381324 Bijl02. OER Omgevingsvisie Venlo 2040.pdf
Tekst van het document
0.11
Aanbevelingen
Deze paragraaf bevat aanbevelingen op basis van de effectbeoordeling, het doelbereik en de synergie en strijdigheden uit het OER. De aanbevelingen zijn uitgewerkt per thema. Regie op de ondergrond De gemeente Venlo kiest voor een compacte stad, wat inhoudt dat er verdichting plaatsvindt in het hart van het centraal stedelijk gebied. De verdichting vereist extra ruimte in de ondergrond voor elektrificatie, riolering en fundering voor hoogbouw. Daarnaast heeft de gemeente ambities in het stedelijk gebied die ook een beroep doen op de ondergrond, zoals klimaatadaptieve maatregelen, het faciliteren van de energietransitie en het versterken van de groenstructuren. In de omgevingsvisie is opgenomen dat er aandacht uitgaat naar de benodigde ruimte in de ondergrond.
33/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Om de regie op de inrichting van de ondergrond te versterken (structurerende keuze 15), zoals opgenomen in de Kamerbrief Water en Bodem sturend (25 november 2022), en rekening te houden met het bodemsysteem (Brief Water en Bodem, 22 oktober 2024), is verdere uitwerking op dit thema wenselijk. Een efficiënte inrichting van de ondergrond is essentieel om (toekomstige) ontwikkelingen, zoals woningbouw en energietransitie, te faciliteren zonder de bodem aan te tasten. Daarom wordt aanbevolen om de ‘aandacht voor ruimte in de ondergrond’ om te zetten naar actieve regie en hiervoor ook instrumenten te ontwikkelen. Voorbeelden hiervan zijn de pilot van de gemeente Rotterdam, die een masterplan voor de ondergrond van de binnenstad heeft opgesteld, en de checklist van de gemeente Eindhoven, die helpt om ondergrondse aandachtspunten tijdig in beeld te brengen. Deze initiatieven dragen bij aan een betere regie op de ondergrond. Stedelijke vergroening, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen De gemeente Venlo heeft sterke ambities op de verdichting en transformatie van het stedelijk gebied om de beoogde schaalsprong te behalen. Daarnaast is in de omgevingsvisie opgenomen dat bij ontwikkelingen zoveel mogelijk ruimte wordt gereserveerd voor klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen, en dat bestaande groenstructuren niet worden aangetast.
Deze ambities roepen de vraag op hoe deze ambities in relatie met elkaar worden gerealiseerd. De maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving - Klimaatadaptatie beschrijft doelen en prestatie-eisen, en geeft richtlijnen voor de thema’s wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit, bodemdaling en gevolgbeperkingen voor overstromingen. Een dergelijke uitwerking van de doelen en het schetsen van randvoorwaarden richting ontwikkelaars draagt bij aan het behalen van de ambities voor een klimaatbestendig Venlo. In het actieplan: Venlo Klimaatbestendig, lopen veel acties in 2024 af. In 2025-2026 wordt een nieuw Grondwater Rioleringsplan (GRP) opgesteld, de uitwerking van de ambities in de omgevingsvisie kan hierin een plek krijgen. Door deze ambities verder te concretiseren wordt ook duidelijk wat de consequenties zijn voor de schaalsprong. Druk op natuurgebieden De gemeente zet sterk in op een aantrekkelijk buitengebied voor recreatie en toerisme. Om de recreatieve potentie van het buitengebied te benutten, werkt de gemeente aan een robuust fietsen wandelnetwerk ondersteund door mobiliteitshubs met toegang tot natuur- en bosgebieden. Ook wordt ingezet op toekomstbestendige verblijfsrecreatie en kleinschalige recreatieve voorzieningen in het buitengebied.
De beoogde groei van toerisme in combinatie met de beoogde schaalsprong kan ook negatieve gevolgen hebben op het buitengebied. Denk hierbij aan de (over)belasting op de natuurgebieden als gevolg van recreatiedruk. In de omgevingsvisie lijkt hier nauwelijks rekening mee te worden gehouden. Daarom wordt aanbevolen om uit te werken waar en hoe de gemeente invulling wil geven aan de recreatieve potentie. Hierbij kan gedacht worden aan het creëren van zones waar recreatie is toegestaan of waar rust en natuurbehoud juist voorop staan. Daarnaast kan worden gedacht aan het strategisch plaatsen van infrastructuur zoals wandel- en fietspaden en bijbehorende faciliteiten, zoals picknicktafels. Ook wordt aanbevolen om uit te werken hoe de gemeente in de toekomst om wil gaan met mogelijke negatieve consequenties van toegenomen recreatie.
34/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Netcongestie Zowel de autonome ontwikkelingen als de ambities in de omgevingsvisie van de gemeente Venlo vragen om een uitbreiding van het elektriciteitsnet. Er wordt ingezet op elektrificatie. Dit speelt onder andere op werklocaties, (stedelijke) woonlocaties en voor de mobiliteit. Op werklocaties wordt gezocht naar slimme energie-uitwisseling om (over)belasting van het net te voorkomen. In het stedelijke gebied wordt ruimte geboden aan voorzieningen, zoals trafohuisjes, warmtepompen en warmteoverdrachtsstations om de energietransitie te faciliteren. In 2026 wordt een ‘nadere verkenning ruimtelijke impact van de energietransitie’ uitgevoerd als uitvoeringsprogramma onder de omgevingsvisie. Ondanks de gemeentelijke inzet op dit thema, is de gemeente afhankelijk van de netbeheerder voor het realiseren van zojuist genoemde ambities. Vroegtijdige afstemming met betrokken partijen en het formuleren van prioriteiten in de energietransitie zijn noodzakelijk voor een succesvol verloop. Deze punten dienen ook te worden meegewogen bij het opstellen van het warmteprogramma van de gemeente Venlo. Het warmteprogramma is een vervolg op de transitievisie warmte en moet uiterlijk eind 2026 gereed zijn. Klimaatneutraal en circulair De gemeente heeft de ambitie om in 2050 een klimaatneutrale gemeente te worden met een volledig circulaire economie.
Klimaatneutraal betekent dat de broeikasgassen die uitgestoten worden ook weer uit de lucht gehaald worden. Daarnaast zijn in de omgevingsvisie maatregelen opgenomen met betrekking tot de ambitie op circulariteit en energie. Bijvoorbeeld het toepassen van circulaire principes in de openbare ruimte en het stellen van randvoorwaarden voor het circulair gebruik van grondstoffen voor nieuwe of uit te breiden bedrijven. Aanbevolen wordt om deze randvoorwaarden nader uit te werken en om woningen en bestaande bedrijven concrete handvatten te bieden om bij te dragen aan een volledig circulaire economie in 2050. Tenslotte vraagt een circulaire economie meer ruimte4. De behoefte aan bedrijventerreinen voor recycling, reparatie en (bio)grondstofverwerking neemt toe. Uit de omgevingsvisie blijkt dat deze ruimte wordt gezocht op bestaande werklocaties in het stedelijke gebied. Of dit haalbaar en realistisch is blijkt niet uit de visie. Aanbevolen wordt om de ruimtelijke claim van de transitie naar een circulaire economie inzichtelijk te maken. Ook de uitvoering van een materiaalstromenanalyse en het ontwikkelen van materialenpaspoorten kunnen meer inzicht geven. 5 Daarnaast kan de gemeente ook haar rol pakken ondernemers te informeren en ondersteunen in de transitie naar een circulaire economie.
Op deze manier kan de gemeente tijdig anticiperen op de behoeften en voorkomen dat er onvoldoende ruimte beschikbaar is om de ambitie om volledig circulair te zijn in 2050 te behalen. Tenslotte kan de gemeente regels opnemen in het omgevingsplan om het doelbereik op het gebied van circulariteit te bevorderen6. Ook via beleid, inkoop, grondpositie of subsidies op thema's zoals bouw, de consumptie van goederen, biomassa en voedsel, de maakindustrie en kunststoffen kan de circulaire economie worden gestimuleerd.
4
Ruimtevraag circulaire economie vergt anticipatie | Planbureau voor de Leefomgeving In de tijd tussen het beschrijven van de referentiesituatie en de oplevering van het OER is een beleidskader is opgesteld waarin dit staat. 6 Regelgeving voor een circulaire economie 5
35/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Externe veiligheid en milieuthema’s in relatie tot circulariteit en energietransitie Klimaatneutraliteit leidt tot nieuwe energiedragers (waterstof, elektriciteit, ammoniak), maar laten ook oude verdwijnen (benzine, LPG, aardgas). Fossiele brandstoffen kennen een hoge hittestraling als zij in brand vliegen. Deze risico’s worden uitgefaseerd. De komst van nieuwe energiedragers brengt nieuwe risico’s voor externe veiligheid met zich mee. Als de ontwikkelingen van technologie, veiligheidssystemen en keuringen voor de nieuwe energiebronnen goed op gang komen zal het gebruik ervan waarschijnlijk net zo (on)gevaarlijk zijn als nu. Echter, het is goed om als gemeente scherp te zijn op de (milieu)risico’s van nieuwe technieken. Denk hierbij aan de geluidseffecten van warmtepompen, maar ook de risico’s van bedrijventerreinen ten behoeve van de circulaire economie in het stedelijke gebied.
0.12
Leemten in kennis
De effectbeoordeling in dit OER is kwalitatief van aard, gericht op kansen en risico’s en sluit aan bij het strategische en lange termijn karakter van de omgevingsvisie. De visie is richtinggevend voor verdere uitwerking en doorwerking in programma´s of andere instrumenten. Voor dit OER zijn de gedane aannames afdoende om een voldoende betrouwbaar beeld te verkrijgen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten op de leefomgeving op de langere termijnen. Op dit abstractieniveau is er dan ook geen sprake van leemtes in kennis of onzekerheden met betrekking tot de in dit OER beschreven kansen en risico’s. Meer gedetailleerde effectbeoordeling, kwantificering daarvan en toetsing aan wettelijke kaders kan alleen plaatsvinden bij verdere uitwerking tot beleid in bijvoorbeeld programma’s. De effecten die zich uiteindelijk in de praktijk voor zullen doen, moeten op basis van monitoring en evaluatie in beeld worden gebracht.
0.13
Monitoring en evaluatie van beleid
Voor het OER is een beoordelingskader opgesteld. De indicatoren uit het beoordelingskader van dit OER kunnen dienen als eerste aanzet voor de monitoring van de omgevingsvisie. De beoordeling van deze indicatoren in dit OER (huidige situatie, autonome ontwikkeling en effectbeoordeling omgevingsvisie) kan (deels) gezien worden als een soort ‘nulmeting’ en als basis dienen bij een eventuele monitoringsaanpak. Er moet worden benadrukt dat dit slechts een eerste aanzet is. Daarnaast volgen maatschappelijke ontwikkelingen elkaar in hoog tempo op. We weten niet hoe de wereld er over vijf of tien jaar uitziet. De gemeente Venlo ziet daarom de omgevingsvisie als een dynamisch document. Het dynamische karakter van de omgevingsvisie stelt de gemeente in staat flexibel te reageren op ontwikkelingen en nieuwe inzichten. Om de omgevingsvisie zo actueel mogelijk te houden, is ervoor gekozen om de visie periodiek te evalueren. Het tempo waarin de visie aangepast wordt, hangt af van de ervaringen die opgedaan worden met andere instrumenten, de monitoring van de doelen en de staat van de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie wordt ieder geval elke vier jaar geëvalueerd en dit start in 2028. Gezien de effectbeoordeling, het doelbereik, en de passende beoordeling, wordt geadviseerd om specifiek te monitoren op de volgende thema's: ondergronds ruimtegebruik, woningaanbod, het
36/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
aandeel van hernieuwbare energie, externe veiligheid, biodiversiteit en Natura 2000. Voor dit laatste thema geldt dat in de passende beoordeling van het OER is gekeken naar de mogelijke effecten van de omgevingsvisie. Wanneer het beleid van de omgevingsvisie nader is uitgewerkt, dient een passende beoordeling op projectniveau uitgevoerd te worden waarin de effecten van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden nader onderzocht wordt. Er dient op dat moment een berekening uitgevoerd te worden op basis van een gedetailleerd verkeersmodel en een nauwkeurige ligging van de in- en uitbreidingslocaties. Een berekening met de juiste referentiejaren kan de daadwerkelijke effecten in beeld brengen en mogelijkheden bieden om deze te beperken. De rol van monitoring ligt niet altijd primair bij de gemeente; ook andere partijen kunnen hier een rol in spelen, zoals terreinbeherende organisaties en de provincie. Mogelijk heeft dit op een later moment invloed op het beleid in de omgevingsvisie en effectbeoordeling zoals opgenomen in dit OER.
37/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de aanleiding voor het opstellen van het OER en het doel ervan, de uitgangspunten voor het OER, de interactie tussen de omgevingsvisie en het OER en de besluitvorming omtrent het OER. Hoofdstuk 1 sluit af met een leeswijzer.
1.1
Aanleiding
De gemeente Venlo stelt een omgevingsvisie op. Dit betreft één integrale visie voor de fysieke leefomgeving voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Een lokale omgevingsvisie is, onder de Omgevingswet, een verplicht instrument voor gemeenten om de gewenste ontwikkeling en bescherming van de fysieke leefomgeving te waarborgen. Gelijktijdig met het opstellen van de omgevingsvisie is voorliggend omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. De ‘Omgevingsvisie Venlo’ is de eerste integrale, strategische visie op de fysieke leefomgeving van de gemeente Venlo. De omgevingsvisie beschrijft hoe gemeente Venlo zich wil voorbereiden op de toekomst en hoe wordt omgegaan met ontwikkelingen die op de gemeente afkomen. De omgevingsvisie hanteert een planhorizon tot 2040.
1.2
Het OER
1.2.1 Plicht en doel van het OER Een omgevingsvisie is een wettelijk voorgeschreven plan en daardoor mogelijk plan-mer-plichtig7 (artikel 16.34, eerste lid van de Omgevingswet) wanneer deze kaderstellend is voor mer(beoordelings)plichtige activiteiten (artikel 16.36 Omgevingswet). Voorgenoemde projecten zijn terug te vinden in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarnaast is de vraag of voor het plan een passende beoordeling in het kader van Natura 20008 gemaakt moet worden. Ook in dit geval is er sprake van een plan-mer-plicht. De omgevingsvisie van gemeente Venlo is kaderstellend voor een aantal categorieën die zijn opgenomen in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Het betreft in ieder geval categorie J2 (Spoorwegen en faciliteiten voor de overlading tussen vervoerswijzen en van overladingsstations) in verband met de ontwikkeling van station Venlo Centraal tot een internationaal vervoersknooppunt met alle bijbehorende voorzieningen, J10 (Industrieterrein) in verband met de transformatie van bedrijventerreinen naar woon-werkmilieus en de herstructurering van bedrijventerreinen, J11 (Stedelijk ontwikkelingsproject) vanwege het opnemen van zoekgebieden voor woningbouw, J12 (Landinrichtingsproject) in verband met het bergen van water in de
7
In een aantal gevallen is het mogelijk om eerst een plan-mer-beoordeling te doen. Hieruit blijkt of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een plan-milieueffectrapportage achterwege blijven. Een plan-merbeoordeling is mogelijk als: Het om een kleine wijziging van een plan of programma gaat Het plan betrekking heeft op een klein gebied op lokaal niveau Het plan het kader vormt voor projecten die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn opgenomen maar die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben 8 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze Natura 2000-gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. (Bron: Natura 2000)
38/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
beekdalen en M2 (Jachthavens) in verband met de aanleg van de nieuwe jachthaven in de Océ Weerd. Daarnaast is niet op voorhand uit te sluiten dat significante effecten op het Natura 2000-gebied De Maasduinen optreden. Deze effecten kunnen optreden door de ontwikkelingen die worden mogelijk gemaakt door de omgevingsvisie. Om deze reden is ten behoeve van de omgevingsvisie ook een passende beoordeling opgesteld wat eveneens leidt tot een mer-plicht. Het plan heeft een mer-plicht en daarom moet er een plan-mer worden opgesteld. Echter is ervoor gekozen om een omgevingseffectrapportage (OER) op te stellen. Het verschil tussen een planmer en een OER is dat het OER niet alleen kijkt naar de ‘traditionele’ milieuthema’s, maar ook naar andere thema’s binnen de fysieke leefomgeving, zoals de Omgevingswet voorstaat. Dat betreft in dit OER onder andere de thema's klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheidsbevordering, biodiversiteit, woon- en werklocaties, bereikbaarheid van recreatie en sociale voorzieningen. Het doel van het OER is inzichtelijk maken wat de effecten van de omgevingsvisie op de leefomgeving zijn en in hoeverre de voorgestelde koers bijdraagt aan het behalen van de door de gemeente gestelde ambities. Het OER geeft de (milieu-)informatie die nodig is om een besluit te nemen over de vaststelling van de omgevingsvisie.
Een besluit waarbij de milieubelangen op basis van het OER volwaardig worden meegewogen. 1.2.2
Uitgangspunten van het OER
Zoals in de vorige paragraaf aangehaald wordt, is in het OER niet alleen gekeken naar de ‘traditionele’ milieuthema’s, maar ook naar andere thema’s binnen de fysieke leefomgeving. Dit is een van de uitgangspunten van dit OER. De andere uitgangspunten voor de omgevingsvisie van de gemeente Venlo zijn als volgt: Het OER en de Passende beoordeling sluiten aan op het abstractieniveau van de omgevingsvisie. De effectbeoordeling is kwalitatief van aard. Als het gaat om speerpunten
met (in relatieve zin) concretere acties, dan sluit de effectbeoordeling in het OER daarop aan De omgevingsvisie is een integrale lange-termijn-ontwikkelkoers. Bestaand beleid en toekomstige plannen en programma’s moeten passen bij en bijdragen aan dit integrale toekomstbeeld. Het doel van de mer-procedure is om de onderlinge strijdigheid of synergie tussen de ambities in de voorgestelde koers te onderzoeken en in beeld te brengen. Dit kan echter niet los gezien worden van de verdere uitwerking waarvoor de omgevingsvisie het kader vormt. Daarom omvat het OER een doorkijk naar de haalbaarheid van ambities (doelbereik). In het verlengde hiervan geeft het OER aanbevelingen voor de verdere uitwerking. Deze aanbevelingen helpen om de gestelde ambities in de omgevingsvisie
daadwerkelijk te behalen De omgevingsvisie richt zich op de periode tot 2040. Het OER sluit hierop aan
1.2.3 Wisselwerking omgevingsvisie en OER Het OER helpt als procesinstrument bij het maken van afgewogen keuzes voor de omgevingsvisie. Gedurende het opstellingsproces van de omgevingsvisie heeft het OER inzicht gegeven in de wijze waarop de gemeente met de omgevingsvisie haar (milieu)kwaliteiten kan
39/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
behouden, versterken of toevoegen. Doordat het OER als procesinstrument is ingezet, konden de tussenresultaten van het OER benut worden bij het opstellen van de omgevingsvisie. Figuur 1.1 verbeeldt dit proces.
Figuur 1.1 Samenhang OER – omgevingsvisie
Het OER geeft de (milieu-) informatie die nodig is om een weloverwogen besluit te nemen over de vaststelling van de omgevingsvisie, waarbij de milieubelangen volwaardig worden meegewogen. Om de omgevingsvisie optimaal af te stemmen op de milieueffecten, is de omgevingsvisie en het OER gelijktijdig opgesteld. Zo konden de effecten van de keuzes en ambities direct beoordeeld worden. De sporen zijn onderling beoordeeld op milieu- en leefomgevingseffecten. Deze beoordelingen zijn meegewogen in de keuzes voor de elementen uit de sporen in de stap naar de ontwerp-omgevingsvisie. Er zijn enkele keuzes bijgesteld, maar er is vooral rekening gehouden met de effecten die van invloed zijn op de visie. De uiteindelijke omgevingsvisie is op onderdelen aangescherpt om ongewenste effecten op de leefomgeving te voorkomen. Hiervoor zijn de effecten van de keuzes uit de 90%-versie van de omgevingsvisie in beeld gebracht en is gezamenlijk gekeken naar het doelbereik en passende beoordeling. Op een aantal punten waaronder bijvoorbeeld de binnenstedelijke uitwerking van de schaalsprong en energietransitie in het buitengebied - is de omgevingsvisie aangescherpt. Hieronder staan enkele concrete voorbeelden van de wisselwerking tussen het OER en de omgevingsvisie:
In de effectbeoordeling van de sporen (zie p.11 van bijlage 3) staat in Spoor 3 aangegeven dat ‘In spoor 3 wordt Venlo centrum getransformeerd naar een compacte stad. In de compacte stad wordt meer bebouwing toegevoegd wat betekent dat de infiltratiecapaciteit van de bodem afneemt.’ Een compacte stad is uiteindelijk een uitgangspunt geworden, maar hierop is geanticipeerd door de volgende aandachtspunten op meerdere plekken op te nemen in de omgevingsvisie: ‘Op alle verdichtingslocaties zorgen we ervoor dat we de bestaande groenstructuren niet aantasten en dat we bij ontwikkelingen zoveel mogelijk ruimte reserveren voor klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen. Daarnaast hebben we aandacht voor veiligheid, gezondheid en de benodigde ruimte in de ondergrond.’
40/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
De mobiliteitshubs en het versterken van de fiets- en wandelpaden worden in de alle drie de effectbeoordeling positief beoordeeld bij de indicator 'Modal Split'. Bijvoorbeeld: ‘In spoor 1 wordt ingezet op inclusieve mobiliteit en veilige doorfiets- en wandelpaden. Deze fiets- en wandelverbindingen verbeteren de bereikbaarheid tussen Oost en West over de Maas. In de gemeente is de ambitie om 10 mobiliteitshubs toe te voegen en hierdoor het (openbaar) vervoer tussen wijken en dorpen bevorderd. Dit heeft een positief effect op de modal split.’ Ook staat in de effectbeoordeling vermeld dat de mobiliteitshubs een positief effect hebben op de bereikbaarheid van voorzieningen. De realisatie van mobiliteitshubs zijn zowel in de dorpen als in de wijken en buurten als ambitie in de omgevingsvisie geland. Hiernaast is de ontwikkeling van (snel)fietsroutes door de gehele gemeente een speerpunt
Met de effectbeoordeling van de sporen kan je de conclusie trekken dat de keuzes die zijn voorgesteld in alle drie sporen negatief effect hebben op ondergronds ruimtegebruik. Dit is geadresseerd in de omgevingsvisie. ‘Tegelijkertijd moeten we rekening houden met de steeds vollere ondergrond. Het is belangrijk om een goede balans te vinden tussen het gebruik en de bescherming van de ondergrond. Daarbij moeten we voldoende ruimte overlaten voor de aanleg van essentiële ondergrondse infrastructuur, zoals buizen, kabels en leidingen (waaronder voor drinkwater).’
1.2.4
Procedure van het OER
De procedure van het OER is gekoppeld aan de procedure voor de omgevingsvisie. De omgevingsvisie die met het OER voorligt is het ontwerp. De ontwerp-omgevingsvisie en het OER worden gelijktijdig zes weken ter inzage gelegd. Het OER is als bijlage bij de ontwerpomgevingsvisie gevoegd. Tijdens de terinzagelegging worden relevante bestuursorganen geraadpleegd en mag eenieder een zienswijze indienen op het OER en de ontwerpomgevingsvisie. Parallel aan de terinzagelegging en besluitvorming heeft de Commissie voor de mer een advies uitgebracht over het OER en beoordeelt zij of de juiste (milieu-)informatie aanwezig is om een besluit over de omgevingsvisie te kunnen nemen. Het advies van Commissie mer is gepubliceerd op hun website. Naar aanleiding van dit advies heeft gemeente Venlo besloten om dit advies ter harte te nemen. In deze versie van het OER zijn de volgende aanvullingen gedaan:
Aanvullende indicatoren voor geur van veehouderijen, gezondheidsbevordering en werkloosheid en werkgelegenheid (zowel toegevoegd in de referentiesituatie als de effectbeoordeling)
Waar mogelijk is meer ruimtelijke duiding gegeven aan enkele indicatoren in de referentiesituatie en effectbeoordeling (waaronder geluid, voorzieningen) Specifieker benoemen van de majeure opgaven in de beschrijving van de omgevingsvisie, in
de effectbeoordeling, het doelbereik en synergie en strijdigheden Aanscherpen detailniveau passende beoordeling Toelichting op de sporen/alternatieven in de hoofdtekst
Toevoeging beschrijving van proces van sporen naar ontwerp-omgevingsvisie Actualiseren hoofdstuk conclusie en samenvatting op voorgaande punten
41/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
De zienswijzen en het advies van de Commissie mer hebben aanleiding gegeven tot het bijstellen van de ontwerp-omgevingsvisie. Op basis van het advies van de Commissie mer zijn voornamelijk aanpassingen die gaan over het gelopen proces van de omgevingsvisie. De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast.
1.3
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk, hoofdstuk 2, staat een beschrijving van het totstandkomingsproces van de omgevingsvisie en de manier waarop de gemeente uitwerking wil geven aan de voorgestelde ontwikkelkoers. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe het onderzoek omgevingseffecten is uitgevoerd. De effecten op de relevantste indicatoren als gevolg van de alternatieven (sporen) staan beschreven in hoofdstuk 4. De effecten op de leefomgeving als gevolg van de omgevingsvisie staan beschreven in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 beschrijft de kansen voor synergie en strijdigheden tussen de gestelde kernopgaven in de omgevingsvisie. In hoofdstuk 7 wordt het doelbereik van de ambities beschreven. Hoofdstuk 8 bevat de Passende beoordeling van Natura 2000-gebieden. Hoofdstuk 9 bestaat uit de conclusies en aanbevelingen. Hoofdstuk 10 behandelt de leemten in kennis en de manieren waarop deze kunnen worden gemonitord.
42/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
2 Omgevingsvisie Venlo Dit hoofdstuk legt ten eerste in paragraaf 2.1 verslag van het totstandkomingsproces van de omgevingsvisie. Daarna worden in paragraaf 2.2 de ambities en gebiedsuitwerkingen van de omgevingsvisie van de gemeente Venlo omschreven.
2.1
Totstandkoming omgevingsvisie
Een omgevingsvisie biedt een unieke kans om samen met politiek en samenleving een integrale visie op de leefomgeving te formuleren. Daarom is er tijdens het ontwikkelproces van de omgevingsvisie nagedacht en samengewerkt met inwoners, belanghebbenden en de politiek. Dit is gedaan in de vorm van interactieve bijeenkomsten, consultatierondes, een online vragenlijst en straatgesprekken. Er is in drie fasen naar de omgevingsvisie toegewerkt. Fase 1 Verkennen: In de eerste fase van het project zijn de belangrijkste kenmerken van de gemeente in kaart gebracht. Hierbij is gekeken naar de trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen en welke kansen en uitdagingen dit met zich meebrengt. Dit is gedaan door bureauonderzoek, inventarisatie van bestaand beleid en werksessies met de gemeentelijke organisatie, het bestuur en de gemeenteraad. Daarnaast is de samenleving bevraagd over hun visie op de leefomgeving. De resultaten zijn vastgelegd in de Atlas Venlo 2040, waarin de belangrijkste kansen, uitdagingen en conclusies zijn samengevat in vijf fundamentele opgaven en koppelkansen. Fase 2 Koers bepalen: In de eerste verkenningsfase is de basis gelegd voor de tweede fase, waarin de gewenste toekomstrichting van de gemeente Venlo vorm heeft gekregen.
Er zijn drie uitgewerkte sporen gebruikt om het denken over de toekomst te scherpen en een koers te bepalen: (1) Venlo Vitaal, (2) Venlo vergroend en (3) Venlo groeit. Met behulp van deze sporen is onderzocht binnen welke bandbreedte ruimtelijke keuzes gemaakt kunnen worden voor de toekomst. Tijdens de gesprekken is besproken welke ontwikkelingen deelnemers als voorstelbaar en gewenst zagen, maar ook welke onderdelen niet passen bij het toekomstbeeld van de gemeente Venlo. Op basis van deze gesprekken is het Kompas Venlo 2040 opgesteld. Dit document geeft een overzicht van het toekomstbeeld van de gemeente Venlo in 2040 en de strategische keuzes die daarbij horen. Fase 3 Ontwikkelen omgevingsvisie: In de derde en tevens laatste fase van het project is de omgevingsvisie opgesteld. Het toekomstbeeld en de drie strategische kernambities uit het Kompas Venlo 2040 zijn verder verfijnd en specifiek voor elk gebied uitgewerkt. In deze fase hebben er diverse werksessies plaatsgevonden met inwoners, belanghebbenden, ambtenaren en de politiek. Er zijn vier dorpsavonden georganiseerd op verschillende locaties in de gemeente. Het doel hiervan was om de specifieke uitdagingen, accenten en toekomstvisies van de verschillende dorpen te identificeren en deze goed mee te nemen in de gebiedsgerichte uitwerking van de omgevingsvisie.
43/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Figuur 2.1 Schematische weergave van de tussenproducten van de omgevingsvisie Venlo 2040 (Omgevingsvisie Venlo)
2.1.1 Participatie Tijdens het opstellen van de omgevingsvisie hebben verschillende vormen van participatie plaatsgevonden. Zo zijn er digitale enquêtes en straatgesprekken gehouden waarbij inwoners, ondernemers en bezoekers werden bevraagd over hun kijk op de gemeente Venlo. Ambtenaren hebben in werksessies hun bijdrage geleverd aan de visie, waarbij ook belangrijke partners aanwezig waren. Bewonersavonden boden de mogelijkheid voor inwoners en dorpsraden om met elkaar in gesprek te gaan over de leefomgeving. Stakeholders werden uitgenodigd om mee te denken over de visie en ook de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders waren betrokken bij het proces. Op deze manier is er gestreefd naar een gedeelde en breed gedragen visie op de leefomgeving van Venlo.
2.2
Omgevingsvisie
In de omgevingsvisie Venlo 2040 is een beeld geschetst van de gewenste situatie van Venlo in 2040. Om dit te bereiken zijn er vijf ambities opgesteld, deze worden behandeld in paragraaf 2.2.1. De gemeente Venlo kent veel afwisseling in gebieden, daarom is er gebruik gemaakt van een gebiedsgerichte, passende aanpak. De vijf ambities zijn vertaald in gebiedsgerichte keuzes voor de stad, dorpen en buitengebied, dit wordt behandeld in paragraaf 2.2.3. 2.2.1 De vijf ambities van Venlo In 2040 is Venlo een sterke en aantrekkelijke gemeente waarin nieuwe economische verdienmodellen zijn ontstaan en waar water- en bodemsystemen een belangrijke rol spelen in ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente hecht waarde aan haar historische gelaagdheid en zorgt voor verbinding tussen stad, dorpen, landelijk gebied en de Maas. Venlo is gegroeid en biedt ruimte voor wonen, werken, leren, ondernemen, genieten en recreëren. Om deze toekomst te realiseren, werkt de gemeente aan vijf ambities: Venlo maakt een schaalsprong
Venlo gaat voor de vitale leefomgeving Venlo zet in op een mobiliteitstransitie Venlo werkt aan een waardevolle economie
Venlo wordt klimaatbestendig
44/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Deze vijf ambities zijn verbeeld in de visiekaart (figuur 2.2), daarnaast worden ze tekstueel toegelicht onder de kaart.
Figuur 2.2 De kaart van de omgevingsvisie gemeente Venlo 2040
Venlo maakt een schaalsprong De 'schaalsprong' in 2040 heeft de kwaliteit van leven in de gemeente Venlo sterk verbeterd. Dit is te danken aan goede leefbaarheid, een hoog voorzieningenniveau en duurzame woonmilieus. De beschikbaarheid van woningen heeft jonge inwoners aangetrokken en mobiliteit binnen de
45/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
gemeenschap mogelijk gemaakt. De diverse woonmilieus hebben ook mensen van buiten de regio aangetrokken. Door programmatisch te werken op buurtniveau is er een evenwichtige woningvoorraad ontstaan. Om meer regie te voeren op de ontwikkeling van de gemeente heeft de gemeente gewerkt aan de Venlose ontwikkelingsstrategie. De ontwikkelingsstrategie heeft Venlo gepositioneerd als een aantrekkelijke stad met een sterke aantrekkingskracht op omliggende regio's. De groei van het aantal inwoners heeft gezorgd voor een verbetering van het voorzieningenniveau en de versnelde bouw van woningen heeft aan de regionale en lokale vraag voldaan. Er is ook aandacht besteed aan zorg, duurzaamheid, gezonde leefomgeving en klimaatadaptatie bij nieuwbouwprojecten. Het doel was om passende woonruimte voor iedereen te realiseren door samen te werken met bewoners en partners. Verdichting van het centrale stedelijke gebied en toevoeging van woningen aan dorpsranden hebben gezorgd voor een sterke stedelijke kern in harmonie met leefbare dorpen. Venlo gaat voor de vitale leefomgeving In 2040 is de gemeente Venlo een gezonde, vitale en veilige gemeente aan de Maas. Ruimtelijke keuzes zijn altijd gemaakt met het oog op positieve gezondheid en brede welvaart.
De groen (natuur) en blauwe (water) structuren in de stad en het buitengebied zijn behouden en versterkt, waardoor de leefomgeving gezonder en schoner is geworden. Ook is er gewerkt aan een evenwichtige bevolkingssamenstelling en een goede mix van inwoners van verschillende leeftijden, opleidingsniveaus en inkomens. Gemengde wijken met ontmoetingsplekken en sporten beweegfaciliteiten zorgen voor sociale verbondenheid. Daarnaast zijn er diverse sociale- en maatschappelijke voorzieningen die bijdragen aan de ontwikkeling van inwoners. Ten slotte is er altijd aandacht voor een veilige leefomgeving waarin risico's zorgvuldig worden afgewogen. Venlo zet in op een mobiliteitstransitie De gemeente Venlo is gegroeid op een geregisseerde manier. Bij een dergelijke groei hoort een mobiliteitstransitie, dit zorgt er namelijk voor dat de gemeente op een duurzame, gezonde en veilige manier bereikbaar blijft. Om deze mobiliteitstransitie te ondersteunen heeft de gemeente maatregelen genomen. Het verkeersnetwerk is herzien en er zijn ingrepen en verminderingen toegepast. Venlo profiteert van de strategische ligging op een knooppunt van weg, spoor en water. Het openbaar vervoer, de fiets en wandelen hebben de dominantie van de auto verminderd. De stationsomgevingen zijn verbeterd en Venlo Centraal is een hoogwaardig openbaar vervoersknooppunt.
In de dorpen speelt de auto nog steeds een rol, maar er is gewerkt aan het behoud van openbaar vervoer en het bevorderen van slimme mobiliteitshubs en deelvervoer. Verkeersveiligheid is significant verbeterd in de gemeente.
46/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Venlo werkt aan een waardevolle economie In 2040 speelt Venlo een belangrijke rol in de economie als een duurzame en toekomstbestendige gemeente. De focus ligt op een circulaire economie en de ontwikkeling van Venlo als een innovatieve kennisstad. Er is geïnvesteerd in onderwijs en de koppeling tussen studenten en bedrijven. De Brightlands Campus is een belangrijke speler op het gebied van voedsel en circulariteit. De stadseconomie is gegroeid en er is ruimte gegeven aan Mkb’s (midden- en kleinbedrijf) en bedrijven in de circulaire economie. In het buitengebied is er een overgang naar duurzame landbouw en glastuinbouw, met aandacht voor biodiversiteit. De vrijetijdseconomie is ook belangrijk in Venlo, met een doorontwikkeld toeristisch aanbod. Het doel is om een duurzaam verdienmodel te creëren dat waarde biedt voor inwoners, ondernemers en de maatschappij. De binnenstad, Arcen, Steyl, de Maas en het buitengebied blijven focusgebieden. Er is ook innovatie in de zorgsector, met als doel om de gezondste regio te worden. Venlo wordt klimaatbestendig In 2040 heeft Venlo zich ontwikkeld tot een groene en klimaatbestendige gemeente. Er is veel aandacht besteed aan natuur-, water- en bodembeheer, waardoor er nu een gezond bodem- en watersysteem is. Venlo is ook weerbaarder geworden tegen extreme weersomstandigheden en de waterhuishouding en waterkwaliteit zijn verbeterd.
Natuurgebieden en landelijke gebieden zijn aantrekkelijker geworden voor recreatie en toerisme. Zowel het buitengebied als de bebouwde omgeving zijn klimaatadaptief geworden, met groene en waterrijke structuren. Venlo streeft ernaar om in 2050 een klimaatneutrale gemeente te zijn met een volledig circulaire economie. Er zijn al stappen gezet in de verduurzaming en energietransitie, met onder andere duurzame warmtevoorziening en opwekking van zonne-energie. Venlo is samen met de regio op weg om het regionale doel van 1,2 terawattuur opwekking voor 2050 te behalen. Koppelkansen zijn benut door de warmtetransitie van bebouwd gebied te verbinden met het bedrijfsleven. Tot slot streeft de gemeente naar een gebalanceerd energiesysteem met minder netcongestie 2.2.2
Majeure opgave
De omgevingsvisie van Venlo kent 10 majeure opgaven. Deze worden hieronder toegelicht. Centrum: van station tot station In het gebied tussen station Venlo en station Blerick spelen diverse opgaven. De stationsomgeving van Venlo, het emplacement de Zuidrand van het centrum, het Kazerne Kwartier en op termijn de transformatie van bedrijventerrein Ubroek. Het gaat om de kansen voor woningbouw (Kazerne, Zuidrand), tegengaan van hittestress (emplacement afschalen), toevoegen van woonwerkmilieus, wateropgave, toevoegen van groenstructuren. Maasopgave (Maas 2050) Langs de gehele Maas zijn diverse trajecten die toezien op het op orde brengen van de dijken en het uitvoeren van systeem maatregelen. Hiervan is een deel in uitvoering of vergevorderd met planvorming (Vierwaarden) en staat de gemeente voor een deel van deze trajecten nog aan het begin.
47/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Venlo Noord Dit betreft onder andere de herstructurering van sociale woningbouw in Venlo-Noord, het op orde brengen van de dijk en ruimte voor de rivier creëren (Vierwaarden), de verplaatsing van de jachthaven, natuurontwikkeling, herontwikkeling van de fabrieksterreinen van Canon naar een woongebied en het realiseren van een nieuw wegtracé. Middengebied In het middengebied staat het toevoegen van een groenblauwe verbindingszone van de Hei naar de Maas centraal. Langs deze landschappelijke drager vinden een aantal ontwikkelingen plaats, zoals de doorontwikkeling van de Fontys Campus en de transformatie van het Veilingterrein naar een woon-werk gebied. Tegelen station Er liggen rond station Tegelen een aantal bedrijven met een zware milieubelasting midden in een woonomgeving. De opgave ligt in het transformeren van deze industriegebieden naar een woonwerkmilieu. Dit biedt tevens kansen voor vergroenen in een sterk versteende omgeving. Vastenavondkamp De wijk: Vastenavondkamp kent een aantal leefbaarheidsvraagstukken. Er ligt een behoorlijke herstructureringsopgave, waarbij het zwaartepunt ligt bij de particuliere (koop)sector. Fysieke ingrepen in de wijk gaan samen met een sociaal-maatschappelijk programma. Campus De Brightland Campus moet een impuls geven aan het versterken van de kennisinfrastructuur van Venlo en de regio.
Hierbij wordt ruimte gegeven aan onderzoeks- en onderwijsfaciliteiten. Daarnaast wordt ingezet op een concentratie van bedrijven in de agro-foodsector en is er ruimte voor start-ups, ook komt er studentenhuisvesting. Keulse Barrière/ Oostflank Het zwaartepunt ligt hier bij de opgave om een verouderd bedrijventerrein te revitaliseren en wellicht uit te breiden. Er zijn kansen voor het toevoegen van een woonwerk-milieu. De opgave ligt ook in het verbeteren van de samenhang en ruimtelijke kwaliteit van het gebied en het versterken van de groen structuur. Industriehaven Wat betreft de industriehaven wordt ingezet op het toekomstbestendig maken ervan. Verduurzaming, hoogwaterbescherming en het verbeteren van de veiligheid worden aan elkaar gekoppeld. Daarnaast wordt ingezet op de watergebondenheid van bedrijven rond de haven en het uitplaatsen van de jachthaven. Doorontwikkeling nationale infrastructuur Deze majeure opgave is met name agenderend, de gemeente Venlo is afhankelijk van andere overheden als het gaat om het verbreden en/of verbeteren van snelwegen of het spoor.
48/158
Kenmerk
2.2.3
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Gebiedsuitwerking
De gemeente Venlo kent veel afwisseling in landschap. Verschillende gebieden in de gemeente worden daarom voorzien van een gebiedsgerichte aanpak die aansluit bij de vijf ambities van Venlo. Op deze manier krijgt elke plek in de gemeente een passende ontwikkelrichting voor de toekomst. De drie gebiedsgerichte uitwerkingen zijn: Een aantrekkelijk en sterk centraal stedelijk gebied Vitale en leefbare dorpen
Een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied
Een aantrekkelijk en sterk centraal stedelijk gebied Venlo maakt een schaalsprong en heeft als ambitie om in 2040 te groeien naar 125.000 inwoners. Deze groei is geregisseerd en richt zich op het vergroten van de leefbaarheid en het versterken van het voorzieningenniveau in de gehele gemeente. Het zwaartepunt van deze groei ligt in het centraal stedelijk gebied, waar verdichting en gebiedsontwikkelingen plaatsvinden. Hierbij zet de gemeente in op het klimaatadaptief inrichten van de fysieke ruimte, verduurzaming en het verbeteren van het mobiliteitssysteem. Daarnaast streeft Venlo naar een vitale leefomgeving met groene buurten, maatschappelijke functies en sociale voorzieningen. Er wordt ook aandacht besteed aan het beschikbaar en betaalbaar maken en houden van de woningvoorraad, en het creëren van evenwichtige wijken en buurten. Daarbij wordt rekening gehouden met de woonzorgopgave en de behoeften van bijzondere doelgroepen. Venlo wil ook een inclusieve samenleving bevorderen, waarin iedereen kan meedoen. Verder zet de gemeente in op een mobiliteitstransitie met verbeterde lokale bereikbaarheid en de ontwikkeling van buurthubs. Venlo wil ook een waardevolle economie realiseren, met aandacht voor duurzame ontwikkeling en circulariteit. Tot slot wordt er gewerkt aan een klimaatbestendige stad, met aandacht voor groenblauwe kwaliteiten en hoogwaterveiligheid.
Vitale en leefbare dorpen Venlo streeft naar gecontroleerde groei om de leefbaarheid en voorzieningenniveau in de hele gemeente te behouden. Er is aandacht voor de groei van de dorpen Belfeld, Arcen, Velden en Lomm, waarbij gezocht wordt naar ruimte voor woningbouw binnen de dorpskernen en beperkte uitbreiding in de dorpsrandzones. Ook zet de gemeente in op een klimaatbestendige inrichting van de fysieke ruimte en bevordering van andere vormen van mobiliteit, er is aandacht voor het behoud en de versterking van erfgoed en cultuur en de energietransitie vraagt ook ruimte in de dorpen. In 2040 blijven ontmoeting en saamhorigheid belangrijk in de dorpen. Dit is belangrijk, omdat inwoners in de toekomst door onder meer de toenemende vergrijzing en tegelijkertijd een tekort aan arbeidskrachten, ook steeds meer aangewezen zijn op elkaar. Het versterken van de sociale infrastructuur, ondersteuning van het verenigingsleven en het faciliteren van passende voorzieningen is essentieel. Er wordt gestreefd naar een goede bereikbaarheid en het voorkomen van vervoersarmoede door inclusieve mobiliteit en het uitbreiden van fiets- en wandelpaden. Er blijft ook ruimte voor autovervoer en er wordt gewerkt aan een waardevolle economie met ruimte voor lokaal mkb. Verder wordt ingezet op het versterken van groen-blauwe kwaliteiten, hoogwaterveiligheid en aardgasvrije dorpen.
Voor elk dorp worden specifieke maatregelen genomen om de leefbaarheid te verbeteren en de kwaliteit van de woon- en leefomgeving te waarborgen.
49/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied Venlo heeft de ambitie om te groeien en streeft naar een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied. De ontwikkelingen in het buitengebied moeten duurzaam zijn en in evenwicht zijn op sociaal, economisch en natuurlijk vlak. De transitie in het buitengebied omvat water- en bodemopgaven, natuuropgaven en de transitie in de agrarische sector. De leefbaarheid voor inwoners en ondernemers in het buitengebied blijft een belangrijk aandachtspunt. Venlo streeft naar een vitale en gezonde leefomgeving in het buitengebied, waarbij agrarisch ondernemen, recreatie en wonen goed samengaan. De gemeente past de mobiliteit in het buitengebied aan de behoeften aan en zet in op een waardevolle economie, met aandacht voor zowel de agrarische sector als de vrijetijdseconomie. Het buitengebied wordt klimaatbestendig gemaakt door het versterken van groen-blauwe structuren en het zorgen voor hoogwaterveiligheid. Er worden gebiedsspecifieke keuzes gemaakt om het buitengebied te beschermen en te verbeteren, waarbij onder andere aandacht is voor landschap, erfgoed, wateren bodemsystemen, agrarische activiteiten en recreatie. De Maas en beken spelen een belangrijke rol in het buitengebied, waarbij hoogwaterveiligheid, natuurontwikkeling en recreatie prioriteit hebben.
Er wordt gewerkt aan het verbeteren van fiets- en wandelroutes en de bereikbaarheid van voorzieningen in het buitengebied.
50/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
3 Onderzoeksmethodiek Dit hoofdstuk beschrijft in de verschillende paragrafen de stappen binnen het OER. Figuur 3.1 toont een weergave van het proces en de verschillende stappen. Dit OER is opgesteld in de volgende stappen: 1. Vaststellen beoordelingskader 2. 3. 4.
Beschrijven en beoordelen huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie) Beoordelen effecten alternatieven (sporen) Beoordelen effecten omgevingsvisie en opstellen passende beoordeling
5.
Beschrijven mitigerende maatregelen, leemten in kennis en monitoring en evaluatie
Figuur 3.1 De stappen van de mer-procedure
3.1
Stap 1: Vaststellen beoordelingskader
De eerste stap is het opstellen van het beoordelingskader. Dit kader bevat per thema verschillende indicatoren waarmee de effecten van de omgevingsvisie worden beoordeeld. Voor elke indicator is beschreven welk criterium wordt gebruikt om het effect te bepalen. In de onderstaande tabel (tabel 3.1) is het beoordelingskader weergegeven. Naar aanleiding van het advies van Commissie mer zijn in deze versie van het OER de indicatoren geur van veehouderijen, gezondheidsbevordering en werkloosheid en werkgelegenheid toegevoegd.
51/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Tabel 3.1 Beoordelingskader effectbeoordeling Thema
Indicator
Bodem
Ondergronds ruimtegebruik Aardkundige waarden
Water
Waterkwaliteit Waterhuishoudkundig systeem
Natuur en landschap
Natura 2000-gebieden NNN-gebieden Biodiversiteit Waardevolle bomen en houtopstanden Landschap
Cultureel erfgoed
Historische (steden)bouwkunde Historische geografie Archeologie
Gezonde leefomgeving
Luchtkwaliteit Geluid Geur van veehouderijen Externe veiligheid
Leefbare woonomgeving
Recreatie Stilte Voorzieningen Gezondheidsbevordering
Energie
Energiegebruik Hernieuwbare energie
Klimaatadaptatie
Wateroverlast Overstroming Droogte Hittestress
Verkeer en mobiliteit
Modal split Bereikbaarheid - wegverkeer Parkeerdruk Bereikbaarheid OV
Wonen
Woningaanbod Differentiatie woningvoorraad aandachtsgroepen
Economie
Werkgelegenheid en werkeloosheid
52/158
Kenmerk
3.2
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Stap 2: Beschrijven en beoordelen huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie)
De tweede stap is het in beeld brengen van de referentiesituatie, bestaande uit de huidige situatie en autonome ontwikkeling. Autonome ontwikkeling verwijst naar de te verwachten voortgang van de huidige situatie zonder dat er nieuw beleid van kracht is. Dit omvat alle ontwikkelingen en activiteiten die met enige zekerheid plaatsvinden, ook al gaat de voorgenomen activiteit niet door. Voor elke indicator uit het beoordelingskader is een beoordeling gegeven van het kwaliteitsniveau van zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling. De beoordeling van het kwaliteitsniveau is uitgedrukt in slecht, neutraal of goed (tabel 3.2). De beoordeling is voor alle indicatoren uit het beoordelingskader onderbouwd in de HSAO (zie bijlage 2). Waar mogelijk is gebruik gemaakt van kaartmateriaal om zo ruimtelijk te kunnen duiden waar bepaalde kansen of knelpunten optreden. De huidige situatie en autonome ontwikkeling vormen samen de ‘referentiesituatie’ waartegenover in stap 2 het effect van de omgevingsvisie is afgezet. Tabel 3.2 Legenda beoordeling kwaliteitsniveau
3.3
Stap 3: Beoordelen effecten alternatieven (sporen)
In fase 2 van de totstandkoming van de omgevingsvisie zijn alternatieven opgesteld, ‘sporen’ genaamd. Deze sporen zijn beoordeeld op milieu-/omgevingseffecten. De volgende alternatieven zijn onderzocht: Venlo Vitaal, Venlo vergroent en Venlo groeit. Deze sporen vormden bouwstenen voor het formuleren van de omgevingsvisie van de gemeente Venlo. Hierbij is een selectie gemaakt van de meest relevante indicatoren (voor belangrijke opgaven voor Venlo en/of waar een negatieve invloed verwacht wordt). Dit zorgt ook voor een onderscheidende beoordeling van de sporen. De beschrijving van de sporen en een samenvatting van de effectbeoordeling zijn opgenomen in hoofdstuk 4. In bijlage 3 is de volledige effectbeoordeling van de sporen opgenomen.
3.4
Stap 4: Beoordelen effecten omgevingsvisie en opstellen passende beoordeling
Stap 4 bestaat uit verschillende onderdelen: het uitvoeren van een effectbeoordeling per indicator, het in beeld brengen van het doelbereik, het inzichtelijk maken van synergie en strijdigheden en het opstellen van een passende beoordeling. De onderdelen worden een voor een toegelicht. 3.4.1 Effectbeoordeling per indicator In dit OER zijn de effecten van de omgevingsvisie ten opzichte van de referentiesituatie in beeld gebracht. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de effecten van het beleid op het stedelijke gebied, de dorpen en het buitengebied. Per indicator is gekeken naar het kwaliteitsniveau in de huidige situatie en autonome ontwikkeling (HSAO) en of de omgevingsvisie daar een (licht) positieve, geen/neutrale of een (licht) negatieve invloed op heeft (tabel 3.3). Op één indicator kan de ene beleidskeuze positief zijn, maar de andere negatief. Er kunnen dus meerdere verschillende invloeden van toepassing zijn op dezelfde indicator. Door deze beoordeling is een eerste beeld gecreëerd van de mate waarin de omgevingsvisie tot effecten kan leiden op de betreffende
53/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
indicator. Bij de beoordeling is gekeken naar de invloeden van het beleid, opgesteld voor de verschillende gebieden, op de indicatoren. Zo kan de ontwikkeling van woningen in het stedelijk gebied een negatieve invloed hebben op de Natura 2000-gebieden door extra stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase. Deze ontwikkeling is in dit geval beoordeeld voor het stedelijke gebied, omdat dit de locatie is waar de ontwikkeling plaatsvindt. Het feit dat het Natura 2000-gebied in het buitengebied ligt is voor de beoordeling irrelevant. Tabel 3.3 Visualisatie van de beoordelingsniveaus voor de beoordeling van de omgevingsvisie Positieve invloed
3.4.2
Licht positieve
Geen of neutrale
Licht negatieve
invloed
invloed
invloed
Negatieve invloed
Doelbereik
In het doelbereik is beoordeeld in welke mate de vooraf gestelde ambities in de omgevingsvisie behaald kunnen worden. De omgevingsvisie Venlo kent vijf hoofdambities. Voor de beoordeling van het doelbereik is kwalitatief beoordeeld hoe de beleidskeuzes bijdragen aan het behalen van de vijf ambities. In de beoordeling zijn naast de beleidskeuzes in de omgevingsvisie ook maatschappelijke en milieu gerelateerde trends en de rol en invloed van de gemeente meegenomen. Per ambitie is in beeld gebracht of er geen tot zeer beperkte kans is om de ambitie te behalen, een redelijke kans om de ambitie te behalen of een zeer grote kans om de ambitie te behalen. Aanvullend is aangegeven hoe groot de onzekerheidsmarge is bij het behalen van de ambitie. De onzekerheid wordt groter naarmate autonome ontwikkelingen meespelen en/of als de gemeente afhankelijk is van andere partijen. De onzekerheidsmarge geeft dus aan hoeveel de gemeente zelf kan doen aan het behalen van de gestelde ambities. De conceptbeoordeling van de effecten en het doelbereik is in een werksessie besproken met het omgevingsvisieteam van gemeente Venlo en beleidsadviseurs van uiteenlopende thema’s. Op basis van de feedback is de effectbeoordeling en het doelbereik uitgewerkt in het (concept) OER.
3.4.3 Synergie en strijdigheden In de beoordeling is ook inzichtelijk gemaakt wat de mogelijkheden zijn voor synergie en de strijdigheden tussen ambities en onderliggende acties in de omgevingsvisie. Anders gezegd: welke ambities en acties versterken elkaar (synergie) en welke belemmeren elkaar (strijdigheid). Op basis van deze analyse kan worden bepaald of er maatregelen moeten worden genomen om de negatieve effecten te verminderen of de positieve effecten te versterken.
54/158
Kenmerk
3.4.4
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Passende beoordeling
Wanneer significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten, is een Passende beoordeling conform de Omgevingswet (voorheen: Wet natuurbescherming) noodzakelijk. Binnen de gemeentegrenzen van Venlo ligt het Natura 2000-gebied ‘De Maasduinen’. Daarnaast liggen er in de nabijheid van de gemeente Venlo (binnen 25 kilometer afstand of minder) nog zeven andere Natura 2000-gebieden. Aangezien de omgevingsvisie ontwikkelingen zoals grootschalige woningbouw mogelijk maakt zijn negatieve effecten niet uit te sluiten. Er is daarom, als onderdeel van het OER, een passende beoordeling opgesteld die aansluit bij het abstractieniveau van de visie. De beoordeling is kwalitatief, want een gedetailleerd kwantitatieve beoordeling is pas mogelijk bij een omgevingsplan of specifiek programma. De passende beoordeling bestaat uit een beschrijving van de negatieve effecten van de omgevingsvisie op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden, een overzicht van welke ambities zorgen voor minder stikstofdepositie en mogelijke mitigerende maatregelen of randvoorwaarden voor verlaging van stikstofdepositie. De passende beoordeling is opgenomen in hoofdstuk 8.
3.5
Stap 5: Beschrijven aanbevelingen en mitigerende maatregelen, leemten in kennis en monitoring en evaluatie
Aan de hand van de effectbeoordeling zijn aanbevelingen beschreven en, indien van toepassing, aanbevelingen voor mitigerende maatregelen gedaan waardoor problemen of knelpunten verminderd of weggenomen kunnen worden. Mitigeren betekent dan ook verzachten of verminderen. De aanbevelingen zijn het startpunt voor de verdere uitwerking van het beleid in omgevingsprogramma’s en gebiedsvisies. Aanvullend zijn de onderdelen leemten in kennis en monitoring en evaluatie toegevoegd.
55/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
4 Effecten alternatieven (sporen) In de eerste fase van de omgevingsvisie staat het verkennen van de opgaven en ambities centraal. In de tweede fase staat het bepalen van de koers centraal met de Atlas Venlo 2040 en de strategische, integrale opgaven als onderlegger. Dit is de fase waarin er richting is gegeven aan de toekomst van de gemeente Venlo. In deze fase is een belangrijke rol weggelegd voor ontwikkelsporen, als instrument voor het gesprek over de gewenste ontwikkelrichting voor de gemeente Venlo. Deze sporen zijn geanalyseerd en beoordeeld. De uitkomsten hebben de gemeente ondersteund bij het bepalen van de koers van de omgevingsvisie. In dit hoofdstuk worden de sporen van de gemeente Venlo toegelicht. Daarna volgt een samenvatting van de effecten ervan op verschillende milieu-indicatoren. Tenslotte worden er in paragraaf 4.3 adviezen gegeven naar aanleiding van de beoordeling van de sporen.
4.1
Beschrijving van de sporen
Er zijn drie ontwikkelsporen voor Venlo ontwikkeld. Deze drie sporen zijn in deze paragraaf opgesomd in bullets en uiteengezet. De gehele tekstuele uitwerking van de drie sporen inclusief kaartmateriaal is te vinden in bijlage 4. 1. Venlo Vitaal Inzet op brede welvaart en sociale cohesie binnen gemeenschappen: Leegstaand cultureel erfgoed wordt volop hergebruikt en herbestemd voor lokale behoefte:
wonen en ontmoeten Veel aandacht voor ontmoeting, welzijn, sociale verbondenheid en veiligheid Leefbaarheid is altijd een randvoorwaarde De gemeente Venlo zet in op een woningbouwprogramma in dorpen nabij voorzieningen, met focus op het bouwen voor voldoende aanbod voor lokale behoefte, verspreid over de verschillende kernen en wijken. Vooral inzet op de starter, de doorstromer en om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig oud te kunnen laten worden in hun eigen woning Tevens kiest de gemeente voor uitbreiding in een aantal stadsrandzones, onder andere om zo voldoende ruimte te hebben voor passende woningen voor arbeidskrachten Er is extra inzet voor de doorontwikkeling van vitale wijken via een wijkgerichte aanpak: Klingerberg, Venlo-Oost-Zuid, Tegelen op de Heide en Vastenavondkamp Duurzame energieopwekking is in dit spoor vooral uitgewerkt via lokale initiatieven in de kernen en wijken, vooral in de vorm van zonnepanelen op daken Inzet op een bruisende buurteconomie in verschillende kernen, met overal minimaal een basisniveau aan voorzieningen.
De lokale behoefte is hier leidend; bij onvoldoende (financieel) draagvlak zorgt de gemeente voor nabijheid ofwel een optimale bereikbaarheid van de voorzieningen in naburige kernen (door middel van mobiliteitshuis) Dijkversterking langs de Maas wordt gekoppeld aan het creeëren van parken en een beweegvriendelijke gezonde openbare ruimte De Venlose economie gaat meer – mede door de vergrijzing – leunen op de zorgsector; innovatie in de zorg wordt een belangrijk speerpunt
56/158
Kenmerk
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Aanpak verkeersarmoede heeft hoge prioriteit. Het accent ligt op inclusieve mobiliteit op maat:
meer veilige (door)fiets- en wandelpaden en slim vraaggestuurd duurzaam (openbaar) vervoer tussen wijken en dorpen door goede mobiliteitshubs In het buitengebied biedt de gemeente mogelijkheden om vrijkomende agrarische bebouwing om te vormen tot zorgboerderijen en woonzorginitiatieven, met name voor de behoefte van Venlose senioren
2. Venlo vergroent Inzet op sturing vanuit bodem- en watersystemen; in harmonie met Moeder Maas: Het meebewegen met het natuurlijke systeem vormt het uitgangspunt. De groen-blauwe
structuren zijn kaderstellend voor ruimtelijke ontwikkelingen Via het woningbouwprogramma wordt ingezet op een compacte stad en dorpen met zo min mogelijk impact op het omliggende landschap. Natuurinclusief bouwen wordt de norm en de
overstromingsgevoelige delen van het landschap worden uitgesloten voor woningbouw De nabijheid en toegankelijkheid van groen, water en natuur bij nieuwbouw krijgt prioriteit binnen nieuwe ontwikkelingen
De gemeente zet stevig in op vergroening van de openbare ruimte, ten behoeve van klimaatadaptatie Trade Port wordt het groenste bedrijventerrein van Nederland
Op het gebied van duurzame energieopwek zet de gemeente via dit spoor in op kleine en middelgrote projecten die landschappelijk ingepast zijn, of juist in bebouwd gebied of op de bedrijventerreinen
Voor kleinschalige initiatieven wordt er samen met inwoners en bedrijven gekeken naar verweving met bestaande of nieuwe functies. Daarbij is lokaal draagvlak cruciaal Inzet op mobiliteitshubs in de kleinere kernen om (recreatief) verkeer af te vangen en de
binnenstad van Venlo autoluw te maken In het buitengebied wordt extra natuur toegevoegd en de kwaliteit van de huidige natuur verbeterd. Hierbij worden altijd koppelkansen met de klimaatopgave opgepakt
De bestaande agrarische activiteit ontwikkelt zich sterk richting klimaatinclusieve landbouw en kringlooplandbouw in ons agrarisch productielandschap gekoppeld aan bodem- en wateromstandigheden
De gemeente werkt toe naar een duurzaam toekomstperspectief voor de glastuinbouwconcentratiegebieden Stevige koppeling met recreatie en toerisme, in de vorm van landschapsbeleving. Het unieke
karakter van het landschap en de kleine kernen wordt versterkt en beter uitgedragen. Recreatief zwaartepunt verschuift van het centrum van Venlo – met haar traditionele kooptoerisme – naar het buitengebied en de Maas
Mede om de havenontwikkeling mogelijk te maken, kiest de gemeente voor het verplaatsen van de recreatieve jachthaven naar de Océ-Weerd. Dit wordt gecombineerd met het verbreden van de mogelijkheden op het gebied van waterrecreatie en het toevoegen van een mobiliteitshub
57/158
Kenmerk
3.
R003-1288815MLR-V03-kzo-NL
Venlo groeit
Inzet op duurzame economische ontwikkeling voor een toekomstbestendige gemeente: De woningbouw maakt via dit spoor een schaalsprong. Dit impliceert een grote verstedelijkingsopgave, zo veel mogelijk binnen de contouren van de stad om zo een goed
voorzieningenniveau te bieden Via dit spoor richten de commerciële en culturele functies van de binnenstad zich meer op het voorzien in een recreatieve behoefte van de nieuwe en huidige (jongere) inwoners van de
gemeente en kenniswerkers uit e omliggende regio’s Voor grote evenementen met regionale aantrekkingskracht – meer dan 20.000 bezoekers – zoekt de gemeente via dit spoor ook naar permanente ruimte, mogelijk in combinatie met de