CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

091 Bijl04 Toelichting bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’..pdf

Raadsvergadering 30 oktober 2024, gemeente VenloBij agendapunt: 4.4: Bestemmingsplan Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm (RV091)17.827 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

M179596.030/GPO

volgt hierna een toets of op basis van de hiervoor genoemde criteria een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Deze paragraaf is opgesteld op basis van de onderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van het bestemmingsplan. Kenmerken van het project Criteria Omvang van het project

Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen

Verontreiniging en hinder

Risico van ongevallen

Toets De ontwikkeling heeft betrekking op de omvorming van een deel van een agrarisch bedrijf in een loonwerkbedrijflocatie van minder dan 1 ha, zie eerdere hoofdstukken voor details. Nee. N.v.t. De vrijkomende materialen worden niet naar deze locatie afgevoerd (groen en dergelijk afval wordt naar de locatie aan de Jamescookweg gebracht). Luchtkwaliteit: wordt aan alle grenswaarden voldaan (zie H5). Geluid: aan alle normen wordt voldaan (zie H5). Geur: er is geen sprake van geurhinder in het plangebied als gevolg de planontwikkeling. N.v.t.

Conclusie Vanuit de kenmerken van het project zijn er geen negatieve effecten op het milieu te verwachten. Plaats van het object Criteria Bestaand grondgebruik

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder dacht voor: - gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitaten Vogelrichtlijngebieden) - gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden

Toets Het perceel was in het verleden ten behoeve van agrarische doeleinden in gebruik (grondgebonden bedrijf). N.v.t.

Het plangebied is niet gelegen in een gevoelig gebied als bedoeld in artikel 1 van de Bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Er is geen sprake van gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden.

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

31

M179596.030/GPO

Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

N.v.t. Het planvoornemen geeft geen nadelige gevolgen hiervoor.

Conclusie Vanuit de plaats van het project zijn er geen negatieve effecten op het milieu te verwachten. Door middel van een landschapsplan wordt geborgd dat het planvoornemen passend is in zijn omgeving en geen negatieve effecten zal hebben op de omliggende waarden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied Toets Beschermd natuurmonument Het plangebied is niet gelegen in of in de nabijheid van een beschermd Natuurmonument. Habitat en vogelrichtlijngebieden Het plangebied is niet gelegen binnen een Habitat en Vogelrichtlijngebied. Gezien de aard van de ontwikkeling en de ligging worden geen negatieve effecten verwacht op de nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Watergebied van internationale betekenis Er is geen sprake van een ligging in of nabij een watergebied van internationale betekenis. NNN Het plangebied is niet gelegen in het NNN en/of NNL. Landschappelijk waardevol gebied Nee. Het gebied is niet als zodanig bestemd. Waterwinlocaties, water- wingebieden, en Het plangebied niet gelegen binnen dergelijke grondwaterbeschermingsgebieden gebieden. Beschermd monument Er is geen sprake van een beschermd monument als bedoeld in de Monumentenwet. Belvédère-gebied Er is geen sprake van een Belvédère gebied.

Conclusie Het plangebied is niet gelegen binnen een gevoelig gebied en op een zodanige afstand van gevoelige gebieden dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn.

Kenmerken van het potentiele effect Criteria Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het effect Waarschijnlijkheid van het effect Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

32

Toets Er zijn geen effecten te verwachten die uit te drukken zijn in geografische zone en/of grootte van de getroffen bevolking. Er is sprake van een kleinschalig initiatief dat geen grensoverschrijdend karakter heeft Geen effecten te verwachten. Geen effecten te verwachten.

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M179596.030/GPO

Conclusie 1. De ontwikkeling komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Er hoeft dus geen MER te worden opgesteld; 2. De activiteiten vallen wel onder categorie D11.3 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Er geldt echter geen m.e.r.-beoordelingsplicht omdat de in kolom 2 bij categorie D11.3 genoemde ‘drempelwaarde’ niet wordt overschreden; 3. Omdat de activiteiten wel worden genoemd in een van de categorieën in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar de drempelwaarden niet worden overschreden, dient voor dit plan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd; 4. Uit de uitgevoerde vormvrije m.e.r.-beoordeling is gebleken dat de activiteiten op grond van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu leiden en dus geen aanleiding vormen om op grond hiervan alsnog een m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Het College van Burgemeester en Wethouders heeft in zijn vergadering d.d. …-…-… besloten dat er ‘geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zullen ontstaan die het opstellen van een Milieueffectrapportage rechtvaardigen.’

5.2

Bodem Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Uitgangspunt van het Besluit bodemkwaliteit is dat de kwaliteit moet aansluiten bij de functie. Om hier invulling aan te geven heeft het RIVM voor zeven bodemfuncties referentiewaarden ontwikkeld voor een goede bodemkwaliteit. Deze zeven functies worden gebruikt in het gebiedsspecifieke beleid. Voor toepassing in het generieke kader zijn deze zeven functies samengevoegd tot twee bodemfunctieklassen: wonen en industrie. De functies moes- en volkstuinen, landbouw en natuur zijn niet ingedeeld in een klasse. Hiervoor is gekozen omdat in gebieden met een van deze functies alleen schone grond of baggerspecie mag worden toegepast. Dat willen zeggen: grond en baggerspecie waarvan de kwaliteit voldoet aan de Achtergrondwaarden. De bodemfunctieklassen beschrijven op hoofdlijnen het gebruik van de bodem in een gebied. Het indelen van een beheergebied in bodemfunctieklassen is de taak van gemeenten. De bodemfunctieklassenkaart van de gemeente Venlo is volgens het generieke beleid opgesteld en geeft het gewenst of toekomstig bodemgebruik weer. Binnen de bodemfunctieklassenkaart wordt onderscheidt gemaakt in bodemfunctieklassen.

De bodemfunctieklasse Overig (kwaliteit grond moet voldoen aan de Achtergrondwaarde) is in bestemmingsplannen te vergelijken met functies als: - Natuurgebied; - Landbouw.

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

33

M179596.030/GPO

De bodemfunctieklasse Industrie is in bestemmingsplannen te vergelijken met functies als: - Spoorlijnen en grote wegen; - Geluidswal (langs Rijksweg of spoorlijn); - Bedrijfsterreinen. De huidige (Wro) bestemming van het perceel is ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch – Bedrijf’. De nieuwe bestemming is op deze locatie te vervatten onder de bodemfunctieklasse Overig en sluit daarmee aan op de bestaande bodemfunctieklasse. Voor onderhavig planvoornemen geldt dat wordt er geen sprake is van een functie (agrarische doeleinden is in de bestaande situatie het geval en zal met agrarische bedrijfsdoeleinden ook in de nieuwe situatie agrarisch in gebruik blijven, of omgekeerd en loonwerkactiviteiten zijn vergelijkbaar met akkerbouwactiviteiten op de locatie die reeds zijn toegestaan) die gevoeliger is dan de bestaande situatie. Op de locatie Hanikerweg 30 te Lomm is agrarische bebouwing gesaneerd en komt er de functie natuur voor terug en blijft de woning voor woondoeleinden in gebruik. Ten aanzien van de gronden die in het verleden (de bedrijfsbebouwing is inmiddels gesloopt en afgevoerd) bedrijfsmatig in gebruik zijn geweest kan worden gesteld dat er geen meldingen van bodemincidenten bekend zijn. Tijdens de sloop/sanering zijn alle resten conform de richtlijnen afgevoerd. Tevens is door Aelmans ECO B/V/ een historisch en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 3 en 4.

De conclusies van het historisch onderzoek zijn als volgt: ‘In het kader van de beoogde bestemmingswijziging (natuur) ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Hanikerweg 30 te Lomm (gemeente Venlo), is een historisch bodemonderzoek (vooronderzoek NEN-5725) uitgevoerd. Op basis van het verrichte onderzoek kan het volgende worden gesteld. Het gedeelte van de onderzoekslocatie, waar de beoogde wijziging wordt beoogd, betreft momenteel een braakliggend perceel. De onderzoekslocatie was voormalig in gebruik als een melkveebedrijf met omliggende bedrijfsgebouwen en erfverharding. Uit de voorhanden zijnde historische informatie zijn aanwijzingen die duiden op de aanwezigheid van mogelijke bodemverontreinigingen en/of bodembedreigende activiteiten aangetroffen. Daarnaast zijn tijdens de terreininspectie aanwijzingen geweest, welke zouden kunnen wijzen op enige vorm van bodemverontreiniging. Bovenstaande constateringen hebben betrekking op de onderstaande bevindingen: - De voormalige dakbedekking uit asbestverdacht materiaal heeft bestaan (drupzones). - De voormalige bovengrondse dieseltank. - Het toenmalige aanwezige asfalt. - De aangetroffen bodemvreemde materialen (brokken asfalt, puin en plastic) tijdens de terreininspectie. Op basis van deze bevindingen wordt de locatie als “diffuus verdacht met 2 specifieke verdachte activiteiten (tank en drupzone)” aangemerkt.

34

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M179596.030/GPO

Gezien de beoogde bestemmingswijzing dient een verkennend bodem- en asbestonderzoek te worden uitgevoerd, conform de NEN-5740/A1 en de NEN-5707. Gelet op de conclusies is het aan het bevoegd gezag om te bepalen of nader onderzoek nog verder uitgevoerd dient te worden.’ De conclusies van het verkennend bodemonderzoek zijn als volgt:

‘Algemeen Aelmans Eco B.V. heeft in opdracht van de heer M.M.G.S. van Lipzig, namens Loonbedrijf van Lipzig V.O.F., een verkennend bodem- en asbestonderzoek op het adres Hanikerweg 30 te Lomm verricht. Aanleiding tot de uitvoering van het bodemonderzoek vormt de beoogde bestemmingsplanwijziging. Grond Ter plaatse van de voormalige olietank is in geen van de grondmengmonsters minerale olie aangetroffen. Voor het overig terrein geld dat in zowel de boven- als ondergrond geen van de onderzochte parameters zijn aangetroffen (Bbk: indicatief “altijd toepasbaar”). Grondwater Het grondwater is in twee watermonsters (16-1-1 en T3-1-1) onderzocht. Uit de analyseresultaten blijkt: In watermonster 16-1-1 overschrijden de concentraties barium en xylenen de streefwaarde. In watermonster T3-1-1 overschrijden de concentraties trichloorethaan, dichlooretheen, barium, benzeen, dichloormetheen, dichloorpropaan, ethylbenzeen, kobalt, naftaleen, tetrachlooretheen, tetrachloorethaan, tolueen, vinylchloride, xylenen en zink de streefwaarde. De concentratie nikkel overschrijdt de interventiewaarde. Deze sterke nikkel overschrijding is niet te verklaren door een lokale verontreinigingsbron. De lichte vluchtige componenten kunnen te wijten zijn aan het voormalig gebruik van de tank. Deze vormen echter geen belemmering.

Uit talloze bodemonderzoeken blijkt, dat er in Midden- en Noord-Limburg verhoogde gehalten aan zware metalen in het ondiepe grondwater voorkomen. Onderscheid wordt hierbij gemaakt tussen de grondwaterverontreiniging in de Kempen als gevolg van de voormalige zinkindustrie in de regio en de diffuse grondwaterverontreiniging als gevolg van de verzuring van zandige gronden in deze regio, waardoor metalen uit de grond spoelen naar het grondwater. Uitgaande van de risicobenadering, die gebaseerd is op het voorkomen van direct contact met het verontreinigd grondwater, is door de provincie Limburg (bron: beleidskader bodem provincie Limburg) gekozen voor de volgende beleidslijn: het moet duidelijk zijn dat er geen lokale verontreinigingsbron is. Een bodemonderzoek inclusief een grondwateronderzoek is noodzakelijk om deze conclusie te kunnen trekken aan deze voorwaarden is middels onderhavig onderzoek voldaan; voor woningbouw met tuinen is de gemiddeld hoogste grondwaterstand bepalend. Is die hoger dan of gelijk aan 1 meter beneden het maaiveld dan is woningbouw niet toelaatbaar, ongeacht het gehalte aan zware metalen in het grondwater. Is die lager dan 1 meter dan is woningbouw wel toelaatbaar. Dit is niet van toepassing op de onderhavige onderzoekslocatie.

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

35

M179596.030/GPO

Asbest Tijdens het verrichten van het bodemonderzoek zijn ter plaatse van de voormalige drupzones zintuiglijk en analytisch geen asbestverdachte materialen aangetoond. In de asbestmonsters van het overig terrein is alleen in ABM 01 een licht verhoogd gehalte (11 mg/ks ds) aan asbest aangetroffen. Dit gehalte blijft ruim onder de restconcentratienorm van 110 mg kg ds. Toetsing hypotheses Grond en grondwater De hypothese “diffuus verdachte locatie met verdachte deellocaties ” wordt op basis van de onderzoeksresultaten van de grondmonsters verworpen. Voor wat betreft het grondwater wordt de hypothese “diffuus verdacht” wel bevestigd. Asbest Op basis van de bevindingen van voornoemd zintuiglijk bodemonderzoek en het analytisch asbestonderzoek kan de hypothese “verdacht” met betrekking tot asbest worden bevestigd. Resumé Resumerend kan worden gesteld dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Voor wat betreft de onderzoekslocatie is er geen aanleiding om over te gaan tot het uitvoeren van een nader onderzoek.’ Gelet op vorenstaande vormt het aspect bodem geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.

5.3

Geluid Met betrekking tot het aspect geluid kan sprake zijn van geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai. Onderhavig planvoornemen op Schandelo 113 voorziet niet in de bouw van de nieuw geluidsgevoelig object (de twee bedrijfswoningen zijn aanwezig en wijzigen niet van bestemming en de nieuwe opslag/stallingsloods is geen geluidsgevoelig object). Derhalve is er geen sprake van de noodzaak tot toetsing in het kader van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai of industrielawaai. Ook de locatie Hanikerweg 30 voorziet niet in de toevoeging van een nieuw geluidsgevoelig object. De woning is reeds geluidsgevoelig en door de omzetting naar Wonen wijzigt dit niet. Derhalve is er geen sprake van de noodzaak tot toetsing in het kader van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai of industrielawaai. Gelet op vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.

5.4

Milieuzonering Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven

36

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M179596.030/GPO

gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: -

het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen mogelijk wil maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord. Zonering van de bedrijventerreinen vindt plaats op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’. De algemene systematiek die in de VNG- uitgave is toegepast, is kort samengevat, de volgende. Ieder bedrijf is op basis van haar bedrijfsactiviteiten door het Centraal Bureau voor de Statistiek volgens de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) ingedeeld naar branche- en bedrijfscategorieën. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft de SBI – indeling gebruikt om per bedrijfsactiviteit de milieubelasting ervan aan te geven en in te delen in een milieucategorie. Per bedrijfsactiviteit is beschouwd binnen welke afstand vanaf die bedrijfsactiviteit tot milieugevoelige functies (met name woonfuncties, maar ook ziekenhuizen, scholen e.d.) mogelijk milieuhinder kan ontstaan. Deze afstand is de zogenoemde ‘richtafstand’. Door bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies op minimaal de richtafstand van elkaar te situeren kan milieuhinder worden voorkomen. De richtafstand wordt bepaald door de mogelijk hinder die kan uitgaan vanwege een viertal milieuaspecten, te weten geur, stof, geluid en gevaar. In de VNG – uitgave zijn per bedrijfsactiviteit per milieuaspect richtafstanden bepaald.

De grootste van de vier richtafstanden is maatgevend voor de aan te houden richtafstand tussen die bepaalde bedrijfsactiviteit en milieugevoelige functies. Op deze manier is voor een groot aantal bedrijfsactiviteiten bepaald welke maatgevende richtafstand erbij hoort. Op basis van die maatgevende richtafstanden zijn in de VNG-uitgave alle bedrijfsactiviteiten gegroepeerd in milieucategorieën. In onderstaande tabel 1 zijn die milieucategorieën weergegeven. Daarbij wordt voor wat betreft de ligging van de milieugevoelige functies onderscheid gemaakt in twee omgevingstypen: rustig gebied en gemengd gebied.

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

37

M179596.030/GPO

Tabel: richtafstanden milieucategorieën ten opzichte van de twee omgevingstypen Milieucategorie Richtafstand t.o.v. rustig gebied Richtafstand t.o.v. gemengd gebied Categorie 1 10m 0 Categorie 2 30m 10m Categorie 3.1 50m 30m Categorie 3.2 100m 50m Categorie 4.1 200m 100m Categorie 4.2 300m 200m Categorie 5.1 500m 300m Categorie 5.2 700m 500m Categorie 5.3 1.000m 700m Categorie 6.1 1.500m 1.000m Rustig gebied In dit gebied is een milieuklimaat mogelijk en gewenst zoals die past in een rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het gebied komen niet of nauwelijks milieubelastende activiteiten voor. Gemengd gebied In dit gebied komen op, naast en in de nabijheid van woonfuncties veelvuldig andere functies voor (zoals winkels, horeca, bedrijven etc.). Vanwege die functiemenging is een milieuklimaat behorend tot ‘rustig gebied’ niet mogelijk en gewenst. Een andere reden om een gebied tot gemengd gebied aan te merken kan de hoge achtergrondconcentratie zijn voor wat betreft de aspecten geur, geluid of stof. Een gebied langs een snelweg of drukke stadsweg heeft bijvoorbeeld al een dermate hoge achtergrond geluidsniveau dat het geluid vanwege een toegevoegd bedrijf als minder hinderlijk wordt ervaren.

De richtafstanden dienen te worden gemeten vanaf de grens van de bestemming van de bedrijfsactiviteiten tot aan de gevel van woningen of milieugevoelige terreinen als ziekenhuizen of scholen. De richtafstanden zijn indicatief van aard. Bij de richtafstand wordt uitgegaan van gemiddelde bedrijven in de betreffende branche. Voor een specifiek bedrijf kan de richtafstand anders zijn. Verschillen in bedrijfsprocessen, omvang van het bedrijf en milieutechnische maatregelen, kunnen namelijk een kortere afstand tot gevoelige functies mogelijk maken. Toetsing planvoornemen In dit specifieke geval wordt uitgegaan van rustig gebied. Omdat het voorste deel/westelijke deel van het plangebied niet wijzigt qua bestemming (= agrarisch grondgebonden en blijft agrarisch grondgebonden) en alleen het achterste gedeelte/oostelijke gedeelte van bestemming wijzigt, wordt deze wijziging getoetst.

38

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M179596.030/GPO

Uitsnede nieuwe verbeelding met afstanden

Gezien de afstand tot de dichtstbij gelegen woning van een derde (ca. 70 meter tot Schandelo 117 vanaf het zuidelijk deel dat wordt uitgebreid en minimaal 60 meter (worst-case gemeten voor Schandelo 111) vanaf de bestaande grenzen tot de omliggende woningen Schandelo 111 en 117) wordt voldaan aan de richtwaarde/richtafstand van 50 meter die van toepassing is bij een loonwerkbedrijf (grootste afstand van 50 meter voor geluid). Derhalve is er geen aanleiding voor het uitvoeren van nader akoestisch onderzoek. Daar komt bij dat de interne verkeersbewegingen voornamelijk aan de noord- en oostzijde op het terrein plaatsvinden en aanwezige bebouwing voor afscherming zorgt. Ten aanzien van verkeer kan worden gesteld dat de meeste bedrijfsmatige verkeersbewegingen plaatsvinden via de noordelijke inrit. Vervolgens gaat het bedrijfsverkeer over dit deel van Schandelo richting de ten noordwesten gelegen T-splitsing. Vanaf dit punt gaat het bedrijfsverkeer op in het heersend verkeersbeeld. Op het deel van Schandelo vanaf de inrit aan de noordzijde tot de Tsplitsing liggen geen geluidsgevoelige objecten. Derhalve is nadere toetsing vanuit geluid hier niet aan de orde. Dit geldt ook voor de aspecten geur (hiervoor geldt ook een richtafstand van 50 meter en tevens is niet voorzien in een nieuwe stal) en stof.

Er zal in de toekomst bij de uitvoering van het plan een nieuwe melding Activiteitenbesluit worden

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

39

M179596.030/GPO

ingediend. Hierbij kan, indien nodig, een nader akoestisch onderzoek worden gevoegd. Ten aanzien van de locatie Hanikerweg 30 vervallen alle bedrijfsactiviteiten en blijft alleen de woning aanwezig (bedrijfsbebouwing is reeds gesloopt). Deze woning zorgt niet voor een belemmering van omliggende bedrijven en is ook niet gelegen in de omgeving van andere agrarische bedrijven. Voor overige bedrijven vormt de woning reeds een toetspunt. Er worden geen woningen toegevoegd.

Afbeelding grens inrichting/bedrijfsbestemming Schandelo 113 met aanduiding afstanden tot omliggende woningen

Stof Ten aanzien van stof/luchtkwaliteit wordt verwezen naar onderstaande paragraaf 5.4. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er ruimschoots wordt voldaan aan de wettelijke normen/eisen ten aanzien van luchtkwaliteit. De plannen op beide locaties voorzien verder niet in de toevoeging van een gevoelig object die moet toetsen aan de normen voor stof/luchtkwaliteit. Gelet op vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

5.5

Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wmb, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen.

40

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M179596.030/GPO

Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: -

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen.

Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht.

Uitsnede NIBMtool

Besluit gevoelige bestemmingen

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

41

M179596.030/GPO

Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Derhalve is dit besluit niet op onderhavig planvoornemen van toepassing. Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

5.6

Externe veiligheid In onderhavig geval is op beide locaties (Schandelo 113 en Hanikerweg 30) geen sprake van het realiseren van een zogenaamd (beperkt) kwetsbaar object. Het beleid is derhalve niet van toepassing. Desalniettemin is er een afweging gemaakt of de planontwikkeling ertoe leidt dat er een onaanvaardbaar risico ontstaat in het kader van de externe veiligheid. Beleid Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, als op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s worden beoordeeld op twee soorten risico: het groepsrisico en het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen tegelijkertijd komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp.

Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek. In het Bevi is een verantwoordingsplicht binnen het invloedsgebied opgelegd, i.c. het gebied binnen de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens, zijnde de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf. Voor elke verandering van het groepsrisico, dit kan een af- of toename zijn, in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd. Deze verantwoording ziet toe op de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering van het groepsrisico in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico, worden ook andere aspecten meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Hieronder vallen onder meer de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid van een calamiteit. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans dat een onbeschermd individu in een jaar komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron. Voorbeelden van risicobronnen zijn bedrijven, wegen en spoorlijnen. De 10-6-contour is de maatgevende grenswaarde. Dit houdt in dat er een kans van 1 op 1 miljoen is op overlijden.

42

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M179596.030/GPO

(Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan de richtlijnen voor vervoer van gevaarlijke stoffen, waarbij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten wordt toegestaan. Voorbeelden van dergelijke objecten zijn woningen, ziekenhuizen, scholen, hotels en restaurants. Situatie plangebied Binnen een straal van 1.000 meter zijn geen BEVI-inrichtingen gelegen van de locatie Schandelo 113 en niet binnen 500 meter van Hanikerweg 30. Het plaatsgebonden en groepsrisico vormt derhalve geen belemmering voor de planontwikkeling. Op de locatie Hanikerweg 30 is sprake van een afname aan personen en activiteiten. Transportroutes gevaarlijke stoffen Op grond van de Circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen, paragraaf 5.2.3 hoeven er (in principe) geen beperkingen aan het ruimtegebruik te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. De in de omgeving van het bouwplan gelegen N271 bevindt zich op een afstand van ca. 2 km ten westen van het plangebied Schandelo 113, dus op een ruimschoots grotere afstand dan de gestelde 200 meter. Het plangebied Hanikerweg 30 ligt op een afstand van ca. 375m van de N271 en daarmee ook ruim buiten de gestelde afstand van 200 meter. Het vorenstaande betekent dat met de N271 geen rekening hoeft te worden gehouden bij de toetsing en beoordeling van het groepsrisico.

Kortom, de N271 vormt voor wat betreft het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het bouwplan. Basisnetroute weg (A67 afrit 41 (Venlo) – Duitse grens). Op ongeveer 2.100 meter ten zuiden van het plangebied ligt de A67, dit is een basisnetroute die valt onder het Bevt. Op basis van de Regeling basisnet vindt hierover onder andere vervoer van toxische gassen (GT4) plaats. Het plangebied valt binnen het invloedsgebied (1%-letaliteitszone van >4.000 meter1) van de A67 en hiermee is deze risicobron relevant voor externe veiligheid. Plaatsgebonden Risico (PR): Het plaatsgebonden risico van de basisnetroute weg bedraagt 27 meter volgens de Regeling basisnet. Groepsrisico (GR): De transportroute is getoetst aan artikel 6 en 7 uit het Bevt, omdat er in deze situatie sprake is van een bestemmingsplanwijziging. Omdat de transportroute niet binnen 200 meter ligt van het plangebied dient alleen rekening gehouden te worden met de effecten van een toxische gaswolk. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico volstaat en een berekening van het groepsrisico is niet nodig. Voor de beperkte verantwoording van het groepsrisico is hieronder de ‘Standaard verantwoording groepsrisico (zone > 200 meter van risicobron)’ van de gemeente Venlo opgenomen: ‘Bij zone III (vanaf 200 meter tot einde invloedsgebied) dient alleen rekening gehouden te worden

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

43

M179596.030/GPO

met de effecten van een toxische gaswolk. Onderstaande tekst kan overgenomen worden bij een ruimtelijk plan dat zich in deze zone bevindt. Ontwikkeling groepsrisico Indien een ruimtelijk plan in dit gebied tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dat het groepsrisico niet significant zal toenemen, vanwege: • de afstand tot de plaats van het mogelijke incident; • de aard van incident (blootstelling aan toxisch gas); • de reeds hoge personendichtheden binnen de gemeente Venlo nabij de grote risicobronnen. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico door maatregelen bij de risicobron zijn beschreven in het beleidsplan externe veiligheid. De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is binnen het plangebied geen item, vanwege het gegeven dat de: • toename van de personendichtheid geen significant effect op het groepsrisico heeft; • kans op overlijden ten gevolge van een incident met gevaarlijke stoffen in deze gebieden bijzonder klein is. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Op deze afstand van de risicobron speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet of nauwelijks. De bestrijding vindt plaats bij de bron, op ruime afstand van het plangebied.

Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Het plangebied wordt veelal alleen blootgesteld aan de gevolgen van een toxische gaswolk bij ‘optimale’ weersomstandigheden (bijvoorbeeld Pasquilklasse F1.5: weinig vermenging met schone lucht), die gedurende het jaar procentueel weinig voorkomen. Bij bestaande bouwwerken worden geen aanvullende maatregelen getroffen om mogelijke indringing van toxisch gas te verminderen. Aanpassing van bijvoorbeeld oude woningen op dit punt is ingrijpend en kostbaar. Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelingsinstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden.

Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwing- en AlarmeringsSysteem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding en mogelijk in de toekomst via NL-alert.’ Transportleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. Deze AMvB regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen, zoals aardgas.

44

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M179596.030/GPO

Bij de vaststelling van het bestemmingsplan, op grond waarvan de bouw van een kwetsbaar object (woonhuis) bij een buisleiding wordt toegelaten: - wordt een waarde in acht genomen van 10-6 per jaar met betrekking tot het plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten ofwel binnen de PR-contour is de bouw van een woning niet toegestaan; - wordt tevens het groepsrisico in het invloedgebied van de buisleiding verantwoord (invloedsgebied: het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico van de buisleiding tot de grens waarbinnen de letaliteit van die personen 1% is). Situatie plangebied inzake transportleidingen In de omgeving van de te realiseren woning bevinden zich (op ca. 730 meter afstand vanaf Schandelo 113 en ruim 2km van Hanikerweg 30) een buisleiding (Defensie Pijplijn Organisatie) met een diameter van 10,75” en een ontwerpdruk van 80 bar. De PR 10-6-risicocontour ligt ter plekke van de leidingsecties op de leiding/bedraagt 0 meter. Het plaatsgebonden risico vormt derhalve geen belemmering voor het bouwplan. Met betrekking tot het laatste kan worden vermeld dat geen sprake is van het realiseren van een kwetsbaar object of een beperkt kwetsbaar object. Derhalve vormt deze buisleiding geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

Advies Veiligheidsregio De gemeente Venlo heeft voor onderhavig planvoornemen advies gevraagd aan de Veiligheidsregio. Uit dit advies kwam naar voren dat het wenselijk is om een brandput die minimaal 90m3/uur levert te realiseren. Dit zal tevens als voorwaarde aan de omgevingsvergunning worden gevoegd. Hier zal door initiatiefnemer aan worden voldaan. Conclusie externe veiligheid Als gevolg van onderhavige planontwikkeling ontstaan er geen (extra) risico’s in het kader van externe veiligheid. Daarbij kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid in casu goed te noemen is. Ook is de bereikbaarheid van de locatie bij een eventuele calamiteit goed. Hierdoor is de planontwikkeling in het kader van de externe veiligheid verantwoord te noemen.

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

45

M179596.030/GPO

Uitsnede Risicokaart met aanduiding plangebied

Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

5.7

Archeologie en cultuurhistorie De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: “de veroorzaker betaalt”. Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief “in situ” (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologievriendelijke alternatieven. Na de invoering van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving hebben provincies de bevoegdheid gekregen om zogenaamde attentiegebieden aan te wijzen. Dit zijn gebieden die archeologische waardevol zijn of naar verwachting waardevol zijn. Gemeenten zullen in dat geval

46

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M179596.030/GPO

verplicht worden hun bestemmingsplan(nen) in het desbetreffende gebied te herzien. Gemeentelijk archeologiebeleid De gemeente Venlo beschikt over eigen archeologiebeleid: een archeologische beleidskaart voor de gemeente Venlo. Op de archeologische kaart van de gemeente Venlo valt af te lezen dat het plangebied is gelegen binnen een gebied waar een middelhoge/hoge verwachtingswaarde geldt. Het plangebied Schandelo 113 is gelegen in een gebied waar een vrijstelling van toepassing is van 100 en 500m2 en/of 40cm verstoring. Mocht bij een bouwplan deze vrijstellingsgrenzen overschreden worden, dan dient allereerst een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd (de dubbelbestemming blijft aanwezig waarin de onderzoeksverplichting is opgenomen).

Uitsnede gemeentelijke archeologiekaart met aanduiding plangebied Schandelo 113

Ten aanzien van de locatie Hanikerweg 30 geldt conform de beleidskaart een lage verwachtingswaarde. Het planvoornemen voorziet niet in extra verstoringen ten opzichte van de huidige situatie. Tevens gelden er geen beperkingen. Kortom, nader onderzoek op deze locatie is niet noodzakelijk. Op basis van bovenstaande kan worden gesteld dat het aspect archeologie geen belemmeringen vormt voor onderhavig planvoornemen. 5.7.1

Cultuurhistorie Ten aanzien van cultuurhistorie kan worden vermeld dat ter plaatse van het plangebied, met name

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

47

M179596.030/GPO

de oostzijde waar het plangebied van vorm wijzigt, geen monumenten aanwezig zijn. Ook in de omgeving van het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Het planvoornemen heeft daarmee geen invloed op monumenten. Ten aanzien van het landschap in relatie tot cultuurhistorie kan worden opgemerkt dat uit de Tranchotkaart uit 1805 blijkt dat het plangebied aan de oostzijde in die tijd uit akkers bestond. Volgens de kaart van de historische landschappen en historische relicten is het plangebied van oudsher in gebruik als akker en is hier een bouwlanddek ontstaan. Op de topografische kaarten vanaf 1845 tot heden is te zien dat de situatie in en direct rond het plangebied tot aan het begin van de tweede helft van de twintigste eeuw niet veranderd is ten opzichte van de situatie zoals aangegeven op de Tranchotkaart. In de tweede helft van de twintigste eeuw heeft herverkaveling plaatsgevonden waarbij veel van de oorspronkelijke perceelsgrenzen verloren zijn gegaan. Ook de landweg die van oorsprong over het plangebied liep is hierbij verdwenen.‘ Kortom, er zijn ter plaatse van het oostelijk deel van het plangebied weinig tot geen historische elementen meer over die worden verstoord door het planvoornemen.

In het landschapsplan van Pouderoyen is opgenomen dat er nog groenmaatregelen getroffen worden om diverse landschappelijke elementen kracht bij te zetten, zoals de aan de zuidoostelijke zijde aanwezige steilrand. Ten aanzien van de locatie Hanikerweg 30 geldt dat de te slopen bedrijfsbebouwing geen enkele cultuurhistorische waarde heeft. Door de sloop van deze bebouwing is sprake van een kwaliteitsverbetering die het gebied ten goede komt. Naar aanleiding van het bovenstaande kan worden gesteld dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.

5.8

Kabels en leidingen Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Bij het nader uitwerken van de aansluitingen, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.

5.9

Verkeer en parkeren Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt.

48

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M179596.030/GPO

5.9.1

Verkeersstructuur Voor onderhavig planvoornemen vindt er geen wijziging van de inritten plaats op de locatie Schandelo 113. Er is sprake van een westelijke en een noordelijke inrit. Deze blijven behouden en wijzigen niet in de toekomstige situatie. Ook het type verkeersbewegingen gaat niet wijzigen (blijft een menging tussen zwaar, middelzwaar en licht verkeer). Het aantal verkeersbewegingen kan toenemen in de toekomstige situatie, maar niet dusdanig dat er problemen gaan ontstaan voor de verkeersstructuur. De weg Schandelo (hoofdweg aan de westzijde) is een brede weg waar grote voertuigen goed kunnen manoeuvreren. De weg Schandelo aan de noordzijde is smaller maar betreft een weg met zeer lage intensiteiten waardoor dit in de praktijk niet tot problemen leidt of zal gaan leiden (is ook slechts enkele honderden meters tot de T-splitsing). Zoals hierboven vermeld zijn er in de huidige situatie reeds de huidige verkeersbewegingen aanwezig waardoor er geen forse toename van verkeer in de toekomst te verwachten is. Het loonbedrijf voorziet in ca. 10-15 bewegingen met zwaar verkeer per dag. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect verkeersstructuur geen belemmering oplevert voor onderhavig planvoornemen.

Er dient nog te worden vermeld dat de plannen van de Biomeiler in de omgeving van het plangebied volledig los staan van onderhavig planvoornemen en ook geen enkele relatie heeft met onderhavig planvoornemen. Voor dit plan zal een separate toetsing en besluitvorming plaatsvinden. Ook op de locatie Hanikerweg 30 te Lomm is geen sprake van een wijziging van de verkeersstructuur. Wel is sprake van een afname aan (bedrijfs)verkeer.

5.9.2

Parkeren Parkeren is voor onderhavig planvoornemen geen belangrijk aandachtspunt op de beide locaties. Er wordt in het plangebied Schandelo 113 erf aangelegd waarop voldoende ruimte is om te parkeren. Dit parkeren geldt voor zowel personeel als voor bedrijfsvoertuigen. Omdat er gezien de aard van het bedrijf nooit geparkeerd zal worden op de openbare weg hoeft voor parkeeroverlast in geen geval te worden gevreesd. Zowel in de huidige als in de toekomstige situatie is hier ruim voldoende ruimte voor beschikbaar voor tientallen parkeerplaatsen op eigen terrein. Indien de normen zoals opgenomen in de recentste publicatie van de CROW worden toegepast dan blijkt dat onderhavig een zeer specifiek planvoornemen betreft dat niet direct in een opgenomen categorie kan worden geplaatst. De verkeersstructuur is hierboven toegelicht. Qua geluid is in de geluidsparagraaf gemotiveerd dat hier geen problemen gaan ontstaan. Ook op de locatie Hanikerweg 30 te Lomm is geen sprake van een wijziging van het aspect parkeren behalve dat er sprake is van een afname aan de parkeerbehoefte

5.10

Waterhuishouding

5.10.1

Vierde Nota Waterhuishouding In de Vierde Nota Waterhuishouding (NW4) is aangegeven dat het waterbeheer in Nederland gericht moet zijn op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik gegarandeerd blijft. Voor wat betreft het buitengebied stelt de

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

49

M179596.030/GPO

Vierde Nota, dat met name aspecten als verdroging en beperking van emissies van bestrijdingsmiddelen van belang zijn. Waterkwaliteit staat daarmee in het buitengebied voorop. 5.10.2

Provinciaal beleid De provincie Limburg kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.

5.10.3

Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap. Niet alle ruimtelijke plannen behoeven de watertoets te doorlopen. Daartoe heeft het waterschap een stroomschema, met daarbij behorende notitie ondergrens, opgesteld waaruit het toepassingsbereik van de watertoets blijkt. Ook zijn per gemeente waterkaarten opgesteld waaruit de verschillende waterbelangen op een bepaalde locatie zijn af te lezen. Aan de hand van het ‘meldformulier watertoets’ kunnen (ruimtelijke) plannen vervolgens voor advies worden voorgelegd aan het betreffende waterschap. Locatie Schandelo 113 Onderhavige planontwikkeling is gelegen binnen het werkgebied van het Waterschap Limburg.

Op de kaarten van de gemeente Venlo van het Waterschap Limburg blijkt dat het plangebied Schandelo 113 niet is gelegen binnen een aandachtsgebied. Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet. Bestaande situatie bedrijfsafvalwater en hemelwater en grondwater De locatie Schandelo 113 is momenteel in gebruik als agrarische bedrijfslocatie ten behoeve van

50

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M179596.030/GPO

rundvee, akkerbouw en loonwerkdoeleinden. In de huidige situatie zijn er geen problemen op het gebied van hemelwaterafvoer. Op de locatie Schandelo 113 is in de bestaande situatie sprake van vrijkomend hemelwater en afvalwater. In de toekomstige situatie zal er meer verharding en bebouwing aanwezig zijn. Er zal geen extra afvalwater vrijkomen. Toekomstige situatie afvoer afvalwater en hemelwater De realisatie van de nieuwe gebouwen, met de bijbehorende oppervlakte- c.q. erfverharding, leidt ertoe dat het verhard oppervlak op de locatie Schandelo 113 wordt vergroot (zie landschapsplan, bijlage 1). De oppervlakte van de nieuwe bebouwing inclusief nieuwe (erf)verharding bedraagt ca. 2.000 m2. - Afvalwater nieuwe situatie Zoals hierboven aangegeven voorziet het planvoornemen niet in extra afvalwater ten opzichte van de bestaande situatie. Mocht dit toch het geval zijn, dan zal dit afvalwater net zoals het bestaande afvalwater op het gemeentelijk rioolstelsel worden aangesloten. Eventuele verzwaring van het rioolstelsel komt voor rekening van initiatiefnemer. - Hemelwater nieuwe bebouwing Het hemelwater dat afkomstig is van de nieuwe bebouwing (gebouwen en erfverharding), wordt niet geloosd op de gemeentelijke riolering. Die bebouwing wordt dus volledig (100%) afgekoppeld.

Dit water wordt in zijn geheel opgevangen en afgevoerd naar een aan te leggen infiltratievoorziening aan de oostzijde van de nieuwe bebouwing en bestaande bebouwing (infiltratiegreppel). Die infiltratievoorziening wordt voorzien van een aan te leggen noodoverloopvoorziening die afwatert op de oostelijke gelegen gronden (deze gronden zijn in eigendom van initiatiefnemer). De neerslag die afkomstig is van de nieuwe bebouwing en de rondom aan te leggen verharding, wordt in zijn geheel opgevangen door de greppel. Het hemelwater dat valt op een oppervlakte van ca. 2.000 m2 (bebouwing en omliggend erf/ontsluiting) dient te worden geïnfiltreerd in de infiltratievoorziening. Het Waterschap Limburg, waar de gemeente Venlo onder valt, stelt dat de infiltratievoorziening gedimensioneerd dient te worden op T=25 en T=100, met het aanbrengen van een noodoverlaat. De gevolgen van T=100 moeten in beeld worden gebracht en bij risico dienen er maatregelen te worden getroffen. Bij een bui van één keer per 25 jaar (T=25, dat wil zeggen dat er een neerslaghoeveelheid van 50 mm water valt) dient de capaciteit voor infiltratie die in de greppel aanwezig is, afgerond (2.000 x 50) 100 m3 te bedragen. Bij een bui van één keer per 100 jaar (T=100, oftewel een neerslaghoeveelheid van 100 mm water) is een capaciteit van afgerond (2.000 x 100) 200 m3 benodigd.

De greppel heeft een netto bergingsoppervlakte van circa 250 m2. Bij een gemiddeld bergingsvermogen van ca. 1,25 meter, bedraagt de bergingscapaciteit van deze infiltratiepoel circa 325m3. Deze capaciteit is ruim voldoende om een bui van T=25 te kunnen bufferen en te kunnen infiltreren. Indien er een bui van T=100 valt dan is de capaciteit van de greppel ook voor retentie en

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

51

M179596.030/GPO

infiltratie van deze bui voldoende. Door de afdoende capaciteit van de infiltratievoorziening in combinatie met een noodoverloopvoorziening die afwatert op de aangrenzend gelegen grond die in het bezit is van aanvrager, behoeft voor wateroverlast op de bouwkavel en de aangrenzende percelen van derden niet te worden gevreesd. Door het hemelwater van de nieuwe bebouwing en bijbehorende verharding niet te lozen op de riolering, wordt voldaan aan de norm dat bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak dient te worden afgekoppeld. In de wadi zal alleen schoon hemelwater worden opgevangen, waaraan uiteraard geen verontreinigde stoffen zijn toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkómen door alleen schoon hemelwater te infiltreren. De infiltratievoorziening doet in dat opzicht tevens dienst als bodempassage, waarmee gezorgd wordt dat het hemelwater wordt ontdaan van (diffuse) verontreinigingen alvorens het infiltreert.

Locatie Hanikerweg 30 Ten aanzien van de locatie Hanikerweg 30 geldt dat er sprake is van een sanering van de bedrijfsactiviteiten en bebouwing. Hierdoor komt er geen bedrijfsafvalwater meer vrij. Tevens neemt het verhard oppervlak fors af. Kortom, er is sprake van een verbetering en water vormt geen aandachtspunt voor het planvoornemen. Conclusie Gelet op vorenstaande vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling. Uitsnede landschappelijk inpassingsplan met aanduiding infiltratiegreppel Schandelo 113

52

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M179596.030/GPO

5.11

Ecologie

5.11.1

Algemeen Wet natuurbescherming (Wnb) Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De regels die toezien op bescherming van Natura 2000-gebieden (voorheen Nbwet) zijn opgenomen in ‘Hoofdstuk 2 Natura 2000-gebieden’ van de Wet natuurbescherming. De verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten (voorheen Ffwet) zijn in de Wet natuurbescherming opgenomen in ‘Hoofdstuk 3 Soorten’ en beschreven per beschermingsregime. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het van vorm wijzigen en van bestemming wijzigen van het bedrijf van de fam. Van Lipzig op de locatie Schandelo 113. De uitbreiding vindt plaats ter plaatse van bestaand erf (semi-verharding). Deze gronden zijn aangrenzend aan het bestaande bouwblok gelegen en gezien de aard van de gronden is hier met zekerheid te stellen dat hier geen beschermde flora- en/of fauna is te verwachten. Verder worden er groenmaatregelen uitgevoerd die de ecologische waarde van het plangebied en directe omgeving versterken. Ten aanzien van externe effecten naar de omgeving als gevolg van het (bouw)plan kan worden gesteld dat de nieuwe bebouwing poorten en deuren krijgt aan de noordzijde. Het nieuwe gebouw zorgt derhalve voor een afschermende werking in het kader van geluid, licht, stof, etc. Aantasting van soorten is derhalve niet aan de orde.

Op de locatie Hanikerweg 30 is geen sprake van aanwezige bebouwing of beplanting ter plaatse van het plangebied. De aanwezigheid van beschermde flora en fauna kan derhalve worden uitgesloten aangezien er sprake is van braakliggend terrein dat ongeschikt is voor verblijf van dieren en planten. Kortom, verder onderzoek naar beschermde flora en fauna ter plaatse van deze locatie is niet noodzakelijk gezien de aard van het planvoornemen. Op basis van bovenstaande conclusies kan worden gesteld dat het aspect flora en fauna geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.

5.11.2

Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘De Maasduinen’. Dit gebied is gesitueerd op een afstand van circa 2 kilometer van het plangebied. Gezien de voorgestane ontwikkelingen is de afstand tot dit gebied dusdanig groot dat het planvoornemen geen gevolgen heeft voor de flora en fauna in dit Natura 2000-gebied. Ter plaatse is een Nb-wet vergunning (uit 2013) aanwezig voor het houden van het jongvee. Tevens is een stikstofberekening met Aerius uitgevoerd, zie bijlage 2. Hieruit blijkt dat met gebruik making van interne saldering (2 stuks jongvee worden ingezet voor de verkeersbewegingen van het loonwerkbedrijf) er geen sprake is van een negatief effect op gevoelige natuurgebieden. Ook voor de realisatiefase worden geen significante effecten berekend. Gezien bovenstaande, heeft onderhavig planvoornemen geen gevolgen voor de flora en fauna in dit beschermd natuurmonument en Natuur-2000 gebied.

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

53

M179596.030/GPO

5.11.3

Conclusie Gelet op de beschikbare gegevens, de uitgevoerde onderzoeken en het ingesloten karakter van het plangebied is het onwaarschijnlijk dat er binnen het plangebied beschermde soorten voorkomen. Mochten er toch diersoorten in het plangebied voorkomen dan zullen dit algemene soorten zijn waarvoor de lichtste vorm van bescherming geldt (bosmuis, spitsmuis, veldmuis, etc.). De bouw van de loods zal, indien deze soorten zich in het plangebied bevinden, een schadelijk effect hebben daarop. Aangezien de activiteiten zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkeling, geldt een vrijstelling van de verboden opgenomen in de wet. Voor de activiteit hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ten aanzien van gebiedsbescherming kan worden gesteld dat dit geen belemmering oplevert voor onderhavig planvoornemen.

5.12

Duurzaamheid Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. Zo zullen waar mogelijk de van het te slopen gebouw vrijkomende bruikbare, materialen bij de nieuwbouw worden hergebruikt. Bovendien zal waar mogelijk gebruik worden gemaakt van authentieke bouwmaterialen. In onderhavig plan zijn met name de bouwkundige aspecten van belang. Deze zullen, voor zover in redelijkheid mogelijk is, verder worden uitgewerkt in de aanvraag van de omgevingsvergunning.

54

Bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M179596.030/GPO

6

Juridische aspecten Het bestemmingsplan ‘Schandelo 113 te Velden en Hanikerweg 30 te Lomm’ van de gemeente Venlo bestaat uit een verbeelding schaal 1:1.000, planregels en voorliggende toelichting.

6.1

Inleiding Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, zijn met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket ‘RO Standaarden 2012’ ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende ‘Regeling standaarden ruimtelijke ordening’. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: - er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; - er is een verplichte ‘analoge verbeelding’ voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.

Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; - er is een verplichte ‘digitale verbeelding’ voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggende partiële herziening voldoet aan deze digitaliseringverplichting.

6.1.1

Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/313/documents/20408