059 Bijlage VI woonvisie Venlo 2021-2026 - woonzorganalyse.pdf
Tekst van het document
Jongeren in pleeggezinnen kunnen tot 21 jaar in jeugdhulp verblijven. Doorgaans is de begeleidingsvraag onder deze jongeren na uitstroom ook lager of niet aanwezig.
46
woonruimte voor deze groep en met ambulante begeleiding te werken richting een stabiele woon-werksituatie (bijvoorbeeld Kamers met Kansen).
Beschermd Wonen Nu de Wlz is opengesteld voor ggz-cliënten met een langdurige zorgvraag, zullen BW-voorzieningen (Wmo) vaker een ‘doorstroomkarakter’ hebben; na verloop van tijd zullen de meeste cliënten weer zelfstandig(er) gaan wonen met meer of minder intensieve begeleiding. Hoeveel mensen naar verwachting op jaarbasis zullen uitstromen en dus op zoek moeten naar alternatieve woonruimte is van veel factoren afhankelijk. Daarnaast kan ‘uitstroom’ vanuit BW in de praktijk verschillende dingen betekenen: • Een cliënt verhuist vanuit een BW-instelling naar een zelfstandige woning of naar een appartement of studio in een geclusterde woonvorm. In beide gevallen gaat de cliënt zelf huur betalen. Als nog ondersteuning nodig is, dan wordt deze geboden in de vorm van ambulante begeleiding. • Een cliënt verhuist niet, maar de woonplek wordt ‘omgeklapt’: de BWindicatie vervalt en wordt vervangen door een indicatie voor ambulante begeleiding. De cliënt gaat voortaan zelf huur betalen.
Uitstroomgegevens Maatschappelijke opvang Het maken van een prognose voor de maatschappelijke opvang is lastig aangezien er naast demografie veel andere factoren van invloed zijn op de vraagontwikkeling; de toekomstige vraag naar MO-voorzieningen is onder meer afhankelijk van economische ontwikkelingen, beleidswijzigingen in de Wmo, Zvw en Wlz, ontwikkelingen in het aantal echtscheidingen, etc. Ook veranderingen in het aanbod kunnen van invloed zijn op de vraag: betere voorzieningen leiden wellicht ook tot meer vraag, betere ambulante begeleiding of preventie van dakloosheid door schuldhulpverlening juist tot minder vraag naar MO-plekken. Ook de uitstroommogelijkheden zijn van
invloed: als er meer mogelijkheden zijn voor uitstroom kan de verblijfsduur worden verkort en zijn dus minder plekken nodig voor hetzelfde aantal cliënten. De landelijke brancheorganisatie Federatie Opvang heeft om die reden ook geen prognose van de verwachte toekomstige vraag naar MOvoorzieningen. Ook in dit onderzoek stellen wij geen prognose op van de vraag naar MO-plekken in (of vanuit) Venlo, maar nemen we het huidige aantal plekken en cliënten als uitgangspunt voor het bepalen van de vraag naar woonruimte voor uitstromers. Om een beeld te krijgen van de huidige vraag, zijn gegevens opgevraagd bij de centrumgemeente (Venlo) over het aantal plekken in een vorm van maatschappelijke opvang in de regio, de gerealiseerde uitstroom en de uitstroomrichting. De meeste MO-voorzieningen zijn gevestigd in de grotere gemeenten. In Noord en Midden-Limburg zijn dat Venlo, Roermond en Weert. De volgende tabel geeft een overzicht van de verschillende soorten opvang. Tabel 6.1: Aanbod Maatschappelijke Opvang naar type opvang in aantal plekken (2020)
Type opvang Nachtopvang Crisisopvang Vervolgopvang Calamiteitenbed Trajectbed Gezinshuis Tijdelijke opvang t.g.v. corona Bed met toezicht Daderbed Jongerenopvang Totaal
Roermond 12 27 16 1
56
Weert 6
Venlo 20
1 9 2
18
1 15 18 5 2 7 68
Totaal 18 47 16 3 24 2 18 5 2 7 142
Bron: inventarisatie centrumgemeente Venlo (2020), bewerking Companen.
We beschikken over een complete set gegevens over de uitstroom in de verschillende MO-voorzieningen voor de 1e helft van 2020. Deze gegevens zijn 47
geëxtrapoleerd voor de 2e helft van 2020, om tot een inschatting op jaarbasis te komen. In 2020 werden er naar verwachting in totaal 240 MO-trajecten beëindigd in de regio Noord en Midden-Limburg. De meeste mensen stroomden uit vanuit voorzieningen in Venlo (136; 57%). Tabel 6.2: Uitstroom vanuit regionale MO-voorzieningen Noord en Midden-Limburg (inschatting voor 2020)
Type opvang Crisisopvang Flexibele opvang Postadressen Woonvoorzieningen Totaal Aandeel
Roermond 18 0 0 40 58 24%
Weert 0 40 6 0 46 19%
Venlo 30 62 44 0 136 57%
Totaal 48 102 50 40 240 100%
Bron: inventarisatie centrumgemeente Venlo (2020), bewerking Companen.
Om een inschatting te kunnen maken van het aantal uitstromers uit de regionale MO-voorzieningen dat in de gemeente Venlo gehuisvest moet worden, is het relevant om te kijken naar de uitstroomrichting van cliënten. We zien dat de grootste groep na uitstroom ook verblijf in Venlo zoekt (110; 46%).
Venlo
Crisisopvang Flexibele opvang Postadressen Woonvoorzieningen Totaal Aandeel
20 54 32 4 110 46%
Andere gemeente in NM-L 18 34 10 28 90 37%
Tabel 6.4: Regionale uitstroomrichting naar woonsituatie (inschatting voor 2020) Type opvang Totaal Aandeel
Doorstroom (naar instellingszorg) Naar onbekende voorziening Naar andere maatschappelijke opvang Wonen op forensische titel Naar Wlz Uitstroom Wonen bij eigen netwerk Terug naar thuissituatie Zelfstandig met Wmo Zelfstandig zonder begeleiding Einde time-out Detentie Uitval Totaal
68 6 50 10 2 130 4 2 52 62 2 10 42 240
28% 2% 21% 4% 1% 55% 2% 1% 22% 26% 1% 4% 17% 100%
Bron: inventarisatie centrumgemeente Venlo (2020), bewerking Companen.
Tabel 6.3: Uitstroomrichting naar gemeente (inschatting voor 2020)
Type opvang
uitstroom bij Venlo. Het is belangrijk om te vermelden dat deze getallen elk jaar fluctueren; ook verdwijnt een aanzienlijk deel van de mensen die vertrekt vanuit de MO van de radar. In de tabel maken wij onderscheid tussen mensen die doorstromen naar andere instellingszorg, en mensen die uitstromen naar met name zelfstandig wonen of het eigen netwerk.
Buiten regio NM-L 10 14 8 8 40 17%
Totaal 48 102 50 40 240 100%
Bron: inventarisatie centrumgemeente Venlo (2020), bewerking Companen.
De onderstaande tabel geeft weer waar deze uitstromers in 2020 terechtkwamen. Hierbij is gebruik gemaakt van de geregistreerde redenen voor
Op basis van de uitstroom (240), uitstroomrichting per gemeente (110 voor Venlo) en naar woonsituatie kunnen we een inschatting opstellen van de woonbehoefte van uitstromers uit MO in Venlo. Wij schatten in dat jaarlijks ca. 35 mensen doorstromen naar andere instellingszorg, ca. 5 mensen teruggaan naar hun netwerk en ca. 20 mensen uit de opvang ‘valt’ (verdwijnen van de radar). Een groep van ca. 50 mensen stroomt uit met een wens om zelfstandig te gaan wonen. Sommige van hen zullen op eigen kracht een woning kunnen vinden, maar voor een groot deel geldt dit niet. Zij zullen aanspraak willen doen op uitstroomwoningen.
48
Tabel 6.5: Uitstroom in Venlo vanuit regionale MO-voorzieningen (2020)
Type opvang Doorstroom naar instellingszorg Uitstroom naar eigen netwerk Uitstroom naar zelfstandig wonen Uitval Totaal
Totaal 35 4 52 19 110
Aandeel 32% 4% 47% 17% 100%
Bron: inventarisatie centrumgemeente Venlo (2020), bewerking Companen.
Beschermd Wonen Companen heeft uitvraag gedaan bij zorgaanbieders over de verwachte jaarlijkse uitstroom. De uitstroom fluctueert per jaar, en piekte in 2019 op 73 uitstromers. Gemiddeld verwachten wij dat de uitstroom rond de 65 mensen per jaar ligt. Tabel 6.6: Uitstroom vanuit BW-voorzieningen in Venlo(2020)
Type opvang MET ggz Moveoo Leger des Heils redos bv Stichting Incluzio Uitvoering Regionaal Autisme Centrum Stichting Bijzonder Jeugdwerk Totaal*
2018 20 10 3 2 16 1 0 52
2019 24 15 3 2 17 0 12 73
2020 12 17 3 1 9 0 14 56
Gemiddelde 19 14 3 2 14 0 13 65
* Dit is exclusief de 7 cliënten van organisatie Care-Plus. Voor deze organisatie beschikken wij niet over uitstroomgegevens. Bron: inventarisatie zorgaanbieders Venlo (2020), bewerking Companen.
Een groot deel van deze uitstromers vestigt zich in Venlo (gemiddeld 80% tussen 2018 en 2020). Circa 20% van de uitstromers stroomt uit naar andere gemeenten, waarvan de helft binnen de BW-regio en de helft buiten de regio. Vice versa zullen er ook mensen in Venlo willen instromen? die vanuit andere (regio)gemeenten komen. Van de uitstromers stroomt ca. 55% door naar een zelfstandige woning en ca. 25% naar het wonen in een ‘tussenvorm’: geclusterd wonen met ambulante begeleiding. Van ca. 20% is de huidige woonsituatie onbekend; het is onduidelijk waarom dit onbekend is. Landelijk zien wij dat een soortgelijk aandeel cliënten zelf vertrekt zonder opgave van reden (zij verdwijnen dan van ‘de radar’). Er zal altijd een groep blijven die ervoor kiest om een eigen pad te trekken. Per saldo verwachten wij dat ca. 60 mensen per jaar willen uitstromen in Venlo, mits genoeg en passende huisvesting aanwezig is. Voor de uitstroomrichting gaan we uit van de huidige verdeling (ziet tabel 6.7). Figuur 6.7: Inschatting jaarlijkse uitstroomrichting vanuit Beschermd Wonen
Uitstroomrichting Stroomt uit naar zelfstandig wonen met of zonder ambulante begeleiding Stroomt uit naar een ‘tussenvorm’ met ambulante begeleiding Woonsituatie onbekend Totaal
Aantal jongeren Ca. 30 Ca. 20 Ca. 10 Ca. 60
Bron: inventarisatie zorgaanbieders Venlo (2020), bewerking Companen.
Aanbieders geven ook aan dat er momenteel ca. 45 mensen klaar zijn om uit te stromen, maar voor wie nog geen passende huisvesting is gevonden. Dit duidt op een tekort aan geschikte woningen om naar uit te stromen, en kan leiden 49
tot een (verdere) prop in de uitstroom. Van deze uitstromers heeft ca. 55% behoefte aan een zelfstandige woning en ca. 45% behoefte aan het wonen in een ‘tussenvorm’. De daadwerkelijke uitstroom zal per jaar licht fluctueren. Op de lange termijn (2030) kan de (dalende) vraagontwikkeling een dempend effect hebben op de jaarlijkse uitstroom; de uitstroom zal echter voorlopig stabiel blijven.
Tabel 6.9: Gemeente Venlo. Jongeren in vormen van jeugdhulp met verblijf, naar leeftijdsklasse (peildatum 1 januari)
<10 jr Woonvorm Gezinshuis Niet-gezinsgerichte jeugdhulp met verblijf Pleegzorg Totaal
2
10-14 jr 0
15-16 jr 0
17-18 jr 0
19-20 jr 0
Totaal 2
9
21
13
9
0
52
32 43
36 57
12 25
8 17
7 7
95 149
Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Venlo (2021).
Kwetsbare jongeren Begin 2021 maakten 149 jongeren uit Venlo gebruik van een vorm van jeugdhulp met verblijf. Dit is een lager aantal dan we in voorgaande jaren zien (tabel 6.8); het aantal jongeren in pleeggezinnen is in 2021 gedaald. Tabel 6.8: Gemeente Venlo. Jongeren in vormen van jeugdhulp met verblijf (peildatum 1 januari)
Woonvorm
2018
2019
2020
2021
Gezinshuis
3
2
4
2
Niet-gezinsgerichte jeugdhulp met verblijf
66
58
61
52
Pleegzorg
106
115
121
95
Totaal jeugdhulp met verblijf
175
175
186
149
Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Venlo (2021).
Voor het grootste deel gaat het binnen de jeugdhulp met verblijf om zorg aan relatief jonge kinderen. Voor hen is een vraag naar eigen woonruimte voorlopig niet aan de orde. In dit onderzoek richten we ons op de kwetsbare jongeren van 17 jaar en ouder in jeugdhulp met verblijf. Deze groep zit tegen de leeftijdsgrens van Jeugdhulp aan en zal daarom spoedig een stap op de woningmarkt (willen) zetten. Begin 2021 ging dit voor Venlo om een relatief kleine groep: 24 jongeren in totaal (waarvan 9 in jeugdhulp met verblijf en 15 in pleegzorg).
Om een inschatting te maken van het soort vervolghuisvesting waar deze jongeren behoefte aan hebben, gebruiken wij twee methoden. Allereerst heeft de gemeente, op instructie van Companen, een analyse opgesteld van het verhuisgedrag van jongeren in jeugdhulp met verblijf tussen 2018 en 2021. Van de jongeren die in een kalenderjaar 18 jaar of ouder werden, is gekeken of zij op 1 januari van het daaropvolgende jaar gebruik maakten van Wmobegeleiding, verlengde jeugdhulp en Beschermd Wonen. De groep die niet langer in registraties voorkomt stroomt daarbij dus uit. Deze groep kan echter ook verhuizen naar andere gemeenten of instellingszorg met financiering uit de Wlz. Tabel 6.10 laat de uitstroomrichting zien voor 3 kalenderjaren: 2018 t/m 2020. Wij zien dat van de jongeren die 18 jaar of ouder zijn en in een kalenderjaar woonden in een vorm van jeugdhulp met verblijf gemiddeld jaarlijks: • 40% in (verlengde) jeugdhulp blijft en dit jaar nog niet uitstroomt. Zij stromen later uit; • 15% doorstroomt naar Beschermd Wonen; • 5% doorstroomt naar Wmo-begeleiding; • 40% uitstroomt richting een onbekende richting.
50
Tabel 6.10: Gemeente Venlo. Uitstroomrichting van jongeren in jeugdhulp met verblijf in het jaar waarop zij 18 jaar oud worden.
Uitstroomrichting
2018 -> 2019
2019 -> 2020
2020 -> 2021
Doorstroom naar Wmo-begeleiding
1
0
1
Doorstroom naar Beschermd Wonen
5
3
2
Blijft in verlengde jeugdhulp
2
8
10
Stroomt uit; richting onbekend
11
6
5
Totaal
19
17
18
Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Venlo (2021).
Tussen het werkelijke verhuisgedrag en de gewenste woonsituatie, kan echter een discrepantie zitten. Een deel van de kwetsbare jongeren heeft behoefte aan het wonen in een ‘tussenvorm’, waarin zij met begeleiding geleidelijk toewerken naar zelfstandigheid. Om rekening te houden met de behoefte aan ‘tussenvormen’ (geclusterd begeleid wonen), stellen wij de behoefte aan woningen licht bij en geven wij invulling aan de groep uitstromers wiens ‘richting’ niet via registratiegegevens in beeld valt te brengen. Dit leidt tot de volgende aannames over het jaarlijkse verhuisgedrag: • 40% blijft in (verlengde) jeugdhulp en stroomt dit jaar nog niet uit. Zij stromen later uit; • 35% stroomt uit naar een vorm van geclusterd begeleid wonen. In deze ‘tussenvormen’ werken jongeren met intensieve begeleiding aan zelfstandigheid; • 10% uitstroomt naar zelfstandig wonen met of zonder ambulante begeleiding; • 10% doorstroomt naar Beschermd Wonen; • 5% doorstroomt naar een Wlz-instelling. Op basis van deze aannames komen wij tot de volgende inschatting van de gewenste jaarlijkse uitstroom en bijbehorende woonvormen:
Figuur 6.11: Inschatting jaarlijkse uitstroom vanuit jeugdhulp
Uitstroomrichting Blijft in jeugdhulp Stroomt uit naar geclusterd begeleid wonen Stroomt uit naar zelfstandig wonen met of zonder ambulante begeleiding Stroomt door naar Beschermd Wonen Stroomt door naar Wlz Totaal
Aantal jongeren Ca. 7-8 Ca. 6-7 Ca. 2 Ca. 2 Ca. 1 Ca. 18-20
Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Venlo, bewerking Companen (2021)
Wij schatten de jaarlijkse behoefte aan geclusterd begeleid wonen in op 6 á 7 wooneenheden. Voor 2 jongeren geldt dat zij behoefte hebben aan zelfstandig wonen (eventueel met ambulante begeleiding). Voor beide groepen geldt dat betaalbaarheid van de woonruimte essentieel is. Gezien de levensfase is kamerbewoning een realistische optie.
Regulier woonaanbod Om uitstroom uit instellingszorg te bewerkstelligen is voldoende goedkoop woningaanbod nodig, het liefst met een goede spreiding over de wijken en kernen. Daarbij geldt dat de overgang naar een eigen woning in veel gevallen valt te beschouwen als (opnieuw) een stap naar een zelfstandig leven, met alle bijkomende verantwoordelijkheden en vraagstukken. De kwetsbare uitstromers hebben hierbij vaak behoefte aan ondersteuning en begeleiding. Voor uitstromende zorgvragers moet een zorgvuldige afweging gemaakt worden als het gaat om de woonlocatie. Alles moet erop gericht zijn de kans op terugval te minimaliseren. Denk bijvoorbeeld aan BW-cliënten die baat hebben bij een prikkelarme omgeving of aan jongeren die buiten bereik van verslavingsgevoelige plekken moeten blijven. Een passende woonkwaliteit is sterk afhankelijk van de problematiek waarmee mensen te maken hebben. De 51
problematiek is voor ieder persoon net weer anders en vergt daarom maatwerk. Spreiding van het goedkope woningaanbod geeft (fysieke) ruimte om maatwerk ook goed toe te kunnen passen.
•
Woonruimte via Transferpunt
Tabel 6.12: Vrijkomend goedkoop huuraanbod (2018)
Voor het faciliteren van de uitstroom van BW en MO naar zelfstandige woningen is in 2019 een ‘bemiddelingspunt’ opgericht voor de regio NoordLimburg: Transferpunt. De evenknie in Midden-Limburg heet Matchingspunt. Ten behoeve van huisvesting van kwetsbare doelgroepen die middels het transferpunt in beeld komen, stellen de corporaties maximaal 10% van de mutaties ter beschikking (waarbij de voorwaarde is dat zij nog zorg en ondersteuning ontvangen als zij uitstromen). Het transferpunt werd in eerste instantie alleen ingezet voor uitstromende mensen met een BW-indicatie en uitstromende jongeren uit de jongerenopvang. Sinds kort kunnen alle andere uitstromers uit MO hier ook aanspraak op maken. In 2019 zijn er in Noord-Limburg 42 woningen beschikbaar gesteld aan uitstromers via Transferpunt. In 2020 bedroeg dit aantal 35 woningen. In Venlo bedroeg dit aantal respectievelijk 19 en 24 woningen per jaar.
Vrijkomend goedkoop huuraanbod In onderstaande tabel geven wij een inschatting van het aantal verhuringen van goedkope huurwoningen door corporaties. Deze inschatting is opgesteld aan de hand van de mutatiegraad van woningen per prijsklasse en de verdeling van sociale huur naar prijsklasse. Dit geeft een beeld van het jaarlijks vrijkomend bezit dat aangewend kan worden voor uitstromers – maar waar uiteraard ook andere belangstellenden voor zijn. Uit deze tabel kunnen we de volgende bevindingen herleiden:
In 2018 werden er in de gemeente Venlo ca. 95 woningen aangeboden met een goedkope huur (tot € 442). In de prijsklasse € 442 tot € 633 kwamen circa 530 woningen vrij.
Prijsklasse
Mutatiegraad
Corporatiewoningen
Tot € 442 € 442 - € 633 Totaal
8,9% 6,3% -
1.050 8.440 9.490
Vrijkomend bezit per jaar 93 532 625
Bron: Inventarisatie Lokale Monitor Wonen, bewerkt door Companen
Match vraag en aanbod Jaarlijks stromen er mensen vanuit diverse zorgdoelgroepen uit in Venlo, waaronder: • 110 MO-cliënten met binding aan Venlo; hiervan schatten wij in dat 50 mensen behoefte hebben aan een (zelfstandige) woning (de overige mensen stromen door naar instellingszorg of verdwijnen uit beeld). • 60 BW-cliënten. Dit aantal uitstromers blijft voorlopig stabiel. Hiervan stromen 30 cliënten uit naar zelfstandig wonen en 20 naar een ‘tussenvorm’. • 11 á 12 kwetsbare jongeren stromen jaarlijks uit vanuit een vorm van jeugdzorg met verblijf. Van 6 á 7 jongeren schatten wij in dat zij gebaat zouden zijn bij een vorm van begeleid wonen (‘tussenvorm’). 2 jongeren stromen door richting zelfstandig wonen met hooguit ambulante begeleiding; ca. 3 jongeren stromen door naar instellingszorg (BW/MO/Wlz). Wij schatten de totale jaarlijkse uitstroom uit Jeugdhulp, MO en BW daarmee in op ca. 180 mensen. Wij schatten in dat van deze groep 110 mensen hulp nodig hebben bij het vinden van vervolghuisvesting, bestaande uit 50 BW-
52
cliënten, 50 MO-cliënten en ca. 10 kwetsbare jongeren die behoefte hebben aan zelfstandig wonen of een begeleide tussenvorm. Het aantal betaalbare huurwoningen (met een maandhuur van maximaal €634) dat op jaarbasis vrijkomt is ca. 625. Om alle uitstromers die behoefte hebben aan zelfstandige woonruimte te kunnen huisvesten, zou ca. 15%-20% van dit aanbod nodig zijn. Momenteel reserveren corporaties 10% van alle muterende woningen voor uitstromers (ca. 60-65 woningen). Wij zien daarmee een resterende huisvestingsopgave voor 45 tot 50 uitstromers op jaarbasis. Wij adviseren om hierbij jongeren (<23 jaar) geen hele woning aan te bieden, maar hiervoor kamergewijs aanbod te realiseren. Dit is ook mogelijk door woningdeling toe te staan, mits hier de juiste match aan bewoning kan worden gevonden en er wordt toegezien op een goede verstandhouding met omwonenden. Voor jongeren tot 23 jaar geldt dat zij geen aanspraak kunnen maken op (volledige) huurtoeslag als zij een woning huren met een maandhuur boven de kwaliteitskortinggrens. Voor hen zijn dus alleen de goedkoopste woningen geschikt. In dat segment komen echter maar zeer weinig woningen vrij. Kamerhuur lijkt voor deze groep een realistischer optie.
Opgaven t.a.v. de uitstroom Meer aanbod goedkope (tijdelijke) woonruimte De vraag naar passende woonvormen (al dan niet met begeleiding) voor uitstromers vanuit BW, MO en jongeren is aanzienlijk, terwijl er op jaarbasis relatief weinig woningen in de laagste prijsklasse vrijkomen en er ook andere groepen een beroep doen op dit aanbod (zoals statushouders en huishoudens met een laag inkomen). Het zal lastig blijken om met het huidige aantal vrijkomende goedkope woningen in de behoefte van alle groepen te voorzien.
Het gat tussen de huurprijs en wat men kan betalen is vooral voor jongeren een probleem. Dit vraagt dus om meer goedkoop aanbod, dan wel om de inzet van instrumenten om het financiële gat te dichten. Wij zien daarbij een kans in het flexibel (her)inrichten van sommige eengezinswoningen, zodat ze kunnen worden bewoond door woningdelers. Deze gedeelde woningen zijn dan (tijdelijk) inzetbaar als betaalbare huisvesting voor uitstromende jongeren. Hiertoe kunnen corporatiewoningen worden getransformeerd, maar we adviseren om ook mogelijkheden te verkennen om particuliere woningen te transformeren naar studio’s en/of kamers. Andere aangedragen oplossingen zijn antikraakconstructies in leegstaande bedrijfswoningen of bedrijfspanden. Tot slot, zou de gemeente de grondprijzen voor specifieke woonprojecten voor uitstromers kunnen verlagen, om zo de ontwikkeling hiervan te stimuleren. Daarbij heeft het de voorkeur om dit vastgoed dan wel blijvend in te zetten voor uitstroom (doorstroomgerichte voorziening) door te werken met tijdelijke huurcontracten (2-5 jaar). Dergelijke woningbouwplannen dienen immers nadrukkelijk een maatschappelijk belang, dat daarmee ook enige weging verdient in de grondprijs.
Afspraken maken over woonruimte voor alle uitstromers We stellen vast dat de vaste afspraken over het beschikbaar stellen van woonruimte voor uitstromers uit tussen gemeente, zorgaanbieders en corporaties nog onvoldoende voorziet in de behoefte. Wij adviseren om afspraken te maken over een (vast) jaarlijks beschikbaar aantal woningen voor alle uitstromers, met zowel corporaties als geïnteresseerde particuliere verhuurders. Zo zal het makkelijker worden voor uitstromers om aan een (goedkope) woning te komen en wordt onnodig verblijf in zorginstellingen voorkomen. De gemeente kan hierin een faciliterende rol spelen om partijen bij elkaar te brengen.
53
Meer aanbod aan tussenvormen Een aangesloten wooncarrière voor mensen na een zorgtraject is van groot belang, om te voorkomen dat zij op een later moment terugkeren in instellingszorg zoals beschermd wonen. De stap van instellingszorg naar zelfstandig wonen is in veel gevallen te groot; er is dus aanbod nodig in tussenvormen: geclusterde vormen waarbij er sprake is van minder afstand tussen zorg en cliënt, maar waar ook eigen voorzieningen en privacy kan worden geboden. Men kan hier gebruiken maken van gemeenschappelijke (buiten)ruimte, maar hoeft dit niet te doen. Meer ‘doorstroomgericht woningaanbod’ kan ook helpen om de uitstroom op peil te houden, of juist om instroom bij instellingszorg te voorkomen. Momenteel verblijven er bijvoorbeeld veel jongeren in Beschermd Wonen. Dit roept de vraag op of hier een zorgvraag of ook deels een woonvraag wordt opgelost. Om meer ‘tussenvormen’ te realiseren kan een deel van het huidige aanbod aan groepswonen getransformeerd worden. Hiervoor kunnen kansen liggen in Beschermd Wonen-locaties, als hier op meer spreiding binnen de regio wordt ingezet. Bij de transformatie ligt een uitdaging in het vinden van balans tussen kleinschaligheid en betaalbaarheid. Hierin kan het ook een optie zijn om gemengde woonvormen te realiseren met andere groepen; zo kunnen exploitatiekosten voor het vastgoed gedeeld worden.
Dit vraagt wel om een goede (vitale) mix aan zorgdragers en zorgvragers.
Samenwerken aan een landschapsschets of woonzorgladder Inwoners zullen in toenemende mate schakelen tussen wonen en/of zorg vanuit de domeinen Jeugdhulp, Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Wmo-begeleiding. In sommige gevallen zullen zij daarbij ander verblijf nodig hebben en in sommige gevallen juist andere zorg. Doorstroming vereist een geoliede schakelformule op de woonzorgladder. Wij adviseren de gemeente om met de betrokken beleidsmedewerkers te werken aan een gezamenlijke landschapsschets of woonzorgladder. Hierin kan onder andere gewerkt worden
aan eenduidige definities en vereisten voor diverse woonvormen (zoals tussenvormen) en zorggroepen, de aansluiting tussen diverse woonvormen en een gestroomlijnde monitoring. Het doel is om het aanbod zo passend mogelijk te maken, en elkaars taal en systematiek beter op elkaar te laten aansluiten. die sluitend is, maar ook zo min mogelijk mensen/groepen uitsluit. Om zo ook te voorkomen dat mensen te lang zitten in een bepaalde trap van de woonladder, bijvoorbeeld crisisopvang of instellingszorg. Voor sommige groepen, zoals jonge moeders en gezinnen die begeleiding nodig hebben, is daarbij aanvullend aanbod nodig aan tussenvormen gewenst.
Spreiding van uitstroom over de wijken Uitstromers vanuit BW hebben over het algemeen behoefte aan een (zeer) goedkope huurwoning. Zeker in stedelijk gebied komen zij daardoor vaak in wijken terecht waar veel goedkope woningen bij elkaar staan - vaak wijken met een concentratie van sociaaleconomische problematiek. Door uitstomers te huisvesten in deze wijken, neemt de problematiek in deze wijken verder toe. Dat kan de leefbaarheid onder druk zetten en het draagvlak voor uitstroom ondermijnen. Bij het maken van uitstroomafspraken met corporaties is het wenselijk hier aandacht voor te hebben. Dat vraagt om een analyse van de draaglast van wijken en buurten, en om de bereidheid om ook buiten de geijkte wijken op zoek te gaan naar geschikte woonruimte voor uitstromers.
Integrale aanpak voor mensen met multiproblematiek in de wijk Zorgaanbieders geven aan dat het aantal cliënten met multiproblematiek toeneemt, nu in de breedte een verzwaring van de zorgvraag wordt gezien. Er is meer, langer en specifiekere zorg nodig. Cliënten worden ook steeds ouder. Ook dit leidt tot een toename aan multiproblematiek. Corporaties zien vaker mensen met multiproblematiek of een complexe zorgvraag in de wijk wonen.
54
Wij adviseren om een integrale aanpak op te stellen voor de begeleiding van deze groep mensen, tussen gemeente, corporaties en zorgaanbieders.
Ketensamenwerking verbeteren Om te werken aan verbetering van de leefbaarheid in de wijken, is een betere ketensamenwerking tussen zorginstellingen en woningcorporaties gewenst. De deelnemers geven aan dat deze samenwerking op drie elementen gericht dient te zijn: • Het bewerkstelligen van een goede spreiding van zorgvragers over de gemeente • Samenwerking aan de voorkant van een zorgtraject om te bekijken wat iemand wel/niet kan • Bij noodsituaties moet er snel en gezamenlijk ingegrepen kunnen worden
•
•
van uitstromers beter worden benadrukt. Draag dan uit wat iemand wel kan bijdragen in de wijk. Het is daarbij handig om aan de voorkant te kijken hoe iemand in de wijk kan integreren. Het is daarnaast van groot belang om dezelfde taal te leren spreken. In het fysieke en sociale domein geldt een andere mentaliteit en een ander referentiekader. Dit vraagt om aandacht bij alle partners in de keten. De AVG moet niet opgeworpen worden als een barrière voor de samenwerking. Het is makkelijk om te schuilen achter wet- en regelgeving, en hierdoor obstakels op te werken in het uitwisselen van signalen en informatie. Dit komt het proces niet ten goede.
Deze punten kennen de volgende uitwerking: • Leefbaarheid is een verantwoordelijkheid van inwoners, maar ook van professionals in de wijk. Met collega-organisaties moeten afspraken worden gemaakt over wie wanneer nodig is. Men moet ook van elkaar weten wat de ander niet doet, zodat elke organisatie genoeg informatie beschikbaar heeft om de eigen professionals goed in te zetten. • Individuele professionals moeten vervolgens genoeg handelingsvrijheid ervaren om deze verantwoordelijk te kunnen nemen, en dus ook om zo snel te kunnen reageren. Hier moet meer ruimte voor worden gemaakt in de toekomst (in budgetten), maar ook in de taakverdeling binnen de organisaties zelf. Het bieden van meer maatwerk kan een manier zijn om de bestaande regels om te buigen en de handelingssnelheid te bevorderen. • De “not in my backyard” instelling moet gezamenlijk worden aangepakt. Hierbij kan de nadruk liggen op het snel (gezamenlijk) aanpakken van probleemsituaties. Een andere aanpak kan zijn dat de positieve verhalen 55
Bijlage 1: Afkortingen en begrippen •
•
Ambulantisering (GGZ): afbouwbeleid van intramurale zorg. Een deel van de GGZ-
Woonvormen
Cliënten die voorheen zorg met verblijf in een instelling kreegt, wordt voortaan
Ouderen
ambulant begeleid in hun eigen woning.
•
BW: Beschermd Wonen (GGZ). Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Beschermd Wonen is binnen de Wmo
•
betrekken hierin alleen het aanbod voor de Wlz-zorg. •
woonvorm met 10 of meer wooneenheden en met een welzijnsvoorziening
Extramuralisering: het streven om buiten de muren van een zorginstelling gelijk-
(bijvoorbeeld ontmoetingsruimte, recreatievoorziening of buitenruimte voor
ambulantisering gaat het niet zozeer om individuele cliënten vanuit een instelling
gezamenlijk gebruik) in de directe woonomgeving (500 meter) of inpandig. •
gezinswoningen als om appartementen of studio’s waar ook mensen zonder
genomen in een instelling.
zorgvraag kunnen wonen.
MPT: Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deel-
•
•
Geschikte woning: reguliere woning die geschikt is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. Alle primaire voorzieningen liggen
PGB: Persoonsgebonden budget: een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert.
•
Reguliere woning: ‘gewone’, niet-geclusterde woning. Het gaat hierbij zowel om
in de wijk te laten wonen, maar dat nieuwe cliënten minder snel worden op-
verstrekking die kan worden gecombineerd met het PGB. •
Geclusterde wonen voor ouderen: Woningen met een label voor senioren in een
2015 een maatwerkvoorziening. waardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning. Anders dan bij
•
24-uurszorg: Wooneenheden in een verpleeghuis of een woonzorgcentrum. Wij
gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. •
Potentieel geschikte woning: reguliere woning die geschikt te maken is voor
PG: Psychogeriatrie. Aandoeningen die gepaard gaan met beperkingen van de
ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking door een
geestelijke vermogens (psycho) op hogere leeftijd (geriatrie).
woningaanpassing, zoals een traplift of een aangepaste badkamer.
Scheiden wonen en zorg: Cliënt betaalt zelf de huur en de kosten voor
•
Niet-geschikte woning: reguliere woning die alleen bij een ingrijpende renovatie
levensonderhoud.
geschikt te maken is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte)
•
SOM: Somatiek. Zorg bij lichamelijke ziektes.
lichamelijke beperking.
•
VG: Verstandelijk Gehandicpat.
•
VPT: Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale
Verstandelijk beperkten
verstrekking die thuis kan worden geleverd.
•
Geclusterd wonen: Woonvorm waarbij de bewoner een eigen appartement of
•
Wlz: Wet langdurige zorg
studio heeft met voorzieningen, maar ook met een ontmoetingsruimte in of bij het
•
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning
pand. Betreft zowel groepswonen als het wonen in geclusterde appartementen,
•
Zvw: Zorgverzekeringswet
waarbij begeleiding 24-uur aanwezig kan zijn of 24-uur oproepbaar is.
56
•
Groepswonen: een specifieke vorm van geclusterd wonen, waarbij bewoners een kamer hebben en voorzieningen als keuken en woonkamer delen met andere bewoners.
•
Gespikkeld wonen: wonen in een reguliere, niet-geclusterde woning in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden kan worden.
Kwetsbare jongeren •
Geclusterd begeleid wonen: Doorstroomgerichte ‘tussenvorm’, waarbij jongeren (intensieve) begeleiding ontvangen bij het zelfstandig wonen. In fases groeien zij toe naar zelfstandigheid. Voorbeelden zijn kamertrainingscentra of fasehuizen.
57
Bijlage 2: Toelichting vraaganalyse Tijdens werksessies met welzijnsorganisaties, corporaties, zorgaanbieders en zorgkantoor zijn diverse trends en ontwikkelingen in het wonen met zorg voor ouderen besproken. Op basis van deze informatie, is er een vertaling opgesteld van de zorgvraag naar de woonvraag. Deze vertaling is tweeledig; één op basis van de huidige situatie (2021) en één met verwachtingen voor de toekomst (2040). De basisvariant ouderenzorg bestaat uit een prognose waarbij de huidige situatie (2021) door is gerekend. De trendvariant ouderenzorg rekent met een geleidelijke trendontwikkeling richting de toekomstige situatie. Vertaling van zorgvraag naar woonvraag, basisvariant (2021)
Woonvormen voor 65-plussers in 2021 Regulier wonen Geclusterd wonen 24-uurszorg
Zorgtrede 1 88% 12% 0%
Zorgtrede 2 88% 12% 0%
Zorgtrede 3 80% 20% 0%
Zorgtrede 4 70% 30% 0%
Zorgtrede 5 60% 40% 0%
Zorgtrede 6 3% 9% 88%
In de trendvariant schuiven de percentages in diverse zorgtreden tussen de verschillende woonvormen, op basis van de trends en ontwikkelingen (zie onderstaande tabel). Vertaling van zorgvraag naar woonvraag, milde trendvariant (2030)
Woonvormen voor 65-plussers in 2040 Regulier wonen Geclusterd wonen 24-uurszorg
Zorgtrede 1 85% 15% 0%
Zorgtrede 2 85% 15% 0%
Zorgtrede 3 65% 35% 0%
Zorgtrede 4 60% 40% 0%
Zorgtrede 5 50% 50% 0%
Zorgtrede 6 10% 15% 75%
58
Wij hebben eveneens een aannamestelsel opgenomen voor de kwalitatieve vraag van de doelgroep VG; welke cliënten zijn in staat om gespikkeld te kunnen wonen, nu en in 2040? De basisvariant VG bestaat uit een prognose waarbij de huidige situatie (2021) door is gerekend. De trendvariant VG rekent met een geleidelijke trendontwikkeling richting de toekomstige situatie in het kader van geclusterd en gespikkeld wonen. Vertaling van zorgvraag naar woonvraag, basisvariant (2021)
Zorgzwaartepakketten SG(LVG) VG1 VG2 VG3 VG4 VG5 VG6 VG7 VG8
Aandeel geclusterd 0% 100% 50% 50% 85% 100% 100% 95% 100%
Aandeel gespikkeld 100% 0% 50% 50% 15% 0% 0% 5% 0%
In de trendvariant schuiven de percentages in diverse zorgzwaartepakketten tussen de verschillende woonvormen, op basis van de trends en ontwikkelingen (zie onderstaande tabel). Vertaling van zorgvraag naar woonvraag, trendvariant (2040)
Zorgzwaartepakketten SG(LVG) VG1 VG2 VG3 VG4 VG5 VG6 VG7 VG8
Aandeel geclusterd 0% 85% 0% 0% 67% 100% 100% 85% 100%
Aandeel gespikkeld 100% 15% 100% 100% 33% 0% 0% 15% 0%
59
Bijlage 3: Aanbod in Venlo per zorgaanbieder, doelgroep en woonvorm Aanbod doelgroep ouderen
Zorgaanbieder De Zorggroep De Zorggroep De Zorggroep De Zorggroep De Zorggroep De Zorggroep De Zorggroep De Zorggroep De Zorggroep De Zorggroep De Zorggroep De Zorggroep Dagelijks Leven Proteion Proteion Stepping Stones Herbergier PavoZorg Totaal
Locatie Beerendonck Tollensstraat Crescendo De Nieuwe Munt IEP D'n Horstgraaf Meeuwbeemd De Linde Ruijsstraat Sinselhof St. Julia Magnoliahof Het Annahuis De Wachtpost Klosterhoaf Villa Dalia Herbergier Blerick PavoZorg Tegelen
24-uurszorg PG 23 36 35 42 16 118
24-uurszorg SOM 97
Respijtzorg
Revalidatie
Geclusterd wonen
7 42 50
24
33
123 28 32
20 20 35 25 24 16 24 494
32 55 48 60 1 17
507
32
33
17
60
Aanbod doelgroep VG
Zorgaanbieder
Locatie
Dichterbij
De Hogeweg
Gespikkeld wonen
Geclusterd wonen
Groepswonen 4
Dichterbij
Keramiekstraat
5
Dichterbij Dichterbij
Kloosterstraat Vvan Postelstraat
Dichterbij
Wolweverstraat
Dichterbij Dichterbij Dichterbij Dichterbij Daelzicht Daelzicht Stichting PSW Thomashuis Thomashuis Fokus Maatwerk Zorggroep Totaal
Wonen Blerick Straelseweg Op 't Aardbroek Lingsterhofweg (de Knaak) en Heren van Tegelen Maasschriksel Synagogenplein WBC Tegelen Thomashuis Blerick Thomashuis Venlo Fokus Venlo Blerick Losse woningen op verschillende plekken
9 4
4 6 15
26
4 12 4 10
18 18 21 9 7 7 26
68
89
Aanbod doelgroep LG/NAH Zorgaanbieder De Zorggroep Fokus SGL SGL Pluryn Totaal
Locatie De Witte Steen Fokus Venlo Blerick WBC Het Vlinderhuis WBC Velden Wachtpoststraat
Gespikkeld wonen
Geclusterd wonen 44
Groepswonen 14
14 14 7 94
14
15
15
61
Aanbod GGZ-Wonen Zorgaanbieder Leger des Heils Twende stichting Twende stichting Twende stichting Twende stichting Maatwerk Zorggroep Totaal
Locatie Domus Sinselveld Velden Blerick Leutherweg Manresastraat Losse woningen op verschillende plekken
Gespikkeld wonen
Geclusterd wonen 15
Groepswonen 8 5 5 4
2 2
15
27
Aanbod doelgroep BW Zorgaanbieder Leger des Heils Twende stichting MET ggz MET ggz MET ggz MET ggz MET ggz Cooperatie Limburgse Zorgboeren UA Redos bv Stichting Incluzio Uitvoering Stichting Incluzio Uitvoering Koraal Stichting Bijzonder Jeugdwerk Moveoo Care-Plus Totaal
Locatie Domus Sinselveld Velden Arsenaalplein Deken van Oppensingel Laurentiusstraat Willem de Zwijgerstraat Frederik Hendrikstraat Jaegershoes Bongerdstraat Wonen Venlo Wonen Belfeld Oranjestraat De Sluis Hogeweg Gerard Doustraat
Gespikkeld wonen 6*
Geclusterd wonen 8
Groepswonen 4 12 8
11 13 15 1 3
7
7 7 36
14 14 14 3 18
113
* 64 overige woningen worden ingezet voor cliënten met Wmo-begeleiding, waaronder Housing First.
62
Bijlage 4: Overzicht van voorzieningen en aanbod per wijk en kern In de kaart links geven wij de aanbodlocaties weer per wijk en kern. Via de onderstaande link kunt u de kaart inzien van de voorzieningen in Venlo, alsmede de locaties voor ouderenhuisvesting. Voor de groep ouderen is nabijheid van voorzieningen van groter belang, door de beperkte afstanden die mensen met een mobiliteitsbeperking kunnen afleggen. In de link kunt u in- en uitzoomen per gebied om te bezien welke huisvesting nabij voorzieningen gelegen zijn, en welke gebieden (met voorzieningen) kansrijk zijn voor nieuwe ontwikkelingen voor ouderenhuisvesting. https://www.companen.nl/arcgis/voorzieningenvenlo
63
Bijlage 5: Aanvullende tabellen met o.a. gegevens op wijk-/kernniveau In deze bijlage tonen we diverse tabellen die als achtergrond dienen bij de hoofdstukken. Het gaat hierbij vaak om een verdere uitsplitsing van data. Verwachte vraag naar geclusterd wonen, uitgesplitst naar woonconcept (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal) Seniorencomplex (app) Serviceflat (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (app) Hofjeswonen (ggb) Grondgebonden woningen (ggb) Zorgvilla (app)* Luxe appartementen* Totaal
2021 510 370 390 490 510 490 80 120 2970
Toename 2021-2030 +60 tot + 110 +0 tot + 60 +50 tot + 110 +150 tot + 240 +160 tot + 260 +60 tot + 140 +70 tot + 90 +110 tot + 140 +580 tot + 1.140
Toename 2021-2040 +160 tot + 260 +80 tot + 210 +110 tot + 250 +230 tot + 340 +240 tot + 460 +10 tot + 160 +120 tot + 170 +180 tot + 250 +1.090 tot + 2.320
* Kan ook de verschijningsvorm aannemen van woonboerderijen. Bron: CBS-microdata, Woonzorgweter en Woonwensenonderzoek STEC; bewerking Companen
64
Vraagprognose woonvormen per wijk/kern, trendvariant (2021 - 2040; afgerond op tientallen) Wijken Arcen Belfeld Blerick-Midden Blerick-Noord Blerick-Zuid Boekend Het Ven Hout-Blerick Klingerberg Lomm Op de Hei Steyl Tegelen-Centrum Trade-Port Velden Venlo-Centrum Venlo-Noord Venlo-Oost-Noord Venlo-Oost-Zuid Venlo-Zuid Vossener Totaal
Geclusterd wonen voor ouderen 2021 2025 90 110 170 200 250 280 120 130 130 160 20 30 70 80 90 110 60 90 30 40 140 170 100 120 330 380 20 20 160 190 130 150 240 270 350 400 140 170 230 270 80 100 2.970 3.460
2030 130 240 320 160 170 30 100 130 110 40 200 140 440 20 230 190 310 470 210 320 130 4.110
2040 160 310 410 230 190 40 130 160 160 50 270 180 560 30 290 240 410 600 270 440 170 5.290
24-uurszorg 2021 30 60 90 40 40 0 20 30 20 10 40 30 110 0 50 40 80 110 40 70 20 930
2025 30 60 90 40 50 0 20 30 20 10 50 30 110 0 60 40 80 130 50 70 20 990
2030 40 70 90 40 50 10 30 40 20 20 50 40 130 0 60 50 90 130 50 90 30 1.130
2040 40 90 110 60 50 10 40 40 40 20 70 50 150 0 80 60 110 160 70 110 40 1.400
Bron: Woonzorgweter, Companen.
65
Gewenste woonconcepten in aandelen per stadsdeel
Stadsdeel Tegelen
Stadsdeel Venlo 2021
17%
13%
2030
16%
10%
13%
17%
18%
2040
18%
11%
13%
17%
18%
14%
0% 20% Seniorencomplex (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (ggb) Zorgvilla (app)
16%
40%
17%
3%4%
2021
17%
15%
4% 6%
2030
14%
10%
12%
18%
19%
16%
4% 7%
12%
4% 7%
2040
15%
11%
11%
18%
19%
12%
5% 8%
16%
12%
0% 20% Seniorencomplex (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (ggb) Zorgvilla (app)
60% 80% 100% Serviceflat (app) Hofjeswonen (app) Grondgebonden woningen (ggb) Luxe appartementen (app)
18%
12%
2030
17%
10%
2040
19%
11%
0% 20% Seniorencomplex (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (ggb) Zorgvilla (app)
14%
14%
16%
17%
14% 40%
17%
17%
40%
17%
17%
2%3%
60% 80% 100% Serviceflat (app) Hofjeswonen (app) Grondgebonden woningen (ggb) Luxe appartementen (app)
Stadsdeel Arcen en Velden
Stadsdeel Blerick 2021
13%
16%
17%
2%3%
2021
14%
13%
9%
18%
21%
14%
4% 6%
17%
16%
3% 5%
2030
9%
11%
8%
19%
23%
13%
6% 10%
17%
13%
4% 6%
2040
9%
12%
8%
20%
23%
10%
7%
40%
60% 80% 100% Serviceflat (app) Hofjeswonen (app) Grondgebonden woningen (ggb) Luxe appartementen (app)
60% 80% 100% Serviceflat (app) Hofjeswonen (app) Grondgebonden woningen (ggb) Luxe appartementen (app)
0% 20% Seniorencomplex (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (ggb) Zorgvilla (app)
11%
66
Aanbod geclusterd woningaanbod naar wijk, kern en marktsegment (situatie 2021) Wijk/kern Arcen Belfeld Blerick-Midden Blerick-Noord Blerick-Zuid Boekend Op de Hei Tegelen-Centrum Velden Venlo-Centrum Venlo-Zuid Venlo-Oost-Noord Venlo-Noord Venlo-Oost-Zuid Onbekend Totaal
Geclusterd wonen met 24uurszorg 25 0 100 0 0 16 0 184 0 120 148 35 123 324 0 1.001
Geclusterd wonen Sociale huur 15 85 465 15 335 0 60 300 40 75 180 260 320 120 0 2.270
Particuliere huur 0 0 40 0 0 0 0 130 0 75 50 45 35 0 15 390
Koopsector 0 30 105 0 60 0 0 140 30 75 85 170 145 0 0 840
Bron: Aanbodinventarisatie, Companen.
67
Geschiktheid van de totale woningvoorraad naar wijk/kern Wijk Arcen Belfeld Blerick-Midden Blerick-Noord Blerick-Zuid Boekend Het Ven Hout-Blerick Klingerberg Lomm Op de Hei Steyl Tegelen-Centrum Velden Venlo-Centrum Venlo-Noord Venlo-Oost-Noord Venlo-Oost-Zuid Venlo-Zuid Vossener Gemeente Venlo
Geschikt voor ouderen 13% 14% 28% 6% 50% 9% 9% 12% 6% 7% 6% 27% 28% 13% 57% 32% 28% 22% 28% 4% 25%
Geschikt te maken 47% 45% 12% 26% 28% 63% 64% 66% 60% 58% 47% 35% 26% 54% 8% 19% 30% 24% 36% 75% 34%
Niet geschikt voor ouderen 40% 41% 60% 68% 22% 29% 27% 22% 33% 35% 48% 37% 46% 32% 35% 49% 42% 54% 35% 21% 42%
Bron: WOZ-registratie Venlo, bewerkt door Companen (2021).
• •
•
De geschiktheid is het hoogst in de wijken Venlo-Centrum (57%), Blerick-Zuid (50%) en Venlo-Noord (32%). In deze wijken is een hoge concentratie van huurappartementen met lift aanwezig. In Vossener (75%), Hout-Blerick (66%), Het Ven (64%), Boekend (63%) en Klingerberg (60%) staan relatief de meeste geschikt te maken woningen. De grootste kansen voor woningaanpassingen liggen dus hier. Dit zijn wijken met een concentratie aan rijwoningen (Klingerberg en Vossener) en vrijstaande woningen (Boekend, HoutBlerick en Het Ven) met een ouder bouwjaar. Ook staan er in deze wijken veel koopwoningen. De kansen voor woningaanpassingen zijn het kleinst in Venlo-Centrum (8%), Blerick-Midden (12%) en Venlo-Noord (19%). In Venlo-Centrum en Venlo-Noord staan relatief weinig grotere eengezins koopwoningen. De woningvoorraad in Blerick-Midden bestaat relatief veel uit huurwoningen met een ouder bouwjaar (voor 1965). De wijken Blerick-Noord (68%), Blerick-Midden (60%) en Venlo-Oost-Zuid (54%) hebben relatief veel niet voor ouderen geschikte woningen. In Blerick-Noord en BlerickMidden staat een concentratie aan appartementen zonder lift. In Venlo-Oost-Zuid staan vaak eengezins koopwoningen met een ouder bouwjaar (voor 1965). 68
Geschiktheid van woningvoorraad corporaties per wijk/kern Wijk Arcen Belfeld Blerick-Midden Blerick-Noord Blerick-Zuid Boekend Het Ven Hout-Blerick Klingerberg Lomm Op de Hei Steyl Tegelen-Centrum Velden Venlo-Centrum Venlo-Noord Venlo-Oost-Noord Venlo-Oost-Zuid Venlo-Zuid Vossener Gemeente Venlo
Geschikt voor ouderen 32,92% 25,61% 45,85% 8,94% 81,51% 33,33% 100,00% 81,82% 20,50% 15,63% 18,21% 65,65% 61,10% 40,61% 74,29% 36,60% 72,16% 35,42% 49,83% 24,16% 46,52%
Geschikt te maken 31,68% 19,00% 4,82% 5,77% 4,17% 66,67% 0,00% 0,00% 46,44% 9,38% 17,41% 7,69% 4,18% 16,67% 8,07% 12,57% 15,28% 2,94% 13,54% 0,00% 10,68%
Niet geschikt voor ouderen 35,40% 55,39% 49,34% 85,29% 14,32% 0,00% 0,00% 18,18% 33,05% 75,00% 64,38% 26,65% 34,73% 42,73% 17,64% 50,83% 12,56% 61,65% 36,63% 75,84% 42,79%
Bron: WOZ-registratie Venlo, corporaties, bewerkt door Companen (2021).
•
•
•
Het Ven (100%), Blerick-Zuid (82%), Hout-Blerick (82%), Venlo-Centrum (74%) en Venlo-Oost-Noord (73%) zijn de wijken met het hoogste aandeel geschikte corporatiewoningen. Verder staan er in Blerick-Noord (9%), Lomm (16%), Op de Hei (18%), Klingerberg (21%), Vossener (24%) en Belfeld (25%) naar verhouding weinig voor ouderen geschikte corporatiewoningen. In Boekend (67%) en Klingerberg (46%) en Arcen (32%) staan relatief de meeste geschikt te maken corporatiewoningen. De grootste kansen voor woningaanpassingen voor woningcorporaties liggen dus hier. De kansen voor woningaanpassingen zijn het kleinst in Tegelen-Centrum (4%), Venlo-Oost-Zuid (3%), Blerick-Midden (6%), VenloCentrum (8%), Blerick-Noord (6%), Blerick-Zuid (4%), Steyl (8%) en Lomm (9%). Opvallend is dat in Het Ven, Hout-Blerick en Vossener geen geschikt te maken corporatiewoningen staan. Er staan relatief veel niet geschikte woningen in Vossener (76%), Blerick-Noord (86%) en Lomm (75%).
69
Huisvestingsopgave woonvormen per wijk/kern, trendvariant (2021 - 2040; afgerond op tientallen) Wijken Arcen Belfeld Blerick-Midden Blerick-Noord Blerick-Zuid Boekend Het Ven Hout-Blerick Klingerberg Lomm Op de Hei Steyl Tegelen-Centrum Trade-Port Velden Venlo-Centrum Venlo-Noord Venlo-Oost-Noord Venlo-Oost-Zuid Venlo-Zuid Vossener Totaal
Geclusterd wonen voor ouderen 2020 2025 -75 -95 -55 -85 360 330 -105 -115 265 235 -20 -30 -70 -80 -90 -110 -60 -90 -30 -40 -80 -110 -100 -120 240 190 -20 -20 -90 -120 95 75 75 45 125 75 360 330 -110 -150 -80 -100 515 25
2030 -115 -125 290 -145 225 -30 -100 -130 -110 -40 -140 -140 130 -20 -160 35 5 5 290 -200 -130 -625
2040 -145 -195 200 -215 205 -40 -130 -160 -160 -50 -210 -180 10 -30 -220 -15 -95 -125 230 -320 -170 -1.805
24-uurszorg 2020 -5 -60 10 -40 -40 15 -20 -30 -20 -10 -40 -30 75 0 70 110 -45 15 285 -70 -20 150
2025 -5 -60 10 -40 -50 15 -20 -30 -20 -10 -50 -30 75 0 60 110 -45 -5 275 -70 -20 90
2030 -15 -70 10 -40 -50 5 -30 -40 -20 -20 -50 -40 55 0 60 100 -55 -5 275 -90 -30 -50
2040 -15 -90 -10 -60 -50 5 -40 -40 -40 -20 -70 -50 35 0 40 90 -75 -35 255 -110 -40 -320
Bron: Woonzorgweter, Companen.
70
Bijlage 6: Woonstijlen De woonwensen van ouderen zijn divers. Er bestaat geen blauwdruk voor het ‘geclusterd wonen’. De woonvorm ‘geclusterd wonen’ is een verzamelnaam voor diverse woningtypes en woonconcepten die beschutting, comfort en ontmoeting bieden. Verschillende groepen ouderen zoeken daarbij verschillende type geclusterde woonvormen. Welke keuzes groepen ouderen hierin maken is onder meer afhankelijk van hun woonwensen, die wij classificeren als zogeheten woonstijlen. De ‘woonstijl’ is een adaptie van de sociologische term ‘leefstijl’. Via ‘woonstijlen’ worden sociologische inzichten gebruikt om woongedrag te classificeren.
Voorkeuren van woonstijlen naar woonconcept binnen geclusterd wonen
100% 90%
5% 5% 25%
80% 70% 60%
Stille Generatie (1940 e.o.) Protestgeneratie (1940-1955) Generatie X (1955-1970)
Kwetsbare Ouderen Traditionele buurtbewoners Actieve buurtbewoners
Oudere comfortzoekers Vitale comfortzoekers Moderne hofjesbewoners
Welgestelde cultuurminnaars Welgestelde levensgenieters Ondernemende levensgenieters
Wij zien negen dominante woonstijlen onder huidige en toekomstige generaties ouderen (50+), die elk een eigen profiel en type woonwensen hebben. De indeling naar woonstijlen is gebaseerd op analyses van woongedrag en woonwensen van ouderen, zoals die naar voren komen in CBS-microdata, het woonwensenonderzoek van STEC (2021) en sociologisch onderzoek naar generaties en waardepatronen. Deze inzichten zijn gekoppeld aan achtergrondkenmerken van ouderen, zoals het inkomen, leeftijd, huishoudenssamenstelling, stedelijkheid, opleiding en vermogen. In de volgende pagina’s geven we een profielschets van elke woonstijl en hun woonwensen. De figuur rechts geeft aan welke woonconcepten goed passen bij de woonstijlen.
20% 20% 20%
20%
10%
15%
25% 10%
20%
10%
15% 15% 15%
25%
20% 20%
20%
15%
20%
20%
10%
25% 25%
10% 10%
25% 25%
0%
Seniorencomplex (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (ggb) Zorgvilla (app)
20%
10%
20%
15%
10%
35%
25%
10%
25%
20%
20%
25% 15%
5% 10%
5%
45%
20% 10%
15%
15%
10%
25%
10% 15%
10%
5% 5%
10%
15%
20%
30%
10%
15%
35% 10%
40%
20%
10% 15%
10%
50% Indeling van 9 woonstijlen naar generatie (geboortejaar) en financiële positie Lagere financiële Middel financiële Hoge financiële positie positie positie
5% 15%
20%
20% 15%
5%
5%
Serviceflat (app) Hofjeswonen (app) Grondgebonden woningen (ggb) Luxe appartementen (app)
Bron: CBS-microdata en woonwensenonderzoek STEC (2021); bewerking Companen
71
Voorkeuren van woonstijlen naar woonconcept binnen geclusterd wonen
100% 90%
11%
8%
6%
8%
80% 70%
15%
40%
6% 16%
7%
5% 7%
31%
11%
5% 6%
8% 29%
20%
3% 3% 9%
1% 1% 10%
9%
6%
17%
10%
0%
10%
2% 11%
10% 8%
28%
23% 2% 3% 13%
3% 1% 8%
30% 37%
5%
10%
8% 27%
6% 4% 3% 1%
8%
5%
21%
17%
42%
8%
4%
2% 4% 16%
12% 40%
20%
11%
29% 23% 14% 3%
1%
21%
3% 18%
3% 7% 4% 4%
18% 5% 5%
2% 4% 6% 6%
9% 14%
26%
26%
10%
7%
13%
20%
13%
17%
6%
30%
27%
6% 15%
11% 8% 18%
14%
18%
18%
16%
1% 3% 7%
2% 3% 5%
8% 3% 5% 7%
21%
20% 23%
1% 4% 9%
17%
8%
22%
5% 8%
21%
33%
9%
20%
10%
8%
10%
28%
4% 4%
8%
5% 5%
15%
24% 33%
39% 5%
5% 6%
10%
27%
29% 22%
10%
25% 33%
16%
12%
6%
26% 31%
29%
3% 4%
11%
10%
30%
10%
11% 6%
60% 50%
5% 6%
Kwetsbare ouderen
Oudere comfortzoekers
Welgestelde cultuurminnaars
Traditionele buurtbewoners
Welgestelde levensgenieters
Actieve buurtbewoners
Moderne hofjesbewoners
Ondernemende levensgenieters
17%
3% 3% 3%
11%
18% 13%
12%
9%
8% 3% 5% 5%
20%
2% 4%
2% 3%
9%
9%
Vitale comfortzoekers
Bron: CBS-microdata en WoON2018; bewerking Companen
72
Kwetsbare ouderen Kwetsbare ouderen behoren tot de ‘stille generatie’ (1925 – 1940). Deze groep ouderen heeft een leeftijd van 80 jaar of ouder. De groep heeft een lagere inkomenspositie en een beperkt vermogen. Zij zijn doorgaans lager opgeleid. Het merendeel van de kwetsbare ouderen woont in een corporatiewoning.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Kwetsbare ouderen hebben een traditionele waardeoriëntatie, die voornamelijk gevormd is door de waarden en normen die men ‘vanuit huis’ mee kreeg. Kwetsbare ouderen komen voort uit een plichtsgetrouwe generatie, waarin een zuinig en bescheiden leven voorop staat. Voor deze groep staat de gemeenschap in het middelpunt in plaats van het individu. Kwetsbare ouderen zijn trouw aan collectieve organisaties zoals ouderenbonden, vakbonden en goede doelen. Echter ondernemen ze geen politieke of maatschappelijke actie. Moderne communicatiemiddelen worden door kwetsbare ouderen niet of nauwelijks gebruikt.
Vrije tijd & consumptie
Kwetsbare ouderen hebben een gemiddeld aantal verzekeringen maar Kwetsbare ouderen hebben vaak geen auto en steunen bekende goede doelen, omdat dit zo ‘hoort’.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 85% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 15%, geeft 70% aan misschien en 17% beslist te willen verhuizen, 9% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 4% heeft al een andere woning gevonden. Kwetsbare ouderen wonen relatief vaak in een gelijkvloerse woning, die al is aangepast voor een eventuele handicap. Daarnaast wonen kwetsbare ouderen vaak in seniorenwoningen, binnen een complex of als aanleunwoning. Veel kwetsbare ouderen geven aan dat gezondheid een reden vormt om te verhuizen. De gewenste woningen bij verhuizing zijn met name appartementen. De groep heeft hierbij over het algemeen ook een sterke voorkeur om samen te wonen, mede om meer sociaal contact te kunnen leggen. De nabijheid van supermarkten en OV is belangrijk voor de groep kwetsbare ouderen.
Vanwege de hoge leeftijd, beperkte financiële middelen en traditionele oriëntatie, ondernemen kwetsbare ouderen relatief weinig activiteiten. Deze groep onderneemt met name traditionele hobby’s, zoals lezen, puzzelen, breien, verzamelen en tuinieren. Kwetsbare ouderen lezen vooral regionale kranten en omroepbladen. Nederland 1 ,2 en 3 en RTL-zenders zijn favoriet op de TV. Het aankopen van producten via het internet doet de groep nauwelijks.
73
Oudere comfortzoekers Oudere comfortzoekers behoren tot de ‘stille generatie’ (1925 – 1940). Deze groep ouderen is 80-plus en beschikt over een midden inkomenspositie en een modaal vermogen. Zij zijn doorgaans lager of midden opgeleid. Net zoals de groep kwetsbare ouderen woont het merendeel van de oudere comfortzoekers in een corporatiewoning.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Oudere comfortzoekers hebben een traditionele waardeoriëntatie, die voornamelijk gevormd is door de waarden en normen die men ‘vanuit huis’ mee kreeg. Oudere comfortzoekers komen voort uit een plichtsgetrouwe generatie, waarin een zuinig en bescheiden leven voorop staat. Voor deze groep staat de gemeenschap in het middelpunt in plaats van het individu. Oudere comfortzoekers hebben relatief veel vertrouwen in de overheid, banken en de zorg. Moderne communicatiemiddelen worden door oudere comfortzoekers niet of nauwelijks gebruikt.
Vrije tijd & consumptie Vanwege de hoge leeftijd en traditionele oriëntatie, ondernemen oudere comfortzoekers relatief weinig activiteiten. Deze groep gaat soms naar een restaurant en houdt zich bezig met kruiswoordpuzzels, lezen, puzzelen, bordspellen en tuinieren.
Oudere comfortzoekers hebben weinig interesse in financiële producten. Verzekeringen worden vaak afgesloten bij de grote banken. Deze groep ouderen doneert jaarlijks een bescheiden bedrag voor fondsen zoals KWF Kankerbestrijding, Nederlandse Hartstichting en Zonnebloem. Sommige oudere comfortzoekers hebben één tweedehands auto van het merk Suzuki, Peugeot of Volkswagen.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 80% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 20%, geeft 71% aan misschien en 10% beslist te willen verhuizen, 15% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 3% heeft al een andere woning gevonden. Oudere comfortzoekers wonen overwegend binnen een complex, in de vorm van woonzorgcentrum, bejaardentehuis of serviceflat. De woningen binnen deze complexen zijn vaak gelijkvloers. Gezondheid vormt ook voor deze groep de grootste reden tot eventuele verhuizing. Oudere comfortzoekers spreken vaker een wens uit om samen te wonen met andere huishoudens, bijvoorbeeld in appartementencomplexen. Bij de keuze voor een woonplek is ook voor deze groep de nabijheid van supermarkten en OV belangrijk.
Oudere comfortzoekers lezen graag regionale kranten en maken gebruik van omroepbladen zoals Troskompas en KRO Magazine. Daarnaast leest deze groep graag bladen zoals Libelle, Privé en Plus magazine. Publieke televisiezenders, RTLzenders en Veronica worden veel bekeken door oudere comfortzoekers. De radio staat vaak afgestemd op een regionale radiozender.
74
Welgestelde cultuurminnaars Welgestelde cultuurminnaars vallen onder de ‘stille generatie’ (1925 – 1940). Deze groep ouderen is op hoge leeftijd (80-plus) en beschikt over een hoge inkomenspositie en een hoog vermogen. Zij zijn doorgaans hoger opgeleid. De welgestelde cultuurminnaars wonen voornamelijk in koopwoningen.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Welgestelde cultuurminnaars hebben een traditionele waardeoriëntatie, die voornamelijk gevormd is door de waarden en normen die men ‘vanuit huis’ mee kreeg. Oudere comfortzoekers komen voort uit een plichtsgetrouwe generatie, waarin een zuinig en bescheiden leven voorop staat. Voor deze groep staat de gemeenschap in het middelpunt in plaats van het individu. Deze groep is vooral betrokken bij goede doelen of politiek. Ze steunen vaker dan gemiddeld initiatieven/projecten van anderen door middel van donaties. Welgestelde cultuurminnaars hebben vertrouwen in de overheid en andere instituties.
Vrije tijd & consumptie
Als er een auto voor de deur staat is deze vaak van het merk Mercedes, BMW of Volvo.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 81% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 19%, geeft 79% aan misschien en 8% beslist te willen verhuizen, 8% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 5% heeft al een andere woning gevonden. Welgestelde cultuurminnaars wonen zowel in complexen als op zichzelf. Wanneer deze groep in een complex woont, betreft het vaak een woonzorgcentrum, bejaardentehuis of serviceflat. De woningen zijn hierbij over het algemeen gelijkvloers en onderhoudsvriendelijk. Gezondheid wordt als een van de voornaamste redenen gezien om te verhuizen. De verhuiswens is hierbij hoofdzakelijk gericht op appartementen met daaropvolgend rijtjeshuizen en andere soort woningen. Binnen deze verhuiswens is er een sterke behoefte om samen te wonen. Deze groep vindt het prettig als supermarkten en OV dichtbij huis te vinden zijn.
Welgestelde cultuurminnaars bezoeken graag opera’s, klassieke concerten en musea. Deze groep is geïnteresseerd in het verzamelen van antiek. Ze gaan nog regelmatig uit eten. Verder houdt deze groep zich bezig met bridgen, golfen, lezen, kaartspellen en schaken. De welgestelde cultuurminnaars lezen graag de krant. Het Financieel Dagblad, de Volkskrant en trouw worden veel gelezen. Populaire tijdschriften onder deze groep zijn Plus Magazine en Elsevier. De televisie wordt afgestemd op Nederland 1, 2 en 3 waarop ze graag informatieve programma’s kijken. Men luistert voornamelijk naar Classic FM of één van de publieke radiozenders Radio 1, Radio 2 of Radio 4. De Welgestelde cultuurminnaars zijn vaak beleggers en ze beleggen voornamelijk via een bank. Het aantal verzekeringen ligt hoog en worden het liefst bij een bank afgesloten. Deze groep bankiert voornamelijk bij de bekendste banken van Nederland. Ze steunen goede doelen die actief zijn p het gebied van kunst, cultuur, milieu en natuur. Ze doneren meer dan gemiddeld en zo’n 2 tot 10 keer per jaar. 23
Traditionele buurtbewoners Traditionele buurtbewoners vallen onder de ‘protestgeneratie’ (1940 – 1955). Deze groep ouderen is op hogere leeftijd (65 tot 80 jaar) en heeft een lagere inkomenspositie en een beperkt vermogen. Zij zijn doorgaans lager opgeleid. Ondanks de lagere inkomenspositie en een beperkt vermogen woont het merendeel van deze groep ouderen in een koopwoning.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Traditionele buurtbewoners zijn gedreven, idealistisch en zelfbewust. Ze kenmerken zich door een actieve levenshouding met hoge vitaliteit. Traditionele buurtbewoners hebben een zichtbare persoonlijk stijl, varen een eigen koers en trekken zich minder aan van autoriteit. Een bekend motto van deze groep luidt: ‘Wat ik nog kan, doe ik’. Deze groep is bovengemiddeld betrokken bij vereniging en politiek. Ze ondernemen weinig politieke of maatschappelijke actie. Ze ervaren minder omzien naar elkaar en dat is een gemis. Het vertrouwen in banken en zorg is relatief groot. Men voelt zich niet goed vertegenwoordigd en gehoord door met name de landelijke politiek.
Vrije tijd & consumptie Traditionele buurtbewoners wandelen of fietsen met enige regelmaat. Deze ouderen gaan soms nog naar de kerk. Ze ondernemen hobby’s zoals kruiswoordpuzzels, lezen, tuinieren, zelf kleding maken en verzamelen. Traditionele buurtbewoners maken veel gebruik van verschillende media, zoals kranten, omroepbladen, televisie en radio. Regionale kranten en kranten zoals Nederlands Dagblad, Reformatorisch Dagblad en Trouw, zijn populair onder de
groep. De televisie en radio staan voornamelijk afgestemd op de publieke televisieen radiozenders zoals Nederland 1, 2 of 3 en Radio 1, 2, 4 of 5. Het liefst bankieren de traditionele buurtbewoners bij grote banken zoals Rabobank en ING. Ze hebben daar een betaalrekening en spaarrekening afgesloten, maar van andere financiële producten wordt eigenlijk geen gebruik van gemaakt. De meeste traditionele buurtbewoners hebben één kleine auto van merken zoals Opel, Nissan of Toyota. De groep geeft geld aan goede doelen met een humanitair karakter, zoals Kerk in Actie, Unicef en Leger des Heils.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 74% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 26%, geeft 72% aan misschien en 13% beslist te willen verhuizen, 13% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 2% heeft al een andere woning gevonden. Traditionele buurtbewoners wonen over het algemeen vaak gelijkvloers. De woning, waarin zij doorgaans wonen is in algemene zin minder geschikt voor een zorgvraag. Om deze reden zijn aanpassingen (op latere leeftijd) in het huis vaker noodzakelijk. Vanwege het hebben van sociale contacten kiezen traditionele buurtbewoners er vaak voor om in een complex te gaan wonen. De groep kiest er vaker voor om te experimenteren met verschillende vormen van samenleven. Al met al behoren gezondheid, de huidige woning en woonomgeving tot de voornaamste redenen voor traditionele buurtbewoners om te verhuizen. De gewenste woning voor deze groep is een primair appartement of een secundair rijtjeshuis. De wens om samen te wonen of om alleen te wonen is hierbij in evenwicht. De groep vindt de nabijheid van supermarkten en OV erg belangrijk.