvoorbeeld investeringen in woningbouw, bedrijventerreinen en duurzame landbouw in de knel. Samen met het Waterschap werken we aan een duurzaam en veerkrachtig watersysteem. Onze verantwoordelijkheid ligt primair bij de afvoer van het stedelijk afvalwater en het verwerken van regenwater. Het is nodig om woonwijken en bedrijventerreinen te vergroenen, ontstenen en vernatten om hitte en wateroverlast op te vangen. Natuurlijk blijven we ook samen met het waterschap werken aan het verbeteren van de hoogwaterveiligheid. Dit doen we met de lopende dijkverbeteringsprojecten en gebiedsontwikkelingen. We ondersteunen het Waterschap bij het prioriteren van de Trajectaanpak Maas 2050 in het landelijk Hoogwaterbeschermingsprogramma. We willen de meekoppelkansen benutten bij projecten als het kazerneterrein, de ontwikkelingen in Venlo Noord en het middengebied. We volgen de ontwikkelingen op rijksniveau, zoals het aanscherpen van de Beleidslijn grote rivieren en het onderzoek of extra binnendijkse reserveringen nodig zijn.

We willen ook in de toekomst onze inwoners en bedrijven te (blijven) beschermen tegen hoogwater. Steeds vaker raken de HWBP-projecten onze eigen stedelijke ontwikkelingsprojecten zoals Maaskade, Vierwaarden, Kazerneterrein en Hout Blerick. En dringen daarmee diep in de maatschappelijke en economische functionaliteit van onze stad. Dit vereist een steeds intensiever samenspel met andere overheden om de fasering en kwaliteit van de uitvoering in de pas te laten lopen met onze eigen stedelijke ambities.

In 2026 gaan we verder met het actualiseren van het erfgoedregister en het wegwerken van achterstallig onderhoud van onze eigen gemeentelijke monumentale objecten.

We zetten in op een duurzame en circulaire afvalverwerking. Dit betekent dat we afval allereerst proberen te voorkomen en vrijkomende afvalstromen optimaal scheiden en verwerken. De komende tijd ligt de focus op de uitvoering van het afvalbeleid. Het Grondstoffenplan is hiervoor onze basis. Monitoring geeft ons (cijfermatig)inzicht in de huidige afvalstromen. Zo weten we waar toekomstige verbetermogelijkheden liggen. Ook voor onze inwoners ligt er een rol. Daarom stimuleren we gedragsverandering bij inwoners met gerichte communicatie en participatie. Uitgangspunten hiervoor zijn: kennis vergroten, gemak vergroten en weerstand verkleinen. Dit doen wij bijvoorbeeld door het optimaliseren van de inzamelmiddelen, om afvalscheiding efficiënter en gebruiksvriendelijker te maken. PMD (laagbouw en hoogbouw), textiel en GFT/E zijn hierbij de belangrijkste afvalstromen. Vanaf 2026 is de intentie om te starten met het huis aan-huis ophalen van huishoudelijk afval in eigen beheer. We doen dat vanaf onze eigen locatie aan de Hulsterweg met eigen vuilniswagens en eigen 51| KADERNOTA 2026

personeel. We onderzoeken hoe, waar en wanneer we in de toekomst ons volledige wagenpark inclusief vuilniswagens kunnen elektrificeren inclusief de benodigde oplaadfaciliteiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/888/documents/22428