CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

381324 Bijl02. OER Omgevingsvisie Venlo 2040.pdf

Raadsvergadering 15 mei 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 2.3: Omgevingsvisie Venlo 2040 (381324)29.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

ontwikkeling van een hoogwaardige sportlocatie De gemeente Venlo richt zich volledig op duurzame en toekomstbestendige economische groei, en ontwikkelt zich verder tot een sterke economische speler, zowel regionaal als bovenregionaal. Hiervoor is nog ruimte nodig. Deze ruimte reserveert de gemeente dan specifiek voor haar lokale en regionale MKB. Geen ontwikkeling van nieuwe Trade Ports of grootschalige logistiek (percelen >5 ha), om ’verdozing’ van het landschap tegen te gaan

De gemeente pakt de herstructureringsopgave op de bestaande bedrijventerreinen op. Deze opgave betreft 79 hectare. Daarbij zet de gemeente kwalitatieve kaders voor deze bedrijfsruimte op, zodat ze meer kan sturen om het juiste bedrijf op de juiste plek te krijgen.

Op werklocaties met een lage milieucategorie wordt de combinatie gemaakt met woonwerklocaties; een gemixt stedelijk milieu Conform de Havenvisie kiest de gemeente voor de havenontwikkeling en ontwikkelt een

strategische locatie – met onder meer de bestaande railterminal en binnenvaart containerterminal – als multimodaal knooppunt voor duurzaam vervoer van goederen Daarnaast reserveert de gemeente beschikbare / vrijkomende ruimte voor bedrijven in de

 

circulaire economie en watergebonden bedrijvigheid, dit gaat om circa 10-12 hectare Via dit spoor wordt er heel stevig geïnvesteerd in regionale bereikbaarheid De komst van hoogwaardige mobiliteitshubs rond OV-knooppunten (Venlo, Blerick, Tegelen)

en parkeergarages draagt bij aan de modal shift. Ook de lokale bereikbaarheid wordt verbeterd, zowel voor de dorpen als de bedrijventerreinen De toekomstbestendige groei is deels technologisch gedreven

 

Duurzame energieopwek gebeurt binnen dit spoor vooral geclusterd en doelgericht, gekoppeld aan werklocaties De bestaande bedrijfsactiviteiten worden versneld verduurzaamd. De gemeente kiest voor

zonne-energie op grote bedrijfsdaken, de ontwikkeling Clean Energy Hubs en Local Energy Hubs, de inzet op regionale en nationale energie-infra projecten Opgaven op het gebied van water, landschap en klimaat worden ook opgepakt vanuit een technisch perspectief. Om de hoogwaterveiligheid van de gemeente te borgen, worden nieuwe en innovatieve dijkversterkingsprojecten aangewend

Deze sporen zijn bedoeld om het denken over mogelijke en wenselijke ‘toekomsten’ op scherp te stellen en de diversiteit aan opgaven met elkaar in samenhang te bekijken. Hierdoor krijgt de gemeente meer inzicht in de verschillende keuzes, ruimtelijke consequenties en (omgevings)effecten die daarmee gepaard gaan. De sporen zijn bewust verschillend en

58/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

complementair aan elkaar; dit helpt om in het proces om te komen tot de omgevingsvisie de juiste scherpte te vinden en te benadrukken dat keuzes maken nodig is. Daarnaast zijn de sporen geworteld in het actuele strategische beleid van de gemeente Venlo. Het werken met deze sporen dient ertoe om in diverse gesprekken, met de samenleving, ketenpartners, maar ook ambtelijk, bestuurlijk en met de gemeenteraad, tot concrete bouwstenen te komen voor de koersbepaling van de omgevingsvisie.

4.2

Samenvatting effecten sporen

Onderstaande tabel toont een samenvatting van de effectbeoordeling van de drie sporen van de omgevingsvisie. Voor deze effectbeoordeling is in samenspraak met de gemeente een selectie gemaakt van milieu-indicatoren. Deze indicatoren zijn onderverdeeld in de volgende categorieën: natuur, landschappelijke kwaliteiten, ondergronds ruimtegebruik, verkeer, hernieuwbare energie en klimaatadaptatie. Er is gekozen voor een selectie van de meest relevante indicatoren voor een effectieve en onderscheidende effectbeoordeling. Het betreft indicatoren waar op voorhand een negatieve invloed te verwachten is van beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie en waar ambities liggen van de gemeente. Tabel 4.1 Overzicht effectbeoordeling alternatieven (sporen)

Milieu-indicator

Bijdrage van spoor 1

Bijdrage van spoor 2

Bijdrage van spoor 3

op indicator

op indicator

op indicator

Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Landschappelijke kwaliteiten Ondergronds ruimtegebruik Modal split Bereikbaarheid – wegverkeer Hernieuwbare energie Wateroverlast Overstroming Droogte Hittestress

4.3

Advies naar aanleiding van effectbeoordeling

4.3.1 Natuur: Natura 2000 en NNN9 Spoor 2, Venlo vergroent scoort goed op het thema natuur: Natura 2000 en NNN. Spoor 2, Venlo Vitaal, en spoor 3, Venlo groeit, scoren beiden slecht op deze indicatoren. Om de omgevingsvisie goed te laten scoren op de milieu-indicatoren van het thema natuur is het van belang om elementen op te nemen uit spoor 2 betreffende natuur. Dit betreft de uitbreiding van het Nationaal 9

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. (Bron: Rijksoverheid)

59/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Park De Maasduinen en het verbeteren van de kwaliteit van de huidige natuur. Ook zijn groenblauwe structuren in dit spoor kaderstellend voor ontwikkelingen en wordt er in het buitengebied natuur toegevoegd. Via het woningbouwprogramma wordt ingezet op compacte stad en dorpen, waardoor de impact op de NNN-gebieden minimaal is. De ruimtereserveringen voor woningbouw, een verdubbeling van het spoor, verbreding van de A67, een oostelijke rondweg en de Delta Rhine Corridor hebben een negatief effect op het thema natuur. Wat betreft het uitbreiden in een aantal stadsrandzones en de verstedelijkingsopgave kan natuurinclusief bouwen een uitkomst bieden om de effecten op de milieu-indicatoren natuur te beperken. Hier kan niet alleen bij nieuwbouw naar gekeken worden, maar ook bij het isoleren van bestaande woningen. Vleermuizen en enkele vogelsoorten verblijven graag in spouwmuren. Tenslotte kunnen voorwaarden worden gesteld bij de aanleg en bouw van onder meer woningen en bedrijvigheid om dit met elektrisch/emissieloos materieel (machines) te doen om stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te verminderen. Natuurinclusief bouwen is natuurlijk positief voor natuur, maar heeft een vrij beperkte impact als je het vergelijkt met bijvoorbeeld nieuwe natuurgebieden realiseren en groen-blauwe structuren leidend laten zijn voor ontwikkelingen. 4.3.2

Landschappelijke kwaliteiten

Sporen 1, 2 en 3 scoren respectievelijk neutraal, goed en slecht op de milieu-indicator landschappelijke kwaliteiten. De Monitor Landschap, waaraan getoetst is, bestaat uit de volgende indicatoren: bebouwing, landgebruik, openheid, opgaand groen, historische lijnelementen en reliëf. Het toevoegen van bebouwing komt terug in de sporen 1 en 3 en scoort daarom negatief op de openheid en de bebouwing van het landschap. Het aanleggen van nieuwe groenstructuren binnen de bebouwde kom in spoor 1 draagt positief bij aan deze milieu-indicator. Een goede landschappelijke inpassing van duurzame energieopwekking, maar ook van de verstedelijkingsopgave kan zorgen voor minder aantasting van de landschappelijke kwaliteit of eventueel zelfs behoud van die kwaliteit. De ruimtereserveringen voor woningbouw, een verdubbeling van het spoor, verbreding van de A67 en een oostelijke rondweg hebben over het algemeen een negatief effect op de indicator landschappelijke kwaliteiten. Om de impact van de woningbouwopgave op de landschappelijke kwaliteit en het thema natuur op kleine schaal te beperken kan worden gewerkt met gedeelde gemeenschappelijke ruimtes in huizen (gemeenschappelijk wonen) en gedeelde functies van gebouwen zodat er minder ruimte nodig is om huizen te bouwen. Dit kan ook vereenzaming tegengaan. Dit levert echter een geringe verbetering op.

4.3.3 Ondergronds ruimtegebruik De sporen 1 en 3 scoren slecht op het ondergrondse ruimtegebruik, spoor 2 scoort neutraal. De warmtetransitie en elektrificatie doet een beroep op de ruimte in de ondergrond. In spoor 2 krijgt de klimaatopgave ook prioriteit maar is de bescherming van de Venloschol een voorwaarde. Door in de ontwikkelingen met betrekking tot de ondergrond rekening te houden met de Venloschol blijven de effecten hierop beperkt. Vanuit de provincie Limburg gelden specifieke regels in de

60/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

provinciale omgevingsverordening voor het opsporen en winnen van aardwarmte in de nabijheid van de Venloschol. Voor het aanleggen van een aardwarmtesysteem in de nabijheid van de Venloschol dient te worden voldaan aan desbetreffende meldings- of vergunningsvereisten. 4.3.4

Verkeer: Modal split en bereikbaarheid – wegverkeer

Door het versterken van wandel- en fietspaden en de inzet op mobiliteitshubs in spoor 2 wordt recreatief autoverkeer afgevangen. Daarnaast wordt in dit spoor de binnenstad van Venlo autoluw. Dit zal een positieve bijdrage leveren aan de modal shift; dit betekent dat mensen de auto uitgaan en gebruik maken van het openbaar vervoer of gaan wandelen en fietsen. Spoor 3 bevat de verbreding van de A67. Dit heeft een negatief effect op de modal shift, maar bevordert de bereikbaarheid van het wegverkeer. Mobiliteitshubs bevorderen de bereikbaarheid van voorzieningen. 4.3.5

Hernieuwbare energie

Binnen de sporen 1 en 3 wordt op verschillende manieren ingezet op hernieuwbare energie. In spoor 1 is duurzame energieopwekking uitgewerkt via lokale initiatieven in de kernen en wijken, voornamelijk in de vorm van zonnepanelen op daken. Spoor 3 richt zich op zonne-energie op grote bedrijfsdaken, de ontwikkeling van clean en local energy hubs en energie-infraprojecten. De verwachting is dat hiermee minder duurzame energieopwekking plaats vindt dan bij spoor 3. In spoor 2 wordt ingezet op kleine en middelgrote projecten. Het is nog onduidelijk wat de bijdrage hiervan precies wordt op het aandeel hernieuwbare energie. In de omgevingsvisie dient duidelijk te worden toegelicht hoe het aandeel hernieuwbare energie toeneemt om te resulteren in een positief effect op deze milieu-indicator. 4.3.6 Klimaatadaptatie: Wateroverlast, Overstroming, Droogte en Hittestress Spoor 2 heeft over het algemeen een positief effect op de milieu-indicatoren die vallen onder het thema klimaatadaptatie. Deze milieu-indicatoren zijn voor spoor 1 neutraal beoordeeld en voor spoor 3 over het algemeen negatief. Natuurinclusief bouwen, ruimte voor de rivier en het vergroenen van de openbare ruimte zijn voorbeelden die een positief effect hebben op de milieuindicatoren van klimaatadaptatie in de stad. Om wateroverlast in de stad te voorkomen, kan gewerkt worden met waterdoorlaatbare tegels en asfalt.

Ook draagt het renoveren en in nieuwe situaties toepassen van groene parkeerplaatsen hieraan bij. Delen van de stad Venlo liggen in het overstromingsgebied van de Maas. Er dient een goede afweging te worden gemaakt om te ontwikkelen in deze delen van de stad. Rekening houdend met de principes zoals verwoord in de kamerbrief ‘water en bodem sturend’. Niet bouwen op die plekken zorgt ook voor het beperken van schade in het geval van een overstroming. Verder kan hittestress tegengaan worden door bij de opgave om woningen te isoleren ook te kijken naar de koeling van die woningen in de zomer. Dit kan bijvoorbeeld door het strategisch plaatsen van groen en het slim kiezen van de kleuren van gebouwen. Om hittestress in het stedelijk gebied tegen te gaan, kunnen fonteinen of waterspeelplaatsen worden aangebracht en dient ruimte voor robuust groen te worden gereserveerd. Tenslotte wordt de droogteproblematiek in het buitengebied aangepakt door natuur toe te voegen en de kwaliteit van de natuur te verbeteren. Dit betekent dat regenwater beter kan infiltreren en kan worden vastgehouden in de bodem.

61/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

5 Effecten omgevingsvisie In dit hoofdstuk worden de effecten van de voorgestelde ambities en bijhorende uitwerking uit de omgevingsvisie beschreven. Dit wordt uitgedrukt in ‘de invloed van de omgevingsvisie op kwaliteit’ of anders gezegd ‘de toestand van de referentiesituatie’. De referentiesituatie wordt gevormd door de huidige situatie en de situatie bij ongewijzigd beleid (autonome ontwikkeling). Figuur 5.1 visualiseert de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Een gedetailleerde beschrijving van de kwaliteitsniveaus van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling per indicator is opgenomen in bijlage 2. Het hoofdstuk is opgezet aan de hand van de thema’s en bijbehorende indicatoren uit de HSAO. Per thema zijn indicatoren opgesteld die iets zeggen over dit thema, waarvan de huidige situatie, autonome ontwikkeling en het effect van de omgevingsvisie vervolgens is beoordeeld. Tabel 5.1 geeft een totaaloverzicht van de beoordeling per indicator van de omgevingsvisie.

62/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Figuur 5.1 Visualisatie overzicht huidige situatie en autonome ontwikkeling

63/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Tabel 5.1 Effectbeoordeling omgevingsvisie Indicator

Ondergronds

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

ruimtegebruik Dorpen

Buitengebied

Aardkundige waarden

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Waterkwaliteit

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Waterhuishoudkundig

Stedelijk

systeem Dorpen

Buitengebied

Natura 2000-gebieden

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

NNN-gebieden

Stedelijk

64/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

Buitengebied

Biodiversiteit

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Waardevolle bomen en

Stedelijk

houtopstanden Dorpen

Buitengebied

Landschap

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Historische

Stedelijk

(steden)bouwkunde Dorpen

Buitengebied

Historische geografie

Stedelijk

Dorpen

65/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Buitengebied

Archeologie

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Luchtkwaliteit

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Geluid

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Geur van veehouderijen

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Externe veiligheid

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

66/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Indicator

Recreatie

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stilte

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Voorzieningen

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Gezondheidsbevordering

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Energiegebruik

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Hernieuwbare energie

Stedelijk

67/158

Kenmerk

Indicator

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Dorpen

Buitengebied

Wateroverlast

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Overstroming

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Droogte

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Hittestress

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Modal split

Stedelijk

Dorpen

68/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Buitengebied

Bereikbaarheid -

Stedelijk

wegverkeer Dorpen

Buitengebied

Parkeerdruk

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Bereikbaarheid OV

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Woningvoorraad

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Differentiatie

Stedelijk

woningvoorraad aandachtsgroepen

Dorpen

Buitengebied

69/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking

Werkgelegenheid en

Stedelijk

werkeloosheid Dorpen

Buitengebied

5.1

Bodem

5.1.1

Ondergronds ruimtegebruik

Indicator

Ondergronds

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

ruimtegebruik Dorpen

Buitengebied

Stedelijk Er zijn veel ontwikkelingen in het stedelijk gebied, wat zorgt voor extra drukte in de ondergrond. Zo zet de gemeente in op een schaalsprong naar 125.000 inwoners. Dit vraagt om meer riolering en elektriciteit, welke een plek moeten krijgen in de bodem. Gevolg hiervan is dat de gemeente inzet op hoogbouw, wat meer funderingen nodig heeft en dus zorgt voor extra drukte in de ondergrond. Tegelijkertijd wordt er ook ingezet op vergroening en verbetering van klimaatadaptatie. Dit doet ook een beroep op het ondergrondse ruimtegebruik, denk hierbij aan boomwortels en wadi’s. Daarnaast vraagt de aanpak van de energietransitie ook om extra ondergronds ruimtegebruik, denk aan warmtenetten, warmtepompen en elektrificatie. Al deze ontwikkelingen doen een beroep op de ruimte in de ondergrond, wat een negatieve invloed heeft op de indicator ondergronds ruimtegebruik. Aan de andere kant besteedt de gemeente bij de ontwikkelingen in het stedelijke gebied aandacht aan de benodigde ruimte in de ondergrond. Maar door ergens ‘aandacht aan te besteden’ is er nog geen sprake van een positief effect in de zin van minder drukte in de ondergrond. Pas als die aandacht leidt tot een actie, bijvoorbeeld het maken een afwegingskader voor ondergronds ruimtegebruik en er wordt vervolgens gewerkt volgens dit afwegingskader, heeft dit positieve invloed op deze indicator.

Echter wordt er volgens de omgevingsvisie alleen aandacht aan besteed, maar door ergens aandacht aan te besteden heeft het nog geen positieve invloed waardoor dit beoordeeld is als geen invloed. De invloed van de

70/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

omgevingsvisie op het ondergronds ruimtegebruik als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als negatief en geen invloed beoordeeld. Dorpen In de dorpen zet de gemeente, net als in het stedelijk gebied, in op extra woningen, vergroening en klimaatadaptatie, wat leidt tot extra drukte in de ondergrond door riolering, elektrificatie, wadi’s en boomwortels. Dit heeft een negatieve invloed op de drukte in de ondergrond omdat dit ondergronds extra ruimte vraagt. Daarnaast wordt er in de dorpen ook ruimte geboden aan voorzieningen die gepaard gaan met de energietransitie. Deze claim op de ondergrondse ruimte vraagt nog om nadere uitwerking. Warmtepompen, die de energietransitie faciliteren, kunnen echter zorgen voor extra drukte in de ondergrond. De invloed van de omgevingsvisie op het ondergronds ruimtegebruik als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als negatief beoordeeld. Buitengebied De gemeente is bezig met vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) beleid in het buitengebied. Dit kan zorgen voor een afname van (agrarische) bedrijven met bijbehorende bedrijfsbebouwing met als gevolg een afname van ondergrondse infrastructuur, wat een licht positieve invloed heeft. Daarentegen heeft de bescheiden ontwikkeling van enkele woningen in het buitengebied naar verwachting een licht negatieve invloed.

Naar verwachting neemt de drukte in de ondergrond door deze ontwikkeling op een aantal locaties licht toe. De invloed van de omgevingsvisie op het ondergronds ruimtegebruik als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als licht positief en licht negatief beoordeeld. 5.1.2

Aardkundige waarden

Indicator

Aardkundige waarden

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk De gemeente Venlo kent twee gebieden met aardkundige waarden. Het betreft een gebied met rivierduinen ten noorden van de stad Venlo en een gebied met Maasterrassen ten zuiden van de stad Venlo. Omdat beide gebieden niet in het stedelijk gebied liggen en de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied in de omgevingsvisie geen invloed hebben op de aardkundige waarden, is dit niet van toepassing.

71/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Dorpen De in- en uitbreiding van de dorpen Arcen, Lomm en Belfeld vinden plaats in de twee gebieden met aardkundige waarden. Deze ontwikkeling heeft naar verwachting een negatieve invloed op de status van de aardkundige waarden. De invloed van de omgevingsvisie op de aardkundige waarden als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als negatief beoordeeld. Buitengebied In het buitengebied streeft de gemeentenaar het behoud van het natuurlijke reliëf van het landschap. Dit betekent dat grote ontgrondingen (zoals langs de Maas) en/of ophogingen in het buitengebied niet worden toegestaan. Dit heeft een positief effect op de status van de aardkundige waarden. De energietransitie kan echter een licht negatief effect hebben op de aardkundige waarden. Hoewel de energietransitie grotendeels in het stedelijk gebied wordt opgevangen, ziet de gemeente ook in het buitengebied mogelijkheden voor grootschalige opwekking. Hiervoor is een zorgvuldige afweging noodzakelijk. Hierbij moet rekening worden gehouden met de doelen van de gebiedsplannen, zoals openheid, instandhouding en herstel van waardevolle aardkundige objecten en terreinen, om de status van de aardkundige waarden te behouden. Dit kan een lichte invloed hebben op de status van de aardkundige waarden.

De invloed van de omgevingsvisie op de aardkundige waarden als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld.

5.2

Water

5.2.1

Waterkwaliteit

Indicator

Waterkwaliteit

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk De gemeente zet in het stedelijk gebied in op het vergroenen van de openbare ruimte middels robuuste groen-blauw structuren. Het toevoegen van groen zorgt voor een betere filtratie van afstromend water, wat een positieve invloed heeft op de waterkwaliteit. Daarentegen kan de doorontwikkeling van industriële en recreatieve havens zorgen voor een lokale negatieve invloed op de ecologische waterkwaliteit. Er ontstaat namelijk meer golfslag. Meer golfslag kan leiden tot beschadiging van de oevers en een negatief effect op de habitat van diverse diersoorten wat een negatief effect kan hebben op de kwaliteit van het water. Daarnaast is er kans op watervervuiling

72/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

van (vracht)schepen. Daarnaast is de Keulse barrière, een van de majeure opgaven, gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Een grootschalige ontwikkeling als deze kan een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van het grondwater. De invloed van de omgevingsvisie op de waterkwaliteit als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als positief en negatief beoordeeld. Dorpen De gemeente zet ook in de dorpen in op het vergroenen van de openbare ruimte middels robuuste groen-blauw structuren. Dit heeft een positieve invloed op de ecologische waterkwaliteit van de wateren. Een gedeelte van Arcen ligt echter in een grondwaterbeschermingsgebied. Daarom kan een uitbreiding van de dorpsrandzones een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van het grondwater. De invloed van de omgevingsvisie op de waterkwaliteit als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief en negatief beoordeeld. Buitengebied In het buitengebied zet de gemeente zich in voor ontwikkelingen die een positieve invloed hebben op de waterkwaliteit. Een van de initiatieven is het vergroenen van de openbare ruimte middels robuuste groen-blauwe structuren, wat de ecologische waterkwaliteit ten goede komt.

Daarnaast wordt er ingezet op een klimaatbestendig Maasdal, waarbij de nadruk ligt op herinrichting en revitalisatie in combinatie met het verminderen van agrarische bedrijvigheid zonder toekomstperspectief. Dit draagt bij aan de ecologische kwaliteit van het water in het Maasdal. De gemeente zet zich ook in voor een transitie in de agrarische sector, waarbij kringlooplandbouw de standaard wordt. Alle biomassa wordt optimaal gebruikt; reststromen van de ene keten vormen grondstoffen voor de andere keten. Op de lange termijn heeft dit een positief effect op de waterkwaliteit, bijvoorbeeld door het verminderen van stikstof- en fosfaatbelasting. Daarnaast zet de gemeente zich in voor het beschermen van natuur- en waterkwaliteit door het aanleggen en verbeteren van ecologische verbindingszones. Dit draagt bij aan de ecologische kwaliteit van het water. Het is echter belangrijk om op te merken dat niet alle initiatieven die de gemeente nastreeft in het buitengebied een positieve invloed hebben op de waterkwaliteit. Zo wordt er ook ingezet op de toeristische en recreatieve ontwikkeling van de Maaszone, waarbij onder andere de recreatieve jachthaven wordt verplaatst. Omdat er sprake is van een verplaatsing van de jachthaven ten opzichte van de huidige situatie, zijn de milieueffecten op het thema waterkwaliteit netto gezien neutraal.

De invloed van de omgevingsvisie op de waterkwaliteit als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en neutraal beoordeeld.

73/158

Kenmerk

5.2.2

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Waterhuishoudkundig systeem

Indicator

Huidige situatie

Waterhuishoudkundig

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

systeem Dorpen

Buitengebied

Stedelijk In het stedelijk gebied heeft zowel het vergroenen middels robuuste groen-blauwe structuren als het ontstenen van de openbare ruimte een positieve invloed op het waterhuishoudkundig systeem. Het vergroenen heeft een positief effect op het natuurlijk functioneren van het waterhuishoudkundig systeem; het zorgt ervoor dat water beter wordt vastgehouden en dus de sponswerking wordt bevorderd. Het ontstenen van de openbare ruimte heeft een positieve invloed op de infiltratie van water en het waterhuishoudkundig systeem. De invloed van de omgevingsvisie op het waterhuishoudkundig systeem als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als positief beoordeeld. Dorpen De gemeente zet ook in de dorpen in op het vergroenen van de openbare ruimte middels robuuste groen-blauw structuren. Hierbij gaat aandacht uit naar watersystemen door meer ruimte te creëren voor groen en blauw. Hierdoor kan meer water worden vastgehouden, wat de sponswerking bevordert. Deze ontwikkeling heeft een positieve invloed op het natuurlijk functioneren van het waterhuishoudkundig systeem. De invloed van de omgevingsvisie op het waterhuishoudkundig systeem als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief beoordeeld. Buitengebied In het buitengebied is veel aandacht voor de watersystemen.

Zo worden water en bodem leidend en is er aandacht voor het watersysteem bij het versterken van de groen-blauwe kwaliteiten. Beide maatregelen hebben een positieve invloed op het natuurlijk functioneren van het waterhuishoudkundig systeem. Verder worden kwel- en infiltratiegebieden beoogd als meest kansrijk voor de verduurzaming van de landbouw. Door in het buitengebied de agrarische bedrijvigheid aan te passen naar het natuurlijke watersysteem wordt het natuurlijk functioneren bevorderd. Als laatste zet de gemeente in op het ontwikkelen van brede beekdalen tot klimaatbuffer. Denk hierbij aan klimaatrobuuste en veerkrachtige beekdalen. Beken krijgen de ruimte om te meanderen.

74/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Op deze manier kan het water zich in natte periodes of hevige piekbuien in de breedte verspreiden, in de bodem infiltreren en het grondwater aanvullen voor droge periodes. Deze aanpak heeft een positieve invloed op het natuurlijke functioneren van het waterhuishoudkundig systeem. De invloed van de omgevingsvisie op het waterhuishoudkundig systeem als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief beoordeeld.

5.3

Natuur en landschap

5.3.1

Natura 2000-gebieden

Indicator

Natura 2000-gebieden

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk De beoogde ontwikkelingen in het stedelijk gebied, zoals woningbouw, mobiliteit en economie, kunnen negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van Natura 2000-gebieden door de stikstofuitstoot. Deze uitstoot wordt veroorzaakt door de extra voertuigbewegingen die gepaard gaan met de aanleg en/of gebruiksfase van de beoogde ontwikkelingen. In het stedelijke gebied worden verplaatsingen met het openbaar vervoer, de fiets en te voet als norm maximaal gefaciliteerd. Als gevolg hiervan neemt het autogebruik naar verwachting af, hierdoor vermindert de stikstofuitstoot en dit heeft een (licht) positieve invloed op de N200-gebieden. Daarnaast kan de schaalsprong naar 125.000 inwoners de druk op de Natura 2000-gebieden verhogen door een toename van recreatie. Deze ontwikkelingen hebben een negatieve invloed op de staat van instandhouding van soorten en habitattypen in de Natura 2000-gebieden. De invloed van de omgevingsvisie op Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als licht positief en negatief beoordeeld. Dorpen In de dorpen wordt ingezet op (snel)fietsroutes en betaalbaar openbaar vervoer. Als gevolg van deze ontwikkeling kan het aantal voertuigbewegingen met de auto verminderen, wat een licht positief effect heeft op de Natura 2000-gebieden door een afname van stikstofdepositie.

Daarentegen zorgen de in- en uitbreidingen van de dorpen voor een negatieve invloed op de Natura 2000-gebieden. De beoogde ontwikkelingen op het gebied van woningbouw brengen extra voertuigbewegingen met zich mee voor de aanleg en/of realisatie, wat zorgt voor extra stikstofuitstoot. Verder leiden meer bewoners in de dorpen ook tot extra voertuigbewegingen met

75/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

bijbehorende uitstoot tot gevolg en meer recreatie in de natuurgebieden. Beide hebben een negatieve invloed op de staat van instandhouding van soorten en habitattypen in de Natura 2000gebieden. De invloed van de omgevingsvisie op Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht positief en negatief beoordeeld. Buitengebied De gemeente biedt de mogelijkheid om vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en solitaire bedrijvigheid in het buitengebied om te vormen tot nieuwe bestemmingen. Dit kan een positieve invloed hebben op de instandhouding van de soorten en habitattypen in de Natura 2000gebieden. Verder wordt er ingezet op de robuustheid van natuur- en bosgebieden. De gemeente werkt dit uit in een ontwikkelkader landschap. Deze inzet heeft een positieve invloed op de staat van instandhouding (soorten en habitattypen) van de Natura 2000-gebieden. Rondom de Natura2000 gebieden wordt ook ingezet op vernatting zodat de natuurwaarden van het gebied in stand blijven. Daarentegen kan de toenemende recreatieve druk, bijvoorbeeld door nieuwe bestemmingen van vrijkomende agrarische bebouwing en de inzet op het recreatieve wandel- en fietsroutes, een licht negatieve invloed hebben op de instandhouding van de soorten en habitattypen in de Natura 2000-gebieden.

De invloed van de omgevingsvisie op Natura 2000gebieden als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. 5.3.2

NNN-gebieden

Indicator

NNN-gebieden (Natuur

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Netwerk Nederland) Dorpen

Buitengebied

Stedelijk In en rondom Venlo worden de natuurgebieden middels groen-blauwe ‘inprikkers’ met elkaar verbonden. Op deze manier wordt de natuur de stad ingehaald. Dit heeft een licht positieve invloed op de samenhang tussen de NNN-gebieden. Door de schaalsprong naar 125.000 inwoners kan echter de recreatie in en daarmee de druk op de NNN-gebieden toenemen, wat een licht negatieve invloed heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN-gebieden. Daarnaast wordt er ook ingezet op een compacte stad. Dit betekent dat het risico op fysieke aantasting van de NNN-gebieden door het stedelijk gebied beperkt is. Dit heeft daarom een neutrale invloed op de NNN-gebieden. De invloed van de omgevingsvisie op de NNN-gebieden

76/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als licht positief, licht negatief en neutraal beoordeeld. Dorpen In de dorpen neemt het aantal inwoners toe, met als gevolg een toename van recreatie in de natuurgebieden wat een licht negatief effect heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN-gebieden. De invloed van de omgevingsvisie op de NNN-gebieden als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht negatief beoordeeld. Buitengebied In het buitengebied zijn er verschillende positieve invloeden op het oppervlak, de samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN-gebieden. Er wordt bijvoorbeeld ingezet op de robuustheid van natuur- en bosgebieden. Dit wordt uitgewerkt in een ontwikkelkader landschap en heeft naar verwachting een positieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN-gebieden. Daarnaast wordt er, in combinatie met het zoekgebied voor de Delta Rhine Corridor, ingezet op een ecologische verbindingszone tussen ‘t Joamerdal en de Grootte Heide, wat de samenhang van de NNN-gebieden bevordert. Verder fungeren de beekdalen en kwelzones als natte ecologische verbindingen en worden deze extra vernat. Ook wordt er ingezet op een robuust water- en bodemsysteem en het versterken van groen-blauwe structuren.

Deze maatregelen hebben ook een positieve invloed op de samenhang van de NNN-gebieden. Bovendien biedt de gemeente de mogelijkheid om vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en solitaire bedrijvigheid om te vormen tot nieuwe bestemmingen. Dit kan een positieve invloed hebben op de oppervlakte, samenhang of kenmerken van de NNN-gebieden. Als laatste zet de gemeente in op het ontwikkelen van brede beekdalen als klimaatbuffer, denk hierbij aan klimaatrobuuste en veerkrachtige beekdalen. Beken krijgen de ruimte om te meanderen, wat ervoor zorgt dat water zich in natte periodes of bij hevige piekbuien in de breedte kan verspreiden, in de bodem kan infiltreren en het grondwater kan aanvullen voor droge periodes. Dit heeft een positieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN-gebieden. Ondanks alle positieve invloeden kan de energietransitie een licht negatieve invloed hebben op de NNNgebieden. Hoewel de meeste energietransitie in het stedelijk gebied plaatsvindt, ziet de gemeente ook mogelijkheden voor grootschalige opwek in het buitengebied. Hierbij is een zorgvuldige afweging noodzakelijk, waarbij rekening moet worden gehouden met de oppervlakte, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN-gebieden om de status te behouden. Het is echter niet uit te sluiten dat er een lichte negatieve invloed kan optreden.

De invloed van de omgevingsvisie op de NNN-gebieden als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld.

77/158

Kenmerk

5.3.3

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Biodiversiteit

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking

Biodiversiteit

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk Voor de verdichting van het stedelijk gebied is natuurinclusief bouwen opgenomen als voorwaarde in de omgevingsvisie, wat een positieve invloed heeft op de omvang van de biodiversiteit. Op werklocaties wordt ook ingezet op extra groenvoorzieningen. Hiermee draagt de gemeente bij aan het versterken van de ecologische noord-zuidverbinding aan de oostflank van de Trade Ports, wat eveneens een positief effect heeft op de omvang van de biodiversiteit. De gemeente zet ook in op robuuste groen-blauwe structuren; deze verbinden het stedelijke gebied en het omliggende buitengebied. Planten krijgen hierdoor de ruimte en dieren kunnen zich op deze manier gemakkelijker tussen gebieden bewegen, wat beide positief is voor de omvang van de biodiversiteit. Aan de andere kant wordt er ook ingezet op een compacte stad, in beperkte mate op uitbreiding en wordt er gezocht naar extra ruimte voor nieuwe werklocaties. In principe heeft dit een licht negatieve invloed op de omvang van de biodiversiteit. Het toevoegen van verharding biedt namelijk minder habitat voor de meeste plant- en diersoorten. De invloed van de omgevingsvisie op de biodiversiteit als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld.

Dorpen In de dorpen wordt er gewerkt met groen-blauwe ‘inprikkers’ om een verbinding te leggen met de omliggende omgeving. Dit heeft een positieve invloed op het leefgebied en de omvang van de biodiversiteit. Echter, in- en uitbreiding hebben, net als in het stedelijk gebied, extra verharding tot gevolg, wat een negatieve invloed heeft op de omvang van de biodiversiteit. De invloed van de omgevingsvisie op de biodiversiteit als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. Buitengebied De gemeente Venlo werkt aan een ontwikkelkader landschap om onder andere de biodiversiteit te versterken, wat een positieve invloed heeft op de biodiversiteit. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan natuurlijke aspecten in het buitengebied. Zo wordt er ingezet op de robuustheid van natuur- en bosgebieden, op een robuust water- en bodemsysteem en het versterken van de groen-blauwe structuren en ecologische verbindingszones. Daarnaast worden de beekdalen en

78/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

kwelzones, die dienen als natte ecologische verbindingen, verder vernat. Deze maatregelen hebben een positieve invloed op de omvang van de biodiversiteit in het buitengebied. Bovendien draagt de transitie van de agrarische sector naar kringlooplandbouw bij aan de bevordering van de omvang van de biodiversiteit. Kringlooplandbouw is een natuurinclusieve vorm van landbouw die de biodiversiteit in het buitengebied vergroot. Daarnaast biedt de gemeente de mogelijkheid om vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en solitaire bedrijvigheid om te vormen tot nieuwe bestemmingen, wat een positieve invloed kan hebben op de omvang van de biodiversiteit. Echter, bepaalde ontwikkelingen zoals recreatie en minimale woningbouw in het buitengebied kunnen een lichte negatieve invloed hebben op de omvang van de biodiversiteit. De invloed van de omgevingsvisie op de biodiversiteit als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. 5.3.4

Waardevolle bomen en houtopstanden

Indicator

Waardevolle bomen en

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

houtopstanden Dorpen

Buitengebied

Stedelijk Op de locaties van de groen-blauwe inprikkers wordt de groenstructuur versterkt. Dit draagt bij aan het behoud en mogelijk de versterking van waardevolle bomen en houtopstanden en heeft daarom een positieve invloed. Aan de andere kant kunnen verdichting en transformatie een gevaar vormen voor de waardevolle bomen en houtopstanden. Echter, in de visie is opgenomen dat bestaande groenstructuren niet worden aangetast, daarom is het effect hiervan beoordeeld als neutraal. De invloed van de omgevingsvisie op de waardevolle bomen en houtopstanden als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als positief en neutraal beoordeeld. Dorpen In de dorpen wordt ingezet op het versterken van de groen-blauwe kwaliteiten in de openbare ruimte. Dit draagt naar verwachting bij aan het behoud en mogelijk de versterking van waardevolle bomen en houtopstanden. De in- en uitbreiding van de dorpen vormen echter een risico voor de waardevolle bomen en houtopstanden. Het behouden van voldoende groen is een voorwaarde voor de beoogde ontwikkelingen. Echter, het is nog onzeker of deze behouden blijven, omdat ‘voldoende groen’ niet specifiek gaat over waardevolle bomen en houtopstanden. Daarom is het effect hiervan neutraal. De invloed van de omgevingsvisie op de waardevolle bomen en

79/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

houtopstanden als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief en neutraal beoordeeld. Buitengebied In het buitengebied wordt er ingezet op de robuustheid van bosgebieden en het versterken van de groen-blauwe kwaliteiten. Beide hebben een positieve invloed op de staat van de waardevolle bomen en houtopstanden. De invloed van de omgevingsvisie op de waardevolle bomen en houtopstanden als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief beoordeeld. 5.3.5

Landschap

Indicator

Landschap

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk In het stedelijk gebied wordt op een aantal locaties, zoals bijvoorbeeld Middengebied en de Keulse Barrière, ingezet op groen-blauwe dooradering en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Dit heeft een licht positieve invloed op de indicator landschap. Potentiële ontwikkelingen in de stadsrandzones hebben daarentegen een negatieve invloed op de kwaliteit van het landschap en zorgen voor aantasting. Een van de doelen van de stadrandzones is om een geleidelijke overgang van het stedelijke gebied naar het buitengebied te faciliteren. Het is daarom de verwachting dat deze invloed afzwakt. De energietransitie kan ook een negatieve invloed hebben op het open landschap, bijvoorbeeld door het plaatsen van warmtepompen en extra trafohuisjes in de openbare ruimte, waardoor de openheid van het stedelijke landschap afneemt. De invloed van de omgevingsvisie op het landschap als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als licht positief en negatief beoordeeld. Dorpen De groen-blauwe structuren in de openbare ruimte van de dorpen worden versterkt, wat een licht positieve invloed heeft op het landschap. De uitbreidingslocaties van de dorpen Arcen en Velden zorgen voor een afname in openheid van het landschap en de bebouwing en het landgebruik worden aangepast. Dit heeft een licht negatieve invloed op het landschap.

De invloed van de omgevingsvisie op het landschap als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht positief en licht negatief beoordeeld.

80/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Buitengebied De gemeente Venlo werkt aan een ontwikkelkader landschap om de landschapsbeleving te versterken, wat een positieve invloed op het landschap. Daarnaast komt er een ruimtelijk ontwikkelkader om vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en solitaire bedrijvigheid om te vormen tot nieuwe bestemmingen. Het gaat daarbij om welke functie goed past op welke plek. Dit heeft naar verwachting een positieve invloed op het landschap in het buitengebied. Aan de andere kant ziet de gemeente ook mogelijkheden voor grootschalige opwek. Een zorgvuldige afweging hiervoor is noodzakelijk, maar het kan gesteld worden dat grootschalige opwek ten koste gaat van de landschappelijke kwaliteiten. Daarom heeft dit een negatieve invloed op de indicator landschap. In de glastuinbouwgebieden wordt ingezet op intensivering, wat naar verwachting een neutrale invloed op het landschap heeft. Deze gebieden worden reeds al intensief gebruikt en intensiveren doet daardoor verder geen afbreuk aan het landschap. De invloed van de omgevingsvisie op het landschap als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief, licht negatief en neutraal beoordeeld.

5.4

Cultureel erfgoed

5.4.1

Historische (steden)bouwkunde

Indicator

Historische

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

(steden)bouwkunde Dorpen

Buitengebied

Stedelijk De gemeente Venlo heeft een aanzienlijk aandeel gebouwd monumentaal erfgoed, zowel beschermd als onbeschermd. Om de ambities in het centraal stedelijk gebied te realiseren, ziet de gemeente mogelijkheden om het gebouwd monumentaal erfgoed in te zetten. Herbestemming en transformatie van deze gebouwen kunnen een positief effect hebben op de historische (steden)bouwkunde, mits de zichtbaarheid en beleefbaarheid behouden blijven. Daarnaast wordt ingezet op het behouden, versterken en beleefbaar maken van het erfgoed. Bij herontwikkeling en gebiedsontwikkeling wordt gekeken of het mogelijk is om oude gebouwen weer terug te brengen. Hiervoor zijn locaties aangewezen in het centraal stedelijk gebied, wat een positieve invloed heeft op de historische (steden)bouwkunde. Aan de andere kant moet er verdichting plaatsvinden, maar dit moet gebeuren met respect voor gebouwd monumentaal erfgoed om aantasting van de historische stedenbouw te voorkomen. Desondanks kan verdichting mogelijk een lichte negatieve invloed hebben op de staat van de historische (steden)bouwkunde. Als laatste is Kloosterdorp

81/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Steyl aangewezen als focusgebied. De gemeente verkent de mogelijkheden om de aantrekkelijkheid en recreatieve waarde van dit gebied te vergroten, onder andere door middel van city branding en (cultuur-toeristische) programmering. Deze verkenning leidt echter niet tot een verbetering van de staat van de historische bouwkunde, dus de invloed is neutraal. De invloed van de omgevingsvisie op de historische (steden)bouwkunde als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als positief, licht negatief en neutraal beoordeeld. Dorpen In de dorpen worden de (vrijkomende) kerklocaties ingezet voor maatschappelijke functies en sociale voorzieningen, wat een positieve invloed heeft op de beleving van historische stedenbouwkunde. Deze herbestemming van de kerklocaties zorgt er namelijk voor dat het erfgoed behouden blijft en een nieuwe betekenis krijgt. Daarnaast is Arcen aangewezen als focusgebied erfgoed van de gemeente Venlo. Dit betekent dat er speciale aandacht wordt besteed aan de cultuurhistorische waarden in het dorp. Tegelijkertijd wordt er ook in andere dorpen onderzocht hoe de aantrekkelijkheid en beleefbaarheid van het erfgoed kan worden vergroot. De invloed van de omgevingsvisie op de historische (steden)bouwkunde als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief beoordeeld.

Buitengebied De transitie in het buitengebied en het versterken van de natuur gaan hand in hand met behoud en herstel van cultuurhistorische erfgoedwaarden, wat een positieve invloed heeft op de staat van de historische (steden)bouwkunde. Verder worden waar mogelijk historische linten en woonenclaves in het buitengebied versterkt. In de enclaves zijn er mogelijkheden om bescheiden en met zorg voor landschappelijke inpassing enkele woningen te ontwikkelen. Dit heeft echter geen versterkende functie waardoor het een neutrale invloed heeft op de staat van de historische (steden)bouwkunde. Daarnaast worden ruimtelijke ontwikkelingen in de cultuurhistorisch waardevolle gebieden met grote zorgvuldigheid benaderd. Omdat dit geen positieve of negatieve gevolgen heeft op de staat van de historische (steden)bouwkunde, is de invloed hiervan neutraal. De invloed van de omgevingsvisie op de historische (steden)bouwkunde als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en neutraal beoordeeld.

82/158

Kenmerk

5.4.2

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Historische geografie

Indicator

Historische geografie

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk Er wordt ingezet op het behouden, versterken en beleefbaar maken van het erfgoed. Bij herontwikkeling en gebiedsontwikkeling wordt er gekeken of het mogelijk is om oude structuren te herstellen, wat een positieve invloed heeft op de historische geografie. In het stedelijk gebied zijn de historische binnenstad en kloosterdorp Steyl aangewezen als focusgebieden. Daarentegen kunnen verdichting en het toevoegen van werk- en woningbouwlocaties de historische geografie aantasten. Het centrum van Venlo kent met haar historische binnenstad inclusief het Kazernekwartier, belangrijke historische geografische waarden. Het Kazernekwartier wordt echter getransformeerd tot hoog stedelijk woonmilieu, wat een potentieel risico vormt voor de staat van de historische geografie. De wijze waarop bepaalde ontwikkelingen worden ingepast maakt of de ontwikkeling uiteindelijk een positief of negatief effect heeft. De invloed van de omgevingsvisie op de historische geografie als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. Dorpen Zoals in het stedelijk gebied wordt in de dorpen ingezet op het behouden, versterken en beleefbaar maken van het erfgoed. De dorpskern Arcen is hiervoor aangewezen als focusgebied.

Verder is er bij het versterken van de groen-blauwe kwaliteiten in de openbare ruimte aandacht voor de historische landschapselementen. Dit heeft naar verwachting een positieve invloed op de staat van de historische geografie, zoals bijvoorbeeld beeklopen. De invloed van de omgevingsvisie op de historische geografie als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief beoordeeld. Buitengebied Bij het versterken van de groen-blauwe kwaliteiten in het buitengebied heeft de gemeente Venlo ook oog voor de historische landschapselementen. In het ontwikkelkader landschap wordt uitgewerkt hoe deze cultuurhistorische landschapselementen behouden, versterkt of hersteld kunnen worden in combinatie met andere ruimtelijke opgaven. Deze aanpak heeft een positieve invloed op de staat van de historische geografie. Verder worden de ruimtelijke ontwikkelingen in de cultuurhistorisch waardevolle gebieden met grote zorgvuldigheid benaderd. Dit voorkomt negatieve invloeden op de staat van de historische geografie en heeft daarom een neutrale

83/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

invloed. De invloed van de omgevingsvisie op de historische geografie als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en neutraal beoordeeld. 5.4.3

Archeologie

Indicator

Archeologie

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk De gemeente heeft een grote hoeveelheid ambities in het stedelijk gebied die een beroep kunnen doen op de ondergrond, zoals nieuwe woon- en werklocaties, de energietransitie en vergroening. Gelijktijdig kennen grote delen van de gemeente Venlo een hoge of middelhoge archeologische verwachting. Dit betekent dat de kans bestaat dat de archeologische waarden worden aangetast en er dus een negatieve invloed is. De invloed van de omgevingsvisie op de archeologie als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als negatief beoordeeld. Dorpen In de dorpen wordt ruimte geboden aan vergroening, in- en uitbreiding. Hierbij is aantasting van de archeologische waarden een risico. De invloed van de omgevingsvisie op de archeologie als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als negatief beoordeeld. Buitengebied Het ophogen van de grondwaterstand in het buitengebied, als onderdeel van bijvoorbeeld klimaatrobuuste en veerkrachtige beekdalen of het water bodem sturend principe, heeft een licht positieve invloed op de archeologische waarde. De archeologische resten worden namelijk beter bewaard door de hogere grondwaterstand. Daarentegen ziet de gemeente de mogelijkheid om in de woonenclaves enkele woningen te ontwikkelingen.

Dit kan een licht negatieve invloed hebben op de staat van de archeologische waarden in de woonenclaves. Ten slotte worden ruimtelijke ontwikkelingen in cultuurhistorisch waardevolle gebieden met grote zorgvuldigheid benaderd. Dit voorkomt negatieve invloeden op de staat van de in situ archeologische waarden en heeft daarom een neutrale invloed. De invloed van de omgevingsvisie op de archeologie als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als licht positief, licht negatief en neutraal beoordeeld.

84/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

5.5

Gezonde leefomgeving

5.5.1

Luchtkwaliteit

Indicator

Luchtkwaliteit

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk De gemeente Venlo zet in op een compacte stad, wat betekent dat alle aantrekkelijke locaties binnen vijftien minuten fietsafstand van de drie treinstations bereikbaar zijn (het concept van de '15-minutenstad'). Er wordt ingezet op een autoluwe binnenstad waar lopen, fietsen en het openbaar vervoer de norm zijn. Deze aanpak heeft een positief effect op de luchtkwaliteit, omdat het gebruik van schonere vormen van mobiliteit wordt gestimuleerd in plaats van het gebruik van auto's. Daarnaast heeft de verbreding van de A67 en de stimulatie van doorstroming en verminderen van congestie ook een positieve invloed op de luchtkwaliteit. Verder zet de gemeente in op het gebruiken van gezonde en circulaire materialen. Dit heeft naar verwachting een licht positief effect op de luchtkwaliteit. Daarentegen brengen de inzet op woningbouwlocaties, investeringen in werklocaties en economische ontwikkeling extra voertuigbewegingen met zich mee, wat een negatieve invloed heeft op de luchtkwaliteit. Echter, de trend van het toenemende gebruik van elektrische voertuigen zorgt ervoor dat het slechts een licht negatieve invloed heeft vanwege fijnstofemissie. Wel moet vermeld worden dat elektrische auto's minder fijnstof uitstoten dan reguliere auto's, maar er vindt nog steeds uitstoot van fijnstof plaats door slijtage van banden, omdat elektrische auto's zwaarder zijn door het accupakket.

De invloed van de omgevingsvisie op de luchtkwaliteit als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. Dorpen In de dorpen wordt gezocht naar mogelijkheden om de deelmobiliteit verder uit te breiden. Dit heeft een positieve invloed op de luchtkwaliteit, omdat er minder voertuigen en vervoersbewegingen nodig zijn. Daarnaast worden de dorpen met elkaar en de stad verbonden middels frequent openbaar vervoer en (snel)fietsroutes. Als deze ontwikkeling resulteert in minder autogebruik, kan dit een positief effect hebben op de luchtkwaliteit. In Belfeld en Lomm wordt ook ingezet op het stevig verbeteren van de leefbaarheid. Er is geen ruimte voor nieuwe grootschalige bedrijvigheid, wat naar verwachting een positief effect heeft op de luchtkwaliteit. De gewenste

85/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

ontwikkeling om woningen toe te voegen, leidt wel tot extra voertuigbewegingen en daarmee een negatieve invloed op de luchtkwaliteit. Er is slechts sprake van een licht negatief effect, omdat de visie stimuleert om elektrisch te rijden. De invloed van de omgevingsvisie op de luchtkwaliteit als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. Buitengebied De gemeente biedt agrarische ondernemers die willen stoppen of transformeren een perspectief, waarvoor de gemeente ruimtelijke richtlijnen uitwerkt. Afhankelijk van het type agrariër kan het stoppen of de transformatie leiden tot een licht positieve invloed op de lokale luchtkwaliteit. Daarnaast wordt in het buitengebied ingezet op zowel het gebruik van mobiliteitshubs en het bestaande OV-netwerk als autoroutes om de bereikbaarheid van voorzieningen op peil te houden. De cumulatieve invloed hiervan op het autogebruik en daarmee de luchtkwaliteit van deze maatregel is neutraal. De invloed van de omgevingsvisie op de luchtkwaliteit als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als licht positief en neutraal beoordeeld. 5.5.2

Geluid

Indicator

Geluid

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk De gemeente Venlo zet in op een compacte stad, wat betekent dat alle aantrekkelijke locaties binnen vijftien minuten fietsafstand van de drie treinstations bereikbaar zijn (het concept van de '15-minutenstad'). Dit heeft een positief effect op de geluidshinder, omdat het gebruik van alternatieve vormen van mobiliteit wordt aangemoedigd, die over het algemeen minder geluidsoverlast veroorzaken dan auto's. Daarentegen brengt de transformatie van het stadscentrum naar een mix van functies en evenementen extra geluidsbelasting met zich mee, wat een negatieve invloed kan hebben. Verder zet de gemeente ook in op woningbouwlocaties en wordt er geïnvesteerd in werklocaties en economische ontwikkeling. Deze ontwikkelingen brengen de nodige extra voertuigbewegingen met zich mee, wat een licht negatieve invloed kan hebben op het aantal locaties met geluidsoverlast. Vanwege een toename aan elektrische auto’s, die een stuk stiller zijn dan reguliere auto’s, is er sprake van een licht negatief effect.

86/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Een van die woningbouwlocaties is de grootschalige woningbouw langs intercitystations (Limburgse verstedelijkingsstrategie), het betreft de majeure opgave: van Station tot Station. Dit leidt tot extra gevoelige bebouwing rondom locaties met een hoge geluidsbelasting. Verder wordt er op transformatielocaties zoals de majeure opgaven: CANON Campus, Keulse Barrière en het Middengebied, een gemengd stedelijk milieu beoogd. Dit kan betekenen dat geluidsgevoelige functies rondom bedrijvigheid en/of trein- en spoorwegen worden gerealiseerd. Voor het nieuwe stadsdeel Kazerne kwartier geldt dat nabij de Trade Port ligt, met mogelijke kans op hinder door geluid. Hierbij dient rekening geworden te houden met de geluidsnormen om negatieve effecten te voorkomen. Ook wordt het spoor richting Kaldenkirchen verdubbeld en de A67 verbreed, beide kunnen leiden tot extra geluidsoverlast. Als laatste zet de gemeente Venlo ook in op de energietransitie, onderdeel hiervan zijn warmtepompen die extra geluidsbelasting creëren. De invloed van de omgevingsvisie op het geluid als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom per saldo als positief en negatief beoordeeld. Dorpen In de dorpen wordt het openbaar vervoer en de fiets actief gestimuleerd om het gebruik hiervan te bevorderen. Er worden (snel)fietspaden aangelegd om de bereikbaarheid van de dorpen te verbeteren.

Deze ontwikkeling kan een positief effect hebben op de geluidsbelasting, omdat het gebruik van auto's mogelijk wordt verminderd. Daarentegen kan de in- en uitbreiding van de dorpen van de gemeente Venlo leiden tot extra inwoners en bijbehorende verkeersbewegingen, wat kan resulteren in extra geluidsbelasting en daarmee een licht negatieve invloed op deze indicator. Daarnaast zet de gemeente zich in om de leefbaarheid van Belfeld te verbeteren, aangezien deze al geruime tijd onder druk staat door onder andere de komst van distributiehallen en nabijgelegen industrie en de nabije infrastructuur. Geluidsoverlast is een van de negatieve effecten hiervan. Toekomstige ontwikkelingen in en rondom Belfeld moeten altijd een meerwaarde bieden voor de lokale bewoners. De komst van nieuwe grootschalige bedrijvigheid in de nabijheid van Belfeld past hier niet bij. Dit heeft een positieve invloed op de geluidsoverlast in het dorp. De spoorzone Tegelen (majeure opgave) zet in op een transformatie van dit gebied. Aan de zuidkant van het spoor bevindt zich het bedrijventerrein Windhond met een aantal bedrijven met geluidsproductie. De transformatie van dit gebied bestaat uit een invulling van de woningbouwopgave en ruimtelijke kwaliteit toevoegen aan de kern. Uit de visie blijkt niet concreet wat de gevolgen zijn op geluidshinder van deze ontwikkeling. De beoordeling is daarom neutraal.

De invloed van de omgevingsvisie op het geluid als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief, neutraal en licht negatief beoordeeld. Buitengebied Leefbaarheid is een uitgangspunt voor de transitie in het buitengebied. Er worden ruimtelijke richtlijnen uitgewerkt voor ondernemers die willen transformeren in het buitengebied. Wanneer geluid wordt meegewogen in de ruimtelijke keuzes, kan dit een positieve invloed hebben op

87/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

geluidshinder in de omgeving. Tegelijkertijd wordt er ingezet op het behouden van een goede bereikbaarheid van de voorzieningen in de dorpen. Hiervoor wordt er ingezet op (door)fiets- en autoroutes en slimme mobiliteitsoplossingen. Het cumulatieve effect hiervan op de indicator geluid is neutraal. De invloed van de omgevingsvisie op het geluid als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en neutraal beoordeeld. 5.5.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/938/documents/22119