047bijl 2 Nota van zienswijzen bp Hakkestraat-Hendrikkenhofstraat Venlo.pdf
Tekst van het document
Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2021 0,8 procent van de inwoners met een westerse migrateachtergrond verdacht werd van een misdrijf en met een Nederlandse achtergrond 0,6 procent. Uit de cijfers is sinds 2011 een halvering van de percentages waar te nemen. Tevens blijkt dat de mensen met een Nederlandse achtergrond zich vaker schuldig maken aan zwaardere criminaliteit dan mensen met een westerse en niet-westerse migrateachtergrond. Onder personen met een westerse migrateachtergrond gaf in 2019 15,7 procent aan slachtofer te zijn geweest van veelvoorkomende criminaliteit, zoals gewelds-, vermogens- of vandalismedelicten. Bij mensen met een Nederlandse achtergrond betrof dit 13,1 procent. Ten opzichte van 2013 is het aantal slachtofers met gemiddeld 25% gedaald. Hieruit wordt geconcludeerd dat in zijn algemeenheid internatonale werknemers met een westerse achtergrond zich niet signifcant vaker schuldig maken aan criminaliteit dan mensen met een Nederlandse achtergrond.
Ad b en d: In het verkeerskundig onderzoek zoals uitgevoerd door Kragten BV is de bestaande situate (omstreeks 2019) en de situate in 2030 in beeld gebracht, primair zonder meerekening van onderhavig initatef.
51
In het ontwikkelgebied wordt huisvestng voor maximaal 768 internatonale werknemers gefaciliteerd. Het woon-werkverkeer wordt verzorgd door 10 kleine busjes (maximaal 10 personen/bus) en 130 personenauto's. Bij de verkeersberekening voor de toekomstge situate is uitgegaan van een worst-case-scenario wanneer alle busjes en auto's tjdens de ochtendspits vertrekken en tjdens de avondspits terugkeren. Dit houdt in dat 's ochtends 10 busjes en 130 auto's het industrieterrein verlaten in de richtng van de snelweg en 's avonds terugkeren; voorzover sprake is van fexibele werktjden, worden deze pieken genivelleerd. De verkeersstroom van werknemers die op de bedrijventerreinen Veegtes en Noorderpoort werken, is tegengesteld aan die van de internatonale werknemers. Dit zorgt voor een goede verdeling van de hoeveelheid verkeer op de Hakkesstraat. De invloed van de nieuwe verkeersbewegingen zal in omvang beperkt blijven. Tijdens de spits is sprake van een toename van maximaal 140 extra vervoersbewegingen op het kruispunt Nijmeegseweg-Hakkesstraat, hetgeen in totaal weinig verschil zal maken met de huidige verkeersbewegingen op het kruispunt. Voor zogenaamde vrijetjdsverplaatsingen, zoals boodschappen doen, sporten en recreëren, zal voornamelijk de zuidelijke ontsluitng via de Laurens Janszoon Costerstraat gebruikt worden. Dit voorkomt extra druk op het kruispunt Nijmeegseweg-Hakkesstraat.
Bovendien worden de recreateve vervoerbewegingen grotendeels gemaakt buiten het spitsuur, waardoor deze vrijetjdsverplaatsingen geen invloed hebben op de capaciteit van het kruispunt NijmeegsewegLaurens Janszoon Costerstraat. Werknemers die overdag werken, zullen vooral in de vroege avonduren hun ‘vrijetjdsverplaatsingen’ doen. Voor werknemers die in de nacht hebben gewerkt, zal dit waarschijnlijk in de middag zijn. Een en ander is uiteraard ook afankelijk van het jaargetjde (valt de avond vroeg in of is het lang licht?) en van de op eigen terrein aangeboden faciliteiten. Het is in zijn algemeenheid een feit dat woon-werkverkeer voornamelijk in de spits plaatsvind, en vrijetjdsverkeer verspreid over de dag, met een grotere druk in de namiddag/vroege avond. Dit is niet alleen afankelijk van werktjden, maar ook van openingstjden van bijvoorbeeld sportcentra of cursuslocates. De kortste weg tussen de Hendrikkenhofstraat een het Trefcentrum en de omliggende winkels is geheel voorzien van een verhoogd trotoir; langs de Laurens Janszoon Costerstraat ligt een fetssuggestestrook. Bij normaal gebruik van trotoir en fetsvoorziening door de internatonale werknemers enerzijds, en het gebruik van de weg door automobilisten en vrachtwagenchaufeurs zou de verkeersveiligheid niet in het geding hoeven zijn.
Als elke internatonale werknemer dagelijks 1x per 12 uur met de fets of te voet richtng winkelcentrum zou gaan, dan zou dit 2 bewegingen per minuut met zich meebrengen. De ervaring leert dat niet elke internatonale werknemer elke dag naast het werk dergelijke verkeersbewegingen maakt, temeer niet nu initatefnemer er zorg voor draagt dat ook op eigen terrein (binnen de huisvestngslocate) voldoende actviteiten ondernomen kunnen worden.
Voor het resomeercentrum geldt dat er alleen maar relevante verkeerbewegingen per auto zijn. Ervan uitgaande dat de reikwijdte van het resomeercentrum in het vroege stadium zeer groot is door de beperkte hoeveelheid aan resomeercentra in Nederland en in Duitsland, is gerekend met het maximaal aantal verkeersbewegingen per plechtgheid van 292 per dag. Het verkeer zal voornamelijk van de A67 komen en via de Nijmeegseweg de Hakkesstraat bereiken. De verkeersbewegingen zullen voornamelijk buiten de spits plaatsvinden hetgeen extra verkeer tjdens de piekmomenten voorkomt.
52
Ad c: Reclamant is van mening dat er geen medewerking verleend zou moeten worden aan een resomeercentrum omdat in het verleden een afwijzing heef plaatsgevonden voor een crematorium met de stelling dat in Blerick al een crematorium en begraafplaats waren. De diverse uitvaartmogelijkheden zouden in Blerick verder moeten groeien. In casu is er geen sprake van uitbreiding van eenzelfde vorm van ter aarde bestelling of cremate, maar van een geheel nieuw concept in de vorm van resomeren. In essente is dit, net als cremeren, een ‘bedrijfsmatg’ proces waarvoor een gebouw noodzakelijk is dat zich kan voegen binnen een bedrijventerrein, met name ook gezien de combinate met het stadspark dat gebruikt zal gaan worden als herdenkingspark. Gezien de maatschappelijke bestemming die op delen van dit gebied rust, wordt het resomeercentrum met herdenkingspark als een passende invulling van de locate gezien. Verder zag het verzoek voor een crematorium op een heel andere locate en in combinate met een heel ander initatef; elk verzoek moet op zijn eigen merites en locatespecifek beoordeeld worden. Er is geen sprake van gelijke of vergelijkbare verzoeken.
Ad e: De omgevingsdialoog is ingezet in 2018. Normaliter wordt een grens getrokken, buiten welke de impact van een project niet meer aannemelijk is. De kring van benaderden is dus afankelijk van de omvang van het project. De omgevingsdialoog wordt aangegaan door initatefnemer van een project; het verslag van de omgevingsdialoog wordt ter kennis gebracht van het bevoegd gezag (college en gemeenteraad). Aangezien woonwijk ’t Ven op een afstand van meer dan 650 meter vanuit het plangebied is gelegen en het naar de mening van initatefnemer niet in de rede ligt dat de internatonale werknemers in hun recreateve verkeersbewegingen richtng ’t Ven bewegen, heef de omgevingsdialoog zich primair beperkt tot de bewoners en gebruikers van gronden op de bedrijventerreinen de Veegtes en Noorderpoort. In de loop van het proces hebben zich bewoners van ’t Ven gemeld en heef ook communicate plaatsgevonden met Werkgroep Dorpsontwikkelingsplan ’t Ven. Kennelijk zijn de reactes welke zijn ingebracht, onvoldoende, niet herkenbaar, onjuist of in het geheel niet in het verslag terecht gekomen en heef reclamant het gevoel dat er geen sprake is van een dialoog maar van éénrichtngsverkeer in de communicate. Als dat zo is, dan betreurt initatefnemer dat gevoel.
Echter, er wordt vanuit gegaan dat de destjds gegeven reactes wederom in deze fase als zienswijzen zijn ingebracht en in onderhavige nota van zienswijzen wel de aandacht hebben gekregen die ze verdienden, ongeacht of de inhoud van de reacte hierop naar de visie van reclamant bevredigend is. De omgevingsdialoog is bedoeld om te informeren, reactes van omwonenden en omliggende gebruikers te verzamelen en op hun merites te beoordelen en waar wenselijk, mogelijk en uitvoerbaar, deze reactes te vertalen in een aangepast initatef. Op dit moment is het voeren van de omgevingsdialoog vormvrij en ter uitvoering door initatefnemer. De gemeente Venlo is hier niet anders in betrokken dan dat zij de reactes in de besluitvorming betrekt. Het initëren van een informatemarkt door de gemeente Venlo had hoofdzakelijk een informatef/beeldvormend doel en er is, vanuit het algemeen belang bezien, een redelijke afakening geweest van genodigden. Ergens moet een grens worden getrokken en hoe groter de groep, hoe minder het mogelijk is om gesprekken te voeren. De gemeente ziet de 53
informatemarkt los van de omgevingsdialoog. Deze is opgezet naar aanleiding van opmerkingen van bewoners en werkgroep ’t Ven dat niet alle inwoners van ’t Ven op de hoogte zijn van het initatef en dat mensen met vragen omtrent een beperkte beeldvorming ziten. Hierbij is uiteindelijk de gehele wijk ’t Ven en het bedrijventerrein uitgenodigd om deel te nemen aan de informatemarkt. Vragen die in verband met tjdgebrek niet gesteld konden worden, konden per mail voorgelegd worden. Van deze mogelijkheid is ook gebruik gemaakt en die vragen zijn beantwoord. Het vaststellen van een bestemmingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad; hierop is de wetelijke procedure van toepassing, waarbij in de ontwerpfase voor één ieder de mogelijkheid bestaat om een zienswijze in te dienen. Alle belangen die middels een zienswijze zijn ingediend, zullen de gemeenteraad bereiken en hierop zal een zorgvuldige afweging plaatsvinden, met dien verstande dat ingeval van potenteel conficterende belangen een zo objectef mogelijke afweging wordt gemaakt die het algemeen belang dient.
Conclusie: Deze zienswijze geef geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
54