CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

080 Bijl10 BP toelichting_Bijlage 9 Cultuurhistorisch onderzoek.pdf

Raadsvergadering 25 september 2024, gemeente VenloBij agendapunt: 6.5: Vaststellen bestemmingsplan Dijkversterking -verlegging Arcen (RV080)24.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

bevinden zich tal van brieven waarin ‘die van Venlo’ en ‘die van Arcen’ elkaar beschuldigen van het schenden van de rechten over de Maas. Deze brieven spannen de gehele veertiende en vijftiende eeuw. In 1503 is Reinier van Gelder, een bastaardzoon van hertog Adolf van Gelder en halfbroer van hertog Karel van Egmond, heer van

Conflict met Venlo — De op pagina 28 genoemde verklaringen

Arcen. Hij was stadhouder van het Overkwartier en drost van de

van plaatsen als Geldern en Kevelaer houden verband met een

Veluwe. Om het stapelrecht voor Arcen te behouden in de nog

langdurend conflict tussen Arcen en Venlo. Reinoud, graaf van

altijd slepende kwestie met Venlo, liet hij een reeks verklaringen

Gelre en Zutphen, de graaf die Arcen tot vrije heerlijkheid maakte,

opstellen waarin andere steden aangeven al zeer lang in Arcen te

werd in 1339 hertog. Een van zijn besluiten was om in 1343 Venlo tot

handelen en werden ook lijsten met verhandelde producten

stad te maken, met alle daaraan verbonden privileges. Hierbij

opgesteld. Behalve de al genoemde steden in hedendaags

wordt apart vermeld dat Venlo ook als enige stapelrecht krijgt over

Duitsland, verklaarden ook de besturen uit steden als Stokum, Luik,

de loop van de Maas tussen Venlo en Mook. Dit betekent op

Maastricht, Roermond, Nijmegen, Grave, Tiel en Zaltbommel dat in

papier het eind van de bloeiende handel in Arcen. Ze laten het er echter niet bij zitten. De Heer van Arcen heeft er een financieel

38

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

hun plaats woonachtige schippers altijd in Arcen handel hebben

nu nog behouden ruïne is maar een klein fragment van een

gedreven.

imposant volume. We zien primair alleen nog de traptoren van het complex. Het complex liep in oostelijke richting door en omvatte

De inzet van Gelder leidde er in 1520 uiteindelijk toe dat hertog

een stadspoort. Een deel van de aanzet van de boog is nog

Karel van Gelre een verordening laat uitgaan dat niemand die

aanwezig. In westelijke richting stond het volume op de oevers van

handel voerde met of in Arcen mocht worden lastig gevallen.

de Maas. Dilz (1983) geeft aan dat het aannemelijk is dat er een

Venlo kreeg een vorstelijk bevel Arcen met rust te laten. Dit was

doorgang aan de Maaszijde moet hebben gezeten, die echter niet

echte niet het einde van de strijd tussen beide plaatsen. Venlo

meer traceerbaar is door de verwoestingen.64

bleef, met name op tijden dat Arcen door bijvoorbeeld oorlog of brand in een zwakkere positie verkeerden, de rechten te betwisten. Tot in 1660 zijn er archiefstukken bekend waarin deze rechten werden aangevochten. Zo schrijft Godfried van Gelder in 1660 dat de handel gewoon is doorgegaan en de accijnzen op de verhandelde mergel, ijzer, steen, kalk, kolen, enz. nog gewoon werden geheven.61 Uiteindelijk bloedde de handel in Arcen dood. Wel is bekend dat er tot het begin van de twintigste eeuw nog mergelblokken werden gelost aan de voet van de schanstoren. 62 De schanstoren — Rond 1400 moet de oude Maaspoort zijn gesloopt en plaats hebben gemaakt voor een forse schanstoren. 63 Deze toren combineerde de functie van stadspoort met tolhuis. De ▄▄▄▄▄▄▄ 61 62 63

Stoel 1995, p.14. Stoel 1993, p.38. Hundertmark 2010; Stoel, J., Herwonnen historie. Geschiedkundige bijdragen over de gemeente Arcen en Velden, Velden 1993; Schulte 1993, pp.171-172;

64

39

Smeets, H.J.J.F., ‘Arcen’, in: Atlas van historische vestingwerken in Nederland: Limburg, Utrecht 1998, pp.49-51. Dilz 1983, p.XII.

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Dilz heeft op basis van de opgravingen een aantal reconstructietekeningen opgesteld van de schanstoren. In de meeste bronnen is alleen een tekening, gezien vanaf het noordoosten opgenomen. In zijn verslag uit 1983 staat echter nog een tweede aanzicht, genomen vanaf de Maas. Hierdoor hebben we een goed totaalbeeld van de toren. Op basis van de tekeningen van Dilz en het aanvullend bouwhistorisch onderzoek in 2010, heeft Hundertmark in samenwerking met een visueel ontwerper, in opdracht van de gemeente Venlo, een visualisatie van de schanstoren opgesteld, die als plaquette aan de schanstoren is bevestigd.

Afb. 31 De schanstoren. Rechts van de toren zijn de funderingen van het oude poortgebouw deels opgehoogd tot maaiveldniveau om de omvang van het gebouw inzichtelijk te maken.

Hierbij dient uiteraard wel aangegeven te worden dat het om een op basis van de aangetroffen bouwsporen opgestelde interpretatie gaat. In hoeverre deze papieren reconstructie ook aansluit op het daadwerkelijke historische beeld, is niet meer vast te stellen. Niettemin geeft het in hoofdmassa wel een goed beeld van de omvang van de schanstoren en hoe een ophaalbrug over de tot aan de Maas doorlopende Kurversgraaf was geplaatst. Uitgaande van de bevindingen uit archeologisch onderzoek, waaruit blijkt dat er alleen aan de westzijde een stenen stadsmuur heeft gestaan (zie pagina 33), lijkt de representatie van de zuidelijke stadswal, met daarop een muur met kantelen, incorrect te zijn.

Afb. 32 De schanstoren, gezien vanaf de Maasoever.

40

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Afb. 33 Reconstructie van de schanstoren, gezien vanaf de Maas. Bron: Dilz 1983, p. XI.

Afb. 34 Reconstructie van de schanstoren, opgesteld door Dilz in 1980. Bron: Hundertmark 2010, p.8.

41

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

De schanstoren verschijnt op diverse oude foto’s en prenten. Een romantische representatie uit de achttiende eeuw, toont de ruïne, met op de achtergrond de kern van Arcen. De traptoren is duidelijk herkenbaar. Verder zien we een opvallende onderbouw, waarop een groot aantal rondbogen/gewelfbogen herkenbaar is. Langs de ruine loopt een pad rechtstreeks naar de Maas, waarbij een paard en kar op een boot/pontje rijden. Dit beeld sluit aan op de aanname dat er meteen ten zuiden van de schanstoren een laaden losplaats is geweest.

Afb. 35 Visualisatie van de schanstoren, opgesteld door H. Hundermark en ontwerper A. Kiefer, in opdracht van de gemeente Venlo. Bron: cultuurhistorie.venlo.nl; plaquette op de ruïne van de schanstoren.

Afb. 36 Achttiende-eeuwse prent/houtgravure van de schanstoren. Bron: www.geocaching.com/geocache/GC4EJ95_groet-uitarcen?guid=9810fac3-8e7c-474c-9974-076cd4e1595d.

42

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

vanaf de (bebouwing aan de) Maasstraat naar beneden. Het terrein ten zuiden van de toren wordt begraasd. Of hier dan nog een pad of kade ligt, is niet zichtbaar. Enkele oude foto’s laten zien dat de weergave op de prent vrij accuraat is. Wel zien we dat er grond tegen de ruïne is opgeworpen waardoor de boog onder de deuropening in de poort niet meer zichtbaar is. Of de zichtbare stenen afkomstig zijn van de ruïne of dat dit maaskeien zijn, is niet duidelijk zichtbaar. Op de foto zien we wel nog de boog rechts van de toren zitten. Hoever dit volume naar voren steekt, is door de locatie vanwaar de foto is genomen niet zichtbaar. De foto laat verder zien dat de flauw hellende oevers kaal zijn (alleen gras). De overgang naar de percelen van de woningen Afb. 37 Prent uit de late achtiende of negentiende eeuw. De toren is hier al duidelijker herkenbaar. Ook hier is, zowel onder de toren als rechts van de toren een aantal keldergewelven zichtbaar. Bron: Stoel 1995, pp. 14-15.

aan de Maasstraat wordt gekenmerkt door een aantal volwassen bomen.

Op een tweede prent zien we een meer herkenbare representatie van de toren. Ook hier is onder de toren een gewelfaanzet herkenbaar en is rechts van de toren nog een volume met gewelven te zien. Op de achtergrond, rechts van de toren, zien we de nog aan de Schans gelegen langgevelboerderij. Aan de oever is een groot aantal bootjes aangemeerd. Divers paadjes lopen

43

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Afb. 38 Foto van de schanstoren rond 1900. Rechts zien we nog de grote boog van een voormalig tongewelf. Bron: Facebook, groep ‘gewoon foto’s uit de oude doos van Arcen’.

Op een ietwat jongere foto (datering onbekend) zien we dat de relicten van de rechter bouwmassa zijn verwijderd: het tongewelf is ingedrukt en er is een berg grond over opgeworpen. We zien nog

Afb. 39 De schanstoren, circa 1920 (?). Het tongewelf van het rechter volume is ingedrukt. Bron: Facebook, groep ‘gewoon foto’s uit de oude doos van Arcen’.

net de aanzet van de gewelfboog.

44

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

De ruïne is in de jaren tachtig gerestaureerd. Hierbij is de ruïne geconsolideerd en zijn bepaalde onderdelen herbouwd om de structuur weer beleefbaar te maken. Zo zijn ook enkele muren tot op of net boven maaiveld weer inzichtelijk gemaakt. Als we de tekening van Dilz over een huidige onderlegger projecten, dan zien we dat deze fragmenten corresponderen met de opmetingstekening: de fragmenten geven (voor het getrainde oog) inzicht in de totale omvang van de oorspronkelijke schanstoren. Welke vondsten allemaal zijn gedaan en tot hoever men het archeologisch onderzoek rondom de ruïne heeft uitgevoerd, is binnen het kader van dit onderzoek niet duidelijk geworden. Van de schanstoren is bij de Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed een panddossier aanwezig. Hierin zal een gedetailleerd overzicht van de toenmalige ingrepen zijn opgenomen.

Afb. 40 Projectie van de opmetingstekening van Dilz op een recente onderlegger: de in de jaren tachtig zichtbaar gemaakte (gereconstrueerde) muurfragmenten geven inzicht in de contour van het oorspronkelijke volume.

45

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

2.3.6 Dorpskern

nieuwe neogotische toren. In de oorlog raakt de kerk zwaar beschadigd. In 1954 werd de huidige kerk gebouwd, naar een

Arcen wordt omstreeks 1100 voor het eerst genoemd (‘Arsnan’). 65

ontwerp van de vooraanstaande (wederopbouw)architect H.W.

De kern binnen de oude vesting wordt gevormd door een centraal

Valk. Samen met het door A.J. Kropholler ontworpen raadhuis

marktplein (het Raadhuisplein). Vanuit dit driehoekig plein, een

(1949), vormen zij de topstukken uit de Arcense naoorlogse

hoofdopzet overeenkomstig een dries, loopt een aantal wegen

herbouw.

richting het omliggende landschap: de Maasstraat, Kerkstraat, Schans en Koestraat. De opzet van het stratenplan toont dat de kern zich van een agrarische nederzetting naar een plaats met stedelijke allure, compleet met muren en poorten, heeft ontwikkeld. Opvallend zijn de twee smalle steegjes die vanaf het Raadhuisplein en de Schans naar beneden, naar de Maas lopen. Deze twee steegjes verschijnen als structuur al op de kadastrale minuutkaart. De kerk, gelegen in de noordoostelijke hoek, moet er al aan het begin van de elfde eeuw hebben gestaan. Dit blijkt onder andere uit de patroonheilige van de kerk, Sint Petrus. Petrus wordt in de elfde eeuw vaker als patroonheilige gebruikt, zo ook in onder andere Baarlo en Bergen.66 In 1450 wordt het zaalkerkje uitgebreid met een priesterkoor. In de zestiende eeuw wordt een driebeukige kruiskerk bebouwd, waarbij de romaanse toren bleef behouden en werd opgehoogd. Na een verwoestende brand in 1681 werd de kerk grotendeels opnieuw werd gebouwd. In 1893 krijgt de kerk een

▄▄▄▄▄▄▄ 65

Renes 1999, p.243.

66

46

Renes 1999, p.303.

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Afb. 41 Kadastrale minuutkaart uit 1811-1832 van de oude kern van Arcen. Het straatbeeld is ongewijzigd gebleven. De rode pijlen wijzen de twee steegjes die vanaf de kern naar de Maas lopen en nog aanwezig zijn.

Afb. 42 De Petrus en Pauluskerk van H.W. Valk. Bron: google streetview.

Afb. 43 Het raadshuis van A.J. Kropholler. Bron: google streetview.

47

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Binnen de contouren van de oude stadskern, bevindt zich een groot aantal historische gebouwen. Een deel hiervan is aangewezen als rijksmonument, waaronder de kerk. Daarnaast is er opvallend summier aantal gemeentelijke monumenten, namelijk alleen het raadshuis. Niettemin ligt er aan de Maasstraat, Schans, Raadhuisplein, Koestraat en Kerkstraat diverse panden uit zowel de late achttiende als negentiende en vroege twintigste eeuw die over het algemeen nog (redelijk) gaaf behouden zijn. Samen vormen zij een staalkaart aan historische bouwstijlen en dragen zij in hoge mate bij aan de belevingswaarde van de dorpskern.

Afb. 45 Impressie Maasstraat. Bron: google streetview.

Afb. 44 Impressie Schans-Raadhuisplein. Bron: google streetview.

Afb. 46 Impressie Kerkstraat. Bron: google streetview.

48

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Een tekening van Jan de Beijer uit 1740 geeft een blik op Arcen in de achttiende eeuw. De Beijer was een van verschillende kunstenaars (waaronder ook Cornelis Pronk en Adriaan de Haan) die in deze periode trokken en, zoals blijkt uit diverse bouwhistorische onderzoeken, opvallend realistische representaties van de kastelen en plaatsen die ze bezoeken, optekenen. Op deze pentekening zien we de Kerkstraat, vanuit het noorden gezien. We zien duidelijk de opzet van een kruiskerk met dakruiter op de viering en een forse klokkenstoel onder ingesnoerde spits op het schip. Overigens doen de spitsbogige vensters vermoeden dat de kerk in 1681 niet volledig opnieuw is opgetrokken. Het straatbeeld wordt gevormd door zowel eenvoudige boerderijtjes met vakwerk wanden en strodaken, als uit stenen huizen, zowel met lijst- als topgevel.

Afb. 47 Arcen, in 1740 getekend door Jan de Beijer. We kijken door de Kerkstraat, in zuidelijke richting. Bron: nl.wikipedia.org.

Opvallend is dat De Beijer spreekt over ‘Het dorp Aersen’. Dit onderstreept dat er op dat moment geen sprake meer is geweest van vestingwerken. Opvallend is dat De Beijer geen tekening van het kasteel of de schanstoren heeft gemaakt, dit terwijl hij een groot aantal kastelen, ook in Limburg, op papier heeft gezet.

49

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

2.3.7 Barbara’s Weerd

gouverneur van Venlo, Maarten Schenck van Nydeggen, met 300 ruiters en 600 man voetvolk naar het klooster. Na een heftige strijd

Ten zuiden van Arcen, nabij het veer van Lottum, werd in 1450 een

liet Schenk het klooster in brand steken. De kloosterlingen die de

klooster gebouwd op een ietwat hogere plaats aan de oever van

slachting hadden overleefd, herbouwde een klein deel van het

de Maas. De grond werd geschonken door de Arcense pastoor

klooster, maar in 1602 werd het voorgoed verlaten. De goederen

Henric van Merwick. Hij zorgde ook voor de verdere financiële

gingen over naar het zusterklooster Sint Agneten te Straelen. In de

steun voor de bouw.67

negentiende eeuw was het voormalige kloosterbezit eigendom van de kastelenheren van Arcen. Wanneer zij het eigendom

Het klooster was een Franciscaner mannenklooster van de Derde

hierover hebben verschaft, is onbekend.

Orde van St. Franciscus, Insula Sancta Barbarae genaamd. Het klooster was voorzien van een kloostervijver. Deze bevindt zich nog

Op de Tranchotkaart uit 1803 herinnert alleen nog de naam

meteen ten oosten van de N271. Het klooster lag hier recht

‘Kloosterpoel’ aan de aanwezigheid van het klooster. Op deze

tegenover. Verder was er sprake van een grote kloosterhoeve, die

kaart zien we ook de volumes van de kloosterhoeve liggen. Op de

meteen ten zuiden van de poel was gelegen.

minuutkaart wordt de poel aangeduid als ‘poel als hakhout’ en is de boerderij duidelijk herkenbaar. Het terrein waarop de

Er is niet erg veel van het klooster bekend. De paters hebben ruim

kloosterhoeve en de poel zijn gelegen, wordt aangeduid als

een eeuw op deze locatie gezeten. In 1586, tijdens de

‘Kloosterhof’. Het terrein waarop het daadwerkelijke klooster lag,

strubbelingen van de Tachtigjarige Oorlog, kwam een abrupt eind

wordt aangeduid als ‘Voetpadsveld’, verwijzend naar het voetpad

aan een lange periode van rust. De Spaanse troepen, onder

(‘sentier’) dat tussen het Voetpandsveld en de Kloosterhof liep.

leiding van Peter Corvera, waren gestationeerd in het klooster om deze te verdedigen tegen de Staatse troepen die in Venlo in

De kloosterhoeve werd in 1879 door brand verwoest. Vrijwel

garnizoen lagen. Op 19 en 20 januari van dat jaar, trok de

meteen liet de toenmalige kasteelheer van Arcen, Lewin Wolff-

▄▄▄▄▄▄▄ 67

Keltjens 1999, pp.56-57; Stoel 1979, pp.42-43; Dijk 2009, pp. 53-54, 119; Hoek 2013, p.114.

50

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Metternich, een nieuwe hoeve bouwen. Dit is boerderij, gelegen langs de N271, dat fungeert als kantoor van het Limburgs Landschap. De jaar- en letterankers herinneren aan het bouwjaar en aan de bouwheer (LWM: Lewin Wolff Metternich). Op basis van archeologisch onderzoek en de herkenbaarheid van de heuvel met een diameter van circa 45 meter, heeft men de locatie van het klooster kunnen vaststellen. De locatie is gedeeltelijk aangewezen als rijksmonument, ingeschreven onder nummer 45001.

Afb. 49 Informatiebord. Bron: Dijk 2009, p.54.

Afb. 48 De bolling in het landschap, waarop het klooster heeft gelegen. Bron: Dijk 2009, p.54.

Afb. 50 Aanduiding locatie voormalig klooster (rood gearceerd). Bron: portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default (CHW Limburg).

51

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Afb. 52 De in 1879 gebouwde Kloosterhoeve, met op de woonhuisgevel de initialen LWM en het jaartal 1879. Bron: google streetview.

2.3.8 Het kasteel van Arcen: Huys den Kamp en Nije Huys Momenteel worden in opdracht van Stichting het Limburgs

Afb. 51 Projectie van de kadastrale minuutkaart op een recente onderlegger. De gele pijl wijst de huidige kloosterhoeve aan. De N271 volgt het tracé van het oude voetpad (‘sentier’). De huidige kloosterpoel heeft dezelfde omvang als het perceel ‘poel als hakhout’ op de minuutkaart. Meteen hieronder lag de oude kasteelhoeve. Het klooster lag ter plekke van de rode cirkel. De oude hoofdweg vanuit Velden liep ten westen en noorden om deze heuvel. Bron: ruimtelijkeplannen.nl en beeldbank RCE.

Landschap diverse historische onderzoeken verricht naar het kasteel. Res nova Monumenten is hierbij verantwoordelijk voor de uitvoering van de bouwhistorische onderzoeken naar kasteel, poortgebouw, koetshuis, tiendschuur en watermolen. De landschappelijke aanleg van het kasteel en de omgeving wordt onderzocht door Stichting In Arcadië. De onderzoeken zullen in de loop van 2022 voltooid zijn.

52

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Het huidige kasteel van Arcen is gebouwd in de tweede helft van

voorloper van het huidige huis gaan gelden. Deze naam wordt in

de zeventiende eeuw, doorlopende in de eerste helft van de

dit onderzoek dan ook alsnog aangehouden.

achttiende eeuw. 68 Vóór de bouw van het huidige kasteel is al bekend dat er twee versterkte huizen op deze locatie hebben

Huys den Kamp — Uit archiefonderzoek uitgevoerd door mevrouw

gelegen. Leden van de Historische Werkgroep Arcen Lomm en

Stoel, weten we dat er tussen 1511 en 1523 is gebouwd aan het

Velden hebben tijdens archeologisch onderzoek in de jaren

‘Nije Huys’. Dit lijkt onlosmakelijk samen te hangen met de

tachtig, ten tijde van de grote restauratie van het kasteel diverse

verwoesting van het Alde Huys in 1511. Bij archeologisch onderzoek

bouwsporen aangetroffen die verband houden met zowel het Nije

op het voorplein en in de gracht van het kasteel in de jaren

Huys als Huys den Kamp.

tachtig, stuitte de Historische werkgroep niet alleen op bouwsporen van het ‘Nije Huys’ maar ook op scherven die beduidend ouder

Nb. De naam Nije Huys wordt voor het eerst gebruikt door Stoel.

waren. Deze waren niet alleen in de gracht, maar ook in het

Een directe historische referentie aan het ‘Nije Huys’ is er echter

vrijgelegde funderingswerk aangetroffen. Deze funderingen waren

niet. Wel wordt er in 1511 gesproken over het ‘nije werk’ en in 1517

uitgevoerd in mergel, met her en der sporen van een

over een nije huysse. Dit heeft betrekking op de bouw van een

ijzeroerfundering. Het bijzondere was dat men hieronder ook nog

nieuw kasteel.69 Deze namen worden echter gebruikt door

heipalen heeft aangetroffen van 125cm lengte. 71 Deze fragmenten

personen die op het huis werken. Het is geen formele naam van het

zijn terug te voeren tot het eerste huis op deze locatie.

huis.70 Niettemin is deze in de latere literatuur als naam van de

▄▄▄▄▄▄▄ 68

Informatie over de kastelen is afkomstig uit: Hupperetz 2005, pp.157-158; Stoel 1979; Stoel 1991; Stoel 1995; Sluyterman, K., et al, Nederlandsche kasteelen en hun historie, Amsterdam 1914; Verzijl, J., ‘Het kasteel en de heeren van Arcen’, in: Maasgouw 1940 (nr. 6); Mialaret, J.H.A., ‘Het kasteel van Arcen’, in: De Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst, deel V: de provincie Limburg, tweede stuk: Noord-Limburg, Den Haag 1937; Beurden, A.F. van, ‘Arcen (L) een zijn kasteel’, in: Buiten 1911 (jaargang 5, nr. 1); panddossiers van de RCE, Stichting Limburgse Kastelen en Stichting het Limburgs Landschap.

69

70

71

Stoel, J., ‘De verdwenen kastelen van Arcen’, in: Jaarverslag Historische Werkgroep Arcen, Lomm, Velden, 1986, pp. XX-XXI. Rackham, D., Bouwhistorisch onderzoek kasteel Arcen, Echt 2022 (in uitvoering). Hier wordt verder ingegaan op de benaming van de oude kastelen. Over het archeologisch onderzoek zijn geschreven: Stoel, J., ‘Opgraving op het voorplein van kasteel te Arcen 2 juli-3 augustus 1984’, in: Jaarverslag Stichting Werkgroep Arcen, Lomm en Velden, 1984 (ongenummerd). In datzelfde jaarverslag ook: Dilz, E., ‘Verslag archeologisch onderzoekje kasteel Arcen’.

53

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Tijdens haar onderzoek in het kasteelonderzoek heeft mevrouw Stoel diverse archiefstukken gevonden waarover werd gesproken van Huys den Kamp of den hof op den Kamp. In 1498 verklaart Wynand Schenk van Nydeggen dat hij zijn broer geld verschuldigd is aan zijn broer Hendrick Schenk van Nydeggen, heer van Walbeck. Bij het niet tijdig aflossen van de lening krijgt Hendrick ‘mijn haef bij der moelen, geheyten den hoff op ten Kamp’.72 Wynand woont op dat moment op het Alde Huys. Stoel beschouwt de genoemde ‘hoff’ hier als een adellijk huis, wat zou betekenen dat er binnen de heerlijkheid Arcen gebieden lagen die niet tot de heerlijkheid behoorden. De vraag is echter of dat ook daadwerkelijk zo is. Er zijn geen bronnen van vóór 1511 waarin wordt gesproken over een ‘Huys den Kamp’. Dat de ligging van de hof bovendien wordt verbonden aan de ligging van een molen, doet eerder vermoeden dat het

Afb. 53 Plattegrond van kasteel Arcen uit 1984. Hierop zijn de aangetroffen funderingen van Hoff den Kamp (gele pijl: boerderij of ‘huyse’) en het Nije Huys (rode pijlen) aangegeven. De veertiende/vijftiende-eeuwse funderingen liggen meteen links van het trapbordes. Bron: Stoel 1991, p.210.

hier om een boerenhof gaat dan om een kasteel en dat Hendrick dus de Wynands helft van de opbrengst van deze boerenhof krijgt.73 Of deze boerenhof zich op de locatie van het kasteelplein bevond en dat de aangetroffen sporen hier verband mee houden, is onbekend.

▄▄▄▄▄▄▄ 72

Stoel 1991, p.211.

73

54

Rackham 2022 (in uitvoering).

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

In 1556 schrijft Reinier van Gelre, toenmalig kasteelheer van Arcen,

Uit enkele in het kasteelarchief aangetroffen bouwrekeningen uit

over het huis: ‘So sijn oick etlicken up des heer vann Arsses hoeff,

1511 wordt gesproken over het ‘nije werk’. De locatie van dit oude

gelegen voir den huyss den Kamp gelopen unnd dreven oick oiren

kasteel is lange tijd onbekend geweest. Lang is gedacht dat de

moetwillen. Dit is voor zover de enige keer dat er door de heren

Schanstoren of de Inaborg (zie paragraaf2.3.5) relicten van het Nije

van Gelre wordt gesproken over het Den Kamp.74 Uit deze stukken,

Huys waren. Bij archeologisch onderzoek in de jaren tachtig

geschreven door de kasteelheer zelf, kan met enige mate van

werden onder de vloeren van het huidige kasteel en in de destijds

zekerheid worden gesteld dat het ‘Nije Huys’ oorspronkelijk werd

leeggepompte binnengracht de sporen van de voorloper van het

aangeduid als ‘Huys den Kamp’.75

huidige kasteel gevonden. Het meest opvallende was de vondst van de fundering van een ronde, mergelstenen hoektoren. De

Nije Huys76 — In 1511 werd begonnen met de bouw van het Nije

aangetroffen vlijlaag had een muurdikte van 2,6 meter en een

Huys.77 Het werd gebouwd door Reinier van Gelre. Reinier was de

buitenwerks doorsnede van 14 meter. Tegen deze fundering sloten

broer van Karel van Egmond, hertog van Gelre. Reinoud was

een dikke noord-zuid georiënteerde en een oost-west

Stadhouder van het Gelders Overkwartier en drost van de Veluwe.

georiënteerde muur aan. De muren liggen parallel aan het huidige

Hij was in 1503 via zijn huwelijk met Aleid Schenck van Nydeggen in

kasteel, maar houden geen verband met de bovenliggende

het bezit gekomen van de heerlijkheid Arcen.

structuur.78 We kunnen hieruit herleiden dat het Nije Huys nadien volledig is verdwenen en het kasteel vanaf de funderingen

▄▄▄▄▄▄▄ 74 75 76

Stoel 1991, p.211. Rackham 2022 (in uitvoering). Stoel 1991, pp 212-214. Mevrouw Stoel heeft de sporen van het oude kasteel, samen met andere leden aangetroffen en hierover geschreven. Het artikel uit 1991 omschrijft het Nije Huys het meest omvangrijk. In andere artikelen gaat zij specifiek in op vondsten vooruitlopende op de uiteindelijke conclusies. Latere stukken, ook door andere auteurs, zijn alle op de informatie van Stoel gebaseerd. Omdat deze bouwsporen na het onderzoek weer aan het zicht zijn onttrokken, is hier in de huidige situatie niet veel aanvullends over te vermelden.

77

78

55

Zoals hiervoor aangegeven is de naam ‘Nije Huys’ door mevrouw Stoel geintroduceerd. De historische naam is vrijwel zeker ‘Huys den Kamp’ geweest. In het kader van dit bureauonderzoek, is de tot op heden voorhanden zijnde benaming gebruikt. Stoel geeft aan dat professor Renaud en dhr. Van Straalen, beide van de Rijksdienst voor Monumenten, de vondsten hebben ingemeten. Deze inmetingstekeningen bevinden zich in ieder geval niet in het panddossier van het kasteel.

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

opnieuw is opgetrokken. Op afbeelding 50 zijn de aangetroffen

De enige weergave van het kasteel vinden we op een in 1627

funderingen gearceerd weergegeven.

opgestelde tekening door Michael Floris van Langeren uit 1627. De prent maakt deel uit van het boekwerk ‘Die Fossa Eugeniana’. De

Aan de hand van deze sporen is het niet mogelijk om de gehele

Fossa Eugeniana was een grootschalig waterkundig complex uit

opzet te reconstrueren, maar het geeft wel een duidelijk beeld van

het begin van de zeventiende eeuw, met als doel een directe

de algehele typologie: een kasteel dat kenmerkend is voor de

verbinding tussen de Rijn, Maas en Schelde te realiseren. Het

vroege zestiende eeuw. Of er sprake was van één vleugel, een

kanaal was vooral bedoeld als pressiemiddel om de Staatsen

hoektoren en een aan de andere zijde ommuurd complex, of dat

economisch te dwarsbomen. Door het kanaal zou er een directe

er sprake was van een L-vormige hoofdopzet met hoektoren, kan

ontsluiting ontstaan van de grote rivieren naar Antwerpen. De

niet met zekerheid worden gesteld.

werkzaamheden omvatte niet alleen het kanaal, maar ook de aanleg van een hele reeks forten en schansen. Het kanaal is nooit

In het kasteelarchief bevindt zich een aantal bouwrekeningen die

voltooid, maar ten oosten van Arcen was wel al een aanzienlijk

betrekking hebben op de bouw van het Nije Huys. Met name in de

deel voltooid. Fragmenten hiervan zijn tot op heden nog behouden

jaren 1511-1512 en 1521-1522 vinden er veel activiteiten plaats.79 Zo

en in het landschap herkenbaar. Aangezien de Fossa buiten het

weten we dat er in 1517 wordt gebouwd aan de westvleugel, die

onderzoeksgebied ligt, wordt hier niet nader op ingegaan.80

dan in de steigers staat. Vooral in 1521-1522 wordt hard gewerkt. Metselaars uit Kalkar, Roermond, Venray en Arcen zijn op locatie

Op de prent van Van Langeren zien we een aantal karakteristieke

actief. Mergelblokken en bakstenen worden via de Maas

volumes. Bovenaan ligt een ommuurd kerkeiland met rechts

aangevoerd en metselkalk wordt met karren in Venlo gehaald. In

daarvan een aantal huizen. Rechtsonder aan de Maas is een

1521 moeten inwoners van Wanssum, Swolgen en Broekhuizenvorst

vestingwerk weergegeven als schans. Dit moet de Schanstoren zijn.

komen graven (grachten).

Meer naar het zuiden ligt het omgrachte kasteel en de watermolen

▄▄▄▄▄▄▄ 79 80

Stoel 1991, pp.212-213. Voor informatie over de Fossa Eugeniana zie onder andere: Dijk 2009, pp.150153; Dijk, X. van & Verhoeven, M.P.F. (RAAP), Plangebied Fossa Eugeniana/Fort Hazepoot, gemeente Venlo; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en

inventariserend veldonderzoek, Weesp 2010; Paulussen, R.P.A., De Fossa Eugeniana: een Spaans kanaalplan met een tunnelvisie, Thorn 2011; Renes 1999, pp.338-340; Smeets 1998, pp. 49-52.

56

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

(zie paragraaf 2.3.10). Het kasteel wordt weergegeven met een hoge toren, onder een fors opgezette torenhelm. Tegen deze toren is een vleugel, bestaande uit twee volumes afgebeeld. Langs de zuid en westzijde staat een hoge muur. Of dit ook in enige mate representatief is voor het daadwerkelijke kasteel, is onduidelijk. Dergelijke prenten en (stads)plattegronden uit de zeventiende eeuw gaven veelal een globaal beeld van de bebouwing weer, waarbij de individuele volumes vooral een ‘symbolische’ betekenis hadden. Dit blijkt ook wel uit de kerk die, in tegenstelling tot de huidige kerk (en middeleeuwse kerken in het algemeen) naar het westen is georiënteerd en naar de positie van de molen op de westelijke beekoever. Dit terwijl de sporen van deze verdwenen molen juist op de oostelijke oever zijn aangetroffen. Of bij het kasteel de volumes zijn herplaatst om een meer overzichtelijk aanzicht te krijgen, of dat het kasteel pure fantasie is, gebaseerd op een karakteristieke kasteeltypologie, is onbekend. Op basis van de kaart van Van Langeren is in de loop van de achttiende eeuw een groot aantal reproducties verschenen, elke net weer iets anders in detaillering van gebouwen en landschap.

Afb. 54 Detail van de prent van Michael Floris van Langeren uit 1627. Aan de onderzijde het Nije Huys, met links daarvan de voorloper van de huidige watermolen. Bron: Stoel 1991, p.213 (het origineel bevindt zich volgens Stoel in Museum Haus Kuckuck te Kleve).

57

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Reinier van Gelre overlijdt in 1522. De bouw van het kasteel is dan

met Johanna Maria van Lützenrode. Het alliantiewapen met jaartal

nog niet voltooid. Aleid en 8 minderjarige kinderen bleven achter.

bevindt zich nog boven de poort in de poorttoren. Of men al

Financieel lijkt ze het moeilijk te hebben gehad en haar zwager,

gelijktijdig met de bouw van het kasteel is begonnen, is onbekend.

hertog Karel, blijkt haar niet veel te hebben bijgestaan. In 1530

In ieder geval vinden er in de tweede helft van de zeventiende

hertrouwt ze met Dirk van der Lippe, genaamd Hoen. Ze verlaat

eeuw grote bouwactiviteiten plaats en ontstaat het sober

Arcen in 1536. Het kasteel gaat over op haar oudste zoon, Dirk van

opgezette kasteelcomplex. Er zijn diverse sporen die duiden op een

Gelre. Uiteindelijk werd het kasteel in 1646, in de nadagen van de

gefaseerde ontwikkeling. Oorspronkelijk had het kasteel een U-

Tachtigjarige Oorlog, door de Staatse troepen van Frederik Hendrik

vormige hoofdopzet. De noordelijke vleugel is echter in het derde

volledig verwoest.

kwart van de negentiende eeuw verwoest en niet meer herbouwd. Het noordelijke deel van de hoofdvleugel, die ook grotendeels was verdwenen, is in 1888 naar een ontwerp van de Venlose

2.3.9 Het huidige kasteelcomplex81

gemeentearchitect J. Kayser herbouwd. Hierbij is het huidige aanzicht ontstaan. Het kasteel wordt gekenmerkt door een strenge

Kasteel en bijgebouwen — Kort na de verwoesting wordt alweer

classicistische stijl, waarbij baksteen als primair bouwmateriaal is

begonnen met de herbouw van het kasteel. Dit betekent het begin

gebruikt en er, met uitzondering van het timpaan boven de entree

van een uitgebreide ontwikkeling, waarin het huidige

(met het alliantiewapen van Adolph Reinier van Gelder en Maria

kasteelcomplex gefaseerd tot stand komt. Een van de eerste

Barbara von der Recke), nauwelijks natuursteen is gebruikt. Deze

ingrepen is de bouw van een nieuwe voorburcht. Deze is in 1653

sobere ‘strakke’ stijl vormt binnen het Nederlandse kastelenbestand

voltooid en is gebouwd door Marcelis van Gelder. Hij is getrouwd

een unicum. De geleding van de gevels, gevormd door een reeks

▄▄▄▄▄▄▄ 81

In 2021-2022 wordt een uitgebreid bouwhistorisch onderzoek naar de volumes die het kasteelcomplex vormen, uitgevoerd. De rapporten naar het poortgebouw en het koetshuis zijn in december 2021 in concept voltooid. Voor de onderzoeken is onder andere gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Hupperetz 2005, pp.157-158; Stoel 1979; Stoel 1991; Stoel 1995; Sluyterman, K., et al, Nederlandsche kasteelen en hun historie, Amsterdam 1914; Verzijl, J., ‘Het

kasteel en de heeren van Arcen’, in: Maasgouw 1940 (nr. 6); Mialaret, J.H.A., ‘Het kasteel van Arcen’, in: De Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst, deel V: de provincie Limburg, tweede stuk: Noord-Limburg, Den Haag 1937; Beurden, A.F. van, ‘Arcen (L) een zijn kasteel’, in: Buiten 1911 (jaargang 5, nr. 1); panddossiers van de RCE, Stichting Limburgse Kastelen en Stichting het Limburgs Landschap.

58

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

blinde, twee bouwlagen hoge arcadenissen onder korfbogen,

westzijde en werd geconfronteerd met de pracht van het

dragen nog verder bij aan dit unieke aanzicht. De nissen zijn

kasteelcomplex.

stilistisch gezien zeer atypisch voor de (Hollands) classicistische bouwstijl. Het gebruik van de korfboognissen verwijst typologisch

Als we de zichtlijn vanuit het kasteel doortrekken tot aan de Maas,

terug naar de vijftiende- en zestiende-eeuwse bouwtraditie in het

dan komt deze meteen ten zuiden van de Schanstoren uit. Echter,

hertogdom Gelre. De kasteelheren lijken met deze bewuste

ten tijde van het ontstaan van de symmetrische hoofdopzet rond

stilistische keuze terug te grijpen op de hoogtijdagen van het

1700, was de toren al verwoest. De romantische idylle van een ruïne

hertogdom.

speelde op dat moment nog niet. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat men de ruïne bewust in de zichtlijn heeft geplaatst. Gelet op de

Daar waar het poortgebouw nog als een op zichzelf staand

lage ligging van de Maas ten aanzien van het kasteel, was het

volume is gebouwd, zijn het kasteel en het zuidwestelijke bijgebouw

kasteel niet zichtbaar vanaf de rivier.

vanuit één plan ontworpen. In dit hoofdplan spelen symmetrie en zichtlijnen een belangrijke rol. Om deze symmetrie te versterken is

Het zuidwestelijke bijgebouw wordt in de literatuur aangeduid als

op dat moment de zuidwest vleugel van het poortgebouw naar

het koetshuis met oranjerie. Uit het recent voltooide onderzoek is

het zuiden toe verlengd.82 Vanaf de westvleugels van de

echter gebleken dat de oranjerie nooit in dit bijgebouw heeft

bijgebouwen liepen twee kleine dwarsvleugels tot aan de

gelegen. Het werd rond 1700 gebouwd als koetshuis met stallen.

binnengracht. Het kasteelcomplex had hierdoor vanuit het westen

Verder huisveste het een brouwerij en een groot aantal

gezien een zeer statig aanzien, waarbij de bijgebouwen de zichtlijn

onderkomens, onder andere voor de tuinman, de jachtopzichter,

op het hoofdhuis accentueerden. Deze zuivere opzet was alleen

de koetsier, et cetera.83 De zuidoostelijke vleugel van het

zichtbaar vanaf de langs de gracht lopende Schans, de

bijgebouw was oorspronkelijk aanzienlijk langer. De vleugel

oorspronkelijke hoofdweg richting Velden. Eenieder die vanuit het

brandde in 1916 af en werd uiteindelijk in 1925 deels herbouwd. Het

zuiden richting het noorden reisde, passeerde het kasteel langs de

meest oostelijke gedeelte werd niet meer herbouwd. Wel bleven

▄▄▄▄▄▄▄ 82

Rackham. D., Voorburcht kasteel Arcen. Bouwhistorische opname met waardenstelling, Lingsforterweg 26 te Arcen, Echt 2021.

83

59

Rackham. D., Koetshuis kasteel Arcen. Bouwhistorische opname met waardenstelling, Lingsforterweg 26 te Arcen, Echt 2021.

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

hiervan de imposante gewelfde kelders behouden. Op deze kelders is in 1986 de huidige oranjerie geplaatst. De oranjerie waarover in de archieven werd gesproken, bevond zich op het middeneiland. Deze werd in 1763-1764 gebouwd en had een oppervlakte van 6x30 meter. De oranjerie werd in 1906 gesloopt. Op de funderingen werd daarna het rozenhuisje gebouwd (met gebruik van oude stenen). In 1985 heeft men op de noordelijke en westelijke fundering van de oude oranjerie een tuinmuur opgetrokken, waardoor het oorspronkelijke formaat nog

Afb. 55 Het kasteel, gefaseerd gebouwd in de tweede helft van de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw. Bron: Foto door auteur.

enigszins herkenbaar is. In 1713, het jaar waarin de Vrede van Utrecht wordt ondertekend en Arcen, Lomm en Velden officieel worden ingelijfd bij Pruissen, wordt meteen ten noorden van de gracht en het poortgebouw, de nog gaaf behouden tiendschuur opgetrokken. In het kasteel bevindt zich in de grote zaal, op de boezem van de schouw, een schilderij waarop de Pruisische koning Friedrich Wilhelm I wordt afgebeeld: een duidelijke verwijzing naar waar de trouw van de heren van Gelder (Adolph Reinier van Gelder en Maria von der Recke) was gelegen.

Afb. 56 Het poortgebouw uit 1653, met verlening van de zuidwest vleugel ronde 1700. Bron: Foto door auteur.

Het kasteel is sinds 1978 eigendom van Stichting het Limburgs Landschap. In de jaren tachtig heeft een grootschalige restauratiecampagne plaatsgevonden en zijn de volumes gerestaureerd. Verder zijn op de twee zuidelijke eilanden en de ten zuiden en oosten gelegen gronden de Kasteeltuinen aangelegd.

60

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Afb. 57 Het koetshuis, gezien vanaf de Schans. Bron: Foto door auteur. Afb. 59 Impressie van het middeneiland van het kasteel. De huidige aanleg dateert uit 1985-1986. Bron: Foto door auteur.

Afb. 58 De in 1713 gebouwde tiendschuur aan de Lingsforterweg. Bron: Foto door auteur.

61

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Afb. 60 Luchtfoto van de drie zeventiende-eeuwse kasteeleilanden.

Afb. 61 Kadastrale minuutkaart met daarop de drie omgrachte eilanden van het kasteel.

Afb. 62 Detail van de bebouwing in oorspronkelijke opzet: U-vormig hoofdhuis en bijgebouwen met de verdwenen volumes. Op het middeneiland staat de oranjerie. Ten noorden van de buitengracht staat de tiendschuur.

Parkaanleg — Met de bouw van het nieuwe kasteel, werd ook het landschap aangelegd. De huidige hoofdstructuur met drie omgrachte eilanden dateert uit de tweede helft van de zeventiende eeuw- begin achttiende eeuw. Vanwege deze aanleg lijkt het er sterk op dat de oude watermolen, die op de

62

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

oostelijke oever van de beek was gelegen, ten behoeve van de nieuwe westelijke grachtarm, moest worden gesloopt. Van de nieuwe molen is bekend dat deze in 1677 is gebouwd (zie paragraaf 2.3.10). Dit sluit aan op de ontwikkeling van de parkaanleg. De oude molen is rond 1700 verdwenen. Over de exacte aanleg op de eilanden is, met uitzondering van de bouw van de oranjerie op het middeneiland, weinig bekend. Momenteel wordt door Stichting In Arcadië een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de aanleg van zowel de eilanden als het landschap rondom het kasteel.84 Het gebied ten oosten van het kasteel en de N271 wordt op oude kaarten aangeduid als ‘Dalgert (Tranchotkaart) en ‘Dolgaard’ (minuutkaart). Deze toponiemen refereren aan een doolhof. Enkele jaren geleden heeft men via onderzoek van de hoogtelijnkaarten Afb. 63 Kadastrale minuutkaart 1811-1832. Het gebied ten oosten van het kasteel (op enige afstand) wordt aangeduid als de ‘Dolgaard’. Bron: beeldbank RCE.

(AHN3 DTM, Hillshade) daadwerkelijk niet één maar twee doolhoven gevonden in dit gebied gevonden.85

▄▄▄▄▄▄▄ 84

Immerseel, R. (Stichting in Arcadië), Tuinhistorische onderzoek tuin- en parkaanleg kasteel Arcen, Amersfoort (in uitvoering).

85

63

Vaessen, R. (RAAP), Archeologische begeleiding Doolgard te Arcen, een kort verslag, Weesp 2017.

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Afb. 65 Foto genomen tijdens archeologisch onderzoek. Op de achtergrond zien we de doolhofstructuur, bestaande uit lage aarden wallen. Bron: Vaessen 2017, figuur 4.

Afb. 64 AHN3 DTM, hillshade-hoogtekaart met ten oosten van de N271 de twee duidelijk herkenbare doolhoven. Bron: ahn.nl.

Tijdens het recente onderzoek van Stichting in Arcadië heeft men de aanleg van deze doolhoven aan de hand van enkele archiefstukken kunnen terugvoeren tot 1682. Door de ouderdom en gaafheid van de structuur zijn deze doolhoven uniek in Nederland. De aanwezigheid van de doolhoven laat zien dat de aanleg van het kasteel zich tot ver buiten de grachten voortzette. Behalve de doolhoven zijn er nog enkele (landschappelijke) elementen die tot de laat-zeventiende of begin achttiende eeuw zijn terug te voeren.

64

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Meteen ten westen van de N271, ten noorden van de

Het gebruik van de straatnaam ‘Maliebaan’ is op zich al een

Lingsforterweg ligt een weg met de naam ‘Maliebaan’.86 Deze

duidelijk aanwijzing dat er in Arcen een dergelijke spelbaan heeft

naam verwijst naar het maliespel, een spel dat vooral in de

gelegen. Echter, de huidige straat is met zekerheid nooit een

zeventiende eeuw in grote delen van Europa een populair

dergelijke baan geweest. Ten oosten van het kasteel en de N271,

tijdverdrijf was. Het is een balspel waarbij gebruik wordt gemaakt

langs de doolhoven, bevindt zich een opvallend breed bospad dat

van een slaghout om een bal over een baan te slaan. De vlakke

de naam De Lange Hek draagt. Dit pad sluit aan de noordzijde

maliebaan had een rechte aanleg. De banen varieerden nogal in

aan op de Lingsforterweg. Het loopt over een afstand van

lengte. Zo zien we in Loon op Zand een baan van 325 en in Den

nagenoeg 700 meter door in zuidelijke richting. Daar versmalt de

Haag 1074 meter. De meest voorkomende lengte was 700 meter.

weg iets en buigt ze naar het zuidoosten af. Op basis van de kadastrale minuutkaart kunnen we stellen dat deze rechte ‘weg’ nog zo’n 500 meter naar het zuiden toe doorliep. Ondanks dat er tijdens het in uitvoering zijnde tuinhistorisch onderzoek van Stichting in Arcadië (tot op heden) nog geen archiefstukken zijn gevonden die refereren aan een maliebaan, zijn het toponiem ‘Maliebaan’, de lengte van dit bospad (De Lange Hek) en de directe nabijheid bij de doolhoven, duidelijke aanwijzingen dat het er wel degelijk heeft gelegen. Fidloth & Renes (2020) vermelden de baan van Arcen als één van de acht maliebanen die in Nederland bekend zijn. Van deze acht banen waren er vier in particulier bezit, waaronder die in Arcen. De baan in Arcen is de enige bekende

Afb. 66 Frederik V van de palts, tijdens het maliespel in Den Haag, aquarel van Adriaen van de Venne, 1626. Bron: Fidloth & Renes 2020, p.11

baan in Limburg.

▄▄▄▄▄▄▄ 86

Fidloth, V. & Renes, H., ‘De Maliebaan in internationaal perspectief. Een zeventiende-eeuwse stedenbouwkundige en landschappelijke innovatie’:, in: Jaarboek Oud-Utrecht 2020, pp.10-33.

65

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Afb. 69 De Lange Hek, gezien vanaf het noorden. Dit was oorspronkelijk een zeventiende-eeuwse maliebaan. In de bossen links liggen de doolhoven. Bron: Foto door auteur.

Afb. 67 De vermoedelijke voormalige maliebaan gelegen tussen het kasteel (links) en de doolhoven (rechts). Deze laan heeft nu de naam De Lange Hek. De rode lijn is nog aanwezig. De rode stippellijn is als structuur aan het eind van de negentiende eeuw verdwenen. Bron: ruimtelijkeplannen.nl.

Tussen de Lange Hek en de doolhoven ligt aan een zijpad, een

Afb. 68 Kadastraal verzamelplan, 1822. Hierop is de volledige lengte van de vermoedelijke maliebaan nog zichtbaar. Bron: beeldbank RCE.

oude ijskelder. De kelder dateert vermoedelijk uit het begin van de negentiende eeuw, als het fenomeen op grotere schaal voorkomt. In de kelder van drie bij drie meter werd ijs uit de grachten van het kasteel opgeslagen. De kelder werd door twee kleine, achter elkaar geplaatste deuren afgesloten. De diepe ligging, de heuvel die op de constructie is opgeworpen en de begroeiing op de heuvel zorgen voor een dik isolatiepakket, waardoor de kelder gedurende de zomer koel bleef. Van de ijskelder te Arcen is bekend dat deze (totdat de bomen voldoende volume hadden)

66

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

was voorzien van een rieten zadeldak op palen, waardoor de zonnestralen niet tot de kelder konden komen. Dit rieten dak moet er in de Tweede Wereldoorlog nog zijn geweest.87

Afb. 71 Locatie ijskelder, ten oosten van de Lange Hek.

Een volgende aspect dat buiten de contouren van de drie omgrachte eilanden is gelegen, is het theehuisje De Inaborg. Dit Afb. 70 De toegang tot de ijskelder. Bron: cultuurhistorie.venlo.nl.

huisje verkeerde tot voor kort in ruïneuze staat, waarbij nog maar een klein deel van het muurwerk overeind stond. Het Limburgs Landschap heeft het theehuisje op basis van de behouden bouwfragmenten en funderingen en op basis van enkele historische foto’s gereconstrueerd. Het achtzijdige huisje heeft in de

▄▄▄▄▄▄▄ 87

www.hkarcen.nl/ijskelder; cultuurhistorie.venlo.nl.

67

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

zuidelijke gevelvlakken grote gevelopeningen zitten: het is volledig gericht op het zuiden. De Inaborg is gelegen aan het eind van een lange laan. De laan wordt aan beide zijden geflankeerd door een gracht die in een losvorm om het theehuisje loopt. Vanuit het huisje loopt een lange zichtlijn over de laan. Deze zichtas loopt door over de Kasteellaan (en verder over de Schans). Door de huidige aanleg van de Kasteellaan, met een apart fietspad en de opzet van de kruising Afb. 74 Zicht vanaf de Kasteellaan richting de Inaborg. Door de inrichting van de Kasteellaan is de beleving van de ononderbroken zichtas ietwat verstoord. Bron: Foto door auteur.

met de Lingsforterweg, is de beleving van deze ononderbroken zichtlijn (op maaiveldniveau) enigszins verstoord.

Afb. 72 De gereconstrueerde Inaborg. Bron: Foto door auteur.

Afb. 73 De Inaborg rond 1945. Bron: Stichting het Limburgs Landschap.

Afb. 75 Kadastrale minuutkaart. Vanaf de Inaborg liep een lange zichtlijn langs de gehele lengte van de grachten van het kasteel.

68

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Een laatste aspect dat we op de kadastrale minuutkaart zien, is dat

onbekend. Vanaf de vijver loopt een duiker onder de weg. Vanaf

buiten de contour van de omgrachte eilanden een aantal

dit punt loopt een beek die aansluit op de Molenbeek. In de

waterelementen aanwezig was. De gracht die de twee zuidelijke

volgende paragraaf (onderdeel watermolen) komen we hier

eilanden scheidde was in oostelijke richting doorgetrokken. Ze sloot

verder op terug. De beek ten westen van de Schans is nog

aan op een smallere noord-zuid lopende gracht. Met de

aanwezig. De vijver is als grote waterpartij in de jaren dertig

doorgetrokken gracht werd een zichtlijn gecreeërd vanuit het park

verdwenen. In de brede rechthoekige bedding loopt nu een smalle

richting het oosten (vanaf een bruggetje die de zuidelijke eilanden

waterloop.

verbond). De smallere noord-zuid lopende gracht is al in het midden van de negentiende eeuw gedempt. De doorgetrokken oostelijke grachtarm is rond 1930 gedempt. Topografische kaarten laten zien dat de arm eindigde bij een klein perceel opgaande begroeiing: de zichtlijn werd fysiek begrensd. De tweede waterpartij bevindt zich in het verlengde van de centrale as die vanaf het kasteel, over de eilanden in zuidelijke richting loopt. Deze vijver is opgezet als een grand canal. Een dergelijke langgerekte vijver is een landschappelijk element dat bij de aanleg van classicistische tuinen veel werd toegepast. Door de zichtas, die zich over het water voortzette tot voorbij de tuinaanleg, werd het aangrenzende landschap binnen de belevingswaarde van de aanleg getrokken. Het grand canal is bij de aanleg van de kasteeltuinen in de jaren tachtig gedempt en als ruimtelijke structuur verdwenen. Afb. 76 Kadastrale minuutkaart, met daarop de zichtassen over de doorgetrokken grachtarm en het grand canal.

Een laatste waterpartij loopt parallel aan de Schans. Ze heeft dezelfde breedte als de westelijke buitengracht, maar is hier ruimtelijk van gescheiden. De exacte functie van deze waterpartij is

69

Afb. 77 Topografische kaart 1920. De drie rechthoekige waterpartijen buiten de omgrachte eilanden zijn nog aanwezig. Bron: topotijdreis.nl.

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Uit de (voorlopige) de momenteel uitgevoerde bouw- en

Oude molen — Op basis van een archiefstuk uit 1498 kan worden

tuinhistorische onderzoeken kan worden gesteld dat kasteel Arcen

vastgesteld dat er op dat moment al sprake was van een bij het

in de tweede helft van de zeventiende eeuw en het begin van de

Huys den Kamp horende watermolen. Op de kaart van Michael

achttiende eeuw uitgroeide tot een complex dat zich kan meten

Floris van Langeren uit 1627 wordt ten zuidwesten van het kasteel

aan de grootste adellijke buitenplaatsen en kastelen uit die

(het Nije Huys) een watermolen weergegeven. Deze is opgesteld

periode. De onderdelen (en relicten) van het kasteelcomplex

op de westelijke oever van de beek, met het rad aan de oostzijde.

reiken tot ver buiten de contouren van het huidige kasteelpark.

Zoals in paragraaf 2.3.7 al aangegeven, moet de weergave vooral symbolisch worden beschouwd. Dit betekent niet dat de molen ook daadwerkelijk aan de westzijde heeft gelegen.

2.3.10 Watermolens88 Wat de kaart duidelijk laat zien, is dat de watermolen wordt Stoel (o.a. 1991) heeft in haar onderzoek in het kasteelarchief

aangedreven door een vanuit het zuiden lopende beek. De

diverse stukken aangetroffen met betrekking tot de watermolens

kasteelgracht wordt door een tweede beek gevoed die vanuit het

die bij het kasteel horen. De huidige molen, gelegen ten westen

zuiden loopt. Deze beek loopt door in noordelijke richting. Het

van de Schans, is gebouwd in 1677. Stoel gaat ervan uit dat er dan

noordelijke deel lijkt te corresponderen met de Leigraaf. Op latere

nog sprake is van twee aparte molens, omdat er in een archiefstuk

kaarten (vanaf 1803) is vanuit het zuiden maar één beek getekend,

uit 1680 wordt gesproken over de opbrengsten van twee molens.89

welke zowel de grachten voedt, als doorloopt richting de watermolen en in de Maas uitmondt. Op de kaart lijkt de

Of dat ook daadwerkelijk betekent dat er op dat moment nog

Lingsforterbeek niet afgebeeld.

sprake is van twee aparte volumes, of dat er een molen was met twee molenraderen (en dus twee gangwerken), is onbekend. ▄▄▄▄▄▄▄ 88

Medio 2022 wordt door Res nova Monumenten een bouwhistorisch onderzoek naar de Wijmarsche watermolen opgeleverd. Voor de onderzoeken is onder andere gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Bussel, P.W.E.A, De molens van Limburg, Eindhoven 1991, pp.611-614; Stoel 1979; Stoel 1991; Stoel 1995;

89

70

allemolens.nl; molendatabase.org; panddossiers Molenstichting Limburg en Stichting het Limburgs Landschap. Stoel 1991, p.211.

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

In hoeverre de kaart wat betreft de loop van de beek betrouwbaar is, is onbekend. Het gegeven dat de kasteelgracht en de oude molen vanuit het zuiden wordt gevoed, correspondeert wel met de daadwerkelijke situatie. In een artikel uit 1990 wordt aangegeven dat men bij graafwerkzaamheden op de huidige parkeerplaats van de Kasteeltuinen op een dichtgegooide greppel is gestuit, welke de auteur als een oude waterloop aanduidt.90 Dit lijkt in ieder geval aan te sluiten op de weergave van Van Langeren. Op een door Blaue in 1645 opgestelde weergave van de kaart van Van Langeren, lopen de twee zuidelijke beken vanaf de oostelijke vennen door de Maasduinen richting het noordwesten.

Afb. 78 De kaart van Van Langeren uit 1627. De watermolen is rood omcirkeld. Bron: Stoel 1991, p.213.

▄▄▄▄▄▄▄ 90

Historische Werkgroep Arcen, Lomm en Velden (geen auteur vermeld, vermoedelijk Stoel, J.), De watermolens van Arcen, Arcen 1990, p.5.

71

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

Lommerbroeklossing of Lommerbeek is een smalle greppel, gelegen in de oude Maasgeul van het Schandelose Broek en de Venkoelen ten noorden van Venlo. De beek voedt zowel de kasteelgrachten als de watermolen. Het noordelijke deel van de Lommerbroeklossing wordt aangeduid als de Voortbeek.91 Als we naar de monding van de beek in de Maas kijken, dan zien we dat deze meteen ten zuiden van de schanstoren lijkt te liggen. De huidige monding van de Molenbeek kenmerkt zich door de uitwaaierende opzet, met name naar het noorden toe. Over de hellingrand van deze riviermonding loopt een wandelpad dat al op de minuutkaart wordt weergegeven als ‘sentier du moulin’. Daar waar de huidige uitmonding vanaf de molen naar de Maas een meanderend verloop heeft, zien we op de minuutkaart dat deze is

Afb. 79 Uitsnede van de Fossa Sanctae Mariae, quae et Eugeniana, Joan Blaue, 1645. De kopergravure is opgesteld naar de gravure van Van Langeren. We zien hier dat er vanuit de ten oosten van de Maasduinen gelegen vennen, twee beken lopen (rode pijlen). Bron: heemkunde-online.be.

gekanaliseerd. We kunnen dus vaststellen dat het laatste deel van het tracé van de beek is rechtgetrokken en dat hierbij ook de locatie van de uitmonding in de Maas is gewijzigd. Een aanwijzing waaruit met enige voorzichtigheid kan worden gesteld dat de monding oorspronkelijk, conform de tekening van

De kadastrale minuutkaart en de negentiende-eeuwse

Van Langeren, ietwat noordelijker lag, zien we in de AHN-kaart.

topografische kaarten laten echter een vanuit het zuiden, ten

Hierop zien we dat een deel van de uiterwaarden, liggend langs

westen van de verschillende heidegebieden lopende beek zien. Dit is (in hoofdopzet) conform de huidige situatie. Deze ▄▄▄▄▄▄▄ 91

Dijk 2009, p.220.

72

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

de noordoostelijke helling, ietwat lager is gelegen. Dit zou mogelijk

Als we kijken naar de huidige situatie, dan komen nabij de oost-

de oorspronkelijke beekbedding kunnen zijn.

west lopende tak van de Molenbeek, twee beken samen, beide vanuit een andere richting. De zuidelijke beek, de Voortbeek, loopt ten westen van de Schans. Ze ligt aanzienlijk lager dan de ten oosten gelegen grachten en bevindt zich in een waterreservoir. Dit reservoir is aan de zuid- oosten westzijde omdijkt. Aan de noordzijde bevindt zich een bakstenen keermuur. Via een sluis met hardstenen blokken stort zich ongeveer een meter naar beneden. Op basis van het metselwerk kan de muur in het begin van de twintigste eeuw worden geplaatst. De hardstenen blokken zijn beduidend ouder en mogelijk hergebruikt. Stoel suggereert dat de sluis de oude maalsluis is. Deze aanname komt voort uit de vondst van een 1,7 meter dikke muur die men in de jaren tachtig in het westelijke talud van de Schans heeft aangetroffen. Tegen deze muur zou het waterrad hebben gezeten. Waar deze muur exact heeft gelegen

Afb. 80 AHN-kaart. De groene kleur wijst op een oude beekbedding, gelegen in de uiterwaarden van de Maas. De rode cirkel geeft de lovatie van de huidige molen weer. Bron: ahn.nl (AHN3-DSM, blauw-groen-oranje).

en waaruit blijkt dat er een rad zat (asgat?) wordt niet vermeld. 92 Het is mogelijk dat de sluis een relict is van de oude watermolen en dat men ter plekke van deze sluis in het begin van de twintigste eeuw een keermuur heeft opgetrokken. Als we kijken naar oude

▄▄▄▄▄▄▄ 92

Stoel 1991, p.211. Stoel schrijft hier nog over de Rijksweg. Hiermee bedoelt ze de in 1840-1845 aangelegde rijksweg, die ter plekke van de watermolen het tracé

van de al bestaande Schans volgde. Dijk (2009) gaat er door de vermelding Rijksweg onterecht vanuit dat hiermee de N271 wordt bedoeld (p.155).

73

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

topografische kaarten, dan verschijnt het bassin waardoor de beek stroomt, pas op een kaart uit 1937 in haar huidige opzet. Op de minuutkaart is het gebied tot aan de beekloop als bouwland aangeduid. De aanname van Stoel (1991) dat het bassin een oude molenvijver is, is op basis hiervan niet waarschijnlijk. Mogelijk kan door het opnieuw vrijleggen van de dikke muur die in het talud is gelegen, meer inzicht worden verkregen in de molen en diens relatie tot de sluis en de inrichting van het landschap ten westen van de Schans.

Afb. 82 De keermuur: in huidige opzet niet ouder dan 19e eeuw. Rechtsachter de westelijke wal/dijk. Bron: Foto door auteur.

Afb. 81 De Molenbeek, gezien vanaf het terras van de Wijmarsche watermolen. Op de achtegrond de keermuur met sluis (gele pijl). Ruwweg ter hoogte van deze keermuur moet ergens de 1,7 meter dikke muur in het talud zitten. Bron: Foto door auteur.

Afb. 83 Rechts de dijk met de Schans. Meteen nadat de beek onder de weg uitkomt, is er een (moderne) sluis/doorvoer. Bron: Foto door auteur.

74

10-februari-2022— CONCEPT

HWBP Noordelijke Maasvallei dijkring 65, Arcen Cultuurhistorisch bureauonderzoek

zijn verricht en waarbij ook het Nije Huys werd verwoest. 93 Zeker is dat echter niet. Dit zou betekenen dat de molen, die toch van economisch belang, ruim drie decennia buiten gebruik is geweest. In het in uitvoering zijnde bouwhistorisch onderzoek naar de watermolen wordt de mogelijkheid geopperd dat de bouw van de nieuwe molen vermoedelijk samenhangt met de grootse ambitie van de kasteelheer, in het bijzonder de aanleg van de drie kasteeleilanden. Om deze rechtlijnige structuur te kunnen realiseren (en daaraan gekoppeld de dijk met daarover een nieuwe hoofdweg) diende de oude molen te worden gesloopt: de molen stond in de weg. Het bouwjaar voor de nieuwe molen is gebaseerd op een

Afb. 84 Aanduiding locatie oude watermolen, op basis van (summier voorhanden zijnde) informatie.

vermelding in het kasteelarchief. Op 23 november 1677 dient Peter Pannekens zijn eindafrekening in voor de bouw van een olie- en korenmolen die hij in de zomer heeft voltooid.94 De molen is kort na

Wymarsche watermolen — In 1677 wordt de nieuwe watermolen

het overlijden van Johan Godried van Gelder afgebouwd. De

gebouwd. Een directe aanleiding wordt nergens vermeld. In

rekening wordt dan ook ingediend bij zijn weduwe, Maria

Keltjens (1999) wordt aangeven dat het mogelijk samenhangt met

Constantina van Pallandt.95 Uit een archiefstuk blijkt dat Van

de verwoestingen die in 1646 door de troepen van Frederik Hendrik

Pallandt de als dwangmolen aangeduide molens in 1680 verpacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/307/documents/20175