045 Bijl01 Bevindingenrapport effecten van cultuursubsidies in Venlo.pdf
Tekst van het document
2.3
Beantwoording onderzoeksvraag 1 en toetsing aan het normenkader
Wat is de vertaling van de gemeentelijke financiële en inhoudelijke kaders naar het subsidiebeleid en de verantwoording daarvan? •
De gemeente heeft een inhoudelijk beleidskader (Cultuurvisie 2020). Het financiële kader is geregeld via de programmabegroting waarin per instelling en voor de regeling subsidieplafonds zijn vastgesteld.
•
Een expliciete koppeling tussen toetsingscriteria in de regeling Amateurkunst, Volkscultuur en Culturele projecten en beleidsdoelen uit de cultuurvisie is niet gemaakt. Één op één koppeling is wel gemaakt, zie artikel 3 lid 2 van de subsidieregel en de beleidsvoornemens onder speerpunt 5 Cultuurparticipatie. In de ASV, die wordt gehanteerd voor de grote culturele instellingen, zijn geen inhoudelijke toetsingscriteria opgenomen.
•
In de subsidietoekenning voor grote culturele instellingen wordt door de gemeente verwezen naar de ASV en de cultuurvisie als grond voor de subsidietoekenning. Een expliciete koppeling tussen de activiteiten en prestaties van de culturele instellingen en de beleidsdoelen en ambities in de cultuurvisie is niet benoemd in de beschikking en toekenning. In de verantwoording en vaststelling is daardoor ook geen koppeling te maken met de doelen uit de cultuurvisie.
Bevindingen subsidiebeleid en inrichting
27
•
De subsidiecyclus en het gemeentelijk beleid en wijze van monitoren voorzien niet in een systematiek waarin inzichtelijk wordt hoe de gesubsidieerde activiteiten bijdragen aan de gemeentelijke doelen. De raad ontvangt mede daardoor beperkt informatie over het doelbereik als gevolg van de gesubsidieerde activiteiten via de voortgangsrapportage cultuur.
•
De raad ervaart daardoor geen sturing en grip op het cultuurbeleid. De raad erkent dat de oorzaken daarvan ook liggen bij de kwaliteit van de kaderstelling door de raad. Daarom wenst de raad een discussie over de kaders en over de (maatschappelijke) waarde van het cultuurbeleid.
Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: •
Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm.
•
Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm
•
Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm.
•
Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm.
•
Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm.
Normen
Toetsing
Doelen vanuit het cultuurbeleid van de gemeente
Voldoet niet. Er is geen expliciet beschreven
Venlo zijn vertaald in beleidsinhoudelijke
inhoudelijke koppeling tussen de doelen in de
toetsingscriteria in de ASV en relevante
cultuurvisie en de ASV en subsidieregel. Alleen de
subsidieregelingen.
subsidieregel amateurkunst, volkscultuur en culturele projecten bevat inhoudelijke toetsingscriteria. De ASV bevat voor de basisinstellingen en de meerjarensubsidies geen inhoudelijk toetsingskader.
Het subsidieproces van aanvraag, beoordelen,
Voldoet beperkt. In de subsidietoekenning wordt
beschikken en vaststellen kent een duidelijke
door de gemeente verwezen naar de ASV en de
koppeling in alle stappen met de gemeentelijke
cultuurvisie als grond voor de subsidietoekenning.
beleidsdoelen.
Een expliciete koppeling tussen de activiteiten en prestaties van de culturele instellingen en de beleidsdoelen en ambities in de cultuurvisie is niet benoemd in de beschikking en toekenning. In de verantwoording en vaststelling is daardoor ook geen koppeling te maken naar de doelen uit de cultuurvisie.
De aanvraag voor subsidieverlening geeft inzicht
Voldoet beperkt. In de aanvraag wordt geen
in de activiteiten die zullen worden uitgevoerd. De
expliciete koppeling gemaakt (er wordt ook niet
aanvrager onderbouwt op welke manier de
om gevraagd) tussen de doelen van de gemeente
activiteiten bijdragen aan de doelen van de
en de activiteiten van de instelling.
gemeente. De gemeente kiest voor specifieke regelingen
Voldoet (meren)deels. De gemeente beschikt over
waarin beleidsdoelen van de gemeente zijn
een subsidieregel (amateurkunst, volkscultuur en
Bevindingen subsidiebeleid en inrichting
28
uitgewerkt in subsidiecriteria om het doelbereik te
culturele projecten) waarin inhoudelijke
vergroten.
toetsingscriteria zijn opgenomen voor de subsidieverstrekking. Voor de grotere instellingen ontbreken dergelijke toetsingscriteria.
De gemeente heeft een afwegingskader voor het
Voldoet merendeels. De gemeente heeft bij
wel of niet inzetten van subsidie als
cultuur gekozen voor het subsidieinstrument en
beleidsinstrument.
niet voor inkoop of aanbestedingen. Voor de grote culturele instellingen geldt dat de gemeente deze beschouwt als lokaal gewortelde basisvoorzieningen. Inkoop of aanbesteding staat haaks op lokale verbondenheid.
In de ASV en de subsidieregelingen is aangegeven
Voldoet. In de ASV is opgenomen dat de
dat de gemeente de subsidie kan terugvorderen
gemeente een subsidie kan weigeren of
of stopzetten als beoogde doelen niet zijn bereikt
tussentijds aanpassen of weigeren na toekenning.
of gelden niet zijn besteed aan waar deze vooraf voor bedoeld waren. De stappen van subsidieaanvraag, de beoordeling,
Voldoet grotendeels. Door de herijking van de
beschikking en verantwoording en vaststelling
subsidiesystematiek (subsidieregeling
worden periodiek gemonitord op een goede
Amateurkunst, Volkscultuur en Culturele
uitvoering.
projecten) is sinds 2020 aandacht voor een goede uitvoering van alle processtappen. Dit komt mede doordat de gemeente gebruik maakt van een subsidiecommissie, intern georganiseerd (met inhuur van expertise op dit vlak). Geplande evaluatie heeft alleen betrekking op subsidieregel. Voor de grote culturele instellingen is geen externe blik op het subsidieproces georganiseerd. De gemeente is voornemens om over 2023 een evaluatie uit te voeren.
De effecten van de verstrekte subsidies worden
Voldoet beperkt. De subsidiecyclus en het
periodiek gemonitord en gerelateerd aan de
gemeentelijk beleid en wijze van monitoren
gemeentelijke doelen.
voorzien niet in een systematiek waarin inzichtelijk wordt hoe de gesubsidieerde activiteiten bijdragen aan de gemeentelijke doelen. In de gesprekken van de gemeente met de grote culturele instellingen is dit wel onderwerp van gesprek maar dit wordt niet vastgelegd.
De raad stelt inhoudelijke, financiële en
Voldoet. De raad heeft een cultuurvisie
procedurele kaders voor de subsidieverstrekking.
vastgesteld (inhoudelijk en financieel kader). De raad heeft de ASV vastgesteld waarin de procedures voor de subsidieverstrekking zijn opgenomen. De subsidieregeling Amateurkunst, Volkscultuur en Culturele projecten is vastgesteld door het college, maar de raad is daarbij wel betrokken geweest.
Bevindingen subsidiebeleid en inrichting
29
De gemeenteraad stelt een
Voldoet niet. In het juridische instrumentarium
subsidieinstrumentarium beschikbaar waarin een
(ASV en subsidieregel) is geen expliciete
duidelijke koppeling zit tussen de beleidsdoelen
koppeling tussen beleid en toetsingscriteria voor
en de te subsidiëren activiteiten.
te subsidiëren activiteiten opgenomen.
De raad vraagt en krijgt een periodieke evaluatie
Voldoet merendeels. De raad ontvangt beperkt
van de aard en omvang van de verleende
informatie over het doelbereik als gevolg van de
subsidies, de effecten van de subsidieverstrekking
gesubsidieerde activiteiten via de
op het doelbereik en de juiste toepassing van het
voortgangsrapportage cultuur. De raad wordt via
subsidie instrument.
de cultuurrapportage mede geïnformeerd over de toepassing van het herijkte subsidieinstrumentarium. De raad kan in principe via het openbaar subsidieregister de verstrekte subsidies in aard en omvang raadplegen.
Bevindingen subsidiebeleid en inrichting
30
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
3
BEVINDINGEN TOETSING AAN DE PRAKTIJK
Bevindingen subsidiebeleid en inrichting
32
3. Bevindingen toetsing aan de praktijk 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de bevindingen ten aanzien van toetsing aan de praktijk opgenomen. Eerst zijn in de rode kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met de samenvattende beantwoording van vraag 2 en een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de rode kaders. In dit hoofdstuk worden de volgende hoofdvraag en deelvragen beantwoord: 2.
Kijkend naar enkele casussen (een selectie van de meerjarig ondersteunde culturele instellingen uit Venlo): welke beleidsdoelen c.q. maatschappelijke effecten worden bereikt en hoe worden deze gemeten? a)
Wat is de relatie tussen gewenste prestaties en verstrekte subsidies? Welke beleidsdoelen c.q. maatschappelijke effecten van beleid worden beoogd/ nagestreefd?
b)
Wat zijn de effecten van de ontplooide activiteiten van de instellingen? Zijn deze effecten meetbaar en concreet? Hoe wordt gemeten of deze effecten daadwerkelijk worden bereikt en hoe wordt dit afgezet tegen de beleidsdoelstellingen uit het cultuurbeleid?
c)
Welke rol speelt het ondernemerschap van instellingen bij de bijdrage aan de realisatie van de beoogde beleidsdoelen c.q. maatschappelijke effecten? Is er verschil waarneembaar in de daadwerkelijke bijdrage aan de gewenste effecten tussen instellingen waarin ruimte bestaat en wordt benut voor ondernemerschap en instellingen waarin ondernemerschap geen rol speelt?
d)
3.2
Hoe ervaren subsidieontvangers het doelbereik en de sturing daarop door de gemeente?
Bevindingen a)
Wat is de relatie tussen gewenste prestaties en verstrekte subsidies? Welke beleidsdoelen c.q. maatschappelijke effecten van beleid worden beoogd/ nagestreefd?
Bevindingen op hoofdlijnen: •
Voor grote culturele instellingen worden prestatieafspraken vastgelegd als bijlage bij de beschikking. Kijkend naar de vastgelegde documentatie wordt in het subsidieproces niet of nauwelijks gestuurd op het behalen van beleidsdoelen en maatschappelijke effecten.
•
Uit interviews blijkt dat subsidieontvangers het cultuurbeleid kennen maar niet specifiek sturing ervaren op bepaalde doelen en effecten en dat deze ook niet meetbaar zijn.
•
Voor de regeling Amateurkunst, Volkscultuur en Culturele projecten geldt dat aanvraag en beoordeling zijn vastgelegd in de regeling en dit conform wordt uitgevoerd. In het verdere subsidieproces, in de verantwoording en vaststelling, worden de bijdragen aan de doelstellingen en maatschappelijke effecten niet concreet gemaakt en niet gemeten.
Bevindingen toetsing aan de praktijk
33
Onderbouwing Papertrail In onderstaande tabel staat de analyse van de papertrail van het casusonderzoek die is uitgevoerd bij het subsidieproces drie grote culturele instellingen over de jaren 2017 tot en met 2022 en bij het subsidieproces van zes casussen voor het jaar 2022 onder de subsidieregeling Amateurkunst, Volkscultuur en Culturele projecten. De analyse richt zich op de sturing op de doelstellingen van het cultuurbeleid in het proces en de meetbaarheid van effecten. Tabel 1: Analyse papertrail casus onderzoek cultuur Venlo: Sturing op doelen cultuur in proces van subsidieverstrekking en meetbaarheid effecten. Aanvraag : in
De beoordeling
Beschikking
De
Vaststelling geeft
aanvraag wordt
van de subsidie-
benoemt bijdrage
verantwoording
aan in hoeverre er
de bijdrage aan
aanvragen:
aan doelstellingen
geeft inzicht in
een bijdrage is
doelen
Beoordeling
(Maakt afspraken
bijdrage aan
geleverd aan
cultuurbeleid
enerzijds voor
over
doelstellingen
doelstellingen.
duidelijk, er is
proces op basis
verantwoording
cultuurbeleid en
Effecten zijn
sturing op
ASV/regeling en
naar doelstellingen
de besteding van
concreet en
meetbaarheid
voor bijdrage
cultuurbeleid,
de middelen.
meetbaar.
aan
zodat effect
Effecten zijn
doelstellingen
meetbaar is)
concreet en
cultuurbeleid
meetbaar.
Grote culturele instellingen
Subsidieregel Amateurkunst, Volkscultuur en Culturele projecten Groen = geeft sturing op bijdrage aan doelstellingen cultuurbeleid, Oranje = geeft deels sturing aan bijdrage aan doelstellingen, Rood = geeft geen sturing aan bijdrage op doelstellingen
Grote culturele instellingen Voor de drie grote culturele instellingen geldt dat over de jaren 2017 tot en met 2022 bijna geen specifieke naar beleidsdoelen van de gemeente geschreven aanvragen zijn aangetroffen in de aangeleverde documenten. Een koppeling met de doelen uit het cultuurbeleid van de gemeente Venlo is niet zichtbaar in de aangeleverde stukken. Veelal worden wel aparte prestatieafspraken gemaakt. In recente jaren worden in enkele gevallen beleidsdoelen aangetroffen in de stukken. Beoordelingen van de aangevraagde subsidies zijn niet aangetroffen in de stukken. Wel zijn verslagen van Bestuurlijk overleg aangetroffen. Deze gaan soms in op de aanvragen. Beschikkingen zijn aangetroffen in de documenten. De beschikkingen geven geen inzicht in de bijdrage van de betreffende subsidie aan doelstellingen van het cultuurbeleid. Wel zijn in een aantal gevallen prestatieafspraken aanwezig als bijlage bij de beschikking. Deze prestatieafspraken zijn gemaakt op basis
Bevindingen toetsing aan de praktijk
34
van bijvoorbeeld een plan van aanpak of jaarplan van de culturele instelling. In de beschikkingen en de bijlagen is geen direct verband te leggen tussen de prestatieafspraken en de beleidsdoelen of de maatschappelijke effecten van het cultuurbeleid. De verantwoordingen geven inzicht in de behaalde prestaties zoals die zijn afgesproken. Deze verantwoording geeft daarmee inzicht in de behaalde prestaties en kan met een verwerkingsslag theoretisch op onderdelen worden gekoppeld aan het cultuurbeleid van de gemeente Venlo. Aanvragen tot vaststelling door de subsidieontvanger zijn niet aangetroffen. Vaststellingen zijn veelal in lijn met de originele beschikking. Daarmee is de bijdrage aan doelstellingen in het cultuurbeleid in vaststelling niet duidelijk gemaakt. De effecten van de gesubsidieerde activiteiten zijn daarom niet concreet en meetbaar. Subsidieregeling Amateurkunst, Volkscultuur en Culturele projecten De aanvragen zijn veelal aanwezig voor de zes onderzochte casussen onder deze regeling. Daarmee is een koppeling geborgd met doelen zoals in de regeling zijn verwoord. Wel zien we dat in de aanvragen geen doelen worden genoemd.
Het Missiemuseum en de Doolhof stonden tijdens de selectie voor dit onderzoek niet correct in het subsidieregister van de gemeente Venlo en worden beoordeeld op basis van de ASV en niet op basis van de subsidieregel Amateurkunst, Volkscultuur en Culturele projecten. In de subsidieregeling Amateurkunst, Volkscultuur en Culturele projecten is een afwegingskader aanwezig. In de beschikkingen van een subsidie wordt duidelijk gemaakt waarvoor het bedrag is beschikt. Bij het indienen van een subsidie onder de regel Amateurkunst moet de aanvrager in het formulier (digitaal) aangeven op welke manier men bijdraagt aan de doelen van de gemeente Venlo. Via de regeling is dit proces van subsidieverstrekking geborgd in algemene termen. In de beschikkingen is niet te vinden wat de koppeling is met de beleidsdoelen van het cultuurbeleid van de gemeente Venlo. De verantwoording van de subsidies vindt plaats op activiteiten- en jaarrekeningniveau. Bijdragen aan de beleidsdoelen en effecten zijn niet concreet gemaakt en daarmee ook niet meetbaar. Wel kunnen de uitgevoerde activiteiten theoretisch met een verwerkingsslag gekoppeld worden aan de speerpunten van de gemeente. Een aanvraag tot vaststelling door de subsidieontvanger is niet aangetroffen. De vaststelling van de subsidie kent geen koppeling met de beleidsdoelen en effecten en zijn daarmee niet concreet en meetbaar gemaakt.
De effecten van de subsidieregel is één van de onderdelen dat wordt meegenomen in de evaluatie van de herijking van het subsidiebeleid die in 2024 plaatsvindt. Informele praktijk In onderstaande tabel staat de analyse van de gehouden interviews met de subsidieontvangers van het casusonderzoek die is uitgevoerd bij het subsidieproces drie grote culturele instellingen 1over de jaren 2017 tot en met 2022 en bij het subsidieproces van drie casussen voor het jaar 2022 onder de subsidieregel amateurkunst, volkscultuur en culturele projecten. De analyse richt zich op de sturing op de doelstellingen van het cultuurbeleid in het proces en de meetbaarheid van effecten.
1
Deze hebben betrekking op zowel basisvoorzieningen als meerjarenvoorzieningen
Bevindingen toetsing aan de praktijk
35
Tabel 2: Analyse interviews casus onderzoek cultuur Venlo: Sturing op doelen cultuur in proces van subsidieverstrekking en meetbaarheid effecten volgens subsidieontvangers Aanvraag : in
De beoordeling
Beschikking
De
Vaststelling
aanvraag
van de
benoemt
verantwoording
geeft aan in
wordt de
subsidieaanvragen:
bijdrage aan
geeft inzicht in
hoeverre er
bijdrage aan
Beoordeling
doelstellingen
bijdrage aan
een bijdrage
doelen
enerzijds voor
(Maakt
doelstellingen
is geleverd
cultuurbeleid
proces op basis
afspraken over
cultuurbeleid en
aan
duidelijk,
ASV/regeling en
verantwoording
de besteding
doelstellingen.
sturing op
voor bijdrage aan
naar
van de
Effecten zijn
meetbaarheid
doelstellingen
doelstellingen
middelen.
concreet en
cultuurbeleid
cultuurbeleid,
Effecten zijn
meetbaar.
zodat effect
concreet en
meetbaar is)
meetbaar.
Totaal grote culturele instellingen Totaal subsidieregel Amateurkunst, Volkscultuur en Culturele projecten Groen = geeft volgens subsidieontvangers sturing op bijdrage aan doelstellingen cultuurbeleid, Oranje = geeft volgens subsidieontvangers deels sturing aan bijdrage aan doelstellingen, Rood = geeft volgens subsidieontvangers geen sturing aan bijdrage op doelstellingen. Grijs = niet van toepassing, niet genoemd in het interview
Grote culturele instellingen Uit interviews blijkt dat grote culturele instellingen bekend zijn met het cultuurbeleid van de gemeente Venlo en in hun jaarplanningen of aanvraag hierbij aansluiten. Jaarplanningen en aanvragen worden gedaan op basis van een geschreven plan van aanpak door de instelling en niet op basis van het cultuurbeleid van de gemeente. De beoordeling vindt plaats op basis van het plan van aanpak of jaarplan van de instellingen en de prestatieafspraken die daarop gebaseerd zijn. In de beschikking is benoemd dat de instelling moet voldoen aan de prestatieafspraken. Respondenten geven aan dat de verantwoording plaats vindt op basis van de prestatieafspraken en hun eigen jaarplan/plan van aanpak.
Bevindingen toetsing aan de praktijk
36
Subsidieregeling Amateurkunst, Volkscultuur en Culturele projecten Subsidieaanvragers die een beroep hebben gedaan op deze subsidieregel geven aan dat in de aanvraag helder staat benoemd waaraan de instelling moet voldoen. Het is voor hen niet duidelijk of concreet genoeg hoe wordt gestuurd op meetbaarheid van de effecten en het bereiken van gemeentelijke doelstellingen. Zij geven aan dat de beoordeling plaats vindt door een commissie op basis van de AVS en subsidieregel. Door de gemeente wordt op basis hiervan de aanvraag beoordeeld. In de beschikking staat volgens respondenten duidelijk benoemd waar de instelling aan moet voldoen. Het is niet duidelijk voor de aanvragers hoe effecten concreet worden gemaakt en gemeten. Aanvragers hoeven naar eigen zeggen weinig te verantwoorden aan de gemeente. Verantwoording vindt plaats door middel van een jaarrekening en jaarverslag. Hoe de gemeente bepaalt wat de effecten van de uitgevoerde activiteit zijn, voltrekt zich buiten hun waarneming. b)
Wat zijn de effecten van de ontplooide activiteiten van de instellingen? Zijn deze effecten meetbaar en concreet? Hoe wordt gemeten of deze effecten daadwerkelijk worden bereikt en hoe wordt dit afgezet tegen de beleidsdoelstellingen uit het cultuurbeleid?
Bevindingen op hoofdlijnen: •
De impact van de ontplooide activiteiten wordt niet gekoppeld aan doelstellingen of effecten en in het subsidieproces wordt niet gestuurd op het meetbaar en concreet maken van deze effecten.
•
Daadwerkelijke effecten worden niet gemeten en kunnen niet afgezet worden tegen de beleidsdoelstellingen uit het cultuurbeleid. Wel is de gemeente gestart met het invoeren van een waardescan voor de grotere instellingen om hier een begin mee te maken.
Onderbouwing Grote culturele instellingen In tabel 1 en 2 is aangegeven dat doelstellingen en effecten niet concreet gemaakt worden in het gehele subsidieproces. Indicatoren en streefwaarden zijn niet voorhanden waardoor deze doelstellingen niet meetbaar zijn en effecten niet concreet worden gemaakt. Grote culturele instellingen geven aan dat de gemeente in hun beleving niet expliciet stuurt op de beleidsdoelstellingen. Met het indienen van de jaarplanning of aanvraag voor subsidie kijken de instellingen niet naar de beleidsdoelen van de gemeente maar schrijven zij zelf een beleidsplan. Dit is ook de onderlegger voor de gemeente voor de prestatieafspraken bij de beschikking. Voor een instelling als de bibliotheek geldt dat niet alleen aan culture doelen wordt bijgedragen maar ook aan de sociaalmaatschappelijke doelen. Volgens de grote culturele instellingen bevatten de doelen in de gemeentelijke cultuurvisie geen concrete meetpunten of indicatoren. Daardoor kunnen zij, anders dan de cultuurnota benoemen in hun beleidsplan, niet in hun aanvraag zetten aan welke concrete effecten of meetpunten van de gemeente zij gaan bijdragen. Volgens de subsidieontvangers is de manier van verantwoorden die de gemeente wenst niet helder. Eenmalig is door de gemeente een cultuurdocument verstrekt waarin stond hoe subsidieontvangers moesten verantwoorden, maar daar kon de instelling niets mee.
Instellingen rapporteren in relatie tot hun eigen plan van aanpak of jaarplan. Zij rapporteren door middel van een jaarrekening en een jaarverslag. In
Bevindingen toetsing aan de praktijk
37
de jaarverslagen staan de prestatieafspraken en staat beschreven wat gebeurd is in het afgelopen jaar. Instellingen rapporteren daarmee over de prestatieafspraken en niet expliciet over hun bijdrage aan beleidsdoelen en effecten. Respondenten van de gemeente geven aan dat het lastig is om de effecten in harde cijfers te meten. Ook het feit dat ondernemende instellingen meer financiers kennen, maakt het voor de gemeente lastiger om in te schatten wat het effect is van de verstrekte gemeentelijke subsidies. Respondenten van de gemeente geven aan dat men bezig is om beter te gaan monitoren, via onder meer de zogenaamde waardescan. Het is nog wel zoeken hoe de gemeente dit instrument wil toepassen in de subsidiecyclus. De gemeente is gestart met het uitvoeren van de waardescan bij een aantal grotere instellingen. Echter in het subsidieverleningsproces is de waardescan nog niet als instrument meegenomen omdat dit nog in een experimentele fase verkeert. De gemeente heeft het instrument waardescan daarmee nog niet formeel bekrachtigd als onderdeel van de subsidiecyclus. Respondenten van de gemeente geven aan dat de relatie met de subsidieontvanger er één is op basis van gelijkwaardigheid. Als de gemeente of de instellingen iets niet bevalt, dan kan dat tegen elkaar gezegd worden. Het is eerder een partnerschap dan dat het een opdrachtnemer-opdrachtgeverrelatie.
De relatie is wel eens moeizaam, bijvoorbeeld als er bezuinigingen nodig zijn aan de gemeentekant. Subsidieregeling Amateurkunst, Volkscultuur en Culturele projecten In tabel 1 en 2 komt naar voren dat de bijdrage aan beleidsdoelen en effecten niet concreet zijn gemaakt en ook niet meetbaar zijn. Volgens subsidieontvangers die gebruik maken van de subsidieregeling Amateurkunst, Volkscultuur en Culturele projecten zijn de doelen voor de indiening van de aanvraag redelijk duidelijk vermeld in de regeling. Deze zijn niet specifiek vertaald naar indicatoren met streefwaarden. Het zijn volgens respondenten meer algemene richtlijnen waarvan de gemeente wil dat de aanvragen eraan voldoen. In een paar gevallen is er onder deze regel een aanvraag ingediend met een activiteitenplan dat aansluit op wat in de beschikking is vastgelegd. In het activiteitenplan zijn bijvoorbeeld dan ook de bezoekersaantallen vastgelegd. Volgens subsidieontvangers zijn de beoordeling en vervolgens de beschikking vaak niet helemaal helder als het gaat om de te leveren prestaties, bijdragen aan doelen en maatschappelijke effecten, en hoe deze gemeten en verantwoord moeten worden. Duidelijke afspraken ontbreken over meetinstrumenten en soms worden regels opgesteld zonder voldoende overweging of ze haalbaar zijn in de praktijk. Hierdoor blijft het lastig om meetbare en concrete effecten vast te stellen. c)
Welke rol speelt het ondernemerschap van instellingen bij de bijdrage aan de realisatie van de beoogde beleidsdoelen c.q. maatschappelijke effecten? Is er verschil waarneembaar in de daadwerkelijke bijdrage aan de gewenste effecten tussen instellingen waarin ruimte bestaat en wordt benut voor ondernemerschap en instellingen waarin ondernemerschap geen rol speelt?
Bevindingen op hoofdlijnen: •
Het ondernemerschap van de grotere culture instellingen in Venlo speelt een grote rol. Inmiddels zijn al deze instellingen ondernemend en doen zij dit ook in samenwerking met elkaar. Het is lastig in te schatten wat hiervan het effect is op de beoogde doelstellingen.
•
Kleinere instellingen zouden gebaat zijn bij ondersteuning vanuit de gemeente bij het ondernemerschap.
Bevindingen toetsing aan de praktijk
38
Onderbouwing Vanuit de interviews blijkt dat de rol die ondernemerschap speelt steeds groter wordt. Het gros van de culturele instellingen doet volgens gemeentelijke respondenten meer dan wat vanuit de gemeente wordt verwacht. Hierdoor is Venlo ook beter in beeld in de regio en bij de provincie. Ondernemerschap is onderdeel van het profiel van de bestuurders van de grotere instellingen. Als deze instellingen elkaar opzoeken, dan wordt het ondernemerschap verder gestimuleerd. Dit maakt dat een instelling alleen of in samenwerking meer inkomstenbronnen heeft en daarmee meer activiteiten uitvoert die niet onder de noemer van de subsidie vallen. Daarmee is de gemeentelijke subsidie een onderdeel van de totale begroting van een instelling. Dit maakt dat het voor de gemeente lastiger is om in te schatten wat het effect is van de verstrekte gemeentelijke subsidies. De gemeente stimuleert ondernemerschap bij alle grote culturele instellingen en maakt hierin geen verschil. Inmiddels zijn alle grote culturele instellingen volgens gemeentelijke respondenten zeer ondernemend bezig, neemt externe financiering toe en werken zij ook veel samen. Door deze samenwerking is het ondernemerschap bij alle grote culturele instellingen gegroeid. Een aantal wat kleinere instellingen zou ook gebaat zijn bij het stimuleren van ondernemerschap door de gemeente.
Grote culturele instellingen geven aan dat zij hun nek uitsteken. Sommige initiatieven slagen en andere niet. Ze werven al flink veel middelen uit andere fondsen en regelingen. Zij hebben niet het gevoel dat als zij een keer mis schieten dat zij dan door de gemeente direct uit de lucht worden gehaald. De gemeente ziet de subsidieovereenkomst als de basis voor de opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. Daarbij is wel oog voor de belangen van zowel de gemeente als de subsidieontvangers, waarover men met elkaar in gesprek is. De gemeente vertrouwt erop dat zij hun financiën goed hebben ingericht en controleert dit ook tijdens de contactmomenten en op basis van rapportages en verantwoording. d)
Hoe ervaren subsidieontvangers het doelbereik en de sturing daarop door de gemeente?
Bevindingen op hoofdlijnen: •
Subsidieontvangers geven aan geen sturing te ervaren van de gemeente op het doelbereik.
Onderbouwing In het algemeen geven subsidieontvangers aan dat de relatie met de gemeente er een is op basis van wederzijds vertrouwen. Grote culturele instellingen geven aan dat in de cultuurvisie veel ambities staan. Het is voor hen onduidelijk wat nu echt de koers is van de gemeente. Daarmee is de koers van de gemeente niet altijd even helder. De cultuurvisie geeft niet concreet aan wat behaald dient te worden. Dat maakt het ook lastig voor de gemeente om aan te geven aan de subsidieontvangers of de doelen behaald zijn en in welke mate. Subsidieontvangers worden niet bevraagd om bijvoorbeeld aan de raad toe te lichten wat hun bijdrage is aan het realiseren van de ambities in de cultuurnota. Volgens de subsidieontvangers onder de regeling amateurkunst, volkscultuur en cultuurprojecten geeft de gemeente geen echte sturing op beoogde doelstellingen en effecten. De gemeente kijkt volgens hen enkel of de subsidieaanvraag correct is ingevuld of niet. In de beschikking wordt niet vermeld wat de aanvrager specifiek moet bijdragen aan doelstellingen. Hier mag de aanvrager zelf invulling aan geven. De kleine verenigingen hebben bijna geen contact over de activiteit met de gemeente.
Bevindingen toetsing aan de praktijk
39
3.3
Beantwoording onderzoeksvraag 2 en toetsing aan het normenkader
Kijkend naar enkele casussen (een selectie van de meerjarig ondersteunde culturele instellingen uit Venlo): welke beleidsdoelen c.q. maatschappelijke effecten worden bereikt en hoe worden deze gemeten? •
Subsidieontvangers geven aan geen sturing te ervaren van de gemeente op het doelbereik.
•
De impact van de ontplooide activiteiten wordt niet gekoppeld aan doelstellingen of effecten en in het subsidieproces wordt niet gestuurd op het meetbaar en concreet maken van deze effecten. Voor grote culturele instellingen worden prestatieafspraken vastgelegd als bijlage bij de beschikking. Kijkend naar de vastgelegde documentatie wordt in het subsidieproces niet of nauwelijks gestuurd op het behalen van beleidsdoelen en maatschappelijke effecten. Uit interviews blijkt dat subsidieontvangers het cultuurbeleid kennen maar niet specifiek een sturing ervaren op bepaalde doelen en effecten. Bovendien zijn deze ook niet meetbaar.
•
Voor de subsidieregel amateurkunst, volkscultuur en culturele projecten geldt dat aanvraag en beoordeling zijn vastgelegd in de regeling en dit conform wordt uitgevoerd.
•
Ondernemerschap van de grotere culture instellingen in Venlo speelt een grote rol. Inmiddels zijn al deze instellingen ondernemend en doen zij dit ook in samenwerking met elkaar.
Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: •
Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm.
•
Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm
•
Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm.
•
Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm.
•
Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm. Normen
Toetsing
De gemeente hanteert in het subsidieproces bij de
Voldoet beperkt. De gemeente stuurt niet tot
geselecteerde subsidies toetsingscriteria
nauwelijks op het doelbereik in het
(aanvraag) en meetpunten (verantwoording)
subsidieproces. In het proces wordt niet
waarmee inzichtelijk is welke beleidsdoelen en
gekoppeld aan doelstellingen of effecten en in het
effecten zijn bereikt.
subsidieproces wordt niet gestuurd op het meetbaar en concreet maken van deze effecten.
De toetsingscriteria in de ASV en
Voldoet merendeels. De toetsingscriteria in de
subsidieregelingen zijn specifiek, concreet en
subsidieregeling amateurkunst, volkscultuur en
toetsbaar.
culturele projecten zijn specifiek, concreet en meetbaar. De toetsingscriteria in de ASV zijn algemeen en beperkt inhoudelijk specifiek, concreet en toetsbaar.
De effecten van de onderzochte subsidies worden
Voldoet niet. De effecten van de subsidies worden
periodiek gemonitord en gerelateerd aan de
niet periodiek gemonitord en gerelateerd aan de
gemeentelijke doelen
gemeentelijke doelen. De impact van corona
Bevindingen toetsing aan de praktijk
40
heeft mogelijk het monitoren van effecten negatief beïnvloed. Aanvragers ervaren duidelijke voorwaarden
Voldoet beperkt. Aanvragers van grote culturele
(uitvoering en verantwoording) bij
instellingen verantwoorden volgens hun eigen
subsidietoekenning.
jaarplannen/plannen van aanpak. Aanvragers van de subsidieregel amateurkunst, volkscultuur en culturele projecten ervaren veelal duidelijke voorwaarden.
Het is voor aanvragers duidelijk aan welke doelen
Voldoet beperkt. Het is voor aanvragers duidelijk
hun activiteiten moeten bijdragen.
dat zij moeten bijdragen aan de algemene ambities van het cultuurbeleid, maar deze zijn volgens hen niet concreet en meetbaar.
Aanvragers ervaren duidelijke argumenten bij
Voldoet grotendeels. Aanvragers hebben een
(gedeeltelijke) afwijzing dan wel toewijzing van
relatie met de gemeente op basis van vertrouwen
een aangevraagde subsidie.
en hierin wordt veel overlegd en ook aangegeven wanneer de gemeente ergens niet mee eens is.
Bevindingen toetsing aan de praktijk
41
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
4
BEVINDINGEN LEREN VAN ANDERE GEMEENTEN
Bevindingen toetsing aan de praktijk
42
4. Bevindingen leren van andere gemeenten 4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de bevindingen ten aanzien van het leren van andere gemeenten opgenomen. Eerst zijn in de rode kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met de samenvattende beantwoording van vraag 3. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de rode kaders. In dit hoofdstuk worden de volgende vragen beantwoord: 3.
Hoe zorgen andere gemeenten ervoor voor dat de door hen verstrekte subsidies zo optimaal mogelijk bijdragen aan de realisatie van het cultuurbeleid?
4.2
a.
Welke andere keuzes zijn te maken in het cultuurbeleid als het gaat om doelen?
b.
Welke andere keuzes zijn te maken in het subsidiëren van culturele activiteiten?
Bevindingen a.
Welke andere keuzes zijn te maken in het cultuurbeleid als het gaat om doelen?
Bevindingen op hoofdlijnen: ▪
De doelen van de gemeente Venlo wijken in de kern niet sterk af van wat andere gemeenten en provincies nastreven met de doelen. Wat Venlo kan leren van andere gemeenten en provincies ligt meer op het vlak van het inzichtelijk maken van de impact van cultuur. Dat kan uitgedrukt worden in waarden van cultuur die bijdragen aan bredere gemeentelijke doelen. Venlo kan van andere gemeenten en provincies leren op welke waarden van cultuur zij kunnen sturen en hoe dat te monitoren is. Een uit te werken benadering kan daarbij de benadering van het multipliereffect zijn, juist omdat Venlo ervoor kiest dat cultuur bijdraagt aan andere opgaven in de stad. Het multipliereffect kan bijvoorbeeld bestaan uit het inzichtelijk maken welke maatschappelijke en economische waarde cultuur heeft voor de stad. Andere gemeenten en provincies hanteren daar meetpunten voor.
▪
De gemeente kan kiezen voor meetpunten die de impact van het cultuurbeleid monitoren. Die meetpunten kunnen dan weer leidend zijn in de afspraken die de gemeente maken met cultuurinstellingen. Naast prestatieafspraken over gerealiseerde activiteiten kan dan ook een afspraak worden gemaakt over de impact van de activiteiten. Een voorbeeld is het sturen op het multipliereffect van culturele instellingen. Zij kunnen door gemeentelijke middelen ook middelen uit andere fondsen werven. Daarmee komen meer middelen naar de gemeente die ook weer maatschappelijke en economische impact hebben.
Onderbouwing Invalshoeken voor doelformulering van cultuurbeleid Bij verschillende gemeenten (Breda, Groningen, Nijmegen, Lelystad, Veenendaal) en provincies (Zeeland, Noord-Brabant, Flevoland) is nagegaan welke beleidsdoelen zij op het beleidsthema Cultuur nastreven. De keuze voor deze gemeenten en provincies heeft plaatsgevonden omdat zij of vergelijkbaar lijken met de gemeente Venlo qua inwoneraantal en/of cultuurfunctie voor de regio of al wat verder lijken in het meten en monitoren van de impact van cultuur (geldt met name voor de provincies). Meerdere gemeenten en
Bevindingen leren van andere gemeenten
43
provincies formuleren doelen vanuit de waarde van cultuur voor de gemeenschap. Zo hanteert de provincie Flevoland een viertal waarden waarop gestuurd wordt: artistieke waarde, maatschappelijke waarde, economische waarde en ruimtelijke waarde. De gemeente Helmond stuurt op de intrinsieke waarde (actieve deelname leidt culturele competenties), sociale waarde (verbinding, betrokkenheid) en economische waarde (werkgelegenheid en bestedingen). De gemeente Veenendaal onderscheidt in de visie op cultuur drie waarden van cultuur: (1) ontwikkeling van inwoners op gebied van talentontwikkeling, gezondheid en geletterdheid, (2) versterking van woon- en vestigingsklimaat en (3) versterking identiteit van de stad. De gemeente Groningen vertrekt vanuit de artistieke waarde van cultuur. “De artistieke waarde van kunst en cultuur staat voor ons als intrinsieke waarde voorop. De invulling van de artistiek waarde is primair een zaak van de culturele instellingen en initiatieven, in interactie met het publiek. De artistieke waarde wordt getoetst door de Kunstraad, wij toetsen deze zelf niet. Wij zien dat alle andere waarden van cultuur niet tot stand komen zonder inspiratie, schoonheid en verbeeldingskracht van de artistieke kern”. Andere gemeenten richten zich in hun doelstellingen op het culturele vermogen van de gemeente, net als de gemeente Venlo.
Bijvoorbeeld de gemeente Lelystad die zich richt op het ontwikkelen van het cultureel vermogen van inwoners (denk aan kennis, ontwikkeling, competenties en excelleren) en het cultureel vermogen van de stad (aanbod, voorzieningen, organisatie en financiën). Een bijpassende doelformulering is dan bijvoorbeeld “het realiseren van een cultureel voorzieningenniveau en activiteitenaanbod dat bewoners en bezoekers van Lelystad stimuleert om kennis te nemen van en deel te nemen aan een breed aanbod van culturele activiteiten en bijdraagt aan een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en de ontwikkeling van Lelystad tot een open, levendige en volwaardige stad ondersteunt.” Net als Venlo en Lelystad draagt in de Nijmeegse cultuurvisie het cultuurbeleid bij aan de opgaven van de stad: “Cultuur draagt bij aan het welzijn van onze inwoners en is tegelijkertijd ook van belang voor de welvaart in de stad. We onderschrijven dat cultuur een belangrijke bijdrage kan leveren aan de grote opgaven.” Cultuurbeleid is daarmee nadrukkelijk verbonden met de grotere gemeentelijke of stedelijke opgaven. De doelen verschillen onderaan de streep niet veel van elkaar, het vertrekpunt lijkt alleen anders te zijn: van de waardeformulering van cultuur naar welke bijdrage dat levert aan gemeentelijke opgaven of andersom: welke bijdrage kan en dient cultuur te leveren aan bredere gemeentelijke opgaven.
Het ligt minder voor de hand om zich te richten op andere doelen, dat lijkt meer een kwestie van verschil in vertrekpunt. Wat mogelijk meer perspectief biedt, is de vraag hoe je de waarde en de impact van cultuur en de subsidies die daarvoor worden verstrekt, kunt meten en monitoren. Dat sluit ook aan bij hetgeen in gesprekken met zowel de gemeente als met subsidieontvangers als behoefte is geformuleerd. Daarom is in navolgende paragraaf weergegeven hoe verschillende gemeenten en provincies hieraan vorm (willen) geven. In de gemeente Venlo heeft deze waardeformulering van cultuur nog niet plaats gevonden. Monitoren van doelbereik cultuurbeleid door andere gemeenten en provincies In de analyse van de doelen is ook gekeken hoe gemeenten en provincies het doelbereik van hun cultuurbeleid (willen) monitoren. Er bestaan grofweg twee soorten prestatie-indicatoren (ook wel Key Performance Indicators of KPI’s genoemd): kwantitatieve indicatoren, zoals aantallen activiteiten, aantallen (betalende) bezoekers, cursisten, het aandeel eigen inkomsten van de culturele organisaties, etc. Dit is de meetbare output. Om daarnaast ook de impact te kunnen meten, moet gekeken worden naar indicatoren die zeggingskracht hebben over de gerealiseerde outcome (ofwel effecten). Daarom is bij een mix van gemeenten en provincies gekeken welke indicatoren zij gebruiken.
Bevindingen leren van andere gemeenten
44
De onderzochte gemeenten en provincies hanteren een mix van verschillende meetpunten: -
Gebruik van het aanbod: Het aantal bezoekers van activiteiten en het aantal uitvoeringen, festivals (outputresultaat)
-
Tevredenheid met het aanbod: percentage inwoners dat tevreden is met het aanbod van culturele voorzieningen, de bekendheid met culturele voorzieningen bij bezoekers en inwoners uitgesplitst naar verschillende doelgroepen (outcomeresultaat)
-
Doelgroepbereik: Het aandeel mensen behorende bij onderscheiden doelgroepen (%) dat jaarlijks gebruikt maakt van het aanbod van culturele voorzieningen, % inwoners dat een kunstzinnige activiteit heeft gedaan (outcomeresultaat)
-
Economische impact: Omvang van banen en bedrijven in creatieve industrie (outcomeresultaat)
-
Waardering maatschappelijk belang cultuur en erfgoed: De mate waarin inwoners aangeven cultuur en erfgoed van belang te vinden voor de samenleving of het percentage inwoners dat vindt dat cultureel aanbod bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van de gemeente of provincie. De positie op de ranglijst van Atlas voor gemeenten woonaantrekkelijkheidindex (outcomeresultaat).
Verschillende gemeenten en provincies brengen de staat van cultuur in beeld. De Provincie NoordBrabant hanteert een verdiepend instrument dat is afgestemd op het beleid. Het Onderzoek Waarde van cultuur (Rapport Waarde van Cultuur Brabant 2022 - Boekmanstichting) bevat facts en figures over het cultureel, sociaal en economisch kapitaal van de cultuursector in Noord-Brabant: -
-
-
Cultureel kapitaal (uit landelijke gegevens): o
Culturele infrastructuur in aantallen, ranking t.o.v. andere provincies (output)
o
Geïdentificeerde cultuurlocaties online - uitgesplitst naar discipline (output)
o
Cultuuraanbod in aantallen (output)
o
Aantal culturele opleidingen (output)
o
Aantal activiteiten professionele kunsten (throughput/output)
Sociaal kapitaal (uit enquête bewoners): o
Waardering voor kunst, cultuur en erfgoed (outcome)
o
Cultuurbezoek (output/outcome)
o
Cultuurbeoefening (output/outcome)
o
Lidmaatschap / steun (output/outcome)
Economisch kapitaal: o
Uitgaven provincie aan cultuur (input)
o
Inkomsten cultuurorganisatie naar bron (input)
o
Aandeel eigen inkomsten (input)
o
Aantal bedrijven in creatieve industrie (output)
o
Werkgelegenheid in creatieve industrie (outcome)
o
Aandeel zelfstandigen in creatieve industrie (output)
De gemeente Nijmegen heeft een Staat van Cultuur opgesteld waarin zowel de waarde van cultuur (wat het is) als de betekenis (wat het doet) in beeld is gebracht. In onderstaande figuur is dat schematisch weergegeven.
Bevindingen leren van andere gemeenten
45
In de navolgende figuur (ook uit de Staat van Cultuur Nijmegen) is in een assenstelsel weergegeven wat de betekenis van cultuur kan zijn.
De Nijmeegse Staat van Cultuur gebruikt meerdere indicatoren of meetpunten: •
De positie die Nijmegen inneemt in de cultuurindex van de Atlas voor Gemeenten
•
Aandeel inwoners dat denkt dat Nijmegen bekend staat als cultuurstad
•
Tevredenheid inwoners over het cultuuraanbod
•
Aandeel inwoners dat trots is op Nijmegen als cultuurstad
•
Aandeel inwoners dat in Nijmegen woont vanwege het cultuuraanbod
•
Beoordeling van de kwaliteit van het cultuuraanbod
•
Groei van het aantal banen in de culturele sector
•
Mate waarin Nijmeegse cultuurinstellingen een beroep doen op landelijke fondsen
•
Bezoekersaantallen van culturele activiteiten en festivals.
Beelden bij monitoring van de impact van cultuur vanuit documentenstudie en interviews In de interviews met de culturele instellingen in Venlo, maar ook in de cultuurvisie van de gemeente Veenendaal, wordt gesproken van een multipliereffect van inzet op cultuur. De culturele sector is onlosmakelijk verbonden met vele sectoren in de samenleving. Landelijk onderzoek (Beerda, ‘Cultuur doet ertoe, ook economisch’, 2020) laat aan de financiële kant van de culturele sector zien dat iedere euro die voor de entree bij een culturele activiteit wordt betaald, vermenigvuldigd kan worden met de factor 2,5. Uit het onderzoek blijkt dat je elke euro die voor de entree wordt betaald – of het nu voor een tentoonstelling is of voor een concert – met 2,5 kunt vermenigvuldigen. Mensen gaan een hapje eten in
Bevindingen leren van andere gemeenten
46
de stad, winkelen, maken gebruik van het openbaar vervoer, enzovoort. Zo leverde bijvoorbeeld Eurosonic Noorderslag de gemeentelijke economie van Groningen in 2018 4,4 miljoen euro op. Dit betreft een winstbedrag na aftrek van de gemeentelijke subsidie. Een andere invulling van het multipliereffect dat in de interviews is genoemd, heeft betrekking op het aantrekken van middelen uit externe fondsen. Lokale culturele instellingen halen ook middelen uit andere (provinciale en landelijke) fondsen en die middelen worden ingezet in de eigen gemeente. Hier zit een multiplier op de ingezette gemeentelijke subsidiemiddelen voor cultuur. Door de gemeentelijke subsidiemiddelen zijn culturele instellingen in Venlo ook in staat om extra middelen te werven. Bijvoorbeeld het Missiemuseum dat ruim anderhalve ton binnenhaalt uit andere fondsen voor een tentoonstelling. Soortgelijke voorbeelden zijn ook door Co de Ontwikkelaar en de bibliotheek genoemd. Samenvattend: wat kan Venlo leren van anderen? Aspect
Venlo
Hoe kan het ook?
Leerpunten
Doelformulering
Doelen formuleren
Doelen formuleren op
Weinig, de invalshoek is iets
vanuit cultureel
basis van waarden van
anders bij andere gemeenten
vermogen en
cultuur: sociale,
en provincies. Het leerpunt zit
bijdragen aan andere
economische, artistieke
vooral in de concretisering van
domeinen (sociaal,
en intrinsieke waarde
doelen en meetpunten
gezond, economisch) Monitoren
Cultuurvisie bevat
Meten = weten.
Benoem bij doelen concrete
doelbereik
geen indicatoren of
Meerdere gemeenten
meetpunten (die ook meetbaar
meetpunten.
en provincies
zijn) en ontwikkel daarmee een
Meetbaar Venlo kent
gebruiken een
instrument waarmee de impact
twee indicatoren voor
meetinstrument (Staat
en het doelbereik gemeten kan
cultuur die niet
van Cultuur, Waarde
worden.
rechtstreeks te
van Cultuur) op met
relateren zijn aan
concrete meetpunten
doelen uit de
zoals afgeleid van
cultuurvisie.
waarden en doelen zoals: -
Gebruik en bereik van het aanbod
-
Tevredenheid met het aanbod
-
Economische impact (banen, omzet) van cultuur zelf en multipliereffect naar winkelen, gebruik horeca etc)
-
Waardering van maatschappelijk belang van cultuur
Bevindingen leren van andere gemeenten
47
b.
Welke andere keuzes zijn te maken in het subsidiëren van culturele activiteiten?
Bevindingen op hoofdlijnen: De andere keuzes die Venlo kan maken in het subsidiëren van culturele activiteiten zijn: ▪ Meer dan nu vastleggen van inhoudelijke toetsingscriteria in het juridisch instrumentarium (ASV en regelingen). Bijvoorbeeld door net als de gemeente Nijmegen alleen subsidie te verstrekken vanuit een subsidieregeling met specifieke inhoudelijke toetsingscriteria. Nu verstrekt Venlo aan grote culturele organisaties subsidies zonder inhoudelijke en schriftelijk vastgelegde toetsingscriteria. Dat vraagt dat voor alle subsidieverstrekkingen op het gebied van cultuur een expliciet inhoudelijk toetsingskader is. ▪ In het subsidieproces schriftelijk vastgelegde sturing op de ‘uitvraag’ aan de grote culturele instellingen. En vervolgens in het proces van toekenning en vaststelling een expliciete verwijzing naar de bijdrage van de subsidieverstrekking aan het doelbereik. ▪ De gemeente kan, net als de gemeente Nijmegen, werken met een externe beoordelingscommissie voor alle subsidieaanvragen. Beoordelingscommissies werken met een vastgelegd toetsingskader voor de beoordeling van aanvragen. Onderbouwing Gemeenten en provincies hanteren een verschillende manier van het inrichten en toepassen van subsidiëring van culturele instellingen en culturele activiteiten.
Die verschillen doen zich voor in de inrichting van het juridisch instrumentarium, de duur van de subsidierelatie en de sturing op de doeltreffendheid of impact van de subsidie. In onderstaand overzicht is de wijze van subsidiëren van Venlo afgezet tegen andere gemeenten en provincies. Aspect
Venlo
Hoe kan het ook?
Leerpunten
Inrichting
De gemeente kent een
Twee andere modellen zijn
Verstrek subsidie
juridisch
ASV van waaruit
zichtbaar:
alleen op basis van
instrumentarium
rechtstreeks incidentele
(1) Een ASV met aparte
specifieke in een
(ASV en
en structurele subsidies
hoofdstukken per
regeling genoemde
regelingen)
kunnen worden verstrekt,
beleidsterrein en per
inhoudelijke
o.a. op het terrein van
hoofdstuk aparte
beoordelingscriteria.
cultuur.
voorwaarden en verwijzingen naar beleid
De ASV biedt ruimte voor specifieke
(Zeeland, Breda) (2) Een ASV als raamwerk met
subsidieregelingen.
alle cultuursubsidies in
Venlo kent één
aparte regelingen. Subsidies
Subsidieregel
worden uitsluitend vanuit
amateurkunst,
een regeling verstrekt.
volkscultuur en culturele
Zowel voor meerjarige als
projecten.
jaarlijkse als incidentele subsidierelaties (o.a. Nijmegen, Noord Brabant).
Duur
De gemeente maakt
De meeste andere gemeenten
Overweeg om voor
subsidierelatie /
onderscheid tussen
en provincies hanteren voor de
structurele
meerjarensubsidies
subsidieverstrekking
Bevindingen leren van andere gemeenten
48
frequentie van
(grote(re) culturele
grote culturele instellingen een
(ook als deze nu
aanvragen
instellingen) en
meerjarige subsidierelatie.
jaarlijks is)
incidentele subsidies via de ASV. De subsidies verstrekt
meerjarige Daarnaast zijn er regelingen
subsidierelaties.
waar jaarlijks een beroep op kan
Incidentele
worden gedaan.
subsidies kunnen
vanuit de regeling
jaarlijks worden
moeten jaarlijks worden
aangevraagd.
aangevraagd. Wijze waarop
In de ASV is geen
Hier zijn de volgende manieren
Combineer (1) een
verbinding wordt
expliciet verband gelegd
zichtbaar:
format voor
gelegd tussen de
tussen de aanvraag van
(1) Vaste aanvraagformulieren
subsidieaanvraag
gemeentelijke
subsidie en het bijdragen
waarin gevraagd wordt op
waarmee een
doelen en de
aan gemeentelijke
welke manier de
directe verbinding
subsidieaanvraag
doelen of beleid.
aangevraagde activiteiten
met beleidsdoelen
bijdragen aan het beleid of
wordt gelegd met
In de aanvraag moet de
andere vaste formats voor
(2) in de
culturele instelling in
de aanvraag of beschrijving
subsidieregeling
aangeven (art. 2 b): de
van een activiteitenplan
vastgelegde doelen
doelen en resultaten
behorend bij de aanvraag
die afgeleid zijn van
welke met die activiteiten
(o.a. Zeeland, Nijmegen en
de doelen uit de
worden nagestreefd, en
Lelystad)
cultuurvisie en (3)
hoe de activiteiten daaraan bijdragen.
(2) Gerichte inhoudelijke
een inhoudelijk
doelen opgenomen in een
toetsingskader per
hoofdstuk van de ASV of
subsidieregeling of
De gemeente hanteert
een regeling waar een
subsidiesoort.
voor de structurele
aanvraag op beoordeeld
meerjarensubsidies aan
wordt. Daardoor ontstaat
Dit geldt zowel voor
de grote culturele
een meer inhoudelijk
grote als kleine(re)
instellingen geen vast
gerichte en op papier
subsidieaanvragers.
aanvraagformulier.
vastgelegd ‘uitvraag’ (Zeeland, Noord-Brabant,
De subsidieregel amateurkunst,
Breda) (3) Gemeenten en provincies
volkscultuur en culturele
die werken met een externe
projecten bevat een
beoordelingscommissie
opsomming waar de te
voor de beoordeling van
subsidiëren activiteit aan
jaarlijkse aanvragen. De
moet bijdragen. Er is
beoordelingscommissies
geen expliciete
werken met een vast aantal
koppeling gelegd met
toetsingscriteria. (Noord-
een specifiek beleidsplan.
Brabant, Groningen)
De beoordeling vindt (nu
(4) Gemeenten die werken met
nog) plaats door een
een externe
interne
beoordelingscommissie
beoordelingscommissie.
voor de beoordeling van alle meerjarige en jaarlijkse
Bevindingen leren van andere gemeenten
49
aanvragen. De beoordelingscommissies werken met een vast aantal toetsingscriteria. (Nijmegen). Wijze van
In de toekenning van de
Hier zijn de volgende manieren
Idem als hierboven.
toekenning en
subsidie aan grote
zichtbaar:
Overweeg een
voorwaarden
culturele instellingen
(1) Toekenning op basis van
externe
voor
verwijst de gemeente
voorwaarden uit specifieke
beoordelings-
verantwoording
naar de ASV en de
regeling of hoofdstuk in de
commisssie voor
Cultuurvisie. In de
ASV.
alle aanvragen.
voorwaarden zijn de
(2) Verwijzing in toekenning
wijze van
naar ASV en beleidsplan
verantwoording, het
(Zeeland, Noord-Brabant,
tussentijds overleg en eventueel
Breda) (3) Verschil in
prestatieafspraken
verantwoordingsplicht
opgenomen.
tussen meerjarige, grotere en kleine subsidies.
Subsidies verstrekt vanuit de subsidieregel amateurkunst, volkscultuur en culturele projecten bevatten een verwijzing naar deze subsidieregeling, maar niet naar de Cultuurvisie. In de toekenning wordt verwezen naar verantwoording op de uitvoering van de aangevraagde activiteiten. Te subsidiëren
Via de ASV worden grote
De volgende typen activiteiten
Benoem ook welke
activiteiten
culturele instellingen
worden in andere gemeenten
activiteiten van
gesubsidieerd
gesubsidieerd
grote culturele
(basisvoorzieningen) en
•
meerjarenvoorzieningen. Specifiek vanuit de
•
subsidieregel
Deskundigheidsbevordering
instellingen
amateurkunstverenigingen
subsidiabel zijn, nu
(Lelystad)
geldt dat alleen
Beeldende kunsten en
voor de
vormgeving (Lelystad)
subsidieregel
amateurkunst,
•
Podiumkunsten (Lelystad)
amateurkunst,
volkscultuur en culturele
•
Amateurkunst (Lelystad,
volkscultuur en
projecten:
Nijmegen, Breda,
culturele projecten.
i. Amateurpodiumkunst:
Veenendaal, Groningen)
muziek, zang, dans (niet
•
Letteren (Lelystad)
zijnde dansgarde),
Bevindingen leren van andere gemeenten
50
theater, toneel
•
Behoud en versterking
(structureel);
culturele ecosysteem en
ii. Amateurkunst overig:
cultuur netwerk (Nijmegen,
beeldend, literair en geschiedkundig
Veenendaal) •
Activiteiten gericht op
(structureel);
verbindingen leggen met
iii. Volkscultuur: o.a.
andere domeinen
kinderfeesten, carnaval,
(Nijmegen)
oranjeactiviteiten en
•
Makersregeling voor
herdenkingen
professionele
(structureel);
kunstbeoefenaars (Breda)
iv. Culturele projecten in
•
alle bovenstaande categorieën (eenmalige stimulering).
Urban Sports and Culture (Breda)
•
Bijzondere, eenmalige culturele projecten (Breda, Groningen)
De andere keuzes die Venlo kan maken in het subsidiëren van culturele activiteiten zijn: •
Meer dan nu vastleggen van inhoudelijke toetsingscriteria in het juridisch instrumentarium (ASV en regelingen), bijvoorbeeld door net als de gemeente Nijmegen alleen subsidie te verstrekken vanuit een subsidieregeling met specifieke inhoudelijke toetsingscriteria. Nu verstrekt Venlo aan grote culturele organisaties subsidie zonder een inhoudelijke en juridisch vastgelegde toetsingscriteria. Dat vraagt dat voor alle subsidieverstrekkingen op het gebied van cultuur een expliciet inhoudelijk toetsingskader is.
•
In het subsidieproces schriftelijk vastgelegde sturing op de ‘uitvraag’ aan de grote culturele instellingen. En vervolgens in het proces van toekenning en vaststelling een expliciete verwijzing naar de bijdrage van de subsidieverstrekking aan het doelbereik.
•
De gemeente kan, net als de gemeente Nijmegen, werken met een externe beoordelingscommissie voor alle subsidieaanvragen. Beoordelingscommissies werken met een vastgelegd toetsingskader voor de beoordeling van aanvragen.
Bevindingen leren van andere gemeenten
51
4.3
Beantwoording onderzoeksvraag 3
Hoe zorgen andere gemeenten ervoor voor dat de door hen verstrekte subsidies zo optimaal mogelijk bijdragen aan de realisatie van het cultuurbeleid? ▪
Door inzichtelijk te maken wat de impact van cultuur is. Dat kan uitgedrukt worden in waarden van cultuur die bijdragen aan bredere gemeentelijke doelen. Venlo kan van andere gemeenten en provincies leren op welke waarden van cultuur zij kunnen sturen en via welke meetpunten dat te monitoren is. Andere gemeenten en provincies hanteren bijvoorbeeld meetpunten voor het multipliereffect (wat brengt investeren in cultuur voor andere domeinen en voor cultuur zelf).
▪
Door de meetpunten leidend te laten zijn in de afspraken die de gemeenten maken met cultuurinstellingen. Naast prestatieafspraken over gerealiseerde activiteiten kan dan ook een afspraak worden gemaakt over de impact van de activiteiten. Een voorbeeld van sturing kan zijn op het multipliereffect van culturele instellingen op het binnenhalen van middelen uit andere fondsen. Daarmee komen meer middelen naar de gemeente die ook weer maatschappelijke en economische impact hebben.
▪
Meer dan nu vastleggen van inhoudelijke toetsingscriteria in het juridisch instrumentarium (ASV en regelingen). De gemeente kan, net als de gemeente Nijmegen, werken met een externe beoordelingscommissie voor alle subsidieaanvragen. Beoordelingscommissies werken met een vastgelegd toetsingskader voor de beoordeling van aanvragen.
Bevindingen leren van andere gemeenten
52
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in.
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
BIJLAGE Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen
54
Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde documenten •
Raadsinformatiebrief nr 23 Benchmark 05032020 (1565639)
•
Raadsnotitie ontwikkeling cultuurvisie (1569672) versie 190320 2 (3) (1576986)
•
infographic bij raadsnotitie - CultureelSpeelveld (1569691) (1577213)
•
11febr.2021 get. RIB 2021-09 inzake Corona steun- en herstelregeling voor de culturele sector
•
18-11-09 amendement begroting, schrappen cultuurbezuinigingen 2019
•
028 bijlage Het Cultureel Vermogen van Venlo (1617012)
•
31mrt20 Uitgaande brief_mogelijke wijziging gemeentelijke subsidies 2021 (1580159)
•
2015-06-24 Raadsbesluit Herijking Cultuurbeleid Venlo
•
2015-06-24 Vastgestelde nota Cultuurbeleid Venlo
•
Algemene subsidieverordening Venlo 2020 _ Lokale wet- en regelgeving
•
begrotingswijziging herijking cultuurbeleid
•
Benchmark definitief
•
Link subsidieregister 2022
•
Raadsvoorstel 2020-28 Cultuurvisie (1588670)
•
Subsidieregel amateurkunst, volkscultuur en culturele projecten
•
Subsidieregel Corona steun- en herstelregeling voor de culturele sector
•
039 bijl2 Meetbaar Venlo
•
173 RIB bijl 1 Cultureel Vermogen Venlo - Voortgangsrapportage 2021
•
Diverse collegebesluiten en voorstellen cultuur
•
1051_Monitor-Gemeentelijk-Beleid_DEF-1
•
20211028-Tussentijdserapportage-KPI-Eindhoven
•
Atlas-voor-gemeenten-2018 cultuurindex
•
Beleidsvisie Cultuur 2024-2030
•
boek cultuurbeleid gemeenten cor wijn
•
cultureongemeentegidscultuurbeleid2022_2
•
Cultuur-doet-ertoe-óók-economisch
•
Cultuurprofiel 2019 Helmond
•
Glans aan de Grift - Cultuurvisie 2022-2023 Gemeente Veenendaal-kl
•
Groei_-_Cultuurvisie_Nijmegen_2020
•
kadernota-cultuur-2021-2028-kunst-en-cultuur-voor-iedereen
•
Onderzoek_Gemeentelijk_Beleid_Cultuur_Zorg_Welzijn
•
Staat van Cultuur in Nijmegen
•
2017-2022 casus documenten:
•
a.
Bibliotheek,
b.
Co en
c.
Maaspoort.
2022 casus documenten: a.
Carnavalsvereniging Vastelaovesgezelsjap D’n Oeles,
b.
Harmonie st Caecilia Blerick,
c.
Koninklijk Philharmonisch Gezelschap Venlo
d.
Stichting de Theatermakers,
e.
Stichting Missiemuseum Steyl en
f.
Stichting Openluchttheater De Doolhof.
Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen
55
Geraadpleegde respondenten Organisatie
Respondent
Gemeente
Wethouder Cultuur 2 beleidsmedewerkers Cultuur Programmamanager Centrumstad en Hoofd team Wonen en Leven 10 gemeenteraadsleden (van 9 fracties)
Grote culturele instellingen
3 vertegenwoordigers
Kleine culturele instellingen
3 vertegenwoordigers
Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen
56
Bijlage 2: Bevindingen casusonderzoek Analyse papertrail casus onderzoek cultuur Venlo: Sturing op doelen cultuur in proces van subsidieverstrekking en meetbaarheid effecten.
Bibliotheek
Aanvraag : in aanvraag wordt de bijdrage aan doelen cultuurbeleid duidelijk, er is sturing op meetbaarheid
De beoordeling van de subsidieaanvragen: Beoordeling enerzijds voor proces op basis ASV/regeling en voor bijdrage aan doelstellingen cultuurbeleid
Beschikking geeft bijdrage aan doelstellingen (Maakt afspraken over verantwoording naar doelstellingen cultuurbeleid, zodat effect meetbaar is)
De verantwoording geeft inzicht in bijdrage aan doelstellingen cultuurbeleid en de besteding van de middelen . Effecten zijn concreet en meetbaar.