381324 Bijl01. Omgevingsvisie Venlo 2040.pdf
Tekst van het document
48
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
5 VITALE EN LEEFBARE DORPEN
Venlo maakt een schaalsprong De ambitie voor onze toekomst is hoog. We zetten de komende jaren in op een schaalsprong. Een forse, maar geregisseerde groei van de gemeente Venlo naar 125.000 inwoners in 2040. Dit doen we om de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in de gehele gemeente op peil te houden, waaronder ook de dorpen. Het zwaartepunt van de groeiambitie van onze gemeente ligt in het Centraal Stedelijk gebied, maar er zal ook behoefte blijven aan een dorps woonmilieu. In de dorpen Belfeld, Arcen, Velden en Lomm17 pakken we de regie op de groeiopgave, om de leefbaarheid en het lokale voorzieningenniveau op peil te houden en in te spelen op de lokale woonbehoefte. Om invulling te geven aan de lokale woningbehoefte zoeken we de ruimte voor woningbouw binnen de dorpskernen maar ook kijken we naar beperkte kwalitatieve uitbreiding in onze dorpsrandzones. De schaalsprong is niet slechts een woningbouwopgave. Als contramal van deze schaalsprong is het klimaatadaptief inrichten van onze fysieke ruimte essentieel. Enerzijds vanuit ecologisch perspectief en anderzijds om de karakteristiek van de verschillende dorpen te behouden. Daarnaast zetten we in op andere vormen van mobiliteit om de bereikbaarheid van de dorpen ook toekomstbestendig te maken.
Met een schaalsprong mogen we onze identiteit niet uit het oog verliezen, erfgoed en cultuur bieden kansen om de identiteit te behouden en versterken. Tenslotte vraagt de energietransitie ook ruimte in de dorpen.
Venlo gaat voor een vitale leefomgeving In 2040 zijn ontmoeting en saamhorigheid nog steeds belangrijke waarden in de dorpen. Ze zorgen voor sterke gemeenschappen en samenredzaamheid. Dit is belangrijk, omdat inwoners in de toekomst door onder meer de toenemende vergrijzing en tegelijkertijd een tekort aan arbeidskrachten, mantelzorgers, vrijwilligers en een beperkte capaciteit in verpleeghuizen ook steeds meer aangewezen zijn op elkaar. Dit gaat niet vanzelf. Ontmoeting laagdrempelig mogelijk (blijven) maken is essentieel voor vitale dorpen. We doen dit onder meer door het verstevigen van de sociale infrastructuur, het ondersteunen van het verenigingsleven en vrijwilligers en het faciliteren van een passend niveau aan voorzieningen. We hebben daarbij ook oog voor ruimte voor lokale evenementen, voldoende sportvoorzieningen, bibliotheken én investeren we vanuit het aspect mentale gezondheid in onze
dorpen in onderwijs en cultuur. Wat het passend niveau aan voorzieningen is, verschilt per dorp, maar betreft in ieder geval een fysiek ontmoetingspunt. Bij onvoldoende (financieel) draagvlak voor voorzieningen, kiezen we voor nabijheid ofwel een optimale bereikbaarheid van de voorzieningen in naburige kernen. In beginsel gaan we maatschappelijke functies en sociale voorzieningen zoveel mogelijk clusteren in één gebouw of Dorpsaccommodatie.18 We kijken hierbij nadrukkelijk naar koppelkansen met (mede)gebruik van (vrijkomende) kerkgebouwen, die van oudsher centraal in de dorpen zijn gelegen. We zorgen ervoor dat er voldoende woningen zijn zodat bijvoorbeeld ouderen goed oud kunnen worden in hun eigen woonomgeving, maar ook jongeren hun wooncarrière kunnen starten in eigen dorp. Want bouwen is sociaal investeren. Dit doen we door voor de korte en de lange termijn groei te faciliteren die aansluit bij de eigen identiteit en schaal van onze dorpen. We hebben hierbij extra aandacht voor levensloopbestendige woningen, knarrenhofjes, mantelzorgwoningen, meergeneratiewoningen, woningen voor starters en sociale huurwoningen. De extra woningbouw moet specifiek een bijdrage leveren aan de diversiteit van woningtypen en doelgroepen, het bevorderen van doorstroming en behoud van voorzieningen.
Op het gebied van inbreiding ondersteunen we in onze dorpen kleinschalige projecten in transformatie, herstructurering en het invullen van beschikbare ruimte. Hierbij kijken we nadrukkelijk naar hergebruik van leegstaande karakteristieke bebouwing met erfgoedwaarde. Deze ontwikkelingen vereisen per definitie maatwerk op elke locatie en samenwerking met bewoners. Want we vinden het belangrijk dat de kwaliteit van de woon- en leefomgeving centraal staat, er voldoende groen en water behouden blijft (goed in verhouding met het aantal toe te voegen vierkante meters verharding) én dat het dorpse karakter versterkt wordt. Hierbij is het uitgangspunt dat we koppelkansen zoveel mogelijk benutten. Dat wil zeggen dat we nieuwe projecten altijd in samenhang bekijken met maatregelen die we nemen in het kader van de energietransitie en het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte.
Venlo zet in op een mobiliteitstransitie We zetten in op goede bereikbaarheid en het voorkomen van vervoersarmoede. We kiezen daarom voor inclusieve mobiliteit: betaalbaar en frequent openbaar vervoer tussen efficiënte mobiliteitsknooppunten in de dorpen. We sluiten het lokale
17 De dorpskernen Boekend, Hout-Blerick, ‘t Ven en Steyl maken in deze omgevingsvisie onderdeel uit van het Centraal Stedelijk gebied als ‘dorpen aan de stad’, waarbij we in ontwikkelingen altijd inzetten op het versterken en behoud van eigen dorpse identiteit. In de gebiedsuitwerking ‘Stedelijke woongebieden’ komen de dorpen specifieker aan bod. 18 Zie: Koers Gemeenschapsaccommodaties.
50
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
In de dorpen onderscheiden we de volgende typen stadsrandzones: → In de dorpsrandzones is ruimte voor recreatieve activiteiten en wordt ruimte geboden voor bescheiden mogelijkheden voor woningbouw, passend bij de maat en schaal van het dorp, het omliggende landschap en ecologische verbindingen. Een belangrijke kwaliteit van dorpsrandzones is de leesbaarheid van de overgang tussen het dorp en het landschap. Ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan de verbetering van deze leesbaarheid. Eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen moeten voldoende ruimte bieden aan groen(verbindingen), water en passen bij het landschap. *
**
→ In de Maasrandzone hebben ontwikkelingen op het gebied van natuur, landschap en water hebben hier de prioriteit boven alle andere opgaven. In het stroomvoerend en waterbergend regime is in het geheel geen andere ontwikkeling mogelijk. Kansen liggen er in het beleefbaar maken en vergroten van de gebruikswaarden. *
mobiliteitssysteem zo goed mogelijk aan op de drie treinstations, maar ook op knooppunten buiten de gemeente. Aanvullend op deze publieke mobiliteit zoeken we naar mogelijkheden om deelmobiliteit in de dorpen verder uit te breiden. Daarnaast zetten we in op het toevoegen van veilige (snel)fiets- en wandelpaden, zoals de snelfietsroute langs de Maas waar alle dorpen op worden aangehaakt. Wanneer meer inwoners de fiets of het OV pakken, heeft dit een positief effect op de verkeersveiligheid. Tenslotte zien we dat veel mensen in de dorpen afhankelijk blijven van autovervoer; hiervoor blijven we ruimte bieden. We combineren dit zo veel mogelijk met groenvoorzieningen en zorgen ervoor dat de laadinfrastructuur voor elektrische auto’s uitgebreid wordt.
Venlo werkt aan een waardevolle economie De gemeente Venlo wil ook in de toekomst voor MKB in de dorpen ruimte bieden. Lokaal MKB is belangrijk voor de dorpen. Lokale ondernemers leveren bijvoorbeeld hun bijdrage in het verenigingsleven en bevorderen op deze manier de leefbaarheid. We zoeken voor lokaal MKB in beginsel ruimte op bestaande bedrijventerreinen door de bestaande ruimte beter te benutten via herstructurering. We zijn in en rondom de dorpen terughoudend met de ontwikkeling van grootschalige percelen aan bedrijventerreinen. Onder meer vanwege het voorkomen van veel geluids-, verkeer- en geuroverlast onder inwoners en het voorkomen van verdere ‘verdozing’ van het landschap rond de dorpen. We zoeken aansluiting bij de maat en schaal die passend is bij het dorp.
51
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
Venlo wordt klimaatbestendig We versterken onze groen-blauwe kwaliteiten in de openbare ruimte en zorgen voor blijvende verbindingen van groen-blauwe structuren met het omringende landschap. Waar nodig combineren we dit met het nemen van maatregelen voor klimaatadaptatie en circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte. We hebben hier aandacht voor historische landschapselementen en watersystemen. Onze dorpen worden gekenmerkt door hun ligging aan de Maas, hoogwaterveiligheid is daarom een belangrijke opgave. Uiteraard zorgen we er samen met onze partners voor dat de dijken op orde zijn. De Maas biedt daarnaast kansen voor recreatie, we werken daarom aan het beleefbaar maken van de rivier en haar oevers. We streven op termijn naar aardgasvrije dorpen, en daarom spannen we ons eerst in om samen met woningeigenaren en woonpartners de energetische kwaliteit van woningen te verbeteren. Daarnaast zullen we – waar dat nodig is – ruimte bieden aan de voorzieningen die gepaard gaan met de energietransitie zoals trafohuisjes, warmtepompen en warmteoverdrachtstations. We stimuleren duurzame energieopwekking via lokale initiatieven in de dorpen. Draagvlak van onderop is hier leidend, en de baten vloeien zo veel mogelijk terug naar de lokale gemeenschap.
5.1 ARCEN In Arcen koesteren we het historische vestingdorp, de aantrekkelijke ligging tussen de natuur en de Maas en de toeristische aantrekkingskracht. Het dorp heeft hier nu en in de toekomst profijt van; het zorgt voor een herkenbare identiteit, een bijzondere woonkwaliteit en biedt werkgelegenheid en een belangrijke inkomstenbron. Tegelijkertijd zoeken we richting 2040 naar oplossingen voor de keerzijde van toerisme in het dorp, zoals de parkeerproblematiek en seizoensgebonden drukte. We zoeken in Arcen naar een goede balans tussen rust en reuring in en rondom het dorp. De sociale verbondenheid binnen het dorp is sterk en belangrijk voor de toekomst, zeker in het licht van de sterke vergrijzing. We zetten in op het toevoegen van voldoende woningen, voor met name de lokale woonbehoefte van starters en doorstroommogelijkheden. We vinden het belangrijk dat dorpsbewoners die in het dorp willen (blijven) wonen of terugkeren hier de gelegenheid toe hebben. We zien kansen in transformatie van een aantal leegstaande gebouwen, maar ook vanuit CPO projecten. Daarnaast gaan we aan de noordzijde van het dorp op zoek naar locaties voor kleinschalige uitbreidingen, om de dorpsrand aantrekkelijk af te ronden.
Ook het clusteren van met name verenigingen, het bereikbaar houden van voorzieningen en voldoende ruimte voor parkeren en verkeersveiligheid spelen een rol in het toekomstbestendig en leefbaar houden van het dorp. We zetten tevens in op een hoogwaterveilig Arcen. Dit betekent onder meer dat we – net als in de rest van onze gemeente – door dijkversterkingen inzetten op waterveiligheid. Hierbij gaan ingrepen die bijdragen aan hoogwaterveiligheid zo veel mogelijk hand in hand met ingrepen die bijdragen aan de kwaliteit van het landschap en beleving van de Maas.
5.2 LOMM Voor een toekomstbestendig en vitaal Lomm staat het werken aan leefbaarheid centraal. Het dorp heeft momenteel een sterk verenigingsleven met veel onderlinge sociale verbondenheid en dit willen we in de toekomst ook graag zo houden. Daarom zetten we in Lomm in op woningbouw waar het kan – onder meer aan de zuidkant van het dorp, aansluitend aan de kern – om starters aan te trekken en te behouden en ouderen te laten doorstromen. Het toevoegen van woningen is noodzakelijk voor het sociale draagvlak onder voorzieningen en het verenigingsleven. Bij
52
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
nieuwe ontwikkelingen onderzoeken we ook de mogelijkheden van herbestemming van bestaande (karakteristieke of historische) gebouwen in het dorp en de mogelijkheden van vrijkomende agrarische bebouwing in de directe omgeving van het Lomm. Ook versterken we met nieuwe ontwikkelingen de kwaliteiten rondom het dorp zoals de ligging aan de Maas en de verbinding met de natuur van de Ravenvennen. In de Maaszone is er geen aanleiding voor woningbouwontwikkeling en nieuwe voorzieningen, in het kader van een hoogwaterveilig Lomm.
5.3 VELDEN In Velden bouwen we de komende jaren verder aan de bestaande sterke punten van het dorp, zoals de saamhorigheid in de kern, de aanwezigheid van belangrijke voorzieningen en het groene, landelijke karakter van het dorp. Om de vitaliteit van het dorp te behouden, is het belangrijk dat we de komende jaren voldoende woningen toevoegen voor de lokale behoefte, inclusief starterswoningen, seniorenwoningen en woningen voor eenpersoonshuishoudens. Hiervoor liggen bijvoorbeeld kansen in de dorpsrand aan de noordoostzijde van het dorp. Ook liggen er kansen vrijkomende agrarische bebouwing aan de rand van het dorp te transformeren. In de Maaszone is er geen aanleiding voor woningbouwontwikkeling en nieuwe voorzieningen, in het kader van een hoogwaterveilig Velden. In de woningbouwopgave liggen ook kansen voor coöperatief bouwen, samen met huidige bewoners. Voor de levendigheid van
© RUIMTEVOLK
Figuur 14. Gebiedsuitwerking kaart en legenda Dorpen
53
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
het dorp zetten we – samen met onze partners – in op het behoud van voorzieningen zoals retail, zorgvoorzieningen en sportvoorzieningen. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden om Velden weer een échte dorpskern te creëren; hier liggen op termijn mogelijkheden in herinrichting van het marktplein, het herbouwen van verdwenen historische bebouwing en de herbestemming van de Sint-Andreaskerk. Tenslotte zetten we in op het verbeteren van de verkeersveiligheid en lokale bereikbaarheid door meer veilige oost-westverbindingen te realiseren over de N271.
5.4 BELFELD In Belfeld willen we ons de komende jaren inzetten om de leefbaarheid stevig te verbeteren. Deze staat al een tijd onder druk, onder andere door de nabije infrastructuur. Dit zorgt voor geluidsoverlast, verkeersoverlast en algemene aantasting van de leefkwaliteit. Toekomstige ontwikkelingen in en rondom Belfeld passen bij voorkeur bij de aard en schaal van het dorp. Momenteel heeft het dorp een sterke gemeenschap en een rijk verenigingsleven, deze willen we behouden en versterken. Nieuwe woningbouwlocaties kunnen hieraan bijdragen; hiervoor onderzoeken we de oostelijke dorpsrand en transformatie locaties, waaronder Bolenberg. We kijken daarbij nadrukkelijk naar de inpassing van industrieel erfgoed en cultuurhistorisch waardevolle (landschaps)elementen. Ook zijn er kansen voor het terugbrengen van verdwenen historische bebouwing in het dorp. Om het dorpscentrum vitaal te houden, bieden we ruimte voor retail en kijken we hoe we het centrum en de woongebieden op een aantrekkelijke manier kunnen vergroenen. Daarnaast zorgen we ervoor dat de infrastructuur meegroeit met de ontwikkelingen in het dorp. We zetten ons in om de interne barrières – vanwege de doorkruisende infrastructuur – te verminderen, en de verbinding tussen het dorp, de Maas en het omliggende landschap te verbeteren voor fietsers en wandelaars.
In het verlengde hiervan, verkennen we de mogelijkheden om de toeristisch-recreatieve potentie van de Maasoever ter hoogte van Belfeld beter te benutten.
54
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
6 EEN BELEEFBAAR, VEERKRACHTIG EN TOEKOMSTBESTENDIG BUITENGEBIED
Foto ingezonden door: N. Verschaereners
Venlo maakt een schaalsprong De ambitie voor onze toekomst is hoog. We zetten de komende jaren in op een schaalsprong. Een forse, maar geregisseerde groei van de gemeente Venlo naar 125.000 inwoners in 2040. Dit doen we om de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in de gehele gemeente op peil te houden. Als contramal van deze schaalsprong is een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied noodzakelijk. Met de term toekomstbestendig bedoelen we dat de ontwikkelingen in het buitengebied duurzaam zijn, vanuit een sociaal, economisch en natuurlijk evenwicht. Dit betekent dat we onze groen-blauwe structuren versterken en dat we het leidend principe hanteren dat stedelijke functies niet thuis horen in het buitengebied. De transitie in het buitengebied en het versterken van de natuur hand in hand gaan met behoud en herstel van cultuurhistorische erfgoedwaarden. We geven de komende jaren vorm aan de transitie in ons buitengebied. Hierbij gaat het om de (1) water- en bodemopgave, (2) natuuropgave en (3) transitie in de agrarische sector, waarvoor we – in samenhang met elkaar – een duurzaam toekomstperspectief willen schetsen. Ons uitgangspunt bij het vormgeven is dat het buitengebied beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig wordt.
Met de term toekomstbestendig bedoelen we dat de ontwikkelingen in het buitengebied duurzaam zijn, vanuit een sociaal, economisch en natuurlijk evenwicht. Hierbij verliezen we de leefbaarheid voor inwoners en ondernemers in het buitengebied niet uit het oog. En zorgen we ervoor dat de transitie in het buitengebied en het versterken van de natuur hand in hand gaan met behoud en herstel van cultuurhistorische erfgoedwaarden.
56
tegenover het toevoegen van bebouwing of functies die in stad of dorp thuis horen. Onder een vitale leefomgeving verstaan we ook de landschappelijke beleving van het buitengebied. Een aantrekkelijk buitengebied maakt het immers fijn om er te verblijven voor bezoekers en inwoners.
Venlo zet in op een mobiliteitstransitie We zetten in op mobiliteitssysteem dat passend is bij het buitengebied. Waarbij de oude rijkswegen als een belangrijke ontsluitingsader door het buitengebied lopen. Waarbij we oog hebben voor een veilige verkeersafwikkeling bij het gebruik. Om de recreatieve potentie van het buitengebied te benutten, werken we aan een robuust fiets- en wandelnetwerk ondersteund door mobiliteitshubs.
Venlo werkt aan een waardevolle economie We geven de komende jaren vorm aan de transitie van de agrarische sector. We werken toe naar een toekomstbestendige agrarische sector, waar kringlooplandbouw de norm is. Dit gaat niet van vandaag op morgen en hiervoor zullen we samen met partijen moeten verkennen wat de beste weg is. De agrarische sector hoort immers bij het buitengebied als economische pijler en heeft een grote rol gehad in de vorming van het landschap. De agrarische sector blijft daarom van waarde als beheerder van ons landschap. Naast de agrarische sector is ook de vrijetijdseconomie een belangrijke economische pijler in het buitengebied. We sturen op toekomstbestendige verblijfsrecreatie die in balans is met andere functies. Het robuust fiets- en wandelnetwerk maken we mede beleefbaar door het faciliteren van kleinschalige recreatieve voorzieningen. Bij voorkeur aan onze toeristische hoofdstructuur.
Venlo gaat voor een vitale leefomgeving
Venlo wordt klimaatbestendig
Ook in ons buitengebied streven we naar een vitale en gezonde leefomgeving. Hierbij verliezen we de leefbaarheid voor inwoners en ondernemers in het buitengebied niet uit het oog. De transitieopgaven in het buitengebied zijn groot wat ook een claim op de ruimte met zich meebrengt. Om de vitaliteit en kwaliteit van het buitengebied te behouden zorgen we ervoor dat agrarisch ondernemen, recreatie en wonen goed samengaan. Verrommeling, verloedering en kwaliteitsverlies van het buitengebied gaan we tegen. Daarom bieden we perspectief voor de agrarische sector als het gaat om stoppende agrarische ondernemers of ondernemers die willen transformeren. Hiervoor werken we ruimtelijke richtlijnen uit. Ook staan we nog steeds zeer kritisch
Om de grillen van klimaatverandering op te vangen is een veerkrachtig buitengebied vereist. Door water en bodem leidend te maken kunnen we natte en droge periodes beter opvangen. We versterken onze groen-blauwe kwaliteiten in het buitengebied en zorgen voor blijvende verbindingen van groen-blauwe structuren. We hebben hier aandacht voor ecologie, biodiversiteit, historische landschapselementen en watersystemen. Klimaatbestendig betekent ook dat Venlo hoogwaterveilig is. Primair betekent dit dat onze waterkeringen op orde zijn en het Maasdal klimaatrobuust is ingericht. Daarnaast maken ook de beken onderdeel uit van het watersysteem en zorgen we ervoor dat deze toekomstbestendig zijn.
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
De energietransitie wordt grotendeels in het stedelijk gebied opgevangen, maar ook in het buitengebied zien we mogelijkheden voor de opwek van zonne-energie. Echter gezien de vele opgaven in het buitengebied is een zorgvuldige afweging noodzakelijk.
57
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
6.1 PERSPECTIEF BUITENGEBIED Het buitengebied is in transitie. Samen met de ondernemers en bewoners wordt gewerkt aan een toekomstbestendig buitengebied.
Gebiedsspecifieke keuzes naar 2040: → Een ander belangrijk onderdeel van het karakteristieke Venlose landschap is het natuurlijk reliëf waaronder rivierterrassen, oude Maasgeulen, beekdalen, steilranden en stuifduinen. Aantasting van het reliëf door afgraving of ophoging of het toevoegen van bebouwing vinden we onwenselijk. Landschapselementen zoals lanen, houtsingels, oude landwegen dragen bij aan de identiteit en aantrekkelijkheid van het landelijk gebied. Deze elementen behouden, versterken of herstellen wij in combinatie met andere ruimtelijke opgaven zoals de transitieopgave van het landelijk gebied: onder andere. de klimaatopgave, de bossenstrategie, realiseren van de Natura 2000-doelen, groen-blauwe dooradering en de landbouwtransitie) . We zetten in op de robuustheid van natuur- en bosgebieden, zodat ze vitaal, biodivers en recreatief aantrekkelijk blijven. Ook in het agrarisch gebied zetten wij ons in om de biodiversiteit en de beleving hiervan te versterken. We werken dit uit in een ontwikkelkader landschap. → Venlo heeft vier verschillende landschapstypen met hun eigen kernkwaliteiten die we willen beschermen en waar mogelijk versterken (zie hoofdstuk 2.1). Daarbinnen zijn we zuinig op de 13 cultuurhistorisch waardevolle gebieden. Hier is sprake van een hoge concentratie aan erfgoedwaarden.
We hebben niet alleen aandacht voor het erfgoed zelf, maar ook voor de relevante context (erfgoedbiotopen). Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden benaderen we met grote zorgvuldigheid. → In de halfopen landschappen van het agrarisch productielandschap versterken we de bestaande groene structuren. Dit zijn met name houtwallen en kleine bosjes. Waar mogelijk breiden we dit uit. Hiermee verbeteren we niet alleen de biodiversiteit in het gebied, maar maken we ook de koppeling met cultuurhistorische landschapselementen. In de overgang tussen bebouwing en buitengebied zorgen we voor robuuste,
58
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
herkenbare groenstructuren als verbindingszones: de zogenaamde ‘groen-blauwe inprikkers’. Via deze inprikkers verbinden we de kwaliteiten van het buitengebied met zowel het Centraal stedelijk gebied als de dorpen. Daarnaast geven we de directe omgeving van de dorpen vorm als groene dorpsrand. → We werken aan een perspectief voor de landbouw in de gemeente Venlo en streven hierbij naar agrarische activiteiten in het buitengebied die passen bij de lokale bodem- en wateromstandigheden. Daarbij vinden we het belangrijk – in lijn met de provinciale uitgangspunten – dat iedere individuele agrarisch ondernemer in staat is om een voor hem/haar passend transitiepad te bewandelen. Doel van dat pad is om mede invulling te geven aan een circulaire economie, voedselzekerheid en natuur- en landschapsbeheer. → Om duidelijkheid richting de toekomst te scheppen, maken we een grove zonering voor de gewenste activiteiten in het buitengebied. Dit zijn geen harde planologische kaders, maar dienen als een richtinggevend raamwerk om de verschillende ambities in het buitengebied een plek te geven richting 2040 en verder. In de groene zone (zie kaartbeeld) krijgen doelen op het gebied van natuurontwikkeling en klimaatadaptatie prioriteit.
In de gele gebieden blijft er ruimte voor buitengebied gerelateerd gebruik, zoals het agrarische productielandschap en de glastuinbouw, in harmonie met het natuurlijke systeem. Dus met de nodige aandacht voor
© RUIMTEVOLK
Figuur 15. Gebiedsuitwerking kaart en legenda Buitengebied
59
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
verduurzaming, de transitie naar kringlooplandbouw, een robuust water- en bodemsysteem en het behoud van cultuurhistorische (agrarische) landschappen.
Het aanpassen van agrarische bedrijvigheid naar het natuurlijke bodem- en watersysteem kan veel bijdragen aan de opgaven voor water, klimaat en biodiversiteit.
→ We bieden mogelijkheden om vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en solitaire bedrijvigheid een nieuwe invulling te geven. Dit doen we om ondermijning tegen te gaan, ontstening te bevorderen en verrommeling van het landschap te voorkomen. Hiervoor maken we een duidelijk ruimtelijk ontwikkelkader en voeren we als gemeente de regie. Het gaat daarbij om welke functie goed past op welke plek, bekeken vanuit onder meer ruimtelijke kwaliteit, omgeving, veiligheid, bereikbaarheid en afstand tot voorzieningen. Rondom de stadsranden en dorpen onderscheiden we een zone waarin VAB kan worden herbestemd voor woonfuncties, mogelijk in combinatie met geclusterd wonen voor mensen met een (lichte) zorgvraag. Direct langs de toeristische hoofdstructuur zetten we in op transformatie voor recreatieve doeleinden. Bij natuurgebieden en in het Maasdal krijgen initiatieven prioriteit die een directe bijdrage leveren aan de natuurkwaliteit van de omgeving. In alle gebieden zijn we terughoudend in de ontwikkeling van zonne-energie op vrijkomende landbouwgronden. We werken deze richtlijnen nader uit in een ruimtelijk ontwikkelkader.
→ Beschermen en verbeteren van natuur- en waterkwaliteit doen we door het aanleggen of verbeteren van van ecologische verbindingszone, maar ook door de samenwerking op te zoeken met partners19. We zorgen ervoor dat we de status van deze EVZ’s beschermen; functies die toegewezen worden aan deze gebieden zijn ondergeschikt aan de ondergrond. Rondom de Natura-2000 gebieden zetten we in op vernatting van het landschap, zodat natuurwaarden in het gebied in stand blijven. Daarbij zoeken we de juiste balans tussen natuurwaarden en recreatiemogelijkheden. Tenslotte willen we in de toekomst voldoende en kwalitatief goed drinkwater kunnen leveren, passend bij de schaalsprong die we voor ogen hebben. Daarom is het belangrijk dat we verstandig omgaan met de natuurlijke bronnen die we hebben. We beschermen de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in het buitengebied, en we respecteren de boringsvrije zone op de Venloschol. Tenslotte streven we zoveel mogelijk naar het behoud van het natuurlijk reliëf van het landschap. Dit betekent geen grote ontgrondingen en/of ophogingen in het buitengebied.
→ Verspreid door het buitengebied liggen een aantal historische linten en woonenclaves, vervlochten met het groen. Zoals Schandelo, Lingsfort, de Krosselt en de Onderste en Bovenste Molen. Landschap, erfgoed, natuur en water liggen aan de basis voor deze gebieden. Ze vormen een belangrijk onderdeel van het recreatieve netwerk in het buitengebied, dit willen we waar mogelijk versterken. In de enclaves zien we mogelijkheden om bescheiden en met zorg voor landschappelijke inpassing enkele woningen te ontwikkelen. Ontwikkelingen moeten daarbij passen bij de maat en schaal van de enclave en de omliggende omgeving: groen en ruim wonen in agrarisch landelijk gebied.
→ We benutten koppelkansen in het buitengebied door randvoorwaarden te stellen aan nationale of regionale energie-infra projecten die binnen het grondgebied van de gemeente Venlo vallen. We zorgen er hiermee voor dat deze projecten een duidelijke lokale koppeling krijgen waarbij het buitengebied optimaal profiteert. Denk hierbij aan de ecologische verbindingszone tussen ’t Jaomerdal en de Groote Heide, deze kan hand in hand gaan met de ontwikkeling van de Delta Rhine Corridor. Zo is er sprake van natuurcompensatie en een vermindering van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor.
→ We markeren de kwel- en infiltratiegebieden als gebieden waar verduurzaming van de landbouwsector het meest kansrijk is. In gebieden waar grondwater aan de oppervlakte komt (kwel) of juist in de bodem wegzakt (infiltratie), zijn verschillende soorten landbouw denkbaar. 19 Onder andere door (1) het versterken van onze deelname van (Eu)regionale samenwerkingsverbanden, in zowel Nationaal Park Maasduinen (conform BIO-plan) als Natuurpark Maas-Swalm-Nette, (2) de (grond)waterkwaliteit in de natuurgebieden te verbeteren in het kader van de Kaderrichtlijn Water en (3) het aanleggen of verbeteren van ecologische verbindingszones (EVZ).
60
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
6.2 MAAS EN BEKEN Het contrast tussen de stedelijke bebouwing en het buitengebied met de Maas en haar zijbeken als belangrijkste blauwe ader, is een belangrijke eigenschap van onze gemeente. Het landschap kent een typische opbouw met rivierterrassen, wat op sommige plekken tot karakteristieke hoogteverschillen heeft geleid. Hoogwaterveiligheid blijft een belangrijke opgave in het Maasdal, met name door de impact van klimaatverandering. Tegelijkertijd liggen er kansen om deze hoogwaterveiligheidsopgave in samenhang op te pakken met het behouden en versterken van lokale ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorische identiteit. Hier lopen reeds een aantal programma’s voor, zoals het Hoogwaterbeschermingsprogramma, de verkenning van de Vierwaarden en het Programma Baarlo – Hout-Blerick. In de beken en de beekdalen liggen ook opgaven op het gebied van klimaat en natuur. Hier liggen kansen om het landgebruik zo aan te passen dat het water beter en langer kan worden vastgehouden, maar ook de biodiversiteitswaarden worden verhoogd. Zo gaan de beekdalen volwaardig deel uitmaken van de robuuste groen-blauwe structuur die de gemeente Venlo doorkruist.
Gebiedsspecifieke keuzes naar 2040: → In het klimaatbestendige Maasdal krijgen waterveiligheid, natuurontwikkeling en recreatie prioriteit. Hier zetten we in op herinrichting en revitalisatie in combinatie met het verminderen van agrarische bedrijvigheid zonder toekomstperspectief. Het doel is om de ruimte te benutten voor andere vormen van ruimtelijke ontwikkeling die passen bij de natuurlijke en landschappelijke kenmerken van het Maasdal. → In overstromingsgevoelige delen van het landschap zorgen we dat er beperkt bebouwing kan plaatsvinden, enkel onder strikte voorwaarden. Dit zorgt voor een klimaatbestendig Maasdal. We verkennen mede de mogelijkheden hoe we de resterende solitaire glastuinbouw kunnen afbouwen en een plek kunnen geven in één van de glastuinbouwconcentratiegebieden. → Samen met onze partners werken we aan robuuste water- en bodemsystemen. Dit doen we onder meer door het volop bieden van ruimte aan de Maas en het beter benutten van dit water. Ook zetten we meer in op sterke groen-blauwe structuren. Agrarisch natuurbeheer kan hierin
61
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
een grote rol spelen. Urgente opgaven krijgen de hoogste prioriteit; bijvoorbeeld de vernatting van restgeulen en kwelzones, aanpakken van bodemuitputting en droogte, het borgen van hoogwater- en natuurveiligheid en het beschermen van drinkwatergebieden. → Daarnaast zijn er de droogtegevoelige delen in het landschap. Zo zijn er een aantal clusters binnen NNN-gebieden met veel grondwaterafhankelijke natuur en zijn daarmee kwetsbaar. Ook op plekken met grootschalige ontgrinding (delfstoffenwinning) in de steilrand en het Maasdal is de ondergrond verdroogd. In de droogtegevoelige gebieden zetten we in op vernatting. → Ook verzilveren we de toeristische en recreatieve ontwikkelpotentie van de Maaszone. Naast bezoekers genieten ook inwoners van de beleving van de Maas. Rondom de dorpen en de stad zetten we in op een aantrekkelijk uitloopgebied om te kunnen wandelen en recreëren. Hier kan onder andere (kleinschalige) sloepverhuur en pleziervaart bij horen. → Daarnaast investeren we samen met onze partners in landschapsbeleving en Maasbeleving door natuurontwikkeling en dijkversterkingen te combineren met mogelijkheden voor onder andere recreatie. Om de ruimtelijke kwaliteit goed te borgen werken we een ruimtelijk kwaliteitskader voor de Maas uit. Het unieke karakter van het landschap, de stad en de kleine kernen wordt hierdoor versterkt en beter uitgedragen.
Dit doen we onder meer door in te zetten op een goede verbinding vanuit de woonomgeving (wijken en dorpen) met de Maas en bos- en heidegebieden. Bij het verplaatsen van de recreatieve jachthaven naar de Océ Weerd onderzoeken we de mogelijkheden op het gebied van waterrecreatie. → De beekdalen en kwelzones fungeren als natte ecologische verbindingen. Hier beperken we de ontwikkelmogelijkheden voor woningbouw en geven we prioriteit aan natuurontwikkeling. De belangrijkste pijler hiervan is ook vernatting. We wensen een landgebruik in deze gebieden die vraagt om een ondiepe ontwatering, waardoor meer water kan worden vastgehouden. Hierdoor ontstaat een natuurlijke watervoorraad in het landschap. Tevens vormen beekdalen,
© RUIMTEVOLK
Figuur 16. Gebiedsuitwerking kaart en legenda Maas en beken
62
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
vanwege de hoge biodiversiteitswaarden, een aantal belangrijke oost-west schakels in ecologische verbindingszones. Het zijn als het ware de horizontale spijlen in de ‘ladder’ van de groen-blauwe structuur. → De beekdalen maken een belangrijk onderdeel uit van het buitengebied van de gemeente Venlo. Binnen onze ambitie om te zorgen voor een toekomstbestendig buitengebied zal de ontwikkeling van klimaatrobuuste en veerkrachtige beekdalen een bijdrage leveren. We zetten in op de ontwikkeling van brede beekdalen tot klimaatbuffer. We kijken hierbij naar een toekomstperspectief waarbij de overgang tussen de beken en het landschap veel geleidelijker is, we beken meer kunnen laten meanderen en ruimte kunnen bieden. Op deze manier kan het water zich in natte periodes of hevige piekbuien in de breedte verspreiden, in de bodem infiltreren en het grondwater aanvullen voor droge periodes. We zoeken hierbij nadrukkelijk naar een integraal toekomstperspectief voor de beekdalgebieden en kijken waar we functies kunnen combineren. Dit doen we samen met onze partners en de partijen in de omgeving van de beekdalen. → Het buitengebied en de Maas zijn twee van de vijf toeristisch-recreatieve focusgebieden van de gemeente Venlo. Daarom verbeteren we onze recreatieve fiets- en wandelroutes in het buitengebied.
We zoeken hierbij naar de integratie van mobiliteitshubs op het bestaande OV-netwerk, het fietsnetwerk en de bestaande en toekomstige bestemmingen. We ontwikkelen deze routes zo, dat ze uitnodigen om meer te gaan bewegen. We verbeteren de bereikbaarheid tussen oost en west door nieuwe wandel- en fietsverbindingen over de Maas te realiseren. Voor de inwoners in het buitengebied zorgen we door middel van (door) fiets- en autoroutes en slimme mobiliteitsoplossingen zoals mobiliteitshubs en deelmobiliteit dat de bereikbaarheid van voorzieningen in de nabijgelegen dorpen goed blijft.
63
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
7 UITVOERING
Foto ingezonden door: Jeannette Receveur
Met deze omgevingsvisie zetten we samen met inwoners, ondernemers, partners en organisaties koers naar de toekomstige leefomgeving van de gemeente Venlo. We brachten in beeld welke kansen en opgaven we zien voor 2040, en hoe we hier nu en in de toekomst op willen anticiperen. Het uitvoeren van onze visie kunnen we niet alleen. In dit hoofdstuk beschrijven we onze rol als gemeente en formuleren we de uitgangspunten voor samenwerking met andere partijen. Ook gaan we in op het instrumentarium van de Omgevingswet, de afspraken die we maken over monitoring en evaluatie en de financiering van de ambities.
7.1 SAMENWERKING Deze visie hebben we opgesteld met uitgebreide participatie met de samenleving. Met de omgevingsvisie nodigen we de samenleving en onze partners uit om samen de geschetste ambities tot uitvoering te brengen. Als gemeente willen wij ruimte bieden voor initiatiefnemers die investeren in een toekomstbestendige leefomgeving en verantwoordelijkheid nemen voor de ruimtelijke ontwikkeling. Als gemeente dragen wij de verantwoordelijkheid om ruimte te bieden aan initiatieven. De omgevingsvisie vormt hierbij het afwegingskader. Dit kan betekenen
dat we kritisch zijn op initiatieven die weinig of nauwelijks bijdragen aan de gestelde doelen, maar ook dat we initiatieven die goed passen binnen onze visie extra kracht bij willen zetten. Het uitgangspunt voor onze houding is dan ook ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’.
Samenwerking in de regio Veel van de ruimtelijke en maatschappelijke opgaven die op ons afkomen, overstijgen onze gemeentegrenzen. Regionale afstemming en samenwerking is daarom van groot belang. Dit is niet nieuw voor Venlo. Zo is de gemeente onderdeel van verschillende regionale samenwerkingsverbanden (zie hoofdstuk 2.2). Als gemeente sturen we actief mee in het integraal oppakken van opgaven en kansen. In de toekomst zal deze regionale samenwerking naar verwachting verder toenemen, bijvoorbeeld in de doorvertaling van regionale visies en programma’s. Denk aan een verstedelijkingsagenda, de Regionale Energiestrategie en thema’s zoals vitaal landelijk gebied en wonen. We zijn niet alleen gericht op de regio Noord-Limburg, maar we zoeken ook meer samenwerking met andere stedelijke regio’s in Nederland (zoals de Brainport) en met Duitse buurgemeenten. Als gemeente brengen we in regionale samenwerkingsprocessen actief de belangen van onze inwoners, bedrijven en organisaties in.
De omgevingsvisie als afwegingskader voor initiatieven De omgevingsvisie geeft overzicht en inzicht in de vele uitdagingen en opgaven waar we in de gemeente Venlo voor staan. Het vormt een uitnodiging aan iedere inwoner, ondernemer en organisaties om hierover mee te denken en de ambities samen te brengen met eigen acties en keuzes. De omgevingsvisie verduidelijkt welke thema’s we meewegen in ons gemeentelijk beleid en onze beslissingen. Op de besluitvorming over initiatieven die zijn voorzien in de voormalige regelgeving onder de Wro, zoals de bestemmingsplannen, heeft deze visie geen directe gevolgen. We bieden ruimte aan nieuwe ontwikkelingen en nodigen initiatiefnemers uit om met hun ruimtelijke ontwikkelingen actief bij te dragen aan de gestelde doelen. Hierbij staan de kenmerken en identiteit van onze gemeente altijd voorop. Bij een initiatief of ontwikkeling stellen we onszelf en de initiatiefnemer de volgende drie vragen: → Draagt de ontwikkeling of het initiatief bij aan de doelen van de kernambities en sluit het aan op de gebiedsgerichte uitwerkingen en in welke mate? → Is er sprake van een negatieve en/of positieve impact op de kwaliteiten van de leefomgeving, zoals verwoord in deze omgevingsvisie? → In welke mate wordt het initiatief of de ontwikkeling gedragen door de directe omgeving en wat zijn daarvoor de redenen?
65
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
Samenwerking met de ketenpartners Met de invoering van de Omgevingswet intensiveert de samenwerking tussen gemeenten en ketenpartners. De vernieuwing ligt met name in de toepassing van de wet in de omgangsvormen tussen (samenwerkende) gemeenten en ketenpartners. We vinden het van groot belang om bij de totstandkoming van beleid en regelgeving van andere overheden vroegtijdig mee te kunnen denken als gemeente. Dit om problemen bij lokale toepassing van hogere regelgeving te voorkomen. Bij conflicterende visies van andere overheden wordt vroegtijdig het gesprek aangegaan. Tegelijkertijd hebben we als gemeente de rol om bij te dragen aan ontwikkelingen ‘van bovenaf’. We kunnen hier naar de lokale context invulling aan geven. We zien meerwaarde in nauwe samenwerking en afstemming met onze ketenpartners, waarbij we onze krachten bundelen als het gaat om het vinden van slimme oplossingen voor complexe, gebiedsoverstijgende opgaven.
Regie waar nodig of gewenst De gemeente Venlo werkt – zoals we gewend zijn – samen met inwoners, organisaties en andere overheden aan onze fysieke leefomgeving. De betrokkenheid van inwoners, ondernemers en organisaties bij de leefomgeving waarderen wij. We zien deze partijen als medeverantwoordelijk in het zorg dragen voor onze leefomgeving. Tegelijkertijd dragen wij als overheid de verantwoordelijkheid voor
© RUIMTEVOLK
Figuur 17. Samenhang tussen de verschillende instrumenten
66
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
het algemeen belang. Wanneer maatschappelijke partijen niet in staat blijken een oplossing te vinden voor opgaven, vraagt dit van ons als gemeente een meer sturende of regisserende rol. Ook zien we op bepaalde onderwerpen een belangrijke taak weggelegd voor de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan grote opgaven als regie op de woningbouwopgave, de gezonde en inclusieve samenleving, klimaatadaptatie en (hoog)waterveiligheid. Zo kennen we als gemeente meerdere rollen, afhankelijk van de onderwerpen en opgaven. In de basis stellen we onszelf op als samenwerkingspartner en facilitator, maar als het nodig is nemen we ook de regie. We werken onze rolneming voor de verschillende opgaven en/of gebieden uit in de omgevingsprogramma’s (zie hoofdstuk 7.2).
7.2 INSTRUMENTEN VOOR UITVOERING Deze omgevingsvisie zien wij als als een dynamisch document, omdat de wereld om ons heen voortdurend in beweging is. We kunnen uitvoering geven aan de omgevingsvisie door de inzet van verschillende instrumenten. In de Omgevingswet zijn voor onze gemeente drie andere relevante beleidsinstrumenten geformuleerd, elk met hun eigen rol: het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning.
We lichten deze instrumenten hieronder nader toe.
Omgevingsprogramma’s In een omgevingsprogramma worden de in de omgevingsvisie vastgelegde ambities en keuzes nader uitgewerkt voor specifieke thema’s of gebieden. Het programma is het instrument van het college van burgemeester en wethouders, waarin zij de globale beleidslijnen uit de omgevingsvisie verder uitwerken. Een programma bevat maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. In een programma worden de ambities uitgewerkt in concrete maatregelen. Er staat ook in welke middelen nodig zijn om het doel te behalen en op welke manier we als gemeente gaan sturen (sturingsfilosofie). Daarbij gaat het om aspecten zoals financiering en benodigde ruimtelijke en juridische instrumenten. Vooralsnog is alleen het volkshuisvestingsprogramma een wettelijke verplichting. We werken nog nader uit welke opgaven we ook oppakken met een omgevingsprogramma. Dit kunnen gebiedsgerichte programma’s zijn of themagerichte programma’s.
Omgevingsplan De juridische verankering van deze omgevingsvisie vindt plaats in het omgevingsplan. Het omgevingsplan is de opvolger van de voormalige bestemmingsplannen, beheers- en gemeentelijke verordeningen. Dit omgevingsplan vertaalt de ambities uit beleid naar concrete regels en voorschriften. Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om voor bepaalde onderwerpen omgevingswaarden op te nemen in het omgevingsplan. Met de omgevingswaarden kunnen in bepaalde gebieden of op bepaalde thema’s strengere eisen worden gesteld dan de in rijks- of provinciaal beleid vastgelegde waarden. Deze omgevingswaarden bieden de mogelijkheid om differentiatie in doelen aan te brengen voor verschillende gebieden/ thema’s. In tegenstelling tot de omgevingsvisie is het omgevingsplan bindend voor inwoners, ondernemers en initiatiefnemers.
Omgevingsvergunning Initiatiefnemers die activiteiten wensen te verrichten in de fysieke leefomgeving hebben in veel gevallen een omgevingsvergunning nodig. In het gemeentelijke omgevingsplan is vastgelegd voor welke activiteiten een omgevingsvergunning vereist is.
67
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
Overige beleidsinstrumenten Naast dit instrumentarium uit de Omgevingswet kunnen we ook op andere manieren uitwerking geven aan de omgevingsvisie. Denk hierbij aan beleidsvisies, beleidskaders en beleidsregels.
Lopende projecten Naast de uitnodigende rol om nieuwe (ruimtelijke) initiatieven mogelijk te maken, zijn er ook een aantal lopende ruimtelijke projecten die reeds invulling geven aan onze ambities en opgaven uit de visie. Deze projecten zullen we onverminderd voortzetten. Indien een project niet of minder bijdraagt aan de ambities en opgaven, maar waarvoor wel al juridisch relevante besluiten zijn genomen of rechtshandelingen zijn ondernomen, zullen we ook deze projecten onverminderd voortzetten. Wijzigingen van deze projecten zijn daarbij toegestaan, mits de ruimtelijke impact zoals beschreven in deze visie niet toeneemt. Tot juridisch relevante besluiten of rechtshandelingen worden hier gerekend: afgifte van een omgevingsvergunning, vaststelling van een omgevingsplan, samenwerkingsovereenkomst, intentieovereenkomst binnen de daarin gestelde uitvoeringstermijnen. De juridische hardheid is afhankelijk van een aantal zaken, te weten de mate van concreetheid van de afspraken, de verstreken termijn (ook waar deze niet is geconcretiseerd) en de rechtshandelingen die op basis hiervan zijn ondernomen.
7.3 UITVOERINGSPROGRAMMA In deze omgevingsvisie hebben we bij een aantal thema’s en gebieden aangegeven die nog nadere uitwerking behoeven. In het overzicht op de volgende pagina geven we aan welke onderwerpen opgepakt gaan worden. Hierbij wordt telkens de afweging gemaakt welk instrument hiervoor ingezet wordt, denk hierbij aan een omgevingsprogramma of een beleidskader. Deze uitwerkingen zijn niet limitatief. Op het moment dat de actualiteit hierom vraagt, kunnen er ook ander gebieden en thema’s opgepakt worden als uitwerking van de omgevingsvisie.
met de gemeenteraad van Venlo afgestemd. De gemeenteraad stelt uiteindelijk een (herijkte) omgevingsvisie vast.
7.5 BEKOSTIGING De omvang van de gemeentelijke opgaven en ambities is groot. Voor veel van deze ambities ligt de verantwoording en het initiatief bij de gemeente, zoals de bereikbaarheid, de inrichting van de openbare ruimte en het voorzien in voldoende voorzieningen zoals scholen en groen. Het geheel van het aanpassen van onze leefomgeving aan de veranderende eisen vanuit demografie en klimaat is kostbaar.
7.4 EVALUATIE Evaluatie omgevingsvisie iedere vier jaar Het dynamische karakter van de omgevingsvisie stelt de gemeente in staat flexibel te reageren op ontwikkelingen en nieuwe inzichten Om onze omgevingsvisie zo actueel mogelijk te houden, kiezen we ervoor om deze periodiek te evalueren. Het tempo waarin we de visie aanpassen hangt af van de ervaringen die we opdoen met andere instrumenten en de monitoring van onze doelen. En van de staat van onze fysieke leefomgeving. We evalueren de omgevingsvisie in ieder geval elke vier jaar en starten hiermee in 2028. Dit leidt mogelijk tot een herijking van de visie. De omgevingsvisie maakt onderdeel uit van de beleidscyclus van de gemeente Venlo.
Bijstellen van de omgevingsvisie In de toekomst kan blijken dat bepaalde ontwikkelingen ertoe leiden dat onderdelen van de omgevingsvisie onvoldoende uitwerking kennen of onvoldoende te handhaven zijn en bijstelling eerder nodig is. Bijvoorbeeld door ontwikkeling van nieuw nationaal, provinciaal en/of lokaal beleid. Het is dan mogelijk dat we de huidige omgevingsvisie op onderdelen moeten aanpassen of aanscherpen. Wanneer er sprake is van ingrijpende aanpassingen, dan kunnen wij als gemeente de omgevingsvisie bijstellen. Hierbij betrekken we de samenleving actief. De wijze waarop we dit doen wordt vooraf
68
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040
De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen die toerekenbaar zijn aan een ontwikkeling proportioneel te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aanleg van openbare voorzieningen in het ontwikkelde gebied. De Omgevingswet biedt daarbij een wettelijke grondslag voor een (anterieure) overeenkomst tussen de gemeente en een initiatiefnemer. Kostendragers zijn onder meer woningbouwprojecten, realisatie van bedrijventerreinen, kantoren en maatschappelijke voorzieningen. In deze omgevingsvisie hebben we als gemeente Venlo stevige ambities en zien we grootschalige ontwikkelingen op ons af komen. Hiermee gaan forse investeringen gepaard. Een deel van deze investeringen zijn toe te rekenen aan specifieke delen van het omgevingsplan en zijn rechtstreeks verhaalbaar en een deel van de kosten worden veroorzaakt door meerdere plannen en zullen breder worden verhaald, bijvoorbeeld binnen specifieke programma’s. Een deel van de investeringen is niet zomaar langs de lat van profijt, toerekenbaarheid, proportionaliteit te leggen, maar zijn wel van toegevoegde waarde voor iedereen op het grondgebied van de gemeente Venlo. Naast het verplichte kostenverhaal biedt de Omgevingswet de gemeente ook de mogelijkheid om zogenaamde financiële bijdragen voor de ontwikkeling van een gebied te vragen.
Deze financiële bijdragen kunnen op grond van artikel 13.22 Omgevingswet worden overeengekomen in een overeenkomst of op grond van artikel 13.23 Omgevingswet worden opgenomen in het Omgevingsplan. In de artikelen 8.13 en 8.20 Omgevingsbesluit staan de activiteiten opgenomen
waarvoor bij overeenkomst een financiële bijdrage kan worden gevraagd en in artikel 8.13 Omgevingsbesluit staan de activiteiten opgenomen waarvoor in een omgevingsplan een financiële bijdrage kan worden opgenomen. Hoe we de gemeente Venlo omgaan met de financiële bijdrage aan zogenaamde ‘ruimtelijke ontwikkelingen’ werken we uit in een nota Kostenverhaal, onderdeel van de Nota Grondbeleid die in de komende periode wordt geactualiseerd. Met de Nota Kostenverhaal wordt vastgelegd wat de uitgangspunten voor kostenverhaal zijn en de wijze waarop de kosten verhaald worden op initiatiefnemers van activiteiten en op welke wijze de gemeente financiële bijdragen gaat vragen. De Nota Kostenverhaal zal de status van programma krijgen, één van de kernsinstrumenten van de de Omgevingswet. De Omgevingswet bepaalt dat zowel een omgevingsvisie als een programma de juridische basis kunnen vormen voor kostenverhaal. Zolang de Nota Kostenverhaal niet gereed is, vormt deze Omgevingsvisie Venlo 2040 en onze Nota Grondbeleid de juridische basis.
69
OMGEVINGSVISIE VENLO 2040