047bijl 2 Nota van zienswijzen bp Hakkestraat-Hendrikkenhofstraat Venlo.pdf
Tekst van het document
Ad i: De vraag welk bestuursorgaan welk besluit neemt of beleid formuleert, is wetelijk geregeld: de 24
gemeenteraad stelt bestemmingsplannen vast, burgemeester en wethouders verlenen vergunningen, gemeenteraad stelt beleid op, maar burgemeester en wethouders bereiden alle raadsbesluiten voor, waarna de feitelijke afweging en besluit door de raad wordt genomen. Het kan niet anders dan dat de wethouder die de portefeuille ‘ruimtelijke ordening’ heef, de meeste deskundigheid heef aangaande de voorstellen die naar de gemeenteraad gaan. Dat deze zelfde wethouder de meeste deskundigheid heef in de besluitvorming of al dan niet een omgevingsvergunning moet worden verleend of afgeweken zou kunnen worden van het bestemmingsplan (al dan niet ondersteund door een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad) is dan ook niet vreemd. Dit is geen belangenverstrengeling maar uitvoering van bevoegdheden die gestoeld moeten zijn op geldend beleid dan wel op weloverwogen keuzes (zorgvuldigheid en zonder vooringenomenheid). Hiermee moet het algemeen belang worden gediend. In casu is er geen enkele reden om aan te nemen dat er geen zorgvuldige belangenafweging plaats heef gevonden of dat onvoldoende verantwoordelijkheid wordt genomen.
Ad j: Het bestemmingsplan kent enkele afwijkingsmogelijkheden die in de vormvrije m.e.r.-beoordeling niet met zoveel worden nadrukkelijk aan de orde zijn gesteld. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat deze afwijkingsmogelijkheden (door reclamant ‘ontwikkelingen’ genoemd) enerzijds identek zijn of in het verlengde liggen van de huidige planologische mogelijkheden, dus het gebruik aangaat dat op dit moment rechtstreeks is toegestaan (vigerende bestemming Maatschappelijk), en anderzijds vergelijkbaar van impact zijn als de huisvestng van internatonale werknemers. Het is daarom niet duidelijk welke andere efecten reclamant verwacht welke niet al zijn meegenomen in de vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Ad k: Zoveel als reclamant van mening is dat er sprake is van geto-vorming, kan ook opgaan voor de visie dat er sprake is van ‘compound-vorming’. Een compound wordt gedefnieerd als een omheinde leefgemeenschap, waarbinnen mensen gemeenschappelijk leven of verwante actviteiten bedrijven. De omheining kan bestaan uit een muur, hekwerk, heg of andersoortge structuur en kan ook worden gevormd door de gebouwen zelf wanneer deze rond een open plek zijn gebouwd of een aaneengesloten gebouw vormen. De huisvestngslocate voor de internatonale werknemers met de kwaliteit die initatefnemer voorstaat, heef veel meer weg van een compound dan van een geto. Het is eigen aan de mens (maar ook aan dieren) om zich aangetrokken te voelen tot mensen waarmee de meeste raakvlakken zijn. Dit is ook geen struikelblok, zolang mensen van verschillende komaf, werk- en denkniveau en interesses in de breedste zin van het woord maar in goede harmonie naast elkaar kunnen leven en respect hebben voor elkaar en elkaars eigendommen.
25
Ad l: De authentciteit en rust in het plangebied zal voor een deel zeker behouden blijven en voor een ander deel levendiger worden. Echter, door de situering als eiland op een groot bedrijventerrein (sterker nog: meerdere bedrijventerreinen die inmiddels aan elkaar zijn geklonken) kan niet volgehouden worden dat binnen dit gebied de rust heerst die in een natuurlijke omgeving verwacht wordt. Bij elke nieuwe ontwikkeling moet gezocht worden naar de beste locate. Daarbij gaat in algemene zin altjd de voorkeur uit naar het gebruik van een inbreidingslocate als onderhavige, boven het gebruik van agrarische gronden of natuur grenzend aan de randen van het bebouwd gebied. Zolang het inwonertal blijf toenemen en er meer huisvestng nodig is, zal ook ingeboet moeten worden op ‘vrije ruimte’. Goede afwegingen zijn daarom onontkoombaar, waarbij keuzes worden gemaakt tussen inbreiding boven uitbreiding, hoogbouw of laagbouw, functes die in de omgeving passen, althans op de minste weerstand in brede zin zouden kunnen stuiten. Dat is de reden om voor deze locate te kiezen; een inbreidingslocate op een plek waar de impact op andere functes beperkt is en waarbij de huisvestngslocate over twee bouwlagen wordt verdeeld en waarbij de huidige kloostertuin geheel behouden wordt en als sereen herdenkingspark voor iedereen toegankelijk is.
Ad m: Het feit dat 10 jaar geleden het bestemmingsplan Veegtes is vastgesteld, betekent niet dat te allen tjde de toen gekozen functetoedeling gehandhaafd dient te blijven. De ontwikkelingen in de gemeente Venlo, de regio en het gehele land nopen contnu tot het heroverwegen van die eerdere keuzes. Zeker in een relatef grote stad en midden in het stedelijk (grotendeels industrieel) gebied ligt onderhavige ontwikkeling in de lijn der verwachtngen, zoals ook al onder ‘ad l’ is aangegeven. De invulling van de ruimte kan nooit een absolute zekerheid zijn en een vastgesteld bestemmingsplan kan geen reden zijn om nieuwe ontwikkelingen geheel te blokkeren. Het betekent dat bij elke nieuwe planologische keuze, de procedure om tot heroverweging van het planologisch regime over te gaan, goed moet worden gemotveerd en geformuleerd zodat de burger weet waar hij aan toe is of wat de overheid van hem verlangt. Bovendien moet de overheid de geldende rechtsregels juist en consequent toepassen. Het bestemmingsplan voor de voorgenomen initateven geef geen aanleiding om aan te nemen dat de burger onvoldoende weet waar hij aan toe is, of dat regels onjuist of niet consequent worden toegepast.
Ad n: Onder ‘bijzondere woonvormen’ verstaat het bestemmingsplan ‘Woonvormen, met uitzondering van reguliere huisvestng’. Reguliere huisvestng wordt niet toegestaan omdat hierdoor de kans bestaat dat omliggende bedrijven in hun functoneren zouden kunnen worden beperkt en reguliere huisvestng ook passend moet zijn binnen de Woonvisies en structuurvisies. Op dit moment voldoet ’regulier wonen’ hier niet aan, en is daarom uitgesloten. Mocht er na verloop van 10 jaar sprake zijn van een specifeke behoefe voor opvanglocates voor bijzondere groepen, dan is het zeker niet ondenkbaar dat deze locate geschikt is om in die behoefe te voorzien. Het zou dan bijvoorbeeld kunnen gaan om noodopvang, waarvoor op rijksniveau om 26
opvanglocates wordt gezocht of zorgwoningen. Op dit moment is dat echter absoluut nog niet duidelijk dus kan hierover ook niet worden gespeculeerd. Er kunnen kaders worden gegeven, maar niet meer dan dat.
Ad o: Er is de afgelopen jaren gebleken dat er allerminst reden is om aan te nemen dat het aantal internatonale werknemers zal gaan afnemen. Integendeel; de roep om extra handen in de bouw, in de agrarische sector, in de logistek, aan het bed etc. wordt alleen maar groter. Deze mensen zullen op een menswaardige manier gehuisvest moeten worden waarbij permanente bebouwing voor de short-stay internatonale werknemers een hoger kwaliteitsniveau kan bereiken dan woonunits. Hoogwaardige kwaliteit van onderkomens betekent hoge kosten voor de initatefnemer, die de keuze maakt om hiervoor duurzaam te investeren en de internatonale werknemers een goede accommodate te bieden. Deze kwaliteit heef natuurlijk ook zijn weerslag op de beleving voor omwonenden en omliggende bedrijven. De gekozen bestemming ‘Wonen’ (nadrukkelijk niet bedoeld voor reguliere, permanente bewoning) ligt in het verlengde van de huisvestngslocate ‘Bethanië’. In de paragraaf die handelt over milieuzonering blijkt dat de beide in het plangebied gelande functes elkaar niet belemmeren.
Ad p: Zoals op onderstaande uitsnede van de kaart van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen beter bekend als: ecologische hoofdstructuur) is te zien, valt het plangebied ruimschoots buiten deze structuur:
27
De groene verbinding die in de ruimtelijke structuurvisie is opgenomen en voorzover hieraan natuurlijke kwaliteit kan worden toegekend, zal geheel behouden blijven. De plekken waar nu feitelijk geen natuur is, zullen ingevuld worden met de nieuwe functes. Vergelijk dit met de bebouwing aan de zuidzijde van de Van der Grintenweg met bijbehorende parkeergelegenheid. Uit onderstaande luchtoto daterend van 2015 is te zien dat voor de nieuwe ontwikkeling een locate is gevonden waar ook toen al geen kwaliteitsgroen aanwezig was.
28
Onderhavige nieuwe ontwikkeling leidt per saldo dus niet tot een beperking van de feitelijke groenstructuur. Nadrukkelijk is door het bevoegd gezag bepaald dat de bomenrij aan de zuidzijde behouden zal moeten blijven. Verder dient vermeld te worden dat het ecologisch onderzoek-daterend van augustus 2021-zich ook heef gericht tot de marterachtgen en vleermuizen. Verwezen wordt naar de Quickscan Wet Natuurbescherming Hakkesstraat (Ong.) Te Venlo van 26 augustus 2021, rapportnummer 12645.002, en integraal bijgevoegd als bijlage 15 bij de toelichtng van het ontwerp-bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat. Dit onderzoek (inclusief het aanvullend onderzoek naar de teunisbloempijlstaart en een nesteninspecte om aan- of afwezigheid van de teunisbloempijlstaart en ransuil- en/of torenvalknesten aan te tonen) is voldoende om de (mogelijke) impact op ecologie aan te tonen.
Ad q: Ook het onderzoek naar stkstofdeposite, als bijlage 3 aan de plantoelichtng toegevoegd (Rapportnummer 20220127-BSM007-RAP-STD-5.0), is uitgevoerd conform de laatste stand van de wetgeving. Hiertoe is gebruik gemaakt van de Aeriuscalculator en hierbij is de input gebruikt die de wetgever hiervoor noodzakelijk acht. Door reclamant wordt niet onderbouwd waarom de berekening niet zou voldoen aan de regelgeving.
Ad r: Het gebruik van het Verkeersmodel Transportal 2017 betekent niet dat de peildatum voor de verkeersintensiteiten gelegen is in 2017. Integendeel. Met de ‘bestaande situate’ is gekeken naar 2019 (het duurt immers enige tjd voordat alle onderzoeken gereed en geactualiseerd zijn indien de wetgeving na afronding van het onderzoek weer wijzigt). In 2021 heef een actualisate plaatsgevonden en is een doorkijk naar 2030 gemaakt. Daarna is gekeken wat er gebeurt met de verkeersintensiteit na realisate van de nieuwe initateven. Met 100% zekerheid kan gezegd worden dat welk onderzoek ook uitgevoerd wordt voor het vaststellen van welke structuurvisie dan ook, op het moment van vaststelling van een visie de feitelijke situate weer gewijzigd is. Dit kan ook niet anders, omdat ontwikkelingen almaar door gaan. Wat van belang is, is dat de grote ontwikkelingen specifeke aandacht krijgen. Toenemende drukte of een ander bedrijf op een locate waar al een bedrijfsbestemming aanwezig was, behoren niet tot de grote ontwikkelingen die substantële impact hebben op de verkeersafwikkeling. Een autonome verkeerstoename maakt wel onderdeel uit van de verkeersmodellen en zijn derhalve meegenomen.
Om de zorgen vanuit de omgeving weg te nemen, wordt toegezegd dat er een nulmetng zal worden uitgevoerd en na realisate van het initatef opnieuw een metng zal worden gedaan waarmee inzichtelijk wordt hoeveel extra verkeer er over welke wegen rijdt. Op basis daarvan kan worden onderzocht of en welke extra verkeersmaatregelen nodig zijn. Indien onverhoopt zou blijken dat aanvullende maatregelen wenselijk zijn, dan zullen die alsnog worden geïniteerd. Op dit moment is er echter geen reden tot het trefen van aanvullende verkeersmaatregelen.
29
Ad s: De opmerking dat de internatonale werknemers hun dagelijkse boodschappen in Duitsland gaan halen, is een aanname, waarbij het voor de beoordeling van de impact op de verkeersstromen uitmaakt of ze die boodschappen in Straelen, Herongen of Kaldenkirchen gaan doen. Feit is dat de ontsluitng van de gekozen huisvestngslocate zeer optmaal is en er weinig locates zijn waar een betere verbinding is te vinden.
Ad t: Reclamant stelt dat uit navraag blijkt dat in een crematorium 5 à 6 diensten per dag plaatsvinden en voor het resomeercentrum wordt uitgegaan van 3x2 diensten per dag. Per saldo komt dit aantal dus in beide gevallen op 6 diensten uit. Uit de zienswijze kan niet opgemerkt worden of reclamant bedoelt dat een crematorium per aula 6 diensten per dag afwerkt. Uit het onderzoek ‘Maatregelen gasreducte cremateovens, Inzichten voor crematoria’ uit mei 2021 uitgevoerd in opdracht van de Landelijke Vereniging van Crematoria blijkt dat het gemiddeld aantal cremates per dag per aula zich als volgt laat uitekenen:
Per aula vinden in meer dan de helf van de gevallen dus maximaal 3 cremates plaats. Er is echter een wezenlijk verschil voor resomatoren, omdat het langere tjd duurt eer de resomator vrij is voor het volgende lichaam. De duur van de cremate hangt af van het soort oven, het gewicht van de overledene en de kist. Gemiddeld duurt het verbrandingsproces 55 minuten tot anderhalf uur. Bij resomeren wordt het lichaam opgelost in een groot stalen drukvat dat gevuld is met heet water en kaliumhydroxide. Het hele proces van resomeren duurt ongeveer drie tot vier uur. Kortom: hoe langer het proces duurt, hoe minder processen er per dag doorlopen kunnen worden. 30
Voor wat betref de opmerkingen over illegale parkeerplaatsen en sluipverkeer kan gesteld worden dat illegale situates zich buiten de reikwijdte van dit project afspelen en het initatefnemer bevreemdt dat sluipverkeer een omweg gaat nemen, terwijl de aansluitng op de autosnelweg binnen handbereik ligt.
Ad u: Ten aanzien van de capaciteiten van riolering en rioolzuiveringsinstallate kan gesteld worden dat hiervoor speciale aandacht is geweest en initatefnemers samen met de gemeente Venlo hebben gekeken of de capaciteit volstaat en of er op kosten van initatefnemer een capaciteitsuitbreiding moet plaatsvinden. De gemeente heef de toename van afvalwater in het gemeentelijk stelsel doorgerekend. Daaruit is gebleken, dat geen capaciteitsprobleem optreedt in het gemeentelijk rioolstelsel. Wat betref het WBL is er ook geen issue qua hoeveelheid (hoewel het WBL bij extreme regenbuien meer afvalwater te verwerken krijgt dan de DWA van de wooneenheden die erbij komen).
Ad v: Volgens reclamant is het archeologisch onderzoek ontoereikend geweest. Echter, er heef een inventariserend veldonderzoek plaatsgevonden, een aanvullend archeologisch onderzoek en een Inventariserend veldonderzoek proefsleuven. Deze onderzoeken zijn aan de plantoelichtng toegevoegd als bijlagen 17, 18 en 22. Deze uitgevoerde onderzoeken hebben uiteindelijk geleid tot vrijgave van het gehele plangebied. In het plangebied is geen vindplaats aanwezig. De sporen lijken op basis van het aangetrofen vondstmateriaal voor het merendeel in de Late Middeleeuwen en de eerste helf van de Nieuwe tjd te dateren en zijn misschien te relateren aan het in cultuur brengen van het gebied. Mogelijk betekent dit dat er in de nabijheid van het onderzoeksgebied een laatmiddeleeuwse of vroeg nieuwetjdse boerderij aanwezig is geweest, maar dit is niet te achterhalen. Een groot deel van de geregistreerde greppels worden aan een voormalig systeem van landindeling toegewezen. Nergens zijn aanwijzingen voor erfgreppels of de aanwezigheid van een nederzetng aangetrofen.
Conclusie: Deze zienswijze geef geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
31
5: Reclamant 10: a b c d e f g h
Grootschalige logiesvoorziening mag niet ten koste gaan van nieuwbouwopgave woningen Venlo Communicate/omgevingsdialoog met de omgeving had beter gekund en gemoeten; beginselen van behoorlijk bestuur; belangen omwonenden onvoldoende meegewogen Geen onderzoek naar alternateve locates Grootschaligheid alleen in belang van initatefnemer Waarde van het plangebied zoals verwoord in het landschapsintegrateplan wordt teniet gedaan door nieuwe project en door overdracht van eigendom Verkeersstudie gebaseerd op oude cijfers; verkeersveiligheid van alle weggebruikers is in het geding; spreiding zorgt voor minder overlast Kwaliteit huisvestng in relate tot kosten voor internatonale werknemer (Wet aanpak schijnconstructes) Financiële haalbaarheid: bewijs? Voor resomeercentrum is nog geen exploitant bekend.
Ad a: Doordat de huisvestngslocate voor internatonale werknemers niet bedoeld is voor reguliere, permanente bewoning, drukken deze aantallen ook niet op de woningvoorraad van Venlo. De voorziening gaat derhalve niet ten koste van het aantal nieuw te realiseren woningen op de reguliere woningmarkt.
Ad b: De omgevingsdialoog is in eerste instante ingezet in 2018. Normaliter wordt een grens getrokken, buiten welke de impact van een project niet meer aannemelijk is. De kring van benaderden is dus afankelijk van de omvang van het project. De omgevingsdialoog wordt aangegaan door initatefnemer van een project; het verslag van de omgevingsdialoog wordt ter kennis gebracht van het bevoegd gezag (college en gemeenteraad). Op dit moment is het voeren van de omgevingsdialoog vormvrij en ter uitvoering door initatefnemer. De gemeente Venlo is hier niet anders in betrokken dan het betrekken van de reactes in de besluitvorming.
Ten tjde van de corona-periode in april 2021 heef en tweede ronde plaatsgevonden betrefende de omgevingsdialoog. Daarvoor is door initatefnemers ook een website in het leven geroepen, waarop inhoudelijke informate is gepubliceerd. Dit heef geleid tot diverse schrifelijke reactes en meerdere gesprekken, waarbij op verzoeken vanuit ‘t Ven bewonersgroepen uit ’t Ven betrokken zijn, maar ook de ondernemersvereniging Venlo en de ondernemersvereniging Noorderpoort. Initatefnemers hebben betrefende inbreng en de reacte hierop ter kennis gebracht van deelnemers eind augustus 2021
32
Vanwege de vragen in het bijzonder vanuit ’t Ven heef in februari 2022 door de gemeente nog aanvullend een informatedag plaatsgevonden, waarbij de initatefnemers aanwezig waren en informate hebben verstrekt Het initëren van een informatemarkt door de gemeente Venlo had hoofdzakelijk een informatef/beeldvormend doel en er is, vanuit het algemeen belang bezien, een redelijke afakening geweest van genodigden. Ergens moet een grens worden getrokken en hoe groter de groep, hoe minder het mogelijk is om gesprekken te voeren. De gemeente ziet de informatemarkt los van de omgevingsdialoog. Deze is opgezet naar aanleiding van opmerkingen van bewoners en werkgroep ’t Ven dat niet alle inwoners van ’t Ven op de hoogte zijn van het initatef en dat mensen met vragen omtrent een beperkte beeldvorming ziten. Hierbij is uiteindelijk de gehele wijk ’t Ven en het bedrijventerrein uitgenodigd om deel te nemen aan de informatemarkt. Vragen die in verband met tjdgebrek niet gesteld konden worden, konden per mail voorgelegd worden. Van deze mogelijkheid is ook gebruik gemaakt en die vragen zijn beantwoord. De wetgeving waarnaar reclamanten verwijzen, heef nog geen rechtskracht; in alle redelijkheid kan ook niet hierop gewacht worden en eerst een partcipateverordening worden vastgesteld, waarna deze procedure opnieuw gevoerd zou moeten worden.
De Wet Versterking partcipate heef overigens betrekking op al het beleid van de gemeente. De (toekomstge) Omgevingswet en de eisen aan het partcipatebeleid raken alleen het beleid over de fysieke leefomgeving; hiermee wordt gedoeld op het formaliseren van de omgevingsdialoog, zoals deze tot nu toe gevoerd is. De opmerkingen vanuit de omgeving in de omgevingsdialoog als bij de zienswijze-inbreng liggen redelijk in elkaars verlengde. Dat ondersteunt het beeld dat de omgeving hun inbreng in voldoende mate heef kunnen leveren. Onderkend wordt dat waar een deel van de omgeving zich uitsprak tegen de komst van de beoogde actviteiten, dit niet geleid heef tot intrekking of substantële verkleining van het plan. De ruimtelijke onderbouwing behorend bij het bestemmingsplan geef daar -specifek op de diverse onderdelen- de moteven voor. Daarbij geldt, dat initatefnemers hun plannen hebben ontwikkeld in goed overleg met het gemeentebestuur op basis van door de gemeente ontwikkeld beleid. Overigens is het uiteindelijk vaststellen van het bestemmingsplan de bevoegdheid van de gemeenteraad. Onder andere via raadsinformatebrieven is de gemeenteraad in dit voortraject contnu op de hoogte gehouden van de ontwikkeling.
Ad c: Reclamant is van mening dat er een alternatevenonderzoek had moeten worden uitgevoerd en onderdeel had moeten uitmaken van de planstukken, waarbij een aantal locates als alternatef hadden dienen te worden beschouwd. Echter, ondanks het feit dat er geen rapportage van is opgesteld, is een aantal alternateven zeker de revue gepasseerd. Er zijn al grootschalige huisvestngslocates op Greenport gerealiseerd en er zijn er meer in procedure. De huidige locate in Arcen dient verlaten te worden, waardoor juist de noodzaak voor een andere locate moest worden onderzocht. Het hoofdkantoor van OCE ligt tegen de woonwijk aan, waardoor hier veel meer weerstand verwacht wordt dan bij onderhavige locatekeuze; ook infrastructureel is deze locate minder ideaal dan de Hendrikkenhofstraat.
33
In het gebied Keulse Barrière is eveneens al een redelijk grootschalige huisvestngslocate voor internatonale werknemers gesitueerd in het vrijgekomen klooster Bethanië; deze locate heef wel als referente gediend voor de toe te kennen bestemming aan de Hendrikkenhofstraat.
Op dezelfde manier zijn de genoemde alternateve locates voor het resomeercentrum beschouwd, maar hebben niet geleid tot de conclusie dat betrefende locates beter of een grotere haalbaarheid hadden dan de locate aan de Hakkesstraat.
Alternateve locates dienen verwerfaar te zijn, op een geschikte locate zijn gelegen, voorzien van goede infrastructuur/uitvalsbasis, met voldoende primaire voorzieningen binnen relatef korte afstand en in een omgeving liggen waar de bewoningsdichtheid beperkt is zodat het aantal omwonenden die een gevoel van potentële overlast zouden kunnen ervaren zo klein mogelijk is. Planologisch gezien is het noodzakelijk dat dergelijke ontwikkeling binnen het stedelijk gebied/ bebouw gebied wordt geprojecteerd. Er zijn weinig geschikte locates en op het moment dat onderhavige locate in de verkoop kwam, werd deze gezien als een geschikte locate.
Ad d: De stap om de huisvestngslocate grootschalig te maken, is vooraf gegaan aan meerdere kleinschalige locates en locates van gemiddelde omvang, welke afgezien van de locate aan de Grensweg in Arcen ook gehandhaafd blijven. De omvang van 768 personen is gelegen in het feit dat er op deze manier ineens een grote slag kan worden gemaakt vanwege een hausse aan te huisvesten internatonale werknemers, die voorlopig zeker nog niet zal afnemen. Initatefnemer heef op de andere locates bewezen om voor kwaliteit van de huisvestng en een goed beheer en communicate met de buurt te staan. Derhalve is er vertrouwen dat ook onderhavige huisvestngslocate aan de Hendrikkenhofstraat tot een succes zal leiden voor de internatonale werknemers, omliggende bedrijven en omwonenden en initatefnemer tezamen. Door deze grootschalige locate wordt voorkomen dat er een grote versnippering van locates is, hetgeen de beheer(s)baarheid niet ten goede komt. Voor een grootschalige locate loont het zich om een fulltme beheerder aan te stellen die 24/7 op de locate aanwezig is en direct internatonale werknemers en omwonenden met raad en daad kan bijstaan en kan ingrijpen op momenten dat dit onverhoopt nodig blijkt.
Deze beheerder is ook het oog en oor voor initatefnemer die verantwoordelijkheid zal nemen met betrekking tot de gang van zaken op en om het park voorzover het de te huisvesten internatonale werknemers betref. Het belang van grootschaligheid is enerzijds ingegeven door de fysieke noodzaak in aantallen bedden voor internatonale werknemers in de regio, maar anderzijds ook om het goede beheer beter realiseerbaar en fnancieel haalbaar te maken en versnippering te voorkomen.
Ad e: Het Landschapsintegrateplan is opgesteld met in acht name van de bestaande en te behouden landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het gebied. In eerste instante zouden er delen van de stuifduinen betrokken worden bij de huisvestngslocate en zou een bomenrij aan de zuidzijde 34
komen te vervallen. Bij het opstellen van het Landschapsintegrateplan zijn alle glooiingen in het gebied (stuifduinen) en alle bomen in beeld gebracht, evenals de paden en cultuurhistorische aspecten en objecten in het bosgebied. Deze zijn opgenomen in het Landschapsintegrateplan en hebben ervoor gezorgd dat de begrenzingen van de huisvestngslocate en het resomeercentrum zijn aangepast aan deze waarden. Op de verbeelding zijn deze grenzen overgenomen, heef de zuidelijke bomenrij de bestemming ‘Bos’ behouden en hebben waardvolle elementen de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ meegekregen. Middels een kwalitateve verplichtng in de planregels én een voorwaarde in de tussen initatefnemers en bevoegd gezag gesloten anterieure overeenkomst is geborgd dat het Landschapsintegrateplan tot uitvoering wordt gebracht en kwalitatef ook onderhouden en behouden zal blijven. Deze garante is met onderhavig bestemmingsplan juridisch groter dan momenteel het geval is. Het herdenkingspark zal, net als nu het geval is, voor iedereen toegankelijk zijn. De verkoop van de gronden door de zusters Dominicanessen aan initatefnemer doet hieraan niets af.
Ad f: Het gebruik van het Verkeersmodel Transportal 2017 betekent niet dat de peildatum voor de verkeersintensiteiten gelegen is in 2017. Integendeel. Met de ‘bestaande situate’ is gekeken naar 2019 (het duurt immers enige tjd eer alle onderzoeken gereed en geactualiseerd zijn indien de wetgeving na afronding van het onderzoek weer wijzigt). In 2021 heef een actualisate plaatsgevonden en is een doorkijk naar 2030 gemaakt. Daarna is gekeken wat er gebeurt met de verkeersintensiteit na realisate van de nieuwe initateven. Wat van belang is, is dat de grote ontwikkelingen specifeke aandacht krijgen. Toenemende drukte of een ander bedrijf op een locate waar al een bedrijfsbestemming aanwezig was, behoren niet tot de grote ontwikkelingen die substantële impact hebben op de verkeersafwikkeling. Een autonome verkeerstoename maakt wel onderdeel uit van de verkeersmodellen en zijn derhalve meegenomen. Spreiding van de huisvestngslocate in meerdere locates heef weliswaar voor onderhavige locate een positef efect op de verkeersintensiteiten, maar zal bij een optelling van de verspreide verkeersefecten zeker een grotere totale impact laten zien, doordat er in Venlo weinig beschikbare locates gevonden kunnen worden die een dermate goede ontsluitng hebben als onderhavige.
Het toenemende afslaande verkeer vanaf de Laurens Janszoon Costerstraat en de Hakkestraat naar de Hendrikkenhofstraat zorgt voor een snelheidsreducte voor het doorgaande verkeer en maakt de verkeerssituate juist veiliger. De voorrangsregeling zal onveranderd blijven, waardoor zowel voetgangers als fetsers hier geen extra last van zullen ondervinden.
Ad g: De Wet Aanpak Schijnconstructes is geen ruimtelijk relevante wetgeving welke een plaats dient te hebben in een bestemmingsplan. Het toezicht op deze wet vindt plaats door de Arbeidsinspecte.
Ad h: Voor wat betref de huisvestngslocate voor internatonale werknemers zal de bekostging geheel 35
plaatsvinden door de initatefnemer van dat projectdeel. Als en voorzover de bekostging van het project niet met eigen middelen kan plaatsvinden, is het aan een private fnancier (al dan niet een bankinstante) om de kredietwaardigheid en dus de haalbaarheid te toetsen. Deze afweging is door initatefnemer gemaakt en leidt tot de conclusie dat dit projectdeel haalbaar en uitvoerbaar is.
Voor wat betref het resomeercentrum ligt dit genuanceerder omdat op dit moment het resomeren in Nederland nog niet wetelijk verankerd is. De kans dat resomeren wetelijk wordt toegestaan voordat onderhavig bestemmingsplan onherroepelijk wordt, is zeer aannemelijk, omdat het wetgevingsproces al vergevorderd is. Initatefnemer van dit deel van het project heef contacten met enkele bedrijven uit de uitvaartbranche die grote interesse tonen in deze locate. De nieuwe Uitvaartwet heef vertraging opgelopen door de coronacrisis en de lange formate. De verwachtng dat de Uitvaartwet aan het einde van 2021 zou worden bekrachtgd is daarom bijgesteld en de verwachtng is nu dat de nieuwe Uitvaartwet in 2022 bekrachtgd zal worden. Gelet op het toenemend aantal mensen en de vergrijzing in Nederland, heef dit een eenzelfde efect op het aantal sterfgevallen en daarmee het aantal uitvaarten. Het aantal teraardebestellingen neemt nog steeds af ten opzichte van het enige alternatef (cremate) op dit moment in Nederland, hetgeen met cijfers van de Landelijke Vereniging van Crematoria gestaafd kan worden:
36
Uit een poll van Radar uit december 2020 (meer enquêtes zijn er nog niet) blijkt dat 62% van de respondenten de nieuwe manier van lijkbezorging zou overwegen. Een aantal jaar eerder peilde uitvaartorganisate Yarden ook al of mensen resomeren overwogen, maar toen gaf nog maar 20% aan voor de opte te kiezen. Hieruit kan worden afgeleid dat er een aantoonbare vraag naar resomeren zal bestaan op het moment dat dit wetelijk is toegestaan, na in werking treding van de Uitvaartwet. Dit is ook de reden waarom in De Haag al een resomator is gerealiseerd, welke pas in gebruik mag worden genomen na voornoemde wetswijziging. Met een aantoonbare marktvraag en aantoonbare interesse voor deze locate vanuit de uitvaartbranche, leidt dit tot de conclusie dat aan de realisate van een resomeercentrum geen andere economische uitvoerbaarheidsoverweging ten grondslag ligt dan aan een willekeurig ander bedrijf. Voorzover de bekostging van het project dient plaats te vinden met middelen van derden, dan is het aan de private fnancier (al dan niet een bankinstante) om de kredietwaardigheid en dus 37
de economische haalbaarheid te toetsen. Deze afweging is door initatefnemer gemaakt en leidt vooralsnog tot de conclusie dat ook dit projectdeel haalbaar en uitvoerbaar is.
Conclusie: Deze zienswijze geef geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
38
6: Reclamant 11: a b c d e f
Belemmering bedrijfsvoering en aantastng woon- en leeflimaat door komst logiesgebouwen en resomeercentrum Strijd met Structuurvisie Venlo 2014: groene contour mag niet worden volgebouwd. Resomeren wetelijk nog niet toegestaan Geen behoefe aan resomeercentrum en huisvestngslocate voor internatonale werknemers (documenten waaruit dit blijkt, zijn niet bij de planstukken gevoegd) Wijzigingsmogelijkheden van artkel 5.6 van de planregels zijn te ruim en conficteren met aanwezige bedrijvigheid Lange termijn visie is te onbepaald: niet duidelijk wat er na 10 jaar is toegestaan (andere woonvormen)
Ad a: Zoals in de paragraaf ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de plantoelichtng bij het bestemmingsplan is vermeld, worden omliggende bedrijven als gevolg van het project niet in hun bedrijfsuitoefening belemmerd: “De huisvestngslocate voor internatonale werknemers is verder niet gelegen binnen de richtafstand van 50 m voor bestaande bedrijven tot milieucategorie 3.2 in een gemengd gebied, voorzover het de zijde betref welke is gericht op de Hendrikkenhofstraat. Aan de noordzijde van de Hakkesstraat, binnen het plangebied van bedrijventerrein Veegtes, zijn bedrijven toegestaan tot categorie 4.2. Ingeval van een gemengd gebied dient van een richtafstand van 200 m te worden uitgegaan. Binnen die richtafstand tot aan de huisvestng voor internatonale werknemers bevinden zich drie bedrijven, te weten Akarton (ingeval van een productecapaciteit van meer dan 15 ton/uur valt dit bedrijf onder milieucategorie 4.2), Caspar de Haan schildersbedrijf, energetsch renoveren en planmatg onderhoud van gebouwen (vergelijkbaar met een bedrijf gerelateerd aan de bouwnijverheid waarbij een maximale milieucategorie van 3.2 van toepassing is) en Steigerhout RHB, een winkel in met name houten meubels(betref bedrijf in de categorie 1). De huisvestngslocate voor internatonale werknemers is binnen de richtafstand van Akarton gelegen.
Er moet echter geconstateerd worden dat aan weerszijden van Akarton burgerwoningen zijn gesitueerd en aan de overzijde een gevoelige functe in de vorm van een onderwijsinstelling voor kinderen is gelegen. Deze gevoelige functes bevinden zich op kortere afstand van Akarton dan de huisvestngslocate is gepland. Hierdoor kan zonder meer gesteld worden dat Akarton niet extra in de bedrijfsvoering zal worden belemmerd. De richtafstand van Akarton is gerelateerd aan het aspect geluidhinder. Bij de vergunningverlening voor dit bedrijf dient echter rekening te worden gehouden met het behoud van een aanvaardbaar woon- en leeflimaat ter plaatse van woningen van derden. Logischerwijs kan derhalve worden geconcludeerd dat, nu de geluidsbelastng op de woningen ten oosten en westen van Akarton voldoet aan de milieuregelgeving, dit eveneens het geval moet zijn ter plaatse van de dichtstbij te projecteren logiesgebouwen voor internatonale werknemers, welke op meer dan 100 m uit het bouwvlak van Akarton komt te staan, in vergelijking met de woning ten westen, welke op nog geen 50 m van Akarton staat. De milieuzonering rond Akarton staat het project derhalve niet in de weg.
39
Aan de noordzijde van de Hakkesstraat ter plaatse van het bedrijventerrein Noorderpoort zijn bedrijven, kantoren en horeca toegestaan in de bedrijfscategorie 1 en 2. De richtafstand binnen een gemengd gebied bedraagt dan 10 m, hetgeen overduidelijk aan alle zijden wordt gehaald. Ten westen van de Nijmeegseweg (N271) ligt het bedrijf Océ en is een milieucategorie van maximaal 3 toegestaan, met een richtafstand van 50 m ingeval van een gemengd gebied waarvan hier sprake is. De afstand tussen Océ en de huisvestngslocate bedraagt vele malen meer dan 50 m, zodat ook hier milieuzonering geen belemmering vormt. De horecagelegenheid Galerie de Hoeve vormt op een afstand van circa 90 m evenmin een belemmering. De huisvestngslocate voor internatonale werknemers is derhalve geen extra belemmering voor omliggende bedrijven en vanuit omliggende bedrijven behoef ook niet gevreesd te worden voor een onaanvaardbaar woon- en leeflimaat ter plaatse van de huisvestngslocate.
Binnen het plangebied wordt verder het resomeercentrum mogelijk gemaakt. Een resomeercentrum betref een bijzondere vorm van een uitvaartcentrum (in zijn algemeenheid getypeerd met een milieucategorie 1) welke milieuvriendelijker is dan een crematorium dat valt onder milieucategorie 3.2 (in verband met geurhinder). Een crematorium is qua geur echter niet te vergelijken met een resomeercentrum. Uit het TNO-onderzoek blijkt ten aanzien van het aspect geur en veiligheid het volgende: Ten aanzien van de arbeidsomstandigheden wordt opgemerkt dat de onpretge geur in de werkruimtes niet wenselijk is. In hoeverre deze geur tot overlast in de omgeving kan leiden (indien hij bijvoorbeeld wordt afgezogen) is niet duidelijk. Maar mocht dit zo zijn, dan kan een geurflter een oplossing bieden. Volgens de operator was deze geur een gevolg van een lekke afdichtng, waarvoor reeds vervanging gepland was. Gevaren voor de omgeving (omwonenden) als gevolg van onbedoeld vrijkomen van gevaarlijke stofen zijn zeer onwaarschijnlijk. De inhoud van de resomator is dermate gering dat deze alleen een risico kan vormen voor (personen in) de ruimtes waar het proces wordt uitgevoerd. De beperkte hoeveelheid gevaarlijke stofen (zuren en logen) in de installate kan hooguit een risico vormen voor de personen in de directe nabijheid van de resomator of de opslagtanks.
Door een afstand van ten minste 30 m tussen het resomeercentrum en omliggende woningen in acht te nemen, kan voldaan worden aan de eis van een voldoende ruime milieuzonering. Via milieuregelgeving kunnen alle gevaren of geuremissies tot een minimum worden beperkt. Om te onderzoeken wat de akoestsche efecten op het woon- en leeflimaat ter plaatse van omliggende woningen zal zijn, is door K-Plus een akoestsch onderzoek (Nm200288aaA0.quro, d.d. 28 april 2020) uitgevoerd naar de verkeeraantrekkende werking vanwege het duurzaam huisvesten van internatonale werknemers voor bepaalde tjd en vanwege de realisate van een resomeercentrum. De resultaten zijn getoetst aan de circulaire “Beoordeling geluidshinder wegverkeer in verband met de vergunningverlening Wet Milieubeheer”. Hierin is een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) en een maximale 40
grenswaarde van 65 dB(A) opgenomen. Aan de hand van de resultaten blijkt dat de optredende gevelbelastng, ook als de totale verkeersaantrekkende werking wordt beschouwd, bij de representateve beoordelingspunten voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit de voornoemde circulaire. Daarmee is aangetoond dat het extra verkeer het woon- en leeflimaat niet zal aantasten. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 11 bij de plantoelichtng.”
Er kan derhalve worden gesteld dat qua milieuzonering wordt voldaan aan de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering'. Dit geldt enerzijds voor de impact van de nieuwe ontwikkelingen richtng op de omgeving, alsook andersom.
Ad b: Zoals op onderstaande uitsnede van de kaart van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen beter bekend als: ecologische hoofdstructuur) is te zien, valt het plangebied ruimschoots buiten deze structuur:
De groene verbinding die in de ruimtelijke structuurvisie is opgenomen en voorzover hieraan natuurlijke kwaliteit kan worden toegekend, zal geheel behouden blijven. De plekken waar nu feitelijk geen natuur is, zullen ingevuld worden met de nieuwe functes. Vergelijk dit met de bebouwing aan de zuidzijde van de Van der Grintenweg met bijbehorende parkeergelegenheid. Uit onderstaande luchtoto daterend van 2015 is te zien dat voor de nieuwe ontwikkeling een locate is gevonden waar ook toen al geen kwaliteitsgroen aanwezig was.
41
Onderhavige nieuwe ontwikkeling leidt per saldo dus niet tot een beperking van de feitelijke groenstructuur. Nadrukkelijk is door het bevoegd gezag bepaald dat de bomenrij aan de zuidzijde behouden zal moeten blijven.
Ad c: Het is in Nederland nog niet toegestaan om resomeren toe te passen. Hiervoor is een wijziging in de Wet op de Lijkbezorging nodig. In de nieuwe Uitvaartwet (opvolger van de Wet op de lijkbezorging) die nog bekrachtgd moet worden, is resomeren opgenomen als mogelijkheid voor lichaamsbezorging naast begraven, cremeren en lichaamsdonate. De verwachtng is dat de nieuwe Uitvaartwet medio 2022 wordt bekrachtgd, als die wet wordt aangenomen is resomeren toegestaan. In Den Haag is, vooruitlopend op de nieuwe wet, al een resomator geplaatst in afscheidshuis Nieuw Eykenduynen, de eerste humane resomatemachine van Nederland. Door aan de Hakkesstraat de bestemming al zodanig aan te passen dat een omgevingsvergunning verleenbaar is voor het eerste Noord-Limburgse resomeercentrum, kan na bekrachtging van de nieuwe Uitvaartwet meteen worden overgegaan tot vergunningverlening (uitgaande van de situate dat aan alle overige indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning wordt voldaan).
Ad d: Behoefe aan resomeren: Gelet op het toenemend aantal mensen en de vergrijzing in Nederland, heef dit een eenzelfde efect op het aantal sterfgevallen en daarmee het aantal uitvaarten. Het aantal teraardebestellingen neemt nog steeds af ten opzichte van het enige alternatef (cremate) op dit moment in Nederland, hetgeen met cijfers van de Landelijke Vereniging van Crematoria gestaafd kan worden:
42
Uit een poll van Radar uit december 2020 (meer enquêtes zijn er nog niet) blijkt dat 62% van de respondenten de nieuwe manier van lijkbezorging zou overwegen. Een aantal jaar eerder peilde uitvaartorganisate Yarden ook al of mensen resomeren overwogen, maar toen gaf nog maar 20% aan voor de opte te kiezen. Hieruit kan worden afgeleid dat er een aantoonbare vraag naar resomeren zal bestaan op het moment dat dit wetelijk is toegestaan, na in werking treding van de Uitvaartwet. Dit is ook de reden waarom in De Haag al een resomator is gerealiseerd, welke pas in gebruik mag worden genomen na voornoemde wetswijziging.
43
Behoefe aan huisvestngslocate internatonale werknemers: Hiervoor wordt middels onderstaande links verwezen naar betrefende onderzoeken van Etl, en Decisio-Companen
Quickscan toekomstge vraag naar Arbeidsmigranten Noord-Limburg, maart 2018, Etl; link: fle:///D:/Documenten/Downloads/4.%20Etl%20-%20Quickscan%20toekomstge%20vraag %20Arbeidsmigranten%20Noord-Limburg%20(1).pdf ‘Onderzoek internatonale werknemers in Limburg’, 28 mei 2020, opdrachtgevers ‘Stuurgroep internatonale werknemers Limburg’; link: fle:///D:/Documenten/Downloads/rapportage_provincie_limburg_onderzoek_internatonal e_werknemers_1.pdf
Ad e: Het bestemmingsplan kent in artkel 5.6 afwijkingsmogelijkheden die identek zijn aan of in het verlengde liggen van de huidige planologische mogelijkheden die op dit moment rechtstreeks zijn toegestaan op basis van de vigerende bestemming Maatschappelijk (bestemmingsplan Bedrijventerrein Veegtes). Voorwaarden om aan de wijziging medewerking te kunnen verlenen, zijn onder andere dat: a. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn; b. het gebruik niet leidt tot onevenredige aantastng van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen; c. parkeren geheel op eigen terrein wordt voorzien; d. het gebruik geen onaanvaardbare gevolgen mag hebben voor de verkeersafwikkeling. Hiermee wordt voorkomen dat, indien deze afwijking plaatsvindt in het meest noordelijke plandeel, de bedrijfsvoering van reclamanten niet wordt belemmerd en omwonenden evenmin in hun belangen worden geschaad. Indien deze afwijking ziet op de locate waar het huidige klooster is gelegen, dan is er feitelijk sprake van de bestendiging van de vigerende bestemming.
Ad f: Onder ‘bijzondere woonvormen’ verstaat het bestemmingsplan ‘Woonvormen, met uitzondering van reguliere huisvestng’. Reguliere huisvestng wordt niet toegestaan omdat hierdoor de kans bestaat dat omliggende bedrijven in hun functoneren zouden kunnen worden beperkt en reguliere huisvestng ook passend moet zijn binnen de Woonvisies en structuurvisies. Op dit moment voldoet regulier wonen hier niet aan en is daarom uitgesloten. Mocht er na verloop van 10 jaar sprake zijn van een specifeke behoefe voor opvanglocates voor bijzondere groepen, dan is het zeker niet ondenkbaar dat deze locate geschikt is om in die behoefe te voorzien. Het zou dan bijvoorbeeld kunnen gaan om noodopvang, waarvoor op rijksniveau om opvanglocates wordt gezocht. Op dit moment is dat echter absoluut niet duidelijk en dus kan hierover ook niet worden gespeculeerd. Er kunnen kaders worden gegeven, maar niet meer dan dat.
44
Echter, het permanent zijn van een gebouw betekent dus niet dat ingeval het gebruikt wordt voor ‘andere woonvormen’, er sprake is van ‘permanente bewoning’, in de zin van ‘het gebruiken van een gebouw als hoofdverblijf, zijnde de vaste woon- en verblijfplaats, waarbij de woning voor de bewoners het reële hoofdverblijf vormt en derhalve niet een adres is waar men tjdelijk verblijf’, zoals de defnite uit het bestemmingsplan luidt.
Conclusie: Deze zienswijze geef geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
45
7: Reclamant 12: a b c d e f g h i j
Geen transparante informatevoorziening in voortraject, eenzijdige informateoverdracht en slechte beantwoording van vragen Ongelijk speelveld doordat bevoegd gezag initatefnemer faciliteert met kennis, projectleider en fnanciële middelen (verboden staatssteun) Drinkwatervoorziening staat onder druk en is niet onderzocht Niet onderzocht of afvalwaterafvoer ongehinderd kan plaatsvinden (riolering) Broeikasgassen als gevolg van afvalwater ter plaatse van waterzuiveringsinstallate Geen onderzoek efect op luchtkwaliteit voor omwonenden Geen onderzoek efect stkstof op natuur Ook illegale overnachtngen op bedrijventerrein moeten meegewogen worden en gemeente moet handhaven bij meldingen van omwonenden Totale impact van alle gezamenlijke uitbreidingsplannen van bestaande en nieuwe bedrijven op woon- en leeflimaat; bewoners krijgen alleen maar de lasten In beeld brengen positeve en negateve spin-of van de huisvestngslocate
Ad a: De omgevingsdialoog is in eerste instante ingezet in 2018. Normaliter wordt een grens getrokken, buiten welke de impact van een project niet meer aannemelijk is. De kring van benaderden is dus afankelijk van de omvang van het project. De omgevingsdialoog wordt aangegaan door initatefnemer van een project; het verslag van de omgevingsdialoog wordt ter kennis gebracht van het bevoegd gezag (college en gemeenteraad). Op dit moment is het voeren van de omgevingsdialoog vormvrij en ter uitvoering door initatefnemer. De gemeente Venlo is hier niet anders in betrokken dan het betrekken van de reactes in de besluitvorming.
Ten tjde van de corona-periode in april 2021 heef en tweede ronde plaatsgevonden betrefende de omgevingsdialoog. Daarvoor is door initatefnemers ook een website in het leven geroepen, waarop inhoudelijke informate is gepubliceerd. Dit heef geleid tot diverse schrifelijke reactes en meerdere gesprekken, waarbij op verzoeken vanuit ‘t Ven bewonersgroepen uit ’t Ven betrokken zijn, maar ook de ondernemersvereniging Venlo en de ondernemersvereniging Noorderpoort. Initatefnemers hebben betrefende inbreng en de reacte hierop ter kennis gebracht van deelnemers eind augustus 2021
Vanwege de vragen in het bijzonder vanuit ’t Ven heef in februari 2022 door de gemeente nog aanvullend een informatedag plaatsgevonden, waarbij de initatefnemers aanwezig waren en informate hebben verstrekt Het initëren van een informatemarkt door de gemeente Venlo had hoofdzakelijk een informatef/beeldvormend doel en er is, vanuit het algemeen belang bezien, een redelijke afakening 46
geweest van genodigden. Ergens moet een grens worden getrokken en hoe groter de groep, hoe minder het mogelijk is om gesprekken te voeren. De gemeente ziet de informatemarkt los van de omgevingsdialoog. Deze is opgezet naar aanleiding van opmerkingen van bewoners en werkgroep ’t Ven dat niet alle inwoners van ’t Ven op de hoogte zijn van het initatef en dat mensen met vragen omtrent een beperkte beeldvorming ziten. Hierbij is uiteindelijk de gehele wijk ’t Ven en het bedrijventerrein uitgenodigd om deel te nemen aan de informatemarkt. Vragen die in verband met tjdgebrek niet gesteld konden worden, konden per mail voorgelegd worden. Van deze mogelijkheid is ook gebruik gemaakt en die vragen zijn beantwoord. De wetgeving waarnaar reclamanten verwijzen, heef nog geen rechtskracht; in alle redelijkheid kan ook niet hierop gewacht worden en eerst een partcipateverordening worden vastgesteld, waarna deze procedure opnieuw gevoerd zou moeten worden. De Wet Versterking partcipate heef overigens betrekking op al het beleid van de gemeente. De (toekomstge) Omgevingswet en de eisen aan het partcipatebeleid raken alleen het beleid over de fysieke leefomgeving; hiermee wordt gedoeld op het formaliseren van de omgevingsdialoog, zoals deze tot nu toe gevoerd is. De opmerkingen vanuit de omgeving in de omgevingsdialoog als bij de zienswijze-inbreng liggen redelijk in elkaars verlengde.
Dat ondersteunt het beeld dat de omgeving hun inbreng in voldoende mate heef kunnen leveren. Onderkend wordt dat waar een deel van de omgeving zich uitsprak tegen de komst van de beoogde actviteiten, dit niet geleid heef tot intrekking of substantële verkleining van het plan. De ruimtelijke onderbouwing behorend bij het bestemmingsplan geef daar -specifek op de diverse onderdelen- de moteven voor. Daarbij geldt, dat initatefnemers hun plannen hebben ontwikkeld in goed overleg met het gemeentebestuur op basis van door de gemeente ontwikkeld beleid. Overigens is het uiteindelijk vaststellen van het bestemmingsplan de bevoegdheid van de gemeenteraad. Onder andere via raadsinformatebrieven is de gemeenteraad in dit voortraject contnu op de hoogte gehouden van de ontwikkeling.
Ad b: Door reclamant wordt gesuggereerd dat de gemeente Venlo het initatef voor de huisvestng van internatonale werknemers en de realisate van het resomeercentrum aantoonbaar ondersteunt, terwijl andere ondernemers, ongeacht welk initatef ze indienen, niet proactef door de gemeente Venlo worden ondersteund met het ambtelijk apparaat, een projectleider en de daarmee samenhangende fnanciële middelen. Er zou hierdoor sprake zijn van verboden staatssteun van de Gemeente Venlo met als doel het initatef kost wat kost te realiseren met als primair doel van de initatefnemer: fnancieel gewin (ongeacht de gevolgen voor maatschappij ontwrichtng en de verdere teloorgang van natuur en biodiversiteit). Deze aanname wordt zowel door het bevoegd gezag als door beide initatefnemers ten stelligste bestreden. Op géén enkele wijze heef het bevoegd gezag enige betrokkenheid en voordelen bij de realisate van een resomeercentrum dat, net als een crematorium op bedrijfsmatge wijze wordt geëxploiteerd zonder dat hiervoor overheidsgelden worden ontvangen. In onderhavige procedure is deze functe op identeke wijze beschouwd als welk ander bedrijf dan ook. Voor de huisvestng van internatonale werknemers is het zeker zo dat er een overheidstaak ligt om te voorzien in voldoende accommodates, op dezelfde manier zoals dat gebeurt bij de realisate van een nieuwe woonwijk voor de Venlose (aspirant-)inwoners.
Dit betekent niet dat er sprake is van 47
staatssteun als het bevoegd gezag zijn algemene taken van vergunningverlener en vaststeller van een bestemmingsplan op zich neemt of het beleid (zowel gemeentelijk als regionaal) uitvoert om meer huisvestng van doelgroepen zoals internatonale werknemers te realiseren. Ook de initatefnemer van dit projectdeel heef, net als een ander willekeurige initatefnemer alle stadia van het proces moeten doorlopen. Echter, omdat de praktjk leert dat de huisvestng van internatonale werknemers een voor omwonenden en omringende overige functes gevoelige kweste is, is ook dit projectdeel grondig beschouwd in vergelijking tot overige projecten. Hierin heef het bevoegd gezag zijn taak als toetser van de initateven om te komen tot de vaststelling van een gedegen bestemmingsplan op zich genomen. Initatefnemer heef zich bij het in eigen beheer voorbereiden van het bestemmingsplan laten bijstaan door partculiere bedrijven die hebben zorggedragen voor het uitvoeren van alle benodigde onderzoeken. Hierbij is geen enkele overheidsbemoeienis geweest, anders dan voor het beoordelen van die onderzoeken. Echter, die beoordeling is een overheidstaak die in casu niet anders is uitgevoerd dan voor andere projecten het geval is.
Ad c: Het aantal inwoners in Nederland groeit gestaag en industriële actviteiten nemen toe. Op landelijk niveau betekent dat met een worstcasescenario in 2040 een toename van de drinkwatervraag van 30 procent, volgens het RIVM. Met dat vooruitzicht heef het Rijk in de Structuurvisie Ondergrond aan de provincies en drinkwaterbedrijven gevraagd watervoorraden aan te wijzen die op lange termijn voor de drinkwatervoorziening kunnen worden ingezet, zogeheten Aanvullende Strategische Voorraden. Aanvullende Strategische Voorraden zijn bronnen voor drinkwater die een robuuste drinkwatervoorziening mogelijk moeten maken. Deze gebieden worden vastgesteld door de provincies in samenwerking met drinkwaterbedrijven. Het zijn vaak ondieper gelegen grondwatervoorraden, die niet altjd worden beschermd door een afsluitende kleilaag. Om er zeker van te zijn dat we in het geval van een ernstge calamiteit, zoals een overstroming of een kernramp, nog steeds over genoeg schoon drinkwater kunnen beschikken zijn er ook zogenoemde Natonale Grondwater Reserves aangewezen. Dit zijn vaak dieper gelegen grondwatervoorraden die worden beschermd door een afsluitende kleilaag en die kunnen dienen als bron voor de producte van drinkwater. Ook is bij een extreem watertekort de verdringingsreeks van toepassing. Deze geef aan hoe we bij watertekort het zoetwater moeten verdelen.
Dit gaat om oppervlaktewater en niet om grondwater. Hieruit blijkt dat de rijksoverheid is voorbereid op een toenemende vraag naar drinkwater en dit op provinciaal niveau wordt opgepakt. Gelet op de calamiteiten waarmee ook rekening wordt gehouden, kan er vanuit worden gegaan dat onderhavig project geen uitzonderlijke druk legt op de drinkwatervoorziening. Het is verder in het belang van initatefnemer dat het watergebruik beperkt wordt cq er zuinig wordt omgegaan met drinkwater. Dit kan gedaan worden door toepassing van waterbesparende voorzieningen (denk aan douche, wasmachine) en daar waar het kan, regenwater gebruiken.
Ad d: Ten aanzien van de capaciteiten van riolering en rioolzuiveringsinstallate kan gesteld worden dat hiervoor speciale aandacht is geweest en initatefnemers samen met de gemeente Venlo hebben gekeken of de capaciteit volstaat en of er op kosten van initatefnemer een capaciteitsuitbreiding 48
moet plaatsvinden. De gemeente heef de toename van afvalwater in het gemeentelijk stelsel doorgerekend. Daaruit is gebleken, dat geen capaciteitsprobleem optreedt in het gemeentelijk rioolstelsel. Wat betref het WBL is er ook geen issue qua hoeveelheid (hoewel het WBL bij extreme regenbuien meer afvalwater te verwerken krijgt dan de DWA van de wooneenheden die erbij komen).
Ad e, f, g: Bij het opstellen van het bestemmingsplan zijn alle onderzoeken gedaan die vanuit planologisch oogpunt noodzakelijk zijn en in het belang van een goede ruimtelijke ordening zijn. Zo is er onderzoek gedaan naar de emissie en deposite van stkstof (Aeriusberekening), onderzoek naar de kwaliteit van de bodem (verkennende bodemonderzoeken), Verkeerskundig onderzoek naar de bestaande en toekomstge verkeersafwikkeling, onderzoek naar de milieu-efecten van resomeren en de veiligheid hiervan, akoestsche onderzoeken naar wegverkeerslawaai en door verkeersaantrekkende werking, onderzoek naar externe veiligheidsrisico’s en de verantwoording van het groepsrisico (met advies van de Veiligheidsregio Limburg-Noord), ecologisch onderzoek, archeologisch- en cultuurhistorisch onderzoek. Als de uitkomst van de uitgevoerde onderzoeken niet leidt tot een planologisch onaanvaardbare situate, houdt dit impliciet ook in dat hiermee is aangetoond dat voldoende rekening wordt gehouden met het Klimaatakkoord waarnaar reclamant verwijst en omwonenden geen onaanvaardbare impact ervaren op de luchtkwaliteit. Aan alle wetelijke maatstaven is getoetst en nergens valt uit af te leiden dat de projecten met die wetgeving in strijd zouden zijn.
Ad h: Reclamant stelt dat er maandelijks gemiddeld 368 internatonale werknemers op bedrijventerrein Veegtes overnachten (al dan niet in personenauto's). Dit sterkt het bevoegd gezag alleen maar in de noodzaak om menswaardige overnachtngslocates te realiseren voor deze internatonale werknemers; onderhavig initatef kan daarmee mede tot een oplossing leiden van het probleem van illegale overnachtngen in (vracht)auto’s. De behoefe aan een goede huisvestngslocate lijkt hiermee door reclamant te worden onderschreven.
Ad i: Woonwijk ’t Ven wordt aan de gehele westzijde omsloten door bedrijventerrein Veegtes. Onderhavige ontwikkeling, gesitueerd aan de westzijde van voornoemd bedrijventerrein, op een afstand van ruim 650 meter van de woonwijk, maakt dit niet anders. De situering van de nieuwe huisvestngslocate ten opzichte van de voorzieningen maakt het niet aannemelijk dat woonwijk ’t Ven een substantële impact zal ervaren door de aanwezigheid van internatonale werknemers. Voor de dagelijkse boodschappen zullen ze gebruik maken van (de omgeving van) het Trefcentrum en voor niet-dagelijkse zaken ligt het centrum van Venlo in de lijn der verwachtngen.
Ad j: Reclamant verzoekt om de direct herleidbare randzaken die voortvloeien uit de komst van de 49
internatonale werknemers in beeld te brengen. In ‘Samenlevingsagenda 2020’ is vanuit de wijk ’t Ven overlast gemeld als gevolg van illegale bewoning door internatonale werknemers (met name ten noorden van de A67 tot aan de Duitse grens). De gemeente is belast met het toezicht en handhaving op het gebied van kamerbewoning en doet dit door het uitvoeren van integrale controles samen met de veiligheidsregio ter plaatse van de meest risicovolle kamerverhuurpanden in de gemeente Venlo. Door grootschaliger huisvestng van internatonale werknemers loont het zich voor de ondernemer om hier een beheerder aan te stellen die 24/7 aanwezig is, bewoners en omwonenden te woord kan staan, controle uitvoert en de bevindingen terugkoppelt aan de eigenaar. Hiermee kan ook het ambtelijk apparaat worden ontlast. Uit ervaringen met initatefnemer op andere locates binnen de gemeente Venlo is het vertrouwen groot dat het beheer altjd professioneel wordt opgepakt. De Veiligheidsregio houdt kantoor naast de huisvestngslocate, zodat ook van daaruit direct zicht is op het functoneren van de huisvestngslocate. Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2021 0,8 procent van de inwoners met een westerse migrateachtergrond verdacht werd van een misdrijf en met een Nederlandse achtergrond 0,6 procent. Uit de cijfers is sinds 2011 een halvering van de percentages waar te nemen.
Tevens blijkt dat de mensen met een Nederlandse achtergrond zich vaker schuldig maken aan zwaardere criminaliteit dan mensen met een westerse en niet-westerse migrateachtergrond. Onder personen met een westerse migrateachtergrond gaf in 2019 15,7 procent aan slachtofer te zijn geweest van veelvoorkomende criminaliteit, zoals gewelds-, vermogens- of vandalismedelicten. Bij mensen met een Nederlandse achtergrond betrof dit 13,1 procent. Ten opzichte van 2013 is het aantal slachtofers met gemiddeld 25% gedaald. Hieruit wordt geconcludeerd dat in zijn algemeenheid internatonale werknemers met een westerse achtergrond zich niet signifcant vaker schuldig maken aan criminaliteit dan mensen met een Nederlandse achtergrond. De aanwezigheid van de internatonale werknemers heef ook een ander economisch efect. Niet alleen vanwege het feit dat er arbeid wordt verricht welke niet door autochtone Nederlanders wordt cq kan worden gedaan, maar ook doordat deze groep hun boodschappen in de regio doet en overige actviteiten in hun vrije tjd ontplooit. Hierdoor is de redelijke verwachtng dat de omzet van met name goedkopere supermarkten in Venlo-Noord een stjging zal laten zien. Voor de druk op de gezondheidszorg is ook aandacht. Echter, niet de gehele capaciteit van het park zal door nieuw te werven internatonale werknemers gevuld gaan worden.
Grotendeels gaat het om personen die op locates elders gehuisvest worden (bv aan de Grensweg in Arcen) welke locate aan de huisvestngscapaciteit wordt ontrokken. Voor deze groep is de gezondheidszorg reeds geregeld en ondergebracht in de regio. De uitzendbureaus die plaatsen huren op deze locate zijn verantwoordelijk voor de invulling van de gezondheidszorg. Alle uitzendbureaus in de regio Venlo hebben deze zorg nu geregeld en faciliteren deze.
Conclusie: Deze zienswijze geef geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
50
8: Reclamant 15: a b c d e
Grootschalige huisvestng internatonale werknemers zorgt voor sociale onveiligheid Veel extra woon-werkverkeer maar ook recreateverkeer, waarvoor verbetering van infrastructuur nodig is Resomeercentrum beter te vestgen bij crematorium en (natuur)begraafplaatsen waardoor minder verkeer in Veegtes komt Eerder plan voor crematorium op deze locate afgewezen, dus niet consequent Communicate in voortraject onvoldoende
Ad a: Het aspect ‘sociale veiligheid’ is niet eenvoudig te meten. Door de internatonale werknemers op een deskundig beheerd park te huisvesten, zal de controle maximaal zijn. De parkmanager is 24 uur per dag en 7 dagen per week aanwezig en voor bewoners en omwonenden bereikbaar. Bij ongewenste situates zal er direct opgetreden worden. Exploitant voert een streng beleid waarbij geldt dat bewoners die zich niet conform de verwachtngen van exploitant gedragen, ook verwijderd zullen worden van het park. Het is zeker ook voor exploitant van groot belang dat er geen klachten uit de omgeving komen en er een voor allen leefare situate is en blijf. Het voorzien in een centrale ontmoetngsruimte ten behoeve van onder andere het geven van taalonderwijs, ftnessruimte, wasserete, en een recepte en het voorzien in voldoende parkeergelegenheid en een goede ontsluitng zorgt voor het beperken van het doelloos rondhangen op het bedrijventerrein. Verder is het een pré dat binnen loopafstand van 750 meter winkels aanwezig zijn voor de eerste levensbehoefe. Niet valt in te zien waarom deze internatonale werknemers zich anders zouden gedragen dan ieder ander; hiermee is niet gezegd dat er nooit overlast zal zijn, maar wel dat deze niet anders zal zijn dan van andere personen.