CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

381324 Bijl02. OER Omgevingsvisie Venlo 2040.pdf

Raadsvergadering 15 mei 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 2.3: Omgevingsvisie Venlo 2040 (381324)29.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Geur van veehouderijen

Indicator

Geur van

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

veehouderijen Dorpen

Buitengebied

Stedelijk De gemeente Venlo richt zich in het stedelijk gebied sterk op gezondheid, waarbij het voorkomen van geurhinder een belangrijk aspect is. Hoewel de geur van veehouderijen niet expliciet wordt genoemd, valt deze daar wel onder. Voor alle transformatiegebieden een aantal algemene uitgangspunten, waaronder aandacht voor veiligheid en gezondheid. Ten slotte is een gezonde leefomgeving in de stadsrandzones een randvoorwaarde. Geur wordt hier niet specifiek bij benoemt in de Omgevingsvisie. Dat de gemeente zich richt op het verbeteren van de gezondheid heeft een licht positieve invloed op het verminderen van de (ervaren) geurhinder door veehouderijen. De invloed van de omgevingsvisie op de geur van veehouderijen in het stedelijk gebied wordt daarom als licht positief beoordeeld. Dorpen In de dorpen zet de gemeente Venlo in op een groei van het aantal woningen. Dit wil de gemeente doen door inbreiding, maar ook aan de randen van de dorpen. Op het gebied van inbreiding staat kwaliteit van de woon- en leefomgeving centraal, wat een licht positieve invloed heeft om de overlast van geur van veehouderijen te voorkomen. De uitbreidingen in de dorpsrandzones van de dorpen kunnen wel negatieve invloeden hebben.

In Arcen is de gemeente van plan om aan de noordzijde woningen toe te voegen, aan deze zijde liggen echter ook drie veehouderijen met geurcirkel waar deze woningen mogelijk in komen te liggen. In de dorpsrandzones van Velden en Lomm liggen ook veehouderijen. Deze liggen niet direct in de richting die de gemeente benoemd maar wel in de dorpsrandzones waar de gemeente mogelijk wil uitbreiden. In Belfeld liggen er niet direct veehouderijen in de dorpsrandzone, aan de zuidzijde ligt wel een paardenveehouderij maar deze ligt nog buiten de dorpsrandzone.

88/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Als laatste is de gemeente terughoudend met de ontwikkeling van grootschalige percelen aan bedrijventerreinen onder meer vanwege het voorkomen van veel geuroverlast. Hiermee wordt niet direct gerefereerd naar veehouderijen maar geeft wel een signaal dat de gemeente terughoudend is in het toestaan van geuroverlast creërende activiteiten. De invloed van de omgevingsvisie op de geur van veehouderijen als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom zowel licht positief als negatief beoordeeld. Buitengebied Als tegenhanger van de schaalsprong van de gemeente Venlo zet de gemeente in op een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied. Met de term toekomstbestendig doelt de gemeente erop dat de ontwikkelingen in het buitengebied duurzaam zijn, vanuit een sociaal, economisch en natuurlijk evenwicht. Daarnaast streeft de gemeente in het buitengebied naar een vitale en gezonde leefomgeving. Om de vitaliteit en kwaliteit van het buitengebied te behouden zorgen ze ervoor dat agrarisch ondernemen, recreatie en wonen goed samengaan. Hoewel het niet expliciet wordt benoemd, kan dit er ook voor zorgen dat geurhinder van veehouderijen voorkomen wordt in de buurt van recreatie en woningen.

Om de samenwerking te verbeteren en duidelijkheid te scheppen richting de toekomst, heeft de gemeente een grove zonering voor de gewenste activiteiten in het buitengebied opgesteld. Dit zijn geen harde planologische kaders, maar dienen als een richtinggevend raamwerk om de verschillende ambities in het buitengebied een plek te geven. In de gele gebieden (visiekaart) blijft het agrarische productielandschap en de glastuinbouw grotendeels de dynamiek bepalen. De gemeente heeft wel de nodige aandacht voor een transitie in de agrarische sector. De gemeente werkt toe naar een toekomstbestendige natuurinclusieve agrarische sector, waar kringloop landbouw de norm is. Om deze transitie te bewerkstelligen werkt de gemeente – in lijn met de provinciale uitgangspunten – dat iedere individuele agrarisch ondernemer in staat is om een voor hem/haar passend transitiepad te bewandelen. Doel van dat pad is om mede invulling te geven aan een circulaire economie, voedselzekerheid en natuur- en landschapsbeheer. Daarnaast biedt de gemeente ook perspectief voor de agrarische sector als het gaat om stoppende agrarische ondernemers of ondernemers die willen transformeren. Zo wordt de mogelijkheid geboden om vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en solitaire bedrijvigheid om te vormen tot nieuwe bestemmingen. Er wordt een duidelijk ruimtelijk ontwikkelkader ontwikkelt en de gemeente voert de regie.

Daarnaast wordt ook gekeken naar welke functie goed past op welke plek. Rondom de stadsranden en dorpen komt een zone waarin VAB kan worden herbestemd voor woonfuncties, mogelijk in combinatie met geclusterd wonen voor mensen met een (lichte) zorgvraag. Direct langs de toeristische hoofdstructuur transformatie voor recreatieve doeleinden. Bij natuurgebieden en in het Maasdal krijgen initiatieven prioriteit die een directe bijdrage leveren aan de natuurkwaliteit van de omgeving. Dit perspectief kan agrariërs stimuleren om te transformeren naar andere functies en zal daarmee minder geuroverlast veroorzaken.

89/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

De invloed van de omgevingsvisie op de geur van veehouderijen als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief beoordeeld. 5.5.4

Externe veiligheid

Indicator

Externe veiligheid

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk Het centrum van Venlo ligt in het aandachtsgebied van het spoorvervoer van gevaarlijke stoffen. Dat geldt ook voor de stedelijke woon-werkmilieus rondom stationsomgevingen. In het aandachtsgebied is er een risico op overlijden als gevolg van gevaarlijke stoffen die vrijkomen bij een ongeluk met een goederentrein. Meer woningen in dit gebied, zoals onderdeel is van de majeure opgave ‘van Station tot Station’, leiden ertoe dat meer mensen blootstaan aan dat risico. Dit heeft een negatieve invloed op de impact van een ongeluk met gevaarlijke stoffen. De gemeente stuurt op milieucategorieën. Hierbij wordt de milieuruimte op werklocaties optimaal benut. Zwaardere bedrijven worden zoveel mogelijk geclusterd op bedrijventerreinen die de gemeente hiervoor aanwijst. Hierbij wordt ingezet op doorontwikkeling van de Trade Ports (Noord, West en Venlo). Dit zijn de plekken waar regionale en (inter)nationale bedrijvigheid zich concentreert en er ruimte is voor bedrijvigheid met reguliere industriële bedrijfsactiviteiten (milieucategorieën 3 en 4) en zware industriële bedrijfsactiviteiten (milieucategorie 5). Dan kan het risico voor mensen om slachtoffer te worden van een ongeluk met gevaarlijke stoffen toenemen op en rond deze locaties. Het clusteren van deze bedrijvigheid heeft een positieve invloed op deze indicator omdat het aantal mensen in het aandachtsgebied niet toeneemt.

Op bedrijventerreinen met milieucategorieën 1 en 2 biedt de gemeente op termijn meer ontwikkelmogelijkheden voor hoogwaardige woon-werkmilieus. Door woon-werkmilieus te combineren, zoals onderdeel is van de majeure opgaven (Keulse Barrière en Kazernekwartier) kan het risico voor externe veiligheid toenemen omdat er meer mensen komen te wonen nabij bedrijven met een mogelijk (beperkt) risico. Dit heeft een licht negatieve invloed op deze indicator. Bij het werken aan het toekomstbestendig maken van de industriehaven, als één van de majeure opgaven, wordt ingezet op veiligheid (tegengaan van ondermijning) en hoogwaterbescherming. Door hierop in te zetten verkleint de kans voor mensen om slachtoffer te worden van een ongeluk met gevaarlijke stoffen. Dit heeft daarom een positieve invloed op de indicator externe veiligheid. Tevens wordt voor werklocaties gekeken naar het gebruik van duurzame brandstoffen zoals waterstof, elektriciteit en ammoniak. Daar horen ook de energieopslagsystemen en batterijen bij,

90/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

sterk variërend in schaalgrootte. Sommige ‘nieuwe’ duurzame brandstoffen hebben gevaarlijke kenmerken en kunnen negatieve effecten op de externe veiligheid hebben. Voor grootschalige opslag van energiedragers moet voldoende veiligheidsafstand worden ingebouwd. De energietransitie leidt echter niet alleen tot nieuwe energiedragers maar laat ook oude verdwijnen (benzine, LPG, aardgas et cetera). Het netto resultaat van deze ontwikkeling op externe veiligheid is daarom neutraal. Tenslotte kent het vervoer van gevaarlijke stoffen via Venlo externe veiligheidsrisico’s. Deze risico’s worden mede bepaald door het goederenvervoer op de Rotterdam-Duitsland corridor. Deze corridor, met knooppunt Venlo, behoort tot het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T). Hoewel het verdubbelen van het spoor en het weghalen van het emplacement een licht positief effect kan hebben op de externe veiligheid door minder rangeerbewegingen, is het moeilijk te voorspellen of het vervoer van gevaarlijke stoffen via Venlo zal toenemen of afnemen. Dit hangt van verschillende factoren af, zoals de capaciteit en ontwikkelingen in het goederenvervoer op de betreffende route. Dit maakt de invloed hiervan op de externe veiligheid onbekend.

De invloed van de omgevingsvisie op de externe veiligheid als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als positief, negatief en neutraal beoordeeld. Dorpen De gemeente is terughoudend met het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen in de dorpen. Hier verwachten we geen nieuwe activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ten opzichte van de referentiesituatie heeft dit een neutrale invloed. De invloed van de omgevingsvisie op de externe veiligheid als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als neutraal beoordeeld. Buitengebied De aanleg van het buisleidingtracé 'Delta-Rijn-Corridor' leidt niet onmiddellijk tot een afname van het spoorgoederenvervoer door Venlo. Het tracé is bedacht om te voldoen aan de toenemende vraag naar energiedragers en om de verduurzaming van de industrie te ondersteunen. Hoewel het vervoer van fossiele brandstoffen over het spoor naar verwachting zal afnemen, blijft het vervoer van andere gevaarlijke stoffen zoals ammoniak, butadieen en acrylonitril. Het vervoer van deze 'bulkchemie' wordt bepaald door de ligging van chemische clusters en grote industrieën, en kan plaatsvinden via buisleidingen, schepen, spoor of wegtransport. Een buisleidingtracé is over het algemeen veiliger dan het spoorvervoer, maar er blijft een zeker risico bestaan.

Over het algemeen kan geconcludeerd worden dat de aanleg van het buisleidingtracé een neutraal effect heeft op de veiligheid in het buitengebied. Daarnaast kunnen nationale of regionale energie-infra projecten in het buitengebied een risico vormen wat betreft externe veiligheid. Zonnepanelen kunnen bijvoorbeeld in brand vliegen of uit elkaar spatten. Tegelijkertijd leidt de lokale opwekking van energie tot minder transportbewegingen van brandstoffen, waardoor de risico’s kleiner worden. De invloed op het risico voor mensen om slachtoffer te worden van een ongeluk met gevaarlijke stoffen is daarom neutraal. De invloed van de omgevingsvisie op de externe veiligheid als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als neutraal beoordeeld.

91/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

5.6

Leefbare woonomgeving

5.6.1

Recreatie

Indicator

Recreatie

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk De gemeente Venlo streeft naar een vijftien minuten stad waarin wandelen en fietsen wordt gefaciliteerd. Er komen veilige wandel- en (snel)fietsroutes vanaf de stations, waardoor recreatieve deze routes beter bereikbaar zijn. Dit bevordert de bereikbaarheid van de recreatieve routes, maar niet per se de routes zelf. Daarom is de invloed licht positief. Daarentegen zorgt stedelijke verdichting en de toename van het aantal inwoners voor extra druk op het recreatieve wandel- en fietsnetwerk. Hierdoor kan het netwerk minder aantrekkelijk of toegankelijk worden. Dit heeft een licht negatief effect op het recreatieve wandel- en fietsnetwerk. De invloed van de omgevingsvisie op de recreatie als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als licht positief en licht negatief beoordeeld. Dorpen In de dorpsranden aan de Maas (‘Maasrandzondes) en langs erfgoedwaarden wordt ingezet op wandel- en fietsroutes, dit heeft een positieve invloed op de omvang en kwaliteit van het wandelen fietsnetwerk en daarmee ook voor de recreatie in het gebied. De invloed van de omgevingsvisie op de recreatie als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief beoordeeld. Buitengebied Rondom de dorpen en de stad wordt ingezet op een aantrekkelijk uitloopgebied om te kunnen wandelen.

Dit heeft een positieve invloed op de kwaliteit van het recreatieve wandelnetwerk. Daarnaast wordt er ingezet op een aantrekkelijk en beleefbaar landschap, wat bijdraagt aan de recreatieve beleving. Dit heeft een positieve invloed op de kwaliteit van het recreatieve netwerk. Als laatste werkt de gemeente aan een robuust fiets- en wandelnetwerk ondersteund door mobiliteithubs om de recreatieve potentie van het buitengebied te benutten. Dit heeft een positieve invloed op de kwaliteit en omvang van het recreatieve wandel- en fietsnetwerk. De invloed van de omgevingsvisie op de recreatie als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief beoordeeld.

92/158

Kenmerk

5.6.2

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Stilte

Indicator

Stilte

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk De ontwikkelingen in het stedelijk gebied hebben minimale invloed op het stiltegebied tussen Swalmen en Tegelen. Door de schaalsprong naar 125.000 inwoners kan de druk op dit gebied licht toenemen, wat een lichte negatieve invloed heeft. De invloed van de omgevingsvisie op de stilte als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als licht negatief beoordeeld. Dorpen De in- en uitbreiding van de dorpen hebben minimale invloed op de stilte in het gebied. Door de groei van de dorpen kan de druk op het gebied mogelijk licht toenemen, wat een lichte negatieve invloed heeft. De invloed van de omgevingsvisie op de stilte als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht negatief beoordeeld. Buitengebied Leefbaarheid is een uitgangspunt voor de transitie in het buitengebied. Er worden ruimtelijke richtlijnen uitgewerkt voor ondernemers die willen transformeren in het buitengebied. Wanneer geluid en de stiltegebieden worden meegewogen in de ruimtelijke keuzes heeft het een licht positieve invloed op de stilte in het gebied. Daarnaast werkt de gemeente aan een robuust fietsen wandelnetwerk ondersteund door mobiliteitshubs om de potentie van het buitengebied te benutten. Dit kan ervoor zorgen dat minder mensen gebruik maken van de auto, wat een licht positieve invloed heeft op de status van het stiltegebied.

Tegelijkertijd kan dit netwerk ertoe leiden dat de druk op het stiltegebied toeneemt, wat een licht negatieve invloed op het stiltegebied heeft. De invloed van de omgevingsvisie op de stilte als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als licht positief en licht negatief beoordeeld.

93/158

Kenmerk

5.6.3

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Voorzieningen

Indicator

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking

Voorzieningen

Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk De gemeente Venlo zet in op verdichting en een aantrekkelijk hoogstedelijk gebied met een volledig pakket aan stedelijke voorzieningen. Het voordeel van een compacte stad is dat de gemiddelde afstand tot voorzieningen afneemt, wat een positieve invloed heeft op de toegankelijkheid van de voorzieningen. Daarnaast wordt er in de transformatiegebieden gestreefd naar een passend niveau van voorzieningen, wat ook een positieve invloed heeft. De transformatiegebieden komen deels overeen met de majeure opgaven. Dit betreft namelijk: het middengebied, Vastenavondkamp, Venlo-Noord, de Keulse Barrière en spoorzone Tegelen. In al deze gebieden is een passend voorzieningenniveau het uitgangspunt voor de transformaties. Aan de andere kant worden in de stadswijken en dorpen sociale en maatschappelijke voorzieningen zoveel mogelijk geclusterd in één gebouw. Bij sport-, onderwijs- en winkelvoorzieningen wordt de lokale behoefte als leidend beschouwd. Dit kan betekenen dat de afstand tot sommige voorzieningen in de stadswijken en dorpen toeneemt en daardoor een licht negatieve invloed heeft op de voorzieningen. De invloed van de omgevingsvisie op de voorzieningen als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld.

Dorpen Het toevoegen van woningen in de dorpen middels in- en uitbreiding en daarmee een stijgend aantal inwoners leidt tot grotere draagvlak voor lokale voorzieningen. Dit heeft een positieve invloed op de gemiddelde afstand tot een voorziening. Het voorzieningenniveau in de dorpen is in de referentiesituatie al een aandachtspunt. Echter, bij onvoldoende draagvlak worden voorzieningen geclusterd, omdat er per dorp wordt gezocht naar een passend voorzieningenniveau. In dat geval kan de gemiddelde afstand tot een voorziening toenemen ten opzichte van de huidige situatie, wat een negatieve invloed heeft op de voorzieningen. De invloed van de omgevingsvisie op de voorzieningen als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht positief en licht negatief beoordeeld.

94/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Buitengebied De gemeente ontwikkelt een ruimtelijk ontwikkelkader voor de vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en solitaire bedrijvigheid in het buitengebied. Hierin wordt de afstand tot voorzieningen meegenomen, wat een licht positieve invloed op de voorzieningen heeft. Daarnaast zorgt de gemeente Venlo door middel van (door)fiets- en autoroutes en slimme mobiliteitsoplossingen, zoals mobiliteitshubs en deelmobiliteit in het buitengebied, dat de bereikbaarheid van voorzieningen in de nabijgelegen dorpen goed blijft. Dit heeft een neutrale invloed op de afstand tot de voorzieningen. De invloed van de omgevingsvisie op de voorzieningen als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als licht positief en neutraal beoordeeld. 5.6.4

Gezondheidsbevordering

Indicator

Gezondheidsbevordering

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk De gemeente zet in op een schaalsprong en daarbij groeit ook het stedelijk voorzieningenniveau mee, daarmee ook een groei van sportvoorzieningen. Wel wordt aangegeven dat voor voorzieningen op het gebied van sport de lokale behoefte leidend is. Het gaat hier om de voorzieningen die op wijkniveau nodig zijn. Daarnaast is de cultuursector in de gemeente Venlo – en de evenementensector die daarbinnen valt – een belangrijke drager van het Centraal stedelijk gebied. Het geeft kleur aan de stad en heeft een grote aantrekkingskracht op de regio. De gemeente is voornemens om voort te bouwen op succesvolle initiatieven in urban culture en sports. Kennismaking met verschillende muzikale, visuele, fysieke en creatieve uitingsvormen kan bijdragen aan de leefbaarheid en een gezonde levensstijl van jongeren. Verder zijn in een aantal hybride stadsrandzones (zones waar het dynamische stedelijk gebied met een diversiteit aan functies overgaat in het buitengebied) sportvoorzieningen aanwezig. Deze passen goed bij het verder ontwikkelen van de gezonde leefomgeving in deze gebieden. Daarnaast streeft de gemeente naar meer groene wijken en beweegvriendelijke, circulaire, veilige en gezonde openbare ruimte.

Hiervoor faciliteren ze de aanleg van groen-blauwe speel- en ontmoetingsplekken, hebben ze aandacht voor (groene) verbindingen tussen de buurten en het stimuleren van het aanbod van gezonde voeding – bijvoorbeeld nabij scholen – die allen bijdragen aan een vitale leefstijl en gezondheidsbevordering.

95/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Verder zet de gemeente in op verstedelijking in het centrum en rondom de stations. Op deze locaties wordt het gebruik van openbaar vervoer, fietsen en wandelen de norm. Dat fietsen en wandelen de norm wordt heeft een positieve invloed op het kiezen voor een gezonde vorm van vervoer en zorgt daardoor voor een gezondheidsbevordering. Verder komt er een fiets- en wandelbrug over de Maas wat ook een positieve invloed heeft op de mogelijkheden tot bewegen. Als laatste heeft de gemeente specifiek aandacht voor gezondheid in het algemeen. De precieze uitwerking hiervan is niet altijd duidelijk. Zo heeft de gemeente bij verdichting aandacht voor gezondheid. Daarnaast gelden in alle transformatiegebieden een aantal algemene uitgangspunten waaronder aandacht voor gezondheid. In de stadsrandzones is een gezonde leefomgeving randvoorwaardelijk, maar de stadsrandzones worden nog verder uitgewerkt. Verder zet de gemeente extra stappen in het verbeteren van de leefbaarheid en gezondheid in Klingerberg, Vossener, Venlo-Oost-Zuid, Tegelen op de Heide en Vastenavondkamp. De invloed van de omgevingsvisie op de gezondheidsbevordering als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als positief beoordeeld. Dorpen De gemeente zet in op het zorgen voor sterke gemeenschappen en samenredzaamheid.

Ze doet dit onder meer door het ondersteunen van het verenigingsleven en hebben daarbij oog voor ruimte voor voldoende sportvoorzieningen en investeren daarnaast, vanuit het aspect mentale gezondheid, in de dorpen in onderwijs en cultuur. Wat het passend niveau aan voorzieningen is, verschilt per dorp. Bij onvoldoende (financieel) draagvlak voor (sport)voorzieningen, kiest de gemeente voor nabijheid ofwel een optimale bereikbaarheid van de voorzieningen in naburige kernen. Om te zorgen voor voldoende draagvlak zet de gemeente in op het toevoegen van woningen in Lomm, dit is noodzakelijk voor het sociale draagvlak voor voorzieningen, het verenigingsleven en de sportvelden. Het is positief voor de gezondheidsbevordering dat de gemeente inzet op voldoende sportvoorzieningen, maar ook negatief dat deze verdwijnen bij onvoldoende draagvlak wat de invloed licht positief maakt. Daarnaast heeft de verbetering en aanleg van (snel)fietsroutes een licht positieve invloed op de gezondheidsbevordering van de inwoners van de dorpen. Goede (snel)fietsroutes kunnen namelijk mensen verleiden om eerder de fiets te pakken in plaats van de auto en daarmee een gezonde vervoerskeuze. De invloed van de omgevingsvisie op de gezondheidsbevordering als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als licht positief beoordeeld.

Buitengebied In het buitengebied streeft de gemeente ook naar een vitale en gezonde leefomgeving. Hoe dit precies invloed heeft op de gezondheidsbevordering is niet uit de omgevingsvisie op te maken. Daarnaast zet de gemeente in het buitengebied voornamelijk in op verbetering van het fiets- en wandelnetwerk wat mensen kan verleiden eerder te gaan fietsen of wandelen, wat een positieve invloed heeft op de gezondheidsbevordering. Zo werkt de gemeente aan een robuust fiets- en

96/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

wandelnetwerk ondersteund door mobiliteitshubs, om de recreatieve potentie van het buitengebied te benutten. Daarnaast zet ze ook in op het verbeteren van de huidige recreatieve fiets- en wandelroutes in het buitengebied. Hierbij ontwikkelen ze deze routes zo, dat ze uitnodigen om meer te gaan bewegen. De invloed van de omgevingsvisie op de gezondheidsbevordering als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als licht positief beoordeeld.

5.7

Energie

5.7.1

Energiegebruik

Indicator

Energiegebruik

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk In de stedelijke wijken wordt ingezet op de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Dit omvat het isoleren, het verbeteren van de energetische kwaliteit en het aansluiten op een duurzame warmtebron. Als gevolg hiervan zal het energiegebruik afnemen. Deze ontwikkeling heeft een positieve invloed op het energieverbruik. Daarentegen zal door de schaalsprong naar 125.000 inwoners het totale energiegebruik van de gemeente Venlo toenemen. Daarnaast biedt de gemeente Venlo ruimte voor economische ontwikkeling, middels extra ruimte voor nieuwe werklocaties (40 ha voor MKB) en in de glastuinconcentratiegebieden. Als gevolg van deze ontwikkelingen zal het energiegebruik toenemen. Als laatste breidt de gemeente de laadinfrastructuur voor elektrische auto’s en fietsen uit om duurzame mobiliteit te stimuleren. Dit zorgt voor een toename van energiegebruik. Echter, hiermee neemt ook het aandeel van fossiel energiegebruik af, waardoor de invloed per saldo neutraal is. De invloed van de omgevingsvisie op het energieverbruik als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als positief, negatief en neutraal beoordeeld.

97/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Dorpen In de dorpen wordt er ingezet op een kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad. De gemeente Venlo streeft naar aardgasvrije dorpen. De eerste stap hierin is de energetische kwaliteit van de woningen te verbeteren samen met woningeigenaren en woonpartners. Dit heeft een positieve invloed op het energiegebruik. Daarentegen neemt het aantal inwoners van de dorpen toe door in- en uitbreiding, wat ervoor zorgt dat het energiegebruik licht toeneemt en daarmee een licht negatieve invloed heeft. De invloed van de omgevingsvisie op het energieverbruik als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief en licht negatief beoordeeld. Buitengebied De gemeente verkent de mogelijkheden om de resterende solitaire glastuinbouw af te bouwen en een plek geven in één van de glastuinbouwgebieden. Als de totale hoeveelheid glastuinbouw en haar energiegebruik afneemt, heeft dit een licht positieve invloed op het energiegebruik. De invloed van de omgevingsvisie op het energieverbruik als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als licht positief beoordeeld. 5.7.2

Hernieuwbare energie

Indicator

Hernieuwbare energie

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

Stedelijk De hoogspanning stations van Venlo zullen in de toekomst moeten worden uitgebreid. Dit is een essentiële stap om hernieuwbare energie te kunnen faciliteren in de gemeente en heeft dus een positieve invloed. Daarnaast wijst de gemeente in de visie gebieden aan (als kansrijke buurten) voor een warmtenet in het centraal stedelijk gebied. Deze overstap naar een warmtenet bevordert het aandeel van hernieuwbare energie. Verder wordt er op woon-werklocaties (bedrijventerreinen en glastuinbouwgebieden) gezocht naar meervoudig ruimtegebruik voor energie opwek (zon op dak). Er wordt ook ingezet op duurzame brandstoffen en de vraag en het aanbod van (duurzame) energie wordt bij elkaar gebracht (energiehubs). Als gevolg hiervan zal het aandeel hernieuwbare energie vergroten. Daarnaast zijn de nieuwbouwlocaties volgens het bouwbesluit aardgasvrij.

98/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Echter, doordat er veel woningen worden bijgebouwd, neemt het aandeel aardgas af, en tegelijkertijd het aandeel elektriciteit toe. Dit heeft alleen een positieve invloed op deze indicator wanneer de elektriciteit duurzaam wordt opgewekt. De invloed is daarom neutraal. Dit geldt ook voor de Maaslijn; deze wordt geëlektrificeerd. Echter, dit heeft alleen een positieve invloed op deze indicator als de elektriciteit duurzaam wordt opgewekt. De invloed van de omgevingsvisie op de hernieuwbare energie als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als positief en neutraal beoordeeld. Dorpen In de dorpen wordt er ruimte geboden aan voorzieningen die gepaard gaan met de energietransitie, denk hierbij aan trafohuisjes, warmtepompen en warmteoverdrachtsstations. Dit heeft een positief effect op het aandeel hernieuwbare energie. De nieuwe woningen, als gevolg van de in- en uitbreiding, in de dorpen zijn aardgasvrij. Hierdoor neemt het aandeel elektriciteit toe. Dit zal dus alleen een positieve invloed hebben op deze indicator wanneer de elektriciteit duurzaam is opgewekt. De invloed is daarom neutraal. Hetzelfde geldt voor de uitbreiding van de laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Deze uitbreiding zal resulteren in een groter aandeel elektriciteit (van diesel/benzine naar elektriciteit).

Wanneer deze elektriciteit duurzaam is opgewekt, heeft dit een positieve invloed op de indicator. Echter, dit is onzeker en dus blijft de invloed neutraal. De invloed van de omgevingsvisie op de hernieuwbare energie als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief en neutraal beoordeeld. Buitengebied In het buitengebied ziet de gemeente mogelijkheden voor de opwek van hernieuwbare energie. Dit gebeurt middels zorgvuldige afwegingen en heeft een positieve invloed op het aandeel hernieuwbare energie. Daarnaast worden er ook randvoorwaarden gesteld voor nationale of regionale energie-infra projecten. Dit heeft een neutrale invloed op het aandeel hernieuwbare energie in de gemeente Venlo. De invloed van de omgevingsvisie op de hernieuwbare energie als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief en neutraal beoordeeld.

5.8

Klimaatadaptatie

5.8.1

Wateroverlast

Indicator

Wateroverlast

Huidige situatie

Autonome

Effect omgevingsvisie van de

ontwikkeling

gebiedsgerichte uitwerking Stedelijk

Dorpen

Buitengebied

99/158

Kenmerk

R003-1288815MLR-V03-kzo-NL

Stedelijk De openbare ruimte van de stedelijke woongebieden worden ontsteend en vergroend ten behoeve van klimaatadaptatie. Dit gebeurt met robuuste groen-blauwe structuren, waardoor er meer ruimte is voor het water om naartoe te stromen en infiltreren. Op de transformatielocaties en tevens majeure opgaves het Middengebied, Venlo-Noord, Vastenavondkamp, Keulse Barrière en Spoorzone Tegelen wordt gestreefd naar klimaatadaptieve buurten. Dit heeft dus een positieve invloed op het aantal wateroverlastlocaties. Samen met het bedrijfsleven zet de gemeente zich ook in om werklocaties klimaatadaptief te maken, bijvoorbeeld door extra groenvoorzieningen aan te leggen. Dit heeft een positieve invloed op het verminderen van het aantal wateroverlastlocaties op en rondom bedrijventerreinen en andere locaties van bedrijven. Daarentegen zorgt de woningbouwopgave, die hand in hand gaat met de geregisseerde groei van de gemeente Venlo, voor extra verharding in het stedelijk gebied. Verharding heeft een negatief effect op de wateroverlast, omdat water daar verharding minder goed kan infiltreren in de bodem en dus (langer) op straat blijft staan. In de omgevingsvisie wordt echter benoemd dat er zoveel mogelijk ruimte wordt gereserveerd voor klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen en dat de bestaande groen structuren niet worden aangetast.

Dit zal het negatieve effect van de verstedelijking op het aantal wateroverlastlocaties doen verminderen. De invloed van de omgevingsvisie op wateroverlast als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het stedelijk gebied wordt daarom als positief en negatief beoordeeld. Dorpen De groen-blauwe kwaliteiten in de openbare ruimte worden versterkt in de dorpen en verbonden met het omliggende landschap. Daar kan overtollig water op straat goed infiltreren na een hevige regenbui, wat een positief effect heeft op het aantal wateroverlastlocaties. Daarentegen worden er woningen bijgebouwd (inbreiding) en zijn er een aantal gebieden aangewezen voor uitbreiding in de dorpsrandzones. Deze extra verharding heeft een negatieve invloed op het aantal wateroverlastlocaties. De invloed van de omgevingsvisie op wateroverlast als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor de dorpen wordt daarom als positief en negatief beoordeeld. Buitengebied In het buitengebied wordt er ingezet op sterke groen-blauwe structuren en vernatting van de beekdalen en kwelzones. Deze structuren dienen als bufferlocatie bij hevige neerslag en hebben daarom een positieve invloed op het aantal wateroverlastlocaties. Daarnaast wordt het type agrarische bedrijvigheid aangepast naar het natuurlijke bodem- en watersysteem.

Verduurzaming van de landbouwsector wordt het meest kansrijk beschouwd in de kwel- en infiltratiegebieden. Dit heeft een positieve invloed op het aantal locaties met wateroverlast in het buitengebied. In het buitengebied is de gemeente ook bezig met VAB-beleid. Dit kan zorgen voor een afname van (agrarische) bedrijven met bijbehorende bedrijfsbebouwing. Dit resulteert in een afname van verharding, wat een positieve invloed heeft op het aantal wateroverlastlocaties. De invloed van de omgevingsvisie op wateroverlast als gevolg van de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied wordt daarom als positief beoordeeld. 5.8.2

Overstroming

100/158

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/938/documents/22119