CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

381324 Bijl01. Omgevingsvisie Venlo 2040.pdf

Raadsvergadering 15 mei 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 2.3: Omgevingsvisie Venlo 2040 (381324)24.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

23

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

is de waterhuishouding en waterkwaliteit op orde, zodat natuurwaarden kwalitatief zijn verbeterd. In de natuurgebieden en landelijke gebieden is er veel aandacht besteed aan landschapsbeleving, waardoor het buitengebied aantrekkelijker is voor recreatie en toerisme. Ook zijn deze natuurgebieden beter verbonden met het stedelijk gebied, waardoor ze meer bereikbaar en beleefbaar zijn geworden. Hiervoor verdiepten we onze (Eu)regionaleSamenwerkingsverbanden. Ook de waterveiligheid is aangepakt. Met een pakket aan maatregelen is de hoogwaterveiligheid van de Maas verbeterd en wordt overtollig water bij piekbuien beter opgevangen, waar ook in drogere perioden van geprofiteerd wordt. Niet alleen het buitengebied, maar ook de bebouwde omgeving is grotendeels klimaatadaptief geworden. Dit hebben we mede bereikt door historische landschappen en watersystemen in ere te herstellen. De bebouwde omgeving hebben we flink aangepakt en verder vergroend. Zo vinden inwoners en bezoekers binnen 300 meter een koele plek om te verblijven, is er voldoende schaduwwerking door groen en zicht op groen. Hierdoor is een prettig leefklimaat ontstaan met optimale robuuste groen-blauwe structuren, minder steen en minder asfalt. Onze binnenstad, woonwijken en bedrijventerreinen zijn groener dan ooit, en zijn daarmee beter in staat om de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast op te vangen.

We moeten zuinig en duurzaam omgaan met drinkwater. Tegelijkertijd moeten we rekening houden met de steeds vollere ondergrond. Het is belangrijk om een goede balans te vinden tussen het gebruik en de bescherming van de ondergrond. Daarbij moeten we voldoende ruimte overlaten voor de aanleg van essentiële ondergrondse infrastructuur, zoals buizen, kabels en leidingen (waaronder voor drinkwater). De ontwikkeling van een klimaatbestendig Venlo ging hand in hand met verduurzaming en energietransitie. We zijn in 2040 namelijk hard op weg om in 2050 een klimaatneutrale gemeente te worden met een volledig circulaire economie. Daarvoor is de grondstoffentransitie in volle gang en passen we de circulariteitsprincipes zoveel mogelijk toe. Ook hebben we grote stappen gezet in de warmtetransitie; in 2040 hebben we al een aantal wijken met een collectieve duurzame warmtevoorziening. Dit breiden we richting 2050 steeds verder uit. Om de energietransitie mogelijk te maken, hebben we de afgelopen jaren grote stappen gezet in zowel de opwekking als de distributie van duurzame energie. Enerzijds zijn er meer opweklocaties voor

zonne-energie bij gekomen, anderzijds is de energie infrastructuur in onze gemeente verbeterd (nieuwe trafohuisjes, netverzwaringen en energiehubs met batterijopslag). Dergelijke ingrepen hebben onder andere geleid tot een gebalanceerd energiesysteem met minder netcongestie. Tevens hebben we ons doel om als regio 1,2 terawattuur op te wekken voor 2050 bijna behaald. In 2040 zijn koppelkansen bij elkaar gekomen, zoals het verbinden van de warmtetransitie van bebouwd gebied aan de netwerken van het bedrijfsleven.

Gezondheid en veiligheid in de omgevingsvisie Werken aan een toekomstbestendig Venlo kan niet zonder de thema’s gezondheid en (fysieke) veiligheid. Sterker nog, richting 2040 vormen ze de basis en randvoorwaarden waar vanuit we als gemeente denken en handelen. Op het gebied van veiligheid betekent dit dat we aandacht hebben voor thema’s zoals brandveiligheid, omgevingsveiligheid, risicobeheersing en crisisbeheersing. Daarbij gaat het onder andere over het anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering, maar ook alle andere risico’s zoals opgenomen in het provinciaal risicoprofiel3. Ter afweging van de risico’s worden de kernwaarden en de ontwerpprincipes voor veiligheid gehanteerd zoals deze zijn opgesteld in de regio4. Samen met onze ketenpartners werken we aan een leefomgeving die bijdraagt aan een goede kwaliteit van leven, waarin de samenleving bekend is met de risico’s en handelingsmogelijkheden. Voor een gezonde leefomgeving stellen bestaande wet- en regelgeving eisen en normen voor de thema’s geur, geluid, water, bodem, licht- en luchtkwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen moeten hier in beginsel aan voldoen. Bij de inrichting van onze leefomgeving kiezen we voor ontwikkelingen die een gezonde en veilige leefomgeving versterken en gezondheidsschade en veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk voorkomen.

We gebruiken gezonde en circulaire materialen en dragen zo ons steentje bij aan de circulaire transitie. Ook blijven wij ons conformeren aan de doelstellingen van het Schone Lucht Akkoord, met als doel om de luchtkwaliteit permanent te verbeteren. Tenslotte houden we rekening met aanvullende (lokale) regelgeving op het gebied van gezondheidsbescherming, indien nieuwe landelijke juridische mogelijkheden en/of wetenschappelijke inzichten daartoe aanleiding geven.

3 4

24

Zie: Veiligheidsregio’s Limburg-Noord en Zuid-Limburg (2023) Provinciaal Risicoprofiel Zie: Veiligheidsregio Limburg-Noord (2020) Bouwsteen veiligheid voor de omgevingsvisie

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

De stip op de horizon voor de gemeente Venlo is gezet in dit hoofdstuk. Het toekomstverhaal schetst het gewenste beeld van onze gemeente in 2040 langs vijf ambities. De onderstaande visiekaart en de volgende hoofdstukken beschrijven de verdere uitwerking van onze ambities en prioriteiten als belangrijk fundament onder onze omgevingsvisie. Dit doen we in drie integrale deelgebieden: 1. Een aantrekkelijk en sterk Centraal stedelijk gebied 2. Vitale en leefbare dorpen 3. Een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied Deze verschillende gebieden in de gemeente Venlo, staan aangegeven in onderstaande kaartbeelden en worden in hoofdstuk 4, 5 en 6 in hoger detailniveau uitgewerkt.

© RUIMTEVOLK

Figuur 7. Schematische weergave van de opbouw van de Omgevingsvisie Venlo 2040

25

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

© RUIMTEVOLK

Figuur 8. Visiekaart Venlo 2040

26

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

Figuur 9. Legenda bij visiekaart Venlo 2040 (zie vorige pagina)

27

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

4 EEN AANTREKKELIJK EN CENTRAAL STEDELIJK GEBIED

Venlo maakt een schaalsprong De ambitie voor onze toekomst is hoog. We zetten in op het vergroten van de leefbaarheid door ons voorzieningenniveau in de gehele gemeente op peil te houden, te versterken en door te ontwikkelen. Daarom zetten we de komende jaren in op een schaalsprong. Een forse, maar geregisseerde groei van de gemeente Venlo naar 125.000 inwoners in 2040. Hiermee leveren we ook een bijdrage aan de (boven)regionale vraag naar passende woningen in een stedelijke woonomgeving. Bovendien geven we hiermee een kwaliteitsimpuls aan het stedelijk gebied. We zetten in op een versnelde realisatie van de huidige woningbouwopgave tot 2030 en een verkenning naar een vernieuwde ambitie en verdere doorontwikkeling daarna. Het zwaartepunt van de groeiambitie van onze gemeente ligt in het Centraal Stedelijk gebied, dat we de komende jaren nog aantrekkelijker en sterker gaan maken. We kiezen voor de compacte stad. Om dit te bereiken, verdichten we zoveel mogelijk binnen de contouren van het Centraal stedelijk gebied, binnen 15 minuten fietsafstand van de drie stations: Venlo, Tegelen en Blerick. We focussen ons op een aantal majeure opgaven. Naast verdichting in het Centraal stedelijk gebied kijken we ook naar beperkte kwalitatieve uitbreiding in onze verschillende typen stadsrandzones. Waarbij de woningbouwopgave ondersteunend moet zijn aan de andere gebiedsopgaven.

De schaalsprong is niet slechts een woningbouwopgave. Als contramal van deze schaalsprong is het klimaatadaptief inrichten van onze fysieke ruimte essentieel. Enerzijds vanuit ecologisch perspectief en anderzijds om een leefbare stad te behouden. Ook het stedelijk voorzieningenniveau groeit mee, denk hierbij aan voorzieningen op het gebied cultuur, leisure, sport en hoger onderwijs (dit betreft een bovenregionale voorziening). Daarnaast zal het mobiliteitssysteem een transitie ondergaan, waarbij we inzetten op andere vormen van mobiliteit. Met een schaalsprong mogen we onze identiteit niet uit het oog verliezen, erfgoed en cultuur bieden kansen om de identiteit te behouden en versterken. Tenslotte moet het energiesysteem meegroeien om de schaalsprong te kunnen faciliteren.

Venlo gaat voor een vitale leefomgeving De groei van de stad en een toename in aantal inwoners betekent dat we inzetten op verschillende

aspecten van een vitale leefomgeving. We streven naar meer groene buurten en daarmee een beweegvriendelijke, (sociaal) veilige en gezonde openbare ruimte. Hierbij hebben we ook aandacht voor (groene) verbindingen tussen de buurten. Naast deze aspecten draagt vergroening ook bij aan het voorkomen van hittestress en het opvangen van piekbuien. Om ook in 2040 een robuust voorzieningenniveau in onze stadswijken en -dorpen te behouden, gaan we maatschappelijke functies en sociale voorzieningen zo veel mogelijk clusteren in één gebouw. Hiermee werken we aan het verstevigen van onze sociale infrastructuur. De voorzieningen zijn inclusief: gebruiksvriendelijk en voor iedereen toegankelijk. Gemeenschapsaccommodaties zijn er voor een brede gemeenschap van jong tot oud. Dit vertalen we in maatwerk per locatie en hierin zoeken we de samenwerking op met de inwoners in de wijken5. Voor voorzieningen op het gebied van sport, onderwijs en retail is de lokale behoefte leidend , het gaat hier om de voorzieningen die op wijkniveau nodig zijn. Hierbij bieden we nadrukkelijk ruimte aan ondernemerschap in de wijk in de vorm van buurteconomieën.

Inspanningen en behoefte moeten hierbij met elkaar in evenwicht zijn; bij onvoldoende (financieel) draagvlak zorgen we voor nabijheid ofwel een optimale bereikbaarheid van voorzieningen in naburige wijken, door middel van kleinschalige mobiliteitsknooppunten: buurthubs. Door een weloverwogen gedifferentieerd woningaanbod te bieden dragen we bij aan evenwichtige wijken en buurten en bieden we woonkansen voor iedereen. Hierbij hebben we nadrukkelijk aandacht voor het beschikbaar en betaalbaar maken en houden van de woningvoorraad6 en streven we naar een evenwichtige(re) bevolkingssamenstelling op het gebied van leeftijd, opleiding, achtergrond en inkomen, waarbij we oog hebben en houden voor de woonzorgopgave. In de gemeente Venlo willen we nu en in de toekomst een passend onderdak bieden aan iedereen die dat nodig heeft, want het hebben van een eigen woonplek is belangrijk. We hebben hierbij onder andere aandacht voor bijzondere doelgroepen zoals starters, aandachtsgroepen, woonurgenten, statushouders en andere kwetsbare doelgroepen, al dan niet met een zorgvraag. Onder de bijzondere doelgroepen vallen bijvoorbeeld ouderen, mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking

Zie: Koers Gemeenschapsaccommodaties Dit doen we door het toevoegen van nieuwe (betaalbare) woningen en short-stay huisvesting, maar ook door het beschikbaar houden van betaalbare woningen door o.a. zelfbewoningsplicht, anti-speculatiebeding en kettingbeding (zie Woonvisie Venlo).

5 6

29

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

en mensen met een psychische kwetsbaarheid. Binnen dit kader zetten we in op meer geclusterde woonvormen, levensloopbestendige woningen en zorggeschikte woningen7. We kijken in al onze (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen en onderhoudswerkzaamheden naar het vergroten van de toegankelijkheid. Zo zorgen we voor een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen. Daarnaast zoeken we naar permanente locaties voor innovatieve woonconcepten, waaronder flexwoningen. Op deze plekken bieden we onder andere kwalitatief goede short-stay huisvesting voor internationale werknemers en andere (jonge) doelgroepen (zoals starters en studenten), met daarbij behorende voorzieningen en wordt veiligheid geborgd in de nabijheid van werklocaties.

Venlo zet in op een mobiliteitstransitie Om de schaalsprong goed tot zijn recht te laten komen – voor zowel inwoners als economische activiteiten – moeten we het mobiliteitssysteem op een toekomstbestendige manier laten meegroeien. We verbeteren de lokale bereikbaarheid binnen het Centraal Stedelijk gebied voor inwoners, werknemers en bezoekers. We werken toe naar een situatie waarbij verplaatsing met OV, fiets en te voet als norm maximaal gefaciliteerd wordt, inclusief slimme koppelingen met deelmobiliteit. Dit komt samen in kleine mobiliteithubs in de wijken. Hierdoor ontstaan kansen om parkeren in de openbare ruimte minder dominant te laten zijn. De keuze voor deze benadering past bij onze ambitie om de verkeersveiligheid en leefbaarheid (gezondheid, geluidsoverlast) van onze gemeente te verbeteren. Als gevolg van deze transitie kunnen we ook nadenken over de afschaling van het wegennetwerk op plekken in de stad, om zo ruimte te creëren voor andere opgaven. Ook investeren we fors in onze (boven)regionale bereikbaarheid. We zetten onder andere in op de verdubbeling van het spoor richting Düsseldorf, de elektrificatie van de Maaslijn, de verbreding van de A67 en de havenontwikkeling. Venlo wordt zo het hoogwaardige vervoersknooppunt van de Euregio8.

Venlo werkt aan een waardevolle economie Als gemeente Venlo werken we aan duurzame economische ontwikkeling van onze vijf economische pijlers; agrofood, maakindustrie, logistiek, vrijetijdseconomie en zorg. Hierbij gaat onze economie ‘van volume naar waarde’, met focus op

Zie: Woonvisie Venlo Zie: Spoorvisie, Havenvisie en het Mobiliteitsplan (in ontwikkeling) 9 Voor een uitgebreide uitwerking hiervan, zie: Economische Visie 7 8

30

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

leefbaarheid en brede welvaart voor inwoners. Voor deze transitie is ruimte nodig op werklocaties in het Centraal stedelijk gebied. Ook de ambities op het gebied van circulariteit vragen ruimte. De benodigde ruimte zoeken we in beginsel op bestaande werklocaties binnen het Centraal stedelijk gebied. Dit doen we door bestaande ruimte beter te benutten via herstructurering, maar daarnaast zoeken we ook ruimte voor uitbreiding. Daarbij stellen we kwalitatieve randvoorwaarden op voor vestiging of uitbreiding van bedrijven. De ontwikkeling van Kennisstad Venlo is een van de belangrijkste pijlers van ons economisch profiel van de toekomst. We zorgen voor behoud en ontwikkeling van onderwijs in de volle breedte: primair, voortgezet, MBO, HBO en WO. We zetten ook in op het versterken van onze stedelijke economie. Naast de bedrijvigheid op onze werklocaties maakt de schaalsprong dat we met name in het centraal stedelijk gebied een grotere concentratie en nabijheid krijgen van stedelijk activiteiten. Hierbij gaat het om de wisselwerking tussen bedrijven, innovatie, creativiteit, de fysieke ruimte, de aanwezigheid van (hoger) onderwijs en de (nieuwe) bewoners van het centraal stedelijk gebied die er wonen, werken, leren en consumeren.

Venlo wordt klimaatbestendig Juist in het Centraal stedelijk gebied ligt er een grote opgave om klimaatbestendig te worden. We hebben immers een grote groeiambitie en dit moet hand in hand gaan met een prettig en toekomstbestendig leefklimaat. We versterken daarom onze groen-blauwe kwaliteiten in de openbare ruimte en zorgen voor blijvende verbindingen van groen-blauwe structuren met het omringende landschap. Waar nodig combineren we dit met het nemen van maatregelen voor klimaatadaptatie en circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte. We hebben hier aandacht voor historische landschapselementen en watersystemen. Niet alleen in de openbare ruimte werken we aan het tegengaan van hittestress (door ontstenen en vergroenen), we werken hierin ook samen met onze inwoners, bedrijven en instellingen. De Maas loopt dwars door het Centraal stedelijk gebied, hoogwaterveiligheid is daarom een belangrijke opgave. Uiteraard zorgen we er samen met onze partners voor dat de dijken op orde zijn. De Maas biedt ook een extra kwaliteit aan ons stedelijk gebied, we werken daarom aan het beleefbaar maken van de rivier en haar oevers. De schaalsprong die we voor ogen hebben, betekent ook iets voor onze energiebehoefte en ons

energienetwerk. Ons netwerk moet meegroeien en onze (ruimtelijke) ontwikkeling kunnen faciliteren. Daarnaast streven we op termijn naar aardgasvrije wijken, daarom spannen we ons in om samen met woningeigenaren en woonpartners de energetische kwaliteit van woningen te verbeteren. Daarnaast zullen we – waar dat nodig is – ruimte bieden aan de voorzieningen die gepaard gaan met de energietransitie zoals trafohuisjes, warmtepompen en warmteoverdrachtstations. Grootschalige energieopwek gebeurt grotendeels op de daken van onze werklocaties. Daarnaast komen er steeds meer ruimtevragers bij in het kader van de energietransitie, denk hierbij aan batterijopslag. Deze koppelen we zo veel mogelijk aan de locaties waar de energie opgewekt en gebruikt wordt. De claim van energietransitie op ons ruimtegebruik vraagt om een nadere uitwerking.

31

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

4.1 HART CENTRAAL STEDELIJK GEBIED Onder het hart van het centraal stedelijk gebied verstaan we de binnenstad van Venlo, het Kazernekwartier en het Centrum van Blerick. Hoewel deze drie deelgebieden zich allemaal kenmerken door een sterk stedelijk karakter, hebben ze alle drie hun eigen dynamiek en kwaliteiten.

Gebiedsspecifieke keuzes naar 2040: → We versterken het Hart van het Centraal stedelijk gebied in de richting van een aantrekkelijk, hoogstedelijk gebied met een volledig pakket aan stedelijke voorzieningen en een gezonde mix aan functies: wonen, werken, onderwijs, genieten, recreëren en evenementen. Deze mix breidt uit naar beide zijden van de Maas. Blerick maakt, onder andere met het gloednieuwe stadsdeel Kazernekwartier, volwaardig onderdeel uit van het hoogstedelijke centrum van de gemeente Venlo. → Tegelijkertijd zijn er accentverschillen binnen het Hart van het Centraal stedelijk gebied, qua functies, voorzieningen, cultuurhistorie en dynamiek. De binnenstad van Venlo is hierin bijvoorbeeld anders dan Blerick. Hoogstedelijke bovenregionale voorzieningen zien we als eerste landen in de binnenstad van Venlo. We kiezen voor een compacte stad en dit betekent dat we in het Hart van het Centraal stedelijk gebied gaan verdichten. Hiervoor werken we verdichtingsprincipes en richtlijnen voor hoogbouw nader uit, passend bij het stadssilhouet van Venlo. Daarnaast zetten we in op transformatie van historische panden en bovenwoningen in de binnenstad en denken we aan principes als wonen boven winkels.

Op alle verdichtingslocaties zorgen we ervoor dat we de bestaande groenstructuren niet aantasten en dat we bij ontwikkelingen zoveel mogelijk ruimte reserveren voor klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen. Daarnaast hebben we aandacht voor veiligheid, gezondheid en de benodigde ruimte in de ondergrond. → Om een leefbaar en beleefbaar centraal stedelijk gebied te behouden zijn goed functionerende plinten van belang. Bij levendige plinten gaat het om een goede functionele invulling en de relatie met de openbare ruimte, ze moeten zorgen voor interactie en ontmoeting. De invulling kan verschillen en hiervoor werken we een plintenstrategie uit.

32

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

→ De binnenstad transformeert van place to buy naar place to be. → We sorteren voor op het mobiliteitssysteem van de toekomst. Het Hart van het Centraal stedelijk gebied loopt hierin voorop. We kiezen ervoor om lopen, fietsen en OV de norm te laten zijn. → We streven naar een autoluwe binnenstad en het afschalen van doorgaand verkeer door het centrum. Dit past in onze ambitie om van de binnenstad een aantrekkelijk en hoogwaardig verblijfsgebied te maken. Naast de voordelen op het gebied van gezondheid en verkeersveiligheid, biedt dit een positieve impuls voor onze ondernemers in de binnenstad. Voorwaarde hiervoor is de inzet op een hoogwaardig vervoersalternatief en verkennen we de mogelijkheden van een gebiedsgerichte oplossing van het parkeervraagstuk. Hierdoor ontstaan ook weer mogelijkheden voor verdichting en vergroening. Tenslotte kijken we naar goede, betaalbare parkeerfaciliteiten in de stationsomgeving van Venlo en Blerick (P+R) en zoeken we naar locaties voor transferia aan de entrees van de stad, beide zoekvragen worden nader uitgewerkt. → Het station Venlo Centraal ontwikkelt zich tot een internationaal vervoersknooppunt met alle bijbehorende voorzieningen. Dit is ons uithangbord, onze kwalitatieve stadsentree. Vanaf hier rijden frequente intercity’s naar alle windrichtingen, waaronder naar Duitsland.

Zowel station Venlo Centraal als Blerick worden mobiliteitshubs met opties tot ander openbaar- en deelvervoer. Aansluitend zetten we in op veilige

© RUIMTEVOLK

Figuur 10. Gebiedsuitwerking kaart en legenda Hart Centraal Stedelijk Gebied

33

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

wandel- en (snel)fietsroutes die de omliggende wijken in het Centraal stedelijk gebied en dorpen verbinden met het Hart. Hierbij hoort de verkenning naar een zuidelijke stationsentree, die middels een overgang of onderdoorgang de barrièrewerking van het spoor vermindert en de toegankelijkheid van Venlo Centraal verbetert. → In het hart van het stedelijk centrum ligt de majeure opgave ‘van station tot station’. Binnen deze majeure opgave liggen een aantal grote gebiedsontwikkelingen, kansen en opgaven: het Kazernekwartier, de stationsomgeving van Blerick, de transformatiekansen voor delen van Ubroek10 en Venlo Trade Port, de zuidrand van het centrum van Venlo, de stationsomgeving van Venlo en het spoorwegemplacement. In een nadere uitwerking van de majeure opgave ‘van station tot station’ worden de mogelijkheden van de verschillende deelgebieden verder verkend en in relatie met elkaar opgepakt. ‒ We zetten in op intensivering en het toevoegen van hoogstedelijke woon-(werk)milieus in de stationsomgevingen van Station Venlo Centraal en Station Blerick. We transformeren de ‘zuidrand’ van de binnenstad van Venlo tot een aantrekkelijk hoogstedelijk stadsdeel waar wonen, werken, recreatie, groen en mobiliteit samenkomen. ‒ We zetten in op het uitfaseren van het spoorwegemplacement, dat momenteel een grote barrière vormt in het bestaande stedelijk gebied van Venlo.

Tevens zorgt het rangeerterrein voor milieuhinder voor omwonenden, vormt het een fors hitte-eiland en brengt het diverse veiligheidsrisico’s met zich mee. Met het uitfaseren van dit emplacement naar een locatie buiten de stad, wordt op termijn veel ruimte vrijgespeeld die we kunnen gebruiken om invulling te geven aan onze ambities en krijgt het gebied een impuls in ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Daarnaast worden veiligheidsrisico’s drastisch verminderd wanneer gevaarlijke stoffen steeds minder over het spoor worden vervoerd en zich verplaatsen naar buisleidingen. We zijn ons ervan bewust dat het uitfaseren van het emplacement een lange termijn project is en dat er momenteel diverse praktische bezwaren bestaan. ‒ Ook aan de westkant van de Maas gaan we aan de slag. Om aan te sluiten op de ontwikkelingen op het Kazernekwartier zetten 10

34

we in op de ontwikkeling in noordelijke richting en werken we daar toe naar een aantrekkelijk woon-werkmilieu. Aanvullend verkennen we transformatieopgaven in het centrum van Blerick. Ter versterking van het stadsdeel Blerick wordt het voormalige kazerneterrein momenteel getransformeerd tot hoogstedelijk woonmilieu: het Kazernekwartier. Ook in delen van het bedrijventerrein Ubroek en een gedeelte van Venlo Trade Port liggen kansen voor transformatie. Direct gelegen aan het treinstation Blerick, is het kansrijk om de verouderde werklocaties te transformeren naar een woon-werkmilieu. We onderzoeken of we dit gebied qua programmering en ruimtelijke kwaliteit beter kunnen aansluiten op het Kazernekwartier (ten zuiden) en de bestaande woningen langs de Horsterweg en Greyenstraat (ten noorden). Tevens zien we kansen om deze ontwikkeling samen op te pakken met het realiseren van een hoogwaardige fietsverbinding – met meer bestemmingen en betere ruimtelijke kwaliteit – en een frequente busverbinding tussen het centrum en de Brightlands Campus. We bieden dit gebied op termijn een nieuw toekomstperspectief via een te ontwikkelen gebiedsvisie, waarin ook het station van Blerick een opwaardering krijgt. We bieden de bestaande (industriële) bedrijvigheid op deze locaties een duurzaam toekomstperspectief op een bedrijventerrein elders.

→ Het Hart van het Centraal stedelijk gebied moet een aantrekkelijke plek zijn om te verblijven voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Via maatregelen in vergroening en klimaatadaptatie werken we aan het versterken van de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte en zetten we tegelijkertijd in op het verminderen van hittestress en wateroverlast. Deze groene elementen maken deel uit van een gemeentebrede groen-blauwe structuur die het buitengebied met het stedelijk gebied verbindt. Zo brengen de ‘groen-blauwe inprikkers’ de kwaliteiten van het buitengebied in het Hart van het Centraal stedelijk gebied. Zo is de Rijnbeek bijvoorbeeld een belangrijke drager van één van deze inprikkers. Deze groenstructuur loopt door het Burgemeester Bergerpark en langs het Julianapark richting de Maas; hier liggen ook koppelkansen voor het terugbrengen van het vestingverleden van de binnenstad. Aan de Blerickse kant gebruiken we

Transformatie ontwikkelingen worden opgepakt conform de Economische visie Venlo 2030 ‘Van volume naar waarde’ (2023).

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

met name de Maaszone aan de centrumkant als waardevolle groenstructuur en zien we kansen om deze te versterken. → We verbinden de Maas aan beide kanten van het centrum steeds meer aan het stedelijk gebied. We zoeken naar mogelijkheden waarbij het water in de toekomst geen barrière meer vormt tussen de stadsdelen, maar een verbindende factor tussen de twee oevers. Hiervoor zoeken we ook naar een passende locatie voor een nieuwe oeververbinding in de vorm van een fiets- en wandelbrug. Deze ontwikkeling trekken we door aan de Blerickse kant, waarmee het Kazernekwartier langs het water beter verbonden wordt met het zuiden van Blerick. Hiermee ontstaat er aan de Blerickse kant ook een meer kwalitatief Maasfront. Met dergelijke ontwikkelingen benutten we de potentie van de Maas als plek waar inwoners en bezoekers aan beide oevers kunnen ontspannen en ontmoeten. Nieuwe ontwikkelingen in het Hart staan in verbinding met de oevers. De Maaszone biedt hoogwaterbescherming, maar we zien het ook als een verkoelende uitloop van de stad. → De cultuursector in de gemeente Venlo – en de evenementensector die daarbinnen valt – is een belangrijke drager van het Centraal stedelijk gebied. Het geeft kleur aan de stad en heeft een grote aantrekkingskracht op de regio. De binnenstad van Venlo is hierin een focusgebied.

We koesteren de formele culturele instellingen zoals onze musea en podia, maar gaan ook verder met het voortbouwen op succesvolle initiatieven in urban culture en sports. Kennismaking met verschillende muzikale, visuele, fysieke en creatieve uitingsvormen kan bijdragen aan de leefbaarheid, de inclusiviteit stimuleren en op een innovatieve manier bijdragen aan talentontwikkeling en een gezonde levensstijl van jongeren. Eveneens willen we meer plek bieden voor culturele broedplaatsen – bijvoorbeeld via tijdelijke invullingen in transformatie- of herbestemmingsprojecten – waar we spontane culturele initiatieven ook met ruimte kunnen faciliteren. → Het erfgoed van het Hart van het Centraal stedelijk gebied – zowel immaterieel als materieel – is een van de belangrijke identiteitsdragers van het gebied. De erfgoedwaarden zijn daarmee een belangrijk fundament om op voort te borduren in toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. De historie van met name de binnenstad moet voor inwoners

35

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

en bezoekers zichtbaar en beleefbaar zijn. We zetten hierbij in op het behouden, versterken én beleefbaar maken van het gebouwde, archeologische, groen-blauwe en immateriële erfgoed. We zetten in op herbestemming, waarbij we speciaal aandacht hebben voor religieus erfgoed. We werken toe naar een optimale balans tussen behoud van erfgoedwaarden, verduurzaming en eigentijds gebruik.

4.2 TRANSFORMATIEGEBIEDEN Het Centraal stedelijk gebied kent een aantal gebieden waar kansen voor transformatie liggen. Het gaat hierbij om transformaties van onder andere verouderde werklocaties naar hoogwaardige stedelijke woon-(werk)milieus, maar ook om gebieden met kansen voor verdichting en ruimte voor nieuwe ontwikkelingen binnen een gebied. Voorbeelden van deze gebieden zijn het Middengebied, Venlo-Noord, Vastenavondkamp, de Keulse Barrière, stationsgebied van Tegelen. Deze locaties liggen allemaal in het Centraal stedelijk gebied, in de directe nabijheid van de drie stations en zijn dus vanuit het oogpunt van de compacte stad kansrijk als nieuwe stedelijk woon(-werk)gebieden. Met de integrale transformatie van deze gebieden beogen we een forse impuls in ruimtelijke kwaliteit. Ook willen we hiermee een significant deel van de woningbouwopgave voor de gemeente invullen, zonder de bestaande groenstructuren aan te tasten.

Gebiedsspecifieke keuzes naar 2040: → In alle transformatiegebieden gelden een aantal algemene uitgangspunten: ‒ We streven via deze transformaties naar nieuwe, klimaatadaptieve en goed functionerende stadsbuurten, inclusief een passend voorzieningenniveau; ‒ De transformatiegebieden hebben een toekomstbestendig mobiliteitssysteem; ‒ We bezien de transformatiegebieden vanuit de totale context van de wijk waar ze liggen. Dit kan invloed hebben op het voorzieningenniveau van de omliggende wijk, of juist voor het voorzieningenniveau in het transformatiegebied zelf. ‒ We bieden waar mogelijk ruimte voor (tijdelijke) culturele voorzieningen en activiteiten, in het kader van placemaking. Waar mogelijk bieden we ook ruimte voor broedplaatsen en startups in oa.de culturele sector; ‒ We hebben aandacht voor veiligheid en gezondheid. → Bij de majeure opgave Middengebied – waarvan het Veilingterrein deel uitmaakt – continueren we de huidige ontwikkelingen. Hierbij zien we het Middengebied als een verbindende schakel in het Centraal Stedelijk gebied, met een mix

36

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

van wonen, werken, zorg, recreatie, onderwijs en voorzieningen. Daarnaast verbeteren we de groen-blauwe dooradering, die de Maas en de Hei met elkaar verbindt en als belangrijke landschappelijke drager zal fungeren in het Middengebied. Op de campus van Fontys faciliteren we een doorontwikkeling van onderwijs en studentenhuisvesting. We integreren cultuurhistorisch waardevolle objecten en elementen, met bijzondere aandacht voor de historische begraafplaats. Ook verbeteren we de (fiets) verbinding naar Venlo Centraal en de binnenstad. → Bij de majeure opgave Venlo-Noord werkten we de afgelopen jaren al intensief samen met Canon om mogelijkheden te verkennen voor ontwikkelingen op het voormalige fabrieksterrein. Deze opgave pakken we samen op met het benutten andere kansen: het verder ontplooien van (water)recreatie door inpassing van een jachthaven in de Océ Weerd, de koppeling met het hoogwaterveiligheidsproject Vierwaarden, het ontwikkelen van natuur, ook als een aantrekkelijk uitloopgebied vanuit de stad, het behoud, benutting en beleving van het aanwezige erfgoed, het realiseren van woningbouw en een hierbij passende wijkontsluitingsweg en het bieden van kwalitatieve ruimte voor ondernemers. Met deze integrale ontwikkeling geven we de noordkant van Venlo in potentie een stevige kwaliteitsimpuls. Hoe dit gebied precies vorm en inhoud krijgt, werken we nader uit..

→ Bij de majeure opgave Vastenavondkamp gaan we aan de slag met een forse herstructurerings- en transformatieopgave, ten behoeve van de

© RUIMTEVOLK

Figuur 11. Gebiedsuitwerking kaart en legenda Transformatiegebieden

37

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

leefbaarheid in de wijk. We zien momenteel een relatief eenzijdige woningvoorraad en een concentratie van kwetsbare inwoners. Door in te zetten op een gemengde wijk – met uiteenlopende woningtypen, voorzieningen en inwoners – verbeteren we de veerkracht van de wijk. Onderdeel van de wijk zijn de verouderde Geresflats aan de Geresstraat. Voor de Geresflats geldt een gemeentelijk voorkeursrecht. In dat kader denken wij aan de Geresstraat een moderniseringslocatie en/of ander type woonfunctie toe als bedoeld in artikel 9.1 lid 1 onder a Omgevingswet. We hebben concrete mogelijkheden en middelen om deze flats een nieuwe functie toe te bedelen, door de herstructurering, herontwikkeling of modernisering van de deze flats en de locatie. Daarnaast verkennen we andere opties in Vastenavondkamp Deze opgave pakken we in samenhang op met het vergroenen van de openbare ruimte en stemmen we af met de woningcorporaties.

van (een deel van) dit gebied geeft (a) een ruime invulling aan de woningbouwopgave in Tegelen, (b) voegt meer ruimtelijke kwaliteit toe aan de kern en (c) vergroot het draagvlak van de bestaande voorzieningen in Tegelen. Daarbij ligt het gebied op een steenworp afstand van het treinstation, een belangrijk uitgangspunt voor de compacte stad. We bieden dit kansrijke gebied op termijn een nieuw toekomstperspectief via een te ontwikkelen gebiedsvisie. Daarbij hebben we aandacht voor goede aansluitingen op Tegelen en Op De Heide. Ook zien we kansen voor het herbestemmen van industrieel erfgoed op deze locatie. We kijken hierbij ook naar functies en locaties zoals het openluchttheater De Doolhof, dergelijke functies geven het gebied identiteit en kunnen eventuele ontwikkelingen versterken. Voor de majeure opgave volgt een nadere uitwerking.

→ De majeure opgave Keulse Barrière is een belangrijke stadsentree aan de oostkant van de stad. Deze hybride stadsrandzone is dynamisch van aard en kent een diversiteit aan functies. Er zijn op dit moment zowel bedrijfslocaties, sportcomplexen, glastuinbouwcomplexen als woon- en zorgenclaves te vinden, maar ook een lint van hoogwaardige cultuurhistorische kloostercomplexen. De onderlinge samenhang van dit gebied is echter niet goed. Daarbij zijn sommige delen in onbruik geraakt, waardoor verloedering is opgetreden. Daarom gaan we werk maken van een kwalitatieve opwaardering van deze entreezone van de gemeente Venlo. Dit doen we zowel in ruimtelijke kwaliteit (architectuur, groenstructuur, natuur, landschap, erfgoed) als in programmering (gemixt woon-werk milieu). Hierbij hebben we oog voor een goede aansluiting met de activiteiten aan de andere kant van de grens met Duitsland en aandacht voor adequate bereikbaarheid. We werken een nieuw toekomstperspectief voor de Keulse Barrière nader uit. → De majeure opgave spoorzone Tegelen biedt vergelijkbare kansen als de Keulse Barrière en Ubroek11. De zuidkant van het spoor, het bedrijventerrein Windhond, huisvest momenteel een aantal bedrijven met hogere milieucategorieën. Deze bedrijvigheid heeft daarmee mogelijk negatieve effecten op de leefbaarheid van de directe omgeving. Een geslaagde transformatie 11

38

Transformatie ontwikkelingen worden opgepakt conform de Economische visie Venlo 2030 ‘Van volume naar waarde’ (2023).

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

4.3 STEDELIJKE WOONGEBIEDEN Deze deeluitwerking omvat het resterende gebied van het Centraal stedelijk gebied en betreft hoofdzakelijk de woongebieden: stadsdelen Venlo, Blerick en Tegelen (inclusief Steyl). En de dorpen aan de stad: Hout-Blerick, Boekend en ‘t Ven. Alle gebieden liggen binnen 15 minuten fietsafstand van een treinstation en zijn zeer afwisselend met eigen identiteiten en kenmerken. De wijken van Venlo kennen we als grotendeels 20ste-eeuws uitbreidingen van de stedelijke kern van Venlo en hebben een gedeelde identiteit als wijken van de stad. Blerick heeft zich jarenlang als separaat dorp aan de westzijde van de Maas ontwikkeld, maar is in de 20ste eeuw aan het stedelijk weefsel van Venlo vastgegroeid. Hetzelfde geldt min of meer voor Tegelen. Het centrum van Tegelen is een bruisende plek met een breed aanbod van voorzieningen en retail. De dorpen Hout-Blerick, Boekend en ‘t Ven liggen aan de randen van het stedelijk gebied en hebben ondanks de directe ligging tegen Blerick en Venlo allemaal een eigen dorps karakter met hechte gemeenschappen. Hout-Blerick is een historisch kerkdorp, direct gelegen aan de rand van Blerick, maar afgescheiden door de A73. Hout-Blerick kent ondanks haar bescheiden grootte van bijna 3.000 inwoners een aantal belangrijke voorzieningen en levendig verenigingsleven. Boekend is een slag kleiner, met 900 inwoners.

Het ligt aan de rand van de wijk Klingerberg en ook hier vormt de A73 een barrière. De Boekend kent weinig dagelijkse voorzieningen maar ook hier is de onderlinge saamhorigheid en het dorpsgevoel groot. ’t Ven ligt afgescheiden van Venlo-Noord vanwege de N271. ‘t Ven heeft een eigen karakter en voorzieningen en ook hier is de saamhorigheid onder bewoners relatief groot. Het is ontstaan op de natuurlijke overgang van het stuifduinengebied naar het moerassige gebied richting de steilrand. Ondanks de eigen identiteit is de dagelijkse connectie van ‘t Ven met de rest van het stedelijk gebied van Venlo groot. Omdat deze drie dorpen vanuit geografisch perspectief binnen het Centraal stedelijk gebied vallen – ze liggen allemaal binnen 15 minuten fietsafstand van één van de treinstations – horen ze bij de gebiedsuitwerking van stedelijke woongebieden. Door deze combinatie worden ze dus ook wel ‘dorpen aan de stad’ genoemd.

39

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

Gebiedsspecifieke keuzes naar 2040: → We gaan ruimte voor woningbouw benutten zowel binnen de bestaande stedelijke woongebieden (inbreiding) als aan de randen (beperkte uitbreiding in de stadsrandzones). Het zwaartepunt van de woningbouwopgave landt binnenstedelijk. De binnenstedelijke inbreiding betreft enerzijds de grootschalige gebiedstransformaties zoals beschreven in paragraaf 4.2. Anderzijds gaat het over kleinschalige projecten in transformatie, herstructurering, verdichting, woningsplitsing en optoppen in bestaande woongebieden. Deze ontwikkelingen willen we faciliteren en vereisen maatwerk op elke locatie. Het uitgangspunt hierbij is dat we koppelkansen zoveel mogelijk benutten: de aanpak van de energietransitie, het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte (met name via vergroening en water) en het herbestemmen van erfgoed. Inbreidingsprojecten pakken we in samenwerking met de bewoners op, waarbij de kwaliteit van de woon- en leefomgeving centraal staat en we zuinig zijn met het bestaande groen. → In de stadsrandzones komen veel verschillende opgaven samen, door deze opgaven in samenhang op te pakken zorgen we ervoor dat de stadsrandzones visitekaartjes worden van de stad. Hierbij zijn water en bodem sturend en is een gezonde leefomgeving randvoorwaardelijk voor de stadsrandzones.

Natuur en landschap zijn de identiteitsdragers, waarbij leesbare stedenbouwkundige structuren een kwaliteit zijn. Woningbouw is een koppelkans in de stadsrandzones, geen doel op zich. De stadsrandzones worden nog verder uitgewerkt.

Figuur 12. Gebiedsuitwerking kaart en legenda Centraal Stedelijk Gebied Woongebieden

© RUIMTEVOLK

40

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

In het Centraal stedelijk gebied onderscheiden we de volgende stadsrandzones: → In de hybride stadsrandzones zien we ruimte voor ontwikkeling en onderzoeken we hoe we dit verder kunnen benutten. Dit zijn de zones waar het dynamische stedelijk gebied met een diversiteit aan functies overgaat in het buitengebied. Woningbouwontwikkelingen met een stedelijker karakter zijn denkbaar in deze hybride stadsrandzones. Ook de ontwikkeling van publieksvriendelijke werklocaties is denkbaar in een gemengd milieu. Goede verbindingen met het bestaand stedelijk weefsel en de groene structuren daarbuiten zijn hiervoor randvoorwaarden. In een aantal hybride stadsrandzones zijn sportvoorzieningen aanwezig, deze passen goed bij het verder ontwikkelen van de gezonde leefomgeving. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de Auxiliatrix op de Keulse Barrière. *

*

→ Voor de perifere stadsrandzone – zoals ‘t Ven Oost, en de zuidzijde van Hout-Blerick - zien we kansen om ruimtelijke kwaliteit toe te voegen, via het inpassen van kleinschalige woningbouw en/of werklocaties. Het is daarom randvoorwaardelijk dat dergelijke kleine ontwikkelingen passen bij het landelijk karakter en de cultuurhistorische waarden van de gebieden, voldoende ruimte bieden aan toekomstbestendige groen- en waterstructuren en goed aansluiten op de bestaande woongebieden. *

*

→ In de plateau stadsrandzones ligt de focus vooral op de opgaven op het gebied van landschap, natuur en water. Er moet voldoende ruimte gereserveerd worden voor een robuuste ecologische verbinding. Kansen liggen er bij het verbeteren van de recreatieve routes tussen de woonwijken en naastgelegen natuurgebieden. In deze stadsrandzone is in beperkte mate ruimte voor kleinschalige woningbouwontwikkelingen en economische activiteiten. Deze moeten dan wel samengaan met een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de overgang tussen stad en buitengebied. *

*

→ In dorp aan de stad Boekend is sprake van een dorpsrandzone. In dorpsrandzones is ruimte voor recreatieve activiteiten en wordt ruimte geboden voor bescheiden mogelijkheden voor woningbouw, passend bij de maat en schaal van het dorp het omliggende landschap en ecologische verbindingen. Een belangrijke kwaliteit van dorpsrandzones is de leesbaarheid van de overgang tussen het dorp en het landschap. Ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan de verbetering van deze leesbaarheid. Eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen moeten voldoende ruimte bieden aan groen(verbindingen), water en passen bij het landschap *

→ Binnen de stedelijke woongebieden bouwen we aan vitale en veerkrachtige wijken. Hiervoor zetten we in op een gedifferentieerd woningaanbod. Waardoor voor iedereen een wooncarrière mogelijk is binnen de wijk. Dit betekent een gezonde mix tussen de diverse woonsegmenten. → We streven binnen deze vitale en veerkrachtige wijken naar een passend niveau aan voorzieningen, laagdrempelig en nabij inwoners. Tegelijkertijd zetten we in op het behoud van een vitale retailstructuur en van buurteconomieën12 in zoveel mogelijk wijken. Maatschappelijke functies en sociale voorzieningen worden daarbij zoveel mogelijk in één gebouw geclusterd in het centrum van de wijk: het wijkhart. De invulling van het wijkhart wordt verder bepaald in samenspraak 12

41

Zie: Omgevingsprogramma Retail (2022)

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

*

met de inwoners en met aandacht voor de maatschappelijke opgaven, aanwezige doelgroepen en de wisselwerking met functies elders in de gemeente. Daarnaast faciliteren we in de woonwijken kleinschalige en lokale evenementen en initiatieven, dit draagt bij aan verbondenheid en sociale cohesie in de wijk. → Voor goed functionerende en vitale wijken is nabijheid van basis en-middelbaar onderwijs belangrijk. Daarom zetten we in op drie locaties voor middelbaar onderwijs om zo de geografische spreiding goed te borgen. → We streven naar meer groene wijken en beweegvriendelijke, circulaire, veilige en gezonde openbare ruimte. We faciliteren de aanleg van groen-blauwe speel- en ontmoetingsplekken

en het stimuleren van het aanbod van gezonde voeding – bijvoorbeeld nabij scholen – die allen bijdragen aan een vitale leefstijl. Dit kan op gespannen voet staan met parkeervoorzieningen. Hierbij kiezen we voor oplossingen die een bijdrage leveren aan de gezonde leefomgeving. Goed ontworpen openbare ruimte draagt daarnaast bij aan de sociale veiligheid op openbare plekken zoals nabij scholen. Daarnaast zetten we in op het toepassen van circulaire principes binnen de openbare ruimten. → We zetten extra stappen in het verbeteren van de leefbaarheid in Klingerberg, Vossener, VenloOost-Zuid, Venlo-Noord, Tegelen op de Heide en Vastenavondkamp. In de laatstgenoemde wijk combineren we werken aan de leefbaarheids- en gezondheidsopgave met onder andere de woningbouwopgave. We kijken met een integrale blik naar het fysieke en sociale weefsel van de wijk en zoeken daar passende oplossingen voor om de leefbaarheid en sociale veiligheid te verbeteren, bijvoorbeeld in herstructurering, verdichting en vergroening. → We versterken de robuuste groen-blauwe structuren in de stedelijke woongebieden ten behoeve van een fijne leefomgeving. Dit doen we door het ontstenen en vergroenen van de openbare ruimte. Deze verbindingen vormen de basis van de interactie van het stedelijk gebied met het omliggende buitengebied.

De bestaande beekstructuren – maar ook de voormalige beekstructuren in het bebouwd gebied – vormen onder andere de basis van deze ‘groen-blauwe inprikkers’. → In de stedelijke woongebieden zetten we in op een optimale bereikbaarheid tussen de wijken en naar de voorzieningenclusters. Veel van de (dagelijkse) voorzieningen in het Centraal stedelijk gebied zijn voor haar inwoners goed bereikbaar met de fiets of te voet. We willen het dagelijks gebruik hiervan blijven stimuleren (actieve mobiliteit), door het creëren van een veilig, robuust fietsnetwerk. Dit doen we door ontbrekende fietsschakels, zoals nabij de A67, aan te leggen. Een uitgebreid OV-netwerk draagt ook bij aan de bereikbaarheid van de voorzieningen in de stad. Als laatste kijken we kritisch naar de toekomstbestendigheid van autoparkeerplaatsen bij voorzieningenclusters. Zo geven we als

compacte stad invulling aan het principe van de ‘15 minuten stad’. Vanzelfsprekend blijven we aandacht houden voor vervoersarmoede en kijken we ook naar maatwerkoplossingen in het kader van vraaggestuurd vervoer. → Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat bepaalde groepen inwoners in de wijken afhankelijk zijn van automobiliteit om verdere afstanden af te leggen. Dit geldt bijvoorbeeld voor werk, dat soms buiten de reikwijdte van de (elektrische) fiets valt en niet altijd even goed bereikbaar is met het OV. Hiervoor blijven parkeervoorzieningen nodig, maar kijken we wel naar een toekomstbestendige parkeeroplossing. Daarnaast dragen Park & Ride plekken op strategische locaties bij aan de mobiliteitstransitie. Om duurzame mobiliteit te stimuleren blijven we de laadinfrastructuur voor elektrische auto’s en fietsen uitbreiden en rollen we op meer strategische plekken in de wijken deelmobiliteit uit bijvoorbeeld rondom de buurthubs. → Binnen de wijken zetten we ons in om de bestaande woningvoorraad te verduurzamen. Dit omvat isoleren, energetische kwaliteit verbeteren en aansluiten op een duurzame warmtebron. Dit doen we zoveel mogelijk wijkgericht, in samenwerking met de woningcorporaties en bewoners. Conform de nationale doelstelling, moeten in 2050 al onze woningen volledig aardgasvrij zijn. Per buurt zal er een alternatieve warmteoplossing moeten worden gevonden13.

De eerste aardgasvrije buurten zijn Hagerhof-Oost, Hagerhof-West, Sinselveld en Krekelveld. Deze buurten zullen naar alle waarschijnlijkheid worden aangesloten op een warmtenet. De omringende buurten zijn eveneens kansrijk om aan te sluiten op de warmtenetten, in verband met de ontwikkelingen in het Middengebied. → Ook in de stedelijke woongebieden koesteren we het bestaande cultureel erfgoed, zowel immaterieel als materieel. Verspreid en geconcentreerd zijn er waardevolle gebouwen, objecten en groen-blauwe structuren die de identiteit en de aantrekkelijkheid van het stedelijk gebied mede bepalen. We sturen actief op behoud en benutting van het erfgoed onder andere door ‘behoud door ontwikkeling’. We bieden leegstaand erfgoed toekomstperspectief door

Een groot aantal wijken gaan van het aardgas af met een individuele warmteoplossing (warmtepomp per woning). Daar zullen wij als gemeente een stimulerende en faciliterende rol spelen en ervoor zorgen dat de warmtetransitie haalbaar en betaalbaar blijft. Daarbij zullen we diverse ontzorgings- en financieringsregelingen opzetten. In de buurten waar een collectieve oplossing is voorzien (warmtenet), pakken we als gemeente een meer regisserende rol. 13

42

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

hoogwaardige transformatie en herbestemming. Daarnaast kan getransformeerd erfgoed bijdragen aan een kwaliteitsimpuls voor een groter gebied of gebiedsontwikkeling. Bij herontwikkeling en gebiedsontwikkelingen pakken we kansen door te kijken of het mogelijk is de oude structuren te herstellen en/of oude gebouwen weer terug te brengen. → Kloosterdorp Steyl is hiervoor aangewezen als focusgebied. De dorpskern met haar kloostercomplexen zijn van inherente historische waarde, maar trekken ook jaarlijks vele bezoekers. We verkennen de mogelijkheden om de aantrekkelijkheid en recreatieve waarde te vergroten, onder andere door citybranding en (cultuur-toeristische) programmering. We zoeken voor het behoud van de leefbaarheid in het dorp naar een goede balans tussen rust en reuring.

43

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

4.4 WERKLOCATIES De gemeente Venlo heeft een cruciale positie in de regio vanwege de aanwezigheid van veel werkgevers. We zijn een belangrijke vestigingsplaats voor bedrijven in de agrofood, de maakindustrie en de logistieke sector. Enerzijds zijn er de grote Tradeports aan de westkant van de gemeente – inclusief de industriehaven, railterminal, Fresh Park Venlo, Brightlands Campus. Anderzijds zijn er kleinere bedrijventerreinen zoals Spikweien en Noorderpoort, verspreid over de rest van het grondgebied van de gemeente. Daarnaast zijn zorg en vrijetijdseconomie ook belangrijke pijlers voor onze economie. Ook de werkgebieden kennen een randzone, de zogenaamde economische randzones. Klimaatadaptatie is een belangrijke opgave voor bedrijventerreinen. In de randzone liggen kansen om een verbinding te leggen met het omliggend groen. Het is van belang dat ecologische verbindingen in de randzones worden geborgd. De afgelopen decennia lag de groei van de economie en werkgelegenheid boven het landelijke gemiddelde dankzij de komst van vele hectare bedrijventerrein. Via een nieuwe economische koers zetten we nu in op duurzame economische ontwikkeling, met brede welvaart als belangrijk uitgangspunt. Hierbij zetten we in op het verbreden van het economisch profiel richting een innovatieve kennisstad in een Euregionaal centrumgebied.

Het slim en efficiënt omgaan met de ruimte op de bestaande werklocaties en het versnellen van de transitie naar duurzaamheid en circulariteit zijn hierbij belangrijke uitgangspunten.

Gebiedsspecifieke keuzes naar 2040: → Voor de werklocaties kiezen we voor het optimaal benutten van de schaarse ruimte. Dit doen we door enerzijds te sturen op programma en segmenten (profilering) en anderzijds op milieucategorieën. Hierbij gaat het erom dat we ons inspannen om het juiste bedrijf op de juiste plek te krijgen, hierbij houden we ook rekening met omgevingsfactoren. → Voor het behoud van een vitale economische positie hebben bedrijven ruimte nodig om te blijven ondernemen. Als gemeente zoeken we hiervoor naar de benodigde ruimte voor economische ontwikkeling. Dit doen we – in de geest van onze economische visie – met brede welvaart als uitgangspunt. Economische ontwikkelingen moeten een meerwaarde hebben voor de inwoners van de gemeente Venlo. Dit

44

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

betekent dat we de druk op het landschap zo veel mogelijk beperken. ‒ Specifieke economische functies willen we in beginsel laten landen op de daartoe aangewezen gebieden, denk aan industriële bedrijvigheid, kantoren, reguliere bedrijvigheid, glastuinbouw, retail en perifere detailhandel. ‒ We zoeken de ruimte op bestaande bedrijventerreinen. Dit doen we door bestaande ruimte beter te benutten via herstructurering, bijvoorbeeld met hogere bouwhoogtes, dubbelgebruik en het creëren van schuifruimte via verplaatsing. Met de beoogde gefaseerde transformaties van een aantal verouderde werklocaties (zie paragraaf 4.2) zal verplaatsing in veel gevallen aan de orde zijn. We maken werk met werk en streven ernaar dat herstructurering en transformatie gepaard gaan met een impuls aan de ruimtelijke kwaliteit. We kijken daarbij nadrukkelijk naar de inpassing van industrieel erfgoed. ‒ Vanzelfsprekend zijn we in en rondom woongebieden terughoudend met de ontwikkeling van grootschalige percelen. Hiermee voorkomen we bovenmaatse geluids-, verkeers- en geuroverlast onder inwoners. ‒ Bij nieuwe bedrijfsvestigingen en uitbreidingen van bedrijven die gebruik maken van arbeidsmigranten worden ook de toenemende huisvestingsvraag en leefbaarheids- en sociale vraagstukken meegewogen. → Daarnaast zoeken we naar extra ruimte voor nieuwe werklocaties. Het gaat hierbij specifiek om 40 ha.

zoekruimte voor het lokale en regionale MKB. Deze zoekvraag wordt nader uitgewerkt,

© RUIMTEVOLK

Figuur 13. Gebiedsuitwerking kaart en legenda Werklocaties

45

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

Sturen op milieucategorieën doen we als volgt: → We benutten de beschikbare milieuruimte op de werklocaties daadwerkelijk. Voor nieuwe bedrijfsontwikkelingen pakken we hierin als gemeente een meer regisserende rol, zodat milieuruimte optimaal benut wordt. → Zwaardere bedrijvigheid clusteren we zoveel mogelijk op de terreinen die we daarvoor aanwijzen. We zetten hiermee in op economische clustervorming met verdere doorontwikkeling van de Trade Ports via herstructurering en intensivering. Dit zijn de plekken waar regionale en (inter)nationale bedrijvigheid zich concentreert en er ruimte is voor bedrijvigheid met reguliere industriële bedrijfsactiviteiten (milieucategorieën 3 en 4) en zware industriële bedrijfsactiviteiten (milieucategorie 5). → Op bedrijventerreinen met milieucategorieën 1 en 2 bieden we op termijn meer ontwikkelmogelijkheden voor hoogwaardige woon-werkmilieus. → Op het kaartbeeld van figuur 13 geven we per gebied de hoogst geldende milieucategorie weer. Sturen op type bedrijvigheid en sectoren (profilering) doen we als volgt:

14 Op binnenstedelijke bedrijventerreinen willen we de transitie naar wonen mogelijk maken. Deze overgang en combinaties met wonen vraagt om kleinere kavels en een schaal en maat die beter in te passen zijn in een gemengde woonomgeving. 15 In de Economische Visie is de keuze gemaakt om in te zetten op minder grootschalige (logistieke)kavels, vanuit de gedachte dat we van volume naar waarde gaan. We spreken daarom vanaf 3 ha. van grootschalige kavels. 16 Op kleinschalige bedrijventerreinen werken we uiteindelijk toe naar deze maximale kavelgrootte.

maar zal aangevlogen worden langs de volgende ruimtelijke principes: ‒ We zoeken eerst de ruimte binnen de bestaande contouren van werklocaties oa. door betere benutting van de planologische ruimte. ‒ We zoeken ruimte binnen de transformatielocaties, zoals op de Keulse Barrière. ‒ Daarna gaan we pas kijken naar het toevoegen van nieuwe werklocaties aansluitend op stedelijk weefsel, bijvoorbeeld op de Trade Ports. ‒ Als laatste mogelijkheid onderzoeken we de mogelijkheden voor het toevoegen van nieuwe werklocaties buiten de bestaande contouren.

46

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

→ We zetten ons samen met het bedrijfsleven in om de werklocaties te verduurzamen en klimaatadaptief te maken. We voegen – waar mogelijk – extra groenvoorzieningen toe om het hitte-eiland tegen te gaan, maar we stimuleren het bedrijfsleven om hier ook een slag in te slaan. We zien hierin een verantwoordelijkheid voor het bedrijfsleven om hun verharde percelen aan te pakken en werk te maken van ontstening. Daarnaast stellen we nieuwe kwalitatieve randvoorwaarden op voor (nieuwe) vestiging of uitbreiding van bedrijven. Dit doen we bijvoorbeeld op het gebied van circulair gebruik van grondstoffen en duurzaam ruimtegebruik.

Hiernaast zet de gemeente Venlo zich samen met strategische partners in voor versnelde verduurzaming en meer maatschappelijke waarde op bestaande werklocaties. → We houden vast aan het ontwerpprincipe voor Tradeport-Noord, een bedrijventerrein in een groen casco. Waarbij er op de Trade Ports ecologische verbindingen zijn van noord naar zuid en van oost naar west, deze blijven we versterken. Hiermee geven we invulling aan de Rijksopgave. Daarnaast zien we in de verduurzamingsopgave ook koppelkansen met een aansluiting op de Delta Rhine Corridor. → We continueren de doorontwikkeling van de Brightlands Campus tot een volwassen campus waar ondernemers, wetenschappers en studenten samenwerken aan onderzoek naar gezonde en duurzame voeding, future farming en bio-circulaire economie. Deze campusontwikkeling is een van onze majeure opgaven en hiermee verhogen we het kennisniveau in onze regio, leiden we talent op voor toekomstige maatschappelijke opgaven en dragen we bij aan gezonde en duurzame voeding voor iedereen. Om de campus door te ontwikkelen is een goede bereikbaarheid met de binnenstad, stations, bedrijventerreinen en onderwijsinstellingen in Venlo randvoorwaardelijk. Dit is een multimodale opgave waarbij de focus primair ligt op openbaar vervoer en de fiets.

Daarnaast is studentenhuisvesting op de campus in ontwikkeling en is dit onlosmakelijk verbonden met een succesvol onderwijsprogramma op deze locatie. Op dit moment verkennen we de mogelijkheden voor studentenhuisvesting op de campus inclusief passende voorzieningen. → Met uitzondering van studentenhuisvesting op de Brightlands Campus zien we op de werklocaties geen ruimte voor (grootschalige) woningbouwontwikkelingen. Op werklocaties kan enkel sprake zijn van short-stay huisvesting. → We continueren de havenontwikkeling, dit is een van onze majeure opgaven. Bij het werken aan het toekomstbestendig maken van de industriehaven pakken we koppelkansen met verduurzaming, hoogwaterbescherming, veiligheid (tegengaan ondermijning). Watergebondenheid van de bedrijfsactiviteiten in de industriehaven is het uitgangspunt. Zo benutten we de unieke positie en het multimodale karakter van de industriehaven

47

OMGEVINGSVISIE VENLO 2040

optimaal. Zo kan er worden ingezet op het verkleuren van droge naar natte bedrijvigheid, het verduurzamen van vastgoed en het vergroenen en ontstenen van de openbare ruimte ten behoeve van klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. Ook kan de haven zo ingezet worden als hub voor onze circulaire economie. Voor de doorontwikkeling van de haven is de verplaatsing en inpassing van een nieuwe jachthaven in de Océ Weerd noodzakelijk. → In de glastuinbouwgebieden ‘t Ven-Noord en Meelderbroek bieden we ruimte door middel van herordening en/of herverkaveling binnen de huidige contouren, ter versterking en intensivering van deze gebieden. Denk hierbij ook aan het verbeteren van de ontsluiting en het terugdringen van niet glastuinbouw gerelateerde functies. In het glastuinbouwgebied Schandelo bieden we – vanwege landschappelijke kwaliteiten, woonkwaliteiten, bereikbaarheid en cultuurhistorische waarden – deze opties tot intensivering niet. → We spannen ons in voor een optimale bereikbaarheid van de werklocaties. De Trade Port locaties – inclusief de Brightlands Campus – aan de westkant van onze gemeente hebben hierin prioriteit. De gemeente en het bedrijfsleven hebben een gedeeld belang in het op peil houden van een vlotte en veilige bereikbaarheid.

Daartoe zetten we als gemeente, samen met regiogemeenten, andere overheden, vervoersaanbieders, werkgevers en terreinbeheerders, in op ‒ het (waar mogelijk) verbeteren van de ov-bereikbaarheid; ‒ het uitbreiden van MaaS-systemen (Mobility as a Service); ‒ het realiseren van mobiliteitshubs; ‒ het faciliteren van deelmobiliteitsconcepten; ‒ het faciliteren van snelfietsroutes, die naast een betere bereikbaarheid ook een gezonde leefstijl stimuleren (actieve mobiliteit); ‒ het faciliteren van elektrische mobiliteit en een toereikende laadinfrastructuur, zowel voor de auto als voor de fiets; ‒ het op peil houden van de doorstroming op het wegennet, voor personenauto’s maar met name voor vrachtverkeer en hulpdiensten. → Het slagen van de energietransitie hangt in onze gemeente in grote mate af van de ruimtelijke keuzes die gemaakt worden op de werklocaties. Zon op dak is daarbij het uitgangspunt, daarnaast zetten we in op meer aanbod van duurzame

brandstoffen (waterstof, elektrificering) en het ontwikkelen van lokale energie hubs. We verkennen de locaties die geschikt zijn voor energie hubs met bijbehorende batterijopslag, bijvoorbeeld de Industriehaven. Zo brengen we opwek, opslag en verbruik van duurzame energie samen en verminderen we de druk op het elektriciteitsnet. → We zetten in op het behouden en uitbreiden van het energienetwerk, waaronder de drie hoogspanningsstations: Dit is van groot maatschappelijk belang om nieuwe ontwikkelingen en uitbreidingen van stroom te kunnen blijven voorzien. De drie hoogspanningsstations – gelegen in Blerick, Boekend en Belfeld – zullen de komende jaren moeten worden uitgebreid. We zullen deze uitbreidingen zorgvuldig meenemen in onze plannen en streven ernaar de hoogspanningsstations op een verantwoorde wijze in de omgeving in te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/938/documents/22118